CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Rapport RKC Sturing op jeugdhulp

Commissie SOCIAAL 21 april 2021, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Sturing op jeugdhulp - Rekenkamercommissie 's-Hertogenbosch20.716 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

14

Inmiddels is in januari 2021 een geactualiseerde verordening vastgesteld. Vergadering gemeenteraad 02-02-2021 (raadsinformatie.nl) agendapunt II6. 15 Klaar voor de start? Een onderzoek naar de kaderstellende en controllerende rol van gemeenteraden rond de transitie jeugdzorg in B4-gemeenten, Rekenkamercommissies B4gemeenten, 23 oktober 2013.

24/60 Rapport Sturing op jeugdhulp – Rekenkamercommissie ‘s-Hertogenbosch

Vanaf 1 januari 2020 is een nieuwe centrumregeling ingegaan om de samenwerking tussen de zestien gemeenten te bestendigen. Er is gekozen voor een andere organisatiestructuur. Voorheen maakte inkoop onderdeel uit van het team beleid. In de nieuwe regeling is de regionale inkooptaak verzelfstandigd. Daarvoor is een regionale inkooporganisatie zorg (RIOZ) opgericht. Naast de inkoop zorgt deze organisatie ook voor contractbeheer en monitoring van het jeugdstelsel. Op deze manier borgt de regio de onafhankelijkheid tussen beleid en inkoop binnen de regio. Inkoop en bekostigingsmodel Voor de jeugdhulp wordt gewerkt met een lumpsumfinanciering, gebaseerd op aantallen cliënten en een gemiddelde kostprijs per cliënt. Het voornemen is dit vanaf 2022 te wijzigen in een PxQ-bekostigingssystematiek. Er worden kwartaalgesprekken gevoerd om eventuele afspraken bij te stellen. Regionale en lokale verantwoordelijkheid In het regionaal beleidsplan jeugdhulp wordt onderscheid gemaakt tussen regionale en lokale verantwoordelijkheden. Het gehanteerde principe is ‘lokaal wat kan en regionaal waar het moet of waar het effectief en efficiënt is’. Dit houdt in dat de gemeente lokaal verantwoordelijk is voor de volgende pijlers: (1) sociale omgeving en algemene basisvoorzieningen; (2) lichte opvoedondersteuning en (3) toegang tot hulp en ondersteuning.

Met het hierboven genoemde adagium hebben de gemeenten ervoor gekozen om de gespecialiseerde jeugdhulp, gecertificeerde instellingen, Veilig Thuis en Landelijke Transitie Arrangementen regionaal te organiseren. Overlegstructuren De regionale samenwerking bestaat uit drie overlegstructuren die tezamen tot beleid en doelen komen: 1. Regionaal Bestuurlijk Overleg Jeugd (RBO) dat bestaat uit de portefeuillehouders Jeugd van de zestien gemeenten en een onafhankelijke voorzitter. Daarnaast is er een RBO Smal, bestaande uit één portefeuillehouder Jeugd per subregio16 en de voorzitter van het RBO. 2. Het Regionale regieteam, dat uit één ambtelijk vertegenwoordiger per subregio en een ambtelijk vertegenwoordiger uit de centrumgemeente bestaat. Dit team heeft de taak om het RBO te adviseren over de beleidskaders voor jeugdbeleid en inkoop. De adviezen zijn gebaseerd op input van de zestien gemeenten, het Regionaal Beleidsteam, RIOZ en landelijke ontwikkelingen. Het regionale beleidsteam heeft de taak om de verstrekte beleidsopdrachten te vertalen naar uitvoerings- en projectplannen en deze uit te voeren. Het regionale beleidsteam bestaat uit ambtelijke beleidsmedewerkers van de gemeenten.

16

Subbregio Boekel, Landerd, en Uden; subregio Land van Cuijk: Boxmeer, Cuijk, Grave, Mill en Sint Hubert, Sint Anthonis; Subregio Maasland: Bernheze en Oss; Subregio Meierij: Boxtel, Haaren, ‘s-Hertogenbosch, Meierijstad, Sint-Michielsgestel en Vught.

25/60 Rapport Sturing op jeugdhulp – Rekenkamercommissie ‘s-Hertogenbosch

2.3 Centrumregeling Jeugdhulp Noordoost-Brabant De centrumregeling is de juridische vertaling c.q. uitwerking van de regionale samenwerking. Als centrumgemeente neemt de gemeente ‘s-Hertogenbosch een bijzondere plek in. Zij is gemandateerd om besluiten te nemen namens de andere gemeenten uit de regio. De gemeente geeft vorm aan de uitvoering van de jeugdzorg binnen de jeugdhulpregio Noordoost-Brabant. Deze jeugdhulpregio kenmerkt zich door intensieve samenwerking van zestien gemeenten sinds 2015 bij de uitvoering van de Jeugdwet. Formeel is deze samenwerking vastgelegd in de Centrumregeling NoordoostBrabant, waarbij de gemeente ‘s-Hertogenbosch centrumgemeente is. In december 2017 is de opdracht gegeven om de centrumregeling te evalueren en om mede naar aanleiding daarvan een toekomstscenario te schetsen. De regio Noordoost Brabant heeft aan extern bureau Significant gevraagd om de evaluatie van de ‘Centrumregeling Jeugdhulp Noordoost Brabant’ uit te voeren. Over de regionale samenwerking wordt door Significant geconcludeerd dat deze onvoldoende slagvaardig is, doordat de nodige condities niet op orde zijn. Het gaat om de volgende condities: de centrumregeling beschrijft taken en verantwoordelijkheden van gemeenten binnen de regionale samenwerking slechts op hoofdlijnen.

Daarnaast merken deelnemers op dat hoewel de regio spelregels heeft opgesteld ten aanzien van de samenwerking deze niet worden geactualiseerd dan wel gehandhaafd. Tevens wordt aangegeven dat er ruis is over de vraag wie waarvoor verantwoordelijk is. De dubbele pet van de centrumgemeente veroorzaakt onduidelijkheid. ‘s-Hertogenbosch is namelijk verantwoordelijk voor de inkoop en het relatiemanagement, maar is tegelijkertijd deelnemende gemeente.17 In de evaluatie komt ook naar voren dat een heldere opdracht ontbreekt voor de inkooporganisatie, waardoor zij haar rol niet op een juiste manier kan invullen. Als laatste verbeterpunt wordt de samenwerkingscultuur tussen de gemeenten genoemd. De deelnemende gemeenten durven elkaar niet aan te spreken en daar waar dat wel gebeurt, leidt dat onvoldoende tot actie of verandering. In de nieuwe centrumregeling zijn de punten uit de evaluatie verwerkt. De raad van ‘s-Hertogenbosch heeft unaniem ingestemd met de centrumregeling. Op 13 februari 2019 is de centrumregeling besproken en bediscussieerd in de Commissie Sociaal, waarna de regeling op 27 februari 2019 is vastgesteld door de raad. In de behandeling van de regeling in de Commissie Sociaal komt een aantal punten naar voren.

Over het algemeen zijn de fracties content met de centrumregeling van 2020 en zijn zij tevreden over het feit dat er blijvend regionale samenwerking plaatsvindt, blijkt uit de notulen van de raadsvergadering. Op de tweede plaats zijn de fracties tevreden over de splitsing van beleid en inkoop. Het inkoopteam, genaamd RIOZ, is een aparte afdeling en niet meer verbonden met de lokale beleidsafdeling, waardoor helderheid wordt verschaft in het opdrachtgeverschap. Op de derde plaats wordt gewezen op het belang van regelmatig evalueren van de regeling om de rechtmatigheid en het behalen van de beleidsdoelen te borgen.

17

RIOZ is verantwoordelijk voor inkoop en contract- en accountmanagement.

