CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Bijlage 7 bij de Toelichting Eindverslag inspraak

Gemeenteraad 1 februari 2022, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Bestemmingsplan Heesch-West met bijbehorend bestemmingsplan Facetplan geluidszone gezoneerd industrieterrein Heesch West40.109 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Dit beïnvloedt de verhuurbaarheid, toekomstbestendigheid en marktwaarde. • Op een aantal bedrijventerreinen vindt een marktinitiatief voor windturbines basis in al op het terrein gevestigde ondernemingen. Bedrijventerreinen waar de turbines binnen de grenzen van het terrein worden gerealiseerd betreffen doorgaans grootschalige percelen met een extensieve benutting (productie/opslag). In deze situaties beoordelen de al gevestigde onderneming(en) zelf of het bedrijfsmatige gebruik van de kavel(s) daarbij past. De bedrijvenfunctie en het belang van de gevestigde onderneming(en) zijn in die situaties op bestaande terreinen steeds leidend en vaak ook in vergunningentraject integraal verbonden. De opzet op Heesch West is anders, windturbines zijn geen onderdeel van een individuele bedrijfskavel. Inpassing op Heesch West heeft effecten op meerdere aanliggende bedrijfskavels, waarbij de impact niet goed vooraf te beheersen is. • Juist vanwege de inwaartse inpassing is er op korte afstand van de windturbines, tijdens bedrijfstijden, intensieve slagschaduw aan de orde op bedrijfskavels. Afhankelijk van de ligging kan dit effect hier oplopen tot meer dan 100 uur per jaar, een veelvoud van het aantal uren dat voor gevoelige bestemmingen geldt.

De impact op gevels met daglicht en in bedrijfshallen met lichtstraten/dakkoepels is groot; met name de plekken met hogere arbeidsconcentraties kennen een hoge intensiteit en leidt deze impact tot verminderde flexibiliteit en gebruiksmogelijkheden van bedrijfsgebouwen en -kavels. • Op een aantal plekken in Heesch West zal door de inwaartse inpassing ook overdraai van de windturbines over bedrijfskavels aan de orde zijn. Dit beperkt de gebruiksmogelijkheden van ondergelegen bedrijfskavels en daarmee de flexibiliteit in gebiedsverkaveling. • Slagschaduw en overdraai zijn in mindere mate een belemmering bij extensief terreingebruik maar bij bedrijven met een intensiever ruimtegebruik en grotere werkgelegenheid per hectare wegen belemmeringen vanwege windturbines zwaarder. Bij de ontwikkeling van Heesch West is werkgelegenheid een belangrijke doelstelling. 23

Uit het bovenstaande blijkt dat het integreren van de windturbines centraal op het terrein, noodzakelijk om de omgevingseffecten op omliggende woningen te kunnen beheersen, tot forse beperkingen leidt voor toekomstige bedrijven en daarmee invloed heeft op de aantrekkelijkheid van het terrein. In samenhang hiermee is afgewogen wat het zou betekenen voor enerzijds de regionale energieopgave en anderzijds de duurzame ambities van dit bedrijventerrein als het onderdeel windturbines zou vervallen. Relatie met RES en gemeentelijk beleid De locatiespecifieke afweging op Heesch West geen windturbines in te passen heeft geen gevolg voor de opgave en projectmatige aanpak van de gemeente zoals die in de Regionale Energie Strategie (RES) en Visie energielandschap voor Heesch West en andere locaties is opgenomen. De windturbines zijn niet voorwaardelijk voor het invullen van de opgave voor Heesch West van de betrokken grondgebiedgemeenten Bernheze en ’s-Hertogenbosch zoals in de RES is opgenomen voor Heesch West. Met mogelijkheden voor het opwekken van duurzame energie binnen Heesch West, zonnepanelen op bedrijfsdaken en drijvend zonnepark (welke nog niet zijn opgenomen was in de RES), zijn er binnen de locatie ook zonder windturbines voldoende mogelijkheden om tenminste de in de RES voorziene bijdrage te leveren.

Het locatiespecifieke besluit over Heesch West leidt niet tot een gewijzigde ambitie/taakstelling op andere locaties in de gemeenten. In de Visie energielandschap (Den Bosch) is voor Heesch West de strategie ‘transformeren wind’ van toepassing. In deze gebieden kan windenergie toegestaan worden. Het besluit om af te zien van plaatsing van windturbines op Heesch West is het resultaat van een locatiespecifieke inhoudelijke afweging van ambities. Deze afweging zegt niets over andere gebieden waar de strategie ‘transformeren wind’ van toepassing is. Duurzaamheidsambitie terrein Bij de doelstellingen van de Gemeenschappelijke Regeling is duurzame ontwikkeling als een belangrijk kenmerk voor het te ontwikkelen bedrijventerrein bepaald. Heesch West is ook zonder windturbines vernieuwend en onderscheidend op het gebied van duurzaamheid. Initieel is de duurzame doelstelling sterk op energie bepaald. Een doelstelling die met onder meer een groot potentieel zon op daken en een drijvend zonnepark van 5 hectare nog bepaald aanzienlijk is en voldoende potentieel levert om tenminste de in de RES voorgenomen bijdrage te leveren. De duurzaamheidsambitie van Heesch West is bovendien aanzienlijk breder.

De duurzame doelstellingen worden in zo concreet mogelijke ambities, aanpak en borging uitgewerkt in vijf circulaire thema’s; Energie, Klimaat, Biodiversiteit, Bouw en materiaalgebruik en Mobiliteit. Uitgangspunt is om actief in te spelen op de duurzaamheidsdoelstellingen betreffende energie, klimaat, grondstoffen en mobiliteit, waarbij de voor 2030 bepaalde (inter)nationale doelen in de transitieagenda en daarvan afgeleid ons gemeentelijke duurzame ambities, waaronder klimaatneutraal 2050, zoveel mogelijk het richtpunt zijn. Hierop afgestemd wordt uitnodigend maar niet vrijblijvend uitgiftebeleid ontwikkeld. Waar (juridisch) mogelijk worden hiervoor ook regels in het bestemmingsplan opgenomen ter extra borging. Hierbij is meer juridische ruimte verkregen door het plan onder de Crisis – en Herstelwet te brengen (bestemmingsplan verbrede reikwijdte). Het terrein wordt aardgasvrij ontwikkeld. Afwikkeling van afvalwater wordt vooral gedimensioneerd op huishoudelijk water. Dit vraagt van bedrijven om energie- en waterbewust te zijn.

24

Conclusie van besluit 25 augustus 2020 Een integrale beheersing van plan- en omgevingseffecten is voorwaarde voor een goede inpassing van windturbines op Heesch West. Om dit te bereiken is het wel noodzakelijk gebleken om de windturbines maximaal inwaarts in het plangebied in te passen. Via een stapsgewijze beoordeling is nu gebleken, hoewel met toepassing van diverse mitigerende maatregelen inpassing van windturbines mogelijk is binnen de wettelijke regels, dat leidt tot een opzet die binnenplans te veel op gespannen voet staat met ontwikkelbelangen; het geeft aanzienlijke belemmeringen van gebruik van bedrijfskavels en bedrijfsbebouwing. Heesch West is, ook zonder inpassing van windturbines, een zich op duurzaamheid (waaronder energie) onderscheidend toekomstgericht duurzaam bedrijventerrein. De keuze gaat niet ten koste van de ambities zoals opgenomen in de Regionale Energie Strategie. De afweging om deze keuze tussentijds in de ontwerpfase te maken was dat, door af te zien van inpassing van windturbines binnen Heesch West, de voortgang en het marktperspectief van het bedrijventerrein naar verwachting belangrijk wordt bevorderd. Deze inzichten leidden er in het Algemeen Bestuur Heesch West van de GR toe om in 2020, tussentijds in de ontwerpfase, voor te stellen om verder af te zien van inpassing van windturbines binnen Heesch West.

Gelet op de beschreven integrale, stapsgewijze afweging en bevindingen hierbij, hebben de colleges van ’s-Hertogenbosch, Bernheze en Oss op 25 augustus 2020 ingestemd met het voorstel van de GR. Inspraakreacties Omdat de windturbines dus uit het plan verwijderd zijn, wordt verder niet meer ingegaan op de ingediende inspraakreacties ten aanzien van de windturbines.

