Bijlage 1. Voortgangsrapportage veiligheid 2020
Tekst van het document
Voortgangsrapportage veiligheid 2020
Onderzoek & Statistiek April 2020
Samenvatting Elke twee jaar verschijnt er in de gemeente ’s-Hertogenbosch de veiligheidsmonitor. Ook in de ‘tussenjaren’ is behoefte aan monitoring. Daarom verschijnt er voor de even jaren een voortgangsrapportage veiligheid. Deze gaat voornamelijk in op het voorkomen van misdrijven en incidenten volgens politiestatistieken. De leidraad voor de voortgangsrapportage veiligheid is het Integraal Veiligheidsplan (IVP). In het IVP staan de hoofdlijnen van het gemeentelijk veiligheidsbeleid beschreven. In de periode 2019-2022 zijn er vier belangrijke prioriteiten genoemd: 1. Veilige en leefbare wijken en buurten 2. Veilig uitgaan en veilige evenementen 3. Problematische jeugd en jeugdgroepen 4. Ondermijning Veiligheidsplannen In het IVP en de Begroting zijn doelstellingen geformuleerd met betrekking tot een groot aantal veiligheidsthema’s. Die doelstellingen moeten gerealiseerd zijn in 2022. Doelstellingen Op de volgende pagina staat een overzicht met de objectieve doelstellingen uit het IVP en de Begroting. Hierin is in één oogopslag te zien: 1. De doelstelling voor 2022; 2. De waarde van de nulmeting (2017)1; 3. De waarde van 2020; 4.
Wordt de doelstelling in 2022 gehaald? P Voldoet al aan de doelstelling P Voldoet nog niet aan de doelstelling, maar ontwikkelt zich gunstig richting de doelstelling O Voldoet niet aan de doelstelling en ontwikkelt zich ongunstig richting de doelstelling Corona en veiligheid Sinds maart 2020 heeft Nederland te maken met de uitbraak van het coronavirus (COVID-19). De coronapandemie en de maatregelen om de verspreiding tegen te gaan hebben effect op de overlast en criminaliteit. Om de invloed van de coronapandemie op overlast en criminaliteit inzichtelijk te maken, presenteren we in dit onderzoek naast jaarcijfers ook het aantal registraties per maand in 2019 en 2020. Hierdoor is (deels) de invloed van de coronapandemie in cijfers terug te zien. Hieronder wordt ingegaan op de belangrijkste ontwikkelingen van 2020. Overkoepelend veiligheidsbeleid Als we het hebben over misdrijven dan hebben we het over relatief zware strafbare feiten. Bijvoorbeeld diefstal, mishandeling of vernieling. In 2020 registreerde de politie 8.858 misdrijven in de gemeente ’s-Hertogenbosch. Dat komt neer op 57,0 misdrijven per 1.000 inwoners. Hiermee voldoen we momenteel aan de IVP-doelstelling. In 2020 waren er 3 procent minder misdrijven dan in 2019. Als we kijken naar de ontwikkelingen per maand, dan zien we een daling van het aantal misdrijven sinds de start van de coronapandemie.
Met name in de eerste maanden van de coronapandemie waren er minder misdrijven in vergelijking met 2019. 1
De doelstellingen van het IVP zijn geformuleerd voor de periode 2019-2022. De doelstellingen zijn destijds gebaseerd op de resultaten van 2017. Deze waarden gelden als nulmeting. Om de ontwikkelingen voor de gehele beleidsperiode inzichtelijk te maken worden daarom ontwikkelingen ten opzichte van 2017 gepresenteerd.
2
Tabel 1: Veiligheidsdoelstellingen gemeente ’s-Hertogenbosch Doelstelling 2022
Nulmeting 2017
2020
Wordt de doelstelling in 2022 gehaald?
Max. 60
64,2
57,0
ü
Overlast personen met verward gedrag per 1.000 inw.
Max. 4,0
5,0
7,0
Woninginbraken per 1.000 inwoners
Max. 6,0
6,4
3,9
Diefstallen uit/vanaf auto’s per 1.000 inwoners
Max. 6,5
8,3
4,6
Diefstallen van motorvoertuigen per 1.000 inw.
Max. 1,3
1,8
0,6
û ü ü ü
Max. 4,8
5,9
10,4
û
Overkoepelend veiligheidsbeleid Totaal aantal misdrijven per 1.000 inwoners
Veilige en leefbare wijken en buurten
Problematische jeugd en jeugdgroepen Overlast jeugd per 1.000 inwoners Bron: Politie
Veruit de meeste misdrijven vinden doorgaans plaats in de Binnenstad. In de Binnenstad zorgt de concentratie van veel mensen in een relatief klein gebied met uiteenlopende functies, zoals winkels en horeca, voor een hoger incidentenpatroon als het gaat om overlast en criminaliteit. Door de coronapandemie waren er minder bezoekers in de Binnenstad. Dit kwam onder andere door de oproep om zoveel mogelijk thuis te blijven en de (tijdelijke) sluiting van bijvoorbeeld horecagelegenheden en publiek toegankelijke locaties zoals musea, theaters en bioscopen. De daling van het aantal misdrijven in de Binnenstad was dan ook groter dan in voorgaande jaren. In 2020 waren er 17 procent minder misdrijven in de Binnenstad dan in 2019. Veilige en leefbare wijken en buurten Op het gebied van ‘zorg & veiligheid’ zien we gedurende de coronapandemie verschillende ongunstige ontwikkelingen. Doordat meer mensen thuis zijn (zoals door thuiswerken, thuisonderwijs, gesloten sport- en horecagelegenheden) wordt er meer woonoverlast ervaren. Ten opzichte van 2019 waren er in 2020 meer incidenten van burengerucht (zoals burenruzies) (+27%), ruzie/twist (+8%) en geluidshinder (+49%). Daarnaast waren er in 2020 ook meer incidenten van overlast door zwervers (+24%) en overlast door personen met verward gedrag (+35%) geregistreerd dan in 2019.
Om in 2022 aan de IVP-doelstelling te voldoen, dient het aantal overlastincidenten door personen met verward gedrag zo’n 75 procent af te nemen. Een positieve ontwikkeling zien we op het gebied van vermogenscriminaliteit. Zo daalde tussen 2019 en 2020 het aantal woninginbraken (-6%), diefstallen uit/vanaf auto’s (-10%), diefstallen van motorvoertuigen (-23%), diefstallen van bromfietsen/snorfietsen (-40%), diefstallen af/uit/van overige voertuigen (-17%) en zakkenrollen (-34%). Wel nam het aantal inbraken in garages, schuurtjes, tuinhuizen (+53%) en fietsendiefstallen (+8%) toe.
3
Veilig uitgaan en veilige evenementen De coronapandemie heeft veel invloed op het uitgaansleven en evenementen. Van half maart tot 1 juni 2020 waren eet- en drinkgelegenheden gesloten. Daarna mochten zij onder voorwaarden weer open. Half oktober viel opnieuw de beslissing om eet- en drinkgelegenheden te sluiten. Discotheken, nachtclubs en vergelijkbare dansgelegenheden zijn sinds half maart niet meer open gegaan. Ook zijn veel evenementen afgelast of aangepast. Dit heeft vanzelfsprekend ook invloed op bijvoorbeeld overlast en criminaliteit in de Binnenstad, zoals uitgaansgeweld. In vergelijking met 2019 waren er in 2020 minder openlijke geweldplegingen en mishandelingen. Zowel in de totale gemeente als in de Binnenstad zien we een afname voor deze geweldsdelicten. In de Binnenstad daalde het aantal openlijke geweldplegingen met 31 procent. Daarnaast daalde het aantal mishandelingen in de Binnenstad met 35 procent. Dit is een sterkere daling dan gemiddeld in de gemeente (-21%). Kijken we naar de ontwikkelingen van het aantal mishandelingen in 2020 dan zien we onder andere minder mishandelingen in de periode maartmei en november-december. Dit valt (deels) samen met de sluiting van horecagelegenheden van half maart tot 1 juni en vanaf half oktober.
