Bijlage 1 - Tussenrapport Denkrichtingen en varianten Duurzame Polder
Tekst van het document
DUURZAME POLDER TUSSENRAPPORT DENKRICHTINGEN EN VARIANTEN
H+N+S Landschapsarchitecten Open Kaart
14-03-2023
2
H+N+S · DUURZAME POLDER
INHOUD INLEIDING
Aanleiding en doel project Duurzame Polder Ontwerpend onderzoek Leeswijzer
5 5 6 7
REFLECTIE EN AANVULLING
Inzichten uit de participatie Extra varianten windenergie HOE VERDER
Thema’s op kaart Leidende ruimtelijke principes
9 13 25
BOUWSTENEN VOOR WINDENERGIE
29
HET GEBIED: KANSEN EN WAARDEN
INTEGRALE RUIMTELIJKE DENKRICHTINGEN
Overzicht denkrichtingen en varianten Een grootschalig hart Het wijde westen Een veelkleurig mozaïek Lange lijnen van oost naar west
H+N+S Landschapsarchitecten Open Kaart
34 36 39 45 51 57
Nieuwe vragen en overwegingen Afwegingskader en alternatieven
BIJLAGE Verslag bewonersbijeenkomsten januari - februari 2023
63 63 64 71 71 74
4
H+N+S · DUURZAME POLDER
INLEIDING
INLEIDING AANLEIDING EN DOEL PROJECT DUURZAME POLDER
Middels ontwerpend onderzoek worden voor bovengenoemde aspecten op-
De gemeenten Oss en ’s Hertogenbosch werken sinds 2017 samen met de
gaven, waarden, kansen en aandachtspunten in het gebied verkend en samen
provincie en het Rijk aan plannen voor de Duurzame Polder. In dit gebied,
met de duurzame energieopgave uitgewerkt in integrale gebiedsbeelden. Het
gelegen tussen Oss, ’s-Hertogenbosch en de Maas, hebben de gemeenten het
ontwerpend onderzoek bestaat uit een divergerende fase, waarin verschillen-
voornemen om een belangrijk deel van de duurzame energieopgave van beide
de mogelijkheden worden verkend en een convergerende fase waarin wordt
gemeenten te realiseren, als onderdeel van de Regionale Energie Strategie
getrechterd richting één voorkeursalternatief.
(RES) Noordoost Brabant. In elke fase werken we samen met belanghebbenden in en rond de polder. Zo Na het Klimaatakkoord kwamen zowel in Oss als in ’s-Hertogenbosch (par-
werken we stap voor stap met betrokken partijen richting een voorkeursalter-
ticuliere) initiatieven van de grond om in de Duurzame Polder plannen voor
natief voor de inrichting van de Duurzame Polder.
duurzame opwek te realiseren. De gemeenten hebben gekozen om eerst gezamenlijk een gebiedsverkenning uit te voeren. In 2020 leidde dat tot het Eind-
Het ontwerpend onderzoek loopt parallel met de MER (milieu effect rap-
rapport “Verkenning Duurzame Polder”, door beide gemeenteraden vastge-
portage). In de MER worden de verschillende inrichtingsmogelijkheden
steld, waarin de Duurzame Polder als gebied voor grootschalige opwek van
onderzocht, vergeleken en afgewogen. In de MER worden niet alleen de mi-
duurzame energie is aangewezen. Dit wordt gedaan met windturbines.
lieueffecten onderzocht van de windturbines, zoals geluid en beleving, maar eveneens de milieueffecten van de integrale gebiedsontwikkeling.
De duurzame energieopgave is een concreet gekwantificeerde en in de tijd leidende opgave voor het gebied en de directe aanleiding voor de planvorming.
Voorliggende notitie bevat de tussenresultaten van het ontwerpend onder-
Daarnaast is er opdracht om integraal te kijken naar waarden en kansen voor
zoek dat samen met betrokken partijen is uitgevoerd van september 2022 tot
de Duurzame Polder. Naast de opwekking van duurzame energie gaat het o.a.
februari 2023. Het doet verslag van de divergerende fase: het verkennen van
om natuur, wonen, klimaatadaptatie, water, landbouw, recreatie, gezondheid
de mogelijkheden. De haalbaarheid en wenselijkheid van deze mogelijkheden
en cultuurhistorie. Met de naam Duurzame Polder wordt het integrale karak-
wordt in de volgende fase nader onderzocht en gewogen.
ter van de ontwikkeling aangegeven.
5
H+N+S · DUURZAME POLDER
6
ONTWERPEND ONDERZOEK
BIJEENKOMSTEN
S TA P P E N O N T W E R P E N D O N D E R Z O E K
Belanghebbenden worden bij elke stap in het ontwerpend onderzoek betrok-
Het ontwerpend onderzoek wordt stapsgewijs uitgevoerd. De eerste stap
ken, in diverse bijeenkomsten (zie schematische weergave van het proces
van het ontwerpend onderzoek is het in beeld brengen en analyseren van de
op de volgende pagina). We maken onderscheid tussen brede bijeenkomsten
kansen, ideeën en waarden van het gebied. Daarnaast zijn zorgen en aan-
voor alle belangstellenden (geel) en ontwerpateliers met een kleinere groep
dachtspunten van belanghebbenden geïnventariseerd. Deze inbreng vormt de
vertegenwoordigers van belangenorganisaties en bewonersgroepen (groen).
basis van het verkennen van mogelijkheden voor de Duurzame Polder. Doel
In elke stap van het ontwerpend onderzoek organiseren we zowel brede bij-
van de verkenning is het breed in kaart brengen van wat mogelijk is (diver-
eenkomsten als een ontwerpatelier. Daarnaast wordt waar nodig aanvullende
geren), vertaald in een reeks varianten. Ook wordt in deze tweede stap op een
afstemming gezocht met initiatiefnemers en andere relevante groepen, zoals
rij gezet welke aspecten van belang zijn voor het beoordelen van de varianten.
de betrokkenen bij de Westelijke Polder, Oss (blauw).
De varianten worden in de derde stap namelijk vergeleken en beoordeeld, om zo tot een selectie van kansrijke richtingen te komen (convergeren). Deze
W A A R S TA A N W E N U ?
kansrijke richtingen worden in de stap daarna uitgewerkt tot 4 a 5 ontwer-
Er zijn inmiddels twee ontwerpateliers en twee reeksen van brede bijeen-
palternatieven (divergeren). Deze alternatieven worden vervolgens ook weer
komsten georganiseerd, naast afstemming met initiatiefnemers en agrariërs
vergeleken en beoordeeld (convergeren). Voor deze weging wordt een afwe-
betrokken bij de Westelijke Polder (onderdeel van de Duurzame Polder):
gingskader opgesteld. Dit gebeurt op basis van input van gemeenteraden en in samenspraak met belangenorganisaties. De weging tussen alternatieven
Startpunt: kansen, waarden, ideeën, zorgen en aandachtspunten
wordt toegepast op grond van dit kader. De resultaten van het MER-onder-
Een eerste ontwerpatelier met belangenorganisaties en een reeks van 6 brede
zoek vormen mede input voor de afweging. Op basis van de weging wordt één
bijeenkomsten in het najaar van 2022 markeerde de start van het ontwer-
concept voorkeursontwerp uitgewerkt. Dit concept wordt tot slot uitgewerkt
pend onderzoek. In deze bijeenkomsten konden bewoners en andere belang-
tot een definitief resultaat.
hebbenden meegeven wat belangrijk is voor de toekomst van de Duurzame Polder. De kansen, waarden, ideeën, zorgen en aandachtspunten die hieruit
B E T R O K K E N H E I D VA N B E L A N G H E B B E N D E N
voortkwamen, vormden -in combinatie met inbreng vanuit gemeenten Oss
IN EN ROND DE POLDER
en ’s-Hertogenbosch- de basis waarmee we als ontwerpers aan de slag zijn
De ontwikkeling van de Duurzame Polder heeft impact op de (in)directe leef-
gegaan.
omgeving van bewoners en andere belanghebbenden in en rondom de polder. Belanghebbenden worden daarom betrokken in alle genoemde fases van het
Brede verkenning van mogelijkheden
ontwerpend onderzoek. De inbreng van de kennis, ervaringen en ideeën van
De mogelijkheden voor de Duurzame Polder zijn vervolgens ontwerpend
belanghebbenden maakt dat we tot betere varianten kunnen komen. De in-
verkend en vertaald in verschillende denkrichtingen. Halverwege deze ver-
breng is daarnaast essentieel om de consequenties van ontwerpkeuzes voor
kenning is opnieuw een atelier met belangenorganisaties georganiseerd, om
verschillende belanghebbenden in beeld te brengen. Met de kennis van deze
de eerste denkrichtingen te bespreken en input voor verdere uitwerking te
consequenties kunnen zorgvuldigere afwegingen worden gemaakt, om stapsgewijs naar een voorkeursontwerp toe te werken.
7
verzamelen. Met deze inbreng is een reeks van 4 denkrichtingen met in totaal
LEESWIJZER
16 conceptopstellingen voor windturbines ontwikkeld.