3.4

Duurzaamheid Insprekers betwijfelen in hun reacties de nut en noodzaak van duurzame energie. Ten aanzien van CO2-uitstoot wordt door sommige insprekers aangegeven dat CO2-uitstoot van geen of van marginale invloed is op het klimaat / opwarming van de aarde. Insprekers vragen zich ook af hoe duurzaam zonnepanelen nu eigenlijk zelf zijn. Insprekers geven verder aan dat maximaal wordt ingezet op zon en windenergie om te profileren met CO2-reductie en klimaatdoelen. Het industrieterrein als geheel met bouw, infrastructuur en het vele transport biedt echter geen CO2-reductie en juist vervuiling van het milieu. Daarbij wordt gesteld dat logistieke bedrijven an sich ook niet duurzaam zijn, door bijv. de verspillingen, het vele vervoer door retourzendingen, en uitbuiting van arbeiders.

25

Algemeen Voor zover de inspraakreacties over de windturbines gaan, zijn ze niet meer in onderstaande tekst beantwoord, omdat met het besluit van 25 augustus 2020 windturbines geen onderdeel meer uitmaken van het project Heesch West (zie paragraaf 3.3). Beleid Het klimaatopgave en de noodzaak van duurzame energie is landelijk onderbouwd en vertaald in landelijk, regionaal en lokaal beleid (Klimaatakkoord, Klimaatwet, Regionale Energiestrategie, Grondstoffenakkoord). Dit beleid is voor Heesch West een gegeven en kan in deze procedure niet ter discussie staan. Nationaal beleid De omschakeling naar duurzame energie is een proces dat vele jaren en waarschijnlijk zelfs decennia in beslag zal nemen. Het beleid van de Rijksoverheid en de totstandkoming daarvan, vallen buiten het onderzoekskader van dit (lokale) bestemmingsplan en het MER. Op landelijk niveau, bijvoorbeeld bij de totstandkoming van het Klimaatakkoord, is deze onderbouwing aanwezig. Zo constateerde het Planbureau voor de Leefomgeving bij de doorrekening van het concept-Klimaatakkoord in maart 2019 dat het behalen van de beoogde CO2-reductie in 2030 waarschijnlijk niet wordt gehaald, ondanks een forse toename van onder andere duurzame energie zoals windenergie (zowel op land als op zee).

Het Planbureau kijkt daarbij naar wat er nodig is voor de doelstellingen en wat de maatregelen in het concept-Klimaatakkoord leveren, en aan de hand van dergelijke berekeningen wordt het beleid bepaald. In het klimaatakkoord is afgesproken dat in 2030 70 procent van alle elektriciteit uit hernieuwbare bronnen komt. Dat gebeurt met windturbines op zee, op land en met zonnepanelen op daken en in zonneparken. Met dit plan wordt fors ingezet op zonnepanelen op daken en een duurzaam ingericht bedrijfsproces (zie onder meer het Circulair Kwaliteitsplan). Daarnaast wordt een drijvend zonnepark van circa 5 hectare (netto) gerealiseerd en is een tijdelijk zonnepark op de gronden van de 2e fase voorzien. Op die manier kan invulling worden gegeven aan de nationale doelstellingen. Inzake het onderdeel windenergie, verwijzen we naar het hoofdstuk Windturbines en onderstaande motivering bij RES. RES Binnen de Regionale Energie Strategie (RES) maken gemeenten, waterschappen, netbeheerders en provincie binnen deelregio’s afspraken over duurzame energie én over verduurzamen van de warmtevoorziening van woningen en gebouwen, zoals isolatie, warmte-koude opslag etc. Binnen de RES zijn ook ‘isolatie en energiezuinige apparatuur’ onderwerpen waarover afspraken worden gemaakt in het kader van verduurzamen van de warmtevoorziening.

Met de RES ontwikkelt de regio Noordoost-Brabant een strategie hoe de gemeenten in de regio een bijdrage leveren aan de landelijke opgave van het Klimaatakkoord. Dit akkoord heeft als doel: klimaatverandering tegen te gaan door in Nederland in 2030 bijna de helft (49%) minder CO2 uitstoten ten opzichte van 1990. Dit is een stap richting een nagenoeg klimaatneutrale samenleving in 2050. Deze doelen zijn op 28 mei 2019 wettelijk vastgelegd in de Klimaatwet. De provincie heeft vanuit het Rijk een opgave gekregen en de gemeenten moeten daar per regio uitvoering aan geven. De doelstellingen van de gemeente Bernheze en ’s-Hertogenbosch sluiten hierbij aan en deze zijn in lijn met de (inter)nationale klimaatafspraken. De locatiespecifieke afweging op Heesch West geen windturbines in te passen (zie thema Windturbines) heeft geen gevolgen voor de opgave en projectmatige aanpak van de gemeenten zoals die in de Regionale Energie Strategie (RES) is opgenomen. De windturbines zijn niet voorwaardelijk voor het 26

invullen van de opgave voor Heesch West van de betrokken grondgebiedgemeenten Bernheze en ’s-Hertogenbosch zoals in de RES is opgenomen voor Heesch West. Met mogelijkheden voor het opwekken van duurzame energie binnen Heesch West, zonnepanelen op bedrijfsdaken en drijvend zonnepark (welke nog niet was opgenomen in de RES), zijn er binnen de locatie ook zonder windturbines voldoende mogelijkheden om tenminste de in de RES voorziene bijdrage te leveren. Het locatiespecifieke besluit over Heesch West leidt niet tot een gewijzigde ambitie/taakstelling op andere locaties in de gemeente. Gemeentelijk beleid De gemeenten Bernheze, ’s-Hertogenbosch en Oss hebben allen de ambities om klimaatneutraal te worden en in 2050 energieneutraal te zijn. Daartoe richten de gemeenten zich op energiebesparing én op het opwekken van duurzame energie. De ambities voor een duurzaam bedrijventerrein sluiten goed aan op deze beleidsdoelstellingen. CO2-uitstoot Door het IPCC is overtuigend aangetoond dat ook CO2 een belangrijke oorzaak is van klimaatverandering. In lijn met het Klimaatakkoord van Parijs, het landelijke klimaatakkoord en de bevindingen van het IPCC werken de drie gemeenten aan de vermindering van de CO2-uitstoot. Ook hiervoor geldt: de opgave is vertaald in landelijk beleid, beleid dat voor Heesch West een gegeven is en in de procedure voor Heesch West niet ter discussie kan staan.

Nut en noodzaak energietransitie en gekozen vormen van duurzame energie Het doel van klimaatbeleid is het tegengaan van de opwarming van de aarde, onder andere door het verminderen van de uitstoot van CO2 door het verminderen van het gebruik van fossiele energie. Dat kan door over te schakelen op duurzame energie. De afspraken in het klimaatakkoord en de doelen in het gemeentelijk beleid zijn gericht op 2030 en 2050. Besparing is in het gemeentelijk beleid als uitgangspunt meegenomen om te bepalen wat het verwachte energieverbruik is in 2030 en 2050. Wat we kunnen besparen hoeft immers niet opgewekt te worden. Ondanks dat er vol ingezet wordt op deze besparing, is het opwekken van energie nodig om de gemeentelijke doelstellingen te behalen. Het gaat dus om en-en en niet om of-of. Onder deze omstandigheden is er voor gekozen om hoge duurzame ambities voor Heesch West vast te stellen. Deze duurzaamheid uit zich in verschillende facetten. Naast energieopwek, gaat het ook om energiebesparing, duurzaam energieverbruik, klimaatadaptatieve maatregelen op het terrein, circulariteit van materialen en landschap / biodiversiteit. Op al deze aspecten wordt fors ingezet bij Heesch West.

