A. Brief 16 februari 2022 - Brochure Klein houden compleet - Pastoraat Voor Woonwagenbewoners
Tekst van het document
27
Dat ze ons zouden helpen verder te komen; verder te gaan met ons leven. Nu gaat het alleen om regels en voorschriften. Ik mis de menselijke maat; begrip voor onze afkomst en onze omstandigheden. Nederland is een democratisch land. Welke extra inspanningen dienen door onszelf, de samenleving en de overheid verricht te worden zodat wij verder kunnen bouwen aan ons nu nog zo kwetsbare bestaan? Leven in verschillende werelden Er wordt van ons verwacht dat we ons gelijk maar aanpassen. Dat we alles van vroeger achter ons laten en van de ene op de andere dag gaan leven zoals de Nederlanders leven. Maar dat lukt niet; we zitten nog veel te vol met alles wat we hebben meegemaakt. Onze familie die we hebben achtergelaten leven nog als voorheen; in een heel andere wereld. Door de moderne communicatiemiddelen hebben we nauw contact en worden we dagelijks op de hoogte gebracht van het wel en wee van onze familieleden. In gedachten zijn we bij hen en we leven hun leven mee. Tegelijkertijd proberen we hier een nieuw bestaan op te bouwen. Een bestaan dat compleet anders is. Dit vraagt veel van ons. In Nederland leven we dus eigenlijk in twee werelden; in het moderne Nederland en in de wereld van de Roma op een woonwagenlocatie. Hierdoor is ons leven behoorlijk complex en moeten we alle zeilen bijzetten om onze rust te bewaren in alle hectiek. 28
Mijn achtergronden Er wordt gezegd dat Roma zich niet willen aanpassen aan de maatschappij. Dat willen we wel. Juist wel. Maar het probleem is dat Roma weinig kansen krijgen om zich aan te passen en zich in te zetten in de maatschappij. Wanneer een Roma solliciteert, wordt er al gauw gekeken naar afkomst en verblijfsvergunning. En dan sta je met lege handen. Eén van de eisen voor het verkrijgen van de Nederlandse nationaliteit is dat je een vast inkomen hebt van € 1.600,- per maand. Het is onmogelijk om aan deze inkomenseis te voldoen wanneer je door je achtergrond nauwelijks kans hebt op een baan. Deze vicieuze cirkel moet echt doorbroken worden. Getrouwd met een Nederlandse Roma Ik ben in 2003, ik was toen 17,5 jaar, naar Nederland gekomen en hier getrouwd met een Nederlandse Roma. Mijn man leefde van een uitkering omdat er geen werk voor hem was. Elke drie maanden moest ik me melden bij de gemeente om mijn visum te verlengen. Nadat Slowakije in 2004 lid geworden was van de Europese Unie, hoefde ik me niet meer bij de gemeente te melden. Ik stond vanaf die tijd permanent ingeschreven bij de gemeente. Door de gemeente werden geen eisen aan me gesteld en ik hoefde ook geen werk te zoeken. In die tijd werden er nog geen inburgeringscursussen en taalcursussen gegeven. Ik burgerde me in vanuit de Romagemeenschap waar ik was ingetrouwd en de taal leerde ik in het dagelijkse leven.
Deze situatie duurde voort tot 2015. In 2015 vroeg ik bij de IND de Nederlandse nationaliteit aan. Tijdens deze aanvraagprocedure merkte ik dat ik beschouwd werd als iemand die niet zoveel te bieden had aan de Nederlandse maatschappij;
iemand die nauwelijks een economische bijdrage zou kunnen leveren. School en opleiding In Slowakije heb ik tien jaar op een uitgebreide basisschool gezeten. Ik wilde daarna graag een beroep leren; het liefst werd ik kapster. Mijn vader had echter geen geld om de dure cursus en de kappersbenodigdheden te betalen. Ik ging thuis helpen in het huishouden. In Nederland trouwde ik vrijwel gelijk en we stichtten een gezin. Hierdoor was er geen sprake meer van dat ik verder kon leren. Er was geen geld voor en als dat er wel was geweest zat de kappersopleiding echt niet te wachten op een jonge Slowaakse vrouw die nog geen Nederlands sprak. Omdat ik geen opleiding heb, was ik in de ogen van de IND weinig waard. Het leveren van een economische bijdrage is voorwaarde voor het verkrijgen van de Nederlandse nationaliteit en mijn aanvraag werd afgewezen. Sterker nog, ik werd verzocht terug te gaan naar Slowakije.
Omdat ik geen opleiding heb, was ik in de ogen van de IND weinig waard. Waarom? Waarom word ik niet op waarde geschat? Ik kan er niets aan doen dat mijn leven zo gelopen is. Ik word nog steeds niet serieus genomen. Mijn leven in de afgelopen 20 jaar in Nederland en de ontwikkelingen die ik heb doorgemaakt worden niet gerespecteerd. Terwijl ik wel degelijk een bijdrage heb geleverd aan de Nederlandse samenleving en de economie. Er wordt blijkbaar onderscheid gemaakt tussen iemand die gestudeerd heeft en zich in Nederland vestigt en iemand die niet gestudeerd heeft. Niet heeft kunnen
studeren omdat de omstandigheden dit niet toelieten. Ik kan geen goedbetaalde baan vinden omdat ik de Nederlandse nationaliteit niet heb en deze baan is vereist voor het verkrijgen van die nationaliteit.