26/60 Rapport Sturing op jeugdhulp – Rekenkamercommissie ‘s-Hertogenbosch

2.4 Inhoudelijke beleidskaders en doelen De inhoudelijke beleidskaders en de doelen zijn door de raad vastgelegd in beleidsplannen. Voor de gemeente ‘s-Hertogenbosch gaat het concreet om de volgende inhoudelijke beleidsstukken: ● Regionale inkoopstrategie. ● Regionaal beleidsplan Jeugdhulp Noordoost Brabant. ● Regionaal uitvoeringsprogramma Jeugdhulp Noordoost Brabant. ● Jaarrekening en begroting gemeente ’s-Hertogenbosch. Hieronder volgt een beschrijving van de diverse stukken. Regionale inkoopstrategie De raad heeft in een raadsvergadering in februari 2019 de nieuwe inkoopstrategie vastgesteld. Daarmee is de wijze waarop de inkoop gaat plaatsvinden bepaald. Wat en hoeveel de gemeente wil inkopen is een collegebevoegdheid. De inkoopopdracht die daaruit voortvloeit is een uitvoering van de nieuwe centrumregeling, waarmee het college de nieuwe inkoop voor 2021 vorm wil geven. Vanuit het veld heeft het college meerdere signalen ontvangen dat de uitvoering van de nieuwe inkoopafspraken grote gevolgen heeft voor de gemeentelijke toegang en voor processen, systemen en organisatie van gemeenten en aanbieders. Daarnaast willen zij niet inboeten op continuïteit van jeugdhulp en kwaliteit van jeugdhulp en is het college genoodzaakt meer tijd te nemen voor een goede voorbereiding.

Dit is de reden dat het college per raadsinformatiebrief de raad heeft laten weten de nieuwe inkoop met één jaar uit te stellen en de huidige overeenkomsten met aanbieders te verlengen. Regionale beleidsplan Jeugdhulp Noordoost Brabant Het eerste regionale beleidsdocument dateert uit 2014 waarin de gemeenten van Noordoost Brabant afspraken maakten om samen te werken op het gebied van inkoop gespecialiseerde jeugdhulp. Het beleidsplan besloeg de periode 2015-2018 en bestond uit een regionaal deel. Het plan was het kader voor de jaarlijks op te stellen uitvoeringsprogramma’s. In het beleidsplan waren de volgende doelen opgenomen. ● Van een relatief groot beroep op jeugdhulp naar een kleiner beroep daarop en meer beroep op de eigen kracht en het netwerk van jeugdigen. ● Van te laat ingezette jeugdhulp naar (vroeg)tijdige. ● Van zwaardere (specialistische) naar lichtere (ambulante) vormen van jeugdhulp. ● Van versnippering naar integraliteit (werken met één gezin, één plan en één regisseur, en bijvoorbeeld een integrale crisisdienst). ● Van meer naar minder hulpverlening in een gedwongen kader. In het regionale beleidsplan zijn de actielijnen niet SMART geformuleerd en onvoldoende concreet. Na afloop van deze periode is het beleidsplan overigens geëvalueerd en met één jaar verlengd.

De belangrijkste conclusie uit de evaluatie was dat de transitie geslaagd was, maar dat de transformatie nog aandacht behoeft. In het Regionaal beleidsplan 20202023 wordt dan ook ingezet op de transformatie.

27/60 Rapport Sturing op jeugdhulp – Rekenkamercommissie ‘s-Hertogenbosch

In het regionale beleidsplan Noordoost Brabant en het uitvoeringsplan 2020-2023 is uitgewerkt wat er regionaal wordt geregeld en wat er lokaal geregeld dient te worden. De samenwerkingsstructuur kenmerkt zich als ‘zo licht als mogelijk zo zwaar waar nodig’. Dit principe sluit aan bij het regionaal gedragen principe ‘lokaal wat kan en regionaal wat moet’. De zestien deelnemende gemeenten hebben de Regionale inkooporganisatie (RIOZ) gemandateerd om de gespecialiseerde jeugdhulp in te kopen namens de gemeenten. Daarnaast zorgt de organisatie ook voor het contractbeheer en de monitoring van het jeugdstelsel. Vanuit de gemeente is aangegeven dat samenwerken op regionaal niveau meerwaarde oplevert, want ook op lokale thema’s zit een regionale component. De gemeenten kunnen daarbij elkaars kennis bundelen en ervaringen uitwisselen. Op 10 december 2019 stemde de gemeenteraad van ’s-Hertogenbosch unaniem in met het regionaal beleidsplan Jeugdhulp 2020-2023. In het regionaal beleidsplan staat de ambitie beschreven welke is uitgewerkt in acht actielijnen. De acht actielijnen zijn: 1. Preventie, eigen kracht en eerder de juiste hulp op maat 2. Normaliseren 3. Toegang tot hulp en ondersteuning 4. Integrale hulp en ondersteuning 5. Inkoop gespecialiseerde jeugdhulp en transformatie zorglandschap 6. Kinderen beschermen bij onveilige situaties 7.

Positie van jeugdigen en ouders/cliëntervaringen 8. Meer ruimte bieden aan professionals door vermindering van regeldruk Onder elke actielijn valt daarnaast een opsomming van punten waarop de regio gaat inzetten. Aangezien het om veel punten gaat, volgt hieronder een aantal voorbeelden. Bij actielijn 1 rondom preventie wordt ingezet op ‘minder kinderen die niet naar school gaan’ en ‘meer ouders benutten eigen kracht, al dan niet met het eigen netwerk’. Rond actielijn 2 normaliseren wil de regio o.a. inzetten op ‘jeugdigen die gespecialiseerde jeugdhulp nodig hebben, krijgen dit tijdig, zo kort of zo lang als nodig is en zo dicht mogelijk in de eigen leefomgeving’. Actielijn 3 zet onder andere in op ‘lokale toegangsteams werken samen met alle partners uit de jeugdketen en aanpalende domeinen zoals onderwijs’. Deze punten moeten toch meer bezien worden als activiteiten en niet zo zeer als concrete doelstellingen en indicatoren, wat ook naar voren komt uit het rapport van de Visitatiecommissie. In de raadsvergadering van 10 december 2019 is het regionaal beleidsplan Jeugdhulp Noordoost Brabant behandeld. Tijdens de raadsvergadering is één amendement, dat ging over de zorgplicht jeugd, verworpen.

In de voorgaande commissievergadering van 27 november 2019 zijn door alle fracties complimenten uitgedeeld over het regionaal beleidsplan en is men tevreden over de opgenomen ambities en doelen. Tevens wijst een aantal fracties op het belang van het regelmatig informeren van de raad over de voortgang bij de uitvoering van het beleidsplan en de stand van zaken met betrekking tot de transformatiedoelen. Uit de gesprekken met beleidsmedewerkers komt naar voren dat volgens hen het verschil met het vorige beleidsplan groot is. Het huidige regionaal beleidsplan bevat namelijk handvatten voor hetgeen de verschillende gemeenten willen bereiken in de regio; er staat nu dus duidelijk beschreven wat regionaal en lokaal georganiseerd moet worden. Tegelijkertijd is tijdens de gesprekken met de ambtelijke organisatie aangegeven dat er nog een slag te maken is met het concreet en SMART formuleren van doelstellingen en daaraan gekoppelde indicatoren.

28/60 Rapport Sturing op jeugdhulp – Rekenkamercommissie ‘s-Hertogenbosch

Regionaal uitvoeringsprogramma Jeugdhulp Noordoost Brabant De uitwerking van het regionale beleidsplan wordt gevonden in het uitvoeringsplan jeugdhulp Noordoost Brabant. Het vaststellen van het uitvoeringsplan is een collegebevoegdheid. De raad heeft het uitvoeringsplan ter informatie ontvangen van het college in een brief van 26 mei 2020. De acht actielijnen uit het regionaal beleidsplan zijn in het uitvoeringsplan verder uitgewerkt. Voor elke actielijn zijn meerdere resultaten beschreven. Voor elk ‘resultaat’ wordt er een project-, proces- of activiteitvoorstel gedaan en wordt aangegeven wie de betrokken partners en stakeholders zijn, of het regionaal of lokaal opgepakt moet worden en in welk jaar het resultaat bereikt moet worden. Jaarrekening en begroting gemeente ‘s-Hertogenbosch De gemeente ‘s-Hertogenbosch heeft daarnaast in de begroting 2021 doelstellingen geformuleerd voor de lokale situatie. Deze doelstellingen zijn breed geformuleerd en vormen hiermee een algemeen kader voor het jeugdbeleid. De gemeente geeft aan het volgende na te streven: ● Jeugdigen groeien zoveel mogelijk op in een gezinssituatie en krijgen tijdig de juiste hulp. ● Jeugdigen groeien gezond, veilig en kansrijk op en ontwikkelen hun talenten. ● Jeugdigen hebben een passende plek op school en de arbeidsmarkt.

