CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 1 BOPA_Zonneveld Oude Baan-Oost Rosmalen 18 juni 24

Gemeenteraad 10 september 2024, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Ontwikkeling zonneveld Oude Baan-Oost, Rosmalen16.611 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Zonneveld Oude Baan-Oost, Rosmalen Motivering B.O.P.A. - gemeente ‘s-Hertogenbosch

COLOFON Gegevens over het plan: Plannaam:

Zonneveld Oude Baan-Oost, Rosmalen

Datum:

18 juni 2024

Projectnummer Buro SRO:

88.26.01

Opdrachtgever:

Waardevast

Gegevens Buro SRO: Projectleider Buro SRO:

Dhr. T. Vette

Bezoekadres vestiging Arnhem:

Sweerts de Landasstraat 50, 6814 DG te Arnhem

Telefoon:

026 - 35 23 125

E-mail:

arnhem@buro-sro.nl

Internet:

www.buro-sro.nl

2

Zonneveld Oude Baan-Oost, Rosmalen

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1

Inleiding

5

1.1

Aanleiding

5

1.2

Ligging van het projectgebied

5

1.3

Waarom deze procedure: BOPA

6

1.4

Leeswijzer

6

Hoofdstuk 2

Voorgenomen ontwikkeling

7

2.1

Huidige situatie

7

2.2

Toekomstige situatie

8

Hoofdstuk 3

Beleid en regelgeving

12

3.1

Rijksbeleid en rijksregels

12

3.2

Provinciaal beleid en provinciale regels

15

3.3

Gemeentelijk beleid

23

Hoofdstuk 4

Veilige en gezonde fysieke leefomgeving

32

4.1

Weging van het waterbelang

32

4.2

Activiteiten en milieuzonering

34

4.3

Bodem

35

4.4

Luchtkwaliteit

36

4.5

Geur

37

4.6

Geluid

39

4.7

Omgevingsveiligheid

40

4.8

Trilling

42

4.9

Lichtreflectie

42

4.10

Elektromagnetische straling

43

4.11

Explosieven

44

4.12

M.e.r.-beoordeling

44

4.13

Conclusie veilige en gezonde fysieke leefomgeving

45

Hoofdstuk 5

Goede omgevingskwaliteit

46

5.1

Zorgvuldig ruimtegebruik

46

5.2

Archeologie, cultuurhistorie en landschap

46

5.3

Ecologie

48

5.4

Verkeer en parkeren

50

5.5

Duurzaamheid en klimaatadaptatie

50

Hoofdstuk 6

Maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid

52

6.1

Participatie

52

6.2

Kostenverhaal

52

Zonneveld Oude Baan-Oost, Rosmalen

3

Bijlagen

4

54 Landschapsplan

55

NNB-toets

56

Scoreformulier groennorm

57

Digitale watertoets

58

Notitie bodemingrepen

59

Quickscan Flora en Fauna

60

AERIUS-berekening (aanlegfase)

61

AERIUS-berekening (exploitatiefase)

62

Participatieplan Oude Baan-Oost

63

Zonneveld Oude Baan-Oost, Rosmalen

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Waardevast, hierna initiatiefnemer, is voornemens om op een voormalige vuilstortplaats in het buitengebied van de gemeente 's-Hertogenbosch een zonnepark te realiseren. Het projectgebied heeft een oppervlakte van circa 5,7 hectare. Hiervan wordt circa 2,5 hectare met zonnepanelen ingericht. Het plan levert daardoor na realisatie een belangrijke bijdrage aan de gemeentelijke energietransitiedoelstellingen. Omdat deze ontwikkeling niet past in het omgevingsplan van de gemeente ‘s-Hertogenbosch dat sinds de invoering van de Omgevingswet per 01-01-2024 van kracht is (voorheen: het bestemmingsplan), maar dit initiatief wel wenselijk is, is de gemeente voornemens middels een omgevingsvergunning medewerking te verlenen aan deze activiteit. In dit document wordt toegelicht waarom er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties conform de Omgevingswet.

1.2

Ligging van het projectgebied

Het projectgebied is gelegen aan de Oude Baan-Oost te Rosmalen, in het buitengebied van 'sHertogenbosch. Bijgevoegde afbeelding toont globaal de ligging van het plangebied in de omgeving.

Globale ligging plangebied in de omgeving (bron: openstreetmap.org)

Zonneveld Oude Baan-Oost, Rosmalen

5

1.3

Waarom deze procedure: BOPA

De gemeente ‘s-Hertogenbosch beschikt nog niet over een omgevingsplan dat is opgesteld op grond van de Omgevingswet. Daarom is voorliggend initiatief getoetst aan het geldende, tijdelijke deel van het omgevingsplan ‘Buitengebied’, NL.IMRO. 079600002031- vastgesteld door de gemeenteraad op 20 juli 2011. Voorliggend initiatief betreft de realisatie van een zonneveld, waartoe in de vigerende planologische situatie geen mogelijkheden zijn opgenomen. Deze ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt door middel van een aanvraag om omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA).

1.4

Leeswijzer

Onderhavige motivering bevat de inhoudelijke onderbouwing van het besluit. Hoofdstuk 2 begint met een beschrijving van de huidige situatie, gevolgd door een beschrijving van de voorgenomen ontwikkeling. In hoofdstuk 3 wordt verwezen naar de voor het plan relevante beleid van gemeente, provincie en Rijk. In hoofdstuk 4 wordt de nieuwe ontwikkeling getoetst aan diverse aspecten die relevant zijn voor de fysieke leefomgeving en de toedeling van functies aan locaties. Daarna komen in hoofdstuk 5 de aspecten met betrekking tot een goede omgevingskwaliteit aan de orde. In hoofdstuk 6 worden de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid behandeld.

6

Zonneveld Oude Baan-Oost, Rosmalen

Hoofdstuk 2

Voorgenomen ontwikkeling

In dit hoofdstuk wordt het initiatief beschreven. Eerst wordt ingegaan op de bestaande situatie van het plangebied en de relatie met de omgeving. Daarna wordt ingezoomd op het beoogde initiatief.

2.1

Huidige situatie

Het projectgebied is gelegen aan de zuidkant van de Oude Baan-Oost te Rosmalen. De locatie bevindt zich ten oosten van de kern in een overwegend beboste omgeving (Sparrenburgbos). Langs de Oude Baan-Oost worden daarnaast enkele percelen gebruikt ten behoeve van agrarische functies en wonen. Het projectgebied ligt beschut tussen omliggende bomenrijen. Zelf kent het projectgebied een open uitstraling met weinig opgaande begroeiing. In het verleden was de locatie in gebruik als vuilstortplaats. De vuilstort was van 1960 tot 1986 in gebruik voor met name de stort van huishoudelijk- en bedrijfsafval. Hierna is het terrein opgehoogd met een dikke laag schone grond en in gebruik genomen als landbouwgrond (hooiland). Aan de noordkant wordt het projectgebied middels een inrit ontsloten op de Oude Baan-Oost. Navolgende afbeelding toont een weergave van de huidige situatie.

Het projectgebied is gelegen in een enclave in het Sparrenburgbos. Door de ligging op een voormalige vuilstort en de flink opgehoogde grond zijn de mogelijkheden binnen het projectgebied beperkt. Het ligt hoog (circa 5 tot 7,5 meter hoger dan het omliggende maaiveld) en daardoor droog, waardoor het niet de meest geschikte landbouwgrond is. Vanaf de omliggende paden en wegen is er door de hoge ligging geen zicht op het projectgebied. Navolgende afbeelding geeft de situatie in het projectgebied weer.

Zonneveld Oude Baan-Oost, Rosmalen

7

Luchtfoto projectgebied (bron: kadastralekaart.com)

2.2

Toekomstige situatie

2.2.1

Algemeen

Binnen de projectlocatie wordt een zonnepark gerealiseerd met een maximale instandhoudingstermijn van 25 jaar. Om het zonnepark in te passen in de omgeving is een inpassingsplan opgesteld, zie bijlage 1. Het inpassingsplan wordt ook als voorschrift aan de te verlenen vergunning gekoppeld. De omvang van het projectgebied bedraagt circa 5,7 hectare, waarvan 2,5 hectare wordt ingericht met zonnepanelen. De overige gronden worden landschappelijk ingericht. Het zonnepark zal een vermogen krijgen van 4,6 MWp. 2.2.2

Integrale visie

In het landschapsplan is het ontwerp van het zonnepark opgenomen. Het ontwerp is gebaseerd op een aantal uitgangspunten die vanuit een analyse en een visie zijn opgesteld. Het ontwerp wordt hieronder aan de hand van de uitgangspunten toegelicht. Verder wordt er ingegaan op een aantal specifieke aspecten rondom het ontwerp.

