Bijlage 1 - Bijlage 25 bij de Toelichting Hogere waarden met nota zienswijzen
Tekst van het document
Nota zienswijzen beschikkingen hogere waarden-besluiten Wet geluidhinder Heesch West (besluiten hogere waarde industrielawaai gemeente Bernheze en ’s-Hertogenbosch en besluit hogere waarde wegverkeerslawaai gemeente Bernheze) 1.
Inleiding
1.1
Ontvangen zienswijzen
Met ingang van 10 juni 2021 hebben drie ontwerpbeschikkingen hogere waarden besluiten op grond van de Wet geluidhinder voor het project Heesch West gedurende zes weken ter inzage gelegen: • Ontwerpbeschikking Hogere grenswaarde geluid bedrijventerrein Heesch-west (industrielawaai) (gemeente ’s-Hertogenbosch)1 • Ontwerpbeschikking Besluit Hogere grenswaarde industrielawaai Wet Geluidhinder bedrijventerrein Heesch-west (gemeente Bernheze) • Ontwerpbeschikking Hogere grenswaarde wegverkeerslawaai Wet geluidhinder bedrijventerrein Heesch-west (gemeente Bernheze) Deze ontwerpbeschikkingen lagen tegelijkertijd met het ontwerpbestemmingsplan Heesch West en het ontwerpbestemmingsplan Facet plan geluidszone gezoneerd industrieterrein Heesch West ter inzage. In totaal zijn 157 zienswijzen ingediend op de drie ontwerpbeschikkingen (gemeenten Bernheze en ’s-Hertogenbosch)2. Deze zijn binnen de termijn ontvangen c.q. verzonden. Overigens was bij een deel van deze zienswijzen niet aangegeven dat deze betrekking hadden op de ontwerpbesluiten voor de hogere waarden. Uit de inhoud van de zienswijze kan dan worden afgeleid dat deze ziet op ofwel de overschrijding van de voorkeursgrenswaarden / vaststelling hogere waarden, en/of dat vragen zijn gesteld over de mitigerende maatregelen om geluid terug te brengen. In die gevallen zijn ze aangemerkt als zienswijze op het hogere waardebesluit.
Ook zijn zienswijzen van reclamanten op wiens woning een hogere waarde wordt opgelegd aangemerkt als zienswijze op het hogere waardebesluit, als dat niet expliciet in de aanhef was aangegeven, mits zij daarin een bezwaar hebben geuit over hun verminderde woon -en leef klimaat door geluidhinder.
1
Deze beschikking ziet ook op een aantal woningen in Oss waarvoor een hogere waarde nodig is
2
Dubbel of driedubbel ingediende zienswijzen bij de drie 3 gemeenten Oss, Bernheze en ‘s-Hertogenbosch zijn logischerwijs als 1 zienswijze geteld
Een aanzienlijk deel van deze zienswijzen is echter niet ontvankelijk, aangezien de indieners van deze zienswijzen geen bewoner of eigenaar zijn van de woningen waarvoor een hogere waarde wordt vastgesteld. Ook worden deze reclamanten niet rechtstreeks door het besluit geraakt, omdat zij op te grote af stand van de woningen wonen waarvoor hogere waarden worden vastgesteld en/of ook geen zicht hebben op de betreffende woning(en). Indien een reclamant wel mogelijk zicht heeft op de betreffende woning(en), of in de (directe) nabijheid woont van de betreffende woning(en), is deze wel als belanghebbend aangemerkt. Gelet op artikel 1:2 van de Awb zijn 98 reclamanten daarmee niet belanghebbend bij de hogere waardebesluiten. Deze zienswijzen zijn niet ontvankelijk en daarom ook verder niet beschreven of inhoudelijk behandeld. Overigens zijn eventuele niet-ontvankelijke zienswijzen ook allen zienswijzen op het bestemmingsplan; ze zijn dan ook inhoudelijk volledig beantwoord in de zienswijzennota op het bestemmingsplan. In totaal zijn daarmee 59 ontvankelijke zienswijzen ingediend. We merken daar wel bij op dat dit grotendeels (46 stuks) reclamanten betreffen die geen eigenaar of bewoner zijn van de woningen waarvoor een hogere waarde wordt opgelegd. Naar verwachting zullen zij dan ook niet in hun belangen worden geraakt door de besluiten hogere waarden.
Niettemin hebben we ze wel inhoudelijk behandeld. De namen en adressen van de 59 reclamanten zijn opgenomen in een aparte, bij deze nota van zienswijzen behorende lijst (Lijst van reclamanten) die niet openbaar wordt gemaakt. Dat betekent dat de namen en adressen van reclamanten in verband met de bescherming van persoonsgegevens niet op internet worden geplaatst. De nummers in de tabel verwijzen naar de namen en adressen, zoals opgenomen in de Lijst van reclamanten. Indieners van zienswijzen zijn via een persoonlijke brief door ons geïnformeerd over onder welk nummer hun zienswijze wordt behandeld. 1.2
Leeswijzer: thematische behandeling zienswijzen en beoordeling zienswijzen
Veel zienswijzen zijn gelijkluidend en daarom is bij de beantwoording van de zienswijzen gekozen voor een thematische aanpak. Dit is opgenomen in deel 1. Deze beantwoording is overigens gelijk aan de beantwoording van de zienswijzennota op het ontwerpbestemmingsplan. In het tweede deel van deze nota is een tabel opgenomen waarin alle zienswijzen samengevat zijn weergegeven. De meer unieke (onderdelen van) zienswijzen zijn specifiek in deel 2 beantwoord, in de tabel zelf. 2.
Geluid (Deel 1)
In de zienswijzen wordt aangegeven dat wordt gevreesd voor gecumuleerde hinder van het bedrijventerrein. Zij stellen dat de norm van 50 dB overschreden wordt en dat geluidsbelastingen tot 55 dB niet aanvaardbaar zijn. Met deze geluidsbelasting wordt hun woon -en leefklimaat aangetast. Ook stellen zij hierbij dat op twee gedachten wordt gehinkt: er worden ‘grote lawaaimakers’ mogelijk gemaakt, maar tevens zijn vestigingsvoorwaarden en toegelaten bedrijfscategorieën aangescherpt vanuit de omgeving (zoals geluid).
Hieronder gaan we in op de effecten van het plan op geluid, waarbij we eerst de algemene methodiek die is gehanteerd beschrijven en daarna ingaan op wegverkeerslawaai en industrielawaai. Vervolgens worden de effecten op de gecumuleerde geluidbelasting beschreven. Daarna wordt ingegaan op de meer specifieke argumenten die nog zijn gegeven in de zienswijzen. Onderstaande beantwoording is ook in vrijwel gelijke vorm opgenomen in de zienswijzennota op het bestemmingsplan. In die nota wordt met name nog specifieker ingegaan op de vragen en opmerkingen over borging en planregels. Algemeen: inwaartse zonering (VNG-methodiek), geluidsbronnen en geluidszone Er wordt niet op twee gedachten gehinkt. Het is juist dat met de vestiging van de geluidszone zogenaamde ‘grote lawaaimakers’ planologisch mogelijk worden gemaakt. Dat betekent niet dat wij die bedrijven, mochten die er komen, vrij baan geven. Om eventuele hinder zoveel mogelijk te beperken, is bovenop de bescherming van de geluidszone en reguliere inwaartse zonering, een aantal nadere regels opgenomen voor bedrijven (zie daarvoor de zienswijzennota van het bestemmingsplan, thema Milieucategorie). De geluidsbelasting neemt op een aantal woningen toe (zie verderop in deze paragraaf), en overigens ook af op een aantal woni ngen.
Dit is aanvaardbaar gelet op het uitgangspunt van goede ruimtelijke ordening, zoals gemotiveerd in deze paragraaf en in het bestemmingsplan. De eventuele relatie met gezondheid is beschreven onder thema Gezondheid in de zienswijzennota op het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan gaat uit van de zogenaamde VNG-methodiek. In het bestemmingsplan zijn op de verbeelding zones aangegeven waarbinnen milieucategorieën zijn toegestaan. Dit gaat uit van het principe van ‘inwaartse zonering’. Dit principe is gebaseerd op de richtafstanden zoals deze zijn opgenomen in de VNG-publicatie. Deze richtafstanden zijn bedoeld om hinder en gevaar zoveel mogelijk te voorkomen door voldoende afstand tot bijvoorbeeld woningen te houden. Voor Heesch West zijn deze richtafstanden rondom de woningen in het te ontwikkelen gebied gelegd. Hiermee zijn de contouren voor de verschillende milieucategorieën binnen Heesch West bepaald. Hierdoor is het bijvoorbeeld niet mogelijk dat zware bedrijvigheid nabij woningen wordt gerealiseerd. Ondanks de richtafstanden die worden gehanteerd, is nooit met zekerheid uit te sluiten dat de omgeving onder bepaalde (weers)omstandigheden enige hinder ervaart. Ook betekent dit niet dat er geen toename van geluidsbelasting op woningen zal zijn. De inwaartse zonering is bepalend voor de berekende geluidsbelasting op nabijgelegen woningen.
