CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Ertveldplas Noord_Toelichting

Gemeenteraad 31 januari 2023, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Raadsinformatiebrief Ontwerpbestemmingsplan Ertveldplas Noord32.274 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Ertveldplas Noord

2

Inhoudsopgave

Hoofdstuk 1 1.1 1.2 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3 Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4 Hoofdstuk 4 4.1

4.2

4.3

Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12 5.13 5.14 5.15 5.16 Hoofdstuk 6 6.1 6.2 Hoofdstuk 7 Hoofdstuk 8 8.1 8.2

Inleiding Aanleiding Ligging en planbegrenzing De huidige situatie Bestaande woonbootlocatie Ertveldplas-Noord Geldende bestemmingsplan Tijdelijke huurovereenkomst Planbeschrijving Locatieonderzoek woonbootlocaties Overleg belanghebbenden Ertveldplas Verplaatsing woonboten Indikking en persoonsgebonden overgangsrecht Ertveldplas Beleid Rijksbeleid 4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Provinciaal beleid 4.2.1 Omgevingsvisie De kwaliteit van Brabant 4.2.2 Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant Gemeentelijk beleid 4.3.1 Structuurvisie 4.3.2 Uitvoeringsprogramma De Groene Delta 4.3.3 Besluit gemeenteraad 22 september 2009 4.3.4 Bestemmingsplan Buitengebied 4.3.5 Besluit gemeenteraad 24 juni 2014 4.3.6 Besluit gemeenteraad 11 juli 2017 4.3.7 Besluit gemeenteraad 8 maart 2022 Milieu en waarden Bedrijven en milieuzonering Geluid Trillingen Verlichting Externe veiligheid Lucht Bodem Geur Hoogspanningsleiding Water Groen en Bomen Duurzaamheid Gezondheid Milieueffectrapportage Ecologie Archeologie Juridisch bestuurlijke aspecten Planmethode Opzet van de regels Economische uitvoerbaarheid Omgevingsdialoog en vooroverleg Omgevingsdialoog Vooroverleg 3

7 7 7 9 9 10 10 11 11 12 14 14 17 17 17 18 18 18 19 20 20 20 21 22 22 23 23 25 25 27 30 30 30 32 33 34 35 36 38 38 39 39 40 41 43 43 43 45 47 47 47

Bijlagen Bijlage 1 Advies Wet verduidelijking voorschriften woonboten Bijlage 2 Verslagen werkgroep Ertveldplas en bijbehorende stukken Bijlage 3 Akoestisch onderzoek woonboten Ertveldplas Bijlage 4 Inventarisatie van risicobronnen en verantwoording groepsrisico woonboten Ertveldplas Bijlage 5 Advies Brandweer Bijlage 6 Actualisatie geuronderzoek Bijlage 7 Berekening magneetveldzone Bijlage 8 Stikstofberekening

4

49 50 59 106 409 416 419 443 461

Toelichting

5

6

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1

Aanleiding

's-Hertogenbosch is een waterrijke stad en over het wonen op het water wordt al jaren gesproken. Wonen op het water kan een bijdrage leveren aan het creëren van meer variatie in het woonaanbod. In 2007 is er bestuurlijk ook de wens uitgesproken om nader onderzoek te doen naar de ontwikkeling van nieuwe woonbootlocaties. Daarnaast zijn er in de stad in de loop van de tijd ook niet legale woonsituaties op het water ontstaan, die vroegen om een oplossing. Dit betreft de locaties Molengat en Ertveldplas. Onderzoeken en discussies hierover hebben er uiteindelijk toe geleid dat de gemeenteraad in 2017 een oplossingsrichting heeft gekozen voor zowel nieuwe als bestaande niet planologisch geregelde woonbootlocaties. Voor de locaties Molengat en Ertveldplas is gekozen voor verschillende soorten uitsterfconstructies, aangezien ter plekke een goed woonklimaat niet realiseerbaar is. Dat betekent dat wonen op het water daar op termijn eindigt. Voor de locatie Molengat is dat inmiddels ook al in een omherroepelijk bestemmingsplan vastgelegd. In maart 2022 heeft de gemeenteraad het bestemmingsplan 'Woonbootlocaties Van Veldekekade en Rosmalense Plas' vastgesteld. Dit bestemmingsplan maakt de aanleg van nieuwe permanente woonbootlocaties aan de Van Veldekekade en de Rosmalense Plas mogelijk. Deze locaties zijn ook ingezet om verplaatsing van de woonboten van de Ertveldplas mogelijk te maken.

Eigenaren van de woonboten aan de Ertveldplas hebben de mogelijkheid gekregen om onder voorwaarden hun woonboot te verplaatsen naar de Van Veldekekade of de Rosmalense Plas. Van deze mogelijkheid willen 9 woonbooteigenaren gebruik maken. Zij hebben gekozen voor een ligplaats aan de Van Veldekekade. Voor hen is daar een liglaats gereserveerd. Indien wordt voldaan aan de reserveringsvoorwaarden kan de daadwerkelijke verplaatsing plaatsvinden. Niet alle woonboten aan de Ertveldplas zullen worden verplaatst naar de nieuwe woonbootlocaties aan de Van Veldekekade en Rosmalense Plas. De gemeenteraad heeft in 2017 voor de woonboten die ter plekke blijven liggen en voor de bewoners ervan besloten de oplossing te zoeken in het toekennen van een persoonsgebonden overgangsrecht. Dit bestemmingsplan betreft een uitvoering van dat besluit.

1.2

Ligging en planbegrenzing

De Ertveldplas is gelegen tussen belangrijke infrastructuur in de stad. Het ligt ten westen van de spoorlijn 's-Hertogenbosch - Utrecht, ten noorden van de Zandzuigerstraat en ten zuiden van de A59.

7

Ligging plangebied in de stad

Het plangebied beperkt zich tot de noordzijde van de plas, aangezien uitsluitend daar de woonboten liggen.

Globale begrenzing plangebied

8

Hoofdstuk 2 De huidige situatie 2.1

Bestaande woonbootlocatie Ertveldplas-Noord

De Ertveldplas is een al wat oudere zandwinplas. Het zand uit de plas is gebruikt voor de bouw van de wijk Boschveld. Aan de noordzijde van de Ertveldplas liggen sinds midden jaren '80 de eerste woonboten. Dat aantal is daarna langzaam groter geworden. Sinds 2009 zijn er 22 plekken op het water door woonbooteigenaren in gebruik genomen. Op sommige plekken liggen 2 boten aangemeerd. Een aantal jaren terug is één eigenaar overleden en heeft één eigenaar een woonboot van de plas verwijderd, hetgeen betekent dat er nu nog 20 plekken in gebruik zijn. De woonboten liggen aan de noordzijde van de plas over een lengte van circa 700 meter. De meeste schepen liggen parallel aan de oever, sommige haaks.

Luchtfoto Ertveldplas-Noord 2021 De woonboten aan de Ertveldplas liggen hier niet legaal. Ze zijn niet vergund en liggen hier in strijd met het geldende bestemmingsplan Buitengebied en met de A.P.V.. De woonboten vallen ook niet onder het overgangsrecht van het geldende bestemmingsplan. Dit is ook bevestigd in de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State d.d. 20 juli 2011 (zie ook paragraaf 2.2) 9

Ook vallen de woonboten niet onder de Wet verduidelijking voorschriften woonboten (Wvvw). Op grond van de APV van de gemeente 's-Hertogenbosch was het vóór 1 januari 2018 (inwerkingtreding Wvvw) verboden op of aan het openbaar water een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats beschikbaar te stellen voor een woonboot buiten de daarvoor door het college aangewezen gedeelten. In 's-Hertogenbosch zijn twee locaties aangewezen, te weten de Industriehaven en de Binnenhaven. Dat betekent dat een ligplaats innemen met een woonboot aan de Ertveldplas op grond van de APV verboden was en dat deze woonboten niet onder de overgangsregeling van de Wvvw vallen. Dit standpunt wordt ook bevestigd door een advies van een onafhankelijk juridisch adviseur (zie Bijlage 1). De oever en aanliggend water zijn eigendom van de gemeente ’s-Hertogenbosch. De locatie heeft een open verbinding met het ‘buiten water’. De beroepsscheepvaart bevindt zich op enige afstand van de woonboten. Aan de noordzijde grenst de plas aan een gebied met ontwikkelpotentie voor wat betreft natuurwaarden. Het gebied is door de provincie aangewezen als Natuur Netwerk Brabant. Dat houdt in dat gestreefd wordt naar duurzame ontwikkeling van de ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken van het gebied en de instandhouding daarvan.

