Bijlage 1 - Bijlage 25 bij de Toelichting Hogere waarden met nota zienswijzen
Tekst van het document
83
44
Reclamant stelt dat uitdrukkelijk wordt beoogd de vestiging van grote lawaaimakers mogelijk te maken. Reclamant verwijst naar het deelonderzoek geluid uit het MER en bestemmingsplan. Reclamant kan zich niet verenigen met de overschrijding van gevelbelastingen tot 55 dB voor wegverkeerslawaai. Dit beïnvloedt volgens reclamant zijn woon- en leefklimaat indringend. Reclamant vreest ook voor de gezondheid, omdat het RIVM onderbouwd heeft dat boven de 50 dB het % hart en vaatziekten toeneemt, en de WHO een grenswaarde aanhoudt van 45 dB. Volgens reclamant zijn er ondanks het voorgaande hogere grenswaarden industrielawaai voor 22 woningen verleend, variërend van 51 tot 55 dB(A). Reclamant noemt een aantal adressen aan de Zoggelsestraat, Daarnaast vindt reclamant het onduidelijk waarom bijvoorbeeld die niet betrokken zouden zijn. Deze woningen liggen buiten de wel bepaalde adressen aan de Zoggelsestraat wel betrokken toekomstige geluidszone van het bedrijventerrein Heesch-West. zijn, maar andere adressen aan diezelfde straat niet. Dit wordt Om deze reden wordt voor die adressen geen hogere waarde verder ten onrechte ook niet toegelicht. vastgesteld. Zie verder het antwoord onder rij 43 en het thema Geluid.
83
45
Reclamant stelt te zien dat niet is onderzocht of de geluidbelastingen verlaagd kunnen worden door het treffen van maatregelen. De eerste voorkeur heeft het om daarbij te kijken naar bronmaatregelen en daarna naar maatregelen in de overdracht. Waar het gaat om bronmaatregelen wordt overwogen dat met het vastleggen van hogere waarden niet van maximale geluidruimte wordt uitgegaan (zijnde 60 dB(A)). Aangegeven wordt dat ervoor gekozen is om niet hoger te gaan dan 55 dB(A) om een goed woon- en leef klimaat te waarborgen. Vervolgens wordt aan het nemen van bronmaatregelen niet toegekomen. De ruimte die het terrein krijgt toebedeeld, ligt namelijk vast in de geluidcontour van 50 dB(A) in het bestemmingsplan. In het vergunningverleningstraject moet nu voor elk individueel bedrijf dat zich op het terrein vestigt, gekeken worden naar toepassing van beste beschikbare technieken (BBT). Volgens reclamant houdt dit in dat later van de individuele bedrijven verwacht gaat worden dat geluidreducerende maatregelen genomen worden die het milieu de grootst mogelijke bescherming bieden, tenzij dat redelijkerwijs niet kan worden verlangd. Reclamant stelt dat door deze opzet niet wordt geborgd dat de geluidbelasting op hun woningen op een doelmatige manier wordt beperkt, wat zich niet verhoudt tot een goede ruimtelijke ordening.
Reclamant vindt dat de feitelijke bescherming tegen geluidhinder wordt opgedeeld in verschillende vergunningtrajecten met aspirant grote lawaaimakers en hoe dit dan uitpakt is nog te bezien. Reclamant vindt het onduidelijk wat deze zin inhoudt: "in principe mag de grens van 55 dB niet worden overschreden maar dat kan anders zijn indien dat redelijkerwijs niet kan worden verlangd" en hoe in dit verband de belangen van reclamant worden betrokken. Reclamant stelt dat ten aanzien van overdrachtsmaatregelen er geen sprake is van één bron - of een clustering van bronnen op redelijk korte af stand- maar is de bron een enorm industrieterrein met een doorsnede van honderden meters met grote lawaaimakers. Deze 'bron' laat zich niet afschermen door een geluidscherm rond het industrieterrein. Volgens reclamant biedt ook dit geen relevante af scherming. Verder wordt aangegeven dat nabij verschillende woningen geluidschermen geplaatst zouden Zie thema Geluid.
kunnen worden maar dat financieel niet in verhouding zou staan tot de behaalde milieuwinst en stedenbouwkundig ook niet wenselijk zou zijn. Reclamant stelt dus dat er geen enkele maatregel genomen wordt om reclamant tegen geluidhinder te beschermen en is het goede woon- en leefklimaat onvoldoende geborgd. Daarnaast waarborgt een globaal plan als dit geen goede ruimtelijke ordening voor omwonenden. Reclamant vindt dan ook dat het plan hooguit een kader zou kunnen bieden om ruimtelijk goed te gaan ordenen maar op dit moment zitten daar te veel onzekerheden in.
83
46
Reclamant stelt dat voor hen belangrijke houvast voor geluid ontbreekt. Volgens reclamant hanteert het RIVM een norm van 50 dB met als onderbouwing dat de wetenschap aantoont dat daarboven het aantal hart en vaatziekten toeneemt. Maar omdat de onderbouwing niet heel duidelijk is gebruikt de WHO een grens van 45 dB. Reclamant geeft aan dat zijn huis boven de 50 dB uitkomt en dus boven de WHO en RIVM grens zit. Volgens reclamant biedt dit weinig houvast voor zijn gezondheid. Zie het antwoord in rij 43.
83
47
92
48
De zienswijze is ongegrond en geeft geen aanleiding tot aanpassing van de besluiten hogere waarden.
De zienswijze is ongegrond en geeft geen aanleiding tot aanpassing van de besluiten hogere waarden.
93
49
94
50
94
51
99
99
52
(inhoud van zienswijze heeft geen betrekking op ontwerpbesluiten hogere waarden) Volgens het geluidrapport wordt de geluidbelasting op de bestaande woningen niet hoger dan 55 dB(A). Dat is veel hoger dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Het geluidniveau op de woningen was al te hoog en dreigt dus nog hoger te worden. Dat is niet acceptabel. Na juni 2019 had de gemeente besloten tot het aanscherpen van de vestigingsvoorwaarden en toegelaten bedrijvencategorieën, uitgaande van omgevingseffecten (geluid, geur). Maar onder paragraaf 9.2 staat dat 'grote lawaaimakers’ mogelijk worden gemaakt. Vanuit een oogpunt van gezondheid hoort de gemeente in het bestemmingsplan te regelen dat de geluidssituatie voor omwonenden niet verslechtert door dit plan. Reclamant is dan ook van mening dat de gemeente beperkingen hoort op te leggen aan de soort bedrijven, de hoeveelheid geluid die mag worden geproduceerd, de afstand tot woningen hoort te vergroten en de ontsluiting dient te beperken tot de noordzijde. Zie thema Geluid.
De zienswijze is ongegrond en geeft geen aanleiding tot aanpassing van de besluiten hogere waarden. Reclamant stelt dat het industrieterrein zal zorgen voor een gigantische toename van geluidsoverlast. Door het aantal verkeersbewegingen en de (dag en nacht doorgaande) bedrijfsprocessen.
53
101 54
Zie thema Geluid.
De zienswijze is ongegrond en geeft geen aanleiding tot aanpassing van de besluiten hogere waarden. Reclamant vraagt: Benut de inrichting van het landschapspark om het zicht op de gebouwen en geluidoverlast maximaal te beperken. Door het landschapsterrein in te richten met hoogteverschillen van bos, bosschages, plas/dras zones tot en met grondwallen, welke kunnen dienen als geluidswallen
Zie thema Geluid.
101 55
101 56
101 57
De toename van de cumulatieve geluidsbelasting in en rond het plangebied is volgens reclamant onaanvaardbaar en in strijd met een goede ruimtelijke ordening. Na juni 2019 was besloten tot het aanscherpen van de vestigingsvoorwaarden /toegelaten bedrijvencategorieën, uitgaande van omgeving (geluid, geur), volgens de toelichting. Maar onder paragraaf 9.2 staat dat 'grote lawaaimakers' mogelijk worden gemaakt. De plannen hinken kennelijk op twee gedachten. De gemeente moet dus beperkingen opleggen aan het soort bedrijven, de afstand tot woningen te vergroten en de ontsluiting te beperken tot alleen de noordzijde. Zie thema Geluid. Reclamant stelt dat met het plan uitdrukkelijk wordt beoogd de vestiging van grote lawaaimakers mogelijk te maken. Reclamant verwijst naar het akoestisch onderzoek van 21 mei 2021 waarin overschrijdingen van de voorkeurswaarden worden voorzien met gevelbelastingen tot 55 dB voor verkeerslawaai. Zie thema Geluid. Reclamant merkt op dat niet onderzocht is of de geluidbelastingen verlaagd kunnen worden door het treffen van maatregelen. De feitelijke bescherming tegen geluidhinder wordt opgedeeld in verschillende vergunningtrajecten.
