CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Concept Verstedelijkingsstrategie Stedelijk Brabant versie 30 maart 2022

Commissie OMGEVING 26 september 2022, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Rondvraag en Afsluiting28.118 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

kern lopend of fietsend bereikbaar is, verschilt van beperkt tot compleet voor dagelijkse activiteiten. Maar meestal is voor een (steeds groter deel) van de dagelijkse en nietdagelijkse activiteiten is een externe verplaatsing in de stedelijke regio nodig. De auto vervult daarin een zeer belangrijke rol. De opgave is om met (snel)fietsroutes en maatwerk wel basisbereikbaarheid zonder auto te bieden. Zo blijft het dorp een prettige plek voor iedereen zonder auto (inclusief oudere kinderen) en blijft de dorpstad relatie twee kanten op stevig.

94

•

De uitwisseling tussen stedelijke, suburbane en dorpse gebiedstypen organiseren met combinaties van; regionale (snel)fietsroutes, mobiliteitshubs, OV op hoofdassen en deelmobiliteit en mobiliteitsdiensten.

•

Groei van de interactie tussen de stedelijke hoofdknopen faciliteren in het OV-systeem. De regionale uitwerking van het Toekomstbeeld OV 2040 (Hink-Stap-Sprong) geeft daarvoor de belangrijkste handvatten en doorkijk naar infrastructurele investeringen. Vanuit de verstedelijkingsstrategie liggen de prioriteiten bij: •

IC-bediening snel naar 4-6 keer per uur brengen op alle stad-stad relaties en verbindingen met het Stedelijk Netwerk Nederland buiten Brabant. Daarna meegroeien met stedelijke ontwikkeling. West-Brabant west in aanvulling op het ROVT meenemen in IC-frequentieverhoging.

•

HOV-ontsluiting met Bus Rapid Transit voor de toplocaties Brainport, belangrijkste assen in de B5 en de middelgrote plaatsen zonder station; Waalwijk, Oosterhout, Veghel, Uden.

•

We benutten het bestaande hoofdnetwerk voor de auto. De groei van het autoverkeer beperken we met de ruimtelijke strategie en stedelijke mobiliteitstransitie en vangen we verder op met benutten (waaronder slimme oplossingen, gedrag en landelijk Betalen naar Gebruik) . We accepteren enige vertraging op het wegennetwerk tijdens piekmomenten. Na de ingezette uitbreiding van A58, A27 en A2 zetten we dus niet meer in op capaciteitsuitbreidingen.

•

In centra, wijken en dorpen stevig programma gericht op aantrekkelijke, verkeersveilige en inclusieve straten. Dit ter versterking van de ruimtelijke strategie (ontwerpprincipe 3) gericht op nabijheid van en draagvlak voor voorzieningen en centrumontwikkeling op verschillende schaal.

95

INSPIRATIE. Meer ruimte voor groen, fietsers en voetgangers (Vestdijk, Eindhoven) Na twee jaar van werkzaamheden is de Vestdijk stapsgewijs veranderd in een

toch goed bereikbaar blijft. Voor de aanpak van de wateroverlast op de Vestdijk en

groene en aantrekkelijke stadsboulevard. Met meer ruimte voor voetgangers en

directe omgeving is een klimaatadaptieve waterberging aangelegd. Het regenwater

fietsers. En nog maar één rijstrook voor auto’s en één voor bussen. De nieuwe

stroomt nu vertraagd via een grote, ondergrondse berging naar de Dommel. Fietsers

Vestdijk is een belangrijke stap naar een gezond, aantrekkelijk en klimaatbestendig

kunnen over het hele heringerichte traject (Vestdijk-Hertogstraat-Kanaalstraat)

stadscentrum. Om de luchtkwaliteit te verbeteren, is er meer ruimte voor fietsers,

gebruikmaken van het nieuwe, vrijliggende tweerichtingenfietspad. Voor

voetgangers en groen, minder ruimte voor autoverkeer en geldt er een 30km-zone. De

voetgangers is aan beide zijden volop ruimte.

herinrichting draagt zo bij aan de gewenste verkeersreductie, waarbij de binnenstad 2010

2020

Foto’s: Nanda Sluijsmans

96

INSPIRATIE. Bushalte als stedelijke aankomstplek (Tramplein, Purmerend) Van oudsher was het Tramplein een van de hoofdentrees van Purmerend. De plek

heeft nu een centrale positie in Purmerend met meer verblijfskwaliteit en meer

vormde het eindpunt van de treinverbinding tussen Amsterdam en Purmerend.

verbindingen voor voetgangers en fietsers. De nieuwe hoge voetgangersbrug die hier

Er waren veel aanlegplaatsen voor bootverbindingen naar Amsterdam, Alkmaar

aan bijdraagt functioneert tegelijkertijd als icoon en oriëntatiepunt. Het busstation is

en Waterland. Met de opkomst van de auto zijn de trein- en bootverbindingen

volledig vernieuwd en naar het kanaal geschoven waardoor er een publieke ruimte aan het

opgeheven en verloor het plein haar oorspronkelijke functie en levendigheid. Het

water is gemaakt. Er is een verdiepte fietsenstalling gerealiseerd met een verhoogd

gebied kreeg het karakter van een periferie met tankstation en veel autoverkeer.

terras daarboven en er kwam een nieuwe koffiebar en openbaar toilet.

