Bijlage 1. Overdrachtsdocument BrabantStad 2022
Tekst van het document
-22-
Themalijn 3. Duurzame verstedelijking Richtinggevende trends en ontwikkelingen
CO2-uitstoot zijn daarom urgent. Ook de biodiversiteit neemt af. • Een gezonde en groene directe leefomgeving en de kwaliteit van het landschap wordt steeds bepalender voor het woon- en leefklimaat in de steden en dorpen: het gaat daarbij om de nabijheid, toegankelijkheid en de kwaliteit het landschap en de kwaliteit van de openbare ruimte. • Ook de menselijke factor – maatschappelijk draagvlak, de sociale component/inclusiviteit en noodzakelijke gedragsverandering - is bepalend om doelen te bereiken en tot resultaat te komen.
• Er is een nieuw stedelijk Brabant aan het ontstaan. Brabant vernieuwt van binnenuit. De stedelijke innovatiemilieus liggen meestal in de bestaande stad: in spoorzones, verouderde bedrijventerreinen en de zones in en rond de centra van de steden. • Er ligt een grote bereikbaarheidsopgave voor stedelijk Brabant: er is een sterke toename van de verkeerscongestie op het hoofd- en regionaal/stedelijk wegennet in Brabant, maar ook van ketenmobiliteit en van personenvervoer per trein en per bus, waarbij de capaciteit van het openbaar vervoer in en tussen de steden tegen grenzen aanloopt. • Er is een grote kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwopgave: de groei van de woningvoorraad komt de komende jaren vooral op het conto van gezinsverdunning en buitenlandse migratie. • Er ligt een kwantitatieve en kwalitatieve opgave voor het “werken”: ruimte voor bedrijvigheid op goed bereikbare plekken in en bij de steden/dorpen: het zorgen voor nabijheid/ OV-bereikbaarheid en het creëren van interessante interactiemilieus. • Er ligt een opgave om het stedelijk gebied te verduurzamen. Het klimaat verandert: het wordt heter, natter, droger en de zeespiegel stijgt. Klimaatadaptieve verstedelijking en klimaatmitigatie/het verminderen van
Specifieke stedelijke opgaven die we in BrabantStad verband oppakken De opgave voor verduurzaming van het stedelijk gebied is veelomvattend. Die betreft behalve de 15% die er tot 2040 wordt toegevoegd ook de 85% die er nu al staat. Het gaat onder andere om het klimaatrobuust maken en vergroenen van het stedelijk gebied, het realiseren van de energietransitie, het verminderen van de CO2-uitstoot (Klimaatwet: 55% in 2030, 100% in 2050), het sluiten van kringlopen, het bevorderen van een circulaire samenleving en het verbeteren van de leefbaarheid en de gezondheid. Volle kleuren in het Brabants Mozaïek vragen om wederkerigheid tussen stedelijkheid, dorpse kwaliteiten en het -23-
Overdrachtsdocument BrabantStad
landschap op alle opgaven, inclusief de verbindingen in het netwerk. Meervoudig ruimtegebruik wordt steeds belangrijker, zowel in het bebouwd gebied als in het buitengebied: de ruimteclaims voor energie, klimaat, landbouw en veeteelt, natuur, verkeer, wonen en werken passen niet meer naast elkaar Brabant. Er zijn scherpe keuzes nodig.
•
•
Actielijnen/speerpunten: wat gaan we doen? Het is van belang al deze opgaven met elkaar te verbinden en te concretiseren in een integrale aanpak. Hiertoe heeft het BO MIRT van 25 november 2020 het startsein gegeven om een Verstedelijkingsstrategie voor stedelijk Brabant op te stellen, die uitgewerkt wordt in verstedelijkingsakkoorden voor vier stedelijke regio’s van stedelijk Brabant. Dat wil zeggen de stedelijke regio’s Eindhoven-Helmond, Breda-Tilburg, ’s-Hertogenbosch en Bergen op Zoom-Roosendaal (West Brabant-West). In aanvulling hierop: • De stuurgroep voor de verstedelijkingsstrategie bestaat uit de portefeuillehouders van de summit Economisch Vestigingsklimaat, een bestuurder namens de waterschappen, portefeuillehouders van Bergen op Zoom en Roosendaal en directeuren van de ministeries van Binnenlandse Zaken en Infrastructuur & Waterstaat, Gezien de integraliteit van de verstedelijkingsstrategie waren er ook verbanden met de summits Slimme en duurzame mobiliteit en Gezonde en duurzame leefomgeving. Dit heeft geleid tot gecombineerde summitoverleggen. Ook in de themalijn Duurzame verstedelijking ligt een opgave om de integraliteit te waarborgen in het gesprek en de samenstelling van het overleg.