Waar het projectgebied voorheen gebruikt werd als stortplaats voor afval wordt met het initiatief de kans benut het gebied te transformeren tot een energielandschap. Aansluitend op de stedelijke

8

Zonneveld Oude Baan-Oost, Rosmalen

omgeving van Rosmalen komt energieopwekking en -verbruik samen en kan het zonnepark bijdragen aan een nieuwe maatschappelijke waarde binnen het gebied. Binnen het projectgebied blijft circa 3,2 hectare vrij van zonnepanelen en deze ruimte wordt ingezet voor natuurontwikkeling en recreatie. 2.2.3

Ontwerp

Vanuit de visie is een schetsontwerp opgesteld. In deze paragraaf wordt het ontwerp toegelicht aan de hand van de verschillende uitgangspunten.

Verbeteren natuurwaarden Door de beperkte schaalgrootte van het zonnepark en de specifieke hogere ligging zullen met name de natuurwaarden in de randen, het talud, verbeterd kunnen worden. Het plan voorziet bijvoorbeeld in het verwijderen van de niet streekeigen wildgroei, zodat hier beplanting aangebracht kan worden die meer streek-/boseigen is. Groene ingrepen in het projectgebied betreffen: 1. Het verwijderen van wildgroei en het aanplanten van inheemse mantelzoomvegetatie; 2. Aan de noordzijde van het zonnepark zal de huidige vegetatie versterkt worden met aanvullende bomen als berken en eiken; 3. Aan de oost- en westzijde van het zonnepark is de ontwikkeling van kruidenrijke grasvegetatie met verspreid staande heesters belangrijk . Het Sparrenburgbos bestaat momenteel voornamelijk uit naaldbos. Door het aanbrengen van loofbossoorten ontstaat er meer variatie aan soorten wat de biodiversiteit in het bos zal versterken. Daarnaast zorgt ook het aanbrengen van een mantel- en zoomvegetatie tegen de bestaande bosstructuur voor een positief effect op de biodiversiteit. De variatie in soorten en hoogte zal leefgebied voor verschillende soorten fauna opleveren.

Zonnepanelen De zonnepanelen krijgen een hoogte van max. 2,20 m. De panelen zullen niet of nauwelijks zichtbaar zijn door de plaatsing op hogergelegen grond en de locatie in het bos, waar alle zijdes begroeid zijn. De panelen worden in een oost-west gerichte opstelling geplaatst en zo gesitueerd dat ze de kavelrichting volgen. De zonnepanelen worden zodanig opgesteld dat er zo veel mogelijk zon op het maaiveld valt, zodat een kruidenrijke vegetatie zich kan ontwikkelen. De minimale hoogte ten opzichte van het maaiveld is 0,90 m, in de nok van de dakopstelling wordt 0,50m vrijgehouden. Tussen de rijen wordt een ruimte van 2 m vrijgehouden

Recreatieve toegankelijkheid In de huidige situatie loopt een olifantenpaadje door het plangebied in oostwestelijke richting. Door het realiseren van het zonnepark zal dit pad komen te vervallen. Om toch mogelijkheden te bieden voor recreatie rondom het plangebied worden voor de routes nieuwe trajecten langs en over de ophoging uitgezet. Aan de zuid- en noordrand van de ophoging wordt ruimte vrijgehouden voor recreatieve wandelingen en zitplekjes voor kortstondig verblijf. Aan de zuidzijde wordt in de hoekpunten de steile helling voorzien van verticale houten planken, die zorgen voor een trap langs de helling, waardoor op het ca 8m hoogteverschil gelopen kan worden. Op de randen van de helling

Zonneveld Oude Baan-Oost, Rosmalen

9

worden op drie plekken banken geplaatst. Aan de zuidzijde zullen delen van het talud vrijgehouden worden van beplanting, zodat het talud toegankelijk blijft voor recreatie en er tevens nieuwe olifantenpaden kunnen ontstaan.

Beveiliging Om de zonnepanelen te beschermen tegen indringers wordt een transparant hekwerk van 2 m geplaatst. Aan iedere zijde van het zonnepark wordt een kleinwildtunnel met een diameter van 0,5 m geplaatst, zodat kleine zoogdieren het projectgebied nog steeds kunnen gebruiken om te foerageren.

Inkoopstation, transformatoren en onderhoudspad Aan de buitenzijde van het hekwerk wordt een struweelhaag aangelegd. Naast het bieden van schuilen nestgelegenheid voor dieren zal deze haag voor de wandelaars zorgen voor vermindering van het zicht op de zonnepanelen. De eerste 2 á 3 jaar moeten de struiken nog groeien om voldoende hoogte en dichtheid te krijgen om het zicht op de panelen te beperken. Door menging met hulst in deze haag zal ook ’s winters het zicht enigszins beperkt worden.

De entree van het zonnepark komt aan de noordzijde, op ca 30m van de Oude Baan-Oost. Hier komt een inrit met een parkeer-/opstelplaats bestaande uit grasbetonstenen, zodat het berijdbaar is en regenwater wel kan infiltreren. Hier komt ook het inkoopstation met transformator te staan, door het inkoopstation achter de bestaande heesters te plaatsen zal het aan het zicht onttrokken worden. Op het veld hoeven geen transformatoren te worden geplaatst.

10

Zonneveld Oude Baan-Oost, Rosmalen

Schetsontwerp zonnepark Oude Baan-Oost (ontwerp ROM3D)

Doorsnedes toekomstige situatie met zonnepark (ontwerp: ROM3D)

Samenhang In samenhang met bovenstaande uitgangspunten voor het ontwerp/ versterkingen van het gebied is het zonnepark inpasbaar in het gebied. Het zonnepark is, nadat de nieuwe landschapselementen tot wasdom zijn gekomen, niet zichtbaar voor omwonenden en recreanten. De landschapselementen zijn blijvende elementen (ook na 25 jaar) en versterken het landschap raamwerk dus duurzaam. In bijlage 1, het landschapsplan, is een inrichtingsvoorstel opgenomen voor waarin de toekomstige situatie is verbeeld.

Zonneveld Oude Baan-Oost, Rosmalen

11

Hoofdstuk 3

Beleid en regelgeving

In dit hoofdstuk wordt het initiatief getoetst aan beleid en regelgeving. Er wordt ingegaan op geldend beleid en regelgeving op Rijks-, provinciaal-, regionaal en gemeentelijk niveau. Vervolgens wordt het beoogde initiatief daaraan getoetst.

3.1

Rijksbeleid en rijksregels

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie

Per januari 2021 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) van kracht. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving.

Met de NOVI benoemt het Rijk nationale belangen, geeft het richting op de vier prioriteiten en helpt keuzes maken waar dat moet. Want niet alles kan overal. Deze visie is ontwikkeld in nauwe samenwerking met provincies, gemeenten, waterschappen, maatschappelijke instellingen en burgers.

De NOVI is vastgesteld op grond van de geldende regelgeving omdat de Omgevingswet nog niet in werking is. De NOVI voldoet tevens aan de eisen die de Omgevingswet stelt aan een omgevingsvisie. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet geldt deze omgevingsvisie ook als de Nationale Omgevingsvisie in de zin van deze wet.

