CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

b1 Ruimtelijke motivering Dungense Polder

Gemeenteraad 9 december 2025, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Buitenplanse Omgevingsplancapaciteit (BOPA) zonnevelden Dungense Polder en Kloosterstraat22.584 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

ringsfactoren als toename van geluid, licht of depositie van stikstof.

en amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders, enkele bijzondere

tuurlijke habitats. Voor deze soorten wordt vastgesteld of nadelige ge-

en min of meer zeldzame ongewervelde dierensoorten en een aantal

volgen kunnen worden uitgesloten. Is dit niet mogelijk, dan dienen pre-

vaatplanten. De beschermde soorten zijn ingedeeld in drie categorieën:

ventieve maatregelen te worden getroffen om nadelige gevolgen te

Vogels (artikel 11.37 Bal)

voorkomen.

Europees beschermde soorten (artikel 11.46 Bal)

Nationaal beschermde soorten (artikel 11.54 Bal)

Komen soorten van de hierboven genoemde beschermingsregimes voor, dan is de eerste vraag of de voorgenomen activiteit effecten heeft

Beschermde soorten vanuit nationaal oogpunt betreffen soorten uit ‘bij-

op de beschermde soorten. Treden er effecten op, dan dient er gekeken

lage A en B’ van de Ow (Bijlage IX onder A en B Bal). Beschermde

te worden of er (provinciale) vrijstelling verleend kan worden (al dan niet

Zonneweide Dungense Polder

30

Mede gezien de afstand tot het projectgebied zijn externe effecten als gevolg van aspecten als licht, geluid en trillingen uitgesloten. Gezien de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling kan een significante toename aan stikstofdepositie tijdens zowel de gebruiksfase als de aanlegfase op omliggende Natura 2000-gebieden niet op voorhand worden uitgesloten. Derhalve is er een stikstofdepositieberekening uitgevoerd welke is opgenomen in de bijlage. Uit vervolgonderzoek met een AERIUS-berekening zijn bij zowel de aanleg- als de gebruiksfase geen depositie-resultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Daarmee kunnen op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie uitgesloten worden. Het projectgebied ligt niet binnen de grenzen van het Natuur Netwerk Nederland (NNN). Voor deze gebieden is geen extern toetsingskader aan de orde. Overigens zijn door de aard van het project negatieve effecten op dergelijke gebieden ook uitgesloten. Houtopstanden Wegens het ontbreken van bomen in het projectgebied, kan het onderdeel houtopstanden als bedoeld in de Omgevingswet buiten beschouwing worden gelaten. Vervolgstappen zijn niet noodzakelijk. Soortenbescherming Navolgende tabel weergeef een overzicht van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor soortgroepen en te nemen vervolgstappen.

Tabel 1 Overzicht geschiktheid onderzoekslocatie voor soortgroepen en te nemen vervolgstappen

Zonneweide Dungense Polder

31

Conclusie onderzoek

Op basis van onderhavige quickscan natuurwaarden dient voorafgaand

In enkele bomen binnen de invloedssfeer van de onderzoekslocatie be-

aan de werkzaamheden middels aanvullend ecologisch onderzoek dui-

vinden zich potentiële nestlocaties van boomvalk, buizerd, havik, ransuil,

delijkheid te worden verkregen omtrent de functie van de onderzoekslo-

De maatregelen welke getroffen worden voldoen aan de eisen zoals ge-

sperwer en/of wespendief. Gezien deze bomen behouden blijven is het

catie voor de das. Dit soortgerichte vervolgonderzoek is uitgevoerd en is

steld in het kennisdocument van de das (BIJ12, 2017). Ten aanzien van

voldoende om verstorende werkzaamheden uit te voeren buiten het

opgenomen in bijlage 3. Het vervolgonderzoek bevestigt de verwachting

primair en secundair geschikt foerageergebied wordt, samenvattend,

broedseizoen van de betreffende soorten (buiten februari tot en met au-

dat het projectgebied onderdeel uitmaakt van het foerageergebied van

geen compensatie nodig geacht en is geen ontheffing noodzakelijk. Het

gustus). Indien dit niet mogelijk is, is aanvullend onderzoek ten aanzien

de das. Nabij het projectgebied zijn sporen van de das aangetroffen.

plan creëert een erg geschikte toekomstige situatie voor de das. Om te

van deze soorten benodigd.

