CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen jaarrekening 2025 en actualisatie begroting 2026

Gemeenteraad 9 juni 2026, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Jaarstukken 202525.455 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Jaarverslag 2025, Actualisatie 2026 ➢

Raadsvoorstellen Jaarstukken 2025 Gemeente 's-Hertogenbosch

➢

Raadsvoorstellen Actualisatie Begroting 2026 Gemeente 's-Hertogenbosch

Technische vragen Jaarverslag 2025 Nr. 1.

Partij VVD

Vraag De laatste jaren is er steeds sprake van een positief rekeningresultaat, zijn er posten die jaarlijks een overschot laten zien?

Antwoord Posten die in de jaarrekening de afgelopen jaren een overschot laten zien zijn: -

2.

VVD

Infographic: De jaarrekening geeft aan dat de te betalen woonlasten in 2025 gestegen zijn ten opzichte van 2024 vanwege de inflatiecorrectie. Die was 4,28%, terwijl de gemiddelde woonlasten van 864 naar 971 euro zijn gegaan, een stijging van 12,4%. Waar wordt dat verschil door verklaard?

Kapitaallasten: In de brief ‘stand van zaken wendbaar begroten’ d.d. 12 mei 2026 hebben wij de maatregelen geschetst om tot een accuratere begroting te komen. BUIG Personeelskosten Rekening courant schatkist

In de infographic 2024 zijn per abuis de cijfers van 2023 terecht gekomen. De correcte cijfers hadden moeten zijn (op basis van COELO): Afvalstoffenheffing: € 303 Rioolheffing: € 148 Honden belasting: 102 OZB: € 380 Het totaal bedrag is € 933,- De totale stijging van 2024 naar 2025 bedraagt daarmee: 4,1%

3.

VVD

Afwegingskader besteedruimte Volksfeesten (pagina 14):

Op dit moment is er nog geen uitgewerkt afwegingskader. Afgelopen jaar zijn de feitelijke kosten inzichtelijk gemaakt en vertaald naar een raming. Het bedrag in de actualisatie is gebaseerd op noodzakelijke kosten (o.a.

veiligheid en uitvoering), ervaringscijfers en de bestuurlijke prioriteit voor volksfeesten. De uitwerking van de evenementenvisie wordt gebruikt om een afwegingskader vorm te geven, waarna keuzes kunnen worden gemaakt over ambitieniveau en besteedruimte.

Wat is het afwegingskader voor de besteedruimte binnen de volksfeesten?

4.

5.

VVD

VVD

Subsidie Cultureel Wijkenprogramma slechts voor deel beschikt (pagina 16) De subsidie voor het cultureel wijkenprogramma wordt slechts voor een deel beschikt. Reden hiervoor is dat het meer tijd heeft gekost dan verwacht om bestuursleden te vinden, een stichting op te richten en bedrijven te verbinden. De bestuursleden hebben daarom besloten in 2025 alleen een pilot te starten. Het voordelig resultaat bedraagt € 0,2 miljoen. Vraag: Hoe ziet de ontwikkeling van de pilot eruit om constructief te werken aan gebiedsgerichte sociale teams? Jeugdhulp (pagina 18) Er is een tekort van 2 miljoen op het gebied van Jeugdhulp.

De stichting Cultuur in de Wijken is in 2025 opgericht en start nu met de uitvoering van haar programma in de wijken. In de vraag wordt gebiedsgerichte sociale teams genoemd, dit is geen onderdeel van het Cultureel Wijkenprogramma.

Gemeenten hebben een wettelijke zorgplicht en zijn verplicht jeugdhulp te vergoeden. Hierdoor zijn stijgende kosten niet altijd direct beïnvloedbaar. Er zijn knoppen om aan te draaien, deze worden binnen de regio Noordoost Brabant nader verkend.

Vraag: Wat zijn de mogelijke knoppen om aan te draaien om te voorkomen dat dit een structureel tekort wordt? En dan met name gericht op de ambulante begeleiding.

Lokaal willen we met name inzetten op het versterken van de preventie en inzet van lokale teams, zodat inzet van (zwaardere) specialistische zorg kan worden voorkomen. Daarnaast is van belang dat de reikwijdte van de Jeugdwet breed is. Gemeenten hebben beperkt invloed op landelijke ontwikkelingen, zoals stijgende zorgvraag, complexere problematiek en hogere tarieven. Gemeenten vragen aan het Rijk aandacht voor een passende financiering van de Jeugdwet.

6.

7.

VVD

VVD

Onderhoud riool (pagina 21) "Aannemer door capaciteitsproblemen (personeel) op de arbeidsmarkt niet het volledige areaal van de gemeente ’sHertogenbosch kunnen uitvoeren, waaronder reiniging/ inspectie van vrijverval riolering en vervanging van drukriolering. Ook de geplande werkzaamheden om de achterstand in mutaties weg te werken binnen het nieuwe beheersysteem zijn dit jaar niet doorgevoerd, omdat de implementatie van het systeem nog niet is afgerond. Deze werkzaamheden worden doorgeschoven naar volgend jaar" Vraag: Is er een risico-inventarisatie gedaan op basis van het nietgedane werk aan de riolering? Doeluitkering vrouwenopvang (Pagina 22) Door de juiste indeling ontving de gemeente Eindhoven doeluitkering vrouwenopvang voor de taken die eigenlijk voor de gemeente bedoeld waren. Vraag: Wij lezen onder andere in het Brabants Dagblad dat de totale vergissing 1,7 miljoen euro betrof, waarvan nu 0,8 miljoen euro gecompenseerd wordt. Waardoor komt het dat niet het hele bedrag wordt gecompenseerd?

Op basis van de uitgevoerde risico inschatting zijn er geen risico’s verbonden aan het uitstel van de werkzaamheden. Werkzaamheden die uit inspecties naar voren zijn gekomen zijn inmiddels ingepland en/of worden programmatisch aangepakt maar lopen wel over de jaarschijf 2025 heen.

Nadat de foutieve verdeling van de Rijksuitkering ambtelijk is geconstateerd, is bezwaar gemaakt bij het verantwoordelijke ministerie. Daarbij is gebleken dat voor een deel van de periode geen mogelijkheid meer bestond om bezwaar te maken, omdat de wettelijke termijn daarvoor was verstreken. Concreet betekent dit dat over de totale misgelopen middelen van circa € 1,7 miljoen (periode 2015 t/m 2023) alleen voor de jaren 2021 t/m 2023 nog formeel bezwaar kon worden ingediend. Dit betrof een bedrag van € 852.000. Voor de eerdere jaren (2015 t/m 2020) was de bezwaar- en herzieningstermijn al verlopen, waardoor deze middelen niet meer verhaald konden worden.

Het bedrag van € 852.000,- is vervolgens door de gemeente Eindhoven gecompenseerd. 8.

VVD

Datagedreven dienstverlening (pagina 42-43) 2025 is verdere voortgang geboekt in het datagedreven verbeteren van dienstverlening. Door analyse van contactmomenten, onder andere via het Gemeentelijk Contactcentrum, zijn terugkerende vragen en knelpunten inzichtelijk gemaakt. Deze inzichten zijn gebruikt om dienstverlening gerichter af te stemmen op de behoefte van inwoners en ondernemers. Daarnaast is de nieuwe website benut als basis voor verdere ontwikkeling van de digitale dienstverlening." Vraag: Wat zijn de volgende stappen en zijn daar middelen voor voorzien of benodigd? Wijk, buurt en dorpsbudget (pagina 64) Er is sprake van een nadeel in het Wijk, buurt en dorpsbudget van € 0,2 miljoen. Deze subsidie bestaat uit een exploitatie- en investeringsdeel. Waarom wordt tussen deze twee onderdelen geen onderscheid gemaakt in het subsidieplafond?

Volgende stappen in het datagedreven verbeteren van dienstverlening zitten o.a. in het verder ontwikkelen van het gemeentelijk dataplatform. De afgelopen periode zijn de nodige databronnen ontsloten op dit platform en conform een landelijke standaard (GGM = gemeentelijk gegevensmodel) gemodelleerd. Hierbij kunnen we beter datasets combineren en bredere inzichten opbouwen. Over de verdere uitwerking en financiering hiervan wordt later gecommuniceerd. Daarnaast onderzoeken we op welke wijze we AI-tools verantwoord in kunnen zetten.

9.

