b3 Bijlagenboek ruimtelijke motivering Dungense Polder
Tekst van het document
Zonneweide Dungense Polder Ruimtelijke motivering Bijlagenboek
Zonneweide Dungense Polder
colofon
projectnaam Zonneweide Dungense Polder datum 8 oktober 2025 projectnummer P05206 opdrachtgever Lightsource BP BRO projectleider JvdA projectteam TAu, WvdH bron kaft BRO review JvdA
Willemsplein 2 5211 AK ‘s-Hertogenbosch +31 (0)73 208 91 55 info@bro.nl www.bro.nl
Zonneweide Dungense Polder
Inhoudsopgave Bijlage 1 - Landschappelijke inpassing Bijlage 2 - Quickscan Wet natuurbescherming Bijlage 3 - Aanvullend onderzoek das Bijlage 4 - Stikstofberekening Bijlage 5 - Bodemonderzoek Bijlage 6 - Waterparagraaf Bijlage 7 - Reflectierapport Bijlage 8 - Archeologisch bureauonderzoek Bijlage 9 - Participatieverslag Bijlage 10 - Cultuurhistorisch onderzoek Bijlage 11 - Technische tekeningen Bijlage 12 - 3D impressie
Zonneweide Dungense Polder
Bijlage 1 - Landschappelijke inpassing
LANDSCHAPPELIJKE INPASSING DUNGENSE POLDER
LIGHTSOURCE BP DEN BOSCH 15 OKTOBER 2025
INHOUD
Inleiding Projectgebied Lagenanalyse Historie van de plek Beleidskaders Analysekaart Landschappelijk inpassingsplan Ontwerp Inrichtingsmaatregelen Beplanting & beheer
DUNGENSE POLDER
STUDIO REDD
INHOUD
2
INLEIDING
Lightsource BP (hierna initiatiefnemer) wil aan de Kloosterstraat zonneweides realiseren van circa 6,5 hectare. Doel van het initiatief is om de gronden door middel van zonneenergie bedrijfsmatig te exploiteren. Met het initiatief wordt bijgedragen aan de verduurzaming van de gemeente Den Bosch én aan de ontwikkeling van beekherstel en de bijbehorende ecologische verbindingszones. Om zorgvuldig met de duurzame energietransitie om te kunnen gaan heeft de gemeente de visie energielandschap ’s-Hertogenbosch, opgesteld (Juli 2020). Het uitgangspunt van de visie energielandschap is een integrale aanpak, waar mensen, natuur en klimaat van profiteren. De initiatieven voor wind of zonne-energie moeten leiden tot projecten waarin energieopwekking bijdraagt aan een waardevol landschap. Dit kan enerzijds bestaan uit het behoud en versterken van de bestaande landschapsstructuren, anderzijds kan dit tot het ontstaan van nieuwe intergrale landschappen leiden met natuur en recreatieve waarden.
DUNGENSE POLDER
STUDIO REDD
AANLEIDING EN INITIATIEF
3
PROJECTGEBIED context, inzoom, en beschrijving
Dungense polder
Het projectgebied gelegen in het mozaïklandschap tussen ‘s-Hertogenbosch en Den Dungen.
DUNGENSE POLDER
STUDIO REDD
Het projectgebied gelegen tussen de A2, Poeldonkweg en de Bosscheweg. Ten oosten ligt de Meerse plas en ten zuiden de dungense polder.
PROJECTGEBIED
4
PROJECTGEBIED context en beschrijving
Dungense polder
DUNGENSE POLDER
STUDIO REDD
PROJECTGEBIED
5
LOOK & FEEL streetview
F2. F4.
F1. - locatie WEST
Dungense polder F1. F2. - locatie NOORD F3.
F1. - locatie 00ST
F4. - locatie ZUID
DUNGENSE POLDER
STUDIO REDD
PROJECTGEBIED
6
HISTORIE VAN DE PLEK historisch landschap
Dungense polder
1950
1975
Historisch landschap Het gebied bestond historisch gezien uit open landschappen uit de middeleeuwen, waarvan de landschapsstructuur door ontwikkelingen in de tweede helft van de 20e eeuw is veranderd. De openheid is hier echter nog wel gaaf. Hoewel het landschap een hoge ouderdom heeft, is het door de beschreven ontwikkelingen vanaf de jaren 50 sterk gewijzigd. De bewoning van dit gebied lijkt veel verder in de tijd terug te gaan. De omgeving van het onderzoeksgebied is sinds de middeleeuwen veranderd door herverkavelingen, nieuwbouw en herinrichting. Het open karakter van het Bossche Broek is nog aanwezig en herinnerd aan het eens natte landschap. Cultuurhistorie In het gebied heeft een contravallatielinie van de linie 1629 gelegen, afgebeeld met de gele lijn op bijgaande uitsnede van de cultuurhistorische kaart. De contravallatielinie ligt nabij de DUNGENSE POLDER
STUDIO REDD
2021
Kloosterstraat maar ligt buiten het plangebied en is nu niet of nauwelijks waarneembaar. De gemeente heeft de wens om de linie van 1629 weer zichtbaar te maken. Door recreatieve routes voor langzaam verkeer terug te brengen zullen landschap en cultuurhistorie weer beleefbaar worden. Daarnaast was in de nabijheid het voormalig klooster Eikendonk gelegen. Deze cultuurhistorische elementen worden enerzijds ontzien, anderzijds biedt het kansen door het plaatsen van informatieborden over bijvoorbeeld voormalig klooster Eikendonk en Linie 1629. Door dit, in combinatie met het recreatief meer toegankelijk maken van het gebied, kan de geschiedenis van de polder meer worden verbeeld en beleefd. De effecten van de tijdelijke functie ten behoeve van zonne-energie heeft uiteindelijk geen onomkeerbaar effect op het cultuurhistorische waarde van het gebied. LAGENANALYSE
7
HISTORIE VAN DE PLEK historisch landschap
Dungense polder Cultuurhistorie In het gebied heeft een contravallatielinie van de linie 1629 gelegen, afgebeeld met de gele lijn op bijgaande uitsnede van de cultuurhistorische kaart. De contravallatielinie ligt nabij de Kloosterstraat maar ligt buiten het plangebied en is nu niet of nauwelijks waarneembaar. De gemeente heeft de wens om de linie van 1629 weer zichtbaar te maken. Door recreatieve routes voor langzaam verkeer terug te brengen zullen landschap en cultuurhistorie weer beleefbaar worden. Daarnaast was in de nabijheid het voormalig klooster Eikendonk gelegen. Deze cultuurhistorische elementen worden enerzijds ontzien, anderzijds biedt het kansen door het plaatsen van informatieborden over bijvoorbeeld voormalig klooster Eikendonk en Linie 1629.
DUNGENSE POLDER
STUDIO REDD
Door dit, in combinatie met het recreatief meer toegankelijk maken van het gebied, kan de geschiedenis van de polder meer worden verbeeld en beleefd. De effecten van de tijdelijke functie ten behoeve van zonne-energie heeft uiteindelijk geen onomkeerbaar effect op het cultuurhistorische waarde van het gebied.
LAGENANALYSE
8
HISTORIE VAN DE PLEK historisch landschap
6m+NAP
12m+NAP
15m+NAP 3m+NAP
Waterstaatswerken - Waterschap De Dommel
Bodemkaart
Hoogtekaart
Het projectgebied heeft aan de noordzijde een A-watergang. Binnen het projectgebied zijn B-watergangen aanwezig.
Bodemprofiel, Beekeerdgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand
AHN4 2.90m / 3.10m +NAP (jaar 2020)
DUNGENSE POLDER
STUDIO REDD
De locatie wordt omringd door hoogte elementen zoals snelweg A2. Het bos van de Meerse plas aan de oostzijde en tenslotte aan de noordzijde een dijkje die de zuidwillemsvaart afbakend. Het projectgebied is daarmee ingesloten door bestaande hoger gelegen elementen.
