CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1a Loonsestraat 5 en Wolfdijk 2 Nuland Toelichting anoniem

Gemeenteraad 12 december 2023, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Bestemmingsplan Buitengebied Maasdonk 2012, herziening Loonsestraat 5 en Wolfdijk 2 Nuland21.280 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

BUITENGEBIED MAASDONK 2012 HERZIENING LOONSESTRAAT 5 EN WOLFDIJK 2 NULAND bestemmingsplan

Buitengebied M aasdonk 2012 herziening Loonsestraat 5 en Wolfdijk 2 Nuland bestemmingsplan

Projectleider Ruimtelijke Ordening

Datum: 18 oktober 2023

Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding voor het plan 1.2 Planlocatie 1.3 Geldende bestemmingsplannen 1.4 Leeswijzer Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Huidige situatie 2.2 Gewenste situatie Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid Hoofdstuk 4 Ruimtelijke- en milieuaspecten 4.1 Milieu & duurzaamheid 4.2 Ecologie 4.3 Archeologie en cultuurhistorie 4.4 Verkeer en parkeren 4.5 Wateraspecten Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid 5.1 Economische uitvoerbaarheid 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 5.3 Handhaving Hoofdstuk 6 Wijze van bestemmen 6.1 Doel en reikwijdte 6.2 Onderdelen van een bestemmingsplan 6.3 Voorliggend bestemmingsplan

3 4 4 4 5 7 9 9 10 15 15 16 20 24 24 41 45 49 50 52 52 53 54 55 55 55 57

2

T oelichting

3

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding voor het plan

Voorliggend plan betreft een gedeeltelijke herziening van het bestemmingsplan "Buitengebied Maasdonk" van gemeente 's-Hertogenbosch ten behoeve van de herbestemming van de voormalige agrarische bedrijfslocaties aan de Loonsestraat 5 te Nuland en Wolfdijk 2 te Nuland. In het hoofdstuk "Planbeschrijving" (hoofdstuk 2) wordt het initiatief verder toegelicht, daar is ook een situatietekening van de nieuwe situatie opgenomen. De voorgenomen ontwikkeling is noodzakelijk om een aantal redenen. De agrarische bedrijven aan de Loonsestraat 5 te Nuland en de Wolfdijk 2 te Nuland worden of zijn al beëindigd. Voortzetting van de agrarische bedrijvigheid is gezien de ligging in een bebouwingsconcentratie niet voorstelbaar en wenselijk. Er zullen derhalve andere functies gezocht moeten worden voor deze locaties. Voor beide locaties is de beoogde vervolgfunctie een woonfunctie.Tevens wordt de bestaande cultuurhistorisch waardevolle woonboerderij aan de Loonsestraat 5 gesplitst in 2 wooneenheden en wordt er een extra woning gerealiseerd op de plaats van een te slopen veestal ten zuiden van de woonboerderij aan de Loonsestraat 5. Met de voorgenomen ontwikkeling zal door de definitieve beëindiging van de veehouderijbedrijven ter plaatse een aanzienlijke milieuwinst worden behaald. Een woonfunctie heeft een aanzienlijk lagere milieubelasting dan een veehouderijbedrijf.

Daarnaast wordt met de gewenste invulling van de locaties een oplossing geboden voor de leegstaande voormalige agrarische bedrijfsbebouwing. Een groot deel hiervan wordt gesloopt en een deel krijgt een vervolgfunctie als bijgebouw bij de woningen. Hiermee wordt verpaupering voorkomen. Met de gewenste ontwikkeling zal het bebouwde en verharde oppervlakte afnemen. Daarnaast zal door het realiseren van een goede landschappelijke inpassing en een extra inspanning in ruimtelijke kwaliteitsverbetering, een bijdrage worden geleverd aan een betere uitstraling en kwaliteit van de locaties ten aanzien van het omliggende gebied. De gewenste ontwikkelingen passen niet binnen het bepaalde in het geldende bestemmingsplan. De gemeente 's-Hertogenbosch heeft aangegeven in principe medewerking te willen verlenen met de voorgenomen ontwikkelingen, mits hiervoor een partiële herziening op het bestemmingsplan wordt opgesteld conform artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Voorliggend document dient als toelichting waarin nader wordt gemotiveerd waarom de ontwikkeling mogelijk kan worden gemaakt en deze niet zal leiden tot onevenredige bezwaren op ruimtelijk en/of milieutechnisch vlak.

1.2

Planlocatie

De planlocaties zijn gelegen aan de Loonsestraat 5 te Nuland en Wolfdijk 2 te Nuland. Deze locaties worden van elkaar gescheiden door de Loonsestraat. Het plangebied ligt tussen de dorpskernen van Nuland en Geffen in het landelijk gebied van gemeente 's-Hertogenbosch. De locaties zijn kadastraal bekend onder gemeente Nuland, sectie E, nummer 323 (deels) en 915 (deels). In het volgende figuur is de topografische ligging van de locatie weergegeven.

4

Uitsnede topografische kaart locatie. Bron: J.W. van Aalst, www.opentopo.nl.

1.3

Geldende bestemmingsplannen

Ter plaatse is het bepaalde uit het bestemmingsplan "Buitengebied Maasdonk 2012" van de voormalige gemeente Maasdonk zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 31 januari 2013, onverkort van toepassing. Loonsestraat 5 Zoals te zien is in het volgende figuur zijn ter plaatse van de locatie aan de Loonsestraat 5 de bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' en de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie hoge verwachting' (deels) toegekend. Tevens zijn ter plaatse de aanduidingen 'Bouwvlak', 'Cultuurhistorische waarden' (deels), 'Groenblauwe mantel' en 'Reconstructiewetzone - extensiveringsgebied' van toepassing.

5

Uitsnede verbeelding geldend bestemmingsplan Loonsestraat 5 te Nuland Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl. Wolfdijk 2 Zoals te zien in het volgende figuur zijn ter plaatse van de locatie aan de Wolfdijk 2 de bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' en de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie hoge verwachting' toegekend. Tevens zijn ter plaatse de aanduidingen 'Bouwvlak', 'Intensieve veehouderij' (deels) en 'Groenblauwe mantel' van toepassing.

6

Uitsnede verbeelding geldend bestemmingsplan Wolfdijk 2 te Nuland Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl. De voorgenomen ontwikkeling past niet binnen de bepalingen uit het geldende bestemmingsplan. In het geldende bestemmingsplan is eveneens geen afwijkingsmogelijkheid en/of wijzigingsbevoegdheid opgenomen om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken. Dit komt enerzijds omdat aan de zijde van de Loonsestraat 5 voorzien wordt in het toevoegen van een woning met gebruikmaking van de regeling versterking omgevingskwaliteit en anderzijds omdat aan de zijde van de Wolfdijk 2 de maximum oppervlakte aan bijgebouwen overschreden wordt. Om deze reden is het noodzakelijk het geldende bestemmingsplan gedeeltelijk te herzien met een partiële herziening (ook wel postzegelbestemmingsplan genoemd). De gemeente heeft aangegeven in principe medewerking te willen verlenen, mits wordt aangetoond dat de ontwikkeling niet zal leiden tot bezwaren op ruimtelijk en/of milieutechnisch vlak. Middels voorliggende toelichting wordt de ontwikkeling nader gemotiveerd en wordt aangetoond dat deze niet zal leiden tot onevenredige bezwaren op ruimtelijk en/of milieutechnisch vlak.

