CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Bijlage 23 bij de Toelichting Passende Beoordeling GEANONIMISEERD

Gemeenteraad 1 februari 2022, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Bestemmingsplan Heesch-West met bijbehorend bestemmingsplan Facetplan geluidszone gezoneerd industrieterrein Heesch West20.857 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Regionaal bedrijventerrein Heesch West Passende beoordeling bij bestemmingsplan

projectnummer 419174.300 definitief revisie 00 25 november 2021

Inhoudsopgave

Blz.

1

Inleiding

1

1.1 1.2 1.3

Aanleiding Aanleiding en doel Passende beoordeling Leeswijzer

1 3 4

2

Toetsingskader Wet natuurbescherming (gebiedsbescherming)

5

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

Europese Vogel- en Habitatrichtlijn Wet natuurbescherming Wet stikstofreductie en natuurverbetering Provinciale beleidsregels natuurbescherming Rekenprogramma

5 5 6 6 6

3

Voornemen: Regionaal bedrijventerrein Heesch West

8

4

Effectbepaling en –beoordeling (Voortoets)

11

4.1 4.2

Bepalen van de potentiële effecten die kunnen optreden Toets aan mogelijke verstoringsfactoren (voortoets)

11 11

5

Stikstofdepositieonderzoek

17

5.1 5.1.1 5.1.2 5.2 5.2.1 5.2.2 5.2.3 5.3

Uitgangspunten berekeningen Realisatiefase Beoogde situatie Berekeningen Verschilberekening AERIUS Calculator Verschilberekening OPS_ROAD Gezamenlijk rekenresultaat Tussenconclusie

17 17 17 21 22 23 24 25

6

Mitigatie

26

6.1 6.2 6.2.1 6.2.2 6.3 6.3.1 6.3.2 6.4 6.4.1 6.4.2 6.4.3 6.5

Aanpassing planontwikkeling Saldering Interne saldering Externe saldering Stikstofemissies toekomstige bedrijven op Heesch West Verkeersgerelateerde stikstofemissies van toekomstige bedrijven op Heesch West Emissieplafonds/stikstofgebruiksruimte voor bedrijven Berekeningen Verschilberekening AERIUS Calculator Verschilberekening OPS_ROAD Gezamenlijk rekenresultaat Cumulatie

26 26 27 29 30 31 32 33 34 37 38 41

6.6

Borging geen toename stikstof in bestemmingsplan

41

7

Conclusie

43

Bijlagen Bijlage 1 Natura 2000-gebieden: ligging, instandhoudingsdoelen en verstoringsfactoren Bijlage 2 Definitie storingsfactoren Natura2000 Bijlage 3 Beschrijving rekenen met OPS_ROAD Bijlage 4 Invoer- en resultaatbestanden beoogde situatie (digitale bijlagen) Bijlage 5 Invoergegevens agrarische bedrijven Bijlage 6 Berekening parkeren, manoeuvreren en laden- en lossen Bijlage 7 Invoer- en resultaatbestanden inclusief mitigerende maatregelen (digitale bijlagen) Bijlage 8 Beleidsregel stikstof (KuiperCompagnons, 2021)

Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 november 2021 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

1

Inleiding

1.1

Aanleiding Voornemen: Regionaal bedrijventerrein Heesch West De Gemeenschappelijke Regeling Heesch West, een samenwerking van de gemeenten ’s-Hertogenbosch, Bernheze en Oss, is voornemens om binnen een plangebied van 170 ha aan de zuidzijde van de A59 tussen ’s-Hertogenbosch en Heesch een 80 ha (netto) groot regionaal bedrijventerrein en bijbehorende infrastructuur te realiseren. Dit in 2 fasen: fase 1 van 50 ha, en, mocht de behoefte aangetoond zijn, op termijn fase 2 van 30 ha. In een ambitieuze, toekomstgerichte ontwikkeling biedt Heesch West ruimte aan middelgrote tot zeer grootschalige bedrijven, die elders in de regio geen passende huisvesting (meer) vinden. In belangrijke mate zijn dit bedrijven die nu al een regionale binding hebben en zich binnen de regio willen doorontwikkelen. Onder andere zijn dit (zeer) grootschalige logistiek en bedrijvigheid op het gebied van innovatieve concepten in de bouw, circulaire economie en duurzame energieoplossingen. Ook biedt het terrein ruimte voor regionale verplaatsers en topsectoren. Naast het bedrijventerrein maken ook de ontsluiting en een ruime landschappelijke inpassing onderdeel uit van het bestemmingsplan. Bestemmingsplan en m.e.r. In het kader van de plan- en besluitvorming wordt een bestemmingsplan- en m.e.r. procedure doorlopen.

In juni 2019 zijn een voorontwerpbestemmingsplan en milieueffectrapport (MER) gepubliceerd en ter inzage gelegd, in juni 2021 een ontwerpbestemmingsplan en Aanvulling MER. Op basis van inspraakreacties, vooroverlegreacties, zienswijzen, adviezen van de Commissie voor de milieueffectrapportage en GGD en voortschrijdende inzichten is het plan verder geoptimaliseerd en definitief gemaakt in een vast te stellen bestemmingsplan.

Figuur 1.1. Ligging van het plangebied in de regio.

Blad 1

Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 november 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

Figuur 1.2 Plangebied.

Blad 2 van 62

Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 november 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

1.2

Aanleiding en doel Passende beoordeling Heesch West in relatie tot Natura 2000-gebieden Heesch West ligt niet in of direct nabij Natura 2000-gebieden (figuur 1.1). Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek ligt op circa 10 kilometer afstand ten westen van het plangebied. Ten noorden van het plangebied is het eerste Natura 2000-gebied Rijntakken (op ca 11 km). Verder naar het westen ligt op ca. 20 km afstand het Natura 2000-gebied Kampina & Oisterwijkse Vennen. Ten zuiden en ten oosten van het plangebied liggen de Natura 2000-gebieden op meer dan 30 km. Gezien de afstand kan voor de meeste mogelijke effecten op voorhand worden uitgesloten dat Heesch West een negatief effect heeft, bijvoorbeeld voor ruimtebeslag, versnippering, verdroging/vernatting, verstoring. Er blijven twee mogelijke aspecten over: verzuring/vermesting door toename van stikstof en oppervlakteverlies leef- foerageergebied van beschermde vogel- en vleermuissoorten, waarvoor de Natura 2000-gebieden zijn aangewezen. In het kader van het voorontwerpbestemmingsplan en MER in 2019 is in een voortoets als onderdeel van een natuurtoets ingegaan op het stikstofeffect en effect op vogel- en vleermuissoorten waarvoor Natura 2000 zijn aangewezen. Het effect op vogels- en vleermuissoorten is gemotiveerd op voorhand uitgesloten.

Het stikstofeffect werd in het voorontwerpbestemmingsplan in 2019 nog gemotiveerd vanuit de aanwijzing van Heesch West als prioritair project in het kader van het Programma Aanpak stikstof (PAS) en de passende beoordeling bij het PAS. Sinds de uitspraak van de Raad van State d.d. 29 mei 2019 is een stikstofmotivatie vanuit de passende beoordeling bij het PAS niet meer valide en moest het stikstofeffect van Heesch zonder gebruikmaking van het PAS worden beoordeeld. Omdat hiervoor mitigerende maatregelen en/of een ecologische beoordeling nodig is, volstond een voortoets als onderdeel van de Natuurtoets niet meer en moest een passende beoordeling worden opgesteld. Dit is gedaan in een passende beoordeling bij het ontwerpbestemmingsplan. Deze passende beoordeling is nu verder geoptimaliseerd en definitief gemaakt voor het vast te stellen bestemmingsplan.

11 km

10 km

20 km

Figuur 1.3 Ligging plangebied (globaal omkaderd) t.o.v. omliggende Natura-2000 gebieden Bron: AERIUS Calculator, 2021.