Dit is beschreven in het Circulair kwaliteitsplan (CKP) en onder andere ook in het bestemmingsplan geborgd waarin wordt gevraagd om een voldoende bijdrage te leveren aan duurzaamheid, waarbij het betreffende hoofdstuk duurzaamheid uit het CKP in acht moet worden genomen. Wat betreft opwek van duurzame energie, het volgende. Op dit moment zijn zonne-energie en windenergie de meest effectieve methoden om duurzame energie op te wekken en aan de genoemde doelstellingen bij te dragen. Andere vormen (bv biomassa, geothermie) zijn minder geschikt/gewenst/efficiënt. Wat betreft windenergie verwijzen we naar het thema Windturbines. Duurzame energie uit zonnepanelen is een belangrijk onderdeel van de planontwikkeling (op dak en grondgebonden). Naast de focus op de opwek van duurzame energie via zonnepanelen, sluiten we bij de ontwikkeling van het terrein echter niet onze ogen voor innovaties en nieuwe energieontwikkelingen. Daarom wordt in het bestemmingsplan ook ruimte geboden voor de ontwikkeling van circulaire energievoorzieningen. 27

Duurzaamheid zonnepanelen Zonnepanelen wekken stroom op zonder CO2-uitstoot en dragen daarmee dus sterk bij aan de duurzame ambities van de gemeente en de klimaattransitie. Zonne-energie is als algemene duurzame energiebron geaccepteerd en speelt zo ook een belangrijke rol in de energietransitie. Gelet op de levensduur van zonnepanelen van minstens 15 jaar, maar normaal gesproken nog een stuk langer, zijn zonnepanelen daarmee een belangrijk middel in de verduurzaming van de omgeving. Duurzaamheid van de ontwikkeling De bouw van een traditioneel bedrijventerrein en de daaropvolgende gebruiksfase met veel transportbewegingen is geen toonbeeld van duurzaamheid. Heesch West is echter geen traditioneel bedrijventerrein. Van meet af aan is het leidende uitgangspunt voor de planvorming van Heesch West geweest om het terrein zo duurzaam mogelijk in te richten. Dat betekent dat op alle aspecten van de terreinontwikkeling en in de gebruiksfase wordt ingezet op verduurzaming en CO2-reductie of beperken van CO2-uitstoot. Zo worden niet alleen drijvende en tijdelijke zonnepanelen gerealiseerd, maar wordt ook ingezet op onder meer elektrificatie van transport, gasloos verwarmen, veel ruimte voor waterberging, energieopwek op daken, realisatie van een groot landschapspark, en nog vele andere aspecten. Deze zijn onder meer verder te lezen in het Circulair Kwaliteitsplan.

Bovendien zal bij nieuw te vestigen bedrijven aandacht worden gevraagd voor aspecten als gezondheid van werknemers, verspilling, duurzaam materiaalgebruik etc, waarbij dus het gehele spectrum van duurzaamheidsaspecten wordt meegenomen. Met deze ambities en maatregelen zullen de niet-duurzame aspecten van een bedrijventerrein met zijn transportbewegingen zoveel mogelijk worden weggenomen. Kernenergie Een aantal insprekers noemt kernenergie als alternatief voor de in het (voorontwerp)bestemmingsplan opgenomen windturbines en zonnepanelen. Het huidige landelijke, provinciale en lokale beleid biedt geen ruimte voor kernenergie. De discussie over kernenergie voeren we niet op gemeentelijke of provinciaal niveau. Dit is eerst een onderwerp voor de landelijke politiek.

3.5

Mobiliteit Uit de reacties blijkt dat veel insprekers zich zorgen maken over verkeersoverlast en verkeersveiligheid. De insprekers vrezen een forse verkeerstoename tengevolge van het plan op het onderliggend wegennet en op de snelweg – en daarmee voor de toename van files. Hierbij is vaak aangegeven dat dit een onacceptabele toename is, zal zorgen voor sluipverkeer en ten koste gaat van de verkeersveiligheid; dat terwijl op bepaalde wegen de belasting al hoog is. Ook wordt gesteld dat het plan een slechte verkeersontsluiting zal krijgen, onder andere omdat er geen aparte aansluiting op de snelweg komt. In deze paragraaf staat de algemene beantwoording bij dit aspect. De reacties zijn in hoofdstuk 4 individueel beantwoord waarbij unieke reacties worden behandeld.

28

3.5.1

Verkeersplan en wijze van ontsluiten van Heesch West Verkeersontsluitingswijze en verkeersstromen van/naar snelweg en onderliggend wegennet Een aantal insprekers stelt dat het plan geen goede ontsluiting kent. Belangrijk uitgangspunt van de ontwikkeling van Heesch West is dat het bedrijventerrein goed bereikbaar moet zijn, zeker gelet op het deel logistieke bedrijven dat hier zal vestigen. Daarom is de locatie langs de snelweg (A59) een gunstige. Het uitgangspunt is ook om het onderliggend wegennet zo min mogelijk te belasten. Het is zowel vanuit de omgeving als vanuit de bedrijven niet gewenst dat het verkeer van/naar het bedrijventerrein over lokale wegen gaat rijden (tenzij het lokaal woon-werk verkeer of verkeer van/naar lokale leveranciers betreft). Voor de bedrijven is het onwenselijk, omdat zij snel van bestemming tot bestemming willen komen. Lokale wegen hebben uiteraard een lagere maximumsnelheid. Vanuit de omgeving is het vanuit woon –en leefklimaat niet gewenst om de stroom van vrachtverkeer op het onderliggende wegennet af te wikkelen. Een rechtstreekse nieuwe aansluiting op de snelweg is niet mogelijk, omdat dit niet past in het beleid van Rijkswaterstaat (zie ook hieronder). Heesch West moet gebruik maken van de bestaande aansluitingen op de snelweg 51 (Nuland) en 52 (Oss).

Om rechtstreeks aan te sluiten op deze snelwegaansluitingen wordt de bestaande parallelweg (Bosschebaan) langs de snelweg aangepast en verlengd. Via deze weg kan het verkeer snel en efficiënt naar de A59 geleid worden. Het bedrijventerrein wordt aan twee zijden ontsloten; de Bosschebaan/Rekken naar het westen sluit aan op de op/afrit Nuland. Hiervoor wordt de bestaande op/afrit geoptimaliseerd. De aangepaste en verlengde Bosschebaan naar het oosten sluit aan op de op/afrit Oss. Hiervoor wordt de bestaande kruising op de Cereslaan geoptimaliseerd. De bestaande kruising Bosschebaan – Weerscheut wordt geoptimaliseerd om het verkeer van en naar Heesch West zoveel mogelijk te scheiden van het lokale/regionale verkeer op de Weerscheut en een veilige fietsverbinding te realiseren. Behalve de entree, het verkeersplein bij de Weerscheut en de aantakking van de bestaande Bosschebaan op de verlengde Bosschebaan bij bedrijventerrein Cereslaan West, komen er geen aansluitingen voor auto- en vrachtverkeer vanaf de Bosschebaan op lokale wegen. De Koksteeg wordt ter hoogte van Heesch West afgesloten voor het huidige lokale gemotoriseerd verkeer om te voorkomen dat het lokale verkeer mengt met het vrachtverkeer van/naar Heesch West.

Om de bestaande verbinding over het zuidelijk deel van de Koksteeg in stand te houden wordt een nieuwe verbindingsweg ten noorden van de Ruitersdam aangelegd tussen de Koksteeg en Weerscheut. Om de verkeersstromen verder te reguleren en ongewenste negatieve effecten op het onderliggende wegennet zoveel mogelijk te voorkomen, zijn twee aanvullende verkeerskundige maatregelen voorgesteld: • Met een vrachtwagenverbod op de Weerscheut (tussen het verkeersplein Weerscheut-Bossschebaan en de komgrens van Vinkel), met uitzondering van bestemmingsverkeer, wordt voorkomen dat de Weerscheut en de Brugstraat als sluiproute voor vrachtverkeer van en naar de N279 gaat fungeren en wordt het vrachtverkeer en daarmee de geluidhinder langs de Weerscheut en door en in Vinkel beperkt. • Door verlaging van de snelheid op Zoggelsestraat ter hoogte van Heesch, wordt voorkomen dat de Zoggelsestraat door de nieuwe verbinding tussen de Weerscheut en de Koksteeg een aantrekkelijke route wordt voor verkeer tussen Vinkel en Heesch. Onderstaande figuur geeft een totaaloverzicht van verkeerskundige maatregelen binnen Heesch West: zowel de maatregelen die al in 2019 in het plan zaten, als de aanvullende maatregelen. 29

Totaaloverzicht verkeerskundige maatregelen Heesch West (maatregelen 2019 + aanvullende maatregelen 2021) (bron: Goudappel,2021)

30

Door deze ontsluitingskeuze en de verkeerskundige maatregelen, wordt de verkeersstroom van het (vracht)verkeer met name over de Bosschebaan geleid en is de afwikkeling op het onderliggende wegennet beperkt. Desondanks is er wel sprake van een beperkte toename van verkeer op een aantal lokale wegen rondom de dorpen. Deze toename is grotendeels toe te schrijven aan woon-werkverkeer van personen die gaan werken op het nieuwe bedrijventerrein en aan het zakelijk verkeer van meer lokaal georiënteerde bedrijven die hun afzetgebied in de lokale regio hebben en niet of nauwelijks gebruik maken van de snelweg. Verder is er door de maatregelen voor de hoofdinfrastructuur ook een belangrijke binding van lokaal verkeer aan het traject tussen Cereslaan-West en Van Rijckevorselweg; dit biedt de omgeving een goed route-alternatief. Op sommige plekken leidt dit tot verkeerstoenames, zoals Weerscheut en Papendijk. Maar anderzijds leidt het ook tot verkeers-afnames op bijvoorbeeld de Bosschebaan bij de bebouwde kom van Heesch, Rijksweg Noord, Heesterseweg en Van Rijckevorselweg. Afweging geen extra aansluiting op de snelweg Insprekers hebben meerdere keren de vraag gesteld waarom er geen aparte ontsluiting voor Heesch West op de snelweg komt.