1.4

Leeswijzer

Deze toelichting is als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 2 gaat in op de huidige en gewenste situatie en bevat een beschrijving van de situatie ter plaatse zoals momenteel bekend is en de gewenste situatie ter plaatse na realisatie van de plannen van de initiatiefnemer. Hoofdstuk 3 gaat in op de vigerende beleidskaders. Hierin worden de plannen van de initiatiefnemer getoetst aan het ruimtelijk beleid van het rijk, de provincie en de gemeente. Hoofdstuk 4 gaat in op de toetsing van het plan aan de aspecten milieu, ecologie, archeologie en cultuurhistorie, verkeer en parkeren en water. Hierin worden verschillende bureaustudies beschreven en, indien van toepassing, uitgevoerde aanvullende onderzoeken beschreven. Hoofdstuk 5 gaat in op de uitvoerbaarheid van het plan. Hierin worden de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan getoetst en wordt kort ingegaan op het aspect handhaving. Hoofdstuk 6 bevat de wijze van bestemmen. Hierin wordt nader gespecificeerd welke onderdelen een bestemmingsplan hoort te bevatten en welke bijzondere bepalingen ten aanzien van voorliggend plan van toepassing zijn. 7

8

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Huidige situatie

2.1.1 Gebiedsprofiel De locatie is gelegen in het landelijk gebied van gemeente 's-Hertogenbosch. Dit deel van het landelijk gebied betreft een lager gelegen gebied van het Kampenlandschap op dekzand. De omgeving van de locatie kenmerkt zich door een historische lintstructuur met verdichtingen aan de kruispunten. Het plangebied grenst direct aan zo'n kruispunt. De verkavelingsstructuur betreft van oorsprong een strookverkaveling met een kleinschalige opzet. Door samengevoegde percelen is het van oorsprong kleinschalige landschap met een smalle langgerekte verkaveling, minder herkenbaar. In het lint zijn alle agrarische bedrijven in de loop der tijd gesaneerd en in de nabije omgeving zijn enkel burgerwoningen gelegen. Met de herbestemming van de laatste twee voormalige agrarische bedrijfslocaties krijgt het lint een primaire woonbestemming. 2.1.2

Ruimtelijke structuur

Loonsestraat 5 Op de locatie aan de Loonsestraat 5 was tot voor kort een melkrundveehouderij gevestigd. Op de locatie bevinden zich naast een cultuurhistorisch waardevolle langgevelboerderij met bijgebouwen meerdere bedrijfsgebouwen, waaronder een ligboxenstal, jongveestal en veldschuur. Daarnaast zijn er op het erf diverse andere voorzieningen als voedersilo's, een sleufsilo, kuilvoerplaten en erfverharding. Ter plaatse is een bouwvlak toegekend. Het huidige bouwvlak is ongeveer 1,2 hectare groot. In de volgende figuur is een luchtfoto opgenomen van de huidige situatie.

Luchtfoto huidige situatie Loonsestraat 5 ter plaatse. Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl. 9

Wolfdijk 2 Op de locatie aan de Wolfdijk 2 was een varkenshouderij gevestigd. Deze is al enkele jaren geleden beëindigd. Ter plaatse zijn een bedrijfswoning, inpandige berging, voormalige mantelzorgwoning en varkensstal (ca. 380 m2) aaneengebouwd. Daarnaast bevinden zich op het erf een vrijstaande veldschuur, een kleine opslagloods en overige voorzieningen als spuitplaats, voeropslag en erfverharding. Ter plaatse is een bouwvlak toegekend. Het huidige bouwvlak is ongeveer 0,5 hectare groot. In de volgende figuur is een luchtfoto opgenomen van de huidige situatie.

Luchtfoto huidige situatie Wolfdijk 2 ter plaatse. Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl.

2.2

Gewenste situatie

2.2.1

Ruimtelijke structuur

Loonsestraat 5 De initiatiefnemer is voornemens om de locatie te herontwikkelen naar een woonbestemming, waarbij de langgevelboerderij wordt omgezet naar een burgerwoning en wordt gesplitst in 2 wooneenheden, de agrarische bebouwing en overige voorzieningen worden gesaneerd en er wordt een extra woning gerealiseerd ter plaatse van de voormalige rundveestal. Voor de ontwikkeling van de extra woning gelden de volgende uitgangspunten: het woonperceel van de woning wordt circa 1.000 m2 groot; aan de wegzijde wordt het perceel ingericht met een boomgaard; aan de landschapszijde wordt het perceel landschappelijk en/of natuurlijk ingericht; de woning wordt uitgevoerd als een eenvoudig bouwvolume met zadeldak (referentie schuurwoning) met een bouwhoogte van 1 bouwlaag met zadeldak (max. goothoogte 3,9 meter, max. nokhoogte 7,5 meter). 10

Voor de splitsing van de woonboerderij geldt dat na splitsing per wooneenheid maximaal 100 m² aan bijgebouwen aanwezig mag zijn. In de volgende figuur is het inrichtingsvoorstel van de uiteindelijke beoogde situatie weergegeven. De cultuurhistorisch waardevolle boerderij aan de Loonsestraat 5 krijgt een bestemmingsvlak 'Wonen' met een oppervlakte van 1.800 m2 en voor de extra woning wordt een bestemmingsvlak 'Wonen' van 1.000 m2 opgenomen. Het volledige inpassingsplan is als bijlage 1 bij deze onderbouwing opgenomen.

Inrichtingsschets gewenste situatie Loonsestraat 5 Bron: Elings Wolfdijk 2 De initiatiefnemer is voornemens om de locatie te herontwikkelen naar een woonbestemming. Ondergeschikt aan de woonbestemming zullen de volgende activiteiten uitgevoerd gaan worden: De voormalige mantelzorgwoning (60 m2), die onderdeel uitmaakt van de woning, wordt ingericht ten behoeve van een bed&breakfast. Hierbij komt de inrit aan de Wolfdijk voor gemotoriseerd verkeer te vervallen. Aan de achterzijde wordt een parkeervoorziening getroffen via de inrit aan de Loonsestraat. De werktuigenloods wordt behouden voor het kleinschalig, hobbymatig, houden van rundvee. Indicatief zal het gaan om circa 4 stuks jongvee. Het voorste deel van de varkensstallen (80 m2) wordt behouden voor een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf conform de mogelijkheden van het vigerende bestemmingsplan. Overtollige bebouwing, zijnde het achterste deel van de varkensstallen evenals de kleine loods, worden gesloopt en de overige voorzieningen worden verwijderd. In het bestemmingsplan "Buitengebied Maasdonk 2012" wordt er ruimte geboden voor aan huis gebonden beroepen, een bed&breakfast en aan huis gebonden bedrijven. Volgens de vigerende planologische regeling mag voor een bed&breakfast maximaal 30% van de vloeroppervlakte van de woning en de daarbij 11

behorende bijgebouwen gebruikt worden. Na sloop van overtollige bebouwing resteert er een vloeroppervlakte van circa 475 m2. Dit betekent dat er ten hoogste 142 m2 in gebruik genomen mag worden voor een aan huis gebonden beroep en bed&breakfast. De oppervlakte van deze activiteiten bedraagt in de beoogde situatie 140 m2. Daarmee passen deze aan wonen ondergeschikte activiteiten binnen de de vigerende planologische regeling. In afwijking van het vigerende bestemmingsplan mag er een grotere oppervlakte aan bijgebouwen behouden blijven, namelijk 290 m2 in plaats van 200 m2. Dit is te verantwoorden, omdat het een VAB-locatie betreft. Met de beoogde erfopzet blijft visueel het oorspronkelijke agrarische karakter behouden. De hoofdelementen van het erf blijven behouden, zijnde een bedrijfswoning, tussenlid, staldeel en veldschuur. Daarnaast is het technisch ook niet mogelijk om een deel van de veldschuur te slopen en het andere deel te laten staan. Met de beoogde bedrijfsopzet is sprake van een samenhangend geheel, waarbij de resterende bebouwing een functie heeft en overtollige bebouwing wordt gesloopt. In de volgende figuur is het inrichtingsvoorstel weergegeven. Het bestemmingsvlak 'Wonen' aan de Wolfdijk 2 krijgt een omvang van circa 1.800 m2. Het volledige inpassingsplan is als bijlage 2 bij deze onderbouwing opgenomen.