Blad 3 van 62

Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 november 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

De passende beoordeling is de wettelijke plantoets die hoort bij plannen waarvan significante gevolgen op voorhand niet uitgesloten kunnen worden. Plantoets Wet natuurbescherming, onderdeel gebiedsbescherming Artikel 2.7, eerste lid, van de Wet natuurbescherming regelt de Natura 2000-plantoets. Artikel 2.7 lid 1 van de Wnb luidt als volgt: "Een bestuursorgaan stelt een plan dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, en dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, uitsluitend vast indien is voldaan aan artikel 2.8, met uitzondering van het negende lid." Op grond van artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming maakt het bestuursorgaan voor een plan dat significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, voordat het plan wordt vastgesteld, een passende beoordeling van de gevolgen voor het gebied, waarbij rekening wordt gehouden met de instandhoudingsdoelstellingen van dat gebied.

Een plan kan worden vastgesteld als uit de passende beoordeling blijkt dat de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet worden aangetast. Het doel van de passende beoordeling is: • Het in beeld brengen van de risico’s op significante gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen en daarmee voor de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-netwerk als gevolg van Heesch West; • Beschrijven van mitigerende maatregelen die nodig zijn om significante gevolgen te voorkomen.

1.3

Leeswijzer Het rapport is als volgt opgebouwd: • Hoofdstuk 2 gaat in op het toetsingskader; • Hoofdstuk 3 beschrijft het te toetsen voornemen; • In hoofdstuk 4 en 5 worden mogelijke effecten onderzocht en beoordeeld, uitgaande van uitsluitend de beoogde ontwikkeling. Hierin is onderscheid gemaakt in een eerste algemene analyse (voortoets) in hoofdstuk 4 en specifiek het effect van stikstoftoename in hoofdstuk 5; • In hoofdstuk 6 worden eventueel benodigde oplossingsrichtingen, maatregelen en motivaties gegeven; • De conclusies van de passende beoordeling zijn weergegeven in hoofdstuk 7. Achtergrondinformatie is in bijlagen opgenomen.

Blad 4 van 62

Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 november 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

2

Toetsingskader Wet natuurbescherming (gebiedsbescherming)

2.1

Europese Vogel- en Habitatrichtlijn Twee Europese richtlijnen, de Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en de Habitatrichtlijn(92/43/EEG), voorzien in de bescherming van belangrijke Europese natuurwaarden. In dat kader zijn onder meer speciale gebieden aangewezen die beschermd moeten worden. Deze zogenaamde Vogel- en Habitatrichtlijngebieden vormen samen het Natura 2000-netwerk. De afzonderlijke gebieden worden ook wel Natura 2000-gebieden genoemd. Het hoofddoel van Natura 2000 is het stoppen van de achteruitgang en de waarborging van de biodiversiteit in Europa. De aangewezen habitattypes en habitats van soorten dienen in een gunstige staat van instandhouding te blijven of te worden hersteld. De lidstaten moeten maatregelen treffen om de kwaliteit van deze habitats en habitats van soorten niet te laten verslechteren en voorkomen dat er storende factoren optreden voor de soorten waarvoor de Natura 2000-gebieden zijn aangewezen.

2.2

Wet natuurbescherming Het beschermingsregime van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn is in de nationale Wet natuurbescherming (Wnb) overgenomen, in het onderdeel gebiedsbescherming. Vanuit de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn zijn belangrijke bepalingen overgenomen. Eén van die bepalingen is het afwegingskader, incl. compenserende maatregelen, zoals dat in artikel 6 van de Habitatrichtlijn staat. Het afwegingskader geeft aan op welke wijze besluitvorming plaats moet vinden voor plannen en projecten met mogelijke gevolgen voor beschermde natuurgebieden. De essentie van het beschermingsregime voor de Natura 2000-gebieden is dat de duurzame instandhouding van soorten en habitats binnen de Europese Unie wordt gewaarborgd. De begrenzing van de Natura 2000-gebieden en de instandhoudings-doelstellingen zijn vastgelegd in de (ontwerp)aanwijzingsbesluiten voor de betreffende gebieden. Centraal in de aanwijzingsbesluiten staan de instandhoudingsdoelstellingen ten aanzien van leefgebieden en natuurlijke habitats en populaties van in het wild levende plant- en diersoorten waarvoor het betreffende gebied is aangewezen. De instandhoudingsdoelstellingen vormen de specifieke doelstellingen die in een gebied gelden en die de basis vormen voor een toetsing aan de kaders van de Wet natuurbescherming.

Instandhoudingsdoelstellingen zijn gericht op het in gunstige staat van instandhouding brengen of houden van habitattypen en soorten. In de beheerplannen die voor elk Natura 2000-gebied worden opgesteld, wordt aangegeven hoe de beheerders deze doelen realiseren. Bij het toetsen aan de instandhoudingsdoelen dient rekening te worden houden met “externe werking”. Dat wil zeggen dat niet alleen moet worden gelet op activiteiten binnen een Natura 2000-gebied, maar ook op activiteiten die buiten de grenzen van het betreffende Natura 2000-gebied worden uitgevoerd en een mogelijk effect hebben op Natura 2000-gebieden. De wet natuurbescherming kent twee separate toetsingen voor ontwikkelingen. Een projecttoets en een plantoets. Projecttoets De natuurvergunning is geregeld in artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb). Een natuurvergunning voor een project is vereist, indien significante gevolgen niet kunnen worden uitgesloten (projecttoets). Gedeputeerde staten verlenen uitsluitend een natuurvergunning op basis van een passende beoordeling, indien daaruit de zekerheid is verkregen dat het project de

Blad 5 van 62

Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 november 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

natuurlijke kenmerken van de omliggende Natura 2000-gebieden niet aantast (zie artikel 2.8, derde lid Wnb). Plantoets Uit de Wet natuurbescherming (artikel 2.7, eerste lid en artikel 2.8, eerste en derde lid, van de Wnb) volgt kort samengevat dat een bestemmingsplan dat significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied uitsluitend mag worden vastgesteld, indien een passende beoordeling wordt doorlopen. In een voortoets wordt beoordeeld of het plan ‘significante gevolgen kan hebben’ en daarmee of een passende beoordeling nodig is. Omdat significante gevolgen als gevolg van het bestemmingsplan in dit geval (vanwege stikstof) niet op voorhand kunnen worden uitgesloten is de voorliggende passende beoordeling opgesteld. Het kader voor de toetsing wordt gevormd door de instandhoudings-doelen voor de habitats en soorten waarvoor de Natura 2000-gebieden zijn aangewezen.

2.3

Wet stikstofreductie en natuurverbetering In juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering in werking getreden. Deze Wet implementeert onder andere een wijziging van het Besluit Natuurbescherming, waarbij een (landelijke) doelstelling (omgevingswaarde) is opgenomen voor reductie van de stikstofdepositie in 2030. Om deze stikstofreductie te bereiken moet een programma “stikstofreductie en natuurverbetering” worden opgesteld. Dit programma moet leiden tot het verminderen van de depositie van stikstof op voor stikstof gevoelige habitats in Natura 2000-gebieden zodat voldaan wordt aan die omgevingswaarde. In de wijziging is tevens een vrijstelling opgenomen voor bouwactiviteiten: De gevolgen van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden die wordt veroorzaakt door activiteiten van de bouwsector, worden buiten beschouwing gelaten voor de toepassing van artikel 2.7, tweede lid (lees: vergunningsplicht).

2.4

Provinciale beleidsregels natuurbescherming De provinciale beleidsregels natuurbescherming zien op het verlenen van een natuurvergunning door GS (projecttoets). Hierin zijn onder andere voorwaarden opgenomen voor extern salderen. De beleidsregels zijn van toepassing op vergunningverlening door GS, niet op de vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad.

2.5

Rekenprogramma AERIUS Calculator De stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied kan berekend worden met behulp van het bij projecten verplicht te gebruiken rekenprogramma AERIUS Calculator (2020). Van elke te berekenen situatie wordt een model gemaakt met invoergegevens waarmee vervolgens de berekening wordt uitgevoerd. Het rekenprogramma AERIUS Calculator bepaalt zelf de rekenpunten op de Nederlandse Natura 2000gebieden. De bijdrage aan de stikstofdepositie in de Natura 2000-gebieden wordt berekend ter plaatse van voor stikstofgevoelige habitats. Elk rekenpunt is gelegen in het midden van een hexagoon met een oppervlakte van 1 hectare. Het rekenpunt is representatief voor het gehele oppervlak van het betreffende hexagoon. In de berekeningsuitdraaien van AERIUS Calculator worden zowel alle invoergegevens als alle resultaten weergegeven.

