Bijlage 2 - Concept ruimtelijke onderbouwing Middengebied Gasthuiskwartier
Tekst van het document
Vooral de beleving van het water, waterlopen, kanalen en havens, is samen met de restanten van de vestingwerken belangrijk en kan worden verbeterd.
Toetsing In de visie wordt ook ingegaan op het Gasthuiskwartier en de relatie van dit stadsdeel met de rest van het centrum. Hierin wordt de wens uitgesproken om deze nieuwe stadswijk beter te verbinden met het centrum. Dit project levert daar een belangrijke bijdrage aan. Dit project creëert aan de ene kant een hart voor het Gasthuiskwartier en verbindt aan de andere kant het Gasthuiskwartier, aan de Tolbrugstraat en nabij het Burgemeester Loeffplein, met de rest van het centrum. Ook wordt een koppeling gemaakt met het woonmilieu aan de Nieuwstraatzijde. 3.3.2 Economisch perspectief Brede Binnenstad Met het Economisch perspectief Brede Binnenstad beoogt de gemeente met de partners in de binnenstad, als bondgenoten en vanuit een wenkend perspectief te werken aan een dynamische binnenstad. Een binnenstad waar mensen graag komen, verrast worden, plezierig werken, prettig wonen en goed kunnen ondernemen. De Brede Binnenstad omvat de historische binnenstad, 't Zand en de Spoorzone. De Brede Binnenstad is het economisch hart van de stad. Een plek om te winkelen, eten, drinken, cultuur ervaren, werken, studeren, ontmoeten en te ervaren. Het Economisch perspectief zet een heldere koers uit voor de economische ontwikkeling van een samenhangende Brede Binnenstad als geheel en voor individuele deelgebieden.
34
Het economisch perspectief is geschreven vanuit een aantal vertrekpunten. Een aantal punten is voor deze ontwikkeling van belang:
Verandering functie van de binnenstad: door Covid-19 is het online winkelen versneld. Dit zal blijvend effect hebben op het fysieke winkelaanbod. Verwacht wordt dat de behoefte aan winkelruimte nog wat zal afnemen. De trend waarin de binnensteden veranderen van een plek waar vooral wordt gekocht in een plek waar ontmoeting centraal staat, zal wellicht iets versneld worden ingezet. Voor de toekomstige attractiviteit van de binnenstad is van belang dat aangesloten moet worden op de steeds veranderende behoeften van de consument en het vestigingsgedrag van bedrijven; Kantoren: de kantorenmarkt in ‘s-Hertogenbosch wordt gekenmerkt door een hoge dynamiek. Er is een toename in de vraag naar kleinschaligere kantoorruimtes en flexibelere contracten in termen van doorlooptijd en vierkante meters. Bedrijven willen snel kunnen schakelen en bijvoorbeeld bij groei makkelijk additionele kantoorruimte in gebruik kunnen nemen. Daarnaast is er een stijgende vraag naar innovatieve kantoorconcepten waarin samenwerking, ontmoeting en gedeelde faciliteiten terugkerende elementen zijn.
In het Economisch perspectief zijn sfeergebieden gedefinieerd. De dwaalgebieden zijn typisch voor de Bossche binnenstad en een aantrekkelijke aanvulling op de drukkere kwartieren. De verrassing wordt gevormd door de plotselinge beleving. Het Gasthuiskwartier valt onder de Dwaalgebieden. Hier wordt luxe, binnenstedelijk wonen gecombineerd met winkels (gekoppeld aan de Arena en STOA), werken en vermaak et cetera.
De ontwikkeling past binnen de uitgangspunten van het economisch perspectief. Het sluit zowel aan op de benoemde vertrekpunten, als op de uitgangspunten die zijn gesteld voor het Gasthuiskwartier. 3.3.3 Horecavisie 's-Hertogenbosch In de Horecavisie 's-Hertogenbosch, met als motto 'Samen werken aan gastvrij ontmoeten!', is het beleid ten aanzien van horeca beschreven. Uitgangspunt is dat de samenleving verandert, en de horeca verandert mee. Steden worden steeds meer belevings- en ontmoetingsplekken. Het ontmoeten vindt steeds vaker buitenshuis plaats.
In de Horecavisie is onderkend dat er ruimte is voor groei. Dit komt onder andere door trends in de samenleving, waarbij ontmoeten buitenshuis in combinatie met werken, belangrijker wordt. Horeca heeft hierin een belangrijke rol. Bovendien is er ruimte door een wat achterblijvende groei. De gemeente ziet groeiruimte vooral aan de randen van de binnenstad en in de Spoorzone. In deze gebieden is horeca ook belangrijk als 'placemaking'. De visie zet verder in op kwaliteit en een zo divers mogelijk horeca-aanbod. In het horecabeleid wordt voorgesorteerd op nieuwe terrasregels.
Het horecabeleid bevat ook een ontwikkelingsvisie op deelgebieden. Eén van die deelgebieden betreft het Gasthuiskwartier. De visie zegt hierover het volgende: 'Met het Gasthuiskwartier ontstaat een nieuw stukje binnenstad op het voormalige ziekenhuisterrein. Nieuwe woningen en functies zorgen voor een aantrekkelijk binnenstedelijk gebied. In de historische bebouwing aan de zuidzijde van het Gasthuiskwartier is horeca wenselijk. Verder vormt het Burgemeester Loeffplein een belangrijke schakel tussen de Markt, Arena en het Gasthuiskwartier. Hier kan horeca nadrukkelijker een plek krijgen, eventueel met terrassen. De relatie met detailhandel is hier een belangrijk aandachtspunt.'.
35
Toetsing De beoogde horeca in het projectgebied krijgt een belangrijke rol in het versterken met de relatie met de detailhandel, met name in de Arena/STOA.
In de Horecavisie 's-Hertogenbosch is een fijnmaziger horecacategorisering geïntroduceerd, die uitgaat van acht verschillende categorieën voor meer maatwerk. Verder kent het beleid functie-ondersteunende horeca. De ontwikkeling gaat uit van:
horeca in categorie 2 (restaurant): een horecabedrijf, primair gericht op het, overdag en avond, verstrekken en bereiden van maaltijden voor gebruik ter plaatse en waar het verstrekken van dranken (daaraan) ondergeschikt is. horeca in categorie 3 (daghoreca): een horecabedrijf, waarbij de bedrijfsactiviteit gericht is op het – overdag – al dan niet ter plaatse verstrekken en bereiden van etenswaren en dranken en waarvan de openingstijden (in belangrijke mate) binnen de openingstijden van winkels vallen.
Op de drie locaties (Stergebouw, Mariapaviljoen en kapel en horecapaviljoen) worden onderscheidende horecaconcepten geboden die complementair aan elkaar zullen zijn. In bijlage 14 bij deze ruimtelijke onderbouwing is een notitie opgenomen waarin deze horecaconcepten nader zijn uitgewerkt (zie ook paragraaf 2.8). 3.3.4 Woonvisie ’s-Hertogenbosch 2020 Het woonbeleid van de gemeente 's-Hertogenbosch is vastgelegd in de Woonvisie 's-Hertogenbosch. Deze is op 9 juni 2020 door de gemeenteraad vastgesteld. Ontspannen en soms ook spannend wonen, in een sterke stad met leefbare buurten en dorpen. Waar inwoners trots zijn op hun woonplaats en iedereen zoveel als mogelijk kan wonen in een woning die aansluit bij hun woonwensen en mogelijkheden. Dat is het doel. Om dit te bereiken zijn er vier opgaven geformuleerd:
1. 2. 3. 4.
Passend en betaalbaar wonen voor iedereen; Leefbare en inclusieve buurten; Toekomstbestendige en duurzame woningvoorraad; Strategisch innovatief woonprogramma.