Dit tussenrapport bestaat uit zes hoofdstukken. Na deze inleiding worden in hoofdstuk 2 de kansen, waarden en aandachtspunten van het gebied in beeld
Deze denkrichtingen en opstellingsvarianten zijn vervolgens gedeeld in een
gebracht. Dit leidt samen met de bouwstenen voor windenergie in hoofdstuk 3
reeks van brede bijeenkomsten, in januari en februari 2023. In gesprek met
tot aanknopingspunten voor vier integrale ruimtelijke denklijnen (hoofdstuk
bewoners en andere belanghebbenden zijn de varianten verbeterd en aan-
4). In hoofdstuk 5 worden de reflecties op deze denklijnen vanuit de diverse
gevuld. Het resultaat is een set van 16+8 varianten; de varianten die in deze
bijeenkomsten met betrokkenen toegelicht. Tot slot worden in hoofdstuk 6 de
tussenrapportage te vinden zijn.
vervolgstappen van het ontwerpend onderzoek toegelicht. Het verslag van de
TUSSENRAPPORT
bewonersbijeenkomsten van januari - februari 2023 is toegevoegd als bijlage.
Schematische weergave ontwerpend onderzoek met betrokkenheid van belanghebbenden
H+N+S · DUURZAME POLDER
8
*
Ligging van de Duurzame Polder
HET GEBIED: KANSEN EN WAARDEN
2. HET GEBIED: KANSEN EN WAARDEN LIGGING VAN DE DUURZAME POLDER Het plangebied Duurzame Polder wordt globaal begrensd door de kernen
DE DUURZAME POLDER IN BEELD
Rosmalen/Groote Wielen (zuidwestzijde), Kruisstraat en Geffen (zuidzijde),
De foto’s op de volgende pagina’s geven een impressie van het gebied van de
Oss (zuidoostzijde), de N625 (oostzijde) en de Maas met aangrenzend diverse
Duurzame Polder, vanaf de randen en midden in het gebied.
Maasdorpen (noord- en noordoostzijde). Dit is het plangebied van het project; het zoekgebied voor windturbines hierin is beperkter en komt voort uit een afstand die wordt aangehouden tot de woonkernen. De Duurzame Polder is een relatief open kleipoldergebied, met markante overgangen aan de randen. Voor Brabantse begrippen zien we hier landschap met grote maten, lange lijnen en vergezichten. Aan de zuidzijde vinden we de overgang van zand naar klei met zijn karakteristieke lintbebouwing en met laanbomen beplante polderwegen. Aan de noordzijde is het juist de oeverwal van de Maas waarop dorpen tot ontwikkeling gekomen zijn en waar we van oudsher een wat meer verdicht en kleinschaliger landschap vinden met boomgaarden en kavelrandbeplantingen. Het centrale poldergebied is voornamelijk in gebruik als landbouwgebied (met name gras -en maisland t.b.v. melkveehouderij). Consequent agrarisch natuurbeheer heeft ervoor gezorgd dat het landbouwgebied grote betekenis heeft voor met name weidevogels. Centraal in het gebied loopt de Hertogswetering, een markante landschappelijke structuur.
9
H+N+S · DUURZAME POLDER
10
Zicht over het water naar het noorden vanaf de Groote Wielenlaan
Zicht vanaf de Pastoor Roesweg op het weidse polderlandschap
11
Zicht vanaf de Kepkensdonk (iets ten noorden van de Nulandsestraat) de open polder in
Zicht vanaf de Zandenweg op het iets kleinschaliger landschap t.h.v. ‘t Wild
H+N+S · DUURZAME POLDER
12
Zicht vanaf de Lithoijensedijk op het fijnmazigere oeverwallandschap
Zicht over de Hertogswetering vanaf de Lithoijensebrug
13
T H E M A’ S O P K A A R T In het ontwerpend onderzoek verkennen we hoe de Duurzame Polder eruit
Water en bodem
kan gaan zien. We kijken daarbij naar de opwek van windenergie, maar ook naar thema’s als landbouw; wonen, gezondheid en beleving; water en bodem; landschap en cultuurhistorie; en natuur. De kansen- en waardenkaarten vormen de basis van het ontwerpend onderzoek en hebben als doel om gezamenlijk grip te krijgen op de ruimtelijke inrichting van het gebied: de huidige
Landbouw
situatie, ontwikkelingen, aandachtspunten en kansen die een rol kunnen spelen in het ontwerp. De kansen, waarden, zorgen en aandachtspunten die omwonenden en andere gebiedskenners hebben benoemd, zijn samengevat en samengebracht op verschillende kaarten. Natuur
Kenmerk van ontwerpend onderzoek is dat tijdens het ontwerpen altijd weer nieuwe ideeën ontstaan. Deze waarden- en kansenkaart is dus per definitie niet compleet, maar bevat wel een royaal pakket om mee aan de slag te gaan. Elk thema start met een kaart ‘kenmerken en waarden’ (huidige situatie), gevolgd door een kaart ‘ontwikkelingen, aandachtspunten en kansen’ (voor de toekomstige situatie). Aspecten die een duidelijke plek binnen het gebied krij-
Landschap en cultuurhistorie
gen zijn zoveel mogelijk op de kaart aangegeven, met een label en indien mogelijk een indicatieve weergave op de kaart. Andere aspecten hebben een plek gekregen in een tekst met bullits op de kaart ‘ontwikkelingen, aandachtspunten en kansen’. De volgende thema’s zijn op kaart gezet. Aanvullende ideeën ten aanzien van duurzame energie zijn opgenomen in het volgende hoofdstuk van deze tussenrapportage.
Wonen en beleving
H+N+S · DUURZAME POLDER
14
Water & bodem - kenmerken & waarden
HET GEBIED: KANSEN EN WAARDEN
15
• •
• •
•
• • • • • • •
Water & bodem - ontwikkelingen, kansen & aandachtspunten
verduurzaming waterbeheer (kwantiteit, kwaliteit, ecologie) samenhang met verduurzaming landbouw (oa door tegengaan uitspoeling nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen) proces nieuw peilbesluit is gestart (o.a. vast peil i.p.v. laag winter - hoog zomer) invullen van het begrip ‘bodem en water sturend’ bij nieuwe ontwikkelingen. Worden de laagste delen natter? water bergen, bv aan de randen van de polder (t.b.v. landbouw en stedelijk gebied, bergingsgebied tegen hittestress realiseren waterberging in reserveringsgebied en Beerse Overlaat laten zien opgave natuurlijkvriendelijke oevers koppelen wateropgave aan recreatie langs waterlopen Waterschap realiseren Hertogswetering als ecologische drager (doelsoorten akkervogels, otter, kamsalamander) Hoefgraaf als tweede ecologische verbinding fijnmazige dooradering van het agrarische gebied bodemverbetering i.r.t. biodiversiteit, organisch stof
H+N+S · DUURZAME POLDER
16
Landbouw - kenmerken & waarden
HET GEBIED: KANSEN EN WAARDEN
In Oss wordt onder de noemer Westelijke Polder door en met agrariërs gewerkt aan verduurzaming en een economisch volhoudbare toekomst voor de landbouw. Uitgangspunt hierbij blijft ‘primair agrarisch’. Voor ‘s-Hertogenbosch loopt er (nog) geen dergelijk proces. Wel worden er onder in het kader van de gebiedsvisie buitengebied opties verkend, waarbij ook transitie naar een ander type (landbouwkundig) gebruik, bijvoorbeeld in relatie tot de stad en in combinatie met andere functies.