Circa 500 meter oostelijk van het projectgebied zijn twee dassenburch-

waarborgen dat deze plannen gerealiseerd worden zal een ecologisch

ten aangetroffen, waarvan gebleken is dat deze actief worden gebruikt.

werkprotocol opgesteld worden.

oosten van de onderzoekslocatie, zijn overtredingen van de Omgevings-

Als gevolg van de voorgenomen plannen, bestaande uit onderhavig pro-

5.14.3

wet te vermijden als mogelijke verblijfplaatsen en vliegroutes van vleer-

ject en de nabijgelegen ontwikkeling van een zonneweide aan de Kloos-

Het aspect flora en fauna vormt in beginsel geen belemmering voor het

muizen functioneel en duurzaam behouden blijven. Additionele

terstraat, gaat zonder het nemen van maatregelen mogelijk de functie

plan. Er is nader soortgericht onderzoek naar de das uitgevoerd. Om

bouw)verlichting richting deze elementen tijdens de bouw- en eindfase

verminderd worden van op dit moment 6,4 hectare primair foerageerge-

overtreding van de Ow te voorkomen zullen specifieke inrichtings- en

dient te worden voorkomen. Indien een verlichtingstoename niet te voor-

bied en 6,7 hectare secundair foerageergebied van de das. Om overtre-

beheersmaatregelen voor de das uitgewerkt dienen te worden. Deze

komen is dienen maatregelen genomen te worden om de toename tot

ding van de bepalingen uit de Omgevingswet te voorkomen zullen spe-

maatregelen dienen in een ecologisch werkprotocol uitgewerkt te wor-

een minimum te beperken. Overtredingen ten aanzien van algemene

cifieke inrichtings- en beheersmaatregelen voor de das uitgewerkt die-

den en de bijbehorende maatregelen dienen opgenomen te worden in

broedvogels kunnen worden voorkomen door te starten met de werk-

nen te worden. Deze maatregelen dienen in een ecologisch werkproto-

het inrichtingsplan en beheersplan. Er wordt geschikt primair foerageer-

zaamheden buiten het broedseizoen. Indien binnen het broedseizoen

col uitgewerkt te worden en de bijbehorende maatregelen dienen opge-

en leefgebied voor de das gecreëerd.

gestart gaat worden, kan dit enkel nadat tijdens een broedvogelinspectie

nomen te worden in het inrichtingsplan en beheersplan.

aanvullen omliggende groenstructuren bevordert het verplaatsen tussen foerageer- en leefgebied.

Gelet op de watergang ten westen en de bomenrij en bosschage ten Conclusie

Verder zijn in het kader van de uitvoering van de werkzaamheden en in

is bevestigd dat er geen broedgevallen aanwezig zijn. Door het treffen van maatregelen kunnen de zonnevelden mogelijk een

de toekomstige situatie enkele aandachtspunten in het kader van de

Voor beschermde soorten behorend tot de overige soortgroepen zijn

secundaire foerageerfunctie voor de das behouden. De initiatiefnemer is

zorgplicht van toepassing. Het plan is uitvoerbaar.

overtredingen ten aanzien van de Omgevingswet wegens het ontbreken

voornemens om de overige gronden in het projectgebied biodivers in te

van geschikt habitat/verblijfsmogelijkheden, op basis van de versprei-

richten voor verschillende doelsoorten amfibieën, weidevogels en grond-

dingsgegevens, de aanwezigheid van voldoende alternatieven en/of ge-

gebonden zoogdieren. Er wordt geschikt primair foerageer- en leefge-

zien de aard van de ingreep niet aan de orde. Wel dient rekening te wor-

bied gecreëerd voor de das in de vorm van:

den gehouden met de algemene zorgplicht. Ten aanzien van het Na-

tuurnetwerk Nederland en beschermde houtopstanden worden geen bezwaren voorzien in de uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden

struweelhagen die dienen als foerageermogelijkheid, schuilplaats en looproute voor de das;

op de onderzoekslocatie.

grasland voor weidevogels biedt ook jaarrond een voedselbron voor de das;

natuurlijke oevers zullen als beschutting en rustzones voor dassen dienen;

Zonneweide Dungense Polder

5.15

Omgevingsveiligheid

5.15.1

Toetsingskader

Omgevingsveiligheid (voorheen: externe veiligheid) heeft betrekking op de mogelijkheden een brand, ramp of crisis te voorkomen, te beperken en te bestrijden. Het beschermen van personen in gebouwen en op locaties in de omgeving van risicovolle activiteiten is cruciaal. Daarnaast is het beperken van schade aan de fysieke leefomgeving bij een ongeval van een risicovolle activiteit van groot belang. De instructieregels van het Rijk hiervoor zijn vastgelegd in het Bkl en het Bal.

