CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Regels en toelichting Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Orthen Links Orthensedonk 16045270

Gemeenteraad 2 april 2024, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Bestemmingsplan Orthen Links, Orthensedonk28.803 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bestemmingsplan Orthen Links, Orthensedonk

's-Hertogenbosch

Bestemmingsplan Orthen Links, Orthensedonk vastgesteld

april 2024

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3 2.4 Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3

Hoofdstuk 5 5.1 5.2

5.3

5.4 5.5 5.6

5.7

5.8

7 Inleiding Aanleiding Begrenzing plangebied Leeswijzer Huidige situatie Beschrijving locatie en ligging in de stad Ruimtelijke structuur Functionele structuur Geldend bestemmingsplan Planbeschrijving Bebouwing Gebruik Verkeer en parkeren 3.3.1 Verkeer 3.3.2 Parkeren Openbare ruimte Bomen Beleidskader Rijksbeleid 4.1.1 Nationale Omgevingsvisie 4.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking Provinciaal beleid 4.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant 4.2.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Gemeentelijk beleid 4.3.1 Structuurvisie 'Stad tussen stromen' 4.3.2 Woonvisie/Woonbeleid 4.3.3 Parkeren 4.3.4 Welstand 4.3.5 Bomen, water en groen Milieu, duurzaamheid en waarden Inleiding Bedrijven en milieuzonering 5.2.1 Toetsingskader 5.2.2 Onderzoek 5.2.3 Conclusie Geluid 5.3.1 Toetsingskader 5.3.2 Wegverkeerslawaai 5.3.3 Railverkeerslawaai 5.3.4 Industrielawaai 5.3.5 Conclusie Trillingen Verlichting Externe veiligheid 5.6.1 Toetsingskader 5.6.2 Onderzoek externe veiligheid 5.6.3 Onderzoek kabels en leidingen Lucht 5.7.1 Toetsingskader 5.7.2 Onderzoek 5.7.3 Conclusie Bodem 3

9 9 9 11 13 13 17 17 18 21 21 23 24 24 25 27 27 29 29 29 31 32 32 33 35 35 36 37 38 40 43 43 44 44 45 45 46 46 46 48 49 49 50 50 50 50 51 53 54 54 55 57 57

5.9

5.10 5.11 5.12 5.13 5.14

5.15 5.16

Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3 Hoofdstuk 7 Hoofdstuk 8 8.1 8.2 8.3

5.8.1 Toetsinskader 5.8.2 Onderzoek 5.8.3 Conclusie Geur 5.9.1 Toetsingskader 5.9.2 Onderzoek 5.9.3 Conclusie Hoogspanningslijnen Water 5.11.1 Toetsingskader 5.11.2 Onderzoek Duurzaamheid Milieueffectrapportage 5.13.1 Toetsingskader 5.13.2 Conclusie Ecologie 5.14.1 Toetskingskader 5.14.2 Onderzoek 5.14.3 Conclusie Stikstofdepositie 5.15.1 Toetsing 5.15.2 Conclusie Archeologie en cultuurhistorie 5.16.1 Toetsingskader Archeologie 5.16.2 Onderzoek Arcehologie 5.16.3 Conclusie Archeologie 5.16.4 Toetskingskader Cultuurhistorie 5.16.5 Onderzoek Cultuurhistorie 5.16.6 Conclusie Cultuurhistorie Juridische toelichting Inleiding Plansystematiek Bestemmingen Economische uitvoerbaarheid Omgevingsdialoog, vooroverleg en vaststellingsprocedure Omgevingsdialoog Vooroverleg Vaststelling van het bestemmingsplan

57 57 57 58 58 59 60 60 61 61 62 64 65 65 66 66 66 67 70 71 71 71 72 72 72 74 74 74 75 77 77 77 78 81 83 83 83 84

Bijlagen bij toelichting Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10 Bijlage 11 Bijlage 12 Bijlage 13 Bijlage 14 Bijlage 15 Bijlage 16

Kwantitatieve groenscore Onderbouwing Parkeren Rapport parkeertellingen Ladder voor duurzame verstedelijking Akoestisch onderzoek wegverkeer Akoestisch onderzoek railverkeer Onderzoek externe veiligheid Berekening groepsrisico Vooroverlegreactie Veiligheidsregio Advies Veiligheidsregio Quickscan flora en fauna Aanvullend onderzoek huismus Aanvullend onderzoek vleermuizen en gierzwaluw Stikstofdepositie-onderzoek Verslag omgevingsdialoog Vooroverlegreactie waterschap

Regels Hoofdstuk 1 4

85 Inleidende regels

87

Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Gemengd Artikel 4 Groen Artikel 5 Verkeer Artikel 6 Waarde - Archeologie Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 7 Anti-dubbeltelregel Artikel 8 Algemene bouwregels Artikel 9 Algemene gebruiksregels Artikel 10 Algemene aanduidingsregels Artikel 11 Algemene afwijkingsregels Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 12 Overgangsrecht Artikel 13 Slotregel

87 92 93 93 97 98 99 101 101 102 103 104 105 107 107 108

5

6

Toelichting

7

8

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1

Aanleiding

De wijk Orthen-Links in 's-Hertogenbosch is in de periode vanaf 2013 tot heden grotendeels herontwikkeld. Hiervoor is in 2013 het bestemmingsplan 'Orthen-Links' opgesteld. Eén locatie, bekend als fase 4, is destijds niet meegenomen in het bestemmingsplan 'Orthen-Links'. Initiatiefnemer BrabantWonen is in samenspraak met de gemeente voornemens om een appartementengebouw te realiseren met 22 woningen en een buurtkamer. Hiermee wordt invulling gegeven aan fase 4 van het plan Orthen-Links en wordt de herontwikkeling van deze wijk afgerond. Het complex zal worden gesitueerd tussen de wegen Orthensedonk, Van Wandelenstraat en de Margarethalaan, nabij de hoofdentree tot het woongebied. Om het plan mogelijk te maken zullen drie woningen aan de Margarethalaan plaats moeten maken voor de voorgenomen ontwikkeling. Deze woningen zullen worden gesloopt. Voor de realisatie van het voorgenomen initiatief is een bestemmingsplanherziening noodzakelijk. Daarnaast is het wenselijk om de bestaande bouw- en gebruiksmogelijkheden ten zuidwesten van de beoogde ontwikkellocatie weg te bestemmen. Hier was in het bestemmingsplan 'Orthen-Links' het buurtcentrum beoogd, eventueel in combinatie met (zorg)woningen. Dit is niet langer aan de orde. Het is wenselijk deze gronden her te bestemmen naar de bestemming 'Groen'.

Voorliggend document voorziet in de bestemmingsplantoelichting en bijbehorende onderzoeken voor het planvoornemen.

1.2

Begrenzing plangebied

Het plangebied bestaat uit twee delen: enerzijds de beoogde ontwikkellocatie aan de Orthensedonk, Van Wandelenstraat en Margarethalaan en anderzijds een gedeelte van het nabij gelegen openbaar gebied tussen de Van Wandelenstraat en Orthensedonk. Het eerstgenoemde plandeel wordt begrensd door drie wegen. Aan de noordwestzijde wordt het plangebied begrensd door de Van Wandelenstraat, aan de zuidwestzijde door de Orthensedonk en aan de zuidoostzijde door de Margarethalaan. Aan de noordoostzijde wordt het plangebied begrensd door de woonpercelen Orthen 82A-88/Margarathalaan 3-3A. Het plangebied staat kadastraal bekend als sectie L, perceelnummers 591, 592, 670, 671, 685, 686, 691, 779 en 780. De percelen samen hebben een oppervlakte van circa 800 m2. Figuur 1 geeft de begrenzing van dit gedeelte van het plangebied indicatief weer.