Gebiedsgericht De NOVI benoemt een aantal aspecten van nationaal ruimtelijk belang. Het betreft de bescherming van de waterveiligheid aan de kust en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, de uitoefening van defensietaken, het Natuurnetwerk Nederland (voorheen de ecologische hoofdstructuur), de elektriciteitsvoorziening, de toekomstige uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet en de veiligheid rond rijksvaarwegen. 3.1.2

Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl)

In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan regels over omgevingswaarden, instructieregels, beoordelingsregels en regels voor monitoring. Het Bkl geldt voor het Rijk en decentrale overheden en heeft geen directe uitwerking op de fysieke leefomgeving. Bij een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in een Omgevingsplan of bij het vergunnen van een Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit moeten de verschillende instructieregels en geformuleerde omgevingswaarden in acht genomen worden. Het gaat hierbij over de instructieregels met het oog op:

12

Zonneveld Oude Baan-Oost, Rosmalen

Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties;

Het behoud van werelderfgoed en cultureel erfgoed;

Natuurbescherming.

Daarnaast gaat het om de volgende omgevingswaarden 

Veiligheid primaire waterkeringen;

Veiligheid andere dan primaire waterkeringen in beheer bij het Rijk;

Kwaliteit van de buitenlucht;

Waterkwaliteit;

Kwaliteit van de zwemlocatie.

Artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bepaalt dat de Ladder betrekking heeft op een stedelijke ontwikkeling die voldoende substantieel is. De aard en omvang van het woningbouwplan in relatie met de omgeving bepaalt of het plan voldoende substantieel is. Artikel 5.129g Bkl geeft geen ondergrens aan. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn hiervoor lijnen uitgezet. Bij woningbouw is vanaf 12 woningen sprake van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. De Laddertoets moet alleen worden uitgevoerd wanneer de stedelijke ontwikkeling 'nieuw' is. 3.1.3

Zonneladder

Om de landschappelijke impact te beperken en 'wildgroei' van grondgebonden zonnestroomsystemen te voorkomen, wordt de voorkeursvolgorde van de NOVI gevolgd. Deze brengt hiërarchie aan in het beoordelen van de geschiktheid van locaties. Voor de zonnestroomsystemen voor eigen gebruik leidt deze voorkeursvolgorde tot de volgende stappen: 1. Zonnepanelen op daken en aan gevels genieten de voorkeur ten opzichte van grondgebonden zonnestroomsystemen. 2. Daarnaast kunnen grondgebonden zonnestroomsystemen binnen het bestemmingsvlak overwogen worden. Deze verdienen de voorkeur wanneer plaatsing van zonnepanelen op het dak redelijkerwijs niet rendabel kan worden toegepast. Twee voorbeelden hiervoor zijn ongeschikte dakrichting en beschaduwing van het dak. 3. Wanneer zonnepanelen op daken en grondgebonden plaatsing van zonnepanelen binnen het bestemmingsvlak redelijkerwijs niet mogelijk zijn, kunnen grondgebonden initiatieven buiten het bestaande bestemmingsvlak overwogen worden. Drie redenen waarom plaatsing binnen het bestemmingsvlak niet mogelijk is, zijn: (1) onvoldoende beschikbare ruimte, (2) schaduwvorming en (3) het bestaande gebruik van de tuin. De grond welke wordt aangewend dient een agrarische bestemming te hebben. Beoordeling hiervan is altijd maatwerk. 3.1.4

Klimaatakkoord

In 2015 hebben 195 landen van over de hele wereld het Akkoord van Parijs getekend. Daarin is afgesproken om de opwarming van de aarde te beperken tot maximaal 2 graden en het liefst tot maximaal 1,5 graad. Elk deelnemende land heeft toegezegd zelf aan de slag te gaan met nationale klimaatplannen, zo ook Nederland. Dit heeft geresulteerd in een Nederlands Klimaatakkoord uit juni

Zonneveld Oude Baan-Oost, Rosmalen

13

2019. In dit nationale akkoord staan maatregelen die worden genomen om de klimaatdoelen te halen en klimaatverandering te stoppen. Het is een overeenkomst tussen veel organisaties en bedrijven in Nederland om de uitstoot van broeikasgassen tegen te gaan. Het belangrijkste doel van het akkoord is om de uitstoot van broeikasgassen in 2050 met 95% te laten afnemen. Ook zijn voor de vijf deelsectoren (elektriciteit, industrie, mobiliteit, gebouwde omgeving en landbouw & landgebruik) eigen doelen en maatregelen uitgewerkt. In 2030 wil Nederland 70% van alle elektriciteit opwekken met windturbines op zee en op land en zonnepanelen op daken en in zonneparken. In 2050 wil Nederland helemaal geen fossiele brandstoffen, zoals aardgas en steenkool, gebruiken. Enkele belangrijke afspraken voor de energiesector zijn: 

Ook hernieuwbare energie op land (wind en zon) groeit fors naar 35 miljard kilowattuur per jaar;

In duurzame energieopwekking op land krijgt de regio een grote rol. Elke regio krijgt de ruimte zelf te bepalen hoe zij de doelen haalt om meer duurzame energie op te wekken. Er zijn dertig regio's benoemd die elk een Regionale Energie Strategie (RES) maken. In maart 2021 moeten de regionale energiestrategieën (RES 1.0) klaar zijn.

3.1.5

Toetsing van het initiatief aan het rijksbeleid

NOVI & Bkl Het plangebied ligt niet in één van de aangewezen beschermde gebieden uit de NOVI of het Bkl. Het initiatief heeft daarmee op voorhand geen effect op één of meerdere aspecten met een nationaal ruimtelijk belang.

De toetsing aan de eventueel van toepassing zijnde omgevingswaarden vindt plaats in hoofdstuk 4.

Zonneladder In het kader van voorliggend initiatief is de zonneladder opgenomen en uitgewerkt in paragraaf 3.1.3 van voorliggende onderbouwing.

Klimaatakkoord Nederland heeft in het klimaatakkoord onder andere als doelstelling om in 2030 70% van alle elektriciteit op te wekken via hernieuwbare energiebronnen waaronder zonneparken op land. Voorliggend initiatief maakt de oprichting van een zonnepark op land mogelijk en draagt in die zin bij aan het behalen van de doelstelling uit het landelijke klimaatakkoord. Later in voorliggend document wordt ingegaan op de Regionale Energiestrategie en de wijze waarop voorliggend plan daar binnen past.

Conclusie Het initiatief is passend binnen het rijksbeleid.

14

Zonneveld Oude Baan-Oost, Rosmalen

3.2

Provinciaal beleid en provinciale regels

3.2.1

Omgevingsvisie Noord-Brabant

Met de Brabantse omgevingsvisie 'De kwaliteit van Brabant' hebben provinciale staten in december 2018 de visie op de fysieke leefomgeving vastgesteld. De visie bevat de opgaven die er liggen voor de nabije toekomst, welke ambities en concrete doelen de provincie zichzelf heeft gesteld en hoe zij hieraan wil werken. De provincie gelooft dat men met elkaar moet zorgen voor een gezonde, veilige en mooie leefomgeving en dat zij dat kunnen bereiken met een nieuwe manier van (samen)werken. Dat door het juiste samenspel – waarbij zij streven naar synergie en meerwaarde - de kwaliteit van leven hier en nu goed samengaat met de kwaliteit van leven elders en later.

Rode draad in de visie is om de kwaliteit van de Brabantse leefomgeving te behouden, te versterken en door te geven aan volgende generaties. De visie benoemt ambities over hoe Brabant er in 2050 uit moet zien en stelt mobiliserende tussendoelen voor 2030. Deze doelen zijn zelfbindend voor de provincie. De provincie heeft vier hoofdopgaven opgesteld. Aan de basis van deze hoofdopgaven liggen veiligheid, gezondheid en een goede omgevingskwaliteit. De vier hoofddoelen zijn: 

Werken aan de Brabantse energietransitie

Werken aan een klimaatproof Brabant

Werken aan de slimme netwerkstad

Werken aan een concurrerende, duurzame economie

3.2.2

Omgevingsverordening Noord-Brabant

Op 27 oktober 2023 is de Omgevingsverordening Noord-Brabant gewijzigd vastgesteld door Provinciale Staten. De omgevingsverordening bevat alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving. Om te voorkomen dat voor bepaalde activiteiten geen juridische regels van kracht zijn bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 heeft de provincie de ‘TAMomgevingsverordening Noord-Brabant’ vastgesteld, welke de Interim omgevingsverordening (IOV) vervangt. Het betreft daarmee een Tijdelijke alternatieve maatregel (TAM) Omgevingsverordening op weg naar een definitieve Omgevingsverordening.