• Het voorstel voor de taken op hoofdlijnen van de themalijn Duurzame verstedelijking is om samen met de Brabantse waterschappen: - De opgaven voor duurzame verstedelijking en de thematische deelopgaven daarbinnen te bespreken en in samenhang af te stemmen; - Toe te werken naar afspraken tussen Rijk, provincie, waterschappen en (samenwerkende) gemeenten op twee schaalniveaus; * Afspraken over de integrale opgaven voor stedelijk Brabant als samenhangend geheel; * Integrale verstedelijkingsakkoorden voor de vier stedelijke regio’s daarbinnen. - De besluitvorming in het BO MIRT en BO Leefomgeving voor te bereiden m.b.t. de verstedelijkingsstrategie en de vier verstedelijkingsakkoorden; - Gezamenlijke activiteiten te organiseren om kennis te delen, elkaar te inspireren en nieuwe inspiratie op te doen. Nuttige instrumenten hiertoe zijn werkbezoeken en het zogenaamde Cabrio-overleg: Overdrachtsdocument BrabantStad
•
•
-24-
een bestuurlijk kijkje in elkaars keuken rond een specifiek thema, op locatie. Het PON & Telos voert een Verkenning Gezonde verstedelijking uit. BrabantStad heeft hiertoe eind 2020 opdracht verleend. De verkenning is nog gaande. De B5-steden, de waterschappen Aa en Maas, Brabantse Delta en De Dommel en de provincie Noord-Brabant zijn partner in de samenwerking binnen Van Gogh Nationaal Park i.o. Ontwikkellijn 3 in het Masterplan van Gogh Nationaal Park is Natuur en landschap tot in het hart van de steden. Opgave voor de nieuwe Stedelijke Agenda BrabantStad is om de groenblauwe opgaven - ook binnen het stedelijk gebied - nog sterker te verknopen met de opgaven voor duurzame verstedelijking. Dit is tegelijkertijd een doorontwikkeling van Ontwikkellijn 3 in het Masterplan VanGoghNP. Voorstel voor specifieke onderwerpen binnen deze themalijn, in samenwerking met de Brabantse waterschappen: - Hoe vergroenen we het stedelijk gebied en maken we het klimaatrobuust? Hoe kunnen vergroenen én verdichten? Op welke hoogte moeten we hiertoe samen optrekken? Daarbij zijn we complementair aan elkaar en draagt ieder naar vermogen bij. En wat kan het Rijk betekenen voor de binnenstedelijke groenblauwe opgaven? Hiertoe stellen we een gezamenlijke propositie op.
- Hoe nemen we bewoners mee / bewerkstellingen we noodzakelijke gedragsverandering? - Hoe kunnen we bij stedelijke verdichting samenwerken met het ommeland in de energietransitie? Hoe kunnen we samen massa maken bij het opschalen van batterijtechnologie en het oplossen van netwerkcongestie? En samen diensten inkopen, bijvoorbeeld voor deelmobiliteit? - Hoe bevorderen we een circulaire samenleving? Ook dit draagt bij aan klimaatmitigatie: het voorkomen van CO2-uitstoot, het vastleggen van CO2 en het terugdringen van het grondstoffengebruik. Voorstel voor algemene uitgangspunten en aandachtspunten hierbij: - Innovatieve trajecten in te zetten; - Bij ieder vraagstuk af te wegen wat de juiste tafel is, dansend tussen de schalen. Daarbij uitgaand van de inhoud: wat is de opgave en wat we willen bereiken, wat is de toegevoegde waarde van BrabantStad? - Gezamenlijk expertise te bundelen; - Gezamenlijk te lobbyen voor het capaciteitsvraagstuk.
Themalijn 4. Cultuur & sport De samenwerking op het gebied van cultuur en sport is in de afgelopen jaren succesvol gebleken. Gezien de specificiteit van de twee werkvelden sport en cultuur is het voorlopig wenselijk om sport en cultuur los van elkaar te organiseren om voldoende focus en diepgang te kunnen realiseren. Het is aan de nieuwe stuurgroep te bepalen of deze thema’s definitief gesplitst moeten in separate themalijnen.
groei (aantrekkelijk en concurrerend).
