CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Bijlage 23 bij de Toelichting Passende Beoordeling GEANONIMISEERD

Gemeenteraad 1 februari 2022, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Bestemmingsplan Heesch-West met bijbehorend bestemmingsplan Facetplan geluidszone gezoneerd industrieterrein Heesch West20.857 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Blad 26 van 62

Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 november 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

6.2.1

Interne saldering Ten behoeve van de realisatie van Heesch West zijn in het verleden diverse veehouderijen aangekocht (figuur 6.1 en tabel 6.1). Ten tijde van de aankoop waren alle bedrijven volledig in gebruik. De bedrijven beschikken ook allen over een natuurtoestemming of een milieu-toestemming voor de relevante referentiedata die gelden voor de Natura 2000-gebieden. Met het oog op de realisatie van Heesch West is het feitelijke gebruik sinds de aankoop al wel verminderd en in veel gevallen uiteindelijk beëindigd. Op dit moment is nog één van deze veehouderijen (deels) in gebruik, de overige bedrijven zijn inmiddels gestopt.

Koksteeg 9

Koksteeg 7 Koksteeg 6

Weerscheut 8

Zoggelsestraat 122

Zoggelsestraat 118

Koksteeg 18 Figuur 6.1 Ten behoeve van Heesch West aangekocht veehouderijen binnen het plangebied Tabel 6.1 Ten behoeve van Heesch West aangekochte veehouderijen in plangebied Aangekochte Aangekocht Type veehouderij ten behoeve veehouderij van Heesch West in Koksteeg 6 2009 Rundvee/varkens Koksteeg 7 2014 Varkens/melkvee Koksteeg 9 2012 Melkvee/varkens Koksteeg 18 2009 Melkvee Weerscheut 8 2009 Geiten Zoggelsestraat 118 2008 Schapen Zoggelksestraat 122 2009 Nertsen

Blad 27 van 62

Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 november 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

Om te mogen salderen moet voldaan worden aan voorwaarden, zoals die uit wet- en regelgeving en jurisprudentie3 volgen. Zoals volgt uit recente rechtspraak is het peilmoment om de agrarische bedrijven in het plangebied als interne salderingsmaatregel te mogen betrekken de datum waarop de overeenkomst tot overname (van de rechten) is gesloten. De stikstofemissie op het peilmoment van de hierboven genoemde mag dan gebruikt worden voor saldering mits ze voldoende aan onderstaande voorwaarden: • het onomstotelijk vaststaat dat de veehouderij uitsluitend is beëindigd ten behoeve van de planontwikkeling (aan te tonen door een schriftelijk stuk zoals koopovereenkomst); • het uitgesloten is dat de activiteit sowieso zou zijn beëindigd; • er in de periode tussen beëindiging van de veehouderij en vaststelling van het plan Heesch West geen andere stikstofveroorzakende activiteiten zijn ontplooid op perceel van de veehouderij. De bedrijven zijn expliciet aangekocht ten behoeve van de realisatie van het bedrijventerrein HeeschWest. Ten tijde van het sluiten van de overeenkomsten tot aankoop waren de opstallen en huisvestingssystemen feitelijk aanwezig en in bedrijf. Dit volgt uit luchtfoto’s, koopovereenkomsten en sloopbescheiden.

De betreffende natuurvergunning en milieutoestemmingen van deze bedrijven (en gronden) zijn verworven door de gemeenschappelijke regeling Heesch West (als rechtspersoon) ten behoeve van de ontwikkeling Heesch West. De natuurvergunning en milieutoestemmingen (kunnen en) worden daarmee niet ingetrokken ten behoeve van de instandhouding van omliggende Natura 2000gebieden (waarvoor andere maatregelen worden getroffen ter uitvoering van artikel 1.12a en 1.12b Wet natuurbescherming). Door overname en intrekking ten behoeve van het plan kunnen de rechten ook niet elders voor andere projecten en plannen worden ingezet. Na verkoop is de bedrijfsvoering met het oog op het bedrijventerrein verminderd en zijn de bedrijfsactiviteiten veelal reeds gestaakt. In de tussentijd zijn geen andere stikstofveroorzakende activiteiten ontplooid. Uitgangspunt voor de in de salderingsberekening ingevoerde stikstofemissie, is de stikstofemissie op basis van de feitelijke veebezetting ten tijde van aankoop. Wanneer de vergunde situatie ten tijde van de aankoop lager was, is (worst case) van dat lagere aantal uitgegaan. Dit mits de veehouderij feitelijk conform vergunning is gerealiseerd (stallen gebouwd) en de veehouderij ook ononderbroken aanwezig is geweest sinds de referentiedatum (tot het moment van aankoop). Alle aangekochte veehouderijen zijn getoetst aan bovenstaande criteria.

Gelet op deze toetsing zijn de veehouderijen Koksteeg 9 en Zoggelsestraat 122 (zekerheidshalve) niet bij de saldering betrokken. Koksteeg 9 niet omdat dit agrarisch bedrijf verhuisd is met meenemen van de emissierechten. Zoggelsestraat 122 is niet meegenomen, nu dit een nertsenhouderij betreft. Zoals na aankoop later door de wetgever is bepaald, zou dit bedrijf thans van rechtswege moeten sluiten. Vooralsnog is uitsluitend gerekend met verdwijnende stalemissies en is (worst case) niet gerekend met verdwijnende emissies als gevolg van het beëindigen van het beweiden en bemesten. De bij de berekeningen gehanteerde invoergegevens van de agrarische bedrijven zijn weergegeven in bijlage 5.

3

zie bijvoorbeeld ABRS 1 september 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1960.

Blad 28 van 62

Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 november 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

6.2.2

Externe saldering Ten behoeve van het verkrijgen van extra saldo voor de ontwikkeling Heesch West is recent een veehouderij (net) buiten het plangebied aangekocht: Van Rijckevorselweg 4 (figuur 6.2). Dit bedrijf beschikt over een natuurvergunning (besluit van gedeputeerde staten de provincie Noord-Brant van 19 februari 2016 met kenmerk ‘Z/005101’ waarmee een vergunning als bedoeld in artikel 19d Natuurbeschermingswet 1998 (thans artikel 2.7, tweede lid, Wet natuurbescherming) is verleend). Dit bestaande (feitelijk in gebruik zijnde) bedrijf is door de Gemeenschappelijke Regeling expliciet ten behoeve van het bedrijventerrein Heesch West reeds aangekocht. Het bedrijf komt ook (mede gelet op de locatie) niet als instandhoudings- of passende maatregel in aanmerking, zal daar niet voor worden gebruikt, en is ook niet als externe salderingsmaatregel ingezet ten behoeve van andere plannen of projecten. Dit bedrijf zal expliciet ten behoeve van het bedrijventerrein Heesch West worden beëindigd. Conform rechtspraak4 mag bij het inzetten van veehouderijen buiten het plangebied ten behoeve van saldering uitgegaan worden van de natuurvergunde (Natuurbeschermingwet, Wet natuurbescherming, Verklaring van geen bedenkingen bij milieuvergunning) situatie (dieraantallen).

Van Rijckevorselweg 4

Figuur 6.2 Ten behoeve van Heesch West aangekochte veehouderij buiten plangebied Tabel 6.2 Ten behoeve van Heesch West aangekochte veehouderij buiten plangebied Aangekochte veehouderij Aangekocht ten Type behoeve van veehouderij Heesch West in Van Rijckevorselweg 4 2021 Varkenshouderij

De bij de berekeningen gehanteerde invoergegevens van dit agrarische bedrijf zijn weergegeven in bijlage 5.

4

Zie bijvoorbeeld ABRS 30 september 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2318.

Blad 29 van 62

Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 november 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

Voor het buiten het plangebied gelegen bedrijf Van Rijckevorselweg 4 is een voorwaardelijke verplichting in de planregels gekoppeld aan de bedrijvenbestemming, waarmee is geborgd dat de natuurtoestemming voor deze externe salderingslocatie tijdig wordt ingetrokken en dat het houden van vee ter plaatse feitelijk is beëindigd en gestaakt blijft.