LAGENANALYSE
9
BELEIDSKADERS als dragers voor ontwikkelingen
Omgevingsverordening Noord-Brabant
Omgevingsvisie ‘s-Hertogenbosch
HoWaBo
Het projectgebied gelegen in het ‘Landelijk gebied’ en in het gebied ‘Cultuurhistorische waarden’. Zorgvuldig ruimtegebruik als bedoeld in artikel 5.8 en verder is de basis randvoorwaarde voor ontwikkelingen in het landelijk gebied. Voor het ontwikkelen van zonneparken in het Landelijk gebied zijn, in artikel 5.54 ‘zonneparken in Landelijk gebied’, specifieke regels opgenomen. Artikel 5.46 ‘Groenblauwe waarden’ geeft de randvoorwaarden voor de ruimtelijke plannen binnen de ‘Groenblauwe mantel’ waarden’ gebieden. Met name Artikel 5.44 Cultuurhistorische waarden heeft invloed op de inpassing van de zonneweide. Het gebied Dungense Polder maakt van oorsprong onderdeel uit van de moerasachtige delta van de rivieren Dommel en Aa. Echter is dit gebied in de jaren zestig / zeventig herverkaveld tot modern landbouwgebied. Hierdoor zijn veel dan de landschappelijke en cultuurhistorische waarden verloren gegaan. Het open karakter van het gebied is op deze plaats de enige waarde en kan vanaf de wegen en paden door het gebied op maaiveld hoogte goed beleefd worden.
De omgevingsvisie van de gemeente ‘s-Hertogenbosch biedt een toekomstperspectief voor de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente. Dit document is op 9 september 2025 vastgesteld. Naast het natuurlijke stroomgebied van de Dommel, Aa, Dieze en Maas, maakt de Dungense polder, deel uit van de Groenblauwe Delta. Het is het gebied waar het kwelwater een unieke ecologische conditie is. Dit gebied leent zich dan ook voor het creëren van ruimte voor waterberging voor de hoogwateropgave, het robuuster inrichten van de natuur en het beleefbaar maken van de Linie 1629. Dit kan dit alleen door opgaven en functies slim te combineren. Door niet alleen bodem en water, maar ook cultuurhistorie hierbij sturend te laten zijn, kan op basis van oude waarden nieuwe kwaliteiten worden ontwikkeld en toegevoegd. Daar waar het kan in relatie tot de natuurwaarden liggen kansen om de doorwaadbaarheid van het gebied te vergroten. Voor de Dungense polder specifiek liggen tal van kansen en opgaven, waaronder waterberging, natuurontwikkeling en het markeren van de Linie 1629. Samen met de transitie van de landbouw en de opwek van duurzame (zonne)energie komt er ruimte voor de ontwikkeling van een landschapspark met een schakering aan functies grenzend aan de stad.
Hoogwater Aanpak Brabant Oost (HoWaBo) Het projectgebied van de Kloosterstraat, als onderdeel van de Dungense Polder, is aangewezen als één van de 11 bouwstenen binnen HoWaBo die worden onderzocht om de regionale wateropgave op te lossen. Op dit moment ligt de NRD ter inzage en wordt de PlanMER HoWaBo opgesteld. Het doel is om eind 2025 een Programma HoWaBo vast te stellen. De locatie krijgt dan mogelijk een gebiedsaanwijzing waarin duidelijk wordt dat het gereserveerd is voor waterretentie, Mocht voor realisatie onverhoopt toch blijken dat de HoWaBo in dit gebied gerealiseerd moet worden, dan zal er naar een oplossing worden moeten worden gezocht of en hoe de zonnevelden dan ingepast kunnen worden.
De ontwikkeling levert een geringe inbreuk op de cultuurhistorische waarden op. Daarbij voorkomt een zonneveld andere ruimtelijke ontwikkelingen (zoals in het verleden beoogd) als industrieterreinen en woningen, waarmee indirect de openheid wordt gewaarborgd gezien het tijdelijke karakter (25 jaar) van de zonneweide. De panelen van de zonneweide staan zuid georiënteerd. Hiermee wijken ze af van het verkavelingspatroon, maar dit is gedaan om hinder van lichtreflectie voor passanten op de A2 te verminderen, en zodat de twee parken een eenduidige en rustige uitstraling hebben, wat de verrommeling in het landschap tegen gaat.
Afb. UItsnede kaart omgevinsverordening Noord-Babant
DUNGENSE POLDER
In de omgevingsvisie wordt ook verwezen naar de visie Energielandschap, waar inpassingsgebieden met mogelijkheden voor inpassing van energieopwek worden benoemd. Dit zijn de hoge zandgronden in het zuid oosten van de gemeente, waar de Dungense polder onderdeel van uit maakt. Hier zijn onder voorwaarden van landschappelijke inpassing en het ontwikkelen van ruimtelijke kwaliteit zonnevelden toegestaan. In deze inpassingsgebieden is het van belang dat verschillende opgaves worden gecombineerd. Er wordt beoogd om de zonnevelden in landschappelijke kamers in te passen.
Afb. Uitsnede kaart ‘Groenblauwe Delta’ uit Omgevingsvisie ‘s-Hertogenbosch
STUDIO REDD
LAGENANALYSE
10
LAGENANALYSE Visie Energielandschap
Gebiedspaspoorten
De visie energielandschap biedt het ruimtelijke afwegingskader dat noodzakelijk is om sturing te geven en voorwaarden te stellen aan zonnepark projecten die impact hebben op de ruimte. De gemeente ’s-Hertogenbosch heeft in de visie ‘Energielandschap‘ onderzocht en afgewogen op welke delen van het gemeentelijk grondgebied zonne-energie inpasbaar is. In deze inpassingsgebieden is het van belang dat verschillende opgaves worden gecombineerd. Er wordt beoogd om de zonnevelden in landschappelijke kamers in te passen.
Het Gebiedspaspoort Groen en Klimaatbestendig is een beleidsdocument van de gemeente ’s-Hertogenbosch waarin de ambities en doelstellingen voor een toekomstbestendig, klimaatadaptief en biodivers gemeentegebied zijn vastgelegd. Het paspoort biedt een integrale aanpak voor de verschillende gebieden binnen de gemeente, waarbij groen, water, natuur en landschap centraal staan. Voor elk gebied zijn specifieke richtlijnen en kansen benoemd om de kwaliteit en veerkracht van de leefomgeving te versterken. De Dungense Polder, gelegen in de open kleipolder van ’s-Hertogenbosch, onderscheidt zich door haar groene en open karakter, waarbinnen het Gebiedspaspoort Groen en Klimaatbestendig heldere ambities en doelstellingen formuleert.De ambitie is om een natte ecologische zone te ontwikkelen tussen het Aa en Dommeldal. Het gaat om de meeste laaggelegen zone langs de A2/Kloosterstraat. Het betreft de ontwikkeling van een brede water- en moeraszone als leefgebied en potentiële ecologische verbindingszone/ migratieroute voor o.a. bever en otter. Binnen dit kader sluit de inrichting van de zonneweide naadloos aan bij deze doelen.
Zo is er specifiek aandacht voor het leefgebied van akker- en weidevogels; door het aanleggen van kruiden- en bloemrijk grasland rondom en binnen de zonneweide wordt een waardevol foerageeren broedgebied gecreëerd dat bijdraagt aan het behoud van deze soorten en het verbeteren van het bodemleven. Daarnaast worden natuurlijke oevers gerealiseerd bij aanwezige watergangen, waarmee niet alleen de waterkwaliteit wordt verbeterd, maar ook de biodiversiteit wordt gestimuleerd dankzij de geboden schuil- en voortplantingsmogelijkheden voor tal van dieren.
Het projectgebied ligt in het deelgebied Dungense Polder. Deze polder heeft cultuurhistorische kwaliteiten en landschappelijke kwaliteiten, met name door het open karakter van het landschap. Het projectgebied ligt binnen het landschapstype ‘aansluitend aan grootschalige infrastructuur’. Voorwaarde is dat de zonneweide landschappelijk wordt ingepast en ruimtelijke kwaliteit toevoegt. Centraal staat dat het initiatief: passend is bij de maat en schaal van het landschap; het laadvermogen (draagkracht) van het landschap niet overschrijdt, doordat veel ruimte wordt behouden voor landschappelijke inpassing, waterberging en ecologische verbetering; de kernkwaliteiten van de locatie niet aantast en de zichtbaarheid beperkt, onder meer door voldoende zichtlijnen te behouden, aan te sluiten op de bestaande landschappelijke structuren en door de beperkte waarde die het huidige agrarische landschap kent; nieuwe kwaliteiten toevoegt, waaronder in ieder geval een versterking van de biodiversiteit, meer ruimte voor waterberging en land schappelijke meerwaarde.
Afb. Uitsnede kaart uit Visie Energielandschap
DUNGENSE POLDER
Om de doorstroming van dieren te bevorderen en versnippering tegen te gaan, worden ook onderdoorgangen in het hekwerk aangebracht, waardoor het gebied toegankelijk blijft voor fauna, terwijl het tegelijkertijd de veiligheid en functionaliteit van het zonnepark garandeert. Bovendien wordt een ecologische verbindingszone aangelegd die het bestaande netwerk van groenstructuren versterkt en zo bijdraagt aan een grotere leefruimte en mobiliteit voor flora en fauna in het gebied.