Blad 6 van 62

Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 november 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

Discussie 5 km-afkap Op 20 januari 2021 heeft de Afdeling een uitspraak gedaan betreffende ingesteld beroepen tegen de vaststelling van het tracébesluit “A15/A12 Ressen-Oudbroeken (ViA15)”. In deze uitspraak stelt de Afdeling dat de beoordeling of er sprake is van significante gevolgen op een Natura 2000-gebied mogelijk onvolledig is geweest. Dit vanwege het feit dat bij de ten behoeve van het tracébesluit uitgevoerde berekeningen van de stikstofdepositie als gevolg van wegverkeer door het rekenprogramma AERIUS Calculator gerekend is met de SRM2-module. Deze SRM2-module heeft een maximale rekenafstand van 5 km ten opzichte van een wegbron. Hierdoor zijn eventuele stikstofdepositiebijdragen als gevolg van een wegbron op een afstand groter dan 5 km vanaf deze bron niet bij de berekeningen betrokken (afkap op 5 km). De overige bronnen (niet-verkeersbronnen) worden in AERIUS Calculator met een OPS-module berekend waarbij in het geheel geen afkap plaats vindt. Samen met het eindadvies van het Adviescollege Meten en Berekenen Stikstof (Hordijk) heeft deze uitspraak het kabinet er toe bewogen om de huidige voorgeschreven rekensystematiek met betrekking tot stikstofdepositie (middels het voorgeschreven rekenprogramma AERIUS Calculator) aan te passen, hetgeen is aangekondigd in een brief van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) aan de 2e kamer1.

In de huidige versie van AERIUS Calculator wordt nog steeds met die afkap van 5 km bij wegverkeer gerekend. Teneinde toch een eventuele bijdrage aan de stikstofdepositie van wegbronnen op een grotere afstand dan 5 km vanaf deze bronnen te kunnen berekenen, kan via AERIUS Connect de optie OPS_ROAD benaderd worden. De Minister van LNV heeft het gebruik hiervan in afwachting van een aanpassing in AERIUS Calculator in de brief aan de 2e kamer bevestigd. In bijlage 3 is een nadere toelichting op het gebruik van OPS_ROAD opgenomen.

1

https://www.rijksoverheid.nl/regering/bewindspersonen/carolaschouten/documenten/kamerstukken/2021/07/09/kamerbrief-vervolgacties-naar-aanleiding-van-heteindrapport-van-het-adviescollege-meten-en-berekenen-stikstof

Blad 7 van 62

Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 november 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

3

Voornemen: Regionaal bedrijventerrein Heesch West Regionaal Bedrijventerrein Heesch West wordt een 50 tot maximaal 80 ha (netto uitgeefbaar) groot bedrijventerrein. Dit binnen een bestemmingsgebied van circa 170 ha direct ten zuiden van de A59 ten westen van de kern Heesch. In het bestemmingsplan wordt 50 hectare (netto uitgeefbaar) bedrijventerrein rechtstreeks mogelijk gemaakt. In een 2e fase wordt ruimte geboden voor nog 30 hectare (netto uitgeefbaar). De 2e fase wordt pas uitgegeven als de behoefte hiervoor aangetoond is. In de periode voor uitgifte blijft de 2e fase agrarisch met de mogelijkheid de ruimte in te zetten voor duurzame energie (zonnepark). Naast het bedrijventerrein maken ook de ontsluiting en een ruime landschappelijke inpassing onderdeel uit van het bestemmingsplan. Regionaal Bedrijventerrein Heesch West gaat zich met name richten op bedrijven die veel ruimte nodig hebben, zoals (zeer) grootschalige logistiek, en bedrijvigheid op het gebied van innovatieve concepten in de bouw, circulaire economie en duurzame energieoplossingen. Daarnaast biedt het terrein ruimte voor regionale verplaatsers. De huidige functies binnen het plangebied (voornamelijk veehouderijen, agrarische grond en woningen) verdwijnen. Woningen direct langs het plangebied blijven, indien dat milieutechnisch mogelijk is, zo veel als mogelijk behouden.

Bestaande groenstructuren / bomen / watergangen blijven eveneens zoveel als mogelijk behouden. Een deel moet echter verdwijnen om grootschalige verkaveling en flexibiliteit hierin te creëren. Daar waar groen/water/bomen moeten verdwijnen, wordt dit elders binnen het plangebied gecompenseerd. Het bedrijventerrein wordt ontsloten aan de noordzijde. Hiervoor wordt de bestaande Bosschebaan opgewaardeerd en verlengd. Dit richting het westen om aan te sluiten op de bestaande aansluiting op de A59 bij Nuland en richting het oosten om aan te sluiten op de bestaande aansluitingen op de A59 bij Heesch (zie figuur 3.1). Het bedrijventerrein kent een hoge duurzaamheidsambitie. Er wordt daarom om het bedrijventerrein veel ruimte gereserveerd voor robuuste landschappelijke groenzones: • centraal oost-west lopen door het bedrijventerrein; • aan de west- en zuidwestzijde; • langs de interne ontsluiting op het bedrijventerrein. In deze robuuste landschappelijke groenzones is ook ruimte voor andere functies en opgaven op het bedrijventerrein, o.a. waterberging en energie (zonneparken). De robuuste landschappelijke groenzones worden zo ingericht dat ze ecologische meerwaarde hebben, niet alleen voor mitigatie van negatieve effecten op bestaande ecologische waarden, maar ook meerwaarde voor nieuwe soorten.

In figuur 3.1 is het beoogde stedenbouwkundige en landschappelijke ontwerp voor Heesch West opgenomen. Voor een uitgebreide(re) beschrijving van Heesch West wordt verwezen naar het bestemmingsplan.

Blad 8 van 62

Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 november 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

Parksingels Parksingels Zonnepark Achterste Groes (autonoom) Parkhart

Zon- en biodiversiteits park

Robuuste Robuuste groenranden groenranden Figuur 3.1a Impressie mogelijke invulling regionaal bedrijventerrein (bron: KruitKok Landschapsarchitecten, 2021)

Blad 9 van 62

Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 november 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

Figuur 3.1b Voorgenomen westelijke ontsluiting Heesch richting bestaande op/afrit Nuland (bron: Gemeenschappelijke regeling Heesch West, 2021)

Figuur 3.1c Voorgenomen oostelijke ontsluiting Heesch richting op/afrit Heesch (bron: Gemeenschappelijke regeling Heesch West, 2021)

Blad 10 van 62

Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 november 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

4

Effectbepaling en –beoordeling (Voortoets)

4.1

Bepalen van de potentiële effecten die kunnen optreden In de volgende paragraaf is voor Natura 2000-gebieden beschreven welke storingsfactoren relevant zijn voor de effectbepaling van Heesch West. In bijlage 2 zijn de definities van de verschillende storingsfactoren opgenomen. Storingsfactoren kunnen een direct effect hebben op gebieden met een belangrijke natuurwaarden en/of op soorten of leefgebieden van die soorten. Daarnaast kunnen indirect effecten ontstaan (bijvoorbeeld verandering van de milieucondities), waardoor de leefomstandigheden verslechteren. De effectenindicator2 van het Rijk (toepasbaar voor alle natuurwaarden) geeft aan welke storingsfactoren kunnen ontstaan als gevolg van de inrichting van een bedrijventerrein in combinatie met (mogelijke) verkeersaantrekkende werking. De volgende factoren worden aangegeven: • Oppervlakteverlies; • Versnippering; • Vermesting en verzuring via atmosferische depositie; • Verdroging; • Verontreiniging; • Verstoring door geluid, licht, trilling; • Optische verstoring; • Verstoring door mechanische effecten. Van overige storingsfactoren zijn effecten op voorhand uitgesloten. Het betreft hier factoren zoals verandering in populatiedynamiek, verzoeting/verzilting, verandering van stroomsnelheid etc. Deze factoren zijn niet aan de orde bij voorliggend voornemen en komen derhalve niet meer aan bod bij onderstaande analyses.

