CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

B1 toelichting Heeseind 35a-37_VG

Gemeenteraad 2 april 2024, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Bestemmingsplan Heeseind 35A en 37 te Nuland23.753 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Bestemmingsplan “ Heeseind 35a en 37 te Nuland”

Gebiedsbescherming vanuit de Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming heeft voor wat betreft gebiedsbescherming betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten, afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten, mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze bij de voorbereiding van een bestemmingsplan in kaart te worden gebracht en beoordeeld.

44

Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid Het Natuurnetwerk Nederland is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones met als doel natuurgebieden beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied te verbinden. Conform artikel 1.12 van de Wet natuurbescherming dragen gedeputeerde staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Nationaal Natuurnetwerk’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren. De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk Nederland loopt via het traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen. Voor deze gebieden geldt een planologisch beschermingsregime. Activiteiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen. Soortenbescherming De Wet natuurbescherming onderscheidt beschermingsregimes voor soorten op grond van internationale verdragen, aangevuld met soorten die vanuit een nationaal oogpunt beschermd worden. Hierdoor zijn er in de Wet natuurbescherming drie verschillende verbodsartikelen per categorie soorten; • • •

soorten van de Vogelrichtlijn (artikel 3.1); soorten van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (artikel 3.5); andere soorten (artikel 3.10).

Per beschermingsregime is aangegeven welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing of vrijstelling kan worden verleend door het bevoegd gezag. Volgens artikel 3.31 zijn de verboden, bedoeld in de artikelen 3.1, 3.5 en 3.10 niet van toepassing op handelingen die zijn beschreven in en aantoonbaar worden uitgevoerd overeenkomstig een door het Ministerie van Economische Zaken goedgekeurde gedragscode en die plaatsvinden in het kader van bestendig beheer, bestendig gebruik, of ruimtelijke ontwikkeling of inrichting.

Toetsing gebiedsbescherming en soortenbescherming

Gebiedsbescherming Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000gebied. De meest nabijgelegen Natura 2000-gebied bevindt zich op een afstand van circa 8,4 kilometer van het plangebied. Ter impressie zie navolgende afbeelding.

Bestemmingsplan “ Heeseind 35a en 37 te Nuland”

Om te kunnen toetsen of de voorliggende ontwikkeling in overeenstemming met de natuurwetgeving kan worden uitgevoerd, is een quickscan flora en fauna uitgevoerd voor het plangebied. De resultaten hiervan zijn hieronder samengevat. Voor meer informatie wordt verwezen naar de volledige onderzoeksrapportage in bijlage 6.

45

Gelet op de grote afstand zijn externe effecten als gevolg van aspecten als licht, geluid en trillingen uitgesloten. Een verhoogde stikstofdepositie is, ondanks de grote afstand niet uit te sluiten. Hiertoe is een stikstofberekening gemaakt voor de gewijzigde gebruiksfase en de sloop- en bouwfase. De volledige rapportage met bijbehorende AERIUS berekeningen is toegevoegd in bijlage 7. Uit de berekeningen blijkt dat de wezenlijke kenmerken en waarden van Natura 2000-gebieden niet worden aangetast. Vervolgonderzoek in het kader van Natura 2000-gebieden wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. Het plangebied is niet gelegen binnen het Natuurnetwerk Brabant (NNB). Het dichtstbijzijnde onderdeel van het NNB ligt op circa 180 meter ten oosten van het plangebied. Ter impressie zie navolgende afbeelding. Het betreft beheertype ‘Kruiden- en faunarijk grasland. Kruiden- en faunarijk grasland omvat graslanden die kruidenrijk zijn, maar niet tot de schraallanden vochtig hooiland, zilt grasland en overstromingsgrasland of glanshaverhooiland behoren. De vegetatie kan behoren tot allerlei verbonden van graslandvegetaties; onder meer kamgrasvegetaties of de meer algemene witbolgraslanden . Diverse soorten ruigte en struweel kunnen in dit grasland voorkomen. Het grasland wordt meestal extensief beweid of gehooid en niet of slechts licht bemest.

Bestemmingsplan “ Heeseind 35a en 37 te Nuland”

Afbeelding 18 Ligging plangebied t.o.v. meest nabijgelegen Natura 2000-gebied

46

Afbeelding 19 Ligging plangebied t.o.v. aanduidingen Natuur Netwerk Brabant

Gezien de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling zullen de omgevingscondities erop vooruitgaan. Met het planvoornemen wordt op de betreffende locatie agrarisch gebruik verkleind. Dit betekent bovendien dat milieueffecten voor in de toekomst worden beperkt. Vervolgonderzoek in het kader van het NNB wordt dan ook niet noodzakelijk geacht.

Soortenbescherming Op basis van de uitgevoerde quickscan flora en fauna wordt volgende geconcludeerd: Na het uitvoeren van het voornemen blijft het bedrijf en de directe omgeving gelijk geschikt als leefgebied. De voorgenomen activiteiten leiden niet tot aantasting van verblijfplaatsen, het foerageergebied of vliegroutes. De activiteiten van de sloop worden buiten het broedseizoen uitgevoerd. Door de geplande aanplant is er tevens sprake van uitbreiding van begroeiing welke het stimuleren van voorkomen van o.a. vogels zal ondersteunen. De beoogde werkzaamheden kunnen zonder effecten op broedvogels of overige beschermde soorten uitgevoerd worden. Er is geen ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Er is ook voor de overige natuurwaarden geen ontheffing noodzakelijk. Vervolgonderzoek wordt niet noodzakelijk geacht.

Bestemmingsplan “ Heeseind 35a en 37 te Nuland”

Houtopstanden Bij de plannen worden verder geen (onderdelen van) houtopstanden verwijderd, de kenmerkende laanbeplanting aan het Heeseind wordt bovendien niet aangetast. Daardoor is toetsing aan het onderdeel houtopstanden conform de Wet natuurbescherming niet aan de orde.

47

Conclusie Op basis van uitgevoerde quickscan wordt vervolgonderzoek naar effecten op beschermde gebieden (Natura 2000/NNB) niet noodzakelijk geacht. Het plan kan in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid worden uitgevoerd.

4.2.3 Waterhuishouding Per 1 november 2003 is het verplicht om bij ruimtelijke ingrepen de watertoets toe te passen. Deze verplichting is wettelijk geregeld in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In deze watertoets moet inzicht worden geboden in de effecten van het initiatief op de waterhuishouding. In het kader van de watertoets dient de gemeente voorafgaand aan de procedure het voornemen van de ruimtelijke ingreep aan het waterschap te verzenden. De gemeente en het waterschap kunnen afspraken maken over de wijze waarop het aspect water in het ruimtelijk plan is opgenomen. In deze waterparagraaf komen de volgende onderdelen aan bod: beschrijving waterrelevant beleid en beschrijving kenmerken van het watersysteem ter plaatse van het plangebied gelegen aan het Heeseind te Nuland.

