CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Nota zienswijzen bestemmingsplan Brabantbad

Gemeenteraad 5 maart 2024, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Bestemmingsplan Brabantbad64.491 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 7 van 7

•

Reclamant verzoekt om niet in te stemmen met het bestemmingsplan, en om het aantal in het ontwerpbestemmingsplan geprojecteerde woningen zo snel mogelijk op een alternatieve en wel geschikte locatie te realiseren. Verwezen wordt naar het gemeentelijk commentaar onder I Algemene onderdelen zienswijzen onder punt 1 ‘Planopzet’ en punt 3 ‘Woonbehoefte en –programma’. Nota van zienswijzen Bestemmingsplan ‘Brabantbad’ Pagina 88 van 109

Reclamant 136 a. Reclamant spreekt steun uit voor het plan op basis van de volgende argumenten: Het Brabantbad geeft met haar diverse woningaanbod (circa 170 eenheden), een broodnodig antwoord op het nijpende woningtekort in 's-Hertogenbosch. Het project is – met respect voor het gebruik van het Prins Hendrikpark – in haar woonprogramma zeer divers opgezet. Het aanbod van vrijesectorkoopwoningen, sociale huurwoningen en betaalbare koopwoningen biedt veel mensen de mogelijkheid een wooncarrière te starten of voort te zetten en levert een bijdrage in de broodnodige doorstroming van woningen in de stad. De commerciële en maatschappelijke ruimte onder de woontorens dragen bij aan de sociale cohesie. Als bewoner, als omwonende, of als gast kan je hier fijn toeven en verblijven met ruimte voor ontmoeting en ontspanning. Het project Brabantbad moet er snel komen, reclamant wil er graag wonen. • De zienswijze wordt voor kennisneming aangenomen. Reclamant 137 a. Reclamant benadrukt dat er geen noodzaak is om te bouwen op de Brabantbadlocatie. In de ontwikkelingsovereenkomst die de gemeente in 2003 sloot met Hertogbouw/Heijmans was sprake van de bouw van 112 woningen op de Brabantbadlocatie. In de besluitenlijst van het college van B&W van 10-03-2020 wordt een verkoopovereenkomst voor 57 grondgebonden woningen benoemd.

Daarbij is aangegeven dat het oorspronkelijk de bedoeling was dat alle productierechten van de 112 woningen zouden worden ingevuld op de locatie Brabantbad. Aangezien dat niet haalbaar bleek te zijn, heeft Hertogbouw ermee ingestemd dat een deel van de productierechten (57 woningen) worden ingevuld op de locatie Hüstenweg. Reclamant concludeert dat er daarom nog maar een verplichting op de locatie Brabantbad ligt voor de bouw van 55 woningen. Daarnaast is in de ontwikkelovereenkomst uit 2003 opgenomen dat de gemeente aan Hertogbouw/Heijmans een andere locatie kan aanbieden als bouwen op de Brabantbadlocatie niet haalbaar zou zijn (artikel 17 Ontwikkelingsovereenkomst). Het is dan ook niet duidelijk waarom er nu 177 woningen gebouwd zouden ‘moeten’ worden op de Brabantbadlocatie. • In 2003 heeft de gemeente in Empel Zuid grond aangekocht van Hertogbouw in ruil voor productierechten voor woningen. Daarbij was het uitgangspunt dat deze bouwclaim volledig zou worden ingevuld met de ontwikkeling van 230 gestapelde woningen op de locatie Brabantbad. De gemeente heeft zich daarbij verplicht om vervangende grond / capaciteit voor 112 woningen en 6.8 ha bedrijfsterrein te leveren als de bouw op de Brabantbad locatie niet doorgaat. Een deel van de oorspronkelijke productierechten (van 230 woningen) is inmiddels ingevuld op een locatie in Empel (57 woningen).

Met de voorgenomen woningbouw op de locatie Brabantbad kan worden voldaan aan de gemaakte afspraken. Er geldt vanuit de overeenkomst uit 2003 geen verplichting om een minimum aantal woningen op deze locatie te realiseren. Er moet immers altijd sprake zijn van een goede ruimtelijke ordening. Bij de planvorming voor deze locatie is, gelet op de grote woningbehoefte in ‘s-Hertogenbosch, gezocht naar de meest optimale invulling qua woningaantallen, waarbij sprake is van een ruimtelijk aanvaardbaar plan. Het voorliggende plan voldoet hieraan. Verder wordt verwezen naar het gemeentelijk commentaar onder I Algemene onderdelen zienswijzen onder punt 1 ‘Planopzet’ en punt 3 ‘Woonbehoefte en –programma’. b. Er zijn alternatieve bouwlocaties genoeg in Den Bosch, zoals Station-Oost, Aartshertogenlaan, Weenerlocatie. De wethouder heeft vorig jaar gezegd dat hij ook aan de woningbouwdoelstellingen kan voldoen zonder de woningen in het Prins Hendrikpark. • Verwezen wordt naar het gemeentelijk commentaar onder I Algemene onderdelen zienswijzen onder punt 1 ‘Planopzet’ en punt 3 ‘Woonbehoefte en –programma’. c.

•

Het argument dat er al bebouwing was in het park snijdt volgens reclamant geen hout. Je kunt met evenveel recht zeggen dat er niet gebouwd had mogen worden in het park, want van 1935 tot aan de bouw van het zwembad stond er niks. Het is niet zo dat je niet anders kunt dan bouwen. Verwezen wordt naar het gemeentelijk commentaar onder I Algemene onderdelen zienswijzen onder punt 1 ‘Planopzet’. Nota van zienswijzen Bestemmingsplan ‘Brabantbad’ Pagina 89 van 109

d. Reclamant vraagt zich af of de bouw van de woningen in het park aanbesteed? Het kan niet zo zijn dan de gemeente ‘zomaar’ een toezegging doet aan een private partij omdat er gronden geruild worden. De grond onder deze overeenkomst is volgens reclamant juridisch niet houdbaar. Naar aanleiding van het Didam-arrest is een aanbesteding aan meerdere partijen verplicht en kan deze grond niet zomaar aan één ontwikkelaar worden toegewezen, zonder andere partijen in de gelegenheid te stellen om mee te dingen. • Op grond van het Didam-arrest geldt als uitgangspunt dat de gemeente bij de uitgifte van onroerend goed concurrentie mogelijk moet maken. Als er meerdere gegadigden te verwachten zijn, moeten zij een gelijke kans krijgen om het onroerend goed te verwerven. De Hoge Raad heeft daarop een uitzondering gegeven voor het geval, dat er op grond van redelijke, objectieve en transparante criteria duidelijk is, dat er maar één serieuze gegadigde voor de grond is. Eén-opéén kan plaatsvinden, indien de uitgifte volgt op een eerder aan de bewuste gegadigde verleende bouwclaim in ruil voor door hem aan de gemeente in eigendom overgedragen gronden. Indien het bestemmingsplan voor de locatie Brabantbad onherroepelijk wordt en de gemeente met Hertogbouw overeenstemming bereikt, zal verkoop van bouwgrond plaatsvinden om de bouw van de 3 woontorens mogelijk te maken.

