Bijlage 1. Schets Ontwikkelpad Stedelijke Regio s-Hertogenbosch versie 24 mei 2022
Tekst van het document
De Moerasdraak slaat zijn vleugels uit! Ontwikkelprincipes t.b.v. Verstedelijkingsakkoord Stedelijke Regio ’s-Hertogenbosch Schets Ontwikkelpad, versie 24 mei 2022
Voorwoord Alléén ga je sneller, samen kom je verder. Voor u ligt een eerste stap richting het
regio voor elkaar krijgen zetten we een belangrijke stap naar een gezonde toekomst.
Verstedelijkingsakkoord voor de Stedelijke Regio ’s-Hertogenbosch (SRsH) welke we willen presenteren tijdens het BO MIRT november 2022. We kijken hierin verder dan de
In de ontwikkelperspectieven krijgen de urgente opgaven waar de regio voor staat
winst- en verliesrekening op onderdelen en werken aan een gezamenlijk akkoord waar
een plek: de schaalsprong in stedelijkheid met haar relatie tot de mobiliteitstransitie,
de gehele regio profijt van heeft. Het akkoord moet leiden tot een coalitie van partijen
energietransitie en de noodzaak tot economische vernieuwing (zie pagina 18 t/m 30),
(regiogemeenten, waterschappen, provincie en Rijk) die gezamenlijk hun schouders
de leefbaarheidsopgave van bestaande stadsbuurten, landelijke kernen en dorpen
eronder zetten en naast systeemingrepen ook gebiedsprocessen vlot trekken en
(pagina 31 t/m 36), de water-/ en klimaatopgave (pagina 37 t/m 46) en de opgave
tegelijkertijd een groei van 47.000 woningen (+16%) woningen mogelijk maken. Dat
rondom groen, vestigingskwaliteit en biodiversiteit (pagina 47 t/m 50).
vraagt breed draagvlak en gezamenlijke regie over het akkoord. De nu voorliggende ontwikkelperspectieven zetten daartoe een eerste stap en zijn een uitnodiging aan alle
Om de mogelijkheden en consequenties van de ontwikkelprincipes inzichtelijk te
partners de krachten te bundelen en lef en ambitie te tonen. Als we dit samen in de
maken zal er de komende tijd verdieping plaatsvinden op bovengenoemde thema’s.
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1
Inleiding
Hoofdstuk 2
Samenwerking
Hoofdstuk 3
DNA / Kracht van de stedelijke regio ’s-Hertogenbosch
Hoofdstuk 4
Grote uitdagingen voor de regio
Hoofdstuk 5
Dromen van een gezonde, leefbare en sterke regio
Ontwikkelprincipe 1
We zetten het polycentrische karakter van de regio in zijn kracht:
complementariteit door vergroten onderlinge verscheidenheid
Ontwikkelprincipe 2
Met schaalsprong in stedelijkheid zetten we in op het creëren van
aantrekkelijke ‘stedelijke huiskamers’ voor de regio
Ontwikkelprincipe 3
We zetten woningbouw in als meekoppelkans voor de brede
binnenstedelijke en binnendorpse kwaliteitsopgave
Ontwikkelprincipe 4
Verstedelijkingsopgave begint bij het bodem- en watersysteem
Ontwikkelprincipe 5
Groen en blauw groeien mee met verstedelijking
Hoofdstuk 1 - Inleiding Onderdeel van de Verstedelijkingsstrategie Brabant. De rijksoverheid heeft een Nationale
met de provincie gelijktijdig op blijven trekken richting en met het Rijk.
Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Daarin werkt het Rijk ideeën uit over de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Een belangrijk onderdeel
Verstedelijkingsakkoord Stedelijke Regio ’s-Hertogenbosch (SRsH). De SRsH is gebaseerd
van die NOVI gaat over ‘verstedelijking en verstedelijkingsopgaven’. Brabant is het
op basis van de belangrijkste leef-, werk- en marktomgeving; het Daily Urban
tweede grote verstedelijkte gebied van Nederland. In Brabant ligt een forse bouw-,
System. Op basis van het onderzoek van Pieter Tordoir is tot deze interstedelijke
transformatie en herstructureringsopgave. Reden om als Brabantse partners met
netwerkstructuur gekomen. Deze is dus niet gekoppeld aan een (bestuurlijke)
het Rijk en de Waterschappen gezamenlijk te bepalen wat er nodig is in Brabant
samenwerking als het RNOB (Regio Noordoost Brabant). Wel is sprake van overlap,
voor een duurzame verstedelijking. We willen naast de grote vraag naar ruimte voor
zowel in geografie als in opgaven. Met het Daily Urban System kijken we naar het
woningen en bedrijvigheid ook andere opgaven oplossen m.b.t. klimaatadaptatie,
functioneren van een deelnetwerk binnen het grote stedelijke netwerk in Nederland.
energietransitie, slimme mobiliteit, biodiversiteit, gezondheid en circulaire economie.
Binnen dit deelnetwerk vinden de meeste dagelijkse verplaatsingen plaats.
De Brabantbrede strategie en het regionale akkoord zijn gericht op ondersteuning die het Rijk en de provincie hierbij kunnen bieden aan de regio en het biedt de regio
Zaltbommel
de kans bestaande sectorale afspraken (o.a. wonen, energie en bedrijventerreinen) te verbinden en extra ambities neer te zetten. ’s-Hertogenbosch en omgeving is een van de vier stedelijke regio’s binnen Brabant. De andere drie zijn Eindhoven/Helmond, Breda/Tilburg en Bergen op Zoom/Roosendaal. De verstedelijkingsopgave voor Brabant wordt opgepakt op twee schaalniveaus: •
Oss
Maasdriel
Waalwijk
‘s-Hertogenbosch Heusden Sint-Michielsgestel Vught
Bernheze
Meierijstad
Maashorst
Boekel
Boxtel
Gezamenlijke Verstedelijkingsstrategie Stedelijk Netwerk Brabant, waarin de uitgangspunten van de verstedelijkingsopgave worden uitgewerkt. Het proces
•
voor de Verstedelijkingsstrategie heeft tot doel om gezamenlijk richtinggevende
Relatie met andere trajecten en bestaande afspraken - Het verstedelijkingsakkoord is
keuzes voor uitgangspunten en kaders voor de regionale afspraken te maken. Dit
geen overkoepelende omgevingsvisie maar focust zich op de vraag hoe we met
wordt getrokken vanuit de provincie Noord-Brabant, samen met B5- gemeenten
verstedelijkingsvraagstukken omgaan. Daarbij zijn de demografische ontwikkelingen
(Breda, Eindhoven, Helmond, ’s-Hertogenbosch en Tilburg), het Rijk en de vier
voor de regio leidend en zoeken we naar een optimum voor de regio als geheel. Dat
waterschappen.
betekent dat we de manier waarop we nu met verstedelijkingsvraagstukken omgaan
Uitwerking in Verstedelijkingsakkoorden per stedelijke regio. De stedelijke regio
tegen het licht houden en kijken waar en hoe we dat op een toekomstbestendigere
’s-Hertogenbosch (trekker), bestaat verder uit Bernheze, Boekel, Boxtel, Heusden,
manier kunnen vormgeven. De verstedelijkingsvraagstukken over wonen en werken
Maashorst, Meierijstad, Oss, Sint-Michielsgestel, Vught, Waalwijk en de Gelderse
worden in samenhang gezien met de opgave voor klimaatadaptatie, bereikbaarheid,
gemeenten Maasdriel en Zaltbommel. Uitgangspunt is dat de stedelijke regio’s
economische ontwikkeling, energietransitie, recreatie, duurzaamheid, biodiversiteit en
gezondheid. Voor die samenhang wordt niet enkel naar het stedelijk gebied, maar ook naar het landelijk gebied gekeken. Organisatie. In een stedelijke regio met 15 gemeenten die niet als bestuurlijke samenwerking georganiseerd zijn, is het van groot belang een werkwijze te kiezen die de voortgang bewaakt en iedereen voldoende de kans geeft betrokken te zijn. Vandaar dat ervoor gekozen is een ambtelijke en bestuurlijke kerngroep samen te stellen vanuit de middelgrote gemeenten met als trekker de gemeente ’s-Hertogenbosch. Deze kerngroep bestaat dus uit de gemeenten ’s-Hertogenbosch, Oss, Meierijstad, Maashorst, Waalwijk en Vught, Waterschap Aa en Maas en provincie Noord-Brabant. Het Rijk is vanuit het Ministerie van BZK ook onderdeel van het Brabantbrede en regionale proces. Deze kerngroepen verbinden het Brabantbrede traject aan het regionale traject, zorgen voor inhoudelijke en procesmatige sturing en bereiden regiobrede bijeenkomsten voor. Om ervoor te zorgen dat alle gemeenten betrokken zijn en blijven is ieder kernteamlid verantwoordelijk voor het aanhaken van enkele kleinere gemeenten, zodat de lijnen zo kort mogelijk blijven. Omdat de grenzen van de stedelijke regio niet samenvallen met de grenzen van de werkregio RNOB is gezocht naar een passende aanhaking van RNOB. Deze is gevonden door de diverse programmaregisseurs op inhoud te betrekken bij het proces.