Terwijl ik wel degelijk een bijdrage heb geleverd aan de Nederlandse samenleving en de economie. Een boost Nu ik de Nederlandse nationaliteit niet krijg, word ik verder teruggedrongen naar de rand van de samenleving. Dit is psychisch zwaar en een ongezonde situatie voor mijzelf, voor mijn vier opgroeiende en schoolgaande kinderen en voor de Romagemeenschap waarin ik leef. Mijn status in de samenleving is laag en ik kan deze niet op eigen kracht verhogen. Als de IND mij de Nederlandse nationaliteit zou geven, dan zou mijn eigenwaarde en mijn economische waarde stijgen. Hierdoor zou het vinden van een baan of het volgen van cursussen veel makkelijker worden. In Nederland is momenteel een groot tekort aan arbeidskrachten dus wanneer de IND mensen zoals ik de Nederlandse nationaliteit zou geven, zouden we gelijk ingezet kunnen worden in het arbeidsproces. Ook zouden we gezien worden als volwaardige burgers. Het zou echt een ommekeer betekenen in ons leven; van iemand zonder bestaansrecht tot volwaardige Nederlander. Een complete boost dus. Op deze manier zou de IND meewerken aan ontwikkelingshulp onder de Roma, het verkrijgen van nieuwe arbeidskrachten en het verstevigen van de economie. Win-win voor alle partijen dus.
29
30
31
Het feest van Maria Tenhemelopneming benadrukt de waardering en respect voor de mens Op 15 augustus viert de katholieke kerk het feest van Maria Tenhemelopneming. Dit feest is in 1950 door paus Pius XII tot dogma verklaard. Dat wil zeggen dat bij kerkelijk besluit wordt aangenomen dat Maria met lichaam en ziel is op genomen in de hemel zoals ook haar Zoon ten hemel is opgenomen. Dat laatste vieren we op Hemelvaartsdag. Paus Pius XII wilde met dit besluit de wereld oproepen tot eerbied voor het menselijk lichaam. Dit menselijk lichaam werd in de wereld op een bijzondere manier vertegenwoordigd door Jezus, zoon van de Allerhoogste en zoon van Maria, en door Maria zelf als moeder van haar zoon Jezus. Maria is grote eer toebedeeld
De paus is duidelijk: in de gruwelijke wereldoorlogen in de vorige eeuw is de eerbied voor het menselijk bestaan en het menselijk lichaam met voeten getreden. Juist de gedachte aan Maria, Joodse vrouw en moeder van Jezus, kan ervoor zorgen dat de verloren gegane eerbied voor het menselijk bestaan weer kan gaan groeien. Aan haar is de grote eer toegedeeld om met lichaam en ziel opgenomen te worden in de Hemel. In het Magnificat, de Lofzang van Maria, zegt zij zelf: ‘Mijn ziel prijst en looft de Heer, mijn hart juicht om God, mijn redder; hij heeft oog gehad voor mij, zijn minste dienares. Alle geslachten zullen mij voortaan gelukkig prijzen, ja, grote dingen heeft de Machtige aan mij gedaan, heilig is Zijn naam’. Lucas 1: 46 - 50. Jezus en Zijn moeder Maria worden gezien als de eerstgeborenen; nieuwe mensen die de ultieme oorsprong en bestemming hebben gevonden bij hun Schepper. De nieuwe Adam en Eva. Deze nieuwe mens is overgedragen en 32
wordt doorgegeven aan eenieder die in geloof uit deze eerstgeborenen zijn voortgekomen en ernaar streven hun idealen waar te maken. Oorlogsslachtoffers
Naast vele Joden, militairen en burgers zijn ook reizigers, Sinti en Roma in de vorige eeuw slachtoffer geworden van de gruwelijke wereldoorlogen. Reizigers, Sinti en Roma hebben als kleine rondtrekkende volken onderweg in hun levensonderhoud voorzien. Als reizende, rondtrekkende volken om den brode hebben zij veel weerstand ondervonden van de vijandige samenleving en van de bezetter. In de laatste wereldoorlog, 1940 - 1945, hebben de woonwagenbewoners vaak moeten onderduiken en hebben ze vernederingen moeten ondergaan. Reiswagens, paarden en bezittingen zijn hen door de vijand ontnomen. De Sinti en Roma zijn net als de Joden vervolgd en vele honderdduizenden zijn omgekomen in concentratiekampen. Sinti en Roma werden door de vijand als onmensen betiteld en velen van hen zijn een afschuwelijke dood ingejaagd. In gaskamers, op fusillade-
Versiering mariabeeld nabij de woonwagen
met hand en tand te verdedigen. Om hun identiteit en trots in deze miserabele tijd hoog te houden. Deze ouderen hadden een groot geloof en straalden dat ook uit. Aan hun afzondering en teruggetrokkenheid na de oorlog zitten twee kanten: (1) de angst ontdekt en verraden te worden en dus opnieuw vervolging te moeten ondergaan en (2) de houding van de samenleving en de overheid. Met name die houding is pijnlijk. Er was sprake van een lakse houding. Het leed werd niet erkend en de opvang voor de verlatenen werd niet geregeld. Deze houding zorgde voor vooroordelen en vernederende uitingen. Dubbele knechting dus. Door de Nederlandse staat zijn de Sinti en Roma op kille wijze behandeld. Pas in 1999 is hun leed erkend en is er financiële tegemoetkoming gegeven voor herstel.
plaatsen of gewoon zomaar onderweg tijdens hun reis of op hun vlucht.