Reclamant geeft aan dat in de vergunningverleningstrajecten voor elk individueel bedrijf dat zich op het terrein vestigt, gekeken moet worden naar toepassing van beste beschikbare technieken (BBT), tenzij dit redelijkerwijs niet kon worden verlangd. Door deze opzet wordt voor reclamant niet geborgd dat de geluidbelasting op de woningen op een doelmatige manier wordt beperkt hetgeen zich volgens reclamant slecht verhoudt tot een goede ruimtelijke ordening. Daarnaast is het voor reclamant onduidelijk onder welke voorwaarde de grens van 55 dB mag worden overschreden en hoe de belangen van omwonenden hierin worden meegewogen. Dit geeft reclamant weinig houvast en weinig vertrouwen. Ten aanzien van overdrachtsmaatregelen is volgens reclamant geen sprake van één bron- of een clustering van bronnen maar is de bron een enorm industrieterrein met een doorsnede van honderden meters met grote lawaaimakers. Reclamant merkt Zie thema Geluid.
101 58
101 59
op dat aangegeven is dat geluidschermen financieel niet in verhouding staan tot de behaalde milieuwinst en stedenbouwkundig ook niet wenselijk zijn. Concluderend stelt reclamant dat geen enkele maatregel wordt genomen om hem/haar tegen geluidhinder te beschermen en om een goed woon- en leef klimaat te borgen. Reclamant vindt dat een globaal plan zoals dit geen goede ruimtelijke ordening waarborgt voor omwonenden. Reclamant geeft aan dat een initiatiefnemer echter vooral belang heeft bij weinig beperkingen ten aanzien van de bedrijfsvoering. Reclamant vraagt zich dan ook af hoe op dit moment geborgd is dat ondernemers bereid zijn te investeren in geluidreducerende behuizing voor de beoogde activiteiten op hun bedrijfsperceel en er zo min mogelijk aanspraak wordt gemaakt op de beschikbare gebruiksruimte. Zie thema Geluid. Reclamant mist in de planbeschrijving en in het MER het ref erentieniveau van het omgevingsgeluid waarin woningen zich nu bevinden en waaraan een zeker geluidbeschermingsrecht kan worden toegekend. Met het ref erentieniveau moet volgens reclamant rekening worden gehouden bij de vraag of een toename van geluid zich wel verhoudt tot een goede ruimtelijke ordening. Onder verwijzing naar artikel 2.19a en 1.1 van het Activiteitenbesluit geeft reclamant in zijn/haar zienswijze aan hoe dit referentieniveau normaliter tot stand komt en hoe dit moet worden gezien.
Reclamant stelt dat, nu in het plan het bepalen van het ref erentieniveau is nagelaten, de graadmeter of gekomen kan worden tot een goede ruimtelijke ordening, ontbreekt. Ook mist reclamant in het plan aandacht voor het feit dat de verandering van geluiddempend 'agrarisch' bodemoppervlak naar verhard oppervlak (het bedrijventerrein) invloed heeft op de geluidstoename. Het plan voorziet niet in een regeling waarbij deze waarneembare toename (van naar schatting maximaal 4 dB) wordt gereduceerd. Reclamant stelt dat dit zich slecht verhoudt met een goede ruimtelijke ordening. Zie thema Geluid.
101 60
102 61
De zienswijze is ongegrond en geeft geen aanleiding tot aanpassing van de besluiten hogere waarden. (inhoud van zienswijze heeft geen betrekking op ontwerpbesluiten hogere waarden) -
103 62
(inhoud van zienswijze heeft geen betrekking op ontwerpbesluiten hogere waarden) -
106 63
106 64
Reclamant stelt dat het plan de gezondheid aantast. De gezondheidsschade wordt volgens reclamant veroorzaakt door o.a. toename van gecumuleerd lawaai (verstoort de rust en leidt tot meer stress en slecht slapen). Daarnaast wordt ook de nachtrust en het woongenot aangetast door o.a. toename van geluidsoverlast. Zie het antwoord in rij 43 en zie verder thema Geluid. Reclamant stelt dat met het plan uitdrukkelijk wordt beoogd de vestiging van grote lawaaimakers mogelijk te maken. Reclamant verwijst naar het akoestisch onderzoek van 21 mei 2021 waarin overschrijdingen van de voorkeurswaarden worden voorzien met gevelbelastingen tot 55 dB voor verkeerslawaai. Reclamant kan zich daarmee niet verenigen omdat deze overschrijding het woon- en leefklimaat van reclamant ingrijpend beïnvloedt. Reclamant vindt het verder onduidelijk waarom bepaalde adressen aan de Zoggelsestraat wel betrokken zijn en andere adressen aan diezelfde straat niet. Dit is verder ten onrechte niet toegelicht. Reclamant dient daarom deze zienswijze in mede namens alle bewoners van de in het facetplan genoemde woningen (zie tabel) alsmede de nabijgelegen woningen die met vergelijkbare geluidsbelasting te maken kunnen krijgen. Reclamant stelt dat Zie de antwoorden in rijen 43 en 44 en zie verder thema Geluid. door het indienen van deze zienswijze, zij ook het recht houden
om aanspraak te maken op geluidreducerende en compenserende maatregelen.
106 65
106 66
Reclamant merkt op dat niet onderzocht is of de geluidbelastingen verlaagd kunnen worden door het treffen van maatregelen. De feitelijke bescherming tegen geluidhinder wordt opgedeeld in verschillende vergunningtrajecten. Reclamant geeft aan dat in de vergunningverleningstrajecten voor elk individueel bedrijf dat zich op het terrein vestigt, gekeken moet worden naar toepassing van beste beschikbare technieken (BBT), tenzij dit redelijkerwijs niet kon worden verlangd. Door deze opzet wordt voor reclamant niet geborgd dat de geluidbelasting op de woningen op een doelmatige manier wordt beperkt hetgeen zich volgens reclamant slecht verhoudt tot een goede ruimtelijke ordening. Daarnaast is het voor reclamant onduidelijk onder welke voorwaarde de grens van 55 dB mag worden overschreden en hoe de belangen van omwonenden hierin worden meegewogen. Dit geeft reclamant weinig houvast en weinig vertrouwen.
Zie thema Geluid.
Ten aanzien van overdrachtsmaatregelen is volgens reclamant geen sprake van één bron- of een clustering van bronnen maar is de bron een enorm industrieterrein met een doorsnede van honderden meters met grote lawaaimakers. Reclamant merkt op dat aangegeven is dat geluidschermen financieel niet in verhouding staan tot de behaalde milieuwinst en stedenbouwkundig ook niet wenselijk zijn. Concluderend stelt reclamant dat geen enkele maatregel wordt genomen om hem/haar tegen geluidhinder te beschermen en om een goed woon- en leef klimaat te borgen. Reclamant vindt dat een globaal plan zoals dit geen goede ruimtelijke ordening waarborgt voor omwonenden.
Zie thema Geluid.
106 67
Reclamant mist in de planbeschrijving en in het MER het ref erentieniveau van het omgevingsgeluid waarin woningen zich nu bevinden en waaraan een zeker geluidbeschermingsrecht kan worden toegekend. Met het referentieniveau moet volgens reclamant rekening worden gehouden bij de vraag of een toename van geluid zich wel verhoudt tot een goede ruimtelijke ordening. Onder verwijzing naar artikel 2.19a en 1.1 van het Activiteitenbesluit geeft reclamant in zijn/haar zienswijze aan hoe dit ref erentieniveau normaliter tot stand komt en hoe dit moet worden gezien. Reclamant stelt dat, nu in het plan het bepalen van het referentieniveau is nagelaten, de graadmeter of gekomen kan worden tot een goede ruimtelijke ordening, ontbreekt. Ook mist reclamant in het plan aandacht voor het feit dat de verandering van geluiddempend 'agrarisch' bodemoppervlak naar verhard oppervlak (het bedrijventerrein) invloed heeft op de geluidstoename. Het plan voorziet niet in een regeling waarbij deze waarneembare toename (van naar schatting maximaal 4 dB) wordt gereduceerd. Reclamant stelt dat dit zich slecht verhoudt met een goede ruimtelijke ordening. Zie thema Geluid.