Afb. Uitsnede kaart uit Gebiedspaspoort Groen en Klimaatbestendig
STUDIO REDD
LAGENANALYSE
11
ANALYSE Met de inpassing wordt aangesloten op de aanwezige landschapskenmerken en kansen voor natuurontwikkeling. Het plangebied kan worden onderverdeeld in twee gedeeltes, namelijk de ontwikkeling van de zonneweide en daarnaast de ontwikkeling van watergangen en een bijbehorende ecologische verbindingszone. De laatstgenoemde ontwikkeling zorgt voor maatschappelijke meerwaarde in relatie tot ruimtelijke kwaliteit. De verkaveling wordt gevormd door een patroon van watergangen, welke de waterhuishouding regelen. Het watersysteem is verbonden met de A-watergang parallel aan de A2 en watert af op de Dommel richting ‘s-Hertogenbosch. Dit netwerk van watergangen wordt opgewaardeerd, zodat het bijdraagt aan de toename van de biodiversiteit, waterkwaliteit en beleving van de Dungense Polder en omgeving. Het open karakter van het landschap blijft waar mogelijk behouden. Het principe bestaat uit een netwerk van bestaande watergangen met natuurlijke overgangen naar de zonnevelden, waardoor een natuurlijke gradiënt ontstaat met tal van habitats voor flora en fauna. Deze structuur behoudt tevens het vrije zicht vanuit de A2 richting Den Dungen en geeft het gebied een heldere structuur en groenere uitstraling. De nieuwe groene structuur vormt samen met de bestaande structuren een netwerk voor flora en fauna door het landschap.
Vooral soorten als dassen, vleermuizen, amfibieën en vogels zullen hiervan profiteren. De beheerpaden kunnen door wandelaars worden gebruikt als ontsluiting door het gebied, waarbij de gebruiker wandelt door een groen gebied naast de watergangen en het struweel. De panelen van de zonneweide staan zuid georiënteerd. Bovendien wordt de A2 in de toekomst mogelijk verbreed en daarbij zal ook het knooppunt aan een herinrichting ondergaan. Om hierop te anticiperen, dient een reserveringszone van 34 meter breed langs de A2 vrij te worden gehouden. De ontwikkeling van de zonneweide betekent in geringe mate een inbreuk op de cultuurhistorische waarden. Uitgangspunt van ontwikkeling in een open gebied, zeker als het om een tijdelijke functie gaat, is het zoveel als mogelijk behouden van de kenmerken van deze openheid. Om de aantasting te beperken wordt de hoogte van de panelen gemaximaliseerd tot 1,7 meter. De wegen rondom de zonnevelden (de A2, Poeldonkweg, Bosscheweg en Kloosterstraat) zijn hoger gelegen dan de gronden waarop de panelen worden geplaatst, waardoor de beleving van de aantasting beperkt wordt. Vanwege de openheid van de polder wordt er bewust gekozen om de zonnepanelen laag aan de grond te plaatsen.
DUNGENSE POLDER
STUDIO REDD
Dungense polder
Kloosterstraat
wit = gronden zonneweide + open weilanden blauw = watergangen (ecologische gradienten) geel = ecologische verbindingszone groen = ecologische toegankelijkheid (fauna - kleine zoogdieren)
LAGENANALYSE
12
Watersysteem Watergang
Talud
ONTWERP DUNGENSE POLDER
Duiker
HTG00S 00755G0000
HTG00S 00756G0000
HTG00S 00788G0000
HTG00S 00607G0000
Legenda
HTG00S 00608G0000
Algemeen
Batterij container
Ruimte reservering A2
Transformator
0
75.50
Kadastrale grenzen
199.5
C'
Inrichtingselementen PV stellingen
Projectgrens
B'C
Entree
Transformator station Verhardingen
B
Hekwerk
Toezicht - camera
HTG00S 00806G0000
81.50
Reserve materiaal opslag container
.00
Poort
36.50
Beplantingen
E
ud
tal
3:2
A
E'
A'
47.00
1:10
7.00
HTG00S 00790G0000
Struweel
talud
HTG00S 00807G0000
315
Monitoringhuis
A2
Toegangsweg
Bloemrijk grasland, ruigte
355.50
HTG00S 00606G0000
Bloemrijk grasland
TALU
D
10.00 1.05
0
Watergang
ASLA
ND
6.00 2.00
MV. 3.0 GHG +NAP -31 GLG -94
9.0
Watersysteem
65.00
2.50
ZONNEP
10.90
20.00
ANELEN
MV. 3.0 GHG +NAP -31 GLG -94
Talud ZONNEV
ELD
MET
BLOEMR
IJK GRASLA
ND
2
MV. 3.0 GHG +NAP -31 GLG -94
Duiker
D'
HTG00S 00828G0000
HTG00S 01248G0000
ZONNEN
VELD
MET
BLOEMR
IJKGRA
41.30
2.00
Inrichtingselementen PV stellingen
RUIGGR
HTG00S 01249G0000
AS
3.90
268
BEHEER
3.00PAD ZONNEN
VELD
MET
BLOEMR
21.85
.50
D
HTG00S 01269G0000
IJKGRAS
LAND
A3
MV. 12
+NAP
HTG00S 01262G0000 HTG00S 01263G0000
HTG00S 00754G0000
Batterij container
HTG00S 01247G0000
SNELWE
G (INDICA
TIEF)
40.40
Transformator
05
15 25
Entree
50 HTG00S 01250G0000
Schaalbalk HTG00S 01270G0000
Transformator station
LD MET
BLOE
MRIJ
21.85
KGR
Schaal 1:2000
ASLA
ND
Monitoringhuis HTG00S 01251G0000
HTG00S 00604G0000
HTG00S 01273G0000
Reserve materiaal opslag container
DUNGENSE POLDER
HTG00S 01276G0000
LANDSCHAPPELIJKE INPASSING
STUDIO REDD
Toezicht - camera
STUDIO REDD Abcovenseweg 21c
+31 (0)13 744 00 97 info@studioredd.nl
13
HTG00S 01277G0000
PROJECT PROJECTNUMMER VERSIE DATUM
LIP Dungense Polder 1867 B 08 mei 2025
TALUD
M
INRICHTINGSMAATREGELEN
Met de inpassing wordt aangesloten op de aanwezige landschapskenmerken en kansen voor natuurontwikkeling. Het open karakter van het landschap blijft waar mogelijk behouden. 1.
Informele structuur van struiken op oever van bestaande watergang. De oever krijgt een flauwer talud met beplanting en draagt hierdoor bij aan de waterberging. Samen met de sporadisch geplaatste struiken wordt een ecologische verbinding gecreeerd met andere onderdelen van de groene delta. Dit vormt ook een stapsteen voor de otter vanaf de Bossche Broek. De beperkte grond die vrijkomt door het afvlakken van de oever en het verbreding van de watergang, kan worden gebruikt om delen tussen het hekwerk en de watergang op te hogen. 2. Verbetering van watergangen, ten behoeve van verdroging van bodem tegengaan. De bestaande watergangen worden dieper uitgegraven, er wordt oeverbeplanting toevgevoegd om bij te dragen aan de biodiversiteit. Een duiker en schotbalkstuw worden toegevoegd om verdroging tegen te gaan. 3. Aanleg bloem- en kruidenrijk grasland, zoom buiten hekwerk als overgang - Flauwe oever met bloemrijke ruigte en informele structuur van struiken (A - zie plattegrond pag9.). 4. Aanleg bloem- en kruidenrijk grasland 3m als beheerpad, loopt door onder de panelen - Zoom buiten hekwerk met informele structuur van struiken en bloem- en kruidenrijk grasland (B,C en D - zie plattegrond pag9.). - Aanleg bloem- en kruidenrijk grasland binnen hekwerk, zowel als beheerpad als onder panelen
6. Groen aankleding installaties Rond de installaties worden random heesters geplant zodat deze meer inblenden in de natuurlijke omgeving. De installaties staan op een fundering die circa 20 a 30 cm boven het maaiveld uitkomt. 7. Ruimte voor het plaatsen van pv stellingen. Het landschap van de Dungense polder kenmerkt zich door openheid en verre doorzichten. Vanuit landschappelijke overwegingen is het daarom wenselijk om de oriëntatie van panelen zo eenduidig en laag (1.7m) mogelijk te houden. De panelen van de zonneweide staan zuid georiënteerd. Hiermee wijken ze af van het verkavelingspatroon, maar dit is gedaan om hinder van lichtreflectie voor passanten op de A2 te verminderen. 7. Ruimte reservering A2 In het noorden van het perceel aan de Kloosterstraat wordt een deel gereserveerd voor een eventuele toekomstige uitbreiding van de A2. Dit omvat een strook met een lengte van +/- 284 en een breedte van+/- 12 meter vanaf de perceelsgrens, daarmee beslaat het een totaal oppervlak van +/- 3200m2. Dit betekent dat het niet is toegestaan om in dit specifieke gebied zonnepanelen te plaatsen. 9. Dassenleefgebied In de quickscan van Econsultancy is een das ontdekt in het gebied, hier wordt doormiddel van de struweelrand rekening mee gehouden. Het plangebied blijft voor de das toegankelijk door onderdoorgangen/dassentunnels.
