b1 Ruimtelijke Onderbouwing Zonnepark Roode Brug V5_1
Tekst van het document
Zonnepark Roode Brug | Eelerwoude | 51
• • • •
Voor inrichtingen (bedrijven) wordt getoetst aan het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Voor transportroutes over de weg, het water en het spoor wordt getoetst aan het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Voor buisleidingen wordt getoetst aan het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Daarnaast is in sommige gevallen het Activiteitenbesluit milieubeheer en/of het Vuurwerkbesluit van toepassing.
Toetsingskader Externe veiligheid (geldt voor Bevi, Bevt en Bevb) maakt onderscheid tussen het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. • Het plaatsgebonden risico kan beperkingen opleggen voor de bouw van (beperkt) kwetsbare objecten. Zoals woningen, kantoren en andere gebouwen waarin personen aanwezig zijn. Voor het bouwen van kwetsbare objecten geldt de plaatsgebonden risicocontour van 1*10-6 per jaar als grenswaarde. • Het groepsrisico is de kans dat een groep mensen komt te overlijden in de omgeving van een risicobron. Door de ontwikkeling van een planvoornemen kan het groepsrisico van de risicobron toenemen. Het groepsrisico wordt bepaald voor zowel de huidige situatie als de situatie na ontwikkeling van het planvoornemen. Het groepsrisico wordt weergegeven ten opzichte van de oriëntatiewaarde. • Wanneer sprake is van een toename van het groepsrisico (een verhoging ten opzichte van de oriëntatiewaarde tussen bestaande situatie en toekomstige situatie) is het bevoegd gezag conform de bovengenoemde besluiten (Bevi, Bevt en Bevb) verplicht het groepsrisico in meer of mindere mate te verantwoorden. In de verantwoording groepsrisico motiveert het bevoegd gezag hoe om te gaan met de risico's ten gevolge van externe veiligheid.
Afbeelding 28: Uitsnede kaart Externe Veiligheid(Bron: www.atlasleefomgeving.nl)
Relatie met voorgenomen ontwikkeling Om in beeld te brengen of er in het plangebied, of in de nabijheid daarvan, risicobronnen (productie, opslag, transport en gebruik van gevaarlijke stoffen) aanwezig zijn, is de risicokaart geraadpleegd (zie afbeelding 28). Ten noorden van het zonnepark bevindt zich de rijksweg A59. De A59 is onderdeel van het ‘basisnet wegverkeer, zonder PAG-indicatie’. Daarnaast bevinden zich zuidelijk van het plangebied twee opslagtanks voor gas. Een zonnepark is geen gevoelig object of inrichting dat formeel een veiligheidscontour kent. Ook is een zonnepark conform het Bevi, Bevt, en/of het Bevb niet te kwalificeren als een risicobron in het kader van externe veiligheid. Tevens is de voorgenomen ontwikkeling niet te kwalificeren als een kwetsbaar object
Zonnepark Roode Brug | Eelerwoude | 52
conform het Bevi. Dit betekent dat de voorgenomen ontwikkeling niet relevant is in het kader van externe veiligheid. In het kader van brandveiligheid worden afspraken gemaakt met hulpdiensten zoals brandweer, voor toegang tot het zonnepark in geval van nood. Om de panelen en installaties te beveiligen en in het kader van veiligheid voor de omgeving wordt het zonnepark door middel van een hekwerk afgesloten voor onbevoegden. Daarnaast is de Veiligheidsregio/Brandweer om advies gevraagd. Met de inrichting van het zonnepark wordt het advies van de Veiligheidsregio gevolgd. Zo wordt bijv. de bekabeling vlamdovend uitgevoerd en wordt er conform de eisen van de veiligheidsregio een bluswatervoorziening gerealiseerd.