Geloof in gerechtigheid en de goedheid van God
Naoorlogs bestaan
Na de oorlog kwam het reizende bestaan weer moeizaam op gang. Sinti en Roma die de vervolging zijn ontvlucht of ontkomen zijn aan de vernietigingsdrang van de bezetter hebben het openbare leven gemeden en zich uit angst voor wat er nog met hen kon gebeuren verschanst in bossen en op afgelegen plekken. Beetje bij beetje ontdekten zij wat er in de oorlog met hun families was gebeurd. Tot op de dag van vandaag werkt deze angst voor de vijand in de generaties door. Reizigers, Roma en Sinti hebben daardoor vaak een afzijdig leven geleid en zijn als paria’s behandeld. Verschillende ouderen onder hen waren leiders die zich krachtig inzetten om de waardigheid en het respect voor elkaar en onder elkaar
De Tenhemelopneming van Maria is een feest voor de hele mensheid. Het feest geeft aan dat elk mens door God geschapen is en in die hoedanigheid de hand van de Schepper in zich draagt. Maria is het prototype van die mens. Zij heeft Jezus in zich gedragen, Hem opgevoed en Hem van nabij gevolgd in zijn Missie. Uiteindelijk heeft zij, na haar heengaan, in Hem voltooiing gevonden in het Vaderhuis; in de Hemel. De reizigers, Sinti en Roma hebben het geloof en het vertrouwen in hun God en Zijn moeder nooit opgegeven. ‘Niet God was schuldig aan de vernedering en vernietiging van hun volk en andere volken, maar de mens die God en Zijn Geest verloochenden’. De reizigers, Sinti en Roma geloven er sterk in dat God ieder oorlogsslachtoffer de waardigheid die hen op aarde is ontnomen zal terug33
geven. Zoals Jezus door een mens vals is beschuldigd, veroordeeld, bespot en de afschuwelijke kruisdood heeft moeten ondergaan, uiteindelijk door God zelf in volle glorie en waardigheid is hersteld. Door Zijn verrijzenis en hemelvaart. Maria, Zijn moeder, is hem daarin gevolgd. Reizigers, Sinti en Roma herkennen zich in deze gebeurtenissen rond Jezus en Maria. Ze herkennen zich in lijden, in dood en in de Tenhemelopneming. Maria’s Tenhemelopneming stemt hen hoopvol en sterkt het vertrouwen in de goedheid en de gerechtigheid van God. Gerechtigheid die speciaal bedoeld is voor mensen die in de oorlog mensonwaardig zijn behandeld. Zij troosten zich met het geloof dat God goed voor hen zal zorgen. Praktijk van het leven
Mariakapelletje in woonwagenstijl
In de praktijk van het leven zien we nog veel te veel dat mensen vanwege hun identiteit worden vernederd. Kinderen worden gepest om hun afkomst. Het komt vaak voor dat niet het beste uit een kind gehaald wordt, juist door vooroordelen, vroegtijdige terugzetten op school, afgeschreven worden of beschouwd worden als achterstandskinderen. En als ze ouder zijn, worden ze gediscrimineerd en komen ze niet in aanmerking voor een stageplaats of voor werk. Alleen omdat ze woonwagenbewoner, Sinti of Roma zijn, worden ze niet uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek. Veel ouderen onder de Sinti en Roma ervaren dat zij niet kunnen participeren in de samenleving omdat het leven om den brode hen is ontnomen. De nomadische levensvorm heeft generatie op generatie betekenis aan hun gezinnen gegeven. In de naoorlogse tijd zagen ze dat leven wegglijden. Er was geen plaats meer voor een rondtrek-
kende bevolking. De ‘ventweg’ werd hen ontnomen. Hun identiteit kwam niet meer aan bod. Er werden geen andere, geschikte, werkzaamheden aangeboden en de ‘ventweg’ veranderde in een ‘snelweg’. De jachtigheid van het leven vernietigde de natuurlijke tred van het dagelijks leven. Misschien is met de ‘snelweg’ - symbolisch gezien - ook de eerbied een waardigheid van het menselijk bestaan in zijn algemeenheid voor een groot deel beschadigd. De verandering van ‘ventweg’ in ‘snelweg’ is ook te zien in de natuur om ons heen. Zelfs rustig grazende koeien worden dag en nacht, winter en zomer, in een kunstmatig verblijf in een stal gezet. De waardigheid en de zelfredzaamheid van het dier wordt hierdoor ingeperkt. In het jachtige bestaan en de zucht naar geld en goed - door de mens zelf veroorzaakt - wordt de kleine mens en het natuurlijke bestaan verdrongen naar
34
een kunstmatige, onpersoonlijke manier van leven. Terwijl ons in de Bijbel juist wordt voorgehouden dat het majesteitelijke van de mens in eenvoud terug te vinden is. ‘Hij heeft oog gehad voor mij, zijn minste dienares’. Huisvesting in de knel
Hun huidige huisvesting ervaren de Sinti en Roma als een grote vernedering. Dat er op de ‘snelweg’ geen plaats meer is voor de woon-reiswagen, is geaccepteerd. Maar dat er, nu het reizen verboden is, geen adequate huisvesting door de gemeente en de woningbouwcorporaties wordt aangeboden is voor hen zeer beschamend. Er zijn nog teveel woonwagenlocaties die erg ver achteraf liggen; deze bewoners voelen zich gedumpt en verwaarloosd. Er zijn nog steeds mensen die, vanwege het uitsterfbeleid van de laatste 20 jaar, geen woonwagen meer mogen bewonen. Dat recht is hen ontnomen. Vele jongeren staan op de wachtlijst voor een standplaats. Een uitzichtloze situatie die ervoor zorgt dat ze zich dan soms maar illegaal een stalletje aanmeten achter de wagen van hun ouders om toch een gezin te kunnen stichten en dicht bij hun familie te kunnen blijven wonen. Er zijn woonwagencentra waar in augustus 2019 een gasaansluiting wordt gerealiseerd terwijl er in de naastgelegen wijk al huizen van het gas gehaald worden vanwege het nieuwe energiebeleid van de overheid. Dit is voor bewoners van de woonwagencentra een beschamende vertoning omdat ook zij hier al 20 jaar voor strijden.