Dankzij herontwikkeling veranderde de rol van dit stukje stadsrand. Het tramplein

2007

Foto’s: NEXT

2021

97

5. Programma op de juiste plek GLOBAL PIPELINES

STEDELIJKE INTERACTIE B4

STEDELIJKE INTERACTIE M7

(knopen van weg, spoor,

(nabijheid, functiemix,

(integratie wonen en werken

haven, buisleidingen en

interactie, kenniseconomie

icm HOV-bereikbaarheid en

energie optimaal benutten)

en topvoorzieningen)

centrumkwaliteit)

NIEUWE GROEI

DOORZETTEN GROEI

(harde plannen - Moerdijk,

(nog ruimte beschikbaar:

Heesch-West, BIC, Waalwijk, Wijkevoort)

98

Knoop haven Knoop goederenspoor 150 KV lijn / station

Hoogstedelijk milieu

380 KV lijn / station

Stedelijk milieu

Goederencorridor / Brabantroute

o.a. Moerdijk, GDC, Veghel,

Bedrijventerrein met ruimte

SV buisleiding / Deltacorridor

Rietvelden, Vossenberg)

Nieuw bedrijventerrein

Vaarwater

Bedrijf met restwarmte

Goederencorridor weg

Ontwikkelprincipe 5. Kwalitatieve werkgebieden als randvoorwaarde voor een circulaire economie A. Belangrijkste bevindingen uit analyse

steden. De universiteitssteden Eindhoven en Tilburg worden nog meer dan nu de Brabantse magneten voor de kenniseconomie.

•

•

•

De Brabantse economie ontwikkelt zich steeds meer richting een internationale

•

kenniseconomie. Die kennis vindt zijn praktische toepassing in de volle breedte

opzichte van elkaar; een kwalitatief profiel als randvoorwaarden voor een succesvolle

van de Brabantse (top)sectoren: van HTSM tot agrofood. Dit samenspel van

werklocatie. Was tot voor kort het de titel campus verbonden aan plekken

stedelijke interactiemilieus en (grootschalige) industrie complexen zoals

waar fundamenteel onderzoek plaatsvond (Universiteits campus) daar vindt

chemische industrie Moerdijk, XXL-logistiek en trimodale knooppunten,

in de toekomst ook steeds meer clustervorming plaats rondom toegepaste

campussen en bedrijventerreinen is kenmerkend voor de ruimtelijk

processen (produceren). Kennis en kunde in toenemende mate onlosmakelijk

economische structuur voor Brabant.

onderdeel van de bedrijfsvoering van de Brabantse bedrijven, het aandeel hoger

Voor de komende decennia zijn de kwaliteitsopgaven het meest prangend. In

opgeleiden in productiebedrijven neemt toe. Om dat te faciliteren worden de

het kort: fysieke nabijheid, internationale connectiviteit, vergroten van

vestigingsvoorwaarden specifieker, een aantrekkelijke werkplek doet er meer

arbeidsmarktbereik en het bieden van een aantrekkelijk (in toenemende mate

dan ooit toe. In hoofdlijn zijn die plekken als volgt te definiëren:

stedelijk) werkmilieu. Concrete opgaven zijn het vergroenen en verduurzamen

•

Stedelijke economie in bruisende centra met goed voorzieningen en hoger

van de werkgebieden en een dreigend tekort aan capaciteit op het energienet.

onderwijs, goed verankerd in een groot Daily Urban System met

In de vraag naar werklocaties is vooral een kwalitatieve ontwikkeling zichtbaar. Naast

connectiviteit op (inter)nationaal niveau. •

een aantrekkelijke werkplek - voorwaarde voor het aantrekken van talent - zijn

Locaties met specifieke locatievoordelen zoals een positie in een

in toenemende mate aspecten als positie in het (toekomstige) energienetwerk

energienetwerk, internationale logistiek met multimodale logistiek over

en duurzame bereikbaarheid bepalend in de locatiekeuze van bedrijven. Daarbij

water, spoor en weg of bereikbaarheid met openbaar vervoer voor

zien we de volgende ontwikkelingen:

werknemers.

•

•

•

Bedrijven hebben moeite met het vinden van geschikt personeel o.a.

