CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

A. Brief 16 februari 2022 - Brochure Klein houden compleet - Pastoraat Voor Woonwagenbewoners

Gemeenteraad 8 maart 2022, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Ingekomen stukken16.237 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Klein houden te boven komen Met andere ogen kijken naar reizigers, Sinti en Roma

Levenswerkboek 6 1

Klein houden te boven komen Met andere ogen kijken naar reizigers, Sinti en Roma

Maleachi 3:20 Maar voor jullie die ontzag voor mijn naam hebben zal de zon stralend opgaan, de zon die de gerechtigheid brengt en de genezing in haar vleugels draagt.

Rechters 5:31 en maak wie u liefhebben onstuitbaar als de opgaande zon.

Colofon Kleinhouden te boven komen. Met andere ogen kijken naar reizigers, Sinti en Roma Levenswerkboek 6 Een productie van het Pastoraat Woonwagenbewoners, Sinti en Roma (PWN) Uitgave: Stichting Media PWN Emmaplein 19 C, 5211 VZ ‘s-Hertogenbosch 073-737023 pwn@telfort.nl www.pwin.nl Samenstelling en foto’s: Jan van der Zandt m.s.c. Redactie: Nita van Bergen Eindredactie: het PWN Vormgeving: Buro Tweevoud, Heeswijk-Dinther Uitgave: november 2021 ISBN 978-90-83211800

Klein houden te boven komen Met andere ogen kijken naar reizigers, Sinti en Roma

Inhoudsopgave Inleiding / 3 Recht trekken wat is krom getrokken / 5 Klein houden te boven komen / 11 Als op school kennis van onze cultuur ontbreekt / 16 Mijn werkervaring als Sinto / 21 Nederlandse Nationaliteit / 26 Het feest van Maria Tenhemelopneming / 32 Met ander ogen kijken naar de mens / 36 Houd evenveel van je medemens als van jezelf / 42 Reeds eerder verschenen levenswerkboekjes / 44

2

Inleiding Er is weer een nieuwe fase aangebroken in de wereld van de reizigers, Sinti en Roma. Een fase van her-opstanding. Een nieuwe woonwagen wordt gebouwd; nieuwe woonwagencentra worden aangelegd ondanks het uitsterfbeleid dat de laatste jaren de boventoon leek te voeren. Hopelijk wordt ook het reizend bestaan weer onder het stof vandaan gehaald. Veel reizigers, Sinti en Roma zouden hierbij gebaat zijn. Het verplicht in een woonwagen of huis wonen zonder werk is de waarheid ondermijnen en zichzelf verloochenen. De oorspronkelijke bedoeling van het bewonen van een wagen was juist om reizend de kost te kunnen verdienen. Met het hele gezin naar de plek trekken waar betaald werk te vinden was. Bijvoorbeeld bij boeren ten tijde van het aardappelrooiseizoen of bij fruittelers om fruit te plukken. En

door het jaar heen langs de deuren venten met galanterie, messen slijpen en stoelen matten. Of de kermissen volgen met zigeunermuziek en zigeunereten. We weten dat het uit de tijd is, maar misschien kunnen nieuwe beroepen gevonden worden om onderweg de kost te verdienen en zo een toekomst op te bouwen. Voorbeelden zijn een reizende dienstverlener of een reizende verkondiger. Wie weet wat de toekomst nog brengt. Een woonwagen bij een boerderij verraadt de her-opstanding van de boerenknecht. Ervaringsleer

In deze uitgave van het Levenswerkboek worden verhalen verteld waarin de neergang van de reiziger, Sinti en Roma aan de orde komt. De schrijvers zoeken wegen om deze periode te boven te

3

komen. De neergang is ontstaan door het kleinmaken en kleinhouden van het oorspronkelijke reizigersbestaan met als doel de integratie in de burgersamenleving te bevorderen. De ervaringen van de reizigers zou tot een ervaringsleer verheven kunnen worden en juist deze leer zou heel goed in het integratieproces toegepast kunnen worden. Ook de reguliere scholen zouden meer ruimte moeten geven aan deze ervaringsleer. Tegenwoordig is bijna iedereen - en dus ook ieder kind - tijdens de vakantie weken achtereen op reis. De reizende vakantieganger kan zijn voordeel doen met de ervaringsleer van de reiziger. ‘Met nieuwe ogen kijken naar de reiziger, Sinti en Roma’ is de ondertitel van deze uitgave. Onder de reizigers, Sinti en Roma zijn verlichte, verlichtende, mensen opgestaan. Zij kijken met andere ogen naar de benauwde en onderdrukte situatie waarin ze gezamenlijk

zijn terecht gekomen. Zij zoeken naar wegen van vernieuwing, verandering en herstel. Nieuwe horizon