De hierboven beschreven doelstellingen zijn algemeen van aard en daarmee onvoldoende SMART geformuleerd. Gekoppeld aan de doelstelling in de jaarrekening en de begroting zijn de volgende indicatoren opgesteld: ● Aantal jeugdigen van 0 tot en met 17 jaar dat gebruikmaakt van individuele basisondersteuning via Juvans, Divers, MEE, GGD, Humanitas en praktijkondersteuners huisarts voor GGZ. ● Percentage jeugdigen met individuele basisondersteuning ten opzichte van het totale aantal jeugdigen met jeugdhulp (basis en specialistisch). ● Percentage jeugdigen van 0 tot en met 17 jaar dat gebruikmaakt van gespecialiseerde jeugdhulp. ● Percentage ouders/verzorgers dat vindt dat de specialistische jeugdhulp aansluit bij de hulpvraag van hen of hun kind. ● Percentage voortijdig schoolverlaters. ● Percentage jeugdigen (18-23 jaar) zonder startkwalificatie dat werkt. Wat opvalt, is dat de indicatoren uit de jaarrekening niet overeenkomen met de indicatoren uit het regionaal beleids- en uitvoeringsplan. Het is niet duidelijk of deze indicatoren een afgeleide zijn van de doelstellingen uit het regionaal beleidsplan. In het regionaal uitvoeringsprogramma staat namelijk beschreven dat het de bedoeling is om dit per project (dat onderdeel is van de verschillende actielijnen) verder uit te werken en te vertalen naar concrete KPI’s (Kritieke Prestatie Indicatoren).

In dit onderzoek is niet helder geworden uit de stukken of de gemeente ‘s-Hertogenbosch deze vertaling heeft gemaakt.

29/60 Rapport Sturing op jeugdhulp – Rekenkamercommissie ‘s-Hertogenbosch

De hierboven genoemde doelen zijn grotendeels algemeen en niet SMART geformuleerd. Daarnaast is er geen directe koppeling met de doelen die zijn benoemd in het regionale beleidsplan en de jaarrekening en begroting. Verder valt het op dat niet alle doelstellingen zijn voorzien van indicatoren.

2.5 Samenvatting van bevindingen ten aanzien van het beleid en doelstellingen Na de decentralisatie zijn er in de verordening juridische kaders en in de verschillende beleidsstukken inhoudelijke kaders gesteld. De regionale samenwerking is juridisch vastgelegd in een centrumregeling, waarbij de gemeente ‘s-Hertogenbosch een centrale plek heeft als centrumgemeente. In de centrumregeling van 2020 is een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de beleidstaken en de inkooptaken. Dit onderscheid komt de onafhankelijkheid van de centrumgemeente ‘s-Hertogenbosch ten goede, bemerken geïnterviewde betrokkenen. In het regionaal beleidsplan Jeugdhulp (december 2019) staan de ambities en actielijnen van de regio Noordoost Brabant beschreven. Het regionaal beleidsplan wordt in alle afzonderlijke raden voorgelegd voor goedkeuring. Daarmee heeft de raad van ‘s-Hertogenbosch formeel het beleidsplan met de daarbij behorende doelstellingen vastgesteld. Uit het regionaal beleidsplan vloeit een regionaal uitvoeringsprogramma voort waarin een nadere uitwerking staat van de acht actielijnen. Voor elke actielijn zijn meerdere zogenaamde ‘resultaten’ beschreven. Voor elk ‘resultaat’ is een project-, proces- of activiteitvoorstel gedaan en wordt aangegeven wie de betrokken partners en stakeholders zijn, of het regionaal of lokaal opgepakt moet worden, en in welk jaar het resultaat bereikt moet worden.

Het vaststellen van het uitvoeringsprogramma betreft een collegebevoegdheid en wordt alleen ter informatie aan de raad verzonden. De doelen die op regionaal niveau zijn gesteld in het beleidsplan zijn niet allemaal SMART geformuleerd. In het beleidsplan zijn acht actielijnen benoemd onder welke steeds een opsomming van punten staat waarop de regio gaat inzetten. Deze punten moeten toch vooral bezien worden als activiteiten en niet zozeer als concrete doelstellingen en indicatoren, wat ook naar voren komt uit het rapport van de Visitatiecommissie. Er is geen directe koppeling tussen doelen die in het regionaal beleidsplan zijn genoemd en de andere kaders.18 Wat verder opvalt, is dat de indicatoren uit de jaarrekening van de gemeente ‘s-Hertogenbosch niet overeenkomen met de indicatoren uit het regionaal beleids- en uitvoeringsplan. Het is dan ook niet duidelijk of deze indicatoren een afgeleide zijn van de doelstellingen uit het regionaal beleidsplan. Juist omdat de doelen en de daaraan gekoppelde indicatoren over verschillende kaders zijn verdeeld, is het voor raadsleden lastig om de voortgang op de uitvoering van de jeugdhulp te monitoren. Met andere woorden, de voortgang op de doelen binnen het jeugddomein zijn op dit moment lastig te volgen voor de raad. 18

De beleidsdoelstellingen en -indicatoren zijn vastgelegd in een viertal documenten: ● Regionale inkoopstrategie. ● Regionaal beleidsplan Jeugdhulp Noordoost Brabant. ● Regionaal uitvoeringsprogramma Jeugdhulp Noordoost Brabant. ● Jaarrekening en begroting gemeente ‘s-Hertogenbosch.

30/60 Rapport Sturing op jeugdhulp – Rekenkamercommissie ‘s-Hertogenbosch

Paragraaf 3

Informatie inrichting

Deze paragraaf gaat in op de sturing van de raad op de doelstellingen, indicatoren en de gestelde streefwaarden, oftewel de voortgang op het gebied van de uitvoering. Onderzoeksvraag

Norm

2. Op welke wijze wordt de gemeenteraad geïnformeerd en wat is de kwaliteit van deze informatie?  Welke informatie ontvangt de gemeenteraad?  Op welke wijze wordt de gemeenteraad geïnformeerd?  Wat is naar oordeel van de gemeenteraad de kwaliteit van deze informatie in termen van tijdigheid, juistheid en volledigheid.

Het college van B&W heeft een systematiek opgesteld om de gemeenteraad te informeren over ontwikkelingen in de uitvoering van de jeugdhulp. Bij de vormgeving van deze systematiek is rekening gehouden met de informatiebehoefte van de gemeenteraad. Tijdigheid Naar mening van de raadsleden: ● is de informatie actueel; ● is de informatie tijdig aangeboden aan de raad; ● sluit de informatie aan op eerdere rapportages, nota’s en dergelijke. Juistheid Naar mening van de raadsleden: ● is de informatievoorziening aan de gemeenteraad juist (de informatie kent geen fouten en is betrouwbaar). Volledigheid Naar mening van de raadsleden: ● sluit de informatie aan op de informatiebehoefte van de gemeenteraad; ● is er voldoende reikwijdte (beslaat de informatie verschillende perspectieven en beleidsterreinen); ● heeft de informatie het juiste detailniveau (maken van vertaling naar het niveau van een lekenbestuur).

3.1 Informatie inrichting In deze paragraaf staat beschreven welke informatie wordt gedeeld met de gemeenteraad en in hoeverre er een systematiek is om de gemeenteraad te informeren over ontwikkelingen in de uitvoering van de jeugdhulp. Ten slotte is de raad bevraagd naar hun oordeel ten aanzien van de verstrekte informatie. Is dit voor hen tijdig, eenduidig en volledig geweest?

31/60 Rapport Sturing op jeugdhulp – Rekenkamercommissie ‘s-Hertogenbosch

Handvest Informatievoorziening De informatiehuishouding tussen gemeenteraad en college is geregeld in het Reglement van Orde, aangevuld met het Handvest Informatievoorziening. In dit handvest zijn de instrumenten voor het verstrekken van informatie aan de raad opgenomen. Specifieke informatiebronnen, zoals het kwartaalbericht Sociaal Domein en de Bossche zorgmonitor, zijn niet in het handvest opgenomen. Het handvest beschrijft de verschillende manieren waarop het college de raad kan informeren, bijvoorbeeld door middel van schriftelijke stukken, zoals raadsinformatiebrieven, raadsinfobulletins, college-en wethoudersbrieven en de besluitenlijst van het college. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om de raad middels een niet-schriftelijke manier te informeren via bijvoorbeeld mededelingen van het college, beantwoording van een vraag door de portefeuillehouder tijdens een vergadering. Informatie vanuit de P&C-cyclus In de P&C-cyclus legt het college verantwoording af over het gevoerde jeugdbeleid. Deze agenda bepaalt in hoge mate de inhoud van de verschillende documenten die onderdeel uitmaken van de jaarlijkse begrotingscyclus: de kadernota, de programmabegroting en de jaarstukken.

