CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

b3 Bijlageboek_RO_Zonnepark_Roodebrug

Gemeenteraad 27 januari 2026, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Zonneparken aan de Roode Brug Rosmalen en Kerkdekske in Vinkel19.787 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

6.1.3

Algemene zorgplicht ....................................................................................................................19

6.2

Bescherming gebieden .........................................................................................................................19

6.3

Bescherming houtopstanden ...............................................................................................................19

6.4

Natuurnetwerk Nederland ..............................................................Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Roode Brug – DEM Brabant | Eelerwoude | 3

6.5

Uitvoerbaarheid van de plannen ..........................................................................................................20

6.6

Geldigheid rapportage ..............................................................................................................................20

Bijlage 1 Wettelijk kader natuurwetgeving ........................................................................................................... 22

Roode Brug – DEM Brabant | Eelerwoude | 4

1 Inleiding De ontwikkeling betreft onderdeel van de invulling voor de provinciale doelstelling om tegen 2050 energie neutraal te zijn. De initiatiefnemer is voornemens om op drie verschillende locaties binnen de gemeente ’s Hertogenbosch zonneparken te realiseren. Voorliggende rapportage gaat in op de locatie voor Zonnepark Roode Brug. In verband met deze voorgenomen ontwikkeling is een toetsing van de plannen aan de natuurwetgeving en het natuurbeleid noodzakelijk. Met deze toetsing moet duidelijk worden hoe de ontwikkeling gerealiseerd kan worden binnen de kaders van de natuurbescherming. Eerste stap in deze toetsing is het uitvoeren van een verkennend onderzoek. Op basis van een bureauonderzoek en een veldbezoek wordt aan de hand van aanwezige terreintypen en toevallige waarnemingen van soorten zo goed mogelijk ingeschat welke beschermde gebieden en plant- en diersoorten aanwezig (kunnen) zijn. Op basis daarvan worden uitspraken gedaan over de (mogelijke) effecten van de voorgenomen ontwikkeling en de eventueel noodzakelijke vervolgstappen. Voorliggende rapportage gaat hier verder op in.

Roode Brug – DEM Brabant | Eelerwoude | 5

2 Huidige situatie en ontwikkeling 2.1 Huidige situatie Het plangebied voor zonnepark Roode Brug ligt in de gemeente ’s-Hertogenbosch, ten zuiden van Rosmalen (Figuur 1). Het plangebied ligt pal ten zuiden van de snelweg A59, ten oosten is het terrein van het (voormalige) Autotron gelegen. Het plangebied bestaat uit één kadastraal perceel met een agrarische functie en een grootte van 3,75 hectare. Ten noorden, westen en zuiden wordt het plangebied begrenst door de Graafsebaan. Daar waar de Graafsebaan ten zuiden van het plangebied loopt, is deze weg voorzien van een vrij-liggend fietspad met laanbeplanting. Langs de oostelijke grens is er geen duidelijke begrenzing van het perceel wat het plangebied vormt. Het plangebied ligt in een gebied met uiteenlopende functies; ten westen van het plangebied is een grote stoeterij gevestigd, ten oosten van het plangebied het (voormalige) Autotron Rosmalen, tegenwoordig een locatie voor beurzen en evenementen. Ten noorden van de A59 is natuur gelegen die deel uitmaakt van het Natuurnetwerk Brabant (NNB). Ten zuiden van het plangebied zijn voornamelijk agrarische percelen gelegen, maar daaromheen bossen die deel uitmaken van het NNB. In noordwestelijke- en westelijke richting grenst deze natuur aan het stedelijk gebied van Rosmalen. Ten zuiden van het Autotron is een vakantiepark gelegen.

Figuur 1 Ligging plangebied (rode cirkel). (Esri, 2023)

Binnen het plangebied is sprake van een zanderige, goed vergraafbare bodem. Op foto 2 is zichtbaar dat er mollen vlak buiten het plangebied actief zijn geweest. Het plangebied was tijdens het veldbezoek afgerasterd en werd begraasd door schapen. Er waren duidelijke sporen aanwezig van intensief agrarisch gebruik. Ten noordoosten, vlak buiten het plangebied, was een bladstapel aanwezig en ten noorden is een hek met amfibieënscherm scherm aanwezig ter afscherming van de snelweg. Deze elementen zijn hieronder weergegeven in foto’s 5 en 6. Er is geen sprake van verlichting, bomen, watergangen of bebouwing binnen het plangebied. Wel staan er bomenrijen vlak buiten het plangebied.

Roode Brug – DEM Brabant | Eelerwoude | 6

Figuur 2 Foto's van het plangebied tijdens het veldbezoek van donderdag 2 maart. V.l.n.r. foto 1 t/m foto 6.