De TAM-omgevingsverordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van instructieregels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen uit het Bkl.

Zonneveld Oude Baan-Oost, Rosmalen

15

Projectspecifiek In de Omgevingsverordening is een aantal artikelen opgenomen waaraan het project dient te worden getoetst. Op navolgende afbeelding is zichtbaar dat het projectgebied gelegen is in Landelijk gebied. Voor de ontwikkeling zijn regels in het kader van de Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit (Artikel 5.7), Zorgvuldig ruimtegebruik (Artikel 5.8), Toepassing van de lagenbenadering (Artikel 5.8), Meerwaardecreatie (Artikel 5.10), Kwaliteitsverbetering landschap (Artikel 5.11), Externe werking Natuur Netwerk Brabant (Artikel 5.31) en Zonneparken in het Landelijk gebied (Artikel 5.54) relevant. Specifieke regels rond activiteiten op voormalige stortplaatsen zijn sinds inwerkingtreding van de Omgevingswet niet meer opgenomen in de provinciale omgevingsverordening. Dit is nader toegelicht in paragraaf 3.2.3.

Uitsnede kaart landelijk gebied (bron: Omgevingsloket, regels op de kaart)

Artikel 5.7 Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit Een omgevingsplan geeft bij de evenwichtige toedeling van functies aan locaties invulling aan een veilige, gezonde leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit (lid 1). Voor het realiseren van een veilige, gezonde leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit wordt toepassing gegeven aan (lid 2): a. zorgvuldig ruimtegebruik, als bedoeld in artikel 5.8; b. de lagenbenadering, bedoeld in artikel 5.9; en c.

meerwaardecreatie, als bedoeld in artikel 5.10.

Artikel 5.8 Zorgvuldig ruimtegebruik Lid 1. Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: a. een ontwikkeling plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag;

16

Zonneveld Oude Baan-Oost, Rosmalen

b. de mogelijkheden voor intensivering van bestaand ruimtebeslag en meervoudig ruimtegebruik zijn afgewogen en betrokken bij een ontwikkeling; c.

bij stedelijke ontwikkeling toepassing wordt gegeven aan de ladder voor duurzame verstedelijking, bedoeld in artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving;

d. gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel ; en e. splitsing van een bestaand bouwperceel niet is toegestaan. Lid 2. Als uit een zorgvuldige afweging blijkt dat een ontwikkeling niet binnen bestaand ruimtebeslag mogelijk is, is uitbreiding van ruimtebeslag mogelijk onder de in dit hoofdstuk opgenomen voorwaarden.

Artikel 5.9 Toepassing van de lagenbenadering Lid 1. Het toepassen van de lagenbenadering biedt inzicht in: a. welke effecten een ontwikkeling heeft op de lagen afzonderlijk, de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd; en b. hoe negatieve effecten worden voorkomen.

Lid 2. Voor de toepassing van het eerste lid worden de volgende lagen onderscheiden: a. de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; b. de netwerklaag, zoals natuurnetwerk, energienetwerk, infrastructuur inclusief waterwegen, en een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer; en c.

de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op lucht, milieu, veiligheid en een gezonde leefomgeving.

Lid 3. Bij het actief benutten van de factor tijd wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde van de lagen, het verleden, de onomkeerbaarheid van optredende effecten op de lagen door de gewenste ontwikkeling en de toekomstwaarde van de ontwikkeling vanuit het perspectief van duurzaamheid en toekomstbestendigheid.

Artikel 5.10 Meerwaardecreatie Lid 1. Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: a. de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren; en b. de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn.

Lid 2. De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit, bedoeld in Artikel 5.11 Kwaliteitsverbetering landschap kan deel uitmaken van de meerwaardecreatie.

Zonneveld Oude Baan-Oost, Rosmalen

17

Toetsing aan Artikel 3.5 t/m 3.8 Voorliggende ontwikkeling geeft invulling aan een goede omgevingskwaliteit door rekening te houden met zorgvuldig ruimtegebruik, de waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering en meerwaardecreatie. De onderbouwing hiervoor is op verschillende locaties in deze motivering opgenomen. De motivering ten aanzien van zorgvuldig ruimtegebruik is opgenomen in de toetsing aan Artikel 5.54. De toetsing aan de lagenbenadering wordt in deze motivering ondervangen in hoofdstuk 4 en 5. De onderbouwing wat betreft de meerwaardecreatie is opgenomen in de toetsing aan Artikel 5.54 en Artikel 5.11.

Artikel 5.11 Kwaliteitsverbetering landschap Elke ruimtelijke ontwikkeling in het Landelijk Gebied van de provincie Noord-Brabant dient gepaard te gaan met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving (lid 1). In het omgevingsplan behorende bij de ruimtelijke ontwikkeling moet gemotiveerd worden dat de verbetering past binnen de gewenste ontwikkeling van het gebied én op welke wijze de uitvoering is geborgd (financieel, juridisch en feitelijk) (lid 2).

De verbetering van de landschappelijke kwaliteit kan mede de volgende aspecten omvatten (lid 3): a. de op grond van deze verordening verplichte landschappelijke inpassing; b. het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land; c.

het behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen;

d. het wegnemen van verharding; e. het slopen van bebouwing; f.

de realisering van het Natuur Netwerk Brabant en ecologische verbindingszones;

g. het aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden.

Toetsing aan Artikel 5.11 De gewenste ontwikkeling betreft in voorliggend geval een zonnepark met een oppervlakte van 3,4 hectare binnen een projectgebied van 7,7 hectare. De oppervlakte van het zonnepark betreft in dit geval de gronden binnen het hekwerk. De overige 4,3 hectare wordt gebruikt om het zonnepark in te passen in het landschap en tegelijkertijd het landschap te verbeteren.

De verbetering wordt in dit geval gerealiseerd door verschillende landschapselementen in en rondom het projectgebied te herstellen, versterken en toe te voegen (lid 3 sub b). Deze bestaat onder meer uit het verstevigen van de mantelvegetatie. Verder wordt verbetering gerealiseerd door ruimte te reserveren voor een struinpad en het toevoegen van een zitbankje (lid 3 sub g).

18

Zonneveld Oude Baan-Oost, Rosmalen

Bovenstaande verbeteringen zijn financieel, juridisch en feitelijk geborgd door de uitvoering van het inpassingsplan (bijlage 1) als voorwaardelijke verplichting aan de omgevingsvergunning te verbinden en doordat het initiatief economische uitvoerbaar is (paragraaf 6.3).

Artikel 5.30 & 5.31 (Externe werking) Natuur Netwerk Brabant en toetsing Direct grenzend aan het zonnepark ligt het Sparrenburgbos. Deze gronden maken onderdeel uit van het Natuur Netwerk Brabant. Omdat de beoogde ontwikkeling zal plaatsvinden buiten het NNB is artikel 5.30 van de verordening niet van toepassing. Om externe werking ten aanzien van het NNB uit te sluiten, is een NNB-toets uitgevoerd. Deze is opgenomen in bijlage 2. Uit de toets blijkt dat de beoogde ontwikkeling, indien rekening wordt gehouden met enkele maatregelen (in het rapport opgenomen), geen significante (negatieve) invloed heeft op de ecologische waarden en kenmerken van het NNB. Tevens voldoet het initiatief aan de groennorm van de gemeente. Bij het treffen van de genoemde maatregelen zijn er geen compensatiestappen of beperkende maatregelen benodigd. Het initiatief voldoet hiermee aan de regels die gelden ten aanzien van Natuur Netwerk Brabant.