bij de verheffing met lichaam en ziel van Maria bij haar Tenhemelopneming? Hoe ziet hij dit herstel en deze groei voor zich? Allereerst is 15 augustus één van de 365 dagen in een jaar. Dus wat voor 15 augustus geldt, geldt voor elke dag. Dagelijks dient iedereen, vooral degenen die Maria Tenhemelopneming weer officieel vieren, de uitdaging aan te gaan om zich in te zetten voor de waardigheid van en het respect voor de medemens; naar het voorbeeld van Jezus en Maria. Anders gezegd: de mooie viering in de kerk op 15 augustus - de processie en het opsteken van een kaarsje - moet gepaard gaan met het opstropen van de mouwen om het ideaal en de betekenis van dit feest, de waardigheid van de mens in onze nabijheid, waar te maken. Hulp vanuit parochies en kerken
Pastores, pastoraal werkers en vrijwilligers worden gevraagd het doel van het feest van Maria Tenhemelopneming uit te dragen en zich in te zetten voor waardigheid van en respect voor mensen. In de kerkdiensten wordt sterk de nadruk gelegd op en gebeden voor het leven hiernamaals; dat we dat mogen bereiken. Maar tegelijkertijd dient iedereen zich buiten de kerkdienst ook in te zetten om deze ‘heerlijkheid’ en ‘zegen’ daadwerkelijk gestalte te geven in het dagelijks bestaan van mensen die moeten leven in armoede en te maken hebben met uitsluiting. Zoek in de parochie of gemeente mensen op van wie u weet dat ze het moeilijk hebben. Alleen uw bezoek en uw belangstelling is al een uiting van waardering voor de mensen die zich zo alleen en verlaten weten.
Mouwen opstropen
Wat zou paus Pius XII precies bedoeld hebben met het herstellen en laten groeien van de menselijke waardigheid 35
Met andere ogen naar de mens kijken Het leven van reizigers, Sinti en Roma dient met andere ogen bekeken te worden. Zij dienen hun waardigheid te behouden of, als deze zoek is, terug te krijgen. Er moet een einde komen aan het zondebok van de samenleving zijn. ‘Die zonder zonde is gooit de eerste steen’ zegt Jezus tegen de omstanders van de vrouw die door de Schriftgeleerden en Farizeeërs wordt veroordeeld om vernietigd te worden. Wakker worden
Natuurlijk moeten we zelf ook slimmer zijn, wakker worden en niet bij de pakken neer blijven zitten. We moeten ontwaken uit de slaap van de minderwaardigheid. Het Evangelie laat ons zien dat de minderwaardigheid van de mens niet van de Schepper komt. In tegendeel! Minderwaardigheid dient uitgebannen te worden. Dit lezen we in het verhaal van het Laatste Avondmaal, het Lijdensverhaal, de Verrijzenis, het verhaal van de Brooddeling en het Onze-Vader-gebed. Het Laatste Avondmaal als symbool van gelijkwaardigheid
Het Laatste Avonmaal van Jezus symboliseert de waardigheid van ieder mens. Jezus viert, voor hij moet lijden, het Pescha-maal. Hij houdt de maaltijd die herinnert aan de uittocht van de kleingemaakte Israëlieten. Kleingemaakt door de jarenlange onderdrukking door de Egyptenaren. Bij het begin van de maaltijd toont Jezus zich eerst ieders dienaar en wast Hij alle voeten van degenen die aanliggen aan de maaltijd. Hij maakt hiermee duidelijk dat wij allen tafelgenoten zijn; geschapen naar Gods beeld en gelijkenis. Allen bezitten Gods waardigheid. Petrus laat deze voetwassing in eerste instantie niet toe: ‘U mij de voeten wassen’ roept hij uit. ‘Nooit!’. En dan volgt die prachtige zin van Jezus: 36
‘Als Ik ze niet mag wassen, kun je niet bij Mij horen.