Dit plan met circa 32 (woon-/werk)woningen draagt in de eerste plaats bij aan de woningbouwambitie, namelijk het realiseren van 10.500 woningen in de periode 2020-2030. Het gaat hier echter niet alleen om het aantal woningen, maar vooral ook het woonmilieu. Het plan levert een bijdrage aan aantrekkelijk en divers wonen in de stad. De woningen versterken het wonen in de cultuurhistorische binnenstad van 's-Hertogenbosch. Door de combinatie met het werkprogramma is bovendien sprake van een innovatief woonprogramma. Er wordt de mogelijkheid geboden om nabij huis te werken of dichtbij het werk te wonen. Hierdoor ontstaat een hybride vorm van wonen en werken.
De investeringen in de openbare ruimte waardoor de kwaliteit van het gebied omhoog gaat, dragen verder bij aan de leefbaarheid in het projectgebied maar ook in omliggende gebieden. Daarmee wordt bijgedragen aan de tweede opgave.
36
Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1.
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
Beleid en normstelling Voor ruimtelijke plannen moet een m.e.r.(-beoordeling) worden opgesteld als sprake is van een m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteit op grond van de bijlagen bij het Besluit m.e.r. of als er voor het plan een passende beoordeling op grond van de Natuurbeschermingswet (Nbw) is vereist. In de bijlage bij het Besluit m.e.r. is opgenomen welke activiteiten m.e.r.-plichtig zijn (de C-lijst) en welke activiteiten m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn (de D-lijst).
Onderzoek en conclusie De activiteiten die dit project mogelijk maakt zijn op grond van de bijlagen bij het Besluit m.e.r. niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig. Dit project kan aangeduid worden als een stedelijk ontwikkelingsproject (bijlage D 11.2). Een stedelijk ontwikkelingsproject is m.e.r.-beoordelingsplichtig als het een oppervlakte heeft van meer dan 100 hectare of meer dan 2000 woningen of 200.000 brutovloeroppervlakte telt. De beoogde ontwikkeling bestaat uit de transformatie van drie bestaande gebouwen en de nieuwbouw van een woongebouw. In totaal komen er circa 400 werkplekken, circa 32 woningen en circa 1.100 m2 bvo aan horeca. Het project blijft daarmee ruim onder de drempelwaarde. Op grond hiervan is geen m.e.r. nodig.
Wel moet een vormvrije m.e.r. -beoordeling plaatsvinden. Uit de beoordeling van de mogelijke gevolgen van het project voor de fysieke leefomgeving (in de paragrafen 4.2 tot en met 4.12 hierna) en uit een vergelijking met voornoemde drempelwaarden kan worden geconcludeerd dat er, rekening houdend met de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van het potentiële effect, sprake is van een wezenlijk ander schaalniveau en een activiteit die veel kleinschaliger is. Bij elk plan is sprake van invloed op het milieu, maar deze is in dit geval niet zodanig dat normen worden overschreden. De potentiële effecten van het project, in relatie tot de kenmerken en de plaats ervan, zijn dusdanig beperkt van aard en omvang dat dit geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu heeft die het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maken. Het opstellen van een m.e.r. is ook op grond hiervan niet nodig.
37
4.2.
Archeologie
Beleid en normstelling De archeologische verwachtingskaart vormt de basis voor het archeologiebeleid van de gemeente 's-Hertogenbosch. Dit beleid is in op 15 juni 2010 vastgesteld. Ten behoeve van het beleid zijn voor archeologische waarden en archeologische verwachtingsgebieden binnen de gemeentegrenzen specifieke eisen of voorwaarden opgesteld en verwerkt tot een archeologische beleidskaart. De beleidskaart is vertaald in de bestemmingsplannen middels dubbelbestemmingen. Afhankelijk van de aard van de ingreep is archeologisch onderzoek noodzakelijk.
Op 29 maart 2022 is een gedeelte aan de westzijde en aan de oostzijde van het projectgebied aangewezen als gemeentelijk archeologisch monument. Het betreft hier de kapel, de ziekenzaal en het Spaanse huis van het middeleeuwse gasthuis.
figuur 4.1: aangewezen gemeentelijk archeologisch monument
Onderzoek en conclusie Het projectgebied ligt in een zone die als aangewezen als 'overige zone waar vondsten te verwachten zijn'. In aanvulling daarop zijn twee gebieden van toepassing, waar ' belangrijke resten mogelijk aanwezig zijn'. Zuidwestelijk ligt een strook, die is aangewezen als ' archeologisch monument'. Dit betreft de voormalige loop van de Binnendieze.
38
De afgelopen jaren hebben er verschillende archeologische onderzoeken plaatsgevonden. Hierbij zijn belangrijke delen van het middeleeuwse gasthuis en van bebouwing daarbuiten onderzocht. Op basis van het onderzoek kan gesteld worden dat in die delen die niet recentelijk onderkelderd zijn archeologische waarden zijn. Het project voorziet echter in de transformatie van bestaande gebouwen. Wel worden aan het Zusterhuis en het Stergebouw kleine aanbouwen geplaatst. Tevens worden hiervoor nieuw leidingentracés aangelegd. Voor die delen waar sprake is van vernietiging van het bodemarchief wordt de wettelijke zorgplicht ten aanzien van archeologie in acht genomen.
Alleen voor de delen die aangewezen zijn als gemeentelijk archeologisch monument kan archeologie een belemmering voor het project zijn. Voorafgaand aan de aanvraag om omgevingsvergunningen worden daarom het bouwplan en eventuele grondwerkzaamheden daarvoor getoetst aan de eisen die de aanwijzing tot gemeentelijk archeologisch monument daaraan stelt.
figuur 4.2: uitsnede van archeologische waardenkaart binnenstad 's-Hertogenbosch (bron: https://www.erfgoedshertogenbosch.nl/erfgoedkaarten/monumentenkaarten)
4.3.
Cultuurhistorie
Beleid en normstelling Naast de archeologische waarden moet op grond van artikel 3.1.6 lid 5 Bro ook de wijze worden beschreven waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden rekening is gehouden. Naast rijks- en gemeentelijke monumenten gaat het daarbij ook om rijks- en gemeentelijk beschermd stads- en dorpsgezichten.
39
Onderzoek en conclusie Het Groot Ziekengasthuis kent een lange historie. De eerste berichtgeving hiervan dateert uit 1274. Het Groot Ziekengasthuis is 1471 verplaatst naar de huidige locatie, ten noorden van de Binnendieze. Lange tijd was het Groot Ziekengasthuis het enige ziekenhuis in 's-Hertogenbosch. Dit betekende dat het ziekenhuis niemand mocht weigeren. Niet alleen zieken werden opgenomen, maar ook reizigers, daklozen en bedevaartgangers vonden hier onderdak. In 1880 verenigde het Groot Ziekengasthuis zich met de godshuizen en werd hiermee een katholiek gasthuis. Lange tijd was het Gasthuiskwartier een enclave in de binnenstad. Door de verplaatsing van het ziekenhuis in 2011 krijgt deze plek een nieuwe historie. Het interpreteren van het verhaal van het Groot Ziekengasthuis en dit als inspiratie gebruiken voor een nieuwe historische laag ligt aan de basis van deze ontwikkeling. Dit past ook bij de uitgangspunten van het moderne erfgoedbeleid.
Naast dit immaterieel erfgoed ('het verhaal van de plek') en archeologisch waarden, is in het projectgebied gebouwd erfgoed aanwezig en maakt het deel uit van het rijksbeschermd stadsgezicht 'Binnenstad 's-Hertogenbosch'.