32

Kwetsbare gebouwen en locaties

In het Bkl is onderscheid gemaakt in 3 categorieën ‘gebouwen en locaties’ waarvoor de regels bescherming bieden:

1. Zeer kwetsbaar (alleen gebouwen) 2. Kwetsbaar (gebouwen en locaties) 3. Beperkt kwetsbaar (gebouwen en locaties)

opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik (af-

5.15.2

Onderzoek

deling 5.1.2.5);

In de directe omgeving van het projectgebied ligt de snelweg A2. Voor

exploiteren van een IPPC-installatie voor het maken van explosie-

de snelweg ligt het projectgebied binnen de aandachtsgebieden voor

ven (afdeling 5.1.2.5);

explosies (groot deel van het projectgebied, m.u.v. het oosten) en brand

opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor militair gebruik

(alleen uiterst westelijk, buiten de beoogde zonnevelden) van deze risi-

(afdeling 5.1.2.5 Bkl).

cobron. Voor het overige zijn er in de omgeving van het projectgebied geen risicobronnen gesitueerd. Gezien de aard van de beoogde functie

Bij het bepalen van de kwetsbaarheid wordt gekeken naar het aantal personen dat gelijktijdig aanwezig is, de duur van hun aanwezigheid, en

Plaatsgebonden risico

is er geen sprake van een kwetsbaar of beperkt kwetsbaar object dan

in hoeverre zij zichzelf in veiligheid kunnen brengen bij een incident. De

Het plaatsgebonden risico is de kans per jaar dat één persoon overlijdt

wel van handelingen met gevaarlijke stoffen in de zin van het Bevi. Om-

aanwijzing van bovenstaande categorieën ‘gebouwen en locaties’ staat

door een ongeluk met een gevaarlijke stof. De grenswaarde voor het

dat er slechts beperkt en kortdurend personen in het projectgebied ver-

in bijlage VI van het Bkl.

plaatsgebonden risico moet in acht genomen worden. De grenswaarden

blijven, heeft de ontwikkeling geen invloed op de hoogte van het groeps-

voor het plaatsgebonden risico zijn ruimtelijk vertaald naar afstanden tot

risico. Tevens betreft een zonneweide geen object met een hoge infra-

Risicobronnen

gebouwen en locaties. Gebouwen en locaties die als (zeer) kwetsbaar

structurele waarde. Het aspect omgevingsveiligheid is voor deze ruimte-

Risicobronnen zijn activiteiten met externe veiligheidsrisico’s. In bijlage

worden beschouwd mogen niet binnen de plaatsgebonden risicocontour

lijke ontwikkeling dan ook niet relevant.

VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen die risicobronnen vormen.

10-6-contour van een activiteit vallen. 5.15.3

Het gaat om de volgende soorten activiteiten:

Conclusie

activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven. Dit zijn verschillende

Groepsrisico, aandachtsgebieden en voorschriftengebieden

Wat betreft het aspect omgevingsveiligheid is er sprake van een even-

milieubelastende activiteiten uit het Bal;

Het groepsrisico is een concretisering van de wettelijke verplichting dat

wichtige toedeling van functies aan locaties.

het Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor;

het omgevingsplan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties

buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieu-

moet inhouden ook met het oog op het waarborgen van de veiligheid.

5.16

belastende activiteit in het Bal;

Het groepsrisico gaat over de kans per jaar dat tien of meer personen

windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in

overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen

het Bal.

een aandachtsgebied (artikel 5.15, lid 1 Bkl). Er zijn drie typen aan-

dachtsgebieden (artikel 5.12 Bkl): In het van rechtswege ontstane omgevingsplan van de gemeente ’s-

1. brandaandachtsgebied;

Hertogenbosch worden beperkingen met betrekking tot externe veilig-

2. explosieaandachtsgebied;

heid genoemd, waarbij milieubelastende activiteiten, transportroutes en

3. gifwolkaandachtsgebied.