Problematische jeugd en jeugdgroepen Eén van de onderwerpen die zich het afgelopen jaar erg ongunstig heeft ontwikkeld is jongerenoverlast. Tussen 2019 en 2020 steeg het aantal geregistreerde incidenten van 5,5 naar 10,4 incidenten per 1.000 inwoners. Dit is een toename van 91 procent. Vooral in de eerste maanden van de coronapandemie (maart t/m juni) waren er meer incidenten van jongerenoverlast in vergelijking met 2019. Maar ook daarna bleven meer incidenten plaatsvinden dan in 2019. Sinds 16 maart kunnen jongeren (gedeeltelijk) niet naar school. Doordat jongeren meer thuis zijn, zie je ze op sommige plekken meer op straat, bijvoorbeeld om bij te kletsen of voor een potje voetbal. Soms met de nodige overlast en tot ergernis van buurtbewoners. Het gaat echter niet altijd gepaard met ‘echte overlast’. De politie nuanceert daarom het aantal meldingen van jongerenoverlast en geeft aan dat een deel van de meldingen gaat om het niet houden van 1,5 meter afstand of samenscholen. Ook de inschatting van professionals is dat de stijging van het aantal registraties van jongerenoverlast grotendeels te verklaren is door de coronapandemie. Enerzijds doordat meldingen van het overtreden van coronaregels werden geregistreerd als jongerenoverlast. Anderzijds doordat jeugd meer op straat was dan voor de coronapandemie (bijvoorbeeld door sluiting van scholen en andere voorzieningen).
Dit leidt tot meer overlast, maar vindt de oorsprong wel in corona. Ondermijning Een onderwerp dat opvalt bij ondermijning is horizontale fraude. Horizontale fraude is een fraudevorm die is gericht tegen burgers, bedrijven en financiële instellingen. Denk hierbij aan fraude met betaalproducten of online handel, identiteitsfraude of online oplichting via WhatsApp. Het aantal misdrijven van horizontale fraude neemt sinds 2018 toe. Tussen 2019 en 2020 nam het aantal misdrijven met 50 procent toe. Vooral in de eerste maanden van de coronapandemie was er sprake van een stijging van het aantal misdrijven.
4
Inhoudsopgave 1.
Inleiding ..................................................................................................................................... 6
2.
Overkoepelend veiligheidsbeeld ............................................................................................... 8
3.
Veilige en leefbare wijken en buurten ..................................................................................... 10 3.1
3.1.1
Overlast op snijvlak van Zorg & Veiligheid .............................................................. 10
3.1.2
Geweld op het snijvlak van Zorg & Veiligheid ......................................................... 21
3.1.3
Beleving overlast, geweld op het snijvlak van Zorg & Veiligheid ............................ 23
3.1.4
Aanpak ..................................................................................................................... 24
3.2
5.
Vermogenscriminaliteit en High Impact Crimes .............................................................. 27
3.2.1
Woninginbraak ......................................................................................................... 27
3.2.2
Voertuigcriminaliteit ................................................................................................. 30
3.2.3
Geweldsmisdrijven .................................................................................................. 37
3.2.4
Preventie en repressie............................................................................................. 41
3.3 4.
Overlast, geweld op het snijvlak van Zorg & Veiligheid .................................................. 10
Wijkgerichte aanpak ........................................................................................................ 44
Veilig uitgaan en veilige evenementen ................................................................................... 47 4.1
Geweldsmisdrijven .......................................................................................................... 48
4.2
Overlast ........................................................................................................................... 51
4.3
Maatregelen .................................................................................................................... 51
Problematische jeugd en jeugdgroepen ................................................................................. 53 5.1
Jongerenoverlast ............................................................................................................. 53
5.2
Aanpak jongerenoverlast ................................................................................................ 55
6.
Ondermijning ........................................................................................................................... 57
7.
Overige strategische thema’s ................................................................................................. 62 7.1
Veilig winkelgebied, veilige bedrijventerreinen ............................................................... 62
7.2
Verkeersveiligheid ........................................................................................................... 65
7.3
Brandveiligheid, externe veiligheid en crisisbeheersing ................................................. 67
7.4
Polarisatie en radicalisering ............................................................................................ 68
7.5
Informatieveiligheid ......................................................................................................... 69
7.6
Veilige publieke taak (VPT) ............................................................................................. 69
7.7
Ambtelijke en bestuurlijke integriteit................................................................................ 70
Bijlage A: Tijdlijn coronapandemie ................................................................................................. 71 Bijlage B: Doelstellingen IVP en Begroting .................................................................................... 72 Bijlage C: Toelichting politiecijfers.................................................................................................. 73 Bijlage D: Overzichtskaart wijken en buurten ................................................................................ 74
5
1.
Inleiding
Elke twee jaar verschijnt er in de gemeente ’s-Hertogenbosch een veiligheidsmonitor. De veiligheidsmonitor biedt inzicht in de huidige veiligheidssituatie en -ontwikkelingen. De leidraad voor de veiligheidsmonitor is het Integraal Veiligheidsplan (IVP)2. In het IVP staan de hoofdlijnen van het gemeentelijk veiligheidsbeleid beschreven. In de periode 2019-2022 zijn er vier belangrijke prioriteiten genoemd: 1. Veilige en leefbare wijken en buurten 2. Veilig uitgaan en veilige evenementen 3. Problematische jeugd en jeugdgroepen 4. Ondermijning Ook in de ‘tussenjaren’ is behoefte aan monitoring. Daarom verschijnt er voor de even jaren een voortgangsrapportage veiligheid. In de voortgangsrapportage wordt voornamelijk ingegaan op de objectieve indicatoren; dit betreft met name registratiegegevens van de politie. De subjectieve indicatoren gaan in op de beleving van overlast en criminaliteit door inwoners van de gemeente ’s-Hertogenbosch. Dit wordt tweejaarlijks onderzocht en beschreven in de veiligheidsmonitor. Corona en veiligheid Sinds maart 2020 heeft Nederland te maken met de uitbraak van het coronavirus (COVID-19)3. De coronapandemie en de maatregelen om verspreiding tegen te gaan hebben onder andere effect op overlast en criminaliteit. Doorgaans presenteren we in de veiligheidsonderzoeken van de gemeente alleen het aantal incidenten en misdrijven per kalenderjaar.
Maar om de invloed van de coronapandemie op overlast en criminaliteit inzichtelijk te maken, presenteren we in dit onderzoek ook het aantal registraties per maand in 2019 en 2020. Hierdoor is (deels) de invloed van de coronapandemie in cijfers terug te zien4. In de voortgangsrapportage veiligheid presenteren we normaal alleen objectieve indicatoren. De subjectieve gegevens die we in de veiligheidsmonitor opnemen komen uit de vragenlijst leefbaarheid & veiligheid. Dit vragenlijstonderzoek vindt tweejaarlijks plaats, en staat in het najaar van 2021 op de planning. Omdat de coronapandemie van invloed is op hoe inwoners de leefbaarheid en veiligheid ervaren, willen we hier een beeld van schetsen aan de hand van andere vragenlijstonderzoeken in de gemeente. Hierbij maken we gebruik van twee vragenlijstonderzoeken: · Het inwonersonderzoek Maatschappelijke gevolgen van corona januari 2021 · Het inwonersonderzoek Leefbaarheid 2020
2
Bron: Integraal Veiligheidsplan 2019-2022 gemeente ’s-Hertogenbosch (oktober 2018). In bijlage A wordt een korte tijdlijn gepresenteerd; welke maatregelen zijn wanneer ingegaan / aangepast. 4 De verschillen per maand tussen 2019 en 2020 kunnen naast de coronapandemie ook andere oorzaken hebben, zoals verschillen in weersomstandigheden. 3
6
Leeswijzer De opzet van de hoofdstukken sluit zoveel mogelijk aan bij het IVP. We beginnen het rapport met het ‘overkoepelend veiligheidsbeleid’. Hierbij wordt een algemeen beeld geschetst van de veiligheidssituatie in de gemeente. Vervolgens wordt per hoofdstuk ingezoomd op specifieke veiligheidsthema’s: · Veilige en leefbare wijken en buurten · Veilig uitgaan en veilige evenementen · Problematische jeugd en jeugdgroepen · Ondermijning · Overige strategische thema’s De resultaten zijn gekoppeld aan doelstellingen uit het IVP en andere ‘veiligheidsplannen’, zoals de Begroting 20205 en het Regionaal Veiligheidsplan 2019-20226. De prioriteiten, ambities en doelstellingen uit de veiligheidsplannen staan in grijze blokken. Met vinkjes en kruisjes wordt duidelijk of een doelstelling wordt behaald: P Voldoet al aan de doelstelling P Voldoet nog niet aan de doelstelling, maar ontwikkelt zich gunstig richting de doelstelling O Voldoet niet aan de doelstelling en ontwikkelt zich ongunstig richting de doelstelling De resultaten uit de vragenlijsten ‘Maatschappelijke gevolgen van corona’ en ‘Leefbaarheid’ komen aan bod bij de paragrafen/hoofdstukken die over het betreffende onderwerp gaan. Hierbij wordt vermeld uit welke bron de resultaten afkomstig zijn. Naast cijfers komen ook verklaringen, achtergronden en maatregelen over overlast en criminaliteit aan bod.