Jullie moeten elkaar de voeten wassen Jullie moeten ook elkaar de voeten wassen. Een slaaf is niet meer dan zijn meester’. Vervolgens deelt Hij het brood en de beker met hen en nodigt Hij iedereen uit Zijn leven te delen met de woorden: ‘Deel Mijn leven in het teken van brood en wijn.’ Bij het Laatste Avondmaal vindt het delen van de grootste rijkdom in een mensenleven plaats: de gelijkwaardige liefde tussen Jezus en Zijn leerlingen. Hier wordt de mens hersteld in zijn waardigheid. Hij wordt herschapen en geherwaardeerd in de geest zoals de Schepper hem en haar bedoeld heeft. De mens lijkt hier weer op God. Anders gezegd, Jezus de Zoon van God heft Zijn tafelgenoten op tot Zijn status en Hij bevrijdt hen uit de onderdrukking; uit het kleinhouden door de mensen. Het Laatste Avondmaal kan ook gezien worden als de laatste communie van Jezus met Zijn leerlingen en tegelijkertijd de eerste communie van de leerlingen met Jezus; een samenvloeiing. Jezus voert Zijn leerlingen binnen in de vernieuwde wereld van God. Hij geeft
iedereen de mogelijkheid om samen met Hem onsterfelijk te worden. Lijdensverhaal
Maar al snel blijkt dat deze vernieuwde wereld geen hemel op aarde is. Samen met Zijn leerlingen vertrekt Jezus naar de Hof van Olijven om, zoals gewoonlijk, te bidden. Daar heerst geen paradijselijke sfeer. Integendeel, Hij doorstaat doodsangst voor de dingen die komen gaan. Biddend werpt Hij zich op de knieën en vraagt de Vader in de hemel of de kelk van het voorliggende lijden en vernedering aan Hem voorbij mag gaan. Vervolgens smeekt Hij om hulp en bijstand voor wat komen gaat. Plotse-
ling wordt Hij ingesloten door een grimmig en vijandig gezelschap dat wordt aangevoerd door één van Zijn eigen leerlingen. Deze leerling komt op Hem af en geeft hem een kus ter herkenning voor degenen die hij aanvoert. Deze leerling en tafelgenoot heeft Hem namelijk verraden. Eerder op de avond was deze leerling van tafel opgestaan en had afstand van Jezus en Zijn gezelschap genomen. Afstand met de bedoeling om met de Schriftgeleerden en Farizeeën, soldaten en oudsten terug te komen en de plek van Zijn aanwezigheid aan te wijzen. Het doel was Jezus in de Hof te arresteren en gevangen te nemen.
37
Bij de meeste leerlingen zat de schrik er goed in en zij sloegen op de vlucht om hun eigen hachje te redden. Bij de meeste leerlingen zat de schrik er goed in en zij sloegen op de vlucht om hun eigen hachje te redden. Na de gevangenneming leidde de meute hem als een misdadiger naar het gerechtshof. Hij wordt verhoord door de rechter, gestraft met geselingen omdat ze ‘geen’ schuld in hem zien en Hij wordt belachelijk gemaakt met bespottingen. Dan wordt Hij alsnog voor zijn ‘godslasterlijke uitspraken’ ter dood veroordeeld. Het vonnis luidt dat Hij het marteltuig, het kruis, zelf overdag door de straten van de stad naar de Calvarieberg moet dragen om daarop met handen en voeten te worden vastgespijkerd. Jezus sterft aan deze vreselijke martelingen en wordt door goede vrienden in een graf gelegd. De waardigheid die Hij ten opzichte van Zijn leerlingen uitstraalde bij het Laatste Avondmaal heeft hij in de ogen van diezelfde leerlingen afgelegd. Tot hun grote verbazing en teleurstelling. Voor de Schriftgeleerden en Farizeeën is het doel bereikt; Jezus is kleingemaakt en vernietigd. Delen in Zijn waardigheid
Op de derde dag verrijst Jezus uit de dood. Dat betekent dat Hij de oude wereld van de mensen vernietigd heeft door Zijn dood en dat nu de nieuwe wereld van God - waarvan het Laatste Avondmaal een symbolische voorafbeelding was - in werking treedt. Jezus heeft door Zijn lijden, dood en verrijzenis de waardigheid van de mens hersteld. Hij heeft de rijkdom van de liefde gedeeld bij het Laatste Avondmaal. 38
Door Zijn lijden en dood is deze geest van liefde vrij gekomen en ter beschikking gesteld aan alle mensen. Aan alle mensen van alle rassen en alle tijden. Jezus heeft zelf door Zijn lijden en dood zijn Goddelijke waardigheid prijs moeten geven door vijandige en kleinerende daden van mensen te ondergaan. Echter, daardoor heeft Hij de rijkdom van daadwerkelijke liefde aan alle mensen beschikbaar gesteld. Door Zijn dood en opstanding krijgen alle mensen van goede wil de gelegenheid in Zijn Goddelijke waardigheid te delen. Door zelf klein te worden heeft Hij de mens weer groot en van belang gemaakt.