10 Duiker Een duiker wordt aangelegd om de watergangen met elkaar te kunnen verbinden. 11. Ruimte reservering bestaande boom Om de bestaande boom wordt ruimte vrij gehouden i.v.m. minder schaduwval op de panelen.
Afscheiding zonneweide - grofmazig gaashekwerk
5. Hekwerk Ter afscheiding van de zonneweide wordt rondom een grofmazig gaashekwerk geplaatst uitgevoerd in landelijke stijl. Doordat de mazen circa 10 bij 10 cm zijn, kunnen kleine (zoog)dieren gemakkelijk door het hekwerk heen en blijft het plangebied voor hen toegankelijk. Om de migratie van grotere zoogdieren (zoals de das) te bevorderen, worden om de 50 meter ook onderdoorgangen/dassentunnels gecreëerd in het hekwerk. De afstand en tussen het hekwerk en de panelen bedraagt circa 3 meter Bloem- en kruidenrijk grasland
DUNGENSE POLDER
STUDIO REDD
LANDSCHAPPELIJKE INPASSING
14
BEPLANTING & BEHEER
De soortensamenstelling voor de toe te voegen beplanting is toegespitst op inheemse soorten die passen bij het karakter van het gebied en de bodemgesteldheid. In onderstaande tabel zijn de verschillende vakken, maatvoering, voorgesteld sortiment, plantverband en het aantal aan te schaffen stuks opgenomen. 1. Struweel Aanplant: • 2-3- jarig bosplantsoen • maat 60-80cm hoogte • planten in driehoeksverband • aanplant tussen half november en half maart • voorfrezen grondoppervlak • aanplant in groepen van 3 stuks Beheer: • eerste 2 jaar voldoende water geven • door middel van een visuele beoordeling kan worden bekeken of onderhoudssnoei noodzakelijk is, een eerste beoordeling na ong. 5 jaar. Sortiment: Acer campestre - Veldesdoorn Crataegus laevigata - tweestijlige meidoorn Carpinus betulus - Haagbeuk Ligustrum vulgare - Wilde liguster Prunus spinosa - Sleedoorn Rhamnus frangula - Sporkehout Salix cinerea - Grauw wilg Viburnum opulus - Gelderse roos Driehoeksverband 1x1m, aanplant in groepen van 3 stuks per soort. 1,2 ha Principe driehoeksverband *een groen bolletje representeert een heester bij aanplant
DUNGENSE POLDER
STUDIO REDD
2. Bloem-en kruidenrijk grasland Aanplant • middengebied (binnen hekwerk) minimaal inzaaien • buiten hekwerk inzaaien met middelhoog inheems bloemrijk graslandmengsel* • eindhoogte ca. 40 - 120cm • bovenste 4-6cm afplaggen of onderspitten indien nodig vals zaaibed aanleggen, om de 2-3 weken (na kiemen) ondiep schoffelen • zaaien: jaarrond, maar bij voorkeur in de nazomer of het vroege voorjaar • gemiddeld 1 gram per m2
Securigera varia/Bont kroonkruid Silene vulgaris/Blaassilene Stachys officinalis/Betonie Succisa pratensis/Blauwe knoop Veronica longifolia/Lange ereprijs Vicia cracca/Vogelwikke ca. 12ha inzaaien • Zoom buiten struweelrand • 3m beheerpad • Landschap onder de panelen
Beheer voorzien van voldoende water na inzaaien middengebied extensief begrazen met schapen buiten hekwerk jaarlijks 1-2 x maaien en afvoeren Sortiment: Achillea millefolium/Gewoon duizendblad Anthemis tinctoria/Gele kamille Anthriscus sylvestris/Fluitenkruid Campanula rapunculoides/Akkerklokje Campanula rotundifolia/Grasklokje Centaurea jacea/Knoopkruid Daucus carota/Peen Echium vulgare/Slangekruid Geranium pyrenaicum/Bermooivaarsbek Hieracium laevigatum/Stijf havikskruid Hypericum perforatum/Sint janskruid Hypochaeris radicata/Gewoon biggekruid Lamium album/Witte dovenetel Lathyrus tuberosus/Aardaker Leontodon autumnalis/Vertakte leeuwentand Leonurus cardiaca/Hartgespan Leucanthemum vulgare/Gewone margriet Lotus corniculatus/Gewone rolklaver Malva moschata/Muskuskaasjeskruid Nepeta cataria/Wild kattenkruid Ononis repens subsp. spinosa/Kattedoorn Origanum vulgare/Wilde marjolein Papaver rhoeas/Grote klaproos Plantago media/Ruige weegbree Reseda lutea/Wilde reseda Rhinanthus minor/Kleine ratelaar Salvia pratensis/Veldsalie Scabiosa columbaria/Duifkruid
BEPLANTINGSINDICATIE
15
BEPLANTINGSINDICATIE Foto’s soorten struweel
DUNGENSE POLDER
Gelderese roos
Haagbeuk
Veldesdoorn
Sleedoorn
Tweestijlige meidoorn
Sporkehout
Wilde liguster
Grauwe wilg
STUDIO REDD
BEPLANTINGSINDICATIE
16
CYCLISCH BEHEER JANUARI
•
Bomen & struweel; nieuwe aanplant eerste 2 jaar voldoende water geven in droge periode ten tijde van droogte
•
Bomen & struweel; jaarlijkse controle op beschadigingen, snoeien daar waar nodig
•
Door middel van een visuele beoordeling kan worden bekeken of onderhoudssnoei noodzakelijk is, Een eerste beoordeling na ongeer. 3 jaar.
