CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1a Ontwerpbestemmingsplan Kanaalpark Burgemeester Jonkheer von Heijdenlaan 8 toelichting en regels

Gemeenteraad 10 oktober 2023, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Ontwerpbestemmingsplan Kanaalpark Burgemeester Jonkheer Von Heijdenlaan 821.140 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

's-Hertogenbosch

OntwerpBestemmingsplan Kanaalpark Burgemeester Jonkheer von Heijdenlaan 8

's-Hertogenbosch

Bestemmingsplan Kanaalpark Burgemeester Jonkheer von Heijdenlaan 8 ontwerp

september 2023

Inhoudsopgave Toelichting

Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3 Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 Hoofdstuk 4 4.1

4.2 4.3

4.4 Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3

5.4

5.5 5.6 5.7

Inleiding Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Leeswijzer Huidige situatie Beschrijving locatie en ligging in de gemeente Bestaande ruimtelijke en functionele structuur Geldend bestemmingsplan Planbeschrijving Voorgenomen bebouwing Voorgenomen gebruik Verkeer en parkeren 3.3.1 Verkeer 3.3.2 Parkeren Beleidskader Rijksbeleid 4.1.1 Nationale Omgevingsvisie 4.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking 4.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Provinciaal beleid 4.2.1 Brabantse Omgevingsvisie 4.2.2 Interim omgevingsverordening Noord Brabant Gemeentelijk beleid 4.3.1 Structuurvisie 4.3.2 Rood voor Groen in het Kanaalpark 4.3.3 Woonagenda 2017/2018 4.3.4 Welstand 4.3.5 Nota Duurzaamheid 4.3.6 Bomen Conclusie beleidskader Planologische en milieutechnische aspecten Inleiding Stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing Milieuaspecten 5.3.1 Bedrijven en milieuzonering 5.3.2 Geluid 5.3.3 Trillingen 5.3.4 Externe Veiligheid 5.3.5 Luchtkwaliteit 5.3.6 Bodem 5.3.7 Geur 5.3.8 Gezondheid Water 5.4.1 Beleid waterschap Aa en Maas 5.4.2 Beleid gemeente ’s-Hertogenbosch 5.4.3 Hemelwater 5.4.4 Afvalwater 5.4.5 Conclusie Waterparagraaf Duurzaamheid Milieueffectrapportage Ecologie 5.7.1 Toetsingskader 5.7.2 Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid 3

5

7 7 7 8 9 9 10 13 15 15 16 16 16 16 19 19 19 20 20 21 21 21 26 26 26 26 27 27 27 28 29 29 29 31 31 32 32 33 34 37 37 38 38 38 38 39 39 39 40 40 41 41 41

5.8 Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3

Hoofdstuk 7 Hoofdstuk 8 8.1 8.2

8.3 8.4

5.7.3 Soortenbescherming 5.7.4 Gebiedsbescherming vanuit de Wet natuurbescherming Archeologie en cultuurhistorie 5.8.1 Archeologie 5.8.2 Cultuurhistorie Juridisch-bestuurlijke aspecten Planmethode Verbeelding Regels 6.3.1 Inleidende regels 6.3.2 Bestemmingsregels 6.3.3 Algemene regels 6.3.4 Overgangs- en slotregels Financiële haalbaarheid Maatschappelijke haalbaarheid Omgevingsdialoog Vooroverleg 8.2.1 Inleiding 8.2.2 Vooroverleg reactie provincie 8.2.3 Vooroverleg reactie waterschap 8.2.4 Conclusie Vooroverleg Ontwerp bestemmingsplan fase Conclusie maatschappelijke haalbaarheid

Bijlagen bij Toelichting

Bijlage 1 Landschappelijk Inpassingsplan Burgemeester Jhr. Von Heijdenlaan (ong.) Rosmalen Bijlage 2 Berekening Landschapsinvesteringen woning Burgemeester Jonkheer Von Heijdenlaan 8 Bijlage 3 Akoestisch onderzoek Burgemeester Jhr Von Heijdenlaan Bijlage 4 Verkennend bodemonderzoek Burgemeester Jhr Von Heijdenlaan 8 Bijlage 5 Quickscan Natuur Burgemeester Jhr. Von Heijdenlaan 8 Bijlage 6 Stikstofberekening Burgemeester Jhr. Von Heijdenlaan 8 Bijlage 7 Archeologisch onderzoek Burgemeester Jhr. Von Heijdenlaan 8 Bijlage 8 Eindverslag omgevingsdialoog

42 42 43 43 44 47 47 47 47 47 48 48 48 49 51 51 51 51 52 53 53 53 53

55 57 59 61 63 65 67 69 71

Regels

73

Bijlage bij Regels

97

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Natuur Artikel 4 Wonen Artikel 5 Waarde - Archeologie 1 Artikel 6 Waarde - Groenblauwe mantel Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 7 Anti-dubbeltelregel Artikel 8 Algemene bouwregels Artikel 9 Algemene gebruiksregels Artikel 10 Algemene afwijkingsregels Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 11 Overgangsrecht Artikel 12 Slotregel Bijlage 1 Rosmalen

4

Landschappelijk Inpassingsplan Burgemeester Jhr. Von Heijdenlaan (ong.)

75 75 80 81 81 83 87 89 91 91 92 93 94 95 95 96

99

Toelichting

5

6

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1

Aanleiding

De initiatiefnemer heeft het voornemen om aan de Burgemeester Jonkheer von Heijdenlaan in Rosmalen (gemeente ’s-Hertogenbosch) een nieuwe vrijstaande woning te bouwen. In het vigerende bestemmingsplan ‘Kanaalpark’ (2013) heeft het plangebied de bestemming ‘Wonen – 2’. Op de gronden waar initiatiefnemers de woning willen bouwen is geen bouwvlak opgenomen. Het bouwplan is op basis van het vigerende bestemmingsplan daarom niet mogelijk.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

De locatie waarop de woning is gepland ligt tussen het Kanaalpark en de woonbebouwing aan de Burgemeester Mazairaclaan. Het ligt aan de doodlopende weg Burgemeester Jonkheer Von Heijdenlaan die loopt van de Burgemeester Mazairaclaan naar het Paulinapad langs het Maximakanaal. Ten westen van het plangebied stroomt de Rosmalense Aa. Langs de Rosmalense Aa ligt een ecologische verbindingszone.

Fig. 1.1: luchtfoto plangebied aan de Burgemeester Jonkheer Von Heijdenlaan

7

Fig. 1.2: luchtfoto van het plangebied in het Kanaalpark waar de kwaliteitsbijdragen plaatsvindt door bestemmingwijziging van "Agrarisch met waarde" naar "Natuur".

1.3

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt de huidige en de toekomstige situatie van het plangebied beschreven. Het beleidskader dat van toepassing is op de locatie en het initiatief is opgenomen in hoofdstuk 3. Aan de hand van de omschrijving van de planologische en milieuhygiënische aspecten ter plaatse en in de directe omgeving van het plangebied wordt in hoofdstuk 4 de toelaatbaarheid van het initiatief geschetst. De juridisch bestuurlijke aspecten zijn terug te vinden in hoofdstuk 5 en de financiële haalbaarheid en de te doorlopen procedure van het initiatief komen in de hoofdstukken 6 en 7 aan de orde.

8

Hoofdstuk 2 Huidige situatie 2.1

Beschrijving locatie en ligging in de gemeente

De locatie waar de voorgenomen woning is gepland ligt aan de westelijke rand van de kern Rosmalen, aan de zuidzijde van de Burgemeester Jonkheer von Heijdenlaan. Het perceel is kadastraal bekend als gemeente Rosmalen, sectie I, nummers 5899, 5663 en 5664 (alle gedeeltelijk) en het plangebied heeft een oppervlakte van 915 m2. De noodzakelijke kwaliteitsbijdragen vinden plaats op locaties binnen het Kanaalpark ten noorden van de Bruistensingel. Het betreft hier de percelen Rosmalen sectie H 4804 (geheel), 6118 (gedeeltelijk), 6422 (gedeeltelijk) en 6428 (gedeeltelijk). Figuur 2.1 geeft de ligging van de locaties weer, waar de voorgenomen woning en locaties waar de kwaliteitsbijdragen zijn gepland binnen de gemeente.