Trillingen

5.16.1 Toetsingskader Trilling kan nadelige gevolgen hebben voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. De Omgevingswet beschermt (delen van) trillinggevoelige gebouwen en de mensen die daarin verblijven tegen trillingen van activiteiten (art. 5.80 Bkl). Hieronder vallen gebouwen met een woonfunctie, onderwijsfunctie, gezondheidszorgfunctie, bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied en de bijbehorende nevengebruiksfuncties.

buisleidingen aan bod komen (artikel 22.39b). Voor beperkt kwetsbare, kwetsbar en zeer kwetsbare gebouwen en beNaast de eerdergenoemde activiteiten die als risicobronnen worden be-

perkt kwetsbare en kwetsbare locaties binnen een aandachtsgebied

schouwd, bevat het Bkl ook instructieregels voor de volgende risicobron-

moet het bevoegd gezag het groepsrisico verantwoorden en moet ad-

nen:

vies bij de Veiligheidsregio worden ingewonnen (artikel 5.2 Bkl).

opslaan, bewerken en herverpakken van vuurwerk (afdeling 5.1.2.4);

Zonneweide Dungense Polder

Bij het mogelijk maken van trillinggevoelige gebouwen (zoals woningen) in de buurt van spoorwegen moet het aspect trilling worden beoordeeld in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Zo moet in beginsel binnen een afstand van 100 meter van een spoorweg het risico op trillinghinder worden beoordeeld. In sommige gevallen is het nodig om het onderzoeksgebied uit te breiden tot 250 meter aan

33

weerszijden van het spoor. Hier kan bijvoorbeeld sprake van zijn als er reeds klachten door trillinghinder van het spoor op een grotere afstand dan 100 meter bestaan.

doen. De gemeente ’s-Hertogenbosch heeft dit gedaan in de Nota Par-

5.17.3

keernormering 2021. De activiteit dient in dit geval aan het gemeentelijk

De aspecten verkeer en parkeren vormen geen belemmering voor het

beleid te worden getoetst.

initiatief.

Om de mogelijke trillingshinder in kaart te brengen kunnen de SBR-richtlijn, de Beleidsregel Trillingshinder Spoor en de Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen worden gebruikt.

5.17.2

5.16.2

Onderzoek

nadere toetsing aan dit aspect kan daarom redelijkerwijs achterwege blijven.

In de huidige situatie bestaat het projectgebied uit agrarische gronden. werking. Er zal uitsluitend sprake zijn van incidenteel verkeer ten behoeve van onderhoud, controle en beheer van de zonneweide en de groene inpassing. Hierbij is uitgegaan van maximaal 2 motorvoertuigbewegingen (lichte busjes) per maand. Er zal gebruik worden gemaakt van de bestaande infrastructuur.

Conclusie

Het aspect trillingen vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.

5.17

Verkeer De nieuwe functie heeft een verwaarloosbare verkeersaantrekkende

De ontwikkeling maakt geen trillinggevoelige gebouwen mogelijk. Een

5.16.3

Onderzoek

Verkeersgeneratie, -afwikkeling en parkeren

In de aanlegfase van de zonneweide zal wel (tijdelijk) een toename plaatsvinden van verkeer. Het gaat hier onder meer in de vorm van vrachtwagens en busjes die de materialen komen leveren. Gelet op de

5.17.1

Toetsingskader

tijdelijkheid van de verkeersbewegingen en het relatief beperkte aantal

Bij het toelaten van een nieuwe functie moet worden aangetoond of

zal het initiatief geen negatieve effecten in verkeerskundig opzicht ople-

sprake is van een (extra) parkeerbehoefte voor auto’s en fietsen en wat

veren.

het effect is op de bereikbaarheid en de verkeersafwikkeling. Er mag geen onaanvaardbaar effect op de omgeving optreden.