-
middengebied extensief begrazen met schapen, ongewenste kruiden o.a distels en brandnetels, 2x per jaar afmaaien (uitputten)
-
buiten hekwerk bloemrijkgrasland jaarlijks 1-2x maaien, maaisel even laten liggen, zodat zaden kunnen vallen, daarna afvoeren om verrijking van de bodem te voorkomen
-
Uitmaaien van slootkanten en watergangen 2x per jaar
-
Jaarlijks visuele inspectie van duiker, dassentunnel en hekwerk op disfunctioneren en eventuele buitenproportionele beschadigingen
DUNGENSE POLDER
FEBRUARI
STUDIO REDD
MAART
APRIL
MEI
JUNI
JULI
AUGUSTUS
SEPTEMBER
BEPLANTINGSINDICATIE
OKTOBER
17
NOVEMBER
DECEMBER
PRINCIPE DOORSNEDES
GLG -94 MV. 3.0 +NAP GHG -31
1.70
2.00
1.70
2.00
GLG -94
talud 1:10
talu d3 :2
MV. 3.0 +NAP GHG -31
talud 1:10
talu d3 :2
Principe profiel A; rand met ruigras en struweel Schaal 1:200
A
A’
ZONNEPANELEN
10.90
ZONNEPANELEN
10.90
BLOEMRIJKGRASLANDSCHAP
BEHEERPAD
TALUD
KADE MET RUIGTE
9.85
3.90
BEHEERPAD
10.00
0.00 1TALUD
2.50
9.85
3.90
10.00
10.00
2.50
BLOEMRIJKGRASLANDSCHAP
KADE MET RUIGTE
1.05 1.05
Principe profiel B; watergang Schaal 1:200
1.70
MV. 3.0 +NAP GHG -31
1.70
1.70
GLG -94 MV. 3.0 +NAP GHG -31
1.70 talud 1:2,6
GLG -94 talud 1:2,6
B
DUNGENSE POLDER
B’
ZONNEVELD MET BLOEMRIJK GRASLAND
21.00
ZONNEVELD MET BLOEMRIJK GRASLAND
21.00
STUDIO REDD
TALUD MET RIETRUIGTE
TALUD MET RIETRUIGTE
TALUD 2.00 2.00 RIETRUIGTE 2.00MET
TALUD MET RIETRUIGTE
2.00 2.00 2.00
ZONNEVELD MET BLOEMRIJK GRASLAND
21.00
ZONNEVELD MET BLOEMRIJK GRASLAND
21.00
PRINCIPE DOORSNEDES
18
PRINCIPE DOORSNEDES
Principe profiel C; NOORD ZIJDE plangebied Schaal 1:200 2.00
MV. 3.0 +NAP GHG -31
2.00
GLG -94 MV. 3.0 +NAP GHG -31 GLG -94
C
C’
ZONNENVELD MET BLOEMRIJKGRASLAND
BEHEERPAD
RUIGGRAS
ZONNENVELD MET BLOEMRIJKGRASLAND
BEHEERPAD
RUIGGRAS
41.30
3.00
41.30
3.00
3.80 3.80
Principe profiel D; ZUID ZIJDE plangebied Schaal 1:200
2.00 2.00
D
D’
RUIGGRAS
BEHEERPAD
3.90 RUIGGRAS
ZONNENVELD MET BLOEMRIJKGRASLAND
BEHEERPAD
ZONNENVELD MET BLOEMRIJKGRASLAND
3.90
3.00
21.85
3.00
DUNGENSE POLDER
STUDIO REDD
21.85
PRINCIPE DOORSNEDES
19
PRINCIPE DOORSNEDE
3.90
Principe profiel E; WEST ZIJDE plangebied Schaal 1:200 5
3.00
21.8
A3
MV. 12 +NAP
MV. 3.0 +NAP GHG -31
2.00
GLG -94
E
SNELWEG (INDICATIEF)
40.40
DUNGENSE POLDER
STUDIO REDD
TALUD MET RUIGGRAS
E’
RUIGGRAS BEHEERPAD
3.00
PRINCIPE DOORSNEDE
ZONNENVELD MET BLOEMRIJKGRASLAND
21.85
20
Bijlage 2 - Quickscan Wet natuurbescherming
Rapport quickscan natuurwaarden Bosscheweg (ong.) te ‘s-Hertogenbosch
Lijst met aanpassingen Versie
Datum
Beschrijving van de wijziging
Herzien
Vrijgegeven door
Status van het document:
Definitief Datum:
29-01-2025
Sweco Nederland B.V. Onderwerp
Projectnummer Klant Auteur Gecontroleerd door Vrijgegeven door Datum Versie
Handelsregister 30129769 Quickscan natuurwaarden Bosscheweg (ong.) te ‘sHertogenbosch 51027966 Lightsource Renewable Energy J. van den Berg R. Amarante van Driel R. Bouten 29-01-2025 D1
2/34
Inhoudsopgave 1 2
Inleiding ......................................................................................................................... 4 Gebiedsbeschrijving ...................................................................................................... 5 2.1 Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving ................................................. 5 2.2 Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en voorgenomen ingrepen ....... 7
3 4
Onderzoeksmethodiek .................................................................................................. 8 Aangetroffen en te verwachten beschermde soorten ................................................... 9 4.1 Vogels ................................................................................................................. 9 4.1.1 Broedvogels (nesten jaarrond beschermd) ........................................... 9 4.1.2 Overige broedvogels ............................................................................ 11 4.2 Vleermuizen ...................................................................................................... 11 4.3 Overige zoogdieren ........................................................................................... 12 4.3.1 Streng beschermde soorten ................................................................ 12 4.3.2 Licht beschermde soorten ................................................................... 13 4.4 Reptielen ........................................................................................................... 14 4.5 Amfibieën .......................................................................................................... 14 4.5.1 Streng beschermde soorten ................................................................
14 4.5.2 Licht beschermde soorten ................................................................... 14 4.6 Vissen ................................................................................................................ 14 4.6.1 Streng beschermde soorten ................................................................ 14 4.6.2 Algemene soorten ................................................................................ 15 4.7 Ongewervelden ................................................................................................. 15 4.8 Planten .............................................................................................................. 15 4.9 Specifieke zorgplicht ......................................................................................... 16
5
Toetsing aan soortenbescherming .............................................................................. 17 5.1 Broedvogels ...................................................................................................... 17 5.1.1 Jaarrond beschermde broedvogels ..................................................... 17 5.1.2 Algemene broedvogels ........................................................................ 17 5.2 Vleermuizen ...................................................................................................... 18 5.3 Das .................................................................................................................... 18 5.4 Algemene grondgebonden zoogdieren en amfibieën ....................................... 18 5.5 Overige soort(groep)en ..................................................................................... 19
6
Toetsing aan gebiedsbescherming ............................................................................. 20 6.1 Natura 2000....................................................................................................... 20 6.2 Natuurnetwerk Nederland ................................................................................. 21
7 8
Houtopstanden ............................................................................................................ 22 Samenvatting en conclusies ........................................................................................ 23 GERAADPLEEGDE BRONNEN ................................................................................. 25 Bijlage 1 natuurwetgeving en doelen natura 2000 ...................................................... 26 Bijlage 2 natuurwetgeving natuurnetwerk Nederland.................................................. 28 Bijlage 3 Omgevingswet .............................................................................................. 29 8.1.1 Omgevingswet ..................................................................................... 29 8.1.2 Besluit kwaliteit leefomgeving .............................................................. 30 8.1.3 Besluit activiteiten leefomgeving.......................................................... 31
3/34
1
Inleiding
Sweco heeft van Lightsource Renewable Energy opdracht gekregen voor het actualiseren van de quickscan Wet natuurbescherming aan de Bosscheweg (ong.) te ’s-Hertogenbosch (rapport 18181.002, Econsultancy, d.d. 15 februari 2022) tot een quickscan natuurwaarden onder de Omgevingswet. De quickscan natuurwaarden is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen herontwikkeling van de onderzoekslocatie/een bestemmingsplanwijziging. De quickscan natuurwaarden heeft als doel in te schatten of er op de onderzoekslocatie planten- en diersoorten aanwezig of te verwachten zijn, die volgens de natuurbescherming onder de Omgevingswet een beschermde status hebben en die mogelijk negatieve invloed kunnen ondervinden door de voorgenomen ingreep. Tevens is beoordeeld of de voorgenomen ingreep invloed kan hebben op Natura 2000-gebieden, houtopstanden die middels de Omgevingswet zijn beschermd, of op gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland.
Sweco | Rapport quickscan natuurwaarden Bosscheweg (ong.) te ‘s-Hertogenbosch Projectnummer 51027966 Datum 29-01-2025
Versie D1
4/34
2
Gebiedsbeschrijving
2.1
Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving
De onderzoekslocatie (± 67.000 m²) ligt aan de Bosscheweg (ong.), circa 3,0 kilometer ten oosten van de kern van ‘s-Hertogenbosch. Volgens de topografische kaart van Nederland zijn de coördinaten van het midden van de onderzoekslocatie X = 152.371, Y = 410.231. In figuur 2.1 is de topografische ligging van de onderzoekslocatie weergegeven.
Figuur 2.1
Topografische ligging van de onderzoekslocatie (pijl).
De onderzoekslocatie bestaat uit vier agrarische percelen, waarvan twee graslanden en twee maïsakkers. De percelen op de onderzoekslocatie worden begrensd door enkele sloten. Ten tijde van het veldbezoek was het waterpeil van de sloten laag. Ten noorden van de onderzoekslocatie ligt een graslandperceel, met verder ten noorden de Zuid-Willemsvaart en de N279. Ten oosten bevinden zich de Bosscheweg met laanbeplanting, een motorcrossbaan, bosschage en de Meerse Plas. Ten zuiden zijn akkers en graslanden gelegen en ten westen grenst de onderzoekslocatie aan een watergang, met verder ten zuiden de A2 en een zanddepot. In figuur 2.2 is een luchtfoto van de onderzoekslocatie en de directe omgeving weergegeven. De figuren 2.3 t/m 2.7 geven een impressie van de onderzoekslocatie, middels foto’s die zijn genomen tijdens het veldbezoek.
Sweco | Rapport quickscan natuurwaarden Bosscheweg (ong.) te ‘s-Hertogenbosch Projectnummer 51027966 Datum 29-01-2025
Versie D1
5/34
Figuur 2.2
Luchtfoto van de onderzoekslocatie.
Figuur 2.3 De onderzoekslocatie gezien vanaf de Bosscheweg.
Figuur 2.4 De onderzoekslocatie gezien vanaf de grens met de watergang ten westen.
Figuur 2.6 Noordkant onderzoekslocatie richting zuiden.
Figuur 2.7 Oostzijde onderzoekslocatie met aangrenzend de Bosscheweg en bomenlaan.
Figuur 2.5 De twee maïsakkers op de onderzoekslocatie, gescheiden door een sloot.
