b1 Ruimtelijke motivering Dungense Polder
Tekst van het document
Zonneweide Dungense Polder Ruimtelijke motivering
Zonneweide Dungense Polder
1
colofon
projectnaam Zonneweide Dungense Polder datum 8 okotber 2025 projectnummer P05206 opdrachtgever Lightsource BP BRO projectleider JvdA projectteam TAu, WvdH bron kaft BRO review JvdA
Willemsplein 2 52 11 AK ‘s-Hertogenbosch +31 (0)73 208 91 55 info@bro.nl www.bro.nl
Zonneweide Dungense Polder
2
Inhoudsopgave 5.1.3
1
2 3
Aanleiding en doel
5
1.1 1.2 1.3 1.4
5 5 5 6
Aanleiding Projectgebied Juridisch-planologisch kader Leeswijzer
Beschrijving bestaande situatie Voorgenomen ontwikkeling
7
5.2
5.3
5.4
8 5.5
4
Beleidsmatige aspecten in de fysieke leefomgeving
10
4.1
Verhouding tot Rijksbeleid
10
4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.1.4 4.1.5
10 10 10 11 12
5.7
Verhouding tot provinciaal beleid
12
5.8
4.2.1 4.2.2
12 13
4.2 4.3
16
Verhouding tot gemeentelijk beleid
16
(concept) Omgevingsvisie ‘zin in ’s-Hertogenbosch’ Visie energielandschap Uitvoeringsprogramma Groene Delta II 2018-2021 Verordening Bomen, Water en Groen (2021) Hoogwater Aanpak Brabant Oost (HoWaBo)
16 16 17 18 18
Milieuaspecten in de fysieke leefomgeving
20
5.1
Milieueffectrapportage (m.e.r.)
20
5.1.1 5.1.2
20 20
Toetsingskader Onderzoek
Zonneweide Dungense Polder
5.2.1 5.2.2 5.2.3
20 21 22
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
Cultuurhistorie
22
5.3.1 5.3.2 5.3.3
22 22 22
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
Archeologie
23
5.4.1 5.4.2 5.4.3
23 23 23
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
Activiteiten en milieuzonering
23
5.5.2 5.5.3
24 24
Onderzoek Conclusie
Elektromagnetische straling
24
5.6.1 5.6.2 5.6.3
24 25 25
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
Geluid (spoor)wegverkeer Milieuzonering van zonnepark Toetsingskader Onderzoek Conclusie
28 28 29 29
5.14.1 5.14.2 5.14.3
5.10 Duurzaamheid
5.15.1 5.15.2 5.15.3
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
5.11 Lichthinder
28
5.11.1 5.11.2 5.11.3
28 28 28
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
5.12 Lichtreflectie
32 32 33 33
33 33 34 34
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
5.17 Verkeersgeneratie, -afwikkeling en parkeren
6
29 30 32
5.16.1 5.16.2 5.16.3
5.18.1 5.18.2 5.18.3
27 27 27
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
29
5.16 Trillingen
5.18 Water
27
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
5.15 Omgevingsveiligheid
26 26 26 26 26 26
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
5.14 Natuur en landschap
26
26
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
28 28 28
5.13.1 5.13.2 5.13.3
25 25
5.9.1 5.9.2 5.9.3
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
5.13 Luchtkwaliteit
5.17.1 5.17.2 5.17.3
Gezondheid
5.10.1 5.10.2 5.10.3
5.12.1 5.12.2 5.12.3
25
Geur 5.8.1 5.8.2 5.8.3
5.9
20
20
5.7.1 5.7.2
16
RES 1.0 Noord-Brabant
4.4.1 4.4.2 4.4.3 4.4.4 4.4.5
5
Omgevingsvisie Noord-Brabant TAM-omgevingsverordening Noord-Brabant
Verhouding tot regionaal beleid 4.3.1
4.4
Nationale Omgevingsvisie Kamerbrief Jetten 26 oktober 2023 Instructieregels Rijk (AMvB’s) Klimaatakkoord Gedragscode Zon op Land
5.6
Conclusie
Bodem
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
34 34 34 34
34 Toetsingskader Onderzoek Conclusie
34 35 36
Financiële en maatschappelijke verantwoording
37
6.1 6.2
Financieel-economische haalbaarheid Maatschappelijke verantwoording
37 37
6.2.1 6.2.2
Omgevingsdialoog Financiële participatie
37 37
Procedure omgevingsvergunning
37
6.3.1 6.3.2
37 37
6.3
Vaststellingsprocedure Bezwaar en beroep
28
3
7
Belangenafweging en conclusie
38
Separate bijlagen Bijlage 1 - Landschappelijke inpassing Bijlage 2 - Quickscan Natuurwaarden Bijlage 3 - Aanvullend onderzoek das Bijlage 4 - Stikstofberekening Bijlage 5 - Bodemonderzoek Bijlage 6 - Waterparagraaf Bijlage 7 - Reflectierapport Bijlage 8 - Archeologisch bureauonderzoek Bijlage 9 - Participatieverslag Bijlage 10 - Cultuurhistorisch onderzoek Bijlage 11 - Technische tekeningen Bijlage 12 - 3D impressie
Zonneweide Dungense Polder
4
1
Aanleiding en doel
1.1
Aanleiding
Lightsource BP (hierna: initiatiefnemer) is voornemens een zonneweide te realiseren op een aantal gronden tussen de A2 en de Bosscheweg ten zuidoosten van ‘s-Hertogenbosch. Het gaat hierbij om een zogenoemde zonneweide met energie-opslagsysteem (BESS) en bijbehorende installaties. De locatie waar de zonneweide is voorzien, is bestemd tot ‘Agrarisch met waarden’ en deels bestemd met de dubbelbestemming ‘Waarde Archeologie 1’. Binnen deze bestemming is de realisatie van de zonneweide niet mogelijk. Voor de realisatie van het zonnepark dient derhalve een omgevingsvergunning ten behoeve van het afwijken van het tijdelijk deel van het omgevingsplan te worden aangevraagd. Het betreft in dit geval een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Ten behoeve van de omgevingsvergunningaanvraag dient een ruimtelijke motivering te wor-
Figuur 1.2 Uitsnede vigerend bestemmingsplan ’Buitengebied Noord en
den opgesteld, waarin aangetoond wordt dat het initiatief past binnen
Kloosterstraat’.
een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De voorliggende ruimtelijke motivering voorziet hierin. Ook blijft het projectgebied buiten de vrijwaringszone langs de A2. In de
1.2
Projectgebied
Het projectgebied, met een bruto-oppervlakte van ca. 7,52 hectare (netto ca. 6,46 ha), is gelegen ten oosten van de snelweg A2 aan de Bosscheweg. De percelen waar de zonneweide is beoogd, staan kadastraal bekend als ’s-Hertogenbosch, sectie S, perceelnummers 807 en 828, gelegen ten noorden van het perceel Bosscheweg 62 te Den Dun-
Figuur 1.1 Ligging projectlocatie.
‘Buitengebied Noord en Kloosterstraat’ (vastgesteld op 25 juni 2013), dat onderdeel uitmaakt van het tijdelijke omgevingsplan. In figuur 1.2 is een uitsnede van het vigerend bestemmingsplan opgenomen, met daarin een globale aanduiding van het projectgebied.
gen. In figuur 1.1 is een globale weergave gegeven van de locatie van het projectgebied.