Roode Brug – DEM Brabant | Eelerwoude | 7

2.2 Voorgenomen ontwikkeling De initiatiefnemer is voornemens om een zonnepark te realiseren in het plangebied. Momenteel wordt nog gewerkt aan de exacte invulling van de locatie. De huidige agrarische functie zal komen te vervallen en een groot deel van de bodem zal bedekt/afgedekt worden door zonnepanelen. Rondom het zonnepark wordt een hekwerk geplaatst.

Figuur 3 Plangrenzen voor de beoogde ontwikkeling.

Roode Brug – DEM Brabant | Eelerwoude | 8

3 Natuurwetgeving en -beleid 3.1 Inleiding De Wet natuurbescherming bestaat uit drie onderdelen: de bescherming van soorten, de bescherming van gebieden en de bescherming van houtopstanden. De kern van het natuurbeleid wordt gevormd door het Natuurnetwerk Nederland, dat een samenhangend netwerk vormt van natuurgebieden. De provincies zijn het bevoegd gezag. Alleen in een aantal situaties, zoals bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, is het Rijk het bevoegd gezag. In dit hoofdstuk wordt kort ingegaan op de relevante wetgeving en het natuurbeleid voor het plangebied.

3.2 Bescherming van soorten Het uitgangspunt bij het onderdeel soortenbescherming is dat geen schade mag worden toegebracht aan beschermde dieren of planten. De wet kent een drietal beschermingsregimes; beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn, beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn en beschermingsregime “andere soorten”. Elk beschermingsregime heeft zijn eigen verbodsbepalingen. Voor ieder ruimtelijk plan of ruimtelijke ontwikkeling is het verplicht om te toetsen of deze kan leiden tot overtreding van de betreffende verbodsbepalingen. Wanneer sprake is of kan zijn van een overtreding, dan dient er onderzocht te worden of een vrijstelling geldt. Indien er geen vrijstelling geldt, kan het aanvragen van een ontheffing noodzakelijk zijn. Bijlage 1 gaat verder in op het wettelijk kader bij toetsing aan de Wet natuurbescherming, onderdeel soortenbescherming. Gevolgen plangebied De Wet natuurbescherming is een nationale wet. Indien negatieve effecten worden verwacht door activiteiten of ontwikkelingen is een toetsing aan de Wet natuurbescherming noodzakelijk. In hoofdstuk 5 wordt verder ingegaan op de aanwezigheid van beschermde soorten en welke effecten de voorgenomen ontwikkeling heeft op deze soorten.

3.3 Bescherming van gebieden Met het onderdeel gebiedsbescherming worden binnen de Wet natuurbescherming de Natura 2000-gebieden beschermd. Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Voor alle gebieden gelden instandhoudingsdoelstellingen. De kern van de bescherming is dat deze instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar mogen worden gebracht. Activiteiten mogen geen negatieve effecten hebben op de waarden waarvoor het gebied is aangewezen. Voor activiteiten of projecten die schadelijk zijn voor de beschermde natuur geldt een vergunningplicht. Hierdoor is in Nederland een zorgvuldige afweging gegarandeerd bij projecten die gevolgen kunnen hebben voor natuurgebieden.

Roode Brug – DEM Brabant | Eelerwoude | 9

Gevolgen plangebied Niet stikstof-gerelateerde effecten: Op ruim 7 km afstand ligt het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek. De aard van de voorgenomen werkzaamheden en ontwikkeling maken dat de effecten uitsluitend tot het plangebied of in de zeer directe zone eromheen beperkt blijven. Gezien de afstand tot de Natura 2000gebieden, de invulling van de tussenliggende gebieden en de voorgenomen werkzaamheden is er geen sprake van mogelijk negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied, zij het door een rechtstreekse invloed, cumulatieve invloed of externe werking. Een toetsing op grond van de Wet natuurbescherming van niet stikstof-gerelateerde effecten wordt daarom niet noodzakelijk geacht. Stikstof-gerelateerde effecten Omdat er sprake zal zijn van het gebruik van motorvoertuigen met stikstofemissies tijdens de aanlegfase kunnen effecten niet op voorhand worden uitgesloten. Om aan te tonen dat de ontwikkeling niet leidt tot stikstofdepositie op daarvoor gevoelige Natura 2000-gebieden, is een berekening benodigd. Echter, de gegevens die voor deze berekening noodzakelijk zijn, zijn in deze fase van de ontwikkeling nog niet beschikbaar of nog niet concreet. Een berekening voor de gebruiksfase is niet nodig, omdat dan geen sprake is van stikstofdepositie.