6.3

Stikstofemissies toekomstige bedrijven op Heesch West De stikstofruimte die ontstaat door de (mitigerende) maatregelen is niet voldoende voor volledige saldering van het stikstofeffect van Heesch uitgaande van de (algemene) kentallen en gelet op een worst case invulling van het plangebied aan de hand van de toegestane categorieën van bedrijvigheid. Omdat bekend is dat bedrijven in de praktijk vaak minder emissies hebben dan op grond van de kengetallen wordt verwacht en gelet op de vraag naar bedrijvigheid uit de milieucategorieën 4 en 5, is er voor gekozen om niet de oppervlaktes van de toegestane milieucategorieën nog verder te verkleinen, maar om de maximaal toegestane emissies van toekomstige activiteiten in het plangebied zodanig te beperken dat er geen toename van stikstofdepositie op kan treden. Op deze manier kunnen duurzame bedrijven uit deze milieucategorieën, die, voor zover redelijkerwijs mogelijk, ook op het gebied van stikstof emissie-reducerende technieken wensen toe te passen, worden gefaciliteerd. Vervuilende bedrijven worden daarmee geweerd. In het plan wordt dan de stikstofgebruiksruimte voor de bedrijven beperkt en geborgd middels een emissieverbod (geen toename van stikstofemissie van bedrijfsactiviteiten) met een daaraan gekoppeld omgevingsvergunningstelsel om van dit verbod af te wijken.

In dat omgevingsvergunningstelsel is een emissieplafond opgenomen dat voorziet in een maximum van de uit te geven hoeveelheden stikstof (stikstofgebruiksruimte) (zie verder H.6.6) . Om de toetsing aan de planregels bij toekomstige bedrijven zo eenvoudig mogelijk te maken, is ervoor gekozen om de bedrijfsemissies op te splitsen in verkeersgerelateerde emissies en overige emissies. De verkeersgerelateerde emissies (van alle toekomstige bedrijven) maken geen onderdeel uit van het emissieverbod en emissieplafond. Die verkeersemissies zijn in de stikstofberekening gelet op de maximale mogelijkheden volledig meegenomen en beoordeeld. De bedrijven hoeven deze emissies bij de toets aan de planregels (na vaststelling van het plan) dan ook niet meer te betrekken. Het emissieplafond (met omgevingsvergunningstelsel om daarvan af te wijken) ziet op de overige bedrijfsemissies die vrijkomen bij bedrijfsprocessen (bijv. dieselvorkheftrucks). Wanneer bedrijven daarvan gebruik willen maken wordt getoetst aan (onder meer) de maximaal beschikbare stikstofgebruiksruimte uit het emissieplafond. De met de omgevingsvergunningen maximaal uit te geven stikstofgebruiksruimte is in de stikstofberekening volledig meegenomen als emissiebronnen. De maximaal beschikbare stikstofgebruiksruimte (voor de overige bedrijfsemissies) is aan de hand van een iteratief rekenproces bepaald (zie verder H.6.3.2).

Blad 30 van 62

Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 november 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

6.3.1

Verkeersgerelateerde stikstofemissies van toekomstige bedrijven op Heesch West Al het verkeer op de openbare weg inclusief de zogenoemde ”inprikkers” (zie de rode lijnen in de figuren 5.3 en 6.3) is standaard bij de berekeningen betrokken. Op het terrein van een bedrijf (inrichting) vinden echter ook nog verkeersgerelateerde emissies plaats, zoals emissies door parkerend verkeer (werknemers, bezoekers), van manoeuvrerende vrachtwagens en eventueel stationair draaiende motoren van die vrachtwagens bij het laden en lossen. Voor het parkeren, het manoeuvreren van vrachtwagens en het laden en lossen (met draaiende motor) zijn emissies bepaald die, omdat nog niet duidelijk is waar die emissies exact plaatsvinden, middels een vlakbron zijn gemodelleerd. De betreffende vlakken zijn in onderstaande figuur 6.3 weergegeven. De emissies zijn naar rato van het oppervlak van de vlakken verdeeld.

Figuur 6.3: Gemodelleerde vlakken met emissies als gevolg van parkeren, manoeuvreren en laden- en lossen.

Voor het berekenen van de emissies zijn de volgende aannames gedaan: • al het bezoekende (en daarna weer vertrekkende verkeer) rijdt nog gemiddeld 100 meter buiten de inprikkers (de rode lijnen binnen de vlakken); • uitgegaan is van de emissiefactoren voor het wegverkeer voor het jaar 2021 zoals die jaarlijks door het RIVM worden vastgesteld5; • uitgegaan is van stagnerend stadsverkeer; • een kwart van de zware vrachtwagens laat bij het laden en lossen de motor gedurende 30 minuten stationair draaien; • uitgegaan is van vrachtwagens stageklasse IV. De berekening van deze emissies is weergegeven in bijlage 6. In onderstaande tabel zijn de bij de berekeningen betrokken emissies per vlak weergegeven.

5

https://www.rivm.nl/emissiefactoren

Blad 31 van 62

Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 november 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

Tabel 6.3 emissies als gevolg van parkeren, manoeuvreren en laden- en lossen. Vlaknummer Oppervlakte Emissie NOx Emissie NH3 [ha] [kg/jaar] [kg/jaar] A 0,50 14,8 0,0 B 6,72 198,5 0,4 C 6,51 192,3 0,4 D 10,36 306,0 0,6 E 10,19 301,0 0,6 F 9,44 307,2 0,6 G 9,03 293,9 0,6 H 10,49 340,4 0,7 I 4,86 143,5 0,3 J 11,67 378,7 0,7

6.3.2

Emissieplafonds/stikstofgebruiksruimte voor bedrijven Zoals eerder aangegeven is de maximale stikstofgebruiksruimte middels een iteratief rekenproces bepaald. Deze stikstofgebruiksruimte is beschikbaar voor alle niet-verkeersgerelateerde bedrijfsemissies. Bij die iteratieve berekeningen zijn steeds bedrijfsemissies gelijkmatig verdeeld over de 80 ha oppervlakte van het bedrijventerrein gemodelleerd. Daarbij is het onderstaande in acht genomen. Uitstoothoogte en warmteoutput Naast de omvang van de emissies zijn er nog twee factoren van belang voor het stikstofeffect op Natura 2000-gebieden: de uitstoothoogte en de warmte-inhoud (eenheid waarin de temperatuur en de snelheid van de gassen waarmee stikstof wordt uitgestoten is verwerkt). Met een gevoeligheidsanalyse is bepaald welke uitstoothoogte en warmte-inhoud het worst-case effect van Heesch West geeft. Dit blijkt te zijn met een uitstoothoogte van 4 m (met een spreiding van 4 meter) en een warmte-inhoud van 0 MW (tabel 6.4). Deze uitgangspunten sluiten ook aan bij de soort bronnen die op een aardgasloos bedrijventerrein aanwezig kunnen zijn (vorkheftrucks, noodstroomaggregaten).

Tabel 6.4 Gevoeligheidsanalyses effect uitstoothoogte en warmteoutput Uitstoothoogte Warmte-inhoud Depositiebijdrage [m] [MW] [mol/ha/jaar] 4 0 0,58 8 0 0,58 12 0 0,54 16 0 0,49 20 0 0,41 4 0,1 0,22 8 0,1 0,20 12 0,1 0,19 16 0,1 0,17 20 0,2 0,15 4 0,2 0,19 8 0,2 0,18 12 0,2 0,16 16 0,2 0,15 20 0,2 0,14 Er is gerekend met een Indicatieve bron van 100.000 kg NOx per jaar op locatie Heesch West met rekenpunt op Rijntakken.