9

Figuur 1: Begrenzing plangebied: plandeel ontwikkellocatie - plangebied omlijnd met rood (Bron: PDOK Viewer) Het tweede plandeel wordt begrensd door de ter plaatse geldende bestemming 'Gemengd' binnen het gebied tussen de Orthensedonk en de Van Wandelenstraat, ten zuidwesten van het te ontwikkelen plandeel. Dit betreft delen van de percelen kadastraal bekend als sectie L, perceelnummers 552, 553 en 659. Dit plandeel is ongeveer 475 m² groot. Figuur 2 geeft indicatief de begrenzing van dit gedeelte van het plangebied aan.

Figuur 2: Begrenzing plangebied: plandeel wegbestemmen buurthuis - plangebied omlijn met rood (Bron: PDOK Viewer) 10

1.3

Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 waarin een beschrijving van de huidige situatie is opgenomen. Hoofdstuk 3 voorziet in een beschrijving van het voorgenomen plan. De daaropvolgende hoofdstukken vormen de verantwoording van de ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt. In hoofdstuk 4 wordt het rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 5 wordt het plan getoetst aan de wet- en regelgeving voor de verschillende omgevings- en milieuaspecten. In hoofdstuk 6 wordt inzicht gegeven in diverse juridisch-planologische aspecten die van belang zijn voor het voorliggende bestemmingsplan. Hoofdstuk 7 voorziet in de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid. In het laatste hoofdstuk komt het omgevingsdialoog aan bod, evenals het vooroverleg en de vaststellingsprocedure.

11

12

Hoofdstuk 2 Huidige situatie 2.1

Beschrijving locatie en ligging in de stad

Het plangebied ligt in de wijk Orthen-West binnen de bebouwde kom van 's-Hertogenbosch en nabij de oorspronkelijke plaats Orthen. Orthen is met voorsprong de oudste wijk van 's-Hertogenbosch. De stad is ontstaan vanuit Orthen. De dorpskern lag lange tijd los van de stad, maar na de jaren '50 kwam daar verandering in door meervoudige bouwplannen. Vanuit daar ontstond de wijk Orthen-Links, gelegen tussen de spoorlijn 's-Hertogenbosch-Utrecht en de Hambakenweg, een belangrijke noord-zijdverbinding door 's-Hertogenbosch. De wijk ligt aan de noordkant van de Bossche binnenstad en ten zuidwesten van het oorspronkelijke bebouwingslint van Orthen en is onderdeel van bestemmingsplan 'Orthen-Links' uit 2014. In Orthen-Links is vanwege de slechte bouw- en woontechnische staat van de huurwoningen (met uitzondering van de woningen uit 1993) en de schrale uitstraling van de openbare ruimte gekozen voor een grootschalige aanpak van de wijk in de vorm van een gefaseerde herstructurering van circa 260 woningen. Deze is inmiddels vrijwel geheel gerealiseerd. Rondom het hergestructureerde gedeelte van de wijk is een gedeelte van de oorspronkelijke (woon)bebouwing gehandhaafd. In figuur 3 is de ligging van het plangebied in groter verband aangegeven en in figuur 4 de ligging van de wijk Orthen-West.

13

Figuur 3: Ligging plangebied binnen 's-Hertogenbosch (Bron: PDOK Viewer)

Figuur 4: Situering van de wijk Othen-West (aangeduid met blauw) waarbinnen het plangebied is gelegen (Bron: kadastralekaart)

14

Orthen-West De ligging van Orthen-West is ideaal ten opzichte van stad en snelwegen (A59 en A2). Ook is de wijk is gelegen op fietsafstand van het centrum 's-Hertogenbosch. De wijk Orthen-West is door de nabij gelegen infrastructuur enigszins geïsoleerd gesitueerd, waardoor de woonbuurt zich in de luwte van de stad de afgelopen decennia heeft ontwikkeld tot een eigenzinnige wijk met verschillende hechte sociale netwerken. De meeste bewoners zijn trots op hun wijk en erg gezind met de grootschalige vernieuwing die heeft plaatsgevonden. De buurt bestaat overwegend uit een woonfunctie. Bedrijven zijn voornamelijk gesitueerd aan de weg Orthen en het dijklinkt Orthen, de randen van de wijk. Met de ontwikkeling van fase 4 zal er worden voorzien in kleine huurappartementen en het terugbrengen van het buurtcentrum binnen de wijk. Plangebied Het plangebied zelf bestaat deels uit een braakliggend terrein. De oorspronkelijke woonbebouwing aan de Orthensedonk is circa 5 jaar geleden reeds gesloopt. Aan de Margarethalaan is nog een blok van drie woningen aanwezig uit de oorspronkelijke woonwijk. Figuur 5 geeft een indruk van de huidige situatie.

15

Figuur 5: foto's van huidige situatie in het plangebied; boven: luchtfoto vanuit noordwestkant, midden: straatbeeld Margarethalaan, onder: straatbeeld Orthensedonk (Bronnen: Google Maps en Hilberinkbosch Architecten)

16

2.2

Ruimtelijke structuur

De wijk is gelegen tussen rail- en wegenstructuur. Aan de zuidzijde van de wijk wordt de wijk begrensd door de Zandzuigerstraat, waar een maximale snelheid geldt van 50 km/uur. Deze weg vormt een voorname oost-westelijke verbinding ten noorden van de binnenstad en is aan de merken als een gebiedsontsluitingsweg. Dit geldt ook voor de Hambakenweg/Orthen ten oosten van de wijk, welke een noord-zuidelijke gebiedsontsluitingsweg vormt. Aan de westzijde wordt de wijk begrensd door de spoorweg 's-Hertogenbosch-Utrecht en aan de noordoostzijde door de weg Orthen. Laatstgenoemde weg maakt onderdeel uit van het oorspronkelijke bebouwingslint van Orthen, maar heeft niet langer een doorgaande functie na de afsluiting van de spoorwegovergang voor gemotoriseerd verkeer enige jaren geleden. Het plangebied zelf wordt begrensd door drie wegen:  Margerethalaan; zone 30 km/uur  Orthensedonk; zone 30 km/uur  Van Wandelenstraat; zone 30 km/uur. Vanaf de kruising Orthen/Hambakenweg/Het Wielsem wordt de wijk betreden over de Van Wandelenstraat. Deze straat is aangelegd tijdens de hernieuwing van de wijk. Voorheen was de Margerethalaan de hoofdontsluitingsweg van de wijk. Op circa 170 meter ten westen van het plangebied is de spoorverbinding Utrecht-'s-Hertogenbosch gelegen. De wijk Orthen-West wordt, na de recente herstructurering, gekenmerkt door open straten en een groen karakter.

De wijk beschikt over een dorpskarakter door traditioneel materiaalgebruik. Er is een kleinschaligheid gecreëerd door variatie in kleur van de gevels en daken, sprongen in rooilijn of daklijn en dakkapellen. De woningen zijn voornamelijk grondgebonden woningen die over een tuin beschikken, en een appartementencomplex aan de spoorzijde van de wijk. Aan de voorzijde van het plangebied (gelegen aan de Orthensedonk weg), zijn twee grote groenpercelen gecreëerd, genaamd de Donk. De Donk vormt het hart van het gebied en fungeert als een centrale ontmoetingsruimte voor de bewoners. Het heeft een open karakter waar de omliggende woningen vrij zicht hebben op de groene ruimte. De inrichting van de Donk bestaat uit een verhoogd grasvlak met verspreid staande bomen waartussen speelvoorzieningen zijn geplaatst. Direct aan de overzijde van de Orthensedonk weg (gezien van het plangebied) is een kunstgrasveld gesitueerd. Op circa 400 meter ten westen van het plangebied zijn volkstuinen gelegen, Volkstuin Adelheidstraat. De volkstuinen zijn buiten het herstructureringsgebied gebleven en hebben hun orginele staat behouden. De laaggelegen moestuinen worden intensief gebruikt door de huurders van de tuinen, veelal bewoners van de wijk en omliggende buurten.

Aan de weg Orthen ten oosten, noorden en noordwesten van het plangebied is de bebouwing uit eerdere perioden (overwegend daterend van begin 20e eeuw tot en met de jaren '70) grotendeels behouden. Dit betreft over het algemeen relatief lage bebouwing, veelal bestaande uit één bouwlaag met een kap.