Sweco | Rapport quickscan natuurwaarden Bosscheweg (ong.) te ‘s-Hertogenbosch Projectnummer 51027966 Datum 29-01-2025
Versie D1
6/34
2.2
Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en voorgenomen ingrepen
De initiatiefnemer is voornemens een zonnepark te realiseren op de onderzoekslocatie. Het perceel wordt ecologisch ingepast en zal een functie krijgen in onder andere waterberging en verhoging van de biodiversiteit. De toekomstige situatie is weergegeven in figuur 2.8.
Figuur 2.8
De toekomstige situatie op de onderzoekslocatie (bron: Studio Redd).
Sweco | Rapport quickscan natuurwaarden Bosscheweg (ong.) te ‘s-Hertogenbosch Projectnummer 51027966 Datum 29-01-2025
Versie D1
7/34
3
Onderzoeksmethodiek
Het onderzoek is uitgevoerd middels het verrichten van een veldbezoek en een bureauonderzoek. Op deze wijze is inzicht verkregen in de aanwezigheid van geschikt habitat en de daarbij te verwachten beschermde soorten, gesitueerd op of nabij de onderzoekslocatie. Het veldbezoek is afgelegd op 28 januari 2022. Tijdens dit veldbezoek is de gehele onderzoekslocatie, alsmede de directe omgeving beoordeeld. Gedurende het veldbezoek is gelet op de mogelijke aanwezigheid van beschermde en bedreigde soorten op basis van het aanwezige habitat. Verder is aan de hand van verspreidingsatlassen, andere standaardwerken en op basis van “expert judgement” nagegaan welke bijzondere planten- en diersoorten er voor kunnen komen op de onderzoekslocatie en zijn omtrent gebiedsbescherming gegevens van de provincie Noord-Brabant opgevraagd. Actuele verspreidingsgegevens van flora en fauna zijn uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) opgevraagd. De quickscan natuurwaarden is een toets van de ecologische potenties van de onderzoekslocatie en betreft geen volwaardig soort(en) specifiek onderzoek. Er zijn in het onderhavige onderzoek geen inventarisaties uitgevoerd van soorten en soortgroepen. Een ecologische inventarisatie beslaat meerdere veldbezoeken gedurende de voor de soortgroep meest gunstige periode van het jaar.
Sweco | Rapport quickscan natuurwaarden Bosscheweg (ong.) te ‘s-Hertogenbosch Projectnummer 51027966 Datum 29-01-2025
Versie D1
8/34
4
Aangetroffen en te verwachten beschermde soorten
Het voorkomen van planten- en diersoorten in een gebied wordt mede bepaald door de aanwezigheid van geschikt leefgebied. Een soort kan in zijn leefgebied gebruik maken van verschillende plekken om te verblijven. Al deze plekken (biotopen) kunnen een bepaalde functie voor de soort vervullen. In dit hoofdstuk wordt op basis van het aanwezige habitat/verblijfsmogelijkheden samen met verspreidingsgegevens beschreven welke beschermde soorten binnen de onderzoekslocatie kunnen voorkomen. Afhankelijk van de soort wordt ingegaan op de potentiële aanwezigheid van vaste rust- of voortplantingsplaatsen, foerageergebied en verbindingsroutes. Tevens wordt beoordeeld of de voorgenomen plannen een negatief effect kunnen hebben op de mogelijk aanwezige beschermde soorten. In hoofdstuk 5 wordt beschreven welke juridische implicaties dit voor het project heeft.
4.1
Vogels
4.1.1
Broedvogels (nesten jaarrond beschermd)
Er zijn broedvogels waarvan de nesten ook beschermd zijn op het moment dat ze niet voor de voortplanting in gebruik zijn. Binnen het agrarische buitengebied kunnen dit zijn: boomvalk, buizerd, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil en wespendief. Van deze soorten kunnen de huismus en slechtvalk op voorhand worden uitgesloten. Deze soorten broeden namelijk enkel in/op bebouwing, welke niet aanwezig is op de onderzoekslocatie.
Boomvalk, buizerd, havik, ransuil, sperwer en wespendief Boomvalk, buizerd, havik, ransuil, sperwer en wespendief zijn allen voor hun nesten afhankelijk van (hoge) boomopstanden. De (hoge) bomen binnen de invloedssfeer van de onderzoekslocatie konden tijdens het veldbezoek goed worden onderzocht op de aanwezigheid van nesten. Hierbij zijn drie (middel)grote nesten aangetroffen (figuur 4.1 en 4.2). Vermoedelijk betreffen dit nesten van jaarrond beschermde vogels. Verstorende werkzaamheden met bijvoorbeeld lawaai producerende machines dienen buiten het broedseizoen uitgevoerd te worden om mogelijke verstoring van jaarrond beschermde nesten te voorkomen (hoofdstuk 5). Verder wordt de onderzoekslocatie mogelijk gebruikt als foerageergebied. Het is echter niet te verwachten dat de voorgenomen plannen leiden tot verstoring van essentieel foerageergebied. Het akkerland is een groot deel van het jaar niet geschikt als foerageergebied, aangezien er voor een deel maïs op verbouwd wordt. Er is voldoende foerageergebied in de omgeving aanwezig. Het betreft voornamelijk graslanden.
Sweco | Rapport quickscan natuurwaarden Bosscheweg (ong.) te ‘s-Hertogenbosch Projectnummer 51027966 Datum 29-01-2025
Versie D1
9/34
Figuur 4.1 Één van de (middel|)grote nesten in de bomenrij grenzend aan de onderzoekslocatie.
Figuur 4.2 Locaties waar de (middel)grote nesten zijn aangetroffen (groene punten) ten opzichte van de onderzoekslocatie (witte stippellijn).
Grote gele kwikstaart De grote gele kwikstaart broedt en foerageert voornamelijk aan oevers (bij voorkeur omzoomd met loofbomen) van (snelstromende) beken en rivieren en in mindere mate bij stilstaand water. De soort broedt in een nis in een muur of onder een brug, bij boomwortels in oevers of in speciale nestkasten. Gezien de onderzoekslocatie geen geschikte nestgelegenheden biedt voor de grote gele kwikstaart kunnen negatieve effecten ten aanzien van deze soort worden uitgesloten.
Steenuil en kerkuil De steenuil is volgens de NDFF waargenomen op circa 1,8 kilometer afstand van de onderzoekslocatie. De kerkuil is waargenomen op circa 3 kilometer afstand. De kerkuil broedt in schuren, kerktorens en veelal in speciale nestkasten. Heel incidenteel kan de kerkuil in boomholtes broeden. De steenuil broedt in natuurlijke holtes van bomen (knotwilgen of hoogstam fruitbomen) of in rustige hoekjes of nissen van gebouwen, in schuren en nestkasten. Tijdens het veldbezoek zijn geen boomholtes of nestkasten aangetroffen voor de kerkuil en/of steenuil nabij de onderzoekslocatie. Tevens zijn er geen sporen als braakballen, krijtstrepen of ruiveren aangetroffen die duiden op aanwezigheid van een van de genoemde soorten. Verstoring ten aanzien van potentieel jaarrond beschermde nesten van de kerkuil en steenuil is dan ook uitgesloten. Daarnaast vormt de onderzoekslocatie geen essentieel foerageergebied voor de kerkuil en steenuil, gezien de onderzoekslocatie een grootschalig graslandschap betreft zonder uitkijkpunten wat mede door het aanwezige lange productiegras matig geschikt is voor de steenuil dan wel kerkuil. Door de voorgenomen ingreep zal het aanbod van foerageermogelijkheden niet in het geding komen. In de directe omgeving is beter geschikt foerageerhabitat aanwezig in de vorm van kleinschalige graslanden, weilanden, bosschages, tuinen en akkers.
Negatieve effecten ten aanzien van zowel de kerkuil als de steenuil, als gevolg van de voorgenomen plannen, zijn dan ook uitgesloten.
Ooievaar Ooievaars bouwen grote nesten op daken, kerktorens, speciaal gemaakte platforms op palen en ook wel in bomen. Ze komen voornamelijk voor in open natte gebieden, graslanden en agrarische gebieden. Op en nabij de onderzoekslocatie zijn geen (potentiële) ooievaarsnestlocaties aangetroffen. Negatieve effecten ten aanzien van de ooievaar, als gevolg van de voorgenomen plannen, zijn dan ook uitgesloten.
Sweco | Rapport quickscan natuurwaarden Bosscheweg (ong.) te ‘s-Hertogenbosch Projectnummer 51027966 Datum 29-01-2025
Versie D1
10/34
Roek De roek is een echte koloniebroeder met slordige nesten in de toppen van hoge bomen. In de bomen binnen de invloedssfeer van de onderzoekslocatie zijn geen (grote) groepen nesten aangetroffen. Een roekenkolonie op of in de directe omgeving van de onderzoekslocatie is dan ook uitgesloten.