Deze verkoop vindt zijn oorsprong in de koopovereenkomst van 2003 waarop de bouwclaim is gebaseerd en valt daarmee onder de hiervoor bedoelde uitzondering. De gemeente zal het voornemen tot verkoop in het licht van het Didam-arrest wel tijdig en gemotiveerd publiceren. e. Hertogbouw heeft iets unieks gedaan door mensen actief uit te nodigen om een zienswijze in te dienen. Dat is niet erg chic volgens reclamant. Hertogbouw heeft immers (uitsluitend) een financieel belang bij de bouw. In de ontwikkelingsovereenkomst uit 2003 staat duidelijk aangegeven (artikel 17) dat de gemeente Hertogbouw ook elders kan laten bouwen, mocht de bouw in het park niet doorgaan. Hertogbouw gebruikt hier politieke argumenten (woningnood) om zijn eigen belangen veilig te stellen. • In het kader van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan heeft iedereen de mogelijkheid om een zienswijze over het plan aan de gemeenteraad kenbaar te maken. De oproep van de projectontwikkelaar om mensen uit te nodigen een zienswijze in te dienen is niet onrechtmatig. Uiteindelijk is het aan de gemeenteraad om bij de besluitvorming over het bestemmingsplan een afweging te maken over alle ingekomen zienswijzen. f.

•

Het ontwerpbestemmingsplan geeft aan dat er voor de woontorens per etmaal 1.370 autobewegingen verwacht worden. Al deze auto's moeten via één in- en uitgang van en naar de Van Grobbendoncklaan. Ervan uitgaande dat de meeste autoritten zullen plaatsvinden tussen 08:00 en 18:00 betekent dit dat er per uur gemiddeld 137 auto's van en naar de Van Grobbendoncklaan zullen bewegen. Hoe stelt de gemeente zich dit voor? De Van Grobbendoncklaan is een drukke binnenringweg. Zonder verkeerslichten zal het schier onmogelijk zijn om het terrein van de Brabantbadlocatie in te rijden of te verlaten. Deze auto-bewegingen komen nog boven op de bezoekers die naar en van het tankstation gaan. Reclamant heeft ter illustratie figuur 3.5 Ontsluiting uit de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan opgenomen in de zienswijze. Verwezen wordt naar het gemeentelijk commentaar onder I Algemene onderdelen zienswijzen onder punt 4 ‘Verkeer en parkeren’.

g. Het is volgens reclamant uitermate vreemd dat het Esso Tankstation buiten dit ontwerpbestemmingplan is gehouden. Terwijl het toch echt deel uitmaakt van het plangebied. Hiermee wordt in de gebiedsontwikkeling een soort van ‘salami-techniek' toegepast, door te doen alsof de verschillende onderdelen geen relatie met elkaar zouden hebben. Er zijn al regelmatig vragen gesteld aan de gemeente over de visie op de toekomst van dit tankstation. Niet zo vreemd, gezien het feit dat dit tankstation direct naast de voorgenomen bebouwing en heel dicht bij de reeds aanwezige bebouwing is gelegen. Naar verluid staat het tankstation op dit moment te koop. Dat zou een mooie gelegenheid kunnen bieden om een besluit te nemen over de toekomst van dit tankstation. • Er zijn geen toezeggingen gedaan dat het tankstation zal verdwijnen. Op dit moment is er nog behoefte aan fossiel tanken en dat zal op korte tot middellange termijn niet wijzigen. De kosten Nota van zienswijzen Bestemmingsplan ‘Brabantbad’ Pagina 90 van 109

van uitkoop zijn hoog en stedenbouwkundig is dit niet de gewenste oplossing. Aankoop van het benzinestation in het kader van het plan op deze locatie, betekent dat dit plan niet langer financieel haalbaar is. Bovendien is ook met behoud van het benzinestation een stedenbouwkundig en milieutechnisch (waarborging goed woonklimaat) aanvaardbaar plan te realiseren. Voorts wordt verwezen naar het gemeentelijk commentaar onder I Algemene onderdelen zienswijzen onder punt 1 ‘Planopzet’. Overigens heeft de gemeente volgens vaste jurisprudentie een grote mate van beleidsvrijheid in het bepalen van de begrenzing van het bestemmingsplan. h. Reclamant geeft aan dat parkeren een probleem wordt. Voor de 87 woningen in de vrije sector zal een plaats in de parkeergarage voorzien zijn, want daar passen er toevallig 87 in. Op het maaiveld komen ook nog eens 110 parkeerplaatsen. In totaal komen er dus 197 parkeerplaatsen voor het terrein (inclusief de plaatsen voor de commerciële activiteiten). Dat zal volgens reclamant zeker niet voldoende zijn. Het autobezit wordt gemiddeld genomen in Nederland geschat op 1,7 per huishouden. Voor 177 woningen kom je dan uit op ongeveer 300 auto's. Een conservatieve berekening van 1,5 per huishouden komt uit op 265 auto's (exclusief bezoek en de commerciële activiteiten).

• Verwezen wordt naar het gemeentelijk commentaar onder I Algemene onderdelen zienswijzen onder punt 4 ‘Verkeer en parkeren’. i.

•

j.

•

k.

•

Reclamant geeft aan dat het ontwerpbestemmingsplan schermt met de kleine footprint van de woontorens, maar dat daarbij de oppervlakte van de half verdiepte parkeergarage van 2.800m2 (en een hoogte van 1,35 meter) wordt vergeten. Vanaf de Van Grobbendoncklaan kan je daar niet overheen kijken en bovendien kun je op de garage geen bomen planten. Ook worden nog eens 17 (van de 26) grote beeldbepalende bomen gekapt. Het argument dat met het plan het groene en openbare karakter en de doorzichten naar het water worden behouden, kan volgens reclamant ‘de prullenbak’ in. Verwezen wordt naar het gemeentelijk commentaar onder I Algemene onderdelen zienswijzen onder punt 1 ‘Planopzet’ en punt 2 ‘Woonklimaat omgeving’. De conclusie van reclamant dat 17 grote beeldbepalende bomen worden gekapt is niet juist. Tot de 17 bomen behoren ook enkele jonge bomen. Bomen die niet behouden kunnen worden, worden in het park gecompenseerd. Verder wordt op de halfverdiepte parkeergarage voldoende grond opgebracht (minimaal 80 cm) zodat daarop meerstammige struiken geplant kunnen worden. Reclamant haalt een aantal aspecten aan om aan te geven dat het er steeds meer op lijkt dat bouwen in het park voor de gemeente een prestigeproject is dat koste wat kost, los van de mening van omwonenden, doorgezet moet worden.

Reclamant stelt dat de gemeente in sommige gevallen zelf onwaarheden verkondigt, zoals het argument dat de hoogte van de woontorens verlaagd is omdat de omwonenden dat graag wilden. Dat is onjuist. Al in het eerste plan uit 2016 waren de torens lager dan de 60 meter die de gemeente later is gaan noemen. Verwezen wordt naar het gemeentelijk commentaar op zienswijze 85, onder e. Verder wordt verwezen naar het gemeentelijk commentaar onder I Algemene onderdelen zienswijzen onder punt 1 ‘Planopzet’. Het huidige bestemmingsplan laat in het plangebied geen commerciële activiteiten toe. Het is niet duidelijk (en ook niet onderbouwd) waarom er in de onderste twee lagen van de woontorens commerciële activiteiten worden voorzien. Commerciële activiteiten in een park (waarbij nu nog niet duidelijk is wat voor soort activiteiten dit zijn) zijn niet gewenst en niet haalbaar (weinig parkeerruimte, weinig aanloop, vanuit veiligheid zijn rolluiken nodig). Reclamant vraagt zich af waarom er niet gekozen is voor maatschappelijke activiteiten. Maatschappelijke voorzieningen – zoals educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen – zijn wel degelijk toegestaan in de onderste twee lagen van de woontorens.