2.3

Functionele structuur

De wijk Orthen-West kent veel voorzieningen in de nabije omgeving. Op vijf minuten afstand ligt Orthenpoort, waar dagelijkse boodschappen gedaan kunnen worden. Daarbij is het winkelcentrum Rompert op betrekkelijk korte afstand gelegen. Voor sportactiviteiten kunnen bewoners terecht bij het nabijgelegen sportpark Hambaken voor voetbal, handbal en tennis. In de directe omgeving van het plangebied zijn voornamelijk woningen, infrastructuur en groen aanwezig. In het westelijk plandeel is een speelvoorziening aanwezig. Aan de weg Orthen ten oosten en ten noorden van het plangebied is ook een aantal andere functies aanwezig. Dit betreft onder meer bedrijven en horeca.

17

2.4

Geldend bestemmingsplan

Het braakliggende deel van het te ontwikkelen perceel is onderdeel van het bestemmingsplan 'Orthen-Links' gemeente 's-Hertogenbosch, vastgesteld op 22 april 2014. Het perceel beschikt over de enkelbestemming 'Wonen - 1' met een opgenomen bouwvlak. Hiervoor geldt een maximum bebouwingspercentage van 70%, een maximum bouwhoogte van 10 meter en een maximum goothoogte van 6 meter. De situering van dit bouwvlak en de daarbij behorende bouwmogelijkheden zijn niet toereikend om het beoogde bouwplan te realiseren. Daarnaast ligt binnen het plangebied van het bestemmingsplan 'Orthen-Links' de bestemming 'Gemengd' ten zuidwesten van de ontwikkellocatie. Deze bestemming biedt mogelijkheden voor maatschappelijke dienstverlening en woningen, waarbij tot 7 meter hoog mag worden gebouwd. Het maximum bebouwinbgspercentage is 90%. Deze bestemming is bij de transformatie van de wijk niet geëffectueerd en het is niet wenselijk om deze bouw- en gebruiksmogelijkheden te handhaven. Daarom wordt de bestemming voor deze gronden gewijzigd naar 'Groen'.

Figuur 6: Vigerend bestemmingsplan 'Orthen-Links' (Bron: ruimtelijkeplannen.nl) In het deel van het perceel waar nog drie woningen zijn gesitueerd (die worden gesloopt in het voorgenomen plan) geldt het bestemmingsplan 'Noord' van de gemeente 's-Hertogenbosch, vastgesteld op 22 mei 2013. Het perceel beschikt over de enkelbestemming 'Wonen' met een bouwvlak met de 'bouwaanduiding aaneengebouwd'. Hiervoor geldt een maximum bouwhoogte van 9 meter en een maximum goothoogte van 6 meter. Ongeveer de helft van het plangebied beschikt over de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 2'. De bouwmogelijkheden binnen dit plandeel zijn niet toereikend om het beoogde planvoornemen te kunnen realiseren. Daarom wordt ook voor dit gedeelte het bestemmingsplan herzien.

18

Figuur 7: Vigerend bestemmingsplan 'Noord' (Bron: ruimtelijkeplannen.nl)

19

20

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1

Bebouwing

Het planvoornemen ziet op het realiseren van een nieuw woongebouw binnen het plangebied tussen de Van Wandelenstraat, de Orthensedonk en de Margarethalaan. Binnen het gebouw is ruimte voor 22 appartementen en een buurtkamer. Het gebouw is een, niet geheel gesloten, stedelijk bouwblok met de voorzijde gelegen aan de Orthensedonk. Uitgangspunt van het plan is om aan te sluiten op de hernieuwde stijl van Orthen-Links. De woningen oriënteren zich met de voorgevels naar de wegen die het plangebied begrenzen, zie ook de impressie van het bouwplan in figuur 8. De zorgvuldig verdeelde massa is ontworpen in een U-vorm met een verspringing aan de voorzijde van de gevel. De kopgevels gesitueerd naar de bestaande woningen, gelegen aan de achterzijde van het plangebied, zullen gesloten worden uitgevoerd om privacy te bewaren tegen inkijk in de tuinen van de achterliggende woningen (zie figuur 9).

21

Figuur 8: Impressie voorgevel planvoornemen, gezien vanaf de Orthensedonk (Bron: BrabantWonen)

Figuur 9: Impressie planvoornemen (Bron: BrabantWonen) 22

De appartementen zullen een grootte hebben van circa 50 m2 en zijn uitgevoerd als tweekamerappartementen. De buurtkamer wordt gesitueerd aan de hoek van de Orthense donk en de Van Wandelenstraat. De Van Wandelenstraat is de belangrijkste toegangsweg de wijk in, één van de redenen waarom de buurtkamer aan de zijde van de Wandelenstraat en de Orthensedonk wordt gesitueerd binnen het gebouw. Het gebouw is opgebouwd uit drie bouwlagen met een plat dak. Dit wijkt af van het beeldkwaliteitsplan voor de wijk (Beeldkwaliteitsplan Orthen Links). Vanuit stedenbouwkundig oogpunt is er echter geen bezwaar tegen een drielaags gebouw met een plat dak. Zie hierover nader paragraaf 4.3.4. Het dak zal worden voorzien van een groendak met beplanting en waterretentie. Ook zullen de gevels gelegen richting de bestaande bebouwing zullen voorzien van gevel begroeiing die wordt geplant in de volle grond. De gevel zal daar worden voorzien van netten die zullen dienen als geleider voor de beplanting. De bijbehorende overdekte fietsenstallingen zullen ook voorzien worden van een groendak. Met de booge nieuwbouw aan de entree van de wijk, wordt een ruimtelijk-stedenbouwkundig passende invulling gegeven aan het momenteel gedeeltelijk braakliggende terrein. De herstructurering van Orthen-West wordt daarmee afgerond.

3.2

Gebruik

Het planvoornemen betreft de realisatie van een appartementencomplex met 22 woningen en een inpandige buurtkamer op de begane grond. In de 22 appartementen gaan jongvolwassenen wonen die een vorm van autisme hebben. Zij zullen hier zelfstandig wonen onder begeleiding van Cello. Er worden dus woningen voor een specifieke doelgroep gerealiseerd. De buurtkamer zal dienen als huiskamer van de buurt. De ruimte zal worden gehuurd door de gemeente en zal worden beheerd door de welzijnsorganisatie Farent. De raad heeft in december 2009 een amendement aangenomen over de buurtkamerfunctie, die vóór de herstructurering in Orthen-West aanwezig was en waarvan het behoud voor de wijk wenselijk werd geacht. In het amendement stond: “Nieuw Orthen Links krijgt een buurthuis/ontmoetingsruimte. Indien mogelijk worden extra voorzieningen toegevoegd passend bij de schaal van de buurt". Tijdens de herontwikkeling van Orthen-Links is de buurthuiskamer meermaals verplaatst. Deze is nimmer gerealiseerd op de door het bestemmingsplan 'Orthen-Links' beoogde locatie ten zuidwesten van het beoogde appartementengebouw. In plaats daarvan is er nu voor gekozen de buurthuisfunctie te integreren in deze nieuwbouw middels de realisatie van een buurtkamer. Deze plek wordt hiervoor passend gevonden en biedt een goede synergie tussen de woonfunctie en buurthuisfunctie in het gebouw.

De buurtkamer zal een oppervlakte krijgen van circa 82 m²; deze oppervlakte is in lijn met de omvang die in het bestemmingsplan 'Orthen-Links' is gefaciliteerd. Mede gelet op de grootte van het gebied en de kaders van de Nota Accommodatiebeleid, is voor deze buurthuisfunctie uitgegaan van de lichtste variant, namelijk een buurt(huis)kamer.