Deze informatie is afkomstig van beleidsmedewerkers en (wijk-) professionals/beroepskrachten van de gemeente en de politie.
5
Bron: Begroting 2020: https://s-hertogenbosch.begroting-2020.nl/ . In bijlage B is een overzicht opgenomen uit welk veiligheidsplan welke doelstelling afkomstig is. 6 Bron: Regionaal Veiligheidsplan Oost-Brabant 2019-2022 (november 2018). In het RVP zijn geen ‘concrete’ doelstellingen opgenomen. Wel komen de onderwerpen genoemd in het RVP in dit rapport zoveel mogelijk aan bod.
7
2.
Overkoepelend veiligheidsbeeld
In de volgende hoofdstukken wordt ingegaan op de verschillende prioriteiten van de gemeente. Daarnaast werken we met een overkoepelende veiligheidsdoelstelling. Daarbij maken we gebruik van de indicatoren ‘totaal aantal misdrijven’ en ‘rapportcijfer veiligheid van de buurt’. Deze twee indicatoren geven een algemene indicatie van respectievelijk de objectieve en subjectieve veiligheid in ’s-Hertogenbosch. In de voortgangsrapportage veiligheid gaan we alleen in op de eerste indicator. Misdrijven in ’s-Hertogenbosch
ü
In 2022 zijn er maximaal 60 misdrijven per 1.000 inwoners.
Als we het hebben over misdrijven dan hebben we het over relatief zware strafbare feiten. Bijvoorbeeld diefstal, mishandeling of vernieling. In 2020 registreerde de politie 8.858 misdrijven in de gemeente ’s-Hertogenbosch. Dat komt neer op 57,0 misdrijven per 1.000 inwoners (zie afbeelding 2). Hiermee wordt aan bovenstaande doelstelling voldaan. In 2020 waren er 3 procent minder misdrijven dan in 2019. Als we kijken naar de ontwikkelingen per maand, dan zien we een daling van het aantal misdrijven sinds de start van de coronapandemie in maart (zie afbeelding 3). Als we inzoomen op de periode sinds de start van de coronapandemie (maart-december), dan zien we dat er in 2020 6 procent minder misdrijven waren dan in dezelfde periode in 2019. Met name in de eerste maanden van de coronapandemie waren er minder misdrijven in vergelijking met 2019. Op een kaart wordt weergegeven in welke mate misdrijven plaatsvonden in de verschillende buurten in 2020 (zie afbeelding 4). Met blauwe en oranje kleuren wordt aangegeven of een buurt gunstig of ongunstig scoort. Relatief de meeste misdrijven vonden in 2020 plaats in de buurten Binnenstad centrum, Binnenstad oost, het Zand, Orthenpoort, Willemspoort en Ertveld. In deze buurten werden meer dan 100 misdrijven per 1.000 inwoners geregistreerd. Veruit de meeste misdrijven vinden doorgaans plaats in de Binnenstad.
In de Binnenstad zorgt de concentratie van veel mensen in een relatief klein gebied met uiteenlopende functies, zoals winkels en horeca, voor een hoger incidentenpatroon als het gaat om overlast en criminaliteit. Door de coronapandemie waren er minder bezoekers in de Binnenstad. Dit kwam onder andere door de oproep om zoveel mogelijk thuis te blijven en de (tijdelijke) sluiting van bijvoorbeeld horecagelegenheden en publiek toegankelijke locaties zoals musea, theaters en bioscopen. De daling van het aantal misdrijven in de Binnenstad was dan ook groter dan in voorgaande jaren. In 2020 waren er 17 procent minder misdrijven in de Binnenstad dan in 2019 (zie afbeelding 1). Afbeelding 1: Aantal misdrijven per 1.000 inwoners, Binnenstad en gemeente ’s-Hertogenbosch
250
Gemeente 218,8
Binnenstad
203,8 176,6
200
178,1 146,3
150 100 50
69,5
64,2
57,6
58,9
57,0
2016
2017
2018
2019
2020
0
Bron: Politie
8
Doel 2022 ê
Afbeelding 2: Aantal misdrijven per 1.000 inwoners
100 69,5
75
64,2
57,6
58,9
57,0
2018
2019
2020
Doel 2022 ê
50 25 0 2016
2017
Bron: Politie
Afbeelding 3: Aantal misdrijven per maand
2019
1.000
2020
900 800 700 600 500 jan
feb
mrt
apr
mei
jun
jul
Bron: Politie
Afbeelding 4: Aantal misdrijven per 1.000 inwoners per buurt (2020)
Bron: Politie
9
aug
sep
okt
nov
dec
3.
Veilige en leefbare wijken en buurten
De veiligheid en leefbaarheid van onze wijken en buurten kunnen onder druk staan door verschillende vormen van overlast, geweld en vermogenscriminaliteit. We richten ons op twee deelthema’s in het bijzonder, namelijk ‘Overlast, geweld op het snijvlak van Zorg & Veiligheid’ en ‘Vermogenscriminaliteit en High Impact Crimes’. In bepaalde delen van de stad komen verschillende van deze bedreigingen bij elkaar. Dit zijn onze aandachtswijken en –buurten. Voor deze wijken en buurten volgen we een speciale gebiedsgerichte aanpak. Op deze manier voeren we maatwerk per wijk.
3.1
Overlast, geweld op het snijvlak van Zorg & Veiligheid
Het accent ligt hier op complexe sociale gevallen – individuen of gezinnen – waarbij sprake is van overlast en soms ook geweld. De overlast kan betrekking hebben op geluid, stank en andere vormen van verloedering, verbale uitingen. Psychiatrische factoren spelen vaak een rol, net als alcohol en/of drugs. Zowel de veiligheid van deze personen zelf als die van omwonenden/omgeving kan in het gedrang zijn. Dit soort complexe, soms snel escalerende situaties trekken een stevige wissel op de veiligheid en leefbaarheid van wijken en buurten. Door factoren zoals afnemende intramurale zorg en groeiende complexiteit, in bepaalde opzichten zelfs ‘tweedeling’ van de samenleving, komt dit fenomeen vaker voor dan in het verleden. We intensiveren onze aanpak op dit thema. Doelstelling 2022: Een zodanige infrastructuur van samenwerkende professionals en toegesneden voorzieningen in stand houden dat de veiligheid van en rond personen en gezinnen in alle gevallen van een aanvaardbaar niveau is of zo snel mogelijk weer wordt. Deze infrastructuur sluit aan op, maakt zo goed mogelijk gebruik van de mogelijkheden van de samenleving zelf. 3.1.1
Overlast op snijvlak van Zorg & Veiligheid
Sinds de coronapandemie zijn er meer mensen thuis. Bijvoorbeeld door thuiswerken, thuisonderwijs en gesloten sport- en horecagelegenheden. Doordat er nu meer mensen thuis zijn, leven we meer ‘op elkaars lip’. Dit kan leiden tot woonoverlast. We zullen hierna ingaan op enkele overlastvormen: burengerucht, ruzie/twist en geluidsoverlast. Burengerucht Sinds 2017 neemt het aantal incidenten van burengerucht toe. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om burenruzies. Het afgelopen jaar was de stijging groter dan in de voorgaande jaren (+27%) (zie afbeelding 5). We zien dat in 2020 met name in de beginperiode van de coronapandemie (maart t/m juni) meer incidenten waren van burengerucht. Maar ook in de andere maanden was het aantal incidenten van burengerucht vergelijkbaar of (iets) hoger in vergelijking met dezelfde maand in 2019 (zie afbeelding 6). Op een kaart wordt weergegeven in welke mate incidenten van burengerucht hebben plaatsgevonden in de verschillende buurten in 2020 (zie afbeelding 7). Met blauwe en oranje kleuren wordt aangegeven of een buurt gunstig of ongunstig scoort. In de buurten Graafsebuurt zuid, de Haren, Maasstroom en Ertveld werden het afgelopen jaar minimaal 10 incidenten van burengerucht per 1.000 inwoners geregistreerd.