Landbouw - ontwikkelingen, kansen & aandachtspunten
17
• • • • • • •
• • • • • • •
behoud als gebied voor voedselproductie verduurzamingsopgave landelijk gebied (natuur, water en klimaat) project Westelijke Polder gemeente Oss (economisch volhoudbare toekomst voor een duurzame landbouw). verbetering kringlopen, innovatie, biodiveriteit, extensivering hoe extensivering op bedrijfsniveau mogelijk maken (voldoende grond nodig)? windturbines als onderdeel verduurzaming versterking landbouw en de (nieuwe) stadsrand, bv verkoop van lokale producten - meer gericht op stedelijke vraag naar producten en recreatieve wensen nieuwe teelten zoals biobased materialen - relatie met woningbouw in de omgeving? ruimte voor vernieuwing, passend bij ondergrond en omgeving (bijzondere teelten?) kans voor vernieuwende, collectieve vormen van landbouw (bijv. Herenboeren) ruimte voor kleine bedrijvigheid op vrijkomende erven rol agrarische sector in een veranderende wereld nieuwe verdienmodellen met windenergie agrarische natuur
H+N+S · DUURZAME POLDER
18
Natuur - kenmerken & waarden
HET GEBIED: KANSEN EN WAARDEN
19
•
• • • •
•
• • • • • • •
Natuur - ontwikkelingen, kansen & aandachtspunten
hoe betekenis als (weide)vogelgebied behouden en/ of versterken? Kijk naar het hele gebied van Duurzame Polder. Effect op vleermuizen meenemen. versterking noorden van de polder voor (winter)vogels biedt kansen i.r.t. uiterwaarden van de Maas EVZ langs Roode Wetering, Hoefgraaf, Hertogswetering (deels al gerealiseerd) vergroting biodiversiteit als onderdeel verduurzaming landbouw (kans) versterken natuurkwaliteit van netwerk van watergangen, akkerranden en wegbermen (groenblauwe dooradering) versterking van het mozaiek met verspreide: - plasdrasgebieden - eendekooien - erfrandbeplantingen - bossages en boomgaarden op de oeverwal, het zand en de stadsranden biodiversiteit van bodem verbeteren meer variatie in gewassen zorgt voor meer biodiversiteit natuur van de oeverwal versterken stads- en dorpsnatuur versterken Weteringen als doorgaande verbindingen van natte natuur wisselwerking met uiterwaarden van de maas sloten vol leven (waterkwaliteit verbeteren)
H+N+S · DUURZAME POLDER
20
Landschap & cultuurhistorie - kenmerken & waarden
HET GEBIED: KANSEN EN WAARDEN
21
•
• • • •
•
Landschap & cultuurhistorie - ontwikkelingen, kansen & aandachtspunten
versterking contrast tussen de verschillende cultuurhistorische landschappen zand-komoeverwal ‘charme’ terugbrengen in grootschalige rationele polder beleving Beerse Overlaat versterken en bijvoorbeeld benutten voor waterberging behoud openheid waar Maas door komgebied snijdt recreatief (bos) gebied als landschappelijke overgang naar open gebied, met aandacht voor cultuurhistorie zichtbaar maken en ontwikkelen van fort Luttereind als recreatieve stepping stone van de Zuider Waterlinie en verbinding binnen- en buitendijks
H+N+S · DUURZAME POLDER
22
Wonen & beleving - kenmerken & waarden
HET GEBIED: KANSEN EN WAARDEN
23
•
• • • • • •
• • • • • •
• •
Wonen & beleving - ontwikkelingen, kansen & aandachtspunten
veilige en mooie fiets- en wandelroutes door een afwisselend landschap - brede vrijliggende fietspaden, waar nodig verlicht. (o.a. Lith-Oss en Rosmalen-Oss) - ook bijzondere aandacht voor de verbindingen van de Maas (rivierenlandschap naar het bos zandlandschap) tegengaan doorgaand verkeer of scheiden van langzaam verkeer landschap mooier maken met huidig agrarisch landschap als basis van ‘monotone polder’ naar ‘gedifferentieerd landschap’, met robuuste (water)structuren omgeving Groote Wielen en Amsteleind ontwikkelen tot uitloopgebied waterrecreatie: varen en waterfietsen? benutten water in de stadsrand voor verkoeling. Combi met kanovaren/ waterfietsen? uitkijkpunten / vogelschermen langs paden bij vogelgebieden ondersteuning voorzieningen zoals buurthuizen (met opbrengst windenergie) aandacht voor laagvliegroutes van windturbines bijzondere plekken aan de routes maken (uitzichtpunt?) inrichten educatief speelgebied over duurzaamheid en energie met inrichting op alle schaalniveaus duurzaamheid laten zien (‘van watergang tot bankje’) polder meer onderdeel maken van gemeenten; verstedelijking zet door dorpen en polder nu gescheiden werelden - beter verbinden door inrichting maar ook functioneel
H+N+S · DUURZAME POLDER
24
• •
• •
• •
• •
Energie - ontwikkelingen, kansen & aandachtspunten
koppeling windenergie aan verduurzaming landbouwgebied windpark en nieuwe netstation als kans voor vernieuwing energieconcept (vraag en aanbod) op gebiedsschaal energiegemeenschappen rond opwek en gebruik duurzame energie uit het gebied (collectief) mest verwerken / vergisten t.b.v. productie biogas voor verwarming (nieuwe) wijken van Oss combineren met energiebesparing omgeving: bijdrage aan isolatie woningen? kleinschalige en zichtbare opwek in gebied, bijvoorbeeld: (tijdelijk) zonne-energie op bouwblok vrijkomende boerderij-erven, windturbines bekleden met zonnepanelen, zonnepanelen op de brugleuning voorkomen van energiegebruik / CO2 productie / Methaanproductie in gebied opgave na 2030
HET GEBIED: KANSEN EN WAARDEN
LEIDENDE RUIMTELIJKE PRINCIPES
2.IDENTITEIT VAN ONDERSCHEIDENDE LANDSCHAPPEN VERSTERKEN
Er zijn veel kenmerken, waarden, kansen en aandachtspunten geïnventari-
De oeverwal met dorpen, boomgaarden en kleine door singels omgeven
seerd. Deze zijn het waard om op één of andere manier een rol te spelen in de
percelen. De kom als uitgestrekt, open en vrijwel onbebouwd hooiland. De
gebiedsontwikkeling. In het ontwerpend onderzoek verkennen we de mogelij-
hogere zandgronden met lintbebouwing, akkerland en lanen. Op historische
ke ruimtelijke samenhang, eerst op hoofdlijnen en later meer in detail. Hoe-
kaarten zijn deze onderscheidende landschappen veel duidelijker te onder-
wel de kaarten veel verschillende aspecten laten zien, zijn er ook rode draden
scheiden dan tegenwoordig. Dit komt onder andere doordat door opschaling
te ontdekken. Op basis van de inbreng leiden we acht ruimtelijke principes af
en aanpassing van de waterhuishouding in de vorige eeuw water en bodem
die richting geven in alle stappen van het ontwerp- en afwegingsproces. In de
veel minder sturend werd dan voorheen (zie ook principe 1). Veel variatie en
loop van dit proces kunnen de leidende principes verder ingevuld worden. De
identiteit is uit het landschap verdwenen. We zien in de ingebrachte ideeën
denkrichtingen vormen een eerste test voor het gebruik ervan.
een behoefte om hier weer opnieuw invulling aan te geven. Kunnen de dorpen op de oeverwal bijvoorbeeld weer omgeven worden door een weelderig en toegankelijk ‘oeverwallandschap’? Een scherp gedefinieerde identiteit van de
1.WAT E R E N B O D E M Z I J N S T U R E N D De vruchtbare bodem en de waterbeschikbaarheid maken de Duurzame Polder tot een waardevol gebied voor landbouw en natuur. Onder andere als gevolg van klimaatverandering is de waterbeschikbaarheid niet langer op elk moment en elke plek vanzelfsprekend. Op de lange termijn is (meer dan nu) meebewegen met de eigenschappen van water en bodem een betere garantie op een volhoudbaar grondgebruik dan hier 180 graden tegenin gaan. Welke nieuwe verschillen zien we hierdoor ontstaan, bijvoorbeeld tussen zand-klei en hoog-laag? Dit kan beschouwd worden voor de polder als geheel, maar ook op een lager schaalniveau, bijvoorbeeld binnen één peilvak.
landschappen helpt bij het bepalen van de locatie, aard en omvang van ontwikkelingen.
25
H+N+S · DUURZAME POLDER
26
relatie als een leidend ruimtelijk principe. Te denken valt aan een aantal
3.RUIMTE VOOR VERNIEUWING EN VERDUURZAMING VAN HET VOEDSELPRODUCTIEGEBIED
veilige en mooie paden, bijzondere activiteiten op het erf, rechtstreekse
Landbouw is de belangrijkste ruimtegebruiker in de Duurzame Polder en dat
aan de stadsrand. Uiteraard voor zover dit past bij de bedrijfsvoering en
zal ook in de toekomst zo blijven. Door voortdurende vernieuwing, tijdig be-
dit niet in de weg staat.
verkoop van producten tot zelfs mee participeren in een agrarisch bedrijf
nutten van kansen en aansluiting op actuele opgaven ontstond een waardevol voedselproductiegebied. Deze tijd staat in het teken van verdere verduurzainvulling te geven aan ambities op gebied van onder andere waterkwaliteit,
5.ZORGVULDIGE AFWEGING TUSSEN BEHOUD EN ONTWIKKELING
biodiversiteit en klimaat is ruimte nodig. Een meer circulaire benadering op
Het landschap van de Duurzame Polder heeft nu ook kwaliteiten en niet
bedrijfs- en gebiedsniveau lijkt aantrekkelijk, maar vraagt ook om voldoende
alles hoeft in één keer helemaal anders. Er zijn tal van functies die prima
grond voor groei (in oppervlak) en extensivering (per hectare).