23

3.3

Verkeer en parkeren

3.3.1 Verkeer Nieuwe ontwikkelingen binnen het plangebied genereren verkeer. Om inzicht te krijgen in het verkeer dat gegenereerd zal worden door de ontwikkeling, is een berekening opgesteld. Deze berekening is uitgevoerd op basis van de kencijfers uit de CROW-publicatie 381. In de Nota Parkeernormering 2021 van de gemeente 's-hertogenbosch zijn geen kencijfers voor de verkeersgeneratie opgenomen. In de plaats is gebruik gemaakt van de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren - Kerncijfers parkeren en Verkeersgeneratie' van het CROW. Tevens is op basis van de omgevingsadressendichtheid - 1.985 adressen per km in Orthen-West - de stedelijkheidsgraad (sterk stedelijk) bepaald. Tot slot ligt het plangebied in de zone 'rest bebouwde kom'. Berekening verkeersgeneratie De woningen worden geclassificeerd als huur, appartement, midden/goedkoop (incl. sociale huur) onder 'rest bebouwde kom'. In tabel 3.1 zijn de kencijfers voor de verkeersgeneraie weergegeven. Tabel 3.1: verkeersgeneratie huur, appartement, midden/goedkoop (incl. sociale huur) Verkeersgeneratie (per woning) rest bebouwde kom Sterk stedelijk

min.

max.

3,2

4,0

Onder verkeerksgeneratie wordt hierbij verstaan de totale hoeveelheid gemotoriseerd verkeer die gedurende een gekozen tijdsperiode naar de desbetreffende voorzieningen toe rijdt en hiervan wegrijdt. Het initiatief betreft de bouw van 22 woningen, 3 woningen worden gesloopt om plaats te maken voor de ontwikkeling. Dit zorgt voor een toevoeging van 19 nieuwe woningen ten opzichte van de huidige situatie. Deze toename wordt berekend. De minimale verkeersgeneratie bedraagt 3,2 motorvoertuigbewegingen per weekdagetmaal (gemiddelde van maandag t/m zondag). Dit komt conform CROW publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren' overeen met 3,55 motorvoertuigbewegingen per werkdagetmaal (gemiddelde van maandag t/m vrijdag). De verkeersgeneratie conform de rekenmethode van CROW van het voormalige programma is daarmee: 19 woningen x 3,55 = 67,48 motorvoertuigbewegingen per werkdagetmaal. Er is uitgegaan van het minimaal aantal verkeersbewegingen, omdat het plangebied in de nabijheid van openbaar vervoer is gelegen en in de omgeving ook diverse voorzieningen (winkels, horeca, etc.) aanwezig zijn. Voor een buurthuis/buurtkamer met een sociaal-culturele functie bestaan geen standaard verkeercijfers op basis van de CROW-publicatie. Gezien de aard en de beperkte omvang (ca. 82 m²) van deze functie, is een minimale verkeersgeneratie te verwachten.

Bezoekers komen uit de buurt en zullen in beginsel niet mer de auto komen. Een verkeersgeneratie van maximaal 4 mvt/etmaal als worst case uitgangspunt wordt dan ook reëel geacht. Dit betekent dat het plan leidt tot een toename van afgerond maximaal 72 mvt/etmaal op werkdagen. Verkeersafwikkeling Het initiatief genereert maximaal 72 extra verkeersbewegingen per werkdagetmaal. Het gemotoriseerd verkeer wordt geheel afgewikkeld middels de bestaande wegenstructuur. Dit betreffen de Margerethalaan, Orthensedonk en de Van Wandelenstraat. Het plangebied ligt nabij de hoofdontsluiting van de wijk, die is berekend op een adequate afwikkeling van het verkeer uit deze wijk. Het verkeer kan middels deze ontsluiting dus goed worden afgewikkeld op het omliggende wegennet. Er zijn geen belemmeringen in de normale afwikkeling van het verkeer te verwachten.

24

3.3.2 Parkeren De gemeente 's-Hertogenbosch heeft de Nota Parkeernormering 2021 vastgesteld op 27 november 2021. Dit is de opvolger van de Nota Parkeernormering 2016. De nota geeft normen en richtlijnen voor functies, het is een belangrijk instrument voor de gemeente om te sturen op het aantal parkeerplaatsen dat wordt gerealiseerd bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Deze normen moeten actueel zijn en aansluiten bij het beleid en de opgaven waar de stad voor staat, zoals de woningbouwopgave, bereikbaarheid, klimaat en economie. Om deze reden zijn de parkeernormen geactualiseerd. De belangrijkste nieuwe keuze is de geactualiseerde bereikbaarheidsstrategie is om niet langer de knelpunten in het verkeerssysteem als uitgangspunt te nemen, maar om stedelijke dynamiek en ontwikkelingen centraal te stellen. De parkeernormen zijn aangepast, zodanig dat ze aansluiten bij de ambities van de gemeente met betrekking tot ruimtelijke ontwikkeling, bereikbaarheid en klimaat. Dit houdt in dat parkeernormen zijn verlaagd in de gebieden waar de ruimte het schaarst is: in de (brede) binnenstad en de schil daaromheen. De parkeernormen leveren een bijdrage aan het oplossen van de verdichttingsopgave en aan het ontwikkelen van aantrekkelijke interactiemilieus. De parkeernormen in het overige gedeelte van de gemeente zijn grotendeels hetzelfde gebleven.

In de brede binnenstad (zone 1a en 1b) zijn de parkeernormen voor woningen verlaagd tot maximaal 1,0 parkeerplaats per woning. Ook in zone 2, de gereguleerde schil rondom het centrum, zijn de normen iets verlaagd. De uitdaging om efficiënt met de beschikbare ruimte om te gaan, is hier groot. De parkeernota betreft ook parkeernormen en regels voor fietsparkeren. Uitgangspunt is dat de parkeerbehoefte op eigen terrein wordt gerealiseerd. In de Nota Parkeernormering 2016 werd een aparte parkeernorm gehanteerd voor woningen in de categorie aanleunwoningen. De functie aanleunwoning/zorgwoning kan echter breed worden geïnterpreteerd en is moeilijk te definiëren. Bovendien is het in de praktijk moeilijk te bepalen wanneer iets als aanleunwoning kan worden zou moeten worden aangemerkt. In de actuele Nota Parkeernormering 2021 wordt daarom de term aanleunwoning niet meer gebruikt. Voor woningen met zorg en zorginstellingen gelden de volgende parkeernormen: Intramurale zorgwoningen vallen onder de categorie verpleeghuis/verzorgingshuis. Extramurale zorgwoningen worden beschouwd als reguliere woningen en hiervoor gelden dus de parkeernomen voor reguliere woningen. Het plan betreft woningen waar begeleiding wordt verzorgd door Cello. Dit kan worden gezien als extramurale zorg. Het plangebied zal moeten voldoen aan de reguliere parkeernorm voor reguliere woningen.

 

25

3.3.2.1 Auto's In Bijlage 2 is een parkeeronderbouwing opgenomen. Hierin is de parkeerbehoefte van het intiiatief berekend op basis van de Nota Parkeernormering 2021. De totale parkeerbehoefte vanwege het plan is 14 parkeerplaatsen. Het parkeren vindt plaats in het openbaar gebied. Dit betreft bestaande parkeervoorzieningen verspreid over de wijk Orthen West en enkele parkeerplaatsen aangrenzend aan het plangebied. In de bijlage is de parkeersituatie binnen de wijk Orthen West onderzocht. Hieruit blijkt dat binnen de wijk circa 330 parkeerplaatsen voor auto's beschikbaar zijn. De totale parkeerbehoefte exclusief de beoogde ontwikkeling is, worst case berekend, circa 298 parkeerplaatsen. Er is dus voldoende parkeergelegenheid beschikbaar binnen de wijk. Het realiseren van extra parkeerplaatsen is daarom niet nodig en is met het oog op de ruimtelijke kwaliteit en verblijfskwaliteit van de wijk niet wenselijk. In het onderzoek is tevens gekeken naar de kwalitatieve aspecten van het parkeren in de wijk. Hieruit blijkt dat er sprake is van een voldoende evenwichtige verdeling van het aantal parkeerplaatsen binnen de wijk. Ook zijn er binnen acceptabele loopafstand van het plangebied voldoende parkeerplaatsen aanwezig.