5.8 Explosieven
Afbeelding 29: Uitsnede kaart Verdachte gebieden (Bron: Geoportal ‘s-Herogenbosch)
Om inzicht te krijgen in het risico op de aanwezigheid van explosieven in de bodem is de kaart Verdachte gebieden van de gemeente ’s-Hertogenbosch geraadpleegd, zie afbeelding 29. Op deze kaart is het plangebied gemarkeerd als ‘verdacht gebied beschietingen/confrontaties. Voor dit gebied geldt het advies om een probleemanalyse uit te laten voeren door een WSCS-OCE gecertificeerd bedrijf. Dit onderzoek zal voorafgaand de bouw – in het kader van veilig werken – worden uitgevoerd.
5.9 Bedrijven en milieuzonering Het ruimtelijke ordening en milieubeleid stelt zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast.
Zonnepark Roode Brug | Eelerwoude | 53
Milieuzonering heeft twee doelen: • Het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; • Het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt in eerste instantie doorgaans de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd, waarin richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar zijn opgenomen. Relatie met voorgenomen ontwikkeling De voorgenomen inrichting van de betrokken gronden als zonnepark levert geen hinder of gevaar op voor omliggende gevoelige functies. Wel wordt transformatorstation en omvormers geplaatst. De situering is niet aan de rand van het plangebied. In de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' valt dit onder de activiteit 'elektriciteitsdistributiebedrijven met transformatorvermogen tot 10 MVA'. De grootste richtafstand is die van geluid en bedraagt 30 meter. Voor de omvormers is de vergelijking gemaakt met de activiteit 'elektriciteitsdistributiebedrijven met transformatorvermogen tot 10 MVA'. Voor deze activiteit is in de richtafstanden tabel voor het aspect geluid 30 meter opgenomen.
Dit betekent dat wordt geadviseerd om, op basis van een goede ruimtelijke ordening, een afstand van 30 meter aan te houden tot geluidsgevoelige functies. Het inkoopstation en transformatorstation worden op grotere afstand van de bestaande woningen gesitueerd, de dichtstbijzijnde woning is circa 190 meter van de rand van het zonnepark. Omvormers worden onder de zonnepanelen geplaatst. Gezien de ruime afstand ten opzichte van de omliggende woningen vormen de VNG richtafstanden voor ‘Bederijven en milieuzonering’ geen belemmering voor voorliggend plan. De kortste afstand ten opzichte van een woning is met circa 190 meter ruimschoots meer dan de voorgeschreven afstand van 30 meter. Anderzijds is een zonnepark geen gevoelige functie. Zodoende hoeft een zonnepark wat betreft milieuzonering niet beschermd te worden tegen eventuele milieubelastende functies in het omliggende gebied.
5.10
Verkeer en parkeren
De ontwikkeling van een zonnepark heeft geen grote gevolgen voor het verkeer en parkeren. Het zonnepark moet voornamelijk in de aanlegfase en in de ontmantelingsfase bereikt worden via Graafsebaan. Gedurende de gebruiksfase veroorzaak een zonnepark slechts beperkt verkeersbewegingen ten behoeve van het beheer. Het zonnepark is niet openbaar toegankelijk. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Het zonnepark wordt op een veilige manier (zonder overlast voor omwonenden) ontsloten via de Graafsebaan. Binnen het plangebied wordt ruimte gecreëerd voor het parkeren van enkele voertuigen ten behoeve van het beheer.
5.11
Warmteontwikkeling
Recente studies (o.a. Analysis of the potential for a heat Island Effect in Large Solar Farms, Columbia University) hebben onderzocht of er bij zonneparken sprake is van ‘(Urban) Heat Island Effects’. Uit onderzoeken is gebleken dat er onder bepaalde condities sprake kan zijn van een hogere temperatuur direct boven velden met zonnepanelen. Direct rondom velden met zonnepanelen zijn eventuele temperatuurverschillen deels, danwel geheel te verwaarlozen, afhankelijk van de windrichting en eventuele neerslag. Het is dan ook niet te verwachten dat er sprake zal zijn van significante temperatuurverschillen in de omgeving van het projectgebied, door de komst van dit zonnepark. Daarbij komt dat er in dit specifieke plan is gekozen voor een opstelling met begroeiing tussen en onder de panelen. Ook wordt er om het veld met zonnepanelen relatief
Zonnepark Roode Brug | Eelerwoude | 54
veel beplanting toegevoegd. Dit zorgt ervoor dat afkoeling door verdamping blijft plaatsvinden. Er is op dit moment nog geen wet- en/of regelgeving omtrent ‘(Urban) Heat Island Effects’ in Nederland
5.12
Leidingen
In de buurt van het plangebied bevindt zich mogelijk een aantal kabels en leidingen die mogelijk een belemmering zijn voor het zonnepark. Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling wordt er een KLICmelding aangevraagd. Met de technische uitwerking van het voorgenomen zonnepark wordt rekening gehouden met de aanwezigheid van deze kabels en leidingen. Hiermee vormen kabels en leidingen geen belemmering voor het zonnepark.