106 68
De zienswijze is ongegrond en geeft geen aanleiding tot aanpassing van de besluiten hogere waarden.
108 69
Reclamanten stellen dat in de kennisgeving op de De ontwerp hogere waardebesluiten zijn gepubliceerd op de gemeentelijke website over het bedrijventerrein Heesch West gebruikelijke wijze (in het Gemeenteblad). Daarnaast zijn wel ten onrechte geen aandacht wordt besteed aan dit degelijk op de gemeentelijke websites vermeldingen ontwerpbesluit (hogere grenswaarde) en de mogelijkheid om opgenomen van de publicatie van het ontwerpbesluit en de ook daarover zienswijzen kenbaar te maken. mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen. Reclamanten zijn van mening dat alsnog van de beoogde De ontwerp hogere waardebesluiten lagen net als het aanleg van de (verlegde) Bosschebaan moet worden afgezien ontwerpbestemmingsplan ter inzage voor zienswijzen. Op de door het betreffende plandeel bij de vaststelling van het ontwerpbesluiten konden in dezelfde periode als zienswijzen op bestemmingsplan Heesch West te schrappen. In dat geval is er het bestemmingsplan, ook zienswijzen worden ingediend. volgens reclamanten ook geen noodzaak of bevoegdheid voor het college om hogere waarden vast te stellen voor de Uit de zienswijzennota op het ontwerpbestemmingsplan blijkt: woningen aan de Voorste Groes. De aanleg van de Bosschebaan is noodzakelijk.
Bij het Reclamanten stellen dat, indien de raad desondanks tot onderzoeken van alternatieven is gebleken dat ook bij een ongewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan "Heesch beperkte ontwikkeling van 50 hectare de infrastructuur moet West" zou overgaan, er evenmin een wettelijke grondslag om worden uitgebreid en uitgaande van 80 hectare dit dus zeker hogere waarden vast te stellen is. Nu het, wel degelijk mogelijk ook aan de orde is. Zonder dit expliciet als variant te is om een maatregel te treffen in de vorm van een stil wegdek beschouwen is uit de verkeersonderzoeken af te leiden dat en/of geluidscherm waarmee de geluidbelasting vanwege de alleen een westelijke ontsluiting qua capaciteit niet afdoende is. (verlegde) Bosschebaan op de woningen aan de Voorste Groes Het is ook ongewenst dat verkeer in oostelijke richting zich dan tot 48 dB wordt teruggebracht. In dat geval mogen verder begeeft in het onderliggende weggennet. De oude burgemeester en wethouders op grond van artikel 110a Wgh Bosschebaan heeft in de referentiesituatie een intensiteit van geen hogere waarde vaststellen. Wel dient de raad in dat geval 4.300 motorvoertuigen per etmaal.
Voor een dergelijke in de planregels de voorwaardelijke verplichting op te nemen erf toegangsweg binnen de bebouwde kom wordt voor een dat alleen van de (verlegde) Bosschebaan gebruik gemaakt veilige verkeersafwikkeling een streefwaarde van max. 4.000 mag worden, indien daarop een stil wegdek en/of daarlangs motorvoertuigen als vuistregel gehanteerd. Door het niet een geluidscherm wordt aangelegd en in stand wordt gehouden doortrekken van de Bosschebaan zou de intensiteit dus fors waarmee overschrijding van de voorkeursgrenswaarde van 48 boven deze streefwaarde uitkomen. Door het doortrekken van dB op de woningen aan de Voorste Groes wordt voorkomen. de Bosschebaan wordt de verkeersafwikkeling van Heesch West gerealiseerd alsmede een verbetering van de doorstroming en verkeersveiligheid op de oude Bosschebaan. Dit plandeel wordt dus niet gewijzigd. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat ter plaatse van de woningen aan de Voorste Groes de geluidsbelasting door het verkeer op de A59 9 tot 11 dB hoger is dan als gevolg van het verwachte verkeer op de Bosschebaan. De bijdrage van het verkeer op de Bosschebaan op de cumulatieve geluidsbelasting, de geluidsbelasting door de A59 en de Bosschebaan samen, varieert van 0,3 tot 0,4 dB. Dit betekent
dat maatregelen die de volledige geluidsbelasting van de Bosschebaan teniet doen (in theorie een oneindig lange overkapping) maximaal 0,3 tot 0,4 dB effect hebben op de geluidsbelasting van deze woningen. Het mag duidelijk zijn dat dergelijke maatregelen niet doelmatig zijn. Juist om de bewoners tegemoet te komen is beoordeeld of doelmatige maatregelen ten zuiden van de A59 een significante positieve invloed kunnen hebben op de geluidsbelasting. Voor het bepalen van de akoestische doelmatigheid van deze maatregel is gebruik gemaakt van de Regeling doelmatigheid geluidsmaatregelen Wgh. In het cluster woningen voor deze doelmatigheidstoets zijn naast de woningen Voorste Groes ook de nabij gelegen woningen aan de Vismeerstraat betrokken. Uit het doelmatigheidscriterium volgt dat een scherm van 95 m lang en 2 m hoog nog doelmatig is, wanneer uitsluitend naar geluid van het verkeer van de Bosschebaan wordt gekeken. Omdat de lengte van dit scherm relatief klein is ten opzichte van de af stand van de A59 tot de woningen, heeft een dergelijk scherm echter geen significant geluidreducerend effect op de woningen waarvoor een hogere waarde wordt vastgesteld. Dit komt doordat het geluid van de A59 hier maatgevend is. Samengevat zijn er wel maatregelen te bedenken die er toe leiden dat de geluidsbelasting door het verkeer op de Bosschebaan wordt gereduceerd.
Omdat de geluidsbelasting door het verkeer op de A59 veel hoger is, hebben deze maatregelen op of langs de Bosschebaan geen hoorbaar effect op de cumulatieve geluidsbelasting van deze woningen en zijn deze maatregelen vanuit akoestisch oogpunt niet doelmatig.
108 70
Reclamanten verzoeken het college van burgemeester en wethouders om verschillende genoemde redenen, alsnog van het vaststellen van hogere waarden als bedoeld in artikel 110a Wgh af te zien. Op basis van het door reclamant aangevoerde, is er geen aanleiding om af te zien van de vaststelling van de hogere waarden. Wij verwijzen daarvoor naar het antwoord in rij 69.
111 71
Reclamant geeft aan dat dit ontwerpbesluit gerelateerd is aan twee bestemmingsplannen, maar abusievelijk wordt gepresenteerd als bijlage 26 bij het ontwerpbestemmingsplan, en als bijlage bij de toelichting van het ontwerpfacetplan geluidzone. Het ontwerpbesluit bevat drie onderdelen: • Ontwerpbeschikking hogere grenswaardewegverkeerslawaai Wet geluidhinderbedrijventerrein Heesch-West • Besluit hogere grenswaarde industrielawaai Wet Geluidhinder bedrijventerrein Heesch-west; op basis hiervan wordt voor de woning van cliënten een hogere grenswaarde voorgesteld van 51 dB(A) • Ontwerpbeschikking Hogere grenswaardegeluid bedrijventerrein Heesch-west; op basis hiervan is wordt voor de woning van cliënten een hogere grenswaarde voorgesteld van 51 dB(A). Reclamant geeft aan dat de laatste twee onderdelen deels met elkaar overeen komen en deels verschillen. Waar een dergelijke formulering/uitvoering toe dient is onduidelijk en verwarrend voor betrokken stelt reclamant. Reclamant vindt het niet acceptabel dat een dergelijk zelf standig besluit op een 'omfloerste' wijzen is bekendgemaakt. Zie de antwoorden in rijen 17 en 19. Belanghebbende kunnen zich zodoende niet bewust zijn van de noodzaak om op dit besluit te reageren.
111 72
111 73
De gemeente Bernheze heeft geen beleid vastgesteld voor de af wegingsprocedure voor een hogere grenswaarde voor geluid. Wettelijk gezien geldt dat voordat een hogere grenswaarde verleend kan worden, onderzocht dient te worden of de geluidsbelastingen verlaagd kunnen worden door het treffen van maatregelen. Hiervoor gaat de eerste voorkeur uit naar bronmaatregelen en daarna naar maatregelen in de overdracht. Gesteld wordt dat het toepassen van bronmaatregelen aan het industrieterrein in zijn geheel niet van toepassing is, omdat de ruimte die het terrein krijgt toebedeeld, vastligt in het geluidcontour van 50 dB(A) in het bestemmingsplan. Qua overdrachtsmaatregelen wordt gesteld dat, omdat er sprake is van een geheel terrein en niet van een enkel bedrijf, af scherming niet op korte afstand van de bron kan worden geplaatst. Bij het toestaan van een hogere grenswaarde geluid, dient de binnenwaarde in de betreffende woningen te voldoen een de eisen voor de binnenwaarde zoals vastgelegd in het bouwbesluit. Er blijkt slechts een inschatting te zijn gemaakt op basis van dossieronderzoek of hier aan voldaan kan worden. Reclamant geeft aan dat wat hun woning betreft er geen dossieronderzoek of nader onderzoek bekend is. Reclamant vindt het vreemd dat een in vastgesteld beleid benoemde bovengrens op deze zeer slordige wijze wordt overschreden.