Fig. 2.1: ligging plangebied in de gemeente, locatie kwaliteitsbijdragen, locatie voorgenomen woning

9

De locaties waar de kwaliteitsbijdrage voor de woning plaatsvindt liggen allebij in het Kanaalpark. Het betreffen percelen met de bestemming "Agrarisch met waarden". In dit bestemmingsplan wordt deze bestemming omgezet naar "Natuur".

2.2

Bestaande ruimtelijke en functionele structuur

De locatie waar de woning is gepland ligt aan de zuidzijde van een doodlopende weg de Burgemeester Jonkheer Von Heijdenlaan). Het is gesitueerd naast en tegenover bestaande bebouwing aan deze weg en achter de bebouwing aan de Burgemeester Mazairaclaan. De Burgemeester Jonkheer von Heijdenlaan is een rustige doodlopende weg tussen de Burgemeester Mazairaclaan en het Maximakanaal. Aan de met klinkers verharde weg bevinden zich enkele vrijstaande woningen met bijgebouwen op ruime kavels met groene elementen. De aanwezige woningen kennen een grote diversiteit in bouwjaar en verschijningsvorm. Fig. 4 en fig. 5 geven een beeld van de ruimtelijke structuur.

Fig. 2.2: straatbeeld Burgemeester Jonkheer Von Heijdenlaan. Het plangebied ligt ter hoogte van de bomen. De functionele structuur van het plangebied en directe omgeving wordt gekenmerkt door woonfuncties. Op wat grotere afstand van het plangebied bevindt zich hoofdinfrastructuur. Het plangebied is gelegen aan de westelijke rand van de kern Rosmalen. Direct ten oosten bevindt zich de kern van Rosmalen en ten westen is op circa 50 meter het Maximakanaal gelegen en op circa 400 meter autosnelweg A2. Ten noorden bevindt zich de spoorlijn ‘s-Hertogenbosch – Nijmegen. Dit deel van het plangebied is momenteel in gebruik als tuin en erf bij de woning gelegen aan de Burgemeester Jonkheer von Heijdenlaan 6. Binnen dit deel is momenteel geen bebouwing aanwezig. Aan de west zijde grenst het perceel aan de ecologische verbindingszone (NNB) langs Rosmalense Aa. In dit plan het gedeelte dat al de bestemming "Natuur" meegenomen. Dit deel zal worden ingericht als natuur.

10

Fig. 2.3: foto in vogelvlucht naar het noorden van het plangebied aan de Burgemeester Jonkheer Von Heijdenlaan. Ook de delen van het plangebied waar de kwaliteitsbijdragen zullen plaatsvinden, liggen in het Kanaalpark. De percelen 4725 (ged.) en H 6422 (ged.) liggen ten noorden van het Hooghemaal. De percelen H 6118 (ged.) en 6428 (ged.) liggen zuidelijker tussen het Hooghemaal en de Intratuin. Alle percelen sluiten aan de ecologische verbindingszone (NNB) langs de Rosmalense Aa. Een groot deel van de terreinen is al ingericht als natuur. Deze inrichting is echter nog niet planologisch juridisch beschermd. Perceel H 4725 (ged.) wordt nog agrarisch gebruikt en is ook nog als zodanig bestemd. De bedoeling is dat dit gebruik wordt beëindigd en dit perceel ook met een kruiden- en faunarijk grasland wordt ingericht met extensieve begrazing omzoomd met een houtwal. In het onderliggend bestemmingsplan krijgt alle percelen die als kwaliteitsbijdrage in het plan worden aangedragen ook bestemming 'Natuur.'

Fig. 2.4: foto in vogelvlucht naar het noorden van het perceel Rosmalen sectie H nummer 4725 (ged.)

11

Fig. 2.5: foto in vogelvlucht naar het noorden van de percelen Rosmalen sectie H nummer 6422 (ged.)

Fig. 2.6: foto in vogelvlucht naar het noorden van de percelen Rosmalen sectie H 6118 (ged.) en 6428 (ged.)

12

2.3

Geldend bestemmingsplan

Het plangebied ligt in het bestemmingsplan Kanaalpark. De locatie waar de woning op is gepland heeft de "Enkelbestemming Wonen-2" met de dubbelbestemmingen "Waarde archeologie - 1" en "Waarde - Groen blauwe mantel". Het westelijk deel van het perceel waar de woning is gepland heeft de bestemming "Natuur". De voor ‘Wonen – 2’ aangewezen gronden zijn bestemd voor Wonen met bijgebouwen en aan de woonfunctie ondergeschikte voorzieningen, zoals parkeervoorzieningen, tuinen en erven. Het bouwen van woningen is mogelijk binnen een bouwvlak en bijgebouwen mogen worden gebouwd binnen de aanduiding ‘erfbebouwing’. De voor ‘Natuur’ aangewezen gronden zijn bestemd voor ecologische verbindingszones met waterlopen en natuurgebieden, met hieraan ondergeschikte voorzieningen. De dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 1’ beschermt de aanwezige en te verwachten archeologische waarden. De gronden waaraan de dubbelbestemming ‘Waarde – Groenblauwe mantel’ is toegekend, zijn mede bestemd voor het behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van het watersysteem en de ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken. Het bouwen van een nieuwe vrijstaande woning is mogelijk, indien op de verbeelding binnen de bestemming ‘Wonen – 2’ een bouwvlak wordt opgenomen. Om het initiatief mogelijk te maken, is een partiële herziening van het vigerende bestemmingsplan noodzakelijk.

Fig. 2.7: uitsnede bestemmingsplan locatie waar de woning is gepland De percelen waar de kwaliteitsbijdragen zijn gepland voor de woning hebben de bestemming "Agrarisch met waarde". Deze gronden mogen gebruikt worden voor agrarische doeleinden, in de vorm van agrarische bodemexploitatie. Daarnaast mag er behoud, herstel en of ontwikkelingen van landschappelijke- en natuurwaarden. Ondergeschikt mogen er paden, wegen parkeervoorzieningen, water en waterhuishoudkunidge voorzieningen en extensief medegebruik plaatsvinden. 13

Fig. 2.8: uitsnede van het bestemmingsplan waar de landschapsinvesteringen zijn gepland

14

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1

Voorgenomen bebouwing

De initiatiefnemer heeft het plan opgevat op het perceel aan de Burgemeester Jonkheer von der Heijdenlaan een nieuwe woning met bijgebouwen te realiseren. Figuur 10 geeft de beoogde toekomstige situatie weer.

Fig. 3.1: toekomstige situatie woning aan de Burgemeester Jonkheer Von Heijdenlaan

15

Voor de nieuwe woning, worden de volgende stedenbouwkundige uitgangspunten gehanteerd:       

één bouwlaag, afgedekt met een kap; de bebouwing sluit aan op de bestaande bebouwing in het lint; goothoogte van maximaal 3.50 meter; bouwhoogte van maximaal 8.50 meter; breedte woning maximaal 10 meter; inhoud maximaal 1.000 m3 (inclusief kelder); maximaal te bebouwen oppervlakte 150 m2;

Om te voorkomen dat de woning los van de bestaande bebouwing en te dicht op de natuur in het Kanaalpark komt te staan, wordt de oude grens van de NNB (NNB-lijn) als uiterste grens voor de situering van het hoofdgebouw aangehouden.

3.2

Voorgenomen gebruik

Het perceel aan de Burgemeester Jonkheer Von Heijdenlaan is in het Kanaalpark al bestemd voor wonen. Door het toevoegen van een bouwvlak kan op het perceel een woning worden gebouwd. Hiervoor is een kwaliteitsbijdrage nodig. Het deel van de woonbestemming op het perceel aan de Burgemeester Jonkheer Von Heijdenlaan dat grenst aan de ecologische verbindingszone langs de Rosmalense Aa, krijgt in dit bestemmingsplan de bestemming 'Natuur' en zal ook als zodanig worden ingericht. De percelen Rosmalen sectie H 4725 (ged.), 6118 (ged.), 6422 (ged.) en 6428 (ged.) krijgen eveneens de bestemming 'Natuur' en als kruiden- en faunarijk grasland worden ingericht. Zo wordt het perceel H 4725 (ged.) ingericht als een open kruiden- en faunarijk open grasland met extensieve begrazing omzoomd door een houtwal.