Uit de akoestische onderzoeken die zijn opgenomen in het MER en de Aanvulling MER en het bestemmingsplan blijkt dat het plan Heesch West een toename van de geluidsbelasting zal geven op de omgeving van het plangebied. Hierin is onderscheid te maken in geluidsbelasting door het industrieterrein zelf en het wegverkeer (industrielawaai en wegverkeerslawaai). Dit is ook als zodanig onderzocht (per bron). Daarnaast is het zogenaamde cumulatieve geluid, dit is het geluid gecombineerd van alle bronnen, ook relevant, want dit wordt daadwerkelijk ervaren door omwonenden. Voor cumulatief geluid bestaan echter geen wettelijke normen, maar wel gemeentelijk beleid waarin getoetst wordt aan acceptabel woon- en leefklimaat en een goede ruimtelijke ordening: vanuit die criteria beschouwd, is de toename van cumulatief geluid acceptabel. Onder het kopje cumulatie wordt dat verder beschreven. Voor dit plan wordt een ‘geluidgezoneerd’ industrieterrein vastgesteld voor het geluid van de industriële bronnen. Dat betekent dat er een geluidszone rondom het terrein komt te liggen, waardoor de omgeving wordt beschermd tegen bijvoorbeeld cumulatie van industriegeluid. Buiten deze zone mag de geluidsbelasting vanwege het industrieterrein de waarde van 50 dB(A) niet te boven gaan. Hier wordt bij ‘Industrielawaai’ verder op ingegaan.
Geluideffecten worst-case berekend Er is in het MER 2019 en de aanvulling 2021 uitgegaan van een worst-case invulling van het bedrijventerrein en worst case effecteninschatting. Gebaseerd op de maximale invulling van de 80 ha met de maximale oppervlaktes milieucategorieën volgend uit de inwaartse zonering. Het is op dit moment nog niet bekend welke bedrijven zich gaan vestigen op Heesch West. Daarom is, zoals gangbaar voor MER-onderzoeken voor bedrijventerreinen, aan de hand van het ontwerp en de milieuzonering een “representatief geachte maximale invulling en geluidemissie” aangehouden. Deze maximale representatieve bedrijfssituatie is gebaseerd op een dag waarbij het bedrijf bij volledige capaciteit in werking is. In het algemeen zijn veel bedrijven niet dagelijks met hun volledige capaciteit in werking, maar de normstelling houdt wel rekening met deze mogelijkheid. Daarbij komt dat in de rekenmethodiek voor geluid rekening wordt gehouden met het feit dat geluid ’s avonds en ’s nachts hinderlijker wordt ervaren dan overdag. De extra hinderlijkheid in deze periodes wordt in de berekening betrokken in avond (+5dB) en nacht (+10dB). Verder is voor de geluidsberekeningen nog niet uitgegaan van afschermende werking van gebouwen, maar van een zogenaamde “vrije-veld situatie”, het huidige maaiveld.
Uitgaan van afscherming van gebouwen kan ook nog niet omdat nog niet bekend is hoe kavels gevuld gaan worden. Maar dat hiermee geluidreductie van afscherming nog niet meegenomen is, is zeker. Voor verkeer en daarmee wegverkeerslawaai is als worst case invulling uitgegaan van 80% (64 ha) logistiek en 20% (16 ha) overige bedrijvigheid. Vervolgens is op basis van kengetallen op basis van ervaringen op bedrijventerreinen elders gekomen tot een getal voor het aantal arbeidsplaatsen per ha: respectievelijk 40 voor logistiek en 32 voor overige bedrijvigheid. Deze kengetallen vormen ook input voor de berekende verkeersbewegingen. Deze getallen zitten aan de “bovenkant” van de kengetallen: op logistieke bedrijventerreinen elders is sprake van gemiddeld 30 tot 35 arbeidsplaatsen per hectare. In het verkeersmodel is het aantal arbeidsplaatsen omgezet in verkeersbewegingen. Door in de onderzoeken uit te gaan van de maximale 80 ha. met een sterk logistiek accent, en de kengetallen “aan de bovenkant” voor het aantal arbeidsplaatsen per ha, is sprake van een worst-case inschatting van het verkeerseffect. Wegverkeerslawaai Realisatie van Heesch West zorgt voor een tweeledig effect op wegverkeerslawaai. De toename van verkeer leidt tot een toename van wegverkeerslawaai.
Maar de aanpassing van de infrastructuur zorgt ook voor herverdeling in bestaande regionale verkeersstromen, die op sommige wegen tot een toename van verkeer en wegverkeerslawaai leiden, maar op andere wegen juist tot een afname van verkeer en wegverkeerslawaai. Wegverkeerslawaai is niet nieuw in het gebied. In de huidige situatie ondervindt het gebied al het geluid van de A59. Op een beperkt aantal woningen langs de Achterstraat, Zoggelsestraat en Weerscheut is door Heesch West sprake van een wezenlijke toename (> 1,5 dB tot max 3 dB). Deze toenames zijn aanvaardbaar en voldoen aan de wettelijke normen. Tegelijkertijd is er langs bijvoorbeeld de Koksteeg en de Zoggelsestraat ook een afname van wegverkeerslawaai berekend. Zie paragraaf 6.3.1 van de Aanvulling MER. Per saldo neemt het aantal gehinderden vanwege wegverkeerslawaai door Heesch West zelfs enigszins af ten opzichte van de referentiesituatie. De positieve effecten langs wegen waar het verkeer en daarmee het wegverkeerslawaai afneemt zijn enigszins groter dan de negatieve effecten langs wegen waar het verkeer en daarmee het wegverkeerslawaai toeneemt. Voor 7 woningen ten zuiden van de nieuwe en aangepaste Bosschebaan wordt de zogenaamde voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai overschreden uit de Wet geluidhinder (48 dB).
Indien deze waarde niet wordt overschreden, is er sowieso sprake van een aanvaardbare geluidsbelasting.
Bij een totaal van 7 woningen wordt die waarde dus wel overschreden. Dit is het gevolg van de aanleg/aanpassing van de Bosschebaan. Voor die woningen wordt daarom een zogenaamde hogere waarde verleend. De maximale geluidbelasting als gevolg van wegverkeerslawaai is 54 dB. Deze overschrijding blijft onder de maximaal te vergunnen grenswaarde van de Wet geluidhinder voor wegverkeer (63 dB) en is dus binnen de wettelijke normen. Voor deze woningen blijkt dat geen sprake is van een significante toename van de (cumulatieve) geluidsbelasting waardoor geen sprake is van een verslechtering van het woonen leefklimaat. Ter plaatse van deze woningen wordt de geluidsbelasting in hoofdzaak bepaald door het verkeer op de A59. Het verkeer op de A59, wat vanaf dezelfde kant invalt, veroorzaakt geen significante toename van de cumulatieve geluidsbelasting bij deze woningen. Industrielawaai Voor dit plan wordt een ‘geluidgezoneerd’ industrieterrein vastgesteld voor het geluid van de industriële bronnen. Dat betekent dat er een geluidszone rondom het terrein komt te liggen, waardoor de omgeving wordt beschermd tegen bijvoorbeeld cumulatie van industriegeluid. Buiten deze zone mag de geluidsbelasting vanwege het industrieterrein de waarde van 50 dB(A) niet te boven gaan.