4.2

Toets aan mogelijke verstoringsfactoren (voortoets) Onderstaand is per storingsfactor (volgens de volgorde zoals hierboven is opgesomd) uitgezocht of deze in relatie tot het Bestemmingsplan Bedrijventerrein Heesch West relevant voor Natura 2000 is. In bijlage 1 zijn de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden beschreven alsmede de instandhoudingsdoelen en de gevoeligheid daarvan voor diverse storingsfactoren. Oppervlakteverlies De ontwikkeling van het bedrijventerrein vindt binnen de plangrens van het bestemmingsplan plaats. Er zijn geen ingrepen die in één van de Natura 2000-gebieden plaatsvinden. De ingrepen leggen derhalve geen beslag op oppervlak Natura 2000-gebied en daarmee ook niet op oppervlak beschermd habitat of een leefgebied van een typische soort voor dit habitattype. Het plangebied verliest de functie als potentieel foerageergebied voor vogelsoorten die binnen het Natura 2000-gebied Rijntakken verblijven én die een afhankelijkheidsrelatie kunnen hebben met het plangebied. Dit geldt dan voor vogels waarvoor de Rijntakken een broedfunctie (bv. kolonies) heeft, maar die ook foerageren op gronden die buiten het Natura 2000-gebied zijn gelegen. Bovendien kan er alleen sprake zijn van een afhankelijkheidsrelatie als de soort grotere afstanden aflegt om te foerageren. Van soorten die op geringe afstand van het Natura 2000-gebied foerageren, is een

2

Via: Rijksoverheid.nl/Natura2000/effectenindicator

Blad 11 van 62

Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 november 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

afhankelijkheidsrelatie uitgesloten gezien de ligging/afstand van het plangebied ten opzichte van het Natura 2000-gebied. Voor (niet-)broedvogels waarvoor in het Natura 2000-gebied Rijntakken instandhoudingsdoelen gelden (respectievelijk tabel 4.1 en tabel 4.2), is nagegaan of deze soorten een relatie kunnen hebben met het plangebied. De onderbouwing van de foerageerafstand is gebaseerd op een overzicht van de maximale foerageerafstanden (in km) voor 97 Nederlandse vogelrichtlijnsoorten in en buiten het broedseizoen (Roland van der Vliet, Wim Heijligers en Joost Tilborghs, 2011, Toets online 04 11). Indien een soort in dit onderzoek niet als gebiedsgebonden is beschouwd, dan is de maximale foerageerafstand op basis van literatuurbronnen – indien beschikbaar – bepaald. Tabel 4.1. Uiteenzetting relatie broedvogels Natura 2000-gebied Rijntakken met plangebied. Broedvogels Rijntakken Dodaars Aalscholver

Foerageerafstand

Mogelijk effect door bedrijventerrein?

Gebiedsgebonden

Neen, geen afhankelijkheidsrelatie. Neen, gebruiken open water om te foerageren, oppervlaktewater ligt buiten het plangebied, plangebied vormt geen barrière tussen oppervlaktewater en Natura 2000-gebied.

Woudaap

70 km in het broedseizoen (van Dam et al. 1995) 0,4 km (van der Hut, 2001) Gebiedsgebonden

Porseleinhoen

Gebiedsgebonden

Neen, komt niet voor in het plangebied.

Kwartelkoning

Gebiedsgebonden

Neen, komt niet voor in het plangebied.

Watersnip

Gebiedsgebonden

Zwarte Stern

Onbekend

IJsvogel

Gebiedsgebonden

Neen, geen afhankelijkheidsrelatie. Neen, foerageergebied (oppervlaktewater) ligt buiten het plangebied . Neen, geen afhankelijkheidsrelatie.

Oeverzwaluw Blauwborst

6 km (Turner & Rose 1989) Gebiedsgebonden

Grote Karekiet

Gebiedsgebonden

Roerdomp

Tabel 4.2

Foerageerafstand

Aalscholver

20 km buiten het broedseizoen (van der Hut et al. 2007) n.v.t.

Kleine Zwaan Wilde Zwaan Toendrarietgans Kolgans Grauwe Gans

Bergeend Smient

Krakeend

Neen, komt niet voor in het plangebied.

Neen, geen afhankelijkheidsrelatie (plangebied ligt te ver weg). Neen, niet foeragerend vanuit Natura 2000-gebied. Neen, komt niet voor in het plangebied.

Uiteenzetting relatie niet-broedvogels Natura 2000-gebied Rijntakken met plangebied.

Niet-broedvogels Rijntakken Fuut

Brandgans

Neen, geen afhankelijkheidsrelatie. (plangebied ligt te ver weg).

Gebiedsgebonden

Mogelijk effect door bedrijventerrein? Neen, geen afhankelijkheidsrelatie. Neen, gebruiken open water om te foerageren, oppervlaktewater ligt buiten het plangebied, plangebied vormt geen barrière tussen oppervlaktewater en Natura 2000-gebied.

Neen, komt niet voor in omgeving plangebied 10 km (Robinson et Neen, geen afhankelijkheidsrelatie, plangebied is te ver weg. al. 2004) Onbekend 1) Ja, geschikt foerageergebied 30 km (Nolet et al. Ja, geschikt foerageergebied 2009) 30 km (Nolet et al. Ja, geschikt foerageergebied 2009) 30 km (Nolet et al. Ja, geschikt foerageerbied 2009) 3 km Neen, geen afhankelijkheidsrelatie. 11 km (Boudewijn Neen, plangebied ligt op de rand van het foerageerbereik voor het meest et al. 2009) nabij gelegen deel van het Natura 2000-gebied en voor het grootste gedeelte van het Natura 2000-gebied te ver weg 5 km (Guillemain et Neen, geen afhankelijkheidsrelatie, plangebied te ver weg al. 2008)

Blad 12 van 62

Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 november 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

Niet-broedvogels Rijntakken Wintertaling Wilde eend Pijlstaart Slobeend Tafeleend

Foerageerafstand

9 km (Guillemain et Neen, plangebied ligt te ver. Bovendien is het plangebied geen geschikt al. 2008) foerageergebied. 26 km (Davis 2007) Volgens het Natura 2000-beheerplan geen duidelijke afhankelijkheidsrelatie met binnendijks agrarisch gebied. n.v.t. Neen, komt niet voor in het plangebied, bovendien geen geschikt foerageergebied in de omgeving. 1 km (van der Hut Neen, geen afhankelijkheidsrelatie, bovendien geen geschikt et al. 2007) foerageergebied.

Nonnetje

15 km (Boudewijn & Kuijpers 1985; Boudewijn 1989) 15 km (de Leeuw 1997) Onbekend

Meerkoet

Gebiedsgebonden

Scholekster

Kievit

15 km (van der Hut et al. 2007) 15 km (Gillings et al. 2005) Onbekend 1)

Kemphaan

n.v.t.

Grutto

Onbekend 1)

Wulp

20 km 2)

Kuifeend

Goudplevier

Tureluur 1)

2)

Mogelijk effect door bedrijventerrein?

Neen, geen geschikt foerageergebied. Neen, plangebied en omgeving is geen geschikt foerageergebied. Neen, plangebied geen geschikt foerageergebied. Neen, geen afhankelijkheidsrelatie. Volgens het Natura 2000-beheerplan geen duidelijke afhankelijkheidsrelatie met binnendijks agrarisch gebied. Neen, geen geschikt foerageergebied. Volgens het Natura 2000-beheerplan geen duidelijke afhankelijkheidsrelatie met binnendijks agrarisch gebied. Neen, komt niet voor in het plangebied. Volgens het Natura 2000-beheerplan geen duidelijke afhankelijkheidsrelatie met binnendijks agrarisch gebied. Neen (de wulp is als broedvogel aanwezig in het plangebied, dus geen afhankelijkheidsrelatie omdat het Natura 2000-gebied is aangewezen voor de wulp als niet-broedvogels.