De illustraties in deze uitgave zijn foto’s die genomen zijn in het vroege ochtendlicht. Ze tonen de opgaande zon na een donkere nacht. Een zon die haar goudkleurig ochtendlicht laat schijnen. Dit verrassende ochtendlicht symboliseert het reizigersbestaan; uniek, veranderlijk en kleurrijk. Voor de oorspronkelijke reiziger lijkt het ochtendlicht te doven. Kleinhouden en kleinmaken is aan de orde van de dag. Vooral voor degenen die geen werk en weinig inkomen hebben. De oorspronkelijke reiziger moet strijden voor erkenning en voortbestaan. Terwijl de burger, de nietreiziger, met campers en caravans de wegen en de vakantieoorden bezetten. Het is tijd dat de zon opnieuw voor de reizigers gaat schijnen. Bijbelverhalen

Bij de reizigers, Sinti en Roma die aan deze uitgave hebben meegewerkt, kwamen steeds Bijbelverhalen naar voren. Zoals paddenstoelen plotseling uit de grond schieten, zo kwamen aanhalingen uit hun geloofservaring als lichtstralen tevoorschijn. Hun gelovige bespiegelingen bleken keer op hun oorspronkelijke houvast te zijn vanuit de oergrond van het bestaan. Een verhaal waarmee niet te spotten valt en waarin je in de opbouw van je leven niet omheen kunt. De verhalen zijn daarom wat uitgebreider beschreven ter inspiratie en kennis van de lezer. Er is een uitdrukking die zegt: ‘Aan de goden overgeleverd zijn’. In het nomadische bestaan was God de Enige die houvast bood in een soms vijandige en verwarde mensenwereld. 4

Rechttrekken wat krom is gegroeid In dit verhaal ben ik zo vrij om een tipje van de sluier van ons leven op te lichten. Open zijn over het reilen en zeilen van ons bestaan hoort niet bij onze cultuur. Maar in het kader van deze uitgave ‘Kleinhouden te boven komen’ en ‘Met andere ogen kijken naar Reizigers, Sinti en Roma’ wil ik graag mijn bijdrage leveren. Het is van groot belang dat wij zelf wakker worden en naar buiten treden. Wij dreigen namelijk onder de voet gelopen te worden door de snelheid van de tijd. Wij en onze jongeren hebben een oude ziel. Een ziel die graag de tijd neemt en deze tijd ook echt nodig heeft. Unieke bevolking

Ik maak deel uit van een unieke bevolkingsgroep. Een bevolkingsgroep met een lange geschiedenis, een eigen taal, een eigen cultuur en eigen leefgewoonten. Daar ben ik trots op. Tegelijkertijd ben ik me er sterk van bewust dat mijn culturele achtergrond niet altijd wordt gewaardeerd. In de Tweede Wereldoorlog stond mijn bevolkingsgroep op de nominatie om te worden uitgeroeid. Dit heeft geleid tot een verschrikkelijke jacht op onze mensen. Een jacht waarbij wereldwijd maar liefst 500.000 mensen en misschien nog wel meer - op afschuwelijke wijze de dood zijn in gejaagd.

Mijn ouders en voorouders hebben veel pijn ondervonden aan dit ontnemen van hun bestaansrecht. Na de oorlog werden zij geacht hun leven weer op te pakken. Maar welk leven? Er was geen normaal leven meer over. Ze mengden zich daarom ook zo min mogelijk met degenen die deel hadden uitgemaakt van de ‘boze wereld’.

Mijn ouders en voorouders hebben veel pijn ondervonden aan dit ontnemen van hun bestaansrecht.

5

Rechttrekken wat krom is gegroeid

Mijn generatie is een zogenaamde tussengeneratie. In ben intens begaan met degenen die zich na de Tweede Wereldoorlog terugtrokken uit de wereld. Mijn ouders hoorden tot die generatie van teruggetrokkenen. Tegelijkertijd heb ik ook de zorg voor mijn kinderen. Om te zorgen dat ze goed terechtkomen en hun eigenheid niet verliezen. En daarbij moeten we zelf ook kunnen leven van hetgeen we hebben of aangereikt krijgen. We merken dat het leven als tussengeneratie ontzettend veel energie vraagt en soms zelfs negatieve invloed heeft op onze gezondheid. Het is alsof over de ruggen van onze generatie rechtgetrokken moet worden wat krom is gegroeid. Gekort in plaats van beloond voor inspanningen