I nrichtingsschets gewenste situatie Wolfdijk 2 Bron: Elings De bouwvlakken voor woningen zullen bij de voorgenomen ontwikkeling worden verkleind. Het bebouwde en verharde oppervlakte zal met de voorgenomen ontwikkeling op beide locaties afnemen. Er wordt bebouwing gesloopt en verharding verwijderd. Daarnaast zal, zoals nader is omschreven in de paragraaf "Landschappelijke inpassing" (paragraaf 2.2.2), ter plaatse worden voorzien in een goede en bij de omgeving passende landschappelijke inpassing. Hiermee zal de voorgenomen ontwikkeling bijdragen aan een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van het gebied. Met de gewenste nieuwe invulling van de locatie wordt voorkomen dat voormalige agrarische bedrijfsbebouwing leeg komt te staan. Hiermee wordt verpaupering voorkomen. Daarnaast wordt voorkomen dat, op termijn, zich in de leegstaande bebouwing illegale activiteiten gaan ontwikkelen. Door de beëindiging van de veehouderijbedrijven ter plaatse zal een aanzienlijke milieuwinst worden 12

behaald. Burgerwoningen hebben een aanzienlijk lagere milieubelasting op de omgeving dan veehouderijbedrijven. Hiermee zal het woon- en leefklimaat in de omgeving met de voorgenomen ontwikkeling verbeteren. 2.2.2 Landschappelijke inpassing Bij ruimtelijke ontwikkelingen is het van belang dat de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving niet verloren gaat maar, als mogelijk, juist wordt versterkt. Tevens is vanuit het ruimtelijke beleid een goede landschappelijke inpassing een vereiste. Om te onderzoeken of de ontwikkeling mogelijk kan bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving is door een landschapsdeskundige een inpassingslan opgesteld waarop is aangegeven hoe de voorgenomen ontwikkeling landschappelijk zal worden ingepast. De beplantingsplannen zijn in de volgende figuren weergegeven.

T ek ening beplantingsplan Loonsestraat 5 Bron: Elings

13

T ek ening beplantingsplan Wolfdijk 2 Bron: Elings Deze tekeningen maken onderdeel uit van een landschappelijk inrichtingsplan dat ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is opgesteld. In dit landschappelijk inrichtingsplan is opgenomen op welke manier de voorgenomen ontwikkeling landschappelijk wordt ingepast en welke soorten beplanting daarvoor worden toegepast. Voor het gehele landschappelijk inrichtingsplan wordt verwezen naar bijlage1 en 2 van deze onderbouwing. Hiermee kan worden gesteld dat ter plaatse wordt voorzien in een goede landschappelijke inpassing.

14

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Rijksbeleid

3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Op 13 maart 2012 heeft het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (I&M) de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. In de SVIR geeft de Rijksoverheid haar visie op de ruimtelijke en mobiliteitsopgaven voor Nederland richting 2040 en de manier waarop zij hiermee om zal gaan. Daarmee biedt het een kader voor beslissingen die de Rijksoverheid in de periode tot 2028 wil nemen, om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden. In de SVIR maakt het Rijk helder welke nationale belangen zij heeft in het ruimtelijk en mobiliteitsdomein en welke instrumenten voor deze belangen door de Rijksoverheid worden ingezet. Overheden, burgers en bedrijven krijgen de ruimte om oplossingen te creëren. Het Rijk gaat zo min mogelijk op de stoel van provincies en gemeenten zitten en richt zich op het versterken van de internationale positie van Nederland en het behartigen van de nationale belangen. De Rijksoverheid brengt het aantal procedures en regels stevig terug en brengt eenheid in het stelsel van regels voor infrastructuur, water, wonen, milieu, natuur en monumenten. Het Rijk wil de beperkte beschikbare middelen niet versnipperen. Het investeert dáár waar de nationale economie er het meest bij gebaat is, in de stedelijke regio’s rond de main-, brain- en greenports inclusief de achterlandverbindingen.

Om nieuwe projecten van de grond te krijgen zoekt het Rijk samenwerking met marktpartijen en andere overheden. Zo lang er geen sprake is van een nationaal belang zal het rijk de beoordeling en uitvoering van ontwikkelingen dus aan de provincies en gemeenten overlaten. De uitgangspunten uit de SVIR zijn juridisch verankerd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). In het Barro is aangegeven welke gebieden, of projecten, van nationaal belang zijn en aanvullende toetsing behoeven. Om te bepalen of sprake is van strijdigheid met de belangen uit de SVIR dient daarom verder getoetst te worden aan het Barro. Verdere toetsing aan ruimtelijke en milieutechnische belangen vindt plaats aan het provinciaal beleid. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Op 17 december 2011 is de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte gedeeltelijk in werking getreden. Deze nieuwe AMvB Ruimte heeft de eerdere ontwerp AMvB Ruimte 2009 vervangen. Juridisch wordt de AMvB Ruimte aangeduid als Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro is op 1 oktober 2012 geactualiseerd en is vanaf die datum geheel in werking getreden. Met de inwerkingtreding van het Barro naast het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), is de juridische verankering van de uitgangspunten uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte compleet.

In het Barro zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Het Barro is deels opgebouwd uit hoofdstukken afkomstig van de ontwerp AMvB Ruimte die eind 2009 is aangeboden en deels uit nieuwe onderwerpen. Per onderwerp worden vervolgens regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen zullen moeten voldoen. Het besluit bepaalt tevens: "Voor zover dit besluit strekt tot aanpassing van een bestemmingsplan dat van kracht is, stelt de gemeenteraad uiterlijk binnen drie jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit een bestemmingsplan vast met inachtneming van dit besluit." Volgens de toelichting bij dit artikel geldt als hoofdregel, dat de regels van het Barro alleen van toepassing zijn wanneer na inwerkingtreding van het Barro een nieuw bestemmingsplan voor het eerst nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt binnen de aangegeven projectgebieden. Alleen wanneer het Barro expliciet een aanpassing van bestemmingsplannen vergt, omdat een reeds bestaand bestemmingsplan binnen een of meerdere van de projectgebieden is gelegen, dan moet dat binnen drie jaar gebeuren. Het Barro draagt bij aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang en "vermindering van de bestuurlijke drukte".

Belemmeringen die de realisatie van de genoemde projecten zouden kunnen frustreren of vertragen, worden door het Barro op voorhand onmogelijk gemaakt. 15

Daar staat tegenover dat de regelgeving voor lagere overheden weer wat ingewikkelder is geworden. Gemeenten die een bestemmingsplan opstellen dat raakvlakken heeft met een of meerdere belangen van de projecten in het Barro, zullen nauwkeurig de regelgeving van het Barro moeten controleren. Het Barro vormt daarmee een nieuwe, dwingende checklist bij de opstelling van bestemmingsplannen. In het Barro zijn de projecten van nationaal belang beschreven. Deze projecten zijn in beeld gebracht in de bij het Barro behorende kaarten. De locatie is niet in een van de aangewezen projectgebieden gelegen. Hiermee zijn de bepalingen uit het Barro niet van toepassing op de planlocatie en is er geen sprake van strijdigheid met de nationale belangen. 3.1.3 Ladder duurzame verstedelijking Ingevolgde artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), de zogenaamde Ladder voor duurzame verstedelijking, dient de toelichting bij een bestemmingsplan, waarin een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, een beschrijving te bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

Een stedelijke ontwikkeling is als volgt gedefinieerd: "ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen." Bij de voorgenomen ontwikkeling is, op basis van deze definitie, geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. Verdere toetsing aan de Ladder duurzame verstedelijking is daarmee niet vereist. Aan de hand van deze definitie kan gesproken worden van een stedelijke ontwikkeling. Op basis van jurisprudentie (uitspraken ABRvS 28 juni 2017, 201608869/1/R3, Dongeradeel) is echter bepaald dat wanneer een bestemmingsplan voorziet in niet meer dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van het Bro, kunnen worden aangemerkt, deze ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling kan worden aangemerkt. Er is bij de voorgenomen ontwikkeling geen sprake van het oprichten van meer dan 11 woningen die als één woningbouwlocatie kunnen worden aangemerkt. Hiermee kan worden gesteld dat geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling en dat daarmee verdere toetsing aan de Ladder duurzame verstedelijking niet is vereist.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant Op 14 december 2018 heeft de provincie Noord-Brabant de Omgevingsvisie Noord-Brabant "De kwaliteit van Brabant" vastgesteld. De omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Dat gaat om ambities op gebied van de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. De omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Met de omgevingsvisie wil de provincie vast aansluiten bij en gaan werken volgens de uitgangspunten van de nieuwe Omgevingswet. Samen met andere overheden, initiatiefnemers en andere betrokken partijen wordt actief gezocht naar praktijken waarin deze nieuwe manier van werken centraal staat. De Omgevingsvisie gaat over twee vragen: Hoe moet de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit zien? Wat moet in 2030 voor elkaar zijn om dat toekomstperspectief te verwezenlijken? De doelstelling die Noord-Brabant heeft voor 2050 is dat zij in dat jaar welvarend, verbonden en klimaatproof zijn.