10
Afbeelding 5: Aantal incidenten van burengerucht per 1.000 inwoners
10 8 6 3,8
3,5
4
2,5
2,8
3,0
2017
2018
2019
2 0 2016
2020
Bron: Politie
Afbeelding 6: Aantal incidenten van burengerucht per maand
2019
100
2020
80 60 40 20 0 jan
feb
mrt
apr
mei
jun
jul
aug
sep
Bron: Politie
Afbeelding 7: Aantal incidenten van burengerucht per 1.000 inwoners per buurt (2020)
Bron: Politie
11
okt
nov
dec
Ruzie/twist De politie registreert ook incidenten van ruzie/twist. Dit is geen fysiek geweld, maar betreft bijvoorbeeld scheldpartijen, ruzies en andere conflicten. Het aantal incidenten van ruzie/twist stijgt al sinds 2017. Ook het afgelopen jaar steeg het aantal incidenten. Tussen 2019 en 2020 nam het aantal ruzies met acht procent toe, van 14,5 naar 15,6 incidenten per 1.000 inwoners (zie afbeelding 8). We zien geen opvallende ontwikkelingen van ruzie/twist gedurende de coronapandemie. Als gekeken wordt naar de ontwikkelingen per maand, dan blijken er vooral in de zomerperiode meer incidenten te zijn geweest. Van juli tot en met september waren er 26 procent meer incidenten van ruzie twist dan in dezelfde maanden in 2019 (zie afbeelding 9). Op een kaart wordt weergegeven in welke mate incidenten van ruzie/twist plaatsvonden in de verschillende buurten in 2020 (zie afbeelding 10). Met blauwe en oranje kleuren wordt aangegeven of een buurt gunstig of ongunstig scoort. In de buurten Binnenstad oost, het Zand, de Bossche Pad, de Slagen en de Sprookjesbuurt werden het afgelopen jaar minimaal 35 incidenten van ruzie/twist per 1.000 inwoners geregistreerd. Geluidsoverlast Een gegeven dat kan duiden op woonoverlast is geluidsoverlast. Hierbij kijken we naar de door de politie geregistreerde geluidsoverlast.
Het afgelopen jaar waren er meer incidenten van geluidsoverlast dan in voorgaande jaren. Tussen 2019 en 2020 steeg het aantal incidenten van 9,0 naar 13,3 incidenten per 1.000 inwoners. Dit komt neer op een stijging van 49 procent (zie afbeelding 11). We zien dat het aantal incidenten van geluidsoverlast in de eerste drie maanden van het jaar ongeveer hetzelfde is als in dezelfde maanden in 2019. Vervolgens zien we een stijging van het aantal incidenten in vergelijking met 2019 (zie afbeelding 12). Op een kaart wordt weergegeven in welke mate er incidenten van geluidshinder waren in de verschillende buurten in 2020 (zie afbeelding 13). Met blauwe en oranje kleuren wordt aangegeven of een buurt gunstig of ongunstig scoort. Relatief de meeste geluidsoverlast werd geregistreerd in de buurten Binnenstad centrum, Binnenstad oost, de Hofstad, het Zand, Bazeldonk, de Gestelse buurt, Hinthamerpoort, Orthenpoort en Vlietdijk. In deze buurten werden minimaal 25 incidenten van geluidsoverlast per 1.000 inwoners geregistreerd.
12
Afbeelding 8: Aantal incidenten van ruzie/twist per 1.000 inwoners
20 13,5
15
12,6
15,6
14,5
13,7
10 5 0 2016
2017
2018
2019
2020
Bron: Politie
Afbeelding 9: Aantal incidenten van ruzie/twist per maand
2019
500
2020
400 300 200 100 0 jan
feb
mrt
apr
mei
jun
jul
aug
Bron: Politie
Afbeelding 10: Aantal incidenten van ruzie/twist per 1.000 inwoners per buurt (2020)
Bron: Politie
13
sep
okt
nov
dec
Afbeelding 11: Aantal incidenten van geluidshinder per 1.000 inwoners
20 13,3
15
11,4
10,3
10,6 9,0
10 5 0 2016
2017
2018
2019
2020
Bron: Politie
Afbeelding 12: Aantal incidenten van geluidshinder per maand
2019
500
2020
400 300 200 100 0 jan
feb
mrt
apr
mei
jun
jul
aug
sep
Bron: Politie
Afbeelding 13: Aantal incidenten van geluidshinder per 1.000 inwoners per buurt (2020)
Bron: Politie
14
okt
nov
dec
Overlast door personen met verward gedrag
O
In 2022 zijn er maximaal 4 incidenten van overlast door personen met verward gedrag per 1.000 inwoners.
Het aantal incidenten van overlast door personen met verward gedrag liet een aantal jaar op rij een stijging zien tot het jaar 2017. Daarna was het tot en met 2019 redelijk stabiel. Het afgelopen jaar is het aantal incidenten van overlast door personen met verward gedrag echter weer toegenomen. Tussen 2019 en 2020 steeg het aantal incidenten van 5,2 naar 7,0 incidenten per 1.000 inwoners. Dit komt neer op een stijging van 35 procent (zie afbeelding 14). We zien dat in 2020 met name in het eerste half jaar van de coronapandemie (maart t/m augustus) meer incidenten waren van overlast door personen met verward gedrag. Vanaf september is het aantal incidenten weer redelijk vergelijkbaar met dezelfde maanden in 2019 (zie afbeelding 15). Op een kaart wordt weergegeven in welke mate overlastincidenten door personen met verward gedrag plaatsvonden in de verschillende buurten in 2020 (zie afbeelding 16). Met blauwe en oranje kleuren wordt aangegeven of een buurt gunstig of ongunstig scoort. Relatief de meeste overlastincidenten zijn geregistreerd in de buurten Binnenstad oost, het Zand, Orthenpoort, Binckhorst en Willemspoort. In deze buurten werden minimaal 20 incidenten van overlast door personen met verward gedrag per 1.000 inwoners geregistreerd. De problematiek rondom personen met verward gedrag heeft in de samenleving veel aandacht.
Landelijk deden zich enkele ernstige incidenten voor. De politie en woningcorporaties ervaren een toename van mensen met psychische klachten in de wijken. Hierdoor wordt de aanpak van complexe casuïstiek en vroegsignalering/preventie van escalatie extra belangrijk. Onderzoek naar aanleiding van de incidenten laat zien dat de samenwerking tussen ketenpartners verbeterd kan worden. Op de schaal van de regio Brabant-Oost is dit tot 2020 aangepakt via het ‘project Verward en dan…’. Ook de invoering van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) en de Wet zorg en dwang (Wzd) per 1 januari 2020 is op dat schaalniveau aangepakt. Er is een regionaal overleg Wvggz en een Programmaraad Zorg en Veiligheid waar de problematiek rondom personen met verward gedrag permanent op de agenda staat. In 2020 is ervaring opgedaan met de ketenveldnorm levensloopfunctie en beveiligde intensieve zorg, een sluitende aanpak voor personen met een ernstige psychiatrische aandoening en/of een licht verstandelijke beperking die ook andere problemen hebben (zoals een verslaving) die daardoor gevaarlijk gedrag vertonen of een risico hebben op gevaarlijk gedrag. Gemeenten kunnen cliënten daarvoor aanmelden bij de Zorg- en Veiligheidshuizen in Noordoost en Zuidoost. Vanuit ’s-Hertogenbosch is in 2020 1 cliënt geïncludeerd in de ketenveldnorm.
Op de schaal van de subregio Meierij/Bommelerwaard is sinds 1 januari 2020 het crisisinterventieteam van Farent actief, in ’s-Hertogenbosch 24 uur per dag, 7 dagen per week. Het team gaat op situaties af waarbij er geen sprake is van acuut gevaar, maar waar er wel grote zorgen zijn. Het team werkt hierbij nauw samen met de onder meer de politie, het Centrum voor Trajecten en Bemoeizorg (CvTB) en Reinier van Arkel (GGZ). Sinds 1 januari 2021 zijn ook de gemeentelijke regisseurs aangehaakt. Het gaat zowel om regisseurs toegang en regie (zorg) en regisseurs zorg en veiligheid. In subregionaal verband wordt ook het Uitvoeringsprogramma beschermd wonen (BW) en maatschappelijke opvang (MO) uitgevoerd. Onder het motto ‘wonen is de beste zorg’ wordt gekeken naar passende huisvesting voor personen met verward gedrag. Het palet aan woonzorgvormen wordt hiervoor de komende tijd getransformeerd. Onderdeel van dit palet zijn Housing First (gestart in 2019) een tweede hostel (BW, realisatie in 2022/Q1) en een voorziening langdurig verblijf (VLV, beoogde realisatie in 2022).