Andere belanghebbende partijen krijgen een plek in het proces op het moment dat er meer duidelijkheid is over de inhoudelijke richting die gekozen wordt.
Verplaatsingen tussen gemeenten binnen, vanuit en naar Brabant (Tordoir, 2015)
Proces. De nu voorliggende ontwikkelprincipes vormen een tussenstap op weg naar
Er is al een aantal stappen doorlopen om tot het huidige product te komen:
het Verstedelijkingsakkoord Stedelijke Regio ’s-Hertogenbosch. Na de Brabantbrede
•
Stap 1 - Analyseboek - In de stedelijke regio zijn we in maart 2021 gestart met
feitenbasis en het inspirerend document, de analyse van opgaven en kwesties in
een analyse van de opgaven. Dit heeft geleid tot een regionaal analyseboek.
de stedelijke regio en de lessen uit het ontwerpend onderzoek en de Dashboard
Tegelijkertijd heeft in het Brabantbrede traject een vergelijkbare analyse
Verstedelijking (gebaseerd op de regionale perspectievenstudie) tekenen we nu
plaatsgehad op het schaalniveau van de provincie (het Inspirerend kader).
gezamenlijk de ontwikkelprincipes op in het kader van het Verstedelijkingsakkoord
Stap 2 - Ontwerpend Onderzoek / Perspectievenstudie – In de tweede fase (januari 2022) zijn op basis van ontwerpend onderzoek onderscheidende perspectieven
Drie perspectieven (uit ontwerpend onderzoek)
SRsH dat we willen presenteren tijdens het BO MIRT november 2022.
•
Perspectief 1: ‘Centrale Stad’
Perspectief 2: ‘Polycentrische stad: Vitale kernen’
Perspectief 3: ‘Polycentrische stad: Brabants Mozaïek’
6
opgesteld die elk een ander antwoord geven op gestelde opgaven. Gezamenlijk
•
Stap 5 – De volgende stap is om te komen tot een verstedelijkingsakkoord inclusief een
presenteren de drie perspectieven het speelveld van opinies. De methode is
uitgewerkt ontwikkelpad - Het ontwikkelpad is een tactische uitwerking van de
gebruikt om samen te testen, om verschillende gedachtengangen te verkennen en
principekeuzes die in dit document worden gepresenteerd. Aan die principes
om daar vervolgens lessen uit te trekken. Gezamenlijk ontwerpen en onderzoeken
worden drie aspecten toegevoegd, namelijk (1) mogelijke ingrepen om de
dus om het gesprek te kunnen voeren over de effecten en consequenties die
principes te operationaliseren; (2) de onderlinge afhankelijkheden tussen de
horen bij voorliggende keuzes. De perspectieven zijn opgesteld om de urgente
ingrepen en (3) het aspect tijd. Doel van het ontwikkelpad is de betrokken partijen
opgaven van de regio ruimtelijk te verkennen. Perspectief ‘centrale stad’ speelt
te ondersteunen in hun besluitvorming. Over welke zaken moet op welk moment
bijvoorbeeld sterk in op de mogelijkheden en onmogelijkheden van economische
duidelijkheid komen en wat zijn daarbij de relevante afhankelijkheden?
interactiemilieus en de mobiliteitstransitie. Terwijl perspectief 2 ‘Polycentrische stad: Stedelijke kernen’ de binnenstedelijke en binnendorpse kwaliteitsopgave en het vraagstuk rondom OV-bereikbaarheid centraal zet. Perspectief 3 ‘Polycentrische stad: Brabants Mozaïek’ focust meer op de vraag naar bijzondere milieus en de landschappelijke opgaven. De perspectieven zijn doorleefd in een aantal illustratieve casussen. •
Stap 3 - Doorrekening met Dashboard Verstedelijking - De perspectieven zijn doorgerekend met behulp van het Dashboard Verstedelijking en de mobiliteitsscan. Het Dashboard Verstedelijking is een instrument van het Ministerie van BZK dat inzicht biedt in hoe de woningbouwopgave maatschappelijke meerwaarde oplevert. Het Dashboard Verstedelijking vergelijkt verschillende verstedelijkingsmodellen met elkaar op schaal van een regio, en kijkt daarbij een generatie vooruit. Deze tool brengt op strategisch niveau de effecten van verstedelijkingsmodellen in beeld op aspecten als stedelijke dichtheid, mobiliteit, meekoppelkansen energietransitie en toegang tot groen.
•
Stap 4 - De geleerde lessen staan aan de basis voor voorliggende ontwikkelprincipes Na doorrekening, discussie en weging zijn de ontwerpbouwstenen die goed scoren en veel draagvlak hebben vertaald naar ontwikkelprincipes. Deze ontwikkelprincipes geven antwoord op de vraag ‘wat voor regio willen we zijn’. Ze presenteren een samenhangende en integrale ontwikkelrichting. De principes geven geen eindbeeld maar laten juist ruimte voor een adaptieve invulling.
Beeld uit doorrekening Dashboard Verstedelijking
7
Hoofdstuk 2 - Samenwerking De essentie van onze stedelijke regio is het aantrekkelijke ruimtelijk-economische
Via het Verstedelijkingsakkoord kunnen we de stad de stad laten zijn en de dorpen
profiel. Daar zit ook onze regionale saamhorigheid en ambitie. Dat willen we
de dorpen. Hoogstedelijke dynamiek in de stad en Brabants wonen in de dorpen.
behouden, versterken en op sommige vlakken ook veranderen. De SRsH heeft de
Daarmee blijft de regio gezond en toegankelijk en is er voor ieder wat wils. Je kunt
voorwaarden en het know-how een substantiële bijdrage te leveren aan de landelijke
kiezen wat bij je past! De dorpen profiteren van de stedelijke voorzieningen en
opgaven van wonen, werken en mobiliteit. Wat we daarvoor nodig hebben is een
nieuwe woon- en werkmilieus en de stad profiteert van een rijk, vitaal en ontspannen
oplossing voor wat ons belemmert in wie we willen zijn.
achterland.
Via de lijn van dit het Verstedelijkingsakkoord lossen we problemen op voor de hele regio en slechten we barrières die anders blijven bestaan en voor individuele gemeenten te groot zijn zelfstandig op te lossen. We bepalen samen de ontwikkelrichting voor een duurzame verstedelijking van de stedelijke regio en leggen dit vast in het Verstedelijkingsakkoord. Hierbij worden ook afspraken gemaakt over bijvoorbeeld bereikbaarheid, stikstofaanpak en groen-blauwe agenda zodra deze een afhankelijkheid hebben ten opzichte van de verstedelijkingsopgave. We realiseren ons dat bij het bepalen van ambities ook keuzes maken hoort. Sommige ambities sluiten namelijk niet naadloos op elkaar aan of zitten elkaar in de weg (denk aan ruim baan voor rijdende en stilstaande auto versus meer ruimte voor groen en water in de buitenruimte). Het Verstedelijkingsakkoord moet de gehele regio helpen bij het realiseren van hoogstedelijke en economische interactiemilieus in de brede spoorzones en op de stedelijke knooppunten, in het verbreden van het aanbod van vitale woon- en werkmilieus en in het versnellen van de woon- en werkopgave. We voegen toe aan de regio wat er op dit moment nog niet is.