2 km (van der Hut Neen, geen afhankelijkheidsrelatie. et al. 2007) De wetenschappelijke onderbouwing van de foerageerafstand van de toendrarietgans, kievit en grutto is niet te geven. In het bovengenoemd artikel is aangegeven dat voor deze soorten geen data over foerageerafstanden voorhanden zijn. Daarom is er in de verslechteringstoets “worst case” vanuit gegaan dat de foerageerafstand voldoende groot is en het projectgebied tot het foerageergebied kan behoren, indien in het beheerplan is aangegeven dat een ecologisch relatie met binnendijkse gebieden niet te verwachten is. Het genoemde artikel gaat uit van 15 km (van der Hut et al, 2007). Echter, in andere onderzoeken is een afstand tussen foerageergebieden van wulpen en slaapplaatsen van 20 km aangehouden (Gerritsen & Van Brederode 1981 in Bureau Waardenburg, 2016).

Conclusie uit tabel 4.1 is dat er geen sprake is van enige afhankelijkheidsrelatie tussen het plangebied en het Natura 2000-gebied Rijntakken voor wat betreft de broedvogels waarvoor het Natura 2000-gebied is aangewezen. Dit geldt ook voor de meest niet-broedvogels (zie tabel 4.2). Een negatief effect op de broed- en de meeste niet-broedvogels (Fuut, Aalscholver, Kleine Zwaan, Wilde Zwaan, Bergeend, Smient, Krakeend, Wintertaling, Wilde eend, Pijlstaart, Slobeend, Tafeleend, Kuifeend, Nonnetje, Meerkoet, Scholekster, Goudplevier, Kievit, Kemphaan, Grutto, Wulp en Tureluur) is uit te sluiten. Uit tabel 4.2 blijkt dat er voor enkele vogelsoorten (toendrarietgans, kolgans, grauwe gans en brandgans) sprake is van een mogelijke afhankelijkheidsrelatie tussen het plangebied en het Natura 2000-gebied Rijntakken voor wat betreft de niet-broedvogels waarvoor het Natura 2000-gebied is aangewezen. Het ruimtebeslag is echter zeer beperkt ten opzichte van het totaal beschikbare oppervlak foerageergebied in de omgeving van het Natura 2000-gebied Rijntakken. Dit zal dan ook niet leiden tot een wezenlijke afname van de hoeveelheid beschikbaar foerageergebied en de populatieomvang van de ganzen in het Natura 2000-gebied Rijntakken.

Bovendien is voor de ganzen in het Natura 2000beheerplan aangegeven dat de gestelde doelstellingen in de periode 2007-2013 voor de ganzensoorten (ruimschoots) gehaald zijn. Ten aanzien van de grasetende soorten (ganzen en smient) is in het

Blad 13 van 62

Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 november 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

definitieve beheerplan aangegeven dat ten tijde van de vaststelling van het beheerplan voldoende gras beschikbaar is binnen Rijntakken (SOVON, 2016 in Provincie Gelderland, 2018b). Negatieve effecten op deze ganzensoorten waarvoor het Natura 2000-gebied Rijntakken is aangewezen, is daarmee op voorhand met zekerheid uit te sluiten. De typische vogel- en zoogdiersoorten die mede de kwaliteit van de habitattypen in de Natura 2000gebied Rijntakken en Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek zijn voor hun leefgebied niet afhankelijk van het plangebied. Negatieve effecten door ruimtebeslag op soorten en daarmee op de kwaliteit van de habitattypen waarvoor de Natura 2000-gebieden zijn aangewezen, is daarmee op voorhand met zekerheid uit te sluiten. De habitatsoorten waarvoor het Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek is aangewezen zijn gebiedsgebonden. Er is voor deze habitatsoorten geen ecologische relatie tussen het plangebied en het Natura 2000-gebied. Dit geldt ook voor de meest habitatsoorten waarvoor het Natura 2000-gebied Rijntakken is aangewezen. De meervleermuis – ook een habitatsoort waarvoor het Natura 2000-gebied Rijntakken is aangewezen - heeft een groot leefgebied. Deze soort kan 10 tot 20 km van de verblijfplaats foerageren.

Bovendien is de meervleermuis een middellange- tot lange afstandstrekker, waarbij verplaatsingen van 200 à 300 km tussen zomer- en winterverblijf bekend zijn. Echter, het plangebied vormt geen geschikt jachtgebied voor deze soort. Goede jachtgebieden voor de soort zijn niet vervuilde, wel voedselrijke, maar niet vermeste grotere open wateren (Bron: profieldocument habitatrichtlijnsoort meervleermuis, 2008). Het gebied betreft ook geen geschikte trekroute. Het merendeel van de migratiewaarnemingen worden gedaan langs grotere waterwegen. Meervleermuizen volgen voornamelijk de grote rivieren (Haarsma, 2011). De meervleermuis is ook niet waargenomen in het vleermuizenonderzoek. Daaruit wordt geconcludeerd dat het plangebied geen functie heeft voor de populatie meervleermuizen. Voor de meervleermuis kunnen daarom negatieve effecten op het instandhoudingsdoel op voorhand uitgesloten worden. Versnippering In de Natura 2000-gebieden vinden geen ingrepen plaats die een versnipperende werking hebben op de Natura 2000-gebieden. Negatieve effecten door versnippering zijn uit te sluiten.

Vermesting en verzuring via atmosferische depositie (stikstofdepositie) Aan de bronzijde kan stikstofemissie uit het verkeer van en naar het bedrijventerrein en als gevolg van industriële activiteiten tot een potentieel verzurend en vermestend effect in natuurgebieden leiden; aan de zijde van de natuurgebieden is het vooral de aanwezigheid van voor stikstof gevoelige habitattypen en eventueel soorten die bepalen of een natuurgebied gevoelig is voor stikstof-depositie. Regionaal bedrijventerrein Heesch West ligt op grote afstand (zie figuur 1.3) van Natura 2000-gebieden. Het bedrijventerrein wordt aardgasvrij en zal energieneutraal/positief zijn. Daarnaast verdwijnt het huidige agrarische gebruik (stallen/beweiden en bemesten) in het plangebied. Omdat een planontwikkeling met een omvang als dat van Heesch West nog tot op een grote afstand voor stikstofdepositie op natura 2000-gebieden kan zorgen, kunnen negatieve gevolgen voor het behalen van de instandhoudings-doelstellingen van deze Natura 2000-gebieden als gevolg van een eventuele toename aan stikstofdepositie op voorhand niet worden uitgesloten. Een nader onderzoek (stikstofberekeningen) is derhalve benodigd (zie hoofdstuk 5 en 6).

Blad 14 van 62

Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 november 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

Verdroging Er kan als gevolg van de aanleg van een nieuw bedrijventerrein een verandering in de hydrologische situatie ontstaan (door bijv. verdiepte aanleg funderingen of toename aan verharding). Verdroging ontstaat door lagere grondwaterstanden en/of afnemende kwel waardoor de actuele grondwaterstand lager is dan gewenst of benodigd voor het instandhouden van habitattypen of leefgebied van soorten. De ontwikkelingsmogelijkheden in het kader van het bestemmingsplan bevinden zich op grotere afstand van de Natura 2000-gebieden. Gezien deze afstand leidt het bestemmingsplan niet tot een toename van verdroging. Deze storingsfactor is daarom niet relevant bij de beoordeling van effecten op de instandhoudingsdoelstellingen. Negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen door verdroging kunnen uitgesloten worden. Verontreiniging Verontreiniging treedt op als er verhoogde concentraties van stoffen in een gebied voorkomen, die onder natuurlijke omstandigheden niet of in zeer lage concentraties aanwezig zijn. Alle instandhoudingsdoelen zijn gevoelig voor verontreiniging. Zowel de aanleg als het gebruik van het bedrijventerrein leidt niet tot een verontreiniging in Natura 2000-gebieden. Nieuwe ontwikkelingen moeten aan alle milieuhygiënische regels voldoen waardoor verontreiniging van Natura 2000-gebieden uit te sluiten is.