1.3
Op basis van dit bestemmingsplan is de locatie gelegen binnen de be-
Juridisch-planologisch kader
In het projectgebied is het op 1 januari 2024 van rechtswege ontstane tijdelijk omgevingsplan van de gemeente ’s-Hertogenbosch van toepassing. De locatie is gelegen in het plangebied van het bestemmingsplan
Zonneweide Dungense Polder
zuidwestelijke hoek van het projectgebied geldt de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie – 1’. Op grond van deze bestemming geldt een omgevingsvergunningplicht bij ingrepen groter dan 1 m² en meer dan 50 cm beneden maaiveld. Uit de bestemmingsomschrijving voor de bestemming ‘Agrarisch met waarden’ volgt dat het realiseren van een zonneweide op gronden met deze bestemming functioneel gezien niet rechtstreeks is toegestaan.
stemming ‘Agrarisch met waarden’. In de omgeving van de zonneweide
Daarom wordt met een omgevingsvergunning afgeweken van het tijde-
is tevens een watergang aanwezig met de bestemming ‘Water’, een be-
lijke omgevingsplan.
staand pad met de bestemming ‘Verkeer’ en een motorcrossterrein met
Voor de zonneweide, het energieopslagsysteem en bijbehorende instal-
de bestemming ‘Sport’. De zonneweide blijft buiten deze gebieden.
laties gaat het niet om een inrichting. De zonneweide, inclusief het energieopslagsysteem en alle bijbehorende installaties, wordt gekenmerkt
5
als bouwwerk, geen gebouw zijnde. Er is namelijk sprake van een constructie van enige omvang van metaal of ander materiaal welke is verbonden met de grond. Niet voldoen de zonnepanelen, het energie-opslagsysteem en de installaties aan de definitie voor een gebouw. Er is namelijk bij deze elementen geen sprake van een voor mensen toegankelijke ruimte. De vereisten welke gelden voor gebouwen zijn dan ook niet van toepassingen op de ontwikkeling. Binnen de bestemming ‘Agrarisch met waarden’ mogen echter ook geen bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden opgericht. De realisatie van een zonneweide binnen het bestemmingsplan is al met al zowel functioneel als ruimtelijk niet rechtstreeks mogelijk. Er dient derhalve van het tijdelijke omgevingsplan te worden afgeweken door middel van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Tevens is voor de realisatie van het plan een omgevingsvergunning voor de activiteit ruimtelijk bouwen benodigd voor het plaatsen van de bouwwerken. De voorliggende ruimtelijke motivering ziet toe op de onderbouwing voor deze twee vergunningonderdelen. Voor de technische bouwactiviteit is geen omgevingsvergunningplicht aan de orde. Hiervoor volstaat een melding.
1.4
Leeswijzer
Deze ruimtelijke motivering bestaat uit verschillende onderdelen. Hoofdstuk 1 bevat een beschrijving van de aanleiding, een aanduiding van het projectgebied en het vigerende juridisch-planologische kader. In hoofdstuk 2 is een beschrijving van de bestaande situatie opgenomen, waarna in hoofdstuk 3 de beoogde ontwikkeling wordt beschreven. Vervolgens wordt in hoofdstuk 4 getoetst aan het relevante beleid op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. Hoofdstuk 5 gaat in op de diverse relevante (milieu)aspecten in de fysieke leefomgeving. In hoofdstuk 6 worden de financiële en maatschappelijke verantwoording besproken, waarna in hoofdstuk 7 wordt afgesloten met een belangenafweging en conclusie.
Zonneweide Dungense Polder
6
2
Beschrijving bestaande situatie
Het projectgebied waarop de omgevingsvergunningaanvraag en de voorliggende ruimtelijke motivering van toepassing zijn, betreft een aantal gronden op de grens van de Dungense Polder ten zuidoosten van ’sHertogenbosch, gelegen naast de A2. In de directe omgeving van het plangebied is vrijwel geen bebouwing aanwezig. Aan de overzijde van de A2 ligt een golfterrein en aan de overzijde van de Zuid-Willemsvaart ten noorden van het projectgebied ligt het bedrijventerrein ‘De Brand’. Oostelijk van het projectgebied, aan de overzijde van de Bosscheweg, ligt een motorcrossterrein met bijbehorende parkeerplaats. Daarachter is de waterplas Meerse Plas gelegen. Het gebied tussen de A2 en de Bosscheweg/Kloosterstraat wordt gekenmerkt door grootschalig open landschap, waarbij de gronden worden gebruikt ten behoeve van agrarische activiteiten. Het gebied Dungense Polder maakt van oorsprong onderdeel uit van de moerasachtige delta van de rivieren Dommel en Aa. Echter is dit gebied in de jaren zestig / zeventig herverkaveld tot modern landbouwgebied. Hierdoor zijn veel dan de landschappelijke en cultuurhistorische waarden verloren gegaan. Het gebied heeft overwegend een agrarisch karakter. Het projectgebied zelf is nagenoeg geheel onverhard en er is geen bebouwing aanwezig. In figuur 2.1 zijn enkele foto’s opgenomen van de huidige situatie.
Zonneweide Dungense Polder
Figuur 2.1 Huidige situatie bezien vanaf de Bosscheweg (boven) en vanaf de
7
3
Voorgenomen ontwikkeling
De gemeente ’s-Hertogenbosch heeft op 7 juli 2020 de Visie ‘Energielandschap’ vastgesteld. In deze visie zijn zones aangewezen voor potentiële duurzame energievoorzieningen door middel van zonne-energie. Daarnaast worden vereisten beschreven waaraan initiatieven moeten voldoen om in aanmerking te komen voor de realisatie van een zonneweide.
gense Polder. Het gaat hierbij om een zogenoemde zonneweide met energie-opslagsysteem (BESS) en bijbehorende installaties. Het doel hiervan is de gronden binnen het besluitgebied bedrijfsmatig te exploiteren voor het opwekken van zonne-energie. Voorliggend initiatief zal een bijdrage leveren aan de duurzaamheidsdoelstellingen van de gemeente ’s-Hertogenbosch. De zonneweide zal een verwachte opwek van ruim 9.000 MWh aan duurzame energie op jaarbasis genereren, goed voor de energievoorziening van meer dan 2.500 huishoudens. Conform de visie ‘Energielandschap’ valt het projectgebied in de zogeheten ‘inpassingszone’ (trede 2 van de ‘zonneladder’, waarop in par. 4.4.1 nader wordt ingegaan). Het ontwerp van de zonneweide is gebaseerd op de gestelde kaders van de Visie ‘Energielandschap’ (vastgesteld op 7 juli 2020). Deze visie stelt dat de ontwikkeling van een zonneveld integraal moet worden benaderd, waarbij bijvoorbeeld gedacht kan worden aan: De ruimtelijke structuur van het kleinschalige natte landschap te versterken, door het toevoegen van nieuwe watergangen.
De recreatieve gebruiksmogelijkheden te verruimen, door de aanleg van openbare wandel- en kuierpaden.
Rekening houden met en/of versterking van de cultuurhistorische waarden.
Het principe bestaat uit een netwerk van bestaande watergangen met natuurlijke overgangen naar de zonnevelden. Het resultaat is een natuurlijke gradiënt met tal van habitats voor flora en fauna. Deze structuur
Landschappelijk inpassingsplan
behoudt het vrije zicht vanuit de A2 richting Den Dungen en geeft het
In het landschappelijk inpassingsplan in bijlage 1 is uitvoerig ingegaan
gebied een heldere structuur en groenere uitstraling. De nieuwe groene
op de ruimtelijke en landschappelijke inpassing van het initiatief binnen
structuur zal een ecologische verbinding creëren met de bestaande
het gebied. De schaal van het landschap kenmerkt zich door de aanwe-
structuren. Dit vormt ook een stapsteen voor de otter vanaf de Bossche
zige watergangen. De structuren van deze watergangen vormen de dra-
Broek.
gers van het gebied en de positionering van de zonnepanelen sluit
Dit planinitiatief ziet op een ‘zon op land’ locatie, gelegen in de Dun-
daarop aan. Het gebied wordt dusdanig ingericht dat de bestaande wa-
Het gebied wordt verduurzaamd door het aanvullen van de bestaande
tergangen worden versterkt. Dit zorgt ervoor dat de openheid tussen
groenstructuur langs de wegen. Bij de inpassing van zonnepanelen ont-
deze gebieden geborgd blijft.
staan er ook mogelijkheden om het grondprofiel aan te passen. De bestaande watergangen worden dieper uitgegraven en er wordt oeverbe-
Verder is naast de A2 door het Rijk een reserveringsgebied aangewe-
planting toegepast om bij te dragen aan de biodiversiteit. Er wordt te-
zen voor de eventuele uitbreiding met één rijstrook. Hier is al in voorge-
vens een duiker aangelegd om de watergangen met elkaar te verbin-
sorteerd waarbij gronden al in eigendom zijn om de verbreding te reali-
den.