8
DNA - DE KRACHT VAN DE STEDELIJKE REGIO ’S-HERTOGENBOSCH Brabants Bont – bourgondisch - ontspannen leven - sterke netwerken – familiebanden - ons Brabant Brabants achterom – vertrouwen - ondernemend – makers - innovators – vervoerders - vernieuwend agrifood – farma - dienstverlening – ontmoeting - ict-techs - start-ups - familiebedrijven – makersbazen woonaantrekkelijkheid – rust - ruimte – leefbaarheid - cultureel aanbod - historische karakter Brabants kwartiertje – centrale stad - polycentrisch stedelijk netwerk - 15 minuten – alles dichtbij – Benelux – Europa - Brabants nuchter - water - buiten de lijntjes kleuren - pionieren - samen proberen - stad en land vervlochten - mozaïek aan landschappen – rivierenlandschap - De Peel - de Meierij – zandgronden – landgoederenstructuren – productiebossen – Loonse en Drunense Duinen - Vlijmens Ven - Moerputten Kampina - Maashorst – Dommeldal - Aa-dal - Raamvallei
9
Hoofdstuk 3 - DNA / Kracht van de stedelijke regio ’s-Hertogenbosch In de Stedelijke Regio ’s-Hertogenbosch is het over het algemeen ruim wonen en
de regio en de regio voor de stad bereikbaar te houden en de grote veranderopgaven
leven (97% van de regio bestaat uit dorpse en suburbane woonmilieus met ruime
op het gebied van water, energie en klimaat te kunnen aanpakken. Deze verandering is
eengezinswoningen in 0 tot 35 woningen per hectare). De regio kent een stabiele
noodzakelijk en ondertussen ook in volle gang. Deze ontwikkelschets geeft antwoord
economie in de top van Nederland gericht op innovatieve agrifood, maakindustrie
op de vraag welke principes en interventies daarvoor nodig zijn.
en data en is strategisch gelegen in de Benelux en met spoor, water en snelweg
De Moerasdraak slaat daarom zijn vleugels uit, over de centrale stad ’s
verbonden met Europa. De stedelijke regio ’s-Hertogenbosch omspant het Daily
Hertogenbosch en haar stedelijke regio in alle windrichtingen, het moerasland tussen
Urban System van de centrale stad ’s-Hertogenbosch en strekt zich uit van
hoogzand en Maas. Onze rijke geschiedenis heeft ons oplossend vermogen en
Waalwijk tot Oss en van Zaltbommel tot Meierijstad. Veel van het DNA van de regio
doorzettingskracht geleerd en daarbij de inzet en het gebruik van bodem en water.
’s-Hertogenbosch is te verklaren aan de hand van de diversiteit in de bodem. De regio
Veerkracht en ondernemerszin zijn daarom twee typische kenmerken voor onze
ligt op het grensvlak van hoger gelegen zandgronden in het zuiden, de Maas-Waal
stedelijke regio. Alles is hier dichtbij (in 3 minuten van altaar naar ijsvogel zeggen we
delta in het noorden en de veengronden in het westen.
hier), we bedenken het en voeren het ook uit en het is hier goed en ontspannen wonen en leven.
We zijn een ontspannen regio waar nuchter geleefd en hard gewerkt wordt. De kracht van de regio zit ook in de verbinding met anderen, de Brainport-regio, brede
BRABANTS BONT - Wij zijn een bourgondische regio. We zijn weliswaar pragmatische
spoorzones Breda en Tilburg, Foodvalley Gelderland en de nationale kenniscentra in
denkers en harde werkers, maar we vieren ook het leven en het woordje ‘ons’ is niet
Utrecht en Amsterdam. Een typisch kenmerk van de regio is ook de veelkleurigheid
alleen een bezittelijk voornaamwoord, maar staat veeleer synoniem voor sterke
van de middelgrote kernen die een dorps karakter hebben, maar vaak een bovenlokale
netwerken en familiebanden. Wij zijn gehecht aan de directe omgeving, de (eigen)
of zelfs nationale betekenis (denk aan Noordkade Veghel).
woning en buurt. We verhuizen niet graag en als we dat doen dan graag vlakbij en in woningen die we kennen omdat er kennissen eerder zijn gaan wonen.
De voorsprong en voorspoed staan momenteel echter onder grote druk door
Wij zijn complementair aan elkaar, verbonden in een open netwerk, daar ligt ook onze
mondiale trends (strijd om talent en innovatie en het daardoor toenemende belang
kracht en stabiliteit en biedt dus ruimte voor innovatie en experiment. NETwerken is
van massa en dichtheid in lokale concentraties van bedrijven, kennis, human
hard werken, we zijn verbonden in vervoer, in natuur, in energie, maar ook in vertier,
capital, bereikbaarheid, internationale connectiviteit en kwaliteit van leven), de
historie en samenzijn (ons Brabant).
woningbouwopgave/ wooncrisis, de wateropgave, de noodzaak tot een energie- en grondstoffentransitie en de druk op bereikbaarheid die de regio in een duurzame
BRABANTS ACHTEROM - Hier werkt men vanuit vertrouwen, zijn we ondernemend als
ontwikkeling beperkt. Een schaalsprong in kwantiteit en kwaliteit in duurzame
makers, innovators en vervoerders, zijn we vernieuwend in agrifood en farma, blinken
verstedelijking is nodig om toekomstbestendig te blijven. Waarom? Om iedereen die
we uit in dienstverlening en ontmoeting, hier zitten de ict-techs en start-ups en
in onze regio wil wonen en werken een plek te kunnen blijven bieden, onze nationale
werken we aan de banen voor de toekomst. Wij zijn familiebedrijven en makersbazen
kracht als voorzieningen-, cultureel- en recreatief centrum te behouden, de stad voor
en vaak tegelijkertijd.
10
Met een Bruto Regionaal Product van 30 miljard euro staat de stedelijke regio in
de weg op de grens van Brabant naar Utrecht en Gelderland en in de economische
economisch opzicht op plaats zes van de veertig regio’s in Nederland (BCI 2019). De
positie in de FoodValley en tussen Noord-Zuidvleugel, Ruhrgebied en Euregio Maas-
regio is goed voor 330.000 banen op 650.000 inwoners. Dit totaal groeit sneller dan
Rhein/Eindhoven.
het Nederlands gemiddelde en weet meer welvaart te genereren naar verhouding de werkgelegenheid die ook groeiende is. De regio is een echte MKB-regio, met
In 15 minuten kun je overal komen in de regio, er is een uitgebreid netwerk van spoor
nadruk op agrifood, logistiek, life sciences & health en data-economie. Kenmerkend
en weg, vanaf de IC-knooppunten is de hele regio in 15 minuten te voet, fiets, auto of
is dat het aantal éénmanszaken de afgelopen jaren fors is gegroeid. De sterk
OV bereikbaar. En als je niet op tijd bent accepteren we een marge van 15 minuten,
groeiende economie en bereikbaarheid van banen in combinatie met een hoge
daar doen wij niet moeilijk over.
woonaantrekkelijkheid door rust, ruimte en leefbaarheid, het rijke culturele aanbod, het historische karakter en de nabijheid van de natuur maakt de regio uitermate
BRABANTS NUCHTER - In de stedelijke regio ’s-Hertogenbosch is het leven goed. We
aantrekkelijk voor inwoners uit de regio zelf maar ook ver daarbuiten.
zijn de regio van buiten de lijntjes kleuren, pionieren en samen proberen. Stad en land zijn vervlochten tot een hecht netwerk.
De centrumstad ’s-Hertogenbosch kent een gevarieerde economische structuur. Met de laatste jaren vooral een steeds krachtigere (financiële) dienstensector en recenter
In landschappelijke zin kenmerkt onze regio zich door een enorme diversiteit; zowel
een sterke groei van de ICT/datasector. ’s-Hertogenbosch is daarnaast een belangrijk
in stedelijke en dorpse milieus als in een mozaïek aan landschappen. Zo hebben we
voorzieningencentrum, met name voor het (hoger) onderwijs in de regio.
een rivierenlandschap aan de oostelijke en noordelijke randen, Natura2000 gebieden, een historisch (veen)ontginningslandschap in het hart van de regio (De Peel), een
Er is een heus mozaïek van bedrijvigheid uit de gehele voedselketen; van boer tot bord;
agrarisch productielandschap, de Meierij, die zich kenmerkt door zijn waardevolle
een keten die in onze regio tamelijk compleet is en waarmee we ons onderscheiden.
cultuurlandschap, zandgronden, oude landgoederenstructuren en productiebossen,
Maar ook andere, opkomende economische sectoren spelen een steeds belangrijkere
Kampina, de Loonse en Drunense Duinen en de Maashorst, een aaneengesloten
rol. Dit mozaïek heeft ook een aantrekkingskracht dankzij de wisselwerking met de
natuurgebied.
naburige economische centra buiten de regio. Sommige bedrijven uit de agro- en foodsector zijn uitgegroeid tot innovatieve wereldspelers met een belangrijke functie
Verder wordt onze regio door drie beeklandschappen doorsneden, het Dommeldal,
op het gebied van kennisontwikkeling en werkgelegenheid.
het Aa-dal en de Raamvallei. Water zit in ons DNA. Water is onze vriend (biedt bescherming, drijft handel en produceert voedsel) maar soms ook onze vijand (er
BRABANTS KWARTIERTJE - De stedelijke regio kenmerkt zich door een centrale stad
komt 36 miljoen kuub water op ons af, in oppervlak net zo groot als de centrale stad).
in een polycentrisch stedelijk netwerk. Maar wij zijn niet alleen strategisch gelegen,
We leven samen met het water en water is in veel van onze keuzes medebepalend.