Invulling van (een deel van) de ruimtes met maatschappelijke en/of culturele functies kan een meerwaarde bieden voor de omgeving, bijvoorbeeld omdat het sociale netwerken kan versterken. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een buurthuis. Daarnaast kunnen deze twee lagen onder meer worden gebruikt voor dienstverlening. Nota van zienswijzen Bestemmingsplan ‘Brabantbad’ Pagina 91 van 109

Horeca van categorie 3 (daghoreca) is ook toegestaan. De vestiging van lichte horeca op deze locatie past namelijk in het horecabeleid (zoals omschreven in de toelichting). Daar komt bij dat deze functie een meerwaarde vormt voor de leefbaarheid van het gebied en een verbinding tussen de bebouwing in plangebied en de omgeving tot stand brengt. Verder wordt verwezen naar het gemeentelijk commentaar onder I Algemene onderdelen zienswijzen onder punt 1 ‘Planopzet’. l.

•

Reclamant is, gelet op de situatie bij de Amazones, van mening dat de buitenruimte niet gebruikt zal worden, vanwege de harde wind tussen de gebouwen, maar ook omdat je al snel het gevoel hebt dat je in iemands voor- of achtertuin staat. Reclamant verwijst hiervoor ook naar het onderzoek “De IJzeren Vrouw: Een impact analyse van een residentieel ontwikkelingsplan in een stadspark” dat door studenten van de BUAS is uitgevoerd. Verwezen wordt naar het gemeentelijk commentaar onder I Algemene onderdelen zienswijzen onder punt 1 ‘Planopzet’ en punt 2 ‘Woonklimaat omgeving’.

m. Er is met omwonenden nooit overlegd over het uiterlijk van de bebouwing. Waarom niet? Zelfs nadat er 2.400 handtekeningen zijn aangeboden aan de wethouder was dit geen aanleiding om met de omwonenden in gesprek te gaan om in een gezamenlijk overleg meer draagvlak te creëren voor de plannen. • Wij zijn bekend met de bezwaren uit de omgeving en zijn daarom niet over 1 nacht ijs gegaan met dit plan. Het is een locatie die reeds planologisch bestemd is voor woningbouw. Bij het plan is een afweging gemaakt tussen de wens om te voorzien in de grote woningbehoefte en de impact van het plan op de omgeving. Daarbij hebben wij ook op verschillende manieren de reacties uit de omgeving betrokken bij de afweging (zie punt 5 ’Inspraak en omgevingsdialoog’). De voorstellen zoals opgenomen in het burgerinitiatief zijn door de raad afgewogen. De raad heeft besloten niet in te stemmen met het burgerinitiatief. Ook is gekeken om de impact van het plan op de omgeving zo beperkt mogelijk te houden (zie punt 1 ‘Planopzet’). Met dit aangepaste plan hebben wij het vertrouwen dat de impact van het plan acceptabel is. n. Reclamant wijst erop dat er tegenwoordig in Nederland veel meer vraag naar eengezinswoningen is dan naar appartementen.

Reclamant verwijst daarbij naar een citaat uit het Financieel dagblad van 03-10-2022: “Brancheorganisaties Woningbouwers NL en Neprom onderzochten wat de woonwensen zijn van starters en doorstromers. Rekening houdend met deze wensen zou volgens de onderzoekers 70% van alle nieuwbouw uit eengezinswoningen moeten bestaan.” • Het gewenste type woningen is afhankelijk van de locatie. Er is een grote behoefte aan woningen en op deze plek is juist gekozen om de openbare ruimte zo min mogelijk aan tasten. Vandaar dat is gekozen voor appartementen. Eengezinswoningen zijn op deze plek niet geschikt. Dit levert slechts een beperkt aantal woningen op terwijl het ruimtebeslag groot is. Verder wordt verwezen naar het gemeentelijk commentaar onder I Algemene onderdelen zienswijzen onder punt 1 ‘Planopzet’ en punt 3 ‘Woonbehoefte en –programma’. o. Volgens reclamant kan het bouwen in het groen rondom de stad een goed alternatief zijn. Het inbreiden kan niet doorgaan als dat betekent dat er groen in de stad wordt opgeofferd, en dat is ook nooit de bedoeling geweest. Het Prins Hendrikpark is een klein maar uniek park. De gemeente zou er goed aan doen om dit juist te versterken. Reclamant voegt toe dat als de gemeenteraad dit plan doorzet zij zich de rest van het leven daar voor kan schamen.

• Verwezen wordt naar het gemeentelijk commentaar onder I Algemene onderdelen zienswijzen onder punt 1 ‘Planopzet’. Reclamant 138 a. Reclamant geeft aan dat met het ontwerpbestemmingsplan groen wordt vervangen door stenen en wordt het belang van groen in de stad, noodzakelijk voor gezondheid en klimaatadaptatie, genegeerd. Dit belang neemt alleen maar toe bij de geplande verdichting in de omgeving van het park, zoals de Station Oost en de Aartshertogenlaan. Reclamant verwijst hierbij ook naar de website van de Rijksoverheid https://www.gezondeleefomgeving.nl/groen en naar de ‘groenkaart’ (RIVM 2018). Op die laatste is zichtbaar dat het park en de omgeving een laag groenpercentage kennen, nl. tussen de 0 – 40%. Met bouwplannen rondom Station-Oost en de Aartshertogenlaan, zal het gebruik van het park verder toenemen. Door dit bestemmingsplan laat de gemeente het Nota van zienswijzen Bestemmingsplan ‘Brabantbad’ Pagina 92 van 109

•

wonen voor een aantal inwoners in het groen prevaleren boven de leefbaarheid van vele huidige en toekomstige omwonenden rondom dit schaarse groen. Verwezen wordt naar het gemeentelijk commentaar onder I Algemene onderdelen zienswijzen onder punt 1 ‘Planopzet’ en punt 2 ‘Woonklimaat omgeving’.

b. Met deze plannen vermindert de gemeente de leefbaarheid voor de omwonenden en gebruikers van het Prins Hendrikpark, het enige park aan de noordzijde van het centrum. Het park wordt zeer intensief gebruikt en is het voor veel bewoners van de Graafsewijk, de Muntel en de Vliert een geliefde groene uitloop. In deze wijken wonen veel mensen zonder of met een kleine tuin, waarbij de huidige RIVM-norm voor een gezonde leefomgeving per huishouden, 75m 2 groen per woning, bij lange na niet gehaald wordt. • Verwezen wordt naar het gemeentelijk commentaar onder I Algemene onderdelen zienswijzen onder punt 1 ‘Planopzet’ en punt 2 ‘Woonklimaat omgeving’. c.