Realisatie van het plan Heesch West zorgt voor een toename van industrielawaai die, in tegenstelling tot wegverkeerslawaai, wel nieuw is in het gebied. Dit leidt tot een toename van industrielawaai door Heesch West op woningen in het gebied, doordat er op dit moment geen industrielawaai in het gebied aanwezig is. Zie ook paragraaf 6.3.2 van de Aanvulling MER. Dit leidt tot een toename van het aantal gehinderden. Bij de meeste woningen leidt dit echter niet tot een overschrijding van de zogenaamde voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder. Voor industrielawaai bedraagt deze 50 dB(A). Indien deze waarde niet wordt overschreden, is er sowieso sprake van een aanvaardbare geluidsbelasting. Bij een totaal van 19 woningen, die binnen de zone zijn gelegen, wordt die waarde wel overschreden. Overigens zijn dit 3 woningen minder dan ten tijde van het ontwerpbestemmingsplan, omdat de betreffende 3 kavels door de planaanpassingen zijn vervallen (Koksteeg 22 t/m 24). De betrokken gemeentes hebben afgesproken om op de betreffende 19 woningen geen hogere geluidbelasting toe te staan dan 55 dB(A). Voor die woningen wordt daarom een zogenaamde hogere waarde verleend, die varieert van 51 dB(A) tot 55 dB(A). De maximale geluidbelasting op deze woningen als gevolg van industriegeluid is dus 55 dB(A). Wettelijk gezien ligt de hoogst toelaatbare waarde op 60 dB(A) voor deze woningen.
Dit is dus in overeenstemming met de Wet geluidhinder en binnen de wettelijke normen. Voor de woningen in de nabijheid van de A59 waarvoor een hogere waarde aan de orde is voor industrielawaai blijkt dat geen sprake is van een significante toename van de (cumulatieve) geluidsbelasting, waardoor geen sprake is van een verslechtering van het woon- en leefklimaat. Voor de woningen die verder van de A59 af zijn gelegen en waar een hogere waarde aan de orde is, is bij elk van de woningen sprake van een geluidsluwe gevel en buitenruimte zodat geen sprake van een onaanvaardbare geluidssituatie aan de orde nadat Heesch West is gerealiseerd. Voor deze woningen waarvoor een hogere waarde besluit aan de orde is, wordt onderzocht of er mogelijk maatregelen nodig zijn om een passend binnenmilieu te borgen. Als uit dit onderzoek blijkt dat de vereiste binnenwaarde niet wordt gehaald, worden op kosten van de Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West aanvullende gevelmaatregelen getroffen (in overleg met bewoner). Cumulatief geluid
Realisatie van Heesch West zorgt voor een toename van de cumulatieve geluidsbelasting (paragraaf 6.3.3 van de Aanvulling MER). Geluid is niet nieuw in het gebied. In de huidige situatie ondervindt het gebied al geluid van de A59. Op veel van de woningen in de omgeving is de t oename in cumulatieve geluidbelasting beperkt. Op 54 woningen in de omgeving neemt de cumulatieve geluidbelasting met 1,5 tot 3 dB toe, bij 7 woningen is sprake van een toename met meer dan 3 dB. Dit betreft woningen in de directe omgeving van Heesch West. Van de 61 woningen met een toename van cumulatieve geluidbelasting > 1,5 dB, blijven er 38 woningen beneden de 50 dB, in Miedemaklasse “goed”. 23 van de 61 woningen hebben een cumulatieve geluidbelasting groter dan 50 dB (Miedemaklasse redelijk tot matig), waarvan 6 groter dan 55 dB (Miedemaklasse matig (5 woningen) tot slecht (1 woning). Voor de woningen in de Miedema-klasses ‘redelijk tot matig’, ‘matig’ en ‘slecht’ wordt onderzocht of in de verblijfsruimten van de woningen aan de binnenwaarde van 33 dB kan worden voldaan (zie volgende alinea). De waarde van 33 dB wordt als eis gesteld aan nieuwe woningen.
Voor een aantal woningen is een hogere waarde besluit aan de orde en/of is sprake van een toename van de geluidsbelasting van 1,5 dB of hoger door wegverkeer en/of een toename van de geluidsbelasting van 1,5 dB of hoger door de cumulatieve geluidsbelasting. Bij deze woningen wordt onderzocht of er mogelijk maatregelen nodig zijn om een passend binnenmilieu te borgen. Kosten van mogelijke maatregelen aan betreffende woningen om de mogelijk toename van geluidshinder te beheersen worden actief onderzocht. Als uit dit onderzoek blijkt dat de vereiste binnenwaarde niet wordt gehaald worden op kosten van de Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West aanvullende gevelmaatregelen getroffen (in overleg met bewoner). Maatregelen ter voorkoming geluidshinder, BBT en grens van 55 dB In de zienswijzen wordt aangegeven dat niet onderzocht is of de geluidbelastingen verlaagd kunnen worden door het treffen van maatregelen. Aangegeven wordt dat ervoor gekozen is om voor industrielawaai niet hoger te gaan dan 55 dB(A) om een goed woon- en leefklimaat te waarborgen. Daarmee wordt vervolgens aan het nemen van bronmaatregelen niet toegekomen. In het vergunningverleningstraject moet nu voor elk individueel bedrijf dat zich op het terrein vestigt, gekeken worden naar toepassing van beste beschikbare technieken (BBT).
Door deze opzet wordt volgens reclamanten niet geborgd dat de geluidbelasting op onze woningen op een doelmatige manier wordt beperkt, hetgeen zich slecht verhoudt tot een goede ruimtelijke ordening. De grens van 55 dB(A) mag niet worden overschreden maar hier zit een uitzondering op indien dat 'redelijkerwijs niet kan worden verlangd'. Dat geeft onzekerheid. Reclamanten geven aan af hankelijk te zijn van de vergunningstrajecten. De vraag voor reclamanten is daarbij hoe wordt geborgd dat ondernemers bereid zijn te investeren in geluidreducerende behuizing voor de beoogde activiteiten op hun bedrijfsperceel. We hebben begrip voor de zorgen van reclamanten maar met het plan wordt juist gezorgd voor een goede bescherming tegen eventuele geluidshinder van het bedrijventerrein. Allereerst is in het MER 2019 en de Aanvulling op de MER 2021 uitgegaan van een worst-case invulling van het bedrijventerrein en worst case effecteninschatting. Dit is gebaseerd op de maximale invulling van de 80 ha met de maximale oppervlaktes milieucategorieën, volgend uit de inwaartse zonering (VNG-methodiek). Deze inwaartse zonering conform de VNG-methodiek is een algemeen (door de Raad van State) geaccepteerde methodiek die een goede ruimtelijke ordening borgt (zie ook thema Milieucategorie). Het is op dit moment nog niet bekend welke bedrijven zich gaan vestigen op Heesch West.
Daarom is, zoals gangbaar voor MER-ren voor bedrijventerreinen, aan de hand van het ontwerp en de milieuzonering een “representatief geachte maximale invulling en geluidemissie” aangehouden (ook conform vaste jurisprudentie). Deze maximale representatieve bedrijfssituatie is gebaseerd op een
dag waarbij het bedrijf bij volledige capaciteit in werking is. In het algemeen zijn veel bedrijven niet dagelijks met hun volledige capaciteit in werking, maar de normstelling houdt wel rekening met deze mogelijkheid. Daarbij komt dat in de rekenmethodiek voor geluid rekening wordt gehouden met het feit dat geluid ’s avonds en ’s nachts hinderlijker wordt ervaren dan overdag De extra hinderlijkheid in deze periodes wordt in de berekening betrokken in avond (+5dB) en nacht (+10dB). Verder is voor de geluidsberekeningen nog niet uitgegaan van afschermende werking van gebouwen, maar van een zogenaamde “vrije-veld situatie”, het huidige maaiveld. Uitgaan van afscherming van gebouwen kan ook nog niet omdat nog niet bekend is hoe kavels gevuld gaan worden. Maar dat hiermee geluidreductie van afscherming nog niet meegenomen is, is zeker. Deze maximale representatieve bedrijfssituatie is uitgangspunt geweest voor het ontwerp bestemmingsplan Facetplan geluidszone gezoneerd industrieterrein Heesch West. Met dit bestemmingsplan wordt de maximale geluidsbelasting van bedrijven op Heesch West geregeld en geborgd. Dit betekent concreet dat bedrijven een maximaal emissiebudget hebben per m 2. Zij mogen de gronden pas gebruiken als zij met een akoestisch onderzoek aantonen dat dat dit emissiebudget niet wordt overschreden.