het is nog meer, je kunt niet om ons heen. Via spoor op de kruising van Amsterdam/ Utrecht en Eindhoven/Maastricht en van Breda/Tilburg en Nijmegen/Zwolle, via
11
OPGAVE - GROTE UITDAGINGEN VOOR DE REGIO Ambitie Van Gogh Nationaal Park
Klimaatverandering: te nat, te droog en te heet 36 miljoen kuub aan waterberging
Stad-land verbindingen
Toekomstperspectief landbouw
Natuurkwaliteit (biodiversiteit, droogte en stikstof)
Sponswerking hoge zandgronden
OV-bereikbaarheid middelgrote kernen
Energietransitie Goederenvervoer versus stedelijke ontwikkeling
Circulaire economie
Yuverta mbo Boxtel
’t-Handelshuys Uden
Proeffabriek Veghel
Havencluster Waalwijk
Pivot Park Oss
Aantakking op Stedelijk Netwerk NL Wereldwijde concurrentie om talent Noordkade Veghel
Leefbaarheid en voorzieningendraagvlak ’t Podiumhuis Uden
Bouwen voor eenpersoonshuishoudens, vergrijzing en migratie Vitaliteit buurten (irt huishoudensverdunning)
Grasso-Grenco ’s-Hertogenbosch
De kernen in de regio ‘s-Hertogenbosch hebben elk een eigen economisch profiel. De economische clusters zijn echter beperkt ingebed in het stedelijk gebied. Van echte interactiemilieus is derhalve nog nauwelijks sprake. Zoals Buck constateerde ligt in het maken van dit soort milieus de uitdaging voor de toekomst.
Kwaliteit economische vestigingsmilieus
12
Hoofdstuk 4 - Grote uitdagingen voor de regio Wat we willen bereiken - We willen de verstedelijking inzetten als middel om voor
Wat ons hindert - Echter belemmeringen zijn er ook. We zijn een cruciale schakel in
langere termijn de regio toegankelijk en leefbaar te houden én van nationaal belang
het Toekomstbeeld OV als tweede grootste overstapstation van Nederland, maar de
te blijven. Dit doen we vanuit de voorwaarde dat we ons DNA als stedelijke regio
beoogde toename van het spoorgoederenvervoer hindert de stedelijke ontwikkeling
behouden en bepalen wat we moeten doen (of moeten laten) om dit te versterken.
in ’s-Hertogenbosch, Oss en in mindere mate Vught en Boxtel. De spoorbarrière
We houden zo veel mogelijk rekening met demografische en sociaalmaatschappelijke
knelt in Oss en de situatie bij spoorbrug Ravenstein staat een frequentieverhoging op
trends, de digitalisering, moderne modaliteiten en het nieuwe werken.
het treinnet in de weg. We vervullen als watermachine de schakel tussen Zuid-Oost Nederland en de Maas, maar hogere waterstanden zetten de veiligheid van onze
We benutten de vraag naar ruimte voor woningen en werklocaties om ook andere
laaggelegen centrale stad onder druk. Ons cultureel erfgoed (stedelijk en landelijk) is
opgaven aan te pakken m.b.t. brede welvaart, klimaatadaptatie, energietransitie,
een groot (internationaal) goed, maar staat door functieverandering, transitieopgaven
mobiliteitstransitie, biodiversiteit, gezondheid, circulaire economie, recreatie,
en intensivering van gebruik flink onder druk.
cultuur en onderwijs. Om deze opgave voor elkaar te krijgen is meer nodig dan we nu al doen. We gaan namelijk niet snel genoeg (in relatie tot de woningnood) en
Alle prognoses (PBL/CBS) laten een groei zien, vooral in de stad. Inwoners buiten
soms liggen oplossingen of middelen buiten onze macht en hebben we daarvoor
het stedelijk gebied zijn steeds meer afhankelijk van de auto, omdat de afstanden tot
de provincie of het Rijk nodig. Ook al zijn we goed op weg. Voor het verbreden
werk, sociaal netwerk en voorzieningen toenemen en het OV geen goed alternatief
van de A2 tussen Deil en Vught zet het Rijk € 830 miljoen opzij en reserveren
biedt. In de stad verliest de auto juist zijn aantrekkingskracht dankzij tal van
regionale partijen voor aanvullende maatregelen tot € 55 miljoen. Rijk, provincie
alternatieven. In de stad is sprake van nabijheid wat minder en sneller reizen betekent,
en gemeenten hebben daarnaast als eerste stap € 200 miljoen gereserveerd voor
maar ook een grotere variëteit aan functies oplevert. Dit succes van aantrekkelijkheid
de zogenoemde spoorknopen ’s-Hertogenbosch en Eindhoven. Dit is besloten in
en levendigheid versterkt zichzelf en trekt nog meer mensen aan; de essentie van
het BO MIRT en via het Toekomstbeeld OV 2040 (TBOV 2040) Zuid-Nederland.
verstedelijking. De lessen die we hebben opgehaald uit het Dashboard Verstedelijking
Daarnaast zijn er afspraken gemaakt over de mobiliteitsagenda voor de A50
bevestigen dit en vullen aan op eerdere studies die regionaal hebben plaatsgevonden,
corridor Eindhoven-Nijmegen en de A2 Randweg (inclusief A50 tot N279 en N65),
zoals de MIRT-verkenning A2 en studies t.a.v. economische profilering (BCI),
heeft RNOB (Regio Noordoost Brabant) recent een Regiodeal, een Strategische
bereikbaarheid en samenwerking (BRE-onderzoek).
Agenda en een Uitvoeringsagenda opgesteld en zijn er in de regio recente afspraken over woningbouw- en werklocaties, een meerjaren mobiliteitsagenda, opwek
Een transitie van de oude economie naar een nieuwe circulaire economie is
duurzame energie van de RES (Regionale Energie Strategie) en is de spoorzone
noodzakelijk en biedt ook kansen. Maar daar hebben we wel de juiste mensen voor
van ’s-Hertogenbosch samen met die van Breda en Tilburg het 14de NOVI
nodig. Robotica en dataficering zullen de economie veranderen. Zij vragen om goed
transformatiegebied.
geschoolde arbeidskrachten. Tegelijkertijd zorgen vergrijzing en het wegtrekken van jongeren voor krapte op de arbeidsmarkt en zal het moeilijker worden om voorzieningen op peil te houden. Voorzieningen en leefbaarheid staan onder druk
13
in veel kleinere kernen in onze regio. Goede verbindingen worden dus steeds
Toekomstbeeld OV op de agenda staan (met aantakkingen in Waalwijk, Uden en
belangrijker. Deze verbindingen worden vraagafhankelijk, op maat en duurzaam
Veghel) zijn een belangrijke schakel in het regionale netwerk. Het Daily Urban System
ingezet om banen en voorzieningen te kunnen (blijven) bereiken in én buiten de regio.
van de 15 minuten stad is daarom ons uitgangspunt. Ontwikkelingen worden
En ondertussen willen we kunnen blijven genieten van een fijne plek om te wonen.
ingezet vanuit het principe van nabijheid (meer programma, meer functiemix, meer fiets, meer voetganger, meer HOV). Investeringen in duurzame mobiliteit (zoals
Het verschil tussen het verplaatsingsgedrag binnen de stad (OV+fiets) en buiten de
knooppuntontwikkeling, HOV-buslijnen, (snel)fietsroutes, mobiliteitshubs, gedeelde
stad (auto) groeit, waardoor het regionaal autonetwerk vastloopt. Daarbij missen
mobiliteitsconcepten en smart mobility) beschouwen we als randvoorwaarde voor
enkele van de (middelgrote) kernen aansluiting op het stedelijk mobiliteitssysteem
duurzame verstedelijking.
(met name Waalwijk, Veghel en Uden). De HOV-verbindingen die vanuit het
14
Hoofdstuk 5 - Dromen van een gezonde, leefbare en sterke regio Onze droom is een gezonde leefbare en sterke regio met een hoogstedelijk centrum en
We bouwen voort op de drie afwegingsprincipes uit de NOVI: Combineren boven
een fijnmazig polycentrisch netwerk van stedelijke knooppunten en landelijke kernen in
enkelvoudig (slimme combinaties maken waar dat mogelijk is), Kenmerken & identiteit
balans met een groenblauw mozaïeklandschap. Wat we daarvoor nodig hebben is een
(het gebied staat centraal) en Afwentelen voorkomen (niet uitstellen of doorschuiven).
schaalsprong in de brede spoorzone van ’s-Hertogenbosch (richting hoogstedelijke
En op de Verstedelijkingsstrategie Brabant 2040. Kwaliteit van leven staat voorop: we
nabijheid) en verdichting in de spoorzone van Oss (met een stap richting stedelijke
willen een regio zijn van gezonde, leefbare, klimaat robuuste, natuur inclusieve, vitale,
nabijheid). Dit om nieuwe woon- werk en interactiemilieus te realiseren die in de
groene en blauwe steden en dorpen. Welzijn en gezondheid voor iedereen zijn daarbij
regio nog onvoldoende aanwezig zijn. Daarnaast willen we inzetten op ‘warme
uitgangspunt. Kwaliteit van leven bestaat in de regionale context uit compacte steden
harten’ in de dorpen en op aantrekkelijke (stedelijke) knooppunten in Waalwijk, Vught,
en dorpen met kwalitatief hoogwaardig landschap nabij. De kracht van die steden en
Veghel, Boxtel en Uden om de brede welvaart te versterken en om te investeren in een
dorpen zit enerzijds in de diversiteit aan schaal, maat en inrichting en anderzijds in de
duurzame leefbaarheid en vitaliteit van de kernen en dorpen.
onderlinge verbindingen. Daardoor kan iedere inwoner van de regio zijn leven inrichten binnen een breed pallet van gebiedstypen: van hoogstedelijk tot landelijk en dorps.