Reclamant vindt dit niet zorgvuldig en niet acceptabel dat een dergelijk besluit in het ontwerp wordt genomen terwijl niet is onderzocht of, en zo ja hoe, voldaan kan worden aan het wettelijk vereiste binnenniveau van hun woning. Zie het antwoord onder rij 18. Zie ook thema Geluid. Deze zienswijze is deels gegrond op het aspect dat in de twee besluiten industrielawaai van gemeente ’s-Hertogenbosch en Bernheze voor dezelfde woning twee keer een hogere waarde zou worden vastgesteld; ook is de zienswijze gegrond op de toetsing aan het gemeentelijk geluidsbeleid. De def initieve besluiten hogere waarden zijn hier op aangepast. Voor het overige is de zienswijze ongegrond.
113 74
Reclamant stelt dat het industrieterrein zal zorgen voor een gigantische toename van geluidsoverlast. Door het aantal verkeersbewegingen en de (dag en nacht doorgaande) bedrijfsprocessen. Zie thema Geluid.
113 75
116 76
De zienswijze is ongegrond en geeft geen aanleiding tot aanpassing van de besluiten hogere waarden. (inhoud van zienswijze heeft geen betrekking op ontwerpbesluiten hogere waarden) -
117 77
Reclamant kan zich niet verenigen met het ontwerpbesluit waarin voor de woning van reclamant een hogere grenswaarde Zie onderstaande beantwoording. voor industrielawaai wordt vastgesteld. Reclamant stelt dat het ontwerpbesluit de rechtmatigheidstoets niet kan doorstaan. Het besluit hogere grenswaarde is op de woning van reclamant noodzakelijk. De geluidszone en de daarbinnen gelegen woningen met een hogere waarde, volgen uit het uitgevoerde akoestisch onderzoek. Het is gebaseerd op de benodigde geluidsruimte voor het bedrijventerrein en de bescherming van omwonenden. Daarmee is de nu geplande geluidszone de ruimte die nodig is voor het goed functioneren van het bedrijventerrein.
117 78
Reclamant heef t in zijn zienswijze gericht tegen de bestemmingsplannen aangegeven zich niet in de bestemmingsplannen te kunnen vinden. In het licht van het ontwerpbesluit hogere waarden noemt reclamant onder meer uitdrukkelijk hetgeen hij gesteld heeft over de begrenzing, het akoestisch woon- en leef klimaat, en de nut en noodzaak van de We verwijzen verder naar onze beantwoording van de ontwikkeling. Reclamant verzoekt de inhoud van zijn zienswijze van reclamant op het bestemmingsplan in de zienswijzen te betrekken bij de verdere besluitvorming over de betreffende zienswijzennota. We citeren hier hetgeen specifiek vaststelling van een hogere waarde. In de ogen van reclamant door reclamant is opgenomen inzake het voldoen aan het is een besluit hogere grenswaarde niet nodig indien simpelweg gemeentelijk geluidsbeleid: voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde. Als er geen gemeentelijk geluidbeleid is, is het terugvallen op de grenswaarde uit de Wgh gebruikelijk. De Wgh biedt immers het kader waarbinnen vanuit geluid geopereerd moet worden. Voor zover voldaan kan worden aan de ten hoogste toelaatbare
waarde dan is geen hogere waarde noodzakelijk. Uit het onderzoek naar industrielawaai blijkt dat een hogere waarde noodzakelijk is voor de woning van reclamant (55 dB(A)). Deze hogere waarde past binnen de maximaal mogelijk vast te stellen hogere waarde van 60 dB(A) die op grond van de Wet geluidhinder bij de projectie van een nieuw gezoneerd industrieterrein mogelijk is.
117 79
Reclamant stelt dat het besluit onzorgvuldig is voorbereid. Dit punt is beschreven in het hogere waardebesluit, en is Reclamant stelt dat onvoldoende wordt onderbouwd waarom derhalve dan ook niet onzorgvuldig voorbereid. We citeren hier bronmaatregelen, om te voorkomen dat de toekomstige de motivering van het besluit op dit punt: geluidbelasting boven de normering van artikel 44 Wet geluidhinder komt, niet doeltreffend zijn. Een onderbouwing op Met het vastleggen van de geluidzone en hogere waarden bij dit punt ontbreekt. De bewering in het plan dat met het vastleggen van hogere waarden niet de maximale geluidruimte woningen van derden wordt niet de maximale geluidruimte toegekend aan het bedrijventerrein. Voor de invulling van het wordt toegekend aan het bedrijventerrein, betekent volgens bedrijventerrein en de bescherming van woningen is gekozen reclamant nog niet dat bronmaatregelen niet doeltreffend voor de systematiek van inwaartse zonering. Bij inwaartse zouden zijn. Ook vindt reclamant de redenatie onnavolgbaar dat zonering wordt vanuit de gevoelige functie een beschermende bronmaatregelen in zijn geheel niet van toepassing zijn, omdat bufferzone gecreëerd. Dit heeft tot gevolg hebben dat bij de binnen de bandbreedte van hetgeen toegestaan bij wet is invulling van een bedrijventerrein minder belastende activiteiten toegestaan, wordt gebleven.
op kleine afstand en meer belastende activiteiten op grotere afstand worden toegelaten. Woningen worden binnen aanvaardbare grenzen beschermd. In dit geval is ervoor gekozen om niet hoger te gaan dan 55 dB(A) om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te waarborgen. Deze ruimte wordt niet volledige opgevuld. Lagere waarden worden in dit besluit specifiek vastgelegd. Het toepassen van bronmaatregelen aan het industrieterrein in zijn geheel is daarmee niet van toepassing omdat de ruimte die het terrein krijgt toebedeeld, vastligt in de geluidcontour van 50 dB(A) in het bestemmingsplan en ook in de hogere waarden. Daarnaast merken we op dat worstcase gerekend is, dat wil zeggen dat geen rekening is gehouden met afscherming van bedrijfsgebouwen. Die afscherming zal er uiteindelijk ten dele wel zijn. Dit ef fect is niet in het hogere waardebesluit ingerekend.
Tot slot, merken we op dat voor zover schermen vanuit stedenbouwkundig en landschappelijk oogpunt kunnen worden gerealiseerd, het uiteindelijke effect pas te berekenen is nadat de bedrijven en de ligging van de bedrijfsgebouwen duidelijk zijn. Zie verder thema Geluid.
117 80
117 81
117 82
Reclamant stelt dat ten onrechte geen onderzoek heeft Zie het antwoord in rij 79 en thema Geluid. plaatsgevonden naar de doeltreffendheid van bronmaatregelen om de geluidbelasting van het industrieterrein terug te brengen. Reclamant stelt dat over overdrachtsmaatregelen weliswaar wordt gesteld dat de 'bron' zich niet laat afschermen door een geluidscherm rond het industrieterrein, maar dat niet verder onderbouwd wordt waarom dit onmogelijk is. Ook ontbreekt volgens reclamant een verdere onderbouwing waarom de geluidschermen op korte afstand van de woningen financieel Zie het antwoord in rij 79 en thema Geluid. niet in verhouding staan tot de behaalde milieuwinst en stedenbouwkundig niet wenselijk zijn. Zo is niet duidelijk wat de kosten van een eventueel geluidscherm in beide situaties zijn, welke hoogtes voor het geluidscherm mogelijk zijn en welke geluidreductie en bij hoeveel woningen geluidreductie kan worden bereikt. In verband met het opleggen van de hogere waarden en de significante toename van de cumulatieve geluidsbelasting op een aantal woningen, wordt op dit moment een nader onderzoek uitgevoerd. Dit betreft een nader onderzoek naar de Reclamant stelt dat ook niet onderzocht is in hoeverre binnenwaarde van een aantal woningen.