VVD

Doel van de subsidieregeling is om bewoners in staat te stellen zelf initiatieven te ontplooien die de leefbaarheid (sociaal, fysiek en veilig) in buurten, wijken en dorpen bevorderen. Bij het vaststellen van de subsidieregeling is het belang van eenvoud en laagdrempeligheid als uitgangspunt genomen. Twee aparte subsidieplafonds is een reële mogelijkheid maar maakt de regeling wel complexer. Aanvragen maken in zeer beperkte mate aanspraak op het investeringsdeel binnen het beschikbare budget. De aanvragen op het exploitatiedeel zijn echter talrijk. Voor de toekomst wordt gezocht naar een passendere oplossing.

10.

VVD

Subsidie accommodatiebeleid (pagina 66) De subsidie voor het accommodatiebeleid valt in de realisatie ruim €500.000 hoger uit dan begroot ( €1.476.300 i.p.v. € 952.981). Waar komt dit verschil door?

De (administratieve) overschrijding van de verleende subsidie wordt veroorzaakt doordat wij het huurbedrag aan SCC Rosmalen als subsidie ter beschikking stellen, maar in de begroting staat de huur niet begroot onder subsidies maar onder huren.

11.

VVD

Subsidie nieuwe initiatieven en Right to Challenge maar voor helft benut (pagina 67)

Subsidieregeling Nieuwe Initiatieven/ Right2Challange is afhankelijk van initiatieven die zich uit de gemeente aandienen en daaraan verbonden

12.

VVD

De subsidie voor nieuwe initiatieven en Right to Challenge is maar voor de helft benut (Begroot €183.875 en gerealiseerd €79.500). Waar komt dit verschil door?

gevraagde subsidiebijdragen. Er zijn minder aanvragen geweest en daarmee minder uitgaven dan begroot.

Bossche Veerkracht (pagina 126) We zetten via Bossche Veerkracht in op het doorbreken van ronselmechanismen in en rond schoolgaande jongeren in primair en voortgezet onderwijs door het versterken van de jeugdtafels in kennis, professionals, interventies en informatiebeeld.

De eerste tranche van het programma Preventie met Gezag (Bossche Veerkracht) loopt tot en met juni. Aansluitend maken we een integrale reflectie op de voortgang en opbrengsten van het programma. Ook landelijk volgt een reflectiemoment op het gehele programma.

Vraag: Binnen welk termijn kunnen we het gezamenlijke analyse en beeldvorming en het gezamenlijk weeg- en besliskader verwachten? 13.

VVD

Thuiszitters (pagina 127) Doelstelling was een thuiszitterspact door o.a. een aanjager aan te stellen waarmee het aantal thuiszitters afnam en de periode van thuiszitten werd verkort. Ondanks de eerste resultaten kunnen we nog niet stellen dat het aantal thuiszitters en de gemiddelde periode van thuiszitten afneemt. Vraag: Hoe verhoudt de aanjager zich tot de andere manieren van inzet als wij de inzet van o.a. de leerplichtambtenaren, doorstroomcoaches, de onderwijsmakelaar, aanwezigheidscoach en Traject Op Maat aanstellen om schooluitval tegen te gaan continueren?

14.

VVD

Talent2Teach (pagina 128) Talent2Teach breidt uit van het PO naar het VO terwijl gebleken is dat er onvoldoende organisatorische capaciteit is bij schoolbesturen.

Wij verwachten de gemeenteraad na de zomer te kunnen informeren over de uitkomsten van de gezamenlijke analyse en beeldvorming, evenals over de stand van zaken van het weeg- en besliskader.

Onze inzet waar u aan refereert, zoals de doorstroomcoach, onderwijsmakelaar, aanwezigheidsheidscoach en Traject op Maat, hebben betrekking op niet-leerplichtige jongeren. De aanjager houdt zich bezig met leerplichtige jongeren/ Ten opzichte van de leerplichtambtenaar, de aanjager komt in beeld bij complexe gevallen. Wanneer er een duidelijke escalatiebehoefte is: de complexiteit van de casus vraagt om multidisciplinaire samenwerking en expertise op maat én binnen de bestaande structuren is er geen verandering en is besluitvorming op een hoger niveau vereist.

Het programma Talent2Teach is doorlopend in gesprek met de betrokken schoolbesturen en uitvoeringspartijen, waarbij ze regelmatig afstemmen op behoeften, mogelijkheden en randvoorwaarden. De draagkracht voor het programma is bij een van de betrokken schoolbesturen in het Voortgezet Onderwijs (VO) aanwezig en in ontwikkeling. Het initiatief verloopt goed en wordt duurzaam geborgd

Vraag: Wat is de draagkracht onder het primair en voortgezet onderwijs voor Talent2Teach? En/of op welke wijze kan dit initiatief alsnog worden gerealiseerd

binnen de organisatie. Tegelijkertijd zijn er recente ontwikkelingen zichtbaar in het primair onderwijs (PO), waarbij het draagvlak onder onderwijsbesturen zich verder ontwikkelt en verbreedt. Het programma is uitgevoerd met gemeentelijke subsidie voor de schooljaren 2022/2023, 2023/2024, 2024/2025 en 2025/2026. Daarnaast levert het één van de schoolbesturen uit het primair onderwijs een eigen bijdrage, waardoor sprake is van cofinanciering. Vanwege de positieve ervaringen is met de betrokken partijen gesproken over verlenging en mogelijke uitbreiding. Naar verwachting krijgen we hier subsidieaanvraag voor. Een ander schoolbestuur heeft aangegeven de komende periode mogelijk te willen aansluiten. Ook de betrokken scholen in het voortgezet onderwijs hebben zich positief uitgesproken en de wens geuit om door te gaan.

15.

16.

VVD

VVD

Financiering nieuwe wet School naar duurzaam werk (pagina 136) In het najaar van 2025 heeft het Rijk de nieuwe wet School naar duurzaam werk definitief vastgesteld. De wet is op 1 januari 2026 officieel ingegaan. De afgelopen jaren hebben we ons voorbereid op de invoering van deze wet. Vanaf 2026 ontvangen we structurele financiering van het Rijk voor deze werkzaamheden. Het voordeel bedraagt € 0,2 miljoen. Vraag: Wat doen wij (met tekorten) als het Rijk besluit om niet mee te financieren? Subsidie Innovatiebudget/uitvoering (Pagina 137) Bij jeugdhulp valt de subsidie Innovatiebudget/uitvoering ruim €500.000 hoger uit dan begroot (€1.261.391 i.p.v. €747.668). Waar komt dit verschil door?

Het Rijk heeft inmiddels structurele middelen aan de gemeenten toegekend. Hiermee zijn taken en financiën voor deze wet in balans.

Het verschil wordt verklaard doordat in de begroting uitsluitend rekening is gehouden met de bijdrage vanuit ’s-Hertogenbosch voor het organiseren van collectieve hulp en ondersteuning op het gebied van mentaal welzijn. ’s-Hertogenbosch treedt hierbij op als penvoerder en kassier namens meerdere gemeenten. Tegenover de hogere subsidie uitgaven staan

bijdragen van andere gemeenten, aangevuld met bijdragen vanuit het Integraal Zorgakkoord. 17.

VVD

Percentage verdichting en vergroening (Pagina 145) Doelstelling: Verhogen percentage verdichting en vergroening in woon- en werkmilieus in binnenstedelijk gebied. Vraag: Waarom is er voor gekozen om bij een indicator die spreekt over percentages geen percentage op te nemen? Zijn de percentages wel beschikbaar, zo ja, kunt u die ons doen toekomen?

18.

VVD

Gebiedsbudget onderdeel Spoorzone (pagina 147) Als reactie op onze gemeentelijke inzet op het rijksprogramma Woningbouw en Mobiliteit (WoMo) heeft het Rijk tijdens het BOMIRT – onder voorbehoud van parlementaire goedkeuring – besloten om in totaal € 131,2 miljoen extra bij te dragen aan de realisatie van nieuwe woningen in de Bossche Spoorzone. Voor de Spoorzone staan de financiële seinen vanuit het programma Woningbouw en Mobiliteit eveneens op groen. Het merendeel van de bijdrage komt ten goede aan het trein- en busstation en directe omgeving. Het Rijk kent vanuit het gebiedsbudget € 12,0 miljoen toe. Vraag: Is dit opgenomen? Zo ja, waar kunnen we deze in de jaarrekening terugvinden?

Een terechte vraag. De gedachte achter de indicator is dat er stadsbreed steviger moet worden ingezet op binnenstedelijke verdichting en de vergroening van de stad. Er is ingezet op meer verdichting middels toevoeging van woningen: 2/3de woningen die in 2025 werden gerealiseerd liggen op binnenstedelijke locaties. De realisatie v.w.b. woningbouwproductie en Bossche mix wordt verder cijfermatig en percentueel toegelicht in de paragrafen Woningproductie en Woningbouwmix. Voor wat betreft de vergroeningsopgave wordt onder het programma Openbare Ruimte Water en Groen toegelicht wat er specifiek in 2025 is gerealiseerd op dit vlak.