15
We beperken onze footprint en maken ons klaar voor de veranderingen die komen. De
Voor het werken aan een gezonde, leefbare en sterke regio zetten we in op de volgende
regio beperkt vergaand haar bijdrage aan klimaatopwarming en achteruitgang van de
5 ontwikkelprincipes. De principes zijn van even groot belang. Kwaliteit wordt bereikt
natuur (CO2, stikstof, biodiversiteit, grondstoffen, afval). Daarnaast bereiden we ons
wanneer we de principes in samenhang beschouwen.
voor op een ander klimaat met meer piekbuien, piekwaterstanden, droogte en hitte.
•
Hiervoor zetten we in op een robuust watersysteem, op een energietransitie, een groei naar circulariteit en meervoudig ruimtegebruik.
Ontwikkelprincipe 1 – We zetten het polycentrische karakter van de regio in zijn kracht: complementariteit door vergroten onderlinge verscheidenheid
•
Ontwikkelprincipe 2 – Met schaalsprong in stedelijkheid zetten we in op het creëren van aantrekkelijke ‘stedelijke huiskamers’ voor de regio
•
Ontwikkelprincipe 3 – We zetten woningbouw in als meekoppelkans voor de brede binnenstedelijke en binnendorpse kwaliteitsopgave
•
Ontwikkelprincipe 4 – Verstedelijkingsopgave begint bij het bodem- en watersysteem
•
Ontwikkelprincipe 5 – Groen en blauw groeien mee met verstedelijking
16
5 Ontwikkelprincipes voor een gezonde, leefbare en sterke regio
Ontwikkelprincipe 1
Ontwikkelprincipe 2
Ontwikkelprincipe 3
Ontwikkelprincipe 4
Ontwikkelprincipe 5
We zetten het polycentrische
Met schaalsprong in
We zetten woningbouw in
Verstedelijkingsopgave
Groen en blauw groeien mee
karakter van de regio in zijn
stedelijkheid zetten we in op
als meekoppelkans voor
begint bij het bodem- en
met verstedelijking
kracht: complementariteit
het creëren van aantrekkelijke
de brede binnenstedelijke en
watersysteem
door vergroten onderlinge
‘stedelijke huiskamers’ voor de
binnendorpse kwaliteitsopgave
verscheidenheid.
regio
Natuur en landschap zijn in Bij de grote
onze regio altijd nabij. Het
Het leven van alledag vindt
klimaatveranderingen die op
kenmerkende en waardevolle
De kracht van de regio
We voegen in de spoorzones
plaats in vitale steden,
ons afkomen hebben we de
mozaïek aan landschappen
is het intergemeentelijk
van ‘s-Hertogenbosch
dorpen en buurten met
gehele regio nodig, anders
is een belangrijke
samenspel van steden en
en Oss een nieuwe
een menselijke, Brabantse
dreigt het op veel plekken
identiteitsdrager van onze
kernen qua woon-, werk- en
hoogdynamische laag toe
maat. Om de woonkwaliteit
veel te heet, nat en/of droog
steden en dorpen. Deze
voorzieningenniveau. Elke
aan het regionale palet van
voor de regio te behouden
te worden. Elke ontwikkeling
kwaliteit bouwen we verder
stad en kern werkt aan haar
woon- en werkmilieus. Hier
en te versterken is er
begint bij de logica van het
uit met een aaneengesloten
eigen unieke kwaliteiten en
wordt de verbinding gelegd
aandacht nodig op allerlei
bodem- en watersysteem.
groenblauw natuurnetwerk.
economische specialiteiten
met het Nationaal stedelijk
vlak (o.a. reageren op
We creëren meer groen en
Het droombeeld: gezonde
binnen het grotere
(OV+fiets)netwerk en zijn we
huishoudensverdunning en
blauw om ervoor te zorgen
en leefbare steden en
polycentrisch netwerk.
maximaal aantrekkelijk voor
vergrijzing, voorzieningen-
dat iedereen (bovenstrooms
dorpen van waaruit je vanaf
Eenheid in verscheidenheid
jongeren en kenniswerkers.
draagvlak, de energietransitie
en benedenstrooms) zijn
de voordeur langs groene
dus!
Deze schaalsprong zorgt er
en klimaatadaptatie).
eigen broek ophoudt en niet
routes tot aan de grotere
mede voor dat andere kernen
Aandacht voor de buurt
zorgt voor afwentelingen van
landschapsparken kunt lopen
hun dorpse en suburbane
dus voor het creëren van
(water)problemen.
en fietsen.
woonkwaliteit kunnen
duurzame, warme harten.
behouden.
17
Trimodale (stedelijke)
Zaltbommel
knoop Oss
Stedelijke (haven)knoop ‘s-Hertogenbosch Haven van Waalwijk
Vught Uden
Haven Veghel Boxtel
Ontwikkelprincipe 1 We zetten het polycentrische karakter van de regio in zijn kracht: complementariteit door vergroten onderlinge verscheidenheid
18
Ontwikkelprincipe 1 We zetten het polycentrische karakter van de regio in zijn kracht: complementariteit door vergroten onderlinge verscheidenheid
De verplaatsingspatronen veranderen. De mobiliteit in Brabant is van oudsher
Opgave – De stad ’s-Hertogenbosch is de verbindende schakel van de regio naar
vervoer. Ook deelmobiliteit heeft in de steden een toenemend aandeel in de
het nationale en Europese schaalniveau. Vanuit Boxtel, Veghel, Oss en Waalwijk worden de verbindingen gelegd met respectievelijk de Brainport, Nijmegen en Tilburg. Binnen het stedelijk netwerk zijn er diverse redelijk eigenstandig functionerende ecosystemen. ’s-Hertogenbosch, Oss, Vught, Zaltbommel en Boxtel zijn multimodaal ontsloten (via trein, bus, auto, fiets en soms ook via het water). Deze plaatsen liggen zowel aan de snelwegen als aan de spoorassen. De andere gemeenten kennen een
sterk op de auto gericht. Vooral de verplaatsingen buiten de eigen kern leunen sterk op de auto. In en tussen de steden zien we een groei van fiets en openbaar mobiliteit. Hoger opgeleiden en jongeren verplaatsen zich voor werk, onderwijs en recreatie niet alleen binnen Brabant maar ook nationaal en internationaal. Zij maken relatief meer gebruik van de trein en de fiets dan de middelbaar en lager opgeleiden. Die laatsten verplaatsen zich vooral binnen de eigen regio. Er is een groeiend verschil tussen verplaatsingsgedrag binnen en buiten de stad; stedelijk met OV en fiets versus suburbaan en dorps met de auto. Dit verschil creëert ook
goede autobereikbaarheid maar zijn minder goed ontsloten met het HOV.
een bereikbaarheidsprobleem. De verbinding tussen platteland en stad is cruciaal
De vraag naar mobiliteit neemt toe als gevolg van het groeiend aantal inwoners en
voorzieningenniveau en het vervoer op kleinere stromen en op rustigere tijdstippen
arbeidsplaatsen en doordat de Brabander zich verplaatst binnen een steeds groter Daily Urban System voor wonen, werken, onderwijs, ontplooiing en ontspanning. De nationale (Stedelijk Netwerk Nederland) en internationale connectiviteit is bovendien een belangrijk onderdeel van het functioneren van (stedelijk) Brabant. Ook die uitwisseling in die (inter)nationale agglomeratie leidt ook tot een toename van de mobiliteitsvraag. Het huidige mobiliteitssysteem (wegen, openbaar vervoer en fietspaden) is op deze groei niet op berekend. Met name het hoofd(wegennet) loopt volledig vast als we doorgaan op huidige weg. Dit heeft negatieve gevolgen voor de bereikbaarheid en leefomgeving. Er is ook een toenemende verkeersonveiligheid. Brabant kent relatief veel verkeersslachtoffers. De impact daarvan is groot en leidt tot veel persoonlijk leed en hoge maatschappelijke kosten. Er is bovendien een dubbele noodzaak om de logistiek in stedelijk gebied opnieuw te organiseren. Er is minder ruimte voor het vrachtverkeer (door concurrentie op ruimtevraag) en tegelijkertijd neemt de logistieke behoefte juist toe.