Parkeren De zonneweide betreft een bedrijfsmatige functie, maar van vaste werk-

Om te bepalen wat de effecten van de activiteit op de verkeersaantrek-

nemers of verblijvende personen ter plaatse is geen sprake. Incidenteel

kende werking van het projectgebied zijn, kan gebruik worden gemaakt

zal er sprake zijn van een parkeerbehoefte bij onderhouds-, beheer-,

van de kengetallen van het Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in

controlewerkzaamheden e.d. In dat geval kan gebruik worden gemaakt

grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek (CROW) (publi-

van een toegang tot het terrein, dan wel van de berm van de Bossche-

catie 381). Deze kengetallen zijn algemeen erkend en geven een indica-

weg. De incidentele parkeerbehoefte kan daarmee in voldoende mate

tie van de met de ontwikkeling gepaard gaande extra verkeersgeneratie.

worden opgevangen op eigen terrein. Gelet op de beperkte aanwezig-

Ook bieden ze richtlijnen voor het aantal te realiseren parkeerplaatsen.

heid van personen voor onderhouds-, beheer-, controlewerkzaamheden

De CROW-kengetallen zijn richtlijnen waarvan afgeweken kan worden.

is het aanleggen van permanente parkeerplaatsen niet noodzakelijk.

Gemeenten kunnen ervoor kiezen om zelf parkeerbeleid met parkeernormen vast te stellen waar nieuwe ontwikkelingen aan moeten vol-

Zonneweide Dungense Polder

Conclusie

5.18

Water

5.18.1

Toetsingskader

Middels de weging van waterbelangen dient inzicht te worden geboden in de effecten van het initiatief op stedelijk afvalwater, grondwater en hemelwater. De weging van het waterbelang zorgt er voor dat per initiatief de klimaatbestendigheid van het watersysteem en een water robuuste inrichting van de omgeving vroegtijdig in de planvorming worden betrokken (artikel 5.37 lid 1 van het Bkl). Daarbij is het van belang dat er op een gestructureerde wijze afstemming tussen waterschap en de gemeente plaatsvindt, waarbij een constructieve en doorlopende afstemming van belang is. Voor ieder ruimtelijk plan is een formele weging van het waterbelang noodzakelijk. De weging van het waterbelang is een instrument waarmee de waterhuishoudkundige belangen een doorlopende positie krijgen in het ruimtelijke beleid, niet alleen op basis van concrete ontwikkelingen. Door samenwerking met de verschillende bevoegdheden (Gemeente, Provincie, Waterschap, Rijk) wordt gestreefd naar een duurzaam watersysteem. Rijksbeleid Het Nationaal Water Programma 2022-2027 (NWP) is de opvolger van het Nationaal Waterplan uit 2015. Het NWP geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode tot en met 2027 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het NWP richt zich op schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is.

Ook worden de maatregelen genoemd die hiertoe worden genomen, waaronder het overstromingsrisicobeheerplan en stroomgebiedbeheerplannen voor de rijkswateren.

34

Beleid waterschap De Dommel Waterbeheerprogramma 2022-2027 - Water als basis voor een toekomstbestendige leefomgeving Het water- en bodemsysteem is onontbeerlijk voor een gezonde en leefbare ruimtelijke inrichting van Noord-Brabant. Meer dan ooit is het be-

Waterschap De Dommel hanteert drie principes die inhoudelijke sturing

is een principeprofiel hiervoor opgenomen. Gezien de lengte van de wa-

geven aan de watertransitie:  Elke druppel vasthouden en infiltreren waar deze valt.  Functies passen zich aan het bodem- en watersysteem aan.  Wat schoon is moet schoon blijven.

tergang (circa 300 meter) wordt hiermee meer dan voldoende extra ber-

langrijk om rekening te houden met het concept van de lagenbenadering

ging gerealiseerd. Het waternetwerk vormt een belangrijke pijler onder de ontwikkeling. Aan de westkant van het projectgebied ligt een A-watergang, de Dun-

om een toekomstbestendige leefomgeving te waarborgen. Door klimaat-

5.18.2

Onderzoek

verandering en ruimtelijke druk, staat immers de veerkracht van het wa-

Het planvoornemen betreft de realisatie van een zonnepark met een op-

meter reikt over het projectgebied. Binnen deze zone worden geen zon-

ter- en bodemsysteem onder druk. De lagenbenadering beschrijft de

pervlakte van ca. 7 hectare. In de huidige situatie is het plangebied ge-

nepanelen en bijbehorende voorzieningen bij het zonnepark geplaatst.

ruimte in drie lagen. De eerste laag bestaat uit de fysieke ondergrond,

heel onbebouwd en onverhard en bestaat dit uit agrarische gronden.