Beleidskader

EU- en Rijksniveau De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) is vanaf 22 december 2000 van kracht. De KRW heeft als doel om te komen tot schone, ecologisch gezonde stroomgebieden, waarin water op een duurzame manier wordt gebruikt. Om dit doel te bereiken is een systematiek opgesteld die alle Europese lidstaten in de nationale wetgeving moeten implementeren en uitvoeren. De Nederlandse regering heeft invulling aan de KRW gegeven middels de Waterwet, die in werking is getreden op 22 december 2009. De Waterwet regelt het beheer van het oppervlakte- en grondwater en verbetert ook de samenhang tussen het waterbeleid en ruimtelijke ordening. De visies met betrekking tot het waterbeleid worden door de verschillende bestuurslagen in diverse plannen beschreven. Provincie Noord-Brabant Het beleid van de provincie Noord-Brabant richt zich op het bereiken en in stand houden van watersystemen die ruimte bieden aan een gezond leefmilieu voor mens, dier en plant. Daarbij zijn economische en ecologische ontwikkelingen met elkaar in evenwicht en is het hebben en houden van een veilige en bewoonbare provincie een randvoorwaarde. Het belangrijkste gezamenlijke punt uit de Europese, landelijke en provinciale beleidsstukken is dat water een belangrijk sturend element is in de ruimtelijke ordening.

De bekende drietrapsstrategieën zijn leidend: vasthouden – bergen – afvoeren (waterkwantiteit); voorkomen – scheiden – zuiveren (waterkwaliteit).

In de provincie Noord-Brabant is dit beleid vertaald in de Structuurvisie 2010 en de Interim omgevingsverordening. In de structuurvisie komen over het onderwerp water de volgende aspecten aan bod -

Een robuust en veerkrachtig water- en natuursysteem; Een betere waterveiligheid door preventie; Koppeling van waterberging en droogtebestrijding;

De watertoets en de wijze waarop de provincie daar mee omgaat is beschreven in het Regionaal Water en Bodemprogramma (RWP), dit is de opvolger van het Provinciaal Milieu en Waterplan (PMWP). Provinciale Staten hebben op 3 december 2021 het Regionaal Water- en Bodemprogramma vastgesteld. De ambitie zoals beschreven in het RWP is: Brabant heeft in 2050 een klimaatbestendig en veerkrachtig water- en bodemsysteem en is bestand tegen extremen. Kort gezegd zijn er 7 basisprincipes waarop dit programma is gebouwd:

Bestemmingsplan “ Heeseind 35a en 37 te Nuland”

-

48

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Watervoorraad in balans; Elke druppel telt; Niet alles kan overal; Brabant is in staat extreme weersituaties op te vangen; Bescherming van water- en bodemkwaliteit; Gebruikers zijn maximaal verantwoordelijk; Circulair denken en doen.

Om te kunnen voldoen aan bovenstaande principes, te komen tot een samenhangende aanpak voor voldoende, schoon en veilig water, een vitale bodem en klimaatadaptatie en daarmee aan de ambitie, wordt gewerkt via zes integrale lijnen: Herstellen systeemwerking; Optimaal gebruiken wettelijke kaders en instrumenten; Sluiten kringlopen en benutten economische waarde; Verbinden met de samenleving; Benutten mogelijkheden innovatie en kennisontwikkeling; Data-gedreven werken.

Afbeelding 20 Uitsnede IOV Kaart 8 ‘Instructieregels voor waterschappen: watersystemen, -veiligheid en –berging’ met aanduiding plangebied (rood omlijnd)

Bestemmingsplan “ Heeseind 35a en 37 te Nuland”

1. 2. 3. 4. 5. 6.

49

Afbeelding 21 Uitsnede IOV Kaart 1 ‘Rechtstreekst werkende regels: milieubeschermingsgebieden, natuur en wegen’ met aanduiding plangebied (rood omlijnd)

Daarnaast wordt thema ‘water’ weergeven in de eerste kaart van de IOV Rechtstreeks werkende regels: milieubeschermingsgebieden, natuur en wegen. In plangebied gelden gebiedsaanduidingen: -

Diep grondwaterlichaam; Geen attentiezone waterhuishouding;

Voor een impressie zie voorgaande afbeeldingen. Dit plan heeft geen negatieve gevolgen voor de waterhuishouding. Het plangebied zal gelet op de aard en omvang geen negatieve invloed hebben op het grondwaterbeschermingsgebied. Gemeente ’s-Hertogenbosch: Beleid en uitgangspunten voor integraal waterbeheer Het klimaat verandert. We verwachten meer hevige én meer langdurige neerslag in de toekomst. Daarom is de kern van het waterbeleid van de 21e eeuw: ruimte maken voor water.

Bestemmingsplan “ Heeseind 35a en 37 te Nuland”

Gemeenten en waterschappen dienen hun waterbeleid te baseren op de uitgangspunten die de provincie in hun PMWP stelt. De PMWP is enkel voor de provincie Noord-Brabant zelf bindend. Voor wat betreft het plangebied geldt dat het plangebied niet is gelegen in een waterwingebied, grondwaterbeschermingsgebied, regionale waterberging danwel reservering waterberging. Zoals weergeven in voorgaande afbeelding heeft het plangebied in de IOV de waterhuishoudkundige norm ‘Wateroverlast buiten Stedelijk gebied’ toegewezen gekregen.

50

In het Waterplan 2016 staat dat we in 's-Hertogenbosch een mooi, robuust en klimaatbestendig watersysteem willen creëren. Het hemelwaterbeleid is verankerd in de gemeentelijke Verordening Hemelwater en Grondwater. Het Waterplan en de hemelwaterverordening zijn vastgesteld door de gemeenteraad in januari 2017. Waterschap Aa en Maas - Waterbeheerprogramma 2022-2027 Het Waterbeheerprogramma van Waterschap Aa en Maas is op 23 december 2021 in werking getreden. Het programma omschrijft de koers en de ambities van het waterschap voor de periode 2022-2027. Het waterschap streeft naar een toekomstbestendige waterhuishouding. Dit betekent een waterhuishouding die in een goede waterkwaliteit voorziet en een waterhuishouding die robuust, wendbaar en in balans met de omgeving is. De toekomstbestendige waterhuishouding wordt vormgegeven door drie richtinggevende principes: 1. Elke druppel vasthouden en infiltreren waar deze valt; agrarische bedrijven hebben de bodem op orde om maximaal te kunnen infiltreren en zij maken, boven of onder de grond, ruimte voor berging van al het ‘eigen water’. 2. Functies passen zich aan het bodem- en watersysteem aan: agrarische bedrijven passen hun grondgebruik op termijn aan op de lokale bodem- en watercondities. Zij maken in hun bedrijfsvoering keuzes inclusief risico’s om in extremere weersomstandigheden een duurzame toekomst te hebben.