In het projectgebied liggen drie rijksmonumenten: het Zusterhuis met kapel (monumentnummer 522429), het Stergebouw (monumentnummer 522430) en het Mariapaviljoen (monumentnummer 522431). In bijlagen 1, 2 en 3 bij deze ruimtelijke onderbouwing zijn de bouwhistorische verkenningen van deze gebouwen opgenomen. De bouwkundige wijzigingen en toevoegingen zijn ingegeven door en getoetst aan de waardestelling ervan: ze vormen geen inbreuk op de monumentale waarden en dragen bij het duurzaam behoud van de monument en de beleefbaarheid ervan.
In de tweede plaats blijft met de herontwikkeling van het Middengebied het 'Groot Ziekengasthuis' herkenbaar en beleefbaar als rijksmonumentaal complex (complexnummer 522428). Naast de drie voornoemde rijksmonumenten horen ook het naastgelegen Lijkenhuis en het Ziekenhuis aan de Nieuwstraat bij dit complex. Het complex is als rijksmonument aangewezen 'vanwege de bijzondere uitdrukking van een sociaaleconomische en geestelijke ontwikkeling: het complex vormt een herinnering aan een van oorsprong middeleeuws ziekenhuis, dat zich richtte op de verzorging van de armere bevolking van 's-Hertogenbosch. De nu nog aanwezige, hoofdzakelijk uit de vroege twintigste eeuw daterende, gebouwen herinneren door hun omvangrijke schaal aan de belangrijke rol die het ziekenhuis ook aan het begin van deze eeuw speelde in de medische zorg in 's-Hertogenbosch. Het ziekenhuiscomplex bezit architectuurhistorische waarde door de diverse stijlen die in de verschillende gebouwen zijn toegepast en die hierdoor een staalkaart vormen van de uiteenlopende stijlen, die achtereenvolgens in het begin van deze eeuw in gebouwen voor gezondheidszorg werden toegepast. Het complex bezit ensemblewaarde door de bijzondere inrichting van het ziekenhuisterrein. Het complex is van belang vanwege de gaafheid van de bebouwing.
Tot slot is het complex, als een der laatste complete ziekenhuiscomplexen in Nederland, van belang vanwege typologische en functionele zeldzaamheid.' Met de nieuwe functies in het Middengebied en de ruimtelijke vertaling ervan krijgen de historische gebouwen en het ensemble weer een prominente positie in de binnenstad. Met de inrichting van de buitenruimtes wordt beoogd om het historisch ensemble te benadrukken en te versterken.
Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor het project.
40
figuur 4.3: uitsnede van monumentenkaart binnenstad 's-Hertogenbosch (bron: https://www.erfgoedshertogenbosch.nl/erfgoedkaarten/monumentenkaarten)
4.4.
Bodem
Beleid en normstelling Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening moet in verband met de uitvoerbaarheid van een ruimtelijke ontwikkeling rekening worden gehouden met de bodemgesteldheid in het projectgebied. Bij functiewijziging moet worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen moeten bij voorkeur op schone grond worden gerealiseerd.
Onderzoek en conclusie Het project betreft de herontwikkeling van bestaande bebouwing, nieuwbouw van een entreegebouw aan het Stergebouw, een horecapaviljoen aan het Zusterhuis, een serre aan het Stergebouw en de nieuwbouw van een woon-/werkgebouw. Bij de bestaande panden is slechts sprake van interne verbouwing. Het nieuwe woongebouw zal deels op een bestaande fundering geplaatst worden.
41
Het beoogd gebruik heeft aanleiding gegeven tot een verkennend bodemonderzoek voor het horecapaviljoen achter het Zusterhuis en de tuin tussen het nieuwe Oostpaviljoen en het Zusterhuis (figuur 4.4). Uit dit onderzoek dat als bijlage 4 bij deze ruimtelijke onderbouwing is opgenomen, blijkt dat op de deellocatie van het horecapaviljoen (deellocatie A) de boven- en ondergrond matig tot sterk is verontreinigd met PAK en/of zware metalen. De bodemlaag tot circa 1 m -mv van de tuin bij het Oostpaviljoen (deellocatie B) is overwegend licht verontreinigd met koper, kwik, lood en PAK. Plaatselijk blijkt de bovengrond matig verontreinigd koper en lood en sterk verontreinigd met PAK. De diepere ondergrond is matig verontreinigd met koper en licht met overige zware metalen en PAK. De bovengenoemde verontreinigingen zijn te relateren aan de stedelijke ophooglaag die in het gebied aanwezig is. Uit eerdere onderzoeken zijn in de boven- en (diepere) ondergrond eveneens matige tot sterke verontreinigingen met zware metalen en PAK gebleken. Voor het terrein is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met zware metalen en PAK. De verontreinigingen zoals aangetroffen in dit onderzoek maken deel uit van dit geval. Uitvoering van een nader bodemonderzoek wordt daarom niet noodzakelijk geacht.
Als sprake is van werkzaamheden in de verontreinigde bodem moet een bodemsanering worden uitgevoerd. In dat geval moet voorafgaand aan deze werkzaamheden in de verontreinigde bodem een melding worden gedaan aan het bevoegd gezag in het kader van de Wet bodembescherming, in dit geval de gemeente 's-Hertogenbosch. Dit kan met een BUS-melding. Na deze sanering is de bodem geschikt voor het beoogde gebruik.
Voorafgaand aan de aanvraag om omgevingsvergunning wordt ook de bodemkwaliteit nader onderzocht van de gebiedjes waar de serre en het Noordpaviljoen worden gebouwd, aangrenzend aan het Stergebouw. Met inachtneming van de bodemsanering bij werkzaamheden in de verontreinigde bodem van de onderzochte deellocaties is het aspect bodemkwaliteit geen belemmering voor het project.
figuur 4.4: deellocaties verkennend bodemonderzoek (blauw omlijnd; bron: Ortageo) 42
4.5.
Ecologie
Beleid en normstelling Ter voorbereiding van een ruimtelijk plan of besluit moet worden onderzocht of de Wet natuurbescherming (Wnb) en het beleid van de provincie ten aanzien van de bescherming van dier- en plantensoorten en van natuurgebieden de uitvoering van het plan of project niet in de weg staan. In elk geval moet aannemelijk zijn dat de vergunning of ontheffing van de bij of krachtens deze wet geldende verbodsbepalingen kan worden verkregen voor de activiteiten die met het plan of besluit mogelijk worden gemaakt.
In de Wnb zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantsoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving.
Toetsing soortenbescherming In de Wnb is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 Wnb. Het gaat om de volgende drie categorieën: soorten van de Vogelrichtlijn; soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn; 'andere soorten' (onderdeel A 'fauna' en onderdeel B 'flora'). De verbodsbepalingen en ontheffingsgronden voor de eerste twee categorieën komen rechtstreeks uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. De derde categorie vindt zijn oorsprong in de nationale wetgeving.
Het project betreft de herontwikkeling van bestaande bebouwing, nieuwbouw van een entreegebouw aan het Stergebouw, een horecapaviljoen aan het Zusterhuis, een serre aan het Stergebouw en de nieuwbouw van een woon-/werkgebouw. Omdat met deze activiteiten strijd met de Wet natuurbescherming kan ontstaan, is een quickscan flora en fauna uitgevoerd. De quickscan flora en fauna is bijlage 5 bij deze ruimtelijke onderbouwing opgenomen.
Omdat hieruit naar voren kwam dat het projectgebied mogelijk geschikt is voor vleermuizen, is aanvullend ecologisch onderzoek uitgevoerd. Het rapport van dit onderzoek is als bijlage bij deze ruimtelijke onderbouwing opgenomen. In het aanvullend ecologisch onderzoek zijn acht zomerverblijfplaatsen en twee paarverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis aangetroffen. Deze verblijfplaatsen kunnen tevens als milde winterverblijfplaats dienen. Het project heeft tot gevolg dat deze verblijfplaatsen verdwijnen of worden verstoord, waardoor een overtreding van de Wet natuurbescherming (artikel 3.5 lid 2 en lid 4) aan de orde is. Ten aanzien van de gewone dwergvleermuis is het treffen van maatregelen aan de orde en dient een ontheffing aangevraagd te worden bij de provincie Noord-Brabant. Door middel van een ecologisch activiteitenplan dient te worden onderbouwd op welke wijze de negatieve effecten voor de gewone dwergvleermuis geminimaliseerd of voorkomen kunnen worden.