Dit is verzekerd in de planregels van het facetplan (artikel 3.2.1, c). Deze budgetten zijn zodanig opgezet, dat gewaarborgd is dat de geluidsbelasting van de bedrijven gezamenlijk buiten de geluidszone niet hoger is dan 50 dB(A). Binnen de geluidszone moet worden voldaan aan de verleende hogere waarden op gevoelige objecten (van maximaal 55 dB(A)). Reclamanten geven aan dat de grens van 55 dB op woningen kan worden overschreden, indien dat redelijkerwijs niet kan worden verlangd. Dit is dus onjuist. De maximale geluidsbelasting op woningen in de zone is vastgesteld op 55 dB(A) (en buiten de zone maximaal 50 dB(A)). In het vergunningentraject wordt per bedrijf beoordeeld of de geluidsemissie past binnen de vastgestelde geluidszone en de vastgestelde hogere waarde voor industrielawaai. Omdat de geluidszone het industriegeluid is van alle bedrijven op het industrieterrein samen, komt bij de vergunningverlening ook de samenloop van de geluidsemissie van de bedrijven aan de orde. De geluidsbelasting van alle bedrijven moet zoals gezegd voldoen aan de geluidszone en de vastgestelde hogere waarde. Zoals reclamanten zelf al aangeven, moet ieder afzonderlijk bedrijf bovendien voldoen aan de regel van Best Beschikbare Technieken (BBT).
Dit is de gebruikelijke manier van regeling voor bescherming tegen geluidhinder, waardoor in de nieuwe situatie sprake is van een aanvaardbaar woon -en leefklimaat in de omgeving. Wat betreft afschermende bron of overdrachtsmaatregelen. Er is in het akoestisch onderzoek beschouwd in hoeverre deze mogelijk zijn. Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 4.2.6 van het akoestisch onderzoek. Die passage is hieronder opgenomen. De gevoeligheidsanalyse die hierin wordt benoemd, is beschreven in paragraaf 4.3.2. van het akoestisch rapport, "Effect bebouwing Heesch West op geluidbelasting t.g.v. industriel awaai”. Voordat wordt overgegaan tot het vaststellen van de hogere waarden dient afgewogen te worden of er geen andere maatregelen aan de bron of in de overdracht kunnen worden getroffen. Door het toepassen van inwaartse zonering is reeds geborgd dat zwaardere bedrijven verder van gevoelige bebouwing gerealiseerd worden. Het creëren van een gezoneerd industrieterrein is eveneens een maatregel om de gecumuleerde geluidbelasting te borgen, waarbij gekozen is om geen hogere waarden boven de 55 dB(A) toe te staan. Bij toekomstige vergunningverlening zal getoetst worden of de Beste Beschikbare Technieken worden toegepast, waarmee bronmaatregelen redelijkerwijs getroffen
worden. In de praktijk zal de afschermende bebouwing positief werken in de overdrachtssfeer, maar zoals nader toegelicht in de gevoeligheidsanalyse is deze niet op voorhand vast te leggen.
Daarnaast zijn voor wat betreft het wegverkeerslawaai berekeningen uitgevoerd in het kader van de aanleg van de Bosschebaan i n paragraaf 4.2.3 van het akoestisch onderzoek. De (financiële) doelmatigheid is bepaald op grond van de ‘Regeling doelmatigheid geluidmaatregelen Wgh’. Uit de beschrijving blijkt dat geluidsschermen hier niet doelmatig zijn. Dat deze schermen niet doelmatig zijn komt voort uit het feit dat het verkeer op de A59 een veel hogere geluidsbelasting veroorzaakt op die woningen dan het verkeer op de nieuw aan te leggen Bosschebaan. Heersend geluidsniveau en uitgangspunt verhard oppervlak Reclamanten geven aan in de planbeschrijving en in het MER het referentieniveau van het omgevingsgeluid te missen, waarin woningen zich nu bevinden en waaraan een zeker geluidbeschermingsrecht kan worden toegekend. Verder missen reclamanten in het plan aandacht voor het feit dat de verandering van geluiddempend 'agrarisch' bodemoppervlak naar verhard oppervlak (het bedrijventerrein) invloed heeft op de geluidstoename. Gesteld wordt dat het Lref zoals genoemd in artikel 2.19a van het Activiteitenbesluit beschouwd had moeten worden. Artikel 2.19a ziet echter op “inrichtingen die zijn gelegen in een concentratiegebied voor horeca-inrichtingen of in een concentratiegebied voor detailhandel en ambachtsbedrijven, dat bij of krachtens een verordening als zodanig is aangewezen”.
Omdat binnen Heesch-West een andere categorie bedrijven wordt gerealiseerd is dit artikel niet van toepassing en is een toetsing aan het Lref niet aan de orde. Bovenstaande neemt niet weg dat in het akoestisch onderzoek de referentiesituatie en de plansituatie inzichtelijk zijn gemaakt. De referentiesituatie kan worden gelijkgesteld aan het Lref zodat impliciet wel een vergelijkbare werkwijze is gehanteerd. Op basis van deze vergelijking is de afweging omtrent de aanvaardbaarheid gemaakt. In het MER is de autonome situatie vergeleken met de plansituatie. In de autonome situatie is het plangebied van Heesch West vrijwel volledig als akoest isch zacht gebied beschouwd. Alleen ter plaatse van de smalle watergangen, de bestaande wegen en een deel van de agrarische percel en is uitgegaan van een akoestisch hard gebied. In de plansituatie is voor de bedrijfsbestemming uitgegaan van een 100% akoestisch hard oppervlak. Buiten deze bedrijfspercelen is ook ten dele uitgegaan van akoestisch harde gebieden zoals bijvoorbeeld de waterpartij en de zonneparken. Gevolgen van zonnevelden voor geluid Een aantal reclamanten vraagt zich af wat de gevolgen zijn van de zonneparken in en rondom het plangebied op de geluidsbelasting en of hier onderzoek naar is gedaan.
Het geluid afkomstig van het bedrijventerrein zou immers kunnen reflecteren en verder gedragen worden door de zonnevelden, aldus reclamanten. In het onderzoek naar industrie- en wegverkeerslawaai is rekening gehouden met de te realiseren zonneparken (inclusief het zonnepark Achterste Groes). Deze zijn als akoestisch harde gebieden opgenomen in het geluidsmodel. Het nadelige effect voor de geluidsoverdracht is daarm ee in de bepaalde geluidsbelastingen opgenomen.
Geluidsreflecties zijn te verwachten van objecten van enige hoogte die, op grond van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 een hoek met de verticaal mogen maken van maximaal 15°. Omdat binnen zonnevelden dergelijke objecten niet of nauwelijks voorkomen is ook geen noemenswaardige reflectie te verwachten. Conclusie Het plan voldoet gelet op bovenstaande beschrijvingen aan de geldende regels en normen. Op sommige plaatsen is de geluidsbelasting al relatief hoog, en deze wordt in sommige gevallen door het plan verhoogd. Toenam es van geluidsbelasting worden zoveel mogelijk beperkt. Uit de onderzoeken blijkt dat de beschreven toenames op een aantal plaatsen niettemin hinder kunnen opleveren. Maar, gelet op de omvang van het aantal woningen en de hoogte van de toenames, zijn deze toenames aanvaardbaar. Daarnaast is op een aantal manieren geborgd dat het berekende geluideffect ook daadwerkelijk het maximale geluideffect is.
• Principe van inwaartse zonering in het bestemmingsplan: waarbij afstanden worden aangehouden tussen milieucategorieën en woni ngen, juist om wezenlijke toename van geluidbelasting te voorkomen en geluidhinder te beperken; • Worst-case berekening (zie hierboven); • Opnemen van eisen aan bedrijven in het bestemmingsplan en in het uitgiftebeleid; • Opnemen geluidzone voor industrielawaai: buiten de geluidzone mag de industriegeluidbelasting niet hoger zijn dan 50 dB(A) en ter plaatste van de gevel van geluidgevoelige objecten (woningen) binnen de geluidzone niet hoger dan de vast te stellen hogere waarde, variërend van 51 tot 55 dB(A). Aanvullend regelt separate wet- en regelgeving, zoals de Wet geluidhinder en de Wet milieubeheer, een heel scala aan specifieke voorwaarden aan geluidbelasting. Deze wetgeving geldt te allen tijde, bovenop het bestemmingsplan.
3.
Alle zienswijzen samengevat en beantwoord (Deel 2)
ZW
Nr.