15
Afbeelding 14: Aantal incidenten van overlast door verwarde/overspannen personen per 1.000 inwoners
10 7,0
8 6
5,2
5,1
5,0
4,6
Doel 2022 ê
4 2 0 2016
2017
2018
2019
2020
Bron: Politie
Afbeelding 15: Aantal incidenten van overlast door verwarde/overspannen personen per maand
2019
150
2020
125 100 75 50 25 0 jan
feb
mrt
apr
mei
jun
jul
aug
sep
okt
nov
dec
Bron: Politie
Afbeelding 16: Aantal incidenten van overlast door verwarde/overspannen personen per 1.000 inwoners per buurt (2020)
Bron: Politie
16
De VLV is bedoeld als last resort voor cliënten die in geen enkele BW- of MO-voorziening passen. Het palet bestaat verder uit kleinschalige opvangvoorzieningen in ’s-Hertogenbosch en de regiogemeenten en woningen voor uitstroom uit BW of MO (met ambulante begeleiding). Op de schaal van de gemeente ’s-Hertogenbosch werken we in de vorm van een actieoverleg aan de verbetering van de samenwerking tussen alle partijen die betrokken zijn bij de aanpak van personen met verward gedrag. Twee zaken zijn met voorrang aangepakt. Ten eerste: om tegemoet te komen aan het signaal van de politie dat zij teveel betrokken zijn bij zorgcasuïstiek waarbij er geen sprake is van strafbare feiten, is de samenwerking tussen de politie en het crisisinterventieteam van Farent en het CvTB verbeterd. Zorgcasuïstiek wordt nu eerder en beter afgebogen naar de zorg. Ten tweede: binnen de gemeente is sinds 1 januari 2021 regie ten behoeve van de cliënt ingevoerd. Dit betekent dat er regie wordt gevoerd bij cliënten met verward gedrag die zelf geen hulpvraag stellen. Daardoor kunnen het crisisinterventieteam van Farent en het CvTB hun regietaak loslaten en zich weer meer richten op hun kerntaken (het beheersen van een crisissituatie resp. het in zorg krijgen van cliënten die zorg mijden).
Wanneer er sprake is van regie waarbij publiek, pers en politiek betrokken zijn, ligt de regie niet bij de gemeentelijke regisseurs toegang en regie (zorg), maar bij de regisseurs zorg en veiligheid. Op hun beurt schakelen de regisseurs zorg en veiligheid voor een persoonsgerichte aanpak (PGA) met het Zorg- en Veiligheidshuis Brabant-Noordoost. Voor veel personen met verward gedrag geldt dat de reguliere zorgroutes minder passend zijn. Er zijn meestal doorbraken nodig via een maatwerkaanpak. Hiermee is uitgebreid ervaring opgedaan met de aanpak Thuis in Zuidoost. Deze aanpak wordt in 2021 onder de noemer ‘Thuis in de wijk’ uitgebreid naar andere delen van ’s-Hertogenbosch. In 2020 waren er veel meldingen over personen met verward gedrag in de Binnenstad, meer specifiek in het gebied tussen het station en de Wilhelminabrug. Om de overlast aan te pakken wordt samen met omwonenden en maatschappelijke partners een pakket aan beheersmaatregelen ontwikkeld. De maatregelen richten zich onder meer op zorg, handhaving, zingeving en de inrichting van de openbare ruimte. Overlast dak- en thuislozen Het aantal geregistreerde incidenten van overlast door dak- en thuislozen steeg enkele jaren op rij. Tussen 2018 en 2019 nam het aantal incidenten echter met 24 procent af. Het afgelopen jaar steeg het aantal incidenten echter weer van 2,6 naar 4,1 incidenten per 1.000 inwoners.
Dit komt neer op een stijging van 58 procent (zie afbeelding 17). We zien dat in 2020 met name sinds augustus meer incidenten van overlast door dak- en thuislozen zijn geregistreerd. In deze periode is het aantal incidenten meer dan verdubbeld (+110%) (zie afbeelding 18). Op een kaart wordt weergegeven in welke mate overlastincidenten door dak- en thuislozen in de verschillende buurten in 2020 plaatsvonden (zie afbeelding 19). Met blauwe en oranje kleuren wordt aangegeven of een buurt gunstig of ongunstig scoort. Relatief de meeste overlastincidenten zijn geregistreerd in de buurten Binnenstad centrum, Binnenstad oost, het Zand en Orthenpoort. In deze buurten werden minimaal 10 incidenten van overlast door dak- en thuislozen per 1.000 inwoners geregistreerd. Dat in de Binnenstad de meeste overlast plaatsvindt is volgens professionals logisch. In de Binnenstad zit dak- en thuislozenopvang het Inloopschip en de dag- en nachtopvang voor drugsverslaafden van Novadic-Kentron. Sinds 2017 is er in en rondom het Inloopschip extra beveiliging ingezet om de overlast in de omgeving terug te dringen.
17
Afbeelding 17: Aantal incidenten van overlast van zwervers per 1.000 inwoners
10 7,0
8 6
5,2
5,1
5,0
4,6
Doel 2022 ê
4 2 0 2016
2017
2018
2019
2020
Bron: Politie
Afbeelding 18: Aantal incidenten van overlast van zwervers per maand
2019
100
2020
80 60 40 20 0 jan
feb
mrt
apr
mei
jun
jul
aug
sep
okt
Bron: Politie
Afbeelding 19: Aantal incidenten van overlast van zwervers per 1.000 inwoners per buurt (2020)
Bron: Politie
18
nov
dec
Volgens de politie gaat de gemelde overlast van dak- en thuislozen in 2020 over 193 unieke personen. Een klein deel van deze personen is verantwoordelijk voor een groot aantal incidenten. In 2020 komen 16 personen ten minste vijf keer voor in de registraties, veel van hen komen ook voor in andere overlastregistraties van de politie. Het streven is de overlast zoveel mogelijk te verminderen: · Voor de aanpak van de overlast is een gedifferentieerde aanpak per subgroep nodig. · Eerst opbouwen (VLV en tweede hostel), dan pas samenvoegen van de dag- en nachtopvang van Maatschappelijke Opvang Den Bosch (Inloopschip) en Novadic-Kentron aan de Oranje Nassaulaan. De aanpak is gebaseerd op samenwerking tussen omwonenden, handhavende partijen (politie, stadstoezicht en Novadic-Kentron), zorgpartijen (CvTB, Farent/CIT, gemeente, Reinier van Arkel, Maatschappelijke Opvang Den Bosch en Novadic-Kentron) en gemeente. Alcohol- en drugsoverlast Het afgelopen jaar is er weinig veranderd is het aantal geregistreerde incidenten van alcohol- en drugsoverlast (zie afbeelding 20). Ook als we inzoomen op de ontwikkeling van alcohol- en drugsoverlast per maand zien we weinig opvallendheden. In de ene maand waren er (iets) meer incidenten en in de andere maand (iets) minder incidenten in vergelijking met dezelfde maand in 2019 (zie afbeelding 21).
Op een kaart wordt weergegeven in welke mate er overlastincidenten door alcohol- en drugsoverlast waren in de verschillende buurten in 2020 (zie afbeelding 22). Met blauwe en oranje kleuren wordt aangegeven of een buurt gunstig of ongunstig scoort. Relatief de meeste overlastincidenten zijn geregistreerd in de buurten Binnenstad centrum, Binnenstad oost, Binnenstad noord, het Zand, Orthenpoort, Willemspoort en Ertveld. In deze buurten werden minimaal 10 incidenten van alcohol- en drugsoverlast per 1.000 inwoners geregistreerd. Het is niet altijd eenduidig hoe een incident door de politie wordt weggeschreven. Dit wordt onder andere beïnvloedt door de interpretatie van het incident door een agent. Dit is bijvoorbeeld het geval bij ‘overlast door verward/overspannen persoon’, ‘overlast zwervers’ en ‘overlast i.v.m. alcohol/drugs’. Het college heeft in de afgelopen jaren enkele plekken in de gemeente aangewezen waar een alcoholverbod geldt. Alcoholgebruik is op deze locaties niet toegestaan. Met een verbod om in het openbaar alcohol te drinken wil de gemeente een einde maken aan 'grote overlast voor bewoners, ondernemers en bezoekers'. Ook mag je op deze plekken geen aangebroken flessen of blikjes met alcoholhoudende drank bij je dragen. Met dit instrument kunnen toezichthouders optreden bij overlast op basis van alcoholgebruik.