Voor de werkzaamheden is in februari 2022 ontheffing aangevraagd. Met inachtneming van het ecologisch activiteitenplan en de verwachte ontheffing is het aspect ecologie - soortenbescherming geen belemmering voor het project.
43
Toetsing gebiedsbescherming De Wnb kent diverse soorten beschermde natuurgebieden: Natuurnetwerk Nederland (NNN) en Natura 2000-gebieden. Voor Natura 2000-gebieden gelden onder meer de volgende verplichtingen:
De overheid dient ervoor te zorgen dat de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in de speciale beschermingszones niet verslechtert. Tevens mag er geen verstoring optreden voor de soorten waarvoor de zones zijn aangewezen. Voor elk plan of project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van het gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor zo'n gebied, wordt een passende beoordeling gemaakt van de gevolgen voor het gebied. Bevoegde nationale instanties geven slechts toestemming voor het plan of project nadat zij de zekerheid hebben verkregen dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet worden aangetast. Als een plan of project om dwingende reden van groot openbaar belang toch moet worden gerealiseerd, terwijl significant negatieve effecten niet kunnen worden uitgesloten, moeten alle nodige compenserende maatregelen worden genomen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Europees ecologisch netwerk (Natura 2000) bewaard blijft.
Met betrekking tot gebiedsbescherming ten aanzien van Natura 2000-gebieden adviseert de quickscan flora en fauna een oriënterend onderzoek ten aanzien van stikstofdepositie. Voor de drie deelontwikkelingen in het Middengebied zijn stikstofberekeningen uitgevoerd, voor de aanlegfase en voor de gebruiksfase. De stikstofberekeningen voor aanleg en gebruik van het Zusterhuis (met kapel, horecapaviljoen en Oostpaviljoen), het Stergebouw en het Mariapaviljoen zijn als bijlage 7, 8 respectievelijk 9 bij deze ruimtelijke onderbouwing opgenomen. Uit deze onderzoeken volgt dat vanwege het project weliswaar NOx als NH3 vrijkomt maar dat dit zowel in de aanleg- als in de gebruiksfase niet leidt tot een meetbare depositie van NOx of NH3 in Natura 2000-gebied dat gevoelig is voor stikstof en ammoniak. De emissie in beide fasen ligt dan ook niet hoger dan 0,00 mol/ha/j. De ontwikkeling leidt niet tot een verslechtering van de milieukwaliteit van Natura 2000-gebieden. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden.
Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) worden aangewezen in de provinciale verordening. Het NNN is in Noord-Brabant uitgewerkt als Natuurnetwerk Brabant (NNB). Initiatiefnemers van ingrepen binnen of in de directe nabijheid van het Natuurnetwerk Nederland (zie figuur 4.5) dienen in Noord-Brabant de effecten van de ingreep op de wezenlijke waarden en kenmerken van het Natuurnetwerk te onderzoeken. Uit de quickscan flora en fauna (bijlage 5) volgt dat, gezien de aard van de voorgenomen ingreep, de wezenlijke waarden en kenmerken ten opzichte van de oorspronkelijke situatie niet zullen veranderen. Vervolgonderzoek in het kader van het Natuurnetwerk Nederland wordt niet noodzakelijk geacht.
figuur 4.5: ligging projectgebied ten opzichte van Natuurnetwerk Brabant 44
4.6.
Luchtkwaliteit
Beleid en normstelling In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij een ruimtelijke ontwikkeling uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit.
Onderzoek en conclusie De binnenstad trekt veel bezoekers, woon-werkverkeer en bevoorradingsverkeer, waardoor de verkeersintensiteiten op de binnenring relatief behoorlijk hoog zijn. Deze intensiteiten met de op kortere afstand gelegen bebouwing hebben tot gevolg dat op de binnenring en de toevoerwegen een relatief hogere belasting van de luchtkwaliteit optreedt. Voor het Gasthuiskwartier gaat het dan om de Zuid-Willemsvaart, de Tolbrugstraat en het Kardinaal van Rossumplein. Luchtbelastingen van bedrijvigheid of andere significante activiteiten zijn hier niet aan de orde, zeker niet nu de beroepsvaart van de Zuid-Willemsvaart is verdwenen.
Om de belastingen vanwege het wegverkeer terug te dringen wordt door de gemeente een pakket van generieke maatregelen getroffen met als doel de hoeveelheid verkeer terug te dringen, de doorstroming te verbeteren en de hoofdinfrastructuur te optimaliseren. Dit door het aanleggen van transferia, het verbeteren van het openbaar vervoer, het verbeteren van de fietsvoorzieningen, door het autoluw maken van de binnenstad (door het aanpassen van de infrastructuur en het verbeteren van de doorstroming), rijden met schonere wagens (gemeentelijk wagenpark), via concessieverlening openbaar vervoer, milieuzonering van de binnenstad (beperkte toelating vrachtverkeer) en vervoermanagement bij bedrijven. In combinatie met het schoner worden van motoren wordt voor de komende jaren een fikse verbetering van de complete luchtsituatie verwacht, zij het dat in zijn algemeenheid voor binnenstedelijke situaties de verbetering langzamer verloopt dan daarbuiten.
Uit het landelijke rekenprogramma blijkt dat voor de belangrijkste, maatgevende stoffen stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) de wettelijke waarden ruim onder de grenswaarde van 40 microgram blijven. Daardoor kan gesteld worden dat het aspect luchtkwaliteit voor de voorgenomen ontwikkeling geen belemmering vormt
figuur 4.6: NO2-concentratie nabij projectgebied (bron: NSL-monitoringstool) 45
4.7.
Verkeer en parkeren
Beleid en normstelling De Nota Parkeernormering 2021 is van toepassing op nieuwe aanvragen waarvoor de parkeerbehoefte bepaald moet worden. Uitgangspunt is dat nieuwe ontwikkelingen niet leiden tot een te hoge druk op de openbare ruimte. In principe moet de veroorzaker de parkeervraag op eigen terrein oplossen. Ook worden initiatiefnemers gestimuleerd om te zoeken naar mogelijkheden om parkeervraag duurzaam op te vangen in bestaande, niet in de openbare ruimte gelegen parkeervoorzieningen. In het nieuwe parkeerbeleid worden ook mogelijkheden gegeven voor deelmobiliteit.
De Nota Parkeernormering 2021 bevat ook fietsparkeernormen. Voldoende voorzieningen die goed bereikbaar zijn, bepalen immers voor een belangrijk deel de aantrekkelijkheid van de fiets. Op plekken waar een lagere parkeernorm voor auto's wordt gehanteerd, is het des te belangrijker om te zorgen voor goede fietsvoorzieningen.
Toetsing: parkeren
Uitgangspunten In bijlage 12 bij deze ruimtelijk onderbouwing is een memo met betrekking tot de parkeerbalans opgenomen. Het is een uitwerking van het maatwerkkader parkeernormen op basis van de Nota Parkeernormering 2021.
In de herontwikkeling van het Middengebied wordt rekening gehouden met de normatieve parkeerbehoefte van de oorspronkelijke situatie. Omdat de voormalige gebouwen van het Groot Ziekengasthuis al 11 jaar als werkplekken/kantoren en horeca worden verhuurd, is dat in de saldering aangenomen als oorspronkelijke situatie.