samengaan met de komst van de windturbines of met de vernieuwin-
ming: een duurzame voedselproductie in een waardevolle leefomgeving. Om
gen in het agrarische gebied, zoals de ecologische verbinding langs de Hertogswetering of het gebruik van de landbouwwegen door recreatieve
4.V E R S T E R K E N VA N D E R E L AT I E T U S S E N S TA D E N L A N D
fietsers. Van andere kwaliteiten is nog niet duidelijk hoe deze kunnen
De huidige bewoners aan de randen van het gebied waarderen de Duurzame
gels. Kunnen deze in de huidige aantallen behouden worden binnen de
Polder om zijn openheid en vergezichten. Met de doorontwikkeling van de
polder? Welke verschuivingen zijn mogelijk ten opzichte van de locatie
Groote Wielen en Amsteleind krijgt de Duurzame Polder nieuwe buren. In de
van de windturbines en wat moet daarvoor gebeuren? Dit vraagt om meer
weekenden wordt er op de landbouwwegen nu al druk gefietst. Verder heeft
kennis en zorgvuldige afweging. Wat je kunt behouden vormt een solide
het gebied recreanten op dit moment nog niet zo veel te bieden. De behoefte
basis voor de toekomst en draagt nu al bij aan de toekomstige kwaliteit.
aan groene ruimte om te recreëren neemt echter toe en datzelfde geldt voor
Niet zelden geeft ook cultuurhistorie hiervoor inspiratie. Kan de Beerse
de interesse in de landbouw en de oorsprong van ons voedsel. In de zoektocht
Overlaat weer op een of andere wijze zichtbaar gemaakt worden? Een
naar vernieuwing vanuit de landbouw zelf biedt de nabijheid van het stedelij-
historische hut, kade of fortificatie rond Lith?
ke gebied ook een kans. Daarom benoemen we versterken van de stad-land-
samengaan met de windturbines. Dit geldt met name voor de weidevo-
27
6.RUIMTELIJKE LOGICA VOOR WINDENERGIE
8.V E R W E V E N WAT K A N, S C H E I D E N WAT M O E T
Met zijn lange lijnen en onderscheidende randen kent de Duurzame Polder
Echt monofunctionele gebieden zijn er maar weinig in Nederland. Ook hier
een logische ruimtelijke opbouw. Windenergie vormt een nieuwe toevoeging
vraagt de druk op de ruimte om slimme combinaties. We gaan daarom op zoek
aan het landschap. Van inpassen in het bestaande landschap kan eigenlijk niet
naar waarden en functies die goed samengaan of – beter nog – elkaar ver-
gesproken worden: hiervoor zijn de windturbines te groot. Zij vormen als het
sterken. Het gebied laat nu al een aantal succesvolle voorbeelden zien, zoals
ware een nieuwe laag. Over het algemeen wordt een opstelling van windtur-
weidevogels dankzij succesvol agrarisch beheer. Er is echter ook ruimtege-
bines waarin een zekere orde afleesbaar is (plek, onderlinge afstand, lijnen)
bruik dat zich niet laat verenigen. In dat geval gaan we voor scheiden in plaats
hoger gewaardeerd dan opstellingen waarin dit niet het geval is. Met een klei-
van verweven. De schaal waarop je kijkt is hierbij van belang.
ne windopstelling is dit overigens eenvoudiger te bereiken dan met het aantal windturbines dat in de Duurzame Polder aan de orde is. We gaan op zoek naar welke ruimtelijke logica tussen windturbines en de (oude en nieuwe) gebiedskenmerken aan de orde is.
7.VA S T L E G G E N E N LO S L AT E N Een gebied verandert voortdurend en dat is ook goed. Verandering vindt plaats op alle schaalniveaus. Soms door een vooropgezet plan, in één keer, maar veel vaker geleidelijk, door tal van keuzes van eigenaren en gebruikers. We willen en kunnen voor de Duurzame Polder niet alles vastleggen. Wel willen we voor de grote ruimtelijke thema’s een duidelijke richting meegeven die hopelijk aanleiding vormt voor geleidelijke toekomstige doorontwikkeling. Planvorming is ‘vastleggen en loslaten’. Hierbij past een plan dat gebaseerd is op een helder raamwerk waarin kwaliteiten op hoofdlijnen worden vastgelegd, maar waarbinnen ruimte is voor nadere invulling en vrijheid van keuzes.
H+N+S · DUURZAME POLDER
28
3. BOUWSTENEN VOOR WINDENERGIE ENERGIE-OPGAVE In het Osse deel van de Duurzame polder wil de gemeente Oss 0,514 Petajoule aan duurzame energie per jaar opwekken Dit komt overeen met 143 GWh. gondel en hub
Hoeveel windturbines precies nodig zijn om deze hoeveelheid energie op te rotordiameter
tiphoogte
wekken, hangt af van het type windturbines dat wordt gekozen en de opstelling van de molens. De Gemeente ’s-Hertogenbosch heeft in het Bestuursakkoord 2022-2026 vastgelegd dat zij voor 2030 16 windturbines wil realiseren
wiek/rotorblad
in de Duurzame polder, binnen de bestaande randvoorwaarden.
ashoogte
ZOEKGEBIED Binnen het projectgebied van de Duurzame Polder is een zoekgebied voor windenergie aangegeven. Dit zoekgebied komt voor uit de afstanden die mi-
mast
nimaal aangehouden dienen te worden tot de rand van de bebouwde kom van de omliggende kernen. De gemeenteraad van ‘s-Hertogenbosch heeft namelijk besloten de windturbines op minstens één kilometer van de bebouwde kom te plaatsen. De Osse gemeenteraad gaat uit van twee kilometer afstand tot de bebouwde kom.
T U R B I N E T Y P E N E N P L A ATS I N G S P R I N C I P E S Het is in dit stadium nog niet duidelijk welk soort windturbines er uiteindelijk geplaatst gaat worden. Om te komen tot een substantiële energieproductie en een rendabel project voor de initiatiefnemers en participanten gaan we in dit ontwerpend onderzoek uit van moderne grote windturbines. We houden wel een marge aan, om te onderzoeken of het vanuit bijvoorbeeld milieu, beleving of energieproductie voordelen biedt om voor iets kleinere of iets grotere Schematische weergave turbine en terminologie
HET GEBIED: KANSEN EN WAARDEN
turbines te kiezen. Er wordt gewerkt met ‘referentieturbines’ met op hele
Polder lijkt een open gebied. Er zijn echter veel functies aanwezig die de mo-
getallen afgeronde afmetingen. Type 1 heeft een tiphoogte van 210 meter en
gelijkheden voor de plaatsing van windturbines beperken. Dit zijn bijvoor-
op deze locatie een verwachte elektriciteitsproductie van ongeveer 15 GWh
beeld natuurgebieden of de hoogspanningsleiding. De afstand waarop een
per jaar (15 miljoen kWh/j). Type 2 heeft een tiphoogte van 260 meter en op
windturbine geplaatst mag worden is in de meeste gevallen afhankelijk van
deze locatie een verwachte elektriciteitsproductie van ongeveer 23 GWh per
het windturbinetype. De kaartbeelden op de volgende pagina’s komen over-
jaar (23 miljoen kWh/j). Elk type kent zijn eigen minimale onderlinge plaat-
een met de belemmeringen voor de beide windturbinetypes in dit Ontwerpend
singsafstand, die verband houdt met de grootte van de rotor. Over het alge-
Onderzoek.
meen wordt uitgegaan van een minimale onderlinge afstand van 3 tot 4 keer de diameter van de rotor om te voorkomen dat de windturbines te veel luwte
In natuurgebieden (het Brabants Natuurnetwerk) geldt een ‘nee, tenzij’ beleid
voor elkaar veroorzaken. Een grotere onderlinge afstand komt de efficiëntie
t.a.v. de plaatsing van windturbines en moet de helft van de rotordiameter als
per turbine ten goede. In het schema zijn de plaatsingsafstanden per turbine-
afstand aangehouden worden tot het natuurgebied. Voor hoogspanningslei-
type weergegeven.
dingen geldt de tiphoogte als minimale afstand waarop een turbine geplaatst mag worden. Het meest opvallend op de kaart zijn de cirkels rond de wonin-
Omdat de Quick scan milieu die gelijktijdig met dit tussenrapport is opge-
gen. Hiervoor is geen vaste afstand aan te geven, maar gelden geluidsnormen
steld, een nog grotere bandbreedte zoekt aan denkbare milieu-effecten, zijn
die afhankelijk van de gekozen windturbine leiden tot een minimale plaat-
hierin andere turbinetypes aangehouden. Er wordt hier niet gewerkt met
singsafstand. Anders dan vaak gedacht wordt, houdt de geluidsproductie niet
fictieve turbines, maar met werkelijk bestaande referentieturbines. De groot-
zomaar verband met de grootte van een windturbine. Voor een exacte contour
ste (Vestas V172) komt nagenoeg overeen met de dimensies van Type 2 uit dit
zijn in een later stadium berekeningen nodig. Om nu al een indruk te krijgen
ontwerpend onderzoek. De kleinere (Nordex N117) kent een tip van ruim 192
zijn op de kaart afstandcontouren getrokken van 400 meter rond de wonin-
meter en is daarmee kleiner dan Type 1 uit het ontwerpend onderzoek.
gen. Binnen het zoekgebied bevinden zich alleen bedrijfswoningen, waarvoor overigens niet zomaar afwijkende regels gehanteerd kunnen worden. De open
BELEMMERINGENKAART
ruimtes op de kaart vormen een verfijning van de zoekruimte voor windener-
Op de kaart is het zoekgebied voor windturbines aangegeven dat ontstaat
gie. In een volgende ontwerpstap worden de geluidscontouren verder verfijnd.