Ten zuiden van de plek waar nu de woonboten liggen, ligt, op relatief korte afstand, het industrieterrein De Rietvelden, De Vutter, Het Ertveld. De woonboten hebben daardoor te maken met de invloed van verschillende milieu-aspecten, zoals geluid en geur. Ook loopt er aan de noordzijde van de locatie een hoogspanningslijn (met bijbehorende magneetveldzone) en een gasleiding.

2.2

Geldende bestemmingsplan

Op 26 januari 2010 heeft de gemeenteraad het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ vastgesteld. In dat bestemmingsplan is ook de noordzijde van de Ertveldplas opgenomen. Aan de Ertveldplas zelf is de bestemming 'Water' toegekend. De oever heeft de bestemming 'Natuur'. In het bestemmingsplan is ervoor gekozen om de aanwezige woonboten aan de noordzijde van Ertveldplas niet positief te bestemmen, vanwege de gewenste natte natuurontwikkeling in de Ertveldpolder en de bestaande milieu-situatie (o.a. ligging binnen de geluidscontour van het geluidgezoneerde industrieterrein De Rietvelden, De Vutter, Het Ertveld). Daarbij is mede in overweging genomen het raadsbesluit uit 2009 om na de omlegging van de Zuid-Willemsvaart nader onderzoek te doen naar de ontwikkeling van mogelijk nieuwe woonbootlocaties. Tegen het bestemmingsplan hebben een aantal eigenaren van woonboten aan de Ertveldplas beroep ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling heeft op 20 juli 2011 dit beroep ongegrond verklaard en geoordeeld dat, gelet op de motivering, de gemeenteraad de woonboten in redelijkheid niet als zodanig in het plan behoefde te bestemmen. Deze uitspraak bevestigde het door de gemeente ingenomen standpunt. Daarbij heeft de Raad van State in zijn overwegingen meegenomen dat de woonboten hier tijdelijk liggen in afwachting van realisering van een definitieve ligplaats.

2.3

Tijdelijke huurovereenkomst

Met de huidige eigenaren van de woonboten aan de Ertveldplas is in 2011 een tijdelijke huurovereenkomst gesloten. Deze overeenkomst is aangegaan als een tijdelijke oplossing, totdat een (definitieve) ligplaats elders in 's-Hertogenbosch zal zijn gerealiseerd. Wel is in de overeenkomst een eindatum opgenomen. De overeenkomst eindigde van rechtswege op 1 juli 2015. Aangezien het traject om te komen tot een definitieve woonbootlocatie elders meer tijd nodig heeft gehad, is deze termijn meerdere keren steeds met één jaar verlengd. De laatste verlenging is geëindigd op 1 juli 2022. In hoofdstuk 3 wordt dit traject nader toegelicht.

10

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving De totstandkoming van dit bestemmingsplan kent een lang voortraject. Er is een uitgebreid locatieonderzoek naar nieuwe woonbootlocaties uitgevoerd, er is een uitvoerig overlegtraject met belanghebbenden rondom de Ertveldplas doorlopen en er is een participatietraject over de inrichting van de nieuw te realiseren woonbootlocaties (Van Veldekekade en Rosmalense Plas) uitgevoerd. Op dit laatste traject, waarin ook de woonbootbewoners van de Ertveldplas zijn betrokken, zal in dit bestemmingspan verder niet worden ingegaan. Dat traject maakt onderdeel van het bestemmingsplan 'Woonbootlocaties Van Veldekekade en Rosmalense Plas' dat reeds op 8 maart 2022 door de gemeenteraad is vastgesteld. Hieronder zullen we eerst ingaan op het locatieonderzoek woonbootlocaties en het overlegtraject met belanghebben rondom de Ertveldplas. Daarna zullen we de regeling van dit bestemmingsplan beschrijven.

3.1

Locatieonderzoek woonbootlocaties

In 2013 is gestart met een onderzoek naar nieuwe locaties voor woonschepen. Eén van de redenen was de uitspraak van de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State uit 2011, waarbij het beroep van enkele woonbootbewoners van de Ertveldplas-Noord tegen het bestemmingsplan Buitgebied ongegrond is verklaard. Bewoners waren van mening dat de woonbooten ter plekke positief bestemd moesten worden. In het bestemmingsplan waren de woonboten niet postitief bestemd vanwege de ligging binnen de invloedssfeer van het industrieterrein de Rietvelden - Ertveld, waardoor een goed woon- en leefklimaat ter plekke niet gerealiseerd kan worden. Daarnaast is ter plekke ook natuurontwikkeling gewenst. Naar aanleiding van de uitspraak is een locatieonderzoek gestart naar nieuwe woonbootlocaties. Doel van dit onderzoek was het verkrijgen van inzicht in de kansen voor het realiseren van permanente locaties voor woonboten op daarvoor ruimtelijk geschikte plekken. Nieuwe locaties zouden kunnen bijdragen aan een oplossing voor de illegale situatie van de woonboten aan de Ertveldplas. Bij het onderzoek is een klankbordgroep, bestaande uit vertegenwoordigers van de bestaande woonbootlocaties Ertveldplas-Noord, Industriehaven en Molengat, betrokken. Er zijn in totaal 17 locaties onderzocht.

Op uitdrukkelijk verzoek van de klankbordgroep zijn ook de bestaande woonbootlocaties in het onderzoek meegenomen. Bij de beoordeling van de verschillende locaties is een groot aantal aspecten betrokken, zoals o.a. industriegeluid, wegverkeer- en railverkeergeluid, hoogspanningsleidingen, geurhinder, provinciale regelgeving, de breedte van het water, de nabijheid van beroepsscheepsvaart. Voor de bestaande woonbootlocaties is uit het onderzoek het volgende naar voren gekomen. Zowel de locatie Brede Haven als de locatie Industriehaven zijn formeel geregelde locaties (in een bestemmingsplan en via aanwijzing op grond van de A.P.V.). Voor de locatie Molengat was ten tijde van het onderzoek geen planologische regeling getroffen, maar deze locatie viel wel onder het overgangsrecht van het ter plekke

11

geldende bestemmingsplan. Bestuursrechtelijk optreden tegen deze locatie was daarom niet mogelijk. Het positief bestemmen van deze plek als woonbootlocatie was echter niet haalbaar en niet wenselijk, vanwege de zeer hoge geluidsbelasting door de ligging direct aan de A59. Om die reden heeft de gemeenteraad voor deze locatie een bestemmingsplan vastgesteld, waarin aan de ligplaatsen een objectgebonden overgangsrecht is toegekend (gericht op beëindiging op termijn). Ook voor de locatie Ertveldplas was (en is) geen planologsische regeling getroffen. Deze locatie valt ook niet onder het overgangsrecht van het ter plekke geldende bestemmingsplan, zodat bestuursrechtelijk optreden tegen deze woonboten juridisch mogelijk is. Het positief bestemmen van deze plek als woonbootlocatie stuit op allerlei milieubelemmeringen. Zo ligt de locatie binnen de invloedssfeer en binnen de geluidszone van het industrieterrein De Rietvelden - Ertveld en binnen de magneetveldzone van een hoogspanningsleiding. Een goed en woon- en leefklimaat is daardoor ter plekke niet te realiseren. Daarnaast zal de aanwezigheid van woonboten op deze locatie de bedrijven op het industrieterrein De Rietvelden - Ertveld beperken in hun (toekomstige) bedrijfsvoering. Een positieve bestemming is daardoor op deze locatie niet wenselijk.