Ook wordt hier geen beplanting aangebracht, die het onderhoud van de

het water- en bodemsysteem. De tweede laag bevat netwerken van in-

Het plan heeft daarmee mogelijk relevante gevolgen voor de waterhuis-

watergang belemmert. De A-watergang blijft geheel behouden en kan

frastructuur met onder meer wegen, spoorlijnen en waterwegen. Tot slot

houding. Voor het project is een waterparagraaf opgesteld. Deze is op-

blijven functioneren als primaire afwatering.

de derde laag met de menselijke activiteiten zoals wonen, werken en re-

genomen in bijlage 6. Hierna worden de voornaamste uitgangspunten

creëren en de fysieke neerslag daarvan.

en randvoorwaarden besproken.

Ruimtelijke planning en gebiedsontwikkeling is een proces waarin con-

Waterkwantiteit

gebied en sluiten westelijk aan op de Dungense sloot. De toekomstige

tinu keuzes worden gemaakt. De lagenbenadering helpt in dit keuze- en

Als gevolg van de beoogde ontwikkeling zal de verharding toenemen.

verkaveling van het zonnepark sluit aan bij deze watergangen. Tussen

afwegingsproces en dient als kwaliteitskader voor alle (ruimtelijke) plan-

De toename aan verharding bestaat uit een opslagcontainer, monito-

de velden met zonnepanelen zijn robuuste open zones voorzien, met

gense Sloot. De bijbehorende onderhoudsstrook met een breedte van 5

Verder zijn aan de randen van en binnen het projectgebied enkele Bwatergangen gelegen. Deze lopen van oost naar west door het project-

nen. Elke laag draagt bij aan de ontwikkeling. De lagenbenadering bete-

ringsgebouw, twee transformatorstations, een inkoopstation en

bloemrijke beheerpaden en natuurvriendelijke oevers. De bedoeling is

kent wel dat een onderliggende laag voorwaarden stelt aan andere la-

energieopslag. Ook wordt een entree aangelegd bestaande uit circa

gen. Zeker vanuit een perspectief van duurzame ontwikkeling zijn veer-

180 m² verharding. De beheerpaden langs de zonnepanelen bestaat uit

den en wordt opgewaardeerd in ecologisch, waterkwaliteits- en bele-

kracht en omkeerbaarheid van ingrepen belangrijke gegevenheden.

onverharde grond (grasland) en zijn niet te beschouwen als en derhalve

vingsoogpunt.

dat het bestaande netwerk van watergangen dus geheel wordt behou-

niet meegenomen als verharding. In totaal is in de toekomstige situatie Met het Waterbeheerprogramma 2022-2027 (WBP5) start Waterschap

circa 400 m² verharding voorzien. De ontwikkeling blijft daarmee onder

Waterkeringen

De Dommel met de ‘watertransitie’: op weg naar een toekomstbesten-

de 500 m² verharding. Op basis van de waterschapsverordening van

Het projectgebied ligt niet binnen de beschermingszone van een water-

dige waterhuishouding. Uiterlijk in 2050 is de waterhuishouding in het

het waterschap is geen vergunning noodzakelijk.

kering.

hele beheergebied toekomstbestendig. Dit betekent een waterhuishouding die in een goede waterkwaliteit voorziet. En een waterhuishouding

Op basis van de ‘Verordening bomen, water en groen 's-Hertogenbosch

die robuust, wendbaar en in balans is met de omgeving. Zowel in het

2021’ van de gemeente dient bij een toename van 500 m² verharding of

bebouwde als het landelijke gebied en van de beekdalen tot en met de

minder gecompenseerd te worden met minimaal 10 mm water per m²

hoge zandruggen. Het grond- en oppervlaktewatersysteem kan de gro-

toename verhard oppervlak. Dit is komt neer op 4 m³ waterberging. De

tere weersextremen opvangen door maximaal gebruik te maken van de

compensatie hiervoor wordt gerealiseerd door de oostelijke watergang

dempende sponswerking van de bodem/ondergrond en de natuurlijke

te voorzien van een flauwe oever met beplanting. In de waterparagraaf

hoogteverschillen voor het vasthouden van water.