Omdat de werkelijke vraag naar parkeerplaatsen niet over de hele dag hetzelfde is wordt conform de Nota Parkeernormering 2021 gebruik gemaakt van het meest actuele aanwezigheidspercentages van het CROW. De aanwezigheidspercentages maken per functie inzichtelijk wanneer het maatgevende (drukste) moment is. Dit kan leiden tot een aanpassing van de parkeerbalans. De voorwaarde hiervoor is dat de parkeerplaatsen openbaar toegankelijk moeten zijn en voor meerdere functies beschikbaar.
Fietsparkeren De totale fietsparkeerbehoefte is voor de bewoners van de woningen 101 fietsparkeerplaatsen. Omdat alleen (woon-/werk)woningen worden toegevoegd (en niet verwijderd), is saldering hierbij niet aan de orde. In de berekening van het aantal benodigde fietsparkeerplaaten voor de bewoners is geen rekening gehouden met aanwezigheidspercentages, omdat deze fietsparkeerplaatsen privé zijn en niet dubbel gebruikt kunnen worden. Voor de bezoekers van de woningen zijn, rekening houdend met dubbelgebruik, 14 fietsparkeerplaatsen nodig. Voor de functies werken en horeca wordt wel rekening gehouden met saldering. Voor werken (kantoor) zijn dan geen extra fietsparkeerplaatsen benodigd. Voor de horeca is, rekening houdend met dubbelgebruik, de behoefte 36 fietsparkeerplaatsen.
46
De fietsparkeerplaatsen voor bewoners komen in de individuele bergingen bij het Mariapaviljoen (12 fietsparkeerplaatsen) en in de gemeenschappelijke fietsenbergingen rondom het Mariapaviljoen (10 fietsparkeerplaatsen), rondom het Stergebouw (8 fietsparkeerplaatsen) en in de kelder van het Zusterhuis (71 fietsparkeerplaatsen). Voor de fietsparkeerbehoefte van bezoekers van de (woon-/werk)woningen en voor de functies werken en horeca (in totaal 50 fietsparkeerplaatsen) worden bij de ingangen van de gebouwen enkele fietsparkeerplaatsen gecreëerd en worden rondom de gebouwen in de openbare inrichting diverse fietsparkeerplaatsen geïntegreerd en gerealiseerd.
Gemeente 's-Hertogenbosch realiseert momenteel een fietsparkeergarage voor circa 1.000 fietsen, in het Gasthuiskwartier onder het deelgebied F. Deze fietsparkeergarage grenst aan het Middengebied: de noordvleugel van het Stergebouw ligt op circa 10 meter afstand. De nieuwe fietsparkeergarage is bedoeld voor o.a. bezoekers aan de binnenstad. De piek hiervan is te verwachten op zaterdag en zondag i.v.m. winkelend publiek en bezoek aan de stad voor activiteiten en horeca. Rekening houdend met de aanwezigheidspercentages, wat betreft fietsparkeerplaatsen voor de bezoekers van de (woon-/werk)woningen en voor de gebruikers van de functies werken en horeca, is het drukste moment de werkdagavond (50 fietsparkeerplaatsen). Op de werkdagavond is de fietsenstalling van de gemeente slechts voor een deel bezet. De bezoekers van de (woon-werk)woningen en de gebruikers van de kantoren en horeca kunnen, naast de fietsparkeerplaatsen in de openbare inrichting, ook gebruik maken van de openbare fietsenstalling van de gemeente. Hiermee zijn er ruim voldoende fietsparkeerplaatsen voor de bezoekers van de (woon-/werk)woningen en voor de bezoekers en gebruikers van de kantoren en de horeca.
Autoparkeren De totale parkeerbehoefte bedraagt voor de bewoners van de (woon-/werk)woningen 21 autoparkeerplaatsen. Rekening houdend met het aanwezigheidspercentage van 50% op het drukste moment (werkdagochtend en werkdagmiddag), is de parkeerbehoefte 11 autoparkeerplaatsen. Ook hier geldt dat voor de functie wonen saldering niet aan de orde is, omdat alleen (woon-/werk)woningen worden toegevoegd (en niet verwijderd). Voor de functie werken zijn (zonder saldering) 53 autoparkeerplaatsen nodig (met een aanwezigheidspercentage van 100% op het drukste moment).
In totaal zijn (zonder saldering van de functie werken) 74 autoparkeerplaatsen nodig en 64 autoparkeerplaatsen met toepassing van de aanwezigheidspercentages. Dit is het uitgangspunt voor het maatwerkkader op basis van de Nota Parkeernormering 2021. In de Nota Parkeernormering 2021 heeft de gemeente reductiefactoren op de parkeernorm beschreven op basis waarvan voor nieuwe ontwikkelingen een parkeerbalans op maat gemaakt kan worden.
locatie: Het Middengebied bevindt zich op circa 400 tot 800 meter van het Centraal Station 's-Hertogenbosch. Dit levert een reductie op van 15% op de parkeernorm voor de functies wonen en werken. Dit leidt tot een reductie van 11 autoparkeerplaatsen. parkeersituatie (ruimtelijke inrichting): De ligging van de ingang van de parkeerkelder op 50 tot 200 meter van de (woon-werk)woningen levert een reductie op van 5% voor de functie wonen. Dit leidt tot een reductie van 1 autoparkeerplaats. deelauto's: Er is - na salderen - geen extra parkeerbehoefte. Daarom is er ook geen reductie voor de eventuele inzet van deelauto’s.
Als conform het beleidskader in de Nota Parkeernormering 2021 wel rekening wordt gehouden met saldering voor de functie werken, naast de parkeernormen, de aanwezigheidspercentages en de reductiefactoren, dan bedraagt het verschil tussen de oorspronkelijke en de toekomstige parkeerbehoefte voor het autoparkeren een klein overschot van 1 parkeerplaats (zei figuur 4.7). Dit houdt in dat de huidige parkeerbehoefte voor het Middengebied groter is dan de toekomstige parkeerbehoefte, dat er voor de toekomstige situatie voldoende autoparkeergelegenheid is en dat geen parkeerplaatsen op eigen terrein hoeven te worden ontwikkeld.
47
op basis van reductieparkeernormen factoren aantal autoparkeerplaatsen
74
reductie (aanwezigheidspercentages) -12
saldering
-10
totaal
-53
-1
figuur 4.7: parkeerbalans Middengebied Gasthuiskwartier
Toetsing: verkeer Het gebied ligt in een autoluw gebied. Langs het projectgebied lopen de Tolbrugstraat en het Burgemeester Loeffplein. Deze straten zijn belangrijke invalswegen voor de binnenstad. Ze geven ook toegang tot diverse parkeergarages, onder andere de parkeergarage Tolbrug en de parkeergarage Arena.
De bezoekers en gebruikers van de kantoren en horeca kunnen van deze garages (en andere parkeercapaciteit in de omgeving) gebruik maken. De bezettingsgraad van de parkeergarage Tolbrug is in de afgelopen jaren laag (circa 20% met pieken in de weekenden). Bezoekers en gebruikers van de kantoren en horeca, met het drukste moment op een werkdagochtend en -middag, kunnen dan ook gebruik maken van deze parkeergarage zonder dat de capaciteit onder druk komt te staan. De toegang tot de parkeergarage van het Gasthuiskwartier bevindt zich aan de Nieuwstraat. Hiervan kunnen de bewoners van het Middengebied gebruik maken (zie toetsing parkeren).
Alle winkels en voorzieningen in de brede binnenstad zijn lopend of fietsend goed te bereiken. Dat geldt ook voor het Middengebied. Hiervoor kan gebruik gemaakt worden van de fijnmazige wegen- en padenstructuur, met daarin onder andere de Tolbrugstraat en het Burgemeester Loeffplein en ook de nieuwe Chirurgijnstraat.