5.13
Elektromagnetische straling
Zowel bij de omvormers als de transformatoren zullen extreem laagfrequente elektromagnetische velden (ELF) vrijkomen. Ten aanzien van elektromagnetische straling bij hoogspanningsmasten hanteert de overheid een voorzorgprincipe waarbij een grens wordt aangehouden van 0,4 micro Tesla (µT). De GGD adviseert om ook bij ander bronnen van ELF-EM velden, zoals onderstations en transformatorhuisjes, dit voorzorgsprincipe te hanteren. Vandaar het advies om dit voorzorgsprincipe ook te hanteren bij de ontwikkeling van een zonnepark door de afstand van een zonnepark tot woningen en gevoelige bestemmingen zodanig te laten zijn dat de magnetische veldsterkte bij de gevoelige bestemmingen niet boven de advieswaarde van 0,4 µT komt. De afstand tussen de omvormers en transformatoren tot de dichtstbijzijnde burgerwoningen bedraagt minstens 290 meter. Met de relatief grote afstand van zowel omvormers als de transformatoren tot de dichtstbijzijnde burgerwoningen wordt ruimschoots voldaan aan de advieswaarde van 0,4 µT.
5.14
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
Het Besluit milieueffectrapportage geeft activiteiten en gevallen aan waarin een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Een milieueffectrapport is verplicht wanneer 1) een plan onder het Besluit milieueffectrapportage valt en/of 2) als een passende beoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming aan de orde is. Ook gelden er verplichtingen als een voorgenomen project valt onder de genoemde activiteiten, maar niet onder de drempelwaarden. Voor projecten of activiteiten die beneden de drempelwaarden vallen moet een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: • Belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r. beoordeling noodzakelijk; • Belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r. De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te geschieden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. In deze bijlage staan drie hoofdcriteria centraal: • De kenmerken van het project; • De plaats van het project; • De kenmerken van de potentiële effecten.
Het project maakt een (tijdelijke) functiewijziging naar een zonnepark mogelijk. Dergelijke ontwikkelingen zijn geen onderdeel van de D-lijst van het Besluit m.e.r. Een m.e.r.-beoordeling of vormvrije m.e.r. is niet nodig voor het voorgenomen plan. Uit jurisprudentie4 is gebleken dat een zonnepark niet kan worden aangemerkt als 4 Zie: ECLI:NL:RVS:2019:2770.
Zonnepark Roode Brug | Eelerwoude | 55
een ‘industriële installatie bestemd voor de productie van elektriciteit, stoom en warm water’ (cat. D 22.1), omdat een zonnepark geen thermische (verbrandings)installatie is. In een zonnepark wordt immers geen thermische energie opgewekt of gebruikt voor de productie van elektriciteit, stoom en warm water, maar wordt stralingsenergie (zonlicht) rechtstreeks omgezet in elektrische energie. Daarnaast is uit diezelfde uitspraak gebleken dat een zonnepark evenmin kan worden aangemerkt als een ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ (cat. D 11.2). Bij een stedelijk ontwikkelingsproject kan het gaan om bouwprojecten als woningen, parkeerterreinen, bioscopen, theaters, sportcentra, kantoorgebouwen en dergelijke of een combinatie daarvan. Een zonnepark kan naar het oordeel van de Afdeling niet gelijk worden gesteld met dergelijke ontwikkelingen. Daarbij acht de Afdeling van belang dat de gevolgen voor het milieu van een zonnepark in de kern beperkt zijn tot visuele hinder en landschappelijke aantasting. Om dit te voorkomen is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld door Eelerwoude (zie separate bijlage en paragraaf 2.4). Een uitwerking van de milieuaspecten is in hoofdstukken 4 en 5 te vinden. Daaruit blijkt dat het zonnepark geen significante milieugevolgen of hinder veroorzaken voor de omgeving.