De door het Rijk (Ministerie van I&W) gereserveerde bijdragen voor de MIRT Bosch Centraal worden rechtstreeks beschikt aan ProRail voor de vernieuwing van het station en worden daarmee niet via de gemeente ingezet. De genoemde 12 miljoen euro vanuit het gebiedsbudget (Ministerie van VRO) wordt in een tweetal termijnen uitbetaald aan de gemeente en door de gemeente op de balans opgenomen, waar het bedrag beschikbaar is op het moment dat het project hier om vraagt. Aanvullend: De beschikking van het ministerie van VRO voor de genoemde 12 miljoen euro is van 28 januari 2026 en daarmee geen onderdeel van jaarrekening 2025.

19.

VVD

Gemeenschappelijke woonvormen (Pagina 149) “er zijn in 2025 koopovereenkomsten gesloten voor 3 gemeenschappelijk woonprojecten in Nuland en Maaspoort. Verder hebben we gemeenschappelijk wonen als onderwerp opgenomen in de diverse ontwikkelkaders (o.a. de Vliert en de Donken) en is in Vinkel een gemeenschappelijk woonproject opgeleverd” met status Gedeeltelijk.

In de uitvoeringsagenda Woonvisie 2025 is (mede n.a.v. de motie stimulering gemeenschappelijke wonen) de ambitie verhoogd: “we groeien toe naar het realiseren van gemiddeld 5 gemeenschappelijke woonvormen per jaar, waarvan minstens één CPO-project.” Dat doel is niet gehaald, vandaar de score “gedeeltelijk “ gehaald. Bij gemeenschappelijk wonen wordt soms ingezet op community-building (zoals een buurtverbinder, iemand die activiteiten in de buurt stimuleert, etc). De financiering daarvan loopt tot nu toe via corporaties en zorgpartijen.

Vraag: Vanwaar dat dit onderdeel is bestempeld als gedeeltelijk gehaald? Welke mogelijkheden waren er afgelopen jaar om gemeenschappelijke woonvormen nog meer tot uiting te laten komen en waren daar eventueel middelen voor benodigd? Zo ja, waar moeten we dan aan denken? 20.

VVD

Doelstelling middenhuur en betaalbare koop (pagina 150) De doelstelling % middenhuur en betaalbare koop is niet gehaald. Vraag: Wat heeft er toe geleid dat dit niet gelukt is?

21.

VVD

Sociale huur (pagina 150) Het percentage sociale huur is ruimschoots gehaald. Vraag: Wat heeft tot deze stijging geleid? Is overwogen om meer middenhuur of betaalbare koop af te dwingen?

Beleggers zijn al een aantal jaren terughoudend in hun investeringen in (middenhuur)woningen. Onzekerheid, rentestijgingen en veranderende wetgeving hebben daaraan bijgedragen. Om het aandeel middenhuur te verhogen hebben we in 2022 een afspraak gemaakt met de corporaties om 500-1000 middenhuurwoningen te realiseren. In plaats van dat deze woningen boven op de geplande middenhuurwoningen gerealiseerd werden, hebben we gezien dat ontwikkelaars geen beleggers konden vinden voor hun middenhuurwoningen en deze in de plaats daarvan gingen aanbieden aan corporaties. De stijging van het percentage sociale huurwoningen is met name doordat andere segmenten vertragen terwijl de sociale huurprojecten wél doorlopen. Gezien de enorme druk op de sociale huurwoningenmarkt voelen de corporaties de maatschappelijke opgave om zo snel mogelijk woningen toe te voegen. We merken dat daardoor de besluitvormings- en onderhandellingsprocessen net wat sneller gaan dan in de overige segmenten. Op het moment dat duidelijk wordt dat in een bepaald jaar relatief veel sociale huur opgeleverd zal worden (circa 2 jaar voor het opleverjaar) kunnen we niet meer ingrijpen in de woningdifferentiatie van de betreffende projecten. Wel voeren we dan soms nog het gesprek over

toewijzing van de sociale huurwoningen aan middeninkomens, waardoor we elk jaar weer zien dat een klein deel van de sociale huurwoningen aan middeninkomens verhuurd wordt. 22.

VVD

Kleinschalige maatregelen en gedragscampagnes gericht op verbeteren leefbaarheid en duurzame en actieve modaliteiten (pagina 197) Kleinschalige maatregelen en gedragscampagnes gericht op verbeteren leefbaarheid en duurzame en actieve modaliteiten. Diverse campagnes gestart en uitgevoerd.

Ja, naast gedragscampagnes zijn ook kleinschalige maatregelen uitgevoerd, zoals de inzet van dynamische snelheidsdisplays, gerichte verkeersmaatregelen en kleinere aanpassingen in de openbare ruimte naar aanleiding van meldingen en wijkschouwen. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de eerder met de raad gedeelde raadsinformatiebrief Stand van zaken Verkeersveiligheid 2024/2025.

Vraag: Het uitgangspunt vraagt om zowel kleinschalige maatregelen als gedragscampagnes. Het verslag geeft aan dat het doel gerealiseerd is door het opstarten en uitvoeren van diverse campagnes. Zijn er ook kleinschalige maatregelen uitgevoerd? Zo ja, welke kleinschalige maatregelen? Zo nee, wat is de onderbouwing voor het toch afdoen als ‘gerealiseerd’. 23.

VVD

Aanvraag vs planning plaatsing laadpalen (Pagina 198) In onze gemeente zijn in 2025 diverse nieuwe laadlocaties gerealiseerd. Vraag: Wat is het percentage aanvraag versus planning bij de nieuw geplaatste laadpalen?

24.

VVD

Risicoanalyse (Pagina 200) We hebben op een aantal wegvakken een verbetering gerealiseerd en bereiden de aanpak van twee rotondes (St. Teunislaan, Aartshertogenlaan) voor. Ook is in 2025 een start gemaakt met de herijking van de risicoanalyse.

Laadpalen worden gerealiseerd op basis van zowel aanvragen van inwoners als prognoses. In 2025 zijn 214 nieuwe laadpunten gerealiseerd (totaal: 1.214 eind 2025). Een eenduidig percentage “aanvraag versus planning” is niet te geven, omdat plaatsingen in de praktijk een combinatie van beide zijn. De gemeente hanteert een vraaggestuurde uitrol. De herijking van de risicoanalyse is in december 2025 opgesteld door een extern bureau. De conceptversie van het rapport is ontvangen, waarbij is vastgesteld dat een aantal onderwerpen nog aangevuld en verder verfijnd moet worden. De verwachting is dat in het derde kwartaal van 2026 (Q3 2026) een uitgewerkte en geactualiseerde risicoanalyse beschikbaar is.

Vraag: Wanneer mogen wij de herijking van de risicoanalyse verwachten? 25.

VVD

Ontwikkelaar voor doorontwikkeling IVRI (pagina 201) We zijn in gesprek met het CBS over data v.w.b. vracht- en bestelverkeer. Dat krijgt in 2026 verder vorm. De doorontwikkeling van de IVRI is in 2026 tot een tijdelijke stand still gekomen doordat de ontwikkelaar ervan zich uit de markt terugtrekt.

Vraag: Zijn er al stappen ondernomen om met een nieuwe ontwikkelaar in zee te gaan voor de doorontwikkeling van de IVRI? Zo ja, op welke termijn kunnen wij de doorontwikkeling van de IVRI verwachten? Zo nee, binnen welke termijn wordt dit opgestart? 26.

27.