Op basis van het onderzoek zijn veel locaties afgevallen als nieuwe woonbootlocatie in verband met milieueisen en de strijdigheid met provinciaal beleid (ligging in het buitengebied). Drie locaties zijn op basis van het onderzoek als mogelijk te realiseren locatie aangemerkt: De Zuid-Willemsvaart - Van Veldekekade / Maastrichtseweg, de Rosmalense Plas en de Groote Wielenplas. Deze locaties zijn in een latere fase ruimtelijk en financieel uitgewerkt. Daaruit is naar voren gekozen dat de locaties Van Veldekekade (12 ligplaatsen) en Rosmalense Plas (10 ligplaatsen) ruimtelijk en financieel haalbaar zijn. Voor beide locaties is inmiddels een bestemmingsplan door de gemeenteraad vastgesteld.

3.2

Overleg belanghebbenden Ertveldplas

Op verzoek van de Bewonersvereniging Ertveldplas (BEp) is er in 2015 een overleg gestart tussen belanghebbende partijen rondom de Ertveldplas met het doel te onderzoeken of er een gezamenlijk gedragen oplossing voor de woonboten in de Ertveldplas gevonden kon worden. Aan deze gesprekken namen deel vertegenwoordigers van de BEp, van de RIVU (ondernemersvereniging Rietvelden-Ertveld en Vutter), van watersportvereniging Viking en van de gemeente. De gesprekken stonden onder leiding van een onafhankelijk voorzitter. De werkgroep heeft in totaal vijf keer overleg gevoerd. Daarnaast hebben de BEp, de gemeente en de watersportvereniging nog twee keer apart overlegd. De verslagen van deze gesprekken zijn terug te vinden in Bijlage 2. Aan het begin van de besprekingen hebben partijen hun doel aangegeven. De BEp hanteerde als uitgangspunt dat de bewoners op de Ertveldplas kunnen blijven. Bij aanleg van ligplaatsen elders hoopte men op betaalbare alternatieven. Zij waren op zoek naar zekerheid. De RIVU wilde behoud van de bestaande ruimte voor exploitatie en uitbreiding van het bedrijventerrein, bij voorkeur door alle woonboten te verplaatsen. Watersportvereniging Viking was van mening dat de Ertveldplas niet een ideale locatie is voor woonboten en pleitte met name voor handhaving om te voorkomen dat er steeds meer woonboten bij komen.

De gemeente tot slot gaf aan een oplossing te zoeken waarbij zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met alle belangen. Dit heeft geresulteerd in de uitwerking van de volgende 3 scenario's: 1. De woonboten blijven op de huidige plek op de Ertveldplas liggen. 2. De woonboten blijven niet op de Ertveldplas liggen. 3. Er wordt gekeken naar de mogelijkheden om verschillende maatregelen (tegelijkertijd) toe te passen. Indikking woonboten (opschuiven en dichter bij elkaar leggen van de woonboten in oostelijke richting, buiten de 55dB(A) geluidscontour van het bedrijventerrein) op basis van persoonsgebonden overgangsrecht, wachten op eventuele mogelijkheden van de Omgevingswet, inventariseren van vertrekwens van huidige woonbootbewoners en aanwijzen nieuwe woonbootlocatie(s).

12

Indicatie van indikking van de woonboten zoals opgenomen in scenario 3 In de werkgroep is geconcludeerd dat scenario's 1 en 2 niet haalbaar zijn, maar dat de oplossing gezocht moet worden in scenario 3. Daarbij heeft de RIVU opgemerkt dat voor hen verplaatsing van de woonboten naar een alternatieve locatie de voorkeur heeft boven indikken. De BEp heeft opgemerkt dat een persoonsgebonden overgangsrecht voor hen niet aanvaardbaar is, maar dat dat minimaal een objectgebonden overgangsrecht moet zijn. Uiteindelijk is er het volgende compromisvoorstel op tafel gelegd: De woonboten op de Ertveldplas worden ingedikt (buiten de 55 dB(A) contour) op basis van persoonsgebonden overgangsrecht. Daarin is tevens opgenomen dat de gemeente vanuit billijkheid de helft van de indikkingskosten voor haar rekening neemt. De BEp heeft aangegeven dat men niet kan instemmen met het voorstel. Men is tegen een persoonsgebonden overgangsrecht. De RIVU en de Viking kunnen zich wel vinden in het voorstel. In 2017 heeft de gemeenteraad na afweging van alle belangen besloten tot indikking van de woonboten op basis van persoonsgebonden overgangrecht. Uiteindelijk heeft de gemeenteraad ook gekozen om nieuwe woonbootlocaties te ontwikkelen, nl. aan de Van Veldekekade en de Rosmalense Plas.

Deze locaties bieden de woonbootbewoners aan de Ertveldplas ook de mogelijkheid om te verplaatsen naar een permanente, positief bestemde woonbootlocatie. Zoals eerder al gemeld heeft de gemeenteraad op 8 maart 2022 het bestemmingsplan voor deze nieuwe woonbootlocaties vastgesteld.

13

3.3

Verplaatsing woonboten

Zoals in de vorige paragraaf aangegeven, heeft de gemeenteraad in maart 2022 een bestemmingsplan vastgesteld dat de realisatie van twee nieuwe woonbootlocaties mogelijk maakt. Dat betreffen de Van Veldekekade (12 ligplaatsen) en de Rosmalense Plas (10 ligplaatsen). Deze nieuwe locaties zijn ingezet om de huidige woonbootbewoners aan de Ertveldplas (met een tijdelijke huurcontract) een mogelijkheid te bieden om te verplaatsen. Het gaat hier om permanente, positief bestemde woonbootlocaties. Belangrijk voordeel van een positief bestemde locatie is dat het voor bewoners bij een eventuele verkoop van de woonboot in de toekomst meer zekerheid geeft. Men kan dan de woonboot verkopen met de beschikking over een ligplaats. Bewoners hebben medio 2021 een locatiekeuze voorgelegd gekregen. Men kon kiezen voor verplaatsing naar de Van Veldekekade, voor verplaatsing naar de Rosmalense Plas of om op een deel van de Ertveldplas te blijven liggen op basis van persoonsgebonden overgangsrecht (zie paragraaf 3.4). Negen bewoners hebben gekozen voor verplaatsing naar de Van Veldekekade. Niemand heeft gekozen voor verplaatsing naar de Rosmalense Plas. Eén bewoner heeft aangegeven te willen verhuizen naar een reguliere huurwoning. De overige bewoners willen op de Ertveldplas blijven.

Bewoners die hebben gekozen voor de Van Veldekekade zijn inmiddels een reserveringsovereenkomst aangegaan met de gemeente voor een ligplaats aan de Van Veldekekade. Als aan de in de reserveringsovereenkomst gestelde voorwaarden is voldaan, krijgt men vervolgens een erfpachtcontract voor een ligplaats aan de Van Veldekekade aangeboden en kan men verhuizen. De huidige plek aan de Ertveldplas (inclusief walkant) dient dan geheel leeg en ontruimd, en zoveel mogelijk in de oorspronkelijke staat, aan de gemeente ter beschikking te worden gesteld. De uitkomst van het keuzeproces betekent vooralsnog dat er aan de Ertveldplas 10 ligplaatsen zullen overblijven van bewoners die niet naar een nieuwe locatie verhuizen. In de volgende paragraaf zal worden ingegaan op de regeling die voor deze bewoners in dit bestemmingsplan wordt getroffen.

3.4

Indikking en persoonsgebonden overgangsrecht Ertveldplas

Het nu voorliggende bestemmingsplan maakt het mogelijk dat woonboten aan de Ertveldplas kunnen blijven liggen op basis van indikking en persoonsgebonden overgangsrecht. Uit het uitgevoerde onderzoeken (zie ook hoofdstuk 5) blijkt dat de huidige ligging van de woonboten de bedrijfsvoering van de omliggende bedrijven op het industrieterrein De Rietvelden - Ertveld onevenredig kan belemmeren. De woonboten liggen in de geluidzone van industrieterrein De Rietvelden - Ertveld. Zonering in het kader van de Wet geluidhinder is een instrument voor het ruimtelijk scheiden van (grote) lawaaimakers enerzijds en woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen anderzijds. De zone is een gebied tussen de 50 dB(A) contour en de grens van het industrieterrein en is bedoeld als een buffer tussen industrie en woningen. Het doel van de geluidszone is daarmee tweeledig: enerzijds worden omliggende woningen en woonwijken beschermd tegen industrielawaai. Anderzijds biedt de geluidzone een wettelijk begrensde geluidsruimte waarover zware bedrijven kunnen beschikken. Het toestaan van wonen in de geluidzone is dan ook niet de intentie van de wet. Het toestaan van woningen in de zone is tot op zekere hoogte en onder voorwaarden mogelijk, waarbij altijd een belangenafweging gemaakt moet worden. Het toestaan van woningen in de zone kan altijd, in meer of mindere mate, het bedrijfsbelang schaden.