Voor het controleren of het beleid zich verder ontwikkelt volgens de principes van de gestelde kaders, heeft de gemeenteraad van ‘s-Hertogenbosch de volgende gegevens tot zijn beschikking: ● Via de reguliere P&C-cyclus per jaar: ○ voorjaarsnota ○ programmabegroting ○ 9-maands rapportage ○ jaarverslag ○ accountantsverslag ○ het verplichte Cliëntervaringsonderzoek Jeugd ● Zorgmonitor ● Overige documenten over voortgang ● Informatie over de toegang (Koo en het Zorgbedrijf) Zorgmonitor De gemeente ’s-Hertogenbosch heeft een eigen zorgmonitor ontwikkeld om raadsleden te informeren over ontwikkelingen in het zorggebruik in de gemeente. De zorgmonitor is opgezet aan de hand van een voorstel van de Werkgroep Sociaal Domein aan de Commissie Sociaal. Het idee was om een real-time monitor te ontwikkelen, vergelijkbaar met de lokale zorgmeter van de gemeente Nijmegen. De monitor is samen met de raad ontwikkeld en geeft inzicht in de volgende zaken: ● Het gebruik van hulp/ondersteuning via de Jeugdwet en de Wmo. De monitor gaat daarnaast in op de financiële dienstverlening in de vorm van schulddienstverlening en bijzondere bijstand. Verder is informatie opgenomen over het gebruik van basishulp. In de monitor zijn voor alle onderwerpen de meest recent beschikbare cijfers opgenomen. ● Cijfers en aantallen over het gehele sociaal domein.

Het laat daarbij het totale aantal jeugdhulpcliënten over de kwartalen zien en kan een uitsplitsing maken van het aantal cliënten per wijk.

32/60 Rapport Sturing op jeugdhulp – Rekenkamercommissie ‘s-Hertogenbosch

De informatie uit de zorgmonitor is een duiding van de volumeontwikkeling en de financiële ontwikkeling en gaat dus in op realisatiecijfers. De bron van de informatie zijn hoofdzakelijk de zorgaanbieders. Met de zorgmonitor wordt op dit moment nog niet de relatie gelegd met het regionaal beleidsplan. Het betreft alleen een feitelijke presentatie van cijfers en wordt twee keer per jaar als onderdeel van de kwartaalrapportage gedeeld met de raad. Overige informatie over de voortgang Ook buiten de P&C cyclus van de gemeente ‘s-Hertogenbosch wordt de raad van informatie voorzien, bijvoorbeeld via rapportages die vanuit Jeugdhulpregio Noordoost Brabant worden aangeleverd, zoals halfjaarrapportages, jaarrapportages en sinds 2019 ook kwartaalrapportages. In deze laatste stukken wordt met name cijfermatig verslag gedaan van de voortgang. Ten slotte zijn er documenten die niet jaarlijks worden behandeld, maar die zich voordoen op bepaalde momenten, bijvoorbeeld rondom ‘doorbreek thema's’, zoals deze tijdens de interviews werden genoemd of incidenten. Een voorbeeld hiervan betreft de Regionale Transformatieagenda Jeugd waarbij bleek dat de uitvoering niet verliep zoals het bedoeld was, de aantallen niet werden gehaald en compleet budgettenoverzicht onder druk De raad is vervolgens geïnformeerd een 2. Een vanstonden.

de gedeelde informatie per jaar is te vinden via in bijlage raadsinformatiebrief nadat de feiten gestructureerd in een overzicht waren gezet. Informatie over de toegang: het Zorgbedrijf en Koo In 2019 is het zogeheten Zorgbedrijf opgericht. Het Zorgbedrijf is in eerste instantie ingericht om zorg te voorkomen of uit te stellen. Inwoners kunnen bij het Zorgbedrijf terecht voor informatie en advies, het stimuleren van bewonersinitiatieven, onderlinge hulp, opvoedondersteuning, vrijwilligerswerk en ontlasten van mantelzorgers. Het Zorgbedrijf regelt ook specialistische hulp op het gebied van jeugd, thuishulp voor ouderen, gehandicapten en (psychisch) kwetsbaren en ondersteuning bij armoede en schulden. De gemeentelijke toegang tot jeugdhulp is vanuit het zorgbedrijf geregeld via Koo en het Toegangs- en Regieteam. Ontwikkelingen vanuit de toegang worden vier keer per jaar door middel van een kwartaalbericht gedeeld met de raad en daarnaast wordt er twee keer per jaar een werkbezoek georganiseerd. Het Zorgbedrijf kan op verzoek ook toelichting geven aan de gemeenteraad in de Werkgroep Sociaal Domein of in de Commissie Sociaal, bijvoorbeeld over hun werkwijze en organisatie. In gesprekken is aangegeven dat er op dit moment door de gemeente wordt gewerkt aan een toegangsmonitor met als doel om een beter beeld en grip te krijgen op de verwijzingen vanuit de verschillende toegangen.

Informatiedichtheid Uit gesprekken en uit de online vragenlijst onder raadsleden komt naar voren dat de informatiestroom op dit moment erg fors is en dat met name een overkoepelend beeld ondanks alle hierboven genoemde stukken - ontbreekt voor de raad. Hierdoor heeft een deel van de raad op dit moment geen idee of zij alle benodigde informatie ontvangt om goed te kunnen controleren. Een aantal raadsleden geeft aan dat zij het idee hebben dat er met name veel gedeeld wordt over de successen, maar dat zaken die minder lopen in de uitvoering, enigszins verborgen blijven. Op dit punt wordt vooral een verdiepend inzicht in cliëntervaring gemist.

33/60 Rapport Sturing op jeugdhulp – Rekenkamercommissie ‘s-Hertogenbosch

3.2 Wijze van informatie behandeling Deze paragraaf gaat in op de wijze waarop de informatie wordt behandeld, dat wil zeggen in welke overleggen of bijeenkomsten dat gebeurt en in welke sfeer. Bob-systematiek Net als in veel andere gemeenten wordt in ‘s-Hertogenbosch gewerkt met de BOBsystematiek (figuur 2) waarbij er eerst laagdrempelig informatie wordt gedeeld voor de beeldvorming. Daarnaast is er een commissievergadering voor een oordeelsvorming en wordt vervolgens in de raadsvergadering een besluit genomen. Figuur 2

BOB-model

Beeldvormende informatiebehandeling De gemeente ‘s-Hertogenbosch kent verschillende (informele) overlegstructuren die onder de B van beeldvorming vallen. De eerste daarvan is de Werkgroep Sociaal Domein die eigenlijk nog vóór de eerste B moet worden geplaatst. In het werkgroepoverleg bespreken raadsleden informatie over het sociaal domein. Het karakter van de werkgroep is laagdrempelig en de agenda voor de werkgroep wordt door hen zelf vastgesteld. Daarnaast kent ‘s-Hertogenbosch zogenaamde Informeren en Ontmoeten sessies die voorafgaand aan de oordeels- en besluitvorming plaatsvinden. De I&O-avonden zijn de eerste stap van de vergadercyclus en zijn formele bijeenkomsten (vinden hun grondslag in het Reglement van Orde). Deze sessies zijn breed toegankelijk voor geïnteresseerde raads- en commissieleden maar ook voor burgers. Ten slotte worden regelmatig werkbezoeken (in ieder geval twee keer per jaar aan het zorgbedrijf) georganiseerd. Ook kunnen deze georganiseerd worden voorafgaand aan het vaststellen van nieuw beleid of rondom majeure veranderingen in het stelsel, inkoop of de uitvoering.

34/60 Rapport Sturing op jeugdhulp – Rekenkamercommissie ‘s-Hertogenbosch

Werkgroep Sociaal Domein Op 25 februari 2015 is door de commissie de Werkgroep Sociaal Domein in het leven geroepen met als taak zich te oriënteren op ontwikkelingen binnen het sociaal domein. De werkgroep telt momenteel zes commissieleden en wordt ondersteund door de commissiesecretaris. De werkgroep is een a-politiek gremium waarin louter technische onderwerpen worden besproken. De werkgroep heeft de afgelopen jaren veel aandacht besteed aan de informatievoorziening van het college aan de raad. De Werkgroep heeft de insteek om de blik van de Commissie Sociaal meer naar buiten te laten richten en de relatie met burgers en maatschappelijke organisaties aan te halen door het organiseren van onder andere werkbezoeken aan Wijkteam Rosmalen, De Groote Wielen, Nuland en Vinkel, Wijkteam Oost/Zuid, Oosterpoort, het Jeroen Bosch Ziekenhuis, Badeloch, De Compagnie en Reinier van Arkel. De werkgroep informeert de commissie periodiek per brief over hetgeen zij hebben behandeld en schrijft ook een jaarverslag. Deze brieven worden op de commissieagenda geplaatst met de mogelijkheid voor de commissie om vragen te stellen of suggesties te doen. De afgelopen drie jaar zijn er in ieder geval negen brieven verstuurd van de werkgroep naar de commissie.