seren. Met het ontwerp en met de landschappelijke inpassing is hier rekening mee gehouden, zodat er in de toekomst geen aanpassingen no-
Door een groene overgangszone in te zetten ontstaat de mogelijkheid
dig zijn als de verbreding wordt gerealiseerd. Om zorg te dragen dat
om het benodigde hekwerk achter/in deze groenstructuren te plaatsen,
deze eventuele verbreding geen invloed zal hebben op de te realiseren
waardoor er vanuit de buitenkant geen zicht op het hekwerk is. Verder
zonneweide en de inpassing met versterking in de biodiversiteit, is een
wordt er gekozen voor panelen met een maximale hoogte van 1,7 meter
riante buffer aan deze zijde aangehouden. Deze kwaliteitsimpuls voor
in een zuid opstelling, wat automatisch ook inhoudt dat de panelen
de biodiversiteit zal geborgd worden in een Biodiversiteit Management-
verder uit elkaar komen te staan, waardoor er een groter ruimtebeslag
Plan, ofwel BMP. Dit plan zal dan worden geïmplementeerd en uitge-
ontstaat. Als aanvulling daarop zal initiatiefnemer gebruik maken van
voerd, middels voortdurende monitoring-, onderhouds- en rapportage-
zogeheten bifaciale panelen. Bifaciale zonnepanelen zijn een type
vereisten.
zonnepaneel dat zonlicht aan beide zijden kan opvangen en omzetten in elektriciteit. In tegenstelling tot traditionele monofaciale zonnepanelen,
Inpassing van zonnepanelen op agrarische percelen kan een positieve
die alleen licht aan de voorkant absorberen, kunnen bifaciale panelen
uitwerking hebben op de verrijking van de biodiversiteit en het positief
ook licht dat van de achterkant komt benutten. Het absorberen van
beïnvloeden van de kwaliteit en hoeveelheid van het grondwater. Hier-
diffuus licht op de achterkant is bijvoorbeeld handig op bewolkte dagen
onder worden deze punten toegelicht.
of in gebieden met minder direct zonlicht.
De ecologische kwaliteit te versterken, door het toevoegen van water als onderdeel van de moerasachtige delta.
Zonneweide Dungense Polder
8
Vooral in omgevingen waar licht wordt gereflecteerd door oppervlakken
de beoogde inpassing en versterking van de natuur zal het zicht op de
zoals water of lichte grond zullen ze meer energie opleveren. De pane-
‘opgehoogde’ A2 worden vervangen door een natuurlijke landschappe-
len bieden ook meer vrijheid in hoe ze geplaatst kunnen worden, zoals
lijke inpassing met doorkijken over de watergangen.
in verschillende richtingen of hellingshoeken. Dit maakt ze geschikt voor een open veld. Ook hebben de bificiale zonnepanelen vaak een lagere temperatuurcoëfficiënt, wat betekent dat ze efficiënter blijven werken bij hogere temperaturen. Het initiatief geeft het gebied een meer natuurlijk karakter door het toepassen van de verschillende types groen: struweelhagen, ruigte, bloemrijk grasland, natuuroevers en bredere watergangen. Vooral de natuur krijgt hierbij veel ruimte in de vorm van zowel leefgebied als veilig netwerk door het nu eentonige agrarische landschap. Door repetitief wilddoorgangen in het hekwerk aan te leggen kan in combinatie met maatregelen voor o.a. insecten en vogels een rijk foerageergebied voor grondgebonden zoogdieren gerealiseerd worden. De doorgangen zullen groot genoeg zijn voor bijvoorbeeld de das en de otter, welke momenteel in het gebied voorkomen. De aanleg van takkenrillen, steenhopen, struikgroepen en een waterlichaam op de planlocatie zorgen voor versterking voor vogels, grondgebonden zoogdieren en reptielen en amfibieën, waarbij voor de laatste groep inheemse onderwatervegetatie en oevervegetatie toegevoegd dient te worden. De ‘opgehoogde’ A2 zorgt ervoor dat functies en gebruikers aan de overzijde van de A2 niet of nauwelijks zicht zullen hebben op de zonneweide.
Ten zuiden en oosten van het projectgebied zijn vrijwel geen belanghebbenden gesitueerd. Enkele (agrarische) bedrijven met woningen bevinden zich op relatief grote afstand van het projectgebied, Deze woningen en/of bedrijven hebben door het aanwezige groen en de afstand ook nauwelijks zicht op het initiatief. Verder zal de zonneweide ingepast worden met ruime stroken voorzien van groenblijvende beplanting. Door
Zonneweide Dungense Polder
Figuur 3.1: Inrichting toekomstige situatie (zie voor een kaart op grotere schaal bijlage 1)
9
4
Beleidsmatige aspecten in de fysieke leefomgeving
4.1.2
Kamerbrief Jetten 26 oktober 2023
frastructuur. Het beoogde project is gelegen langs de A2 en sluit daar-
gronden voor zonnepanelen in principe ongewenst is. Aan zonnepane-
mee aan bij deze beleidslijn. De gemeente geeft in haar visie ook zelf
len op landbouw- en natuurgronden wordt slechts toegekomen indien
aan dat deze locaties als allereerst ingevuld zal worden. Binnen de tenderprocedure is dit project als winnend initiatief geselecteerd.
4.1
Verhouding tot Rijksbeleid
het gaat om de volgende uitzonderingen:
4.1.1
Nationale Omgevingsvisie
A. Agri-PV: combinatie van een substantiële agrarische functie met
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Ne-
voorkeur voor locaties met een verstoord karakter, zoals zones langs in-
In de kamerbrief wordt gesteld dat het gebruik van landbouw -en natuur-
een zonnepark;
Zoals toegelicht, is het realiseren van zon op daken en/of bebouwd ge-
B. landbouwgronden die op basis van bestuurlijk bindende afspraken
derland. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen Nederland staat,
bied niet voldoende om te kunnen voldoen aan de doelstelling van duur-
in transitie zijn, waarbij het zonnepark financieel bijdraagt aan het
wat daarbij de nationale belangen zijn, welke keuzes er gemaakt moe-
zame energietransitie binnen de gemeente ’s-Hertogenbosch. Het reali-
mogelijk maken van de gebiedsgerichte opgaven voor een maxi-
ten worden en welke richting het Rijk meegeeft aan decentrale keuzes.
seren van zonneweiden in het landelijk gebied, en in dit geval landbouw-
male periode (30 jaar);
grond, is noodzakelijk. Van belang hierbij is dat de ruimtelijke kwaliteiten
Die keuzes hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leef-
C. de aanleg van zonneparken op gronden betekenisvol bijdraagt aan
omgeving, de maatschappelijke opgaven en economische kansen die
van het gebied niet te veel worden aangetast en de (maatschappelijke)
de vermindering van de netcongestie of zorgt voor vergroting van
daarbij horen. Met de Nationale Omgevingsvisie geeft het Rijk een lan-
meerwaarde in acht wordt genomen. In hoofdstuk 3 is aangetoond dat
een efficiënter netwerkgebruik (netneutraal).
met deze ruimtelijke kwaliteiten en maatschappelijke meerwaarde reke-
getermijnvisie om de grote opgaven aan te pakken. In de NOVI zijn deze
ning is gehouden. Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling in lijn
maatschappelijke opgaven samengevat in vier prioriteiten:
Doorwerking projectgebied
1. ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;
Het realiseren van een zonneweide levert een belangrijke bijdrage aan
2. duurzaam economisch groeipotentieel;
een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, welke ook in
Conclusie
2050 CO2 arm is. Specifiek aan zonneweiden is aandacht besteed in de
De ontwikkeling is in lijn met het de NOVI en kamerbrief Jetten.
3. sterke en gezonde steden en regio’s; 4. toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
is met de NOVI.
