CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Ontwikkelkader de Vliert fase 1

Gemeenteraad 7 mei 2025, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Ontwikkelkader De Vliert fase 124.638 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Naast mogelijkheden voor jongeren en starters biedt de nieuwbouw mogelijkheden voor doorstromers, waaronder ouderen uit de buurt die willen doorstromen naar een gelijkvloerse woning.

Pagina 39

Pagina 40

Vormen van gemeenschappelijk wonen zijn essentieel. Dit komt niet alleen terug in de projecten voor collectief particulier opdrachtgeverschap (CPO) die we in het plan voorzien, maar vinden we minstens zo belangrijk in wooncomplexen. Het vormgeven van deze gemeenschappen vormt onderdeel van de nadere uitwerking per deelgebied. Kleinschalige clusters voor wonen met zorg en/of begeleiding maken daar onderdeel van uit. Omdat we het waardevolle groen in het gebied vanuit het overall principe van gezondheid willen behouden en versterken ligt de nadruk in de Vliert op appartementen, aangevuld met grondgebonden woningen in nieuwe stedelijke woonconcepten. Het bestuursakkoord 2022-2026 geeft richting aan de programmatische keuzes voor de woningdifferentiatie. Ingezet wordt op de volgende verdeling voor het totale plangebied van fase 1: • 30% sociale huur • 30% middenhuur • 10% betaalbare koop • 30% vrije sector (duurdere huur- en koopwoningen)

Behalve wonen is er in de Vliert ook ruimte voor andere functies. In diverse gebouwen worden op de begane grond (ook wel: de plint) vrije ruimten opgenomen in het programma voor andere functies en voorzieningen: totaal circa 3.000 m2 in fase 1. Dit heeft meerdere doelen: het zorgt ervoor dat wandel- en fietsroutes kunnen worden begeleid door aantrekkelijke plekken langs die routes, het verhoogt de levendigheid van het gebied door het stimuleren van ontmoeting en interactie en het verhoogt de sociale controle langs de routes. Functies die in deze plint van de gebouwen passend worden geacht, zijn bijvoorbeeld: werken aan huis, maatschappelijke functies (zoals kinderopvang, buurtkamer) en zorgfuncties. Hierna wordt daar kort op ingegaan. Kantoren, horeca en maatschappelijke voorzieningen In alle deelgebieden, maar met name in Vliertpoort zien wij kansen voor het combineren van woningen met kantoorprogramma in de plint. Kantoren stimuleren daarmee ook het gebruik van het station en zorgen voor meer levendigheid. In het gebied zijn ook kansen voor kleinschalige bedrijvigheid die verspreid over het gebied in de plinten kunnen worden toegevoegd, zoals flexwerkplekken, makers, ateliers en bedrijfjes aan huis.

Per deelgebied is dit programmatisch uitgangspunt verder uitgewerkt in een indicatief programma per deelgebied. Zie onderstaande tabel. De genoemde aantallen zijn indicatief met een marge van 5%.

Deelgebied

Totaal aantal woningen (+/-)

sociale huur

Vliertpoort - noordoost

300

75%

Vliertpoort - noordwest

360

25%

Vliertpoort - zuidoost

240

30%

Vliertpark - noordwest

300

Vliertpark - noordoost

230

Vliertpark - zuid

40-60 (mede afhankelijk van het al dan niet inpassen school

25%

25%

goedkope koop

midden huur

duur

25% 25%

25%

35%

15%

20%

50%

30%

70%

50%

75%

Pagina 41

Zoals opgenomen in de horecavisie (2020) liggen er ook kansen voor een horecavoorziening in het (nieuw te ontwikkelen) parkgedeelte waarbij het horeca-concept zich voegt in de omgeving en van aanvullende kwaliteit is. Een kleinschalige ontmoetingsplek in het park levert een belangrijke bijdrage aan de doelstellingen op het thema gezondheid. Ook liggen er kansen voor een kleinschalige horecavoorziening (daghoreca) in de directe nabijheid van het station. Die verlevendigt de foyer en is een aantrekkelijke voorziening voor de wachtende of flexibel werkende reiziger. Het is zowel voor de nieuwe bewoners, als voor de bewoners uit de bestaande omgeving een uitnodiging om het park in te gaan, te bewegen en elkaar hier te ontmoeten. De sociaal-maatschappelijke opgave pakken wij op in nauwe samenwerking met andere organisaties, zoals woningcorporaties, zorginstellingen en scholen. Het is belangrijk om sterk gezamenlijk op te trekken. Zeker omdat in de Vliert straks ongeveer vierduizend mensen wonen. De komende tijd maken we de benodigde maatschappelijke voorzieningen in de nieuwe stadswijk concreet. We letten daarbij ook op de behoefte uit en de relatie met omliggende gebieden. Het aanbod van wijkvoorzieningen, kinderopvang, medische zorg en onderwijs stemmen we af op de toekomstige bewoners en de fasering van de gebiedsontwikkeling.

Op basis van de onderwijsprognoses (zie bijlage 2) is er naar verwachting behoefte aan een kindcentrum (basisschool met buitenschoolse en dagopvang), waarvoor we een concrete plek hebben gereserveerd. Er is in het plan geen ruimte voorzien voor nieuwe zelfstandige detailhandel. Eventuele uitruil door middel van sanering van bestaande vierkante meters detailhandel in de nabijheid is voorstelbaar. Sport en recreatie (fase 2) Stadion De Vliert en het Sportiom leveren een belangrijke bijdrage aan de nieuwe gezonde stadswijk. Hier komen mensen vanuit de buurt en de regio. Voor de nieuwe stadswijk heeft het nu al veel te bieden, maar wij zien kansen om op termijn de aantrekkingskracht verder te versterken en meerwaarde te creëren voor de buurt. Daarom zullen in een latere fase (fase 2) ook voor dit deel van het plangebied de ambities en kaders worden opgesteld.

Pagina 42

Daarbij willen we onder andere onderzoeken of de aantrekkingskracht versterkt kan worden door het toevoegen van passende functies en vormen van sportieve recreatieve vrijetijdsbesteding. Zoals bijvoorbeeld een trampoline- of klimhal. Fase 2 moet een gemengd gebied worden, waarin woningbouw, sport, leisure en talentontwikkeling (waaronder ook het ds. Pierson College) de belangrijkste dragers zijn.

Vliertpoort: hoogstedelijke stadsblokken.

Kortom: in en rondom Stadion De Vliert bezien we welke nieuwe functies we hier kunnen toevoegen, die een economische of maatschappelijke meerwaarde hebben voor de stad. Dit kan bijdragen aan een gezonde exploitatie en duidelijke profilering van het stadion. Het zorgt tegelijk voor een divers aanbod in de nieuwe stadswijk.

Organiserende principes voor de stedenbouw Het leidende principe voor de Vliert is het creëren van een gezonde leefomgeving, gericht op ontmoeting en met aandacht voor de menselijke maat. De stedenbouwkundige principes zijn, samen met de inrichting van de openbare ruimte en de uitgangspunten voor de beeldkwaliteit, hierop gebaseerd.

Vliertpark: landschappelijke leefomgeving in hoge dichtheid.

Dit heeft geleid tot de volgende organiserende stedenbouwkundige principes voor de eerste fase van de Vliert: 1. Twee buurten met elk een eigen identiteit en gebouwtypologie. 2. Verbonden groen op alle niveaus. 3. Begeleiding van routes en verblijfsplekken met woningen en programma in de plinten. 4. Hoogteopbouw passend bij de plek. Op de volgende pagina’s worden deze principes toegelicht.

Pagina 43

Principe 1: twee buurten met elk een eigen identiteit en gebouwtypologie Vliertpoort Vliertpoort is het gebied rondom de OV-knoop Station Oost. Het vormt de entree naar de stad en is herkenbaar aan de grotere schaal van de omgeving met wegen en bomenlanen. Hier wordt hoogstedelijk gebouwd in de vorm van stadsblokken met woontorens. De stadsblokken hebben aan de buitenzijde heldere wanden en begeleiden de openbare ruimte van de foyer. Aan de binnenzijde ontstaat een rustig en geluidsluw hof met een publiek toegankelijk karakter en een beschutte en collectieve verblijfskwaliteit voor de bewoners. Op een aantal strategische posities zijn op de stadsblokken hogere woontorens geplaatst. Samen vormen zij een beeldbepalend ensemble dat past bij de schaal van plek en de entree van de stad. Er is samenhang in de maat en de schaal van de stadsblokken in Vliertpoort; deze vormen straks één geheel rondom het station.