Indien woningen in de zone worden toegestaan is hiervoor een hogere grenswaarde geluid nodig. Een dergelijke hogere grenswaarde kan uitsluitend verleend worden voor geluidbelastingen van maximaal 55 dB(A). In dat kader is de ligging van de 55 dB(A) contour bepaald op basis van de geluidszone en geluidverkaveling op industrieterrein 'De Rietvelden'. De geluidverkaveling vindt plaats op basis van dB(A)/m2. Voor de reeds bestaande bedrijven wordt daarbij uitgegaan van een standaard geluidwaarde afhankelijk van de in het bestemmingsplan toegestane milieucategorie: Voor categorie 5: 65 dB(A)/m2 (dagwaarde) Voor categorie 4: 55 dB(A)/m2 (dagwaarde) 14

Voor categorie 3: 50 dB(A)/m2 (dagwaarde) Bij bedrijven met een hoger vergunde waarde dan de standaardwaarde, is uitgegaan van de vergunde waarde. Op die manier behouden bestaande bedrijven hun geluidruimte. Voor de (in 2016) braakliggende terreinen is voor milieucategorie 5 een lagere geluidwaarde gehanteerd van 60 dB(A)/m2 in plaats van de hierboven genoemde standaard geluidwaarde. De ligging van de zo bepaalde 55 dB(A) contour is in de afbeelding hieronder weergegeven.

55 dB(A) contour - grens tussen groen en bruin gebied Het toestaan van woonboten binnen deze 55 dB(A) contour vinden wij niet wenselijk, aangezien dat een ernstige inperking van de mogelijkheden op het industrieterrein inhoudt en dit industrieterrein regionaal juist een belangrijke functie vervult voor vestiging van zware industrie. Andere bedrijventerreinen voor dit soort zwaardere industrie zijn er niet binnen de gemeente. Om bovenstaande reden is gekozen voor het scenario van het indikken van de woonboten. Daarmee worden de woonboten die aan de Ertveldplas blijven liggen, buiten de 55 dB(A) contour gesitueerd. Voor deze woonboten wordt een hogere grenswaarde geluid verleend. De afstand tussen de ligplaatsen van de woonboten en het industrieterrein wordt daardoor (t.o.v. de huidige ligging) een stuk groter, waardoor de situatie verbetert. Hoewel na indikking enige belemmering in de bedrijfsvoering (afhankelijk van de wijze van invulling van de individuele bedrijfskavels) niet geheel kan worden uitgesloten, weegt deze eventuele beperkte belemmering niet op tegen het belang om voor de huidige woonbootbewoners tot een (tijdelijke) oplossing te komen. Daarbij speelt een rol dat deze oplossingsrichting ook met belanghebbenden is besproken en de RIVU daarmee heeft ingestemd. Hoewel indikking v.w.b.

het geluidsaspect voor de woonboten leidt tot een oplossingsrichting, is er ook na indikking geen sprake van een goed woonklimaat. De geluidsbelasting zal hier immers nog steeds boven de wettelijke voorkeursgrenswaarde liggen (tussen de 50 en 55 dB(A). Ook liggen de woonboten dan nog steeds binnen de invloedsfeer van het zware industrieterrein De Rietvelden - Ertveld en binnen de magneetveldzone van een hoogspanningsleiding. Om die reden worden de ligplaatsen niet positief bestemd. Aangezien er hier sprake is van een reeds langere tijd bestaande situatie, is rekening gehouden met de belangen van de woonbootbewoners. Er is voor gekozen om aan de hoofdbewoners van de woonboten een persoonsgebonden overgangsrecht toe te kennen, mits deze ter plekke al woonden (en stonden ingeschreven in de Basisregistratie Personen) ten tijde van het besluit d.d. 11 juli 2017, waarin de raad heeft gekozen voor indikking en persoonsgebonden overgangsrecht voor de Ertveldplas. Het persoonsgebonden overgangsrecht

15

houdt in dat hoofdbewoners mogen blijven wonen, totdat men dit gebruik staakt, door bv. verhuizing of overlijden. Gezinsleden van hoofdbewoners mogen bij hen inwonen. Er is gekozen voor een persoonsgebonden overgangsrecht in plaats van een uitsterfregeling / objectgebonden overgangsrecht (deze laatste vorm staat los van de specifieke gebruiker), om te voorkomen dat er in de toekomst steeds nieuwe mensen op deze locatie kunnen gaan wonen. Ruimtelijk is dat een zeer ongewenste situatie, aangezien deze locatie niet geschikt is als woonlocatie. Een goed woonklimaat is hier niet mogelijk vanwege de ligging binnen de geluidszone van een zwaar industrieterrein (met een geluidsbelasting boven de wettelijke voorkeursgrenswaarde). Daarnaast ligt de locatie binnen de invloedsfeer van het zware industrieterrein De Rietvelden - Ertveld en binnen de magneetveldzone van een hoogspanningsleiding. Daarnaast kan niet worden uitgesloten dat de woonfunctie op deze plek, in de directe nabijheid van een zwaar industrieterrein, op termijn kan zorgen voor enige beperking in de bedrijfsvoering van bedrijven op het industrieterrein. Mede vanwege deze bedrijfsbelangen wordt niet gekozen voor een uitsterfregeling.

Bij de afweging speelt eveneens een rol dat de huidige bewoners aan de Ertveldplas al lang op de hoogte zijn van het feit dat men hier illegaal ligt en dat de gemeente bezig is met een proces om te komen tot alternatieve (legale) woonbootlocaties. In de beroepsprocedure tegen het bestemmingsplan Buitengebied en in de daarop volgende uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak uit 2011 is dat al aan de orde gekomen (zie ook paragraaf 2.2). In afwachting van een definitief planologisch geregelde situatie is toen, mede op verzoek van de BEp, een tijdelijke huurovereenkomst met de eigenaren van de woonboten gesloten om de situatie aan de Ertveldplas beheersbaar te houden. Inmiddels is het bestemmingplan, dat twee nieuwe woonbootlocaties aan de Van Veldekekade en de Rosmalense Plas mogelijk maakt, onherroepelijk geworden. De woonbooteigenaren aan de Ertveldplas hebben in het kader van de nieuwe woonbootlocaties vorig jaar al een locatiekeuze voorgelegd gekregen. Men kon kiezen voor verplaatsing naar de Van Veldekekade of naar de Rosmalense Plas of om op een deel van de Ertveldplas te blijven liggen op basis van persoonsgebonden overgangsrecht. De negen mensen die hebben gekozen voor de Van Veldekekade hebben inmiddels een reserveringsovereenkomst ontvangen en ondertekend. Deze zal vervolgens, als aan een aantal voorwaarden is voldaan, worden omgezet in een erfpachtovereenkomst.

Tot slot speelt in de overwegingen mee dat een persoonsgebonden overgangsrecht voor de Ertveldplasbewoners geen financieel nadeel oplevert ten opzichte van de huidige situatie. De woonboten zelf zullen door het toekennen van een persoonsgebonden overgangsrecht niet in waarde dalen. Een woonboot kan, conform het beoogde gebruik, als woonboot worden verkocht, maar net als in de huidige (illegale) situatie, kan in de nieuwe situatie daarbij geen ligplaats worden aangeboden. Deze mogelijkheid hebben de woonbooteigenaren wel gekregen door te kiezen voor verplaatsing naar een planologische legale woonbootlocatie (Van Veldekekade en Rosmalense Plas). Daarbij kan nog worden opgemerkt dat de maandelijks te betalen canon voor de nieuwe woonbootlocaties voor verplaatsers van de Ertveldplas is gebaseerd op de kostprijs van de nieuwe locatie en niet op de marktconforme prijs en dat de gemeente per te verplaatsen woonboot een bijdrage levert in de kosten. Het indikken op de Ertveldplas kan pas plaatsvinden na verhuizing van de woonboten naar de Van Veldekekade. Dan pas staat immers definitief vast hoeveel ligplaatsen er aan de Ertveldplas overblijven en kan de wijze/volgorde van indikking worden bepaald.