Er is in voorgaande fases van plan- en besluitvorming uitgebreid onderzoek gedaan naar de mogelijkheden en aandachtspunten voor ontsluiting van het bedrijventerrein Heesch West op de A59. Dit heeft in 2013 geleid tot een aantal concepten, variërend van een directe aansluiting tot een parallelweg. Het voorstel voor een directe aansluiting is door Rijkswaterstaat afgewezen, aangezien er in dat geval teveel aansluitingen te dicht op elkaar komen te liggen. Om deze reden is in 2013 gekozen voor een ontsluiting via de parallelweg Bosschebaan ten zuiden van de A59 die aansluit op de bestaande aansluitingen op de A59 bij Nuland en Heesch. Deze keuze is vastgelegd in een besluit van de gemeenteraden van Bernheze en (toen nog) gemeente Maasdonk. In het traject tot het voorontwerpbestemmingsplan en tussen voorontwerp- en ontwerpbestemmingsplan zijn door de omgeving diverse andere varianten voor aansluiting op de snelweg voorgesteld. Deze zijn getoetst op doelrealiserend vermogen, haalbaarheid en effecten op de omgeving. De optimalisatie van de afrit Nuland bij Rijckevorselweg/Rekken draagt deels bij aan de belangen die door Leefbaar Nuland werd beoogd met één van hun alternatieven. Conclusie van deze toetsen is dat verder aangedragen en besproken varianten geen passende alternatieven zijn.

Met name een beoogde extra toerit naar de A59 vanaf Rijksweg Noord is vanuit perspectief Rijkswaterstaat beleidsmatig niet aanvaardbaar. In dit beleidskader zijn verkeersveiligheid en doorstroming op autosnelweg belangrijke uitgangspunten. Ook is te voorzien dat een extra toerit tot ongewenste effecten op het onderliggende wegennet en de omgeving leidt. Bovendien blijkt uit de analyse van verkeersintensiteiten en doorstromingsberekeningen van de rotondes, dat de verkeersafwikkeling bij de bestaande toerit bij Nuland passend is. Door andere routekeuzes van lokaal verkeer is er per saldo maar een beperkte toename vanwege Heesch West.

31

Aanpassing ontwerp aanpassing aansluiting op/afrit Nuland In het MER en voorontwerpbestemmingsplan was voor de aansluiting van de Bosschebaan/Rekken op de aansluiting op de A59 bij Nuland uitgegaan van de bestaande wegenstructuur: aansluiting op de bestaande Van Rijckevorselweg met een nieuwe rotonde. Verkeerskundig kan deze aansluitingsvorm goed functioneren, maar er waren overwegingen om optimalisatie te onderzoeken: • Het is niet de meest logische en ideale aansluiting voor Heesch West; • Er rijdt verkeer van / naar Heesch West op (een deel van) de Van Rijckevorselweg ter plaatse van kruispunt met de bestaande Rekken. Het is zowel qua verkeersveiligheid als qua oriëntatie niet optimaal om, hoewel qua verkeer en veiligheid als voldoende beoordeeld, alle inkomend verkeer zo af te wikkelen. De Van Rijckevorselweg is belangrijk als verbinding tussen Nuland en Vinkel en ook het uitreizende verkeer vanuit de richting Heesch West richting ‘s-Hertogenbosch wordt hier afgewikkeld; • Landbouwverkeer kon geen gebruik meer maken van de bestaande Rekken en er zou een nader te bepalen landbouwontsluiting richting Nulandse Weerscheut overwogen moeten worden. Er is daarom een nieuwe doelmatige en effectieve variant ontwikkeld, deze is weergegeven in onderstaand figuur.

Geoptimaliseerd ontwerp aanpassing afrit Nuland en aansluiting Bosschebaan/Rekken 32

Verkeer wordt middels een rotonde bij de nieuwe op-/afrit vloeiend naar gekoppelde wegen van en naar de snelweg geleid. Dit heeft als voordelen: • Verkeer van en naar Heesch West wordt gescheiden van lokaal verkeer, met name inkomend verkeer van de A59 vanuit ’s-Hertogenbosch. Verkeer wordt via de meer oostelijk gelegen rotonde bij de gewijzigde afrit direct doorgeleid naar Heesch West; de bestaande rotonde bij de afrit A59 wordt hergebruikt maar ten opzichte van het eerdere ontwerp sterk ontlast. De Van Rijckevorselweg richting Vinkel en de afrit naar de Rekken behoeven geen aanpassingen en worden juist minder belast dan in de huidige situatie. • De bestaande aansluiting Rekken bij de Van Rijckevorselweg heeft geen doorgaande functie meer maar blijft als (agrarische) ontsluitingsweg in stand. De ontsluiting van agrarische percelen en Nulandse Weerscheut was nog een aandachtspunt in VKA maar met deze oplossing is dit niet meer aan de orde. • De route van en naar Heesch West wordt logischer, vloeiender en daarmee aantrekkelijker voor verkeer.

Milieutechnisch heeft de geoptimaliseerde ontsluiting ook voordelen: • De aansluiting via de Rekken ligt verder af van het Natuur Netwerk Brabant (NNB) gebied ten zuiden van de Rekken, waardoor er geen effect op dit kleine natuurgebiedje optreedt; • De bestaande watergang kan zo goed als blijven liggen op de huidige locatie en hoeft niet te worden gepasseerd.

3.5.2

Verkeersmodel Insprekers vragen zich af of alle ontwikkelingen wel in het model zijn meegenomen en of het model wel valide is. Naar de toekomstige verkeersafwikkeling van bedrijventerrein Heesch en de impact op de bereikbaarheid van de directe omgeving is een uitgebreid verkeersonderzoek uitgevoerd (bijlage bij de aanvulling MER). Dit op basis van het in 2020 beschikbare gekomen nieuwe regionale verkeersmodel, projectspecifiek gemaakt voor Heesch West. In het verkeersmodel is rekening gehouden met de (ten tijde van de vaststelling van het verkeersmodel en de verkeersmodelberekening voor Heesch West) goedgekeurde ruimtelijke en verkeerskundige initiatieven op lokaal, regionaal en landelijk niveau in het prognosejaar 2030. zoals onder meer woningbouwlocaties Heesch (bv De Erven), Vinkel en Oss (bv Oss-West) en afronding bedrijventerrein Vismeerstraat/Cereslaan West in Heesch. Zoals gebruikelijk bij dergelijke onderzoeken, is hierbij gebruik gemaakt van een verkeerssimulatiemodel om de verschillende verkeerssituaties in beeld te brengen. Het toegepaste verkeersmodel, gebaseerd op het regionale verkeersmodel BBMA 2018, dat heeft als basisjaar 2015. Vervolgens is dit verkeersmodel projectspecifiek gemaakt voor verkeersonderzoek Heesch West. Allereerst wordt een referentiesituatie gesimuleerd door de autonome ontwikkelingen (o.a.

verkeersgroei, woningbouw, groei arbeidsplaatsen en aanpassingen wegennet) tussen 2015 en 2030 toe te voegen aan het basisjaar. In het verkeersonderzoek is daarna de Referentiesituatie 2030 (huidige situatie + autonome ontwikkeling) vergeleken met de Plansituatie 2030 (toekomstige situatie met bedrijventerrein Heesch West + autonome ontwikkeling). Op die manier wordt de impact van de komst van het regionale bedrijventerrein inzichtelijk gemaakt. 33

3.5.3

Invloed op onderliggend wegennet – doorstroming en verkeersveiligheid Doorstroming Er is door insprekers benoemd dat zij vrezen voor veel verkeerstoenames op onderliggende wegen en stellen ook dat de bereikbaarheid van kernen zoals Geffen en Heesch door het plan vermindert. De ontwikkeling van bedrijventerrein Heesch West en de daarbij behorende infrastructurele aanpassingen en verkeerskundige maatregelen leiden tot een verandering van verkeersstromen op het omliggende onderliggende wegennet. De toename van verkeer door de ontwikkeling van Heesch West wordt door de infrastructurele aanpassingen zoveel mogelijk geleid over de wegen die ervoor bedoeld zijn: direct van en naar de snelweg over de Bosschebaan / Rekken en op wegen van en naar de dorpen als het verkeer betreft met een herkomst en bestemming in de dorpen. De infrastructurele aanpassingen leiden daarnaast ook tot een verandering van huidige lokale en regionale verkeersstromen. De Bosschebaan / Rekken is niet alleen een aantrekkelijke route voor verkeer van en naar Heesch West, maar ook voor lokaal / regionaal verkeer tussen de dorpen. Per saldo leidt dit op een aantal wegen toe een toename van verkeer en op een aantal wegen tot een afname van verkeer. Dit is weergegeven in figuur 5.4 in paragraaf 5.3 van de Aanvulling MER.