voor zowel de leefbaarheid in de steden als voor de inwoners van het platteland. Het staan onder druk. Een uiteenlopende groep mensen is niet of onvoldoende in staat om zelfstandig van het mobiliteitssysteem gebruik te maken. De middelgrote kernen, met name in het gebied rondom Waalwijk en het gebied rond Veghel-Uden kennen door het ontbreken van spoorverbindingen een lagere bereikbaarheid per OV. Waar de kernen zelf vaak nog goed ontsloten zijn met de bus, zijn bedrijventerreinen soms lastig te bereiken zonder auto. Dit leidt tot problemen. Zo is het voor bedrijven lastiger om stagiairs aan te trekken die geen beschikking hebben over een auto. Het economisch ecosysteem is datgene wat de regio bindt. Opgaven zijn er zowel kwantitatief als kwalitatief. Kwantitatief ontstaat er in de regio (Noordoost-Brabant) richting 2030 de vraag naar 125-300 hectare nieuw bedrijventerrein. Kwalitatief is er de uitdaging om bedrijventerrein bij de tijd te houden. Er is een groeiende vraag naar plekken waar locatie specifieke wensen worden ingevuld zoals werklocaties met een uitstekende bereikbaarheid per OV, multimodale bereikbaarheid voor goederen en grondstoffen, clustering rondom R&D-bedrijven, het delen van elkaars kennis en faciliteiten, een grote verscheidenheid aan functies met hoge verblijfskwaliteit,
19
dynamiek, interactie en menging. Kansen voor dit type vestigingsmilieus liggen
systeem, zorgt voor een aanzienlijke verbetering in deze situatie (dan nog maar
afhankelijk van de vraag op allerlei plekken. Nabij een trimodale knoop, in de stedelijke
48%).
centrumomgeving, bij aansprekende historische locaties, in woonwijken en in
•
centrumlocaties van de middelgrote kernen en dorpen.
Er zijn geen grote woningbouwaantallen nodig in Veghel, Uden en Waalwijk om een kwalitatief beter HOV-systeem rendabel te krijgen. Woningen kunnen lokaal wel flink bijdragen aan locatiekwaliteit.
Lessen ontwerpend onderzoek •
•
•
•
Het verschil in vestigingskwaliteit voor bedrijven (denk aan: nabijheid van
Een mobiliteitstransitie is noodzaak, waarbij wordt ingezet op minder reizen /
mensen, buisleidingennet, spoor, energienet en haven) wordt in de regio beperkt
verplaatsen en op een verschuiving van autogebruik naar meer OV, fiets, lopen en
benut. Veel bedrijven zitten op plekken waar unieke assets aanwezig zijn die
slimme mobiliteit.
ze beperkt tot niet benutten. Karakteriserend voor deze stelling is bijvoorbeeld
’s-Hertogenbosch wordt in elk perspectief stedelijker, in Oss is het wel of niet
het haventerrein van ’s-Hertogenbosch. Pal aan het water, op wandelafstand
stedelijk worden afhankelijk van wel of niet fors inbreiden in de spoorzone. De
van het intercitystation ligt hier een lage logistieke loods die zowel niks met
overige kernen in de regio blijven hun dorpse / suburbane nabijheid behouden.
de bereikbaarheid van het water doet als met de nabijheid van het stedelijke
Circa 65% van de regio heeft een matige tot slechte OV-bereikbaarheid.
centrum.
Binnenstedelijk verdichten in de middelgrote kernen, gekoppeld aan het OV-
20
Principe •
De verschillende knopen in het polycentrisch netwerk werken aan een sterk eigen economisch profiel: ‘s-Hertogenbosch is sterk als dienstenstad en heeft
•
opgezette woon- en werkmilieus voor een gevarieerde doelgroep. •
De mobiliteitstransitie richting een duurzaam en (zero emissie) mobiliteitssysteem
succesvolle data start-ups en incubators. In Oss is de farmaceutische en
is maatwerk voor stad en dorp. Het gehele mobiliteitssysteem is een eenheid.
Life Science industrie groot. Uden heeft een sterk MKB met veel formele en
Alle modaliteiten zijn belangrijk en vervullen in onderlinge samenhang elk hun
informele netwerken en een focus op sociale innovatie. Waalwijk is sterk in
eigen rol die ervoor zorgen dat er soepel gereisd kan worden binnen het Daily
de maakindustrie, e-commerce en logistiek. Door heel de regio heen is de
Urban System van de stedelijke regio en tussen de verschillende gebiedstypen.
Agrifood een grote sector met rondom Veghel ook de bijbehorende verpakking,
De toegang van de regionale kernen tot het stedelijk gebied wordt verzekerd
maakindustrie en logistiek, met een hoog innovatieve bedrijvigheid.
met overstappunten tussen regionale mobiliteit (auto) en stedelijke mobiliteit
De stedelijke regio ’s-Hertogenbosch kent sterk geclusterde economieën
(OV+fiets). Deze overstappunten (/hubs) worden gekoppeld aan het treinnetwerk
verspreid over de regio die complementair aan elkaar zijn. In uitwisseling van
(bijvoorbeeld in Zaltbommel, Vught, Boxtel, Oss en Ravenstein) en aan het HOV-
kennis, delen van voorzieningen, ontwikkelen van vestingmilieus en uitwisseling
net (bijvoorbeeld in Waalwijk, Uden en Veghel). Ze zijn ingebed in een netwerk
van energie, grondstoffen en reststromen laten we nog kansen liggen die door
met een fijnmazig en comfortabel (snel)fietsnetwerk en voorzien van gedeelde
intensievere samenwerking wel verzilverd kunnen worden. Bij de ontwikkeling en
mobiliteitsconcepten.
verduurzaming van werkgebieden zetten we daarom de knoopwaarde en unieke assets
•
Om de woon- en werkmilieus in het polycentrische netwerk in hun kracht te zetten gaan
van een plek centraal (denk bijvoorbeeld aan: ligging aan het landschap, in de stad, aan
we voor knooppuntontwikkeling in de middelgrote kernen. Vught en Boxtel zijn hierbij
een haven, aantakking op goederenspoor, buisleiding of energie-hub of de nabijheid van
ontsloten via spoor. Uden, Waalwijk en Veghel worden aangetakt op een sneller
een OV-knoop). Gebouw- en gebiedstypologie worden ontwikkeld als een afgeleide
en frequenter HOV-netwerk met verbindingen van- en naar de spoorzones
van deze knooppotentie. Groei binnen de hogere milieucategorieën concentreren
van Tilburg, Eindhoven, ’s-Hertogenbosch en Nijmegen. Deze ‘stedelijke
we bij knopen van haven-, spoor-, energie- en grondstoffen (’s-Hertogenbosch,
aankomstplekken’ van de middelgrote kernen verzekeren de goede aansluiting
Waalwijk, Veghel en Oss). We geven hierbij ruimte aan duurzame (circulaire)
op het stedelijk netwerk Nederland en worden geïntegreerd in (nieuwe) stedelijke
bedrijven met meerwaarde voor het lokale en regionale economische profiel en
interactiezones tussen de centrumgebieden en de bedrijvenlocaties. Ze worden
voor de arbeidsmarkt.
daarnaast aangetakt op een fijnmazig wandel- en fietsnetwerk (binnen de kern) en voorzien van deelmobiliteit (icm Mobility as a Service). In de stedelijke
•
Dankzij een stedelijke schaalsprong in ’s-Hertogenbosch en Oss blijven de
aankomstplekken van de middelgrote kernen is ruimte voor Bicycle Oriënted
middelgrote kernen (Waalwijk, Vught, Boxtel, Veghel en Uden), de grote kernen
(Re)Development. Het worden plekken waar wandelen, fietsen, OV en verblijven
(Zaltbommel, Drunen, Vlijmen, Heesch, Sint-Michielsgestel, Berlicum, Schijndel,
voorrang krijgen en groeien uit tot lokale broedplaatsen voor verblijf, ontmoeting
Sint-Oedenrode, Boekel) en de circa 80 kleine kernen in de regio hun suburbane
en interactie. Zo is er uiteindelijk voor elke kern in de regio een ‘stedelijke
en dorpse karakter behouden. Dit laat zich vertalen naar ontspannen en groen
broedplaats’ met goede OV-ontsluiting nabij.