We krijgen onze eigen samenleving maar moeilijk op orde. Daardoor kunnen we ons niet inzetten voor het algemeen belang. De inspanningen die we ons getroosten om de eigen samenleving op orde te krijgen, worden schraal of zelfs helemaal niet beloond door de overheid. In onze cultuur staan we te allen tijde voor elkaar in. Het is schokkend te ervaren dat we gekort worden op onze bijstandsuitkering wanneer we belangeloos onze daklozen, uitvallers, zieken en gebrekkigen in ons midden opnemen en hen zo beschermen en te hulp schieten. We worden gekort omdat we elkaar helpen en ondersteunen. Hierdoor worden we weer kleingemaakt en wordt onze cultuur niet gerespecteerd. Onbereikbare arbeidsmarkt

De generatie van onze ouders, die vaak een teruggetrokken leven leiden vanwege de verschrikkingen van de oorlog 6

en de nawerking daarvan, is vaak nog onzichtbaar. De samenleving weet niet wat er met hen aan de hand is. Zij hebben onze bijzondere zorg en bijstand nodig. Juist omdat wij hen wel begrijpen en weten hoe zij het beste geholpen kunnen worden. Voor vergoeding van deze zorg van ons voor onze ouders ontbreken financiële regelingen en er is ook geen waardering voor. Onze keuze te niet gedaan

Jaren geleden heeft de situatie van mijn zoon mij wakker geschud; actief gemaakt. Zijn verzoek om in een woonwagen te blijven wonen werd afgewezen. Ik voelde mij daardoor zo klein en nietig gemaakt dat er een springpunt in mij losbarstte. Een springpunt om met hart en ziel te werken aan het voortbestaan van het leven in een woonwagen. Te werken aan het voortbestaan van onze Sinticultuur. 11 Jaar geleden schreef mijn zoon zich in als woningzoekende voor een woonwagen met standplaats. De woningcorporatie gaf toen aan tien gezinnen, waaronder wijzelf, de keuze uit drie woonvormen: een huis, een chalet of een woonwagen. Alle tien de gezinnen kozen voor de woonwagen. Een maand later deelde de woningcorporatie ons mee dat zij het goed met ons voor hadden en een huis voor ons zouden bouwen op de standplaats. De keuze voor chalet of woonwagen werd ingetrokken. Door deze keuze om huizen te bouwen, werd voorbij gegaan aan de oorspronkelijke keuze van de tien gezinnen. Deze keuze werd niet gerespecteerd. Nu, 11 jaar later bij de presentatie van de plaatsing van een nieuwe woonwagen, zei de directeur van de woningcorporatie over de keuze van toen: ‘We hadden naar de bewoners

moeten luisteren. We hadden deze beslissing nooit zelf mogen nemen.’ Over de toekenning van een woonwagen en een standplaats werd indertijd overigens nooit gesproken. Er bestond geen officiële inschrijving zoals bij een huurhuis in de sociale sector. Wanneer er een standplaats beschikbaar kwam, werd er geen advertentie geplaatst in het huurkrantje. Mijn zoon diende zich gewoon in te schrijven voor een huis. Inschrijven voor een woonwagen met standplaats was geen optie. Hij was hierover zeer ontdaan. Mijn zoon is, zoals wij dat noemen, een oude ziel. Hij kon zijn tranen niet bedwingen en zei: ‘Straks, als ik in een huis woon, moet ik mijn kinderen op mijn tablet laten zien wie wij zijn. Hoe opa en opoe en ikzelf

vroeger geleefd hebben. Hoe mijn familie bij elkaar woonden in woonwagens.’ Tegen mij zei hij: ‘ Mam, hoe kun je dit laten gebeuren? Waarom laat je je over je rug lopen?’ Springpunt

Deze woorden van mijn zoon waren een springpunt in mijn binnenste. Zijn woorden raakten mij diep omdat ik vond, omdat ik wist, dat hij gelijk had. Hij maakte mij wakker en kwaad. Binnenin mij ontstond een energie om op te komen voor het recht om in een woonwagen te wonen. Ik besefte dat de wens van mijn zoon breder was; de hele volgende generatie had die wens. Zij zouden gedoemd zijn om uit onze woon- en leefcultuur te worden weggerukt omdat de woningcorporatie de

7

beslissingen nam. Omdat zij voor ons de keuze maakten en dachten dat het wonen in een huis beter zou zijn voor ons. Doordat zij voor ons bepaalden wat goed voor ons zou zijn en wij dus niets meer in te brengen hadden over onze eigen toekomst.

in een woonwagen was geboren. Zijn ouders hadden een oude molen gekocht en woonden tijdens het opknappen in een woonwagen op het erf. In dit tijdelijke onderkomen was hij geboren. Ik beschouwde het als een goed voorteken.

Binnenin mij ontstond een energie om op te komen voor het recht om in een woonwagen te wonen.