De welvaart wil de provincie bereiken door te investeren in een gezonde en sterke concurrentiepositie door het goede vestigingsklimaat voor bedrijven en kenniswerkers, maar ook door de voortrekkersrol in de transitie naar een innovatieve en duurzame economie. De provincie ziet welvaart niet alleen als 16

economische bestaanszekerheid, maar ook als geluk, gezondheid en veiligheid van mensen. In dat kader stelt de provincie dat in 2050 bestaande problemen in de fysieke leefomgeving zijn opgelost en dat het robuuste natuurnetwerk uitstekend functioneert. Dankzij investeringen in natuur, verdrogingsbestrijding, bodem, waterkwaliteit, een groene (natuurrijke) inrichting van woon- en werkgebieden en het terugdringen van emissies uit landbouw en industrie, wil de provincie zowel de menselijke leefomgeving als die voor flora en fauna verbeteren. Dit leidt tot een goed welbevinden en een grote soortenrijkdom. Voor wat betreft de verbondenheid is het streven van de provincie dat Brabant de centrale ligging uitstekend weet te benutten door goede verbindingen op zowel fysiek als op sociaal-maatschappelijk (digitaal) gebied. Daarbij is een van de doelen dat de logistieke bedrijvigheid nog steeds een topsector is, maar dan op een schonere en slimmere manier. Daarnaast bieden nog zichtbare historische waarden, erfgoed en landschappelijke verscheidenheid een verbinding met het verleden. Deze elementen dienen te blijven behouden voor een aantrekkelijke omgeving als uitloopgebied voor de inwoners van steden en dorpen en voor recreatie. Met betrekking tot het streven klimaatproof te zijn, wil de provincie in 2050 geheel energieneutraal zijn.

Dit willen zij bereiken door alleen nog duurzame energie te gebruiken. Daarnaast wil de provincie verdere klimaatverandering tegengaan door de uitstoot van koolstofdioxide en de uitstoot van methaan uit de landbouw fors terug te dringen. Daarnaast wil de provincie goed om kunnen gaan met de klimaatverandering en de effecten daarvan. Hierbij staat duurzaam, gezond en klimaatbestendig bouwen centraal. Daarnaast dient voldoende ruimte beschikbaar te zijn om water op te vangen en vast te houden in tijden van droogte en om wateroverlast te voorkomen. Op basis van deze doelstellingen heeft de provincie vier hoofdopgaven geformuleerd: Werken aan de Brabantse energietransitie. Werken aan een klimaatproof Brabant. Werken aan de slimme netwerkstad. Werken aan een concurrerende, duurzame economie. Deze opgaven worden niet los van elkaar gezien, maar zijn vanuit de basis met elkaar verbonden. Hierbij wordt gekeken vanuit een gebiedsspecifieke benadering om de kansen en bedreigingen van de opgaven te benoemen en rekening te houden met de kansen vanuit andere hoofdopgaven. Voor beëindiging van veehouderijbedrijven en hergebruik van de vrijkomende gebouwen zijn geen specifieke beleidsuitgangspunten opgenomen. Wel neemt bij de beëindiging van het melkveehouderijbedrijf ter plaatse de uitstoot van fijnstof, stikstofoxiden, koolstofdioxide en methaan af.

Dit draagt bij aan de doelstellingen van de provincie. Gezien het voorgaande past de voorgenomen ontwikkeling binnen de doelstellingen zoals zijn verwoord in de Omgevingsvisie Noord-Brabant van de provincie Noord-Brabant. 3.2.2 Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant De Interim Omgevingsverordening Ruimte Noord-Brabant is één van de uitvoeringsinstrumenten voor de provincie om haar doelen te realiseren. Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben op 1 augustus 2023 de (laatst geconsolideerde versie van de) Interim Omgevingsverordening vastgesteld, waarmee de tot dan toe geldende Verordening Ruimte werd vervangen. Op 11 maart 2022 is door de provincie de Omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. De Omgevingsverordening zal echter pas in werking treden wanneer de Omgevingswet in werking treedt, naar verwachting 1 januari 2024. Tot die tijd geldt het beleid zoals is opgenomen in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Vanuit de verordening is de locatie gelegen in een gebied dat nader is aangemerkt als 'Landelijk gebied' en 'Groenblauwe mantel'. Binnen dit gebied gelden specifieke regels voor omschakeling van een agrarisch bedrijf naar een woonfunctie. Deze luiden als volgt:

17

Artikel 3.68 wonen in landelijk gebied Lid 1. Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied bepaalt dat: a. alleen bestaande burgerwoningen en bedrijfswoningen zijn toegestaan; b. zelfstandige bewoning van bedrijfsgebouwen, recreatiewoningen en andere niet voor bewoning bestemde gebouwen is uitgesloten. Artikel 3.69 In afwijking van artikel 3.68 Wonen in Landelijk gebied kan een bestemmingsplan voorzien in: a. de bouw van een woning ter vervanging van een bestaande woning binnen het bouwperceel, als is verzekerd dat: 1. de bestaande woning feitelijk wordt opgeheven; 2. overtollige bebouwing wordt gesloopt. b. de vestiging van of de splitsing in meerdere woonfuncties in cultuurhistorisch waardevolle bebouwing als dat bijdraagt aan het behoud of herstel van deze bebouwing. c. in het gebruik van een voormalige bedrijfswoning als burgerwoning, als is verzekerd dat: 1. er geen splitsing in meerdere woonfuncties plaatsvindt; 2. overtollige bebouwing wordt gesloopt. Ad artikel 3.69 Op grond van artikel 3.69 onder c kunnen de bedrijfswoningen aan de Wolfdijk 2 en Loonsestraat 5 herbestemd worden naar een burgerwoning. Op grond van artikel 3.69 onder b wordt de splitsing van de cultuurhistorisch waardevolle boerderij aan de Loonsestraat 5 mogelijk gemaakt. Hiervoor geldt dat de splitsing een bijdrage dient te leveren aan het behoud en/of herstel van het waardevolle pand.

Allereerst dient te worden bepaald of sprake is van een waardevol pand. In het ter plaatse van de locatie geldende bestemmingsplan heeft het pand de nadere aanduiding 'cultuurhistorische waarden'. Ook op de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart, waaraan in de paragraaf "Cultuurhistorie" (paragraaf 4.3.2) nader is getoetst, is het pand aangemerkt als bouwkunst met cultuurhistorische waarde (overige bouwkunst). Uit het provinciale rapport met betrekking tot de historische bouwkunst dat raadpleegbaar is via de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart blijkt dat de cultuurhistorische waarde van het pand met name de voorgevel van het pand betreft. Er is daarmee sprake van een cultuurhistorisch waardevol pand. Het is bij de voorgenomen splitsing van belang dat de cultuurhistorische waarde van het pand behouden dan wel versterkt wordt. In de huidige situatie bestaat het pand uit een woongedeelte met een inpandig (voormalig) stalgedeelte. Het stalgedeelte staat reeds leeg, maar is nog niet geschikt voor woondoeleinden. Met de leegstand van het stalgedeelte zal dit deel van het waardevolle pand verpauperen. Door middel van de voorgenomen splitsing wordt het voormalig stalgedeelte omgezet in een woning, welke ook als zodanig zal worden onderhouden. Daarmee wordt de verpaupering van het pand voorkomen en wordt bijgedragen aan het behoud en het herstel van het pand.