Uit een gesprek met raadsleden blijkt dat de leden van de werkgroep doorgaans goed zijn geïnformeerd over jeugdhulp, maar voor leden buiten de werkgroep blijft het vaak lastig om inhoudelijk bij te blijven op het thema. Informeren en Ontmoeten Een raadsvoorstel van de gemeenteraad van ‘s-Hertogenbosch doorloopt drie stadia. Allereerst kan het op de agenda van de I&O-bijeenkomst komen. Bij I&O is er gelegenheid voor het college om tijdens het ‘informeren-gedeelte’ raadsvoorstellen toe te lichten. I&O-bijeenkomsten zijn openbaar toegankelijk. De I&O-avonden zijn altijd verdeeld in twee delen: een presentatie van het college waarna vragen gesteld kunnen worden door de raad en een deel waarin inwoners kunnen langskomen om te spreken. Het is dus een bijeenkomst waarin zowel raad als inwoners met het college in overleg kunnen. Werkbezoek De bedoeling van het werkbezoek aan het zorgbedrijf is dat de gemeenteraad informatie uit de praktijk tot zich neemt, buiten de gewone rapportagesystemen om. Het werkbezoek is een initiatief geweest van de Werkgroep Sociaal Domein. Het college heeft ervoor gekozen om dit elk half jaar te organiseren. De agenda voor de werkbezoeken wordt ambtelijk voorbereid en met de wethouder afgestemd, de raad wordt bij het uitgaan van de agenda ook gevraagd naar specifieke gespreksonderwerpen.

Op 18 september 2020 heeft het college, op verzoek van de Commissie Sociaal, een werkconferentie georganiseerd met zorg- en ondersteuningsaanbieders, maatschappelijke partners, de Adviesraad Wmo en Jeugdhulp en beleidsmedewerkers.

35/60 Rapport Sturing op jeugdhulp – Rekenkamercommissie ‘s-Hertogenbosch

Uit gesprekken komt naar voren dat een groot deel van de informatievoorziening en -deling wordt gerealiseerd aan de hand van de verschillende informele bijeenkomsten en overleggen die hierboven zijn genoemd. De beeldvormende bijeenkomsten worden doorgaans goed bezocht door raadsleden. Toch komt uit de online vragenlijst onder raadsleden geen hoog tevredenheidscijfer naar voren als het gaat om de informatievoorziening. Het gemiddelde cijfer dat raadsleden hiervoor geven is een 5,7 (daarbij geeft een derde een onvoldoende). Het probleem zit daarbij niet zozeer in de informatievoorziening zelf, maar in de wijze van informatiedeling. In de open antwoorden (maar ook in het gesprek met de raad) wordt aangegeven dat de raad vaak zelf om informatie moet vragen en dat een proactieve houding vanuit het college wordt gemist. Al heeft de raad daarbij niet de indruk dat er bewust informatie door het college achtergehouden wordt. Contacten met zorgaanbieders De raad kan naast informatie die zij aangereikt krijgt via het college ook direct contact leggen met zorgaanbieders (andersom kan natuurlijk ook). Uit het gesprek met de raad blijkt dat er slechts in beperkte mate contact is met zorgaanbieders. De raad is wel op de hoogte van het wel en wee van bepaalde zorgaanbieders.

Een aantal (met name grotere partijen) wordt door de raad nauwlettend gevolgd, zo blijkt uit meerdere schriftelijke vragen die op dit vlak zijn gesteld, zoals ‘Schriftelijke vragen artikel 71: geen plek voor zorgcowboys in ’s-Hertogenbosch 2019’ van de Partij van de Arbeid. Hierin zijn specifieke vragen gesteld inzake een zorgaanbieder en komt ook de historie van een andere aanbieder aan bod. Ook uit andere raadsvragen (SP 3 mei 2019) blijkt dat de raad gevraagd heeft om jeugdzorgaanbieders uit te nodigen. In dit onderzoek is een viertal zorgaanbieders benaderd met de vraag in hoeverre zij contact hebben met de gemeenteraad. Uit de reacties van zorgaanbieders valt op te maken dat zij vooral ambtelijk en bestuurlijk contact hebben met de gemeente en dat de raad voor hen ‘verscholen’ is. Aanbieders zien wel een meerwaarde om met enige regelmaat met de raad in contact te treden om zo het onderling vertrouwen te versterken door de verschillende perspectieven te leren kennen. De raad heeft in een gesprek aangegeven dit idee interessant te vinden, mits zij voor deze bijeenkomsten haar eigen agenda kan bepalen. Formele behandeling In de raadscommissie wordt een (eerste) politiek oordeel gegeven over een voorstel of een beleidsplan. Hier vindt een politieke discussie plaats over de aangeleverde informatie.

Idealiter heeft de voorafgaande fase van beeldvorming de juiste context en informatie geboden om deze discussie op het juiste niveau te voeren. Uit gesprekken komt naar voren dat de meeste raadsleden, door de wijze waarop informatie wordt behandeld in de beeldvormende fase, in de oordeelsvormende en besluitvormende fase doorgaans goed geïnformeerd discussie kunnen voeren over hetgeen dat voorligt. Tegelijkertijd is er ook een groep raadsleden die nog een zekere kennisachterstand ervaart en daardoor moeite heeft om in de discussie aan te haken om bijvoorbeeld de juiste uitgangspunten te formuleren ten aanzien van jeugdhulp. Na de oordeelsvorming wordt een besluit genomen in de raadsvergadering. Afhankelijk van de discussie in de commissievergadering gaat het om een hamerstuk (eventueel met stemverklaring) of een bespreekstuk. Een bespreekstuk biedt de ruimte voor verdere discussie en het vormen van een standpunt.

36/60 Rapport Sturing op jeugdhulp – Rekenkamercommissie ‘s-Hertogenbosch

Raadsleden hebben diverse instrumenten waarmee ze opdrachten kunnen geven (motie) of wijzigingen kunnen aanbrengen in het ontwerpbesluit (amendement). Uit de deskresearch komt naar voren dat er op het gebied van jeugdhulp de afgelopen jaren meerdere moties (en amendementen) zijn ingediend. In tabel 2 is een korte opsomming van de aangenomen moties en amendementen weergegeven. Tabel 2

Aangenomen moties en amendementen met betrekking tot jeugdhulp * tot januari 2021

Jaar

Moties

Amendementen

2017

●

●

Geen

●

Motie ‘Vinger aan de pols transitie GGZ en jeugdzorg’ Motie ‘Weg met de bureaucratie in de zorg’ Motie over het evalueren van het uitvoeringsprogramma van het Hoofdlijnenakkoord 2014-2018 “Samen Doen” en het resultaat op te sturen naar de raad.