Vliertpoort

Vliertpark

Pagina 44

Vliertpark Vliertpark-noord wordt een groenstedelijk woongebied. Langs de Stadionlaan komt een stedelijke wand van woongebouwen, die het geluid van spoor en Stadionlaan afschermt. De woningen aan de Stadionlaan zijn onderdeel van het parkmilieu dat doorloopt tot aan de spoordijk. Daarachter is een informele wereld met lossere bebouwing (urban villa’s) in het groen. Op deze plekken is ook ruimte voor CPO-initiatieven. Tussen de losse bebouwing ontstaan collectieve parkhoven waar maximaal gewoond wordt aan het park en ruimte is voor ontmoeting. Het park is voor iedereen toegankelijk en is overal zichtbaar. De bewoners en bezoekers parkeren in het parkeerhuis, zodat er geen auto’s op maaiveld in het gebied zijn en de openbare ruimte zo groen mogelijk kan worden ingericht. Het parkeerhuis krijgt een plint met deels ook aanvullende functies. Het oriënteert zich alzijdig en wordt maximaal landschappelijk ingepast met begroeide gevels, als onderdeel van het park. Alleen het meest westelijke bouwvlak (dat het verst van het parkeerhuis ligt) krijgt een eigen parkeervoorziening, onder en tegen de gebouwen. Vliertpark-zuid is een meer kleinschalige ontwikkeling ten zuiden van de (voormalige) Aartshertogenlaan. Het vormt in maat en schaal de overgang naar de bestaande wijk. Hier willen we ruimte bieden voor woningen die in collectief particulier opdrachtgeverschap (CPO) worden ontwikkeld.

Daarnaast reserveren we hier ruimte om indien nodig een basisschool/kindcentrum te realiseren. Deze ontwikkeling draagt ook bij aan de sociale samenhang in het gebied en aan de levendigheid in het park. In de westelijke groenstrook zijn tussen de bestaande bomen twee compacte alzijdige woongebouwen of cluster(s) van woningen voorzien die hun adres hebben aan de Aartshertogenlaan. De woningen zijn ook georiënteerd op routes door het park naar de bestaande buurt Graafsebuurt Noord om zo bij te dragen aan sociaal veilige routes. De meest oostelijke locatie wordt gereserveerd voor een kindcentrum. Deze school met kinderopvang ligt daarmee op een goed toegankelijke locatie aan de doorgaande (nieuwe) fietsroute naar Vliertpark-noord en de Herven.

Principe 2: verbonden groen op alle niveaus Alle gebouwen staan met de voeten in het groen en dragen bij aan het groene karakter van het hele gebied. Dit groen is er in veel vormen. Van openbaar naar collectief naar privé. Van park tot foyer. Van rustige naar levendige plekken. Op het maaiveld, aan de gevel en op de dakterrassen en daken. Ieder ontwikkelveld heeft één of meerdere groene collectieve plekken die verbonden zijn met het openbaar gebied. Hier kan worden gespeeld, gewandeld en gefietst en er is volop ruimte voor verblijf en ontmoeting. Er zijn overgangszones tussen openbaar en privé, waarin plek is voor een privé buitenruimte en geveltuinen met verticale beplanting en terrassen. Begroeide gevels en daken spelen een belangrijke rol in de uitstraling en leefbaarheid van de gebouwen en gezondheid van de bewoners; het geeft verkoeling en geeft beschutting. Openbaar.

Collectief.

Privé.

Principe 3: begeleiding van routes en verblijfsplekken door woningen en programma in de plint De situering van alle gebouwen in Vliertpoort is gericht op de begeleiding van routes en verblijfsplekken in het gebied. De stadsblokken dragen bij aan de leefbaarheid van de foyer door de gevelwanden die de openbare ruimte begeleiden. Langs de stedelijke ontvangstruimte van de foyer wordt daarbij maximaal ingezet op openbare of collectieve voorzieningen in de plinten. Hierdoor ontstaat een levendig stedelijke ontmoetingsruimte met bijvoorbeeld een kleinschalige (dag)horecavoorziening bij het station en in het park, een buurthuiskamer of flexwerkplekken. Langs de rustigere randen en aan de collectieve binnenhoven wordt op de begane grond gewoond, wat gunstig is voor de sociale veiligheid. Ook in het Vliertpark begeleidt de bebouwing de hoofdroutes door het gebied.

Pagina 45

Op een aantal plekken in het park is ruimte voor voorzieningen in de plint. Deze liggen op locaties waar programma bijdraagt aan de betekenis van de plek en het stimuleren van ontmoeting. Dit is in de plint van het gebouw aan het water bij de entree van het Vliertpark en centraal in het park waar de twee nieuwe fietsroutes bij elkaar komen. Daarnaast is er ruimte voor programma ter hoogte van de kruising van de nieuwe fietsroute vanuit de Herven op de Stadionlaan. Op de overige plekken wordt er op de begane grond gewoond aan het park.Tot slot begeleidt de bebouwing ook de routes tussen de verschillende deelgebieden. De Vliertpoortkavel ten zuidoosten van het station is een belangrijke schakel tussen Vliertpoort en Vliertpark met routes naar het station en vice versa.

Principe 4: hoogteopbouw passend bij de plek Het voorgestelde ensemble van stadsblokken creëert een nieuw stedelijk landschap rondom het station met ruimte voor vier torens in de categorie XL (6080 m). De stadsblokken hebben allemaal een andere maatvoering. De hoogte van de torens varieert in de stadsblokken, omdat deze in verhouding staan tot de grootte van de het binnenhof. De hoogte van de torens is daarom maximaal circa

Hoogteopbouw vergroot beleving van het park: van parkbodem tot wonen in de boomkroon.

Hoogteaccenten vormen ensemble rondom station. Aansluiting op maat en schaal bestaande woonwijk.

Pagina 46

60 meter (20 bouwlagen) in de stadsblokken op de noordwest- en zuidoostkavels rondom het station, tot maximaal circa 70 meter (ca. 23 bouwlagen) in het stadsblok aan de Hervensebaan. De overige bebouwing in de stadsblokken varieert in hoogte van vier tot acht bouwlagen. Voor voldoende daglichttoetreding in de collectieve binnenhoven is af en toe lagere bebouwing nodig zodat er voldoende zonlicht in de hof kan komen, terwijl langs de grootschalige doorgaande wegen hogere bebouwing mogelijk is. Door het toepassen van verschillende hoogtes in de blokken ontstaat tegelijkertijd een gevarieerd gevelbeeld, wat nodig is om hier een prettig woon- en leefklimaat te realiseren. De bouwhoogte in Vliertpark loopt trapsgewijs op van zuid naar noord. In het zuiden sluit de hoogte aan op de bestaande bebouwing van de Vliert. In het middengebied staan losse alzijdige gebouwen in drie tot vier bouwlagen aan het groene hart. Aan de Stadionlaan staan hogere gebouwen van zes tot acht bouwlagen, vergelijkbaar met de boomkroonhoogtes van de volwassen bomen in Vliertpark. De bebouwing wordt hiermee als het ware opgenomen in het park. Deze gebouwen staan het verste van de bestaande buurt en bieden een prachtig uitzicht over het Vliertpark en de laanbeplanting van de Aartshertogenlaan.

Op twee plekken zijn bescheiden hoogteaccenten mogelijk tot circa 35 meter (circa 10 bouwlagen, categorie L: 25-60 m). De losse blokken in het park blijven onder de boomkronen, wat ook geldt voor de clusters in Vliertpark-zuid. Voor het kindcentrum is een deel in één bouwlaag en een deel in twee bouwlagen voorzien.

Hoogbouw In de gemeentelijke Nota Hoogbouw staat het gebied rondom Station Oost genoemd als groene en kleine knoop: een gebied waar sprake is van bundeling van meerdere verkeerssoorten (wegen en openbaar vervoer). In deze gebieden is een hoge stedelijkheid gewenst. Hoogbouw wordt hier gezien als een verzameling of cluster van gebouwen in categorie XL (60-80 meter). Daarnaast biedt de Nota Hoogbouw op deze locatie de mogelijkheid tot het bouwen van een incidenteel object (gebouw) in de vorm van een landmark in de categorie XXL (hoger dan 80 meter).