Uitvoeringsagenda van de NOVI. Hierin wordt gesproken over de voorkeursvolgorde voor energietransitie (zonneladder), namelijk het realise-
4.1.3
ren van zonnepanelen op daken en gevels, onbenutte terreinen in be-
Artikel 8.0b, eerste lid, van het Bkl bepaalt dat bij een aanvraag om een
bouwd gebied, landelijk gebied (stortplaatsen etc.) en vervolgens op
buitenplanse omgevingsvergunning de instructieregels in hoofdstuk 5
landbouw- en natuurgronden (zie figuur 4.1)
van het Bkl, de provinciale instructieregels en eventuele instructies het
Instructieregels Rijk (AMvB’s)
beoordelingskader vormen van een buitenplanse omgevingsplanactiviDe gemeente ’s-Hertogenbosch heeft vastgesteld dat de potentie van Figuur 4.1: Voorkeursvolgorde zonnelader, Uitvoeringsagenda NOVI.
teit.
zon op dak (trede 1) en ongebruikte terreinen binnen bestaand stedelijk gebied (trede 2) ontoereikend is om de lokale opgave voor duurzame
Uit het tweede lid van artikel 8.0b van het Bkl volgt dat de omgevings-
energieopwekking tijdig te realiseren. Deze conclusie is gebaseerd op
vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit geweigerd
analyses binnen de Regionale Energiestrategie Noordoost Brabant
wordt als:
(RES NOB). Om die reden is ervoor gekozen binnen de visie Energie-
a. de activiteit zou leiden tot een situatie die niet is toegelaten op grond
landschap (zie ook paragraaf 4.4.2) een tender uit te schrijven voor
van instructie(regel)s;
zonne-energieprojecten in het landelijk gebied (trede 3), met expliciete
Zonneweide Dungense Polder
10
b. de omgevingsplanactiviteit betrekking heeft op een voorbescher-
c.
dat de ontwikkeling het beschermen van onder meer de waterbelangen,
Een zonneweide wordt gelet op deze definitie niet beschouwd als een
mingsregel in het omgevingsplan (opvolger van het voorbereidings-
veiligheid, gezondheid, erfgoed en het milieu niet schaadt. Hierdoor ont-
stedelijke ontwikkeling, zie hiervoor ook de uitspraak van de Afdeling
besluit);
staat er geen situatie die niet is toegelaten op grond van de instructiere-
Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 23 januari 2019,
de omgevingsplanactiviteit het uitvoeren van een project waarvoor
gels. Specifiek is van belang dat met de ontwikkeling ook rekening wordt
ECLI:NL:RVS:2019:178. De ladder voor duurzame verstedelijking is dan
een projectbesluit is vastgesteld door provincie of Rijk, belemmert.
gehouden met de ruimtereservering voor de infrastructuur (A2).
ook niet van toepassing op onderhavige ontwikkeling. Wel is er sprake van een zorgvuldige locatiekeuze, met toepassing van de ‘zonneladder’
Het Bkl bevat instructieregels met betrekking tot onder meer de vol-
Gelet op de omvang van de beoogde zonneweide (circa 6,8 hectare) en
van de gemeente (zie nader par. 4.4). Het initiatief is daarmee in lijn met
gende onderwerpen:
het vermogen dat de zonneweide kan opwekken (ca. 9,75 MWp) betreft
het gedachtengoed van de Ladder voor duurzame verstedelijking.
waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2);
het project geen ontwikkeling die conform de Omgevingswet middels de
beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3);
rijkscoördinatieregeling dient te worden gecoördineerd. Het project be-
Conclusie
beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4), waaronder
treft geen project van nationaal belang.
De ontwikkeling is in overeenstemming met de instructieregels van het
instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid
Rijk.
en geur en bodemkwaliteit;
In artikel 5.129g van het Bkl is de Ladder voor duurzame verstedelijking
beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden
opgenomen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een
4.1.4
en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5), waaronder de ladder voor
goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in
Op 28 juni 2019 heeft het kabinet- Rutte III het Klimaatakkoord gepre-
duurzame verstedelijking;
stedelijke gebieden. Het Rijk wil met de introductie van de ladder vraag-
senteerd. Het Klimaatakkoord is een overeenkomst tussen veel organi-
het behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6)
gerichte programmering bevorderen. De ladder beoogt een zorgvuldige
saties en bedrijven in Nederland om de uitstoot van broeikasgassen te-
voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden;
afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastruc-
gen te gaan. Daarmee wordt de opwarming van de aarde beperkt.
het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzie-
turele besluiten. Het belangrijkste doel van het Klimaatakkoord is de CO2-uitstoot in
ningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7),
Klimaatakkoord
waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteits-
De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van een zonneweide
2030 met 49% verminderen vergeleken met 1990. In 2050 moet de uit-
voorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes,
in het landelijk gebied van de gemeente ’s-Hertogenbosch. De gronden
stoot van broeikasgassen met 95% afgenomen zijn. Aan de hand van
aanwijzing van woningbouwcategorieën;
hebben in de huidige situatie een agrarische bestemming. Initiatiefne-
verschillende maatregelen en afspraken met diverse sectoren dienen
het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buiten-
mer wil een nieuwe invulling geven aan het gebied door op een pas-
deze doelen te worden gerealiseerd.
ruimte voor personen (paragraaf 5.1.8).
sende locatie een zonneweide te realiseren, welke bijdraagt aan de transitie naar duurzame energie.
Voor energie is de afspraak gemaakt dat in 2030 70% van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen dient te worden gegenereerd. Om dit te bewerk-
Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder
De eerste vraag die moet worden beantwoord, is of de beschreven ont-
stellingen zijn dertig regio’s benoemd die de ruimte krijgen om te bepa-
meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van
wikkeling een nieuwe stedelijke ontwikkeling betreft. Dit begrip is gedefi-
len hoe zij aan de doelstellingen van het Klimaatakkoord kunnen vol-
spoorwegen en rijkswegen.
nieerd als: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zee-
doen. Gemeente ‘s-Hertogenbosch valt onder de energieregio Noord-
haventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of an-
oost Brabant.
Doorwerking projectgebied
dere stedelijke voorzieningen”.
De beoogde ontwikkeling is niet in strijd met de instructieregels van het Rijk. In hoofdstuk 5 van deze ruimtelijke motivering wordt gemotiveerd
Zonneweide Dungense Polder
11
Doorwerking projectgebied
Daarnaast wordt er gestreefd naar 50-100% lokaal eigendom. Dit is een
den weer worden hersteld naar de originele situatie. Om dit te bekosti-
Onderhavige ontwikkeling is in lijn met de afspraken uit het Klimaatak-
wens vanuit het Klimaatakkoord waardoor de lokale bevolking mee kan
gen hebben initiatiefnemers een kostenpost hiervoor opgenomen in hun
koord. Het zonnepark voorziet in een periode van 25 jaar voor duurzame
profiteren met de opbrengsten van het zonnepark. Tevens is dit in over-
financiële exploitatie. Uitgangspunt is dat de situatie van de gronden na
(hernieuwbare) energie door middel van zonne-energie. Het levert daar-
eenstemming met het gemeentelijk beleid. Om dit te bewerkstellingen
het verwijderen van het zonnepark niet mag verslechteren.
mee een bijdrage aan de landelijke doelstellingen om de CO2-uitstoot te
hebben Energiecoöperatie BeePower en Solarfields in november 2020
verminderen.
een samenwerkingsovereenkomst gesloten.
De juridisch-planologische verankering zal middels een omgevingsvergunningprocedure plaatsvinden. Dit betekent dat middels een omge-
Conclusie De ontwikkeling is in lijn met het Klimaatakkoord. 4.1.5
2. Door een goede locatiekeuze en vormgeving meerwaarde bieden aan de omgeving: de natuur ter plekke zal erop vooruit moeten gaan; omwonenden zullen mee kunnen profiteren.
Gedragscode Zon op Land
Op 13 november 2019 hebben negen partijen de Gedragscode Zon op
De locatie van het zonneweide is passend binnen de omgeving van het
Land getekend. Het gaat om de brancheorganisatie Holland Solar, de
plangebied. Landschappelijk wordt de zonneweide ingepast, zie hier-
vereniging van omwonenden van energieprojecten NLVOW, Energie
voor ook hoofdstuk 3. Aanvullend wordt vermeld dat de locatie ook op
Samen, Greenpeace, Milieudefensie, Natuur & Milieu, de Natuur en Mili-
basis van gemeentelijk beleid passend wordt geacht voor een zonne-
eufederaties, Natuurmonumenten, en de Vogelbescherming. Samen
weide, zie hiervoor ook paragraaf 4.4.1.
vertegenwoordigen deze organisaties meer dan 2 miljoen Nederlanders,
vingsvergunning wordt afgeweken van het vigerend bestemmingsplan. De onderliggende (agrarische) bestemming blijft ongewijzigd. De omgevingsvergunning maakt het mogelijk dat tijdelijk een zonnepark binnen het besluitgebied gerealiseerd en in gebruik mag worden genomen. Conclusie Initiatiefnemer heeft de Gedragscode Zon-op-Land ondertekend en houdt zich daarbij aan de toezeggingen die zijn gedaan vanuit de sector.