2018

● ● ●

Motie ‘De Adviesraad in positie’ Motie ‘Versterken voorliggend veld’ Motie ‘Jeugdhulp in eigen regio’

●

Amendement ‘Samenwerkingsbudget voor kansen en knelpunten binnen het jeugd- en jongerenwerk’

2019

●

Motie ‘Inzicht in kostenontwikkeling Jeugdzorg en Wmo’ Motie ‘Steun Jeugdzorg Nederland en de vakbonden‘ Motie ‘Inzet ervaringsdeskundigheid in o.a. jeugdhulp’

●

Geen

Motie ‘Stop malafide zorgaanbieders en misbruik zorggeld’

●

Geen

●

● ● 2020

●

Uit bovenstaand overzicht kan worden opgemaakt dat de raad verschillende moties en een amendement heeft ingediend. Als gekeken wordt naar de thematiek van de moties komt duidelijk naar voren dat de raad zich met name op de uitvoering heeft gericht, vinger aan de pols houdt, inzet van ervaringsdeskundigen wenst en malafide zorgaanbieders wil stoppen. Dat blijkt ook uit het hierboven geschetste beeld en wordt tevens bevestigd in het gesprek met de raad en de online vragenlijst. Raadsleden geven aan erg betrokken te zijn bij het thema, maar als gevolg van een onduidelijk beeld over de uitvoering, voelen ze zich vaak genoodzaakt om via de formele weg meer duiding te vragen. Zo kan de raad naast het indienen van moties en amendementen ook raadsvragen stellen, artikel 71 vragen en zelf discussienotities opstellen en indienen. Hiervan heeft de raad ook de afgelopen jaren meerdere keren gebruikgemaakt. ● ● ● ●

Schriftelijke vragen over de werkelijke stand van zaken jeugdzorg naar aanleiding van brandbrief (2018) Schriftelijke vragen over problemen in de jeugdzorg (2019) Schriftelijke vragen over onverantwoorde bezuinigingen jeugdzorg (2019) Schriftelijke vragen over extra budget voor jeugdzorg van het Kabinet (2019)

37/60 Rapport Sturing op jeugdhulp – Rekenkamercommissie ‘s-Hertogenbosch

● ● ● ● ● ●

Schriftelijke vragen over geen plek voor zorgcowboys in ‘s-Hertogenbosch (2020) Discussienotitie over samenwerking in de jeugdhulp (2018) Discussienotitie over een Bossche aanpak voor rechtmatige zorg (2019) Discussienotitie over bezuinigingen specialistische jeugdzorg (2019) Discussienotitie over inzet ervaringsdeskundigheid in o.a. jeugdhulp (2019) Discussienotitie stop malafide zorgaanbieders en misbruik zorggeld (2020)

3.3 Beoordeling van de informatie door de raad Ten aanzien van de vraag omtrent de kwaliteit van de informatie is de raad zelf bevraagd naar hun oordeel ten aanzien van de informatie in de vorm van een online vragenlijst en een groepsgesprek. De online vragenlijst is door 25 raadsleden en commissieleden19 ingevuld en de resultaten hieruit geven dus een indicatief beeld (40% respons bij een N van 63). In het groepsgesprek met de raad zijn de resultaten van de vragenlijst besproken en is hier op doorgevraagd. Tijdigheid Als het gaat om de tijdigheid van de informatie kan dit in een aantal onderdelen worden opgesplitst, zoals actualiteit en het op tijd zijn. Uit de enquête en het groepsgesprek komt naar voren dat de meeste raadsleden zowel de tijdigheid (wanneer komt de informatie) als de actualiteit (hoe oud zijn de gegevens) over het algemeen als voldoende beschouwen. Ook de consistentie van de informatie (het laten aansluiten van de informatie op eerdere nota’s) wordt als voldoende beschouwd. Al is er ook een grote groep die op alle punten neutraal is. Figuur 3

Tijdigheid en consistentie van de informatie

Juistheid Er is in het gesprek met de raad en in de online vragenlijst ook gevraagd in hoeverre de informatie betrouwbaar is en geen fouten kent. Uit figuur 4 komt naar voren dat slechts een klein deel van de raad op dit aspect twijfels heeft. Het is verder niet geduid waar deze twijfels vandaan komen. In zijn algemeenheid wordt er juist vertrouwen gesteld in de juistheid van de aangeleverde informatie.

19

Elke fractie kan zich bij laten staan door een lid vanuit zijn partij. Dit commissielid vertegenwoordigt de fractie in de commissie.

38/60 Rapport Sturing op jeugdhulp – Rekenkamercommissie ‘s-Hertogenbosch

Figuur 4

Juistheid van de informatie

Volledigheid en behoefte Als het gaat om de beoordeling van de informatie is gevraagd of deze ook volledig is. Opvallend is dat meerdere respondenten aangeven dat ze niet weten of zij alle informatie ontvangen die ze horen te ontvangen (‘je weet niet wat je niet weet’). Zo is ook in het gesprek met de raad aangekaart. Doordat er sprake is van een grote informatiestroom ontbreekt een overkoepelend beeld. Dit alles wordt verder bemoeilijkt door het ontbreken van centrale doelstellingen en indicatoren waardoor de raad ook niet weet waar ze op moet sturen. In de gesprekken en de vragenlijst is ook gevraagd naar de behoefte van de raad ten aanzien van de informatievoorziening. Bijna een derde van de raadsleden vindt de informatie op dit moment niet goed aansluiten op hun behoeften, een derde is neutraal en de overige groep is hierover tevreden. Uit de nadere toelichting en uit het gesprek blijkt dat meerdere raadsleden behoefte hebben aan: ● koppeling met eerder genomen besluitvorming; ● duidelijk overzicht van de financiën met duiding van de cijfers; ● inzicht in cliëntervaring in relatie tot de geleverde prestaties, maar ook verdiepende kwalitatieve ervaring; ● meer samenhang aanbrengen in de informatie die nu wordt aangereikt; ● een duidelijk overzicht van de doelstellingen en daaraan gekoppelde indicatoren. Figuur 5

Informatiebehoefte

39/60 Rapport Sturing op jeugdhulp – Rekenkamercommissie ‘s-Hertogenbosch

In het gesprek met de raad is duidelijk aangegeven dat het cliëntervaringsonderzoek op dit moment niet aan hun behoefte voldoet. Het blijft volgens hen bij statistieken waarbij zogezegde ‘kleuring en beleving’ ontbreekt. De raad ziet ieder jaar de tevredenheidscijfers, maar het verhaal achter de cijfers blijft voor hen niet duidelijk. Wel wordt opgemerkt dat sinds de oprichting van het Zorgbedrijf de informatie in het algemeen meer ‘is gaan leven’ doordat er in werkbezoeken ook praktijkervaring wordt gedeeld. Het ontvangen van beelden over de praktijk is samen met cliëntervaring ook een van de grootste informatiebehoeften van de raad.

3.4 Samenvatting van bevindingen ten aanzien van de informatievoorziening De raad ontvangt vanuit de P&C-cyclus, maar ook daarbuiten, de benodigde informatie, bijvoorbeeld via rapportages die vanuit Jeugdhulpregio Noordoost-Brabant worden aangeleverd. Om een beeld te schetsen van de ontwikkeling in de jeugdhulp is verder een zorgmonitor ontwikkeld die duiding geeft ten aanzien van het volume en de financiën. Met de zorgmonitor wordt op dit moment nog niet de relatie gelegd met het regionaal beleidsplan en de daarin benoemde doelen. Ontwikkelingen vanuit de toegang worden vier keer per jaar door middel van een kwartaalbericht gedeeld met de raad en daarnaast wordt twee keer per jaar een werkbezoek georganiseerd. Uit gesprekken en uit de online vragenlijst komt naar voren dat de informatiestroom op dit moment fors is en dat met name een overkoepelend beeld - ondanks de hierboven genoemde stukken - ontbreekt voor de raad. Hierdoor heeft een deel van de raad op dit moment geen idee of zij alle benodigde informatie ontvangt om goed te kunnen controleren. Al bestaat er niet de indruk dat er bewust informatie wordt achtergehouden. In ‘s-Hertogenbosch wordt met de BOB-systematiek gewerkt waarbij er eerst laagdrempelig informatie wordt gedeeld voor de beeldvorming.

Daarna wordt hierover teruggekoppeld in de commissievergadering voor een oordeelsvorming en vervolgens wordt in de raadsvergadering een besluit genomen. Uit de gesprekken komt naar voren dat een groot deel van de informatievoorziening en -deling wordt gerealiseerd aan de hand van informele bijeenkomsten met de gemeenteraad. Raadsleden krijgen daarbij in een vroeg stadium informatie en ruimte voor het stellen van verdiepende vragen. Dit kan bijvoorbeeld tijdens I&O-avonden of werkbezoeken. Ook is er een Werkgroep Sociaal Domein die in de voorbereiding van de commissie een belangrijke rol vervult. Uit gesprekken blijkt dat de beeldvormende bijeenkomsten doorgaans goed bezocht worden door raadsleden. Toch komt uit de online vragenlijst onder raadsleden geen hoog tevredenheidscijfer naar voren als het gaat om de informatiedeling. Het gemiddelde cijfer dat raadsleden hiervoor geven is een 5,7 (daarbij geeft een derde een onvoldoende). Het probleem daarbij lijkt niet zozeer te zitten in de informatievoorziening zelf, maar in de wijze van informatiedeling. In de open antwoorden (maar ook in het gesprek met de raad) wordt aangegeven dat de raad vaak zelf om informatie moet vragen en dat een proactieve houding vanuit het college wordt gemist.