Door zelf klein te worden heeft Hij de mens weer groot en van belang gemaakt. Kleinheid als wortel voor iets groots
Er is nog een verhaal in de Bijbel dat van toepassing is op de waardigheid, de kleinheid en de bron van iets groots van ieder mens. Het verhaal van de broodverdeling. Op een dag predikt Jezus op een berg. De mensen volgen hem al enkele dagen. Op de derde dag raakt hun voedselvoorraad op. Jezus merkt dit en zegt tegen zijn leerlingen de mensen eten te geven. Ze kunnen niet zonder eten naar huis gestuurd worden. Eén van de leerlingen, Filippus, is afkomstig uit de streek en kent de mogelijkheden die er zijn goed. Hij zegt: ‘Hoe kunnen we hen te eten geven als er geen bakkers in de buurt zijn waar we brood kunnen kopen voor zoveel mensen’. Een andere leerling, Andreas, ziet een jongen van ongeveer 12 jaar. Deze jongen heeft vijf gerstebroden en twee vissen. Andreas zegt tegen Jezus: ‘Dit is wat we hebben, maar dat is niet voldoende voor
zoveel monden.’ De leerlingen voelden zich verlegen en vertwijfeld over deze vraag van Jezus; ‘geef hen te eten.’
Jezus wijst erop dat de overvloed verdeeld moet worden zoals de Vader dit in Zijn schepping heeft vastgelegd.
En dan neemt Jezus het initiatief; hij zegt de mensen te gaan zitten.
Jezus wijst erop dat de overvloed verdeeld moet worden zoals de Vader dit in Zijn schepping heeft vastgelegd.
En dan neemt Jezus het initiatief; hij zegt de mensen te gaan zitten. Alleen al het aantal mannen is 5000; vrouwen en kinderen niet meegerekend. Dan roept Jezus de jongen met de vijf broden en de twee vissen bij zich. Hij spreekt de dankbaarheid uit over het voedsel dat de jongen bij zich heeft en vraagt de leerlingen het brood en de vissen uit te delen aan de mensen. Het wonderlijke is dat de broden en de vissen niet op raken en alle mensen hun deel krijgen. Toen zij allen verzadigd waren zei Jezus tegen zijn leerlingen: ‘Verzamel de overgebleven brokken en laat niets verloren gaan’. Dat deden ze en het bleken nog 12 manden vol te zijn. Het getal 12 staat voor de 12 apostelen die later de boodschap van dit verhaal over de hele wereld zouden rondvertellen. Eerste symbool is delen
Het grote thema is ‘delen’. Zorg dat er voldoende is voor iedereen. In het kader van ons verhaal betekent dit dat wij in onze samenleving ervoor dienen te zorgen dat niemand iets te kort komt. Er is genoeg in de wereld om alle monden te vullen en om iedereen onderwijs te geven passend bij zijn of haar vermogen. De jongen met de vijf broden en de twee vissen symboliseert de twee aspecten in ons verhaal van de achterstandskinderen; de overvloed in de wereld is in handen van weinigen en een groot deel van de mensen lijdt honger.
Misschien raken wij daardoor, net als de apostelen, ook vertwijfeld, maar we mogen erop vertrouwen dat Jezus steeds het initiatief neemt. We mogen op Zijn woorden afgaan en erop vertrouwen. We mogen vertrouwen in het schijnbaar onmogelijke. We mogen steeds doen wat Hij heeft gedaan. Altijd, in alle omstandigheden. Zodat ‘goede daden de mens en de natuur beter maken’. Tweede symbool is kleinheid als uitgangspunt
De jongen symboliseert onze jeugd en daarmee ook de achterstandskinderen. In dit verhaal wordt duidelijk dat in het illustere gezelschap van Jezus en de apostelen toch een jongen wordt opgemerkt. Een jongen met vijf gerstebroden en twee vissen. Een jongen van wie gezegd wordt: ‘Wat betekenen die broden en die paar vissen van deze jongen voor de voedselvoorziening van al deze mensen die zich hier hebben verzameld?’. De jongen en zijn schamele voorraad vallen bij de apostelen als vanzelfsprekend in het niet. Maar Jezus kijkt met andere ogen. Hij meet met een andere maat. Hij is geraakt door de kleinheid van de jongen en zijn vijf broden en twee vissen. De jongen lijkt wel een voorafbeelding van Jezus zelf.
39
40
De jongen lijkt wel een voorafbeelding van Jezus zelf.
Omdat wij kinderen van die Vader zijn en dus delen in zijn heiligheid.
Voor Jezus is juist deze jongen en wat hij bij zich heeft uitgangspunt voor het grotere geheel van de nieuwe wereld; de wereld waar hij voor staat en waarvoor hij gezonden is.
Zijn vaderlijke invloed zal de harten van Zijn kinderen met liefde vervullen en aanzetten tot goede daden. Moge de mens daardoor leven zoals Zijn Vader het bedoeld heeft.
Slotgedachte
Het Onze-Vader-gebed maakt je groter. Het Onze-Vader-gebed maakt je groter. Jezus heeft een prachtig gebed achtergelaten. Het gebed opent de toegang tot Zijn Vader in de hemel. Het gebed tilt de kleine mens op tot het niveau van Zijn Vader in de hemel. Het zegt dat de naam van Zijn Vader heilig is. Daarmee geeft Hij aan dat wij, die de naam van de Vader dragen, ook geheiligd zijn. Omdat wij kinderen van die Vader zijn en dus delen in zijn heiligheid.
In het tweede gedeelte van het gebed vraagt Jezus, samen met ons, hulp aan de Vader. Hulp om het brood met elkaar te delen. Hulp dat we elkaar niet met schulden opzadelen maar elkaar hier juist vrij van maken. Hulp om elkaar de hand boven het hoofd te houden; zoals de Vader Zijn kinderen beschermt. Hulp dat we bevrijd mogen worden van zware beproevingen en dat het kwade ons niet zal treffen. Het gebed verheft ons tot een communicatie met de Vader van Jezus; de Vader in de hemel. Hij heeft ons geschapen naar Zijn beeld en gelijkenis. Hulp dat we evenbeeld van de Schepper mogen worden. Dat we die gelijkenis, die waardigheid, mogen behouden en elkaar daarin mogen bevestigen.