Aanvullend op het voornoemde onderzoek zijn in september 2023 op zes maatgevende momenten parkeertellingen uitgevoerd in de wijk Orthen-Links, ter verificatie van de parkeerbalans en -situatie. De rapportage met de resultaten van deze tellingen is opgenomen in Bijlage 3. Uit het parkeeronderzoek blijkt dat de bezettingsgraad in de wijk in de avond het hoogste is, hetgeen in een woonwijk in zijn algemeenheid ook mag worden verwacht. De bezettingsgraad over het gehele onderzoeksgebied bezien is in deze periode gemeten op 73-75% (weekdag 20.00 en 23.00 uur, zaterdag 20.00 uur). Op het drukste gemeten moment waren binnen het onderzoeksgebied nog 78 vrije parkeerplaatsen beschikbaar. Dit kan op wijkniveau zonder meer als een acceptabele parkeersituatie worden beschouwd. In de dagperiode is de bezetting aanzienlijk lager, met een laagst gemeten bezetting van 48% (165 vrije plaatsen). Het parkeeronderzoek biedt eveneens inzicht in de verdeling van de bezetting over de wijk. In zijn algemeenheid kan worden geconstateerd dat de parkeerbezetting in het (noord)westelijk deel van de wijk rondom de Adelheidstraat het laagst is. De bezetting is hier op vrijwel alle meetmomenten <50%. Deze secties liggen op een loopafstand van ca. 150-250 meter van het plangebied en zijn daarmee niet optimaal gelegen, maar wel geschikt als uitwijkmogelijkheid.

Nabij het plangebied is de parkeerbezetting wisselend. Op alle meetmomenten zijn binnen een loopafstand van <100 meter meerdere secties aanwezig met een bezettingsgraad <75%. Een opvallende piek in de parkeerbezetting in de noordoostelijke hoek van de wijk is de doordeweekse avond. Deze piek is vermoedelijk te relateren aan de nabijgelegen sportschool. De resultaten van het parkeeronderzoek bevestigen al met al het beeld dat de wijk beschikt over voldoende parkeerplaatsen, ook na inpassing van de onderhavige planontwikkeling. Hoewel de verdeling van de beschikbare parkeerplaatsen over de wijk niet volledig in evenwicht is, bevestigen de uitgevoerde parkeertellingen dat er geen sprake is van een onaanvaardbare parkeersituatie in (delen van) de wijk. De verwachting is dat er ook na inpassing van de planontwikkeling sprake blijft van een aanvaardbare parkeersituatie in de wijk. Het onderzoek geeft geen aanleiding om extra parkeervoorzieningen in of nabij het plangebied te realiseren. 3.3.2.2 Fietsen In Bijlage 2 is ook een beschouwing van het fietsparkeren opgenomen. Met het voorgenomen plan worden 22 woningen gerealiseerd van circa 50 m2. Dit zou betekenen dat voor de 22 woningen, gecategoriseerd als 'niet-grondgebonden woningen' moet worden voorzien in 66 fietsparkeerplekken voor bewoners.

Deze worden in een gemeenschappelijke fietsenberging op maaiveld (naast het gebouw) gerealiseerd. Deze voorziening voldoet aan de kwalitatieve normen van de Nota. Verder moet worden voorzien in 11 fietsparkeerplekken voor bezoekers in de openbare ruimte. Hiervoor is, in overleg met de gemeente, ruimte voorzien nabij de entree van de buurtkamer.

26

3.4

Openbare ruimte

De openbare ruimte rondom het plangebied is reeds ontwikkeld en zal voor het planvoornemen niet worden gewijzigd. Deze bestaat grenzend aan het plangebied uit stoepen, parkeervoorzieningen en groen. Het plandeel ten zuidwesten van de ontwikkellocatie maakt deel uit van het openbaar gebied, namelijk de groenvoorziening centraal binnen de wijk. Hier is ook een speelvoorziening aanwezig.

3.5

Bomen

De gemeente 's-Hertogenbosch beschikt over een 'Bomenbeleidsplan 2017'. De gemeente streeft naar een evenwichtige omgang met groen en bomen. Het beleidsplan bevat informatie over hoe de gemeente omgaat met bomen en waarom. Binnen de gemeente is ongeveer 6% van het oppervlak bedekt met groen van bomen, behoud van het structurerend en functioneel groen staat binnen de gemeente voorop. Kwaliteit is daarbij belangrijker dan kwantiteit. De bomen binnen de gemeente zijn onderverdeel in vier categorieën:  Monumentale houtopstanden  Waardevolle houtopstanden  Structuren  Sfeervlakken en sfeerbomen. Bij planvorming moet het belang van groen en bomen altijd worden meegenomen. Ook bij (her-) ontwikkeling komen nieuwe groene invullingen tot stand. Hierbij geldt dat er op elke plek een ontwerp wordt gemaakt waarin ook wordt gekozen hoe het groene karakter wordt ontwikkeld. Het bomenbeleid is juridisch uitgewerkt in de Bomenverordening 2017. De gemeente heeft een Groene Kaart 's-Hertogenbosch opgesteld om te zien onder welke categorieën de bomen vallen en waar deze zich bevinden. Het plangebied is niet gelegen binnen de boomstructuur van de gemeente 's-Hertogenbosch, ook zijn er op het plangebied geen monumentale bomen gelegen. Zie tevens figuur 10. Bij de ontwikkeling worden twee nieuwe bomen aangeplant op het binnenterrein.

Figuur 10: uitsnede uit Groene Kaart gemeente 's-Hertogenbosch 27

28

Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1

Rijksbeleid

4.1.1 Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI, loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op Rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten:    

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Duurzaam economisch groeipotentieel Sterke en gezonde steden en regio's Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied

De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes:   

Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.

29

Nationale belangen Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit noemen we 'nationale belangen'. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem-verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen. Voor dit plan relevante nationale belangen zijn:    

Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; Realiseren van een goede omgevingskwaliteit; Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woningbehoeften.

Doorwerking plan De NOVI wordt gekenmerkt door een hoog abstractie- en schaalniveau. De in de NOVI genoemde nationale belangen worden door de voorgenomen ontwikkeling, gezien de aard, de ligging en de beperkte schaalgrootte van de ontwikkeling, niet geschaad.

30

4.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is in 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Per 1 juli 2017 is een gewijzigde Ladder in werking getreden. Hierin is de tekst van de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd. Laddertoets Onderbouwing behoefte Het woningbouwplan betreft een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' en moet daarom worden getoetst aan de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. Door de beperkte omvang van de buurtkamer is dit deel van de ontwikkeling niet Ladderplichtig. De ondergrens ligt in beginsel bij een bruto-vloeroppervlakte van minder dan 500 m². Deze drempelwaarde wordt niet overschreden (beoogde oppervlakte is ca. 82 m²) en bovendien is er sprake van een verplaatsing van deze functie van het nabij gelegen bestemmingsvlak 'Gemengd' naar onderhavig plan. De gemeente 's-Hertogenbosch moet voorzien in de groeiende woningbehoefte en veranderende woonwensen.

Met de Woonvisie 's-Hertogenbosch heeft de raad een ambitieus woningbouwprogramma vastgesteld: doel is om 10.500 woningen te realiseren in de periode 2020 – 2030 (zie paragraaf 4.3.2). De meest recente bevolkingsen woningbehoefteprognose van de provincie Noord Brabant (september 2020) onderstreept de noodzaak voor een stevig woningbouwprogramma. Volgens deze prognose moet de woningvoorraad van 's-Hertogenbosch groeien van 72.990 woningen in 2020 naar 81.165 woningen in 2030. Ook daarna wordt nog een stevige groei in de woningbehoefte voorzien, die pas na 2035 iets gaat afvlakken. Om deze ambitie te realiseren is voldoende woningbouwcapaciteit nodig en daarbinnen met name harde plannen. Dit zijn plannen waarvoor de benodigde ruimtelijke ordeningsprocedures doorlopen zijn. In lijn met de Woonvisie 's-Hertogenbosch gaat het daarbij om plannen in diverse woonmilieus om aan de verscheidenheid van woonwensen tegemoet te kunnen komen. Dit in lijn met de principes van de compacte, complete en contrastrijke stad, zoals vastgelegd in de Ruimtelijke Structuurvisie. Dit bestemmingsplan draagt bij aan de kwantitatieve woningbehoefte. Per 1-1-2023 bedroeg de potentiële woningbouwcapaciteit voor de periode 2023 tot en met 2027 6.400 woningen. Voor ruim 4.000 woningen was het bestemmingsplan al vastgesteld, voor 1.500 woningen zijn al ontwerpbestemmingsplannen gepubliceerd.