Het zonnepark wordt aangelegd met respect voor de bodem en door de open cultuur is hier geen schade te verwachten. De constructie wordt zodanig aangelegd dat er geen schade ontstaat en het systeem makkelijk demontabel is. De locatie is onderzocht op het gebied van aanwezige ecologische waarden. Voor de volledigheid verwijzen wij ook naar de uitspraak van de rechtbank Overijssel 5, waarin bevestigd wordt dat een vergelijkbaar project niet valt binnen de categorie D van het Besluit m.e.r. en er geen beoordeling nodig is. Deze uitspraak is op 14 augustus 2019 bevestigd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State6. Relatie met voorgenomen ontwikkeling Het zonnepark wordt aangelegd met respect voor de bodem en door de open cultuur is hier geen schade te verwachten. De constructie wordt zodanig aangelegd dat er geen schade ontstaat en het systeem makkelijk demontabel is. De locatie is onderzocht op het gebied van aanwezige ecologische waarden. De locatie is niet gelegen in een Natura 2000-gebied, Natuur Netwerk Nederland-zonering of andere gebieden. Het realiseren van een zonnepark op de planlocatie is goed onderzocht in het kader van de onderzoeken die deel uit maken van deze ruimtelijke onderbouwing. Tot slot zijn er zowel tijdens de aanlegfase, als tijdens de gebruiksfase, geen significant negatieve effecten te verwachten.
Gelet op de kenmerken van het project, en de kenmerken van de potentiële effecten zullen geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden. Eén en ander blijkt tevens uit dit hoofdstuk waarbij uitgebreid is ingegaan op de milieu- en omgevingsaspecten.
5.15
Conclusie
In dit hoofdstuk zijn alle relevante milieuaspecten beschreven. Hieruit kan worden geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling geen milieubelemmeringen met zich meebrengt.
5 Zie: ECLI:NL:RBOVE:2018:3422 6 Zie: ECLI:NL:RVS:2019:2770
Zonnepark Roode Brug | Eelerwoude | 56
6 Uitvoerbaarheid 6.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de uitvoerbaarheid van het te ontwikkelen plan. De ruimtelijke uitvoerbaarheid, de maatschappelijke uitvoerbaarheid en de economische uitvoerbaarheid worden beschreven.
6.2 Ruimtelijke uitvoerbaarheid In voorgaande hoofdstukken is beschreven hoe het voorgenomen project past binnen het van toepassing zijnde overheidsbeleid. Geconstateerd is dat er geen omgevings- en milieukundige belemmeringen zijn. Ruimtelijk is de voorgenomen ontwikkeling daarmee uitvoerbaar bewezen.
6.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.3.1 Omgevingsdialoog De initiatiefnemer heeft van het begin de omgeving en belanghebbende organisaties betrokken bij de planvorming van voorliggend zonnepark. Het omgevingsproces wordt in paragraaf 2.3.6 en in het separaat bijgevoegde participatieplan (bijlage 3) toegelicht. Zo heeft de initiatiefnemer in een vroeg stadium bepaald welke adressen aangeschreven dienen te worden als mogelijke belanghebbenden bij de ontwikkeling van het zonnepark. Deze adressen zijn meerdere malen per brief op de hoogte gesteld van het voornemen tot het realiseren van een zonnepark en uitgenodigd voor een informatieavond. Naar aanleiding van de uitnodigingen zijn er dusdanig weinig reacties binnengekomen bij initiatiefnemers dat zijn besloten hebben geen informatieavond te organiseren, maar rechtstreeks in gesprek te gaan met de omwonenden die wel gereageerd hebben op de uitnodiging. Zie bijlage 3 voor de uitwerking en verslaglegging het gesprek met omwonende(n).