19
Afbeelding 20: Aantal incidenten van drugs/drankoverlast per 1.000 inwoners
10 8 6 3,6
4
3,2
3,3
2017
2018
4,1
4,2
2019
2020
2 0 2016 Bron: Politie
Afbeelding 21: Aantal incidenten van drugs/drankoverlast per maand
2019
100
2020
80 60 40 20 0 jan
feb
mrt
apr
mei
jun
jul
aug
sep
okt
nov
Bron: Politie
Afbeelding 22: Aantal incidenten van overlast van drugs/drankoverlast per 1.000 inwoners per buurt (2020)
Bron: Politie
20
dec
3.1.2
Geweld op het snijvlak van Zorg & Veiligheid
Huiselijk geweld is een zeer ingrijpende vorm van geweld. Hieronder valt bijvoorbeeld lichamelijk en seksueel geweld binnen de huiselijke kring, maar ook emotionele mishandeling. De huiselijke kring bestaat uit (ex-)partners, gezinsleden, familieleden en huisvrienden. Het slachtoffer kan een volwassene zijn of een kind (kindermishandeling). Ook als kinderen getuige zijn van huiselijk geweld is dit kindermishandeling. Het aantal door de politie geregistreerde incidenten van huiselijk geweld daalt al enkele jaren op rij. Ook tussen 2019 en 2020 is het aantal incidenten verder gedaald, van 576 naar 522 incidenten. Dit komt neer op een afname van 9 procent (zie afbeelding 23). Als we kijken naar het aantal geregistreerde incidenten van huiselijk geweld per maand, dan zien we dat er met name in de eerste drie maanden van het jaar minder incidenten zijn geregistreerd (-35%). Vervolgens waren er in april relatief veel incidenten (+52%). In de daarop volgende maanden zijn er eerst (iets) minder incidenten van huiselijk geweld waarna de aantallen vervolgens weer redelijk vergelijkbaar zijn met 2019 (zie afbeelding 24). Op een kaart wordt weergegeven in welke mate huiselijk geweld in de verschillende buurten in 2020 is geregistreerd (zie afbeelding 25). Met blauwe en oranje kleuren wordt aangegeven of een buurt gunstig of ongunstig scoort.
Relatief de meeste incidenten zijn geregistreerd in de buurten de Haren, de Sprookjesbuurt, de Muziekinstrumentenbuurt, Orthen west en Orthenpoort. In deze buurten werden minimaal 10 incidenten van huiselijk geweld per 1.000 inwoners door de politie geregistreerd. Naast politiecijfers zijn er ook cijfers beschikbaar over het aantal huisverboden. In 2020 zijn er 23 huisverboden opgelegd. Dit is iets hoger dan in voorgaande jaren (2019: 20, 2018: 21, 2017: 13). In 2020 is aan de inwoners van ’s-Hertogenbosch gevraagd of zij de afgelopen twee jaar zijn geconfronteerd met en/of slachtoffer zijn geworden van huiselijk geweld of kindermishandeling7. In 2020 gaf 6 procent van de respondenten aan geconfronteerd te zijn met huiselijk geweld. Dat is niet veranderd ten opzichte van voorgaande metingen in 2016 en 2018. Veelal gaat het om iemand die men kent zoals een familielid, een kennis of iemand uit de buurt.
Waar het gaat om de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling zijn gemeenten verantwoordelijk voor onder andere het borgen van de signalering van huiselijk geweld en kindermishandeling De gemeente voert de regie op de samenwerking met en tussen veel partners waaronder (speciaal) onderwijs, politie en Zorg- en Veiligheidshuis, (specialistische) aanbieders, huisartsen, ziekenhuizen, wonen, werk en inkomen (bewindvoerders, schuldhulpverlening), lokale (wijk)teams, Veilig Thuis (VT), vrouwenopvang en GI’s. Voor 2020 zijn nieuwe contractuele afspraken gemaakt met VT. Uitgangspunt voor deze werkafspraken zijn de diensten zoals omschreven in het Landelijke Handelingsprotocol Veilig Thuis 2019. De bedoeling is een zo goed mogelijke werkende keten te realiseren om zodoende onveilige situaties liefst te voorkomen en anders snel te signaleren en in te grijpen op zo’n manier dat herhaling wordt voorkomen.
7
Bron: Vragenlijst Leefbaarheid 2020
21
Afbeelding 23: Aantal incidenten van huiselijk geweld per 1.000 inwoners
10 7,5
8
6,2
5,5
6
3,7
3,4
2019
2020
4 2 0 2016
2017
2018
Bron: Politie
Afbeelding 24: Aantal incidenten van huiselijk geweld per maand
2019
100
2020
80 60 40 20 0 jan
feb
mrt
apr
mei
jun
jul
aug
sep
Bron: Politie
Afbeelding 25: Aantal incidenten van huiselijk geweld per 1.000 inwoners per buurt (2020)
Bron: Politie
22
okt
nov
dec
Ook voor VT stond 2020 in het teken van de coronapandemie. Steeds is de vinger aan de pols gehouden als het gaat om de ontwikkeling van huiselijk geweld en kindermishandeling (HGKM) in relatie tot de pandemie en de gevolgen daarvan voor het maatschappelijk leven. Vooralsnog (en dat is een landelijk beeld) zien we nauwelijks een stijging van het aantal meldingen van HGKM. We zien wel dat het aantal adviesaanvragen stijgt doordat vragen van niet-professionals die zich zorgen maken (buurtbewoners, familie, vrienden) toeneemt. In 2020 hebben we verder ingezet op: · De aanpak van de wachtlijst bij VT door aanvullende financiering van VT door de extra rijksmiddelen die we als centrumgemeente via de doeluitkering vrouwenopvang ontvingen, · Actief gewerkt aan het versterken van de samenwerking tussen VT en lokale teams (en andere partners) van gemeenten in Brabant Noordoost. · VT heeft in het kader van corona een chatfunctie geïmplementeerd. Doel was om inwoners in coronatijd een laagdrempelige manier te bieden om contact op te nemen met Veilig Thuis. · Het programma ‘Geweld Hoort Nergens Thuis’ (GHNT) is gestart. Het interbestuurlijk programma ‘Geweld hoort nergens thuis’ (GHNT) gaat de komende jaren de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandelingen langs drie lijnen verbeteren: · Eerder en beter in beeld. Investeren is betere signalering en de verbeterde meldcode implementeren.