3.3

Verkeer en parkeren

3.3.1 Verkeer Het realiseren van een nieuwe woning heeft effect op het aantal verkeersbewegingen. Een woning heeft een maximale verkeersgeneratie van 7,8 motorvoertuigen per etmaal. De nieuwe woning wordt ontsloten op de Burgemeester Jonkheer von Heijdenlaan. Dit is een rustige met klinkers verharde weg die doodlopend is en daardoor alleen door bestemmingsverkeer wordt gebruikt. De Burgemeester Jonkheer von Heijdenlaan sluit aan op de Burgemeester Mazairaclaan. De bestaande infrastructuur kan het beperkt aantal aanvullende verkeersbewegingen ruimschoots verwerken. 3.3.2 Parkeren Voor ontwikkelingen op het gebied van de ruimtelijke ordening heeft de gemeente 's-Hertogenbosch een eigen parkeernormenbeleid vastgesteld. Dit beleid is vastgelegd in de Nota Parkeernormering 2021 dat de gemeenteraad op 12 oktober 2021 heeft vastgesteld. De parkeernormen zijn zijn in deze Nota aangepast, zodanig dat ze aansluiten bij de ambities van de gemeente met betrekking tot ruimtelijke ontwikkeling, bereikbaarheid en klimaat. Dit houdt in dat de parkeernormen zijn verlaagd in die gebieden waar de ruimte het meest schaars is: in de (brede) binnenstad en de schil daaromheen. De lagere parkeernormen leveren een bijdrage aan het oplossen van de verdichtingsopgave en aan het ontwikkelen van aantrekkelijke interactiemilieus.

De parkeernormen in het overige gedeelte van de gemeente zijn grotendeels hetzelfde gebleven. Hoewel de verdichtingsopgave daar minder aan de orde is, zijn ook hier opgaven om de leefbaarheid en klimaatbestendigheid van de woonwijken te verbeteren. De gemeente wil hier het gebruik van actieve en duurzame vervoersmiddelen te stimuleren, zonder sterk te sturen op het autobezit. Wel is het mogelijk om middels het maatwerkkader te kunnen afwijken van de parkeernorm, indien de initiatiefnemer dat weet te onderbouwen. Hierdoor kunnen de gemeentelijke ambities worden gerealiseerd zonder dat dit leidt tot een te hoge parkeerdruk in het openbaar gebied. Bij het toelaten van initiatieven moet inzichtelijk zijn dat in de parkeerbehoefte van auto's en fietsen voorzien kan worden. Dat moet in principe op eigen terrein. Wanneer dat niet mogelijk is en er binnen loopafstand geen parkeerruimte is kan dat leiden tot ruimtebeslag voor (meer) parkeren in de openbare ruimte. Dit ruimtebeslag mag de verkeersveiligheid en een goed woon- en leefklimaat niet aantasten. 16

Het perceel waar de woning is gepland ligt conform de Nota Parkeernormering 2021 in de zone 4a (bebouwde kom buiten de ring). Volgens de Nota ontstaat er door de aanwezigheid van de woning een behoefte aan 2 parkeerplaatsen. Zoals op figuur 5.1 staat ingetekend worden op eigen terrein twee parkeerplaatsen aangelegd. In de regels is opgenomen dat uit de aanvraag omgevingsvergunning voor de woning moet blijken dat er (conform de parkeernormering 2022) voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein zal worden aangelegd om een vergunning te kunnen krijgen. In de algemene regels staat aangegeven dat er voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein gehandhaafd moet blijven.

17

18

Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1

Rijksbeleid

4.1.1 Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de lange termijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op het moment dat die wet in werking treedt. Tot die tijd geldt de NOVI als structuurvisie onder de Wro. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. De NOVI maakt bij het maken van keuzes gebruik van drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; en 3. Afwentelen wordt voorkomen. In de NOVI zijn op hoofdlijnen de volgende keuzes gemaakt: 1. Een klimaatbestendige inrichting van Nederland, door functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) in te passen; 2. De verandering van de energievoorziening. De inpassing van duurzame energie vindt plaats met oog voor de omgevingskwaliteit; 3. De overgang naar een circulaire economie, met behoud van concurrentiekracht en een aantrekkelijk vestigingsklimaat; 4. De ontwikkeling van een goed bereikbaar netwerk van steden: het Stedelijk Netwerk Nederland; 5.

Het concentreren van logistieke functies, zodat de openheid en de kwaliteit van het landschap behouden blijft; 6. Het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied, in goed evenwicht met natuur en landschap. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe het Rijk samen met medeoverheden en de samenleving uitvoering geeft aan de NOVI. De NOVI wordt uitgewerkt in algemene rijksregels, bestuurlijke afspraken, beleidsprogramma’s, inzet van financiële middelen en kennisontwikkeling, die gebiedsgericht worden ingezet. Met het plan een nieuwe vrijstaande woning te realiseren, is sprake van een lokale ontwikkeling, waar geen nationale belangen mee gemoeid zijn, zoals verwoord in de NOVI. 19

4.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd. Artikel 3.1.6 lid 2 regelt de ladder voor duurzame verstedelijking. De ladder ondersteunt gemeenten en provincies in vraaggerichte programmering van hun grondgebied, het voorkomen van overprogrammering en de keuzes die daaruit volgen. Doel van de Ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van ruimte in stedelijke gebieden. Op 1 juli 2017 is een wijziging van de Ladder voor duurzame verstedelijking doorgevoerd. Voorheen bestond de ladder uit drie treden. Dat is nu niet meer het geval. Wel moet de behoefte voor de ontwikkeling worden beschreven, indien sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Als de ontwikkeling is voorzien buiten het bestaand stedelijk gebied, moet ook gemotiveerd worden waarom de ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd. Het toevoegen van een nieuwe woning is geen stedelijke ontwikkeling in de zin van artikel 3.1.6 lid 2 Bro. Om die reden is het niet noodzakelijk het initiatief te toetsen aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Dat wordt bevestigd door jurisprudentie, waarbij het bouwen van drie woningen niet gezien wordt als stedelijke ontwikkeling (ABRS201402621/1/R2) en de Handreiking Ladder duurzame verstedelijking.

4.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Indien nationale belangen met het oog op een goede ruimtelijke ordening dat vergen, kan de minister regels stellen aan de inhoud van bestemmingsplannen. Dit heeft de minister, in de vorm van een algemene maatregel van bestuur, gedaan in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Op 30 december 2011 is dit besluit in werking getreden. Dit besluit stelt eisen aan een bestemmingsplan daar waar het gaat om gebieden van nationaal belang:  rijksvaarwegen;  project Mainportontwikkeling Rotterdam;  kustfundament;  grote rivieren;  waddenzee en waddengebied;  defensie;  hoofdwegen en hoofdspoorwegen;  elektriciteitsvoorziening;  buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen;  ecologische hoofdstructuur;  primaire waterkeringen buiten het kustfundament;  IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte);  erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. De regels in het Barro zijn concreet normstellend benoemd en moeten direct of indirect (door tussenkomst van de provincie) doorwerken tot het niveau van lokale besluitvorming. Bij het opstellen van bestemmingsplannen en andere ruimtelijke besluiten dient rekening te worden gehouden met de bepalingen van het Barro. Ten westen van het beoogde woonperceel ligt het Máximakanaal.

Het Máximakanaal is een rijksvaarweg dat valt in de CEMT-klasse IV. Aan weerszijde van deze rijksvaarweg dient ingevolge het Barro een vrijwaringszone van 25 meter te worden aangehouden. De beoogde bebouwing wordt buiten deze vrijwaringszone gesitueerd.