Blad 32 van 62

Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 november 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

De bedrijfsemissies zijn in de berekeningen gemodelleerd als oppervlaktebron, een warmte-inhoud van 0 MW en een uitstoothoogte van 4 m met een spreiding van 4 m. Locatie bedrijven op Heesch West In het kader van de stikstofberekeningen zijn gevoeligheidsanalyses uitgevoerd naar de gevoeligheid van het stikstofeffect van Heesch West voor de exacte ligging van bedrijven op Heesch West. Omdat de Natura 2000-gebieden op grote afstand van Heesch West liggen, is de exacte locatie van individuele bedrijven binnen het plangebied Heesch West niet relevant voor de omvang van de stikstofbijdragen op de Natura 2000-gebieden.

6.4

Berekeningen In onderstaande figuur is de opzet van de berekeningen schematisch weergegeven. Aan de referentiezijde bevinden zich de gegevens van het huidige verkeer (zonder planontwikkeling) en de verdwijnende agrarische bedrijven. Aan de beoogde zijde bevinden zich het toekomstige verkeer (inclusief planontwikkeling) en de verkeersgerelateerde bedrijfsemissies. Sluitpost aan de beoogde zijde zijn de maximaal mogelijke overige bedrijfsemissies oftewel de stikstofgebruiksruimte.

Figuur 6.4: Schematische weergave berekeningen

De berekeningen zijn wederom uitgevoerd met de meest recente versie van het rekenprogramma AERIUS Calculator (versie 2020) voor het rekenjaar 2022. Het jaar 2022 is het eerste volledige jaar waarin de effecten van het gehele plan kunnen optreden. Voor wat betreft de stalemissies van de verdwijnende agrarische bedrijven is (worst-case) gerekend zonder gebouwinvloeden. Voor de stalemissies is gebruik gemaakt van de standaard kengetallen uit AERIUS Calculator (zie bijlage 5).

Blad 33 van 62

Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 november 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

Alle invoerparameters en berekeningsresultaten zijn, bij ontstentenis van een AURIUS-pdf (bij gebruik van de functie OPS_ROAD komen geen pdf-bestanden beschikbaar), weergegeven in zogenoemde gmlbestanden, die digitaal zijn bijgevoegd (zie bijlage 6). Gebaseerd op de bovenvermelde uitgangspunten is uiteindelijk (iteratief proces) berekend dat bedrijfsemissies van 7.500 kg NOx/jaar en 300 kg NH3/jaar inclusief mitigerende maatregelen niet leiden tot een bijdrage aan de stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol/ha/jaar. Deze berekening is in de paragrafen 6.4.1 tot en met 6.4.3 beschreven.

6.4.1

Verschilberekening AERIUS Calculator Teneinde mogelijke bijdragen aan de stikstofdepositie te bepalen, is voor deze situatie een verschilberekening uitgevoerd met AERIUS Calculator. Daarbij is het verschil tussen de plansituatie en de referentiesituatie (inclusief mitigerende maatregelen) in beeld gebracht (plansituatie minus referentiesituatie). Ook deze berekeningen zijn, om ongewenste afrondingen te voorkomen bij de optelling van de resultaten uit OPS-ROAD (zie 6.5.2 en 6.5.3), uitgevoerd op een set van eigen rekenpunten. Deze rekenpunten zijn identiek aan de punten waar AERIUS Calculator de depositiebijdragen op berekent (het middelpunt van een hexagoon). Ter verkorting van de rekentijd zijn deze eigen rekenpunten opgedeeld in 2 sets, te weten (Nederland) Noord en (Nederland) Zuid. In de onderstaande figuur 6.5 zijn resultaten voor heel Nederland gevisualiseerd. Er zijn op geen enkel Natura 2000-gebied depositiewaarden berekend die hoger zijn dan 0,00 mol/ha/jaar.

Blad 34 van 62

Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 november 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

Figuur 6.5: Met AERIUS Calculator berekende bijdragen in mol/ha/jaar.

Blad 35 van 62

Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 november 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

In de onderstaande figuur 6.6 zijn de berekeningsresultaten nader gevisualiseerd op een gedeelte van het Natura 2000-gebied Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek.

Figuur 6.6: Met AERIUS Calculator berekende bijdragen in mol/ha/jaar Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek.

In onderstaande tabel 6.5 zijn voor de maatgevende Natura 2000-gebieden de middels Aerius Calculator berekende uiterste depositiewaarden weergegeven. Tabel 6.5 Maatgevende Natura 2000-gebieden met de uiterste depositiewaarden als gevolg van Heesch West Natura 2000-gebied Stikstofdepositie AERIUS Calculator (mol/ha/jaar) Hoogste afname Laagste afname

Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek Rijntakken Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen Veluwe Kampina & Oisterwijkse Vennen

Blad 36 van 62

-1,04 -0,83 -0,48 -0,49 -0,40

-0,09 -0,02 -0,05 -0,02 -0,07

Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 november 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

6.4.2

Verschilberekening OPS_ROAD Teneinde mogelijke bijdragen aan de stikstofdepositie op een grotere afstand dan 5 km van elk wegvak te bepalen, is wederom een verschilberekening uitgevoerd met de optie OPS_ROAD via AERIUS Connect. Daarbij wordt het verschil tussen de plansituatie en de referentiesituatie in beeld gebracht (plansituatie minus referentiesituatie). Dit betreft dezelfde berekening met dezelfde berekeningsresultaten als vermeld in paragraaf 5.2.2. OPS_ROAD rekent immers alleen met verkeer als bron en de mitigerende maatregelen hebben geen invloed op de verkeersbewegingen. In de onderstaande figuur 6.7 zijn de berekeningsresultaten nader gevisualiseerd op een gedeelte van het Natura 2000-gebied Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek.

Figuur 6.7: Met OPS_ROAD berekende bijdragen in mol/ha/jaar direct ten zuiden van het plangebied.

In onderstaande tabel 6.6 zijn de hoogste middels OPS_ROAD berekende depositiewaarden weergegeven voor de maatgevende Natura 2000-gebieden. Tabel 6.6 Bijdrage OPS_ROAD op maatgevende Natura 2000-gebieden. Natura 2000-gebied Stikstofdepositie OPS_ROAD (mol/ha/jaar)

Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek Rijntakken Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen Veluwe Kampina & Oisterwijkse Vennen

Blad 37 van 62

0,19 0,17 0,18 0,17 0,14

Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 november 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

6.4.3

Gezamenlijk rekenresultaat Om correct te beoordelen of er als gevolg van het project significante gevolgen kunnen zijn voor Natura 2000-gebieden, zijn de resultaten van de AERIUS Calculator-berekening en de OPS_ROAD-berekening op hexagoonniveau bij elkaar opgeteld. De berekening met AERIUS Calculator geeft immers de depositiebijdragen tot en met 5 km vanaf een wegbron, de berekening met OPS_ROAD geeft de depositiebijdragen verder dan 5 km vanaf een wegbron. Zie ook voor nadere uitleg bijlage 3. In de onderstaande figuur 6.8 zijn resultaten voor heel Nederland gevisualiseerd. Er zijn op geen enkel Natura 2000-gebied depositiewaarden berekend die hoger zijn dan 0,00 mol/ha/jaar. De hoogste afname van de stikstofdepositie bedraagt -0,88 mol/ha/jaar op het Natura 2000-gebied Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek.

Blad 38 van 62

Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 november 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

Figuur 6.8: Gezamenlijk rekenresultaat in mol/ha/jaar.

Blad 39 van 62

Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 november 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

Het gezamenlijk rekenresultaat is in onderstaande figuur 6.9 weergegeven op een gedeelte van het Natura 2000-gebied Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek.

Figuur 6.9: Gezamenlijk rekenresultaat (AERIUS Calculator plus OPS_ROAD) op Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek. Tabel 6.7 Totale stikstofbijdrage op maatgevende Natura 2000-gebieden als gevolg van Heesch West (inclusief mitigerende maatregelen) Natura2000-gebied Stikstofdepositie AERIUS Calculator Stikstofdepositie Stikstofdepositie Totaal (mol/ha/jaar) OPS_ROAD (mol/ha/jaar) 1) (mol/ha/jaar) Hoogste afname Laagste afname Hoogste afname Laagste afname

Vlijmens Ven, etc. Rijntakken Loonse Duinen, etc. Veluwe Kampina, etc.