Specifieke stedelijke opgaven die we in BrabantStad verband oppakken • Culturele infrastructuur is gemeente overstijgend. Samen vormen we één cultuurregio. Het is daarom van belang samen op te trekken. • We hebben al afspraken gemaakt in 2018, die zijn vastgelegd in het Regioprofiel. Met dit document hebben wij ons als cultuurregio ook geprofileerd in Den Haag. • Als BrabantStad hebben we een Cultuurconvenant gesloten voor de periode 2021-2024 met het ministerie van OCW.
Thema Cultuur Richtinggevende trends en ontwikkelingen • Schade aan de cultuursector vanwege Corona en traject voor herstel. • Nieuwe kansen door Corona, waaronder nieuwe werk- en presentatievormen, nieuwe vormen van publiekswerking, een verlaagde drempel van internationaal online werken. Tegelijkertijd ook nieuwe urgenties, zoals de maatschappelijke waarde van kunst en cultuur. • Op alle overheidslagen vragen over de rolverdeling binnen het bestel. • Minister spreekt met stedelijke cultuurregio’s. • Ongelijke verdeling van Rijkscultuurmiddelen in Nederland. • Druk op beschikbare ruimte in de steden voor cultuur bij groei (borgen voorzieningen/werkruimtes en woonruimte) en tevens noodzaak voor een goed cultureel aanbod bij
Actielijnen/speerpunten: wat gaan we doen? Prioriteiten voor de korte termijn: • Herstel van de cultuursector na Corona. • Meerjarensubsidies: vervolgacties n.a.v. evaluatie Lysias met de evt. vormgeving van een nieuwe regeling. We besteden hierbij hoe dan ook aandacht voor administratieve lastenverlichting voor de sector. • Lobby en profilering BrabantStad in Den Haag. • Rolneming in het cultuurbestel, met daarbij aandacht voor professionele kunsten en cultuureducatie. • Herijking ambities regioprofiel, uitwerking werkplan 2023-2024. -25-
Overdrachtsdocument BrabantStad
Specifieke stedelijke opgaven die we in BrabantStad verband oppakken
• Heldere communicatie van onze activiteiten onder de vlag van BrabantStad Cultuur op de site van Kunstloc en (waar relevant) de website van BrabantStad.
• Gezamenlijke strategie ontwikkelen en acties ondernemen om sport, bewegen en gezondheid op uitvoerende agenda’s te krijgen en te houden van andere beleidsterreinen omdat het verbeteren van de vitaliteit van de Brabander vraagt om een brede en integrale aandacht voor dit onderwerp. • Het provincie breed organiseren van een breed en bereikbaar sportief aanbod en uitnodigend sportief klimaat, georganiseerd en ongeorganiseerd, op sportaccommodaties en in de openbare ruimte. Met name op de onderwerpen uniek sporten, talent ontwikkeling innovatie en evenementen is samenwerking noodzakelijk om aan dat streven ook inhoud en kwaliteit te kunnen geven. • De intrinsieke waarde van sport nadrukkelijk benoemen en benutten in een breed en integraal gezondheidsbeleid. Hierover allianties sluiten met zorgverzekeraars. • Met het verdichten van de steden en noodzakelijke woningbouw in de provincie is het van belang om ruimte voor sport te behouden en te maken. Dit betreft dan zowel het sporten in de openbare ruimte als voorzieningen (zoals velden, sporthallen etc.).
Voortzetten van de bestaande programmalijnen in 2022 (in afwachting van de herijking van de ambities uit het regioprofiel): • Talentontwikkeling (ruimte voor makers in iedere fase van de carrière) • Internationalisering (verstevigen internationale positie van Brabant en de Brabantse cultuursector) • Cultuureducatie en -participatie (de ontwikkeling van cultuurbegrip en deelname aan kunst en cultuur) • Publiekswerking (voor alle Brabanders een passend aanbod) • Waarde van cultuur (inzicht in inhoudelijke ontwikkelingen binnen de cultuursector, met in het bijzonder aandacht voor het vergroten van de bruikbaarheid van dit instrument) Ter verkenning van de nieuwe lijn: • Verbinding van cultuur met maatschappelijke opgaven en vice versa. Bijvoorbeeld middels de programmalijn cultuurparticipatie waarmee kunst en cultuur in relatie worden gebracht met thema’s als kwetsbare jongeren, ouderen, gezondheid, duurzaamheid et cetera. Zo dragen we bij aan de toekomstbestendigheid van de cultuursector, zonder te tornen aan de artistieke autonomie van makers en organisaties.