Hoewel de Nota Hoogbouw dus ruimte biedt voor één solitaire toren hoger dan 80 meter, voorziet dit ontwikkelkader daar niet in. Vanuit de betere leefkwaliteit voor toekomstige bewoners (met name door een beschut binnenhof en het faciliteren van een gemeentschap) en het effect op de omliggende buurten is gekozen voor stadsblokken met een ensemble van meerdere XL-woontorens in plaats van één individueel landmark. Naast de XL- torens in Vliertpoort is er op een aantal plekken in Vliertpark aan de Stadionlaan ruimte voor bebouwing tot 35 meter. Gebouwen hoger dan 25 meter zijn volgens de Nota Hoogbouw ook hoogbouw (categorie L: 25-60 m).

3. Silhouet De consequentie van hoogbouw op de omgeving en op het stadssilhouet van de stad wordt via 3D-presentaties gevisualiseerd. Dit gebeurt vanuit verschillende zichthoeken vanuit de nabijgelegen wijken. Ook vanuit verschillende zichthoeken – ten minste de hoofdwegen, bijzondere openbare ruimten, buitengebied en in relatie met de Sint Jan – zal het effect van plaatsing van de hoogbouw worden nagegaan en beoordeeld. In het kader van dit ontwikkelkader zijn al enkele standpunten vanuit bestaande buurten opgenomen in bijlage 2. In de verdere planuitwerking zal met nader onderzoek moeten worden vastgesteld dat de hoogbouw geen nadelige invloed zal hebben op het silhouet van de stad.

Nota Hoogbouw: onderzoek In de Nota Hoogbouw staan tien onderdelen benoemd waarop torens ruimtelijk onderzocht moeten worden. Bij de uitwerking van de hoogbouw is een ruimtelijk onderzoek vereist waarbij de inpasbaarheid in de omgeving en in het stadssilhouet worden nagegaan. Het onderzoek bevat de volgende onderdelen: 1. Slankheidsbepaling Slankheid is essentieel voor de beleving van hoogbouw en wordt uitgedrukt als slankheidscoëfficiënt: de hoogte van de toren gedeeld door de grootste breedtemaat van de footprint van de toren. Slankheid is met name van belang bij gebouwen, hoger dan 50 meter. De slankheidscoëfficiënt moet dan bij voorkeur 2,6 of meer bedragen. Daarbij moet worden aangetekend dat goede vormgeving, detaillering en materialisering er toe kunnen leiden dat een lagere slankheidscoëfficiënt toch een goed resultaat oplevert. De regel is lastig hanteerbaar bij torens die op een stadsblok staan. In dat geval wordt de slankheidscoëfficiënt vanaf 25 meter toegepast (de hoogte wordt gemeten vanaf maaiveld), vanaf waar we over hoogbouw spreken. 2. Maatwerk Elke locatie vraagt om maatwerk waarbij elke toren zorgvuldig in het bestaande én toekomstige weefsel wordt ingepast. Omdat er sprake is van meerdere torens zullen deze ook ten opzichte van elkaar beoordeeld en geanalyseerd moeten worden.

Nota Hoogbouw.

Pagina 47

4. Architectuur De torens in de Vliert moeten bij ’s-Hertogenbosch horen en bijdragen aan de identiteit van wijk. Het ontwerp moet aansprekend zijn met aandacht voor gevelontwerp, afwerking, textuur en reliëf. De architectuur dient een gelaagdheid te krijgen, zodat het gebouw op grote afstand boeit, maar ook van dichtbij een geraffineerde schoonheid biedt. De torens krijgen een klassieke opbouw: plint, middendeel en beëindiging. Goede hoogbouw is natuurinclusief en draagt bij aan de leefomgeving.

7. De omgevingskwaliteit Het ontwerp van de toren en de inrichting van het maaiveld moeten complementair zijn. Het leven in de plint en in de aangrenzende buitenruimte gaat naadloos in elkaar over. Parkeren, van auto en fiets, gebeurt in gebouwde voorzieningen om de beleving en sociale veiligheid van de buitenruimte te waarborgen. Logistieke oplossingen, zoals afvalbeheer, worden inpandig geregeld. Een plan voor de inrichting van het maaiveld is onderdeel van het ontwerp van het bouwblok met toren.

5. Beëindiging van het gebouw (de top) Bijzondere aandacht is vereist voor de top van het gebouw. Er worden hoge eisen gesteld aan de beëindiging van de torens als silhouet, die ook als de ‘vijfde gevel’ moet zijn ontworpen. Het moet duidelijk meer zijn dan een dak met een opbouw voor een technische ruimte zoals de lift of andere installaties. Gebruik het dak bijvoorbeeld als groene, collectieve buitenruimte waar de bewoners van het uitzicht genieten.

8. Milieu-aspecten De Nota Hoogbouw uit 2003 is op het aspect van milieueisen inmiddels achterhaald. Alle relevante milieuaspecten voor de planbeoordeling staan beschreven in hoofdstuk 7.

6. Plint van het gebouw De plinten van de torens en de stadsblokken bestaan bij voorkeur uit meerdere lagen en herbergen stedelijke functies die bijdragen aan een levendige openbare ruimte. De plint heeft een hoogte van minimaal 6 meter aan de foyer (met mogelijkheid voor insteekverdiepingen) en minimaal 4,5 meter op overige plekken in de plinten van de stadsblokken. Zo wordt voorkomen dat het gebouw lijkt ‘weg te zakken’ in het maaiveld. Ook de aansluiting van de hoogbouw op het maaiveld verdient veel aandacht, zoals bijvoorbeeld de vormgeving van de direct aanliggende openbare ruimte en de entreepartij

Pagina 48

9. Bezonningsaspecten De TNO-norm is ten minste twee bezonningsuren per dag in de periode 19 februari - 21 oktober (gedurende acht maanden) gemeten in het midden van de vensterbank aan de binnenkant van het raam. De stelregel in de Nota Hoogbouw is ten minste twee mogelijke bezonningsuren in de periode 19 februari - 21 november (gedurende negen maanden) bij een zonnestand van meer dan 10º. Het stedenbouwkundige ontwerp is getoetst met een schaduwonderzoek en voldoet aan de laatstgenoemde uitgebreidere norm. De resultaten zijn te vinden in bijlage 2.

10. Windklimaat hoogbouw Een eerste verkennende studie naar de effecten van de torens op het windklimaat in de Vliert leidt tot de conclusie dat de effecten die mogelijk kunnen optreden oplosbaar zijn met stedenbouwkundige of landschappelijke maatregelen. Daarmee vormt het windklimaat op voorhand dus geen belemmering voor de beoogde hoogbouw. Iedere initiatiefnemer zal, in de fase van de planvorming, een nader windklimaatonderzoek (Nederlandse norm NEN 8100: “windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving) moeten verrichten naar mogelijke valwinden en turbulentie. Daarbij moet rekening worden gehouden met de windstatistiek op locatie. Met name entreepartijen en hoeken van gebouwen kunnen lijden onder windeffecten. Door de windeffecten in een vroeg stadium in beeld te brengen, kunnen tijdens het ontwerpen aan de bouwplannen, maatregelen worden ingepast en genomen. Uiteindelijk wordt elk deelplan bij de uitwerking dus nog nader getoetst op het voldoen aan een goed windklimaat.

Goede hoogbouw is natuurinclusief en draagt bij aan de leefomgeving.

Bijzondere aandacht is vereist voor de top van het gebouw.

Ontwerpopgave Vliertpoort Vliertpoort is de uitnodigende entree van de stad. Aan deze entree worden drie stadsblokken ontwikkeld en deze krijgen hieraan hun hoofdadres. De stadsblokken voegen aan de buitenzijde heldere wanden naar de openbare ruimte toe, terwijl aan de binnenzijde een meer beschutte intieme en collectieve verblijfskwaliteit wordt toegevoegd. De blokken begeleiden de stedelijke ruimte van de foyer met levendige en gelaagde wanden. Ze dragen bij aan ontmoeting met actieve (publieke) plinten aan de foyer. De foyer vormt ook de verbinding naar de binnenhoven, die voor iedereen vrij toegankelijk zijn. De hoven binnen de stadsblokken hebben elk een eigen uitstraling en inrichting en bieden ruimte voor ontmoeting en activiteit. Een architectonische verwantschap tussen de stadsblokken zorgt voor een herkenbare identiteit en samenhang in het gebied. Door het gebruik van consistente materialen, kleurenpaletten en vergelijkbare gevelontwerpen wordt dit gevoel van eenheid versterkt. Om het beeld van de foyer kracht bij te zetten is de samenhang van de bebouwing aan de foyer het sterkst. Vanwege het besloten karakter van de binnenhoven kan de bebouwing samen met de inrichting van de hof een eigen verrassende sfeer krijgen.