Verstoring door geluid, licht, trillingen De voornaamste geluidbron in en nabij het plangebied is de A59. Tijdens de aanleg van het bedrijventerrein kan door verschillende bronnen licht- en geluidhinder ontstaan. Het (vracht)verkeer en het bouwterrein zelf zullen gebruik maken van verlichting en geluid produceren. In de gebruiksfase leidt een nieuw bedrijventerrein tot een toename van licht en geluid door (vracht)verkeer, bedrijfsbronnen, verlichting openbare ruimte en parkeerplaatsen. Gezien de effectafstanden voor geluid en licht maximaal enkele honderden meters bedragen en de afstand ten opzichte van de Natura 2000-gebieden veel groter is, draagt het plan niet bij aan het geluidof lichtniveau in het Natura 2000-gebied. Negatieve effecten door geluid- en lichtverstoring zijn uit te sluiten. De typische vogel- en zoogdiersoorten die mede de kwaliteit van de habitattypen in de Natura 2000gebied Rijntakken en Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek zijn voor hun leefgebied niet afhankelijk van het plangebied. Negatieve effecten door verstoring ter plekke van het plangebied op typische soorten en daarmee op de kwaliteit van de habitattypen waarvoor de Natura 2000-gebieden zijn aangewezen, is daarmee op voorhand met zekerheid uit te sluiten.

Er is sprake van verstoring door trillingen in bodem en water in het Natura 2000-gebied als dergelijke trillingen door menselijke activiteiten worden veroorzaakt, zoals bij boren, heien, etc. Tijdens de aanleg van het bedrijventerrein kunnen door verschillende bronnen trillingen ontstaan. Het heien van de fundering en het bouwverkeer kunnen trillingen veroorzaken. Gezien de tijdelijkheid van de werkzaamheden is de verstoring door trillingen als gevolg van de aanlegfase beperkt. In de gebruiksfase kan vrachtverkeer trillingen veroorzaken, met name op oneffen wegdekken, overgangen in het wegdek en bij optrekken en afremmen. Vrachtverkeer komt met name voor op de A59 en de Bosschebaan. Op het bedrijventerrein wordt bedrijvigheid op het gebied van circulaire economie, energie en nieuwe concepten in de bouw toegestaan. Deze vormen van bedrijvigheid maken gebruik van machines die trillingsoverlast kunnen veroorzaken in hun directe omgeving. Gezien de afstand tot de Natura 2000gebieden en het tijdelijke aspect van de aanlegfase zijn effecten op Natura 2000-gebieden door trillingen uitgesloten.

Blad 15 van 62

Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 november 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

Optische verstoring Optische verstoring betreft verstoring door de aanwezigheid en/of beweging van mensen dan wel voorwerpen die niet thuishoren in het natuurlijke systeem. De werkzaamheden in het plangebied en de mensen en aanwezige bebouwing in het plangebied tijdens de gebruiksfase leiden niet tot een optische verstoring, gezien de grote afstand, zodat een verstorend effect op Natura 2000-gebieden uit te sluiten is. De typische vogel- en zoogdiersoorten die mede de kwaliteit van de habitattypen in de Natura 2000gebied Rijntakken en Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek zijn voor hun leefgebied niet afhankelijk van het plangebied. Negatieve effecten door optische verstoring op typische soorten en daarmee op de kwaliteit van de habitattypen waarvoor de Natura 2000-gebieden zijn aangewezen, is daarmee op voorhand met zekerheid uit te sluiten. Verstoring door mechanische effecten Onder mechanische effecten vallen verstoring door betreding, golfslag, luchtwervelingen en dergelijke, die optreden ten gevolge van menselijke activiteit. Om dit soort effecten te krijgen moeten activiteiten in de Natura 2000-gebieden plaatsvinden. Dat is bij dit plan niet het geval. Het bestemmingsplan biedt nieuwe werkmogelijkheden. Dit leidt niet tot een toename van bezoekers (recreanten) aan de Natura 2000-gebieden.

Negatieve effecten als gevolg van mechanische verstoring zijn daarom uit te sluiten. Conclusie Andere negatieve effecten dan stikstofdepositie op de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden ‘Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek’ en ‘Rijntakken’ zijn uit te sluiten. Daarmee zijn deze negatieve effecten ook op de verder weg gelegen Natura 2000-gebieden uit te sluiten. In tabel 4.3 is inzichtelijk gemaakt dat alleen stikstofdepositie relevant is voor nader onderzoek. Voor de overige aspecten is het planeffect te verwaarlozen en daarmee is een cumulatie-onderzoek niet aan de orde. Dan leidt cumulatieonderzoek tot het opsommen van effecten van andere projecten waar niets aan toegevoegd wordt. Effecten zijn op voorhand uit te sluiten waardoor ‘Natura 2000’ niet nader toegelicht wordt in de effectbeoordeling. Ten aanzien van negatieve effecten als het gevolg van eventuele toename door stikstofdepositie wordt ingegaan in hoofdstuk 5 en 6. Tabel 4.3. Selectie relevante storingsfactoren Natura 2000. Potentiële storingsfactor Relevant  Oppervlakteverlies  Versnippering

✓

Verzuring en verzuring via de lucht (stikstofdepositie) Verontreiniging

Potentiële storingsfactor Verdroging Verstoring geluid, licht en trillingen Optische verstoring Verstoring door mechanische effecten

✓ = relevant, omdat significant negatief effect niet met zekerheid uit te sluiten is  = niet-relevant, geen sprake van een verslechtering of significante verstoring

Blad 16 van 62

Relevant    

Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 november 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

5

Stikstofdepositieonderzoek

5.1

Uitgangspunten berekeningen De beoogde bedrijfsactiviteiten (industriële bronnen en verkeer) leiden tot nieuwe emissies van de voor stikstofdepositie relevante stoffen stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) en een daarmee samenhangende toename van stikstofdepositie. Omdat significante gevolgen voor Natura 2000gebieden als gevolg van deze stikstofdepositie niet op voorhand zijn uit te sluiten is dit nader onderzocht.

5.1.1

Realisatiefase Tijdens de realisatiefase van Heesch West is sprake van uitstoot van voor stikstofdepositie relevante stoffen. Dit door bouwmaterieel (bv graafmachines), verkeersbewegingen van de bouwvakkers en van de aan- en afvoer van materieel en materiaal. Op dit moment is nog niet exact bekend hoeveel inzet van materieel benodigd is en hoeveel verkeersbewegingen de aan- en afvoer geeft. Ook is de fasering van de aanleg van Heesch West nog niet uitgewerkt, zodat start en duur nog niet bekend zijn. Voor Heesch West dient echter de gebruiksfase op basis van de maximale invulling van 80 ha met de maximaal mogelijke milieucategorieën en de daarbij behorende maximale verkeersgeneratie voor stikstof getoetst te worden (zie paragraaf 5.1.2). In vergelijking met de aard en de omvang van de realisatiewerkzaamheden alsmede de ligging van die activiteiten ten opzichte van de omliggende Natura 2000-gebieden, is deze gebruiksfase voor de beoordeling van de stikstofdepositie namelijk maatgevend. Daar komt bij dat bij het beoordelen van mogelijke gevolgen voor Natura 2000-gebieden, sinds 1 juli 2021, bij vergunningverlening eventuele gevolgen door activiteiten van de bouwsector buiten beschouwing moeten worden gelaten (vrijstelling realisatiefase).

Uit de beoordeling van de tijdelijke effecten van de bouw- en aanlegfase door de wetgever (waarnaar wordt verwezen) volgt ook dat de natuurlijke kenmerken van de Natura 2000-gebieden door die tijdelijke werkzaamheden niet worden aangetast. In de onderhavige passende beoordeling wordt daarom uitsluitend de stikstofdepositie als gevolg van de gebruiksfase onderzocht.

5.1.2

Beoogde situatie Heesch West biedt ruimte aan 80 ha (netto) bedrijventerrein. Er is in de stikstofberekeningen en motivatie geen onderscheid gemaakt in fase 1 (50 ha) en fase 2 (30 ha), omdat het bestemmingsplan beoogd een motivatie te geven voor het totaal (80 ha). Er is dus gerekend met de ontwikkeling van 80 ha bedrijventerrein. In onderstaande figuur 5.1 is de indeling van de verschillende toegestane milieucategorieën (van de toekomstige bedrijven) weergegeven. Deze inwaartse zonering is mede ingegeven door de aanwezigheid van bestaande (woon)bebouwing nabij de randen van het plangebied. In deze figuur is de interne ontsluitingsstructuur nog niet volledig opgenomen.