Er is sprake van een toename van verkeer op de Weerscheut, Brugstraat, Papendijk, Rijksweg Zuid, Coppensdijk en Achterste Groes. Op de Weerscheut betreft het, als gevolg van het vrachtwagenverbod, alleen autoverkeer. Op de Brugstraat en richting de N279 is de toename beperkt en betreft het alleen autoverkeer. Op de Papendijk neemt het verkeer toe als gevolg van het aantrekkelijker worden van deze route. Als gevolg hiervan neemt het verkeer op de overige wegen in het buitengebied van Geffen af. Op de Rijksweg Zuid en Coppensdijk neemt, in het verlengde van de Rekken, het verkeer parallel aan de snelweg toe. Op de Achterste Groes/Achterstraat is er een toename van verkeer. De absolute aantallen blijven relatief gering. De herverdeling van verkeersstromen en de toename door de bedrijven op Heesch West kan worden afgewikkeld op de omliggende wegen. De toenames zijn verkeerskundig aanvaardbaar. De doorstroming op deze wegen en de bereikbaarheid van woningen en andere functies langs deze wegen wordt niet wezenlijk negatief beïnvloed door de ontwikkeling van Heesch West. In de omliggende dorpen zelf (Nuland, Geffen, Oss, Vinkel, Heesch) zijn de verkeerseffecten van Heesch West beperkt of zeer beperkt. De bereikbaarheid van de kernen komt niet in het geding. De toename van verkeer bij de rotondes bij de entree van het dorp en hotel Nuland is beperkt.

Een nadere verkeersanalyse laat zien dat de rotondes het verkeer goed kunnen afwikkelen. Op wegen als de Rijksweg Noord, Van Rijckevorselweg, Vinkelsestraat, Koksteeg, Lindenlaan en de Zoggelsestraat neemt het verkeer af. Op de Rijksweg Noord en Van Rijckevorselweg komt dit door het aantrekkelijker worden van de Rekken / Bosschebaan, op de Zoggelsestraat komt dit door de snelheidsverlaging. Op de Vinkelsestraat, Lindenlaan en Koksteeg komt dit door de nieuwe verbinding tussen de Koksteeg en de Weerscheut.

34

Toe- (rood) en afnames (groen) van verkeer (in mvt/etm) op de wegen rond Heesch West)

35

Verkeersveiligheid Insprekers vrezen voor een aantasting van de verkeersveiligheid door het plan Heesch West. Uit het verkeersonderzoek blijkt dat de verkeersveiligheid niet wezenlijk wordt beïnvloed door de ontwikkeling van Heesch West. Op een aantal wegen neemt de verkeersintensiteit toe, maar is de capaciteit van de wegen voldoende voor de doorstroming en wordt daarmee de oversteekbaarheid niet verslechterd. Verkeer en met name vrachtverkeer van en naar Heesch West wordt zoveel mogelijk via de Bosschebaan/Rekken afgewikkeld richting de snelwegen. De toename van het vrachtverkeer op het omliggende onderliggende wegennet is beperkt. Specifiek voor de Weerscheut, Vinkel en Zoggelsestraat zorgen de aanvullende verkeerskundige maatregelen (vrachtwagenverbod en snelheidsverlaging) tot een beperking van met name vrachtverkeer. Specifiek voor de kruising van het lokaal autoverkeer en fietsverkeer met (vracht)verkeer van en naar Heesch West op de kruising Bosschebaan/Weerscheut is de kruising zodanig geoptimaliseerd dat verkeersstromen gescheiden worden, waarmee de verkeersveiligheid wordt verbeterd en wellicht zelfs beter wordt dan in de huidige situatie (zie paragraaf 3.4 van de Aanvulling MER).

De uit de modelberekening voortkomende belasting (personen- en vrachtautobewegingen) van het toekomstige wegennet heeft vervolgens geleid tot aanvullende duurzame en veilige maatregelen voor alle weggebruikers; zowel binnen als buiten de bebouwde kom; denk aan vrijliggende fietspaden, extra opstelstroken, aangepaste verkeerslichtenregeling, nieuwe ontsluitingswegen, veilige wegbreedtes en inrichting conform het principe duurzaam veilig. Dit alles om te komen tot een verkeerskundig alleszins acceptabele verandering in bereikbaarheid, doorstroming en verkeersveiligheid voor alle weggebruikers. Bereikbaarheid woningen Koksteeg en openhouden Koksteeg Een aantal insprekers vreest voor een verminderde bereikbaarheid van hun woningen aan de Koksteeg. Insprekers stellen dat de Koksteeg open moet blijven vanwege de veiligheid van Vinkel. Ook stellen insprekers dat de conclusie dat de menging van lokaal verkeer en bedrijventerreinverkeer ongewenst is, geen wettelijke basis heeft. Als er toch menging zal ontstaan, kan dat nog voorkomen worden met bijv. slagbomen, geven zij aan. Daarnaast gaat het model uit van 1.900 vervoerbewegingen, terwijl een telling uit 2018 nog circa 800 tot 1.000 aangeeft. Het bedrijventerrein wordt voor autoverkeer alleen toegankelijk vanaf de noordzijde (Bosschebaan).

Dit om te voorkomen dat bestaand lokaal / regionaal (landbouw)verkeer mengt met het (vracht)verkeer van en naar het bedrijventerrein, zodat verkeersonveilige situaties worden vermeden. Naast de Koksteeg komt een ontsluiting die alleen toegankelijk is voor (vracht)verkeer van het bedrijventerrein. De Koksteeg zelf wordt een goede en veilige fietsroute, niet alleen voor bestemming Heesch West maar met name ook voor doorgaande fietsroutes. De afsluiting van de Koksteeg voor autoverkeer is dus een maatregel om kwetsbare verkeersdeelnemers te scheiden van autoverkeer (inclusief landbouw- en vrachtverkeer). Het afsluiten van de doorgaande verkeersbeweging op de Koksteeg maakt hier onderdeel van uit. De regionale route wordt hersteld door de aanleg van een nieuwe weg langs de Ruitersdam, waardoor eventueel omrijden voor bewoners aan de Koksteeg beperkt blijft. Hiermee blijft de Koksteeg bereikbaar en blijft de verkeerstoename door Vinkel beperkt. Uitgangspunt is geen vermenging van lokaal verkeer en verkeer van het bedrijventerrein. Dat willen we voorkomen in plaats van achteraf corrigeren zoals insprekers voorstellen.

36

De conclusie “ongewenst” heeft wel een wettelijke basis, namelijk een criterium binnen de MER ‘verkeersveiligheid’ (zie eerder). Juist vanwege verkeersveiligheid is gekozen voor het afsluiten van de Koksteeg en het aanleggen van een zelfstandige nieuwe verbinding voor lokaal verkeer in het gebied ten noorden van de Ruitersdam. Een beperkte extra omrijafstand voor bewoners aan de Koksteeg kan weliswaar als vervelend worden ervaren, maar is marginaal in vergelijking met een gemiddelde autoritlengte. Daarnaast weegt dit (individuele) nadeel niet op tegen het voordeel op het gebied van verkeersveiligheid wat in het algemeen belang hiermee wordt bereikt. De woningen blijven uiteraard goed bereikbaar. Daarnaast merken we op dat voor de onderzoeken bij de MER het verkeersmodel leidend is, en niet uitgegaan mag worden van tellingen. Overigens is het verkeersmodel herzien (zie paragraaf 3.5.2 Verkeersmodel). Vrees overlast door verkeer vanwege 24/7 economie Insprekers vrezen voor toename van (vrachtverkeer) door het 24/7 aanwezig zijn van verkeer als gevolg van de bedrijfsvoering van bedrijven. Ervaringen op bedrijventerreinen elders laat zien dat een 24/7 economie niet zozeer leidt tot een toename van verkeer, maar tot een andere verdeling van verkeer ten opzichte van een “reguliere” “8 tot 17” economie.