Samenvatting
Beantwoording
3
1
(inhoud van zienswijze heeft geen betrekking op ontwerpbesluiten hogere waarden)
-
4
2
Reclamant geeft aan te maken te hebben met een significante De woning van reclamant ligt binnen de toekomstige stijging van industrie- en verkeerslawaai. De woning wordt geluidszone. Voor de woning wordt een hogere waarde van 53 binnen de Ontwerpbeschikking Hogere grenswaarde geluid dB vanwege het geluid van het bedrijventerrein vastgesteld. bedrijventerrein Heesch-West (bijlage 26) genoemd voor een Verder blijkt uit het akoestisch onderzoek dat in cumulatieve zin hogere grenswaarde Industrielawaai, namelijk 53 dB. Hierbij (industrie- en wegverkeerslawaai) sprake is van een significante wordt benoemd dat de binnenwaarde moet voldoen aan het toename van de geluidsbelasting van 3,2 dB. De absolute bouwbesluit. De woning is slecht geïsoleerd, dus reclamant waarde van de cumulatieve geluidsbelasting bedraagt 60 dB. betwijfelt ten zeerste of daaraan wordt voldaan. Extra Hiermee wordt de plandrempel van 60 dB, die in het Actieplan onderzoek is hiervoor volgens reclamant zeker nodig. geluid van de gemeente ‘s-Hertogenbosch is vastgelegd, niet In het Ontwerp Besluit Hogere grenswaarde industrielawaai overschreden. Wet Geluidhinder bedrijventerrein Heesch- West (bijlage 26) In verband met deze significante verandering van de wordt benoemd dat de gecumuleerde geluidsbelasting ten geluidsbelasting wordt wel een nader onderzoek uitgevoerd om hoogste 3 dB hoger mag zijn.
Uit het geluidsonderzoek uit vast te stellen of de geluidsbelasting binnen de woning voldoet Bijlage 14 blijkt volgens reclamant dat de cumulatieve stijging aan de wettelijke binnenwaarde. Als uit dit onderzoek blijkt dat op de woning 3,2 dB is, dus hoger dan 3 dB. Hier wordt dus niet de vereiste binnenwaarde niet wordt gehaald, dan worden (in aan de eigen regels uit het Ontwerp Besluit voldaan, aldus overleg met bewoner) aanvullende gevelmaatregelen getroffen. reclamant. Daarnaast wordt volgens reclamant in het MER een Hiervoor zijn financiële middelen gereserveerd. Daarmee blijft stijging van 1,5 dB reeds significant genoemd, laat staan meer sprake van een aanvaardbaar woon -en leef klimaat. dan het dubbele. Reclamant merkt het verschil op tussen 3,2 dB cumulatieve stijging en de toename van 3 dB van cumulatieve Er wordt volgens reclamant gesteld dat op de zijde van de geluidsbelasting die in het ontwerpbesluit genoemd werd. De 3 buitenruimte, de westzijde, geen negatief effect is. Echter, het dB toename cumulatieve geluidsbelasting was geformuleerd in
terras is aan de oostzijde van de woning gepositioneerd. Hiervan wordt vermeld dat 'de verhoogde geluidsbelasting door beide bronnen plaatsvindt op de oostgevel (voorgevel) van de woning'. Reclamant stelt daarom dus wel een negatief effect te hebben van zowel industrie- als verkeerslawaai op de buitenruimte.
het ontwerpbesluit hogere waarde van de gemeente Bernheze en ging over woningen op grondgebied Bernheze. Maar we kunnen ons voorstellen dat dit mogelijk enige onduidelijkheid heef t kunnen oproepen. Mede naar aanleiding van deze zienswijze, zijn de definitieve besluiten hogere waarden industrielawaai aangepast om deze onduidelijkheid weg te nemen. Het besluit hogere waarde industrielawaai van Bernheze gaat alleen over woningen op grondgebied Bernheze; het besluit hogere waarde industrielawaai van ’s-Hertogenbosch gaat alleen over woningen op grondgebied ’s-Hertogenbosch en Oss. Inhoudelijk heeft dit geen gevolg. Uit het onderzoek volgt verder dat de geluidsbelasting door wegverkeerslawaai door de ontwikkeling van Heesch-West met 1,7 dB toeneemt tot maximaal 58,7 dB. Deze toename is in een gevolg van: - Toename geluidsbelasting (56 -> 57 dB) ten gevolge van een toename van het verkeer op de Weerscheut; - Toename geluidsbelasting (51 -> 52 dB) ten gevolge van verkeer op de Rijksweg A59 ten gevolge van het toevoegen van een verhard bedrijventerrein in plaats van akkers. Het af schermende effect van de bebouwing op het bedrijventerrein is in het onderzoek niet meegenomen; - Extra geluidsbelasting (0 -> 50 dB) van wegen op het industrieterrein Heesch-West. De meest logische plek voor een zitje in de tuin is de achterzijde van de woning.
Dit deel van de tuin is verhard en ook direct vanuit de woning bereikbaar. Aan deze zijde van de woning, op de plek waar de buitenruimte kan worden ingericht, is sprake van een geluidsbelasting die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai. In de plansituatie is de geluidsbelasting voor wegverkeer 55,45 dB zonder de reductie ex artikel 110g Wgh. In de referentiesituatie bedraagt de geluidsbelasting op deze plaats 54,71 dB. De verandering van de geluidsbelasting is aan deze zijde lager dan 1,5 dB, te weten 0,74 dB. Deze verandering van de
geluidsbelasting is zo laag dat dit niet hoorbaar is voor het menselijk oor. Bij de woning is sprake van een significante toename van de geluidsbelasting door enerzijds het verkeer en anderzijds de toekomstige bedrijven. Ondanks deze toename(s) is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leef klimaat, omdat: - De toename van de geluidsbelasting voor wegverkeerslawaai < 5 dB, die bij de reconstructie van een weg als ten hoogste toelaatbaar wordt aangemerkt; - De cumulatieve geluidsbelasting ten gevolge van het verkeer en het industrielawaai op de Weerscheut in de toekomst nog voldoet aan de plandrempel van 60 dB die op grond van het Actieplan geluid van de gemeente ‘s-Hertogenbosch als toelaatbaar wordt aangemerkt.
4
3
5
4
7
5
9
6
10
7
11
8
26
9
28
10
Deze zienswijze is deels gegrond op de mogelijke onduidelijkheid in de twee besluiten industrielawaai van gemeente ’s-Hertogenbosch en Bernheze. De definitieve besluiten hogere waarden zijn hier op aangepast. Voor het overige is de zienswijze ongegrond. (inhoud van zienswijze heeft geen betrekking op ontwerpbesluiten hogere waarden) (inhoud van zienswijze heeft geen betrekking op ontwerpbesluiten hogere waarden) (inhoud van zienswijze heeft geen betrekking op ontwerpbesluiten hogere waarden) (inhoud van zienswijze heeft geen betrekking op ontwerpbesluiten hogere waarden) (inhoud van zienswijze heeft geen betrekking op ontwerpbesluiten hogere waarden) (inhoud van zienswijze heeft geen betrekking op ontwerpbesluiten hogere waarden) (inhoud van zienswijze heeft geen betrekking op ontwerpbesluiten hogere waarden)
-
29
11
31
12
35
13
38
14
(inhoud van zienswijze heeft geen betrekking op ontwerpbesluiten hogere waarden) (inhoud van zienswijze heeft geen betrekking op ontwerpbesluiten hogere waarden) (inhoud van zienswijze heeft geen betrekking op ontwerpbesluiten hogere waarden) Reclamant stelt dat het plan de gezondheid aantast. De Wat betref t de geluidsbelasting op de woning van reclamant het gezondheidsschade wordt volgens reclamant veroorzaakt door volgende. De geluidsbelasting door de activiteiten op het o.a. toename van gecumuleerd lawaai (verstoort de rust en leidt bedrijventerrein Heesch-West bedraagt 51 dB(A). Deze tot meer stress en slecht slapen). Daarnaast wordt ook de geluidsbelasting is 1 dB(A) hoger dan de nachtrust en het woongenot aangetast door o.a. toename van voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) zodat een hogere waarde geluidsoverlast. moet worden vastgesteld. De geluidsbelasting door wegverkeer bedraagt na realisatie van het plan 51 dB. Door de planontwikkeling neemt de geluidsbelasting van wegverkeerslawaai toe met 1 dB. De toename wordt veroorzaakt door het verkeer op de A59 als gevolg van het verharde oppervlak ter plaatse van Heesch-West. De toename van 1 dB is voor het gemiddeld menselijk oor niet hoorbaar. De toename van de cumulatieve geluidsbelasting door de planontwikkeling bedraagt afgerond 4 dB en wordt met name door de toename van industrielawaai veroorzaakt.