door ten opzichte van de kernen 1 kilometer (grondgebied van ’s-Hertogen-
De Quick scan milieu doet hiervoor al een voorzet.
bosch) en 2 kilometer (grondgebied van Oss) aan te houden. De Duurzame
29
H+N+S · DUURZAME POLDER
30
Type 1 tip:
210 m
rotor: 140 m mast: 140 m energieopwek ca 15 miljoen kWh / jr
56
0
m
0
475 m
0
42 m
Schematische weergave minimale onderlinge plaatsingsafstand
100 200 300 400 500 m
1 km
31
Type 2 tip:
260 m
rotor: 170 m mast: 175 m energieopwek ca 23 miljoen kWh / jr
68
0
m
0
575 m
0
51 m
Schematische weergave minimale onderlinge plaatsingsafstand
100 200 300 400 500 m
1 km
H+N+S · DUURZAME POLDER
32
Belemmeringenkaart turbine type 2
33
C O NTO U R E N A F S TA N D G E LU I D Q U I C K S C A N M I L I E U TEN OPZICHTE VAN ONTWERPEND ONDERZOEK De opstellers van de Quick scan milieu enerzijds en van het Ontwerpend Onderzoek anderzijds hanteerden in de afgelopen verkennende fase hun eigen uitgangspunten bij het inschatten van de minimale afstanden ten opzichte van woningen in relatie tot de geluidproductie van de turbines. In de Tussenrapportage ontwerpend onderzoek zijn breed geaccepteerde vuistregels (onderbouwd door een eenvoudige berekening) gebruikt bij het zoeken naar zoveel mogelijk verschillende mogelijkheden voor plaatsing (‘best case’). De quick scan milieu heeft veiligheidshalve een ‘worst-case’ benadering gebruikt en gaat voor de berekening onder meer uit van een harde ondergrond (bij voorbeeld verharding of water), wat leidt tot grotere contourenafstand voor geluid. In de volgende fase zal zowel in het milieueffectenonderzoek (het MER) als in het ontwerp het detailniveau toenemen. In het MER zal het ingenieursbureau een aangepaste berekening van de contouren uitvoeren, uitgaande van een gemengde en meer zachte en geluidsabsorberende ondergrond. Dit zal naar verwachting een grotere ontwerpvrijheid (‘schuifruimte’) bieden dan in de Quick scan.
De werkelijk te hanteren minimale plaatsingsafstand hangt onder meer af van het gehanteerde type windturbine (luid of stil), de opstelling, het al dan niet toepassen van mitigatie voor geluid en overige uitgangspunten voor de berekening, zoals de feitelijke ondergrond. Ontwerpen en rekenen zal in de volgende fase dus in samenhang, iteratief, plaatsvinden.
Belemmeringenkaart turbine type 1
H+N+S · DUURZAME POLDER
34
4. INTEGRALE RUIMTELIJKE DENKRICHTINGEN OVER DE DENKRICHTINGEN
De denkrichtingen zijn nog geen ontwerp, maar een concept op hoofdlijnen.
Vier integrale denkrichtingen laten zien dat je op verschillende manieren naar
Ze zijn bedoeld om mogelijkheden zo breed mogelijk in beeld te brengen. Elke
de polder kunt kijken. Ze geven elk op hun eigen wijze invulling aan de lei-
denkrichting heeft daarmee eigen kwaliteiten en eigen voor- en nadelen. Zo
dende ruimtelijke principes uit hoofdstuk 2. In lijn met deze fase van het ont-
wordt duidelijk wat er te kiezen valt. In de volgende fases kunnen we elemen-
werpend onderzoek gaat het over de hoofdlijn: een landschappelijk / ruimte-
ten uit denkrichtingen eventueel combineren tot nieuwe meer gedetailleerde
lijk raamwerk als organiserend principe voor de combinatie van kwaliteiten
alternatieven. Binnen elke denkrichting zijn verschillende opstellingen voor
en functies binnen de toekomstige Duurzame Polder. Dit hoofdstuk start met
windturbines verkend.
een overzicht en typering van de denkrichtingen naast elkaar. Hierna worden ze afzonderlijk groot weergegeven en beschreven: eerst integraal en daarna
In elke denkrichting is ruimte voor alle thema’s en functies. Er is dus bij voor-
per thema. Bij deze beschrijving ligt het accent op de meest in het oog sprin-
beeld niet een denkrichting voor landbouw of een denkrichting voor natuur.
gende verschillen. Er zijn heel wat integrale ambities die in alle denkrichtin-
Wel zijn er accentverschillen. In de beschrijving worden deze verschillen
gen op min of meer vergelijkbare wijze kunnen terugkomen. Deze komen in
uitvergroot.
een volgende stap van het Ontwerpend Onderzoek aan bod. Hetzelfde geldt voor praktische ontwerpopgaven, bijvoorbeeld de aanleg van toegangspaden
Onderdelen van de denkrichtingen en varianten gaan buiten de bestuurlijke
naar de windturbines.
kaders om zo ook de ‘hoeken van het speelveld’ te verkennen.
VIER INTEGRALE RUIMTELIJKE DENKRICHTINGEN
VIER WINDENERGIE-VARIANTEN PER DENKRICHTING
W I N D E N E R G I E VA R I A N T 1 : T U R B I N E S VA N 2 1 0 M , B I N N E N D E
De denkrichtingen bieden elk eigen aanleidingen voor het zo goed mogelijk
E N E R G I E - O P G AV E E N R U I M T E L I J K E K A D E R S
ordenen van de windturbines in de Duurzame Polder. Voor elke denkrich-
Bij deze varianten wordt in lijn met de denkrichting, binnen de grenzen van
ting zijn 4 verschillende opstellingsmogelijkheden voor turbines in beeld
het zoekgebied de energie-opgave zoveel mogelijk. ingevuld door gebruik te
gebracht, rekening houdend met de belemmeringenkaart. Binnen elke den-
maken van windturbines van Type 1 (210 meter tiphoogte).
krichting wordt gevarieerd met verschillende typen en aantallen windturbines. Ook de omgang met de meegegeven energieopgave en afstanden tot de
W I N D E N E R G I E VA R I A N T 2 : T U R B I N E S VA N 2 6 0 M , B I N N E N D E
bebouwde kernen variëren, om de mogelijkheden zo compleet mogelijk in
E N E R G I E - O P G AV E E N R U I M T E L I J K E K A D E R S
beeld te kunnen brengen. De redeneerlijn achter de windenergie-varianten is
Bij deze varianten wordt in lijn met de denkrichting, binnen de grenzen van
telkens hetzelfde.
het zoekgebied de energie-opgave zoveel mogelijk. ingevuld door gebruik te maken van windturbines van Type 2 (260 meter tiphoogte). W I N D E N E R G I E VA R I A N T 3 : M A X I M A L E E N E R G I E - O P B R E N G S T E N R U I M T E L I J K E K A D E R S L O S L AT E N Bij deze varianten wordt zoveel mogelijk in lijn met de denkrichting, binnen de grenzen van het zoekgebied de maximale energie-opbrengst verkend, door gebruik te maken van windturbines van Type 2 (260 meter tiphoogte). W I N D E N E R G I E VA R I A N T 4 : ‘ S P E C I A L’ Ten opzichte van de andere varianten is deze variant een ‘special’ waarbij telkens op basis van verschillende ruimtelijke argumenten de ruimte gezocht wordt. Per variant is dit toegelicht. De grenzen van het zoekgebied worden niet strak gehanteerd. Deze varianten zijn ook gebaseerd op turbine Type 2.
35
36
H+N+S · DUURZAME POLDER
OVERZICHT DENKRICHTINGEN EN VARIANTEN DENKRICHTING 1: ‘ E E N G R O OT S C H A L I G H A R T ’ Deze denkrichting combineert en concentreert de meest zichtbare veranderingen in het hart van de polder. De grote maat en schaal vormen hier het uitgangspunt en het accent ligt op vernieuwing. De landbouw krijgt alle ruimte voor innovatie. De windturbines worden als één ruimtelijk cluster geplaatst in het grootschalige hart.
DENKRICHTING 2: ‘HET WIJDE WESTEN’ De Duurzame Polder krijgt verschillende gezichten. De landbouw ontwikkelt door in de hele polder. In het noordwesten, op de laagste gronden, komt een optimaal ingericht weidevogelgebied. Ten oosten en ten zuiden van dit weidevogelgebied worden windturbines geplaatst in deze denkrichting.
V I E R I N T E G R A L E R U I M T.E. .L I J K E D E N K R I C H T I N G E N
DENKRICHTING 3: ‘EEN VEELKLEURIG MOZAIËK’ Veel verschillende vormen van gebruik: met, naast en door elkaar. Hier draait het om bij deze denkrichting. Er wordt niet te veel gestuurd op waar welke ontwikkeling plaats zou moeten vinden. Bij de plaatsing van de windturbines worden zo veel mogelijk huidige waarden behouden, waardoor ze wat verder uit elkaar staan. DENKRICHTING 4: ‘ L A N G E L I J N E N VA N O O S T NAAR WEST’ De lange lijnen van oost naar west, tussen Oss en ’s-Hertogenbosch, staan bij deze denkrichting centraal. De Hertogswetering is zo’n lijn, die aanleiding geeft voor o.a. een recreatieve route. De windturbines staan ook zo veel mogelijk in lijnen van oost naar west.