· Duurzaam oplossen. Hier hoort een heel scala aan maatregelen bij die hieraan gaan bijdragen. · Specialistische thema’s zoals seksueel geweld, eer-gerelateerd geweld en mensenhandel intensiever onderdeel maken van de aanpak. We werken volgens de visie van gefaseerd samenwerken aan veiligheid met de Top3 methodiek. In situaties waar sprake is van huiselijk geweld en kindermishandeling werken alle partijen samen met de focus op veiligheid. Degene die hier niet aan kunnen bijdragen doen tijdelijk niet mee. Pas als er structurele veiligheid is gerealiseerd starten andere trajecten weer op. Daarnaast zijn alle gemeenten op dit moment bezig met het invullen van een zelfscan. Is het lokale team voldoende uitgerust om dossiers met huiselijk geweld en kindermishandeling effectief op te pakken? Naar aanleiding van deze zelfscan maakt elke gemeente een verbeterplan. Het programmateam GHNT inventariseert wat er regionaal nodig is om dat te organiseren wat lokaal niet kan. 3.1.3
Beleving overlast, geweld op het snijvlak van Zorg & Veiligheid
In januari 2021 heeft er voor de derde keer een onderzoek naar de maatschappelijke gevolgen van corona in ’s-Hertogenbosch plaatsgevonden8. Hierbij is een vragenlijst uitgezet onder de leden van het digipanel en jongerenpanel van de gemeente. Daarnaast zijn inwoners via sociale media uitgenodigd om een digitale vragenlijst in te vullen. De vragenlijst is in totaal door 4.645 personen ingevuld. De derde meting is uitgezet tijdens de lockdown, maar vóór de invoering van de avondklok. Eerdere metingen waren in april en juni 2020. Uit de peiling van januari blijkt dat er meer zorgen zijn over saamhorigheid in de buurt en spanningen op straat en in winkels. De bezorgdheid over spanningen op straat of in winkels is tussen april 2020 en januari 2021 toegenomen van 35 procent naar 54 procent (zie afbeelding 26). Ook over de saamhorigheid in de buurt zijn de zorgen toegenomen: van 13 procent in april naar 24 procent in januari. Dit aandeel is het hoogst in de wijk West (34 procent). Van de respondenten maakt 16 procent zich wel eens zorgen over overlast van buurtgenoten. Dit is 8
Bron: Maatschappelijke gevolgen van corona. Derde meting. Afdeling Onderzoek & Statistiek ’s-Hertogenbosch (januari 2021)
23
minder dan in de meting in juni (22 procent), maar meer dan in april (13 procent). In de wijken West (24 procent) en Zuidoost (21 procent) maken meer respondenten zich hier wel eens zorgen over. Ongeveer de helft van de respondenten maakt zich wel eens zorgen over een gezin waarvan men weet dat er thuis spanningen zijn. Dit is ten opzichte van eerdere metingen nauwelijks veranderd. Wel zijn de zorgen over ruzies en spanningen in het eigen gezin licht toegenomen. In april maakte 18 procent zich hier enige of veel zorgen over, in januari is dat 22 procent (zie afbeelding 27). Afbeelding 26: Aantal respondenten dat zich veel of enige zorgen maakt over …
Januari '21
Juni '20
60%
80%
Januari '21
Juni '20
60%
80%
April '20
24%
De saamhorigheid in je buurt 16%
Overlast van buurtgenoten
54%
Spanningen op straat of in winkels 0%
20%
40%
100%
Bron: Inwonersonderzoek Maatschappelijke gevolgen van corona (januari 2021)
Afbeelding 27: Aantal respondenten dat zich veel of enige zorgen maakt over …
April '20
51%
Een gezin waarvan je weet dat er thuis spanningen zijn
22%
Ruzies en spanningen in je eigen gezin
0%
20%
40%
100%
Bron: Inwonersonderzoek Maatschappelijke gevolgen van corona (januari 2021)
3.1.4
Aanpak
De verbinding tussen het sociaal- en veiligheidsdomein is belangrijk. De aanpak van verschillende belangrijke veiligheidsthema’s, zoals huiselijk geweld, woonoverlast, jeugdoverlast en personen met verward gedrag is ondenkbaar zonder een goede samenwerking tussen beide domeinen. Niet alleen op beleidsmatig niveau maar ook praktisch is het samen aanpakken van casuïstiek op het snijvlak van zorg en veiligheid geïntensiveerd met het implementeren van de regisseurs Zorg en Veiligheid. Dit heeft ook consequenties voor de teams Toegang en Regie. Daarover staat in deze paragraaf meer beschreven. Aanpak woonoverlast De gemeente pakt de regie op de aanpak van woonoverlast op basis van afspraken. Onder andere vanuit het convenant Gegevensuitwisseling bestrijding woonoverlast en vanuit de mogelijkheden die de Wet aanpak woonoverlast biedt. Corporaties zetten blijvend in op het
24
voorkomen of aanpakken van (zware) overlast en woonfraude en het signaleren van (complexe) problematiek. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen niet-willers en niet-kunners. Voor de laatste categorie wordt gezorgd voor passende huisvesting (zoals een voorziening langdurig verblijf of Time out-woningen). Bestanddelen/instrumenten die onderdeel uitmaken van de aanpak zijn onder andere buurtbemiddeling, gedragsaanwijzing (Wet aanpak woonoverlast) en selectieve woningtoewijzing (Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek). De aanpak woonoverlast wordt afgestemd met de aanpakken overlast personen met verward gedrag, drugsoverlast en huiselijk geweld. Complexe casuïstiek Zorg & Veiligheid Sinds april 2019 hebben we formatie regie op complexe casuïstiek Zorg & Veiligheid. Zij zijn speciaal in het leven geroepen voor casuïstiek waar noch zorg noch veiligheid heel duidelijk het probleem is, maar waar wel degelijk sprake is van overlast en een mate van gevaarzetting. Deze regisseurs werken met een rechtstreekse lijn naar wethouder en burgemeester, opdat het bestuurlijk instrumentarium tijdig en juist ingezet kan worden. Ook sluiten deze regisseurs de lijnen kort met alle in de gemeente aanwezige voorzieningen en samenwerkingsverbanden als bijvoorbeeld het Centrum voor Trajectbegeleiding en Bemoeizorg (CVTB) en het project Thuis in Zuidoost (TIZO).
Vooralsnog zijn de regisseurs gepositioneerd bij de teams Toegang en Regie (voormalige sociale wijkteams). Het geheel van regie op complexe casuïstiek is organisatorisch belegd bij de sector Maatschappelijke Ontwikkeling (MO), zo ook regie Zorg en Veiligheid. Niettegenstaande dat de relatie met de afdeling Openbare Orde en Veiligheid (OOV) in de praktijk en op beleidsniveau zeer nadrukkelijk aanwezig en geborgd is in de verantwoordelijkheden. In 2020 heeft de uitkristallisering en implementatie van het team plaatsgevonden met consequenties voor de teams Toegang en Regie zoals hieronder beschreven. De keuzes die hierin zijn gemaakt hebben met name te maken met de wens om het team regie Zorg en Veiligheid klein te houden en dus het aantal casussen in de hand te houden door betere doorstroom. Teams Toegang & Regie Teams Toegang & Regie zijn voor inwoners waarbij meerdere problemen tegelijkertijd spelen. In de teams Toegang & Regie werken hulpverleners met verschillende achtergronden samen. Mensen met kennis en ervaring op het gebied van jeugd, maatschappelijk werk, ouderen of mensen met een beperking. De medewerkers gaan samen met de inwoners op zoek naar oplossingen voor de hulpvraag. De doelen daarbij zijn: hulp in de directe omgeving, regie bij de inwoner, benutten van eigen kracht, normaliseren en 1 gezin, 1 plan, 1 regisseur.
De teams maken met inwoners een plan van aanpak, regisseren en arrangeren hulpverlening, verlenen eventueel toegang tot gespecialiseerde hulp en volgen en evalueren de hulpverlening. Ook de teams Toegang en Regie spelen in op trends en ontwikkelingen waardoor de taakopvatting en de scope van hun verantwoordelijkheid is verruimd van regie bij hulpvragen naar ook regie ten behoeve van cliënten. Voor dat laatste geldt een onderscheidend principe voor regie Zorg en Veiligheid dat is vastgesteld in de diverse afwegingskaders dat neer komt op de zogenaamde 3 P’s. Wanneer er sprake is van politieke, publieke of pers gevoelige casuïstiek, dan ligt de verantwoordelijkheid bij het team regie Zorg en Veiligheid. Wanneer er geen sprake meer is van dit criterium wordt de casus overgedragen aan teams Toegang en Regie.
25
Zorg- en Veiligheidshuis Het Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Noordoost is de plek waar veiligheid, zorg en lokaal bestuur samenkomen voor de integrale aanpak van complexe problematiek. Het is een netwerksamenwerking tussen partners uit de zorg- en strafrechtketen en gemeentelijke partners. Het doel van de samenwerking is het terugdringen van overlast en recidive, waarbij wordt ingezet op gedragsverandering en verbetering van kwaliteit van het leven van de betrokkene(n). De ketenpartners signaleren problemen, bedenken oplossingen en voeren die samen uit onder procesregie van het Zorg- en Veiligheidshuis. Het Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Noordoost is per 1 januari 2019 ontstaan uit een fusie van het Regionaal Veiligheidshuis Brabant Noordoost met het Veiligheidshuis ’s-Hertogenbosch en omgeving. Het Zorg- en Veiligheidshuis heeft de afgelopen jaren al ervaring opgedaan met de persoonsgerichte aanpak (PGA) en werkte conform het landelijk kader Veiligheidshuizen. Dat betekent dat er een structuur is waarbij indien reguliere samenwerking c.q. afstemming niet leidt tot een effectieve gezamenlijke aanpak van de problematiek, werd opgeschaald naar het Zorgen Veiligheidshuis. Zowel vanuit de wijk als vanuit justitiële partners kon worden opgeschaald. In 2020 heeft het Zorg- en Veiligheidshuis 27 ‘Casus op maat’ behandeld en 72 adviezen gegeven.
Aanpak complexe casuïstiek en voorkoming van escalatie Het is van belang dat professionals in de wijk sensitief zijn, tijdig problemen signaleren en daarop passend interveniëren, ook als dat betekent dat ze elkaar daarvoor moeten opzoeken. Een helder escalatiemodel voor op- en afschaling is essentieel voor de preventie van escalatie. De gemeente ’s-Hertogenbosch werkt met een escalatiemodel voor alle ketenpartners op basis van het AVE-model (Aanpak ter Voorkoming van Escalatie). De AVE-aanpak sluit aan bij de 3Daanpak9 van gemeenten en bij de ketens van politie en justitie. Het doel van het escalatiemodel is het voorkomen van een dreigende escalerende situatie of het beperken en beëindigen van een escalerende situatie. Het begrip escalatie heeft twee betekenissen: · ·
In een gezin of huishouden lopen de zaken uit de hand (geweld, misbruik, ruzie, overlast e.d.) De opschaling van een interventie. Hiervan is sprake als de hulpverlening moet opschalen naar een hoger niveau van expertise of een specifieke voorziening moet inzetten.