-1,04 -0,83 -0,48 -0,49 -0,40

-0,09 -0,02 -0,05 -0,02 -0,07

0,19 0,17 0,18 0,17 0,14

-0,88 -0,70 -0,35 -0,38 -0,28

0,00 0,00 -0.03 -0,01 -0,03

1) doordat de hoogste/laagste met AERIUS Calculator berekende waarde niet altijd op dezelfde plaats is gelegen als de met OPS_ROAD berekende waarde, is de totale stikstofdepositie vaak niet de directe optelling van de weergegeven waarden in de kolommen AERIUS Calculator en OPS_ROAD.

Blad 40 van 62

Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 november 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

6.5

Cumulatie De verplichting om in een natuurtoets ook de effecten van andere plannen en projecten in beschouwing te nemen vindt zijn oorsprong in de Habitatrichtlijn. Art 6 lid 3 van de Habitatrichtlijn stelt dat bij een beoordeling rekening moet worden gehouden met cumulatie van effecten van andere plannen en projecten. De cumulatietoets is vooral van belang voor plannen of projecten die een mogelijk negatief (maar niet significant) gevolg hebben, om te bezien of zo’n plan of project in cumulatie alsnog tot een significant effect zou kunnen leiden. Dit is een uitwerking van het voorzorgsbeginsel. Zoals uit de berekeningsresultaten van de stikstofdepositie blijkt, leidt de beoogde ontwikkeling (met mitigatie) zelf niet tot een negatief gevolg, zodat niet verder op de cumulatie hoeft te worden ingegaan.

6.6

Borging geen toename stikstof in bestemmingsplan Om de bedrijvigheid zoals beschreven in paragraaf 5.1.2 toe te staan en te borgen dat Heesch West desondanks niet leidt tot een toename van stikstofdepositie op Natura2000-gebieden zijn verschillende borgingsregels in het bestemmingsplan opgenomen. Naast een verbod op een aansluiting op het aardgastransportnet (artikel 5.4.9) is in de planregels voorzien in een systeem dat de maximaal uit te stoten emissie vanuit de bedrijven vastlegt en reguleert. Meer concreet wordt in de gebruiksregels voorzien in een stikstofemissieverbod voor de bedrijfsemissies (artikel 5.4.11). Door middel van een omgevingsvergunning kan van dit verbod onder voorwaarden worden afgeweken (binnenplanse afwijkbevoegdheid). Dit omgevingsvergunningstelsel is opgenomen in artikel 5.5.7. Toestemming kan worden verleend wanneer het stikstofplafond niet wordt overschreden én sprake is van een ‘evenwichtige verdeling van de stikstofgebruiksruimte’. Of daarvan sprake is wordt getoetst aan de hand van de ‘Beleidsregel Stikstofgebruiksruimte Bedrijventerrein Heesch West’ (KuiperCompagnons, 2021), die als bijlage 8 is bijgevoegd. De maximaal uit te geven hoeveelheid emissie is meegenomen in de stikstofberekeningen.

Met dit borgingssysteem in het bestemmingsplan is dan ook verzekerd dat er geen stikstofdepositietoename door het plan ontstaat op de relevante hexagonen in de Natura 2000-gebieden. Bovendien wordt met dit systeem invulling gegeven aan de doelstelling om een duurzaam bedrijventerrein te realiseren, waarbij bedrijven ook gestimuleerd worden om emissie-reducerende maatregelen te treffen. Na afgifte van de omgevingsvergunning kan dit ook gehandhaafd worden. Daarmee voorziet het borgingssysteem erin dat vanaf de eerste uitgifte door bedrijven stikstofreducerende maatregelen worden toegepast. De binnenplanse afwijkbevoegdheid (omgevingsvergunningstelsel in de planregels) bevat twee voorwaarden. De eerste voorwaarde betreft het (stikstof)emissieplafond, dat in de stikstofberekening (zie H 6.4.3) is doorgerekend. Zo wordt geborgd dat van uit het plangebied in zijn totaliteit niet meer stikstofdepositie wordt veroorzaakt dan waarmee in de passende beoordeling qua bedrijfsemissies rekening is gehouden. Met de tweede voorwaarde wordt geregeld dat bij de vergunningverlening rekening moet worden gehouden met een evenwichtige verdeling van de stikstofgebruiksruimte. Voor wat betreft het criterium ‘evenwichtige verdeling van de stikstofgebruiksruimte’ wordt door het bevoegd gezag de beleidsregel stikstof toegepast, die als bijlage bij het bestemmingsplan Heesch West is gevoegd.

Artikel 3.1.2 van het Bro biedt de mogelijkheid te verwijzen naar beleidsregels bij de voorwaarden voor toepassen van de binnenplanse afwijkbevoegdheid. Hiermee wordt ook gestimuleerd dat bedrijven stikstofreducerende technieken toepassen. Bovendien voorkomt de beleidsregel dat één/ of het eerste bedrijf in theorie alle stikstofruimte zou kunnen claimen waardoor de rest van Heesch West alleen emissieloos zou kunnen worden geëxploiteerd.

Blad 41 van 62

Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 november 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

Uitsnede regels Bestemmingsplan Heesch West Artikel 5 Bedrijventerrein Specifieke gebruiksregels Stikstof Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend het gebruik van gronden en/of bouwwerken voor de ter plaatse toegestane (bedrijfs)activiteiten, als gevolg waarvan een toename van emissie van stikstof optreedt, met uitzondering van de emissie van stikstof die verband houdt met motorvoertuigen die samenhangen met bezoeken. Afwijken van de gebruiksregels Stikstof a Bij gelijkblijvende emissie Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde bij Strijdig gebruik, waarbij cumulatief moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de emissie van stikstof binnen het plangebied door het gebruik van gronden en/of bouwwerken met de bestemming "Bedrijventerrein" voor de ter plaatse toegestane (bedrijfs)activiteiten bedraagt in zijn totaliteit niet meer dan 7350 7.500 kg NOx/jaar en 258 300 kg NH3/jaar, daaronder niet begrepen de emissie van stikstof die verband houdt met motorvoertuigen die samenhangen met bezoeken; en b. de emissie van stikstof van de aangevraagde activiteiten met uitzondering van de emissie van stikstof die verband houdt met motorvoertuigen die samenhangen met bezoeken, bedraagt niet meer dan wat in het kader van een evenwichtige verdeling van de stikstofgebruiksruimte redelijk kan worden geacht; c.

er moet sprake zijn van een evenwichtige verdeling van de stikstofgebruiksruimte. Of daarvan sprake is wordt aan de hand van de door het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Bernheze en het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente ’s-Hertogenbosch gezamenlijk vastgestelde of vast te stellen ‘Beleidsregel Stikstofgebruiksruimte Bedrijventerrein Heesch West’ bepaald, met dien verstande dat, indien voornoemde beleidsregels worden gewijzigd, aan de hand van de nieuwe beleidsregels wordt bepaald of sprake is van een evenwichtige verdeling van de stikstofgebruiksruimte.” b Bij toenemende emissie Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde bij Strijdig gebruik, waarbij cumulatief voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. de emissie van 7.500 kg NOx/jaar en/of 300 kg NH3/jaar door de aangevraagde bedrijfsactiviteiten wordt overschreden; en b. uit een stikstofberekening met gebruikmaking van het op het moment van indienen van de aanvraag om omgevingsvergunning meest recente AERIUS-Calculator-model volgt dat de emissie afkomstig van de bedrijfsactiviteiten, inclusief de emissie van stikstof die verband houdt met motorvoertuigen die samenhangen met bezoeken, niet leidt tot een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitats in enig Natura 2000-gebied; c.

onder 'stikstofgevoelige habitats' als bedoeld onder b wordt verstaan: habitattypen of leefgebied van soorten die volgens AERIUS-Calculator ter plaatse gelet op de kritische depositiewaarde van het habitat overbelast voor stikstof zijn. .