20

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1 Brabantse Omgevingsvisie Het bestaande stelsel van milieu- en ruimtelijke regels wordt door de invoering van de Omgevingswet op 1 juli 2022 volledig herzien. Provincie Noord-Brabant wil alvast gaan werken volgens de uitgangspunten van de nieuwe Omgevingswet. Daarom is in december 2018 de Brabantse Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant: visie op de Brabantse leefomgeving’ vastgesteld. De Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de periode tot 2030 en 2050. Dat gaat om ambities op gebied van energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren provincie Noord-Brabant wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. De provincie Noord-Brabant streeft naar een grotere meerwaarde voor een gebied, door verschillende doelen met elkaar te verweven en slimme combinaties te maken. Het is van belang vanuit meerdere richtingen naar een ontwikkeling te kijken. Een ‘diepe’ manier van kijken beschouwt niet alleen de bovenlaag, maar ook de onderlagen en factor tijd. Een ‘ronde’ manier van kijken kijkt niet sectoraal maar gebiedsgericht. Een ‘brede’ manier van kijken gebeurt niet vanuit één, maar vanuit diverse standpunten.

De provincie onderschrijft de opvatting van de Omgevingswet: de gemeente is de eerst verantwoordelijke voor het ontwikkelen en beschermen van de fysieke leefomgeving. De rol van provincie Noord-Brabant ligt in het richting geven, beweging stimuleren en ontwikkelingen mogelijk maken. De kernwaarden voor de provincie zijn: meerwaarde creatie, technische en sociale innovatie, kwaliteit boven kwantiteit, steeds beter en proactief en preventief boven gevolgbeperking en herstel. De Omgevingswet heeft als doel een balans te vinden tussen beschermen (veilig, gezond met waarborg voor omgevingskwaliteit inclusief natuur) en benutten (optimaal gebruik en ontwikkelen van de leefomgeving om maatschappelijke behoeften te vervullen). De basisopgave van Brabantse Omgevingsvisie is werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. De vier hoofdopgaven van de Omgevingsvisie zijn: energietransitie, klimaatproof Brabant, slimme netwerkstad en concurrerende duurzame economie. 4.2.2 Interim omgevingsverordening Noord Brabant De provincie wil met haar regels aansluiten op de werkwijze van de Omgevingsvisie en de Omgevingswet. Daarom is ervoor gekozen om de verschillende provinciale verordeningen voor de fysieke leefomgeving samen te voegen tot een Interim omgevingsverordening (Iov). De Provinciale Staten hebben op 1 oktober 2022 deze Iov geconsolideerd vastgesteld.

Het is een 'Interim' omgevingsverordening om zo te benadrukken dat dit een tussenstap is naar de 'definitieve' omgevingsverordening gebaseerd op de Omgevingswet. De Interim omgevingsverordening is gebaseerd op de huidige wetgeving en moet aan de wettelijke bepalingen van die wetgeving voldoen. Dat betekent dat nieuwe mogelijkheden uit de Omgevingswet nog niet zijn verwerkt. Er is wel zo veel als mogelijk aansluiting gezocht bij de Omgevingswet en de voorwaarden voor een omgevingsverordening (bijvoorbeeld bij de opbouw en de digitale vormgeving).

21

Fig. 4.1: ligging beoogde woning binnen de kaart 2 Landelijk gebied van de Iov De voorgenomen woning is volgens de Iov een stedelijke ontwikkeling. Een bestemmingsplan dat voorziet in een stedelijke ontwikkeling, dient conform artikel 3.42 lid 1 binnen het Stedelijk gebied te liggen. De beoogde woning ligt volgens kaart 2 binnen de aanduiding het 'landelijk gebied'. De locatie waar de woning is gepland heeft echter al de bestemming "Wonen" en wordt in de praktijk als achtererf gebruikt.

Fig. 4.2: ligging beoogde woning binnen de kaart 3 Stedelijke ontwikkeling en erfgoed van de Iov Ingevolge kaart 3 'stedelijke ontwikkeling en erfgoed' van de Iov ligt het deel van het plangebied waar de beoogde woning is gepland binnen de aanduiding 'Verstedelijking afweegbaar'. Op grond van artikel 3.43 kan voor stedelijke ontwikkeling binnen de aanduiding 'Verstedelijking afweegbaar' van artikel 3.42 lid 1 worden afgeweken als: a. binnen Stedelijk Gebied feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte beschikbaar is; b. transformatie van cultuurhistorisch waardevol of geschikt leegstaand vastgoed niet tot de mogelijkheden behoort; 22

c. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; d. de stedenbouwkundige- en landschappelijke inrichting rekening houdt met de omgevingskwaliteit en structuren in het gebied en de naaste omgeving waaronder een duurzame afronding van het Stedelijk Gebied. Ofschoon de locatie waar de woning is gepland ingevolge de Iov niet binnen de aanduiding 'Concentratiegebied' ligt, heeft het in het geldende bestemmingsplan al wel de stedelijke bestemming 'Wonen' zonder bouwvlak. Om die reden ligt de locatie in de praktijk al wel binnen Stedelijk Gebied. De geplande woning sluit aan op de bestaande stedenbouwkundige structuur. Al tijdens de totstandkoming is op deze locatie al een woning voorgesteld als duurzame afronding van de stedenbouwkundige structuur richting het Kanaalpark. De ontwikkelingen passen binnen de regionale afspraken als bedoeld in afdeling 5.4 van de Iov.

Fig. 4.3: ligging plandeel Burgemeester Jonkheer Von Heijdenlaan 6 in kaart 4: natuur en stiltegebied van de Iov Een deel van het plangebied langs de Burgemeester Jonkheer Von Heijdenlaan 6 ligt ingevolge kaart 4 'natuur en stiltegebied' van de Iov binnen de aanduidingen 'Natuur Netwerk Brabant - natuur' en 'Behoud en herstel van watersystemen'. Artikel 3.27 bepaalt dat een bestemmingsplan dat van toepassing is op 'Behoud en herstel van watersystemen’, mede strekt tot de verwezenlijking en het behoud, beheer en herstel van watersystemen. Het bestemmingsplan stelt regels die het oprichten van bebouwing beperken, het aanbrengen van oppervlakteverhardingen of andere verhardingen beperken en het ophogen van gronden beperken. De ligging van een gedeelte van het plangebied binnen de aanduiding 'Natuur Netwerk Brabant – natuur' en de aanduiding 'Behoud en herstel van watersystemen', wordt in de planvorming betrokken. Ter plaatse van deze aanduidingen wordt geen bebouwing opgericht. Het westelijk deel van het plangebied krijgt opnieuw de bestemming ‘Natuur’ en het perceelgedeelte wordt met natuur ingericht. Er wordt een bloemrijke weide met een poel en solitaire bomen aangelegd. Het gedeelte van het perceel waar de nieuwe woning is voorzien, ligt buiten de aanduiding Natuur Netwerk Brabant – ecologische verbindingszone of Behoud en herstel watersystemen.

Ten behoeve van de bouw van de woning is een landschapsinvestering van € 125.000,-- nodig. Op eigen terrein wordt € 4252,-- in kwaliteitsbijdrage aangedragen (zie Bijlage 1 van de toelichting). Deze vindt plaats in de aanleg van feitelijke natuur binnen de bestemming 'Natuur'. In paragraaf 5.2 (Stedenbouwkundige en Landschappelijke inpassing) en bijlage zal nader worden ingegaan op welke manier zal worden voldaan aan de voorwaarden om te komen stedenbouwkundige en landschappelijke inrichting dat rekening houdt met de omgevingskwaliteit en structuren van het gebied. Dit betekent dat er nog € 120.748,-- aan benodigde investering in landschap gevonden moet worden. Deze vindt elders in het Kanaalpark plaats. Hiervoor worden in dit bestemmingsplan de bestemming op de percelen Rosmalen sectie H 4725 (ged.), Rosmalen sectie H 6422 (ged.), Rosmalen sectie H 6428 (ged.) en 23

Rosmalen sectie H 6118 (ged.), omgezet van 'Agrarisch met waarden' naar 'Natuur' zodat deze percelen definitief onttrokken worden aan agrarisch gebruik.