Omdat de cumulatieve geluidsbelasting met 1,5 dB of meer toeneemt wordt beoordeeld of de geluidwering van de gevels van de woning van reclamant voldoet. Als input wordt de cumulatieve geluidsbelasting van 54 dB na de realisatie van Heesch-West als uitgangspunt aangehouden. Getoetst wordt aan de binnenwaarde die ook voor nieuwbouwwoningen wordt gebruikt, te weten een binnenwaarde in de verblijfsruimten van de woning. Als uit dit onderzoek blijkt dat de vereiste binnenwaarde niet wordt gehaald, dan worden (in overleg met bewoner) aanvullende gevelmaatregelen getroffen. Hiervoor zijn f inanciële middelen gereserveerd. Daarmee blijft sprake van een aanvaardbaar woon -en leef klimaat. Voor industrielawaai wordt de voorkeursgrenswaarde alleen op de noordgevel overschreden. De geluidsbelasting door het wegverkeer op alle wegen samen is ook op de noordgevel het hoogst en bedraagt maximaal 51 dB zonder de toepassing van de reductie ex artikel 110g Wgh. Per weg en inclusief de
reductie dan wordt de voorkeursgrenswaarde niet overschreden. Ter plaatse van de zuidgevel van de woning wordt de voorkeursgrenswaarde niet overschreden door industrie- of wegverkeerslawaai. Deze zijde van de woning is daarom geluidsluw te beschouwen. Aan deze zijde is een geluidsluwe buitenruimte gesitueerd. Alhoewel de voorkeursgrenswaarde door industrielawaai op de noordgevel wordt overschreden en op deze zijde van de woning ook een significante toename van de geluidsbelasting aan de orde is, is geen sprake van een onaanvaardbaar woon- en leef klimaat. De woning heeft een geluidsluwe zijde waaraan een buitenruimte is gesitueerd en de plandrempel van 60 dB, die in het Actieplan geluid van de gemeente ‘s-Hertogenbosch is vastgelegd (en die in dit plan ook voor grondgebied Bernheze wordt gehanteerd), wordt niet overschreden. Daarnaast worden zo nodig maatregelen aan de gevel getroffen om in de verblijfsruimten aan de binnenwaarde van nieuwbouw te voldoen zodat ook in de woning sprake is van een aanvaardbaar woon- en leef klimaat. Zie verder thema Geluid. 38
43
15
16
De zienswijze is ongegrond en geeft geen aanleiding tot aanpassing van de besluiten hogere waarden. (inhoud van zienswijze heeft geen betrekking op ontwerpbesluiten hogere waarden) -
48
17
Reclamant geeft aan dat dit ontwerpbesluit gerelateerd is aan Reclamant wijst op de ontwerpbeschikking hogere waarde twee bestemmingsplannen, maar abusievelijk wordt industrielawaai, gemeente Bernheze en de ontwerpbeschikking gepresenteerd als bijlage 26 bij het ontwerpbestemmingsplan, hogere grenswaarde industrielawaai, gemeente 'sen als bijlage bij de toelichting van het ontwerpfacetplan Hertogenbosch. Er zijn dus twee beschikkingen nodig omdat de geluidzone. hogere waarden door twee bevoegd gezagen worden verleend. Het ontwerpbesluit bevat drie onderdelen: De verschillen die reclamant opmerkt, hebben dan ook te • Ontwerpbeschikking hogere grenswaardewegverkeerslawaai maken met de toetsing aan beleid, die verschilt per gemeente. Wet geluidhinderbedrijventerrein Heesch-West Ook zit er een verschil in de locaties en daarmee bijvoorbeeld • Besluit hogere grenswaarde industrielawaai Wet de gecumuleerde geluidsbelasting. Geluidhinderbedrijventerrein Heesch-west; op basis hiervan Het is daarnaast inderdaad zo dat het niet nodig is om voor wordt voor de woning van cliënten een hogere grenswaarde dezelf de woning twee keer een hogere waarde (van 51 dB) vast voorgesteld van 51 dB(A) te stellen. Inhoudelijk heeft dit geen gevolg.
• Ontwerpbeschikking Hogere grenswaardegeluid Mede naar aanleiding van deze zienswijze, zijn de definitieve bedrijventerrein Heesch-west; op basis hiervan is wordt voor de besluiten hogere waarden industrielawaai aangepast om deze woning van cliënten een hogere grenswaarde voorgesteld van onduidelijkheid weg te nemen en voor één woning slechts één 51 dB(A). besluit te nemen en één waarde vast te stellen. Reclamant geeft aan dat de laatste twee onderdelen deels met Het besluit hogere waarde industrielawaai van Bernheze gaat elkaar overeen komen en deels verschillen. Waar een alleen over woningen op grondgebied Bernheze; het besluit dergelijke formulering/uitvoering toe dient is onduidelijk en hogere waarde industrielawaai van ’s-Hertogenbosch gaat verwarrend voor betrokkenen stelt reclamant. alleen over woningen op grondgebied ’s-Hertogenbosch en Oss.
48
18
Mede naar aanleiding van zienswijzen, is de motivering en toetsing in het besluit hogere waarden aangepast. Uit de motivering blijkt dat de door reclamanten genoemde De gemeente 's-Hertogenbosch heeft beleid vastgesteld voor geluidswaarden niet van toepassing zijn ter plaatse van de de af wegingsprocedure voor een hogere geluidsgrenswaarde. woning van reclamanten. In de nieuwe situatie, na Volgens dit beleid kan de omgeving volgens reclamant worden planrealisatie, liggen de twee woningen in de invloedsfeer van aangemerkt als 'agrarisch gebied' (ambitiewaarde voor wat het gezoneerde industrieterrein (en binnen de geluidszone). betref t industrielawaai ‘rustig’ (40-45 dB), met als bovengrens Voor dit type gebied gelden geen vaste waarden waaraan ‘redelijk rustig’ 45-50 dB(A). Gesteld wordt dat door de realisatie getoetst wordt in het beleid. Er wordt aansluiting gezocht bij van het industrieterrein het gebiedstype zal veranderen paragraaf 3.1 van het beleid, inzake de afweging voor de waardoor het gebiedstype ‘agrarisch gebied’ niet meer passend bestaande gezoneerde terreinen. Het reduceren van de zal zijn voor de omgeving van deze woningen omdat de geluidsbelasting van het gezoneerde industrieterrein binnen geluidklasse ‘onrustig’ van toepassing zou worden met een een planontwikkeling behoort nauwelijks tot de mogelijkheden bandbreedte 50-55 dB(A).
Reclamant noemt vervolgens de en het projecteren van een geluidsgevoelige bestemming criteria op wanneer hogere waarden zouden kunnen worden binnen die zone is een planologische keuze waarbij het toegekend, en citeert daarna de toetsing aan die criteria uit het planologische instrument richtinggevend is. Gelet op het hogere waarde besluit. Hierin wordt onder andere genoemd: voorgaande, zijn de hogere waarden tot 53 dB(A) logisch en Er is een inschatting gemaakt op basis van dossieronderzoek of aanvaardbaar. (In dit geval 51 dB(A) ter plaatse van woning van hier aan voldaan kan worden. Voor een aantal woningen is dat reclamant). het geval maar voor een aantal woningen is nader onderzoek Het dossieronderzoek zat niet als bijlage bij de stukken maar is nodig. wel uitgevoerd. Het nadere onderzoek, dat deels ook het dossieronderzoek zal updaten, is nog niet gereed, maar wordt Voor wat betreft de woning van reclamant is reclamant zelf op dit moment uitgevoerd. Het betreft een nader onderzoek geen dossieronderzoek of nader onderzoek bekend. Het naar de binnenwaarde van een aantal woningen. Als uit dit bevreemdt reclamant dan ook ten zeerste dat een in onderzoek blijkt dat de vereiste binnenwaarde niet wordt vastgesteld beleid benoemde bovengrens op deze zeer slordige gehaald, dan worden (in overleg met bewoner) aanvullende wijze wordt overschreden. gevelmaatregelen getroffen.
Hiervoor zijn f inanciële middelen gereserveerd. Daarmee blijft sprake van een aanvaardbaar woon -en leef klimaat.
