CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Regels en toelichting Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Orthen Links Orthensedonk 16045270

Gemeenteraad 2 april 2024, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Bestemmingsplan Orthen Links, Orthensedonk28.803 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; de verkeersveiligheid; de milieusituatie; de sociale veiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; de handhaving van de oorspronkelijke parcellering (i.g.v. beschermde stadsgezichten); de situering van het laden en lossen op het perceel. Specifieke gebruiksregels

3.4.1 Algemeen Onder gebruik in strijd met de bestemming wordt in ieder geval begrepen: a. Tot een met het plan strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in ieder geval gerekend het gebruik van aan- en/of bijgebouwen als zelfstandige woning en het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor inwoning. Mantelzorg valt hier niet onder. b. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op in overeenstemming met het voorheen geldende plan reeds gerealiseerde zelfstandige woningen in aan- en/of bijgebouwen of op een daarvoor verleende vergunning. c. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op in overeenstemming met het voorheen geldende plan reeds gerealiseerde inwoning in vrijstaande bijgebouwen of op een daarvoor verleende vergunning. d. aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten als bedoeld in 3.1 die publieksaantrekkend zijn. 3.4.2 Aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit Een aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit als bedoeld in 3.1 onder c moet voldoen aan de volgende voorwaarden: a. de beroeps- of bedrijfsactiviteit moet ondergeschikt zijn aan de woonfunctie: maximaal 35% van de vloeroppervlakte van de woning en de bijgebouwen samen mag voor de beroeps- of bedrijfsactiviteit worden gebruikt, tot in totaal 50 m2; b. de beroeps- of bedrijfsactiviteit moet naar aard, omvang en uitstraling passen in de woonomgeving; c.

de beroeps- of bedrijfsactiviteit mag niet vergunningplichtig zijn volgens artikel 2.1 lid 1 sub e van de Wabo en niet meldingplichtig volgens het Activiteitenbesluit milieubeheer; d. degene die de beroeps- of bedrijfsactiviteit uitoefent, moet bewoner van de woning zijn; e. horeca en detailhandel zijn niet toegestaan, met uitzondering van beperkte detailhandel als ondergeschikte functie van de beroep- of bedrijfsactiviteit en onder de voorwaarde dat te koop aangeboden goederen en/of producten een relatie hebben met de beroeps- of bedrijfsactiviteit. 3.4.3 Kamerverhuur a. Tot een met het plan strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in ieder geval gerekend kamerverhuur. b. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op in overeenstemming met het voorheen geldende plan 94

reeds gerealiseerde kamerverhuur of op een daarvoor verleende vergunning. 3.4.4 Woningsplitsing a. Tot een met het plan strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in ieder geval gerekend het splitsen van een woning. b. Het bepaalde onder a is niet van toepassing ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - binnenstad'. c. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op in overeenstemming met het voorheen geldende plan reeds gerealiseerde woningsplitsing of op een daarvoor verleende vergunning. 3.5

Afwijken van de regels

3.5.1 Afwijken van gebruiksregels aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit a. Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.4.1 lid d voor het gebruik van ruimten binnen de woning en bijgebouwen voor een publieksaantrekkende beroeps- en bedrijfsactiviteit aan huis, onder de voorwaarden als bepaald in 3.4.2 en onder de voorwaarde dat het gebruik niet mag leiden tot een onevenredige aantasting van de verkeers- en parkeersituatie. b. Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.4.2 onder c voor het gebruik van ruimten binnen de woning en bijgebouwen voor een aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit die meldingplichtig is volgens het Activiteitenbesluit milieubeheer, onder de voorwaarde dat de beroeps- of bedrijfsactiviteit naar aard, omvang en uitstraling past in de woonomgeving: bij het verlenen van de omgevingsvergunning voor de afwijking moet vaststaan dat een goed woon- en leefklimaat op omliggende woonpercelen gegarandeerd is. 3.5.2 Woningsplitsing a. Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2.5, onder a en 3.4.4, onder a. voor het toestaan van woningsplitsing, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. de te splitsen woning is niet gelegen ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - buitengebied'; 2.

door de splitsing worden maximaal 2 woningen toegevoegd; 3. aangetoond is dat voldoende parkeergelegenheid beschikbaar is, conform het bepaalde in artikel 3.2.4 lid a; 4. de splitsing mag geen onaanvaardbare inbreuk maken op het woon- en leefklimaat van omwonenden met betrekking tot de aard van de omgeving, de leefbaarheid in de omgeving, de sociale veiligheid en de milieu-hygiënische situatie; 5. aangetoond is dat na splitsing sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in de gesplitste woningen met betrekking tot de woonkwaliteit voor bewoners en de milieu-hygiënische situatie; 6. de splitsing is niet in strijd met het belang van een evenwichtige samenstelling van de woningvoorraad; 7. er mogen geen onevenredige belemmeringen voor in de omgeving aanwezige functies optreden; 8. de splitsing leidt niet tot een onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige kwaliteit en/of cultuurhistorische waarden op en in de omgeving van de betreffende locatie; 9. er heeft een zorgvuldige omgevingsdialoog plaatsgevonden; b. of wordt voldaan aan het gestelde onder a. sub 4 tot en met 9, wordt getoetst aan de "Beleidsregels woningsplitsing en verkameren 's-Hertogenbosch 2023", met dien verstande dat, indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, aan de hand van die nieuwe beleidsregels wordt bepaald of aan de betreffende voorwaarden wordt voldaan.