Fig. 4.4: Ligging percelen in het Kanaalpark t.b.h.v. kwaliteitsbijdragen (LIR) op Themakaart 2 'landbouw' van het Iov van de provincie

24

Fig. 4.5: Ligging percelen in het Kanaalpark t.b.h.v. kwaliteitsbijdragen (LIR) op Themakaart 4 'natuur en stiltegebied' van het Iov van de provincie Deze percelen grenzen aan het Natuur Netwerk Brabant, waardoor dit netwerk wordt versterkt. De totale investeringen bedraagt: (afwaardering percelen door onttrekking agrarisch gebruik: € 128.534,-- en inrichting en beheer en onderhoud: € 5.796,62,--) € 134.330,65. De landschapsinvestering die nog nodig is voor de nieuwe woning (€ 120.748,--), zal hiervoor worden aangewend. Hiermee wordt voldaan aan de kwaliteitsbijdrage zoals deze in het Iov voor de woning is voorgeschreven. In Bijlage 2 van de toelichting wordt de kwaliteitsverbetering landschap in het Kanaalpark nader toegelicht.

25

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1 Structuurvisie De in 2003 vastgestelde Ruimtelijke Structuurvisie ‘Stad tussen stromen’ is in 2014 geactualiseerd. In deze Structuurvisie formuleert gemeente ’s-Hertogenbosch haar ruimtelijke beleidsdoelen en geeft het inzicht in de wijze waarop deze tot uitvoering worden gebracht. De Structuurvisie bevat het Ruimtelijk Casco: een ruimtelijke analyse van de stad en het gemeentelijk beleid vormen de input voor de visie op het plangebied. De visie formuleert de ontwikkelingsdoelen, beschrijft een wensbeeld voor de stad voor de lange termijn en biedt het casco voor concrete projecten en plannen. Het is een toetsingskader, en tegelijkertijd een inspiratiebron voor ruimtelijke ontwikkeling. Zo wordt bepaald waar kansen liggen voor ontwikkeling en worden locaties aangeduid waar de ontwikkelingen onder randvoorwaarden mogelijk zijn. Met betrekking tot wonen geeft de Structuurvisie aan dat aandacht voor de bestaande woningvoorraad de komende jaren de belangrijkste opgave wordt. Aanvulling van de bestaande voorraad blijft echter noodzakelijk als gevolg van bevolkingsgroei, gezinsverdunning en veranderende behoeften. Het plangebied behoort tot de Rosmalense vleugel aan de oostzijde van het stadscentrum van ’s-Hertogenbosch.

Het voorliggende initiatief betreft een kleinschalige ontwikkeling in het overgangsgebied tussen de kern Rosmalen het groene geledingsgebied van de Rosmalense Aa. De functie van het plangebied sluit hier in de nieuwe situatie op aan, door een woonfunctie aan de oostzijde en de functie natuur aan de westzijde. 4.3.2 Rood voor Groen in het Kanaalpark De kavel maakt onderdeel uit het 'Kanaalpark' De gemeente streeft hier naar een zo groot mogelijk natuurgebied met landschappelijke, recreatieve en ecologische kwaliteiten. Dit streven is voor een groot gedeelte gerealiseerd. Om het kanaalpark te realiseren zijn de eigenaren in de gelegenheid gesteld om in aanmerking te komen voor het principe 'rood voor groen'. Dit betekent (afhankelijk van de hoeveelheid in te brengen grond of te slopen stallen), dat op locaties waar dit stedenbouwkundig en milieu-hygiënisch wenselijk is, een eigenaar één of meer nieuwe woningen mag realiseren in ruil voor te slopen stallen, het toevoegen van gronden aan het Kanaalpark of het investeren ter versterking van landschappelijke, ecologische en/of recreatieve waarden. Tijdens de totstandkoming van het bestemmingsplan Kanaalpark was het uitgangspunt dat er één nieuwe als afronding van het stedelijk lint hier nog één woning gebouwd kan worden aan de Jonkheer Von Heydenlaan. Daarmee wordt aangesloten op de bestaande bebouwing langs deze weg.

Voor alle rood voor groen projecten in het Kanaalpark geldt dat deze kleinschalig zijn: het rood is ondergeschikt aan het groen. Dit betekent dat alle nieuwbouw uitgevoerd wordt in één bouwlaag met een kap. Ditzelfde principe is ook van toepassing op de nieuwe woning aan de Jonkheer Von Heydenlaan. Daarmee wordt tevens aangesloten op de bestaande kleinschalige bebouwing langs deze weg en is de impact op het Kanaalpark (waar de woning direct aan grenst) niet te groot. Behalve de nieuwbouw moet er ook nagedacht worden over de groene inrichting van de kavel (erfafscheiding) en de aansluiting op het Kanaalpark. Aan de bouw van de woning wordt op eigenterrein natuur aangelegd als onderdeel van de benodigde Landschapsinvestering (Rood voor Groen). Met deze woning zijn de stedelijke ontwikkelingen in het gebied tussen de spoorlijn/Tivoliweg en de Graafsebaan in het Kanaalpark afgerond. 4.3.3 Woonagenda 2017/2018 Het woonbeleid van de gemeente is vastgelegd in de Woonvisie ’s-Hertogenbosch. Deze is door de gemeenteraad op 9 juni 2020 vastgesteld. De doelstelling van de Woonvisie is wonen in een sterke stad met leefbare wijken en dorpen. De inzet voor de komende jaren wordt beschreven op basis van vier woonopgaven: 1. Passend en betaalbaar wonen voor iedereen; 2. Leefbare en inclusieve buurten; 3. Toekomstbestendige en duurzame woningvoorraad; 26

4. Strategisch innovatief woonprogramma. De gemeenteraad heeft als ambitie uitgesproken 10.500 woningen te realiseren in de periode 2020-2030. Het realiseren van een vrijstaande woning binnen het plangebied, levert daar een bescheiden bijdrage aan. Vanwege de kleinschaligheid van het initiatief, is een nadere toetsing aan de Woonvisie niet relevant. 4.3.4 Welstand Het beleid omtrent welstand is opgenomen in de ‘Actualisering Welstandsnota 2011’. Met de Welstandsnota worden burgers vooraf geïnformeerd over de criteria en uitgangspunten die de welstandscommissie zal hanteren bij de beoordeling van een bouwplan. De welstandsnota dient gezien te worden als een stimulans en inspiratiebron voor de kwaliteit van de architectuur en het daarmee samenhangende welstandsniveau in de stad. Het plangebied is gelegen in het deelgebied Rosmalen Centrum/Noord. Het woonmilieu van Rosmalen wordt gevormd door de vele grondgebonden woningen met ruime tuinen en is met zijn groene karakter te typeren als suburbane rand. Het ontwerp van de nieuwe vrijstaande woning en de kwaliteitsimpuls voor de groene omgeving zullen nader worden uitgewerkt en ter beoordeling worden voorgelegd aan de welstandscommissie. De Welstandsnota zal daarbij als gebruikt worden als inspiratiebron. Daarmee is een passende invulling van de nieuwe situatie gewaarborgd.

4.3.5 Nota Duurzaamheid In mei 2019 heeft de gemeenteraad van ’s-Hertogenbosch de Nota Duurzaamheid vastgesteld. De overkoepelende doelstelling van een duurzaam ’s-Hertogenbosch in 2050 is vertaald in vier ambities: 1. Gezonde, groene en klimaatbestendige omgeving; 2. CO2-neutrale gemeente; 3. Waardebehoud van grondstoffen; 4. Duurzame mobiliteit. Per ambitie is in de Nota Duurzaamheid beschreven wat de gemeente wil bereiken en hoe dit wordt gemonitord. Daarnaast is ter inspiratie een aantal goede voorbeelden opgenomen. De verstedelijkingsopgave voor gemeente ’s-Hertogenbosch ziet onder meer op het bieden van voldoende en kwalitatief goede huisvesting voor verschillende doelgroepen. Daarbij is van belang dat, zeker in geval van nieuwe initiatieven op het gebied van huisvesting en woningbouw, een gezonde, groene en klimaatbestendige leefomgeving centraal staat. Bij het ontwerp van de nieuwe woning wordt rekening gehouden met energiezuinigheid en waar mogelijk circulair gebruik van bouwmaterialen. De beoogde natuurlijke inrichting van het westelijk deel van het perceel, met een bloemrijke weide en poel voor de opvang van hemelwater, draagt bij een klimaatbestendige leefomgeving. Een uitgewerkte duurzaamheidsvisie voor de nieuwe woning, zal onderdeel uitmaken van de aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen.