37
H+N+S · DUURZAME POLDER
38
1
VIER INTEGRALE RUIMTELIJKE DENKRICHTINGEN
39
DENKRICHTING 1 ‘EEN GROOTSCHALIG HART’
Deze denkrichting combineert en concentreert de meest zichtbare veranderingen in het hart van de polder. De grote maat en schaal vormen hier het uitgangspunt en het accent ligt op vernieuwing. Waterloop in open gebied De landbouw krijgt hier volop de ruimte voor innovatie. Hierin verschilt dit
Verweven landschap
kerngebied op zich niet van de rest van de polder, maar in het hart van de polder wordt dit op gebiedsniveau planmatig aangepakt. Te denken valt aan vergroting van de kavels in samenhang met verregaande robotisering of aan nieuwe circulariteit op het gebied van stoffen en energie en/of juist extensivering. Misschien wordt er hier zelfs een aantal openbare wegen afgesloten of verwijderd. Functies die niet één op één aansluiten verschuiven mogelijk naar elders, bijvoorbeeld de woonfunctie op de erven van stoppende boeren. Ook voor de ‘zwaardere vormen’ van weidevogelbeheer is in dit kerngebied geen ruimte meer. Aan de randen van de polder wordt ingezet op royale versterking van een
Klimaatbos aan de stadsrand
kleinschalig landschap met lanen, bos en struweel.
(foto Siebe Swart)
De windturbines van Oss en ’s-Hertogenbosch worden als één ruimtelijk clus-
Grootschalige landbouw in combinatie
ter binnen het grootschalige gebied geplaatst.
met windenergie (foto Hans van der Meer)
H+N+S · DUURZAME POLDER
40
T H E M AT I S C H E K E R N S C H E T S DENKRICHTING 1
LANDBOUW
N AT U U R
■ Planmatig opschalen en moderniseren in kern-
■ Inzetten op handhaving van aantal hectares
gebied.
weidevogelbeheer buiten het ‘hart’ van de polder. Geen uitbreiding. ■ Binnen kerngebied geen ‘zwaarder’ weidevogelbeheer meer zoals plasdras.
■ In overig landbouwgebied vernieuwing op niveau van (samenwerkende) bedrijven.
■ Voor zover compensatie nodig is van weidevogelgebied als gevolg van de ontwikkelingen, wordt deze elders gevonden (onderzoek Oostelijke Polder Oss of uiterwaardgebied). ■ Het natuurgebied ten noorden van de Hertogs-
■ Door verschuiving functies zoals wonen en
wetering wordt op de huidige locatie opgeheven.
weidevogelbeheer naar randen en buiten het
De gronden worden benut voor landbouw en
gebied. Per saldo meer hectares beschikbaar
windturbines. Nader onderzoek (wettelijke)
voor productieve landbouw en/of energie binnen
mogelijkheid is noodzakelijk.
de polder. ■ Aan de randen van de polder wordt ingezet op versterking van een kleinschalig landschap met lanen, bos en struweel.
VIER INTEGRALE RUIMTELIJKE DENKRICHTINGEN
W O N E N E N ( R E C R E AT I E V E ) B E L E V I N G
C U LT U U R H I S T O R I E
■ Het contrast tussen de randen, met versterking van
■ Versterking (historisch) kleinschaliger karakter
een netwerk van toegankelijke paden, en de groot-
oeverwal- en overgangslandschap naar het zand
schalige ontwikkelingen in het hart wordt versterkt.
(het zuidelijke deel van de polder)
■ Tussen de Groote Wielen en de Grintweg is ruimte voor ontwikkeling van een ‘klimaatlandschap’. Hier worden CO2-vastlegging, natuurwaarden en recrea-
■ Oude vestingwerken rond Lithoijen zichtbaar maken.
tief gebruik gecombineerd.
■ Rond woningbouwlocatie Amsteleind (Oss) is ruimte voor landschappelijke ontwikkeling in combinatie met recreatie en natuur.
W AT E R E N B O D E M ■ Doorzetten duurzamer beheer landbouwbodems (organische stof en bodemleven) ENERGIE
■ Herbouwmogelijkheid aan de randen voor woningen uit het open landbouwgebied.
■ Één compact gebied met windturbines ■ Ontstaat hier ruimte voor extra turbines door uitkoop van woningen stoppende agrariërs? ■ Mogelijkheid voor zonne-energie als onderdeel van opschaling en vernieuwing landbouw in het kerngebied (valt buiten de kaders van deze studie)
41
H+N+S · DUURZAME POLDER
42
VARIANTEN WINDENERGIE DENKRICHTING 1
VARIANT 1
VARIANT 2
1 km
1 km
In deze variant zijn windturbines van het type 1 geplaatst zodat voldaan
In deze variant zijn windturbine’s van type 2 geplaatst. In Oss volstaan
wordt aan de energie-opgave. Dit levert bovendien een regelmatige
6 turbines. In ‘s-Hertogenbosch is ruimte voor 12 windturbines. De
opstelling op.
energie-opbrengst is hier echter groter dan bij variant 1.
Turbine type 1 (tip 210 m), 15 GWh/jr
Turbine type 2 (tip 260 m), 23 GWh/jr
‘S Hertogenbosch
Oss
Totaal
Aantal turbines
16
10
26
Opwek gWh/jr
240
150
390
‘S Hertogenbosch
Oss
Totaal
Aantal turbines
12
6
18
Opwek gWh/jr
276
138
414
VIER INTEGRALE RUIMTELIJKE DENKRICHTINGEN
VARIANT 3
43
VARIANT 4
1 km
1 km
Hier wordt verkend wat de maximale energie-opwekking is binnen
Ook het gebied buiten het zoekgebied doet mee voor de plaatsing van
het zoekgebied, passend bij deze denkrichting. Voor ‘s-Hertogenbosch
windturbines. Daarnaast gaat deze variant er van uit dat er binnen het
blijft het bij 12 windturbines. In Oss zien we 10 turbines en een fors gro-
cluster extra ruimte voor windturbines komt door agrarische bedrijfs-
tere energieopwek.
woningen van ‘stoppers’ uit te plaatsen. Een fors hogere energieopwek is het gevolg.
Turbine type 2 (tip 260 m), 23 GWh/jr
Turbine type 2 (tip 260 m), 23 GWh/jr
‘S Hertogenbosch
Oss
Totaal
Aantal turbines
12
10
22
Opwek gWh/jr
276
138
506
‘S Hertogenbosch
Oss
Totaal
Aantal turbines
15
15
30
Opwek gWh/jr
345
345
690
H+N+S · DUURZAME POLDER
44
2
drachtgeverschap ume en de tuin gedeeld ectivistisch.
15-20 ha
Kleine centraal gestuurde ontwikkeling met compacte bebouwing V I E R I N en T E veel G R Alandschap. LE RUIMTELIJKE DENKRICHTINGEN Relatie landschap en gebouw.
35-40 ha
POTENTIE
‘HET WIJDE WESTEN’
• Professionele lokale productie • Kennisuitwisseling, delen materieel en functies • Verbondenheid omgeving •
POTENTIEMAXIMALISATIE
• Toevoegen ommetjes en landschapselementen
5-20 ha
Er komt echter een duidelijker onderscheid in gebiedsdelen waar daarnaast wel
LANDGOED
en niet ingezet wordt op versterking van de condities voor weidevogels. Dit L EEMVALLEI-INITIATIEF
POTENTIEMAXIMALISATIE
• • Natuurinclusief boeren • Toevoegen ommetjes en landschapselementen • Duurzaamheidseisen
Duurzaam voedselproductiegebied Professioneel landbouwbedrijf dat blijft voortbestaan binnen de contouren van Oosterwold. Nationale productie.