Het waterschap ondersteunt hen in dit veranderingsproces. 3. Wat schoon is moet schoon blijven: agrarische percelen mogen geen negatief effect hebben op de waterkwaliteit van het oppervlaktewater en het grondwater. Middels de Keur van Waterschap Aa en Maas is bepaald bij welke ontwikkelingen mitigerende maatregen getroffen moeten worden. Deze mitigerende maatregelen kunnen onder andere bestaan uit het treffen van een retentievoorziening. De Keur van Waterschap Aa en Maas schrijft voor dat voor een toename van minder dan 500 m² verhard oppervlak geen mitigerende maatregelen nodig zijn. Deze mitigerende maatregelen zijn altijd van toepassing bij elke toename van het verhard oppervlak, indien de locatie is gelegen in een keurbeschermingsgebied of attentiegebied. Het plangebied is niet gelegen in een dergelijk gebied. Op de planlocatie is rekening gehouden met het nieuwe beleid dat wordt gevoerd met het Waterbeheerprogramma 2022-2027.

Kenmerken van het watersysteem en toetsing wateraspecten

Beschermde gebieden Het plangebied is niet gelegen in een beschermd gebied of attentiegebied. Bodem en grondwater De maaiveldhoogte ter plaatse van het plangebied bedraagt circa 4,78 meter boven NAP. De grond ter plaatse van het plangebied betreft volgens de provinciale wateratlas een hoge zwarte enkeerdgrond: leemarm en zwak lemig fijn zand (code zEZ21). De Gemiddelde Laagste Grondwaterstand (GLG) ter plaatse bedraagt 160 - 180 cm-mv. De Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand (GHG) ter plaatse van het plangebied bedraagt 40 - 60 cm-mv.

Bestemmingsplan “ Heeseind 35a en 37 te Nuland”

De kenmerken van de watersystemen, zoals die voorkomen in het plangebied (en omgeving), kunnen het beste beschreven worden door een onderverdeling te maken in de soorten van water die in het gebied aanwezig zijn. De belangrijkste zijn: beschermde gebieden, bodem en grondwater, oppervlaktewater, hemel- en afvalwater.

51

Afbeelding 22 Uitsnede Leggerkaart Waterschap Aa en Maas met globale aanduiding plangebied (rood omlijnd)

Oppervlaktewater Op basis van de Leggerkaart van Waterschap Aa en Maas is het mogelijk om de oppervlaktewateren in de omgeving van het plangebied inzichtelijk te maken. Ter impressie zie voorgaande afbeelding.

Afvalwater In de rondom de planlocatie gelegen wegen is een afvalwaterpersleiding aanwezig. Dit betekent dat uitsluitend afvalwater op het gemeentelijk riool aangesloten kan worden en hier geen hemelwater (uit de noodoverloop van de berging bijvoorbeeld) op mag worden aangesloten. Onderhavige ontwikkeling betreft de omzetting naar een woonbestemming, de sloop van een varkensstal en het behouden van de bestaande loods à 345 m2. Deze loods zal qua 200 m2 gebruiksoppervlakte dienst doen voor het timmerbedrijf en voor de overige 145 m2 voor privé opslag ten behoeve van de woonfuncties. De huidige situatie blijft zodoende gehandhaafd. Hemelwater Met de voorgenomen ontwikkeling wordt het bebouwde en verharde oppervlak gewijzigd. Zoals uit navolgende tabel kan worden opgemaakt is in de huidige situatie sprake van een totaaloppervlakte bebouwing à 937 m2, totaal verhard oppervlak à 1.070 m2 en 1.843 m2 onverhard oppervlak. In de bestaande situatie vloeit het hemelwater van het dakoppervlak richting de onverharde delen op het erf. Hier wordt het water opgenomen in de bodem.

Bestemmingsplan “ Heeseind 35a en 37 te Nuland”

Op basis van de leggerkaart van Waterschap Aa en Maas zijn binnen het plangebied een watergangen of andere oppervlaktewateren gelegen. Het dichtstbijzijnde oppervlaktewater in beheer van het Waterschap betreft een B-watergang die op circa 100 meter van het plangebied is gelegen. Met de beoogde herontwikkeling van het plangebied zullen geen handelingen plaatsvinden welke effect zullen hebben op de aanwezige watergang.

52

In de toekomstige situatie, waarbij onder andere de oude vleesvarkensstal wordt gesloopt, de bestaande loods duurzaam in stand wordt gehouden en vergroening plaatsvindt zoals in het landschappelijk inpassingsplan beschreven, wijzigt de verhouding verhard- en bebouwd oppervlak ten opzichte van het onverharde oppervlakte. In de toekomstige situatie is sprake van een totaaloppervlakte bedrijfsbebouwing à 572 m2, totaal verhard oppervlak à 720 m2 en 2.558 m2 onverhard oppervlak. Tabel 7: impressie verhouding verhard-, bebouwd- en onverhard oppervlak (oppervlakten bij benadering)

Bestaande situatie Functie Bedrijfswoningen incl. bijgebouwen Loods Vleesvarkensstal Verharding Onverhard (groenelement)

Totaal

Toekomstige situatie Verhard/bebouwd oppervlak (m2) 227 345 365 1.070 1.843

8.530

Functie Burgerwoningen incl. bijgebouwen Loods Vleesvarkensstal (sloop) Verharding Onverhard (groenelementen en weides, akkergronden)

Totaal

Verhard/bebouwd oppervlak (m2) 227 345 0 720 2.558

8.530

Conform het beleid dient bij elke ontwikkeling binnen het plangebied een bui van 60mm regen in 1 uur op eigen terrein opgevangen en binnen 24 uren verwerkt te worden. Er mag geen afvloeiing naar riolering of andere percelen plaats vinden. De berekening van de bergingscapaciteit is dan oppervlak in m2 maal regen in m1 (0,06) = hoeveelheid m3.

Watertoets Het watertoetsproces is een belangrijk instrument om het waterbelang in ruimtelijke plannen en besluiten te waarborgen. Het gaat daarbij om alle waterhuishoudkundige aspecten, waaronder veiligheid, wateroverlast, watertekort, waterkwaliteit en verdroging, en om alle wateren: rijkswateren, regionale wateren en grondwater. De watertoets zorgt ervoor dat bij alle ruimtelijke plannen aandacht is voor de kwaliteit én kwantiteit van water. De watertoets is verplicht bij alle plannen voor landelijk én stedelijk gebied. Ter voorbereiding op de formele procedure is de Digitale Watertoets ingevuld. Voor meer informatie zie bijlage 8 behorende tot deze toelichting. Met het invullen van de Digitale Watertoets wordt het volgende geconcludeerd: ‘De initiatiefnemer heeft Waterschap Aa en Maas geïnformeerd over het onderhavige

plan via de Digitale Watertoets (www.dewatertoets.nl). Hiermee is bepaald dat het plan geen invloed heeft op de waterhuishouding en/of de afvalwaterketen. Verder overleg met Waterschap Aa en Maas is niet nodig. Het waterschap geeft een positief wateradvies.’ Dit advies sluit aan bij de eerdere onderbouwing dat gezien de aard en omvang van het plan geen negatieve gevolgen zullen hebben ten opzichte van het aspect water.