4.3.6 Bomen De gemeenteraad van 's-Hertogenbosch heeft op 9 maart 2021 de verordening "Bomen, Water en Groen 's-Hertogenbosch 2021" vastgesteld. In de verordening is voor het onderdeel bomen (houtopstanden) aangesloten bij het Bomenbeleidsplan 2017. Bomen dragen bij aan een betere wateropvang, leveren schaduw, een hogere luchtvochtigheid en dragen daarmee bij aan verkoeling. Ook dragen bomen bij aan een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving en zijn bepaalde houtopstanden waardevol voor onze leefomgeving. Daarom zijn in deze verordening regels opgenomen om bepaalde categorieën houtopstanden te beschermen. Voor deze categorieën houtopstanden geldt onder meer een vergunningplicht. Zonder een vergunning mogen deze houtopstanden niet worden geveld.

27

Bij ruimtelijke procedures vindt een afweging plaats ten aanzien van verschillende functies, waaronder groen. De gemeente kan daarbij voorwaarden stellen ten aanzien van groen, gebaseerd op het Bomenbeleidsplan. Uitgangspunten zijn het zoveel mogelijk behouden van bomen, het verbeteren van groeiplaatsen, boombescherming tijdens bouwwerkzaamheden, het verplanten van bomen en herplant en compensatie van groen en bomen. De bestaande notenboom aan het einde van het perceel wordt behouden. Deze boom geeft het perceel een fraaie dieptewerking. Met de aanleg van een amfibiënpoel gaan onderdelen samenwerken en versterken de kwaliteit van het inrichtingsplan. De pruimenbomen worden verplaatst naar de rand van de tuin. Behoud van de huidige positie van de bomen, in het midden van de tuin, zou de tuin geheel versnipperen. De huidige tuin ligt ongeveer 1.00 tot 1.20 meter lager dan de kruin van de weg. De berm en een aansluitende tuinzone vormen samen een talud.

4.4

Conclusie beleidskader

Uit de analyse van vigerend beleid, volgt dat het initiatief past binnen de kaders van rijks-, provinciaal, en gemeentelijk beleid. Gemeente ’s-Hertogenbosch kan medewerking verlenen aan het toekennen van een bouwvlak binnen de bestaande woonbestemming, om de bouw van een nieuwe vrijstaande woning mogelijk te maken.

28

Hoofdstuk 5 Planologische milieutechnische aspecten 5.1

en

Inleiding

Op grond van het bepaalde in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het bij het opstellen van een ruimtelijk plan verplicht om inzicht te bieden in de relevante planologische en milieuhygiënische aspecten. Hierbij dient aangetoond te worden dat het voorliggend bestemmingsplan haalbaar is in relatie tot deze aspecten. Het gaat hierbij onder andere om de volgende aspecten: stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing, bodem, geluid, luchtkwaliteit, externe veiligheid, bedrijven en milieuzonering, duurzaamheid, kabels en leidingen, water en groen, flora en fauna, cultuurhistorie en archeologie.

5.2

Stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing

Voor de nieuwe woning, worden de volgende stedenbouwkundige uitgangspunten gehanteerd:  één bouwlaag, afgedekt met een kap;  goothoogte van maximaal 3.50 meter;  bouwhoogte van maximaal 8.50 meter;  breedte woning maximaal 10 meter;  inhoud maximaal 1.000 m²;  maximaal te bebouwen oppervlakte 150 m2; De voorgestelde bebouwing past binnen het stedenbouwkundige randvoorwaarde die de gemeente aan eventuele woonbebouwing op dit perceel heeft opgesteld. Door de beperkte bouw- en goothoogte en de natuurlijke inrichting van het westelijke perceelgedeelte, ontstaat een passende afronding van de bestaande lintbebouwing, met een groene overgang naar het beekdal van de Aa. Het bouwplan sluit aan bij de reeds aanwezige bebouwing en is passend bij de omgeving van het plangebied.

29

Fig. 5.1 toekomstige situatie De nieuwe situatie en de landschappelijke inpassing is beschreven in Bijlage 1 van de toelichting. Het westelijke perceelgedeelte dat al de bestemming "Natuur" heeft, wordt natuurlijk ingericht. Er wordt een bloemrijke weide met een poel en solitaire bomen aangelegd. Er wordt een bloemrijk grasmengsel ingezaaid van inheems zaadmateriaal. Bij de samenstelling wordt aangesloten bij de mengsels die in STILA worden toegepast. 30

Het snoeihout blijft op het terrein in de vorm van takkenrillen, die echter beperkt van omvang blijven om de groei van beplanting niet te belemmeren. Voor de samenstelling van de gemengde hagen wordt aangesloten op het plan voor het Kanaalpark. Het sortiment met wilde appel, brem, gelderse roos, framboos, gaspeldoorn, vuilboom, hulst, lijsterbes, hazelaar, Spaanse aak en haagbeuk sluit goed aan bij de natuurlijke situatie ter plaatse. Het natuurlijk in te richten perceelgedeelte, gaat daardoor één geheel vormen met het Kanaalpark. De poel krijgt een natuurlijke inrichting, met een dieper en ondiep gedeelte, waar waterplanten zoals riet en lisdodde kunnen groeien. Voor het hemelwater dat valt op erfverhardingen, dient de uitspoeling van oliën of andere schadelijke vloeistoffen te worden voorkomen. Het hemelwater wordt voordat het de poel bereikt door een ondiep gedeelte met riet en andere oeverplanten geleid, dat een zuiverende werking heeft. Vervuiling van de poel wordt daarmee voorkomen. De aanleg en instandhouding van de landschappelijke inpassing is juridisch vastgelegd in de regels van dit bestemmingsplan.

5.3

Milieuaspecten

Dit hoofdstuk geeft weer hoe milieuaspecten een rol hebben gespeeld bij het opstellen van het voorliggende bestemmingsplan. Tussen milieuaspecten en ruimtelijke ordening bestaat een duidelijke relatie. De milieukwaliteit vormt namelijk een belangrijke afweging bij de ontwikkelingsmogelijkheden van ruimtelijke functies. Bij de besluitvorming over het al dan niet toelaten van een bepaalde ruimtelijke ontwikkeling, dient onderzocht te worden welke milieuaspecten daarbij een rol kunnen spelen. Het is daarnaast van belang om milieubelastende functies (zoals bedrijfsactiviteiten) ruimtelijk te scheiden van milieugevoelige functies (zoals woningen). Andersom moet in de ruimtelijke ordening nadrukkelijk rekening gehouden worden met de gevolgen van ruimtelijke ingrepen voor het milieu. Milieubelastende of hinderlijke situaties moeten voorkomen worden. 5.3.1 Bedrijven en milieuzonering Milieuzonering beoogt een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds milieubelastende bedrijven en anderzijds milieugevoelige functies aan te brengen. De kwaliteit van het woon- en leefklimaat wordt daardoor gehandhaafd en bevorderd. In het algemeen wordt door het aanbrengen van een zonering tussen bedrijvigheid en woonbebouwing de overlast ten gevolge van de bedrijfsactiviteiten zo laag mogelijk gehouden.

Bedrijven zijn in de VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering 2009’ ingedeeld in een aantal categorieën met bijbehorende gewenste richtafstand tot milieugevoelige functies. Deze afstanden kunnen als basis worden gehanteerd, maar zijn indicatief. Voor het plangebied aan de Burgemeester Jonkheer von Heijdenlaan leidt het initiatief tot het toevoegen van een milieugevoelige functie in de vorm van een nieuwe woning. Nieuwe woning Binnen een afstand van 200 meter tot het plangebied bevindt zich één locatie met bedrijfsmatige activiteiten. Het betreft het bedrijf gevestigd aan de Burgemeester Mazairaclaan 123. De bedrijfsmatige activiteiten bestaan uit een autogaragebedrijf en autohandel, met als ondergeschikte nevenactiviteit handel in aanverwante artikelen en automaterialen. In de VNG-brochure is voor deze bedrijfsmatige activiteiten een richtafstand opgenomen van 30 meter. De werkelijke afstand van het plangebied tot de rand van het bestemmingsvlak Bedrijf bedraagt meer dan 100 meter. Er wordt derhalve ruimschoots voldaan aan de indicatieve afstand. Gesteld kan worden dat omliggende bedrijvigheid geen belemmering vormt voor een goed woon- en leefklimaat voor de nieuwe woning.