De stadsblokken, met veel appartementen, worden geen anonieme woongebouwen maar nodigen bewoners uit om elkaar te ontmoeten, naar buiten te gaan en te bewegen. Het creëren van een menselijke maat is hierbij een cruciale ontwerpopgave. Om dit te realiseren krijgen de stadsblokken een herkenbare afleesbare stedelijke laag van zes bouwlagen, waarmee een stedelijke intieme sfeer ontstaat. Bebouwing tot en met zes lagen vormt de stedelijke laag die vanaf de straat het meest wordt ervaren.

Pagina 49

Stedenbouwkundige richtlijnen Vliertpoort Legenda

Stedenbouwkundige richtlijnen Vlak waarbinnen gebouwd mag worden Voorbeeldverkaveling

(incl. bandbreedte aantal bouwlagen)

Overgangszone publiek-prive (indicatief) Inpassen bestaande bomen (indicatief)

≤ 70m

6-8 b.l.

Rooilijn (indicatief)

.

6-8 b.l

Hoogteaccent (indicatief)

max. bouwhoogte in meter (zonder ondergeschikte bouwdelen)

≤ 60m

.

6-8 b.l

Entree (indicatief)

4-5 b.l.

4-10 b.l.

Formele collectieve hoofdentree ≤ 60m

Vliertpoort-noordoost P

Informele entree

Hart van de buurt (collectieve plek)

maaiveld daktuin +3m

Maat collectieve plek in verhouding tot gebouwen en aantal gebruikers.

Gebouwde parkeervoorziening P

Vliertpoort-noordwest P

(eventuele aanvullende uitgangspunten)

Entree tot gebouwde parkeervoorziening (indicatief)

gebouwd parkeren .

6-8 b.l

≤ 60m

Dwaalroute 1

Openbare route (route indicatief)

2

Publiek toegankelijke route (route indicatief)

6-8

b.l

.

Doorgang langzaam verkeer (locatie bepaald, locatie indicatief)

6-8 b.l.

Vliertpoort-zuidoost P

Pagina 50

Parkeren binnen ontwikkelveld

maaiveld daktuin niveau foyer

Hoofdfietsroute

Omdat de stedelijke laag in samenhang wordt ontworpen kunnen de vier torens individueler en vrijer worden vormgegeven. Daarnaast wordt er ingezet op een samengesteld bouwblok: binnen het blok zijn er verschillende bouwdelen te onderscheiden in bijvoorbeeld volume of architectuur. Ook de entrees dragen bij aan de menselijke maat. Ook wordt veel waarde gehecht aan de beleving op ooghoogte. De eerste twee bouwlagen hebben een belangrijke rol in het tot stand brengen van verbinding en contact met de omgeving en het ontmoeten van elkaar. Adressering aan de straat, levendige uitstraling van de (dubbelhoge) plinten (minimaal 6 meter aan de foyer en 4,5 meter aan de overige zijden) en begane grond en goede overgangen zijn daarin belangrijke middelen. Ook in de publieke ruimte is hiërarchie gewenst om de grote ruimte een menselijke schaal te geven en verschillend gebruik te faciliteren. Afhankelijk van de plek in het plan is openbaarheid of juist een gevoel van te gast zijn gepast. De foyer is uitnodigend en de plek waar forenzen, passanten, inwoners van ’s-Hertogenbosch, Vliertpoort en bewoners van de stadsblokken elkaar ontmoeten. De hoven in de stadsblokken zijn meer verborgen plekken waar iedereen welkom is. De schaalverkleining en hiërarchie zet zich binnen een gebouweenheid door zodat er buurtschappen ontstaan van beperkt formaat. Een schaal waar mensen elkaar kennen.

Deze zijn zo vormgegeven en gepositioneerd dat deze ruimtes (spontane) ontmoeting faciliteren. Vanwege de schaal van de gebouwen is het van groot belang in het gebouw plekken te maken voor ontmoeting en collectiviteit, te denken valt aan een huiskamer, kas, wintertuin etc. Voorbeelden voor collectieve plekken op hoogte zijn een sparing in het gebouw met een stadsbalkon of op het dak met een stadskas.

Aanvullend zijn routes en entrees zo ontworpen dat ze spontane ontmoetingen stimuleren en beweging bevorderen. Uitnodigende buitenruimtes als leefgalerijen, collectieve daktuinen en privé-buitenruimtes dragen hieraan ook bij. De binnenhoven van de stadsblokken hebben elk hun eigen parkeeroplossing en inrichting: Vliertpoort-noordwest: Dankzij de gekozen parkeeroplossing aan de rand is er geen noodzaak voor een daktuin in de hof. De vollegrond biedt volop ruimte voor een rijk beplantingsplan. Een waterloop komt op een bepaalde manier terug in de hof. Een zichtbaar watersysteem kan bijdragen aan de unieke identiteit van deze hof. Vliertpoort-noordoost: De gekozen parkeeroplossing op maaiveld zorgt voor een verhoogd maaiveld. Een volwaardige daktuin biedt hier woonkwaliteit voor alle bewoners. Het hoogteverschil vraagt ook om slimme ontwerpkeuzes om de hof inclusief en voor iedereen toegankelijk te maken. Vliertpoort-zuidoost: De hof van dit stadsblok sluit aan op het niveau van de foyer en vormt de schakel naar Vliertpark vanuit Vliertpoort. Samen met de fietsroute, die door het stadsblok loopt en de omliggende wijken verbindt met het station, biedt dit ontwerpuitgangspunten voor een hof met een eigen identiteit. In de kaart stedenbouwkundige richtlijnen staan de kaderstellende richtlijnen aangegeven voor de ontwikkelvelden in Vliertpoort (p. 50).

Pagina 51

t

ms

6-8

6-8

b.l.

b.l. 3-4

6-8

5m

b.l.

o .l. oek 5 b ar in t 4 ca. eidba r uitb

3-4

≤3

b.l.

Stedenbouwkundige richtlijnen Vliertpark Legenda Stedenbouwkundige richtlijnen

b.l.

Vlak waarbinnen gebouwd mag worden Voorbeeldverkaveling

(incl. bandbreedte aantal bouwlagen)

.l.

b 6-8 6-8

Overgang openbaar-prive

b.l.

.l. -4 b

3

2.

3-4

≤ 35m

3-4

3-4

Inpassen bestaande bomen (indicatief)

b.l.

Rooilijn (indicatief) Hoogteaccent (indicatief)

b.l.

max. bouwhoogte in meter (zonder ondergeschikte bouwdelen)

Entree (indicatief)

b.l.

Formele collectieve hoofdentree

1.

Informele entree

Hart van de buurt (collectieve plek) Maat collectieve plek in verhouding tot gebouwen en aantal gebruikers.

Vliertpark-noord P

Gebouwde parkeervoorziening

1. gebouwd parkeren ondergronds 2. Halfverdiept met volwaardige daktuin

P

Parkeren binnen ontwikkelveld

(eventuele aanvullende uitgangspunten)

Vliertpark-zuid

P

Parkeren in parkeerhuis

P

Kort parkeren laden + lossen Entree tot gebouwde parkeervoorziening (indicatief) Doortrekken park richting Stadionlaan

3-4 b.l.

3-4 b.l.

Pagina 52

ntrum 1-2 b.l. Kindce 3-4 b.l.CPO

Dwaalroute 1

Openbare route (route indicatief)

2

Publiek toegankelijke route (route indicatief)

3

Dolende route tussen clusters Vliertpark (route indicatief)

Hoofdfietsroute

Ontwerpopgave Vliertpark Bepalend voor de beeldkwaliteit in Vliertpark zijn de volwassen bomen in het gebied. De nieuwe woningen zijn hierin ingebed en versterken het groene karakter door onder meer de groene overgangen tussen openbaar en privé en door verticaal groen aan de gevels en daktuinen. Bebouwing en park gaan harmonieus samen. De architectonische uitstraling is passend bij het wonen in het park en met veel duurzame materialen in hout, glas en biobased afwerkingen. Samen met de natuurlijke inrichting van het groene park bepaalt dit de sfeer en identiteit van Vliertpark. Vliertpark-noord bestaat uit alzijdig vormgegeven woongebouwen in het park en aan collectieve parkhoven. Onderlinge verspringingen zorgen voor aantrekkelijke overhoeken met ruimte voor grotere bomen en ruimtes met verschillende maat en schaal tussen de volumes. De blokken aan de Stadionlaan zijn onderdeel van het park en zijn alzijdig georiënteerd. De bebouwing begeleidt de Stadionlaan. Verspringingen van vijf meter in de rooilijn van de Stadionlaan, tussen de volumes onderling, zijn gewenst. Dit sluit aan op het informele karakter van het park dat zich rondom de gebouwen aan de Stadionlaan bevindt. Tevens bieden deze verspringingen aanleidingen om grote bomen dicht bij de gevels te kunnen planten.