AVE beoogt stagnerende samenwerking weer vlot te trekken en ineffectiviteit in de hulpverlening te voorkomen. In overleg met de partners dient duidelijkheid te zijn over verantwoordelijkheid en bevoegdheden per AVE fase. AVE kent vier fasen. In elke fase neemt het regievermogen van de burger af. Bij AVE1 heeft de burger totale regie. Bij AVE2 is aanvulling of ondersteuning nodig. Bij AVE3 en AVE4 is overname van de regie noodzakelijk, in het belang van de burger en de veiligheid. CvTB Het CvTB is het Centrum voor Trajecten en Bemoeizorg in de regio ’s-Hertogenbosch, Meierij en Bommelerwaard. Het CvTB biedt zowel bemoeizorg als begeleiding aan bijzondere doelgroepen, zoals zorgwekkende zorgmijders, daklozen, verslaafden en multiprobleemhuishoudens. Deze mensen kampen vaak met complexe, meervoudige problemen waarin psychiatrische, lichamelijke, verslavings- en/of psychosociale aspecten een rol kunnen spelen. Hierdoor kunnen ze slecht voor zichzelf zorgen of overlast veroorzaken. In veel gevallen kunnen, mogen of willen ze (nog) geen gebruik maken van de reguliere hulpverlening en hebben ze geen steunsysteem 9
3D: Decentralisatie op 3 terreinen in het sociaal domein: de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), de Jeugdwet en de Participatiewet.
26
waarop ze kunnen terugvallen. Het CvTB ondersteunt deze cliënten in het vinden van een zorgaanbod dat aansluit bij hun speciale wensen en (on)mogelijkheden. Het doel is om een sluitende zorgketen te realiseren die leidt tot een blijvende verbetering op de diverse levensgebieden.
3.2
Vermogenscriminaliteit en High Impact Crimes
Belangrijkste onderwerpen hierbij zijn woninginbraak, diefstal uit of vanaf auto, diefstal van motorvoertuigen en fietsendiefstal. In de afgelopen jaren zijn deze fenomenen behoorlijk teruggedrongen. Soms is er een uitschieter, vaak met aanwijsbare oorzaken. Toch moeten we stevige aandacht behouden voor deze vormen van criminaliteit. De impact van een inbraak is immers groot en ook de criminaliteit zelf blijft zich ontwikkelen. We blijven innoveren op dit onderwerp, samen met professionals en inwoners. Doelstelling 2022: Door slimme inzet van preventieve en repressieve middelen, samen met inwoners en veiligheidspartners, woninginbraken en andere vormen van vermogenscriminaliteit zoveel mogelijk voorkomen en op lange termijn op een aanvaardbaar niveau houden. 3.2.1
Woninginbraak
ü
In 2022 zijn er maximaal 6,0 woninginbraken per 1.000 inwoners.
Het aantal geregistreerde (poging tot) woninginbraken daalt al enkele jaren. Tussen 2019 en 2020 is het aantal woninginbraken met 6 procent afgenomen, van 293 naar 275 inbraken. Dat komt neer op 3,9 inbraken per 1.000 woningen (zie afbeelding 28). Hiermee voldoen we momenteel al aan de doelstelling. In 2020 ging het bij 79 procent om een ‘voltooide inbraak’; bij 29 procent bleef het bij een poging tot inbraak. We zien dat in 2020 met name in de periode april tot en met juli minder woninginbraken waren dan in dezelfde periode in 2019 (-45%). Vervolgens is het aantal woninginbraken vanaf augustus weer redelijk vergelijkbaar met een jaar eerder (+3%) (zie afbeelding 29). Op een kaart wordt weergegeven in welke mate woninginbraken in de verschillende buurten in 2020 hebben plaatsgevonden (zie afbeelding 30). Met blauwe en oranje kleuren wordt aangegeven of een buurt gunstig of ongunstig scoort. Relatief de meeste woninginbraken zijn geregistreerd in de buurten de Herven, Orthen en Vinkeloord. In deze buurten werden minimaal 10 woninginbraken per 1.000 woningen geregistreerd. Het gemeentebrede platform woninginbraken is overgegaan in het platform veiligheid. Daarmee wordt het platform breder opgepakt dan eerder het geval is. Dat komt door de steeds verdere daling van het aantal woninginbraken. Daarnaast blijven we, indien dit mogelijk is, de buurttent inzetten in de wijken.
Ook dat wordt breder gedaan dan alleen op woninginbraken.
27
Afbeelding 28: Aantal misdrijven van diefstal/inbraak woning per 1.000 woningen
10 7,0
8
6,4
5,9
Doel 2022 ê
6 4 4,2
3,9
2019
2020
2 0 2016
2017
2018
Bron: Politie
Afbeelding 29: Aantal misdrijven van diefstal/inbraak woning per maand
2019
50
2020
40 30 20 10 0 jan
feb
mrt
apr
mei
jun
jul
aug
sep
okt
Bron: Politie
Afbeelding 30: Aantal misdrijven van diefstal/inbraak woning per 1.000 woningen per buurt (2020)
Bron: Politie
28
nov
dec
Naast woninginbraken registreert de politie ook inbraken in boxen, garages, schuurtjes en tuinhuizen. Tussen 2019 en 2020 is het aantal misdrijven hiervan met 53 procent toegenomen, van 117 naar 179 diefstallen/inbraken. Dat komt neer op 2,5 diefstallen/inbraken per 1.000 woningen (zie afbeelding 31). Met name in de maand juli zijn er relatief veel misdrijven gepleegd (zie afbeelding 32). Afbeelding 31: Aantal misdrijven van diefstal/inbraak box/garage/schuur/tuinhuis per 1.000 woningen
10 8 6 3,7
4
2,5
2,5
1,9
1,7
2018
2019
2 0 2016
2017
2020
Bron: Politie
Afbeelding 32: Aantal misdrijven van diefstal/inbraak box/garage/schuur/tuinhuis per maand
2019
50
2020
40 30 20 10 0 jan
feb
mrt
apr
mei
jun
jul
Bron: Politie
29
aug
sep
okt
nov
dec
3.2.2
Voertuigcriminaliteit
Onder voertuigcriminaliteit verstaan we diefstal van voertuigen (zoals diefstal van fietsen, brommers, motoren, auto’s), diefstal uit motorvoertuigen (zoals diefstal van geld, laptop of gereedschappen uit een voertuig) en diefstallen vanaf motorvoertuigen (zoals diefstal van airbags, wieldoppen of andere auto-onderdelen). In deze paragraaf gaan we dieper in op de onderliggende delicten. Diefstal uit of vanaf auto’s
ü
In 2022 zijn er maximaal 6,5 diefstallen uit/vanaf auto’s per 1.000 inwoners.
Het aantal diefstallen uit of vanaf auto’s daalt al enkele jaren. Tussen 2019 en 2020 is het aantal diefstallen met 10 procent afgenomen, van 794 naar 711 inbraken. Dat komt neer op 4,6 diefstallen/inbraken per 1.000 inwoners (zie afbeelding 33). Hiermee voldoen we momenteel al aan de doelstelling. Als we kijken naar de ontwikkeling van het afgelopen jaar dan zien we eerst een toename van het aantal misdrijven in het begin van de coronapandemie. In maart en april waren er 68 procent meer diefstallen uit of vanaf auto’s dan in dezelfde maanden in 2019. Vervolgens is het aantal misdrijven lager of ongeveer hetzelfde in vergelijking met dezelfde maand een jaar eerder. Sinds mei waren er 24 procent minder diefstallen/inbraken in vergelijking met dezelfde periode in 2019 (zie afbeelding 34). Op een kaart wordt weergegeven in welke mate diefstallen uit of vanaf auto’s in de verschillende buurten in 2020 hebben plaatsgevonden (zie afbeelding 35). Met blauwe en oranje kleuren wordt aangegeven of een buurt gunstig of ongunstig scoort. Relatief de meeste diefstallen zijn geregistreerd in de buurten Binnenstad centrum, Zuid, Maliskamp oost en Willemspoort. In deze buurten werden minimaal 10 diefstallen uit of vanaf auto’s per 1.000 inwoners geregistreerd. De samenwerking tussen partners bestaat uit het gezamenlijk bekijken van hotspots en deze indien nodig schouwen.