Gevolgen voor omliggende bedrijven De bestaande bedrijfsmatige activiteiten in de omgeving van het plangebied worden in de huidige situatie uitgevoerd, met bestaande woningen op korte afstand van de bedrijfslocaties. Deze bestaande woningen zijn gelegen op kortere afstand dan de nieuw te bouwen woning. Het initiatief leidt derhalve niet tot beperkingen voor de bedrijfsvoering of ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bedrijven.

31

Bedrijfsmatige activiteiten binnen het plangebied Binnen het plangebied worden in de nieuwe situatie geen bedrijfsmatige activiteiten uitgevoerd. Er ontstaat geen hinder voor milieugevoelige functies. 5.3.2 Geluid Bij een ruimtelijk plan dient rekening te worden gehouden met geluidsbronnen en de mogelijke hinder of overlast daarvan voor mensen. De beoordeling van het aspect 'geluid' in ruimtelijke plannen vindt zijn grondslag in vooral de Wet geluidhinder en Wet milieubeheer. Daarnaast vindt de beoordeling zijn grondslag in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), op grond van een “goed woon- en leefklimaat”. Het aspect geluid kent voor geluidsgevoelige bestemmingen (zoals woningen) afhankelijk van typen geluidsbronnen een wettelijk kader die van belang zijn bij het opstellen van ruimtelijke plannen. Zo zijn in de Wet geluidhinder voor geluidsgevoelige bestemmingen (als woningen) grenswaarden opgenomen voor industrielawaai, wegverkeerlawaai en spoorweglawaai. Het stelsel is gericht op het voorkomen van nieuwe geluidgehinderden. Wegverkeerslawaai Door middel van de Wet geluidhinder (Wgh) worden de zogenoemde geluidgevoelige objecten beschermd tegen lawaai. De Wgh kent een stelsel van normen ter voorkoming van geluidhinder.

Ter bescherming van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen zijn grenswaarden opgenomen, zijnde een ondergrens (voorkeursgrenswaarde) en bovengrens (maximaal toelaatbare grenswaarde). De Wgh biedt gemeenten de mogelijkheid maatwerk te leveren voor de lokale situatie, door het vaststellen van een hogere waarde dan de ondergrens, tot maximaal de bovengrens. De nieuwe woning aan de Burgemeester Jonkheer von Heijdenlaan ligt binnen de geluidzone van de hoofdverkeerswegen Aziëlaan, Burgemeester Mazairaclaan en Rijksweg A2 en binnen de geluidzone van spoorlijn ’s-Hertogenbosch – Nijmegen. De initiatiefnemer heeft aan gespecialiseerd bureau NIPA Milieutechniek opdracht gegeven voor het uitvoeren van een akoestisch onderzoek. De conclusie is onderstaand weergegeven. “Uit het onderzoek blijkt dat de gecorrigeerde geluidbelasting als gevolg van het wegverkeerslawaai ten hoogste 49 dB bedraagt. Er wordt niet voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB op de maatgevende rechterzijgevel. De geluidbelasting als gevolg van het railverkeerslawaai is ten hoogste 51 dB. Er wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 55 dB. Bij de nieuwe woning is de linkerzijgevel geluidluw. Er wordt voldaan aan de ambitiewaarde van het gebied stromingszone.

De woning moet worden uitgevoerd met minimaal drie verblijfsruimten aan de geluidluwe zijde of tenminste de woon- en hoofdslaapkamer, waarmee wordt voldaan aan het aanvullend geluidbeleid volgens de Nota hogere grenswaarde gemeente ’s-Hertogenbosch. Het bevoegd gezag dient een hogere waarde wegverkeerslawaai voor de nieuwe woning vast te stellen. De geluidbelastingen en motivatie zijn in het onderzoek nader uitgewerkt. Er vanuit gaande dat wordt voldaan aan de minimale eis op grond van het Bouwbesluit voor de geluidwering van 20 dB mag de (ongecorrigeerde) gecumuleerde geluidbelasting niet hoger zijn dan 53 dB om aan de richtwaarde van het binnengeluidniveau van 33 dB te voldoen. Bij de berekende geluidbelasting van ten hoogste 55 dB is het woon- en leefklimaat in beginsel niet gewaarborgd. Bij nieuwe woningen is echter aannemelijk dat, vanwege de eisen voor energieprestatie, de geluidwering van gevels zonder verdere akoestische voorzieningen voldoet aan tenminste 23 dB. Het woon- en leefklimaat is in de geluidgevoelige ruimten van de nieuwe woning daarom zonder verder onderzoek gewaarborgd.” De volledige rapportage met de resultaten van het onderzoek is opgenomen als Bijlage 3 bij deze toelichting. 5.3.3 Trillingen De nieuwe woning is geprojecteerd op een afstand van minder dan 100 meter van de spoorlijn ’s-Hertogenbosch – Oss.

Conform de Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is een analyse uitgevoerd naar het risico op spoortrillingen. Een aantal factoren zijn van invloed op het risico op spoortrillingen: 32

De afstand tot het spoor: de nieuwe woning is geprojecteerd op een afstand van 65 meter tot het spoor. Het risico op spoortrillingen is bij deze afstand aanwezig, maar kleiner dan bij een kortere afstand tot het spoor;  Ligging van het spoor: bij een verdiept gelegen spoor is het risico op spoortrillingen groter. Het spoor is ten opzichte van de nieuwe woning verhoogd gelegen;  Wissels in het spoor: de aanwezigheid van wissels vergroot het risico op spoortrillingen. In de nabijheid van de nieuwe woning zijn geen wissels aanwezig;  Aard van de fundering: een slappe fundering kan het risico op spoortrillingen vergroten. Bij de nieuw te bouwen woning kan de aard van de fundering worden aangepast om het risico op spoortrillingen te verminderen. De kwaliteit van de fundering is bij nieuwbouw aanzienlijk beter dan bij oudere woningen. Bovendien bestaan op dit moment in algemene zin nog te veel knelpunten om een concreet en handhaafbaar bouwvoorschrift met betrekking tot trillingen op te kunnen stellen. Het ontbreken van een eenduidige rekenmethode en beoordelingswijze is hierbij één van de knelpunten. De initiatiefnemer is zich bewust van het risico op spoortrillingen en zal dat risico in een vroegtijdig stadium met de architect en de aannemer bespreken.

Op die manier kan bij het ontwerp en de bouw van de nieuwe woning rekening worden gehouden met het risico op spoortrillingen en wordt het risico op overlast geminimaliseerd. Op basis van bovenstaande factoren, wordt het risico op spoortrillingen ter plaatse van het plangebied aanvaardbaar geacht. 

5.3.4 Externe Veiligheid Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. De handelingen kunnen betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie, en tevens op het transport van gevaarlijke stoffen. Het wettelijk kader voor externe veiligheid bestaat onder meer uit: Besluit externe veiligheid inrichtingen, Besluit externe veiligheid buisleidingen en Besluit externe veiligheid transportroutes. Bij ruimtelijke plannen moeten de risico's in het plangebied ten gevolge van de handelingen met gevaarlijke stoffen in beeld worden gebracht. Enerzijds gaat het over de risicobronnen (bedrijven of transportroutes) en anderzijds over de risico ontvangers (omstanders). Het aspect externe veiligheid moet getoetst worden als bij een ontwikkeling (beperkt) kwetsbare objecten worden toegestaan. (Beperkt) kwetsbare objecten zijn onder andere woningen, scholen, ziekenhuizen, hotels en restaurants. Het initiatief leidt door het bouwen van een nieuwe woning tot het toevoegen van een (beperkt) kwetsbaar object. In deze paragraaf wordt nagegaan of zich in de nabijheid van het plangebied risicovolle activiteiten bevinden (zoals Bevi-bedrijven, BRZO-bedrijven en transportroutes), of dat de ontwikkeling leidt tot risicovolle activiteiten.