Als uit dit onderzoek gevelisolatie nodig zal zijn bij zijn woning in verband met de blijkt dat de vereiste binnenwaarde niet wordt gehaald, dan vereiste binnenwaarde. Ook op dit punt is niet voldaan aan de worden (in overleg met bewoner) aanvullende onderzoeksplicht in het kader van de Wet geluidhinder, aldus gevelmaatregelen getroffen. Hiervoor zijn f inanciële middelen reclamant. gereserveerd. Daarmee blijft sprake van een aanvaardbaar woon -en leef klimaat. Dit is op grond van de Wet Geluidhinder / bijbehorende Amvb’s een wettelijke toegestane en niet ongebruikelijke werkwijze.
117 83
Reclamant vindt het akoestisch onderzoek ondeugdelijk, omdat daarin geen rekening is gehouden met reflecties van geluid als Zie thema Geluid. gevolg van het zonnepark dat links van het perceel van reclamant wordt gesitueerd en rechts van het bedrijventerrein.
117 84
Reclamant verzoekt om het ontwerpbesluit niet vast te stellen, dan wel zodanig gewijzigd vast te stellen dat rekening is gehouden met de door reclamant ingebrachte standpunten. Reclamant gaat er vanuit dat zijn zienswijze duidelijk is.
In hetgeen reclamant heeft aangevoerd, bestaat geen aanleiding om het besluit niet of gewijzigd vast te stellen.
De zienswijze is ongegrond en geeft geen aanleiding tot aanpassing van de besluiten hogere waarden.
117 85
118 86
(inhoud van zienswijze heeft geen betrekking op ontwerpbesluiten hogere waarden)
120 87
(inhoud van zienswijze heeft geen betrekking op ontwerpbesluiten hogere waarden)
121 88
(inhoud van zienswijze heeft geen betrekking op ontwerpbesluiten hogere waarden)
-
124 89
124 90
Reclamant stelt dat het plan de gezondheid aantast. De gezondheidsschade wordt volgens reclamant veroorzaakt door o.a. toename van gecumuleerd lawaai (verstoort de rust en leidt Zie het antwoord in rij 43. tot meer stress en slecht slapen). Daarnaast wordt ook de nachtrust en het woongenot aangetast door o.a. toename van geluidsoverlast.
De zienswijze is ongegrond en geeft geen aanleiding tot aanpassing van de besluiten hogere waarden.
125 91
In het gemeenteblad van 9 juni j.l., werd een artikel geplaatst waarin goedkeuring wordt verleend voor een hogere grenswaarde voor geluid, zonder enig overleg.
Reclamant verwijst naar de publicatie van het ontwerp hogere waardebesluit in het Gemeenteblad. De inhoud en uitkomsten van dit ontwerpbesluit zijn gebaseerd op het m.e.r-onderzoek en het bestemmingsplan. Deze stukken hebben ter inzage gelegen voor inspraak. Daarnaast lag het ontwerp hogere waardebesluit net als het ontwerpbestemmingsplan ter inzage voor zienswijzen. Daarmee was er ten tijde van het ontwerpbesluit nog geen besluit genomen, zoals reclamant aangeeft. Op dit ontwerpbesluit konden in dezelfde periode als zienswijzen op het bestemmingsplan, ook zienswijzen worden ingediend.
125 92
De zienswijze is ongegrond en geeft geen aanleiding tot aanpassing van de besluiten hogere waarden.
126 93
Er is geen sprake van het verhogen van de norm. De maximale geluidsnorm is vastgelegd in de wet. De gemeenten zijn bevoegd om een waarde vast te stellen die hoger is dan de zogenaamde voorkeursgrenswaarden tot maximaal die wettelijke geluidsnorm. Uit het hogere grenswaardebesluit blijkt dat dit aanvaardbaar is met behoud van een goed woon -en leef klimaat. Zie verder thema Geluid.
126 94
Reclamant stelt dat de burgemeester de geluidsnorm ineens heef t verhoogd voor plan Heesch West.
De zienswijze is ongegrond en geeft geen aanleiding tot aanpassing van de besluiten hogere waarden.
128 95
128 96
Reclamant vraagt: Benut de inrichting van het landschapspark om het zicht op de gebouwen en geluidoverlast maximaal te beperken. Door het landschapsterrein in te richten met hoogteverschillen van bos, bosschages, plas/dras zones tot en met grondwallen, welke kunnen dienen als geluidswallen.
Zie thema Geluid.
De toename van de cumulatieve geluidsbelasting in en rond het plangebied is volgens reclamant onaanvaardbaar en in strijd met een goede ruimtelijke ordening. Na juni 2019 was besloten tot het aanscherpen van de vestigingsvoorwaarden /toegelaten bedrijvencategorieën, uitgaande van omgeving (geluid, geur), volgens de toelichting. Maar onder paragraaf 9.2 staat dat Zie thema Geluid. 'grote lawaaimakers' mogelijk worden gemaakt. De plannen hinken kennelijk op twee gedachten. De gemeente moet dus beperkingen opleggen aan het soort bedrijven, de afstand tot woningen te vergroten en de ontsluiting te beperken tot alleen de noordzijde.
128 97
Reclamant stelt dat met het plan uitdrukkelijk wordt beoogd de vestiging van grote lawaaimakers mogelijk te maken. Reclamant verwijst naar het akoestisch onderzoek van 21 mei Zie thema Geluid. 2021 waarin overschrijdingen van de voorkeurswaarden worden voorzien met gevelbelastingen tot 55 dB voor verkeerslawaai.
128 98
Reclamant merkt op dat niet onderzocht is of de geluidbelastingen verlaagd kunnen worden door het treffen van maatregelen. De feitelijke bescherming tegen geluidhinder wordt opgedeeld in verschillende vergunningtrajecten. Reclamant geeft aan dat in de vergunningverleningstrajecten voor elk individueel bedrijf dat zich op het terrein vestigt, gekeken moet worden naar Zie thema Geluid. toepassing van beste beschikbare technieken (BBT), tenzij dit redelijkerwijs niet kon worden verlangd. Door deze opzet wordt voor reclamant niet geborgd dat de geluidbelasting op de woningen op een doelmatige manier wordt beperkt hetgeen zich volgens reclamant slecht verhoudt tot een goede ruimtelijke ordening. Daarnaast is het voor reclamant onduidelijk onder welke voorwaarde de grens van 55 dB mag
worden overschreden en hoe de belangen van omwonenden hierin worden meegewogen. Dit geeft reclamant weinig houvast en weinig vertrouwen. Ten aanzien van overdrachtsmaatregelen is volgens reclamant geen sprake van één bron- of een clustering van bronnen maar is de bron een enorm industrieterrein met een doorsnede van honderden meters met grote lawaaimakers. Reclamant merkt op dat aangegeven is dat geluidschermen financieel niet in verhouding staan tot de behaalde milieuwinst en stedenbouwkundig ook niet wenselijk zijn. Concluderend stelt reclamant dat geen enkele maatregel wordt genomen om hem/haar tegen geluidhinder te beschermen en om een goed woon- en leef klimaat te borgen. Reclamant vindt dat een globaal plan zoals dit geen goede ruimtelijke ordening waarborgt voor omwonenden.
128 99
Reclamant vraagt zich dan ook af hoe op dit moment geborgd is dat ondernemers bereid zijn te investeren in geluidreducerende behuizing voor de beoogde activiteiten op hun bedrijfsperceel Zie thema Geluid. en er zo min mogelijk aanspraak wordt gemaakt op de beschikbare gebruiksruimte.
128 100
Reclamant mist in de planbeschrijving en in het MER het ref erentieniveau van het omgevingsgeluid waarin woningen zich nu bevinden en waaraan een zeker geluidbeschermingsrecht kan worden toegekend. Met het referentieniveau moet volgens reclamant rekening worden gehouden bij de vraag of een toename van geluid zich wel verhoudt tot een goede ruimtelijke ordening. Onder verwijzing naar artikel 2.19a en 1.1 van het Activiteitenbesluit geeft reclamant in zijn/haar zienswijze aan Zie thema Geluid. hoe dit ref erentieniveau normaliter tot stand komt en hoe dit moet worden gezien. Reclamant stelt dat, nu in het plan het bepalen van het referentieniveau is nagelaten, de graadmeter of gekomen kan worden tot een goede ruimtelijke ordening, ontbreekt. Ook mist reclamant in het plan aandacht voor het feit dat de verandering van geluiddempend 'agrarisch' bodemoppervlak naar verhard oppervlak (het bedrijventerrein) invloed heeft op de geluidstoename. Het plan voorziet niet in
een regeling waarbij deze waarneembare toename (van naar schatting maximaal 4 dB) wordt gereduceerd. Reclamant stelt dat dit zich slecht verhoudt met een goede ruimtelijke ordening.