Verkeerstechnisch is dit gunstig: verkeer wordt beter verspreid over het etmaal en daarmee de toename op het onderliggend wegennet ook. De andere verdeling van verkeer kan wel leiden tot een ander geluideffect (zie hiervoor paragraaf 3.12).

3.5.4

Sluipverkeer In het huidige verkeerskundige ontwerp zijn reeds keuzes gemaakt ter voorkoming van sluipverkeer (zie eerder). Verder zijn een aantal mitigerende maatregelen in het plan (VKA+) opgenomen om de gewenste ontsluitingsroute voor (vracht)verkeer zo aantrekkelijk mogelijk te maken voor verkeer van en naar Heesch West en zo sluipverkeer op alternatieve routes te voorkomen. Dit betreft: 1. Optimalisatie van de aansluiting op de snelweg bij Nuland 2. Maximumsnelheid Rekken verhogen van 60 naar 80 km/h; 3. Voorrangsplein Rekken - Weerscheut met voorrang doorgaande richting Rekken – Bosschebaan; 4. Opwaarderen verbinding Ruitersdam, waardoor gemotoriseerd verkeer gebruik kan maken van deze verbinding; 5. Verbeteren doorstroming VRI Cereslaan - aansluiting 52 Oss door middel van uitbreiding opstelvakken en optimaliseren verkeersregelprogramma. 6. Vrachtwagenverbod Weerscheut 7. Verlaging snelheid op de Zoggelsestraat bij Heesch Zie ook de eerdere figuur bij paragraaf 3.5.1, waar deze maatregelen gevisualiseerd zijn.

37

Het verkeersmodel laat zien dat de aangepaste Bosschebaan / Rekken een aantrekkelijke route wordt. Niet alleen voor verkeer van en naar Heesch West, maar ook voor lokaal/regionaal verkeer tussen de dorpen. Dit leidt tot toename op o.a. de Weerscheut en Papendijk, wegen die er in principe voor geschikt zijn. Het leidt tegelijkertijd tot afnames op de Rijksweg Noord en op wegen in het buitengebied van Geffen.

3.5.5

Toename op de snelweg Heesch West leidt tot een toename van verkeer op de snelweg A59. De toename is relatief gering: ten westen van Nuland (+800 mvt/etm / +1% ten opzichte van de referentiesituatie), ten oosten van Heesch (+1.600 mvt/etm, +2% ten opzichte van de referentiesituatie). De toename wordt veroorzaakt door het nieuwe verkeer van en naar Heesch West. Dat de toename relatief gering is wordt veroorzaakt door de infrastructurele aanpassingen. De realisatie van bedrijven op Heesch West leidt op zichzelf tot een (grotere) toename van verkeer, maar de infrastructurele aanpassingen ten behoeve van Heesch West zorgen ervoor dat een deel van het (auto)verkeer op parallelroutes zoals de Rijksweg Zuid, Bosschebaan/Rekken gaat rijden. Op het centrale deel van de snelweg leidt Heesch-West tot een afname van autoverkeer. Vrachtverkeer kiest wel vooral voor de snelweg. De toename van vrachtverkeer is relatief enigszins groter dan de toename van autoverkeer. Het aandeel vrachtverkeer op de snelweg groeit met 1% van 16/18% tot 17/19%; Hoewel de toename gering is, is wel op te merken dat de A59 al in de referentiesituatie een drukke route is en er in de spitsperioden al enige sprake is van filevorming. Heesch West leidt niet tot een wezenlijke verslechtering van deze situatie. De beperkte filemomenten en vertraging hebben de aandacht van Rijkswaterstaat (o.a.

in de MIRT verkenning A2 Deil-Vught en A50 Ewijk-Bankhoef-Paalgraven). Het effect van Heesch West wordt niet als een knelpunt beoordeeld. Ten oosten van de aansluiting van Heesch West op de snelweg bij Heesch zet de toename zich door van/naar de A50/knooppunt Paalgraven. Ter hoogte van het knooppunt splitst deze verkeersstroom in vier richtingen Oss (N329), Nijmegen (A50), Grave (N324) en Eindhoven (A50). Door dit ‘uitwaaiereffect’ van het verkeer is de toename van verkeer op deze wegvakken 1 tot 2%. Deze beperkte toename van verkeer heeft op de A50 dan ook nauwelijks tot geen effect op de doorstroming; de opgave om de situatie bij Paalgraven te verbeteren is een opgave van het Rijk en valt buiten de scope van Heesch West. Naar aanleiding van de MIRT-verkenning is door het Rijk aangegeven dat er geld beschikbaar komt om het verkeersprobleem bij knooppunt Paalgraven aan te pakken. Het probleem wordt aangepakt, hiervoor wordt een separate plan- en besluitvormingsprocedure voor doorlopen.

3.5.6

Parkeren Uitgangspunt van het plan is dat de parkeerbehoefte door de bedrijven op eigen terrein gerealiseerd moet worden. Dit is bovendien geborgd in het bestemmingsplan in artikel 23.2. Daarmee wordt geen parkeeroverlast in de omgeving verwacht. Indien nodig, kan een centrale parkeervoorzieningen worden gerealiseerd. Dit zal echter uitsluitend parkeren zijn voor het terrein. Er wordt geen regionale parkeervoorziening aangelegd.

38

3.6

Ruimtelijke kwaliteit

3.6.1

Relatie zonnepanelen op water met recreatie -en natuurwaarden Een aantal insprekers is van mening dat de aanleg van zonnepanelen op het water betekent dat er niets van de natuur- en recreatiefunctie overblijft. De mening van insprekers delen wij niet. Er is door de aanleg van zonnepanelen geen sprake van doorkruising van bestaande natuur en recreatie: het gebied is in de huidige situatie agrarisch in gebruik met relatief weinig natuurwaarden en een beperkte recreatiefunctie. De aanleg van de landschapszone en waterplas geeft juist kansen voor de ontwikkeling van natuur en recreatie. Op Heesch West worden de zonnepanelen niet aangelegd op een bestaande waterplas met natuurwaarden, maar op een nieuw te graven waterplas of plassen. Er is daarmee geen sprake van verlies van natuurwaarden in waterplassen, want deze natuurwaarden zijn er in de huidige situatie nog niet. Ook ten opzichte van het huidige agrarisch gebruik is er geen verlies van natuurwaarden. Toevoegen van waterplassen, al dan niet met zonnepanelen, vergroot juist de natuurwaarden. Bij de aanleg van de zonnepanelen op het water wordt rekening gehouden met de kansen voor ontwikkeling van natuurwaarden. Dit bijvoorbeeld door de randen (ecologisch het meest kansrijk en interessant) vrij te houden van panelen en de zonnevelden niet aaneengesloten aan te leggen.

Er is daarmee ten opzichte van de huidige situatie geen sprake van verlies van natuurwaarden maar juist van ontwikkeling van / kansen voor natuurwaarden.

3.6.2

Cultuurhistorie In de inspraakreacties worden zorgen geuit over het verdwijnen van cultuurhistorische gronden en het verdwijnen van historische erfgoed. Ook wordt gesteld dat het economisch belang boven het cultuurhistorisch belang gaat. Beschermde waarden In het MER zijn in hoofdstuk 18 de effecten van het bedrijventerrein op de cultuurhistorische waarden onderzocht. Hieruit blijkt dat het plangebied van Heesch West en de directe omgeving in het rijks, provinciaal -en lokaal beleid geen bijzondere cultuurhistorische status heeft. Het plangebied ligt tevens niet in of nabij Werelderfgoed, beschermd stads- of dorpsgezicht, rijksmonumenten, cultuurhistorisch waardevol vlak of complex. Er is daarmee geen sprake van het verdwijnen van beschermd cultuurhistorisch erfgoed door de ontwikkeling van Heesch West. Het plangebied kent wel enkele niet-beschermde lokale cultuurhistorische waarden.