•

Reguliere locaties met een betaalbaar ruimte-aanbod voor bedrijven die geen

door perifere ligging, beperkte bereikbaarheid per OV en fiets en

specifieke eisen stellen aan hun omgeving behalve een betaalbare ruimte

achterblijvende locatiekwaliteit.

vraag hebben.

Stad en economie zijn fysiek en mentaal van elkaar afgekeerd Wonen, werken

•

Tot 2030 bestaat er een vraag naar nieuwe bedrijventerreinen (634-1312 ha), daarna

en voorzieningen versterken elkaar nauwelijks; maatschappelijke

wordt een afvlakking van de groei of zelfs een afname verwacht als gevolg van

weerstand tegen ‘verdozing’ neemt toe.

de behoefte naar intensivering en/of integratie in stedelijke omgeving in

Collectief worden grote kansen gemist (samenwerking, uitwisseling van

combinatie met demografische ontwikkelingen (in april 2022 volgt een update

kennis, delen van voorzieningen, ontwikkeling van vestigingsmilieus,

van deze prognose).

uitwisseling van energie, grondstoffen en reststromen) •

Bedrijventerreinen positioneren zichzelf in toenemende mate steeds meer ten

•

Specifieke opgave met betrekking tot klimaat: bedrijventerreinen kennen een hoge mate

Als gevolg van de kennisintensivering van de economie en het toenemende belang van

van verharding. In de toekomst levert dat in toenemende mate een opgave op

digitalisering zien we een trend van groei van economische activiteiten in de grotere

met betrekking tot wateroverlast en hittestress.

99

B. Lessen uit Ontwerpend onderzoek

hand de plekken waar nu de grote energiegebruikers zijn gevestigd te ontwikkelen als de nieuwe energieknopen. Energie-infrastructuur en faciliteiten worden immers

•

•

Momenteel heeft Brabant 1 tot 1,2 banen per woning. Voor de nieuwe

aangelegd naar en op de plekken waar nu de behoefte is. Als die investering

woningen is dit 0,5-0,7. Dit is verklaarbaar omdat de woningbouw

gedaan is zal dat leiden tot meer concentratie rondom die voorzieningen. De

huishoudensverdunning (vergrijzing) accommodeert. Het geeft aan dat de

eerste investering in de energietransitie naar bijvoorbeeld waterstofenergie

nabijheid van banen in grote delen van Brabant niet meer groeit of zelfs afneemt. In de

zal plaatsvinden op de plek waar deze investering het meest rendabel is. Het

stedelijke gebieden, waar juist een sterkere concentratie van (nieuwe) wonen en

gevolg daarvan is dat er vestigingsplaatsfactoren ontstaan dat andere bedrijven

nieuwe banen plaatsvindt zien we het tegenovergestelde effect.

met een grote energievraag zal aantrekken.

Voor werkgelegenheid valt er veel winst te behalen door knoopwaarde centraal te

Een aantal Brabantse M7 gemeenten missen de aansluiting bij het stedelijk netwerk.

zetten. Infraknopen (buisleidingen, energie, spoor en haven) hebben een

Zo kunnen bedrijven in Waalwijk geen stagiaires meer vinden omdat de

andere waarde dan ontmoetingsknopen (met veel nabijheid van mensen en

werklocaties op - met het OV - slecht bereikbare plekken liggen..

voorzieningen). De knoopwaarde wordt nu nog niet goed benut. •

•

•

Alhoewel we de energiestrategie van de toekomst nog niet kennen ligt het voor de

Werken in Brabant verandert. Na de beweging waarbij de industrie schoon en precies is geworden (bijv. in de Hight tech maakindustrie, voorheen de klassieke MBO werkplekken, worden onderdelen geproduceerd in cleanroom omgevingen) volgt er een fase van digitalisering en robotisering. De vraag naar personeel met ICT-competenties zal daardoor fors toenemen wat nieuwe eisen aan aantrekkelijke werklocaties zal stellen. ICT activiteiten kunnen uitstekend worden uitgevoerd in gemengde aantrekkelijke stedelijke milieus waardoor kansen ontstaan om de Brabantse industrieën te vermengen met de centra van de grote en middelgrote Brabantse steden.

C. Principe •

Bij de ontwikkeling en verduurzaming van werkgebieden zetten we de knoopwaarde en unieke assets van een plek centraal (denk bijvoorbeeld aan: ligging aan het landschap, in de stad, aan een haven, aantakking op goederenspoor, buisleiding of energie-hub of de nabijheid van een OV-knoop). Gebouw- en gebiedstypologie worden ontwikkeld als een afgeleide van de knooppotentie.

•

Nieuwe (hoog)stedelijke laag (in de B4) draagt bij aan kennisontwikkeling en open innovatie (co-creatie)

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11863596/1