Bijlage 2. Concept Verstedelijkingsstrategie Stedelijk Brabant versie 30 maart 2022
Tekst van het document
kern lopend of fietsend bereikbaar is, verschilt van beperkt tot compleet voor dagelijkse activiteiten. Maar meestal is voor een (steeds groter deel) van de dagelijkse en nietdagelijkse activiteiten is een externe verplaatsing in de stedelijke regio nodig. De auto vervult daarin een zeer belangrijke rol. De opgave is om met (snel)fietsroutes en maatwerk wel basisbereikbaarheid zonder auto te bieden. Zo blijft het dorp een prettige plek voor iedereen zonder auto (inclusief oudere kinderen) en blijft de dorpstad relatie twee kanten op stevig.
94
•
De uitwisseling tussen stedelijke, suburbane en dorpse gebiedstypen organiseren met combinaties van; regionale (snel)fietsroutes, mobiliteitshubs, OV op hoofdassen en deelmobiliteit en mobiliteitsdiensten.
•
Groei van de interactie tussen de stedelijke hoofdknopen faciliteren in het OV-systeem. De regionale uitwerking van het Toekomstbeeld OV 2040 (Hink-Stap-Sprong) geeft daarvoor de belangrijkste handvatten en doorkijk naar infrastructurele investeringen. Vanuit de verstedelijkingsstrategie liggen de prioriteiten bij: •
IC-bediening snel naar 4-6 keer per uur brengen op alle stad-stad relaties en verbindingen met het Stedelijk Netwerk Nederland buiten Brabant. Daarna meegroeien met stedelijke ontwikkeling. West-Brabant west in aanvulling op het ROVT meenemen in IC-frequentieverhoging.
•
HOV-ontsluiting met Bus Rapid Transit voor de toplocaties Brainport, belangrijkste assen in de B5 en de middelgrote plaatsen zonder station; Waalwijk, Oosterhout, Veghel, Uden.
•
We benutten het bestaande hoofdnetwerk voor de auto. De groei van het autoverkeer beperken we met de ruimtelijke strategie en stedelijke mobiliteitstransitie en vangen we verder op met benutten (waaronder slimme oplossingen, gedrag en landelijk Betalen naar Gebruik) . We accepteren enige vertraging op het wegennetwerk tijdens piekmomenten. Na de ingezette uitbreiding van A58, A27 en A2 zetten we dus niet meer in op capaciteitsuitbreidingen.
•
In centra, wijken en dorpen stevig programma gericht op aantrekkelijke, verkeersveilige en inclusieve straten. Dit ter versterking van de ruimtelijke strategie (ontwerpprincipe 3) gericht op nabijheid van en draagvlak voor voorzieningen en centrumontwikkeling op verschillende schaal.
95
INSPIRATIE. Meer ruimte voor groen, fietsers en voetgangers (Vestdijk, Eindhoven) Na twee jaar van werkzaamheden is de Vestdijk stapsgewijs veranderd in een
toch goed bereikbaar blijft. Voor de aanpak van de wateroverlast op de Vestdijk en
groene en aantrekkelijke stadsboulevard. Met meer ruimte voor voetgangers en
directe omgeving is een klimaatadaptieve waterberging aangelegd. Het regenwater
fietsers. En nog maar één rijstrook voor auto’s en één voor bussen. De nieuwe
stroomt nu vertraagd via een grote, ondergrondse berging naar de Dommel. Fietsers
Vestdijk is een belangrijke stap naar een gezond, aantrekkelijk en klimaatbestendig
kunnen over het hele heringerichte traject (Vestdijk-Hertogstraat-Kanaalstraat)
stadscentrum. Om de luchtkwaliteit te verbeteren, is er meer ruimte voor fietsers,
gebruikmaken van het nieuwe, vrijliggende tweerichtingenfietspad. Voor
voetgangers en groen, minder ruimte voor autoverkeer en geldt er een 30km-zone. De
voetgangers is aan beide zijden volop ruimte.
herinrichting draagt zo bij aan de gewenste verkeersreductie, waarbij de binnenstad 2010
2020
Foto’s: Nanda Sluijsmans
96
INSPIRATIE. Bushalte als stedelijke aankomstplek (Tramplein, Purmerend) Van oudsher was het Tramplein een van de hoofdentrees van Purmerend. De plek
heeft nu een centrale positie in Purmerend met meer verblijfskwaliteit en meer
vormde het eindpunt van de treinverbinding tussen Amsterdam en Purmerend.
verbindingen voor voetgangers en fietsers. De nieuwe hoge voetgangersbrug die hier
Er waren veel aanlegplaatsen voor bootverbindingen naar Amsterdam, Alkmaar
aan bijdraagt functioneert tegelijkertijd als icoon en oriëntatiepunt. Het busstation is
en Waterland. Met de opkomst van de auto zijn de trein- en bootverbindingen
volledig vernieuwd en naar het kanaal geschoven waardoor er een publieke ruimte aan het
opgeheven en verloor het plein haar oorspronkelijke functie en levendigheid. Het
water is gemaakt. Er is een verdiepte fietsenstalling gerealiseerd met een verhoogd
gebied kreeg het karakter van een periferie met tankstation en veel autoverkeer.
terras daarboven en er kwam een nieuwe koffiebar en openbaar toilet.