Dit plan behoort tot de plancapaciteit waarvan al een ontwerpbestemmingsplan is gepubliceerd. Om in de woningbehoefte te kunnen voorzien moet de harde plancapaciteit op orde blijven en dus moeten er jaarlijks gemiddeld voor zo'n 1.000 woningen plannen worden vastgesteld. Voorliggend plan met ruimte voor 19 toe te voegen woningen draagt daaraan bij. Het plan maakt overigens al jaren onderdeel uit van de potentiële (zachte) plancapaciteit en kan, na het doorlopen van de benodigde RO-procedures, bijdragen aan het realiseren van de gemeentelijke woningbouwopgave en voorzien in de specifieke woonbehoefte van jongvolwassenen met een (lichte) stoornis in het autistisch spectrum die zelfstandig kunnen wonen met een situatieafhankelijke vorm van woonbegeleiding. Bestaand stedelijk gebied De ontwikkeling vindt plaats binnen de bebouwde kom van 's-Hertogenbosch op een bestaand bouwperceel. De ontwikkeling wordt dan ook gerealiseerd binnen bestaand stedelijk gebied. Verdere toetsing aan de tweede trede van de Ladder is niet aan de orde. Conclusie Het initiatief voldoet aan de uitgangspunten van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. De kwantitatieve en kwalitatieve behoefte is aangetoond. De ontwikkeling vindt plaats in bestaand stedelijk gebied. 31

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant Op 14 december 2018 hebben de Provinciale Staten de omgevingsvisie Noord Brabant vastgesteld. Deze omgevingsvisie vervangt na het inwerking treden van de Omgevingswet de provinciale structuurvisie. Met de omgevingsvisie formuleert de provincie haar ambitie over de Brabantse leefomgeving in 2050. Daarbij stelt zij tussendoelen voor 2030, maar legt nu nog niet vast hoe zij die doelen wil bereiken. De provincie wil daarmee ruimte bieden voor inbreng vanuit partijen en disciplines. Om hiermee aan de slag te gaan is volgens de provincie een verdere uitwerking van de ambities nodig in de vorm van programma's. Met de visie geeft de provincie aan wat zij belangrijk vindt voor de verbetering en duurzame ontwikkeling van Brabant. Daarbij legt zij de focus op vier hoofdopgaven voor de middellange en lange termijn:  werken aan energietransitie;  een klimaatproof Brabant;  de slimme netwerkstad;  concurrerende duurzame economie. Deze vier hoofdopgaven staan ten dienste van de basis opgaven: werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Om te komen tot de slimme netwerkstad richt de provincie zich op duurzame verstedelijking. Zij wil daarin richting geven door middel van het bevorderen van regionale afspraken, het sturen op zorgvuldig ruimtegebruik en het periodiek opstellen van prognoses.

Verder wil zij een actieve rol spelen om beweging te stimuleren (o.a. door samen te werken bij gebiedsopgaven en bij het opstellen van uitvoeringsprogramma's) en gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken. Doorwerking plan De beoogde ontwikkeling betreft het realiseren van 22 appartementen en een buurt(huis)kamer op een braakliggend perceel binnen bestaand stedelijk gebied. Het plan voldoet aan de provinciale omgevingsvisie van zorgvuldig ruimtegebruik. De ontwikkeling heeft geen grote invloed op de vier gestelde ambities. Wel moet de ontwikkeling in lijn zijn met de basis opgaven waarin een veilige, gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit centraal staan. In hoofdstuk 5 wordt onderbouwd waarom de beoogde ontwikkeling geen negatieve invloed heeft op deze aspecten en waarom de beoogde ontwikkeling anderzijds geen belemmeringen oplevert voor andere functies. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat de omgevingsvisie geen belemmeringen vormt voor onderhavig planvoornemen. Nadere regels van de provincie Noord-Brabant voor ruimtelijke projecten zijn opgenomen in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. In de volgende paragraaf wordt nader ingegaan op deze Omgevingsverordening.

32

4.2.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant hebben op 25 oktober 2019 de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (hierna: Iov N-B) vastgesteld. Deze verordening is per 5 november 2019 in werking getreden. Vooralsnog treedt op 1 januari 2024 de Omgevingswet in werking. Vanwege de Omgevingswet moet de provincie haar regelsysteem aanpassen. Straks heeft de provincie nog maar één verordening waarin alle regels zijn opgenomen over de fysieke leefomgeving. De Iov N-B is een eerste stap op weg naar de definitieve omgevingsverordening. Hierin worden de bestaande verordeningen over de fysieke leefomgeving samengevoegd tot één Interim omgevingsverordening, waaronder de huidige Verordening ruimte. De Iov N-B is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat er geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd, behalve als deze voortvloeien uit vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie. In beginsel zijn de huidige regels met het huidige beschermingsniveau gehandhaafd. In hoofdstuk 3 van Iov N-B zijn de instructieregels opgenomen die gemeenten moeten toepassen in hun bestemmingsplannen. Hierin staan de regels die nu nog zijn opgenomen in de Verordening ruimte. Vooruitlopend op de Omgevingswet richten de instructieregels zich op een evenwichtige toedeling van functies (in plaats van het bestemmen van ontwikkelingen).

Dit betekent dat de regels ook vanuit functies (van gebieden) zijn opgebouwd. Daarnaast richten de regels zich op een goede omgevingskwaliteit, inclusief een veilige en gezonde leefomgeving (in plaats van een goede ruimtelijke kwaliteit). Tevens is een aantal algemene basisprincipes opgenomen. In de Iov N-B zijn regels voor ontwikkelingen gekoppeld aan werkgebieden (structuren) en aanduidingen. Het plangebied ligt binnen het werkgebied 'Stedelijk gebied'. Het provinciale beleid is er al decennia lang op gericht om stedelijke ontwikkelingen in stedelijke concentratiegebieden te bundelen. Het doel daarvan is om voldoende draagvlak voor de steden als economische en culturele motor te creëren en om het dichtslibben van het landelijk gebied tegen te gaan. Op provinciale schaal betekent dit dat het merendeel van de woningbouw, de bedrijventerreinen, voorzieningen en bijbehorende infrastructuur moet plaatsvinden in of aansluitend op de stedelijke concentratiegebieden. Binnen het bestaand stedelijke gebied is de gemeente in het algemeen vrij om te voorzien in stedelijke ontwikkeling. Artikel 3.42 Duurzame stedelijke ontwikkeling Op basis van artikel 3.42 Duurzame stedelijke ontwikkeling dient een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen binnen het Stedelijk gebied te liggen.