16

Hoofdstuk 4 Beleid 4.1

Rijksbeleid

4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) In het kader van de invoering van de Omgevingswet heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Deze is vastgesteld op 9 september 2020. De NOVI is vastgesteld op grond van de huidige regelgeving (dus als structuurvisie) en zal bij inwerkingtreding van de Omgevingswet gelden als Nationale omgevingsvisie in de zin van de Omgevingswet. De NOVI vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Daarnaast vervangt de NOVI delen van het Nationaal Waterplan, de Natuurvisie en het Nationaal Milieubeleidsplan. Inhoudelijk gezien bevat de NOVI een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak.

Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes. Die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. afwentelen wordt voorkomen. Doorwerking plangebied Gelet op de aard van het project zijn er geen rijksbelangen aan de orde.

17

4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Structuurvisies hebben geen bindende werking voor andere overheden dan de overheid die de visie heeft vastgesteld. De nationale belangen die juridische borging vragen, zijn geborgd in het Barro. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en zorgt voor sturing en helderheid van deze belangen vooraf. Het Barro voorziet in de juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Doorwerking plangebied Het Barro heeft geen doorwerking naar het bestemmingsplan, omdat er geen sprake is van nationale belangen.

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1 Omgevingsvisie De kwaliteit van Brabant Op 14 december 2018 hebben de Provinciale Staten de omgevingsvisie Noord-Brabant vastgesteld. Deze omgevingsvisie vervangt na het inwerking treden van de Omgevingswet de provinciale structuurvisie. Met de omgevingsvisie formuleert de provincie haar ambitie over hoe zij de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit wil zien. Daarbij stelt zij tussendoelen voor 2030, maar legt nu nog niet vast hoe zij die doelen wil bereiken. De provincie wilt daarmee ruimte bieden voor inbreng vanuit partijen en disciplines. Om hiermee aan de slag te gaan is volgens de provincie een verdere uitwerking van de ambities nodig in de vorm van programma's. In de visie is voor verschillende programma’s de ambitie geformuleerd hoe de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit moet zien. Daarbij zijn mobiliserende tussendoelen gesteld voor 2030 om het einddoel te kunnen bereiken. De uitwerking in programma’s is een opgave die de visie volgt en die in opeenvolgende bestuursperiodes de opdracht en ruimte geeft om dat met eigen accenten in te vullen. Het belangrijkste programma dat hier een rol speelt is ‘omgevingskwaliteit’. Het Brabantse doel voor 2050 in dit programma is: ‘Brabant heeft een goede leefomgevingskwaliteit doordat wij op alle aspecten beter presteren dan wettelijk als minimumniveau is bepaald.

Brabant staat met zijn TOP-landschap van oude en nieuwe landschappen in de top 5 van Europa. De biodiversiteit binnen en buiten de natuurgebieden is op orde, de lucht- en waterkwaliteit voldoet en de bodem is vitaal.’ Het tussendoel voor 2030 in dit programma is: ‘Brabant heeft een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit doordat wij voor alle aspecten voldoen aan de wettelijke normen. Natuurgebieden zijn ingericht, de afname van biodiversiteit is naar een positieve trend omgebogen, waardevolle cultuurhistorische landschappen zijn behouden en er is breed draagvlak voor de nieuwe energie- en klimaatadaptieve landschappen door de ontwerpende aanpak.’ Deze basisopgave is veelomvattend en gaat over milieuaspecten, als een schone bodem, schoon water (ondergrond) en schone lucht. Maar ook om landschappelijke- en cultuurhistorische aantrekkelijkheid, een goede woon- en werkomgeving met een aantrekkelijk aanbod aan voorzieningen, stilte en een natuurrijke omgeving, waarin biodiversiteit en recreatie hand in hand gaan. Ook de veranderingen in zogenoemde ‘bovenlaag’ vallen hieronder. Hierbij wordt gedacht aan de aanpak van leefgebied, bebouwing en het terugdringen van emissies naar de lucht. Doorwerking plangebied Via dit plan worden de woonboten 'ingedikt' op basis van een persoonsgebonden overgangsrecht.

De afstand van de woonboten, die hier dan nog tijdelijk kunnen blijven liggen, tot het industrieterrein De Rietvelden, De Vutter, Het Ertveld wordt groter. Dit voorkomt grote beperkingen in de bedrijfsvoering voor de bedrijven op het industrieterrein en vermindert de invloed van het bedrijventerrein op de woonboten. Daarnaast ontstaat er ruimte voor natuurontwikkeling en vergroting van de biodiversiteit aan de noordoever van de Ertveldplas. Op korte

18

termijn door het indikken van de woonboten en op de langere termijn doordat de woonboten hier uiteindelijk zullen verdwijnen. Het plan is in lijn met de Omgevingsvisie. 4.2.2 Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant De provincie wil met haar regels aansluiten op de werkwijze van de Omgevingsvisie en de Omgevingswet. Daarom is ervoor gekozen om de verschillende provinciale verordeningen voor de fysieke leefomgeving samen te voegen tot een Interim omgevingsverordening. Provinciale Staten hebben op 25 november 2019 deze verordening vastgesteld. Het is een 'Interim' omgevingsverordening om zo te benadrukken dat dit een tussenstap is naar de 'definitieve' omgevingsverordening gebaseerd op de Omgevingswet. De Interim omgevingsverordening is gebaseerd op de huidige wetgeving en moet aan de wettelijke bepalingen van die wetgeving voldoen. Dat betekent dat nieuwe mogelijkheden uit de Omgevingswet nog niet zijn verwerkt. Er is wel zo veel als mogelijk aansluiting gezocht bij de Omgevingswet en de voorwaarden voor een omgevingsverordening (bijvoorbeeld bij de opbouw en de digitale vormgeving). De Interim omgevingsverordening vervangt zes provinciale verordeningen, waaronder de Verordening ruimte 2014. In de omgevingsverordening staan onderwerpen uit de provinciale omgevingsvisie, waarbij is aangegeven welke belangen de provincie wil behartigen en hoe ze dat wil doen.

Deze verordening bestaat uit kaartmateriaal en regels waarmee gemeenten rekening moeten houden bij het opstellen van ruimtelijke plannen. De verordening geeft o.a. aan dat stedelijke ontwikkelingen, waartoe ook de realisatie van een woonbootlocatie kan worden gerekend, plaats moeten vinden binnen bestaand stedelijk gebied. De realisatie van een stedelijke ontwikkeling in het buitengebied is in beginsel uitgesloten. Alleen binnen een zogenaamd gebied ‘Stedelijk afweegbaar’ biedt de verordening onder strikte voorwaarden ruimte. Doorwerking plangebied Het plangebied ligt volgens de Verordening buiten het stedelijk gebied. Het gebied is ook niet aangewezen als 'Stedelijk afweegbaar'. De noordoever van de Ertveldplas is deels aangewezen als 'Natuurnetwerk Brabant' en deels als 'Groenblauwe Mantel'. In die gebieden ligt de nadruk op het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en landschappelijke waarden. Een permanente woonbootlocatie is niet passend op die plek. Het bestemmingsplan zorgt er op de korte termijn voor dat de woonboten op een kleiner deel van de plas komen te liggen, waardoor er meer ruimte is voor natuurontwikkeling aan de noordwestzijde. Op de lange termijn zullen de woonboten hier verdwijnen, door de toepassing van een persoonsgebonden overgangsrecht. Het plan sluit aan bij het doel van de Interim Omgevingsverordening.