6.3.2 Vooroverleg Het Rijk Geoordeeld is dat dit ruimtelijke plan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk voorafgaand aan de ter inzage legging van het ontwerpbesluit. Provincie Noord-Brabant Het plan wordt voor vooroverleg, als bedoeld in artikel 3.1.1. Bro, toegezonden aan de provincie NoordBrabant Waterschap Aa en Maas Waterschap Aa en Maas is middels de digitale watertoets op de hoogte gebracht van de voorgenomen ontwikkeling.
Zonnepark Roode Brug | Eelerwoude | 57
Veiligheidsregio Het plan is voorgelegd aan Veiligheidsregio Brabant Noord. De veiligheidsregio ziet geen belemmeringen voor de realisatie van voorliggend plan wanneer het standaard advies voor aanleg en inrichting van een zonnepark in acht wordt genomen. Dit advies is opgenomen in bijlage 8.
6.3.3 Zienswijzen De ontwerp omgevingsvergunning wordt voor de duur van zes weken ter inzage gelegd. Na deze termijn wordt het resultaat van de terinzagelegging in deze ruimtelijke onderbouwing weergegeven, waarbij de ingediende zienswijzen zullen worden behandeld.
6.4 Economische uitvoerbaarheid 6.4.1 Kostenverhaal gemeente ‘s-Hertogenbosch De kosten voor de planologische procedure zullen via leges in rekening worden gebracht bij de initiatiefnemer. Met de initiatiefnemer wordt daarnaast een anterieure overeenkomst gesloten, waarin onder andere het verhalen van eventuele planschade wordt geregeld. De vaststelling van een exploitatieplan is niet noodzakelijk.
6.4.2 Financiering zonnepark De ontwikkeling is een privaat initiatief. Het zonnepark wordt extern gefinancierd. Voor de productie van energie is de subsidieregeling Stimulering Duurzame Energieproductie ++ van toepassing. Hier zal een beroep op worden gedaan nadat de omgevingsvergunning voor de realisatie van het zonnepark is verleend.
6.5 Conclusie Uit de voorgaande paragrafen blijkt dat het voorgenomen plan ruimtelijk, maatschappelijk en economisch uitvoerbaar is. De voorgenomen ontwikkeling kan dus worden gerealiseerd.
Zonnepark Roode Brug | Eelerwoude | 58
7 Bijlagen Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4: Bijlage 5: Bijlage 6: Bijlage 7: Bijlage 8:
Landschappelijk inpassingsplan Zonnepark Roode Brug Financiële participatie Zonnepark Roode Brug Procesparticipatie Communicatieplan Toets Wet natuurbescherming Zonnepark Roode Brug Archeologisch bureauonderzoek Zonnepark Roode Brug Digitale watertoets Advies veiligheidsregio
Zonnepark Roode Brug | Eelerwoude | 59
Bijlage 1 – Landschappelijk Inpassingsplan Zonnepark Roode Brug
Zonnepark Roode Brug | Eelerwoude | 60
Bijlage 2 – Financiële participatie Zonnepark Roode Brug
Zonnepark Roode Brug | Eelerwoude | 61
Bijlage 3 – Procesparticipatie
Zonnepark Roode Brug | Eelerwoude | 62
Bijlage 4 – Communicatieplan
Zonnepark Roode Brug | Eelerwoude | 63
Bijlage 5 – Toets Wet natuurbescherming Zonnepark Roode Brug
Zonnepark Roode Brug | Eelerwoude | 64
Bijlage 6 – Archeologisch onderzoek Zonnepark Roode Brug
Zonnepark Roode Brug | Eelerwoude | 65
Bijlage 7 – Digitale Watertoets Zonnepark Roode Brug
Zonnepark Roode Brug | Eelerwoude | 66
Bijlage 8 – Advies veiligheidsregio Brabant Noord
Zonnepark Roode Brug | Eelerwoude | 67