40/60 Rapport Sturing op jeugdhulp – Rekenkamercommissie ‘s-Hertogenbosch

Uit de deskresearch komt naar voren dat op het gebied van jeugdhulp de afgelopen jaren meerdere moties en amendementen zijn ingediend. Gezien de thematiek van de moties valt op dat de raad weinig grip ervaart op het thema en daardoor op de uitvoering probeert te sturen. Dit beeld wordt ook bevestigd in het gesprek met de raad en de online vragenlijst waarin is aangegeven dat zij erg betrokken zijn bij het thema, maar als gevolg van een onduidelijk beeld over de uitvoering, zich vaak genoodzaakt zien om via de formele weg meer duiding te vragen, ook via de nodige raadsvragen. Er is aan de raad ook gevraagd om informatie zelf te beoordelen. Als het gaat om de tijdigheid van de informatie komt uit de enquête en het gesprek met de raad naar voren dat grofweg de helft van hen de actualiteit (hoe oud zijn de gegevens) en de tijdigheid (wanneer komt de informatie) als voldoende beschouwd. Er is ook gevraagd in hoeverre de informatie betrouwbaar is en geen fouten kent. Slechts een klein deel van de raad heeft op dit aspect twijfels. In zijn algemeenheid wordt er vertrouwen gesteld in de juistheid van de aangeleverde informatie. Opvallend is dat wanneer het gaat om de volledigheid van de informatie de meeste raadsleden aangeven niet te weten of ze alles ontvangen.

Doordat er sprake is van een grote informatiestroom over diverse onderdelen ontbreekt een overkoepelend beeld en wordt ook samenhang tussen de stukken gemist. Een derde van de raadsleden vindt de informatie op dit moment niet goed aansluiten op hun behoeften en een derde is neutraal. Uit de nadere toelichting bij de vragenlijst en uit het gesprek blijkt dat raadsleden vooral behoefte hebben aan: ● koppeling met eerder genomen besluitvorming; ● duidelijk overzicht van de financiën met duiding van de cijfers; ● inzicht in cliëntervaring in relatie tot de geleverde prestaties, maar ook verdiepende kwalitatieve ervaring; ● samenhang in de informatie die nu wordt aangereikt; ● een duidelijk overzicht van de doelstellingen en daaraan gekoppelde indicatoren; ● terugkoppeling vanuit de praktijk.

41/60 Rapport Sturing op jeugdhulp – Rekenkamercommissie ‘s-Hertogenbosch

Paragraaf 4 Rol van de raad als kadersteller en controleur Onderzoeksvraag

Norm

3. Op welke wijze vult de gemeenteraad haar rol van kadersteller en controleur in richting het college?

●

●

●

De gemeenteraad heeft input geleverd bij de totstandkoming van de doelen voor de inrichting en uitvoering van jeugdhulp in ‘s-Hertogenbosch en de regio. De gemeenteraad heeft het college van B&W bevraagd op de mate waarin de doelen gerealiseerd worden. De raad neemt initiatief inzake haar positie door actief naar informatie te vragen.

4.1 Kaderstellen en controleren door de raad Beeldvorming en begrip van het thema Jeugdhulp is een complex beleidsterrein en ook zeer aan veranderingen onderhevig. Daardoor is het voor veel raadsleden aanpoten om alle informatie tot zich te nemen en daarmee de rol van kadersteller en controleur te pakken. Het college en de ambtelijke organisatie erkennen de complexiteit van de jeugdhulp en de raad wordt door het college ook zo veel mogelijk meegenomen in de weerbarstige praktijk en de beperking van de sturingsmogelijkheden ten aanzien van jeugdhulp. De gemeente heeft weliswaar een sturende rol, maar is afhankelijk van andere partijen, zoals de zorgprofessionals en het onderwijs. Niet alles is te sturen, ook niet met grote hoeveelheden informatie. De regie ligt dan wel bij de gemeente, maar die heeft niet alle touwtjes in handen, het is een gemeenschappelijke taak met vijftien andere gemeenten. Uit het onderzoek komt naar voren dat de raad op dit moment vooral zoekt naar versterking van de rol van de controleur, maar zich ook nog niet volledig geëquipeerd voelt in die rol. Op de vraag of betere informatie gaat over een hogere kwaliteit van de informatie of juist meer informatie, is door de raad aangegeven dat het lastig is om aan te geven wat er op dit moment mist (‘je weet niet wat je mist’).

Door raadsleden is aangegeven dat er veel informatie gedeeld wordt ten aanzien van jeugd en dat desgevraagd aanvullende informatie snel beschikbaar is. Er wordt een gezamenlijke verantwoordelijkheid gevoeld voor dit thema en men trekt ook met elkaar op binnen de raad. Alhoewel iedere partij zijn speerpunten heeft, wordt het onderwerp jeugdhulp inhoudelijk in de regel niet politiek gemaakt. Raadsvoorstellen kunnen bijna altijd rekenen op unanieme steun vanuit de raad.

42/60 Rapport Sturing op jeugdhulp – Rekenkamercommissie ‘s-Hertogenbosch

Kaderstellen In het onderzoek is ook gekeken op welke wijze de raad zelf invulling heeft gegeven aan zijn kaderstellende en controlerende taak. Er is daarom in de vragenlijst gevraagd in hoeverre de raadsleden ervaren dat ze met de huidige informatievoorziening in positie zijn gebracht dit te doen. Het gemiddelde cijfer voor het kaderstellen is een 5,9 en voor het controleren is dat een 5,8. Figuur 6

Mogelijkheid tot uitvoeren kaderstellende en controlerende taak

De voorstellen van het college die gaan over jeugdhulp krijgen doorgaans ruim aandacht in de raad en zijn zelden een hamerstuk. Ze worden toegelicht tijdens Informeren en Ontmoeten, besproken in de commissie en de gemeenteraad, waarover dan soms moties of amendementen worden ingediend. Daarnaast zijn er op initiatief van de raad onderwerpen in de commissie Sociaal behandeld. Uit de deskresearch en de interviews komt naar voren dat de raad gebruikmaakt van formele instrumenten om (bij) te sturen. Er zijn in de periode 2017-2020 tien moties aangenomen en één amendement. Deze moties betroffen verschillende issues binnen de jeugdhulp. Tijdens het gesprek met de raad en uit de online vragenlijst blijkt dat veel raadsleden zich rondom het vaststellen van nieuw beleid niet in stelling gebracht voelen, maar tegelijkertijd ook niet die positie hebben gepakt. In december 2019 is het regionaal beleidsplan vastgesteld. Raadsleden zijn van mening dat over dit stuk voor het eerst goed inhoudelijk is gedebatteerd in de raad. Tegelijkertijd wordt aangegeven dat er mogelijk meerdere sessies aan gewijd hadden kunnen worden. Het is nu bij deze ene inhoudelijke sessie gebleven. Ondanks het feit dat over het stuk is gesproken, heeft de raad de kaders van het regionaal beleidsplan integraal overgenomen en geen eigen aanvullende kaders en doelen meegegeven.

Er is een amendement ingediend, maar dit werd uiteindelijk niet aangenomen. Als het gaat om het huidige beleid dan komt uit de enquête en de interviews naar voren dat de inhoudelijke kaders, doelen en indicatoren nog niet erg bekend zijn bij de raad. Er is in de online vragenlijst ook gevraagd of raadsleden op de hoogte zijn van de indicatoren die gekoppeld zijn aan de doelstellingen. Van de 25 raadsleden geven er slechts drie aan dat zij deze kennen.

43/60 Rapport Sturing op jeugdhulp – Rekenkamercommissie ‘s-Hertogenbosch

Figuur 7

Doelen ten aanzien van jeugdhulp

Waar zojuist geconstateerd is dat de huidige doelstellingen relatief onbekend zijn bij de raad, geven raadsleden in gesprekken wel aan dat deze in ieder geval nog onvoldoende SMART zijn. Het meer SMART maken van de doelstellingen wordt door de meeste geïnterviewden geduid als een ‘ontwikkelproces’. De huidige kaders zijn al concreter dan de vorige en de opgave is om in het volgende beleidsplan de kaders verder aan te scherpen en te concretiseren. De raad kan hierin uiteraard ook zelf een rol vervullen door het initiatief te nemen. Naast ‘hearings’ (waarin externe partijen worden uitgenodigd om in gesprek te gaan) wordt ook verwezen naar het eerder - en als positief ervaren gehouden ‘doelstellingendebat’. De inzet van dit soort instrumenten - hearings en doelstellingendebatten - kan ertoe leiden dat de raad zelf meer proactief sturing en inhoud geeft aan de kaders, doelen en indicatoren voor bijvoorbeeld het nieuwe beleidsplan. Controleren De gemeenteraad heeft een aantal instrumenten om haar controlerende taak in te vullen. Raadsleden hebben in de afgelopen periode diverse schriftelijke vragen ex artikel 71 van het Reglement van Orde gesteld aan het college van B&W, met name over de financiën, de tekorten in de jeugdhulp en zogenaamde ‘zorgcowboys’. Daarnaast is een aantal moties ingediend die gericht waren op de uitvoering.