• • Grootsc • Functie met om •
POTEN
• • Transfo natuurin
50-150 ha
POTENTIE
POTENTIE
geeft ten opzichte van nu een grotere kans op een toekomstvaste inrichting
• Op deze schaal is natuur en andere ontwikkelruimte voor als weidevogelgebied en biedt duidelijkheid van betekenis te maken grondgebruikers met andere ideeën. • Rentmeesterschap over natuur vanuit het collectief • van Community vorming Het noordwesten de Duurzame Polder, dat het laagst ligt en aansluit op • Subsidiabel? de uiterwaarden van de Maas, biedt de beste kansen als permanent en opti• maal ingericht weidevogelgebied. Hier bevindt zich ook het gebied van Brabant
• Op deze schaal ontstaat ruimte voor verweving van natuur en bebouwing • Rentmeesterschap over natuur vanuit het collectief • Community vorming • Subsidiabel? •
AANDACHTSPUNTEN
POTENTIEMAXIMALISATIE
AAN
• • Grootschalige uitstraling • Beleving van de openheid
20-50 ha
Water, waar natuurlijk weidevogelbeheer • Natuuraanleg en -beheer extra bij kan dragen aan grondwazijn specialismen terbescherming en duurzame drinkwaterwinning. •
• Profess nationa • ‘Cultuur agrarisc gebruik •
AANDACHTSPUNTEN
e boer produceert voor Professioneel verbreed udens in Oosterwold. stadslandbouwbedrijf • Mogelijk uitbesteden In het gehele gebied zet demaken ontwikkeling van de landbouw door. Als gevolgmet als invulling onderdeel bijvoorbeeld horeca stadslandbouw aan van keuzes op het niveau van (samenwerkende) bedrijven wordt winkel, gewerkt aan en uw bij een grote zorgfunctie. Regionale productie. herenboer een toekomstbestendig voedselproductiegebied in balans met water, lucht en • Natuurinclusief boeren bodem.
REGULIERE LANDBOUW
• Professionele regionale productie • Kennisuitwisseling, delen materieel en functies • Verbrede landbouw: bijdragen aan voorzieningen •
AANDACHTSPUNTEN
De Duurzame Polder krijgt verschillende gezichten. De landbouw ontwik• kelt en verduurzaamt in de heleispolder. • Functies delen nu niet In het noordwesten, op de laagste mogelijk gronden, vindt ten opzichte van de rest van de polder een sterkere verwe• ving plaats met weidevogels, water en natuur.
• Bijdrage Oosterw 45 mobilite wijkvoo
55-60 ha
DENK R I C H T I N G 2STADSBOERDERIJ POTENTIE
HERENBOER
Grote centraal gestuurde ontwikkeling met compacte bebouwing en veel landschap.
XL EEMVALLEI-INITIATIEF
• Landsc voor ho belevin •
AAN
Plas-dras gebieden
AANDACHTSPUNTEN
• Natuuraanleg en -beheer Windturbines zijn specialismen •
Voor windturbines is ruimte ten oosten • Begeleiden aanleg en en ten zuiden van dit versterkte weidrachtgeverschap Collectief opdrachtgeverschap voor beheer door professional devogelcluster. uidelijke relatie gezocht ‘wonen in de natuur’. • Gebruikers betrekken bij t functionele landschap. beheer schap: landschap als e eenheid.
POTENTIEMAXIMALISATIE
• Begeleiden aanleg en beheer door professional • Gebruikers betrekken bij beheer
• Natuura zijn spe •
POTEN
Collectief opdrachtgeverschap voor ‘wonen in de natuur’. Weids landschap.
• Begelei beheer • Gebruik beheer
H+N+S · DUURZAME POLDER
46
T H E M AT I S C H E K E R N S C H E T S DENKRICHTING 2
LANDBOUW
N AT U U R
■ De landbouwtransitie krijgt de ruimte die nodig
■ Bestaand natuurgebied blijft behouden, behoud
is, waarbij keuzes gemaakt worden op niveau
van de huidige kwaliteit is vertrekpunt.
van (samenwerkende) bedrijven. ■ Het weidevogelbeheer wordt geconcentreerd naar het noordwestelijke deel van de polder: ■ De focus op weidevogels in één deel van de polder geeft duidelijkheid voor de landbouw.
alleen hier wordt nog de inrichting als plasdras gestimuleerd. Het aantal hectares plasdras in blijft in de huidige omvang gelijk, maar verschuift én het weidevogelbeheer krijgt ten opzichte van nu een meer permanent en robuust/ aaneengesloten karakter.
VIER INTEGRALE RUIMTELIJKE DENKRICHTINGEN
W O N E N E N ( R E C R E AT I E V E ) B E L E V I N G
C U LT U U R H I S T O R I E
■ Met de concentratie van het weidevogelgebied
■ De concentratie van natte gebieden in een deel
worden de verschillen het open gebied van de
van de polder doet denken aan het historische
polder versterkt. Dit draagt bij aan de beleving
polderlandschap (natter, hooilanden).
vanaf de randen, onder andere vanaf de Maas-
■ De windturbines volgen min of meer de bewe-
dijk waar deze raakt aan het open komgebied. In
ging van de Hertogswetering als historische
het gebied kan gedacht worden aan kijkhutten,
watergang.
struinpaden (goed zoneren ivm verstoring). W AT E R E N B O D E M ■ De windturbines doen mee met het ‘ruimtelijk
■ De verschillen van de ondergrond komen tot
spel’ van lange lijnen in het polderlandschap
expressie in de inrichting en het gebruik
rond de Hertogswetering.
■ Concentratie van nattere gebieden maakt een robuuster watersysteem mogelijk met grotere peilvakken. Natte gebieden dragen bij aan de waterberging voor de polder als geheel
ENERGIE ■ Voor windturbines is ruimte ten zuiden van de Hertogswetering en aan weerszijden van de Weisestraat.
47
H+N+S · DUURZAME POLDER
48
VARIANTEN WINDENERGIE DENKRICHTING 2
VARIANT 1
VARIANT 2
1 km
1 km
In deze variant zijn windturbines van het type 1 geplaatst zodat na-
In deze variant is met windturbines type 2 een aantal rijen van wind-
genoeg voldaan wordt aan de energie-opgave. Het realiseren van een
turbines gecreëerd. Het aantal van 16 wordt in ‘s-Hertogenbosch lang
regelmatige opstelling blijkt lastig.
niet gehaald, maar de energie-opbrengst is hier toch vergelijkbaar met variant 1.
Turbine type 1 (tip 210 m), 15 GWh/jr
Turbine type 2 (tip 260 m), 23 GWh/jr
‘S Hertogenbosch
Oss
Totaal
Aantal turbines
15
10
25
Opwek gWh/jr
225
150
375
‘S Hertogenbosch
Oss
Totaal
Aantal turbines
10
6
16
Opwek gWh/jr
230
138
368
VIER INTEGRALE RUIMTELIJKE DENKRICHTINGEN
VARIANT 3
49
VARIANT 4
1 km
1 km
Variant 3 laat zien hoe binnen het zoekgebied, nog enigszins passend bij
Door ook windturbines (type 2) buiten de grenzen van het zoekgebied
de denkrichting meer windturbines (type 2) geplaatst kunnen worden,
(wel rekening houdend met de wettelijke belemmeringen) te kijken
met een veel grotere energieproductie tot gevolg
wordt de energieproductie opgevoerd.
Turbine type 2 (tip 260 m), 23 GWh/jr
Turbine type 2 (tip 260 m), 23 GWh/jr
‘S Hertogenbosch
Oss
Totaal
Aantal turbines
14
6
20
Opwek gWh/jr
322
138
460
‘S Hertogenbosch
Oss
Totaal
Aantal turbines
15
11
26
Opwek gWh/jr
345
253
598
H+N+S · DUURZAME POLDER
50
3
ectief opdrachtgeverschap rbij 1 volume en de tuin gedeeld den. Collectivistisch.