Het projectgebied is goed bereikbaar met het openbaar vervoer. Aan de Zuid-Willemsvaart ligt een bushalte. Deze wordt bediend door diverse (lokale) buslijnen. In ieder geval zijn er goede verbindingen met het Centraal Station 's-Hertogenbosch dat zich op circa 800 meter loopafstand van het projectgebied bevindt.
Conclusie De aspecten verkeer en parkeren vormen geen belemmering voor de ontwikkeling.
4.8.
Geluid
Beleid en normstelling Langs alle wegen - met uitzondering van 30 km/u-wegen en woonerven - bevinden zich op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidszones waarbinnen de geluidhinder vanwege de weg getoetst moet worden. De breedte van de geluidszone is afhankelijk van het aantal rijstroken en van binnen- of buitenstedelijke ligging.
48
Onderzoek en conclusie Op de Zuid-Willemsvaart geldt een 50 km/h-regime. Dat betekent dat hiervoor een geluidzone geldt. Deze zone heeft een breedte van 250 meter. Het projectgebied ligt in deze geluidzone. De bebouwing ten noorden van de Chirurgijnstraat krijgt echter een grotere bouwhoogte dan de bebouwing in het projectgebied die daardoor afschermend zal werken. Het geluid van wegverkeer wordt dan ook voor het overgrote deel tegengehouden door de omliggende bebouwing.
De overige wegen in de omgeving hebben een snelheidsregime van 30 km/h. Hiervoor geldt geen geluidzone. Bovendien wordt de directe omgeving van het projectgebied autovrij gemaakt. In het kader van de aanvraag om omgevingsvergunning wordt uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening en de eisen van het Bouwbesluit de geluidbelasting vanwege de omliggende wegen meegenomen in de bouwkundige uitwerking. Daarbij wordt ook rekening gehouden met het geluid van de Tolbrugstraat dat nabij het Mariapaviljoen het gebied instraalt. Het aspect wegverkeerslawaai vormt derhalve geen belemmering voor de ontwikkeling.
4.9.
Water
Beleid en normstelling Water is een steeds belangrijker element in de ruimtelijke ordening, dat zowel voor bepaalde beperkingen als bepaalde kansen kan zorgen. Integraal waterbeheer beoogt een robuust en veerkrachtig, dus klimaatbestendig watersysteem, waarbij functies en beleving zoveel mogelijk worden gecombineerd (natuur, groen, energie, klimaat).
De belangrijkste uitgangspunten van het waterschap Aa en Maas zijn:
wateroverlastvrij bestemmen: locatiekeuze voor hoog en droog, eventueel compenseren/ mitigeren; gescheiden houden van vuil water en schoon hemelwater; doorlopen van afwegingsstappen: hergebruik, infiltratie, buffering, afvoer; hydrologisch neutraal ontwikkelen: hydrologische situatie moet minimaal gelijk blijven dus de natuurlijke grondwaterstand mag niet verlaagd worden en afvoer mag niet toenemen; water als kans: zoeken naar meerwaarde bij ontwikkeling watertoepassingen (m.n. beleving); meervoudig ruimtegebruik: ontwikkeling voor natuur, recreatie etc.; voorkomen van vervuiling: bron-aanpak bij mogelijke bronnen van verontreiniging; waterschapsbelangen: ruimteclaims voor waterberging, aanwezigheid van watersystemen, keringen e.d.
Onderzoek en conclusie In de watertoets wordt ingegaan op het effect van het project op oppervlaktewater en watersystemen.
Oppervlaktewater en watersystemen In het projectgebied is geen open water aanwezig. De ontwikkeling maakt geen deel uit van een waterkering. Wel blijkt uit de legger van het waterschap Aa en Maas dat langs het projectgebied een A-watergang in een duiker ligt. Dit is de voormalige Binnendieze. Langs deze watergang ligt een beperkte beschermingszone. De ontwikkelingen in het projectgebied hebben geen invloed op deze zone.
49
figuur 4.8: uitsnede legger waterschap Aa en Maas
Afvalwater (riolering) Alle gebouwen worden aangesloten op het gescheiden rioolstelsel dat in het gebied aangelegd is. Het schoon- en vuil water wordt gescheiden, waarbij het schoon water elders geïnfiltreerd kan worden.
Hemelwater In de huidige situatie is het projectgebied grotendeels verhard. Als gevolg van de herinrichting van de openbare ruimte neemt de verharding in het projectgebied af (zie ook paragraaf 4.12). Voor de infiltratie van (schoon) hemelwater is het waterhuishoudkundig plan van het Gasthuiskwartier van toepassing: het waterschap Aa en Maas en de gemeente 's-Hertogenbosch hebben voor het hele terrein van het Gasthuiskwartier een gezamenlijk en integraal waterhuishoudkundig plan opgesteld. Dit plan is als bijlage 10 bij deze ruimtelijke onderbouwing opgenomen.
In het waterhuishoudkundig plan is de toepassing van de bergingsopgave voor het gehele gebied bezien op (her)gebruik van hemelwater en de toepassing van vegetatiedaken/berging op daken en op ondergrondse en bovengrondse berging. De belangrijkste toepassing is gevonden in een ondergrondse berging in de wegfundering met aansluitingen op de Zuid-Willemsvaart en later de Binnendieze (het zgn. aquaflow-systeem). Het waterschap heeft hiervoor reeds een vergunning afgegeven. Vergunningaanvragen zullen worden beoordeeld aan de hand van het waterhuishoudkundig plan. 50
Conclusie De concept-ruimtelijke onderbouwing is in het kader van het wettelijk vooroverleg beoordeeld door het waterschap Aa en Maas (zie paragraaf 5.2). Naar aanleiding van deze beoordeling is geconcludeerd dat er geen opmerkingen zijn: de waterbelangen zijn op een goede wijze verwerkt; de watervergunning is al verleend (zie boven). Het aspect water vormt geen belemmering voor het project.
4.10. Externe veiligheid Beleid en normstelling Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk:
bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid; vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen.
Voor zowel bedrijvigheid als vervoer van gevaarlijke stoffen zijn twee aspecten van belang, te weten het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval, indien hij zich onafgebroken (dat wil zeggen 24 uur per dag gedurende het hele jaar) en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting dan wel infrastructuur. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. De norm voor het GR is een oriëntatiewaarde. Het bevoegd gezag heeft een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde wordt overschreden.
Onderzoek en conclusie In en nabij het projectgebied zijn geen risicovolle inrichtingen aanwezig. Tevens vindt in en nabij het projectgebied geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over de weg, water, spoor of door buisleidingen. Het aspect externe veiligheid is geen belemmering voor het project.
4.11. Bedrijven en milieuzonering Beleid en normstelling Bij de bestemming van bedrijfsactiviteiten moet rekening worden gehouden met de milieuzonering van die bedrijfsactiviteiten. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (2009) die per bedrijfssoort aangeeft van welke milieu-invloed (in de vorm van geur, stof, geluid en gevaar) kan worden uitgegaan en met welke indicatieve (richt)afstand tussen een bedrijf en een rustige woonwijk rekening moet worden gehouden. Voor gebieden met functiemenging (stadscentra, winkelcentra, woonwerkgebieden met kleinschalige vooral ambachtelijke bedrijvigheid, gebieden langs stadstoegangswegen met meerdere functies) reikt de brochure een afzonderlijke staat van bedrijfsactiviteiten aan waarin is vermeld welke bedrijfsactiviteiten uit het oogpunt van hinder en gevaar goed inpasbaar zijn in gebieden met functiemenging, mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. De staat van bedrijfsactiviteiten bij functiemenging gaat uit van drie categorieën:
categorie A: betreft activiteiten die zo weinig milieubelastend voor hun omgeving zijn dat deze aanpandig aan woningen kunnen worden uitgevoerd. De eisen uit het Bouwbesluit voor scheiding tussen wonen en bedrijven zijn daarbij toereikend; categorie B: betreft activiteiten die in gemengd gebied kunnen worden uitgeoefend, echter met een zodanige milieubelasting voor hun omgeving dat zij bouwkundig afgescheiden van woningen en andere gevoelige functies dienen plaats te vinden; 51
categorie C: betreft activiteiten zoals genoemd onder B waarbij vanwege de relatief grote verkeersaantrekkende werking een ontsluiting op de hoofdinfrastructuur is aangewezen.