Bestemmingsplan “ Heeseind 35a en 37 te Nuland”

Onderhavig plan betreft een bestemmingswijziging voor de bedrijfswoningen naar bestemming ‘Wonen’, de sloop van een vleesvarkensstal en een duurzame instandhouding van de loods. In lijn met deze aanvraag verdwijnt 365 m2 bebouwd oppervlak en circa 350 m2 aan verhard oppervlakte. Aangezien geen verder gebouwelijke ontwikkelingen plaatsvinden, behoudens dat er sprake is van sloop en het verwijderen van verharding, is een berekening en realisatie van extra bergingscapaciteit niet aan de orde. Met het plan wordt voorzien in extra groen in lijn met de landschappelijke inpassing. Dit zorgt voor extra infiltratiecapaciteit ten opzichte van het bebouwde- en verharde oppervlak in de bestaande situatie. Zoals in de bestaande situatie stroomt hemelwater af op het (on)verharde oppervlak en infiltreert op deze wijze in de bodem. Gezien deze informatie worden er wat betreft de waterhuishoudkundige situatie in het plangebied geen belemmeringen verwacht voor de toekomstige ontwikkelingen. Gezien het voorgaande is met het plan geen aanvullende compensatie vereist en zal met de voorgenomen ontwikkeling sprake zijn van een hydrologisch neutrale ontwikkeling.

53

Conclusie: Gezien het bovenstaande wordt het aspect waterhuishouding in voldoende mate geborgd in onderhavig bestemmingsplan. Ten aanzien van de waterhuishoudkundige situatie in het plangebied worden er geen belemmeringen verwacht voor toekomstige ontwikkelingen.

4.2.4 Verkeer en parkeren Het plangebied is in de huidige situatie via twee in- en uitrit constructies ontsloten op het Heeseind. Het perceel is en blijft gebruik maken van de bestaande ontsluitingen. Hier worden in het kader van het planvoornemen geen wijzigingen in aangebracht. Ten westen gaat het Heeseind over in de Kruisstraat. Via deze weg is de kern van Rosmalen te bereiken. Aan de oostkant sluit het Heeseind aan op de Kerkdijk. Via deze kant is uiteindelijk ook de oprit met de A59 te bereiken. Het Heeseind betreft een 60 km/uur-weg. Onderhavig initiatief betreft een bestemmingswijziging van ‘Agrarisch’ naar ‘Wonen’, het wijzigen van de bedrijfswoningen naar burgerwoningen, de sloop van een varkensstal, het verwijderen van overtollige verharding en het behouden van de bestaande loods à 345 m2. Deze loods zal qua 200 m2 gebruiksoppervlakte dienst doen voor het timmerbedrijf en voor de overige 145 m2 voor privé opslag ten behoeve van de woonfuncties. Om de parkeernormen van de ontwikkeling te berekenen, wordt rekening gehouden met de Nota Parkeernormering (2021) van de gemeente ‘s-Hertogenbosch. De parkeernormen die in de nota zijn voorgesteld, bieden houvast bij het bepalen van het benodigde aantal parkeerplaatsen bij woningen, kantoren, winkels et cetera. Het gebruik van de juiste parkeernormen draagt bij aan een gunstig leef- en woonklimaat.

De parkeernota hebben betrekking op nieuwbouw, verbouw, uitbreiding of wijziging van functies, daar waar een omgevingsvergunning en/of wijziging van het bestemmingsplan noodzakelijk is. Om de verkeersgeneratie van de ontwikkeling in beeld te brengen worden de richtlijnen van de CROWpublicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren’ toegepast.

Parkeren

Binnen de gemeente ’s-Hertogenbosch is bij het bepalen van de parkeerbehoefte onderscheid gemaakt tussen verschillende gebiedstypen met elk hun eigen parkeereisen. Het plangebied is gelegen in Zone 5: overig gebied – buitengebied.

Voor de kleinschalige bedrijfsfunctie in de zin van het timmerbedrijf is er geen directe categorie. Desondanks komen zowel de bedrijfsactiviteiten ter plaatse van Heeseind 37 overeen met de categorie ‘bedrijf arbeidsextensief/bezoekers extensief’ in verband met dat er geen sprake is van bezoekers. De ruimte dient voor voorbereiding, bewerking en opslag als zijnde kleinschalige bedrijfsactiviteiten op locatie. Ten opzichte van de vroegere situatie zit het verschil enkel in het feit dat het saldo oppervlakte bedrijfsgebouwen, door de sloop van de verouderde vleesvarkensstal en het duurzaam instandhouden van de bestaande loods à 345 m2, zal afnemen. Hierdoor zal ook het verkeer afnemen. Het totale bedrijfsvloeroppervlak bedraagt in de toekomstige situatie 345 m2. Voor de categorie ‘bedrijf arbeidsextensief/bezoekers extensief in Zone 5 geldt parkeergelegenheid voor 1,4 auto’s per 100 meter vloeroppervlak. In het buitengebied waarin het plangebied gelegen is, komt het totaal uit op exact 4,83 parkeerplaatsen en afgerond 5 parkeerplaatsen. Het uitgangspunt ten aanzien van parkeren is dat parkeren moet plaatsvinden op eigen terrein.

Bestemmingsplan “ Heeseind 35a en 37 te Nuland”

Voor wat betreft de bestemmingswijziging naar wonen geldt dat deze overeenkomt met de categorie Wonen met een woninggrootte groter dan 80 m 2 voor zowel Heeseind 35a als 37. In het buitengebied geldt dat er in dat geval 2 parkeerplaatsen per woning aanwezig moeten zijn op het erf, voor het parkeren van de bewoners. Daarnaast geldt voor de bezoekers in die zone en met die woninggrootte 0,3 parkeerplaats per woning. Voor de woonfunctie van twee woningen komt dat uit op 5 parkeerplaatsen.

54

Voor wat betreft de toekomstige activiteiten is dus in totaal sprake van een parkeerbehoefte van 10 parkeerplaatsen. Dit aantal is worstcase en valt naar alle waarschijnlijkheid in de praktijk lager uit. Desalniettemin is het verhard oppervlak meer dan voldoende om te voorzien in voldoende parkeervoorzieningen en laad- en los mogelijkheden ten behoeve van de kleinschalige bedrijfsactiviteiten. Er blijft namelijk 720 m2 verharding aanwezig op locatie die voor parkeren bereikbaar en beschikbaar is. Kortom, binnen het bedrijfsperceel zal voldoende oppervlakte en ruimte aanwezig om de activiteiten veilig plaats te laten vinden ten aanzien van parkeren, laad- en los mogelijkheden. Het aspect parkeren vormt derhalve geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.