4.2
Verhouding tot provinciaal beleid Omgevingsvisie Noord-Brabant
400 energiecoöperaties, 1000 lokale natuur- en milieugroepen, vele be-
In de huidige situatie worden de gronden benut ten behoeve van land-
wonersgroepen en 170 bedrijven in de zonnesector. Met de code erken-
bouw, hierdoor zijn de ecologische waarden van de gronden beperkt.
4.2.1
nen de organisaties dat zon op land nodig is voor het halen van de doe-
Door de realisatie van een zonnepark zijn er kansen om de biodiversiteit
Klimaatverandering heeft nu al een grote impact op de Brabantse leef-
len van de energietransitie. Daarvoor zullen leden van Holland Solar de
in het gebied te versterken. Daarnaast wordt er in overleg met stakehol-
omgeving en gaat in de toekomst nog meer van zich doen gelden. De
volgende principes hanteren:
ders gekeken naar de mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik.
verbranding van fossiele brandstoffen levert op landelijk niveau een bijdrage van circa 75% aan de totale uitstoot van broeikasgassen (door
1. Betrekken van omwonenden in de keuzes over het plan, het ontwerp en de mogelijkheid financieel te participeren.
Tot slot kunnen omwonenden mee profiteren door financiële participatie
CO2-uitstoot). Besparing in het gebruik van fossiele brandstoffen en
in het project.
grondstoffen en het overschakelen naar duurzame vormen van energie-
Initiatiefnemer heeft de Gedragscode Zon-op-Land van Holland Solar
3. Zorgen dat het oorspronkelijk grondgebruik desgewenst mogelijk blijft na de levensduur van het zonnepark; zowel planologisch als fysiek (geen afval, vervuiling; goede bodemkwaliteit).
opwekking zijn de belangrijkste manieren om vanuit Brabant een bijondertekend en committeert zich hiermee aan de basisprincipes aangaande acceptatie en participatie van grondgebonden zonprojecten. Een zorgvuldige, stapsgewijze manier van communiceren en het betrekken van alle relevante stakeholders op het juiste moment vergroot de kans op acceptatie en voldoende draagvlak voor het project in de omgeving. Voor een samenvatting van het participatieproces wordt verwezen
Initiatiefnemer zal voor de realisatie van het zonnepark een bodemonderzoek laten uitvoeren om daarmee de nul situatie van de bodem vast te leggen. Na het verstrijken van de vergunningstermijn zullen de gron-
drage te leveren aan de beperking van de CO2-uitstoot. De provincie heeft als doel voor 2030 ten minste 50% reductie van broeikasgassen ten opzichte van de uitstoot in 1990 en ten minste 50% energie. Voor 2050 is het doel 100% duurzame energie, grotendeels afkomstig uit Noord-Brabant.
naar hoofdstuk 6 van onderhavige ruimtelijke motivering.
Zonneweide Dungense Polder
12
Aanleiding vormen de klimaatafspraken in Parijs en nationaal de afspra-
De doelstelling is een grote uitdaging die vraagt om een actief en gericht
zijn daarbij belangrijk. Ook zet de provincie zich in om de elektrici-
ken over het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen en de
tweesporenbeleid van de provincie:
teitsvraag van de gebouwde omgeving zoveel mogelijke binnen die
omschakeling naar een energie neutrale samenleving. De provincie
omgeving op te wekken.
Verminderen energieverbruik: Energie die je niet verbruikt hoef je
Noord-Brabant wil evenredig bijdragen aan de doelstelling van minder
ook niet op te wekken en levert dan ook geen ruimteclaim of uitstoot
dan 2ºC opwarming (klimaatakkoord). Daarnaast zijn er ook andere re-
op. Daarom is het verminderen van energiegebruik noodzakelijk, on-
Doorwerking projectgebied
denen voor de inzet op de energietransitie. Energie die niet is geba-
der andere in de gebouwde omgeving (warmte, isolatie) via energie-
De ruimtelijke ontwikkeling heeft een directe link met het uitgangspunt
seerd op fossiele bronnen, ligt binnen handbereik en maakt dat de ener-
zuinige apparatuur, door het verminderen van het energiegebruik
om een zo groot mogelijk aandeel in vernieuwbare energiebronnen te
gievoorziening minder afhankelijk wordt van de gasvoorraden in Neder-
van mobiliteit en het terugdringen van industrieel energiegebruik.
realiseren. Verder ziet de provincie Noord-Brabant een grote opgave om
Verduurzaming energie: Van een marginale toepassing van duur-
te kunnen voldoen aan de nationale opgave voor energietransitie.
land of van de import van energie van elders. De hele transitie naar een
goed functionerend en betrouwbaar systeem, gebaseerd op andere
zame technologie wil de provincie via een enorme groeispurt groot-
energiebronnen dan fossiele brandstoffen, duurt decennia.
schalig gebruik maken van energie via wind, zon, water en duur-
Middels onderhavige ontwikkeling kan een belangrijke bijdrage worden
zame warmte.
geleverd aan de provinciale doelstellingen omtrent energietransitie naar
Dit alles tezamen maakt het noodzakelijk dat er nu begonnen wordt met
duurzame energie. In het Provinciaal omgevingsplan wordt aangegeven
het aanpassen van de gehele energievoorziening van productie, opslag
Tegelijkertijd biedt deze uitdaging ook veel kansen. Een duurzame ener-
dat er een goede landschappelijke inpassing gerealiseerd dient te wor-
en transport. Burgers en bedrijven kunnen daardoor nu en in de toe-
gieproductie in combinatie met een goede oplossing van opslag die op
den waarin het ruimtelijk ontwerp van het initiatief wordt onderbouwd.
komst rekenen op een goed functionerend en betrouwbaar energiestel-
grote schaal kan worden toegepast, is ook een belangrijke economische
Zoals in hoofdstuk 2 van deze ruimtelijke motivering reeds is gemoti-
sel. De provincie levert hiermee een bijdrage aan het terugdringen van
motor. Brabant kan op dit gebied met de hier aanwezige kennis en ex-
veerd, wordt aan deze voorwaarde voldaan.
de uitstoot van broeikasgassen en verbeteren tevens de luchtkwaliteit
pertise bij kennisinstellingen en bedrijven één van de leidende innova-
voor de inwoners. Daarbij kunnen kansen verzilverd worden door decen-
tieve regio’s in Europa worden. Tegelijkertijd biedt de opwekking van
Conclusie
trale overheden, al dan niet middels individuele of collectieve energieop-
duurzame energie ook kansen voor het versterken van de sociale sa-
De ontwikkeling is in lijn met de Omgevingsvisie Noord-Brabant.
wekking door (groepen van) bedrijven en burgers.
menhang in de samenleving door lokaal samen te werken, de lokale veerkracht te versterken en het maatschappelijk rendement te verhogen.
4.2.2
De provincie is zich bewust dat zij maar één van de vele noodzakelijke
Brabant ziet zich daarom als innovatief gidsgebied en proeftuin voor de
Op 5 december 2023 is de TAM-omgevingsverordening Noord-Brabant
spelers is, maar ziet Brabant, met onder andere de Brainport, als een
energietransitie. De steden worden pionierhubs voor energieopwekking
vastgesteld. Deze vervangt de interim omgevingsverordening Noord-
goede uitgangspositie om de kansen die de energietransitie oplevert, te
uit zon in combinatie met slimme mobiliteit (de auto als opslag van ener-
Brabant (1 maart 2020, nadien meermaals geactualiseerd). De TAM-
benutten. Door gebruik te maken van technologische innovaties, het
gie). Het Brabantse landschap wordt benut voor opwekking, opslag en
omgevingsverordening is een vertaling van de provinciale Omgevingsvi-
ontwikkelen van diensten en producten met een grote impact op het ver-
transport van hernieuwbare energie. Er liggen hier kansen om dit te kop-
sie naar concrete en juridisch ingekaderde regels.
hogen van de hoeveelheid duurzame energie, levert de provincie een
pelen aan het inspelen op klimaateffecten. En nieuwe digitale toepassin-
bijdrage aan de verbetering van de leefomgeving én zorgt het ervoor in
gen helpen om energieopwekking en -gebruik zo efficiënt mogelijk te
Doorwerking projectgebied
de toekomst om Brabantse economie versterken als ‘innovation lea-
doen.