•

Reclamant geeft met verwijzing naar de Provinciale CHW-kaart aan dat het bestemmingsplan niet is getoetst op de Cultuurhistorische Waarde van het Prins Hendrikpark en de historische stedenbouwkundige waarde door toestemming te geven om drie enorme woontorens in het park te bouwen. De provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) geeft niet aan dat deze plek vanuit cultuurhistorie van provinciaal belang is. Op de kaart is het park als onderdeel van de Muntel meegenomen onder het kopje Overige cultuurhistorische informatie. Het is daarbij geduid als ‘historische stedenbouw’. De wijk De Muntel is door het rijk aangewezen als Rijks beschermd stadsgezicht, maar de plas en het park maken daar geen onderdeel van uit. De duiding in de provinciale CHW tot historische stedenbouw betekent niet dat hierbinnen geen nieuwbouw kan worden gerealiseerd. De geplande nieuwbouw past goed in de bestaande stedenbouwkundige structuur, zie ook het gemeentelijk commentaar onder I Algemene onderdelen zienswijzen onder punt 1 ‘Planopzet’.

d. De schaal van de torens is buiten proporties voor zo'n klein binnenstedelijk park. Het Prins Hendrikpark is geen Central Park in New York. En New York heeft zich, in tegenstelling tot 'sHertogenbosch, met alle hoogbouw aan de basisregels gehouden: niet bouwen in een park. • Verwezen wordt naar het gemeentelijk commentaar onder I Algemene onderdelen zienswijzen onder punt 1 ‘Planopzet’. e. De plint van de drie torens brengt het risico van commercialisering van het park met zich mee, met mogelijke overlast voor parkgebruikers en omwonenden. • Verwezen wordt naar het gemeentelijk commentaar onder I Algemene onderdelen zienswijzen onder punt 1 ‘Planopzet’. f.

•

Tot slot uit reclamant de ergernis over de Kieswijzer van de afgelopen gemeenteraadsverkiezingen. Hierin legde de gemeente de keuze voor: hoog- of laagbouw naast het park, terwijl het hier nadrukkelijk ging over het voorliggende plan om in het park te bouwen. De gemeente is niet de opsteller (en dus niet verantwoordelijk) van de stellingen in de Kieswijzer.

Reclamant 139 a. Er mogen geen woontorens (tot 60 meter hoog) aan de IJzeren Vrouw komen. Reclamant vindt dit een grove en blijvende aantasting van het karakter van het oudste park van Den Bosch. Groen gaat verdwijnen, minder schone lucht en meer CO2 die blijft hangen én recreatie wordt beperkt. Dit kan echt niet meer in deze tijd, waar we juist meer groen nodig hebben. Het park is uniek en heel waardevol: open, groen en dicht bij de stad, tussen dichtbevolkte wijken. Steeds meer bewoners uit alle delen van de stad gebruiken het park om te ontspannen. De voorgestelde bebouwing met woontorens tot op 25 meter van het water gaat ten koste van natuur, recreatie, een ontspannen beleving en tenslotte de leefbaarheid van de stad. • Verwezen wordt naar het gemeentelijk commentaar onder I Algemene onderdelen zienswijzen onder punt 1 ‘Planopzet’.

Nota van zienswijzen Bestemmingsplan ‘Brabantbad’ Pagina 93 van 109

b. Er is op slechts 750 meter afstand al een hele nieuwe wijk gepland met 2.100 woningen en hoogbouw, dat is voor deze wijk voldoende. Daarnaast zijn er in omgeving al veel eengezinswoningen vervangen door hoogbouw. Dit alleen gaf al een enorme toename van het gebruik van het park. Daarnaast ook de 3 enorme ‘Amazones’ met al hun inwoners. • Verwezen wordt naar het gemeentelijk commentaar onder I Algemene onderdelen zienswijzen onder punt 1 ‘Planopzet’ en punt 3 ‘Woonbehoefte en –programma’. c.

•

Reclamant vindt dat een democratisch gekozen gemeenteraad ook behoort te luisteren en te handelen naar hetgeen door bewoners is ingebracht. Reclamant verwijst daarbij naar de 1.737 ondertekenaars van de enquête (75% tegen), de 2.400 petitie ondertekenaars, én de 507 ondertekenaars van het Burgerinitiatief. Hier is helemaal niets mee gedaan. Wij zijn bekend met de bezwaren uit de omgeving en zijn daarom niet over 1 nacht ijs gegaan met dit plan. Het is een locatie die reeds planologisch bestemd is voor woningbouw. Bij het plan is een afweging gemaakt tussen de wens om te voorzien in de grote woningbehoefte en de impact van het plan op de omgeving. Daarbij hebben wij ook op verschillende manieren de reacties uit de omgeving betrokken bij de afweging (zie punt 5 ’Inspraak en omgevingsdialoog’). De voorstellen zoals opgenomen in het burgerinitiatief zijn door de raad afgewogen. De raad heeft besloten niet in te stemmen met het burgerinitiatief. Ook is gekeken om de impact van het plan op de omgeving zo beperkt mogelijk te houden (zie punt 1 ‘Planopzet’). Met dit aangepaste plan hebben wij het vertrouwen dat de impact van het plan acceptabel is.

Reclamant 140 a. Reclamant vraagt af te zien van de geplande hoogbouw (3 torens, max. 60m) op de locatie Brabantbad. Er ligt een goedgekeurd bestemmingsplan waarbinnen de geplande hoeveelheid woningen zeer waarschijnlijk ook gerealiseerd kan worden. En dan kunnen deze woningen ook snel gerealiseerd worden. • Verwezen wordt naar het gemeentelijk commentaar onder I Algemene onderdelen zienswijzen onder punt 1 ‘Planopzet’. b. Er wordt in het hoogbouwplan veel nadruk gelegd op behoud van zichtlijnen en het open karakter. Juist door ver boven de boomgrens te willen bouwen, wordt 360 graden de zichtlijn (horizon) verstoord. Wanneer je op dit moment door het park wandelt ervaar je deze als een natuurlijk rustpunt omdat het oog overal groen ontmoet. Bij de Bartjes zijn de destijds oude woningen vervangen door mooie flats die passen in de omgeving en juist tot aan de boomgrens reiken. Daar is over nagedacht. De (door)zichtlijnen waar nu over gesproken wordt, waren er in de oude situatie Brabantbad niet en zijn voor de omwonenden en bezoekers van het park van minder belang dan torens die hen tot in alle hoeken van het park in het oog achtervolgen. Hoge gebouwen worden blikvangers, of men dit wil of niet. Het karakter van een omgeving wordt erdoor overheerst. Door de hoogte is het namelijk onmogelijk dat ze opgaan in de omgeving.

Wanneer deze hoogbouw er eenmaal staat, is dat onomkeerbaar. Daarbij is in internationaal onderzoek het belang van voldoende groen(beleving!) aangetoond en is wereldwijd een trend om in steden juist meer ruimte aan groen te geven. • Verwezen wordt naar het gemeentelijk commentaar onder I Algemene onderdelen zienswijzen onder punt 1 ‘Planopzet’. Reclamant 141 a. Er mogen geen woontorens (tot 60 meter hoog) aan de IJzeren Vrouw komen. Reclamant vindt dit een grove en blijvende aantasting van het karakter van het oudste park van Den Bosch. Groen verdwijnt en recreatie wordt beperkt. Het park is uniek en heel waardevol: open, groen en dicht bij de stad, tussen dichtbevolkte wijken. Steeds meer bewoners uit alle delen van de stad gebruiken het park om te ontspannen. De voorgestelde bebouwing met woontorens tot op 25 meter van het water gaat ten koste van natuur, recreatie, een ontspannen beleving en tenslotte de leefbaarheid van de stad. • Verwezen wordt naar het gemeentelijk commentaar onder I Algemene onderdelen zienswijzen onder punt 1 ‘Planopzet’. b. Er is op slechts 750 meter afstand al een hele nieuwe wijk gepland met 2.100 woningen en hoogbouw, dat is voor deze wijk voldoende. Nota van zienswijzen Bestemmingsplan ‘Brabantbad’ Pagina 94 van 109

•

Verwezen wordt naar het gemeentelijk commentaar onder I Algemene onderdelen zienswijzen onder punt 3 ‘Woonbehoefte en –programma’.