De plinten van de gebouwen aan de Stadionlaan en langs openbare routes zijn hoger zodat een sterke relatie tussen binnen en buiten ontstaat.

Vliertpark-zuid grenst direct aan de bestaande buurt en biedt ruimte aan CPO-groepen om gezamenlijk een buurtje te ontwikkelen. Het westelijke ontwikkelveld biedt tevens de mogelijkheid voor de realisatie van een kindcentrum (basisschool met buitenschoolse opvang en kinderopvang) Gelegen aan belangrijke routes, met een park dat dienst kan doen als groen schoolplein en als schakel tussen de bestaande en nieuwe buurt, vormt de school een centrale plek in de wijk. Binnen duidelijke kaders is er ruimte voor creativiteit en variatie, waarbij samenhang binnen een cluster belangrijk is, maar clusters onderling mogen verschillen. Gemeenschap en collectiviteit staan hierbij centraal. Onderdeel van de drie ontwikkelvelden vormt het groen waarvan een deel openbaar blijft, een deel collectief en een deel uitgeefbaar voor de woningen. De drie clusters in Vliertpark-zuid liggen vrij en alzijdig georiënteerd in het park. Hierdoor loopt het park in beleving door tot aan de bestaande wijk. De aansluiting met de bestaande buurt wordt versterkt door aantrekkelijke routes die vanuit Vliertpark via of langs het domein van de CPO-groepen en kindcentrum verbinden met de buurt. In de kaart stedenbouwkundige richtlijnen staan de kaderstellende richtlijnen aangegeven voor de ontwikkelvelden in Vliertpark (p. 52).

De publieke ruimte is ingericht om verschillende gebruiksfuncties te faciliteren. De parkhoven tussen de bebouwingsclusters zijn uitnodigend en bieden ruimte voor gemeenschapsactiviteiten zoals buurtkassen en speelplekken. Routes en entrees faciliteren spontane ontmoetingen en stimuleren beweging, met aantrekkelijke looproutes door het autovrije park.

Pagina 53

Vliertpark

Vliertpoort

6. BEELDKWALITEIT

Vliertpoort en Vliertpark: diversiteit in samenhang

De architectuur van de woningblokken geeft herkenbaarheid en een heldere, aansprekende samenhang aan de Vliert als geheel. Binnen die beeldtaal is er ruimte voor creativiteit en eigenheid van de deelgebieden en afzonderlijke woonblokken. Zo heb je als bewoner als je de buurt in komt fietsen altijd gelijk dat gevoel van thuiskomen. Met dit hoofdstuk geven we invulling en richting aan de beoogde beeldkwaliteit van de Vliert. Het geeft vorm aan de ambities en uitgangspunten zoals beschreven in het voorgaande deel van het ontwikkelkader voor wat betreft het aanzien van de bebouwing, overgangen en buitenruimtes, routes en entrees en parkeeroplossingen en is aanvullend op de stedenbouwkundige richtlijnen.

Voor Vliertpoort en Vliertpark zijn beeldkwaliteitscriteria opgesteld aan de hand van acht thema’s: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

Samenhang en variatie Maat en schaal Routes en entrees Plinten Overgangen en buitenruimtes Gemeenschap en plekken van ontmoeting Dakenlandschap Kleur & materiaal

De ontwerpopgave voor de buurten Vliertpoort en Vliertpark, zoals beschreven in het voorgaande hoofdstuk, wordt in dit hoofdstuk uitgewerkt in beeldkwaliteitscriteria en ondersteund door referenties. Deze criteria helpen om een samenhangende en hoogwaardige uitstraling te realiseren. Dit draagt niet alleen bij aan de ruimtelijke kwaliteit van de Vliert, maar ook aan het welzijn van de bewoners en gebruikers van het gebied. De beeldkwaliteit is bedoeld voor ontwikkelaars en architecten en als toetsingskader voor de Adviescommissie Omgevingskwaliteit (voorheen: Welstandscommissie).

Pagina 55

Beeldkwaliteitsrichtlijnen Vliertpoort 1. Samenhang en variatie Stadsblokken en torens Vliertpoort Vliertpoort bestaat uit drie en in de toekomst vier kwadranten. Iedere kwadrant wordt gevormd door één stadsblok (Een stadsblok kan worden gedefinieerd als een samenhangend geheel van gebouwen binnen één van de kwadranten). Door een architectonische verwantschap tussen de stadsblokken te creëren, krijgt het gebied een herkenbare identiteit. Deze architectonische verwantschap, gecombineerd met de eenduidig ingerichte foyer, zorgt voor een sterke samenhang binnen het gebied. Tegelijkertijd mogen de blokken onderling verschillen als broer en zus, zodat bewoners en bezoekers zich kunnen identificeren met de plek. Dit zorgt voor een dynamische en toch harmonieuze omgeving waar iedereen zich thuis kan voelen. De torens vormen een hoog stedelijk ensemble en werken op de schaal van de stad, de torens staan op het stadsblok.

Criteria: • De drie stadsblokken rondom de foyer hebben aan de buitenzijde een sterke onderlinge samenhang en architectonische verwantschap. De verwantschap is het sterkst aan de foyer en wordt gemaakt door: ◦ Herkenbare opbouw bestaande uit de plint, middendeel en bovenbouw (afronding van het stadsblok). ◦ De plint is architectonisch herkenbaar. ◦ De stadsblokken hebben een geleding in massa, architectuur en detaillering. ◦ Eigentijdse architectuur, met ingetogen expressie en sterke beeldrust. ◦ Reductie van het kleur- en materiaalpallet: basis bestaat uit een warme gemêleerde baksteen, lichtere tinten bijvoorbeeld zandkleur en roodbruin. ◦ Een warme en open uitstraling. • De stadsblokken zijn niet identiek en hebben een eigen expressie doordat de stadsblokken reageren op hun stedenbouwkundige context. • De drie torens aan de foyer vormen samen een ensemble en zijn leesbaar als toren die op het stadsblok staat doordat: ◦ De toren terug ligt ten opzichte van de rooilijn. ◦ Afwijkende materialisatie en/of kleur t.o.v. stadsblok. • De vierde toren is een special en staat meer op zichzelf.

+3m

foyer

foyer

Door een architectonische verwantschap tussen de stadsblokken te creëren, krijgt het gebied een herkenbare identiteit.

Pagina 56

Drie verschillende hoven in Vliertpoort.

Drie verschillende hoven in Vliertpoort Hoewel de stadsblokken van buitenaf een sterke verwantschap tonen, mogen de hoven binnen deze blokken juist verschillend zijn. Dit biedt ruimte voor verrassingen en zorgt voor een herkenbare identiteit gebaseerd op onder andere locatie-specifieke kenmerken. De hoven hebben een publiek toegankelijk karakter. De samenhang tussen de hoven wordt behaald door het uitgangspunt om beplanting van gevel tot gevel toe te passen. Verticale tuinen, groeiend uit de vollegrond of een leeflaag met voldoende dikte, versterken dit effect en dragen bij aan een aangenaam microklimaat.

Kleinere korrel en meer diversiteit aan het hof.

Samenhang, grovere korrel en wat formeler aan buitenzijde.

Criteria: • Aanvullend op bovenstaande criteria voor de stadsblokken heeft de architectuur aan de binnenzijde van de stadsblokken meer variatie door het toepassen van een grotere diversiteit aan materiaal en kleurgebruik. Maar het totaal heeft wel een relatie met de buitenkant. • De inrichting van de hoven mogen onderling verschillen maar zijn te allen tijde ontworpen vanuit de principes maximaal ruimte voor beplanting, ontmoeting en verblijf, verharding wordt geminimaliseerd. • De plekken waar groen zich manifesteert, worden voorzien van een royaal pakket aan substraat of zijn geworteld in de volle grond op maaiveld. Dit ten behoeve van kwalitatief hoogwaardig en volwaardig, hoog groen en de goede groei mogelijkheden ervan.