Zonneweide Dungense Polder

35

De ontwikkeling heeft geen negatieve effecten op de waterhuishouding. Voor de aanpassingen aan de B-watergangen, duikers en schotbalkstuwen dient een vergunning op basis van de ‘Keur’ aangevraagd te worden. 5.18.3

Conclusie

De ontwikkeling heeft geen negatieve effecten op de waterhuishouding. De realisatie van de zonneweide levert kansen op voor extra waterretentie en draagt bij aan het opwaarderen van het bestaande waternetwerk.

Figuur 5.1: concept waternetwerk projectgebied en omgeving

Hemelwater De projectlocatie biedt voldoende mogelijkheden om het hemelwater op te vangen. Daarbij zullen de panelen worden bevestigd met een kliksysteem waardoor regenwater tussen de kieren van de panelen kan druipen. Dit zorgt voor een betere verspreiding van het water onder de panelen.

Zonneweide Dungense Polder

36

6

6.1

Financiële en maatschappelijke verantwoording

die wenst voor behoud van openheid in het cultuurhistorisch waarde-

Een uitgebreide toelichting op de opzet van de financiële participatie is

volle landschap. Het struweel en de nieuwe bomen zijn daarom verwij-

opgenomen in de separate bijlage bij dit document.

derd, met uitzondering van een bestaande solitaire boom die behouden blijft. In plaats daarvan is buiten het hekwerk een informele zoom van

6.3

Procedure omgevingsvergunning

bloemrijk grasland en struiken opgenomen.

De aanvraag om de omgevingsvergunning heeft onder andere betrekking op het toestaan van een gebruik in afwijking van het geldend be-

Financieel-economische haalbaarheid

De ontwikkeling is voor rekening en risico van de initiatiefnemer. Tussen

Op verzoek van de gemeente is bovendien aan de oostzijde van de

stemmingsplan. In deze paragraaf wordt de procedure rondom de om-

gemeente en initiatiefnemer zal een ontwikkelovereenkomst worden ge-

Dungense Polder een ecologische verbindingsstrook van 25 meter

gevingsvergunning toegelicht.

sloten waarmee de financiële uitvoerbaarheid van het plan wordt ge-

breed toegevoegd. Gedurende het gehele proces is ook afgestemd met

waarborgd. Verder zal mogelijk de ontwikkeling van het zonnepark

Waterschap De Dommel, dat heeft meegedacht over de inrichting van

(deels) gefinancierd worden vanuit de SDE++ subsidie. Als voorwaarde

watergangen, vernatting en natuurvriendelijke oevers om waterhuis-

om in aanmerking te komen voor de SDE++ subsidie is het verkrijgen

houdkundige doelen te realiseren binnen het plan.

Maatschappelijke verantwoording

6.2.1

Omgevingsdialoog

Vaststellingsprocedure

Voor de omgevingsvergunningaanvraag voor onderhavige buitenplanse omgevingsplanactiviteit wordt de reguliere procedure gevolgd. De beslistermijn begint te lopen zodra de aanvraag is ontvangen. Als het be-

van de omgevingsvergunning gesteld als een vereiste.

6.2

6.3.1

Voor het gehele communicatie- en participatieplan wordt verwezen naar de bijlage van onderhavige ruimtelijke motivering. 6.2.2

Financiële participatie

voegd gezag de beslissing op de aanvraag aanhoudt, begint de termijn te lopen op de dag waarop de aanhouding eindigt. De formele procedure start met het indienen van de vergunningaan-

Tijdens het participatieproces is het ontwerp voor de zonneweides meer-

Het streven bij de ontwikkeling van de zonneweide is om te komen tot

vraag met bijbehorende stukken (bouwplan, motivering met bijbeho-

dere keren aangepast, mede op basis van wensen van omwonenden en

100% lokaal eigendom. Dit sluit aan bij de doelstellingen van de ge-

rende onderzoeken, participatiestukken e.d.) bij het college van de ge-

betrokken instanties. Het oorspronkelijke ontwerp uit het projectvoorstel

meente ’s-Hertogenbosch om de energietransitie zo veel mogelijk in sa-

meente. De gemeente zal een kennisgeving over de aanvraag in het

van 2021 was sterk landschappelijk en ecologisch van opzet, met stru-

menspraak met en ten gunste van de lokale gemeenschap vorm te ge-

Gemeenteblad plaatsen. De aanvraag wordt beoordeeld op volledigheid

weelhagen rond elk zonneveld, bloemrijk grasland, natuurvriendelijke

ven.