Met de voorgenomen splitsing wordt het pand gerenoveerd. Daarbij zal de waardevolle voorgevel in ere worden hersteld en behouden blijven. Er zal daarmee geen sprake zijn van een aantasting van het aanzicht van het waardevolle pand. In bijlage 3 bij deze toelichting zijn tekeningen opgenomen ten behoeve van de splitsing van het pand, waarop is weergegeven op welke wijze de splitsing bijdraagt aan het behoud en herstel van het waardevolle pand. Het oprichten van compensatiewoning vindt zijn grondslag in artikel 3.78 van de interim omgevingsverordening. Deze luidt als volgt: Artikel 3.78 Maatwerk met als doel omgevingskwaliteit Lid 1. Een bestemmingsplan kan voor een concreet initiatief nieuwvestiging mogelijk maken als: 18

a. de ontwikkeling volledig tot doel heeft een versterking te geven van de omgevingskwaliteit en voor dat doel de middelen genereert; b. de realisering van de onder a bedoelde versterking van omgevingskwaliteit niet op een andere wijze is verzekerd; c. de ontwikkeling door meerwaardecreatie aanzienlijk bijdraagt aan algemene belangen zoals sloop van overtollige bebouwing, de aanleg van natuur en bos, de verbetering van het woon- en leefklimaat, het terugdringen van de emissie van milieuhinderlijke stoffen of het behoud van cultuurhistorische waarden; d. de ontwikkeling en de versterking van omgevingskwaliteit passen binnen de gewenste ontwikkelingsrichting van het gebied, bedoeld in Artikel 3.77 ; e. is onderbouwd dat de activiteit volhoudbaar is naar de toekomst, bezien vanuit duurzaamheid en economisch oogpunt; f. de ontwikkeling past binnen de uitgangspunten, belangen en doelen die deze verordening beoogt te beschermen; en g. bij de uitwerking van het plan deskundigen worden betrokken op het gebied van omgevingskwaliteit , onder wie een deskundige die bij de provincie Noord-Brabant werkzaam is. Lid 2. De bijdrage aan het versterken van omgevingskwaliteit betreft maatwerk waarbij in ieder geval de volgende aspecten in acht worden genomen en juridisch vastgelegd: a. als de activiteit de realisatie van een woning betreft: 1.

wordt de woning opgericht op een aanvaardbare locatie in Landelijk gebied; 2. is de fysieke tegenprestatie, die is gericht op het versterken van omgevingskwaliteit , qua omvang gelijk aan de tegenprestatie voor een ruimte-voor-ruimtekavel; en 3. is in overleg met de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte onderzocht of de ontwikkeling van een ruimte-voor-ruimtekavel tot de mogelijkheden behoort; b. als de ontwikkeling mede tot doel heeft een milieubelastende activiteit te saneren, moeten alle daarvoor aanwezige rechten en toestemmingen, waaronder de verleende vergunningen, zijn ingetrokken; c. als de activiteit de ontwikkeling van een nieuw landgoed betreft: 1. heeft het landgoed ten minste een omvang van 10 hectare; 2. bestaat 50% van het landgoed uit gerealiseerde natuur binnen het Natuur Netwerk Brabant; 3. wordt de fysieke tegenprestatie ingezet voor de ontwikkeling van natuur; 4. is de bebouwing van allure en qua omvang passend bij de uitstraling van het landgoed ; 5. wordt de bebouwing geconcentreerd opgericht buiten het Natuur Netwerk Brabant; 6. zijn naast landgoedwoningen ook andere bij een landgoed passende gebruiksactiviteiten mogelijk, waaronder zorg; en 7. is de openbaarheid van het landgoed verzekerd. d.

als de ontwikkeling plaatsvindt binnen een Cultuurhistorisch waardevol gebied ter behoud van een waardevol cultuurhistorisch complex, zoals beschreven op de Cultuurhistorische Waardenkaart, is de fysieke tegenprestatie gericht op behoud of versterking van de aldaar benoemde waarden en kenmerken. Lid 3. Er is sprake van een aanvaardbare locatie voor de ontwikkeling van een woning als: a. de locatie in een bebouwingsconcentratie ligt; b. of de ontwikkeling een logische afronding geeft van Stedelijk gebied of een bebouwingsconcentratie. Lid 4. Bij de toepassing van dit artikel zijn de volgende bepalingen niet van toepassing: a. artikel Artikel 3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik , onder a; b. artikel Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap ; en c. artikel Artikel 3.68 Wonen in Landelijk gebied , eerste Lid , onder a. Ad artikel 3.78 Voor een gelijk speelveld als het gaat om het toevoegen van een woning op gornd van artikel 3.78 van de 19

Interim omgevingsverordening Noord-Brabant heeft Gedeputeerde Staten op 5 juli de Beleidsregel maatwerk omgevingskwaliteit Noord-Brabant vastgesteld. Middels de door de provincie Noord-Brabant ter hand gestelde rekenmodule dient aangetoond te worden in hoeverre er voldoende omgevingskwalitiet behaald wordt op de locatie aan de Loonsestraat 5 om een compensatiewoning toe te voegen. Deze berekening is toegevoegd als bijlage 12. Voor het toevoegen van een woning dient de bijdrage in het versterken van de omgevingskwaliteit geldt een minimale inspanning ter hoogte van € 125.000 per wooneenheid. Uit de berekening blijkt dat de sanering van de gehele bedrijfslocatie aan de Loonsestraat 5 een waarde vertegenwoordigd van € 57.947.50. Met het aankopen van een resttitel van € 67.052,50, zie bijlage 4, is dit aangevuld tot de minimale inspanning van € 125.000. Hiermee wordt voldaan aan de vereiste basisinspanning. Op de locatie van de compensatiewoning is eerder al uitgebreid ingegaan en is gebleken dat er sprake is van een planologisch aanvaardbare locatie. Tevens past de ontwikkeling in de ontwikkelingsrichting van het gebied. Hier wordt onder andere in paragraaf 3.3.1 nader op ingegaan. De locatie is gelegen in een bebouwingsconcentratie en is aangewezen als een voormalig extensiveringsgebied.

Binnen de bebouwingsconcentratie Lage Kant zijn de agrarische locaties die onderdeel uitmaken van het plangebied de laatste twee agrarische locaties binnen deze bebouwingsconcentratie. Voor het overige zijn voormalige agrarische bedrijfslocatie allen herbestemd naar een woonfunctie al dan niet gepaard gaande met het toevoegen van burgerwoningen. Onderhavige ontwikkeling ligt in de lijn van deze eerdere ontwikkelingen. Middels dit bestemmingsplan wordt de gewenste transformatie van het voormalige agrarische bebouwingslint afgerond. Eveneens sluit onderhavige ontwikelling aan bij de ontwikkelingsrichting zoals genoemd in het concept Koersdocument Omgevingsvisie. Hierin staat opgenomen dat specifiek voor het buitengebied er voor de woningbouwopgave ingezet wordt op het op gepaste schaal toevoegen van nieuwe woningen. Het is mogelijk om kleinschalig woningen toe te voegen als er een bijdrage wordt geleverd aan andere opgaven in het buitengebied als de transitie van de landbouw. Daar wordt met onderhavig plan invulling aan gegeven. Voor de ontwikkeling aan de locatie Wolfdijk 2 wordt er geen gebruik gemaakt van artikel 3.78 van de Iov. Wel dient er getoetst te worden aan artikel 3.68 als het gaat over kwaliteitsverbetering van het landschap.

Onderhavige ontwikkeling aan de Wolfdijk 2, de bestemmingswijziging van 'Agrarisch met waarden Landschapswaarden' naar 'Wonen' met ten hoogste 290 m² aan bijgebouwen' wordt gezien als een categorie 2 ontwikkeling. Bij een categorie 2 ontwikkeling dient er sprake te zijn van een goede landschappelijke inpassing. Met de uitvoering van het landschappelijk inrichtingsplan zoals opgenomen in bijlage 2 wordt hier invulling aan gegeven. Uit bovenstaande uiteenzetting blijkt dat aan de voorwaarden zoals opgenomen in de Interim omgevingsverordening wordt voldaan.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1 Structuurvisie In december 2009 heeft de gemeenteraad van de voormalige gemeente Maasdonk de Structuurvisie Buitengebied vastgesteld. Deze structuurvisie geeft sturing aan nieuwe (economische) ontwikkelingen in het buitengebied van de voormalige gemeente Maasdonk. De visie biedt een duidelijk kader waarbinnen ontwikkelingen kunnen plaatsvinden. Volgens de functionele zonering is het plangebied gelegen binnen een bebouwingsconcentratie (deels extenseringsgebied, deels verwevingsgebied). Het betreft de bebouwingsconcentratie Lage kant. In de Structuurvisie is beleid opgenomen wanneer en onder welke voorwaarden de gemeente mee wil werken aan functieverandering na het staken van de agrarische bedrijvigheid. Binnen bebouwingsconcentraties is het herbestemmen van een bedrijfswoning als burgerwoning, het splitsen van een cultuurhistorisch waardevolle boerderij in twee wooneenheden en het toevoegen van een extra kavel voor een vrijstaande woning in beginsel mogelijk.