Het bestemmingsplan dient daarbij te zijn voorzien van een onderbouwing dat:  de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken;  het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Voor wat betreft de regionale afspraken wordt verwezen naar paragraaf 4.1.2 (ladder voor duurzame ontwikkeling). Ten aanzien van het aspect woningbouw en de verantwoording ervan wordt tevens verwezen naar hetgeen hieromtrent beschreven is in het gemeentelijk beleid m.b.t. woningbouw als bedoeld in paragraaf 3.5. Hierin is zowel inzicht verschaft in de kwalitatieve als kwantitatieve onderbouwing van het aantal woningen alsmede de daarover gemaakte afspraken in regionaal verband. De realisatie van de commerciële voorzieningen in het plangebied is verantwoord in paragraaf 4.1.2 (Ladder voor duurzame verstedelijking). Uit de toelichting op de ontwikkeling blijkt dat sprake is van een zorgvuldige belangenafweging en van een duurzame ruimtelijke verstedelijking die past binnen de hoofdlijnen van het provinciaal beleid. Een bestemmingsplan geeft bij de evenwichtige toedeling van functies invulling aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving wordt rekening gehouden met onderstaande regels uit de Interim omgevingsverordening:  

artikel 3.5 zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit; artikel 3.6 zorgvuldig ruimtegebruik; 33

  

artikel 3.7 toepassing van de lagenbenadering; artikel 3.8 meerwaardecreatie; Artikel 3.5 zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit

Een bestemmingsplan geeft bij de evenwichtige toedeling van functies invulling aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving wordt rekening gehouden met:  zorgvuldig ruimtegebruik;  de waarden in een gebied door toepassing van de lagenbenadering;  meerwaardecreatie. Deze aspecten worden hierna beschreven. Artikel 3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik De toedeling van functies dient plaats te vinden binnen bestaand ruimtebeslag. Het bestaand ruimtebeslag betreft 'het bestaand stedelijk gebied of een bestaand bouwperceel'. Met de ontwikkeling is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik omdat deze plaatsvindt binnen het 'stedelijk gebied'. Artikel 3.7 Toepassing van de lagenbenadering De toepassing van de lagenbenadering is een hulpmiddel om de effecten van een ontwikkeling in beeld te brengen. Het gaat daarbij om het effect op de lagen in wisselwerking met elkaar waarbij de factor tijd actief wordt benut. Het is van belang om te weten hoe de omgeving in elkaar steekt en te kijken naar alle lagen: de ondergrond, de netwerklaag, de bovenlaag en de tijdsdimensie. Tussen deze lagen bestaat een wisselwerking. Iedere laag kent zijn eigen dynamiek, verschillende veranderingssnelheid en mate van omkeerbaarheid bij ingrepen.

Voor een aantal aspecten die bij de lagenbenadering betrokken worden, bevat de Iov N-B specifieke regels, zoals het Natuur Netwerk, de groenblauwe mantel, cultuurhistorische en aardkundige waarden, stiltegebied en delen van het watersysteem. Er dient rekening gehouden te worden met de laag dynamische ondergrond, maar ook met de effecten op de andere lagen en met toekomstige effecten. Bij de afweging gaat het niet alleen om de effecten op de omliggende functies in het gebied maar ook op effecten van een ontwikkeling elders. Niet alleen de effecten nu maar ook de effecten naar de toekomst. Artikel 3.8 Meerwaardecreatie Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder:  

de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn.

Doorwerking plan Het plan is niet gelegen binnen één van de onderdelen van de Interim Omgevingsverordening. De planlocatie maakt onderdeel uit van het bestaand stedelijk gebied en betreft een beperkte toevoeging aan een al bestaande woonwijk. Gezien de aard en de locatie van de ontwikkeling, zijn hiermee geen provinciale belangen aan de orde. Het plan is niet strijdig met de Interim Omgevingsverordening.

34

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1 Structuurvisie 'Stad tussen stromen' In juni 2003 heeft de gemeenteraad van 's-Hertogenbosch de Ruimtelijke StructuurVisie vastgesteld, met de ondertitel 'Stad tussen stromen'. De Ruimtelijke StructuurVisie geeft richting aan de ruimtelijke ambities van de stad. Op 28 januari 2014 heeft de gemeenteraad de actualisatie van de structuurvisie uit 2003 vastgesteld. In deze geactualiseerde structuurvisie integreert gemeente het provinciaal beleid. De geactualiseerde structuurvisie bevat een integrale visievorming voor lange termijn, 10 jaar met een doorkijk naar 15 à 20 jaar. De structuurvisie bestaat uit het Ruimtelijk Casco, een visie geformuleerd op het plangebied. Een ruimtelijke analyse van de stad en het gemeentelijk beleid vormen de input voor deze visie. De visie formuleert de ontwikkelingskoers, beschrijft een wensbeeld van de stad voor de lange termijn en biedt het casco voor concrete projecten en plannen. Het is een toetsingskader, en tegelijkertijd ook een inspiratiekader voor ruimtelijke ontwikkeling. Zo wordt bepaald waar strakke contouren ter bescherming van kwetsbare waarden liggen en kansen voor ontwikkeling. En worden locaties aangeduid waar deze ontwikkeling tegen randvoorwaarden mogelijk zijn en afweegbare gebieden voor uitbreidingen en intensiveringen aangewezen.

Het 'ruimtelijk motto' van compacte, complete en contrastrijke stad als het uitgangspunt voor de ruimtelijke ontwikkeling voor de stad blijft gehanteerd, in de overtuiging dat dit de juiste basis biedt voor een duurzame ruimtelijk hoofdstructuur. De structuurvisie handhaaft het concept van de vleugelstad. De stadsuitbreidingen kunnen worden beschouwd als stedelijke 'vleugels'die zijn aangehaakt aan de binnenstad. De restanten van de bedijking van de Beerse Overlaat in het natuurgebied de Heinis vormen een vanzelfsprekende natuurlijke scheiding tussen de noordelijke Maasvleugel en de oostelijke stadsuitbreidingen. Meer ruimtelijke samenhang binnen de vleugels is verkregen door de barrières van zware infrastructuur (vooral spoor- en snelwegen) strategisch te plaatsen. Doorwerking plangebied Het plangebied is gelegen in 'De Maasvleugel'. De ontwikkelingen van de Maasvleugel hebben gezorgd voor een stadsbegrenzing aan de Maas. Treinstation 's-Hertogenbosch Oost is gerealiseerd waardoor je vanuit de noordzijde van de stad een goede treinverbinding hebt: enerzijds richting het centrum van de stad met het centraal station en anderzijds richting Oss-Nijmegen. De eenzijdige samenstelling van de woningvoorraad in de wijken is door de herstructurering, vernieuwing en actief beheer doorbroken.

Er heeft zich een geleidelijke upgrading voltrokken van ‘volksbuurten’ naar een meer gemengd milieu met huur- en koopwoningen. De groeiende vraag naar levensloopbestendige woningen is bij de wijkaanpak en nieuwbouw meegenomen. Door selectieve verdichting en soms zelfs verdunning is het groen in de woonwijken niet verloren gegaan en hier en daar zelfs duidelijk verbeterd. Bijzondere woonvormen bevinden zich in de nabijheid van buurt- en wijkcentra, dorpskernen en rond het stadscentrum. In de woningbouw ligt het accent nu nog meer op aanpassing en renovatie van de bestaande woningvoorraad. Voor de stad is de ontwikkeling van appartementen op bepaalde locaties van essentieel belang. In stedelijke gebieden worden appartementen veelal gepland terwille van de versterking van de schaarse centrumstedelijke woonmilieus (nabij het stadscentrum, wijkcentra en de stedelijke verbindingsassen), waar door intensief en meervoudig ruimtegebruik gestapelde bouw wordt nagestreefd. Het is dus van belang om de bouw van deze appartementen te prioriteren en faseren en in overeenstemming te brengen met de ontwikkeling van de vraag. Het planvoornemen voorziet in de vraag van appartementen in een wijk die veelal bestaat uit grondgebonden eengezinswoningen. Het initiatief draagt bij aan differentiatie in de wijk.

Door in het appartementengebouw ook het buurtkamer te realiseren ontstaat synergie tussen beide functies. De woningen zijn bedoeld voor een specifieke doelgroep, namelijk jongvolwassenen die begeleiding bij het wonen nodig hebben. Combinatie van deze functie met de buurtkamerfunctie sluit aan bij de uitgangspunten van de Structuurvisie. Het initiatief is dan ook passend binnen deze visie.