Blad 42 van 62

Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 november 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

7

Conclusie Heesch West is gelegen op ruime afstand (> 10 kilometer) van Natura 2000-gebieden. Desondanks kunnen de beoogde activiteiten (bedrijven) in Heesch West zorgdragen voor een toename van stikstofuitstoot (emissies) en daarmee tot een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Overige effecten op Natura 2000 gebieden kunnen, gelet op de afstand, op voorhand worden uitgesloten. Ten behoeve van de realisatie van het bedrijventerrein Heesch West zijn veehouderijen in en één veehouderij buiten het plangebied aangekocht. Deze bedrijven zijn of worden beëindigd ten behoeve van het plan Heesch West. De positieve effecten van het beëindigen van deze bedrijven (verminderde stikstofdepositie) worden als (mitigerende) maatregelen ingezet om het stikstofeffect van Heesch West te salderen. De afname van de stikstofdepositie door de verdwijnende bedrijven is niet voldoende voor volledige saldering van het stikstofeffect van Heesch West uitgaande van de (algemene) kentallen en gelet op een worst case invulling van het plangebied aan de hand van de toegestane categorieën van bedrijvigheid.

Gelet op de vraag naar bedrijvigheid uit de milieucategorieën 4 en 5, is ervoor gekozen om niet de oppervlaktes van de toegestane milieucategorieën nog verder te verkleinen, maar om de maximaal toegestane emissies van toekomstige activiteiten in het plangebied zodanig te beperken dat er geen toename van stikstofdepositie op kan treden. Op deze manier kunnen duurzame bedrijven uit deze milieucategorieën, die, voor zover redelijkerwijs mogelijk, ook op het gebied van stikstof emissiereducerende technieken wensen toe te passen, worden gefaciliteerd. Om deze bedrijvigheid toe te staan en te borgen dat Heesch West niet leidt tot toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden zijn verschillende borgingsregels in het bestemmingsplan opgenomen. Zo bevat het plan een verbod op het aansluiten op het aardgasnet. Daarnaast is voorzien in een systeem dat de maximaal uit te stoten hoeveelheid (stikstof)emissie vanuit de bedrijven vastlegt en reguleert. Meer concreet wordt in de gebruiksregels voorzien in een emissieverbod voor wat betreft de bedrijfsemissies. Door middel van een omgevingsvergunning kan van dit verbod onder voorwaarden worden afgeweken. Toestemming kan worden verleend wanneer het stikstofplafond niet wordt overschreden én sprake is van een ‘evenwichtige verdeling van de stikstofgebruiksruimte’. Of daarvan sprake is wordt getoetst aan de hand van de beleidsregel.

In deze passende beoordeling is voor wat betreft de niet-verkeersgerelateerde bedrijfsemissies, de maximaal mogelijke emissie berekend. Voor de overige emissiebronnen (zoals emissie afkomstig van verkeer en verkeersgerelateerde bedrijfsemissies op het terrein van het bedrijf (inrichting)), is zoals gebruikelijk rekening gehouden met het verkeer bij invulling van de maximale mogelijkheden van het gehele bestemmingsplan. Geconcludeerd is dat bij een emissie van 7.500 kg NOx/jaar en 300 kg NH3 /jaar op geen van de relevante stikstofgevoelige hexagonen in Natura 2000-gebieden als gevolg van de planontwikkeling een stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol/ha/jaar optreedt. Met het borgingssysteem is dan ook verzekerd dat er geen stikstofdepositietoename ontstaat op de relevante hexagonen in de Natura 2000-gebieden. Daarnaast wordt invulling gegeven aan de doelstelling om een duurzaam bedrijventerrein te realiseren, waarbij bedrijven ook gestimuleerd worden om emissiereducerende maatregelen te treffen. Het borgingssysteem voorziet erin dat vanaf de eerste bedrijfsvestiging door initiatiefnemers stikstofreducerende maatregelen worden toegepast.

Blad 43 van 62

Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 november 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

Uit deze passende beoordeling volgt dan ook dat het bestemmingsplan Heesch West niet leidt tot toename van stikstof op Natura 2000-gebieden. Er treden geen significante negatieve effecten op en verzekerd is dat de natuurlijke kenmerken van Natura 2000-gebieden niet worden aangetast.

Blad 44 van 62

Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 november 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

Bijlagen Bijlage 1 Natura 2000-gebieden; ligging, Instandhoudingsdoelen en verstoringsfactoren Bijlage 2 Definitie storingsfactoren Bijlage 3 Beschrijving rekenen met OPS_ROAD Bijlage 4: Invoer- en resultaatbestanden beoogde situatie (digitale bijlagen) Bijlage 5: Invoergegevens agrarische bedrijven Bijlage 6: Berekening parkeren, manoeuvreren en laden- en lossen Bijlage 7: Invoer- en resultaatbestanden inclusief mitigerende maatregelen (digitale bijlagen) Bijlage 8: Beleidsregel stikstof (KuiperCompagnons, 2021)

Blad 45 van 62

Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 november 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

Bijlage 1: Natura 2000-gebieden: ligging, instandhoudingsdoelen en verstoringsfactoren Vlijmens Ven, de Moerputten en het Bossche Broek Dit gebied is op mei 2013 definitief aangewezen als Natura 2000-gebied en in mei 2015 is er een definitief wijzigingsbesluit genomen waarbij het habitattype H6430A is toegevoegd en het habitattype H6510 Laaggelegen schraal hooiland is geschrapt. Op 23 februari 2018 heeft minister Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselveiligheid (LNV) een ontwerp-wijzigingsbesluit voor diverse Habitatrichtlijngebieden getekend. Daarin zijn voor een groot aantal Natura 2000-gebieden (habitatrichtlijngebieden) instandhoudingsdoelen voor een aantal habitattypen en/of habitatsoorten toegevoegd. Voor het Natura 2000-gebied Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek zijn met dit ontwerp-aanwijzingsbesluit de volgende instandhoudingsdoelstellingen toegevoegd (nog niet in de tabel B1.1 verwerkt): • een behouddoelstelling voor omvang en kwaliteit van de habitattypen H3150 Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden en H6230 *Heischrale graslanden; • Een behouddoelstelling voor de omvang en kwaliteit van het leefgebied voor het behoud van de populatie van de habitatsoorten H1134 Bittervoorn en H1166 Kamsalamander. Tabel B1.1.

Instandhoudingsdoelen Natura 2000-gebied Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek (Bron: Aanwijzingsbesluit, juni 2014) Doelst. Opp.vl.

Habitattypen H3140 Kranswierwateren > H6410 Blauwgraslanden > H6430A Ruigten en zomen (moerasspirea) = H6510A Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (glanshaver) > H7140A Overgangs- en trilvenen (trilvenen) = Habitatsoorten H1059 Pimpernelblauwtje > H1061 Donker pimpernelblauwtje > H1145 Grote modderkuiper > H1149 Kleine modderkruiper = H1831 Drijvende waterweegbree = Legenda = Behoudsdoelstelling > Verbeter- of uitbreidingsdoelstelling * voor een naam betekent het prioritaire soort of habitattype

Doelst. Kwal.

Doelst. Pop.

> > = > = > > > = =

> > > = =

Uit de Leeswijzer Natura 2000 profielen van september 2014 van het ministerie van Economische Zaken volgt dat effecten op typische (dier)soorten de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000gebied kunnen aantasten. Daarom zijn de verstoringsgevoelige typische soorten van de relevante Natura 2000-gebieden in deze bijlage ook opgenomen.

Blad 46 van 62

Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 november 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

Tabel B1.2.