20

Functionele zonering Bron: Structuurvisie Buitengebied Maasdonk 2009 Tevens zijn er in de Structuurvisie ontwerprichtlijnen opgenomen voor de bebouwingsconcentratie Lage kant. Een verdichting van het lint met aandacht voor de landschappelijke afronding wordt specifiek benoemd. Ter plaatse van het plangebied staat het streefbeeld ook deze verdichting toe, waarbij aan de zuidzijde de zichtlijnen naar de achterliggende landschap behouden moeten blijven. Bij de stedenbouwkundige opzet is hier rekening mee gehouden.

Streefbeeld bebouwingsconcentratie Lage kant Bron: Structuurvisie Buitengebied Maasdonk 2009

21

3.3.2 Beleidskader voormalige agrarische bedrijfslocaties De komende jaren is er een toename te verwachten van het aantal verzoeken voor hergebruik van voormalige agrarische bedrijfslocaties ten behoeve van een nieuwe functie. Het betreft hoofdzakelijk verzoeken voor omzetting naar wonen of bedrijvigheid, maar ook voor (dag)recreatie of een maatschappelijke functie. Met de toevoegen van het buitengebied van Nuland en Vinkel en de sterke afname (op termijn) van het aantal agrarische bedrijven als gevolg van bedrijfsbeëindiging, zullen deze verzoeken alleen maar toenemen. Het beleidskader is bedoeld voor hergebruik van vrijkomende/voormalige agrarische bedrijfslocaties. Dat zijn bouwvlakken die in de diverse bestemmingsplannen een agrarische bestemming hebben, maar ook de bouwvlakken met een bestemming ‘Wonen’, waar meer dan 200 m2 voormalige agrarische opstallen aanwezig zijn. Het beleidskader richt niet op het toevoegen van nieuwe woningen in het buitengebied, zoals het toevoegen van een extra woning zoals beoogd. Toetsing zal derhalve enkel plaatsvinden voor het herbestemmen van de agrarische bedrijfswoningen naar burgerwoningen.De beoordeling van initiatieven voor nieuwe functies op voormalige agrarische bedrijfslocaties vindt op de volgende aspecten plaats.

Functieomschrijving Hergebruik van voormalige agrarische bedrijfslocaties is mogelijk voor een omschakeling naar wonen. Voorwaarden aan aard en omvang van de activiteit Er dient sprake te zijn van een goede bruto/netto verhouding tussen bebouwd en onbebouwd. Het beleidskader bevat geen maximale maatvoeringen. Maatwerk is mogelijk, mits dat er per saldo kwaliteitsverbetering plaatsvindt. De kwaliteitsverbetering is in deze gewaarborgd door de landschappelijke inpassingsplannen die zijn opgesteld. Bij de planvorming is het uitgangspunt geweest dat enkel bebouwing met een gebruiksfunctie behouden blijft en overtollige bebouwing gesloopt wordt. Voorwaarden op locatieniveau Er wordt een bouwvlak op maat toegekend aan de voormalige bedrijfswoningen met een woonbestemming. De woning aan de Loonsestraat 5 en de Wolfdijk 2 krijgen beiden een bouwvlak met een omvang van circa 1.800 m2. Bij deze bouwvlakken wordt de maximale oppervlaktemaat van 5.000 m2 niet overschreden. Binnen de bouwvlakken wordt ook voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Voorwaarden vanuit de omgeving De verkeersaantrekkende werking neemt door de voorgenomen functieverandering af. Een woonfunctie voor de voormalige bedrijfswoningen zoals beoogd leidt niet milieuhygiënische bezwaren voor de omgeving.

Uit deze toelichting zal tevens blijken dat de herbestemming niet leidt tot een beperking van de ontwikkelingsmogelijkheden van de aanwezige bedrijven. De transformatie vindt plaats op het bestaande erf, waardoor de zichtlijn aan de zuidzijde van het plangebied behouden blijft. Randvoorwaarden Het plangebied zal landschappelijk worden ingepast. Hierbij wordt er voldaan aan de Landschapsinvesteringsregeling. Bij het initiatief is ook gekeken naar de aanwezige waarden (zie hiervoor ook hoofdstuk 4). Overige aspecten Er zijn geen aspecten die nog een nadere toelichting behoeven. De beoogde herbestemming van de voormalige bedrijfswoningen binnen het plangebied naar een burgerwoning past binnen het beleidskader voor voormalige agrarische bedrijfslocaties. 22

3.3.3 Verordening Bomen, Water en Groen Op 9 maart 2021 heeft de gemeente 's-Hertogenbosch de Verordening bomen, water en groen 's-Hertogenbosch 2021 vastgesteld. Deze verordening behoort bij de Visie 's-Hertogenbosch groen en klimaatbestendig. De verordening geeft regels over activiteiten in de fysieke leefomgeving, specifiek voor wat betreft het vellen van beschermde houtopstanden, het lozen van grondwater en hemelwater en het verplicht realiseren van groen in het geval van verhardingstoename. Het doel van deze regels is het beperken van de gevolgen van klimaatverandering en het beschermen van bepaalde houtopstanden. De verordening stelt regels ten aanzien van het vellen van beschermde houtopstanden. Gezien bij de voorgenomen ontwikkeling geen sprake is van het vellen van (al dan niet beschermde) houtopstanden zijn de regels met betrekking hiertoe niet van toepassing op het voorgenomen initiatief. Verder geldt vanuit de verordening een verbod op het lozen van grondwater en/of hemelwater op de gemeentelijke riolering. Voor de verwerking van hemelwater geldt aanvullend beleid, waarbij het hemelwater op eigen terrein verwerkt dient te worden. Hierbij geldt de regel dat bij een toename van meer dan 500 m² aan verhard oppervlak er minimaal 60 millimeter per m² toename aan compenserende waterberging gerealiseerd dient te worden.

Bij de voorgenomen ontwikkeling is geen sprake van het lozen van grondwater. Voor wat betreft hemelwater wordt, zoals nader uitgewerkt en omschreven in de paragraaf "Wateraspecten" (paragraaf 4.5), voldoende waterberging op eigen terrein gerealiseerd. Daarmee wordt het hemelwater geheel op eigen terrein verwerkt en wordt aan de regels ten aanzien van grond- en hemelwater uit de verordening voldaan. Tevens geldt er vanuit de verordening een verplichting tot de aanleg van voldoende groen. Daarbij geldt dat bij ontwikkelingen waarbij het verhard oppervlak met 500 m² of meer toeneemt compenserend groen dient te worden aangelegd. Bij de voorgenomen ontwikkeling is voornamelijk sprake van het hergebruiken van bestaande bebouwing en verharding. De te realiseren compensatiewoning kan gezien worden als een nieuw bouwwerk, hoewel deze op reeds bestaand verhard oppervlakte wordt gerealiseerd. Het verharde oppervlakte van dit kavel zal circa 550 m2 bedragen inclusief de inrit, terrassen en hooimijt. De norm voor het realiseren van groen is afhankelijk van het gebied waarin de ontwikkelingen plaatsvinden. De locatie is gelegen in een gebied dat vanuit de "groenkaart" van de gemeente, welke als bijlage bij de verordening is opgenomen, is aangemerkt als 'buitengebied'. Binnen dit gebied geldt een groennorm van 50%.