Reclamant 142 a. Er mogen geen woontorens (tot 60 meter hoog) aan de IJzeren Vrouw komen. Reclamant vindt dit een grove en blijvende aantasting van het karakter van het oudste park van Den Bosch. Groen verdwijnt en recreatie wordt beperkt. Het park is uniek en heel waardevol: open, groen en dicht bij de stad, tussen dichtbevolkte wijken. Steeds meer bewoners uit alle delen van de stad gebruiken het park om te ontspannen. De voorgestelde bebouwing met woontorens tot op 25 meter van het water gaat ten koste van natuur, recreatie, een ontspannen beleving en tenslotte de leefbaarheid van de stad. • Verwezen wordt naar het gemeentelijk commentaar onder I Algemene onderdelen zienswijzen onder punt 1 ‘Planopzet’. b. Er is op slechts 750 meter afstand al een hele nieuwe wijk gepland met 2.100 woningen en hoogbouw, dat is voor deze wijk voldoende. • Verwezen wordt naar het gemeentelijk commentaar onder I Algemene onderdelen zienswijzen onder punt 3 ‘Woonbehoefte en –programma’. Reclamant 143 a. Er mogen geen woontorens (tot 60 meter hoog) aan de IJzeren Vrouw komen. Reclamant vindt dit een grove en blijvende aantasting van het karakter van het oudste park van Den Bosch. Groen verdwijnt en recreatie wordt beperkt. Het park is uniek en heel waardevol: open, groen en dicht bij de stad, tussen dichtbevolkte wijken.

Steeds meer bewoners uit alle delen van de stad gebruiken het park om te ontspannen. De voorgestelde bebouwing met woontorens tot op 25 meter van het water gaat ten koste van natuur, recreatie, een ontspannen beleving en tenslotte de leefbaarheid van de stad. • Verwezen wordt naar het gemeentelijk commentaar onder I Algemene onderdelen zienswijzen onder punt 1 ‘Planopzet’. b. Er is op slechts 750 meter afstand al een hele nieuwe wijk gepland met 2.100 woningen en hoogbouw, dat is voor deze wijk voldoende. • Verwezen wordt naar het gemeentelijk commentaar onder I Algemene onderdelen zienswijzen onder punt 3 ‘Woonbehoefte en –programma’. Reclamant 144 Reclamant maakt zienswijzen kenbaar ten aanzien van de raadsinformatiebrief en de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan. Raadsinformatiebrief: a. Reclamanten heeft meerdere opmerkingen over de planopzet: − Dat meer woningen mogelijk zijn dan in het oude plan is niet juist. − M.b.t. de kleinere voetafdruk zijn de plaatjes suggestief (boven sokkel is de bebouwing breder) en is de oude bebouwing niet meer relevant. Oude plan is beduidend verder van het water. Op voetprintplaatjes zie je niet de impact van de hoogte. − Voldoende afstand tot het water is subjectief. Door de ligging en hoogte van de torens loop je het rondje ‘door iemands achtertuin’.

Daarnaast is in het plan ruimte voor een terras waardoor het rondje om de plas in de praktijk zeer krap gaat worden. Het terras is niet ingetekend. Dat is misleidend volgens reclamant. − Door de verhoging van de parkeergarage zullen bewoners van de Van Grobbendoncklaan sterk verminderd uitzicht hebben. De uitspraak doorzichten naar water behouden blijven is dus misleidend. • Verwezen wordt naar het gemeentelijk commentaar onder I Algemene onderdelen zienswijzen onder punt 1 ‘Planopzet’.

Nota van zienswijzen Bestemmingsplan ‘Brabantbad’ Pagina 95 van 109

b. Bij de relevante besluitgeschiedenis missen de uitkomsten van de omgevingsdialoog en petitie, de verslagen van gesprekken met Stichting IJzeren Vrouw inzake alternatieven, en alle besluiten van de raad inzake klimaat/milieu en groen. • De raadsinformatiebrief is bedoeld om de gemeenteraad tussentijds te informeren over het plan. Onder het kopje besluitengeschiedenis zijn enkele relevante eerder genomen bestuurlijke besluiten genoemd. Verderop in de raadsinformatiebrief wordt de gevoerde omgevingsdialoog toegelicht. Daarnaast zit het ontwerpbestemmingsplan (en de daarbij behorende onderzoeken) als bijlage bij de raadsinformatiebrief. c.

•

De omgevingsdialoog en aanpassingen van het plan is een wassen neus. Het proces is pas opgestart toen het plan al totaal gereed was en de inspraak ging niet over het plan zelf, maar over de aankleding. Er was geen ruimte om tegen de bouw te zijn. Waarom doe je dan überhaupt een onderzoek onder omwonenden? De aanpassingen van de hoogte van de torens is ook een farce. Dit riekt naar in scène zetten, eerst iets aanbieden waar je op voorhand al een aanpassing op hebt voorzien onder het mom van luisteren. Stelt de gemeente ook eisen aan de vorm, inhoud en kwaliteit van de omgevingsdialoog? Zo ja, vindt de raad dat daaraan is voldaan? Zo nee, waarom niet? Gezien de op stapel staande omgevingswet is dit een zeer relevant beleidspunt. Wij zijn bekend met de bezwaren uit de omgeving en zijn daarom niet over 1 nacht ijs gegaan met dit plan. Het is een locatie die reeds planologisch bestemd is voor woningbouw. Bij het plan is een afweging gemaakt tussen de wens om te voorzien in de grote woningbehoefte en de impact van het plan op de omgeving. Daarbij hebben wij ook op verschillende manieren de reacties uit de omgeving betrokken bij de afweging (zie punt 5 ’Inspraak en omgevingsdialoog’). De voorstellen zoals opgenomen in het burgerinitiatief zijn door de raad afgewogen. De raad heeft besloten niet in te stemmen met het burgerinitiatief.