Bovenal gelden voor bedrijfsactiviteiten diverse milieuregels en -normen conform het Activiteitenbesluit om hinder en milieugevaar in de omgeving te voorkomen. Deze regels zijn direct werkend en bedrijven zijn verplicht hieraan te voldoen.
Onderzoek en conclusie De ontwikkeling bestaat uit de realisatie van een gemengd gebied in de binnenstad van 's-Hertogenbosch. Het is een ontwikkeling waar werken en wonen door elkaar voorkomen. In het gebied komt tevens ondersteunende horeca. Dergelijke functies zijn passend in een binnenstad. De omgeving kan dan ook worden gezien als gemengd gebied, waar diverse functies naast en door elkaar voorkomen. Het projectgebied ligt direct naast het Burgemeester Loeffplein, een belangrijke winkelstraat van 's-Hertogenbosch.
De werkplekken richten zich op kantoorgebruik. Uitgangspunt is een metrage van circa 5.600 m² bvo, naast circa 350 m² bvo multifunctionele ruimte in de kapel, voor onder andere lezingen, presentaties, vergaderingen, cursussen en trainingen, ook op het gebied van sport, spel, yoga et cetera. Een deel van deze ruimte voor werken kan eventueel worden ingevuld met kleinschalige maatschappelijke en dienstverlenende functies, zoals een praktijkruimte of een fitnessruimte. Er zal geen productie plaatsvinden. Er is dan ook sprake van bedrijfsactiviteiten die aanpandig aan woningen mogelijk zijn (categorie A).
Een van de kleinschalige maatschappelijke functies kan een kinderdagverblijf zijn, tot circa 260 m2. De vestiging van een kinderdagverblijf binnen het metrage voor werken is beginsel mogelijk maar is in de eerste plaats afhankelijk van de eisen van de Wet kinderdagopvang (onder meer op het gebied van voldoende buitenruimte per kind) en het Bouwbesluit (onder meer op het gebied van brandveilig gebruik). In de tweede plaats moet worden beoordeeld of halen en brengen van de kinderen ruimtelijk kan worden ingepast, in het bijzonder uit het oogpunt van verkeer en parkeren en milieuzonering. Gelet op het verwacht beperkt gebruik van de auto en de verwachting dat vooral werkers uit het gebied zelf van het kinderdagverblijf gebruik zullen maken, is een beperkte haal- en brenglocatie in het autoluw Middengebied of aan de rand ervan mogelijk. Een kinderdagverblijf geldt in een gemengd gebied als een bedrijf in categorie B. Dit betekent dat het, met name vanwege geluid, bouwkundig afgescheiden van woningen en andere gevoelige functies moet zijn.
In het project wordt op drie locaties horeca mogelijk gemaakt:
De horeca in het nieuwe horecapaviljoen en in de kapel valt onder categorie 2 (restaurants) en/of 3 (daghoreca). De horeca in het Stergebouw is overdag en aan het begin van de avond open en valt onder categorie 3 (daghoreca); De horeca in het Mariapaviljoen is, net als in de bestaande situatie, een restaurant, ook in de avonduren open en valt onder categorie 2 (restaurants) en/of 3 (daghoreca).
De kapel heeft als hoofdfunctie horeca en zal daarnaast in relatie tot het flexibele werkconcept multifunctioneel gebruikt worden voor onder andere lezingen, presentaties, vergaderingen, cursussen en trainingen, ook op het gebied van sport, spel, yoga et cetera. Door aaneenschakeling van het nieuwe horecapaviljoen en de kapel ontstaat de mogelijkheid om grotere bijeenkomsten te organiseren. Dit past in het werkconcept dat ook zo kansen biedt om elkaar te ontmoeten. Ook deze grotere bijeenkomsten zijn passend binnen de horecacategorieën conform de Horecavisie 's-Hertogenbosch (zie paragraaf 3.3.3) en binnen de regels voor openings- en sluitingstijden die de Horecaverordening 's-Hertogenbosch 2017 stelt aan horecabedrijven.
52
Aan de zuidzijde staat een parkeergarage. Omdat de afstand tussen de nieuwe woningen in het projectgebied en deze parkeergarage in dit gemengd gebied voldoende groot is, wordt geen onevenredige hinder ten gevolge van deze garage verwacht: er wordt voldaan aan de richtafstand.
Het aspect milieuzonering is geen belemmering voor het project, met inachtneming van de eisen uit het Bouwbesluit voor (bouwkundige) scheiding tussen wonen en horeca aan de ene kant en de eisen uit het Activiteitenbesluit aan de andere kant.
4.12. Duurzaamheid, bomen en groen Beleid en normstelling In de visie Duurzaam 's-Hertogenbosch (2019) is een gezonde, groene en klimaatbestendige leefomgeving in 2050 als ambitie gesteld. Daarbij wonen de inwoners van 's-Hertogenbosch in een aantrekkelijke, leefbare en groene gemeente met schone lucht. De gemeente biedt een veilige plek voor haar inwoners, ondanks veranderingen in het klimaat met extreme regenbuien en hete zomers.
In het beleidsplan 's-Hertogenbosch Groen en Klimaatbestendig (2021) is uitgangspunt om 's-Hertogenbosch beter bestand maken tegen de gevolgen van klimaatverandering. Daarbij wordt ingezet op een groene en klimaatbestendige inrichting van de stad, wijken en dorpen. s-Hertogenbosch is een groene stad, die zelf wateroverlast en hitte kan opvangen en waar natuurlijk groen dichtbij is. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt de aanleg van groen en natuurinclusief bouwen daarom gestimuleerd.
Op 9 maart 2021 heeft de gemeenteraad van 's-Hertogenbosch de 'Verordening Bomen, Water en Groen 's-Hertogenbosch 2021' vastgesteld. Deze verordening bestaat uit een drietal onderdelen, namelijk bomen, water en groen en behoort bij de beleidsplan ’s-Hertogenbosch Groen en Klimaatbestendig. In de verordening worden regels gesteld over het vellen van houtopstanden (bomen), het lozen van hemelwater en grondwater en het realiseren van groen. Het doel van het stellen van de regels in deze verordening is het beperken van de gevolgen van klimaatverandering. Door de gevolgen van klimaatverandering wordt de gemeente ’s-Hertogenbosch namelijk kwetsbaarder voor verdroging, extreme hitte en extreme neerslag. Verder is sprake van achteruitgang van de biodiversiteit. Ook is het doel van het stellen van de regels in deze verordening het beschermen van bepaalde categorieën houtopstanden, die voor de gemeente van belang zijn. Met de regels in deze verordening kunnen de gevolgen van klimaatverandering beter worden opgevangen en wordt een meer groene en blauwe inrichting van de stad, wijken en dorpen juridisch ook geborgd.
Onderzoek en conclusie
Duurzaam bouwen De ambitie voor het nieuwe Oostpaviljoen is een Bijna Energie Neutraal Gebouw (BENG). Waar mogelijk wordt binnen de historische binnenstad ook gebruik gemaakt van zonnepanelen. Ook voor de bestaande gebouwen wordt ingestoken op een zo duurzaam mogelijke uitvoering. Dat betekent dat deze extra geïsoleerd zullen worden en dat ernaar wordt gestreefd om de bestaande gebouwen gasloos te maken, rekening houdend met de (thermische) mogelijkheden van deze rijksmonumenten. Hiermee wordt concreet invulling gegeven aan de gemeentelijke duurzaamheidsambities.