21
Aanzet voor interventies
stedelijke regio de ‘dragers’ van het mobiliteitssysteem. In centra, wijken en
•
dorpen zetten we in op aantrekkelijke, verkeersveilige en inclusieve straten.
Voortborduren op de stap die is ingezet door de provincie Noord-Brabant en de regio’s Hart van Brabant en Noordoost-Brabant richting een duurzaam en
•
veilig (zero emissie) mobiliteitssysteem. De stedelijke mobiliteitstransitie als combinatie van schaalsprong en transitie faciliteren met breed pakket aan
We borduren verder op Smart Mobility oplossingen binnen het programma SmartwayZ en op de kwaliteitssprong fiets.
•
We gaan door met de regionale uitwerking van het Toekomstbeeld OV 2040
maatregelen; herinrichtingen openbare ruimte gericht op verblijfskwaliteit,
(Hink-Stap-Sprong): IC-bediening op de stad-stad relaties en verbindingen met
lopen en fietsen, versterken fietsennetwerk en fietsstallingen, gedragsaanpak,
het Stedelijk Netwerk Nederland verbeteren. HOV-ontsluiting met Bus Rapid
deelmobiliteit, sturend parkeerbeleid (o.a. hubs, parkeren op afstand) en stedelijk
Transit in de middelgrote kernen zonder station: Waalwijk, Veghel, Uden. De
HOV. Doorstroomassen voor het auto-, fiets- en busverkeer zijn binnen de
uitwisseling tussen stedelijke, suburbane en dorpse gebiedstypen organiseren
22
met combinaties van; regionale (snel)fietsroutes, mobiliteitshubs, OV op hoofdassen, maatwerk richting HOV-knopen, deelmobiliteit smart mobility, en mobiliteitsdiensten. Ook gedragsaanpak is hier onderdeel van. •
De stedelijke mobiliteitstransitie richt zich ook op de stedelijke logistiek. Dat vraagt meer inzet op goederenhubs, kleine zero-emissie voertuigen en combinatie van stromen.
•
We benutten het bestaande hoofdnetwerk voor de auto. De groei van het autoverkeer beperken we met de ruimtelijke strategie en stedelijke mobiliteitstransitie en vangen we verder op met benutten (waaronder slimme oplossingen en gedragsbeïnvloeding – dit speelt o.a. voor de op- en afritten van de A50 en de N279).
•
Slechten van lokale barrières voor integratie tussen bedrijven- en centrumgebieden: dit betreft de barrière van infrastructuur (spoorweg, vaarweg of autoweg), geïsoleerde ligging van werklocaties, noodzakelijke transformatie van fabrieks- of bedrijfsruimten, ontwikkelpotentie BRT/HUBS, versteende openbare ruimte of veiligheidsissues t.a.v. water, gevaarlijke stoffen of geluid/trilling.
•
Behouden en intensiveren van werken in de stedelijke gebieden. Transformaties van monofunctionele bedrijventerreinen naar monofunctionele woongebieden zijn geen onderdeel van de strategie. Doel is veel meer om gemengde intensieve gebieden te creëren.
•
Toekomstbestendig maken van knopen van samenkomst logistiek (haven, spoor en weg), buisleidingen en energie. Voor Boxtel en Veghel liggen hierbij kansen om aan te sluiten op nieuwe buisleidingen (voor o.a. waterstof).
23
ACHTERGROND. Mobiliteitstransitie maatwerk voor stad en dorp
De kleinere kernen zijn een zeer diverse groep. Het voorzieningenaanbod dat in de eigen kern lopend of fietsend bereikbaar is, verschilt van beperkt tot compleet voor
Schematische weergave resultaat mobiliteitstransitie voor het hoogstedelijk gebied,
dagelijkse activiteiten. Maar meestal is voor een (steeds groter deel) van de dagelijkse
de middelgrote kernen en de kleinere kernen. De figuur geeft typologisch en orde van
en niet-dagelijkse activiteiten is een externe verplaatsing in de stedelijke regio nodig.
grootte de rol en samenhang van de vervoerswijzen. Uit te werken per stad en dorp.
De auto vervult daarin een zeer belangrijke rol. De opgave is om met (snel)fietsroutes en maatwerk wel basisbereikbaarheid zonder auto te bieden. Zo blijft het dorp een
In het hoogstedelijk gebied is een grote variëteit aan dagelijkse en niet-dagelijkse
prettige plek voor iedereen zonder auto (inclusief oudere kinderen) en blijft de dorp-
voorzieningen nabij. Lopen en fietsen zijn de dominante vervoerswijzen. Extern is dat
stad relatie twee kanten op stevig.
de fiets-treincombinatie. In het stedelijk gebied zelf is het aandeel OV beperkt maar duidelijk groter dan nu, toegespitst op gebieden met stedelijke massa die buiten de directe fietscontour liggen. Die fietscontour wordt met snelfietsroutes groter voor de gebruiker die wat verder fietsen prima vindt. Dat biedt keuzeruimte aan bewoner en bezoeker. Stedelijk HOV en snelfietsroutes leggen ook de verbinding naar grotere werklocaties aan de stadsrand. De auto heeft een relatief kleine rol in het stedelijk gebied. Parkeren in wijkhubs, deelauto’s, gereguleerd parkeren, 30 km/uur en afwikkelen buitenom zijn de standaard. In de middelgrote kernen is een compleet aanbod van dagelijkse voorzieningen binnen 10 minuten lopen of fietsen, geconcentreerd in aantrekkelijke gemengde centrumgebieden. Voor ruimere keuze in banen en hoogstedelijke voorzieningen wordt vaker dan in het hoogstedelijk gebied een beroep gedaan op de stedelijk regio. Extern is de auto het belangrijkste vervoersmiddel. Via trein of HOV zijn de middelgrote kernen wel stevig aangetakt op het stedelijk netwerk. Via snelfietsroutes zijn omliggende kernen en stedelijke centra bereikbaar per e-bike. OV en fiets blijven in de middelgrote kernen duidelijk ondergeschikt aan de auto maar bieden wel de kwaliteit van multimodale bereikbaarheid en een lichte reductie van het huidige autoaandeel.
In de centrumgebieden zal gereguleerd parkeren op afstand ingezet worden, daarbuiten start de autorit meestal voor de deur.
24
ACHTERGROND. Het realiseren van meer hectares bedrijventerrein
alleen leidt niet tot een economisch succesvollere toekomst De sectoren waar de regio goed in is ontwikkelen zich steeds meer richting een internationale kenniseconomie. Om concurrerend te blijven is het voor bedrijven steeds belangrijker om aantrekkelijk te zijn voor talent, om te innoveren, samen te werken en om te delen. Dat vraagt in het kort: fysieke nabijheid, internationale connectiviteit, vergroten van arbeidsmarktbereik en het bieden van een aantrekkelijk werkmilieu. Bedrijventerreinen positioneren zichzelf steeds meer ten opzichte van elkaar. Kennis en kunde is onlosmakelijk onderdeel van de bedrijfsvoering van bedrijven, het aandeel hoger opgeleiden in productiebedrijven neemt toe. Om dat te faciliteren worden de vestigingsvoorwaarden specifieker, de plek doet er meer dan ooit toe. In hoofdlijn zijn die plekken als volgt te definiëren: •
Stedelijke economie in bruisende centra met goede voorzieningen en hoger onderwijs, goed verankerd in een groot Daily Urban System met connectiviteit op (inter)nationaal niveau.
•
Locaties met specifieke locatievoordelen zoals een positie in een energienetwerk, multimodale logistiek over water, spoor en weg of bereikbaarheid met openbaar vervoer voor werknemers.
•
Reguliere locaties met een betaalbaar ruimte-aanbod voor bedrijven die geen specifieke eisen stellen aan hun omgeving behalve een betaalbare ruimte vraag hebben.
Kortom: het traditionele versteende bedrijventerrein krijgt het lastig. Er ligt een grote uitdaging om in te spelen op de nieuwe vragen naar circulariteit, samenwerking, collectieve voordelen, interactie en buitenruimtekwaliteit. Tegelijkertijd ontstaat veel werk op plekken waar geen bedrijventerrein is. In toenemende mate werken we namelijk in ‘persoonsgebonden economische sectoren (denk aan: persoonlijke diensten, zorg, onderwijs, leisure, horeca, entertainment). Deze laatste sectoren laten zich over het algemeen goed mengen met woningbouw.