Artikel 5.54 Zonne-parken in landelijk gebied Binnen Landelijk gebied is nieuwvestiging mogelijk van zelfstandige opstellingen van zonnepanelen om te kunnen voldoen aan de doelstellingen voor het opwekken van duurzame energie als: a. uit onderzoek blijkt dat de aanleg van het zonnepark noodzakelijk is omdat in onvoldoende mate voorzien kan worden in de behoefte voor duurzame energie: 1. door de ontwikkeling van andere vormen van energie; 2. binnen Stedelijk gebied; 3. door meervoudig ruimtegebruik in Landelijk gebied of binnen bestaand ruimtebeslag op bouwpercelen; en 4. op gronden aansluitend op Stedelijk gebied. b. de ontwikkeling past in de gewenste ontwikkelingsrichting, bedoeld in Artikel 5.12, en inzicht is geboden in de maatregelen die worden getroffen om de impact op de omgeving te beperken; c.

de ontwikkeling een maatschappelijke meerwaarde geeft, waaronder de mogelijkheid voor de omgeving om te participeren in het project;

d. is geborgd dat het zonnepark tijdelijk, voor ten hoogste 25 jaar, wordt toegelaten; e. juridisch en financieel is geborgd dat na het verstrijken van de termijn de opstelling voor zonneenergie en de daarbij behorende voorzieningen, worden verwijderd; f.

de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in Afdeling 7.2 Regionaal samenwerken; en

g. de ontwikkeling is afgestemd met de netwerkbeheerder.

Toetsing aan Artikel 5.54 onder a In de Regionale Energie Strategie (RES) zijn per regio (in dit geval Noordoost-Brabant) afspraken gemaakt over het opwekken van duurzame energie. De RES(-opgave) komt voort uit het

Zonneveld Oude Baan-Oost, Rosmalen

19

Klimaatakkoord (zie ook paragraaf 3.1.4), waarmee zowel het Rijk als de gemeenten, waterschappen en provincies hebben ingestemd. Het Rijk vraagt de regio om vorm te geven aan de taakstelling van 49% CO2-reductie uit de gezamenlijke landelijke doelstellingen van onder andere de klimaattafel Elektriciteit in 2030. Deze taakstelling moet gerealiseerd worden door energiebesparing en nieuwe duurzame energieproductie met bestaande technieken (teneinde in 2030 operationeel te zijn). De bestaande technieken in het kader van de RES zijn zon- en windenergie.

In de RES Noordoost Brabant zijn mogelijkheden voor zonne-energie binnen stedelijk gebied onderzocht. Hieruit blijkt dat de mogelijkheden binnen stedelijk gebied onvoldoende zijn om de opgave te behalen. Naast het bedekken van daken met zonnepanelen in stedelijk gebied is het noodzakelijk om andere gebieden aan te wenden. Ook landbouwgronden zijn hierbij nodig, bij voorkeur nabij bebouwd gebied.

In de Visie Energielandschap van de gemeente 's-Hertogenbosch wordt aansluiting gezocht bij de zonneladder. In dit document wordt een ruimtelijke visie op hoe zonneparken (en windturbines) op te nemen in het landelijk gebied/landschap beschreven. Op basis van de visie zijn slechts bepaalde gebieden in de gemeente geschikt voor zonnepanelen. De gemeente 's-Hertogenbosch kiest ervoor om energieopwekking mogelijk te maken in een groot deel van haar grondgebied, maar ook om enkele gebieden op basis van landschappelijke, natuur- en cultuurhistorische waarden te beschermen. Plannen in een open landschap zijn uitgesloten. Nieuwvestiging van het zonnepark is mogelijk, omdat de zonneladder als volgt wordt doorlopen:

Trede 1: In de Visie Energielandschap van de gemeente 's-Hertogenbosch wordt de zonneladder als belangrijk criterium beschouwd. In de visie wordt echter ook onderkend dat het niet reëel is om eerst alle daken vol te leggen met zonnepanelen en daarna pas overige gebieden aan te wenden. Dan zullen er de komende jaren geen initiatieven voor grondgebonden duurzame energie worden ontwikkeld, terwijl dat wel noodzakelijk is om te kunnen voldoen aan de opgave.

Trede 2: Het projectgebied is gelegen aan de rand van de kern Rosmalen langs een doorgaande weg.

Trede 3: Het zonnepark wordt toegevoegd op gronden die voorheen in gebruik waren als vuilstortplaats. Het perceel is niet zichtbaar vanaf de rijweg van de Oude Baan-Oost. Er is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik (zie paragraaf 5.1).

20

Zonneveld Oude Baan-Oost, Rosmalen

Voor de Visie Energielandschap is het buitengebied onderverdeeld in 11 deelgebieden en zijn er drie verschillende strategieën onderscheiden om de ontwikkeling van duurzame energie te sturen: vrijwaren, inpassen en transformeren. Voor elk van de 11 onderscheiden deelgebieden is één van de drie strategieën van toepassing. Het projectgebied ligt in deelgebied 'Hooge Heide Zuid'. In dit deelgebied wordt ruimte geboden voor zonne-energie middels de strategie 'inpassen', waarbij het NNB-gebied in beginsel wordt gevrijwaard van zelfstandige ontwikkelingsmogelijkheden voor duurzame energie. In de gebieden 'inpassen' worden onder voorwaarden van landschappelijke inpassing en het ontwikkelen van 'ruimtelijke kwaliteit' zonnevelden toegestaan. Hiermee verandert het bestaande landschap zonder dat het essentieel van karakter wijzigt. Voor elke inpassing is de ontwikkeling van een integrale visie nodig, waarin zorgvuldig ruimtegebruik en versterking van ruimtelijke functies/omgevingskwaliteit geborgen wordt. Hierin staat de relatie van de locatie tot zijn omgeving centraal en wordt geconcretiseerd waar de ruimtelijke (maatschappelijke) meerwaarde (denk aan verbetering ecologie, recreatie, landbouw of kwaliteit woonomgeving) wordt behaald. De integrale visie moet aantonen dat de beoogde ontwikkeling: 1. is afgestemd met de omgeving (participatie); 2.

passend is bij de maat en schaal van het landschap; 3. het laadvermogen (draagkracht) van het landschap niet overschrijdt; 4. de kernkwaliteiten van de locatie niet aantast en de zichtbaarheid beperkt; 5. indien mogelijk, nieuwe kwaliteiten toevoegt. Denk aan de versterking van de biodiversiteit; ruimte voor waterberging of versterken van het buitengebied als recreatief uitloopgebied; 6. behalve duurzame energie opwekt, ook voorzien is van een strategie en uitvoeringsprogramma waarbij fundamenteel uitgewerkt wordt welke maatregelen genomen worden voor verdere verduurzaming van het bedrijf(sproces) en/ of de omgeving.

In het inpassingsplan behorende bij het project (zie bijlage 1) is deze integrale visie opgenomen. Deze integrale visie maakte ook onderdeel uit van het plan van aanpak, dat is opgesteld ten behoeve van de selectieprocedure van de gemeente 's-Hertogenbosch voor zonnepark-initiatieven in het voorjaar van 2021, op basis waarvan dit project door de gemeente is geselecteerd om verder uit te werken. De verdere uitwerking is in deze motivering en bijlagen opgenomen.

onder b Uit hetgeen onder a beschreven blijkt dat het zonnepark passend is binnen de ontwikkelingsrichting voor het gebied, zoals deze op regionaal en gemeentelijk niveau is vastgelegd. Middels het landschappelijk inpassingsplan en onderhavige motivering wordt inzicht geboden in de impact die het initiatief heeft voor de omgeving.

Zonneveld Oude Baan-Oost, Rosmalen

21

onder c Naast de maatschappelijke meerwaarde die duurzame energieopwekking biedt, zorgt de ontwikkeling voor versterking van landschappelijke elementen en worden met het initiatief voorzieningen voor extensief recreatief medegebruik (bankje en struinpad) gecreëerd. Hiermee is sprake van een landschappelijke, sociale en maatschappelijke meerwaarde.

onder d Het zonnepark wordt tijdelijk, voor ten hoogste 25 jaar, toegelaten. De oorspronkelijke toestand in het projectgebied wordt na verloop van de termijn hersteld. De veldopstellingen voor zonne-energie worden verwijderd. De toe te voegen landschapselementen zijn permanent.

onder e Hetgeen onder d genoemd is financieel en juridisch geborgen.

onder f De Visie – op basis waarvan de ontwikkeling kan worden toegestaan - en Regionale Energie Strategie zijn op regionaal niveau afgestemd.

onder g Het initiatief is afgestemd met de netbeheerder.