Dat we die gelijkenis, die waardigheid, mogen behouden en elkaar daarin mogen bevestigen.
41
Houd evenveel van je medemens als van jezelf Barmhartige Samaritaan
Dit verhaal uit de Bijbel kan in deze uitgave ‘Kleinhouden te boven komen’ en ‘Met andere ogen kijken’ niet ontbreken. Het verhaal staat in het Evangelie van Lucas (hoofdstuk 10: 29 - 37) in de Bijbel in Gewone Taal, Nederlands Bijbelgenootschap Haarlem 2014. Jezus vertelt over een man op reis
Een wetsleraar wilde laten zien dat hij de wet beter kende dan Jezus. Daarom vroeg hij: ’Wie is mijn medemens dan?’ Toen vertelde Jezus een verhaal. Hij zei: ‘Een man reisde van Jeruzalem naar Jericho. Maar onderweg werd hij door rovers overvallen. Ze pakten alles van hem af, ook zijn kleren. Ze sloegen hem halfdood, en lieten hem liggen. Toevallig kwam er een priester langs. Hij zag hem wel liggen, maar hij liep hem voorbij aan de overkant van de weg. Toen er even later een hulppriester langskwam, gebeurde hetzelfde. Hij zag de man liggen, maar hij liep hem voorbij aan de overkant van de weg. Een Samaritaan helpt de man
Toen kwam er een vreemdeling langs, een Samaritaan. Hij zag de man liggen en kreeg medelijden. Daarom ging hij naar hem toe. Hij verzorgde de wonden van de man met olie en wijn. En hij deed er verband om. Toen zette hij de man op zijn ezel en bracht hem naar een herberg. Daar zorgde hij voor hem. De volgende dag gaf de Samaritaan geld aan de eigenaar van de herberg en zei: ‘Zorg goed voor de man. Als het meer geld kost, krijg je dat van me op mijn terugreis.’ Toen vroeg Jezus: ‘Wat denk je? 42
Wie was de medemens van de man die overvallen werd? De priester, de hulppriester of de Samaritaan?’ De wetsleraar antwoordde: ‘De Samaritaan, want die was goed voor de gewonde man.’ Toen zei Jezus: ‘Doe dan voortaan net zoals de Samaritaan.’ De rechtszaak was goed dichtgetimmerd
In het hoofdstuk met de titel van dit boekje staat het verhaal van de uitzetting van de familie uit de afbraakwoning. Voor de burgemeester van de gemeente was de uitslag van de rechtszaak reden om het gezin niet meer te herhuisvesten en hen zonder bestemming uit te schrijven uit de Basisregistratie Personen (BRP). In het gesprek voorafgaand aan de rechtszaak, vertelde de burgemeester dat er niet meer te praten viel en dat de rechtszaak de doorslag zou geven. Toen die woorden over zijn lippen kwamen, besefte ik dat we ‘aan een dood paard trokken’. Later schreef hij in een brief dat de gemeente geen grip meer kon krijgen op dit gezin. Feitelijk zegde hij de ‘herbergfunctie’ op. Hiermee werd het gezin niet alleen dakloos, maar ook gemeenteloos. Hun uitkering, hun levensonderhoud, viel weg. Ze beseften dat zij zelf niet in staat waren om een inkomen te verwerven; een niet te overziene tegenslag die ze niet konden verwerken. Het gezin begreep niet wat zij verkeerd hadden gedaan en waarom hun leven als ‘gemeente-onwaardig’ werd betiteld. Ze begrepen niet waarom zij in de ogen van de burgemeester geen waarde meer hadden. Ze waren ervan overtuigd
den waren irrelevant. Jezus keek met andere ogen en deed een beroep op het hart van de voorbijganger. Ook de herbergier in het verhaal vraagt zich niet af of alles wel pluis is met de gewonde man. Nee, hij vervult spontaan de rol van herbergier en neemt de zorg over. Zo de waard is vertrouwt hij zijn gasten. Hij zegt niet tegen de Samaritaan dat hij aan de verkeerde deur klopt; dat hij de man naar elders moet brengen. dat zij alles gedaan hadden wat in hun macht lag om deze zaak op orde te krijgen. Zo de waard is vertrouwt hij zijn gasten
Als we met de andere ogen, de ogen van Jezus, kijken dan was de gemeente niet de Barmhartige Samaritaan, maar ook niet de herbergier. En juist het herberg-zijn is een essentiële taak van een gemeente. Is het argument dat de gemeente geen grip meer heeft op een gezin een valide reden om hen het recht op wonen en ingeschreven staan in een gemeente te ontnemen? Zijn hun goede bedoelingen en goede daden niet evenveel waard als die van anderen? Andere gemeenten zijn gevraagd de herbergfunctie over te nemen, maar geen van de gemeenten wilde dit doen. Zij wezen op de verantwoordelijkheid van de gemeente van herkomst. Ook advocaten, die gevraagd werden om het besluit van de gemeente aan te vechten in de rechtszaal, zagen geen juridische grond en dus geen oplossing. Beroep doen op het hart van de voorbijganger en … de herbergier
In het verhaal van Jezus is het niet belangrijk wat er allemaal aan vooraf gegaan is. De eerste zorg is de gewonde man bij te staan Ook de juridische gron-
Houd evenveel van je medemens als van jezelf
De wetsleraar ontlokt Jezus dit verhaal door Hem op de proef te stellen met de vraag: ‘Wat moet ik doen om eeuwig leven te verkrijgen?’ Jezus antwoordt: ‘Wat staat er in de wet? Wat lees je daar?’. De man geeft antwoord: ‘Houd van de Heer, je God, met heel je hart, met heel je ziel, met al je verstand en met al je kracht. En houd evenveel van je medemens als van jezelf.’ Toen zei Jezus: ‘Dat is het goede antwoord. Als je dat doet zul je eeuwig leven. Doe dan voortaan net als de Samaritaan en... de herbergier!’ Uitsluiting
Uitsluiting is je onmacht ten opzichte van de ander tonen; de verantwoordelijkheid uit de weg gaan en niet meer naar hem of haar omkijken. Uitsluiting begint sluipend. Het begint met ‘wijzij’ denken en ‘wij zijn beter’ laten zien. Ellende begint daar waar je jezelf niet meer herkent. Het ontwricht de samenleving, laat diepe wonden na en trekt een zware wissel op de toekomst. De lieve vrede gaat over het vermogen om elke gedachte van uitsluiting, van welk mens dan ook, vroegtijdig te herkennen en tegen te gaan.