39

Niet beschermde lokale cultuurhistorische waarden plangebied De lokale cultuurhistorische waarden in en rond het plangebied Heesch West bestaan uit een aantal historische wegen en gebouwen. Zo zijn de lokale wegen Weerscheut, Ruitersdam, Koksteeg, Zoggelsestraat, Bosschebaan ten zuiden van Cereslaan-West, Rakstraat en Achterste Groes door de provincie aangeduid als cultuurhistorisch waardevol (maar niet beschermd). Een deel van deze lokale wegen zal verloren gaan of aangepast worden door de aanleg van het bedrijventerrein. Historische wegen zoals de Koksteeg, Ruitersdam, Weerscheut, Rakstraat (deel) Zoggelsestraat en Achterste Groes blijven echter behouden en vormen integraal onderdeel van het stedenbouwkundige ontwerp voor Heesch West en worden juist geaccentueerd. Wel verandert de omgeving van deze lijnen (van agrarisch naar werk/energielandschap) en daarmee mogelijk de belevingswaarde. De cultuurhistorische waarden blijven echter in stand. Daarnaast ligt er een aantal gebouwen met een cultuurhistorische waarde in het plangebied. De cultuurhistorische waarde van deze bouwwerken is echter beperkt. Er gaan geen Rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten of beschermd stads- of dorpsgezicht verloren. Gebouwen met cultuurhistorische waarden worden voor sloop onderzocht en gedocumenteerd zodat, ondanks de beperkte waarde, de waarde in zekere zin bewaard blijft.

Economisch belang in relatie tot cultuurhistorische belang Er is geen sprake van het voorrang geven van het ene belang boven het andere belang. Bij de planvorming van Heesch West wordt een integrale afweging van belangen afgemaakt, waarin het cultuurhistorisch belang meegenomen wordt. Conclusie In het stedenbouwkundig plan voor Heesch West wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de aanwezige cultuurhistorische waarden. Desondanks gaat een deel van de cultuurhistorische waarden verloren en verandert de belevingswaarde van cultuurhistorische waarden door de realisatie van het bedrijventerrein Heesch West. Het betreft echter geen belangrijke beschermde waarden. De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot effecten op beschermde cultuurhistorische waarden zoals monumenten, stads- en dorpsgezichten of provinciaal aangeduide cultuurhistorisch waardevolle vlakken of complexen. Dit is in het MER licht negatief beoordeeld (-).

3.6.3

Recreatie Insprekers voeren aan dat de plannen een negatief effect hebben op de recreatieve waarden in het gebied; en dat ook de recreatiewaarde van de Ruitersdam door de aanleg van de nieuwe weg wordt verminderd. In paragraaf 16.5 van de MER is de invloed van Heesch West op het aspect recreatie beschreven: Enerzijds heeft de ontwikkeling effect op de recreatieve waarde van het landschap en anderzijds wordt de (recreatieve)infrastructuur verbeterd. Dit effect wordt als enigszins positief (0/+) beoordeeld. Hieruit blijkt dus geen negatief effect. De huidige recreatieve waarde van het plangebied is beperkt: het is voornamelijk agrarisch in gebruik en heeft geen specifieke recreatieve functies en/of voorzieningen zoals wandel- of fietspaden. 40

Heesch West voegt een groot wandel- en fietspadennetwerk toe in het plangebied die aansluit op bestaande wandelroutes en fietspaden. De Raktstraat en het noordelijke gedeelte van de Koksteeg worden bijvoorbeeld helemaal fietspad. Die sluiten weer aan bij nieuwe noord-zuid gerichte routes. In het landschapspark en in de Parksingels komen diverse (struin)wandelpaden. Zo ontstaat een groter netwerk van routes en keuzemogelijkheden. In de plannen wordt een nieuwe weg ten noorden van de Ruitersdam aangelegd. De Ruitersdam zelf en daarmee ook de recreatieve waarde blijft gehandhaafd, maar de MER (par. 25.3.4) geeft hierbij aan dat dit wel een negatief effect zal hebben op de beleving van de Ruitersdam en het landschap ter plaatse. De ontwikkeling van recreatieve waarden in het gebied, en ook de precieze ligging van de nieuwe weg, worden betrokken in de omgevingsdialoog en het participatietraject van het landschapsplan.

3.6.4

Water Een aantal insprekers wijst op het nog onvoldoende duidelijk zijn van de nieuwe waterhuishoudkundige situatie, zoals de invloed op grondwater en de regenwaterberging. Ook wordt gevreesd door vervuiling van het grond en oppervlaktewater door het plan. Specifiek wordt ook de ligging ten opzichte van buurtschap de Berkt genoemd en de vraag welke invloed dit plan heeft op de Berkt. Het klopt dat de beschrijving van de nieuwe waterhuishoudkundige situatie in het voorontwerpbestemmingsplan nog niet volledig was. Er is ten behoeve van het ontwerpbestemmingsplan gezamenlijk met het Waterschap Aa en Maas een geohydrologisch onderzoek opgesteld waarin de effecten op oppervlaktewater en grondwater zijn meegenomen en waarin compenserende maatregelen zijn voorgesteld. Dit is samengevat en vertaald in de Aanvulling MER en het ontwerpbestemmingsplan. Uitgangspunt voor de ontwikkeling van Heesch West is minimaal hydrologisch neutraal ontwikkelen. Dat wil zeggen dat negatieve wateraspecten van Heesch West zoals dempen van sloten, toename van verharding in het plangebied gecompenseerd moeten worden. Er is vanuit de duurzaamheidsdoelstellingen van Heesch West gekozen voor een ruime compensatie en ruime dimensionering van het watersysteem. Het plangebied met het landschapspark en de groene zones geeft hier ook voldoende ruimte voor.

Per saldo komt er meer ruimte voor water in het plangebied dan in de huidige situatie. Het aanpassen van het watersysteem, zoals het dempen van bestaande sloten of het aanbrengen van nieuwe waterplassen, heeft gevolgen voor het grondwater. Uit het uitgevoerde onderzoek blijkt echter dat de voorgestelde aanpassingen geen noemenswaardig effect hebben op de grondwaterstanden buiten het plangebied. Van nadelige gevolgen voor de gebruiksfuncties in de omgeving van het plangebied is dan ook geen sprake. Uitgangspunt, conform wettelijke eisen (zoals Waterwet, PMV, Wet bodembescherming, Activiteitenbesluit) en landelijk en provinciaal beleid, is dat de bedrijfsvoering van bedrijven niet mag leiden tot verslechtering van de grond- en oppervlaktewaterkwaliteit. Voor zover bedrijven gebruik maken van of leiden tot mogelijk watervervuilende stoffen, is uitgangspunt dat dit zoveel mogelijk in het bedrijf zelf wordt gezuiverd en dat een eventuele resthoeveelheid via het riool wordt gescheiden wordt afgevoerd naar de rioolwaterzuivering. In het kader van de duurzaamheidsdoelstellingen van Heesch West wordt ook gedacht aan (kleinschalige) lokale waterzuivering op Heesch West zelf.

41

Door de ruime compenserende maatregelen binnen het plangebied wordt voorkomen dat bij hevige buien problemen ontstaan in de omgeving van het plangebied. Daarnaast laat het onderzoek zien dat er geen nadelige effecten te verwachten zijn voor de grondwaterstanden in de omgeving en wordt vervuiling van grond- en oppervlaktewater door bestaande wet- en regelgeving voorkomen. Heesch West heeft hierdoor geen negatieve invloed op de grond- en oppervlaktewaterkwaliteit en -kwantiteit in de omgeving.

3.6.5

Bouwhoogte gebouwen en uitzicht Een aantal insprekers voert aan dat de geplande bedrijfsgebouwen te hoog zijn, en dat de geplande hoogte van 30 meter niet passend is in het landschap; ook geven een aantal insprekers aan dat een hoogte van 20 tot 25 meter landschappelijk niet inpasbaar is. Tot slot stellen een aantal insprekers ook dat door de hoge bouwhoogte wordt voorgesorteerd op milieucategorie 5.1. Daarnaast stelt een aantal insprekers dat de geplande bouwhoogten het uitzicht wegnemen. We hebben uiteraard begrip voor de zorgen die vanuit de bewoners leven ten aanzien van de geplande bouwhoogten op het bedrijventerrein. In het ontwerpbestemmingsplan zijn deze hoogten echter wel gehandhaafd. Dit zullen we hieronder toelichten. Allereerst hebben we voor de duidelijkheid een figuur opgenomen waarin zichtbaar wordt welke hoogtes in welk deel van het plangebied worden toegestaan. Dit onderstaande figuur is een verduidelijkende visualisatie van de (juridisch geldende) verbeelding van het bestemmingsplan. Beschrijving toegestane hoogtes in relatie tot inpassing De hoogte van de gebouwen is opgebouwd met het oog op de landschappelijke inpassing. De hoogte is lager aan de randen en wordt hoger naar het midden toe.