Op de Basiskaart van de omgevingsverordening is het projectgebied ge-
ders’. Noord-Brabant koppelt het provinciaalbeleid aan het Rijksbeleid
Elektriciteit: voor de periode tot 2030 zet de provincie vol in op het
legen in het ‘Landelijk gebied’ en in het gebied ‘Cultuurhistorische waar-
mogelijk maken van zoveel mogelijk zon- en breed gedragen wind-
den’. Zorgvuldig ruimtegebruik als bedoeld in artikel 5.8 en verder is de
projecten, binnen de spelregels die nu in de provinciale verordening
basis randvoorwaarde voor ontwikkelingen in het landelijk gebied. Voor
een plek hebben gekregen. Draagvlak en sociale randvoorwaarden
het ontwikkelen van zonneparken in het Landelijk gebied zijn, in artikel
en nationale doelen.
Zonneweide Dungense Polder
TAM-omgevingsverordening Noord-Brabant
13
5.54 ‘zonneparken in Landelijk gebied’, specifieke regels opgenomen. Deze regels zijn hierna weergegeven en worden daarna toegelicht. 2. binnen Stedelijk gebied; 3. door meervoudig ruimtegebruik in Landelijk gebied of binnen bestaand ruimtebeslag op bouw-percelen; en 4. op gronden aansluitend op Stedelijk gebied.
Door toepassing van het Overgangsrecht zonneparken (art. 10.12) is er getoetst aan de destijds geldende artikelen. Hier wordt met name art. 5.54 mee bedoeld, gezien dit artikel specifiek van toepassing is op zonneparken in landelijk gebied. Artikel 10.12 Overgangsrecht zonneparken Vanwege een aanscherping van de zonneladder is overgangsrecht opgenomen voor plannen die op het moment van inwerkingtreding van de gewijzigde regeling in een vergevorderd stadium verkeren. Op initiatieven waarover is besloten voor 1 juli 2025 blijft het recht van toepassing zoals dat gold op 1 januari 2024. Vanwege de complexiteit van besluitvorming kunnen Gedeputeerde Staten op verzoek van het gemeentebestuur voor een concreet initiatief deze termijn met een half jaar verlengen als het naar hun oordeel voldoende is aangetoond dat besluitvorming voor 1 juli 2025 niet mogelijk was. Het gaat dan bijvoorbeeld om plannen die aantoonbaar al in een vergevorderd stadium waren op het moment dat de ontwerp TAM-Omgevingsverordening - regelwijziging 1 in procedure is gebracht (31 mei 2024) maar waarover besluitvorming voor 1 juli 2025 niet mogelijk is omdat een onderzoek onverhoopt langere tijd in beslag neemt. Het gaat nadrukkelijk niet om plannen die pas in een laat stadium zijn ontwikkeld en daardoor niet aan de gestelde termijn kunnen voldoen.
Onderhavig planvoornemen bevindt zich op moment van ingaan van de regelwijziging in een al ver gevorderd stadium. Het overgangsrecht is van toepassing. Er is uitstel gevraagd en besluitvorming over de vergunning zal na 1 juli plaatsvinden. Artikel 5.54 Zonneparken in Landelijk gebied Lid 1 Binnen Landelijk gebied is nieuwvestiging mogelijk van zelfstandige opstellingen van zonnepanelen om te kunnen voldoen aan de doelstellingen voor het opwekken van duurzame energie als: a. uit onderzoek blijkt dat de aanleg van het zonnepark noodzakelijk is omdat in onvoldoende mate voorzien kan worden in de behoefte voor duurzame energie: 1. door de ontwikkeling van andere vormen van duurzame energie;
Zonneweide Dungense Polder
De gemeente ’s-Hertogenbosch heeft in de visie ‘Energielandschap’ onderzoek gedaan naar de verschillende mogelijkheden voor het toepassen van duurzame energievoorzieningen. Zonne- en windenergie zijn op dit moment de voornaamste technieken waarmee duurzame energie kan worden opgewekt. Om (tijdig) aan de beoogde doelstellingen op het gebied van duurzame energievoorziening te kunnen voldoen, zijn naast locaties in stedelijk gebied ook voorzieningen in het landelijk gebied nodig. Enkel het benutten van daken en potentieel te benutten andere locaties in bestaand stedelijk gebied voldoet hiervoor niet. Daarom moet ook gekeken worden naar passende andere locaties. Hiernaar is in de visie onderzoek gedaan. Dit heeft geresulteerd in gebieden, waar winden zonne-energie worden uitgesloten, in gebieden waar zonne- én windenergie een plaats kunnen krijgen en gebieden waar inpassing van zonneweides afweegbaar is. Het projectgebied ligt binnen een gebied dat is aangewezen als inpassings-locatie voor zonneweides. Zie nader par. 4.3.1 over deze visie en de relatie tot onderhavig plan. Hierover heeft derhalve een zorgvuldig onderzoek en een afweging plaatsgevonden. Onderhavige locatie ligt overigens aangrenzend aan het bestaand stedelijk gebied. De A2 vormt daarvan de afronding.
en hydrologische waarden van het gebied. Ook wordt extra ruimte voor waterretentie gecreëerd. de maatregelen die getroffen worden om de impact op de omgeving te beperken; Een zorgvuldige landschappelijke inpassing, het gebruik van reflectiebeperkende materialen en het evenwichtig verwerken van hemelwater zorgen hiervoor. de bijdrage die wordt geleverd aan andere maatschappelijke doelen. Er wordt een significante bijdrage geleverd aan de maatschappelijke doelstellingen voor de energietransitie naar duurzame vormen van energievoorziening. Daarnaast wordt er gestreefd naar 50-100% lokaal eigendom, waardoor de mogelijkheid om te participeren gestalte krijgt. Om dit te bewerkstellingen hebben Energiecoöperatie BeePower en Solarfields in november 2020 een samenwerkingsovereenkomst gesloten. d. is geborgd dat het zonnepark tijdelijk, voor ten hoogste 25 jaar, wordt toegelaten; Hiertoe wordt in de vergunning een voorschrift opgenomen. e. juridisch en financieel is geborgd dat na het verstrijken van de termijn de opstelling voor zonne-energie en de daarbij behorende voorzieningen, worden verwijderd. Deze voorwaarde wordt vastgelegd in de vergunning. f.
b. de ontwikkeling past in de gewenste ontwikkelingsrichting, bedoeld in Artikel 5.12, en inzicht is geboden in de maatregelen die worden getroffen om de impact op de omgeving te beperken. Zie hiervoor de toetsing aan artikel 5.12, verderop in deze paragraaf. c.
de ontwikkeling een maatschappelijke meerwaarde geeft, waaronder de mogelijkheid voor de omgeving om te participeren in het project. De maatschappelijke meerwaarde blijkt uit de volgende criteria: de mate van meervoudig ruimtegebruik; Dit wordt, binnen de reële mogelijkheden, gecreëerd door opwaardering van de ecologische
de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in Afdeling 7.2 Regionaal samenwerken; De ontwikkeling is regionaal afgestemd via de Regionale Energiestrategie. Deze wordt in de navolgende paragraaf behandeld. g. de ontwikkeling is afgestemd met de netwerkbeheerder. De initiatiefnemer heeft in vroegtijdig stadium (principeverzoek) contact gehad met netbeheerder Enexis. In een verder gevorderd stadium wordt gekeken om de zonneweide direct te koppelen aan bedrijventerrein de Brand. Artikelen 5.7 t/m 5.10: basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies
14
In par. 5.1.2 van de omgevingsverordening zijn de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies opgenomen. Hierbij wordt op basis van art. 5.7 rekening gehouden met: zorgvuldig ruimtegebruik (art. 5.8);
vermogen van het gebied door het realiseren van extra bergingscapaci-
Art. 5.8 lid 1 is niet van toepassing in onderhavig geval (conform art.