Wat betreft de realisatie van de doelen uit het regionale beleidsplan ontvangt de raad zowel informatie uit de P&C-cyclus als afzonderlijke rapportages. Het is daarbij de bedoeling om dit in de toekomst te concentreren in de P&C-cyclus waardoor minder afzonderlijke rapportages benodigd zijn. Wat nadrukkelijk door de raadsleden wordt gemist is informatie over de effecten van het beleid in de praktijk. Wat hebben interventies opgeleverd voor jeugdigen en gezinnen die te maken hebben gehad met jeugdhulp? De raadsleden kunnen nu geen antwoord geven op deze vraag, terwijl dit voor hen de hoogste prioriteit heeft als het gaat om de invulling van hun controlerende taak. De uitgevoerde cliëntervaringsonderzoeken en eventuele besprekingen op casusniveau worden daarvoor als te beperkt en niet gepast gezien. Ten aanzien van welke informatie daarvoor nodig is, en hoe dit verkregen en georganiseerd zou moeten worden, bestaat geen duidelijk en eenduidig beeld.

44/60 Rapport Sturing op jeugdhulp – Rekenkamercommissie ‘s-Hertogenbosch

Ook hier is de raad, blijkens de interviews, zich ervan bewust dat zij zelf initiatief kan nemen om scherper te krijgen welke informatie zij nodig heeft. In den lande zijn diverse voorbeelden waar raadsleden in gesprek gaan met cliëntenraden, belangenorganisaties en professionals uit het veld om zich een beeld te vormen over de werking en effecten van de jeugdhulp in de eigen regio of gemeente. De raad, en dan specifiek de commissie sociaal, kent een grote betrokkenheid bij de jeugdhulp. Die betrokkenheid wordt door alle geïnterviewde partijen opgemerkt en breed gewaardeerd. “Sociaal” en “betrokken” zijn termen die vaak terugkomen. Uit de gesprekken blijkt dat die betrokkenheid voortkomt uit een aantal zaken:  Het gaat vaak om kwetsbare jeugdigen en gezinnen uit de stad en dat vraagt om die reden extra (politieke) aandacht.  Het is een relatief nieuwe en complexe taak voor de gemeente en die moet nog verder worden ingeregeld en vormgegeven. Men beseft dat dit tijd kost en dat er veel afhankelijkheden zijn voor de gemeente.  De jeugdhulp heeft (ook) in ‘s-Hertogenbosch te maken met financiële tekorten en dat vraagt vanuit die bril extra aandacht.

4.2 Samenvatting van bevindingen ten aanzien van kaderstellen en controleren Er is gekeken naar de vraag in hoeverre de raad invulling heeft gegeven aan zijn kaderstellende en controlerende taak. Uit gesprekken komt naar voren dat de raad in ‘s-Hertogenbosch over het algemeen erg gemotiveerd is om invulling te geven aan verantwoordelijkheden. Er is veel informatie beschikbaar ten aanzien van jeugd en gevraagde aanvullende informatie wordt relatief snel geleverd. De instrumenten die er zijn om te kunnen kaderstellen en controleren worden veelvuldig gebruikt. Het beleidsterrein is echter complex en ook zeer aan veranderingen onderhevig, waardoor het voor veel raadsleden aanpoten is om alle informatie tot zich te nemen. Uit het onderzoek blijkt dat de raad op dit moment vooral aan het controleren is, maar zich ook nog niet volledig geëquipeerd voelt in die rol. Als het gaat om de vraag in hoeverre de raad het gevoel heeft met de huidige informatievoorziening in positie te zijn gebracht, dan is het gemiddelde cijfer voor het kaderstellen een 5,9 en voor het controleren is dat een 5,8. De raad maakt door middel van moties, amendementen en discussienotities gebruik van haar formele instrumenten om (bij) te sturen. De inhoudelijke kaders zijn vooral gesteld in het regionale beleidsplan 2020-2023. Deze zijn unaniem door de gemeenteraad overgenomen en vastgesteld.

De raad heeft geen aanvullende kaders toegevoegd aan dit regionale beleidsplan. Er wordt een gezamenlijke verantwoordelijkheid gevoeld voor dit thema en men trekt ook met elkaar op binnen de raad. Alhoewel iedere partij zijn speerpunten heeft, wordt het onderwerp jeugdhulp inhoudelijk in de regel niet politiek gemaakt. Raadsvoorstellen kunnen bijna altijd rekenen op unanieme steun vanuit de raad. Uit de enquête en de interviews komt naar voren dat de inhoudelijke kaders en doelen voor de jeugdhulp en de daarbij behorende indicatoren niet erg bekend zijn bij de raad.

45/60 Rapport Sturing op jeugdhulp – Rekenkamercommissie ‘s-Hertogenbosch

Er is in de online vragenlijst ook gevraagd of raadsleden op de hoogte zijn van de indicatoren die gekoppeld zijn aan de doelstellingen. Van de 25 raadsleden geven er slechts drie aan dat zij deze kennen. Daarbij geeft de raad (maar ook andere respondenten) aan dat de doelen in hun beleving nog onvoldoende SMART geformuleerd zijn. Het meer SMART maken van de doelstellingen wordt door de meeste geïnterviewden geduid als een ‘ontwikkelproces’. De huidige kaders zijn al concreter dan de vorige en de opgave is om in het volgende beleidsplan de kaders verder aan te scherpen en te concretiseren. De raad kan hier uiteraard ook zelf een rol in vervullen door zelf initiatief te nemen door bijvoorbeeld een doelstellingendebat te organiseren. Ook als het gaat om informatie om te controleren, dan is de raad, blijkens de interviews, zich ervan bewust dat zij zelf scherper kan zijn in de uitvraag om informatie.

46/60 Rapport Sturing op jeugdhulp – Rekenkamercommissie ‘s-Hertogenbosch

Paragraaf 5

Rol van de raad in de regio

In deze paragraaf gaan we in op de vraag waar en op welke onderdelen de raad invloed kan uitoefenen op de centrumregeling. Onderzoeksvraag 4. Waar en op welke onderdelen en momenten kan de gemeenteraad invloed uitoefenen op de centrumregeling?

Norm ● De positie van ‘s-Hertogenbosch als centrumgemeente is voldoende helder bij de raadsleden. ● De mogelijkheden om te kunnen (bij)sturen zijn bekend bij de raadsleden. Er is een overzicht van instrumenten en momenten waarop dit kan. ● Er is contact en samenwerking met de raden van de andere deelnemende gemeenten van de centrumregeling.

5.1 Positie in (een) centrumregeling als gemeenteraad De gemeenten in Noordoost Brabant hebben hun samenwerking op het terrein van de jeugdhulp geregeld en georganiseerd in de ‘Centrumregeling Jeugdhulp 2020’. In deze centrumregeling zijn onder andere afspraken gemaakt over de uitvoering van een aantal taken door de centrumgemeente ‘s-Hertogenbosch, voor en namens de deelnemende gemeenten, en de samenwerking op het gebied van beleid. De centrumregeling bevat geen bepalingen over de rol van de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten c.q. de raad van de gemeente ‘s-Hertogenbosch als uitvoerder van de centrumregeling. Besluiten die door de raden genomen moeten worden, gaan via de ‘eigen’ lijn van de gemeente. De gemeenteraad van ‘s-Hertogenbosch heeft dus formeel geen bijzondere of andere positie ten opzichte van de raden van de andere deelnemende gemeenten. Uit de gesprekken komt wel naar voren dat de raadsleden het gevoel hebben dat in andere regiogemeenten meer ‘beleidsvrijheid’ wordt genomen dan in ‘s-Hertogenbosch. Volgens hen maken andere gemeenten ook lokale beleidsplannen, naast het regionale beleidsplan. In de online vragenlijst is ook gevraagd aan de raad in hoeverre zij het gevoel hebben dat er sprake is van een effectieve samenwerking in de regio.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9991849/1