3.4 Bescherming van houtopstanden Het kappen of rooien van bomen is niet zomaar toegestaan in de Wet natuurbescherming. Dit geldt ook bij het rooien of het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging van bomen tot gevolg hebben. Hieronder valt ook beschadiging door vee. Onder bos wordt verstaan: • alleen bossen die buiten de ‘bebouwde kom Boswet’ liggen; • alle beplantingen van bomen die groter zijn dan 10 are (1.000 m2); • bomen in een rijbeplanting, als de rij uit meer dan 20 bomen bestaat. De gemeente stelt de grenzen van de ‘bebouwde kom Boswet’ bij besluit vast. Deze grenzen kunnen afwijken van de ‘bebouwde kom Verkeerswet’. Het besluit wordt door de provincie goedgekeurd. De grenzen zijn bij de gemeente na te vragen. De bescherming van houtopstanden kent twee belangrijke instrumenten: meldingsplicht en herplantplicht. Een kapmelding is verplicht bij de kap van bomen buiten de bebouwde kom indien kap plaatsvindt in een houtopstand. Veelal geldt een 1 op 1 herplantplicht. Provincies bepalen welke gegevens bij een melding moeten worden aangeleverd. Voor het vellen van een houtopstand in verband met realisatie van een Natura 2000-doel is er geen herplantplicht.

De voorgenomen kap van een houtopstand hoeft niet gemeld te worden als het gaat om: • houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom; • houtopstanden op erven of in tuinen; • fruitbomen en windschermen om boomgaarden; • naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar; • kweekgoed; • uit populieren of wilgen bestaande: o wegbeplantingen; o beplantingen langs waterwegen, en o eenrijige beplantingen langs landbouwgronden. • het dunnen van een houtopstand; • uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: o ten minste eens per tien jaar worden geoogst; Roode Brug – DEM Brabant | Eelerwoude | 10

o

• • •

bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en o zijn aangelegd na 1 januari 2013. het vellen van houtopstanden ter uitvoering van een instandhoudingsmaatregel of een passende maatregel; het vellen van houtopstanden voor de aanleg en het onderhoud van brandgangen op natuurterreinen; het vellen van houtopstanden en herbeplanten op een wijze die is beschreven in een goedgekeurde gedragscode.

De provincie kan een kapverbod opleggen. Mag er wel worden gekapt, dan moeten meestal ook nieuwe bomen worden aangeplant. De provincie kan een ontheffing of vrijstelling verlenen. Dit hangt ervan af of hiervoor een provinciale verordening is opgesteld. Mogelijk is ook een omgevingsvergunning nodig. Het aanvragen van deze vergunning en het indienen van een kapmelding moet apart van elkaar uitgevoerd worden. Gevolgen plangebied Er zijn in het plangebied geen bomen aanwezig. Met de ontwikkeling worden zodoende geen bomen gekapt. Een nadere toetsing van houtopstanden is niet noodzakelijk.

3.5 Natuurnetwerk Brabant Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied verbinden. Dit Natuurnetwerk is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van het Natuurnetwerk en hebben hiervoor soms een andere benaming. Zo hanteert provincie Noord-Brabant Natuurnetwerk Brabant (NNB). In of in de directe nabijheid van het NNB geldt het ‘nee, tenzij’- principe. In principe zijn geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Een toetsing aan het natuurbeleid is alleen noodzakelijk als de ontwikkeling in strijd is met het bestemmingsplan. Daarnaast moet het plangebied in het NNB of een andere door de provincie beschermde natuurzone liggen. In een aantal provincies kent het natuurbeleid externe werking. Dit betekent dat in die provincie bij een ontwikkeling waarvoor een bestemmingsplanwijziging noodzakelijk is altijd een toetsing aan het natuurbeleid moet worden uitgevoerd. Gevolgen plangebied De ontwikkeling is in strijd met het bestemmingsplan en het plangebied ligt buiten het NNB. Wel is het NNB kortbij gelegen, op iets meer dan 100 meter afstand (figuur 4).

In deze provincie ken het natuurbeleid een externe werking. Een toetsing aan het natuurbeleid is daarom noodzakelijk. De wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB waar het project aan wordt getoetst, bestaan uit (doelen tussen haakjes): 1. Uitwisselingsmogelijkheden (doel ‘verbinden’); 2. Natuurlijke eenheid en aaneen geslotenheid (doel ‘vergroten’)’; 3. Kwaliteit van het NNB en van leefgebied van soorten (doel ‘kwaliteitsverbetering’). Het realiseren van een zonnepark leidt niet tot het verhinderen van uitwisselingsmogelijkheden. De begrenzing van het NNN wordt niet aangepast als gevolg van de ontwikkeling en vergroting van het NNN wordt ook niet gehinderd. Van een toename van geluid, licht of optische verstoring door het projectvoornemen is geen sprake, evenals in de gebruiksfase. Er zijn dan ook geen negatieve effecten op de kwaliteit van het NNN en leefgebied als gevolg van de ontwikkeling. Met de voorgenomen werkzaamheden worden daarmee geen (significant)

Roode Brug – DEM Brabant | Eelerwoude | 11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16347873/1