VVD

VVD

Indicatoren sport/bewegen (pagina 210 en 214) Percentage jeugd dat voldoet aan de beweegrichtlijn en percentage 12-18 jarigen dat het aantal mogelijkheden om te sporten/bewegen in de openbare ruimte (ruim) voldoende vindt, de meetmethode is voor beiden gewijzigd ten opzichte van de nulmeting. Vraag: Komt er voor beide indicatoren een nieuwe nulmeting met nieuwe doelstelling in de komende begroting? Toetsing gemeentelijke zaalsportaccommodaties (Pagina 212)

Vraag: Is er inmiddels meer zicht op de toetsing op gemeentelijke zaalsportaccommodaties op hun fysieke en sociale

Ja, wij zijn in overleg met Vialis, de huidige leverancier van iVRI’s in ’sHertogenbosch. Vialis heeft aangegeven zich op termijn uit de markt terug te trekken. Wel blijven ze de huidige contracten, waaronder ons contract, tot medio 2029 bedienen. Vialis geeft aan momenteel geen nieuwe contracten aan te gaan. De iVRI wordt landelijk door meerdere partijen ontwikkeld (publiek private samenwerking). De situatie rondom Vialis leidt niet tot risico’s voor de doorontwikkeling van de iVRI. Gezien de lopende verplichtingen van Vialis binnen bestaande contracten, verwachten we dat Vialis de ontwikkelingen blijft volgen tot het einde van de huidige contractperiode. Parallel hieraan hebben wij de voorbereidingen voor contractvernieuwing voor de levering van iVRI’s vanaf 2028/2029 opgestart. In 2027 gaan wij een aanbesteding hiervoor voorbereiden. Hiermee anticiperen wij tijdig op en zorgen we voor continuïteit/doorontwikkeling van de iVRI. De nulmeting volgens de nieuwe meetmethode dateert uit 2023. In het najaar van 2026 wordt het onderzoek opnieuw uitgevoerd onder jongeren. Die resultaten zijn helaas pas beschikbaar na vaststelling begroting 2027. De beweegrichtlijn is een landelijk kengetal die we blijven gebruiken. We beraden ons nog over de wijze waarop we het sporten en bewegen in de openbare ruimte het beste kunnen meten.

In 2025 zijn een drietal grotere zaalsportaccommodaties door “onbeperkt 073” getoetst op hun fysieke toegankelijkheid. De aanbevelingen die daaruit voortkomen worden opgepakt. De leerpunten uit die toetsing worden ook ingezet op de kleinere accommodaties daar waar mogelijk.

28.

VVD

29.

VVD

30.

VVD

31.

VVD

32.

VVD

toegankelijkheid? Zo ja, wanneer kunnen wij deze verwachten of als deze al is voltooid, wat waren hier de resultaten van?

Het afgelopen jaar was sociale toegankelijkheid en actief gastheerschap en sociale veiligheid onderwerp van training en begeleiding geweest in het beheer van onze zaalsportaccommodaties.

Uitstellen vervangen toplagen kunstgras naar 2026 (Pagina 215) Het vervangen van de toplagen kunstgras bij MHC Rosmalen, Hockeyclub ’s-Hertogenbosch en voetbalvereniging BLC is uitgesteld naar 2026. Wat is hiervoor de reden? Doorschuiven actualiseren MJOP sportgebouwen naar 2026 (Pagina 215) Het actualiseren van de MJOP voor alle sportgebouwen is doorgeschoven naar 2026. Wat is hiervoor de reden? Sporttechnische eisen velden voor competitiegebruik (Pagina 215). Is er zicht op welke velden niet meer voldoen aan de sporttechnische eisen voor competitiegebruik? Welke investeringen zijn noodzakelijk om de verouderde sportvelden weer op normniveau te brengen? (vb. voetbalveld dat hoog uitkwam in de cijfers). Sporten / Beweegactiviteiten voor senioren (Pagina 221). We zien dat de bijdrage voor organisatie van beweegactiviteiten voor senioren (bewegingscentrum 50+) van 7.070 euro aan ’SPORT PLUS en subsidiebijdragen Meer Bewegen voor Ouderen (MBVO) voor het mogelijk maken van begeleide beweegactiviteiten voor senioren van 3.450 euro allebei 0 euro was. Vraag: Wat zijn de redenen erachter dat beide budgetten beoogd om senioren meer te laten bewegen niet zijn uitgenut? Regionale Energiekaart (Pagina 232) We richten ons in RES-verband op een nieuwe samenwerkingsstrategie en werken mee aan het opstellen van een regionale Energiekaart om inzicht te krijgen in knelpunten en

Het vervangen van toplagen in de winter is goedkoper en qua beschikbare capaciteit beter planbaar. De vervanging is daarom verschoven naar de eerste maanden van 2026. Op dit moment zijn al deze vervangingen al gerealiseerd. De voorbereidingen waren weliswaar al gestart in 2025, maar de voorbereiding en het aanbestedingstraject kost veel tijd zodat de daadwerkelijke uitvoering pas start in 2026. Alle velden worden jaarlijks gekeurd en voldoen allemaal aan de competitienorm. Dat betekent niet dat alle velden van dezelfde kwaliteit zijn. Er zijn een 6 tal kunstgrasvelden (mogelijk 7) die door een fabricagefout sneller vervangen moeten worden om aan de norm te blijven voldoen. Die vroegtijdige vervangingen staan nu gepland voor 2026/2027

Deze subsidiebijdragen zijn, in overleg met de ontvangende instellingen, in de loop van de afgelopen jaren afgebouwd als gevolg van verdere verzelfstandiging van de activiteiten. Het resterende saldo is ingezet voor de stijgende kosten van de overige Beweeg U Fit – lessen en daarmee volledig ingezet voor het bewegen van Senioren.

In de huidige planning verwachten we voor het einde van het jaar het traject af te ronden. We hopen deze dan dus ook voor het einde van het jaar te kunnen presenteren aan uw raad.

mogelijke oplossingen voor (regionale samenwerking op) netcongestie. Vraag: Binnen welke termijn kunnen we de regionale Energiekaart verwachten? 33.

VVD

Ruimtelijk inpassen ondergrondse infrastructuren en bijbehorende bovengrondse voorzieningen (zoals trafostations (Pagina 241) “We stellen een beleidskader op om ondergrondse infrastructuren en bijbehorende bovengrondse voorzieningen (zoals trafostations) ruimtelijk in te passen.” – Nee – “Vanwege capaciteitsgebrek zijn we nog niet gestart. We starten hiermee in 2026”

Voor de ruimtelijke inpassing hebben we een handleiding opgesteld. Het proces voor het inpassen van trafostations en de samenwerking met Enexis is inmiddels ook verder geoptimaliseerd. Hierdoor kunnen we ad-hoc inpassingen sneller doorlopen. Daarnaast selecteren we vooruitlopend op de buurtgerichte aanpak voor netverzwaring van Enexis locaties in de openbare ruimte voor trafostations. De inpassing van deze stations in de openbare ruimte vormt geen vertragende factor bij de noodzakelijke verzwaring van het elektriciteitsnet en de aanpak van netcongestie.

Vraag: Wanneer in 2026 verwachten we dit beleidskader? Heeft het recente nieuws over netcongestie vanuit Enexis invloed op het tempo waarop we aan de slag moeten met dergelijke ruimtelijke inpassingen? Zo ja, wat voor invloed heeft dit? 34.

VVD

Overcapaciteit overslaghal (Pagina 245) Afvalstoffendienst -1.1mil. Het grootste nadeel wordt veroorzaakt door overcapaciteit van de overslaghal. Door het stoppen van het bedrijfsmilieustation en het regionaal sorteercentrum in het kader van de veiligheid, missen we een deel van de financiële dekking van de overslaghal. Vraag: Wordt, en zo ja hoe, voorkomen dat dit een structureel tekort wordt door de overcapaciteit?

Door het wegvallen van de genoemde activiteiten is een tekort ontstaan. We zijn bezig met het zoeken van alternatieve financiële dekking om het tekort niet structureel te laten worden. Daarbij kijken we breder dan de overslaghal – het gaat om een algeheel gezonde bedrijfsvoering en kostendekkend werken. Denk bijvoorbeeld aan de kalenderoptimalisatie bij de inzameling, het herbalanceren van routes en nieuwe, kostendekkende dienstverleningsovereenkomsten met onze regiogemeenten. Zie voor alle maatregelen ook de Voortgangsrapportage van het integraal verbeterplan ‘Blik naar Voren’.

35.

VVD

Behouden en versterken cultuurhistorische kwaliteiten (Pagina 264) “Subsidieverordening Subsidieregeling restauraties gemeentelijke monumenten en beeldbepalende panden ’s-

De verhoging van de begroting ten opzichte van de primitieve begroting wordt veroorzaakt doordat in 2025 tevens resterende middelen uit voorgaande jaren zijn toegevoegd aan het beschikbare subsidiebudget. Bij de vaststelling van de primitieve begroting 2025 heeft de raad ingestemd

Hertogenbosch” met een primitieve begroting van € 383.000 euro met een begroting na wijziging van € 2.103.210 euro waarbij de verleende subsidie € 291.410 euro is.

met het reguliere jaarlijkse subsidiebedrag. Vervolgens zijn in de loop van het jaar niet-bestede middelen uit eerdere jaren administratief toegevoegd aan het budget, waardoor de begroting na wijziging hoger uitvalt.

Vraag: Wat heeft ervoor gezorgd dat er een wijziging plaats heeft gevonden van de begroting maar de verleende subsidie nog altijd onder de primitieve begroting is gebleven?