Dankzij herontwikkeling veranderde de rol van dit stukje stadsrand. Het tramplein
2007
Foto’s: NEXT
2021
97
5. Programma op de juiste plek GLOBAL PIPELINES
STEDELIJKE INTERACTIE B4
STEDELIJKE INTERACTIE M7
(knopen van weg, spoor,
(nabijheid, functiemix,
(integratie wonen en werken
haven, buisleidingen en
interactie, kenniseconomie
icm HOV-bereikbaarheid en
energie optimaal benutten)
en topvoorzieningen)
centrumkwaliteit)
NIEUWE GROEI
DOORZETTEN GROEI
(harde plannen - Moerdijk,
(nog ruimte beschikbaar:
Heesch-West, BIC, Waalwijk, Wijkevoort)
98
Knoop haven Knoop goederenspoor 150 KV lijn / station
Hoogstedelijk milieu
380 KV lijn / station
Stedelijk milieu
Goederencorridor / Brabantroute
o.a. Moerdijk, GDC, Veghel,
Bedrijventerrein met ruimte
SV buisleiding / Deltacorridor
Rietvelden, Vossenberg)
Nieuw bedrijventerrein
Vaarwater
Bedrijf met restwarmte
Goederencorridor weg
Ontwikkelprincipe 5. Kwalitatieve werkgebieden als randvoorwaarde voor een circulaire economie A. Belangrijkste bevindingen uit analyse
steden. De universiteitssteden Eindhoven en Tilburg worden nog meer dan nu de Brabantse magneten voor de kenniseconomie.
•
•
•
De Brabantse economie ontwikkelt zich steeds meer richting een internationale
•
kenniseconomie. Die kennis vindt zijn praktische toepassing in de volle breedte
opzichte van elkaar; een kwalitatief profiel als randvoorwaarden voor een succesvolle
van de Brabantse (top)sectoren: van HTSM tot agrofood. Dit samenspel van
werklocatie. Was tot voor kort het de titel campus verbonden aan plekken
stedelijke interactiemilieus en (grootschalige) industrie complexen zoals
waar fundamenteel onderzoek plaatsvond (Universiteits campus) daar vindt
chemische industrie Moerdijk, XXL-logistiek en trimodale knooppunten,
in de toekomst ook steeds meer clustervorming plaats rondom toegepaste
campussen en bedrijventerreinen is kenmerkend voor de ruimtelijk
processen (produceren). Kennis en kunde in toenemende mate onlosmakelijk
economische structuur voor Brabant.
onderdeel van de bedrijfsvoering van de Brabantse bedrijven, het aandeel hoger
Voor de komende decennia zijn de kwaliteitsopgaven het meest prangend. In
opgeleiden in productiebedrijven neemt toe. Om dat te faciliteren worden de
het kort: fysieke nabijheid, internationale connectiviteit, vergroten van
vestigingsvoorwaarden specifieker, een aantrekkelijke werkplek doet er meer
arbeidsmarktbereik en het bieden van een aantrekkelijk (in toenemende mate
dan ooit toe. In hoofdlijn zijn die plekken als volgt te definiëren:
stedelijk) werkmilieu. Concrete opgaven zijn het vergroenen en verduurzamen
•
Stedelijke economie in bruisende centra met goed voorzieningen en hoger
van de werkgebieden en een dreigend tekort aan capaciteit op het energienet.
onderwijs, goed verankerd in een groot Daily Urban System met
In de vraag naar werklocaties is vooral een kwalitatieve ontwikkeling zichtbaar. Naast
connectiviteit op (inter)nationaal niveau. •
een aantrekkelijke werkplek - voorwaarde voor het aantrekken van talent - zijn
Locaties met specifieke locatievoordelen zoals een positie in een
in toenemende mate aspecten als positie in het (toekomstige) energienetwerk
energienetwerk, internationale logistiek met multimodale logistiek over
en duurzame bereikbaarheid bepalend in de locatiekeuze van bedrijven. Daarbij
water, spoor en weg of bereikbaarheid met openbaar vervoer voor
zien we de volgende ontwikkelingen:
werknemers.
•
•
•
Bedrijven hebben moeite met het vinden van geschikt personeel o.a.