Ook is gekeken om de impact van het plan op de omgeving zo beperkt mogelijk te houden (zie punt 1 ‘Planopzet’). Met dit aangepaste plan hebben wij het vertrouwen dat de impact van het plan acceptabel is.

d. Er wordt gesteld dat verkoop van de grond tegen marktconforme prijs plaatsvindt. Wie bepaalt dat de prijs marktconform is, aangezien er geen aanbesteding is. De financiële casus is opgesteld voordat de (grondstof)prijzen door het dak gingen en voordat er meer betaalbare woningen in het plan zaten. Het is een zekerheid dat het plan niet meer gerealiseerd kan worden tegen de genoemde prijzen. Wie gaat dat betalen? Betekent dit substantieel hogere huur/verkoopprijzen? Past het dan nog in sociale huur/koop? Zoals het financiële plaatje nu wordt voorgesteld is deze misleidend naar de raad. • De economische haalbaarheid is bij iedere gebiedsontwikkeling een continu aandachtspunt; zo ook in het project Brabantbad. Dit speelt zeker een rol indien er sprake is van een lange voorbereidings- en proceduretijd. In een dergelijke periode kunnen er wijzigingen ontstaan op het terrein van onder meer aanneemsommen en verhuur- en verkoopprijzen. Dit kan zowel een positief als negatief effect hebben op de grondexploitatie. Jaarlijks wordt de grondexploitatie Brabantbad in het kader van de jaarrekening van de gemeente geactualiseerd. Hierbij worden ook de risico’s en bijbehorende beheersmaatregelen meegenomen. Verwacht wordt dat de grondexploitatie sluitend is. Een eventueel negatief effect op de grondexploitatie kan ten laste worden gebracht van de algemene reserve van het grondbedrijf.

Daarmee is dit plan financieel economisch haalbaar. e. In de raadsinformatiebrief wordt niet gesproken over klimaat/milieu. Er is geen onderzoek gedaan naar het gebruik van het park volgens reclamant. Waarom niet? • Alle benodigde onderzoeken zijn uitgevoerd en actueel. Zie hiervoor de plantoelichting en de bijbehorende bijlagen. In hoofdstuk 5 van de plantoelichting zijn alle milieuaspecten beoordeeld en indien nodig onderzocht. In de raadsinformatiebrief zelf wordt niet gesproken over klimaat en milieu. Als bijlage bij deze informatiebrief is het ontwerpbestemmingsplan Brabantbad met de daarbij behorende toelichting en regels gevoegd. In de toelichting bij het bestemmingsplan (o.a. hoofdstuk 4 en 5) wordt wel ingegaan op deze punten. Verder wordt verwezen naar het gemeentelijk commentaar onder I Algemene onderdelen zienswijzen onder punt 1 ‘Planopzet’ en naar het gemeentelijk commentaar op zienswijze 85, onder i. Nota van zienswijzen Bestemmingsplan ‘Brabantbad’ Pagina 96 van 109

Toelichting ontwerpbestemmingsplan: f. Figuur 1.2 geeft een plangebied aan dat veel groter is dan nodig. Waarom is dat? Zijn er plannen voor uitbreiding? Waarom is ook het water onderdeel van het plangebied? • Het plangebied omvat ook een deel van de IJzeren Vrouw om de voorziening voor warmte koude opslag (planologisch) mogelijk te maken. Deze warmte koude opslag is verbonden middels Aquathermie met de plas IJzeren Vrouw. Doordat deze opslag wordt gerealiseerd is geen aardgas nodig voor de verwarming van nieuwe woningen. In de zomer wordt koelte uit de plas gehaald om passieve koeling voor de appartementen te generen en in de winter wordt warmte uit de bodem en plas getrokken om appartementen te voorzien van warmte. g. Reclamant interpreteert paragraaf 2.4 dat een half verdiepte parkeergarage mag gelden als Groenbestemming. Welke wetsbepaling stelt dit? • De gemeenteraad is bevoegd om bestemmingsplannen vast te stellen, die men uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De gemeenteraad heeft bij het vaststellen van bestemmingsplannen beleids- en afwegingsruimte. Aangezien de ruimte op het dak als groene en openbare ruimte wordt ingericht is ervoor gekozen dit de bestemming ‘groen’ te geven. De onderliggende parkeergarage wordt met een aanduiding ‘parkeergarage’ toegestaan. h.

Paragraaf 2.4 stelt: De bouwdiepte van de parkeervoorziening dient niet meer dan 3 meter te bedragen en de bouwhoogte niet meer dan 1 meter. Ten opzichte van welk peil wordt de bouwdiepte en bouwhoogte dit gemeten? Reclamant vraagt zich af waar impressies te vinden zijn van de verhoging vanaf de bewoners aan de Van Grobbendoncklaan? Als die er niet zijn dan verzoekt reclamant om die alsnog op te leveren. Welke vorm heeft de garage precies? Deze kan niet onder de buitenparkeerplaats komen gezien de bomen die daar groeien. De tekening klopt niet. De afstand tot het water van de voorste toren is veel geringer. Reclamant vraagt een nieuwe tekening op te leveren. • Paragraaf 2.4 gaat over de mogelijkheden die het geldende bestemmingsplan biedt en niet over het nieuwe plan. De vorm en ligging van de parkeergarage is op de verbeelding aangegeven. Dit betreft de maximale afmeting die de garage mag krijgen. Het grootste deel van de bomen wordt gehandhaafd. Op de verbeelding wordt ook de locatie van de torens (en daarmee de afstand tot het water) aangegeven. Verder wordt verwezen naar het gemeentelijk commentaar onder I Algemene onderdelen zienswijzen onder punt 1 ‘Planopzet’. i.

•

De stelling dat het nieuwe plan meer woningen kan bevatten dan het oude is incorrect. Heeft u hierbij gecorrigeerd voor de nieuwe normen voor oppervlakte per woning? Reclamant vraagt zich af hoeveel woningen van welke grootte exact er gerealiseerd worden? Wat verstaat de gemeente onder ‘sociale huur’, ‘middeldure huur’ en ‘sociale koop’? Tot welke bedragen zijn die gedefinieerd? De verdeling van de woningen in de flats voorziet niet in minimaal 30% sociale huur. Waarom niet? Verwezen wordt naar het gemeentelijk commentaar onder I Algemene onderdelen zienswijzen onder punt 3 ‘Woonbehoefte en –programma’. Daarnaast zijn in het bestemmingsplan de begrippen ‘sociale huurwoning’ (art. 1.36), ‘middenhuurwoning’ (art. 1.31) en ‘betaalbare koopwoning’ (art. 1.37) gedefinieerd. Voorts is in artikel 3.4.2 aangegeven hoeveel woningen t.b.v. sociale huur, middenhuur en betaalbare koop minimaal moeten worden opgericht. Bij de uitwerking en bij de omgevingsvergunningaanvraag wordt aan deze regels getoetst. De voorbereiding van dit plan dateert uit de tijd dat in het gemeentelijke woonbeleid een minimum van 25% sociaal (huur of koop) was opgenomen. In de jarenlange voorbereiding is door de ontwikkelaar uitgegaan van 25% betaalbare woningen en 75% vrije sector woningen.

In het huidige gemeentelijk woonbeleid is de ambitie een stedelijke differentiatie van minimaal 30% sociale huur, minimaal 20% middenhuur en goedkope koop en maximaal 50% dure huur en (middel)dure koop. Op projectniveau wordt gestreefd wordt naar differentiatie binnen de categorieën. Daarbij is maatwerk in de percentages mogelijk, indien dat bijdraagt aan een leefbare en inclusieve buurt. Nota van zienswijzen Bestemmingsplan ‘Brabantbad’ Pagina 97 van 109

In het naastgelegen Hinthamerpoort is relatief veel sociale huur aanwezig. Omdat we inmiddels steviger inzetten op realisatie van sociale huur, zijn er toch nadere afspraken gemaakt over het woonprogramma. Deze afspraken zijn als volgt: minimaal 25% sociale huur, minimaal 14% middenhuur en minimaal 12% betaalbare koop. Daarmee wordt in het plan in onze visie een evenwichtig woningbouwprogramma bereikt. j. •

k.