Conclusie Gelet op het voorgaande kan geconcludeerd worden dat het initiatief passend is binnen de Provinciale Verordening. 3.2.3

Nota Hergebruik van stortplaatsen

De provincie Noord-Brabant was bevoegd gezag voor het zogenaamde hergebruik van voormalige stortplaatsen tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024. Deze bevoegdheid is sindsdien overgedragen aan de gemeente. Omdat de gemeente ’s-Hertogenbosch nog niet over specifiek beleid inzake hergebruik van stortplaatsen beschikt, is het initiatief nog aan de betreffende Nota getoetst.

In de 'Nota Hergebruik van stortplaatsen' staan kansen beschreven voor voormalige stortplaatsen, daar deze veel ruimte in beslag nemen. Deze kunnen bijvoorbeeld bijdragen in de grondstoffen- en energievoorziening. Het beleid is gericht op zuinig gebruik van ruimte en grondstoffen en op het beschermen van het milieu tegen de nadelige gevolgen die van stortplaatsen na sluiting zouden kunnen uitgaan. Dit wordt gerealiseerd door hergebruik zowel ruimtelijk als milieuhygiënisch mogelijk te maken. Hiertoe worden in de Nota randvoorwaarden geschept.

22

Zonneveld Oude Baan-Oost, Rosmalen

Planspecifiek Met het initiatief wordt een voormalige stortplaats hergebruikt ten behoeve van energie, het versterken van natuur en recreatieve voorzieningen. De randvoorwaarden uit de Nota hebben betrekking op de aspecten 'Ruimtelijke ordening' en 'Milieu'. In voorliggende motivering wordt toegelicht dat het zonnepark ruimtelijk en milieuhygiënisch mogelijk is. Dit is onder meer toegelicht in paragraaf 4.3 (bodem). Hiermee is het initiatief in lijn met de randvoorwaarden voor hergebruik van stortplaatsen. 3.2.4

Toetsing van het initiatief aan het provinciale beleid

De activiteit past binnen het beleid en regels van de provincie Noord-brabant.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Ruimtelijke StructuurVisie en Omgevingsvisie

Ruimtelijke Structuurvisie In juni 2003 heeft de gemeenteraad van 's-Hertogenbosch de Ruimtelijke StructuurVisie (RVS) vastgesteld, met de ondertitel 'Stad tussen stromen'. De Ruimtelijke StructuurVisie geeft richting aan de ruimtelijke ambities van de stad. Op 28 januari 2014 heeft de gemeenteraad de actualisatie van de structuurvisie uit 2003 vastgesteld. In deze geactualiseerde structuurvisie integreert gemeente het provinciaal beleid. De geactualiseerde structuurvisie bevat een integrale visievorming voor lange termijn, 10 jaar met een doorkijk naar 15 à 20 jaar. De structuurvisie bestaat uit het Ruimtelijk Casco, een visie geformuleerd op het gemeentelijk grondgebied. Een ruimtelijke analyse van de stad en het gemeentelijk beleid vormen de input voor deze visie. De visie formuleert de ontwikkelingskoers, beschrijft een wensbeeld van de stad voor de lange termijn en biedt het casco voor concrete projecten en plannen. Het is een toetsingskader, en tegelijkertijd ook een inspiratiekader voor ruimtelijke ontwikkeling. Zo wordt bepaald waar strakke contouren ter bescherming van kwetsbare waarden liggen en kansen voor ontwikkeling. En worden locaties aangeduid waar deze ontwikkeling tegen randvoorwaarden mogelijk zijn en afweegbare gebieden voor uitbreidingen en intensiveringen aangewezen.

Het 'ruimtelijk motto' van compacte, complete en contrastrijke stad als het uitgangspunt voor de ruimtelijke ontwikkeling voor de stad blijft gehanteerd, in de overtuiging dat dit de juiste basis biedt voor een duurzame ruimtelijk hoofdstructuur.

Bossche Omgevingsvisie In het kader van de Omgevingswet werkt de gemeente ’s-Hertogenbosch aan een Omgevingsvisie (De Bossche Koers). De visie heeft betrekking op alle fysieke terreinen van de leefomgeving en hoe die vormgegeven en benut kunnen worden. De Omgevingsvisie gaat in op de samenhang tussen wonen, economie, ruimte, water, milieu, gezondheid, natuur, landschap, mobiliteit, infrastructuur en cultureel erfgoed. In het document wordt vanuit de Bossche waarden aan de Bossche kracht gebouwd en vertaald in de Bossche koers.

Zonneveld Oude Baan-Oost, Rosmalen

23

Planspecifiek Ruimtelijke StructuurVisie De gewenste ontwikkeling speelt in op de ambitie gesteld door de gemeente 's-Hertogenbosch om klimaatneutraal te worden. De structuurvisie geeft daarom ruimte aan de ontwikkeling van alternatieve energiebronnen, waaronder zonne-energie. Daarmee is het initiatief passend binnen de Ruimtelijke StructuurVisie.

Omgevingsvisie Vanuit de Omgevingsvisie wordt ingezet op duurzame energie, waarmee tevens het landschap en natuur versterkt wordt. Onderhavig initiatief past binnen deze ambitie. Tevens zijn de ambities vanuit de Regionale Energie Strategie (RES) meegewogen in de visie. Hieraan is in de vervolgparagrafen getoetst. Het initiatief wordt hiermee passend binnen de Omgevingsvisie geacht. 3.3.2

Visie Energielandschap

De Visie Energielandschap is in 2020 door de gemeenteraad van ‘s-Hertogenbosch vastgesteld. Deze visie richt zich op productiemethodes met ruimtelijke impact. Dit betreft zonne- en windenergie. Zonne- en windenergie worden op dit moment gezien als de voornaamste technieken waarmee duurzame energie opgewekt kan worden.

De Visie Energielandschap heeft het doel om een kader te scheppen voor besluiten die windturbines en zonnevelden mogelijk maken binnen de gemeente. De visie onderschrijft de navolgende uitgangspunten. 

Structureert een weloverwogen ruimtelijke planning waardoor de ruimtelijk-functionele kwaliteiten zo goed mogelijk worden gewaarborgd;

Geeft initiatiefnemers voor windturbines en zonnevelden en alle andere inwoners, bedrijven en organisaties helderheid over ruimtelijke kansen en beperkingen voor wind- en zonneenergie;

Maakt duidelijk hoe de gemeente aanvragen voor windturbines en zonnevelden afhandelt en erover besluit;

Creëert een perspectief voor bewoners over wat zij kunnen verwachten en hoe ze kunnen participeren.

24

Zonneveld Oude Baan-Oost, Rosmalen

Visiekaart Energielandschap strategie 'inpassen' (bron: Visie EnergieLandschap)

Selectieleidraad De selectieleidraad beschrijft de procedure voor de selectie van initiatieven voor de eerste tranche (in totaal 100 hectare aan zonnevelden). De selectieprocedure heeft betrekking op stap 1 uit paragraaf 2.2 van het Uitvoeringsprogramma Visie Energielandschap (Deel C).

Planspecifiek Binnen de Visie Energielandschap van gemeente 's-Hertogenbosch maakt de projectlocatie deel uit van een zone waarvoor bij de ontwikkeling van zonneparken de strategie 'Inpassen' van toepassing is. Eén van de voorwaarden die aan nieuwe initiatieven binnen dit gebied worden gesteld, is dat het zonnepark dient te worden ingepast in het landschap. Ten behoeve van voorliggende ontwikkeling is een inpassingsplan opgesteld, zie bijlage 1.

In het vervolg van deze paragraaf wordt het initiatief aan verschillende onderdelen uit de Visie Energielandschap getoetst.

Ruimtelijke en maatschappelijke kwaliteit De Visie hanteert het principe van 'positieve wederkerigheid'. Ontwikkelingen die meerdere doelen nastreven leveren nieuwe maatschappelijke waarde op. Het is de uitdaging om te zoeken naar een manier waarop duurzame energieopwekking ontwikkeld kan worden en tevens de ruimtelijke en maatschappelijke kwaliteit verbetert. Deze ruimtelijke kwaliteit wordt geborgen door het zonnepark in te passen op basis van een integrale visie (zie 'Inpassen'). Daarnaast is verduurzaming van de energievoorziening een brede maatschappelijke opgave. Door als integraal onderdeel maatregelen op te nemen, wordt gezorgd dat de ontwikkeling aan de samenleving als geheel ten goede komt. Een

Zonneveld Oude Baan-Oost, Rosmalen

25

eventuele onevenwichtigheid tussen de maatschappelijke (en financiële) baten en lasten worden hierbij in balans gebracht.