19

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1 Structuurvisie In juni 2003 heeft de gemeenteraad van 's-Hertogenbosch de Ruimtelijke StructuurVisie vastgesteld, met de ondertitel 'Stad tussen stromen'. De Ruimtelijke StructuurVisie geeft richting aan de ruimtelijke ambities van de stad. Op 28 januari 2014 heeft de gemeenteraad de actualisatie van de structuurvisie uit 2003 vastgesteld. In deze geactualiseerde structuurvisie integreert gemeente het provinciaal beleid. De geactualiseerde structuurvisie bevat een integrale visievorming voor lange termijn, 10 jaar met een doorkijk naar 15 à 20 jaar. De structuurvisie bestaat uit het Ruimtelijk Casco, een visie geformuleerd op het plangebied. Een ruimtelijke analyse van de stad en het gemeentelijk beleid vormen de input voor deze visie. De visie formuleert de ontwikkelingskoers, beschrijft een wensbeeld van de stad voor de lange termijn en biedt het casco voor concrete projecten en plannen. Het is een toetsingskader, en tegelijkertijd ook een inspiratiekader voor ruimtelijke ontwikkeling. Zo wordt bepaald waar strakke contouren ter bescherming van kwetsbare waarden liggen en kansen voor ontwikkeling. Ook worden locaties aangeduid waar deze ontwikkeling tegen randvoorwaarden mogelijk zijn en afweegbare gebieden voor uitbreidingen en intensiveringen aangewezen.

Het 'ruimtelijk motto' van compacte, complete en contrastrijke stad als het uitgangspunt voor de ruimtelijke ontwikkeling voor de stad blijft gehanteerd, in de overtuiging dat dit de juiste basis biedt voor een duurzame ruimtelijk hoofdstructuur. Doorwerking plangebied Het plangebied ligt tussen de 'Engelervleugel en de 'Maasvleugel', in de zogenaamde 'Groene Delta'. Voor dit gebied, dat de Diezemonding wordt genoemd, wordt gestreefd naar versterking van de groene en ecologische hoofdstructuur en naar verbetering van de relatie met het stroomgebied van de Maas. Er wordt ingezet op een boeiende stad-landrelatie, waarin onderscheid wordt gemaakt tussen groene stedelijke uitstralingsgebieden en buitengebied. Het buitengebied dat de stad binnendringt, zoals de Diezemonding, is primair bedoeld voor natuurontwikkeling, (extensieve) landbouw- en recreatie. Het plan sluit aan bij het doel van de Structuurvisie. 4.3.2 Uitvoeringsprogramma De Groene Delta Op 18 december 2007 heeft de gemeenteraad een besluit genomen ten aanzien van het Uitvoeringsprogramma De Groene Delta. Een onderdeel van dit uitvoeringsprogramma betreft de ecologische zone ten noorden van de Ertveldplas. Om de ecologische waarde hiervan te vergroten zal een deel van de polder onder water worden gezet. De Ertveldpolder is aangewezen als natuurontwikkelingsgebied.

De Ertveldpolder en ook de Dieze hebben een belangrijke functie in het verbinden van verschillende natuurgebieden rond ’s-Hertogenbosch. Maar ook op regionaal niveau worden gebieden (Maas met Groene woud) met elkaar verbonden via de Ertveldpolder. De Diezemonding is een groene lob die tot ver in de stad doordringt. Het gebied behoort feitelijk tot het rivierengebied. Voor het gebied heeft de gemeente ‘s-Hertogenbosch samen met het Waterschap Aa en Maas in 2004 een visie opgesteld onder de naam ‘Waterpoort’. Het idee is het ontwikkelen van een natuur- en recreatiepark met ruige natuur, waar natuurbegrazing, spontane natuurontwikkeling en struinnatuur de kernbegrippen zijn. Doorwerking plangebied De woonbootlocatie aan de Ertveldplas past in beginsel niet bij het streven naar de natuurontwikkeling op deze plek. Mede daarom (maar voornamelijk vanwege de milieubeperkingen die ter plekke aanwezig zijn) wordt de locatie niet als woonbootlocatie bestemd. Er is voor gekozen om woonboten op een deel van de noordelijke oever (zogenaamde indikvariant) toe te staan op basis van een persoonsgebonden overgangsrecht. Dit is gericht op beëindiging van deze woonbootlocatie op termijn. Ter bevordering van de natuurontwikkeling in het westelijk deel van de noordelijke oever zal vanaf de bestaande waterloop op de noordoever een doorsteek worden gemaakt naar de Ertveldplas.

Op lange termijn zal ook nog bekeken worden in hoeverre de huidige dijk tussen de polder en de Dieze kan worden afgegraven, zodat de Dieze weer vrij spel krijgt in de polder.

20

Concept inrichting Ertveldpolder (korte termijn) 4.3.3 Besluit gemeenteraad 22 september 2009 In 2007 heeft de raad een initiatiefvoorstel aangenomen m.b.t. woonboten in ’s-Hertogenbosch. Besloten is om: 1. De uitbreiding van het aantal woonboten in de stedelijke omgeving van ’s-Hertogenbosch mogelijk te maken; 2. Het college te verzoeken de ruimtelijke, juridische en financiële consequenties van een dergelijke beleidswijziging in beeld te brengen en het overleg met betrokkenen, waaronder mogelijke private partners, aan te gaan en daarbij de consequenties in beeld te brengen van het opnemen van de locatie Ertveldplas in het Aanwijzingsbesluit Woonboten. 3. De raad te informeren over de uitkomsten van dit onderzoek en de gemeenteraad de noodzakelijke raadsbeslissingen ter besluitvorming voor te leggen. Naar aanleiding van dit initiatiefvoorstel is er onderzoek gedaan naar uitbreidingsmogelijkheden voor woonboten in de stad, waardoor een oplossing kan worden geboden voor de krapte op de woningmarkt. Door middel van een locatiestudie is hier onderzoek naar verricht. Uit deze locatiestudie blijkt dat nieuwe locaties voor het uitbreiden van het aantal woonboten voor de korte termijn niet of nauwelijks aanwezig zijn in de stad. Dit heeft geresulteerd in een besluit van de raad op 22 september 2009. Dit besluit luidt: 1. In te stemmen met de volgende conclusies n.a.v.

de locatiestudie Woonboten in relatie tot het initiatiefvoorstel CDA m.b.t. Woonboten (januari 2007): a. de situatie m.b.t. het eventueel vergroten van het aantal woonboten in de stad is niet wezenlijk veranderd t.o.v. 2004; b. op korte termijn zijn er geen substantiële mogelijkheden voor uitbreiding van het aantal woonboten en de gemeente zal voor genoemde uitbreiding geen actie ondernemen; c. wonen op water in ’s-Hertogenbosch kan geen echte bijdrage leveren aan het verminderen van de krapte op de woningmarkt en vormt dus geen onderdeel van een structureel huisvestingsbeleid.

21

2. Na de omlegging van de Zuid-Willemsvaart te onderzoeken of de volgende locaties kunnen worden ontwikkeld als kleinschalige woonbotengebied: Zuid-Willemsvaart, Rosmalense Plas en Ertveldplas-Zuid. Een kosten/baten analyse zal onderdeel zijn van dit onderzoek, inclusief de publieke investeringen. De kwestie van de legalisering van de woonboten in de Ertveldplas, ten aanzien waarvan de raad in 2007 bij het initiatiefvoorstel besloten had om de consequenties daarvan in beeld te brengen, is in het besluit van 2009 buiten beschouwing gelaten, omdat er op dat moment nog overleg plaatsvond met de bewoners. In het bestemmingsplan Buitengebied uit 2010 (zie paragraaf 4.3.4) en in een tijdelijke huurovereenkomst (zie paragraaf 2.3) zijn daarover later zaken vastgelegd. 4.3.4 Bestemmingsplan Buitengebied Op 26 januari 2010 heeft de gemeenteraad het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ vastgesteld. In dat bestemmingsplan is ook de noordzijde van de Ertveldplas opgenomen. Aan de Ertveldplas zelf is de bestemming 'Water' toegekend. De oever heeft de bestemming 'Natuur'. In het bestemmingsplan is ervoor gekozen om de aanwezige woonboten aan de noordzijde van Ertveldplas niet positief te bestemmen, vanwege de gewenste natuurontwikkeling in de polder en de bestaande milieu-situatie (o.a. ligging binnen de geluidscontour van het industrieterrein De Rietvelden).