48
48
48
19
20
Reclamant vindt het niet acceptabel dat een dergelijk zelf standig besluit op een 'omfloerste' wijzen is bekendgemaakt. Het is niet duidelijk waarom reclamant vindt dat het besluit over Belanghebbende kunnen zich zodoende niet bewust zijn van de de hogere waarde op een ‘omfloerste’ wijze bekend is gemaakt. noodzaak om op dit besluit te reageren. De publicatie van het ontwerp hogere waardebesluit heeft conf orm de gebruikelijke wijze plaatsgevonden (in het Gemeenteblad). De inhoud en uitkomsten van dit ontwerpbesluit zijn gebaseerd op het m.e.r-onderzoek en het bestemmingsplan. Deze stukken hebben ter inzage gelegen voor inspraak. Daarnaast lag het ontwerp hogere waardebesluit net als het ontwerpbestemmingsplan ter inzage voor zienswijzen. Daarmee was er ten tijde van het ontwerpbesluit nog geen besluit genomen, zoals reclamant aangeeft. Op dit ontwerpbesluit konden in dezelfde periode als zienswijzen op het bestemmingsplan, ook zienswijzen worden ingediend. Reclamant vindt het niet zorgvuldig, en zodoende niet acceptabel dat een dergelijk besluit in ontwerp wordt genomen terwijl nog niet is onderzocht of, en zo ja hoe voldaan kan worden aan de gemeentelijke criteria voor de buitenruimte en de wettelijk vereiste binnenwaarde van hun woning.
Dit is op grond van Wet Geluidhinder / bijbehorende Amvb’s wettelijke een toegestane en niet ongebruikelijke werkwijze. Zie verder het antwoord in rij 18.
Deze zienswijze is deels gegrond op het aspect dat in de twee besluiten industrielawaai van gemeente ’s-Hertogenbosch en Bernheze voor dezelfde woning twee keer een hogere waarde zou worden vastgesteld; ook is de zienswijze gegrond op de toetsing aan het gemeentelijk geluidsbeleid. De def initieve besluiten hogere waarden zijn hier op aangepast.
21
Voor het overige is de zienswijze ongegrond.
53
22
Reclamant maakt zich ernstig zorgen over onder andere de geluidshinder. Het is de reclamant onduidelijk welke maatregelen worden getroffen om de geluidhinder te voorkomen.
Zie thema Geluid.
53
23
53
24
56
25
Reclamant stelt dat met het plan uitdrukkelijk wordt beoogd de Zie thema Geluid. vestiging van grote lawaaimakers mogelijk te maken. Reclamant verwijst naar het akoestisch onderzoek van 21 mei 2021 waarin overschrijdingen van de voorkeurswaarden worden voorzien met gevelbelastingen tot 55 dB voor verkeerslawaai. Reclamant verzoekt gemeente een gedegen onderzoek in te stellen om meer geluidshinder te voorkomen en lawaaimakers te verbieden. Reclamant vraagt om deze zienswijze naar de prullenbak te verwijzen wanneer gemeente niet in staat is om redelijkerwijs het geluid te verminderen of te verbieden. De zienswijze is ongegrond en geeft geen aanleiding tot aanpassing van de besluiten hogere waarden. (inhoud van zienswijze heeft geen betrekking op ontwerpbesluiten hogere waarden) -
62
62
26
27
Reclamant vraagt: Benut de inrichting van het landschapspark om het zicht op de gebouwen en geluidoverlast maximaal te beperken. Door het landschapsterrein in te richten met hoogteverschillen van bos, bosschages, plas/dras zones tot en met grondwallen, welke kunnen dienen als geluidswallen. Reclamant vreest voor veel (cumulatieve) geluidhinder van verkeer op en rond het bedrijventerrein van bedrijven. Volgens het geluidrapport wordt de geluidsbelasting op de bestaande woningen niet hoger dan 55 dB(A). Dat is veel hoger dan de wettelijke voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Dit zorgt voor een toename van de cumulatieve geluidbelasting in en rond het plangebied. De grootste toename is berekend op de woningen die zich het dichtste bij het plangebied bevinden. Reclamant vindt dat onacceptabel en in strijd met een goede ruimtelijke ordening.
Zie thema Geluid.
Zie thema Geluid.
62
62
28
29
Na juni 2019 had de gemeente besloten tot het aanscherpen Zie thema Geluid. van de vestigingsvoorwaarden en toegelaten bedrijvencategorieën, uitgaande van omgevingseffecten (geluid, geur). Maar onder paragraaf 9.2 staat dat 'grote lawaaimakers’ mogelijk worden gemaakt. Vanuit een oogpunt van gezondheid hoort de gemeente in het bestemmingsplan te regelen dat de geluidssituatie voor omwonenden niet verslechterd door dit plan. Reclamant is dan ook van mening dat de gemeente beperkingen hoort op te leggen aan de soort bedrijven, de af stand tot woningen hoort te vergroten en de ontsluiting dient te beperken tot de noordzijde. Reclamant merkt op dat niet onderzocht is of de Zie thema Geluid. geluidbelastingen verlaagd kunnen worden door het treffen van maatregelen. De feitelijke bescherming tegen geluidhinder wordt opgedeeld in verschillende vergunningtrajecten. Reclamant geeft aan dat in de vergunningverleningstrajecten voor elk individueel bedrijf dat zich op het terrein vestigt, gekeken moet worden naar toepassing van beste beschikbare technieken (BBT), tenzij dit redelijkerwijs niet kon worden verlangd. Door deze opzet wordt voor reclamant niet geborgd dat de geluidbelasting op de woningen op een doelmatige manier wordt beperkt hetgeen zich volgens reclamant slecht verhoudt tot een goede ruimtelijke ordening.
Daarnaast is het voor reclamant onduidelijk onder welke voorwaarde de grens van 55 dB mag worden overschreden en hoe de belangen van omwonenden hierin worden meegewogen. Dit geeft reclamant weinig houvast en weinig vertrouwen. Ten aanzien van overdrachtsmaatregelen is volgens reclamant geen sprake van één bron- of een clustering van bronnen maar is de bron een enorm industrieterrein met een doorsnede van honderden meters met grote lawaaimakers. Reclamant merkt op dat aangegeven is dat geluidschermen financieel niet in verhouding staan tot de behaalde milieuwinst en stedenbouwkundig ook niet wenselijk zijn. Concluderend stelt reclamant dat geen enkele maatregel wordt genomen om hem/haar tegen geluidhinder te beschermen en om een goed
woon- en leef klimaat te borgen. Reclamant vindt dat een globaal plan zoals dit geen goede ruimtelijke ordening waarborgt voor omwonenden.
62
30
62
31
62
32
Reclamant geeft aan dat een initiatiefnemer echter vooral Zie thema Geluid. belang heeft bij weinig beperkingen ten aanzien van de bedrijfsvoering. Reclamant vraagt zich dan ook af hoe op dit moment geborgd is dat ondernemers bereid zijn te investeren in geluidreducerende behuizing voor de beoogde activiteiten op hun bedrijfsperceel en er zo min mogelijk aanspraak wordt gemaakt op de beschikbare gebruiksruimte. Reclamant mist in de planbeschrijving en in het MER het Zie thema Geluid. ref erentieniveau van het omgevingsgeluid waarin woningen zich nu bevinden en waaraan een zeker geluidbeschermingsrecht kan worden toegekend. Met het referentieniveau moet volgens reclamant rekening worden gehouden bij de vraag of een toename van geluid zich wel verhoudt tot een goede ruimtelijke ordening. Onder verwijzing naar artikel 2.19a en 1.1 van het Activiteitenbesluit geeft reclamant in zijn/haar zienswijze aan hoe dit ref erentieniveau normaliter tot stand komt en hoe dit moet worden gezien. Reclamant stelt dat, nu in het plan het bepalen van het referentieniveau is nagelaten, de graadmeter of gekomen kan worden tot een goede ruimtelijke ordening, ontbreekt. Ook mist reclamant in het plan aandacht voor het feit dat de verandering van geluiddempend 'agrarisch' bodemoppervlak naar verhard oppervlak (het bedrijventerrein) invloed heeft op de geluidstoename.
Het plan voorziet niet in een regeling waarbij deze waarneembare toename (van naar schatting maximaal 4 dB) wordt gereduceerd. Reclamant stelt dat dit zich slecht verhoudt met een goede ruimtelijke ordening De zienswijze is ongegrond en geeft geen aanleiding tot aanpassing van de besluiten hogere waarden.