De daadwerkelijke subsidieverlening is lager gebleven dan zowel de primitieve als gewijzigde begroting. Dat hangt samen met het feit dat restauratie- en onderhoudsprojecten bij monumenten vaak een lange voorbereidingstijd kennen. Eigenaren zijn afhankelijk van vergunningprocedures, technische onderzoeken, financiering en afstemming met andere partijen. Hierdoor schuiven aanvragen en uitvoering regelmatig door in de tijd. Daarnaast kiest de gemeente er bewust voor om voldoende financiële ruimte beschikbaar te houden voor grotere en strategisch belangrijke erfgoedopgaven die zich de komende jaren aandienen, in combinatie van eigenaren van woonhuismonumenten. Daarbij gaat het onder andere om de integrale aanpak van onderhoud aan kademuren en overkluizingen van de Binnendieze. Vanuit het belang van behoud van cultureel erfgoed en verblijfskwaliteit van de binnenstad is het noodzakelijk om hiervoor substantiële middelen en cofinancieringsmogelijkheden beschikbaar te houden. Het opbouwen en continueren van deze financiële buffer maakt het mogelijk om: • • • •

op langere termijn strategisch te investeren in behoud van monumentaal erfgoed/ restauratie woonhuismonumenten; samen met particuliere eigenaren en partners zoals Stadsbeheer integrale projecten uit te voeren; beter in aanmerking te komen voor cofinanciering vanuit het Rijk en andere erfgoedregelingen; continuïteit te behouden in de monumentenzorg, ook in perioden waarin financiële druk of bezuinigingen ontstaan.

De ervaring leert dat dergelijke reserveringen noodzakelijk zijn om bij urgente restauratie- en onderhoudsopgaven slagvaardig te kunnen handelen.

36.

VVD

Werk en inkomen (pagina 315) “Het ondersteunen van werkgevers bij het in dienst nemen van mensen die op de reguliere markt niet het minimumloon kunnen verdienen” - Loonkostensubsidie werkbeurs/indiensttre dingsvergoeding – 5.642 euro aan begroting primitief en na wijziging met verleende subsidie 0 euro.

Dit budget kon worden gebruikt om werkgevers die twijfelen bij een plaatsing met een incidentele vergoeding over de streep te trekken een kandidaat toch te plaatsen. In de praktijk komt dit nagenoeg niet meer voor. Werkgevers hebben behoefte aan andere instrumenten, zoals met name jobcoaching waarmee werkgevers worden ontzorgd en de kandidaat ondersteund. Per begroting 2027 is de loonkostensubsidie werkbeurs/indiensttredingsvergoeding, daarom niet meer begroot.

Vraag: Wat valt er onder deze relatief laag begrote ondersteuning en vanwaar dat deze subsidie niet is benut? 37.

VVD

38.

VVD

Staat bruggen/viaducten constructieve veiligheid in relatie tot verkeersintensiteit (Pagina 373-374) “We hebben circa 530 bruggen, viaducten en tunnels waarvan het gros fiets/voetbruggen zijn (ca. 300 stuks). Het risico schatten wij in op laag (10%) met een maximale totale schade omvang van ca. € 26.500.000. De geschatte omvang van het risico bedraagt € 2.650.000.” Vraag: Op basis waarvan is het risico ingeschat op laag met betrekking tot de constructieve veiligheid van de bruggen en viaducten binnen onze gemeente? Graag een overzicht van de genomen maatregelen en geplande maatregelen per wanneer. Openbare ruimte, water en groen (pagina 18- e.a.) In de jaarrekening wordt aangegeven dat de gemeente de openbare ruimte op het gewenste kwaliteitsniveau wil brengen door het op orde brengen van de onderhoudsbudgetten en het geleidelijk inlopen van de vervangingsachterstand.

Alle bruggen zijn de afgelopen jaren onderzocht in het programma constructieve veiligheid om te toetsen of ze veilig zijn voor de huidige verkeersbelasting. Er is een herstelprogramma uitgevoerd voor bruggen die niet voldeden. Dit programma is nagenoeg afgerond. We blijven de bruggen monitoren met controles om de 2 jaar. Daarnaast werken we met een onderhouds- en vervangingsplanning om de kunstwerken in goede staat te houden. Ondanks het goed uitvoeren van onderhoud kunnen er altijd onverwachts schades ontstaan. Daarom hebben we gekozen voor een financiële reservering voor het optreden van het risico van 10%.

Vraag: Kan worden toegelicht welke onderdelen van de vervangingsopgave in de openbare ruimte in 2025 niet of niet

Vervangingen worden betaald uit het vitaliseringsbudget en dit blijft beschikbaar bij uitgestelde investeringen. Dit heeft geen financiële consequenties.

Door werk met werk te maken, komt het voor dat werkzaamheden aan assets worden doorgeschoven. Ook werken wij nog aan de inhaalslag van uitgesteld onderhoud als gevolg van eerdere (inmiddels teruggedraaide) bezuinigingen. Bij het doorschuiven van onderhoud zetten wij er met klein onderhoud op in dat de kwaliteit op orde blijft.

volledig zijn uitgevoerd en zijn doorgeschoven naar volgende jaren? Kan daarbij onderscheid worden gemaakt naar de belangrijkste categorieën, zoals wegen, bruggen en groen? Kan tevens worden aangegeven wat de financiële impact is van deze doorschuivingen, zowel voor de jaarrekening 2025 als vppr komende jaren? 39.

VVD

Toerisme en Recreatie (pagina 285) In de jaarrekening staat bij “Wat wilden we bereiken?” dat de gemeente het meerdaags verblijf van toeristen in ’sHertogenbosch wil stimuleren en daarbij inzet op het verlengen van de verblijfsduur van bezoekers. De opgenomen indicator meet echter alleen het aantal toeristische overnachtingen. Deze indicator geeft wel inzicht in het totale volume aan overnachtingen, maar maakt niet zichtbaar of bezoekers daadwerkelijk langer in de stad verblijven.

De meerjarige financiële perspectieven worden meegenomen in het geactualiseerde BBOR (Beleidsplan Beheer Openbare Ruimte). Dit wordt in het najaar aan de raad voorgelegd.

Het doel om verblijfstoerisme te laten groeien kent twee dimensies: enerzijds meer verblijfstoerisme en anderzijds de duur van het verblijf verlengen van één tot meerdere nachten. We monitoren dit door het meten van een aantal overnachtingen. De trendlijn laat zien dat het aantal overnachtingen in de afgelopen jaren toeneemt. Tegelijkertijd zijn we ook blij met dagbezoekers. De gemiddelde verblijfsduur van dagbezoekers aan 's-Hertogenbosch verkeert al in hoogste regionen in vergelijking met andere steden.

Vraag: Is er gekeken naar een indicator over gemiddelde verblijfsduur of aandeel meerdaags? Zo niet, waarom niet? Waarom is bij deze doelstelling gekozen voor de indicator “aantal toeristische overnachtingen”, terwijl de beleidsdoelstelling specifiek ziet op het stimuleren van meerdaags verblijf en het verlengen van de verblijfsduur? 40.

VVD

Datastad (pagina 288) In de jaarrekening wordt bij het Programma Datastad een voordeel van € 0,1 miljoen toegelicht doordat het project Dream Space in 2025 vertraging heeft opgelopen. Daarbij wordt aangegeven dat de kosten in 2026 alsnog gemaakt zullen worden. Vraag:

De opgelopen vertraging is het gevolg van vertragingen in de uitvoering. Hierdoor zijn feitelijk minder gastlessen verzorgd in 2025 dan oorspronkelijk gepland. Deze vertraging leidt niet tot (extra of doorgeschoven) kosten in 2026. Momenteel wordt nog gezocht naar één of meerdere bedrijven uit ’s-Hertogenbosch die willen bijdragen in de kosten, waardoor er een kans is dat de uiteindelijke lasten lager kunnen uitvallen dan geraamd.

41.

VVD

Waardoor is de vertraging bij het project Dream Space in 2025 ontstaan? Kan daarbij ook worden aangegeven of deze vertraging gevolgen heeft voor de totale projectkosten in 2026 en latere jaren? Blijft het project binnen het oorspronkelijk geraamde budget, of wordt als gevolg van de vertraging rekening gehouden met hogere kosten dan aanvankelijk voorzien NV MEI Pag 291 In de paragraaf risicomanagement wordt aangegeven dat de gemeente haar aandelen in NV MEI eind 2019 heeft verkocht, maar nog wel een financieel belang heeft via verstrekte leningen en de positie als erfpachter. Daarnaast beschikt de gemeente over een beperkt bestuurlijk belang via het zogenoemde gouden aandeel en het recht om gedurende 15 jaar een commissaris te benoemen.