Actielijnen/speerpunten: wat gaan we doen? Prioriteiten voor de korte termijn: • Volgen van de gevolgen van Corona op de sportdeelname • Bewaken van de ontwikkelingen binnen de georganiseerde sport, de commerciële • Sportaanbieders en ongeorganiseerde sport. Kennis en ervaringen uitwisselen en interventie strategieën bedenken.
Thema Sport Richtinggevende trends en ontwikkelingen • Schade aan de georganiseerde sportinfrastructuur vanwege Corona. Trend meer individueel sporten wordt versterkt. • Oplopende gezondheidsklachten, welvaartsziekten en toenemende bewegingsarmoede, zeker ook bij kinderen. • Groeiende behoefte voor het sporten en bewegen in de openbare ruimte. • Gevolgen voor de sportdeelname op langere termijn, zeker bij mensen met een beperking • Groeiende tweedeling in sportdeelname en gezonde leefstijl. • Corona kent naast fysieke gevolgen ook mentale impact. • Sportevenementensector staat onder druk, met als gevolg teruggang in aanbod en in bestedingen in de vrijetijdseconomie. • Groeiende aandacht voor preventie, gezondheid en de maatschappelijke waarde van bewegen is een enorme kans. “Bewegen het nieuwe normaal”. • Vanuit het ministerie van VWS is er meer regie/ betrokkenheid op het sportdossier in de volledige breedte. Overdrachtsdocument BrabantStad
Nieuwe afspraken maken voor de komende 4 jaar over samenwerken op het gebied van: • Topsportevenementen • Uniek sporten (inclusief sporten) • Talentontwikkeling • Innovatie in de sport • Inzet voor sport als middel • Ruimte voor sport en bewegen • Lobby Prioriteiten voor de langere termijn Het sport-, bewegen- en gezondheidsdenken blijven stimuleren binnen de andere beleidsvelden. Dus andere sectoren uitdagen om expliciet te maken wat zij bij kunnen dragen aan een optimale omgeving om mensen in een positieve houding en gedrag te ondersteunen of faciliteren bij het organiseren van ‘positieve gezondheid’ op individueel niveau. -26-
Themalijn 5. Sociaal/maatschappelijk Deze themalijn bouwt voort op het bestaande informeel overleg van de vijf steden met betrekking tot het sociaal domein. Doel voor de komende periode is om binnen deze themalijn de sociaal-maatschappelijke en fysieke kant meer bij elkaar te brengen, om zo ook de synergie met de provincie op te zoeken. Daarbij houden we rekening met de uitgangspunten van de propositie Winst van het sociaal domein: bestaanszekerheid, kansengelijkheid en gezond leven. Wij zien kansen in het inhoudelijk verbinden van de scope van het sociaal domein aan thema’s als onderwijs-arbeidsmarkt, gezondheid en preventie en wonen.
• Sociale samenhang komt meer onder druk te staan. We zien een toenemende intolerantie richting groepen inwoners (asielzoekers, statushouders, LHBTIQ+, daklozen). Leefbaarheid in kwetsbare wijken staat onder druk, we zien veel maatschappelijke onvrede en toenemende polarisatie. • Onzekerheid van bestaan neemt toe. Stijgende kosten voor levensonderhoud (energie, brandstof, levensmiddelen). Er is onvoldoende inkomen (uit werk of uitkering), er is meer (verborgen) armoede en schulden, ook bij werkenden, en er is onvoldoende passende huisvesting. • Problemen op de arbeidsmarkt nemen toe. Aanbieders basis- en specialistische ondersteuning krijgen nog meer personeelstekorten. Over het algemeen staan overheden, werkgevers en partners samen aan de lat om het relatief grote onbenutte arbeidspotentieel goed in te zetten. Het aanbod van werk sluit niet goed aan bij dit onbenut arbeidspotentieel. Aan de andere kant zien we wel voor het eerst in Nederland een krimpende beroepsbevolking.