64
33
(inhoud van zienswijze heeft geen betrekking op ontwerpbesluiten hogere waarden) -
68
79
34
(inhoud van zienswijze heeft geen betrekking op ontwerpbesluiten hogere waarden)
35
(inhoud van zienswijze heeft geen betrekking op ontwerpbesluiten hogere waarden)
80
36
80
37
80
38
80
39
81
40
-
Volgens het geluidrapport wordt de geluidsbelasting op de Zie thema Geluid. bestaande woningen niet hoger dan 55 dB(A). Dat is veel hoger dan de wettelijke voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Het geluidniveau op de woning van reclamant was al te hoog en dreigt dus nog hoger te worden, dat is niet acceptabel en in strijd met een goede ruimtelijke ordening. Na juni 2019 had de gemeente besloten tot het aanscherpen Zie thema Geluid. van de vestigingsvoorwaarden en toegelaten bedrijvencategorieën, uitgaande van omgevingseffecten (geluid, geur). Maar onder paragraaf 9.2 staat dat 'grote lawaaimakers’ mogelijk worden gemaakt. Reclamant is dan ook van mening dat de gemeente beperkingen hoort op te leggen aan de soort bedrijven, de afstand tot woningen hoort te vergroten en de ontsluiting dient te beperken tot de noordzijde. Reclamant stelt dat het geluidonderzoek incompleet en Zie thema Geluid. onvolledig is. Zo is er geen rekening gehouden met de geluidweerkaatsing van de zonnepanelen en is geen berekening gemaakt van het heersende referentieniveau van het omgevingsgeluid (Lref). De zienswijze is ongegrond en geeft geen aanleiding tot aanpassing van de besluiten hogere waarden. Volgens het geluidrapport wordt de geluidbelasting op de Zie thema Geluid. bestaande woningen niet hoger dan 55 dB(A). Dat is veel hoger dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB.
Het geluidniveau op de woningen was al te hoog en dreigt dus nog hoger te worden. Dat is niet acceptabel. Reclamant stelt dat uit onderzoek blijkt dat geluidhinder voor gezondheidsschade zorgt.
81
41
81
42
83
43
Na juni 2019 had de gemeente besloten tot het aanscherpen Zie thema Geluid. van de vestigingsvoorwaarden en toegelaten bedrijvencategorieën, uitgaande van omgevingseffecten (geluid, geur). Maar onder paragraaf 9.2 staat dat 'grote lawaaimakers’ mogelijk worden gemaakt. Reclamant is dan ook van mening dat de gemeente beperkingen hoort op te leggen aan de soort bedrijven, de hoeveelheid geluid die mag worden geproduceerd, de afstand tot woningen hoort te vergroten en de ontsluiting dient te beperken tot de noordzijde. De regels met betrekking tot de geluidsproductie en geluidshinder dienen ook strikt te worden vastgelegd. De zienswijze is ongegrond en geeft geen aanleiding tot aanpassing van de besluiten hogere waarden. Reclamant geeft aan dat berekend is dat op de woning van De geluidsbelasting door de activiteiten op het bedrijventerrein reclamant een gecumuleerd lawaai van 51 dB slaat, wat Heesch-West op de woning van reclamant bedraagt naar boven reclamant te hoog vindt. Reclamant geeft aan dat er geen af gerond 51 dB(A). Deze geluidsbelasting is 1 dB(A) hoger dan f eitelijke onderbouwing is van de 50 dB norm en dat de WHO de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) zodat een hogere een norm van 45 dB hanteert. Ook vindt reclamant dat de waarde moet worden vastgesteld.
planmakers zich achter een model verschuilen, wat reclamant De geluidsbelasting door wegverkeer bedraagt na realisatie van slechts een theoretische benadering van de praktijk noemt. het plan 50 dB. De geluidsbelasting van wegverkeerslawaai Daarbij vindt reclamant de uitleg van het model zodanig veroorzaakt inclusief de reductie van 2 dB ex artikel 110g Wgh omschreven dat dit voor een niet expert niet te begrijpen is en geen overschrijding van de voorkeursgrenswaarde. Door de dus ook niet door een burger te beoordelen is. planontwikkeling neemt de geluidsbelasting van Reclamant geeft aan dat geluid na realisatie gemonitord zal wegverkeerslawaai toe met 1 dB. De toename wordt worden, maar er wordt niet over handhaven gesproken en dus veroorzaakt door het verkeer op de A59 als gevolg van het zullen burgers volgens reclamant altijd aan het kortste eind verharde oppervlak ter plaatse van Heesch-West. De toename trekken. Reclamant geeft ook aan dat de wettelijke norm van 50 van 1 dB is voor het gemiddeld menselijk oor niet hoorbaar. dB bij hem wordt overschreden en dat er in plaats van het terug De toename van de cumulatieve geluidsbelasting door de brengen van de geluidstoename een ontheffing wordt planontwikkeling bedraagt afgerond 4 dB en wordt met name aangevraagd. Reclamant vindt dat zijn zorgen aan de kant door de toename van industrielawaai veroorzaakt.
worden gezet en vindt dit onrechtvaardig. Omdat de cumulatieve geluidsbelasting met 1,5 dB of meer toeneemt wordt beoordeeld of de geluidwering van de gevels van de woning van reclamant voldoet. Als input wordt de cumulatieve geluidsbelasting van 53 dB na de realisatie van Heesch-West als uitgangspunt aangehouden. Getoetst wordt aan de binnenwaarde die ook voor nieuwbouwwoningen wordt
gebruikt. Als uit dit onderzoek blijkt dat de vereiste binnenwaarde niet wordt gehaald, dan worden (in overleg met bewoner) aanvullende gevelmaatregelen getroffen. Hiervoor zijn f inanciële middelen gereserveerd. Daarmee blijft sprake van een aanvaardbaar woon -en leef klimaat. Voor industrielawaai wordt de voorkeursgrenswaarde alleen op de westgevel overschreden. Deze geluidsbelasting bedraagt door de activiteiten op Heesch West maximaal 50,2 dB op een beoordelingshoogte van 5 m. Dit is afgerond gelijk aan de voorkeursgrenswaarde. Op de begane grond, op de beoordelingshoogte van 1,5 m, is de geluidsbelasting door de hogere bodemabsorptie lager. Het voorgaande betekent dat de woning meerdere geluidsluwe gevels heeft en dat de buitenruimte ook geluidsluw is omdat op de begane grond de voorkeursgrenswaarden niet worden overschreden. Alhoewel de voorkeursgrenswaarde door industrielawaai wordt overschreden en op deze woning sprake is van een significante toename van de geluidsbelasting, is geen sprake van een onaanvaardbaar woon- en leef klimaat. De woning heeft meerdere geluidsluwe zijden en een geluidsluwe buitenruimte en de plandrempel van 60 dB, die in het Actieplan geluid van de gemeente ‘s-Hertogenbosch is vastgelegd (en die in dit plan ook voor grondgebied Bernheze wordt gehanteerd), wordt niet overschreden.
Daarnaast worden zo nodig maatregelen aan de gevel getroffen om in de verblijfsruimten aan de binnenwaarde van nieuwbouw te voldoen zodat ook in de woning sprake is van een aanvaardbaar woon- en leef klimaat. De WHO heef t geen normstelling voor industrielawaai. De WHO normstelling bedraagt voor wegverkeerslawaai 53 dB Lden en 45 dB Lnight. In de berekening van de hindergewogen gecumuleerde geluidsbelastingen voor weg- en industrielawaai wordt aan het industrielawaai een strafcorrectie toegekend van 1 dB. Indien deze straf correctie wordt meegenomen in een afgeleide WHOnormstelling voor industrielawaai dan geldt een normstelling 52 dB Letmaal en 44 dB Lnight. De geluidsbelasting bij de woning voldoet daarmee aan de afgeleide WHO-normstelling, zodat
een vrees voor gezondheidsschade ongegrond is. De geluidsbelasting voor verkeerslawaai bedraagt in de nieuwe situatie 50,4 dB. De toekomstige gecumuleerde geluidsbelasting bedraagt 54 dB en ligt daarmee, ondanks een toename met 4 dB, ruimschoots onder de plandrempel van 60 dB, die in het Actieplan geluid van de gemeente ‘sHertogenbosch is vastgelegd. Deze waarde wordt in dit plan ook gehanteerd voor het grondgebied van de gemeente Bernheze. Zie verder thema Geluid.