•
Reguliere locaties met een betaalbaar ruimte-aanbod voor bedrijven die geen
door perifere ligging, beperkte bereikbaarheid per OV en fiets en
specifieke eisen stellen aan hun omgeving behalve een betaalbare ruimte
achterblijvende locatiekwaliteit.
vraag hebben.
Stad en economie zijn fysiek en mentaal van elkaar afgekeerd Wonen, werken
•
Tot 2030 bestaat er een vraag naar nieuwe bedrijventerreinen (634-1312 ha), daarna
en voorzieningen versterken elkaar nauwelijks; maatschappelijke
wordt een afvlakking van de groei of zelfs een afname verwacht als gevolg van
weerstand tegen ‘verdozing’ neemt toe.
de behoefte naar intensivering en/of integratie in stedelijke omgeving in
Collectief worden grote kansen gemist (samenwerking, uitwisseling van
combinatie met demografische ontwikkelingen (in april 2022 volgt een update
kennis, delen van voorzieningen, ontwikkeling van vestigingsmilieus,
van deze prognose).
uitwisseling van energie, grondstoffen en reststromen) •
Bedrijventerreinen positioneren zichzelf in toenemende mate steeds meer ten
•
Specifieke opgave met betrekking tot klimaat: bedrijventerreinen kennen een hoge mate
Als gevolg van de kennisintensivering van de economie en het toenemende belang van
van verharding. In de toekomst levert dat in toenemende mate een opgave op
digitalisering zien we een trend van groei van economische activiteiten in de grotere
met betrekking tot wateroverlast en hittestress.
99
B. Lessen uit Ontwerpend onderzoek
hand de plekken waar nu de grote energiegebruikers zijn gevestigd te ontwikkelen als de nieuwe energieknopen. Energie-infrastructuur en faciliteiten worden immers
•
•
Momenteel heeft Brabant 1 tot 1,2 banen per woning. Voor de nieuwe
aangelegd naar en op de plekken waar nu de behoefte is. Als die investering
woningen is dit 0,5-0,7. Dit is verklaarbaar omdat de woningbouw
gedaan is zal dat leiden tot meer concentratie rondom die voorzieningen. De
huishoudensverdunning (vergrijzing) accommodeert. Het geeft aan dat de
eerste investering in de energietransitie naar bijvoorbeeld waterstofenergie
nabijheid van banen in grote delen van Brabant niet meer groeit of zelfs afneemt. In de
zal plaatsvinden op de plek waar deze investering het meest rendabel is. Het
stedelijke gebieden, waar juist een sterkere concentratie van (nieuwe) wonen en
gevolg daarvan is dat er vestigingsplaatsfactoren ontstaan dat andere bedrijven
nieuwe banen plaatsvindt zien we het tegenovergestelde effect.
met een grote energievraag zal aantrekken.
Voor werkgelegenheid valt er veel winst te behalen door knoopwaarde centraal te
Een aantal Brabantse M7 gemeenten missen de aansluiting bij het stedelijk netwerk.
zetten. Infraknopen (buisleidingen, energie, spoor en haven) hebben een
Zo kunnen bedrijven in Waalwijk geen stagiaires meer vinden omdat de
andere waarde dan ontmoetingsknopen (met veel nabijheid van mensen en
werklocaties op - met het OV - slecht bereikbare plekken liggen..
voorzieningen). De knoopwaarde wordt nu nog niet goed benut. •
•
•
Alhoewel we de energiestrategie van de toekomst nog niet kennen ligt het voor de
Werken in Brabant verandert. Na de beweging waarbij de industrie schoon en precies is geworden (bijv. in de Hight tech maakindustrie, voorheen de klassieke MBO werkplekken, worden onderdelen geproduceerd in cleanroom omgevingen) volgt er een fase van digitalisering en robotisering. De vraag naar personeel met ICT-competenties zal daardoor fors toenemen wat nieuwe eisen aan aantrekkelijke werklocaties zal stellen. ICT activiteiten kunnen uitstekend worden uitgevoerd in gemengde aantrekkelijke stedelijke milieus waardoor kansen ontstaan om de Brabantse industrieën te vermengen met de centra van de grote en middelgrote Brabantse steden.
C. Principe •
Bij de ontwikkeling en verduurzaming van werkgebieden zetten we de knoopwaarde en unieke assets van een plek centraal (denk bijvoorbeeld aan: ligging aan het landschap, in de stad, aan een haven, aantakking op goederenspoor, buisleiding of energie-hub of de nabijheid van een OV-knoop). Gebouw- en gebiedstypologie worden ontwikkeld als een afgeleide van de knooppotentie.
•
Nieuwe (hoog)stedelijke laag (in de B4) draagt bij aan kennisontwikkeling en open innovatie (co-creatie)
100