Typische vogel- en zoogdierensoorten van de habitattypen Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek (Bron: profieldocumenten habitattypen https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/gebiedendatabase.aspx?subj=profielen) Typische vogelsoort Typisch zoogdier

Habitattypen H3140 Kranswierwateren H6410 Blauwgraslanden H6430A Ruigten en zomen (moerasspirea)

Watersnip Bosrietzanger

H6510A H7140A

Kwartel -

Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (glanshaver) Overgangs- en trilvenen (trilvenen)

Dwergmuis, Waterspitsmuis -

Figuur B1.1: Begrenzing Natura 2000-gebied Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek [Bron: http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/gebiedendatabase]

Figuur B1.2: Gevoeligheid instandhoudingsdoelen Natura 2000-gebied Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek voor diverse storingsfactoren (Bron: website ministerie LNV)

Blad 47 van 62

Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 november 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

Rijntakken Dit gebied is in april 2014 door de staatssecretaris van het ministerie van Economische Zaken definitief aangewezen als Natura 2000-gebied. In maart 2017 is een wijzigingsbesluit genomen en in 2018 is een ontwerp-wijzigingsbesluit voor de Habitatrichtlijngebieden genomen waarin de volgende instandhoudingsdoel zijn toegevoegd voor de Rijntakken (niet opgenomen in tabel B2.3): • H6430B Ruigten en zomen (harig wilgenroosje): behoud omvang en behoud kwaliteit; • H9120 Beuken- en eikenbos met hulst: uitbreiding omvang en verbetering kwaliteit; • H91E0C Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen): uitbreiding omvang en verbetering kwaliteit. Tabel B1.3.

Instandhoudingsdoelen Natura 2000-gebied Rijntakken(bron: definitief aanwijzingsbesluit april 2014 en ontwerp wijzigingsbesluit maart 2018). Doelst. Opp.vl.

Doelst. Kwal.

Doelst. Pop.

Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden Beken en rivieren met waterplanten (grote fonteinkruiden) H3270 Slikkige rivieroevers H6120 *Stroomdalgraslanden H6430A Ruigten en zomen (moerasspirea) H6430C Ruigten en zomen (droge bosranden) H6510A Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (glanshaver) H6510B Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (grote vossenstaart) H91E0A *Vochtige alluviale bossen (zachthoutooibossen) H91E0B *Vochtige alluviale bossen (essen-iepenbossen) H91F0 Droge hardhoutooibossen Habitatsoorten

> >

> =

> > = > > >

> > = > > >

= > >

> > >

H1095 H1099 H1102

Zeeprik Rivierprik Elft

> > =

> > =

> > >

H1106 Zalm H1134 Bittervoorn H1145 Grote modderkruiper H1149 Kleine modderkruiper H1163 Rivierdonderpad H1166 Kamsalamander H1318 Meervleermuis H1337 Bever Broedvogels

= > > = = > = =

= > > = = > = >

> > > = = > = >

A004 Dodaars A017 Aalscholver A021 Roerdomp A022 Woudaap A119 Porseleinhoen A122 Kwartelkoning A153 Watersnip A197 Zwarte Stern A229 IJsvogel A149 Oeverzwaluw A272 Blauwborst A298 Grote Karekiet Niet-broedvogels

= = > > > > = > = = = >

= = > > > > = > = = = >

A005

=

=

Draagkracht aantal vogels

Draagkracht aantal paren

Habitattypen H3150 H3260B

Fuut

Blad 48 van 62

45 660 20 20 40 160 17 240 25 680 95 70 570

Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 november 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

Doelst. Opp.vl.

Doelst. Kwal.

Doelst. Pop.

Draagkracht aantal vogels 1300 100 30 125 (f) 2800 (s) 35.400 (f) 180.100 (s) 8.300 (f) 21.500 (s) 920 (f) 5.200 (s) 120 17.900 340 1.100 6.100 130 400 990 2.300 40 8.100 340 140 8.100 1.000 690 850 65

A017 A037 A038 A039

Aalscholver Kleine Zwaan Wilde Zwaan Toendrarietgans

= = = =

= = = =

A041

Kolgans

=

=

A043

Grauwe Gans

=

=

A045

Brandgans

=

=

A048 A050 A051 A052 A053 A054 A056 A059 A061 A068 A125 A130 A140 A142 A151 A156 A160 A162 Legenda

Bergeend Smient Krakeend Wintertaling Wilde eend Pijlstaart Slobeend Tafeleend Kuifeend Nonnetje Meerkoet Scholekster Goudplevier Kievit Kemphaan Grutto Wulp Tureluur

= = = = = = = = = = = = = = = = = =

= = = = = = = = = = = = = = = = = =

=

Behoudsdoelstelling

>

Verbeter- of uitbreidingsdoelstelling Gemiddeld aantal vogels (seizoensgemiddelde) waarvoor het Natura 2000-gebied draagkracht moet hebben als foerageergebied. Gemiddeld aantal vogels (seizoensmaximum waarvoor het Natura 2000-gebied draagkracht moet hebben als rust- en slaapplaats.

(f) (s)

Blad 49 van 62

Draagkracht aantal paren

Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 november 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

Tabel B1.4

Typische vogel- en zoogdierensoorten van de habitattypen Rijntakken (Bron: profieldocumenten habitattypen https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/gebiedendatabase.aspx?subj=profielen) Typische vogelsoort

Typisch zoogdier

Habitattypen H3150 H3260B H3270 H6120 H6430A H6430B H6430C H6510A H6510B H91E0A

Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden Beken en rivieren met waterplanten (grote fonteinkruiden) Slikkige rivieroevers *Stroomdalgraslanden Ruigten en zomen (moerasspirea) Ruigten en zomen (harig wilgenroosje) 1) Ruigten en zomen (droge bosranden) Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (glanshaver) Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (grote vossenstaart) *Vochtige alluviale bossen (zachthoutooibossen)

Zwarte stern -

-

Graspieper Bosrietzanger

Dwergmuis, Waterspitsmuis Dwergmuis -

Kwartel -

Grote bonte specht, Kwak H91E0B *Vochtige alluviale bossen (essen-iepenbossen) Grote bonte specht, Matkop, Nachtegaal H91E0C *Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen) Grote bonte specht, Waterspitsmuis Matkop, Boomklever, Nachtegaal H91F0 Droge hardhoutooibossen Wielewaal, Grote bonte specht In de tabel zijn ook subhabitattypen opgenomen waarvoor het Natura 2000-gebied niet is aangewezen indien deze relevant leefgebied zijn voor typische vogel- en zoogdiersoorten. H3260A Beken en rivieren met waterplanten (waterranonkels) is daarom niet relevant (alleen haften, kokerjuffers, libellen, steenvliegen en vissen als typische diersoorten)

Blad 50 van 62

Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 november 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

Uiterwaarden IJssel

Uiterwaarden Neder-Rijn

Gelderse Poort

Waal Figuur B1.3. Begrenzing Natura 2000-gebiedUiterwaarden Rijntakken (met aanduiding deelgebieden) (BN=Beschermd Natuurmonument: is komen te vervallen sinds de inwerkingtreding van de Wnb)

Blad 51 van 62

Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 november 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

Figuur B1.4: Gevoeligheid instandhoudingsdoelen Natura 2000-gebied Rijntakken voor diverse storingsfactoren (Bron: website ministerie LNV) (vervolg op volgende bladzijde)

Blad 52 van 62

Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 november 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

Figuur B1.4 (vervolg): Gevoeligheid instandhoudingsdoelen Natura 2000-gebied Rijntakken voor diverse storingsfactoren (Bron: website ministerie LNV).