25
Oss maakt schaalsprong in stedelijkheid
‘s-Hertogenbosch maakt schaalsprong in stedelijkheid
Nieuw HOV-systeem, opgespannen tussen de (hoog)stedelijke dragers
Ontwikkelprincipe 2 Met schaalsprong in stedelijkheid zetten we in op het creëren van aantrekkelijke ‘stedelijke huiskamers’ voor de regio
26
Ontwikkelprincipe 2 Met schaalsprong in stedelijkheid zetten we in op het creëren van aantrekkelijke ‘stedelijke huiskamers’ voor de regio Opgave – De regio kenmerkt zich als een weinig stedelijke regio met voornamelijk
spoorzone van ’s-Hertogenbosch is een stap naar hoogstedelijkheid mogelijk. Voor fors bouwen in de directe nabijheid van de spoorzone van Oss geldt dat een stap richting stedelijke nabijheid mogelijk is. •
goed middel tegen noodzaak verbreden snelwegen: een geconcentreerde
MKB-bedrijvigheid. Daar schuilt kwaliteit in. Het is relatief ontspannen wonen en de
stedelijke ontwikkeling (in ’s-Hertogenbosch) geeft een verschil van ruim 20%
relatief kleine familiebedrijven maken dat de regio een stabiele economie heeft die
in autokilometers op het hoofdwegennet ten opzichte van het polycentrische
beperkt conjuctuurgevoelig is. Er is echter ook een keerzijde. Om concurrerend te
uitbreidingsperspectief (met uitbreiding aan de randen van steden en dorpen). Dit
blijven moeten bedrijven continu vernieuwen en innoveren. Dit vraagt samenwerking
kan het verschil zijn tussen wel of geen noodzaak tot wegverbreding op de A59
(o.a. om benodigde investeringen te kunnen dragen) en om (OV/fiets-)verbindingen met de (inter)stedelijke economie, waarbij ook de verbindingen met andere innovatieecosystemen buiten de regio groeiend van belang zijn (denk aan High Tech Campus
tussen Oss, ’s-Hertogenbosch en Waalwijk in de periode tot 2040. •
interactiekwaliteit krijgen kennisdeling, innovatie en samenwerking wind in de rug.
kunnen dit soort woonmilieus ontstaan. •
Er woedt bovendien een mondiale strijd om talent. De arbeidsmarkt is gespannen.
Principe •
is het een grote uitdaging om personeel met de juiste kennis en skills te vinden. Voor de aantrekkingskracht op jongeren en kenniswerkers speelt het ontbreken van een grootstedelijk milieu de regio parten (als ook andere aantrekkelijke gemixte woonwerk en kennisomgevingen die goed bereikbaar zijn per OV en fiets). Het gebrek aan nabijheid laat zich ook vertalen in het verplaatstingsgedrag. De autodominantie is
‘s-Hertogenbosch maakt een schaalsprong in stedelijkheid en kwaliteit in de brede spoorzone (met speciale aandacht voor de brede spoorzone, de Bossche
Toenemende vergrijzing maakt arbeidsmarktkrapte een grote uitdaging: tot 2050 daalt het aandeel aan 20 tot 65-jarigen terwijl het aantal 65+ers groeit. Voor bedrijven
De spoorzone in ’s-Hertogenbosch is gevoelig voor hittestress. Ontwikkeling moet hier dus samengaan met een stevige groenambitie.
Momenteel heeft echter slechts 3% van de regio een stedelijke nabijheid. 97% van de regio is landelijk tot suburbaan.
Woningbouwdichtheden boven de 35 woningen zijn zeer zeldzaam in de regio (momenteel slechts 3%). Alleen in de spoorzones van ’s-Hertogenbosch en Oss
Eindhoven, Food Tech Brainport Helmond, Biobased Delta West-Brabant, Food Valley Wageningen, Brightlands Venlo en Utrecht Science Park). Met nabijheid en
Het creëren van grote volumes op hoogstedelijke plek ‘s-Hertogenbosch is
Stadsdelta en ’s-Hertogenbosch Oost) •
Oss maakt een schaalsprong in stedelijkheid en kwaliteit in de spoorzone (dat is inclusief het centrum en Pivot Park).
•
De substantiële geconcentreerde toename van massa en dichtheid leidt tot aantrekkelijke stedelijke en economische interactiemilieus die de regio nu nog niet heeft (met nadruk op functiemenging van wonen, werken en onderwijs). Het creëert
groot in de regio, net zoals de druk op het autowegennetwerk.
nieuw aanvullend regionaal aanbod in woon-, werk- en leeftypologieën met
Lessen ontwerpend onderzoek
voor de gehele regio (denk bijvoorbeeld aan het aantrekken en vasthouden
•
Met fors ontwikkelen van woningen en banen in de nabijheid van de brede
aantrekkingskracht op de stadsgeoriënteerde doelgroepen die onmisbaar zijn van jong talent voor de bedrijvigheid in Waalwijk en Veghel). De verbrede
27
centrumgebieden gaan nog meer dan nu fungeren als aantrekkelijke ‘stedelijke •
We faciliteren de stedelijke mobiliteitstransitie in ’s-Hertogenbosch en Oss
huiskamers’ van de regio.
met een breed pakket: herinrichtingen van de openbare ruimte gericht op
Ontwikkelingen in de spoorzones van ’s-Hertogenbosch en Oss dragen bij aan betere
verblijfskwaliteit, lopen en fietsen, versterken fietsennetwerk en fietsstallingen,
connectiviteit met agglomeratie Nederland en daarbuiten. Vanuit de spoorzones is
gedragsaanpak, deelmobiliteit en sturend parkeerbeleid (o.a. hubs, parkeren op
de regio aangesloten op het stedelijke OV-fietsnetwerk richting Amsterdam,
afstand). Voor zowel inwoners als bezoekers van het stedelijk gebied.
Utrecht, Wageningen, Nijmegen, Maastricht en verder. We creëren in de stedelijke spoorzones de benodigde massa om het regionale OV-net aan ‘op te hangen’. •
•
•
We versterken OV-verbindingen tussen de spoorzones en omliggende regio’s (richting Nijmegen, Utrecht, Tilburg, Eindhoven)
We zetten in op fors meer nabijheid van inwoners, voorzieningen en werkgelegenheid op wandel- en fietsafstand van de stedelijke centra en intercitystations en laten dit samen gaan met ruimtelijke inrichtingsprincipes zoals Bicycle Oriented (Re)Development. Daarmee werken we aan de ruimtelijke
Spoorzone ‘s-Hertogenbosch
randvoorwaarden voor een mobiliteitstransitie. We zetten in op minder auto (autoluwe centra), meer OV, meer fiets, meer lopen en meer interactie en ontmoeting. Daarmee zorgen we voor een duurzame omslag in reizen zodat op termijn niet de gehele regio vastloopt. •
Met name ’s-Hertogenbosch – en in mindere mate ook Oss - liggen op kwetsbare plekken bezien vanuit wateroverlast en hittestress. Gezien het grote aantal inwoners dat al op deze plekken woont kunnen nieuwe toevoegingen massa creëren voor substantiële verbeteringen van het binnenstedelijke watersysteem. Ontwikkelingen gaan daarom integraal samen met fors meer ruimte voor groen en water.
Spoorzone Oss
Aanzet voor interventies •
We versnellen de woningbouw binnen de spoorzones van ’s-Hertogenbosch en Oss en bouwen voor een diverse, stedelijke mix aan doelgroepen: oud, jong, rijk, arm.
•
We investeren in de stedelijke economie rondom de Bossche Stadsdelta en Pivot Park
•
We laten ontwikkelingen samengaan met meer groen en blauw: zowel in het gebied als versterking stad-land relaties naar buiten het gebied.
28
ACHTERGROND. Meer asfalt alleen lost het
fileprobleem niet op Met de huidige verstedelijkingstrend en mobiliteitsbeleid loopt het mobiliteitssysteem volledig vast bij een hoge economische groei. De IMA (Integrale Mobiliteitsanalyse van I&W, 2021) laat zien dat ondanks de voorziene weguitbreidingen grote delen van het Brabantse hoofdwegennet overbelast zullen zijn in 2040. Een verdere uitbreiding van het netwerk op de schaal van de opgave die de IMA laat zien is ruimtelijk, financieel en vanuit duurzaamheidsperspectief moeilijk voor te stellen. Bovendien biedt zo’n aanpak maar tijdelijk een oplossing. Terugkijken bij de A2 Deil-Vught (zie figuur) laat zien dat het traject nog geen vijf jaar na het verbreden in 2010 alweer voorkomt in de file top 50. Een extra rijstrook geeft geen garantie voor een lange periode zonder files. En bij verbreding stijgt tevens de toename van de kosten ten opzichte van de vorige verbreding: inpassing en aanpassingen worden complexer omdat er zowel aan bestaande infrastructuur moet worden gesleuteld. Regionale opgave is om de groei van automobiliteit af te buigen zonder de bereikbaarheid en uitwisseling binnen de stedelijke regio’s op te geven. Verstedelijkingskeuzes moeten daarbij helpen.