Bescherming landschappelijke, natuur- en cultuurhistorische waarden Ter bescherming van de landschappelijke, natuur- en cultuurhistorische waarden stelt de Visie zes uitgangspunten centraal. Deze zijn benoemd in paragraaf 3.5 van onderdeel B. Zo wordt gesteld dat de ontwikkeling van zonne-energie een integrale benadering vergt, waarbij meerdere doelen met elkaar verenigd worden (uitgangspunt 1). Dit is opgenomen in de integrale visie van dit plan. Daarin wordt onder meer de maatschappelijke meerwaarde en verbetering van ruimtelijke kwaliteit (uitgangspunt 4) behandel, alsmede de invloed op het woon- en leefklimaat van omwonenden (uitgangspunt 5). De ontwikkeling houdt daarnaast zoveel mogelijk rekening met natuurwaarden en beschermde soorten (uitgangspunt 6). Dit wordt behandeld in paragraaf 5.3 van dit document. Door rekening te houden met de zonneladder is gewaarborgd dat voor voorliggend plan een gedegen afweging is gemaakt met betrekking tot de ontwikkelingslocatie (uitgangspunt 2).

Inpassen (alleen zonne-energie) In deze gebieden worden onder voorwaarden van landschappelijke inpassing en het ontwikkelen van 'ruimtelijke kwaliteit' zonnevelden toegestaan. Hiermee verandert het bestaande landschap zonder dat het essentieel van karakter wijzigt. Voor elke inpassing is de ontwikkeling van een integrale visie nodig. Hierin staat de relatie van de locatie tot zijn omgeving centraal en wordt geconcretiseerd waar de ruimtelijke (maatschappelijke) meerwaarde (denk aan verbetering ecologie, recreatie, landbouw of kwaliteit woonomgeving) wordt behaald.

Uitvoeringsprogramma Visie energielandschap Voorliggend initiatief wordt opgericht binnen een kleinschalig landschap dat wordt benoemd in paragraaf 3.2.7 van onderdeel B van de Visie Energielandschap. In het inpassingsplan is hiermee rekening gehouden. Het initiatief is op grond van onderdeel C van de visie aan te merken als een eerste tranche project. Daarmee draagt voorliggend initiatief bij aan de doelstelling uit de visie om 100 hectare aan zonneparken te realiseren die passen binnen het kader van de door de gemeente afgebakende 'eerste tranche' projecten.

Handelingsperspectief De ontwikkeling van een zonnepark moet aantoonbaar meerwaarde creëren. Het zonneveld moet ruimtelijk zorgvuldig zijn ingepast en het windpark moet in omvang, situering en plaatsing reageren op de kenmerken van het onderliggend landschap. Aan de hand van de volgende 6 stappen biedt de gemeente kader voor nieuwe initiatieven om deze meerwaarde te behalen:

26

Zonneveld Oude Baan-Oost, Rosmalen

Stap 1: Maak een analyse en start vanuit de bestaande kwaliteit De opgave is om een zonnepark zodanig te ontwikkelen dat energieopwekking bijdraagt aan een waardevol landschap. Dit kan bereikt worden door het behoud en het versterken van bestaande landschappen of door het ontstaan van nieuwe landschappen. De landschappelijke inpassing van voorliggend initiatief heeft voornamelijk als doel om het bestaande landschap te versterken. Daartoe is allereerst een analyse gemaakt van het bestaande landschap en de daarbinnen voorkomende landschappelijke kwaliteiten en verbeterpunten. Daarbij is niet alleen gekeken naar landschapselementen maar ook naar provinciale- en gemeentelijke beleidskaders.

Stap 2: Organiseer een zorgvuldig omgevingsproces (als onderdeel van het haalbaarheidsonderzoek, nadat het initiatief is geselecteerd) Voor het zonnepark is een zorgvuldig proces doorlopen waarbij de omgeving is geïnformeerd en inbreng heeft gehad op het plan voor het zonnepark. Voor het omgevingsproces is gebruik gemaakt van de Bossche Omgevingdialoog. Dit zijn handvatten van de gemeente die initiatiefnemers kunnen gebruiken. De handvatten helpen om de omgevingsdialoog aan te gaan met de omgeving.

Gedurende het omgevingsproces zijn gesprekken gevoerd met onder meer omwonenden. Vanuit de gesprekken zijn (beperkte) aanpassingen aan het ontwerp gedaan, waaronder het vrijhouden van een deel van het talud van beplanting. In paragraaf 6.1 wordt nader ingegaan op het proces.

Stap 3: Maak vervolgens vanuit de analyse een ontwerp In onderdeel C van de visie benoemt de gemeente verschillende ruimtelijke en ontwerpuitgangspunten voor het ontwerp. Deze uitgangspunten zijn gebruikt bij de uitwerking van het landschapsplan uit bijlage 1 en voorliggende motivering. In navolgende tekst volgt een korte toelichting van de belangrijkste uitgangspunten. De zonneladder is nader toegelicht in paragraaf 3.1.3. De nieuwe landschapselementen zijn afgestemd op het ter plaatse voorkomende landschap.

Stap 4: Maak de ruimtelijke kwaliteit concreet Voorliggend initiatief creëert op verschillende manieren meerwaarde, onder andere op de onderdelen 'landschap', 'natuur' en 'recreatie'. De landschappelijke meerwaarde wordt in dit geval gerealiseerd door verschillende landschapselementen in en rondom het projectgebied te verbeteren en toe te voegen. Het struinpad dat onderdeel uitmaakt van de ruimtelijke inpassing betreft een recreatieve (en maatschappelijke) meerwaarde.

Stap 5: Maak de maatschappelijke meerwaarde concreet Meerwaarde in brede zin Bij de totstandkoming van voorliggend initiatief en het uiteindelijke ontwerp van het zonnepark is bekeken op welke manier het plan bij kan dragen aan de ontwikkeling van het gebied. Daartoe is een kader gemaakt (integrale visie gebied) waarbinnen het zonnepark nader is uitgewerkt. Dit kader is beschreven in paragraaf 2.2. Bovendien is een uitvoerig (financieel) participatietraject doorlopen met

Zonneveld Oude Baan-Oost, Rosmalen

27

onder andere omwonenden en andere belangstellenden. In het participatieplan uit bijlage 4 is nader uiteengezet hoe de financiele participatie tot stand is gekomen en hoe dit in overeenstemming is met de beleidsuitgangspunten van de gemeente.

Uitgangspunten zonenergie Het initiatief moet voldoen aan de provinciale voorwaarde omtrent kwaliteitsbijdrage aan het landschap. Daarvan is sprake, zie verder paragraaf 3.2.2.

Stap 6: Evaluatie en bijsturing Bij voorliggend initiatief is geen sprake van een gefaseerde aanpak. Een nadere onderbouwing van deze stap is niet aan de orde.

Conclusie Het initiatief past binnen de Visie Energielandschap. 3.3.3

Verordening Bomen, Groen en Water

In de 'Verordening Bomen, Water en Groen 's-Hertogenbosch 2021' zijn regels opgenomen over activiteiten in de fysieke leefomgeving specifiek wat betreft het vellen van beschermde houtopstanden, het lozen van grondwater en hemelwater en het verplicht realiseren in het geval van verhardingstoename.

Planspecifiek Water Hemelwater stroomt via de panelen naar de onverharde grond onder de panelen. Hemelwater wordt op die manier geïnfiltreerd in de bodem. De panelen worden hierom in het kader van hemelwaterinfiltratie niet tot verharding gerekend. De oprit wordt halfverhard, waarmee regenwater ter plaatse ook kan infiltreren. Bij de aanleg wordt rekening gehouden met de ligging hiervan ten opzichte van het omliggende terrein. Alleen ter plaatse van het gecombineerde inkoopstation / de transformator komt verharding. Het verhard oppervlak blijft hiermee kleiner dan 500 m 2. Voor deze verharding geldt een bergingsopgave van 10 mm/m 2 verharding. De toe te voegen verharding betreft circa 60 m2, waarvoor een berging van 0,6 m3 van toepassing is. Het regenwater stroomt af naar onverharde grond waar het water infiltreert.