Verkeersgeneratie

Op basis van de CROW-rekentool is in de toekomstige situatie sprake van een verkeersgeneratie van gemiddeld 26 motorvoertuigbewegingen per etmaal op een gemiddelde weekdag. Hierbij is uitgegaan van het oppervlak van één bedrijfsgebouw in de toekomstige situatie (345 m2) inclusief de verkeersgeneratie van de twee-onder-een-kap woningen in het gebiedstype ‘buitengebied’ in de gemeente ‘s-Hertogenbosch (sterk stedelijke gemeente). De verkeersgeneratie vormt door het geringe aantal geen belemmering voor het omliggende wegennet. Daarnaast blijft de bestaande verkeersontsluiting ongewijzigd, waardoor er ten aanzien van verkeersveiligheid geen veranderingen optreden. Vanuit verkeerskundige aspecten bestaan er dan ook geen belemmeringen voor de voorgenomen functiewijziging. Conclusie Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor onderhavig planvoornemen.

4.2.5 Kabels en leidingen Er zijn blijkens het geldende bestemmingsplan en de risicokaart via Atlas van de leefomgeving in of rond het plangebied geen kabels of leidingen gelegen met een bestemmingsplanplichtige of andere planologische beschermingszone die van invloed zou kunnen zijn op de voorgenomen ontwikkeling. Vanuit dit kader bestaan er kortom geen belemmeringen.

We staan in Nederland voor ingewikkelde opgaven. Niet alleen moeten we steeds meer mensen huisvesten, ook hebben we rekening te houden met klimaatverandering en een toenemende schaarste aan energie en grondstoffen. Ook ontwrichten hoosbuien steeds vaker de openbare ruimte. Gemeente 's-Hertogenbosch werkt intensief aan een energiebewuste, gezonde, groene en klimaatbestendige gemeente. Hierbij zorgen we er onder meer voor dat onze gemeente door onze inwoners als prettig en gezond wordt ervaren, met behoud van grondstoffen en het milieu in het algemeen. De duurzame uitgangspunten zijn vast gelegd in de 'visie duurzaam 's-Hertogenbosch' (mei 2019). Met de vastgestelde visie zet gemeente 's-Hertogenbosch verduurzaming in op de onderstaande 4 thema's: 1. 2. 3. 4.

Gezonde, groene en klimaatbestendige omgeving (o.a. hemelwaterberging) CO2 neutrale omgeving (energie) Waardebehoud van grondstoffen (circulariteit) Duurzame mobiliteit

Bestemmingsplan “ Heeseind 35a en 37 te Nuland”

4.3 Duurzaamheid

55

Conform de visie wordt er rekening gehouden met veranderingen in het klimaat met meer extreme buien en hete zomers. Er wordt zorggedragen voor een veilig watersysteem en gewerkt aan vergroening van de omgeving. Op het gebied van energie (om een CO2 neutrale gemeente te worden) wordt enerzijds gewerkt aan het verminderen van de energievraag en anderzijds aan het opwekken van duurzame energie op diverse manieren. Ook worden er stappen gezet om de gemeente op termijn aardgasloos te laten zijn. Ten aanzien van grondstoffen is er het bewustzijn dat deze dreigen schaars te worden door een groeiende bevolking en toenemende welvaart in de wereld. Beschikbare grondstoffen dienen derhalve zo efficiënt mogelijk te worden gebruikt (en hergebruikt) en bewust mee omgegaan worden. Ten aanzien van het vervoer wordt gewerkt aan schonere, slimmere en duurzame mobiliteit. Op deze wijze wordt gebouwd aan een duurzaam 's-Hertogenbosch. Ten aanzien van het plan is per thema beschreven op welke wijze hier invulling wordt gegeven: ad 1: Gezonde, groene en klimaatbestendige omgeving (o.a. hemelwaterberging en vergroening) Bij het ontwerp van de landschappelijke inrichting en inpassing van het initiatief is uitgebreid stilgestaan bij het verminderen van oppervlakte verharding, bebouwing en meer vergroening. Dit komt tot uiting dat bij het plan diverse landschappelijke elementen worden toegevoegd.

Voor een nadere duiding zie paragraaf 2.4. Voor een impressie zie bijlage 2.

In onderhavig plan worden de agrarische activiteiten definitief beëindigd. Daartoe wordt overtollige voormalige agrarische bedrijfsbebouwing gesloopt, wordt overtollige verharding verwijderd en wordt voorzien in extra landschappelijke inpassing. De bestaande bedrijfswoningen worden enkel qua functie omgezet. Namelijk van bedrijfswoning naar burgerwoning. Bestaande voorzieningen blijven ongewijzigd met onderhavig initiatief. De zonnepanelen, zoals aanwezig op de te behouden loods, blijven behouden. ad 3: Waardebehoud van grondstoffen (circulariteit) Met het initiatief vindt geen nieuwbouw plaats. Met het plan worden de agrarische activiteiten definitief beëindigd. Daartoe wordt overtollige voormalige agrarische bedrijfsbebouwing gesloopt, wordt overtollige verharding verwijderd en wordt voorzien in extra landschappelijke inpassing. ad 4: Duurzame mobiliteit Binnen het plangebied wordt overtollige verharding en voormalige agrarische bebouwing gesloopt. Binnen het erft is voldoende ruimte om te voorzien in voldoende parkeerplaatsen. In verband met de aanwezigheid van zonnepanelen, onderzoekt initiatiefnemer de aanleg van een elektrische laadpaal.

Bestemmingsplan “ Heeseind 35a en 37 te Nuland”

ad 2: CO2 neutrale omgeving (energie) Energiebeheer is een belangrijk speerpunt binnen de duurzaamheidsambities van de gemeente 'sHertogenbosch. De gemeente heeft – naast de visie – ook doelen gesteld waaraan wordt gewerkt om te komen tot een klimaat neutrale gemeentelijke organisatie in 2020, een klimaatneutrale gebouwde omgeving in 2035 en 's-Hertogenbosch volledig klimaatneutraal in 2050. Deze ambities zijn fors te noemen, waarbij 'alles uit de kast' moet worden gehaald. Deze doelstelling betekent dat niet alleen de gemeente veel doet, maar ook de Bossche bedrijven, inwoners, ontwikkelaars, maatschappelijke groepen, woningcorporaties zullen hierin moeten investeren, samenwerken, creatief zijn en vooruitdenken. De gemeentelijke energie-ambitie en -doelstellingen zijn vastgelegd in het “Energietransitieprogramma 's-Hertogenbosch 2016-2020”, vastgesteld door de gemeenteraad op 31 januari 2017. Ook het recente bestuursakkoord (2018-2022) stelt dat de gemeente een serieuze bijdrage levert om de klimaatverandering tegen te gaan, bijvoorbeeld via het opwekken van duurzame energie en het energiezuinig laten bouwen in de gemeente.