128 101
131 102
131 103
131 104
131 105
De zienswijze is ongegrond en geeft geen aanleiding tot aanpassing van de besluiten hogere waarden. Reclamant vraagt: Benut de inrichting van het landschapspark om het zicht op de gebouwen en geluidoverlast maximaal te beperken. Door het Zie thema Geluid. landschapsterrein in te richten met hoogteverschillen van bos, bosschages, plas/dras zones tot en met grondwallen, welke kunnen dienen als geluidswallen. Na juni 2019 had de gemeente besloten tot het aanscherpen van de vestigingsvoorwaarden en toegelaten bedrijvencategorieën, uitgaande van omgevingseffecten (geluid, geur). Maar onder paragraaf 9.2 staat dat 'grote lawaaimakers’ Zie thema Geluid. mogelijk worden gemaakt. Reclamant is dan ook van mening dat de gemeente beperkingen hoort op te leggen aan de soort bedrijven, de afstand tot woningen hoort te vergroten en de ontsluiting dient te beperken tot de noordzijde. Reclamant stelt dat met het plan uitdrukkelijk wordt beoogd de vestiging van grote lawaaimakers mogelijk te maken. Reclamant verwijst naar het akoestisch onderzoek van 21 mei Zie thema Geluid. 2021 waarin overschrijdingen van de voorkeurswaarden worden voorzien met gevelbelastingen tot 55 dB voor verkeerslawaai. Reclamant merkt op dat niet onderzocht is of de geluidbelastingen verlaagd kunnen worden door het treffen van maatregelen.
De feitelijke bescherming tegen geluidhinder wordt opgedeeld in verschillende vergunningtrajecten. Reclamant geeft aan dat in de vergunningverleningstrajecten voor elk individueel bedrijf dat Zie thema Geluid. zich op het terrein vestigt, gekeken moet worden naar toepassing van beste beschikbare technieken (BBT), tenzij dit redelijkerwijs niet kon worden verlangd. Door deze opzet wordt voor reclamant niet geborgd dat de geluidbelasting op de woningen op een doelmatige manier wordt beperkt hetgeen zich volgens reclamant slecht verhoudt tot een goede
ruimtelijke ordening. Daarnaast is het voor reclamant onduidelijk onder welke voorwaarde de grens van 55 dB mag worden overschreden en hoe de belangen van omwonenden hierin worden meegewogen. Dit geeft reclamant weinig houvast en weinig vertrouwen.
131 106
131 107
Ten aanzien van overdrachtsmaatregelen is volgens reclamant geen sprake van één bron- of een clustering van bronnen maar is de bron een enorm industrieterrein met een doorsnede van honderden meters met grote lawaaimakers. Reclamant merkt op dat aangegeven is dat geluidschermen financieel niet in verhouding staan tot de behaalde milieuwinst en stedenbouwkundig ook niet wenselijk zijn. Concluderend stelt reclamant dat geen enkele maatregel wordt genomen om hem/haar tegen geluidhinder te beschermen en om een goed woon- en leef klimaat te borgen. Reclamant vindt dat een globaal plan zoals dit geen goede ruimtelijke ordening waarborgt voor omwonenden. Reclamant vraagt zich dan ook af hoe op dit moment geborgd is dat ondernemers bereid zijn te investeren in geluidreducerende behuizing voor de beoogde activiteiten op hun bedrijfsperceel Zie thema Geluid. en er zo min mogelijk aanspraak wordt gemaakt op de beschikbare gebruiksruimte. Reclamant mist in de planbeschrijving en in het MER het ref erentieniveau van het omgevingsgeluid waarin woningen zich nu bevinden en waaraan een zeker geluidbeschermingsrecht kan worden toegekend. Met het ref erentieniveau moet volgens reclamant rekening worden gehouden bij de vraag of een toename van geluid zich wel verhoudt tot een goede ruimtelijke ordening. Onder verwijzing naar artikel 2.19a en 1.1 van het Activiteitenbesluit geeft Zie thema Geluid.
reclamant in zijn/haar zienswijze aan hoe dit referentieniveau normaliter tot stand komt en hoe dit moet worden gezien. Reclamant stelt dat, nu in het plan het bepalen van het ref erentieniveau is nagelaten, de graadmeter of gekomen kan worden tot een goede ruimtelijke ordening, ontbreekt. Ook mist reclamant in het plan aandacht voor het feit dat de verandering van geluiddempend 'agrarisch' bodemoppervlak naar verhard oppervlak (het bedrijventerrein) invloed heeft op de
geluidstoename. Het plan voorziet niet in een regeling waarbij deze waarneembare toename (van naar schatting maximaal 4 dB) wordt gereduceerd. Reclamant stelt dat dit zich slecht verhoudt met een goede ruimtelijke ordening. 131 108
132 109
132 110
132 111
De zienswijze is ongegrond en geeft geen aanleiding tot aanpassing van de besluiten hogere waarden. Reclamant vraagt: Benut de inrichting van het landschapspark om het zicht op de gebouwen en geluidoverlast maximaal te beperken. Door het Zie thema Geluid. landschapsterrein in te richten met hoogteverschillen van bos, bosschages, plas/dras zones tot en met grondwallen, welke kunnen dienen als geluidswallen. Na juni 2019 had de gemeente besloten tot het aanscherpen van de vestigingsvoorwaarden en toegelaten bedrijvencategorieën, uitgaande van omgevingseffecten (geluid, geur). Maar onder paragraaf 9.2 staat dat 'grote lawaaimakers’ Zie thema Geluid. mogelijk worden gemaakt. Reclamant is dan ook van mening dat de gemeente beperkingen hoort op te leggen aan de soort bedrijven, de afstand tot woningen hoort te vergroten en de ontsluiting dient te beperken tot de noordzijde. Reclamant stelt dat met het plan uitdrukkelijk wordt beoogd de vestiging van grote lawaaimakers mogelijk te maken. Reclamant verwijst naar het akoestisch onderzoek van 21 mei 2021 waarin overschrijdingen van de voorkeurswaarden worden voorzien met gevelbelastingen tot 55 dB voor verkeerslawaai. Zie thema Geluid.
132 112
132 113
Reclamant merkt op dat niet onderzocht is of de geluidbelastingen verlaagd kunnen worden door het treffen van maatregelen. De feitelijke bescherming tegen geluidhinder wordt opgedeeld in verschillende vergunningtrajecten. Reclamant geeft aan dat in de vergunningverleningstrajecten voor elk individueel bedrijf dat zich op het terrein vestigt, gekeken moet worden naar toepassing van beste beschikbare technieken (BBT), tenzij dit redelijkerwijs niet kon worden verlangd. Door deze opzet wordt voor reclamant niet geborgd dat de geluidbelasting op de woningen op een doelmatige manier wordt beperkt hetgeen zich volgens reclamant slecht verhoudt tot een goede ruimtelijke ordening. Daarnaast is het voor reclamant onduidelijk onder welke voorwaarde de grens van 55 dB mag worden overschreden en hoe de belangen van omwonenden hierin worden meegewogen. Dit geeft reclamant Zie thema Geluid. weinig houvast en weinig vertrouwen. Ten aanzien van overdrachtsmaatregelen is volgens reclamant geen sprake van één bron- of een clustering van bronnen maar is de bron een enorm industrieterrein met een doorsnede van honderden meters met grote lawaaimakers. Reclamant merkt op dat aangegeven is dat geluidschermen financieel niet in verhouding staan tot de behaalde milieuwinst en stedenbouwkundig ook niet wenselijk zijn.
Concluderend stelt reclamant dat geen enkele maatregel wordt genomen om hem/haar tegen geluidhinder te beschermen en om een goed woon- en leef klimaat te borgen. Reclamant vindt dat een globaal plan zoals dit geen goede ruimtelijke ordening waarborgt voor omwonenden. Reclamant vraagt zich dan ook af hoe op dit moment geborgd is dat ondernemers bereid zijn te investeren in geluidreducerende behuizing voor de beoogde activiteiten op hun bedrijfsperceel en er zo min mogelijk aanspraak wordt gemaakt op de Zie thema Geluid. beschikbare gebruiksruimte.