2. Maat en schaal >6 lagen set back, met bruikbare ruimte stedelijke laag

Setbacks worden ingezet als bruikbare ruimte.

stadsblok

Setbacks worden ingezet als bruikbare ruimte.

Stadsblokken De stadsblokken hebben een zodanige omvang en een hoge dichtheid dat de menselijke maat extra aandacht vraagt. Door het stadsblok op te delen in verschillende gebouwdelen die van elkaar verschillen, zowel in hoogteopbouw als in architectuur, kleur- en materiaalgebruik, ontstaat een schaal waar bewoners zich mee kunnen identificeren. De korrel is aan de buitenzijde groter en wat formeler. De binnenzijde aan het hof is vriendelijker en kent een kleinere korrel en meer diversiteit, maar wel met samenhang.

Pagina 57

Bebouwing tot en met zes lagen vormt de stedelijke laag die vanaf de straat het meest wordt ervaren. Daarboven worden middelen ingezet om de schaal te verkleinen. Op deze manier ontstaat er een nieuwe stedelijke laag die bruikbare buitenruimte creëert en zorgt voor een gevarieerd straatbeeld met menselijke maat en schaal. Bovendien komt er zo voldoende licht en lucht in de stadsblokken. Criteria: • Een stadsblok is alzijdig vormgegeven en reageert op het karakter van de aangrenzende (openbare) ruimte. • Elk stadsblok heeft tenminste vier bouwdelen met elk een eigen entree. • De verschillende gebouwdelen vormen een samenhangend geheel, zowel aan de binnen -als buitenzijde van het stadsblok. • Het onderscheid tussen de bouwdelen wordt gemaakt door: ◦ Het toepassen van verschillende gebouwtypen met hun eigen uitstraling en architectuur, met goed afleesbare verschillen in hoogte, gevelindeling, materiaal en kleur. ◦ Verspringingen in de rooilijn waar stedenbouwkundige aanleidingen zijn. ◦ Geleding in de gevel door verspringingen in hoogte bij lange gevels of andere stedenbouwkundige aanleidingen. • Buitenruimtes liggen niet overal gestapeld boven elkaar, er is een afwisseling van verschillende typen buitenruimtes (leefgalerij, balkons) als onderdeel van het architectonisch ontwerp en er komen verschillende woningtypes.

Voorkomen moet worden dat er één ontsluitingstypologie domineert in het gevelbeeld (bijvoorbeeld alleen galerijen). Ook kan er gevarieerd worden met portieken en maisonettes. • De binnenhoven houden rekening met de menselijke maat: met voldoende lucht en licht en kennen een afwisseling tussen rust en reuring. • De hoven zijn publiek toegankelijk en collectief bruikbaar. • Een gebouw dat hoger is dan zes bouwlagen heeft een setback van minimaal 1,5 meter of een architectonische ingreep met een vergelijkbaar effect. Setbacks worden ingezet als bruikbare ruimte, zoals een leefgalerij of groen dakterras.

Pagina 58

Gebruik van setbacks draagt bij aan de menselijke maat.

werkt op schaal van de stad, setback en staat op stadsblok

Binnenhoven houden rekening met de menselijke maat.

kroon

toren

hoge plint, directe relatie met publieke ruimte

De toren heeft een getrapte opbouw.

Toren ligt terug ten opzichte van rooilijn.

sokkel

plint

De toren is alzijdig vormgegeven.

Toren in afwijkende materialisatie en/of kleur.

•

De korrel is aan de buitenzijde groter en wat formeler. De binnenzijde aan het hof is vriendelijker en kent een kleinere korrel en meer diversiteit, maar wel met samenhang.

Toren De torens variëren onderling in massaopbouw, waardoor een gevarieerd en interessant silhouet ontstaat. Ze krijgen een klassieke opbouw met een, middendeel en beëindiging. De torens worden zorgvuldig afgewerkt met een kroon en staan op het stadsblok. Criteria: • De drie torens aan de foyer vormen samen een ensemble en zijn leesbaar als toren die op het stadsblok staat doordat: ◦ De toren terug ligt ten opzichte van de rooilijn. ◦ Afwijkende materialisatie en/of kleur t.o.v. stadsblok. • De toren is alzijdig vormgegeven, met een meer open opzet van de gevel in de hoogte. • De torens zijn een transparante en lichte verschijning. • De toren heeft een getrapte opbouw (middendeel – kroon) en staat op het stadsblok (plint – sokkel) • De toren dient te voldoen aan de voorwaarden van de Nota Hoogbouw van de gemeente ’s-Hertogenbosch. In het voorgaande hoofdstuk zijn de tien onderdelen uit de Nota Hoogbouw nader toegelicht.

1. 2.

3.

4.

1.

Torens hebben collectieve hoofdentree aan foyer

2.

Woningen op de begane grond adresseren zich aan de straat

3.

Indien geen openbaar karakter: adres aan hof

4.

Uitnodigende poorten

3. Routes en entrees Routes en entrees in Vliertpoort zijn strategisch gepositioneerd en vormgegeven om spontane ontmoetingen te faciliteren. Collectieve entrees liggen daarom zowel aan de foyer en omliggende straten als in de hof. De collectieve entrees zijn duidelijk herkenbaar en uitnodigend, zodat bewoners zich welkom voelen. De woningen en aanvullende programma’s op de begane grond krijgen eigen entrees aan de foyer of de hof om de dynamiek te vergroten. Speciale aandacht wordt gevraagd voor de entrees van de collectieve fietsenstallingen. Deze liggen

Ontmoetingsplek koppelen aan entrees.

Uitnodigende entrees en poorten zijn logisch gesitueerd.

Pagina 59

op maaiveld, gekoppeld aan de hoofdentrees en moeten gemakkelijk te bereiken zijn, met een zorgvuldige vormgeving die uitnodigt tot gebruik.

Entrees zijn duidelijk herkenbaar, ook aan de hof.

De collectieve fietsenstalling is overdekt en makkelijk te bereiken.

Actieve (publieke) plinten worden gesitueerd aan de foyer.

Pagina 60

Criteria: Adressering aan de foyer, de straat en de hof: • De drie torens aan de foyer hebben hun collectieve hoofdentree aan de foyer. • Collectieve entrees (minimaal vier per stadsblok) zijn logisch gesitueerd. • Waar de collectieve entree aan de openbare ruimte ligt, heeft deze ook een informele entree aan de hofzijde. Dit stimuleert het gebruik van de hof en zorgt voor looplijnen over de hof. • De voorzieningen in de plinten aan de foyer hebben hun individuele entrees aan de foyer. • Woningen op de begane grond adresseren zich aan de straatzijde. Hier zijn een groot deel van de individuele entrees en is veel levendigheid. • Waar de stadsblokken door een hoogteverschil niet op maaiveld aansluiten of wanneer de aangrenzende ruimte geen openbaar karakter heeft, adresseren de woningen zich aan de hof en hebben hier hun individuele entrees. Herkenbaarheid van de entrees: • Toegangen tot de hoven zijn uitnodigend, publiek toegankelijk en goed zichtbaar vanuit de openbare ruimte. • Uitnodigende poorten, met een hoogte van minimaal twee bouwlagen (wanneer de toegang wordt overbouwd) en minimaal vijf meter breed, geven toegang tot de publiek toegankelijke hoven. Deze poorten worden in het bouwblok opgenomen. Het eventueel afsluiten beperkt zich tot ’s nachts, waarbij de afsluiting zorgvuldig is ontworpen en wordt geïntegreerd in het stadsblok.

• Trappartijen naar een eventueel verhoogd hof worden aantrekkelijk vormgegeven en zijn ook voor mindervaliden te overbruggen. • Collectieve entrees zijn minimaal zes meter hoog (twee bouwlagen). Ze zijn hoogwaardig vormgegeven, transparant, uitnodigend en duidelijk herkenbaar. • De collectieve fietsenstalling is overdekt en is makkelijk te bereiken. De entree van de collectieve fietsenstalling is herkenbaar en uitnodigend vormgegeven, ze nodigt uit om gebruikt te worden. Ze is onderdeel van en opgenomen in het hoofdvolume van het stadsblok.

•

Toegangen voor parkeervoorzieningen liggen binnen de ontwikkelvelden, zijn zorgvuldig verwerkt in de bouwmassa en passen in het architectonisch beeld van de gehele gevel.

4. Plinten

Plinten maken aantrekkelijke woonfuncties mogelijk.

Hof maximaal benut als verlengde van de woning.

Beplanting vormt de overgang tussen privé en collectief aan de hoven.

Balkons versterken de relatie tussen gebouw en openbare ruimte.