56

4.4 M.e.r.-plicht Een milieueffectrapportage (MER), en de bijbehorende procedure (m.e.r.), is een hulpmiddel om de belangen van het milieu volwaardig te betrekken bij de besluitvorming omtrent plannen en projecten. Het gaat hierbij wel enkel om plannen en projecten die kunnen leiden tot initiatieven waarmee het milieu mogelijk nadelig kan worden beïnvloed. Als uitgangspunt geldt voor plannen, waaronder partiële herzieningen, onderstaande criteria om te beoordelen of een MER noodzakelijk is: -

Plannen die kaderstellend zijn voor toekomstige m.e.r.- (beoordelings)plichtige besluiten; Plannen waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000 gebieden.

Een plan is kaderstellend voor een toekomstig m.e.r.- (beoordelings)plichtig besluit indien er sprake is van een overschrijding van de grenswaarden uit de C- of D-lijst van het Besluit m.e.r. In het kader van onderhavige ontwikkeling is er sprake van het staken van een varkenshouderij. Met het staken van de varkenshouderij zal op locatie worden voorzien in het wijzigen van de twee bedrijfswoningen naar twee burgerwoningen. Naast sloop van overtollige bedrijfsbebouwing en het verwijderen van verharding, blijft de bestaande loods à 345 m2 behouden. Deze loods zal qua 200 m2 gebruiksoppervlakte dienst doen voor een kleinschalig timmerbedrijf en voor de overige 145 m 2 voor privé opslag ten behoeve van de woonfuncties. Het plan voorziet hierbij in meer groen conform het landschappelijke inpassingsplan. Er is met onderhavige ontwikkeling geen sprake van een ‘stedelijk ontwikkelingsproject’, waardoor het opstellen van een milieueffectrapportage of vormvrije m.e.r.-beoordeling niet noodzakelijk is. Hiermee handelt het initiatief binnen de kaders van de uitspraak van 15 januari 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:100). Daarnaast kan gesteld worden dat qua omvang van de activiteit niet voldaan wordt aan de gevallen als genoemd in D11.2, kolom 2.

Er is immers geen sprake van een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2. Gelet op de aard en omvang van het planvoornemen is er geen sprake van een toekomstige m.e.r. plichtige activiteit. Dus is er geen plicht tot een milieueffectrapportage of tot een vormvrije m.e.r.beoordeling.

Conclusie De potentiële effecten van het plan, in relatie tot de kenmerken en de plaats van het plan, zijn dusdanig beperkt van aard en omvang dat dit geen belangrijk nadelige milieugevolgen tot gevolg heeft die het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maken.

4.5 Economische aspecten De voorgestane ontwikkeling aan Heeseind 35a en 37 betreft een particulier initiatief. De met de ontwikkeling gepaard gaande kosten worden dan ook gedragen door de desbetreffende particuliere initiatiefnemer. Afspraken omtrent planschade en de van toepassing zijnde voorwaardelijke verplichtingen worden vastgelegd in een anterieure overeenkomst. Eventuele planschade is voor rekening voor initiatiefnemer. Het kostenverhaal is hiermee in voldoende mate anderszins verzekerd. De economische uitvoerbaarheid is hiermee voldoende aangetoond.

Bestemmingsplan “ Heeseind 35a en 37 te Nuland”

Ten aanzien van het tweede criteria inzake een mogelijke MER-plicht, geldt dat er bij onderhavige situatie geen sprake is van een plan waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Zoals in paragraaf 4.2.2 reeds uitgebreid uiteengezet heeft onderhavige ontwikkeling met zekerheid geen mogelijk significant effect op de Natura 2000-gebieden.

57

4.6 Handhaafbaarheid

Bestemmingsplan “ Heeseind 35a en 37 te Nuland”

Een belangrijk aspect in de uitvoering van het bestemmingsplan is van juridische aard. Het gaat hierbij om de handhaving en het toezicht op de naleving van het bestemmingsplan. Deze handhaving is van cruciaal belang om de in het bestemmingsplan opgenomen ruimtelijke kwaliteiten te kunnen bewaren. Daarnaast is handhaving van belang uit het oogpunt van rechtszekerheid. Alle gebruikers dienen door de gemeente op eenzelfde wijze aan het bestemmingsplan te worden gehouden. Met deze oogmerken is in het bestemmingsplan gestreefd naar een eenvoud van in het bijzonder de planregels. Door de toegankelijkheid en de leesbaarheid daarvan worden de mogelijkheden om toe te zien op de naleving vergroot.

58

Hoofdstuk 5 – Juridische planopzet 5.1 Algemeen Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en planregels, vergezeld van een toelichting. De verbeelding en de regels vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. Verbeelding en regels dienen te allen tijde in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. De regels en verbeelding zijn opgesteld op basis van de landelijk geldende standaarden (SVBP 2012), het bestemmingsplan ‘Buitengebied’, zoals vastgesteld door de gemeenteraad van Maasdonk op 23 april 2014 en het bestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan woningsplitsing, verkameren en parkeren’ zoals vastgesteld door de gemeenteraad van ‘s-Hertogenbosch op 10 oktober 2023.

5.2 Toelichting op de verbeelding De verbeelding heeft de rol van visualisering van de bestemmingen. Op de verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen aanduidingen zijn aangegeven, waaraan in de regels voorwaarden zijn verbonden. De opgenomen verklaring is niet juridisch bindend en is op de verbeelding opgenomen ten behoeve van de leesbaarheid van de verbeelding.

5.3 Toelichting op de regels

Met onderhavig bestemmingsplan wordt voorzien in een partiële herziening van het geldende bestemmingsplan waarbij wordt voorzien in het juridisch planologisch borgen van het definitief staken van de agrarische activiteiten, het wijzigen naar een bestemming wonen met behoud van de twee woningen op locatie en een maximum bebouwd oppervlak bijgebouwen. De vleesvarkensstal wordt gesloopt (365 m2). De bestaande loods van 345 m2 blijft behouden en krijgt een duurzame herbestemming in de zin van dat 200 m 2 vloeroppervlak wordt gebruikt voor het kleinschalige bedrijf aan huis en dat de overige m2 voor privégebruik zijn. Daarnaast wordt overtollige verharding geamoveerd. De sloop van de stallen en de verharding resulteert in extra groene elementen en een vergroting van de bloemenweide. Deze extra landschappelijke inpassing geschiedt conform het opgestelde landschappelijk inpassingsplan. Voorliggend bestemmingsplan voorziet derhalve in de nieuwe planologisch-juridische kaders voor het plangebied ter plaatse van Heeseind 35a en 37 te Nuland. De regels zijn onderverdeeld in 4 hoofdstukken, te weten: • Hoofdstuk 1: Inleidende regels; • Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels; • Hoofdstuk 3: Algemene regels; • Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels.