53
Bomen Wat bomen (houtopstanden) betreft is aangesloten bij het Bomenbeleidsplan 2017. Bomen dragen bij aan een betere wateropvang, leveren schaduw, een hogere luchtvochtigheid en dragen daarmee bij aan verkoeling. Ook dragen bomen bij aan een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving en zijn bepaalde houtopstanden waardevol voor onze leefomgeving. Daarom zijn in de verordening regels opgenomen om bepaalde categorieën houtopstanden te beschermen. Voor deze categorieën houtopstanden geldt onder meer een vergunningplicht. Zonder een vergunning mogen deze houtopstanden niet worden geveld.
In het kader van de herontwikkeling van het Gasthuiskwartier is in 2018 voor het hele zuidelijk deel een bomeninventarisatie gedaan. Deze inventarisatie is als bijlage 11 bij deze ruimtelijke onderbouwing opgenomen. Als gevolg van de herontwikkeling van bestaande bebouwing, nieuwbouw van een entreegebouw aan het Stergebouw, een horecapaviljoen aan het Zusterhuis, een serre aan het Stergebouw en nieuwbouw van een woon-/werkgebouw hoeven geen bomen te wijken. Bij de inrichting van de openbare ruimte (zie paragraaf 2.4) kunnen de bestaande bomen behouden blijven.
Water Het aspect Water is ook van belang uit het oogpunt van klimaatadaptatie en leefomgevingskwaliteit. Wat betreft het onderdeel water zijn in de 'Verordening Bomen, Water en Groen 's-Hertogenbosch 2021' regels opgenomen voor het lozen van grondwater en hemelwater. Door klimaatverandering neemt de kans op onder andere wateroverlast en overstromingen door extreme neerslag toe, maar ook de kans op langdurige periodes van droogte. Om wateroverlast door extreme neerslag te voorkomen en verdroging tegen te gaan is het onder meer van belang dat voldoende waterberging op eigen terrein wordt gerealiseerd. Daarom is in deze verordening onder meer de verplichting opgenomen om hemelwater op eigen terrein te verwerken, waarbij een hemelwaterbergingsvoorziening met een bepaalde capaciteit moet worden gerealiseerd.
In paragraaf 4.9 is verantwoord dat in de herontwikkeling van het Gasthuiskwartier in zijn geheel in voldoende waterberging wordt voorzien. Ook voor het projectgebied is met het gezamenlijk en integraal waterhuishoudkundig plan voor het Gasthuiskwartier voorzien in een hemelwaterbergingsvoorziening met voldoende capaciteit. In haar vooroverlegreactie concludeert het waterschap Aa en Maas naar aanleiding van de beoordeling van de (concept-)ruimtelijke onderbouwing dat er geen opmerkingen zijn.
Groen Wat betreft het onderdeel groen is in de verordening per gebied een groennorm vastgelegd. Groen biedt een oplossing voor het extremer weer: het zorgt voor verkoeling door betere wateropvang en het leveren van schaduw en een hogere luchtvochtigheid. Ook draagt groen bij aan een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving. Het doel van het opnemen van een groennorm in deze verordening is om te komen tot een klimaatadaptieve, biodiverse en groene omgeving.
Conform de verordening is het verboden meer dan 500 m2 nieuwe verharding te realiseren zonder daarbij te voldoen aan de groennorm die geldt voor een bepaald gebied en aan de minimale kwalitatieve biodiversiteitscore. Omdat in dit project sprake is van een afname van de verharding is de groennorm formeel niet aan de orde. Bij de inrichting van de openbare ruimte (zie paragraaf 2.4) wordt niettemin wel rekening gehouden met groen, biodiversiteit en klimaatadaptatie. De bestaande bomen in het gebied krijgen een nieuwe betekenis bij de vergroening van het gebied. Uitzicht op groen heeft een positieve invloed op de gezondheid. Bovendien nodigen groene ruimten uit tot beweging, wat positief bijdraagt aan de (geestelijke) gezondheid. Het vergroenen van het gebied draagt ook bij aan de biodiversiteit: verschillende planten- en diersoorten kunnen een plek vinden in het gebied. De ontwikkeling leidt wat dat betreft tot een verbetering.
54
Door deze vergroening wordt ook bijgedragen aan het tegengaan van hittestress in het gebied. In de bestaande situatie ontstaat in de binnenstad van 's-Hertogenbosch een stedelijk hitte-eiland. In het projectgebied is sprake van een temperatuursverhoging van 1,6 tot 1,8 oC. Noordwestelijk hiervan is dit effect nog groter. Het toevoegen van groen kan bijdragen aan het tegengaan van dit effect. Daarmee zal het vergroenen van het gebied een positieve bijdrage leveren aan de hittestress in het gebied. Dit heeft een positieve bijdrage op de omgevingskwaliteit in het gebied: de verblijfskwaliteit zal verbeteren, wat bijdraagt aan een gezondere leefomgeving.
figuur 4.9: hittekaart projectgebied (bron: klimaateffectatlas.nl)
55
Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid 5.1.
Financiële uitvoerbaarheid
Artikel 6.12 Wro verplicht de gemeenteraad, in dit geval gedelegeerd aan het college, een exploitatieplan vast te stellen voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen, tenzij kostenverhaal verzekerd is.
In verband met de ontwikkeling van het Gasthuiskwartier zijn afspraken over onder meer kostenverhaal gemaakt met VOF Gasthuiskwartier (hierna: de VOF) in de Samenwerkingsovereenkomst die in 2016 tussen gemeente 's-Hertogenbosch en VOF tot stand is gekomen. Met toestemming van de gemeente heeft de VOF vervolgens de herontwikkeling van dit deel van het Gasthuiskwartier overgedragen aan de huidige initiatiefnemer. Daarbij is uitdrukkelijk bedongen dat de initiatiefnemer ten aanzien van die projecten alle rechten en verplichtingen uit de Samenwerkingsovereenkomst van de VOF jegens de gemeente overneemt en daarmee in de plaats treedt van de VOF en dat waar de plannen afwijken van de Samenwerkingsovereenkomst aanvullende afspraken worden gemaakt. Met inachtneming van (de rechten en) verplichtingen uit de Samenwerkingsovereenkomst en de eventuele aanvullende afspraken in verband met dit project, zal ook het kostenverhaal anderszins verzekerd zijn en is een exploitatieplan niet nodig.
5.2.
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Omgevingsdialoog In een ruimtelijk plan of project moet op grond van artikel 3.1.6 onder e van de Bro ook de wijze worden beschreven waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding zijn betrokken. Gemeente 's-Hertogenbosch vraagt initiatiefnemers om voorafgaand aan de juridisch-planologische procedure een Omgevingsdialoog te voeren. Ze heeft daartoe een handreiking opgesteld aan de hand waarvan initiatiefnemers deze dialoog kunnen voeren. Als de omgevingsdialoog goed is gevoerd, biedt de gemeentelijke inspraakverordening de mogelijkheid om de inspraakprocedure over te slaan. Met de omgeving is een omgevingsdialoog gevoerd. Het verslag van omgevingsdialoog wordt bij het (ontwerp)besluit opgenomen.
56
Wettelijk vooroverleg In het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro wordt het ontwerp voorafgaand aan de terinzagelegging ervan in concept toegezonden aan 'de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn.'.
De concept-ruimtelijke onderbouwing is in het kader van het wettelijk vooroverleg beoordeeld door het Waterschap Aa en Maas. Naar aanleiding van deze beoordeling is geconcludeerd dat er geen opmerkingen zijn: de waterbelangen zijn op een goede wijze verwerkt; de watervergunning is al verleend. Provincie Noord-Brabant heeft aangegeven dat er vanuit provinciaal belang geen bezwaren zijn tegen de voorgenomen ontwikkeling.
57