Bebouwing staat direct aan de foyer.

Privébuitenruimtes gaan op een natuurlijke manier over in de collectieve hoven.

De openbare ruimte vormt de basis voor de uitwerking van de nieuwbouw in Vliertpoort. De bebouwing begeleidt de publieke routes, pleinen en plekken. Plattegronden van de woningen worden zo ontworpen dat er een sterke relatie is tussen binnen en buiten, wat bijdraagt aan een levendige omgeving. Aan de beleving vanaf maaiveld wordt veel waarde gehecht. Op ooghoogte beleef je de vriendelijke uitstraling en menselijke schaal het meest, dus het is belangrijk dat de onderste laag van de gebouwen (de plint) een uitnodigende inrichting krijgt. Criteria: • Aan de foyer worden actieve (publieke) plinten gesitueerd met grote puien ten behoeve van maximale interactie en zicht, licht en openheid. • Aan de overige publieke ruimten maken plinten aantrekkelijke woonfuncties mogelijk. • De plinten aan de foyer zijn minimaal zes meter hoog (dubbelhoge plint). • De plinten aan de overige publieke ruimtes zijn 4,5 meter hoog. • De plinten zijn architectonisch herkenbaar als plint. • De plattegrondindeling van het programma op de begane grond ondersteunt het beoogde levendige beeld vanaf de openbare ruimte en de hof. Plattegronden worden locatiespecifiek ontworpen. • Blinde muren of dode plinten aan de foyer zijn niet toegestaan, aan de straten en de hoven worden deze tot het absoluut minimum beperkt en wordt aangetoond dat dit niet te voorkomen is.

• Waar de voorzieningen in de plinten aan de foyer ook een plint aan de hof hebben gaan deze ook een relatie met de hof aan. Hier zijn geen achterkantsituaties toegestaan.

Pagina 61

•

•

Nutsvoorzieningen zijn goed ingepast en onderdeel van de architectuur. Ze worden bij voorkeur inpandig opgelost en moeten worden afgestemd met de nutsbedrijven. Nutsvoorzieningen zijn niet toegestaan op beeldbepalende plekken. Bergingen worden intern bij de woning opgelost, in de plinten zijn geen individuele bergingen toegestaan maar alleen collectieve fietsenstallingen en deze hebben een transparante gevel. De plintoppervlakte van de fietsenstallingen wordt beperkt.

5. Overgangen en buitenruimtes op maaiveld

Overgangszones dragen bij aan een sociaal veilige en aantrekkelijke omgeving.

Gelaagdheid in de hof.

Buurtkamer binnen het stadsblok.

Maximaal ruimte voor collectief hof.

Leefgalerijen worden hoogwaardig vormgegeven om ontmoeting en gebruik te stimuleren.

Setbacks worden ingezet als bruikbare ruimte.

De bebouwing staat direct aan de foyer, hier is geen ruimte voor privébuitenruimtes buiten het bouwvolume op maaiveld. Langs de publieke straten is wel een overgangszone gewenst. Gevelbankjes, nissen, verticale tuinen of een Delftse stoep (privé-stoepje voor de woning) zorgen voor enige afstand tussen woning en passanten. De wens voor interactie tussen woning en straat dient in balans te worden ontworpen met de behoefte aan privacy van de bewoners. De hoven vormen de collectieve buitenruimte voor de bewoners. Er is een gelaagdheid in de hof. De ruimte direct grenzend aan de looproute voelt het meest openbaar en vloeit subtiel over in een collectieve tuin voor de bewoners en uiteindelijk in een prettige privébuitenruimte. Hierbij is het belangrijk om een balans te vinden tussen levendigheid en privacy, wat vraagt om een zorgvuldige inrichting en zonering van de beschikbare ruimte. Buitenruimte en erfafscheidingen zijn zorgvuldig vormgegeven als onderdeel van het inrichtingsplan van de hoven en in samenhang met de architectuur. Criteria: • Foyer: geen privé-buitenruimtes buiten het bouwvolume op straatniveau en balkons pas vanaf een hoogte van zes meter (hoger dan de plint). • Langs de openbare straten komen overgangszones tussen publiek-privé. Deze zijn onderdeel van de architectuur of onderdeel van het inrichtingsplan

Pagina 62

•

•

•

en zorgvuldig vormgegeven. Hof: De privébuitenruimte aan de hof is beperkt tot drie meter diep waarvan maximaal 2,5 meter terras, zodat er maximale ruimte wordt geboden aan de collectieve tuin. Overgangen publiek-privé dragen bij aan een sociaal veilige en aantrekkelijke omgeving voor gebruikers en passanten en nodigen uit tot verblijf, contact en ontmoeting. Alle erfafscheidingen worden integraal mee ontworpen met het architectonisch ontwerp van het gebouw en de inrichting buitenruimte. Erfafscheidingen tussen privé en openbaar/collectief zijn maximaal heuphoog.

• • • •

Daken zijn zoveel mogelijk collectief bruikbaar, toegankelijk en zo groen mogelijk. Torens krijgen aanvullend op de hof en de buurtkamer een collectieve plek op hoogte. Collectieve entrees faciliteren (spontane) ontmoeting door het toevoegen van bijvoorbeeld een bankje. Galerijen aan de hof worden op minimaal de eerste drie verdiepingen als leefgalerij vormgegeven: deze zijn minimaal 2,7 meter diep zodat er ruimte voor een zitje is en zijn hoogwaardig vormgegeven om ontmoeting te stimuleren.

6. Gemeenschap en plekken van ontmoeting Op verschillende niveaus wordt het vormen van een gemeenschap gefaciliteerd. Een gemeenschap vermindert de kans op eenzaamheid en versterkt de binding tussen de bewoners en de plek. Op een plek waar veel mensen bij elkaar wonen is het ontstaan van een gemeenschap geen vanzelfsprekendheid, het kan ook omslaan naar anonimiteit wanneer niet de juiste condities worden gefaciliteerd. Waar de woningen wat minder ruim zijn, ontstaat behoefte om zaken collectief te organiseren. Te denken valt aan een gedeelde wasruimte of buitenruimte. In plaats van strikt functionele verplaatsruimtes wordt gestreefd naar multifunctionele ruimtes waar kansen voor ontmoeting en extra ogen op straat worden gefaciliteerd, te denken valt aan leefgalerijen, rechtsreekse trappen naar de collectieve hof vanaf de galerij, bankje bij de entree en looproutes over de hof tussen de parkeeroplossing en de woning. Criteria: • In ieder stadsblok is minimaal één collectieve buurtkamer opgenomen, afhankelijk van het aantal gebruikers wordt de afmeting bepaald. • In ieder stadsblok is een collectief hof opgenomen die in verhouding staat tot het aantal mensen dat in het stadsblok woont. De functie van een gemeenschappelijke tuin staat centraal in de hof.

Collectieve entrees stimuleren ontmoeting.

Torens krijgen een collectieve plek op hoogte.

Pagina 63

7. Dakenlandschap De daken van de gebouwen in Vliertpoort vormen de ‘vijfde gevel’ en bieden een unieke kans voor een collectief dakenlandschap met hoge gebruikswaarde. Veel bewoners hebben zicht op deze daken, waardoor ze een integraal onderdeel van het ontwerp zijn. Een getrapt dakenlandschap draagt bij aan de menselijke maat en biedt ruimte voor verschillende gebruiksmogelijkheden. Daken kunnen gebruikt worden voor gemeenschappelijke voorzieningen zoals een daktuin of dakterras, kas of huiskamer of combinaties daarvan. De kroon van de torens moet zorgvuldig worden ontworpen, inclusief de ‘vijfde gevel’, die meer moet zijn dan een dak met technische voorzieningen. Daken zijn zoveel mogelijk collectief bruikbaar.

Daken zorgen voor een aangenaam groen uitzicht voor de woningen erboven.

De platte daken van de gebouwen in Vliertpoort vormen de ‘vijfde gevel’.

Pagina 64

Criteria: • Daken die niet voor energievoorziening worden ingezet zijn collectief bruikbaar, toegankelijk of ingericht met beplanting. • Daken zorgen voor een aangenaam groen uitzicht voor de woningen erboven. • Dakinstallaties blijven uit het zicht en worden architectonisch of groen ingepast in het ontwerp. • Energievoorziening zoals pv-panelen worden bij voorkeur in combinatie met groen toegepast.