132 114
Reclamant mist in de planbeschrijving en in het MER het ref erentieniveau van het omgevingsgeluid waarin woningen zich nu bevinden en waaraan een zeker geluidbeschermingsrecht kan worden toegekend. Met het ref erentieniveau moet volgens reclamant rekening worden gehouden bij de vraag of een toename van geluid zich wel verhoudt tot een goede ruimtelijke ordening. Onder verwijzing naar artikel 2.19a en 1.1 van het Activiteitenbesluit geeft reclamant in zijn/haar zienswijze aan hoe dit referentieniveau normaliter tot stand komt en hoe dit moet worden gezien. Zie thema Geluid. Reclamant stelt dat, nu in het plan het bepalen van het ref erentieniveau is nagelaten, de graadmeter of gekomen kan worden tot een goede ruimtelijke ordening, ontbreekt. Ook mist reclamant in het plan aandacht voor het feit dat de verandering van geluiddempend 'agrarisch' bodemoppervlak naar verhard oppervlak (het bedrijventerrein) invloed heeft op de geluidstoename. Het plan voorziet niet in een regeling waarbij deze waarneembare toename (van naar schatting maximaal 4 dB) wordt gereduceerd. Reclamant stelt dat dit zich slecht verhoudt met een goede ruimtelijke ordening. De zienswijze is ongegrond en geeft geen aanleiding tot aanpassing van de besluiten hogere waarden.
132 115
133 116
Reclamant vraagt: Benut de inrichting van het landschapspark om het zicht op de gebouwen en geluidoverlast maximaal te beperken. Door het landschapsterrein in te richten met hoogteverschillen van bos, bosschages, plas/dras zones tot en met grondwallen, welke kunnen dienen als geluidswallen.
Zie thema Geluid.
133 117
133 118
133 119
Na juni 2019 was besloten tot het aanscherpen van de vestigingsvoorwaarden /toegelaten bedrijvencategorieën, uitgaande van omgeving (geluid, geur), volgens de toelichting. Maar onder paragraaf 9.2 staat dat 'grote lawaaimakers' mogelijk worden gemaakt. De plannen hinken kennelijk op twee Zie thema Geluid. gedachten. De gemeente moet dus beperkingen opleggen aan het soort bedrijven, de afstand tot woningen te vergroten en de ontsluiting te beperken tot alleen de noordzijde. Reclamant stelt dat met het plan uitdrukkelijk wordt beoogd de vestiging van grote lawaaimakers mogelijk te maken. Reclamant verwijst naar het akoestisch onderzoek van 21 mei 2021 waarin overschrijdingen van de voorkeurswaarden worden Zie thema Geluid. voorzien met gevelbelastingen tot 55 dB voor verkeerslawaai. Reclamant merkt op dat niet onderzocht is of de geluidbelastingen verlaagd kunnen worden door het treffen van maatregelen. De feitelijke bescherming tegen geluidhinder wordt opgedeeld in verschillende vergunningtrajecten. Reclamant geeft aan dat in de vergunningverleningstrajecten voor elk individueel bedrijf dat zich op het terrein vestigt, gekeken moet worden naar toepassing van beste beschikbare technieken (BBT), tenzij dit redelijkerwijs niet kon worden verlangd.
Door deze opzet wordt voor reclamant niet geborgd dat de geluidbelasting op de woningen op een doelmatige manier wordt beperkt hetgeen zich volgens reclamant slecht verhoudt tot een goede ruimtelijke ordening. Daarnaast is het Zie thema Geluid. voor reclamant onduidelijk onder welke voorwaarde de grens van 55 dB mag worden overschreden en hoe de belangen van omwonenden hierin worden meegewogen. Dit geeft reclamant weinig houvast en weinig vertrouwen. Ten aanzien van overdrachtsmaatregelen is volgens reclamant geen sprake van één bron- of een clustering van bronnen maar is de bron een enorm industrieterrein met een doorsnede van honderden meters met grote lawaaimakers. Reclamant merkt op dat aangegeven is dat geluidschermen financieel niet in verhouding staan tot de behaalde milieuwinst en stedenbouwkundig ook niet wenselijk zijn. Concluderend stelt
reclamant dat geen enkele maatregel wordt genomen om hem/haar tegen geluidhinder te beschermen en om een goed woon- en leef klimaat te borgen. Reclamant vindt dat een globaal plan zoals dit geen goede ruimtelijke ordening waarborgt voor omwonenden.
133 120
Reclamant vraagt zich af hoe wordt geborgd dat ondernemers bereid zijn te investeren in geluidreducerende behuizing voor de beoogde activiteiten op hun bedrijfsperceel. Reclamant stelt dat een initiatiefnemer belang heeft bij weinig Zie thema Geluid. beperkingen ten aanzien van de beoogde bedrijfsvoering. Kortom, concluderend, hoe wordt nu geborgd dat ondernemers bereid zijn te investeren in geluidreducerende behuizing voor de beoogde activiteiten op hun bedrijfsperceel?
133 121
Reclamant mist in de planbeschrijving en in het MER het ref erentieniveau van het omgevingsgeluid, waaraan een zeker geluidbeschermingsrecht worden toegekend. Onder verwijzing naar artikel 2.19a en 1.1 van het Activiteitenbesluit geeft reclamant in zijn/haar zienswijze aan hoe dit referentieniveau normaliter tot stand komt en hoe dit moet worden gezien. Reclamant stelt dat, nu in het plan het bepalen van het ref erentieniveau is nagelaten, de graadmeter of gekomen kan Zie thema Geluid. worden tot een goede ruimtelijke ordening, ontbreekt. Ook mist reclamant in het plan aandacht aan het feit dat de verandering van geluiddempend 'agrarisch' bodemoppervlak naar verhard oppervlak (het bedrijventerrein) invloed heeft op de geluidstoename. Het plan voorziet niet in een regeling waarbij deze waarneembare toename (van naar schatting maximaal 4 dB) wordt gereduceerd. Reclamant stelt dat dit zich slecht verhoudt met een goede ruimtelijke ordening.
133 122
De zienswijze is ongegrond en geeft geen aanleiding tot aanpassing van de besluiten hogere waarden.
136 123
136 124
136 125
136 126
Reclamant vraagt: Benut de inrichting van het landschapspark om het zicht op de gebouwen en geluidoverlast maximaal te beperken. Door het Zie thema Geluid. landschapsterrein in te richten met hoogteverschillen van bos, bosschages, plas/dras zones tot en met grondwallen, welke kunnen dienen als geluidswallen. Na juni 2019 was besloten tot het aanscherpen van de vestigingsvoorwaarden /toegelaten bedrijvencategorieën, uitgaande van omgeving (geluid, geur), volgens de toelichting. Maar onder paragraaf 9.2 staat dat 'grote lawaaimakers' mogelijk worden gemaakt. De plannen hinken kennelijk op twee Zie thema Geluid. gedachten. De gemeente moet dus beperkingen opleggen aan het soort bedrijven, de afstand tot woningen te vergroten en de ontsluiting te beperken tot alleen de noordzijde. Reclamant stelt dat met het plan uitdrukkelijk wordt beoogd de vestiging van grote lawaaimakers mogelijk te maken. Reclamant verwijst naar het akoestisch onderzoek van 21 mei Zie thema Geluid. 2021 waarin overschrijdingen van de voorkeurswaarden worden voorzien met gevelbelastingen tot 55 dB voor verkeerslawaai. Reclamant merkt op dat niet onderzocht is of de geluidbelastingen verlaagd kunnen worden door het treffen van maatregelen. De feitelijke bescherming tegen geluidhinder wordt opgedeeld in verschillende vergunningtrajecten.