De wetgever maakt onderscheid tussen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die continu op die plaats aanwezig is. Het PR kan op de kaart worden weergegeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. De wetgever schrijft voor hoe moet worden omgegaan met de PR 10-6/jaar. Binnen deze contour heeft iemand die hier continu aanwezig is de kans van 1 op één miljoen om te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het GR is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitsgrens: de afstand waarop niet meer dan 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Voor het plangebied en de omgeving is beoordeeld of er relevante bronnen van risico zijn. Hiervoor is onder andere de Provinciale risicokaart geraadpleegd. Bedrijven In de omgeving van het plangebied zijn geen Bevi of BRZO bedrijven aanwezig.

Vervoer over wegen Ten westen van het plangebied ligt de autosnelweg A2 en ten zuiden de autosnelweg A59. Beide Rijkswegen zijn onderdeel van het basisnet. Het PR wordt niet overschreden. Het GR is laag en het voorliggende initiatief is zo beperkt van omvang dat er geen significante toename van het GR zal optreden.

33

Vervoer over spoor Ten noorden van het plangebied bevindt zich de spoorlijn ’s-Hertogenbosch – Nijmegen. Over de spoorlijn vindt (ook in de toekomst) transport van gevaarlijke stoffen plaats. Ten behoeve van de planontwikkeling van inbreidingslocatie De Hoef in Rosmalen, gelegen aan hetzelfde spoor, is een berekening uitgevoerd van het PR vanwege het transport van gevaarlijke stoffen over het spoor. Uit de berekening volgt dat er geen sprake is van een PR contour buiten het spoor. Omdat het aantal mensen in de omgeving geen invloed heeft op het berekende PR en voor het gehele traject geldt dat er sprake is van vergelijkbare factoren (geen wissels, overgangen etc.) kan ook voor het plangebied aan de Burgemeester Jonkheer von Heijdenlaan worden gesteld dat buiten het spoor geen PR contour aanwezig is. Het wettelijk vereiste niveau van basisbescherming wordt hiermee geboden. Vanuit het PR bestaat derhalve geen belemmering voor het initiatief. Het voorliggende initiatief is zo beperkt van omvang dat geen significante toename van het GR zal optreden. Vervoer over water De Zuid-Willemsvaart is geen binnenvaartweg die voorkomt in bijlage 6 van de circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen. Dit betekent dat er volgens de circulaire vanuit gegaan mag worden dat er geen PR op het water is.

Het GR hoeft niet beoordeeld en verantwoord te worden, omdat de hoeveelheden gevaarlijke stoffen die worden vervoerd niet of nauwelijks van invloed zijn op het GR. In het kader van het tracébesluit is uitgebreid gekeken naar de risico's van het Maximakanaal. Uit het onderzoek is gebleken dat de normen van het PR en de oriënterende waarde van het GR niet worden overschreden, zodat geen maatregelen zijn vereist. Buisleidingen De in ’s-Hertogenbosch gelegen hogedruk aardgasleidingen hebben een werkdruk van 40 bar en een diameter van 12 inch. Uit berekeningen van de Gasunie is gebleken dat rond deze hogedruk aardgasleidingen in ’s-Hertogenbosch geen knelpunten met het PR bestaan. De leidingen hebben een PR risicocontour welke op de leidingen is gelegen (0 meter). Het invloedsgebied van deze leidingen bedraagt 140 meter waarbinnen het GR dient te worden beschouwd. Ontwikkelingen binnen het invloedsgebied die kleinschalig zijn en niet of nauwelijks een toename van het aantal personen tot gevolg hebben, hebben geen significante invloed op het GR. Het voorliggende initiatief is zo beperkt van omvang dat geen significante toename van het GR zal optreden. De aardgasleidingen hebben een belemmerende strook van 4 meter aan weerszijde van de leiding, waarop niet gebouwd mag worden. Voor het plangebied is dat niet van toepassing.

5.3.5 Luchtkwaliteit Het beleid en de regelgeving inzake luchtkwaliteit heeft tot doel om mensen te beschermen tegen de gezondheidseffecten van luchtverontreiniging. Voor verschillende stoffen zijn luchtkwaliteitsnormen vastgesteld. Ruimtelijke plannen of projecten die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit, dienen getoetst te worden aan de Wet milieubeheer. Deze wet bevat grenswaarden voor de stoffen zwaveldioxide, stikstofdioxide, stikstofoxiden, fijn stof, lood, benzeen en koolmonoxide in de buitenlucht. In Nederland zijn de maatgevende stoffen stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Overschrijding van de grenswaarden van de andere stoffen komt nauwelijks voor. Planologische ontwikkeling De wet maakt onderscheid tussen kleine en grote ruimtelijke projecten. Kleine projecten verslechteren de luchtkwaliteit niet in betekenende mate (NIBM). Deze projecten vergen geen nadere toetsing op luchtkwaliteit. Ze zijn zo klein dat ze geen wezenlijke invloed hebben op de luchtkwaliteit. Er is geen belemmering als een klein project niet of nauwelijks bijdraagt aan luchtverontreiniging, ook niet in gebieden met te veel luchtverontreiniging (overschrijdingsgebieden). De ministeriële regeling NIBM geeft aan in welke gevallen een nieuw project in ieder geval een NIBM project is.

Dat is bijvoorbeeld het geval als er minder dan 1.500 woningen worden gebouwd bij minimaal één ontsluitingsweg, of minder dan 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen. Binnen het plangebied wordt een nieuwe woning gebouwd. Deze kleinschalige ontwikkeling valt onder de categorie NIBM. Dat betekent dat een luchtkwaliteitsonderzoek niet noodzakelijk is. 34

Woon- en leefklimaat Het is van belang dat ter plaatse van de nieuwe woning sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Op grond van de Wet luchtkwaliteit zijn grenswaarden opgenomen voor de gemiddelde concentraties voor onder andere fijnstof (PM10). Deze grenswaarde bedraagt 50 µg/m3. Vanaf 1 januari 2015 geldt tevens een grenswaarde voor PM2,5 waaraan door het bevoegd gezag bij een vergunningverlening moet worden getoetst. Deze grenswaarde is opgenomen in de Wet milieubeheer en bedraagt 25 µg/m3 voor de jaargemiddelde concentratie. Voor de kortdurende blootstelling van de mens aan piekconcentraties van NO2 geldt een grenswaarde van 200 µg/m3 voor het uurgemiddelde. Het RIVM heeft Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten van Nederland (GCN en GDN) waarop de achtergrondconcentratie van fijnstof (PM10 en PM2,5) en NO2 ten aanzien van een goed woon- en leefklimaat geraadpleegd kan worden. De jaargemiddelde concentraties in de omgeving van het plangebied zijn conform de GCN voor fijnstof PM10 17 µg/m3, voor PM2,5 10 µg/m3 en voor NO2 19 µg/m3. Afbeelding 4.3 geeft dit weer. De concentraties ter plaatse van het plangebied voldoen aan de streefwaarden. Er is sprake van een goed woon- en leefklimaat en het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het initiatief.

35

Fig. 5.2 Grootschalige Concentratiekaart Nederland

36

5.3.6 Bodem Op basis van artikel 3.1.6 van het Bro en artikel 3.2 Awb, moet in planvorming rekening gehouden worden met de bodemkwaliteit in relatie tot de gewenste functie. Er dient bepaald te worden of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van de gronden. Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit als gevolg van eventueel aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem. Om te bepalen of de bodemkwaliteit geschikt is voor de functie wonen, heeft de initiatiefnemer aan gespecialiseerd bureau BodemInzicht opdracht geven voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek. De conclusie uit de rapportage met de resultaten van het onderzoek is onderstaand integraal weergegeven. “Op basis van het vooronderzoek wordt de locatie als onverdacht beschouwd. Ter plaatse van de onderzoeklocatie zijn geen verontreinigingen aangetoond die aanleiding vormen voor het uitvoeren van nader of aanvullend bodemonderzoek. De locatie is onverdacht op de aanwezigheid van asbest in bodem. De bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie vormt geen belemmering voor de beoogde oprichting van een woning. De eventueel bij werkzaamheden vrijkomende grond is op of buiten het onderzoeksterrein herbruikbaar.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13085127/1