Blad 17 van 62

Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 november 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

Oppervlaktes netto uitgeefbaar Totaal (ha) Categorie 3 4,4 Categorie 4 69,7 Categorie 5 5,9 Totaal 80 Figuur 5.1 Oppervlaktes per milieucategorie op basis van inwaartse zonering

Verkeer De ontwikkeling van Heesch West leidt tot extra verkeersbewegingen van en naar het bedrijventerrein. Verkeer dat vooral via de Bosschebaan/Rekken van en naar de snelweg A59 rijdt, maar deels ook op lokale wegen van en naar de omliggende kernen rijdt. Ook worden ten behoeve van Heesch West diverse infrastructurele en verkeerskundige maatregelen genomen, die leiden tot een verandering in verkeersstromen, niet alleen voor verkeer van en naar Heesch West, maar ook in de overige regionale verkeersstromen. De verkeersintensiteiten op de wegen rondom het plangebied zijn bepaald met behulp van het verkeersmodel BBMA (Goudappel Coffeng, 2021). Het betreft verkeersintensiteiten in de autonome situatie (voor het jaar 2030) zonder de ontwikkeling en cijfers in de plansituatie (voor het jaar 2030) inclusief de volledige ontwikkeling. Maatgevend voor de stikstofdepositie zijn de toe- en afnames van verkeer op de diverse omliggende wegen zoals deze volgen uit het verkeersmodel. Gebaseerd op de onnauwkeurigheid van het verkeersmodel, in lijn met de provinciale instructie op dit gebied en rekening houdend met tot waar het verkeer opgaat in het heersende verkeersbeeld, zijn alle wegvakken met een relevante toe- of afname in de plansituatie ten opzichte van de autonome situatie bij het onderzoek betrokken.

Blad 18 van 62

Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 november 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

In figuur 5.2 zijn deze wegvakken weergegeven.

Figuur 5.2 Bij de stikstofberekeningen betrokken wegvakken.

De verkeersintensiteiten op het bedrijventerrein zelf zijn afgeleid van de uit het verkeersmodel afkomstige intensiteiten op de 3 inprikkers vanaf de Bosschebaan en naar rato van het uitgeefbare oppervlak verdeeld over de interne wegenstructuur. Deze verdeling is in figuur 5.3 weergegeven. In figuur 5.4 wordt wat verder uitgezoomd en zijn de verkeersintensiteiten op het omliggende wegennet weergegeven. Het betreft de toe- en afnames als gevolg van de planontwikkeling weergegeven in mvt/etmaal. Motorvoertuigen worden schoner in de loop der jaren. Dit zorgt voor een afname van stikstofemissies. Ook dalen de achtergronddeposities stikstof in de loop der jaren. In de berekeningen (die voor het jaar 2022 met de stikstofemissiecijfers van 2022 zijn uitgevoerd) zijn de verkeerscijfers voor 2030 toegepast en wordt ervan uitgegaan dat de gehele planontwikkeling reeds voltooid is. Daardoor zal voor het jaar 2022 een lichte overschatting van de stikstofdepositie berekend worden, omdat in dat jaar de planontwikkeling nog niet voor de voor het jaar 2030 beoogde verkeersgeneratie zorgt. In de berekeningen is rekening gehouden met de landelijke stikstofmaatregel “verlaging snelheid op snelwegen naar 100 km/uur in de dagperiode”.

Blad 19 van 62

Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 november 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

Figuur 5.3 Verkeersintensiteiten op de interne wegenstructuur (in mvt/etmaal).

Figuur 5.4 Toe- en afnames van de verkeersintensiteiten (in mvt/etmaal) als gevolg van de planontwikkeling.

Blad 20 van 62

Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 november 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

Bedrijven Omdat nog niet bekend is welke bedrijven zich gaan vestigen op Heesch West, is het stikstofeffect berekend aan de hand van kengetallen voor stikstofemissie per milieucategorie. Dit is een gangbare en geaccepteerde methodiek om op bestemmingsplanniveau het stikstofeffect van een bedrijventerrein, waarvan nog niet bekend is welke bedrijven er komen, te berekenen. Voor de oppervlaktes per milieucategorie is de inwaartse zonering zoals vastgelegd in het bestemmingsplan gehanteerd (figuur 5.1). Dit is voor de zwaardere milieucategorieën (4 en 5) een maximale (worst-case) inschatting. Tabel 5.1 geeft de gehanteerde emissie per milieucategorie, uitgesplitst naar stikstofoxiden (NOx, afkomstig van productieprocessen, verwarming en verkeer) en ammoniak (NH 3, afkomstig van verkeer en overige bedrijfsprocessen). Deze kengetallen zijn bepaald aan de hand van bekende emissies van bedrijven in de milieucategorieën (CBS). Om te komen tot voor het onderzoek bruikbare emissiekengetallen per milieucategorie, is uitgegaan van de totale emissie van NOx en NH3 in Nederland zoals opgenomen in de databank van het CBS als gevolg van (industriële) bedrijfsactiviteiten en mobiele bronnen. Op basis van deze gegevens is vervolgens een emissie-aandeel per milieucategorie bepaald.

Ook is bekend (op basis van de jaarlijkse inventarisatie van bedrijventerreinen) wat het totale oppervlak aan bedrijventerreinen is in Nederland. Door deze laatste gegevens te combineren met de emissie-aandelen per milieucategorie wordt aldus per stof en per milieucategorie een emissiekengetal, uitgedrukt in kilogram per hectare per jaar verkregen. Heesch West wordt aardgasvrij aangelegd. Dit wordt geborgd in het bestemmingsplan. Daarom is op de NOx emissies in tabel 5.1 een korting toegepast van 40%: Aardgasvrij betekent minder gebruik van fossiele brandstoffen en daarmee minder uitstoot van stikstof. Aardgasvrij betekent niet stikstofloos: er blijven bedrijfsprocessen mogelijk die gebruik blijven maken van fossiele brandstoffen en daarmee voor een uitstoot van stikstof zorgen (denk bijvoorbeeld aan laden en lossen van vrachtwagens op het bedrijfsperceel door dieselheftrucks). Daarom is de korting (40%) veilig laag ingeschat om onderschatting van het stikstofeffect te voorkomen. Tabel 5.1 Gehanteerde kengetallen stikstofemissie (kg/ha/jaar) per milieucategorie Milieucategorie NOx NH3 Nox met 40% reductie Categorie 3 131 5 78,6 Categorie 4 1.031 21 618,6 Categorie 5 1.609 90 965,4

5.2

Berekeningen De berekeningen zijn uitgevoerd met de meest recente versie van het rekenprogramma AERIUS Calculator (versie 2020) voor het rekenjaar 2022. Het jaar 2022 is het eerste volledige jaar waarin de effecten van het gehele plan kunnen optreden. Naar verwachting zal de gehele planontwikkeling veel later zijn gerealiseerd. Omdat bij de berekeningen is uitgegaan van een volledige planontwikkeling in 2022 is hiermee sprake van een worst-case-benadering. Alle invoerparameters en berekeningsresultaten zijn, bij ontstentenis van een AERIUS-pdf (bij gebruik van de functie OPS_ROAD komen geen pdf-bestanden beschikbaar), weergegeven in zogenoemde gmlbestanden, die digitaal zijn bijgevoegd (zie bijlage 4).