Blad 53 van 62

Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 november 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

Bijlage 2: Definitie storingsfactoren Natura2000 Ministerie van EZ, 2015 Oppervlakteverlies en versnippering (1 en 2) Oppervlakteverlies leidt tot een afname van beschikbaar oppervlak leefgebied van soorten en/of habitattypen. Door versnippering kunnen verschillende gebieden geïsoleerd van elkaar komen te liggen, waardoor ze onbereikbaar worden of hun functie verliezen. Stikstofdepositie (verzuring en vermesting)(3 en 4) Verzuring van bodem of water is een gevolg van de uitstoot (emissie) van stikstof (stikstofoxide (NOx), ammoniak (NH3)). Deze verzurende stoffen komen via lucht of water in de grond terecht en leiden aldus tot het zuurder worden van het biotische milieu. De belangrijkste bronnen van verzurende stoffen zijn de landbouw, het verkeer en de industrie. Verzoeting (5) Verzoeting treedt op als het chloridegehalte in het water afneemt, en niet meer geschikt is voor de beoogde zoute of brakke natuurtypen. Het steeds zoeter worden van bijv. het Oostvoornse meer heeft gevolgen voor de flora en fauna in het meer. Bepaalde soorten zullen verdwijnen terwijl nieuwe soorten zich zullen vestigen. Door de verzoeting zal de brakwatervegetatie verdwijnen. Dit heeft tot gevolg dat door het afsterven van algen en wieren een verslechtering van de waterkwaliteit kan optreden. Verder kan door verzoeting de gevoeligheid voor eutrofiëring sterk toenemen.

Naast verandering van vegetatie zal bij een verdere verzoeting ook de macrofauna- en visstandsamenstelling veranderen. Verzilting (6) Verzilting betreft de ophoping van oplosbare zouten (kalium, natrium, magnesium, calcium) in bodems en wateren. In wateren komt verzilting over het gehele spectrum tussen zoet (<200 mg Cl/l) en zeer zout (> 30.000 mg Cl/l) voor en is dus niet beperkt tot zoet en brak water. Als gevolg van verzilting verandert de zoet-zout gradiënt en dit heeft gevolgen voor de grondwaterkwaliteit en dus de bodemvruchtbaarheid. Dit werk weer door in randvoorwaarden voor aanwezige plant- en diersoorten en leidt uiteindelijk tot een verandering in de soortensamenstelling. Verontreiniging (7) Er is sprake van verontreiniging als er verhoogde concentraties van stoffen in een gebied voorkomen die onder natuurlijke omstandigheden niet of in zeer lage concentraties aanwezig zijn. Het gaat hier onder andere over organische verbindingen, zware metalen, schadelijke stoffen die ontstaan door verbranding of productieprocessen. Deze stoffen werken in op de bodem, grondwater en lucht. De gevolgen van verontreiniging zijn divers en complex en kunnen zich pas vele jaren later manifesteren. Vrijwel alle soorten habitattypen reageren op verontreiniging (bron: effectenindicator EZ). Verdroging (8) Verdroging uit zich in lagere grondwaterstanden en/of afnemende kwel.

De actuele grondwaterstand is dan lager dan de gewenste/benodigde grondwaterstand.

Blad 54 van 62

Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 november 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

Vernatting (9) Vernatting manifesteert zich in hogere grondwaterstanden en/of toenemende kwel veroorzaakt door menselijk handelen. Verandering stroomsnelheid (10) Verandering van stroomsnelheid van beken en rivieren kan optreden door menselijke ingrepen zoals plaatsen van stuwen, kanaliseren of weer laten meanderen. Verschillen in stroomsnelheid (langzaam of snel) en dimensies (van bovenloop tot riviertje) leiden tot duidelijke verschillen in levensgemeenschappen en kenmerkende soorten hiervan. Door verandering in stroomsnelheid verdwijnen kenmerkende soorten en levensgemeenschappen. Verandering overstromingsfrequentie (11) De duur en/of frequentie van de overstroming van beken en rivieren verandert door menselijke activiteiten. Voor een voedselarme vegetatie bijvoorbeeld leidt een toenemende overstroming met voedselrijk water tot vermesting: verrijking van de bodem en daardoor verruiging van de vegetatie. Bij boezemlanden die regelmatig worden overstroomd leidt een afname van de overstromingsfrequentie tot verzuring van de bodem, waardoor basenminnende plantensoorten kunnen verdwijnen. Langdurige overstroming kan leiden tot zuurstofgebrek in de wortels van planten waardoor planten kunnen afsterven. Uiteindelijk grijpt een verandering in de overstromingsdynamiek zo in op de soortensamenstelling.

Verandering dynamiek substraat (12) Er treedt een verandering op in de bodemdichtheid of bodemsamenstelling van terrestrische of aquatische systemen, bijvoorbeeld door aanslibbing of verstuiving. Verstoring door geluid (13) Verstoring door geluid betreft verstoring van diersoorten door onnatuurlijke geluidsbronnen. Verstoring door geluid wordt beïnvloed door het achtergrondgeluid en de duur, frequentie en sterkte van de geluidsbron zelf. Geluidsbelasting kan leiden tot stress en/of vluchtgedrag van individuen. Dit kan vervolgens leiden tot het verlaten van het leefgebied of afname van de reproductie. Er kan ook gewenning optreden, in het bijzonder bij continue geluid (bron: effectenindicator Ministerie van EZ en Broekmeyer et al., 2005). Verstoring door licht (14) Lichtverstoring kan optreden indien kunstmatige lichtbronnen de gevoelige habitatsoorten bereiken. Kunstmatige verlichting van de nachtelijke omgeving kan tot verstoring van het normale gedrag van soorten leiden, zoals vogels, vleermuizen en zeehonden. Naar mogelijke effecten is nog vrij weinig onderzoek gedaan. Veel kennis gaat daarom nog niet verder dan het kwalitatief signaleren van risico’s. Met name schemer- en nachtactieve dieren kunnen last hebben van verstoring door licht, doordat zij juist aangetrokken of verdreven worden door de lichtbron.

Hierdoor raakt bijvoorbeeld hun ritme ontregeld en verlichte delen van het leefgebied worden vermeden (bron: Broekmeyer et al., 2005).

Blad 55 van 62

Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 november 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

Verstoring door trilling (15) Er is sprake van trillingen in bodem en water als dergelijke trillingen door menselijke activiteiten veroorzaakt worden, zoals bij boren, heien, draaien van rotorbladen et cetera. Verstoring door optische effecten (16) Optische verstoring betreft verstoring door de aanwezigheid en/of beweging van mensen dan wel voorwerpen die niet thuishoren in het natuurlijke systeem. Verstoring door mechanische effecten (17) Onder mechanische effecten vallen verstoring door betreding, golfslag, luchtwervelingen et cetera, die optreden ten gevolge van menselijke activiteiten. Verandering in populatiedynamiek (18) De storende factor verandering in populatiedynamiek treedt op indien er een direct effect is van een activiteit op de populatie-opbouw en/of populatiegrootte. Er wordt hier vooral gedoeld of de situatie wanneer er sprake van sterfte van individuen door wegverkeer, windmolens, of door jacht of visserij. Bewuste, menselijke ingrepen op populatieniveau kunnen leiden tot directe problemen en problemen in de toekomst. Een verandering in populatieomvang is een direct effect. Een verandering in populatieopbouw (verandering van de verhouding sterfte-reproductie) leidt in de toekomst tot effecten. Zowel minder organismen (een kleinere populatie) en zeker een verandering in samenstelling van de populatie (bijv.

meer oude dieren) kunnen leiden tot een verandering in de geboorte/sterfte ratio. En daarmee kan er iets veranderen in de populatiedynamiek (het gedrag in de tijd). Dit kan uiteindelijk leiden tot het (tijdelijk) verdwijnen van soorten, waardoor het evenwicht van het ecosysteem verschuift. De gevoeligheid is sterk afhankelijk van diverse populatiekenmerken zoals de generatietijd van een soort en de huidige grootte van populaties. Vooralsnog zijn alle soorten als ‘gevoelig’ gescoord. Bewuste verandering soortensamenstelling (19) Er is sprake van bewust ingrijpen in de natuur door herintroductie van soorten, introductie van exoten, uitzetten van vis, inzaaien van genetisch gemodificeerde organismen etc. Er treedt concurrentie op in voedselbeschikbaarheid, nestgelegenheid etc. Deze concurrentie kan leiden tot het verdringen (opvullen van de niche) van de oorspronkelijke soorten. Ook kunnen soorten verdwijnen door predatie van de geïntroduceerde soort. Hierdoor kunnen relaties binnen het ecosysteem worden verstoord.