Vraag: Kan worden toegelicht hoe de financiële en bestuurlijke risico’s rond NV MEI / Libéma en de Brabanthallen momenteel worden gemonitord? Kan daarbij worden aangegeven wat de actuele omvang is van het financiële belang van de gemeente, welke risico’s hieraan verbonden zijn en op welke wijze het gouden aandeel en het benoemingsrecht van een commissaris worden ingezet om de gemeentelijke belangen, waaronder veiligheid, openbare orde en de monumentale status van de Brabanthallen, te borgen?

42.

Partij voor de Dieren

Na verkoop is er geen direct financieel belang in NV MEI. Het financieel belang van de gemeente in NV MEI beperkt zich tot een jaarlijkse erfpachtscanon en de verstrekte leningen welke jaarlijks (annuïteiten/ lineair) worden afgelost. Tegenover de verstrekte leningen staat 1ste recht op hypotheek. De hieraan verbonden risico's zijn minimaal. De gemeente heeft als houder van het prioriteitsaandeel alleen nog maar iets te zeggen over de benaming van de Brabanthallen en over de aanwending van het complex. Alleen op een AVA waar dit aan de orde is, zal de gemeente uitgenodigd worden en aanwezig zijn en zal een standpunt van het college worden gevraagd. De gemeente heeft ruimte om een commissaris te benoemen. Bij verkoop heeft ambtelijke voordracht plaatsgevonden vanuit de gemeente. Op dit moment wordt hier geen gebruik van gemaakt. Bij de jaarlijkse risicoinventarisatie van de verbonden partijen zal opnieuw worden beoordeeld of wij hier vanuit de gemeente zitting in dienen te nemen.

Percentage jeugd dat voldoet aan bewegingsrichtlijn is gedaald van 28% (2019) naar 13% (2025). Hierbij wordt aangegeven dat de meetmethode is veranderd. Kan hiermee het totale verschil verklaard worden? En gaat de doelstelling (28% 2025) nog uit van de oude meetmethode? De cijfers wijken ook sterk af van landelijke cijfers (41-51%, zie https://www.nji.nl/databanken/cijfers/cijfers-over-bewegin). Kan dit ook verklaard worden vanuit de meetmethode?

We weten niet of het grootte verschil geheel verklaard kan worden door de meetmethode. Waar in 2019 alle jongeren tussen 12 en 18 jaar nog werden ondervraagd is de GGD Hart voor Brabant vanaf 2023 alleen jongeren in de klassen 2 en 4 van het VO gaan ondervragen.

43.

Daar wijkt de meetmethode ook af van het door u aangehaalde onderzoek, de gezondheidsenquête CBS 2026/beweeggedrag. Daarin wordt alle jeugd tussen 12 en 20 jaar ondervraagd. Door het verschil in meetmethode hier zijn ook deze cijfers niet vergelijkbaar. Meer over de door ons gebruikte cijfers vindt u hier: Rapporten | Toerisme, recreatie, sport en cultuur | 's-Hertogenbosch in Cijfers : Sportparticipatie jongeren 2VO en 4VO Sociaal Cultureel Centrum Rosmalen ontvangt naast exploitatiesubsidie ook huursubsidie. De overige locaties ontvangen alleen exploitatiesubsidie, een bijdrage voor huur wordt door ons rechtstreeks overgemaakt aan de verhuurder van de locatie. Sociaal Cultureel Centrum Rosmalen heeft voor deze constructie gekozen

Partij voor de Dieren

Waarom krijgt SCC Rosmalen een orde van grootte meer subsidie dan andere wijk- en buurtcentra?

44.

Partij voor de Dieren

Via de resultaatbestemming stellen we voor om de ontvangen middelen te reserveren om de woningbouwopgave binnen onze gemeente in brede zin te ondersteunen. ➔ Dat klinkt erg breed, kan worden aangegeven waar we dan aan moeten denken?

Er is nog hier nog geen nadere invulling aan gegeven. Concrete inzet van deze gelden voor woningbouwprojecten wordt gekoppeld aan besluitvorming over de betreffende projecten. In zijn algemeenheid zien we dat de combinatie van opgaven (o.a. 70% betaalbaarheid, extra toevoeging van woningen, parkeernormen, ontsluiting, groen en waterberging) de financiële haalbaarheid van plannen steeds steviger onder druk zet. Datzelfde geldt voor de grondexploitaties. De Reserve Realisatiestimulans Woningbouw kan dan uitkomst bieden om een deel van de (publieke) tekorten en/of

risico af te kunnen dekken. Het kan dan gaan om bijvoorbeeld onrendabele investeringen in infrastructuur, mobiliteit, groen of waterberging die nodig zijn om de woningbouwopgave te realiseren.

45.

Partij voor de Dieren

Het landelijk tekort aan projectleiders en werkvoorbereiders werkt ook door binnen de gemeente ’s Hertogenbosch. Dit tekort leidt tot een verhoogd personeelsverloop, zowel onder vaste medewerkers als bij ingehuurde capaciteit.” à Hoe zien de cijfers in- door- en uitstroom eruit, is duidelijk wat tav het personeelsverloop in DB de redenen zijn (indien N voldoende groot vanuit info uit exitinterviews)? Hoeveel verloop wordt gezien als niet natuurlijk en ongewenst verloop? Wat wordt er gedaan om ongewenst verloop tegen te gaan?

46.

Partij voor de Dieren

“Communicatie vanuit verbinding en wederkerigheid.” In hoeverre wordt dit toegepast op formele communicatie vanuit de gemeente aan inwoners (brieven), welke inspanningen worden er gedaan om de communicatie voor zoveel mogelijk mensen begrijpelijk en toegankelijk te maken

Cijfers in-, door- en uitstroom: zie bijlage. De ontwikkeling van het personeelsverloop laat geen generiek verhoogd beeld zien op organisatieniveau. Ongewenst verloop: Vrijwillig ontslag wordt beschouwd als ongewenst verloop. In 2025 had 53% van de uitstroom deze reden. Dit betreft medewerkers die uit eigen beweging de organisatie verlaten. Maatregelen ter beperking van ongewenst verloop: In 2025 is gericht ingezet op behoud van medewerkers en versterking van de interne arbeidsmarkt, met nadruk op: -Het stimuleren van interne doorstroom en loopbaanontwikkeling -Een actieve rol van leidinggevenden bij mobiliteit en talentontwikkeling -Gerichte inzet van opleiding en coaching Deze aanpak draagt bij aan binding van medewerkers, behoud van kennis en continuïteit in de uitvoering. Tegelijkertijd erkennen wij dat de krapte in specifieke functies, zoals binnen projectmanagement en werkvoorbereiding, een extern arbeidsmarkteffect is dat zich niet volledig laat beïnvloeden. Op het vlak van (digitale) toegankelijkheid is er in de gemeente 0,5 fte beschikbaar om de organisatie te adviseren en ondersteunen om digitaal toegankelijk te communiceren. De afgelopen twee jaar is er op ingezet om al onze websites digitaal toegankelijk te

maken. Dat heeft geresulteerd in het feit dat al onze websites een A-B of C-status hebben. Er zijn nu nog 2 websites op C-status, die we nog verder aan het verbeteren zijn. Daarnaast zijn inmiddels bijna 200 PDF-documenten digitaal toegankelijk gemaakt. Hiermee voldoen we aan wet- en regelgeving op dit vlak. Voor de (formele) communicatie vanuit de gemeente is er een “klare taal”-tool beschikbaar voor ambtelijke collega's. Deze tool kan hen helpen om begrijpelijk en toegankelijke brieven en documenten op te leveren. Ook geven we hier cursussen over. 47,

Partij voor de Dieren

p. 61, verkenning van het vestigingsbeleid voor fastfoodaanbieders, wat is daar de stand van zaken van?

Voor de locaties en mogelijkheden voor fastfoodketens is aandacht in het programma ‘Samen Gezond’. Binnen dit programma werken we samen met overheids- en onderwijsinstellingen in de City Deal Gezonde en Duurzame Voedselomgeving. Waarin wordt verkend hoe een nieuwe Voedselomgevingswet ingericht kan worden. Er wordt verkend of en hoe rondom scholen fastfoodketens of ongezond voedingsaanbod teruggedrongen kan worden naar een gebalanceerde keuzemogelijkheid. Vanuit de City Deal is het streven om deze verkenning in 2027 af te ronden. Met de City Deal werken we mee aan het ontwerpen van een Voedseldrukmeter. Dit brengt in kaart hoe ongezond of gezond de voedselomgeving is in de gemeente.

48.