1-10 ha KWEEKERF
• Optie professionele ondersteuning / uitbesteding stadslandbouw
Collectief opdrachtgeverschap waarbij 1 volume en de tuin gedeeld V I Eworden. R I N T ECollectivistisch. GRALE RUIMTELIJKE DENKRICHTINGEN
D E N K RPOTENTIE ICHTING 3
15-20 ha HERENBOER
POTENTIE
materieel en functies • Verbondenheid omgeving • Community vorming • Voedselbos als stadslandbouw •
AANDACHTSPUNTEN
Voor het grondgebied van Oss geldt wel dat het behoud als primair agrarisch
blijftha 1-5gebied ha uitgangspunt blijft en dat het accent daarbij op melkveehouderij5-20
POTENTIE
AAN
• • Grootsc •
POTENTIEMAXIMALISATIE
Professioneel verbreed Verbrede functies op boerenerf, stadslandbouwbedrijf met • Mogelijk maken uitbesteden bijvoorbeeld een winkel of kinderopvang bijvoorbeeld winkel, horeca en stadslandbouw aan zorgfunctie. Regionale productie. herenboer • Natuurinclusief boeren • Toevoegen ommetjes en landschapselementen
• Op deze schaal is natuur van betekenis te maken • Rentmeesterschap over natuur vanuit het collectief • Community vorming • Subsidiabel? •
POTEN
• • Natuurin • Toevoeg landsch • Duurzaa
AANDACHTSPUNTEN
L EEMVALLEI-INITIATIEF
Medegebruik recreatie en natuur
• Begeleiden aanleg en beheer door professional • Gebruikers betrekken bij beheer
• Op deze ruimte v natuur e • Rentme natuur v • Commu • Subsidia •
AAN
• Natuuraanleg en -beheer zijn specialismen • Pad op dijk langs het water POTENTIEMAXIMALISATIE
gevolg is een grotere onderlinge afstand tussen de turbines. ep gelijkgestemden begint Collectief opdrachtgeverschap • Minimale schaal vaststellen; men een avontuur in een waarbij een duidelijke relatie gezocht clusteren met andere uurlijke setting. wordt met het functionele landschap. initiatieven voor continuïteit Rentmeesterschap: landschap als • Begeleiden aanleg en overzichtelijke eenheid. beheer door professional
10-20 ha
AANDACHTSPUNTEN
• • Functies delen is nu niet mogelijk •
POTENTIE
Voor ’s-Hertogenbosch• worden in deze denkrichting de mogelijkheden naar Rentmeesterschap over natuur vanuit het collectief een ander soort landbouwvernieuwing gezocht, bijvoorbeeld teelt van spe• Community vorming cifieke gewassen in relatie tot de eiwittransitie. Of juist een meer gemengd • landgebruik, georiënteerd opAANDACHTSPUNTEN de wensen en belangen van het nabij gelegen
1-10 ha
• Profess product • Kennisu materie • Verbred bijdrage •
20-50 ha
LANDGOED
stedelijke gebied. Schaalverkleining van het landschapsmozaïek past hier ook • Echte natuurwaarden bij. bereiken is lastig op deze schaal: te klein • Continuïteit natuur Bij de plaatsing van windturbines houden we zoveel mogelijk rekening met de • huidige waarden in het gebied, dus ook de plas-dras weidevogelkavels. Het POTENTIEMAXIMALISATIE
51
STADSBOERDERIJ
• Professionele lokale productie • Kennisuitwisseling, delen materieel en functies • Verbondenheid omgeving •
Veel verschillende vormen van gebruik: met, • Functies delen is nu niet naast en door elkaar. Hier mogelijk draait het om bij deze denkrichting. Er wordt niet te veel gestuurd op waar • Verkoop lastig i.v.m. welke ontwikkeling plaats zou moeten vinden. vergunningen • ep gelijkgestemden begint Professionele boeraan produceert voor POTENTIEMAXIMALISATIE Grondeigenaren maken hun eigen keuzes voor de wijze waarop ze werken men een avontuur in een ±200 huishoudens in Oosterwold. • Percentagebundeling waarin hierbijmaken ook versterking NB: vankan natuurwaarden arische setting.verduurzaming en de mate ook als invulling onderdeel opnieuw mogelijk stadslandbouw bij een grote • Eigen keurmerk Oosterwold hoort. ontwikkeling.
liggen.
• Extra du
35-40 ha
‘ E E N • VKennisuitwisseling, E E L K L E U Rdelen IG MOZAIËK’
BUITENPLAATS
Kleine centraal gestuurde ontwikkeling met compacte bebouwing en veel landschap. Relatie landschap en gebouw.
• Natuura zijn spe • Collectief opdrachtgeverschap voor ‘wonen in de natuur’.
20-50 ha
POTEN
• Begeleid beheer d • Gebruik beheer
H+N+S · DUURZAME POLDER
52
T H E M AT I S C H E K E R N S C H E T S DENKRICHTING 3
LANDBOUW
N AT U U R
■ Keuzes over de wijze van verduurzaming worden
■ Bestaand natuurgebied blijft behouden,
gemaakt worden op niveau van de individuele
behoud van de huidige kwaliteit is ver-
(samenwerkende) bedrijven.
trekpunt.
■ Behoud van de mogelijkheid van weidevogelbeheer in de polder als geheel. Geen windturbines in de huidige plas-drasgebieden.
■ Landschappelijk netwerk van wateroevers en bermen verbindt de natuurlijke kwaliteiten in de polder.
■ Oost-west verbinding (EVZ) voor natuur langs de Hertogwetering.
VIER INTEGRALE RUIMTELIJKE DENKRICHTINGEN
W O N E N E N ( R E C R E AT I E V E ) B E L E V I N G
C U LT U U R H I S T O R I E
■ Aantal nieuwe recreatieve routes door de polder
■ Mogelijkheid tot pleksgewijze versterking cul-
die zicht bieden op het gevarieerde landschap.
tuurhistorische kwaliteiten (bruggen, hutten,
Routenetwerk wordt verdicht aan de randen en
uitzichtplekken) in combinatie met recreatief
sluit aan op de woonkernen.
gebruik.
■ Vergrote gebruiks- en belevingswaarde voor bewoners in de aangrenzende woonwijken van ‘s-Hertogenbosch. ■ Bezoek- en (verblijfs) plekken langs het
W AT E R E N B O D E M ■ Versterking netwerk van waterlopen (waterberging in combinatie met natuurvriendelijke oevers).
routenetwerk. Hierbij valt ook te denken aan activitieten vanuit de landbouw zoals een boerderijwinkel.
ENERGIE ■ Windturbines op zo groot mogelijke afstand van plas-dras gebieden, natuurgebieden en woningen op de boerderij-erven.
53
H+N+S · DUURZAME POLDER
54
VARIANTEN WINDENERGIE DENKRICHTING 3
VARIANT 1
VARIANT 2
1 km
1 km
In deze variant zijn windturbines van het type 1 geplaatst zodat na-
In deze variant is met windturbines type 2 een aantal rijen van wind-
genoeg voldaan wordt aan de energie-opgave. Het realiseren van een
turbines gecreëerd. Het aantal van 16 wordt in ‘s-Hertogenbosch lang
regelmatige opstelling blijkt lastig.
niet gehaald, maar de energie-opbrengst is hier toch vergelijkbaar met variant 1.
Turbine type 1 (tip 210 m), 15 GWh/jr
Turbine type 2 (tip 260 m), 23 GWh/jr
‘S Hertogenbosch
Oss
Totaal
Aantal turbines
13
10
23
Opwek gWh/jr
195
150
345
‘S Hertogenbosch
Oss
Totaal
Aantal turbines
10
6
16
Opwek gWh/jr
230
138
368
VIER INTEGRALE RUIMTELIJKE DENKRICHTINGEN
VARIANT 3
55
VARIANT 4
1 km
1 km
Variant 3 laat zien hoe binnen het zoekgebied, nog enigszins passend bij
Door ook windturbines (type 2) buiten de grenzen van het zoekgebied
de denkrichting meer windturbines (type 2) geplaatst kunnen worden,
(wel rekening houdend met de wettelijke belemmeringen) te kijken
met een veel grotere energieproductie tot gevolg
wordt de energieproductie opgevoerd.
Turbine type 2 (tip 260 m), 23 GWh/jr
Turbine type 2 (tip 260 m), 23 GWh/jr
‘S Hertogenbosch
Oss
Totaal
Aantal turbines
11
10
21
Opwek gWh/jr
253
230
483
‘S Hertogenbosch
Oss
Totaal
Aantal turbines
10
15
25
Opwek gWh/jr
230
345
575
H+N+S · DUURZAME POLDER
56
4
VIER INTEGRALE RUIMTELIJKE DENKRICHTINGEN
57
DENKRICHTING 4 ‘LANGE LIJNEN VAN OOST NAAR WEST’
De lange lijnen van oost naar west, tussen Oss en ’s-Hertogenbosch, staan bij deze denkrichting centraal. De Hertogswetering is zo’n lijn, die aanleiding geeft voor o.a. een recreatieve route. Wandelen en fietsen langs een stevige Op de overgang van zand naar klei zien we de lintbebouwing van Kruisstraat,
landschappelijke structuur
Heeseind en rond Geffen, van oost naar west. De dijk van de Maas vormt ook zo’n landschappelijke lijn. In de Duurzame Polder is het de Hertogswetering die wordt opgepakt als landschappelijke structuur. De Hertogswetering vormt aanleiding voor diverse ruimtelijke ontwikkelingen op het gebied van recreatie en natuur. Dit begint met een nieuwe recreatieve route op de kade, die het mogelijk maakt de maat van de polder in volle omvang te beleven. De route voert langs de windturbines aan de zuidzijde van de Hertogswetering. Aan de noordzijde worden deze windturbines juist in een lange lijn op afstand van de wetering geplaatst, langs en in het verlengde van de Gewandeweg. Windturbines en landschapsversterking in landbouwgebied
In het tussengebied is ruimte voor behoud en versterking van natuurlijke kwaliteiten, in samenhang en afwisseling met landbouwkundig gebruik. Dit betekent een scherper onderscheid tussen zones waarbinnen het weidevogelbeheer de aandacht krijgt. De Duurzame Polder ontwikkelt zich stap voor stap tot een steeds duurzamer voedselproductiegebied.
Natuurlijke inrichting oevers
H+N+S · DUURZAME POLDER
58
T H E M AT I S C H E K E R N S C H E T S DENKRICHTING 4
LANDBOUW
N AT U U R
■ Keuzes over de wijze van verduurzaming worden
■ Bestaand natuurgebied blijft behouden, behoud
gemaakt worden op niveau van de individuele
van de huidige kwaliteit is vertrekpunt.
(samenwerkende) bedrijven. ■ Is verschuiving van weidevogelgebied aan de ■ Focus op natuurkwaliteit in zone ten noorden
orde, dan komt in de eerste plaats de zone ten
van Hertogswetering geeft duidelijkheid.
noorden van de Hertogswetering hiervoor in aanmerking.