Richtinggevende trends en ontwikkelingen • Tweedeling in de samenleving neemt toe. Deze wordt versterkt door de Coronacrisis. De tweedeling kan bestaan tussen groepen inwoners, maar ook tussen buurten en wijken. Zichtbaar in gezondheid, kansen in onderwijs en op de arbeidsmarkt. Jongeren zijn steeds meer vatbaar voor verleidingen crimineel circuit (relatie ondermijning). • Vertrouwen in de overheid, in gezag en in instituties is historisch laag. Veel Inwoners (met name uit de kwetsbare huishoudens) hebben een zeer laag vertrouwen in de overheid (Rijk en gemeenten). Ook in de relatie die overheidsinstanties hebben met uitvoerende partijen is herstel van vertrouwen nodig. -27-
Overdrachtsdocument BrabantStad
De inhoudelijke prioriteiten voor de steden liggen op drie thema’s: • Aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt • Gezondheid en preventie (niet smal gericht op milieu, maar breder), ook in relatie tot de transformatieopgave sociaal domein breed • Hervormingsagenda jeugd (waarbij de betrokkenheid van de provincie naar verwachting beperkt zal zijn)
• Problemen op de woningmarkt nemen toe (sociale- en middenhuur). Er is een groot tekort aan betaalbare huisvesting voor bijvoorbeeld groepen in een kwetsbare positie en voor starters. Bovendien is er een tekort aan innovatieve woonzorgvormen. Groepen “concurreren” met elkaar voor de beperkt beschikbare woningen en keuzes bij toewijzing van die woningen kunnen leiden tot meer intolerantie en onvrede. • Vergrijzing zet versneld door. Het aantal hulpbehoevende thuiswonende 80-plussers neemt de komende jaren fors toe. Het gaat nu om landelijk 800.000 en in 2040 naar verwachting om 1,5 tot 2 miljoen. • Gebruik van zorg en zorgkosten nemen toe. Nu gaat er landelijk € 100 mrd naar de zorg, in 2040 naar verwachting € 175 mrd. Zorgpremies gaan fors stijgen. Inkomsten gemeenten houden hiermee voorlopig geen gelijke tred. • Toenemende aandacht voor gezondheid. Er is meer aandacht voor (selectieve) preventie en vroegsignalering, voor gezonde leefstijl (voeding, bewegen) en gezonde leefomgeving en voor infectieziektebestrijding (GGD).
Actielijnen/speerpunten: wat gaan we doen? We onderscheiden vier actielijnen voor de periode 2022-2026: 1. Kennis delen en programmatisch ontwikkelen: Samen weten we meer. We maken een jaaragenda met onderdelen waar we vanuit BrabantStad verder op willen ontwikkelen; daarin wordt de link gemaakt met in ieder geval de onderwerpen zoals hierboven beschreven bij trends en ontwikkeling. Dat kan ook breder zijn dan het Sociaal Domein, bijvoorbeeld via de link met de woonopgave of energiearmoede. 2. Vraagstukken ophalen, bespreken, bediscussiëren en eventuele standpuntbepaling: Bespreken van de actualiteit, wat speelt er in de steden en de provincie en waar loopt men tegenaan. Op basis van deze punten kan worden bekeken wat mogelijke vervolgstappen zijn (in de eigen stad, richting onze eigen steden gezamenlijk, richting Rijk, G40, IPO of richting stakeholders). 3. Peer-to-peer: Goede voorbeelden delen en bespreken, vergelijken, elkaar inspireren en van elkaar leren. 4. Bespreken landelijke ontwikkelingen en afstemmen lobby: De landelijke ontwikkelingen volgen we en in afstemming bekijken we hoe we landelijke (gemeentelijke) lobby’s (met name vanuit de VNG en G40) vanuit BrabantStad kunnen versterken. Daarnaast wordt ook bekeken of een eigen lobbylijn nodig is, als deze vanuit bijvoorbeeld de VNG of G40 niet wordt opgepakt.
Specifieke stedelijke opgaven die we in BrabantStad verband oppakken De trends en ontwikkelingen zijn voelbaar in het hele land, in alle gemeenten. In de steden zien we deze trends en ontwikkelingen vaak sterker en/of geconcentreerder plaatsvinden. We hebben vooral de rol om met goede voorbeelden te komen; wat doen we zelf al en wat is er nodig om die beweging te versterken, te versnellen en/of te borgen. Daarin kunnen we zelf meer naar buiten komen, en we kunnen lopende lobbylijnen versterken. De opgaven worden nog nader gespecificeerd in de definitieve Stedelijke Agenda en de voorgestelde jaaragenda’s. Voor komende periode verwachten we daarin in ieder geval de in de propositie Winst van het sociaal domein genoemde opgaven: gezond leven makkelijker maken, bestaanszekerheid verbeteren, kansengelijkheid bevorderen. Ook bijvoorbeeld jeugd (in verband met de lopende hervormingsagenda jeugd en de reeds lopende (boven) regionale samenwerking binnen Brabant) kan als opgave worden opgetekend. We richten ons daarbij specifiek op thema’s en projecten waarbij overlap bestaat tussen de beleidsdoelen van de steden én de provincie.
Overdrachtsdocument BrabantStad
-28-