en juistheid van gegevens. Ook wordt de aanvraag mogelijk doorgezonden naar de gemeenteraad. De gemeenteraad moet in sommige geval-

oevers en behoud van zichtlijnen vanaf de A2. Daarbij werd in samenspraak met Rijkswaterstaat al rekening gehouden met de ruimtereserve-

De invulling van dit lokaal eigendom wordt gerealiseerd via een samen-

len bij het verlenen van de vergunning een (bindend) advies aan het col-

ring voor een eventuele weguitbreiding.

werking met Platform Coöperatief Duurzaam (PCD). Mocht tijdens de

lege geven over de verlening van de vergunning. De gemeente sluit met

verdere uitwerking blijken dat het volledig realiseren van lokaal eigen-

de initiatiefnemer meestal een anterieure overeenkomst vanwege kos-

In 2022 is het ontwerp gewijzigd naar aanleiding van gesprekken met

dom via PCD niet haalbaar is, dan is voorzien in een terugvalscenario.

tenverhaal. Vervolgens wordt het besluit opgesteld. Het college moet

omwonenden: in plaats van losse struweelstructuren werd gekozen voor

In dat geval wordt het lokaal eigendom vormgegeven door middel obli-

binnen 8 weken een besluit nemen op de aanvraag; dit mag éénmaal

een aaneengesloten struweelrand rondom het plangebied, ingericht als

gaties, waarbij bewoners financieel kunnen deelnemen aan het project.

met 6 weken worden verlengd (artikel 16.64 Omgevingswet).

ecologische zone voor onder andere de das. Ook kwamen er bomen-

De verwachte voorwaarden van deze obligaties zijn een looptijd van 15

rijen langs de Kloosterstraat, Bosscheweg en A2 voor een meer samen-

jaar met een jaarlijks rendement van circa 5,5%. Deze voorwaarden zijn

hangend en beschut beeld. In 2024 is het ontwerp opnieuw aangepast

echter indicatief en kunnen nog wijzigen als gevolg van ontwikkelingen

om tegemoet te komen aan het advies van de provincie Noord-Brabant,

in de financiële markten. Ten allen tijden zal er 50 cent per MWh beschikbaar worden gesteld in een omgevingsfonds.

Zonneweide Dungense Polder

6.3.2

Bezwaar en beroep

Na de besluitvorming bestaat voor belanghebbenden de mogelijkheid om bezwaar aan te tekenen. Na het bezwaar is er nog de gelegenheid voor beroep en hoger beroep.

37

7

Belangenafweging en conclusie

In de voorliggende ruimtelijke motivering is het voornemen tot realisatie van een zonneweide op de locatie Dungense Polder, aan de Bosscheweg en nabij de A2, beschreven. Naast de realisatie van de zonneweide met energie-opslagsysteem (BESS) en bijbehorende installaties, voorziet het plan ook in de realisatie van waterberging, groen en landschapsmaatregelen. Uit de voorliggende ruimtelijke motivering blijkt dat het initiatief in lijn is met de relevante beleidskaders op diverse bestuursniveaus en dat de ontwikkeling met de toevoeging van landschaps-, groen- en (potentiële) waterelementen een meerwaarde voor de omgeving oplevert. Het initiatief draagt bij aan het bereiken van de doelstellingen op het gebied van de realisatie van voldoende duurzame energievoorzieningen. Uit de diverse onderzoeken en verantwoordingen in de ruimtelijke motivering blijkt dat er geen onevenredig negatieve effecten voor de omgeving optreden en de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad. Daarmee past de realisatie van het initiatief binnen een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Zonneweide Dungense Polder

38

Amsterdam Nachtwzachtlaan 20 1058 EA Amsterdam +31 (0)20 506 19 99

‘s-Hertogenbosch Willemsplein 2 5211 AK ‘s-Hertogenbosch +31 (0)73 208 91 55

Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen +31 (0)77 373 06 01 info@bro.nl www.bro.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16192063/1