Daarbij is mede in overweging genomen het besluit uit 2009 om na de omlegging van de Zuid-Willemsvaart nader onderzoek te doen naar de ontwikkeling van mogelijk nieuwe woonbootlocaties. Tegen het niet positief bestemmen hebben een aantal bewoners van woonboten aan de Ertveldplas beroep ingesteld bij de Raad van State. Zij voerden hiervoor o.a. aan dat hun woonboten reeds geruime tijd ter plaatse op de waterplas lag en dat binnen de planperiode geen andere ligplaats beschikbaar komt. Verder zijn volgens hen hun woonboten geen belemmering voor de scheepvaart, voor een natuurontwikkeling in de aangrenzende Ertveldpolder en voor het nabijgelegen bedrijventerrein De Rietvelden - Ertveld. De Raad van State heeft op 20 juli 2011 dit beroep ongegrond verklaard en geoordeeld dat, gelet op de gewenste natuurontwikkeling en uit het oogpunt van een goed woon- en leefklimaat, de gemeenteraad de woonboten in redelijkheid niet als zodanig in het plan behoefde te bestemmen. Daarnaast komt de Raad van State tot de conclusie dat voor bedoelde woonboten op de Ertveldplas geen bouwvergunningen zijn verleend, deze woonboten in planologisch opzicht daar illegaal aanwezig zijn en dat niet in geschil is dat het bestaande gebruik van de woonboten niet wordt beschermd door het overgangsrecht van het plan.

Het college van burgemeester en wethouders heeft derhalve de mogelijkheid hiertegen handhavend op te treden. 4.3.5 Besluit gemeenteraad 24 juni 2014 In 2013 is gestart met een onderzoek naar nieuwe locaties voor woonschepen. Redenen daarvoor waren: het raadsbesluit van 22 september 2009 om na omlegging Zuid-Willemsvaart onderzoek te doen naar ontwikkeling van een kleinschalig woonbotengebied; de uitspraak van de Raad van State over het bestemmingsplan Buitengebied waarbij het beroep van de woonbootbewoners van de Ertveldplas-Noord ongegrond is verklaard; mogelijke ontwikkelingen in de omgeving van de Industriehaven (die kunnen zorgen voor een verplaatsingsopgave). Doel van dit onderzoek was het verkrijgen van inzicht in de kansen voor het realiseren van permanente locaties voor woonschepen op daarvoor ruimtelijk geschikte plekken. Er zijn in totaal 17 locaties onderzocht. Ook de bestaande woonbootlocaties, waaronder Ertveldplas-Noord, zijn in het onderzoek meegenomen. Bij de beoordeling van de verschillende locaties is een groot aantal aspecten betrokken, zoals o.a. industriegeluid, wegverkeer- en railverkeergeluid, hoogspanningslijnen, geurhinder, provinciale regelgeving, de breedte van het water, de nabijheid van beroepsscheepsvaart.

Op basis van het onderzoek zijn drie locaties als mogelijk te realiseren locatie aangemerkt: De Zuid-Willemsvaart - Van Veldekekade / Maastrichtseweg, de Rosmalense Plas en de Groote Wielenplas.

22

Voor de bestaande woonbootlocatie Ertveldplas-Noord is naar voren gekomen dat het niet haalbaar is om deze locatie een positieve bestemming te geven, conform de wens van bewoners. Ter plekke kan namelijk een goed woonklimaat niet gegarandeerd worden (o.a. vanwege ligging in de geluidszone van industrieterrein De Rietvelden - Ertveld). Bovendien zal een positieve bestemming de omliggende bedrijvigheid beperken in hun bedrijfsvoering. Hoewel bestuursrechtelijk optreden tegen de locatie Ertveldplas-Noord juridisch wel mogelijk is, heeft de gemeenteraad geoordeeld dat men dit onbillijk vindt voor de huidige bewoners, aangezien de locatie reeds lange tijd in gebruik is als woonbootlocatie en sommige bewoners hier reeds lange tijd wonen. Op 24 juni 2014 heeft de gemeenteraad over de locatie Ertveldplas-Noord besloten om de voor de daar liggende woonboten een bestemmingsplanprocedure op te stellen op basis van persoonsgebonden overgangsrecht. Na dit besluit heeft Ondernemersvereniging Rietvelden - Ertveld en Vutter (RIVU) de gemeente erop gewezen dat uitvoering van het raadsbesluit van 24 juni 2014 een beperking betekent voor de mogelijkheden van het bedrijventerrein De Rietvelden – Ertveld. Aangezien het raadsbesluit niet gebaseerd was op deze wetenschap is besloten nader onderzoek te doen naar de (financiële) consequenties van de uitvoering ervan.

De gemeenteraad is aangegeven dat de uitkomsten daarvan tegelijk met de ruimtelijke en financiële uitwerking van de aangewezen mogelijke woonbootlocaties opnieuw ter besluitvorming zal worden aangeboden. 4.3.6 Besluit gemeenteraad 11 juli 2017 Op 11 juli 2017 heeft de gemeenteraad een besluit genomen over mogelijke nieuwe permanente woonbootlocaties en over een oplossingsrichting voor de woonboten aan de Ertveldplas. Voor de Ertveldplas is gekozen voor een zogenaamde 'indikvariant', waar de huidige woonboten (met een tijdelijk huurcontract) op basis van persoonsgebonden overgangsrecht mogen blijven liggen. Bij de indikvariant woren de woonboten opgeschoven in oostelijke richting en komen daardoor dichter bij elkaar te liggen. De afstand tot het bedrijventerrein wordt daardoor groter, zodat de mogelijkheden voor het bedrijventerrein niet onaanvaardbaar worden beperkt. Het nu voorliggende bestemmingsplan is de uitwerking van dit besluit. Van de locaties die in 2014 waren aangemerkt als mogelijke permanente woonbootlocaties heeft de gemeenteraad bij dit besluit de Van Veldekekade aangewezen als permanente woonbootlocatie en heeft men aangeven dat daarvoor de benodigde bestemmingsplanprocedure kon worden gestart.

Tijdens de raadsbehandeling heeft de portefeuillehouder, naar aanleiding van vragen vanuit de gemeenteraad, de toezegging gedaan om te onderzoeken of ook een permanente woonbootlocatie gerealiseerd kan worden aan de Rosmalense Plas. Dit heeft er uiteindelijk in geresulteerd om ook in de Rosmalense Plas een woonbootlocatie van 10 ligplaatsen mogelijk te maken. Er is een bestemmingsplan in procedure gebracht, waarin zowel de woonbootlocatie aan de Van Veldekekade als in de Rosmalense Plas zijn opgenomen. 4.3.7 Besluit gemeenteraad 8 maart 2022 Op 8 maart 2022 is het bestemmingsplan 'Woonbootlocatie Van Veldekekade en Rosmalense Plas' door de gemeenteraad vastgesteld. Het bestemmingsplan in inmiddels onherroepelijk. Beide nieuwe woonbootlocaties zijn in beginsel ingezet om de woonbootbewoners aan de Ertveldplas (met een tijdelijke huurovereenkomst) de mogelijkheid te bieden om te verplaatsen naar een planologisch permanent geregelde plek. In dat kader hebben inmiddels negen woonbootbewoners een reserveringsovereenkomst getekend voor een ligplaats aan de Van Veldekekade. Dat betekent dat men een definitieve ligplaats aan de Van Veldekekade kan krijgen, indien men aan een aantal voorwaarden voldoet. De aanleg van de woonbootlocatie aan de Van Veldekekade zal naar verwachting begin 2023 starten.