Dat wil zeggen dat minimaal 50% van de toename van het verhard oppervlak aan groenelementen dient te worden aangelegd. Met een toename van het verhard oppervlak met ongeveer 550 m² betekent dit dat minimaal 275 m² aan nieuwe groenelementen moet worden aangelegd. Zoals nader omschreven in de paragraaf "Landschappelijke inpassing" (paragraaf 2.2.2) wordt ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling voorzien in een goede, bij het gebied passende landschappelijke inpassing. Hiertoe is door een landschapsdeskundige een landschappelijk inrichtingsplan opgesteld. Bij de voorgenomen landschappelijke inpassing zal meer dan 275 m² aan groenelementen worden aangelegd. Voor de nadere uitwerking en detaillering van de landschappelijke inpassing wordt verwezen naar het landschappelijk inrichtingsplan voor de locatie Loonsestraat 5, welke is opgenomen in bijlage 1 van deze toelichting. Gezien het voorgaande wordt met de voorgenomen ontwikkeling voldaan aan de regels zoals zijn opgenomen in de Verordening bomen, water en groen 's-Hertogenbosch 2021 van de gemeente 's-Hertogenbosch.

23

Hoofdstuk 4 4.1

Ruimtelijke- en milieuaspecten

Milieu & duurzaamheid

4.1.1 Inleiding Dit hoofdstuk geeft weer hoe milieuaspecten een rol hebben gespeeld bij het opstellen van het voorliggende bestemmingsplan. Tussen milieuaspecten en ruimtelijke ordening bestaat een duidelijke relatie. De milieukwaliteit vormt namelijk een belangrijke afweging bij de ontwikkelingsmogelijkheden van ruimtelijke functies. Bij de besluitvorming over het al dan niet toelaten van een bepaalde ruimtelijke ontwikkeling, dient onderzocht te worden welke milieuaspecten daarbij een rol kunnen spelen. Het is daarnaast van belang om milieubelastende functies (zoals bedrijfsactiviteiten) ruimtelijk te scheiden van milieugevoelige functies (zoals woningen). Andersom moet in de ruimtelijke ordening nadrukkelijk rekening gehouden worden met de gevolgen van ruimtelijke ingrepen voor het milieu. Milieubelastende of hinderlijke situaties moeten voorkomen worden.

4.1.2 Bedrijven en milieuzonering Milieuzonering zorgt voor voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds bedrijven of overige milieubelastende functies en anderzijds milieugevoelige functies zoals woningen. Bij de planontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzonering om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te garanderen naast de zorg dat er voor bedrijven voldoende ruimte voorhanden is om de bedrijfsactiviteiten duurzaam en binnen aanvaardbare voorwaarden (normen) uit te kunnen voeren. Richtlijn Bij het beoordelen van (binnen het plangebied of elders gelegen) de bedrijven welke invloed hebben op het plangebied, is gebruik gemaakt de VNG-brochure “Bedrijven en Milieuzonering”. De VNG brochure is een richtlijn, vormt geen wettelijk kader maar heeft als gevolg van jurisprudentie de status van pseudo-wetgeving gekregen. Deze richtlijn biedt kaders om milieuzonering goed in ruimtelijke plannen af te wegen. In de VNG-uitgave staan minimale richtafstanden voor geur, stof, geluid en gevaar die gebaseerd zijn op een “gemiddeld” modern bedrijf. Deze richtafstanden gelden vanaf de perceelgrens van het bedrijf waar de bedrijfsactiviteiten plaats kunnen vinden (of de opslagvoorziening of installatie) tot aan de gevel van woningen in een 'rustige woonwijk'.

Indien het bedrijf afwijkt door grootte, technische voorzieningen, afschermingen et cetera is het mogelijk om gemotiveerd af te wijken van de (indicatieve) afstanden. De grootste van de vier VNG-richtafstanden (voor geur, stof, geluid of gevaar) is bepalend voor de indeling van een activiteit in een milieu-categorie. De milieucategorie van een bedrijf kan variëren van 1 (een licht bedrijf, met een hinderafstand van 10 meter) tot 6 (een zeer zwaar bedrijf, met een hinderafstand van 1500 meter). Invloed initiatief op omgeving Met onderhavige bestemmingsplan worden de veehouderijbedrijven aan de Loonsestraat 5 en de Wolfdijk 2 te Nuland gesaneerd. De agrarische bestemming wordt op beide locaties in planologische zin omgezet naar 'Wonen'. Daarnaast wordt er aan de Loonsestraat 5 een kavel voor een vrijstaande woning ontwikkeld ter plaatse van de te slopen melkrundveestal. De hoofdfunctie van de Loonsestraat 5, Loonsestraat ong. en Wolfdijk 2 wordt wonen. De agrarische bedrijfsactviteiten worden geheel gestaakt. Onderhavige ontwikkeling leidt niet tot een belemmering voor omliggende gevoelige functies, maar juist voor een verbetering. Door het staken van alle milieubelastende activiteiten komen de richtafstanden te vervallen. Voor de omliggende woningen is er sprake van een goed woon- en leefklimaat.

Invloed omgeving op initiatief Rondom het plangebied zijn met name woningen aanwezig. Nabij de initiatieflocatie (<250 meter) zijn geen inrichtingen gelegen waarvoor richtafstanden gelden. Ter plaatse van het plangebied is derhalve sprake van een goed woon- en leefklimaat. 24

Het aspect 'bedrijven en milieuzonering' zorgt derhalve niet voor belemmeringen voor onderhavig plan. 4.1.3 Geluid Bij een ruimtelijk plan dient rekening te worden gehouden met geluidsbronnen en de mogelijke hinder of overlast daarvan voor mensen. De beoordeling van het aspect geluid in ruimtelijke plannen vindt zijn grondslag in vooral de Wet geluidhinder en Wet milieubeheer. Daarnaast vindt de beoordeling zijn grondslag in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), op grond van een “goed woon- en leefklimaat”. Het aspect geluid kent voor geluidsgevoelige bestemmingen (zoals woningen) afhankelijk van typen geluidsbronnen een wettelijk kader die van belang zijn bij het opstellen van ruimtelijke plannen. Zo zijn in de Wet geluidhinder voor geluidsgevoelige bestemmingen (als woningen) grenswaarden opgenomen voor industrielawaai, wegverkeerlawaai en spoorweglawaai. Het stelsel is gericht op het voorkomen van nieuwe geluidgehinderden. Wegverkeerslawaai Langs alle wegen bevinden zich conform de Wet geluidhinder (Wgh) geluidszones, met uitzondering van wegen op woonerven en 30 km/uur-wegen. Binnen de geluidszone van een weg dient de geluidsbelasting op de gevel van geluidsgevoelige bestemmingen (zoals woningen) aan wettelijke normen te voldoen. De breedte van een geluids-onderzoeks-zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en de ligging van de weg (binnen- of buitenstedelijk).

De beoogde ontwikkeling ligt binnen de zone van 250 meter van de Loonsestraat en de Wolfdijk te Nuland. Voor de geluidsbelasting op de gevels van nieuwe geluidsgevoelige functies binnen de wettelijke geluidszone van deze weg geldt een ten hoogst toelaatbare geluidbelasting van 48 dB. Onder voorwaarden is een hogere waarde mogelijk tot 53 dB. Indien uit akoestisch onderzoek blijkt dat de ten hoogst toelaatbare geluidbelasting van 48 dB wordt overschreden, zijn maatregelen noodzakelijk gericht op het verminderen van de geluidsbelasting aan de gevel. Voor zulke maatregelen wordt onderstaande volgorde aangehouden: Bronmaatregelen (bijvoorbeeld aanpassing intensiteiten of soort wegdekverharding) Overdrachtsmaatregelen (bijvoorbeeld geluidsafscherming) Maatregelen bij de ontvanger (bijvoorbeeld aanbrengen extra geluidsisolatie aan de gevel of woningindeling) Zijn deze maatregelen niet mogelijk, niet gewenst of niet doeltreffend, dan kan de gemeente onder bepaalde voorwaarden voor nieuwe geluidsgevoelige objecten een hogere (geluid)waarde verlenen. Voorwaarden die worden gesteld aan een te verlenen hogere waarde zijn ten gunste van de geluidsituatie en dus het woon- en leefklimaat bij de gevoelige objecten. Hiervoor heeft gemeente 's-Hertogenbosch een 'hogere waarde beleid' vastgesteld.