4.1.2
Overige broedvogels
beplanting op de onderzoekslocatie kan nestgelegenheid bieden aan broedvogelsoorten zoals kievit, wulp en scholekster. De nesten van deze soorten zijn alleen beschermd op het moment dat ze als zodanig in gebruik zijn. Schadelijke handelingen die leiden tot een vergunningsplichtig geval zijn te voorkomen (hoofdstuk 5).
De broedvogels waarvan het nest in uitzonderlijke gevallen eveneens jaarrond is beschermd, zijn voornamelijk holenbroeders, zoals spechten en mezen, of makers van grote nesten, zoals ekster en zwarte kraai. Verstoring van desbetreffende soorten kan echter op voorhand worden uitgesloten in verband met het ontbreken van geschikte nestgelegenheden op de onderzoekslocatie.
4.2
Vleermuizen
Volgens het cursusdictaat 'Vleermuizen en Planologie (Limpens et al., 2010) en de verspreidingsgegevens van de NDFF is de onderzoekslocatie gelegen in een deel van Nederland waar de volgende vleermuissoorten kunnen voorkomen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, bosvleermuis, gewone grootoorvleermuis, franjestaart, meervleermuis, tweekleurige vleermuis en watervleermuis. Verblijfplaatsen op de onderzoekslocatie De onderzoekslocatie bestaat geheel uit grasland, akkers en sloten, waardoor verblijfplaatsen van vleermuizen op de onderzoekslocatie kunnen worden uitgesloten. Verblijfplaatsen buiten de onderzoekslocatie De bomen binnen de invloedssfeer van de onderzoekslocatie zijn onderzocht op holtes, spleten en/of loshangend schors, die kunnen dienen als potentiële vaste rust- of voortplantingsplaats voor boombewonende vleermuizen. Grenzend aan de oostzijde van de onderzoekslocatie bevindt zich een boom met een spleet in de stam welke geschikt is voor boombewonende vleermuizen (figuur 4.3). Eventuele verblijfplaatsen hierin ondervinden door de afstand tot de bouwlocatie en de aard van de ingreep, geen hinder van de ingreep op de onderzoekslocatie, mits er geen verlichtingstoename plaatsvindt richting deze bomen tijdens de bouwfase en eindfase (hoofdstuk 5).
Figuur 4.3 Boom met spleet, geschikt voor boombewonende vleermuizen.
Sweco | Rapport quickscan natuurwaarden Bosscheweg (ong.) te ‘s-Hertogenbosch Projectnummer 51027966 Datum 29-01-2025
Versie D1
11/34
Foerageerhabitat De onderzoekslocatie vormt door de minimale aanwezigheid van opgaand groen en het agrarische gebruik in de vorm van akkerland geen essentieel foerageergebied van in de omgeving voorkomende vleermuizen. Als gevolg van de voorgenomen plannen ontstaat mogelijk zelfs een beter foerageerhabitat met de aanleg van opgaande begroeiingen en de verbreding van de sloten. Vliegroutes Vleermuizen maken veelal gebruik van lijnvormige (donkere) landschapselementen als houtsingels, beken en lanen om zich te verplaatsen tussen verblijfplaatsen en foerageergebieden. De watergang ten westen en de bomenrij en bosschage ten oosten van de onderzoekslocatie kunnen dienen als vliegroute voor vleermuizen. Deze elementen blijven in de toekomstige situatie echter behouden. Door de voorgenomen ingreep worden geen potentiële vliegroutes rondom de onderzoekslocatie verstoord, mits er geen additionele (bouw)verlichting plaatsvindt richting de watergang ten westen en de bomenrij en bosschage ten oosten (hoofdstuk 5).
4.3
Overige zoogdieren
Alle zoogdieren in Nederland zijn beschermd. Voor sommige algemeen voorkomende soorten geldt een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. Op deze wijze is er onderscheid te maken in streng beschermde en licht beschermde soorten.
4.3.1
Streng beschermde soorten
Volgens verspreidingsgegevens van de NDFF en Broekhuizen et al. (2016) ligt de onderzoekslocatie binnen het verspreidingsgebied van de volgende streng beschermde grondgebonden zoogdieren: bever, boommarter, bunzing, damhert, das, eekhoorn, hermelijn, steenmarter, waterspitsmuis en wezel.
Bever Bevers komen voor in gebieden waar land overgaat in water, zoals in moerassen, langs beken, rivieren en meren. De aanwezigheid van goed bereikbare bomen en struiken op de oever is een vereiste. De oever van de watergang grenzend aan de onderzoekslocatie is niet geschikt, vanwege het ontbreken van geschikte bomen zoals wilgen en populieren en struiken op de oever. Verder zijn de oevers erg stijl en daardoor minder geschikt voor de bever. Daarnaast zijn er tijdens het veldbezoek geen sporen, zoals knaagsporen en pootafdrukken, aangetroffen die duiden op het gebruik van de onderzoekslocatie als vaste voortplantings- en rustplaats door deze soort. De Meerse Plas, ten oosten van de onderzoekslocatie biedt mogelijk meer geschikt habitat voor de bever. Gezien de afstand en de aard van de werkzaamheden is verstoring ten aanzien van een potentiële beverburcht bij de Meerse Plas echter uitgesloten. Negatieve effecten als gevolg van de voorgenomen ingreep ten aanzien van de bever zijn dan ook niet aan de orde.
Steenmarter, bunzing, hermelijn en wezel Steenmarters gebruiken hooizolders, loze ruimtes onder het dak, schuurtjes en dergelijke, oude holen van onder andere konijnen en takkenrillen als verblijfplaats. Een steenmarter heeft binnen zijn territorium
Sweco | Rapport quickscan natuurwaarden Bosscheweg (ong.) te ‘s-Hertogenbosch Projectnummer 51027966 Datum 29-01-2025
Versie D1
12/34
verscheidene verblijfplaatsen. Kleine marterachtigen als bunzing, hermelijn en wezel maken gebruik van oude holen van onder andere mollen en muizen, maar ook houtwallen, takkenrillen, steenhopen en ruimtes onder boomwortels. Kleine marterachtigen zijn daarnaast sterk gebonden aan landschapselementen zoals houtwallen en bosschages die dekking bieden gedurende het foerageren en migreren tussen de vaste rustof voortplantingsplaatsen en de foerageergebieden. De onderzoekslocatie vormt minimaal geschikt habitat voor zowel de steenmarter als kleine marterachtigen. Tijdens het veldbezoek zijn er geen geschikte verblijfplaatsen waargenomen voor (kleine) marterachtigen. Tevens zijn er geen sporen, zoals uitwerpselen of prooiresten, aangetroffen die duiden op het gebruik van de onderzoekslocatie als vaste voortplantings- en rustplaats door deze soorten. Daarnaast is er zeer beperkt beschutting aanwezig op en rond de onderzoekslocatie, waardoor de marterachtigen zich moeilijk kunnen verschuilen. Negatieve effecten ten aanzien van steenmarter, bunzing, hermelijn en wezel als gevolg van de voorgenomen ingreep zijn uitgesloten. Als gevolg van voorgenomen plannen ontstaat mogelijk zelfs een beter foerageergebied en migratieroutes voor de marterachtigen.
Eekhoorn De onderzoekslocatie vormt ongeschikt habitat voor de eekhoorn door het ontbreken van (hoge) bomen. De (hoge) bomen grenzend aan de onderzoekslocatie konden door het ontbreken van bladerdek goed worden onderzocht op de aanwezigheid van nesten. Er zijn geen nesten van eekhoorns aangetroffen, zodat de aanwezigheid van een vaste rust- of voortplantingsplaats van de eekhoorn kan worden uitgesloten.
Das Volgens verspreidingsgegevens van de NDFF zijn er waarnemingen bekend van de das op circa 450 meter afstand van de onderzoekslocatie. De das komt voor in kleinschalige akker- en weidelandschappen met voldoende landschapselementen als houtwallen en heggen, die kunnen dienen als beschutting en geleiding. Vaak zijn dit zowel hooggelegen als laaggelegen gronden op korte afstand van elkaar. De onderzoekslocatie vormt minimaal geschikt habitat voor de das doordat deze weinig schuilmogelijkheden bevat. Tijdens het veldbezoek zijn er geen dassenpijpen, dassenburcht en/of holen aangetroffen van de das op en in de directe omgeving van de onderzoekslocatie. Mogelijk is er wel sprake van een burchtlocatie in nabijheid van de onderzoekslocatie en gebruikt de soort het gebied als foerageergebied. Verstoring ten aanzien van de das is niet op voorhand uit te sluiten (hoofdstuk 5).