Bestemmingsplan “ Heeseind 35a en 37 te Nuland”

De regels leggen de gebruiksmogelijkheden van de gronden en de bouwmogelijkheden en de gebruiksmogelijkheden van de aanwezige en/of op te richten bebouwing vast. De toelichting heeft weliswaar geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het bestemmingsplan en bij de uitleg van de verbeelding en regels.

59

5.3.1 Inleidende regels De inleidende regels behelzen de begrippen en de wijze van meten.

Begrippen

In dit artikel zijn bepalingen (begrippen) opgenomen welke in het algemeen spraakgebruik onvoldoende vastliggen en waarbij verschillen in interpretatie bij toepassing van de planregels mogelijk zijn.

Wijze van meten

Hierin wordt aangegeven op welke manier hoogte, lengte, breedte, inhoud en oppervlakte van bouwwerken/ percelen gemeten moeten worden.

5.3.2 Bestemmingsregels De regels van een bestemming worden als volgt opgebouwd en benoemd: • • • • • • • • •

bestemmingsomschrijving; bouwregels; evt. nadere eisen; afwijken van de bouwregels; specifieke gebruiksregels; afwijken van de gebruiksregels; omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen gebouw zijnde, of van werkzaamheden; omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk; wijzigingsbevoegdheid.

Duidelijk zal zijn dat een bestemmingsregel niet alle elementen hoeft te bevatten. Dit kan per bestemming verschillen.

De specifieke gebruiksregels vormen een nadere concretisering van het toegestane gebruik. De afwijking van de gebruiksregels heeft tot doel bepaald gebruik wat eerder is uitgesloten onder voorwaarden wel toe te laten. Onderstaand worden de regels van de opgenomen bestemmingen nader toegelicht.

‘Agrarisch met waarden - Landschapswaarden’

De bestemming ‘Agrarisch met waarden - Landschapswaarden’ wordt opgenomen in onderhavig bestemmingsplan in verband met de wijziging van het bouwvlak ter plaatse van de gronden B, nummers 4516 (ged.), omdat hier in de huidige en toekomstige situatie sprake is van een weide met twee schuilgelegenheden voor enkele hobbymatige landbouwhuisdieren. De bestemming ‘Agrarisch met waarden - Landschapswaarden’ wordt overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied’. De gronden bezitten geen bouwvlak.

Bestemmingsplan “ Heeseind 35a en 37 te Nuland”

De bestemmingsomschrijving betreft de centrale bepaling van elke bestemming. Het betreft een omschrijving waarin limitatief de functies worden genoemd, die binnen de bestemming zijn toegestaan. De bouwregels zijn direct gerelateerd aan de bestemmingsomschrijving. Ook het gebruik van gronden en bebouwing is gekoppeld aan de bestemmingsomschrijving. In de bouwregels staan uitsluitend bepalingen die betrekking hebben op het bouwen. Bouwregels zijn dan ook alleen van toepassing bij de toetsing van aanvragen voor een omgevingsvergunning. De afwijking van de bouwregels geven het bevoegd gezag de bevoegdheid om onder voorwaarden afwijking te verlenen van een specifieke regel.

60

Groen – Landschappelijke inpassing

De voor ‘Groen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor de aanleg, instandhouding en beheer van het groen, de landschapselementen, natuurwaarden en de bijbehorende groeiplaats, behoud, herstel en ontwikkeling van de landschappelijke waarden en natuurwaarden. Daarnaast zijn o.a. paden, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, extensief recreatief medegebruik en nutsvoorzieningen toegestaan. Ter plaatse van de aanduiding ‘specifiek vorm van groen – landschappelijke inpassing’ geldt dat de gronden mede bestemd zijn voor het aanleggen en instandhouden van de landschappelijke inpassing zoals opgenomen onder bijlage 3 behorende tot de regels.

Wonen

De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen, al dan niet in combinatie met een aan huis verbonden beroep; terras, tuinen, erven en terreinen; (onverharde) paden, wegen en parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; met bijbehorende gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Ter plaatse van de woonbestemming is de bouwaanduiding ‘aaneengebouwd’ opgenomen en een bouwaanduiding ‘bijgebouwen’ uitgesloten’. Het maximum oppervlakte aan bijgebouwen bedraagt binnen het bestemmingsvlak maximaal 393 m 2. Ter plaatse van het te behouden bijgebouw wordt een bedrijf aan huis toegestaan. De locatie is aangeduid middels een aanduiding "bedrijf", waarbij de gebruiksoppervlakte van het bedrijf aan huis, in de zin van het timmerbedrijfje, maximaal 200 m2 bedraagt.

Waarde – Archeologie hoge verwachting

Ter bescherming van de archeologische waarden is de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie hoge verwachting’ overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied’. Bij een omgevingsvergunning aanvraag dient getoetst te worden aan deze archeologische dubbelbestemming.

5.3.3 Algemene regels In de algemene regels is een aantal standaardbepalingen opgenomen, te weten de antidubbeltelregel, algemene bouw-, gebruiks-, afwijkings-, wijzigings- en procedureregels en overige regels.

Anti-dubbeltelregel

In de anti-dubbeltelregel wordt bepaald dat grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het verlenen van een omgevingsvergunning waarin uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, deze bij de beoordeling van latere plannen buiten beschouwing blijft. Het nog overgebleven terrein mag dus niet nog eens meegenomen worden bij het toestaan van een ander bouwwerk. In de algemene afwijkingsregels zijn onder andere regels opgenomen ten aanzien van het bouwen van openbare gebouwen, het overschrijden van de maximaal toegestane bouwhoogte en kleinschalig kamperen.

Overige regels

In de overige regels zijn onder andere regels opgenomen ten aanzien van parkeren. Deze regels zijn gebaseerd op het bestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan woningsplitsing, verkameren en parkeren’.

Bestemmingsplan “ Heeseind 35a en 37 te Nuland”

Algemene afwijkingsregels

61

5.3.4 Overgangs- en slotregels Dit hoofdstuk is het sluitstuk van de regels en bevat alle bepalingen die nog niet elders ondergebracht zijn. De regels zijn algemeen van aard en gelden in principe voor alle bestemmingen.

Overgangsrecht

In deze regel wordt vorm en inhoud gegeven aan het overgangsrecht.

Slotregel

Bestemmingsplan “ Heeseind 35a en 37 te Nuland”

Als laatste is de slotregel opgenomen. Deze regel bevat de titel van het plan.