Partij voor de Dieren

Wat is de definitie van cultuurstad van het zuiden, wanneer wordt hieraan voldaan, welke concrete doelen horen hierbij?

49.

Partij voor de Dieren

Het nieuwe Duurzaamheidsakkoord 2025-2030 is in oktober 2025 ondertekend en is in uitvoering.” à wat zijn concrete stappen die er hierdoor gezet zijn en hoe ziet de planning voor het vervolg eruit

50.

Partij voor de dieren Partij voor de dieren

Enige tijd geleden is aangegeven dat er een aansluitstop komt als gevolg van netcongestie, het college gaf toen aan dat in kaart gebracht werd wat de gevolgen waren voor onze gemeente. Wat is daar nu de stand van zaken van?

51.

➔ Hoe komt het dat dit niet is uitgevoerd?

52.

Cultuurstad van het Zuiden bestaat uit de culturele activiteiten van zowel de professionele als de amateurkunst in de gemeente. In de Stadsmonitor bij Cultureel klimaat zijn de verschillende ambities opgenomen. De uitvoering van het Duurzaamheidsakkoord 20252030 valt onder de Uitvoeringsagenda Prestatieafspraken die jaarlijks worden vastgesteld door het college van B&W. De concrete stappen die in 2026 gezet worden zijn te vinden in de Prestatieafspraken van 2026 (registratienummer: 079618671159). We zijn in gesprek met Enexis en andere partijen om dit beter in beeld te brengen, maar dit vraagt nog de nodige tijd. Zie ook I&O van 18 mei. Door netcongestie leek grootschalig zon-op-dak geen optie meer. In 2025 zijn we weer gestart met onderzoek naar de mogelijkheden van grootschalig zon-op-dak. Niet om terug te leveren aan het net, maar om te worden gebruikt in (collectieve) oplossingen voor netcongestie, zowel voor (collectief) als achter de meter (individueel). Voor zowel de Rietvelden als de Brand hebben we nu het potentieel in kaart gebracht en bespreken we mogelijkheden voor bedrijven met het bedrijfsleven. In de Nota Verder werken aan een duurzaam 'sHertogenbosch is onze beoogde deelname aan de Bio-regio's vastgelegd. Het besluit om dit te bekrachtigen is aan het nieuwe college. Dit is mede afhankelijk van de afspraken in het nieuwe bestuursakkoord.

Partij voor de dieren

➔ Waar is dit besluit van afhankelijk en wat is de huidige afweging?

53.

Partij voor de dieren

Schone Lucht Akkoord: wat is de huidige realisatie in Den Bosch vd doelen van het akkoord?

Het RIVM maakt elke twee jaar een doorrekening van de voortgang bij alle deelnemers van het Schone Lucht Akkoord samen. Er is geen separate doorrekening van een individuele deelnemer. Het RIVM heeft berekend dat de gezondheidseffecten als gevolg van luchtvervuiling in 2030 met 46 procent afnemen ten opzichte van 2016. Voorwaarde daarvoor is dat deze plannen volledig worden uitgevoerd. Als ook de effecten van maatregelen tegen klimaatverandering en stikstofneerslag worden meegerekend is een gezondheidswinst van 50 procent, en daarmee het doel voor 2030, haalbaar. Het volledige rapport (uit 2024) is hier te lezen.

54.

55.

50Plus

50Plus

Mantelzorg en respijtzorg (P. 53 / P. 55) Uit de Stadsmonitor blijkt dat 13% van de mantelzorgers de mantelzorg als (zeer) belastend ervaart. Daarnaast is de gemeente gestart met twee logeerbedden voor respijtzorg om mantelzorgers te ontlasten. Vraag: Hoe heeft het percentage overbelaste mantelzorgers zich ontwikkeld sinds 2022 en hoeveel gebruik is in 2025 gemaakt van de beschikbare respijtzorg en logeerbedden voor mantelzorgondersteuning? Long Covid (P. 56) Binnen maatschappelijke ondersteuning wordt ingezet op zelfstandig meedoen en passende ondersteuning voor inwoners met een hulpvraag. Vraag:

In 2022 vond 14% van de mantelzorgers de zorg (zeer) belastend. Bij het eerstvolgende en tegelijk meest recente meetmoment in 2024 was dit 13%. In 2025 telden we 477 overnachtingen in een logeerbed voor respijtzorg.

Nee, binnen onze gemeente worden ziektebeelden niet geregistreerd in het kader van de privacybescherming. Uit de uitvoeringspraktijk

56.

50Plus

Is inzicht beschikbaar in het aantal inwoners met langdurige post-COVIDof Long Covid-klachten dat gebruikmaakt van Wmo-voorzieningen of andere vormen van maatschappelijke ondersteuning?

blijkt dat QVS en post-Covid voorkomen bij Wmo-aanvragen, maar in

Beschermd wonen en maatschappelijke opvang (P. 59) Er wordt gesproken over een stijging van de wachtlijst beschermd wonen.

Per november 2025 bedroeg de wachtlijst voor Wmo Beschermd Wonen (BW) 82 personen. Op dat moment waren slechts 14 plaatsen beschikbaar. Dat is een netto-wachtlijst van 68 personen. Dit betekent dat de druk op onze gecontracteerde aanbieders van BW-plaatsen toeneemt, en cliënten minder goed doorstromen naar de meest passende plek of te lang moeten wachten op passende zorg. Op grond van die oplopende wachtlijst is besloten tot een openstelling van de inkoop Beschermd wonen per 1 april 2026. De wachtlijst is dynamisch, vanwege de match tussen vraag en aanbod. Het aanbod is divers: van kamertrainingen tot voorziening langdurig verblijf (VLV).

Vraag: Wat is de gemiddelde wachttijd voor beschermd wonen in 2025 geweest?

beperkte mate.

Er is geen sprake van een gemiddelde wachttijd voor Beschermd Wonen-voorzieningen, omdat de aard van voorzieningen verschilt. De hostels en de VLV kennen een relatief lage uitstroom, om die reden is daar de wachttijd relatief lang. Indien nodig, bv. vanwege veiligheid, wordt een zorgvrager met maatwerk buitenregionaal geplaatst. Bij ‘lichtere’ BW-voorzieningen zien we soms frictie tussen het aanbod en de vraag. Soms hebben cliënten een duidelijke voorkeur voor een aanbieder, terwijl er elders wel plaats is. Bij een aantal voorzieningen speelt soms ook personele krapte, waardoor de capaciteit tijdelijk wordt beperkt en de wachttijd tijdelijk kan oplopen. 57.

50Plus

Wmo en hulpmiddelen (P. 59) Er wordt aangegeven dat meer aanvragen worden gedaan voor hulpmiddelen en trapliften. Vraag: Hoe groot was de stijging van aanvragen voor:

Het totaal aantal uitstaande hulpmiddelen is gestegen van 3.347 in 2024 naar 3.446 in 2025 (zie ook vraag 59). Specifiek voor de nieuwe aanvragen per jaar: - Trapliften zijn licht gedaald van 174 in 2024 naar 150 in 2025 - Scootmobielen zijn toegenomen van 347 in 2024 naar 377 in 2025

• trapliften, • scootmobielen, • en overige hulpmiddelen ten opzichte van 2024? 58.

59.

50Plus

50Plus

Openbare ruimte en vitalisering (P. 382) Er wordt aangegeven dat maatschappelijke factoren worden meegewogen bij de inrichting van de openbare ruimte. Vraag: Welke toetsingscriteria of beleidskaders hanteert de gemeente bij herinrichting van de openbare ruimte voor toegankelijkheid voor ouderen en mindervaliden? Wmo (P. 503) Bij huishoudelijke hulp, begeleiding, dagbesteding en hulpmiddelen binnen de Wmo zijn aanzienlijke bedragen opgenomen. Vraag: Hoe heeft het aantal gebruikers van: • huishoudelijke hulp, • begeleiding, • dagbesteding, • en hulpmiddelen zich ontwikkeld sinds 2022, uitgesplitst naar inwoners van 65 jaar en ouder?

-

Rolstoelen zijn toegenomen van 352 in 2024 naar 473 in 2025.

Bij (her)inrichting van de openbare ruimte volgen we de richtlijnen van CROW m.b.t. toegankelijkheid van ouderen en minder validen. Deze zijn geënt op het VN-verdrag voor de rechten van mensen met een beperking. Bij grotere projecten vragen we ook advies aan Onbeperkt 073.

Onderstaand is het overzicht aantal unieke cliënten met een Wmo beschikking per jaar.