inpassing en inrichting in het in de bijlage opgenomen landschappelijke
5.54 lid 2). Onderhavige ontwikkeling vindt plaats buiten ‘bestaand ruimtebeslag’ als bedoeld in de verordening. Hieraan is een zorgvuldig afwegingsproces voorafgegaan, waarbij onderhavige locatie in de gemeente-
teit en wordt de ecologische waarde van het gebied vergroot, onder meer door het tot stand brengen van een ecologische verbindingszone. Tevens worden op basis van de zorgvuldig bepaalde landschappelijke inpassingsplan landschapsversterkende maatregelen genomen. Zodoende is er sprake van een evenwichtige balans tussen de verschillende lagen.
lijke Visie Energielandschap als geschikte locatie voor zonne-energie
rondom de velden met panelen voor landschappelijk inpassings- en inrichtingsmaatregelen, die passen bij de kenmerken van het gebied. Het betreft onder meer de aanleg van bloemen- en kruidenrijk grasland, behoud van bomen, gebiedseigen struweelbeplanting en verbetering van het netwerk van watergangen. Met name de ecologische strook van 25 meter breed aan de oostzijde zorgt voor een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied. Voor een uitvoerige omschrijving en toelichting wordt verwezen naar de bijlage. Artikel 5.44 Cultuurhistorische waarden.
naar voren gekomen is. Zoals voorgaand reeds gemotiveerd, wordt hier-
De omgevingsvergunning wordt voor de duur van maximaal 25 jaar ver-
Een omgevingsplan ter plaatse van cultuurhistorische waarden:
bij tevens voldaan aan de specifieke regels, zoals gesteld in art. 5.54.
leend. Door de getroffen maatregelen behoudt het plangebied ook na
a. is mede gericht op het behoud, het herstel of de duurzame ontwik-
ontmanteling van de zonneweide in de toekomst voldoende waarde.
keling van de cultuurhistorische waarden en kenmerken zoals be-
de waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering (art. 5.9);
De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. De lagenbenadering omvat de effecten op: 1. de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; 2. de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. 3. de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu.
schreven in de Cultuurhistorische waardenkaart; meerwaardecreatie (art. 5.10). Meerwaardecreatie houdt een evenwichtige benadering in van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken. Zoals op meerdere plaatsen in deze ruimtelijke motivering al is onderbouwd, hebben bij de totstandkoming van dit plan met name de ecologische, landschappelijke en waterhuishoudkundige waarden een voorname rol gespeeld. Het plan draagt bij aan het behoud en de versterking van het waterbergend vermogen van het gebied, uitbreiding van het netwerk van oppervlaktewateren en verbetering van de landschappelijke en ecologische waarden en diversiteit. Daarnaast voorziet het plan in een maatschappelijke en daaruit voortvloeiend ook economische opgave, namelijk het totstandbrengen van een netwerk van voldoende en duurzame energievoorziening met het oog op de toekomst. Al met al houdt het plan op evenwichtige wijze rekening met het aspect meerwaardecreatie
Bij de uitwerking van onderhavig plan is rekening gehouden met de effecten op deze verschillende niveaus. Naast de realisatie van de zonne-
kenmerken van de onderscheiden gebieden en bebouwing; en c.
houdt bij de toedeling van functies en activiteiten rekening met de aanwezige cultuurhistorische waarden en kenmerken en betrekt daarbij de mogelijkheden om die waarden te versterken.
Het gebied Dungense Polder maakt van oorsprong onderdeel uit van de moerasachtige delta van de rivieren Dommel en Aa. Echter is dit gebied in de jaren zestig / zeventig herverkaveld tot modern landbouwgebied. Hierdoor zijn veel dan de landschappelijke en cultuurhistorische waarden verloren gegaan. De gemeente wil de landschappelijke en cultuurhistorische waarden herstellen en heeft daarvoor in het Uitvoeringsprogramma Groen Delta II 2018-2021 concrete ambities geformuleerd (zie ook par. 4.4.2). Voor onderhavig initiatief is van belang dat het initiatief bijdraagt aan de transformatie van een eentonig agrarisch landschap met beperkte landschappelijke, ecologische en recreatieve waarde naar
energievoorziening (netwerklaag), worden verschillende maatregelen
Verder geldt voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dat deze gepaard moeten gaan met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving (art. 5.11).
getroffen om negatieve effecten op de ondergrond te voorkomen dan
Voor onderhavig initiatief is een landschappelijk inpassingsplan opge-
wel beperken. Zo wordt zorgvuldig omgegaan met het waterbergend
steld, dat in bijlage 1 is opgenomen. Er is voorzien in aanzienlijke ruimte
weide, die bijdraagt aan de infrastructuur op het gebied van duurzame
b. stelt regels ter bescherming van de cultuurhistorische waarden en
een gevarieerder landschap waarin deze waarden worden versterkt. De positionering van de velden met zonnepanelen sluit bovendien aan op de herkenbare kavelstructuren in het gebied. Zodoende is in de uitwerking van het initiatief rekening gehouden met de cultuurhistorische waarden en zijn de mogelijkheden om deze te benutten en versterken naar redelijke rato benut. Voor een nadere beschouwing en uitwerking van de
Zonneweide Dungense Polder
15
cultuurhistorische waarden wordt verwezen naar paragraaf 5.3 van on-
Doorwerking projectgebied
3. Welvarend welzijn: Verbeterde voorzieningen en economische
derhavige ruimtelijke motivering.
Voorliggend plan is op de zoekgebieden Zonne-energiekaart van de
kansen. 4. Vorstelijk verbinden: Optimalisering van infrastructuur en bereik-
RES NOB gelegen, in een kansrijk gebied voor de ontwikkeling van een Conclusie
zonnepark. Figuur 4.2 geeft deze kaart weer. De zonneweide draagt en
Voorliggend plan past binnen de regelgeving, ambities en doelstellingen
met ca. 6,8 ha. aan zonnepanelen en een vermogen van ca. 9.262
van de provincie Noord-Brabant. Er wordt voldaan aan de voorwaarden
MWh/jaar bij aan de regionale doelstellingen om te komen tot minimaal
Het document is tot stand gekomen met inbreng van inwoners, bedrijven
voor de realisatie van zonneweides, zoals beschreven in artikel 5.54 en
1,5 TWh duurzaam opgewekte elektrische energie. De zonneweide
en maatschappelijke organisaties. Door participatie en een dynamisch
aan de algemene basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van
wordt op een landschappelijke manier ingepast met oog voor ontwikke-
uitvoeringsprogramma blijft de visie flexibel en kan deze worden aange-
functies.
ling van flora en fauna.
past aan veranderende omstandigheden.
Conclusie
Doorwerking projectgebied
De ontwikkeling is in overeenstemming met de RES 1.0.
Het gebied leent zich om opgaven en functies, zoals cultuurhistorie,
4.3
Verhouding tot regionaal beleid
4.3.1
RES 1.0 Noord-Brabant
4.4
Verhouding tot gemeentelijk beleid
energie het best opgewekt kan worden. Dit wordt het Nationaal Pro-
4.4.1
Omgevingsvisie ‘zin in ’s-Hertogenbosch’
gramma Regionale Energiestrategie genoemd. Op basis van het onder-
De Omgevingsvisie van de gemeente ‘s-Hertogenbosch, vastgesteld op
zoek wordt per regio een Regionale Energiestrategie (RES) vastgelegd.
9 september 2025, biedt een toekomstperspectief voor de ruimtelijke
De RES is een doorvertaling van het Parijs-akkoord en Klimaatakkoord
ontwikkeling van de gemeente. Dit document benadrukt het belang van
naar een regionaal niveau. De gemeentes in de regio Noordoost Bra-
verandering zonder het verlies van identiteit. De visie focust op de
bant hebben samen met de provincie Noord-Brabant, de netbeheerder
balans tussen behoud en vernieuwing, waarbij natuur, cultuurhistorie en
en de Waterschappen Aa en Maas en De Dommel toegewerkt naar de
de gemeenschap centraal staan.