62

Hoofdstuk 6 – Maatschappelijke uitvoerbaarheid Ingevolge artikel 1.3.1. van het Bro dienen Burgemeester en Wethouders te besluiten en te publiceren of er terinzagelegging van het bestemmingsplan plaatsvindt, of er zienswijzen kunnen worden ingediend en of er een onafhankelijke adviesinstantie advies uitbrengt. Ook is in artikel 1.3.1. Bro bepaald dat het voornemen tot het voorbereiden van een bestemmingsplan waarbij geen MER wordt opgesteld, dient te worden gepubliceerd conform artikel 3:12 lid 1 en 2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en langs elektronische weg. Inspraak Voor dit bestemmingsplan wordt geen inspraakprocedure gehouden. Het plan wordt rechtstreeks als ontwerp ter inzage gelegd, waarbij eenieder de mogelijkheid heeft om een zienswijze op het plan in te dienen. Het plan wordt voorgelegd bij de samenwerkingspartners. Voor meer informatie zie paragraaf 7.2. Mocht een bestemmingsplan toch aanleiding geven om inspraak te verlenen, dan kunnen Burgemeester en Wethouders met het delegatiebesluit (op grond van artikel 156 van de Gemeentewet) alsnog besluiten om inspraak te verlenen op basis van een voorontwerp-plan. Hiervoor kan aanleiding bestaan bij politiek of maatschappelijk gevoelige kwesties. Hiervan is geen sprake bij onderhavig bestemmingsplan. Er wordt dan ook geen mogelijkheid tot inspraak geboden.

Wel heeft eenieder de mogelijkheid een zienswijze tegen het ontwerpplan in te dienen. Omgevingsdialoog Gemeente en initiatiefnemers achten het van belang dat de ontwikkeling vroegtijdig aan omwonenden wordt toelicht en met de omgeving wordt besproken. Doel van een omgevingsdialoog is om omwonenden de informeren en in gelegenheid te stellen hun bezwaren hiertegen kenbaar te maken en verbeterpunten op te halen. Voorafgaand aan de formele voorbereidingsprocedure is een omgevingsdialoog gevoerd met de buurtbewoners van Heeseind 35a en 37 te Nuland. Een samenvatting van de omgevingsdialoog wordt hieronder kort beschreven. Voor meer informatie wordt verwezen naar de volledige rapportage in bijlage 9. De omgevingsdialoog is toegevoegd met een kort verslag en een handtekeningen overzicht van omwonenden die kennis hebben genomen van het planvoornemen. Het een en ander conform de gemeentelijke standaarden voor wat betreft het voeren van een omgevingsdialoog.

Omwonenden hebben daarnaast de mogelijkheid om formeel te reageren tijdens de procedure van het bestemmingsplan. Zienswijzen Het ontwerp bestemmingsplan zal gedurende zes weken ter inzage worden gelegd. Gedurende deze periode heeft eenieder de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen. De resultaten van de terinzagelegging van het ontwerp-bestemming worden te zijner tijd beschreven in navolgend hoofdstuk.

Bestemmingsplan “ Heeseind 35a en 37 te Nuland”

Initiatiefnemer is in september 2023 langs de deuren gegaan. Alle omwonenden hebben positief gereageerd op de plannen en wensten initiatiefnemer succes met het voltooien hiervan.

63

Hoofdstuk 7 – Procedure 7.1 Algemeen Een bestemmingsplan doorloopt de uniforme openbare voorbereidingsprocedure die is vastgelegd in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. De wettelijke procedure start met de terinzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan. De procedure ziet er als volgt uit: • • • • • •

• •

Vooroverleg met betrokken instanties; Openbare kennisgeving van het ontwerpbestemmingsplan; Terinzagelegging van het ontwerp en bijbehorende stukken gedurende 6 weken en toezending aan gedeputeerde staten en de betrokken rijksdiensten, waterschappen en gemeenten; Gedurende de termijn van terinzagelegging kunnen door een ieder schriftelijk of mondeling zienswijzen worden ingebracht; Vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad binnen 12 weken; Algemene bekendmaking van het bestemmingsplan door terinzagelegging met voorafgaande kennisgeving en toezending aan gedeputeerde staten en betrokken rijksdiensten, waterschappen en gemeenten: binnen 2 weken dan wel, indien gedeputeerde staten of de inspecteur zienswijzen hebben ingebracht of het bestemmingsplan gewijzigd is vastgesteld, vanaf 6 weken na vaststelling; Mogelijkheid tot beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen 6 weken na bekendmaking voor belanghebbenden Inwerkingtreding op de dag na afloop van de beroepstermijn, zijnde 6 weken na de bekendmaking, tenzij binnen deze termijn een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend bij de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

7.2 Ontwerp bestemmingsplan Het ontwerp bestemmingsplan ‘Heeseind 35a en 37 te Nuland’ heeft overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.8 van de Wro ter inzage gelegen van 11 december 2023 tot en met 22 januari 2024.

Reactie vooroverleg Veiligheidsregio (Brandweer Brabant-Noord): Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het omzetten van twee bedrijfswoningen naar twee burgerwoningen. Dit is zorgt niet voor een feitelijke wijziging in het aantal personen in het plangebied. Een nader advies is niet noodzakelijk. Dit advies leidt niet tot een aanpassing van onderhavig plan. Reactie vooroverleg Waterschap Aa en Maas Het Waterschap kan instemmen met het bestemmingsplan. Er zijn geen opmerkingen op het planvoornemen. Er zijn namelijk geen ruimtelijke waterschapsbelangen in het plangebied van toepassing. Ook is de waterparagraaf volledig en actueel. Dit advies leidt niet tot een aanpassing van onderhavig plan. Gedurende de zienswijzenperiode zijn verder geen zienswijzen ingediend. De zienswijzen periode leidt niet tot een wijziging van het bestemmingsplan.

7.3 Vastgesteld bestemmingsplan Het bestemmingsplan wordt op 2 april 2024 door de gemeenteraad van ‘s-Hertogenbosch vastgesteld.

Bestemmingsplan “ Heeseind 35a en 37 te Nuland”

Gelijktijdig met de ontwerpprocedure is het ontwerp plan voorgelegd bij de samenwerkingspartners. Het Waterschap Aa en Maas en de Veiligheidsregio Brabant-Noord hebben gebruik gemaakt van de mogelijkheid om te reageren op dit plan. Een samenvatting van de reacties wordt hieronder kort beschreven.

64

Bijlagen

Bestemmingsplan “ Heeseind 35a en 37 te Nuland”

1. Impressie bestaande situatie 2. Landschappelijk inpassingsplan 3. Bodemonderzoek 4. Onderzoek milieuaspecten 5. Archeologisch onderzoek 6. Quickscan Flora en Fauna 7. Stikstofdepositieberekeningen 8. Digitale watertoets 9. Omgevingsdialoog

65

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13813917/1