23

24

Hoofdstuk 5 Milieu en waarden Dit hoofdstuk geeft weer hoe milieuaspecten een rol hebben gespeeld bij het opstellen van het voorliggende bestemmingsplan. Tussen milieuaspecten en ruimtelijke ordening bestaat een duidelijke relatie. De milieukwaliteit vormt namelijk een belangrijke afweging bij de ontwikkelingsmogelijkheden van ruimtelijke functies. Bij de besluitvorming over het al dan niet toelaten van een bepaalde ruimtelijke ontwikkeling, dient onderzocht te worden welke milieuaspecten daarbij een rol kunnen spelen. Het is daarnaast van belang om milieubelastende functies - zoals bedrijfsactiviteiten - ruimtelijk te scheiden van milieugevoelige functies (zoals woningen hier in de vorm van woonboten). Andersom moet in de ruimtelijke ordening nadrukkelijk rekening gehouden worden met de gevolgen van ruimtelijke ingrepen voor het milieu. Milieubelastende of hinderlijke situaties moeten voorkomen worden.

5.1

Bedrijven en milieuzonering

Milieuzonering zorgt voor voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds bedrijven of overige milieubelastende functies en anderzijds milieugevoelige functies zoals woningen. Bij de planontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzonering om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te garanderen naast de zorg dat er voor bedrijven voldoende ruimte voorhanden is om de bedrijfsactiviteiten duurzaam en binnen aanvaardbare voorwaarden (normen) uit te kunnen voeren. Richtlijn Bij het beoordelen van de (binnen het plangebied of elders gelegen) bedrijven welke invloed hebben op het plangebied, is gebruik gemaakt de VNG-brochure “Bedrijven en Milieuzonering”. De VNG brochure is een richtlijn, vormt geen wettelijk kader maar heeft als gevolg van jurisprudentie de status van pseudo-wetgeving gekregen. Deze richtlijn biedt kaders om milieuzonering goed in ruimtelijke plannen af te wegen. In de VNG-uitgave staan minimale richtafstanden voor geur, stof, geluid en gevaar die gebaseerd zijn op een “gemiddeld” modern bedrijf. Deze richtafstanden gelden vanaf de perceelgrens van het bedrijf waar de bedrijfsactiviteiten plaats kunnen vinden (of de opslagvoorziening of installatie) tot aan de gevel van woningen in een 'rustige woonwijk'.

Indien het bedrijf afwijkt door grootte, technische voorzieningen, afschermingen et cetera is het mogelijk om gemotiveerd af te wijken van de (indicatieve) afstanden. De grootste van de vier VNG-richtafstanden (voor geur, stof, geluid of gevaar) is bepalend voor de indeling van een activiteit in een milieu-categorie. De milieucategorie van een bedrijf kan variëren van 1 (een licht bedrijf, met een hinderafstand van 10 meter) tot 6 (een zeer zwaar bedrijf, met een hinderafstand van 1500 meter). Plangebied De hier relevante bedrijvigheid bevindt zich aan de noordzijde op het industrieterrein de Rietvelden, ten zuiden van de geplande woonboten. Maatgevende bestemde bedrijvigheid betreft bedrijvigheid in de milieucategorie 5.1. De hierbij behorende indicatieve VNG-richtafstand betreft 500 meter. De geplande ligplaatsen voor de

25

woonboten vallen geheel of gedeeltelijk binnen deze richtafstand. Hoewel een onacceptabele hinderlijke situatie aan de orde is, wordt gemotiveerd dat de locaties voor de woonboten acceptabel zijn en belangen van bedrijven niet oveneredig zullen worden geschaad met het toelaten van deze (nu al reeds liggende) woonboten via een persoonsgebonden overgangsrecht. De voorliggende situatie is dus niet blijvend, maar zal op termijn eindigen. Geluid Voor wat betreft het aspect geluid wordt de toelaatbaarheid en vergunbaarheid gemotiveerd middels een geluidsonderzoek. De Rietvelden betreft namelijk een geluidsgezoneerd industrieterein met een wettelijk bestemde geluidszone (van 50 dB(A)) daar omheen. De ligplaatsen voor de woonboten bevinden zich binnen de bestemde geluidszone, maar buiten het gezoneerd industrieterrein. Voor geluidsgevoelige objecten (zoals de ligplaatsen voor woonboten) in de geluidszone geldt een voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A). Ligplaatsen binnen de geluidszone zijn vergunbaar (middels een hogere geluidswaarde) tot een maximale ontheffingswaarde van 55 dB(A). De ligplaatsen van de woonboten liggen buiten deze zone van 55 dB(A), waardoor ze met minder of maximaal met 55 dB(A) worden belast.

Aangezien de woonboten reeds langere tijd aan de Ertveldplas liggen en deze woonboten middels dit bestemmingsplan op grotere afstand van het industrieterrein komen te liggen, achtten we deze situatie acceptabel en toelaatbaar. Gemeente zal hier dan ook hogere waarden voor verlenen tot maximaal 55 dB(A). Hierdoor worden de belangen van de aanwezige (en toekomstige) bedrijven zoveel mogelijk gerespecteerd en niet onevenredig geschaad. Het aspect geluid (industrielawaai en wegverkeerslawaai) wordt nog nader toegelicht in paragraaf 5.2. Risico bedrijven De indicatieve hinderafstand voor externe veiligheid wordt op de eerste plaats ondervangen (vervangen) door de huidige strenge wetgeving op dit gebied. Voor risicovolle bedrijven is dit geregeld in het 'Besluit risicovolle inrichtingen milieubeheer' (Bevi). Ten aanzien van de bestaande Bevi-bedrijven bevinden risicocontouren zich op ruime afstand van de geplande ligplaatsen voor de woonboten. Voor nieuwe risico-bedrijven hanteert de gemeente de uitgangspunten uit het vastgestelde 'Uitvoeringskader externe veiligheid' (juni 2010).

Deze uitgangspunten zijn tevens opgenomen in de bestemmingsplanregels van het industrieterrein 'Rietvelden', waardoor nieuwvestiging van Bevi-inrichtingen slechts toelaatbaar is indien de contour van de grenswaarde van het belangrijke plaatsgebonden risico van een bedrijf binnen het eigen bedrijfsperceel blijft én de grens van het invloedsgebied (relevant voor het Groepsrisico) niet buiten de begrenzing van het industrieterrein treedt. Hiermee worden de risicocontouren voor nieuwe bedrijvigheid dus beperkt tot binnen het industrieterrein. Het verplicht voldoen aan de direct werkende regels voor de externe veiligheid alsook de bestemmingsplanregels zullen de risico's in de omgeving door risico-bedrijvigheid ter plaatse van de woonboten zo veel als mogelijk doen verkleinen tot een maatschappelijk acceptabel (wettelijk geldend) niveau. De risico's van bedrijvigheid bij de woonboten voldoen in ieder geval aan de gangbare normen. De belangen van bestaande bedrijven en bestemde bedrijvigheid wordt op dit aspect niet geschaad. Dit aspect wordt nader belicht verderop in paragraaf 5.5. Stof Voor wat betreft stof is dit in de regel niet het maatgevende aspect bij bedrijven in de categorie 5.1.

In de bestemde lijst van toegelaten bedrijvigheid is slechts één bedrijfstype toegelaten met een stof-afstand tot 500 meter, namelijk een op- en overslag bedrijf (met granen en meel) voor de binnenvaart. Zo'n bedrijf bevindt zich (nog) niet binnen de Rietvelden. Bij eventuele nieuwvestiging van zo'n bedrijf wordt eventuele hinder hiervan ondervangen door de verplichte milieuhindervoorschriften uit een nodige geldende milieuvergunning of het Activiteitenbesluit. Conform de Wet milieubeheer is een bedrijf verplicht zich hieraan te houden. Hiermee wordt een afdoende bescherming voor de gevoelige objecten (de ligplaatsen voor woonboten) geboden en wordt hinder zo veel als mogelijk voorkomen. Bedrijfsbelangen worden op dit aspect niet geschaad. Geur Geur kan daarentegen een maatgevend hinderaspect zijn bij toelaatbare geurproducerende bedrijven binnen de hindercategorie tot en met 5.1. Relevante aanwezige geurproducerende bedrijven op de Rietvelden zijn; de brouwerij en afvalwaterzuivering van Heineken, Bonda Veevoeders, Asfaltcentrale van Asfalt.nu en slachterij Vitelco. De geursituatie vanwege de bestaande alsook nieuwe (bestemde) bedrijvigheid is daarom uitvoerig onderzocht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12192667/1