Reclamant geeft aan dat in de vergunningverleningstrajecten voor elk individueel bedrijf dat zich op het terrein vestigt, gekeken moet worden naar toepassing van beste beschikbare technieken (BBT), tenzij dit redelijkerwijs niet kon worden verlangd. Door deze opzet wordt voor reclamant niet geborgd dat de geluidbelasting op de woningen op een doelmatige Zie thema Geluid. manier wordt beperkt hetgeen zich volgens reclamant slecht verhoudt tot een goede ruimtelijke ordening. Daarnaast is het voor reclamant onduidelijk onder welke voorwaarde de grens van 55 dB mag worden overschreden en hoe de belangen van omwonenden hierin worden meegewogen. Dit geeft reclamant weinig houvast en weinig vertrouwen. Ten aanzien van overdrachtsmaatregelen is volgens reclamant geen sprake van één bron- of een clustering van bronnen maar
136 127
136 128
136 129
is de bron een enorm industrieterrein met een doorsnede van honderden meters met grote lawaaimakers. Reclamant merkt op dat aangegeven is dat geluidschermen financieel niet in verhouding staan tot de behaalde milieuwinst en stedenbouwkundig ook niet wenselijk zijn. Concluderend stelt reclamant dat geen enkele maatregel wordt genomen om hem/haar tegen geluidhinder te beschermen en om een goed woon- en leef klimaat te borgen. Reclamant vindt dat een globaal plan zoals dit geen goede ruimtelijke ordening waarborgt voor omwonenden. Reclamant vraagt zich dan ook af hoe op dit moment geborgd is dat ondernemers bereid zijn te investeren in geluidreducerende behuizing voor de beoogde activiteiten op hun bedrijfsperceel Zie thema Geluid. en er zo min mogelijk aanspraak wordt gemaakt op de beschikbare gebruiksruimte. Reclamant mist in de planbeschrijving en in het MER het ref erentieniveau van het omgevingsgeluid waarin woningen zich nu bevinden en waaraan een zeker geluidbeschermingsrecht kan worden toegekend. Met het ref erentieniveau moet volgens reclamant rekening worden gehouden bij de vraag of een toename van geluid zich wel verhoudt tot een goede ruimtelijke ordening. Onder verwijzing naar artikel 2.19a en 1.1 van het Activiteitenbesluit geeft reclamant in zijn/haar zienswijze aan hoe dit referentieniveau normaliter tot stand komt en hoe dit moet worden gezien. Zie thema Geluid.
Reclamant stelt dat, nu in het plan het bepalen van het ref erentieniveau is nagelaten, de graadmeter of gekomen kan worden tot een goede ruimtelijke ordening, ontbreekt. Ook mist reclamant in het plan aandacht voor het feit dat de verandering van geluiddempend 'agrarisch' bodemoppervlak naar verhard oppervlak (het bedrijventerrein) invloed heeft op de geluidstoename. Het plan voorziet niet in een regeling waarbij deze waarneembare toename (van naar schatting maximaal 4 dB) wordt gereduceerd. Reclamant stelt dat dit zich slecht verhoudt met een goede ruimtelijke ordening. De zienswijze is ongegrond en geeft geen aanleiding tot aanpassing van de besluiten hogere waarden.
138 130
138 131
138 132
138 133
Reclamant vraagt: Benut de inrichting van het landschapspark om het zicht op de gebouwen en geluidoverlast maximaal te beperken. Door het Zie thema Geluid. landschapsterrein in te richten met hoogteverschillen van bos, bosschages, plas/dras zones tot en met grondwallen, welke kunnen dienen als geluidswallen. De toename van de cumulatieve geluidsbelasting in en rond het plangebied is volgens reclamant onaanvaardbaar en in strijd met een goede ruimtelijke ordening. Na juni 2019 was besloten tot het aanscherpen van de vestigingsvoorwaarden /toegelaten bedrijvencategorieën, uitgaande van omgeving (geluid, geur), volgens de toelichting. Maar onder paragraaf 9.2 staat dat Zie thema Geluid. 'grote lawaaimakers' mogelijk worden gemaakt. De plannen hinken kennelijk op twee gedachten. De gemeente moet dus beperkingen opleggen aan het soort bedrijven, de afstand tot woningen te vergroten en de ontsluiting te beperken tot alleen de noordzijde. Reclamant stelt dat met het plan uitdrukkelijk wordt beoogd de vestiging van grote lawaaimakers mogelijk te maken. Reclamant verwijst naar het akoestisch onderzoek van 21 mei Zie thema Geluid. 2021 waarin overschrijdingen van de voorkeurswaarden worden voorzien met gevelbelastingen tot 55 dB voor verkeerslawaai. Reclamant merkt op dat niet onderzocht is of de geluidbelastingen verlaagd kunnen worden door het treffen van maatregelen.
De feitelijke bescherming tegen geluidhinder wordt opgedeeld in verschillende vergunningtrajecten. Reclamant geeft aan dat in de vergunningverleningstrajecten voor elk individueel bedrijf dat zich op het terrein vestigt, gekeken moet worden naar toepassing van beste beschikbare technieken (BBT), tenzij dit redelijkerwijs niet kon worden Zie thema Geluid. verlangd. Door deze opzet wordt voor reclamant niet geborgd dat de geluidbelasting op de woningen op een doelmatige manier wordt beperkt hetgeen zich volgens reclamant slecht verhoudt tot een goede ruimtelijke ordening. Daarnaast is het voor reclamant onduidelijk onder welke voorwaarde de grens van 55 dB mag worden overschreden en hoe de belangen van omwonenden hierin worden meegewogen. Dit geeft reclamant weinig houvast en weinig vertrouwen.
138 134
138 135
Ten aanzien van overdrachtsmaatregelen is volgens reclamant geen sprake van één bron- of een clustering van bronnen maar is de bron een enorm industrieterrein met een doorsnede van honderden meters met grote lawaaimakers. Reclamant merkt op dat aangegeven is dat geluidschermen financieel niet in verhouding staan tot de behaalde milieuwinst en stedenbouwkundig ook niet wenselijk zijn. Concluderend stelt reclamant dat geen enkele maatregel wordt genomen om hem/haar tegen geluidhinder te beschermen en om een goed woon- en leef klimaat te borgen. Reclamant vindt dat een globaal plan zoals dit geen goede ruimtelijke ordening waarborgt voor omwonenden. Reclamant vraagt zich dan ook af hoe op dit moment geborgd is dat ondernemers bereid zijn te investeren in geluidreducerende behuizing voor de beoogde activiteiten op hun bedrijfsperceel Zie thema Geluid. en er zo min mogelijk aanspraak wordt gemaakt op de beschikbare gebruiksruimte. Reclamant mist in de planbeschrijving en in het MER het ref erentieniveau van het omgevingsgeluid waarin woningen zich nu bevinden en waaraan een zeker geluidbeschermingsrecht kan worden toegekend. Met het ref erentieniveau moet volgens reclamant rekening worden gehouden bij de vraag of een toename van geluid zich wel verhoudt tot een goede ruimtelijke ordening.
Onder verwijzing naar artikel 2.19a en 1.1 van het Activiteitenbesluit geeft reclamant in zijn/haar zienswijze aan hoe dit referentieniveau normaliter tot stand komt en hoe dit moet worden gezien. Zie thema Geluid. Reclamant stelt dat, nu in het plan het bepalen van het ref erentieniveau is nagelaten, de graadmeter of gekomen kan worden tot een goede ruimtelijke ordening, ontbreekt. Ook mist reclamant in het plan aandacht voor het feit dat de verandering van geluiddempend 'agrarisch' bodemoppervlak naar verhard oppervlak (het bedrijventerrein) invloed heeft op de geluidstoename. Het plan voorziet niet in een regeling waarbij deze waarneembare toename (van naar schatting maximaal 4 dB) wordt gereduceerd. Reclamant stelt dat dit zich slecht verhoudt met een goede ruimtelijke ordening.
138 136
141 137
141 138
141 139
141 140
De zienswijze is ongegrond en geeft geen aanleiding tot aanpassing van de besluiten hogere waarden. Reclamant vraagt: Benut de inrichting van het landschapspark om het zicht op de gebouwen en geluidoverlast maximaal te beperken. Door het landschapsterrein in te richten met hoogteverschillen van bos, Zie thema Geluid. bosschages, plas/dras zones tot en met grondwallen, welke kunnen dienen als geluidswallen. De toename van de cumulatieve geluidsbelasting in en rond het plangebied is volgens reclamant onaanvaardbaar en in strijd met een goede ruimtelijke ordening. Na juni 2019 was besloten tot het aanscherpen van de vestigingsvoorwaarden /toegelaten bedrijvencategorieën, uitgaande van omgeving (geluid, geur), volgens de toelichting. Maar onder paragraaf 9.2 staat dat Zie thema Geluid. 'grote lawaaimakers' mogelijk worden gemaakt. De plannen hinken kennelijk op twee gedachten. De gemeente moet dus beperkingen opleggen aan het soort bedrijven, de afstand tot woningen te vergroten en de ontsluiting te beperken tot alleen de noordzijde. Reclamant stelt dat met het plan uitdrukkelijk wordt beoogd de vestiging van grote lawaaimakers mogelijk te maken. Reclamant verwijst naar het akoestisch onderzoek van 21 mei Zie thema Geluid. 2021 waarin overschrijdingen van de voorkeurswaarden worden voorzien met gevelbelastingen tot 55 dB voor verkeerslawaai.