Waterspitsmuis De waterspitsmuis komt voor bij schoon, niet te voedselrijk en stromend tot stilstaand water met ruig begroeide oevers en goed ontwikkelende watervegetatie. De oevers van de watergang ten westen van de onderzoekslocatie worden gemaaid en bevatten slechts korte vegetatie. Daarnaast worden de percelen grenzend aan de watergang bemest, waardoor ook de watergang een voedselrijk karakter heeft. De onderzoekslocatie bevat dan ook geen geschikt habitat voor de waterspitsmuis, waardoor negatieve effecten ten aanzien van de waterspitsmuis niet aan de orde zijn.
4.3.2
Licht beschermde soorten
De onderzoekslocatie vormt geschikt habitat voor een aantal soorten grondgebonden zoogdieren. Het gaat daarbij om algemene soorten als konijn, haas en diverse muizensoorten. Door de voorgenomen werkzaamheden bestaat de kans dat holen en/of schuilplaatsen van deze soorten vernietigd worden. Voor deze soorten geldt te allen tijden de zorgplicht (hoofdstuk 5).
Sweco | Rapport quickscan natuurwaarden Bosscheweg (ong.) te ‘s-Hertogenbosch Projectnummer 51027966 Datum 29-01-2025
Versie D1
13/34
4.4
Reptielen
Volgens gegevens van de NDFF en RAVON (Van Delft et al., 2015) zijn in de omgeving van de onderzoekslocatie de streng beschermde levendbarende hagedis en de ringslang waargenomen. De levendbarende hagedis heeft een voorkeur voor heide en hoogveen als habitat. De ringslang komt vooral voor in waterrijke habitats. Deze liggen veelal op zandgronden en op de overgangen van zandgrond naar veen- en kleigronden. De onderzoekslocatie bestaat uit intensief beheerd agrarisch grasland en akker en is niet geschikt voor beschermde reptielensoorten. Negatieve effecten als gevolg van de voorgenomen ingreep ten aanzien van de levendbarende hagedis en de ringslang zijn uitgesloten.
4.5
Amfibieën
Volgens gegevens van de NDFF en RAVON (Van Delft et al., 2015) zijn binnen enkele kilometers rondom de onderzoekslocatie de volgende soorten waargenomen: alpenwatersalamander, boomkikker, heikikker, kamsalamander, knoflookpad, poelkikker, rugstreeppad, bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander en meerkikker.
4.5.1
Streng beschermde soorten
De streng beschermde soorten als Alpenwatersalamander, boomkikker, heikikker, kamsalamander, poelkikker, rugstreeppad en vinpootsalamander stellen specifieke eisen aan het habitat. De onderzoekslocatie bevat geen geschikte voortplantingswateren. Het waterpeil van de sloten was erg laag ten tijde van het veldbezoek in de winter, waardoor de verwachting is dat deze in de zomer (deels) droogvallen. De watergang ten westen van de onderzoekslocatie is ongeschikt als voortplantingshabitat vanwege de steile en weinig begroeide oevers. Daarnaast bestaat de onderzoekslocatie uit intensief beheerd agrarisch grasland en akker, wat geen geschikt habitat vormt voor bovengenoemde soorten. Negatieve effecten ten aanzien van beschermde amfibieënsoorten op de onderzoekslocatie zijn uitgesloten.
4.5.2
Licht beschermde soorten
De onderzoekslocatie vormt beperkt geschikt habitat voor algemene amfibieënsoorten. Incidenteel kunnen algemene soorten als bastaardkikker, bruine kikker, kleine watersalamander en gewone pad beschutting vinden op de akker. Voor de mogelijk incidenteel op de onderzoekslocatie te verwachten algemene soorten geldt op grond van het provinciale soortenbeleid, bij ruimtelijke ontwikkelingen een vrijstelling van de Omgevingswet, waardoor een omgevingsvergunning bij verstoring niet noodzakelijk is. Echter is het wel zaak om aandacht te schenken aan de zorgplicht (zie hoofdstuk 5).
4.6
Vissen
4.6.1
Streng beschermde soorten
Volgens de NDFF is op enkele kilometers van de onderzoekslocatie de beschermde grote modderkruiper waargenomen. Deze soort heeft een voorkeur voor verlandende wateren in laag dynamische
Sweco | Rapport quickscan natuurwaarden Bosscheweg (ong.) te ‘s-Hertogenbosch Projectnummer 51027966 Datum 29-01-2025
Versie D1
14/34
overstromingsvlakten en moerasgebieden. Een aanzienlijk deel van het leefgebied ligt in de sloten van ingepolderde voormalige overstromingsvlakten. De sloten op de onderzoekslocatie vormen vanwege het voedselrijke karakter geen geschikt habitat voor de grote modderkruiper. Daarnaast heeft de grote modderkruiper een dikke modderlaag nodig in combinatie met veel waterplanten voor zijn levenscyclus. Dit habitat is niet aanwezig op de onderzoekslocatie, waardoor negatieve effecten als gevolg van de ingreep ten aanzien van de grote modderkruiper uitgesloten kunnen worden.
4.6.2
Algemene soorten
Het veldbezoek is afgelegd in de winter. Op dat moment waren de sloten niet geheel waterhoudend. In de zomer zal het water nog lager staan, en naar verwachting (deels) droog. Op basis hiervan is de onderzoekslocatie ongeschikt bevonden voor algemene vissen.
4.7
Ongewervelden
Libellen In de omgeving van de onderzoekslocatie zijn volgens de NDFF de volgende streng beschermde libellensoorten waargenomen: beekrombout, bosbeekjuffer, gevlekte witsnuitlibel, Kempense heibelbel en sierlijke witsnuitlibel. Deze soorten zijn voor wat betreft hun verspreiding gebonden aan specifieke habitateisen, die veelal alleen in natuurgebied zijn te vinden. Beschermde soorten zijn op de onderzoekslocatie niet te verwachten.
Vlinders Volgens de NDFF zijn in de omgeving van de onderzoekslocatie de grote vos, grote weerschijnvlinder, iepenpage, kleine ijsvogelvlinder, pimpernelblauwtje en zilveren maan aangetroffen. Beschermde vlinders stellen specifieke eisen aan het voortplantingshabitat. Bij het habitat is het belangrijk dat aan de eisen van alle stadia van de vlindersoort wordt voldaan. Geschikte waardplanten voor beschermde vlindersoorten als grote vos (iep, zoete kers en wilg), grote weerschijnvlinder (boswilg en grauwe wilg), iepenpage (iep), kleine ijsvogelvlinder (kamperfoelie), pimpernelblauwtje (grote pimpernel) en zilveren maan (moerasviooltje) zijn op de onderzoekslocatie niet aanwezig of te verwachten. Het is uitgesloten dat er binnen de onderzoekslocatie geschikt habitat aanwezig is voor een (deel)populatie van een beschermde vlindersoort.
Overige soorten Overige beschermde soorten, zoals vliegend hert, Europese rivierkreeft en platte schijfhoren, zijn op de onderzoekslocatie uit te sluiten. Er is geen geschikt habitat voor dergelijke beschermde soorten op de onderzoekslocatie aanwezig en er zijn geen waarnemingen bekend in de directe omgeving van de onderzoekslocatie.
4.8
Planten
Volgens de NDFF zijn in de omgeving van de onderzoekslocatie de volgende streng beschermde platen waargenomen: drijvende waterweegbree, groot spiegelklokje, grote bosaardbei, kartuizer anjer, kleine wolfsmelk, kluwenklokje en wilde ridderspoor.
Sweco | Rapport quickscan natuurwaarden Bosscheweg (ong.) te ‘s-Hertogenbosch Projectnummer 51027966 Datum 29-01-2025
Versie D1
15/34
De meeste beschermde soorten stellen specifieke eisen aan hun omgeving. De aanwezigheid van water, de zuurgraad van de bodem, de beschikbare hoeveelheid voedingsstoffen, de hoeveelheid zonlicht en de antropogene beïnvloeding bepalen in hoeverre een groeiplaats voor een bepaalde plant geschikt is. De onderzoekslocatie bestaat uit intensief beheerd agrarisch grasland, akker en sloten en is vanwege de zure en voedselrijke omstandigheden niet geschikt voor beschermde plantensoorten. Negatieve effecten ten aanzien van streng beschermde plantensoorten zijn dan ook uitgesloten.
4.9
Specifieke zorgplicht