•

l.

•

Paragraaf 3.1.1 zegt o.a.: Aandacht voor veiligheid door bijv. een looplijn vanuit de auto naar de lift. Wat wordt hiermee behelst? Houdt dit extra verlichting in het park in? Of overkapping? Dit is onderdeel van de vooraf opgestelde ruimtelijke uitgangspunten. Bedoeld is dat er voor bewoners en bezoekers geen onveilige plekken ontstaan. In nadere uitwerking en uitvoering van het plan zal dit aspect worden meegenomen. In figuur 3.1 staan heel veel bomen ingetekend. Komen die er ook daadwerkelijk? In het plangebied ‘worden ook veel nieuwe bomen geplant’ volgens paragraaf 3.5. Graag ontvangt reclamant een gedetailleerd plan en de toezegging dat alle bomen die verwijderd worden vervangen worden binnen het Prins Hendrikpark. Het uitgangspunt van het plan is dat er zoveel mogelijk bomen behouden blijven. Daarvoor is ook uitgebreid onderzoek verricht, waaruit blijkt dat ten minste 71 van de 88 bomen binnen het plangebied behouden kunnen worden. Na de bouw zal dit deel van het park ook worden heringericht waarbij compensatie van niet te behouden bomen plaatsvindt. Figuur 3.1 is het stedenbouwkundig concept inclusief het concept inrichtingsplanplan. Het betreft geen definitief inrichtingsplan. Figuur 3.2 is misleidend volgens reclamant. De bouw van de oude plannen is veel meer naar de weg en kan ook opener gerealiseerd worden.

De torens die ingetekend zijn, zijn niet zo rank in werkelijkheid en omdat de hoogte in deze tekening niet te zien is mist reclamant de impact die de torens hebben op het zicht en parkbeleving. Ook de verhoging van de half verdiepte garage moet niet onderschat worden. Iets dat in de oude plannen simpelweg in de gebouwen zelf verwerkt kon worden. Figuur 3.2 betreft een indicatie van de vergelijking van het stedenbouwkundig concept van het vigerende bestemmingsplan t.o.v. het onderhavige bestemmingsplan. Figuur 3.2 is niet op schaal. De verbeelding van het onderhavige bestemmingsplan is leidend en geeft duidelijk aan waar de torens worden gesitueerd. Verder wordt verwezen naar het gemeentelijk commentaar onder I Algemene onderdelen zienswijzen onder punt 1 ‘Planopzet’.

m. Wat bedoelt de gemeente met ‘dansend ensemble'? Hoe onderbouwt de gemeente dat ‘het ensemble beter aansluit op de context van de omgeving’? Wat bedoelt de gemeente met een ‘zachte aanlanding in het landschap’? Hoe onderbouwt de gemeente dat ‘de relatie met de aangrenzende bebouwing omgeving gewaarborgd wordt’? • Met een ‘dansend ensemble’ wordt bedoeld dat de woontorens niet in één rechte lijn, maar verspringend worden gerealiseerd. Verder wordt variatie in de vormgeving bereikt door wisselende hoogten van de woontorens. Door de beperkte breedte van de bebouwing, in het bijzonder van de sokkels, wordt een zachte aanlanding in het landschap geborgd en sluit het plan aan bij de parkachtige omgeving. Voor het overige wordt verwezen naar het gemeentelijk commentaar onder I Algemene onderdelen zienswijzen onder punt 1 ‘Planopzet’. n. Waar mag het terras van 100 m2 komen? Aannemelijk is dat dit tussen toren en water komt gezien de zon. Als dit terras tussen (voorste) toren en water komt, blijft er geen ruimte over voor de wandelaars. Reclamant verzoekt nieuwe tekeningen van het plan op te leveren waarbij het terras op exacte schaal is ingetekend.

Welke restricties zijn er voor de afmeting (lxb) van het terras, aantal stoelen, geluid, BBQ/vuur, parkeren van fietsen en overige beperkingen om de overlast voor parkgebruikers en bewoners te beperken? Als die er niet zijn, waarom niet? • Een bestemmingsplan gaat uit van toelatingsplanologie. De horecafunctie is toegestaan binnen de bestemming Gemengd. Het bestemmingsplan geeft de voorwaarden aan waarbinnen een terras gerealiseerd kan worden. Een terras behorende bij de horecafunctie is toegestaan binnen de bestemmingen Groen en Gemengd en mag een oppervlakte hebben van maximaal van 100 m2. Verder is bij het bepalen van de parkeerbehoefte rekening gehouden met deze functie. De te Nota van zienswijzen Bestemmingsplan ‘Brabantbad’ Pagina 98 van 109

vestigen horeca zal verder moeten voldoen aan de geldende (milieu)regels voor horecainrichtingen op grond van de Omgevingswet. o. Hoe onderbouwt de gemeente dat de genoemde functies ‘een beperkte impact hebben op het woon- en leefklimaat’? Heeft de gemeente hier onderzoek naar gedaan? Zo ja, dan ontvangt reclamant dat graag. • Dit onderdeel is, conform de systematiek van de VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ verantwoord in paragraaf 5.3 van de toelichting. Het betreft allemaal functies in milieucategorie 1 en 2, welke een beperkte milieu-impact hebben. p. In paragraaf 3.3 wordt gesproken over maximaal 180 appartementen terwijl eerder gesproken wordt over 177 appartementen. Reclamant geeft aan dat dit inconsistent is. • Het exacte aantal woningen in de toekomstige situatie is nog onzeker. In het vast te stellen bestemmingsplan wordt een maximum van 195 woningen opgenomen. De onderzoeken en onderbouwingen worden op dit aantal aangepast bij vaststelling. q. In tabel 3.1 Verkeersgeneratie wordt verondersteld voor het restaurant 100 m2 BVO terwijl de gemeente eerder schrijft dat het restaurant 180 m2 BVO mag zijn, plus een terras van 100 m2. Zou de gemeente uitgaan van 280 m2 bvo dan wordt het totaal 1.532 mvt/etm i.p.v. 1.370 mvt/etm. De gemeente concludeert dat de wegvakintensiteit slechts ‘relatief beperkt’ wordt beïnvloed.

Hoe heeft de gemeente bepaald dat 700 voertuigen/4% toename bestempeld kan worden als ‘relatief beperkt’? Momenteel is het volgens reclamant in spitsuren al nagenoeg onmogelijk om vanuit de Ophoviuslaan de weg over te steken. Welke maatregelen neemt de gemeente om de verkeersafwikkeling goed te laten verlopen? Heeft de gemeente onderzoek gedaan naar de geluidsdruktoename voor omwonenden? Reclamant verzoekt om dit onderzoek toe te voegen. • Een terras en binnengedeelte van horeca werken als communicerende vaten op elkaar. Aangezien het terras hier veel kleiner is dan de inpandige horecavoorziening zelf is geen rekening gehouden met extra verkeer als gevolg van een mogelijk terras. Voor verkeersgeneratie is het CROW kencijfer voor restaurant gebruikt: 48 ritten per etmaal per 100m² BVO. Uitgaande van een oppervlakte van 180m2 levert dit afgerond 90 ritten per etmaal op. Voor specifiek daghoreca is geen kencijfer voor verkeersgeneratie bekend. Maar met een lager aantal parkeerplaatsen per 100m² BVO maar met een hogere turnover is ervan uitgegaan dat de verkeersgeneratie voor daghoreca vergelijkbaar is met de functie restaurant. Verder wordt verwezen naar het gemeentelijk commentaar onder I Algemene onderdelen zienswijzen onder punt 4 ‘Verkeer en parkeren’. r.