Blad 21 van 62

Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 november 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

5.2.1

Verschilberekening AERIUS Calculator Om de mogelijke bijdragen aan de stikstofdepositie te bepalen, is een verschilberekening uitgevoerd met AERIUS Calculator. Daarbij is in eerste instantie het verschil tussen de plansituatie en de referentiesituatie (evenwel worst case zonder interne saldering met agrarische bedrijven in het plangebied) in beeld gebracht. Daardoor bevat de referentiesituatie uitsluitend verkeersbronnen (autonoom verkeer). Om ongewenste afrondingen te voorkomen bij de optelling van de resultaten uit OPS-ROAD (zie 5.2.2 en 5.2.3) zijn de berekeningen uitgevoerd op een set van eigen rekenpunten. Deze rekenpunten zijn identiek aan de punten waar AERIUS Calculator de stikstofdepositiebijdragen standaard op berekent (het middelpunt van een hexagoon). Ter verkorting van de rekentijd zijn deze eigen rekenpunten opgedeeld in 2 sets, te weten (Nederland) Noord en (Nederland) Zuid. In de onderstaande figuur zijn de berekeningsresultaten nader gevisualiseerd op een gedeelte van het Natura 2000-gebied Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek.

Figuur 5.5 Met AERIUS Calculator berekende stikstofdepositie in mol/ha/jaar op Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek.

In onderstaande tabel 5.2 zijn de Natura 2000-gebieden met de middels Aerius Calculator berekende hoogste depositiewaarden weergegeven.

Blad 22 van 62

Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 november 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

Tabel 5.2 Natura 2000-gebieden met de hoogste stikstofdepositie als gevolg van Heesch West Natura 2000-gebied Stikstofdepositie AERIUS Calculator (mol/ha/jaar)

Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek Rijntakken Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen Veluwe Kampina & Oisterwijkse Vennen

5.2.2

0,56 0,44 0,35 0,33 0,33

Verschilberekening OPS_ROAD Om de mogelijke bijdragen aan de stikstofdepositie op een grotere afstand dan 5 km van elk wegvak te bepalen, is een verschilberekening uitgevoerd met de optie OPS_ROAD via AERIUS Connect. Daarbij wordt het verschil tussen de plansituatie en de referentiesituatie in beeld gebracht (plansituatie minus referentiesituatie). Bij deze berekening zijn exact dezelfde (verkeers)invoergegevens en dezelfde rekenpuntenset gebruikt als bij de berekening met AERIUS Calculator. In de onderstaande figuur 5.6 zijn de berekeningsresultaten nader gevisualiseerd op een gedeelte van het Natura 2000-gebied Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek.

Figuur 5.6 Met OPS_ROAD berekende stikstofdepositie in mol/ha/jaar op Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek.

In onderstaande tabel 5.3 zijn de hoogste middels OPS_ROAD berekende depositiewaarden weergegeven voor de gebieden uit tabel 5.2.

Blad 23 van 62

Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 november 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

Tabel 5.3 Bijdrage OPS_ROAD op Natura 2000-gebieden met de hoogste stikstofdepositie Natura 2000-gebied Stikstofdepositie OPS_ROAD (mol/ha/jaar)

Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek Rijntakken Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen Veluwe Kampina & Oisterwijkse Vennen

5.2.3

0,19 0,17 0,18 0,17 0,14

Gezamenlijk rekenresultaat Om correct te beoordelen of er als gevolg van het plan significante gevolgen kunnen zijn voor Natura 2000-gebieden, zijn de resultaten van de AERIUS Calculator-berekening en de OPS_ROAD-berekening op hexagoonniveau bij elkaar opgeteld. De berekening met AERIUS Calculator geeft immers de depositiebijdragen tot en met 5 km vanaf een wegbron, de berekening met OPS_ROAD geeft de depositiebijdragen verder dan 5 km vanaf een wegbron. Zie ook voor nadere uitleg bijlage 3. Het gezamenlijk rekenresultaat is in onderstaande figuur 5.7 weergegeven op een gedeelte van het Natura 2000-gebied Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek.

Figuur 5.7 Gezamenlijk rekenresultaat (AERIUS Calculator plus OPS_ROAD) op Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek.

In onderstaande tabel 5.4 zijn de hoogste berekende totale depositiebijdragen op de eerder genoemde vijf Natura 2000-gebieden weergegeven.

Blad 24 van 62

Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 november 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

Tabel 5.4 Totale stikstofbijdrage op Natura2000-gebieden met de hoogste stikstofdepositie als gevolg van Heesch West Natura2000-gebied Stikstofdepositie Stikstofdepositie Stikstofdepositie AERIUS Calculator OPS_ROAD Totaal (mol/ha/jaar) (mol/ha/jaar) (mol/ha/jaar) 1)

Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek Rijntakken Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen Veluwe Kampina & Oisterwijkse Vennen

0,56 0,44 0,35 0,33 0,33

0,19 0,17 0,18 0,17 0,14

0,72 0,60 0,53 0,46 0,45

1) doordat de hoogste met AERIUS Calculator berekende waarde niet altijd op dezelfde plaats is gelegen als de hoogste met OPS_ROAD berekende waarde, is de totale stikstofdepositie vaak niet de directe optelling van de weergegeven hoogste waarden in de kolommen AERIUS Calculator en OPS_ROAD.

5.3

Tussenconclusie Naar aanleiding van de rekenresultaten kan de tussenconclusie worden getrokken dat als gevolg van de planontwikkeling significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden op voorhand niet zijn uitgesloten.

Blad 25 van 62

Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 november 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

6

Mitigatie Omdat significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden niet op voorhand kunnen worden uitgesloten is gekeken naar mogelijke (mitigerende) maatregelen ter reductie van stikstofemissie.

6.1

Aanpassing planontwikkeling Gedurende het proces om te komen tot de planontwikkeling Heesch West zijn al maatregelen opgenomen om de stikstofuitstoot zoveel mogelijk te beperken: • Aardgasvrij: Heesch West wordt een aardgasvrij bedrijventerrein. Dit wordt in het bestemmingsplan geborgd. In de eerst berekeningen van het stikstofeffect van Heesch West (par. 5.1.2) is hier al rekening mee gehouden door een reductie op de emissiekengetallen. Maar aardgasvrij betekent niet vrij van stikstofdepositie. Een bedrijventerrein zonder uitstoot van emissies die leiden tot stikstofdepositie is (nog) niet realistisch. • Verkleining oppervlak milieucategorie 5.1: Het maximale oppervlak bestemd voor milieucategorie 5.1-bedrijven is verkleind van oorspronkelijk ca 36 ha naar ca 6 ha. Verdere verkleining van de oppervlaktes bestemd voor bedrijven met milieucategorie 4 en 5 past niet in het beoogd bedrijvenprofiel van Heesch West. Dat wil niet zeggen dat er in de praktijk uiteindelijk niet minder milieucategorie 4 en 5 gevestigd zal worden op Heesch West. Aan de andere kant worden bedrijfsprocessen steeds schoner en de praktijk op bedrijventerreinen elders laat zien dat de daadwerkelijke emissies van bedrijven vaak lager zijn dan de gehanteerde kengetallen. De verwachting is dan ook dat het uiteindelijke stikstofeffect van Heesch West kleiner zal zijn dan de nu worst-case ingeschatte.

Met bovengenoemde twee maatregelen is al rekening gehouden in de berekeningen in hoofdstuk 5.

6.2

Saldering In de situatie voorafgaande aan de planontwikkeling waren en zijn er binnen de plangrenzen agrarische bedrijven en woningen aanwezig. De agrarische bedrijven betreffen veehouderijen, de bijbehorende graslanden worden gebruikt voor beweiden en bemesten. De gronden en bedrijven zijn in het verleden aangekocht ten behoeve van de realisatie van het plan. Als gevolg van de planontwikkeling verdwijnen de woningen en worden de agrarische activiteiten in het plangebied beëindigd. De vergunde rechten van deze bedrijven zijn en worden ten behoeve van de ontwikkeling ook ingetrokken. Daarmee verdwijnen de stal-emissies vanuit deze veehouderijen die zorgen voor stikstofdepositie. Deze verdwijnende stalemissies worden gebruikt om met het stikstofeffect van Heesch West te salderen (zie paragraaf 6.2.1). Daarnaast is er buiten de plangrenzen een agrarisch bedrijf aangekocht die als mitigerende maatregel eveneens wordt ingezet om de stikstofdepositie verder te reduceren (zie paragraaf 6.2.2). Vooralsnog is uitsluitend gerekend met verdwijnende stalemissies en is (worst case) niet gerekend met verdwijnende emissies als gevolg van het beëindigen van het beweiden en bemesten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10923649/1