In het Klimaatakkoord, gepubliceerd op 28 juni 2019, is afgesproken dat 30 energieregio's in Nederland onderzoeken hoe en waar duurzame
Concept-RES Noordoost Brabant (RES NOB). Hierin beschrijft de regio de contouren van de strategie voor besparing, grootschalige opwek van
Een belangrijk aspect van deze visie is de unieke ligging van ‘s-Herto-
duurzame energie en de warmtetransitie. De gemeente ’s-Hertogen-
genbosch op de naad van Brabant, een overgangszone tussen zand,
bosch heeft op 18 mei 2021 positief besloten over de vaststelling van de
klei en veengronden. Dit landschap heeft niet alleen historische waarde,
RES 1.0.
maar ook ecologische betekenis, waardoor het een leidraad vormt voor toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen.
De energieopgave voor de regio Noordoost Brabant is minimaal 1,5
baarheid.
waterberging, natuur en energie, slim te combineren. In de omgevingsvisie wordt ook verwezen naar de visie Energielandschap (zie navolgend) waar inpassingsgebieden met mogelijkheden voor inpassing van energieopwek worden benoemd. Dit zijn de hoge zandgronden in het zuid-oosten van de gemeente, waar de Dungense polder onderdeel van uitmaakt. Hier zijn onder voorwaarden van landschappelijke inpassing en het ontwikkelen van ruimtelijke kwaliteit zonnevelden toegestaan, wat in onderhavig plan zorgvuldig is uitgewerkt. In deze inpassingsgebieden is het van belang dat verschillende opgaves worden gecombineerd. Er wordt beoogd om de zonnevelden in landschappelijke kamers in te passen. Het planvoornemen sluit hier goed bij aan. 4.4.2
Visie energielandschap
De gemeente ’s-Hertogenbosch wil in 2050 klimaatneutraal zijn. Om dit te bereiken wil de gemeente omschakelen naar duurzame vormen van energieopwekking. De gemeente heeft niet alleen zelf deze ambitie, maar heeft deze doelstelling middels de Regionale Energiestrategie ook
TWh hernieuwbare elektriciteit. Hiermee draagt de regio bij aan 4,3%
De gemeente ziet vier centrale ontwikkellijnen als leidraad voor beleid
van de totale landelijke opgave (35 TWh). De regio beoogt zonne- en
gemeente een stap zetten in het realiseren van deze ambitie.
windenergie als de voornaamste methoden het doel voor de opwekking
en besluitvorming: 1. Groots vergroenen: Meer groen en natuur in de stad.
van energie te verwezenlijken. Voor beide hernieuwbare bronnen zijn
2. Bouwen aan generaties: Duurzame woningbouw en leefbare wij-
met ruimtelijke impact. Dit betreft zonne- en windenergie. Vanwege de
zoekgebieden aangewezen, waarin zonne- en windenergie mogelijk is.
Zonneweide Dungense Polder
ken.
van het Rijk opgelegd gekregen. Met deze visie energielandschap wil de De visie energielandschap richt zich uitsluitend op productiemethoden impact die deze technieken hebben op het landschap, is het wenselijk
16
sturing te hebben op de ruimte en de voorwaarden die de gemeente hieraan stelt. De visie ener-gielandschap biedt het ruimtelijke afwegingskader dat noodzakelijk is om deze sturing te geven. De gemeente ’s-Hertogenbosch heeft in de visie ‘Energielandschap‘ on-
Centraal staat dat het initiatief:
Doorwerking projectgebied
is afgestemd met de omgeving (participatie), zie hoofdstuk 6;
De ambitie voor de Dungense Polder is in zijn algemeenheid om tot een
passend is bij de maat en schaal van het landschap;
duurzaam ingericht en beheerd agrarisch cultuurlandschap te komen,
het laadvermogen (draagkracht) van het landschap niet overschrijdt,
met ruimte voor natuur, recreatie en cultuurhistorie. Deze ambitie komt
doordat veel ruimte wordt behouden voor landschappelijke inpas-
ook terug in de voorgaand reeds beschouwde Visie Energielandschap
sing, waterberging en ecologische verbetering;
en is daarin concreter vertaald in relatie tot onderhavig initiatief. Met de
de kernkwaliteiten van de locatie niet aantast en de zichtbaarheid
hoofdambitie verband houdend is een aantal specifieke opgaven gefor-
beperkt, onder meer door voldoende zichtlijnen te behouden, aan te
muleerd.
derzocht en afgewogen op welke delen van het gemeentelijk grondgebied zonne-energie inpasbaar is, onder andere gelet op de gebiedstypen binnen de gemeente. In diezelfde visie staat ook beschreven dat
proactief wordt aangesloten de ‘Nationale’ zonneladder. Doorwerking projectgebied Het projectgebied ligt in het deelgebied Dungense Polder. Deze polder heeft cultuurhistorische kwaliteiten en landschappelijke kwaliteiten, met name door het open karakter van het landschap. Verder heeft het potentie voor natuur doordat het gebied voor een deel onderdeel is van de Groene Delta. De polder is kleinschaliger van aard dan andere poldergebieden. Het gebied is eventueel als geschikt geacht voor wind- en zonne-energie, en is niet gewaardeerd als specifiek aantrekkelijk of vrij te waren – er zijn juist verbeteringen mogelijk. De Dungense Polder ligt niet in een zone die gevrijwaard wordt van ontwikkelingen op het gebied van duurzame energie, maar in een gebied waarin zonne-energie inpasbaar is. Dit betreffen de zones die op de kaart ‘inpassen’ uit de visie zijn aangeduid, zie figuur 4.2. Het projectgebied ligt binnen het landschapstype ‘aansluitend aan grootschalige infrastructuur’. De zonneweide past binnen de gestelde kaders van de visie ‘Energielandschap’ voor het aanleggen van een zonnepark. Voorwaarde is dat
sluiten op de bestaande landschappelijke structuren en door de beperkte waarde die het huidige agrarische landschap kent;
nieuwe kwaliteiten toevoegt, waaronder in ieder geval een versterking van de biodiversiteit, meer ruimte voor waterberging en landschappelijke meerwaarde.
Zie hierover nader hoofdstuk 3, bijlage 1 en par. 4.2.2 van deze ruimtelijke motivering. In hoofdstuk 3 is ook reeds beschreven op welke wijze specifiek met de kaders uit de Visie Energielandschap is omgegaan. Voor de uitwerking van de zonneladder wordt verwezen naar par. 4.1.1. van onderhavige ruimtelijke motivering. Conclusie Het plan is passend binnen de kaders van de Visie Energielandschap.
Figuur 4.2 kaart ‘inpassen’ uit visie Energielandschap
4.4.3
Uitvoeringsprogramma Groene Delta II 2018-2021
Voor onderhavig initiatief is van belang dat het initiatief bijdraagt aan de
De gemeente ‘s-Hertogenbosch heeft in de periode 2008-2011 het uit-
transformatie van een eentonig agrarisch landschap met beperkte land-
voeringsprogramma Groene Delta opgesteld en uitgevoerd. Vanwege
schappelijke, ecologische en recreatieve waarde naar een gevarieerder
het succes van dit programma, is een vervolg op dit programma opge-
landschap waarin deze waarden worden versterkt. Het initiatief draagt
steld, in samenwerking met diverse andere partijen. Dit heeft geresul-
hieraan concreet bij door de realisatie van landschappelijke elementen,
teerd in het Uitvoeringsprogramma Groene Delta II 2018-2021. De Dun-
de zonneweide landschappelijk wordt ingepast en ruimtelijke kwaliteit
behoud van doorzichten, realisatie van extra waterbergend vermogen
gense Polder is één van de gebieden waarop dit programma betrekking
toevoegt. Zoals voorgaand in deze ruimtelijke motivering reeds is onder-
en meer (bio)diversiteit. Daarnaast draagt het initiatief bij aan de tot-
heeft.
standkoming van de beoogde ecologische ontwikkelingszone binnen het
bouwd, is dat in onderhavig geval zorgvuldig en doordacht gebeurd.
Zonneweide Dungense Polder
gebied.