•

In figuur 3.5 staan boten ingetekend. Is het de bedoeling om in de bestemming van het water recreatieve boten toe te staan? Ook de door de gemeente genoemde ‘recreatieve functie (sport/spel)’ van de plinten doet vermoeden dat het water gebruikt gaat worden voor recreatie. Is onderzoek gedaan naar de gevolgen van een dergelijke bestemming? Reclamant verwijst in dat kader ook naar paragraaf 4.3.2 waarin wordt vermeld “De waterplas blijft hierbij ongemoeid’. Reclamant trekt dit ernstig in twijfel gezien bovenstaande vragen. Eerder heeft reclamant gelezen dat de warmte/koude-unit met behulp van water uit de plas slechts enkele maanden per jaar gebruikt kan worden. Klopt dat? Wat zijn de gevolgen voor de temperatuur van het water en het leven in de plas? Wat vinden de vissers en de visverenigingen daarvan? De plas de IJzeren Vrouw behoudt de hoofdbestemming Water. Binnen deze bestemming is recreatief medegebruik, waaronder recreatievaart en vissen toegestaan. Een bestemmingsplan betreft toelatingsplanologie. De vraag op welke wijze invulling wordt gegeven aan deze gebruiksmogelijkheid regelt het bestemmingsplan niet. Met de opmerking dat de plas ongemoeid blijft, is bedoeld dat aan vorm en grootte van de plas niks wordt gewijzigd. De plas kan wel worden benut voor de toepassing van aquathermie en recreatief medegebruik.

In het aangepaste ecologische onderzoek is dit nader beschouwd. Hieruit blijkt dat effecten niet geheel uitgesloten Nota van zienswijzen Bestemmingsplan ‘Brabantbad’ Pagina 99 van 109

zijn, maar er geen belemmeringen voor het bestemmingsplan zijn. Bij verdere uitwerking van dit voornemen, is het wenselijk een specialistische deskundige in te schakelen. Zie hierover ook het gemeentelijk commentaar op zienswijze 127 onderdeel m. Overigens heeft de visvereniging geen zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan ingediend. s.

•

t.

•

Volgens reclamant is de berekening parkeerbehoefte niet te volgen, er is geen voorrekening. Onduidelijk is of bezoekers van bewoners en plintfuncties ook in de parkeergarage kunnen parkeren. Als dat niet zo is zal er inefficiënt gebruik zijn van de beschikbare parkeerplekken en is de genoemde capaciteit onvoldoende en klopt de veronderstelde bvo voor horeca volgens reclamant niet. Wanneer uitgegaan wordt van 280 m2 bvo i.p.v. 100 m2 bvo is er behoefte aan 9 extra parkeerplaatsen (ook na reductie van 5%), ofwel 254 i.p.v. 245. Deze 9 extra parkeerplaatsen kunnen niet gecompenseerd worden door deelauto's. Het maatwerkkader mag uitsluitend ingezet worden voor bewoners van de woningen. Het aantal deelauto's blijft dus de door de gemeente genoemde 12 en of dit past moet nog aangetoond worden door de ontwikkelaar voor de omgevingsvergunning. De gemeente geeft aan dat deze 12 deelauto's 48 parkeerplaatsen mogen vervangen. Het is dus een reductie van 36 parkeerplaatsen. Blijft over 254-36=218 parkeerplaatsen, i.p.v. de door de gemeente genoemde 197. Verwezen wordt naar het gemeentelijk commentaar onder I Algemene onderdelen zienswijzen onder punt 4 ‘Verkeer en parkeren’. De parkeerberekening, die in dit onderdeel is opgenomen, is aangepast aan de hand van het maximale programma, dat het bestemmingsplan mogelijk maakt (195 woningen). Dit aantal woningen is in de planregels vastgelegd.

Er is een separate Notitie Parkeren toegevoegd als bijlage bij de toelichting. Onduidelijk is waar fietsen op het maaiveld geparkeerd mogen worden, hoeveel oppervlakte dat kost en hoe deze parkeerplek verbonden wordt met de torens. Bezoekers van de plinten zullen ongetwijfeld niet schromen zo dicht mogelijk bij te parkeren. Hoe wordt voorkomen dat het park vol komt te staan met fietsen? Het park is in principe niet toegankelijk voor fietsen en dat dient zo te blijven. In de parkeerkelder worden fietsplekken voor bewoners gerealiseerd Voor bezoekers komen fietsenrekken nabij de entree van de parkeergarage. In het park geldt een fietsverbod.

u. In paragraaf 4.1.1 staat ‘gelet op de aard van het project en de ligging van het plangebied, zijn er in beginsel geen Rijksbelangen aan de orde’: Gezien het belang van klimaatadaptatie en energietransitie is dit naar mening van reclamant een onterechte conclusie. Wat is de onderbouwing bij deze conclusie? In paragraaf 4.2.1 schrijft de gemeente dat ‘tegelijkertijd voldoende onbebouwd (groen) terrein behouden wordt’. Hoe objectiveert de gemeente het waardeoordeel ‘voldoende’? Heeft de gemeente onderzoek gedaan naar de behoefte naar en het gebruik van het park? Reclamant verzoekt dit onderzoek toe te voegen. • Het project is op lokaal niveau van belang, maar heeft geen dermate grote impact dat het direct de Rijksbelangen raakt. Bovendien laat het geldende bestemmingsplan hier al woonbebouwing met een grote bebouwingsoppervlakte toe. Het nieuwe bestemmingsplan laat meer groene openbare ruimte over dan het geldende bestemmingsplan. Verder wordt verwezen naar het gemeentelijk commentaar onder I Algemene onderdelen zienswijzen onder punt 1 ‘Planopzet’. v.

•

De gemeente stelt dat de welstandcommissie in beginsel heeft ingestemd met het plan. Voor zover reclamant overziet heeft het onderwerp in 2022 niet op de agenda van de commissie of de subcommissie gestaan. Reclamant verzoekt de datum van de behandeling en het verslag daarvan toe te voegen. Daarnaast zou reclamant graag willen weten wie er in de welstandcommissie zitten, met daarbij een verklaring van de onafhankelijkheid van de leden. De tekst in paragraaf 4.3.5 van de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan bevat een omissie in dit opzicht. De tekst is aangepast. In het kader van de aanvraag omgevingsvergunning zal het bouwplan getoetst worden aan de redelijke eisen van welstand. Vooruitlopend op de Omgevingswet heeft de gemeenteraad op 7 december 2021 de Verordening gemeentelijke adviescommissie Omgevingskwaliteit ’s-Hertogenbosch vastgesteld. Deze treedt in werking op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt (1-1-2024). De adviescommissie omgevingskwaliteit zal het college van burgemeester en wethouders te zijner tijd adviseren over het bouwplan in het kader van de aanvraag omgevingsvergunning met het oog op het bereiken Nota van zienswijzen Bestemmingsplan ‘Brabantbad’ Pagina 100 van 109

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13710824/1