3.5.3 Kamerverhuur / verkameren a. Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.4.3, onder a. voor het toestaan van kamerverhuur, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. kamerverhuur vindt niet plaats ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - buitengebied'; 2. aangetoond is dat voldoende parkeergelegenheid beschikbaar is, conform het bepaalde in artikel 9 lid b; 3. de kamerverhuur mag geen onaanvaardbare inbreuk maken op het woon- en leefklimaat van omwonenden met betrekking tot de aard van de omgeving, de leefbaarheid in de omgeving, de sociale veiligheid en de milieu-hygiënische situatie; 4. aangetoond is dat kamerverhuur leidt tot een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in de te realiseren kamers met betrekking tot de woonkwaliteit voor bewoners en de milieu-hygiënische situatie; 5. kamerverhuur is niet in strijd met het belang van een evenwichtige samenstelling van de woningvoorraad; 6. er mogen geen onevenredige belemmeringen voor in de omgeving aanwezige functies optreden; 95

7. kamerverhuur leidt niet tot een onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige kwaliteit en/of cultuurhistorische waarden op en in de omgeving van de betreffende locatie; 8. er heeft een zorgvuldige omgevingsdialoog plaatsgevonden; b. of wordt voldaan aan het gestelde onder a. sub 3 tot en met 8, wordt getoetst aan de "Beleidsregels woningsplitsing en verkameren 's-Hertogenbosch 2023", met dien verstande dat, indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, aan de hand van die nieuwe beleidsregels wordt bepaald of aan de betreffende voorwaarden wordt voldaan.

96

Artikel 4

Groen

4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. 4.2

groen en groenvoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; fiets- en voetpaden en langzaam verkeer; speelvoorzieningen; aan de hoofdfunctie ondergeschikte voorzieningen zoals sportvoorzieningen, openbare verblijfsvoorzieningen, kunstobjecten, nutsvoorzieningen, verhardingen, terrassen en standplaatsen. Bouwregels

4.2.1 Algemeen Voor het bouwen geldt algemeen dat in of op deze gronden uitsluitend voor deze bestemming mag worden gebouwd. 4.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. de maximale oppervlakte van een gebouw is 15 m2; b. de maximale bouwhoogte is 3 meter. 4.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de maximale bouwhoogte van kunstobjecten en bouwwerken voor verlichting, geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer is 10 meter; b. de maximale bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is 5 meter; 4.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmeting van de bebouwing, ten behoeve van: a. b. c. d. e.

een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; de verkeersveiligheid; de milieusituatie; de sociale veiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

97

Artikel 5

Verkeer

5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f.

wegen en wegverkeer; fiets- en voetpaden en langzaam verkeer; verblijfsgebied en verblijf; verkeersvoorzieningen; parkeervoorzieningen; ter plaatse van de aanduiding 'water' tevens voor water en waterhuishoudkundige voorzieningen (i.g.v. een brug); g. aan de hoofdfunctie ondergeschikte voorzieningen zoals speelvoorzieningen, openbare verblijfsvoorzieningen, nutsvoorzieningen, groen en groenvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, standplaatsen en terrassen. 5.2

Bouwregels

5.2.1 Algemeen Voor het bouwen geldt algemeen dat in of op deze gronden uitsluitend voor deze bestemming mag worden gebouwd. 5.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. de maximale oppervlakte van een gebouw is 30 m2; b. de maximale bouwhoogte is 3 meter; 5.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de maximale bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is 5 meter; b. in afwijking van het bepaalde onder a. mogen kunstobjecten en bouwwerken ten behoeve van verlichting, geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer maximaal 10 meter hoog zijn. 5.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmeting van de bebouwing, ten behoeve van: a. b. c. d. e.

98

een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; de verkeersveiligheid; de milieusituatie; de sociale veiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

Artikel 6

Waarde - Archeologie

6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden en te verwachten archeologische waarden van de gronden. 6.2 Bouwregels Binnen deze dubbelbestemming zijn geen bouwwerkzaamheden toegestaan, die een grondoppervlakte betreffen groter dan 100 m² en meer dan 2,50 m meter beneden maaiveld. 6.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder 6.2 en toestaan dat onder maaiveld gebouwd, mits: a. een door deskundigen opgesteld rapport overlegd wordt, waarin de archeologische waarden van de gronden waarop de bouwwerkzaamheden betrekking hebben, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgelegd; b. indien uit het onder 6.3 sub a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarde van de gronden door de bouwwerkzaamheden zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning een of meer van de volgende voorwaarden verbinden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3.

de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een erkend archeoloog; c. het overleggen van een rapport is niet nodig indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Het onder 6.3 sub b bepaalde met betrekking tot de mogelijkheid van opleggen van voorwaarden is van overeenkomstige toepassing. 6.4 Specifieke gebruiksregels Het is verboden de in deze bestemming begrepen gronden en de daarop voorkomende bouwwerken te gebruiken of in gebruik te geven of te laten gebruiken voor een doel of op een wijze strijdig met deze bestemming. 6.5 Afwijken van de gebruiksregels Het bevoegd gezag wijkt met een omgevingsvergunning af van het bepaalde onder 6.4 indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd. 6.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden of het slopen van een bouwwerk 6.6.1 Vergunningplicht a. Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken en/of werkzaamheden, geen bouwwerkzaamheden, uit te voeren of te laten uitvoeren: 1.

grondwerkzaamheden, groter dan 100 m² en dieper dan 2,5 meter onder het maaiveld zoals afgraven, egaliseren, frezen, scheuren van grasland, aanbrengen van oppervlakteverhardingen, aanleg van drainage; 2. graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels; 3. aanleggen van leidingen dieper dan 2,5 meter onder maaiveld; 4. alle overige bodemverstorende werkzaamheden die de archeologische waarden in het terrein kunnen aantasten en die niet worden gerekend tot het normale gebruik van het terrein. 99

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13838957/1