8. Kleur en materiaal

•

Waar de bebouwing in Vliertpark ondersteunend is aan het park, is de architectuur van Vliertpoort veel nadrukkelijker aanwezig. De stadsblokken vertonen onderlinge verwantschap binnen een stoer en robuust karakter. De foyer is een grote, dynamische ruimte waarin warme materialen van de gebouwen zorgen voor een aangename sfeer. Het materiaalgebruik is hoogwaardig en duurzaam, waardoor veroudering en weersinvloeden nauwelijks negatieve gevolgen hebben voor het uiterlijk.

•

•

Ieder stadsblok kent aan de buitenzijde op een aantal strategische plekken groene gevel-accenten. Gebouwen worden natuurinclusief ontworpen. Om het maximale rendement uit de maatregelen te halen, is overleg met de stadsecoloog vereist, zodat de genomen maatregelen aansluiten op het ecosysteem van de Vliertpoort en de stedelijke structuren. Zonwering, duurzaamheidsmaatregelen als zonnepanelen, installaties en akoestische voorzieningen worden integraal mee ontworpen met de architectuur van het gebouw.

De uitstraling van de binnenwereld van de stadsblokken is zachter en sluit meer aan op de materialen van Vliertpark. Het beeld van de hoven wordt gedomineerd door beplanting, die in verschillende vormen en op diverse plekken op/tegen de gevels, galerijen, balkons/loggia’s en daken wordt geïntegreerd. De torens mogen qua kleur en materiaalgebruik afwijkend worden vormgegeven. Natuurinclusief bouwen en de inrichting van de buitenruimte vormen één geheel. De diversiteit van de blokken in hoogte en ligging creëert veel kansen om verschillende flora en fauna te faciliteren. Criteria: • Materiaalpalet: basis aan de buitenkant bestaat uit baksteen aangevuld met bijvoorbeeld natuursteen, hout, en/of biobased materialen. Aan de binnenzijde is hout sterker vertegenwoordigt en is beplanting een integraal onderdeel van het gebouw. • Kleurenpallet: basis bestaat uit een warme gemêleerde baksteen, lichtere tinten bijvoorbeeld zandkleur en rood-bruin. Aan de binnenzijde van het stadsblok een wat zachtere en lichtere kleurstelling. • Afwisseling in geleding van de gevel door verschillende detailleringen zoals neggen, kozijntypes en metselverbanden. • Een proefmuur wordt ter beoordeling beschikbaar gesteld aan het Q-team en de Adviescommissie Omgevingskwaltieit. • De gevels hebben een open uitstraling door de toepassing van veel glas zowel aan de buitenzijde als aan de binnenzijde.

Het beeld van de hoven wordt gedomineerd door beplanting.

Groene gevels worden integraal mee ontworpen met de architectuur van het gebouw.

Aan de buitenzijde een robuuste kleurstelling.

Pagina 65

De drie clusters in Vliertpark-zuid kennen meer vrijheid in verschijningsvorm.

Verschijningsvorm van de bebouwing ondersteunt het park.

Vliertpark-noord

Vliertpark-zuid

Samenhang door eenduidige inrichting park en sterke architectonisch verwantschap tussen de gebouwen.

Pagina 66

Subtiele verschillen afhankelijk van de plek in het plan.

Hoven zijn openbaar en kennen een sterke samenhang. collectieve invulling mag per hof verschillen.

Beeldkwaliteitsrichtlijnen Vliertpark 1. Samenhang en variatie Vliertpark krijgt een eenduidige parkinrichting wat zorgt voor een sterke samenhang. De verschijningsvorm van de bebouwing ondersteunt het park en draagt bij aan de herkenbare identiteit van Vliertpark. Deze samenhang wordt versterkt door een architectonische verwantschap tussen de gebouwen.

In Vliertpark zijn gedoseerd een aantal verbijzonderingen mogelijk.

Criteria: • De bebouwing in Vliertpark heeft een architectonische verwantschap en samenhang door: ◦ Herkenbare opbouw bestaande uit de plint, middendeel, afronding. ◦ Reductie van het kleuren- en materiaal pallet: basis bestaat uit natuurlijke kleuren en materialen die mooi verouderen. ◦ De bebouwing is ondersteunend aan het landschap, hierbij past een ingetogen expressie en sterke beeldrust, met een verfijnde materialisatie en detaillering wanneer het gebouw van dichterbij benaderd wordt. ◦ Een open uitstraling. • In Vliertpark zijn gedoseerd een aantal verbijzonderingen mogelijk, daar waar een stedenbouwkundige aanleiding is, door bijvoorbeeld een bijzondere dakopbouw of materiaalgebruik. • De drie clusters in Vliertpark-zuid kennen meer vrijheid in de vorm van het volume gezien de CPO-opgave maar maken gebruik van hetzelfde kleurenen materiaalpalet. • De in de rooilijn verspringende bebouwing aan de Stadionlaan verschilt per gebouwdeel en zijn afzonderlijk leesbaar. Tegelijk hebben ze onderling wel samenhang. • De hoogteaccenten zijn onderdeel van het volume. • Geleding in de gevel door verspringingen in hoogte bij lange gevels of andere stedenbouwkundige aanleidingen. • De volumes in het park zijn niet identiek en hebben hun eigen expressie.

Er is een architectonische verwantschap en samenhang.

Pagina 67

2. Maat en schaal Op strategische locaties langs de Stadionlaan kunnen bescheiden hoogteaccenten tot tien bouwlagen (35 m) worden toegevoegd. Deze hoogteaccenten steken boven de boomkronen uit en dragen bij aan een gevarieerde ervaring van het parklandschap. Deze accenten zijn geïntegreerd in de bebouwingswand. Ook in de publieke ruimte is aandacht voor de menselijke maat. Afhankelijk van de plek in het plan is openbaarheid of juist een gevoel van te gast zijn gepast. Het park rondom de volwassen bomen is uitnodigend en de plek waar bewoners uit omliggende buurten elkaar ontmoeten. De parkhoven tussen de bebouwingsclusters zijn intiemer met uitnodigende collectieve plekken waar iedereen welkom is, maar zich dan wel te gast voelt bij de bewoners van het cluster. Dit geeft ruimte voor het eigen maken van de plek door bewoners en daarmee voor een verschillend gebruik van de parkhoven.

PARK

Oplopende bouwhoogte met getrapte volumes.

STADION LAAN

Criteria: • De korrelgrootte van de woongebouwen aan de Stadionlaan wordt bepaald door de doorsteken tussen de bebouwing. • Hoofdvolumes van de bebouwing in het hele Vliertpark zijn alzijdig en eenduidig van vorm en als zodanig herkenbaar. • De korrelgrootte van de gebouwen in Vliertpark-noord en -zuid hebben een compactere en meer variërende footprint. • De bebouwing aan de Stadionlaan kent vanaf de zesde bouwlagen een setback van minimaal 1,5 meter terug van de rooilijn. • De bebouwing aan het Vliertpark kent vanaf de derde bouwlaag een setback van minimaal 1,5 meter. • Afwijken van de setback kan, als er met andere ruimtelijk kwalitatieve oplossingen een vergelijkbare bijdrage wordt geleverd. • Elk gebouw kent een afwisseling in het gevelbeeld: buitenruimtes liggen niet overal gestapeld boven elkaar en/of er is een afwisseling van verschillende typen buitenruimtes (leefgalerij, balkons) als onderdeel van het architectonisch ontwerp. Ook kan er gevarieerd worden met portiek en maisonette ontsluiting. >6 lagen set back, met bruikbare ruimte

>3 lagen set back, met bruikbare ruimte

stedelijke laag

Stadionlaan

Menselijke maat.

Hoofdvolumes van de bebouwing in het hele Vliertpark zijn alzijdig en eenduidig van vorm.

Pagina 68

Getrapte volumes met daktuinen.

Vliertpark

3. Routes en entrees

•

Routes en entrees zijn zo gepositioneerd en vormgegeven dat ze spontane ontmoetingen faciliteren en ze zijn op een vanzelfsprekende manier aangesloten op de looproutes in de omgeving. Aan het openbaar park en de publiek toegankelijke hoven wordt maximaal gewoond. De formele hoofdentrees naar de stijgpunten liggen aan de doorsteken.

•

De entree van de collectieve fietsenstalling is herkenbaar en uitnodigend vormgegeven, ze nodigt uit om gebruikt te worden. Toegangen voor eventuele parkeervoorzieningen liggen binnen de ontwikkelvelden, zijn zorgvuldig verwerkt in de bouwmassa en passen in het architectonisch beeld van de gehele gevel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15289900/1