De voorwaarden waaronder een eventuele hogere waarde wordt verleend zijn afhankelijk van de hoogte van de geluidsbelasting en het type gebied waarin het plan zich bevindt. Per gebiedstype geldt een ambitie voor wat betreft de geluidsbelastingen. Zo wordt bijvoorbeeld in een (normaliter rustig) buitengebied een lager geluidsniveau nagestreefd dan in een rumoerig gebied langs een drukke snelweg met verhoogde geluidsbelastingen. Een hogere waarde mag – zoals gezegd - de maximale geluidsbelasting van 53 dB niet overschrijden. Voorwaarden voor een vast te stellen hogere waarde zijn bijvoorbeeld de aanwezigheid van een geluidsluwe (rustige) zijde en een geluidsniveau in de buitenruimte (zoals achtertuin/balkon) dat voldoet aan de ambitie voor het betreffende gebied. Voor geluidsbelastingen op gevels meer dan 53 dB kan formeel geen ontheffing worden verleend. Naast het toetsingskader en wettelijke eisen van de Wgh dienen er altijd zodanige gevelmaatregelen te worden genomen dat wordt voldaan aan de maximale geluidsbinnenwaarde op grond van het Bouwbesluit. Deze maximale geluidsbinnenwaarde is ten gunste van het woon-, leef- en verblijfsklimaat in betreffend object. Binnen het plangebied worden geluidgevoelige bestemmingen mogelijk gemaakt binnen de zones van wegen, zoals bedoeld in hoofdstuk VI van de wet ("zones langs wegen").

Het betreft de compensatiewoning aan de Loonsestraat ong. en splitsen van de woonboerderij aan de Loonsestraat 5. Voor deze geluidgevoelige bestemmingen is een akoestisch onderzoek uitgevoerd (bijlage 6) en heeft een toetsing plaatsgevonden aan de normen uit de Wet geluidhinder. Uit de berekeningsresultaten blijkt dat de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden voor alle woningen, ten gevolge van het verkeer op de Loonsestraat en/of de Wolfdijk / Singel. Voor de locatie zijn maatregelen 25

aan de bron of in de overdrachtsweg niet reëel vanwege stedenbouwkundige, verkeerskundige en/of financiële redenen. Daarom is de enige mogelijkheid de aanvraag van een hogere waarde. De gemeente 's-Hertogenbosch heeft hier op 10 oktober 2023 mee ingestemd. De beschikking is op genomen als bijlage 7. Railverkeer Langs alle spoorwegen bevinden zich conform de Wgh geluidszones. De breedte van de zone is afhankelijk van de hoogte van het geluidproductieplafond. De beoogde ontwikkeling ligt wel in de zone. Als de ontwikkeling in de zone ligt, is de ten hoogst toelaatbare geluidbelasting op de gevel (of bouwvlak als dat groter is) van de woning 55 dB. Er is (onder voorwaarden) een hogere geluidbelasting mogelijk tot 68 dB. Binnen het plangebied worden geluidgevoelige bestemmingen mogelijk gemaakt binnen de zone van het spoortraject 's-Hertogenbosch-Utrecht / 's-Hertogenbosch-Nijmegen / 's-Hertogenbosch-Tilburg / Eindhoven. Het betreft de compensatiewoning aan de Loonsestraat ong. Voor deze geluidgevoelige bestemmingen is een akoestisch onderzoek uitgevoerd en heeft een toetsing plaatsgevonden aan de normen uit hoofdstuk VII ("zones langs spoorwegen") van de Wet geluidhinder.

Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat de voorkeursgrenswaarde ter plaatse van de nieuw te realiseren geluidgevoelige objecten minimaal worden overschreden op de rechterzijgevel van de te splitsen woning en op de voorgevel van de bedrijfswoning aan de Wolfdijk 2. Hiervoor zijn geen geluidreducerende maatregelen mogelijk uit stedenbouwkundig, verkeerskundig en financieel oogpunt. Ook hiervoor is een hogere waarde procedure noodzakelijk. De gemeente 's-Hertogenbosch heeft hier op 10 oktober 2023 mee ingestemd. De beschikking is op genomen als bijlage 7. Industrielawaai Zonering van industrielawaai in het kader van de Wet geluidhinder is het ruimtelijk scheiden van industrieterreinen waarop (grote) lawaaimakers zijn gevestigd enerzijds en woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen anderzijds. De zonering van industrielawaai is vastgelegd in hoofdstuk V van de Wet geluidhinder 'Zones rond industrieterreinen' en hoofdstuk 2 van het Besluit geluidhinder. Het doel van zo'n geluidszone is tweeledig: Enerzijds worden geluidgevoelige functies (zoals woningen) beschermd tegen een te hoge geluidsbelasting vanwege industrielawaai. De zone vormt als het ware een buffer (ruimtelijke scheiding) tussen industriële activiteiten en woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen.

De keuze van de ligging van de zone is gebaseerd op een afweging tussen de ruimte voor de bedrijven (industrie) en de ruimte voor geluidsgevoelige objecten. De geluidzone zelf vormt hierbij een aandachtsgebied voor geluid, waarin niet zonder meer nieuwe woningen (en andere geluidgevoelige objecten) mogen worden gebouwd. De geluidzone voorkomt hiermee dat woonbebouwing oprukt in de richting van bedrijven. Het andere doel van de geluidzone is het bieden van akoestische ruimte waarover bedrijven op het industrieterrein maximaal kunnen beschikken. Door het vastleggen van een geluidzone wordt wettelijk akoestische ruimte gecreëerd waarover de bedrijven op het gezoneerde industrieterrein gezamenlijk maximaal kunnen beschikken zodat dat zij hun activiteiten binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Een ruimtelijke scheiding tussen bedrijven en milieugevoelige bestemmingen vastleggen in het bestemmingsplan biedt daarmee zowel de omgeving (omwonenden) als bedrijven rechtszekerheid over de kwaliteit van het gebruik van hun kavel. De grootte van de zone is afhankelijk van de benodigde of gewenste geluidruimte van het gezoneerde industrieterrein. In het bestemmingsplan moet de zone, die niet kleiner mag zijn dan de 50 dB(A) contour, worden vastgelegd. De geluidzone is daarmee het gebied tussen de grens van het industrieterrein en de zonegrens (de 50 dB(A) contour).

De zone is dus het gebied, behalve het industrieterrein zelf, waarbinnen vanwege dat industrieterrein een geluidsbelasting mag heersen van 50 dB(A) etmaalwaarde of meer. Deze eis is vastgelegd in de Wet geluidhinder (Wgh) en gekoppeld aan de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Gevolg hiervan is, dat bij ontwikkelingen op en rond 26

het industrieterrein, rekening wordt gehouden met de geluidzone die om het industrieterrein is gelegen. Dit geldt zowel bij ruimtelijke plannen, als bij het verlenen van een omgevingsvergunning als bij meldingen in het kader van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Op woningen of andere geluidsgevoelige bestemmingen in de zone geldt een hoogst toelaatbare geluidsbelasting van 55 dB(A). De geluidbelasting op woningen op een gezoneerd industrieterrein wordt formeel niet getoetst. Dit geldt ook voor andere mogelijk geluidsgevoelige objecten. In het plangebied is vestiging uitgesloten van bedrijven die vallen onder Onderdeel D van Bijlage I van het Besluit omgevingsrecht. Hoofdstuk V "Zones rond industrieterreinen" van de Wet geluidhinder is hierdoor niet van toepassing. In grote lijnen kan worden voldaan aan het hogere waarden beleid van de gemeente. Alleen m.b.t. het voldoen aan de ambitiewaarden voor weg- en railverkeerslawaai ter plaatse van de buitenruimte, kan hieraan alleen bij de nieuwe woning worden voldaan. Voor de bedrijfswoning en de af te splitsen woning worden geringe overschrijdingen berekend. Omdat het hier bestaande woongebouwen betreft kan ons inziens van de regel worden afgeweken. 4.1.4 Trillingen Bij trillingen in het ruimtelijk spoor gaat het vrijwel altijd om bescherming tegen trillingshinder bij personen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13426867/1