35

4.3.2 Woonvisie/Woonbeleid Strategisch innovatief woonprogramma De gemeenteraad heeft als ambitie uitgesproken om 10.500 woningen te realiseren in de periode 2020 – 2030. Daarbij is de ambitie een stedelijke differentiatie over de volgende categorieën:  minimaal 30% sociale huur;  minimaal 20% middenhuur en goedkope koop;  maximaal 50% dure huur en (middel)dure koop. Op projectniveau wordt gestreefd naar differentiatie binnen de categorieën. Daarbij is maatwerk in de percentages mogelijk, indien dat bijdraagt aan een leefbare en inclusieve buurt. De nieuwbouw draagt bij aan de aantrekkelijkheid en diversiteit van woonmilieus. Dit door het realiseren van (hoog)stedelijke woonmilieus met hoogbouw, compacte woonvormen en (collectieve) voorzieningen. Maar ook door het mogelijk maken van verdichting en verduurzaming van woonbuurten buiten het centrum en in groenstedelijke woonmilieus. In de dorpse woonmilieus worden ook op kleine schaal woningen toegevoegd. We stimuleren projecten die innovatief en vernieuwend zijn, bijvoorbeeld door circulair te bouwen of door toekomstige bewoners te betrekken en zeggenschap te geven. Daarnaast dienen projecten bij te dragen aan de hierboven genoemde opgaven. Bestuursakkoord 2022-2026 'Slagkracht en ambitie' In het bestuursakkoord is opgenomen dat voor (nog) zachte plannen gestuurd wordt op 70% betaalbare woningbouw.

Het gaat daarbij om 30% sociale huur, 30% middenhuur, 10% betaalbare koop en 30% dure huur en koop. Deze ambitie betreft het totale stedelijk programma, op projectniveau kan hiervan worden afgeweken. Doorwerking plan Voorgenomen ontwikkeling speelt in op de opgaven geformuleerd in de gemeentelijke Woonvisie. Dit plan biedt ruimte om 19 woningen toe te voegen. Het plan speelt in op het realiseren van een passend woningaanbod voor 1- en 2-persoonshuishoudens in het sociale huursegment. Daarmee draagt dit plan bij aan de ambitie uit zowel de woonvisie als het bestuursakkoord om (meer) betaalbare woningen toe te voegen. Daarbij draagt dit plan bij aan de woningbehoefte van een specifieke doelgroep, te weten jongvolwassenen met een (lichte) stoornis in het autistisch spectrum. Het plan voorziet in de behoefte van deze doelgroep om zelfstandig onder begeleiding van zorgaanbieder Cello te wonen. Ook wordt er ingespeeld op een inclusieve buurt door het mogelijk maken van huisvesting voor een kwetsbare doelgroep. De ontwikkeling realiseert netto 19 nieuwe woningen, wat bijdraagt aan de realisatie van de benodigde 10.500 nieuwe woningen. Het plan sluit hiermee aan op de ambities opgesteld in de Woonvisie. Zie tevens Bijlage 4, waarin het initiatief uitvoeriger is getoetst aan de Woonvisie en andere relevante beleidskaders.

Conclusie Onderhavig plan draagt bij aan de doelstellingen van het woonbeleid en aan het ontspannen wonen in en sterke stad met leefbare buurten en dorpen. Meer specifiek voorziet het plan in de woonbehoefte van jongvolwassenen met een (lichte) stoornis in het autistisch spectrum die in staat zijn om, met een zekere vorm van woonbegeleiding, zelfstandig te wonen. De combinatie met de buurtkamer bevordert bovendien het contact met de buurt en draagt daarmee bij aan de inclusie van de bewoners. Het plan sluit daarmee aan op de doelstelling dat inwoners zo zelfstandig mogelijk kunnen wonen en zoveel mogelijk met eigen regie deel uitmaken van de Bossche samenleving.

36

4.3.3 Parkeren Voor ontwikkelingen op het gebied van de ruimtelijke ordening heeft de gemeente 's-Hertogenbosch een eigen parkeernormenbeleid vastgesteld. Dit beleid is vastgelegd in de nota 'Parkeernormering 2021' (27 november 2021). De nota geeft aan hoeveel parkeerplaatsen per functie en per stadsdeel gerealiseerd dienen te worden bij nieuwbouw. Zoals in de Actualisatie Koersnota is gesteld: “mobiliteit staat ten dienste van het realiseren van een bereikbare, leefbare en economisch sterke stad.” Parkeren is een essentieel onderdeel van mobiliteit, maar staat tegelijkertijd in dienst van ambities op het gebied van leefbaarheid, economie en bereikbaarheid van de stad. Het parkeerbeleid is dus geen doel op zich, maar een middel om bij te dragen aan de ambities van de stad. Daarnaast is parkeren voorwaardenscheppend voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. De parkeernormen zijn aangepast, zodanig dat ze aansluiten bij de ambities van de gemeente met betrekking tot ruimtelijke ontwikkeling, bereikbaarheid en klimaat. Wel is het mogelijk om middels het maatwerkkader te kunnen afwijken van de parkeernorm, indien de initiatiefnemer dat weet te onderbouwen. Hierdoor kunnen de gemeentelijke ambities worden gerealiseerd zonder dat dit leidt tot een te hoge parkeerdruk in het openbaar gebied.

Doorwerking plangebied In paragraaf 3.3.2 is uitvoerig beschreven op welke wijze in het plan wordt opgegaan met het parkeren. Naar deze paragraaf wordt dan ook verwezen.

37

4.3.4 Welstand In de welstandsnota uit 2011 is het kader voor het welstandsbeleid van de gemeente ‘s-Hertogenbosch neergelegd. Doel van de welstandsnota is het vertalen, waarborgen en versterken van de ruimtelijke kwaliteit van de gebouwde omgeving. Dit door middel van transparante, objectieve en daarmee voor een ieder begrijpelijke criteria. Het welstandsbeleid vormt daarbij de basis voor een actief, inspirerend en open architectuurbeleid conform de doelstellingen van de wetgever. Met deze welstandsnota wordt beoogd de burgers vooraf te informeren over de criteria en uitgangspunten, die de welstandscommissie zal hanteren bij de beoordeling van een bouwplan dat haar om advies wordt voorgelegd. Bovendien wordt inzicht gegeven in de hoofdlijnen en procedures waarbinnen de welstandscommissie handelt en waarbinnen de welstandsadviezen worden gevormd. Wanneer het welstandsbeleid daarnaast ook nog eens - bestuurlijk en maatschappelijk - breed gedragen wordt, zal dit zeker leiden tot de indiening van ‘passende’ ontwerpen van bouwplannen en zal repressief optreden (handhaving) uitzondering worden. De welstandsnota dient gezien te worden als een stimulans en inspiratiebron voor de kwaliteit van architectuur en het daarmee samenhangende welstandsniveau in de stad.

De gemeente 's-Hertogenbosch heeft naast de welstandsnota diverse beeldkwaliteitsplannen opgesteld voor gewenste beeldkwaliteit van de bebouwing en de buitenruimte met opgestelde toetsbare criteria. In beginsel is een beeldkwalitetisplan buitenwettelijk en vormvrij, tenzij het beeldkwaliteitsplan gebruikt wordt voor het toeten van bouwplannen. Doorwerking plangebied Het voorgenomen plan is gelegen binnen het beeldkwaliteitsplangebied 'Orthen Links', vastgesteld op 22 april 2014. Het beeldkwaliteitsplan is de leidraad voor de behandeling van bouwplannen in de welstandcommissie binnen de gemeente 's-Hertogenbosch. In nader overleg kan worden afgeweken van de richtlijnen, indien dit geen afbreuk doet aan de beeldkwaliteit. De toetsing van de beeldkwaliteit zal geschieden door de welstandcommissie of een gemandateerd stedenbouwkundig ambtenaar. De wijk is ingedeeld in vier sfeergebieden met elk een eigen karakter. Het plangebied ligt in gebied 2: de woonbuurt tussen het dijklint en de Adelheidsstraat. De bebouwing heeft een duidelijke parcelering en een heldere ambitie ten aanzien van het kleur- en materiaalgebruik. Ook wordt er in de bebouwing gesteld dat er bakstenen in diverse kleurstellingen moeten worden toegepast, met sprongen in goot- en rooilijnen (zie beeldkwaliteitsplan Orthen Links).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13838957/1