Hulp bij het huishouden <65 jaar Hulp bij het huishouden 65+ Begeleiding individueel <65 jaar Begeleiding individueel 65+ Begeleiding groep <65 jaar Begeleiding groep 65+ Hulpmiddelen <65 jaar Hulpmiddelen 65+

2022

2023

2024

2025

1033

988

915

861

3456

3508

3519

3467

2139

2291

2474

2652

236

261

333

395

170

150

151

158

140

125

157

163

1237 2025

1237 2097

1225 2122

1260 2186

60.

50Plus

Beschermd wonen (P. 503) De lasten voor beschermd wonen bedragen € 31,4 miljoen. Vraag: Hoe heeft de wachtlijst voor beschermd wonen zich ontwikkeld in 2024 en 2025?

61.

62

63.

50Plus

50Plus

50Plus

Volksgezondheid (P. 503) Binnen het taakveld Volksgezondheid is € 15,9 miljoen opgenomen. Vraag: Welk deel van dit budget is specifiek ingezet voor: • ouderengezondheid, • valpreventie, • bewegen, • en preventie van eenzaamheid? Sociale structuur (P. 503) Binnen “Samenkracht en burgerparticipatie” is € 58,9 miljoen opgenomen. Vraag: Welke projecten of voorzieningen gericht op ouderen worden bekostigd vanuit het budget “Samenkracht en burgerparticipatie”? Woonzorgvisie (P. 5) In de jaarrekening wordt verwezen naar langer zelfstandig thuis wonen en de

Per november 2025 bedroeg de wachtlijst voor Wmo Beschermd wonen (BW) 82 personen. Op dat moment waren slechts 14 plaatsen beschikbaar. Dat is een netto-wachtlijst van 68 personen. Dit betekent dat de druk op onze gecontracteerde aanbieders van BW-plaatsen toeneemt, en cliënten minder goed doorstromen naar de meest passende plek of te lang moeten wachten op passende zorg. Op grond van die oplopende wachtlijst is besloten tot een openstelling van de inkoop Beschermd Wonen per 1 april 2026. Een jaar eerder in november 2024 bedroeg de wachtlijst 48 wachtenden en 14 vrije plaatsen, ergo: een netto wachtlijst van 34 personen. De wachtlijst is dynamisch, vanwege de match tussen vraag en aanbod. Het aanbod is divers: van kamerrtrainingen tot Voorziening Langdurig Verblijf. Binnen het taakveld Volksgezondheid (totaal € 15,9 miljoen) is in 2025 € 501.927 (GALA: €392.078 lokaal en IZA: €109.849 regionaal) specifiek ingezet voor valpreventie. De onderdelen ouderengezondheid, bewegen en preventie van eenzaamheid vallen onder Sociale Structuur en Samen Gezond en maken derhalve geen onderdeel uit van het taakveld Volksgezondheid.

Een deel van deze voorzieningen richt zich specifiek op ouderen, zoals het ouderenwerk van Farent of huiskamers voor ouderen. Andere voorzieningen bedienen een bredere doelgroep, maar bereiken in de praktijk veel ouderen. Het gaat onder meer om mantelzorgwaardering en -ondersteuning, respijtzorg, de Sociale Benadering Dementie, de aanpak eenzaamheid, de subsidieregeling Goed voor Elkaar en wijkaccommodaties. In 2025 zijn ruim 450 nultredenwoningen opgeleverd, die in de basis geschikt zijn voor ouderen. Ze zijn niet specifiek gelabeld voor

woonzorgvisie. Vraag: Hoeveel woningen voor geclusterd wonen, seniorenhuisvesting of levensloopbestendig wonen zijn in 2025 gerealiseerd of in voorbereiding genomen?

64.

D66

Kunnen wij het kosten-baten onderzoek van juni 2025 van de Pilot Opgroeiondersteuning inzien?

65.

D66

Wat zijn de verwachte jeugdzorgkosten in 2026?

66.

D66

Kunnen jullie een tijdspad geven van de transitie van individuele jeugdzorg naar meer collectieve jeugdzorg?

ouderen. De nultredenwoningen zijn vooral in het Paleiskwartier Palazzo en de Gestelsebuurt gebouwd. Voor de toekomstige projecten zoeken kijken naar locaties waar voorzieningen zoals arts, apotheek en supermarkt aanwezig zijn. Onder andere bij De Donken en Van Herpense Weide, maar ook naar andere bestaande en nieuwe locaties. In aansluiting op de Woonzorgvisie: fijn oud worden kijken we daarbij naar nultredenwoningen, geclusterde en zorggeschikte woningen voor ouderen t/m 2030. We gaan ook ambitie voor het aantal woningen t/m 2040 verder uitwerken. De kosten- batenanalyse ‘opgroeiondersteuning op school’ van Anderzoek is als separate bijlage toegevoegd aan de antwoorden. De totale lasten voor de jeugdhulp zijn in de primaire begroting 2026 begroot op € 67,5 miljoen. Door stijging van zorginzet wordt via deze begrotingsactualisatie de begroting verhoogd naar € 70,7 miljoen. Dit leidt tot een hogere onttrekking aan de reserve sociaal en zorgfonds. Daarnaast is € 3,4 miljoen beschikbaar voor het investeren in de gewenste transformatie van de jeugdhulp (via het programma jeugdhulp). Het tijdspad voor de transitie van individuele naar meer collectieve jeugdzorg laat zich niet in een strak, lineair schema vangen. Conform de lijn uit de discussienotitie ‘toekomstbestendige hulp en ondersteuning’(cie.

Sociaal 14 januari 2026) werken wij gefaseerd en adaptief toe naar een situatie waarin collectieve vormen van ondersteuning steeds meer het vertrekpunt vormen. In de afgelopen periode zijn hierin concrete stappen gezet. Zo zijn we gestart met het collectief aanbieden van opvoed- en opgroeiondersteuning op negen scholen. Daarnaast biedt expertisecentrum GROEN op twee locaties collectieve ondersteuning, gericht op het versterken van het mentaal welzijn.

67.

D66

In de stadsmonitor zie ik dat het aantal cliënten per 1000 inwoners dat een beroep doet op de WMO erg uiteenloopt per gemeente. In SittardGeleen meer dan 100 cliënten per 1000 inwoners, in Alphen a/d Rijn ca 30 cliënten per 1000 inwoners. ’s-Hertogenbosch zit op de ca 70 cliënten per 1000 inwoners. Waar worden die grote verschillen per gemeente door veroorzaakt?

68.

D66

Het aantal klachten ingediend bij MO is flink toegenomen tov enkele jaren geleden. Vanuit MO klinkt door dat er sprake is van een toename van complexiteit en multiproblematiek in de zorg, die ook terug te zien is bij de klachtafhandeling. Mogen wij een geanonimiseerd overzicht van de klachten ingediend in 2025 bij MO?

Als we onze gemeente vergelijken met gemeenten van dezelfde grootte (100.000-300.000 inwoners) dan scoren wij met 70 Wmocliënten per 1.000 inwoners net boven het landelijk gemiddelde met 67,4 clienten Wmo per 1.000 inwoners. Waar de verschillen tussen gemeenten precies door tot stand komen is niet eenduidig te formuleren. Sociaal-economische structuur van een gemeente speelt een rol. Ook of er in de gemeente een historisch gegroeid voorzieningenniveau voor een grotere regio aanwezig is. Ook zijn gemeenten de laatste jaren meer aan de slag gegaan met algemene voorzieningen i.p.v. maatwerkvoorzieningen, dat kan ook een rol spelen. Zie voor onze gemeente de discussienotitie ‘toekomstbestendige hulp en ondersteuning’(cie. Sociaal 14 januari 2026). Het aantal klachten is de afgelopen jaren toegenomen, waarbij 2024 en 2025 een nagenoeg gelijk aantal hadden. Voor de stijging zijn meerdere redenen te geven. Inwoners zijn kritischer geworden ten opzichte van overheidsoptreden. Met de inzet van AI is het bovendien eenvoudiger geworden om (juridisch) onderbouwde klachten in te dienen. Te lange wachttijden kunnen eveneens tot klachten leiden. Tot slot draagt de toenemende complexiteit van aanvragen en problematiek bij aan deze stijging en de complexiteit van de klacht zelf. In 2025 zijn er 82 klachten in totaal binnengekomen: Voor Financiële Dienstverlening 28 klachten.

Voor Jeugd 17 klachten. Voor Opvang Ontheemden 8 klachten. Voor Volwassen/Wmo 29 klachten.

69.

D66

Komt het voor dat een inwoner herhaaldelijk een klacht indient over de kwaliteit van zijn of haar rolstoel? Hoe vaak komt dat voor? Hoe gaat de gemeente daarmee om?

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16981831/1