43
Reeds eerder verschenen Levenswerkboekjes
Het initiatief van het project levenswerkboek is in 2015 ontstaan uit het oorspronkelijke levensboek van het MST mensen in beeld houden. De eerste uitgave is gezamenlijk uitgevoerd met als titel: ‘Toen, nu en dan? Een levenswerkboek van drie dertigers onder de Roma. Het levenswerkboekproject gaat om verbindingen te leggen tussen de reizigers, Sinti en Roma en de burgersamenleving op grond van persoonlijke verhalen, ervaringen en kennis.
Toen nu en dan? Een levenswerkboek van drie dertigers onder de Roma. Een gezamenlijke productie van het Pastoraat Woon-wagenbewoners, Sinti en Roma in Nederland (PWN) en het MST Mensen in beeld houden. Uitgave: Stichting Media PWN, augustus 2017 Het verleden is nog dichtbij Een levenswerkboek van drie Sintivrouwen. Uitgave: Stichting Media PWN, mei 2018. Werken aan de toekomst Uit het verleden en heden van onze eeuwenoude Sintigeschiedenis. Een levensgeschiedenis van drie dertigers onder de Sintivrouwen. Uitgave: Stichting Media PWN, maart 2019. Met liefde en respect redden we het Levenswerkboek van een jong Romagezin. Uitgave: Stichting Media PWN, april 2019. Kostwinning van Sinti en Roma, Toen en Nu! Levenswerkboek over werkgelegenheid Uitgave: Stichting Media PWN, lente 2020 Dit boekje: Klein houden te boven komen Met andere ogen kijken naar reizigers, Sinti en Roma Uitgave: Stichting Media PWN, november 2021 44
Klein houden te boven komen Levenswerkboek 6 ‘Met andere ogen kijken naar reizigers, Sinti en Roma’. In het levenswerkboek 5 ‘ Kostwinning van Sinti en Roma, Toen en Nu!’ wordt in een grafiek de levenslijn aangegeven van de reizigers, Sinti en Roma. Na de oorlog van ’40 - 45’ begon hun leven als het ware op een nulpunt; een grote achterstand ten opzichte van veel Nederlanders. De grafiek geeft aan dat die achterstand op het gebied van scholing en kostwinning anno 2021 niet is ingehaald. 100
50
0
1945
1955
1965
1975
1985
1995
2005
2015 2020 2025
De medewerkers aan dit levenswerkboekje doen een poging om de achterstandsban te doorbreken. Eén van hen vertelt in zijn beknopte levenswerkverhaal dat de verschrikkelijke oorlogservaringen van opoe een zeer negatieve invloed op zijn leven hebben gehad. Hij is echter niet bij de pakken neer gaan zitten. Een ander toont aan dat het van groot belang is dat de oorzaak van de kloof gevonden wordt en dat deze kloof alleen door opbouwende kritiek overbrugd kan worden. Haar devies: ‘gebruik je verstand en ga de obstakels voor scholing en werkgelegenheid niet uit de weg’. De derde geïnterviewde laat zien dat durf en doortastendheid vruchten afwerpen. De cultuur wordt, naar haar mening, gered door grote inspanningen en door steeds de dialoog aan te gaan. En vooral door je nooit te klein te voelen! Tenslotte komen allen op voor de waardigheid van ieder mens. Een waardigheid die ten volle dient te worden gerespecteerd. Een waardigheid zoals de Schepper bedoeld heeft. In Zijn ogen is niemand minder en is niemand meer. Uitsluiting is absoluut onaanvaardbaar. Jan van der Zandt m.s.c.
Kleinhouden te boven komen Met andere ogen kijken naar reigers, Sinti en Roma Levenswerkboek 6 Een uitgave van Stichting Media PWN Emmaplein 19 C - 5211 VZ ‘s-Hertogenbosch - € 5,00