Blad 56 van 62

Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 november 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

Bijlage 3: Beschrijving rekenen met OPS_ROAD AERIUS Calculator Bij een normale berekening met AERIUS Calculator worden de bijdragen aan de stikstofdepositie van niet-verkeerbronnen op de AERIUS rekenpunten (hexagonen) berekend met OPS, dat geen afkap op de rekenresultaten kent. Bij verkeersbronnen gaat dit anders. De gemodelleerde lijnen van verkeersbronnen worden opgesplitst in korte wegvakjes, waarvan de bijdragen aan de stikstofdepositie op de AERIUS rekenpunten worden berekend met de SRM2-module, die een afkap kent op 5 km. Dat wil zeggen dat er geen rekenresultaten op een grotere afstand dan 5 km van zo’n klein wegvakje worden gegenereerd. Aan het eind van de berekening worden alle deelbijdragen per hexagoon bij elkaar opgeteld. Bij een berekening met AERIUS Calculator bepaalt het rekenprogramma bij de rekeninstelling “berekening natuurgebieden” zelf de rekenpunten. OPS_ROAD Naast AERIUS Calculator bestaat AERIUS Connect. Daarmee kunnen, met hetzelfde rekenhart als bij AERIUS Calculator, berekeningen uitgevoerd worden met meer dan 225 bronnen of berekeningen waarbij schermen of weghoogtes een rol spelen. AERIUS Connect is niet direct, zoals bij AERIUS Calculator, via een beeldscherm benaderbaar, maar is te benaderen via een gml-script. Via AERIUS Connect kan ook de optie OPS_ROAD als onderdeel van de functie roadOPS 6 worden benaderd.

Dat is een functie waarbij, juist in tegenstelling tot het berekenen van de verkeersbijdragen aan de stikstofdepositie met AERIUS Calculator, uitsluitend de bijdragen van een wegvakje op een grotere afstand dan 5 km van dat wegvakje worden berekend. Deze bijdragen worden met OPS berekend. In onderstaande figuur is een uitsnede uit de toelichting bij AERIUS Connect weergegeven.

Figuur B3.1: uitsnede uit toelichting bij AERIUS Connect

Bij gebruik van de functie OPS_ROAD kan, in tegenstelling tot bij het gebruiken van de rekeninstelling “berekening natuurgebieden” in AERIUS Calculator, uitsluitend gerekend worden met eigen rekenpunten. In deze passende beoordeling is daarvoor bij de berekeningen voor de Natura 2000gebieden gebruik gemaakt van de rekenpuntenset zoals die ook in AERIUS Calculator wordt gebruikt (rekenpunt in het midden van een hexagoon). 6

https://connect.aerius.nl/api/doc/#!/calculation/postCalculate

Blad 57 van 62

Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 november 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

Bij het uitvoeren van grote berekeningen levert rekenen met AERIUS Connect geen bruikbare PDF, zoals dat bij het rekenen met AERIUS Calculator wel het geval is. De rekenresultaten via AERIUS Connect worden in een gml-bestand weergegeven, die na een nabewerking in een GIS-programma gevisualiseerd kunnen worden. Verschil in rekenresultaten De rekenresultaten bij rekenen met gelijkblijvende emissies in OPS of SRM2 verschillen. Dat komt omdat OPS ontwikkeld is voor het beschrijven van de verspreiding van emissies vanuit een stationaire bron met een verticale uitstoot (zoals een schoorsteen) en SRM2 ontwikkeld is voor een bewegende bron met een horizontale uitstoot van emissies. De rekenresultaten met SRM2 zijn lager dan de resultaten met OPS. Dit komt doordat bij een bewegende bron met een horizontale uitstoot een beperktere verspreiding naar de omgeving plaats vindt dan bij een stationaire bron met een verticale uitstoot. De extra turbulentie die zich bij bewegende bronnen (zoals wegverkeer) voordoet, speelt hierbij ook een rol. De ene auto rijdt immer door de uitlaatgassen van zijn voorganger heen. In onderstaande figuur zijn de verschillen in rekenresultaat bij gelijkblijvende emissie van de bron tussen OPS en SRM2 weergegeven.

Figuur B3.2:Verschil in rekenresultaat tussen OPS en SRM2 bij gelijkblijvende brongegevens

De mogelijkheid bestaat nu om met OPS_ROAD aanvullende berekeningen uit te voeren teneinde wel eventuele bijdragen aan de stikstofdepositie op een grotere afstand dan 5 km vanaf een wegbron bij de berekeningen te betrekken. Vanwege de hogere berekeningsresultaten met OPS_ROAD is er dan sprake van een worst-case-beoordeling.

Blad 58 van 62

Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 november 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

Rekenpraktijk Er wordt een verschilberekening uitgevoerd met AERIUS Calculator tussen de referentiesituatie en de beoogde situatie. Zo’n verschilberekening (beoogd minus referentie) wordt ook wel een plan/projecteffect-berekening genoemd. De wegverkeersbronnen worden, tot een afstand van 5 km vanaf de bron, doorgerekend met SRM2. Vervolgens wordt met hetzelfde invoerbestand als gebruikt voor de berekening met AERIUS Calculator een verschilberekening uitgevoerd met OPS_ROAD tussen de referentiesituatie en de beoogde situatie. Door de resultaten van de verschilberekening met OPS_ROAD per hexagoon op te tellen bij de resultaten van de verschilberekening met AERIUS Calculator wordt een compleet beeld van de depositie per hexagoon verkregen dat beoordeeld kan worden. Elk wegvakje levert dan een bijdrage aan de stikstofdepositie, tot en met 5 km uitgerekend met SRM2 en verder dan 5 km uitgerekend met OPS.

Blad 59 van 62

Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 november 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

Bijlage 4: Invoer- en resultaatbestanden beoogde situatie (digitale bijlagen)

Alle invoerparameters en berekeningsresultaten zijn, bij ontstentenis van een AERIUS-pdf (bij gebruik van de functie OPS_ROAD komen geen pdf-bestanden beschikbaar), weergegeven in zogenoemde gmlbestanden, die desgewenst digitaal zijn op te vragen

Blad 60 van 62

Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 november 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

Bijlage 5: Invoergegevens agrarische bedrijven

Blad 61 van 62

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de berekende stikstofbijdragen op eigen gedefinieerde rekenpunten. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Agrarisch saldo Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RiGuCbXXMS3t (10 november 2021) pagina 1/10

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

Heesch West

-, - -

Omschrijving

AERIUS kenmerk

-

RiGuCbXXMS3t

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

10 november 2021, 16:59

2022

Berekend met eigen rekenpunten

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

Resultaten

Situatie 1

NOx

-

NH3

12.525,95 kg/j

Natuurgebied

Bijdrage

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Invoergegevens agrarische bedrijven (intern en extern salderen)

Agrarisch saldo

RiGuCbXXMS3t (10 november 2021) pagina 2/10

Resultaten

Locatie Agrarisch saldo

Emissie Agrarisch saldo

Resultaten

Bron Sector

Agrarisch saldo

Emissie NH3

Emissie NOx

Zoggelsestraat 118 Landbouw | Stalemissies

280,60 kg/j

-

Van Rijckevorselweg 4 Landbouw | Stalemissies

4.752,55 kg/j

-

Koksteeg 6 Landbouw | Stalemissies

1.688,50 kg/j

-

Koksteeg 7 Landbouw | Stalemissies

2.909,80 kg/j

-

Koksteeg 18 Landbouw | Stalemissies

1.730,50 kg/j

-

Weerscheut 8 Landbouw | Stalemissies

1.164,00 kg/j

-

RiGuCbXXMS3t (10 november 2021) pagina 3/10

Resultaten

Rekenpunten

Resultaten

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10923649/1