Groen Een zonneveld wordt aangemerkt als ‘verharding’ conform de bepalingen van de Verordening Bomen, Water en Groen ’s-Hertogenbosch 2021 voor zover het gaat om de beoordeling van het groen. Bij het realiseren van meer dan 500 m2 verharding dient volgens deze verordening te worden voldaan aan een groennorm. Deze wordt berekend via een scoresysteem voor de kwantitatieve groenscore (opgenomen in Bijlage 3).

28

Zonneveld Oude Baan-Oost, Rosmalen

Bij het opstellen van de verordening en het scoresysteem is echter geen rekening gehouden met zonnevelden, waardoor voor sommige projecten redelijkerwijs niet aan een groennorm kan worden voldaan. Het scoresysteem vereist namelijk in de eerste plaats dat de optelsom van groen en bebouwing/verharding gelijk is aan de oppervlakte van het plangebied/perceel. Het landschapsplan gaat uit van kruidenrijke vegetatief om en onder de panelen, deels dubbel ruimtegebruik. De aanvullende regels in het scoresysteem (o.a. voor groene daken en gevels) bieden geen passende categorie voor gras onder panelen.

Kwantitatieve groennorm Een ontheffingsmogelijkheid is in de verordening toegevoegd voor gevallen waarin redelijkerwijs niet kan worden voldaan aan de kwantitatieve groennorm. De kwantitatieve norm in het buitengebied is 50%.Aangezien het plangebied voor 56% niet van panelen wordt voorzien (namelijk 3,2 ha. groen en 2,5 panelen) wordt aan de groennorm voldaan en is geen ontheffing nodig

Kwalitatieve groennorm Ten aanzien van de kwalitatieve groenscore worden met het inpassingsplan: 

B1: Aanwezige bomen en andere groene kwaliteiten behouden en ingepast (max. 4 punten): door het plan worden bij de inrichting van de hellingen bestaande struiken zoveel als mogelijk gehandhaafd. Bovendien wordt de bestaande bosstructuur aan de randen van het zonnepark voorzien van een mantel- en zoomovergang. Ook wordt de bestaande kruidenrijke vegetatie extensief beheerd. De kruiden in de bestaande zaadbank op deze plaats krijgen kans om zich te ontwikkelen en uit te groeien: 3 punten

B2: Leefgebied gemaakt voor gebiedseigen soorten, onder meer door het aanleggen van mantel- en zoomvegetatie tegen de bestaande bosstructuur (max. 3 punten): zeker de inrichting van de randen van het projectgebied zorgen door variatie in plantensoorten en hoogten voor een leefgebied waar verschillende faunasoorten van profiteren: 2 punten

C1: Inheemse soorten ingezaaid/aangeplant (max. 2 punten): tussen en langs de zonnepanelen komt een kruidenrijke vegetatie. Het beheer wordt hier op toegespitst. De nieuwe mantelzoomvegetatie bestaat uit inheemse soorten (zie beplantingslijst op pagina 31 van het landschapsplan: 2 punten

C2: Sedemdakbedekking op het inkoopstation toegevoegd, waarmee verschillende (insecten)soorten worden aangetrokken (max. 3 punten): het inkoopstation wordt voorzien van een sedem dak: 1 punt

Gelet op bovenstaande maatregelen kan gesteld worden dat voor de onderdelen B1, B2, C1 en D voldoet aan de eisen. Hiermee worden ten minste 8 punten behaald die benodigd zijn conform de kwalitatieve groennorm.

Conclusie Het initiatief is passend binnen de Verordening.

Zonneveld Oude Baan-Oost, Rosmalen

29

3.3.4

Nota ‘Samenwerken aan een duurzaam ’s-Hertogenbosch’

In de nota ‘Samenwerken aan een duurzaam ’s-Hertogenbosch’ beschrijft de gemeente de ambities op het gebied van duurzaamheid en hoe hier naartoe gewerkt wordt. Hierin komen de volgende 4 thema’s aan bod: 1. Gezonde, groene en klimaatbestendige stad; 2. Energie- en CO2-neutrale gemeente; 3. Waardebehoud grondstoffen; 4. Duurzame mobiliteit.

Planspecifiek Onderhavig initiatief wordt landschappelijk ingepast, waarbij aanwezig groen wordt versterkt en nieuw groen wordt toegevoegd. Dit draagt bij aan de ambities ten aanzien van een gezonde, groene en klimaatbestendige stad. Het mogelijk maken van een zonnepark levert daarnaast een bijdrage aan het versnellen van de energietransitie en het mogelijk maken van een energie- en CO2-neutrale gemeente. Met het initiatief gaan geen waardevolle grondstoffen verloren en worden waar mogelijk duurzame materialen gebruikt. Door het toevoegen van wandelpaden wordt mensen extra mogelijkheden tot het gebruik van aantrekkelijke wandelroutes geboden, wat een stimulering van een duurzame modaliteit betreft. 3.3.5

Omgevingsplan

Huidige bouw- en gebruiksmogelijkheden Het tijdelijk deel van het omgevingsplan bestaat uit de geldende bestemmingsplannen, de verordeningen tijdelijk deel omgevingsplan (archeologieverordening (artikel 38, Monumentenwet 1988), geurverordening (artikel 6, Wet geurhinder en veehouderij), verordening afvoer regen- en grondwater (artikel 10.32a, Wet milieubeheer), hogere waarde besluiten (artikel 110a, Wet geluidhinder), vastgestelde veiligheidscontouren (artikel 14, Besluit externe veiligheid inrichtingen) en de bruidsschat. Hierna wordt per aspect de ontwikkeling getoetst op strijdigheden. Om te bepalen of het initiatief past binnen het omgevingsplan, wordt getoetst aan het voorheen geldende bestemmingsplan dat één op één is overgenomen in het tijdelijk deel van het omgevingsplan.

Op grond van het tijdelijk deel van het omgevingsplan heeft het projectgebied de bestemming ‘Agrarisch’. Gronden met deze bestemming zijn onder meer bestemd voor agrarische doeleinden, paden, waterhuishoudkundige voorzieningen en extensief recreatief medegebruik. Voor het noordelijke deel van het projectgebied is daarnaast de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ van toepassing. Het gehele projectgebied is gelegen in een gebied dat is aangeduid als ‘reconstructiewetzone – extensiveringsgebied’.

30

Zonneveld Oude Baan-Oost, Rosmalen

Uitsnede vigerend bestemmingsplan (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Strijdigheden initiatief in relatie tot omgevingsplan De vigerende planologische situatie voorziet niet in mogelijkheden om ter plekke van het projectgebied een zonnepark toe te voegen. Met onderhavig initiatief wordt dit mogelijk gemaakt. 3.3.6

Toetsing van het initiatief aan het gemeentelijk beleid

De activiteit past binnen de doelstellingen en het beleid van de gemeente. De activiteit is echter in strijd met de regels van het omgevingsplan. Daarom wordt een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit aangevraagd waarvoor onderhavige motivering is opgesteld.

Zonneveld Oude Baan-Oost, Rosmalen

31

Hoofdstuk 4

Veilige en gezonde fysieke leefomgeving

In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze aangetoond wordt dat met de voorgenomen ontwikkeling een veilige en gezonde fysieke leefomgeving ontstaat en behouden blijft voor nu en in de toekomst.

4.1

Weging van het waterbelang

Het wettelijk kader is gericht op het verkrijgen van inzicht in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. Het wettelijk kader is afhankelijk van zowel gemeentelijk beleid als het beleid van het waterschap.

Artikel 5.37 van het Bkl stelt dat in een omgevingsplan rekening wordt gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Naast de specifieke regels als gesteld in paragraaf 5.1.3 Bkl over onderdelen van het watersysteem in het omgevingsplan, worden voor een duiding van de gevolgen voor het beheer van het watersysteem, de opvattingen van het bestuursorgaan dat is belast met het beheer van die watersystemen, betrokken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14307549/1