De hoogtes sluiten aan op de verwachte en gewenste type bedrijvigheid in de zone: in het midden van het terrein wordt ingezet op hoofdzakelijke logistieke bedrijven en voor de randzones meer op bedrijven die zichtlocaties willen hebben en/of andersoortige bedrijvigheid. De maximale bouwhoogten voor bedrijfsgebouwen in de west, zuid -en oostrand zijn lager, namelijk maximaal 20 meter. In de westelijke zone zit daarbij op een klein deel een mogelijkheid te bouwen tot 30 meter hoog (zie figuur) en een mogelijkheid om via een afwijkingsprocedure een hoogte mogelijk te maken van 35 meter voor bedrijfsondersteunende installaties (niet zichtbaar op figuur). De bouwhoogte van de kleine bedrijfsgebouwen aan de Zoggelsestraat, ten zuiden van het bedrijventerrein zelf (grijze percelen onderaan in het figuur), is maximaal 11 meter. De hoogte aan de randen van het terrein is afgestemd op de hoogte van bomen in de groenstructuren langs het bedrijventerrein. Zo valt, bij volwassen bomen, de bedrijfsbebouwing grotendeels achter de bomen. Naar het midden toe wordt de maximale bouwhoogte 25 meter. In dit deel is per bedrijf ook één hoogteaccent van 30 meter hoog toegestaan en waarvan de gevellengte (aan alle zijden) niet meer mag bedragen dan 20 meter (niet zichtbaar op het figuur, maar wel juridisch mogelijk).

In dit deel is tot slot ook via een afwijkingsprocedure een hoogte mogelijk van 35 meter voor bedrijfsondersteunende installaties. 42

Omdat de (hogere) bebouwing in deze middenzone verder weg staat van de omgeving, valt deze grotendeels weg achter de andere bebouwing en bomen. Dat komt door de werking van het perspectief. Het grote landschapspark op en rond het bedrijventerrein heeft ook als functie om de bebouwing grotendeels aan het zicht te onttrekken van de omgeving. Het landschap ter plaatse is overigens door de ruilverkavelingen die in het verleden hebben plaatsgevonden grootschaliger van karakter geworden. Grote blokvormige percelen en lange rechte bomenrijen en singels hebben het landschap een grootschaliger karakter gegeven. De geplande bouwhoogten sluiten aan bij dit grootschalige karakter.

43

Nadere toelichting en motivering bouwhoogten hoger dan 25 meter De mogelijkheden voor hogere bouwhoogten dan 25 meter hoogte in het plan zijn dus beperkt, dit wordt hieronder verder toegelicht. De toegestane bouwhoogte in de noordwestelijke punt van maximaal 30 meter valt niet weg achter de bomen en zal zichtbaar zijn. Hier is bewust voor gekozen. Het bedrijventerrein heeft één markant hoogteaccent, zodat het terrein herkenbaar is. Dit hoogteaccent ligt op minimaal 250 meter afstand van de dichtstbijzijnde woning. In het middengebied van het bedrijventerrein mag dus maximaal één hoogteaccent komen per bedrijf van maximaal 30 meter hoog waarvan de gevellengte maximaal 20 meter bedraagt. Dus de impact van het hoogteaccent wordt zoveel mogelijk beperkt door eisen te stellen aan de omvang en de locatie waar deze hoogte geldt. Door het alleen midden op het terrein toe te staan en de gevellengte te beperken is de impact zo beperkt mogelijk gezien vanuit de omgeving. Omdat de (hogere) bebouwing in deze zone verder weg staat van de omgeving, valt deze bovendien grotendeels weg achter de andere bebouwing en bomen (zie beschrijving hierboven). De geplande bouwhoogten sluiten aan bij dit grootschalige karakter.

Met een afwijking van de bouwregels kunnen, onder voorwaarden, tevens bedrijfsondersteunende installaties in het westelijk en middendeel gebouwd worden met een maximale bouwhoogte van 35 meter. Doordat dit geen gebouwen mogen zijn, en alleen onder voorwaarden kunnen worden toegestaan, is de impact hiervan beperkt. Een dergelijk bouwwerk kan alleen na een nadere afweging worden vergund. Conclusie bouwhoogten Met de beschreven hoogte-indeling, is beoogd om de zones aan de randen te laten aflopen in het kader van inpassing in het landschap en het beperken van de impact op de omgeving. De hoogte aan de randen van het terrein is afgestemd op de hoogte van bomen in de groenstructuren langs het bedrijventerrein. Zo valt, bij volwassen bomen, de bedrijfsbebouwing grotendeels achter de bomen. Omdat de hogere bebouwing in deze middenzone verder weg staat van de omgeving, valt deze grotendeels weg achter de andere bebouwing en bomen. Dat komt door de werking van het perspectief. De geplande bouwhoogten sluiten aan bij dit grootschalige karakter. Voor de verdere motivering van de landschappelijke inpassing van de genoemde bouwhoogten, verwijzen we naar de beschrijving in de hieronder opgenomen paragraaf 3.6.6. Relatie bouwhoogten en milieucategorie? De bouwhoogte van bedrijfsgebouwen hangt niet samen met de milieucategorie. Een voorbeeld. Een logistiek bedrijf is vaak categorie 3.

Maar zodra er bijvoorbeeld gekoelde voedingsmiddelen liggen opgeslagen in datzelfde magazijn, is de bijbehorende milieucategorie 4. Het gebouw is exact hetzelfde en ook de activiteiten die plaatsvinden, maar de goederen waar het om gaat maken dat er een andere milieucategorie nodig is. De hoogten die opgenomen zijn in het bestemmingsplan zijn gangbaar voor vergelijkbare bedrijventerreinen in Nederland.

44

Impact op uitzicht Insprekers stellen dat hun uitzicht door het plan wordt weggenomen. Dit is in veel gevallen aangevoerd vanwege onder meer de geplande windturbines in het voorontwerpbestemmingsplan. Zoals bekend en beschreven in dit document, zijn deze niet meer aan de orde in het huidige plan. Daarmee vervallen de bezwaren op dit punt ook. Maar daarnaast is ook in veel gevallen aangevoerd dat het uitzicht in de nieuwe situatie wordt belemmerd door de bouwhoogte van de nieuwe bedrijfsgebouwen. Hierover kunnen wij antwoorden dat het zeker zo is dat het landschap ter plekke ingrijpend wijzigt, waarmee ook het uitzicht voor met name de direct omwonenden verandert en deels weggenomen wordt. Het is een onvermijdelijk gevolg van de komst van het bedrijventerrein Heesch West. In de planvorming en landschappelijke inpassing is echter ingezet op het zoveel mogelijk beperken van aantasting van het uitzicht van direct omwonenden. Dit hebben we gedaan door het plan zo goed mogelijk in te passen, zoals hierboven beschreven, en door de bouwhoogten aan de randen minder hoog te laten zijn dan in de rest van het terrein. Zoals in het bovenstaande figuur zichtbaar is, zijn in de randen maximale bouwhoogten van 20 meter toegestaan. Met de realisatie van het ruime landschapspark rondom de nieuwe gebouwen, wordt het uitzicht vriendelijker gemaakt en het plan op een goede manier ingepast.

In de verdere uitwerking van het park met de omgeving, zal dit aspect ook een belangrijk onderdeel zijn. De impact op het uitzicht voor de omwonenden die niet in de directe omgeving wonen, is overigens (zeer) beperkt. Verder merken we op dat volgens vaste rechtspraak, er geen recht is op blijvend vrij uitzicht voor omwonenden. Niettemin proberen we de aantasting van het uitzicht zoals gezegd zoveel mogelijk te beperken. Mochten omwonenden zich toch te sterk benadeeld voelen of schade ondervinden wat betreft het uitzicht, is er de mogelijkheid om na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan, een verzoek om planschadevergoeding in te dienen bij de gemeente. Dit is mogelijk binnen maximaal 5 jaar na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan (zie ook Thema Kosten en baten en planschade).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10923620/1