Bemoediging door de burgemeester

Mijn directe actie

Het eerste wat ik deed was de burgemeester bellen om hem uit te nodigen voor een kopje koffie en een gesprek over het wonen in een woonwagen. Zijn secretaresse vertelde mij dat de burgemeester niet zomaar bij iedereen op de koffie gaat. Ik antwoordde dat het uiteraard niet alleen om koffie ging, maar over een zaak van leven en dood. Namelijk over de toekomst van onze jongeren. Ze probeerde mijn verzoek af te houden door te zeggen dat de burgemeester op vakantie was. Een drogreden want zij beheerde zijn agenda en wist precies wanneer hij terug was en tijd zou hebben. Ze wilde me niets toezeggen. Ik besloot dat ik niet afhankelijk wilde zijn van de secretaresse van de burgemeester en samen met Huurdersbelangen stelde ik een brief op voor de burgemeester. In deze brief beschreven we het probleem en herhaalden we de uitnodiging om hierover onder het genot van een kopje koffie met elkaar te spreken. Een goed voorteken

Ondertussen had ik ook de directeur van de woningcorporatie uitgenodigd. Hij kwam langs en vertelde dat hijzelf 8

Na zijn vakantie kwam de burgemeester toch op bezoek. Hij vroeg waarom ik niet op zijn bezoek had gewacht, maar ondertussen ook al bij anderen aan de bel had getrokken. Ik vertelde hem dat ik haast had; ik kon niet langer wachten. De burgemeester begreep het probleem en was het met mij eens. Toch kan hij zo direct niets voor mij betekenen. Zijn houding bemoedigde mij echter wel. Later heeft hij mij geholpen spreekrecht te krijgen en zo mijn verhaal te mogen doen. Rampweek

Precies in de tijd van mijn springpunt, ondergingen we een rampweek. Een rampweek voor ons en onze woonwagen. Ik vertel dit om duidelijk te maken hoe kwetsbaar een oude woonwagen is en hoe terughoudend de verhuurder zich tegenover ons opstelde. Enexis ontdekte drie gaslekken. Eén in de meterkast, één onder de wagen en één achter de gaskachel. Een levensgevaarlijke situatie dus. We sliepen daarom met de ramen en deuren wagenwijd open. De beheerder van de wooncorporatie deed onze klacht af als een opgeblazen verhaal. Dit werd mijn man te machtig. Hij moest per ambulance naar het ziekenhuis en werd met hartklachten opgenomen. Onlangs, bij het plaatsen van de nieuwe woonwagen, ontstond weer een gaslek. Er brak paniek uit onder de bouwvakkers. De politie en

de brandweer kwamen eraan te pas en de lekkage haalde het journaal van de lokale TV-zender. Dit geeft wel aan dat de aandacht van buitenaf voor onze situatie in enkele jaren tijd veranderd is en dat we gelukkig serieuzer genomen worden. Gemeentelijk Culturele Erfgoedprijs

In de tijd van mijn springpunt probeerde ik uit te vogelen wie ons verder kon helpen bij het veranderen van het huisvestingsbeleid van de woningcorporatie. Ik stuitte op een Facebookbericht van de gemeente. In dit bericht stond hoe je je in kon schrijven voor de gemeentelijke Culturele Erfgoedprijs. Aangezien de woonwagencultuur sinds 2014 onder Cultureel Immaterieel Erfgoed valt, heb ik me als kandidaat voor de prijs laten inschrijven. Wonder boven wonder ontving ik twee derde van de stemmen die werden uitgebracht. Ik won! Het bleek een unieke stemming te zijn door een brede bevolkingsgroep die mij de prijs gunde. Opkomen voor rechten en huis-aan-huiskrantje

Na het ontvangen van de Erfgoedprijs ben ik me verder gaan inzetten voor de rechten van onze samenleving. Door aandacht te vragen voor het niet genoemd worden, voor het onzichtbaar gemaakt worden, voor het klein gehouden worden, voor het niet meer meetellen. Om een voorbeeld te geven: op de woonwagenlocaties in onze gemeente werden geen huis-aan-huiskrantjes bezorgd. Toen ik de Erfgoedprijs won, verscheen hierover een artikel in het huis-aan-huiskrantje. Omdat dit krantje niet bezorgd werd bij de woonwagencentra, wisten de bewoners niets van deze prijs. Ik belde met het hoofd van de

bezorgers en kreeg de mededeling dat hier inderdaad niet bezorgd werd. Sterker nog, dat ging ook niet gebeuren. Dat ik dit aanhangig had gemaakt, moest ik een jaar lang horen. Verschillende tegenargumenten werden gebruikt. Voor de geestelijke ontwikkeling van een bezorger tussen de 12 en 15 jaar was het onverantwoord krantjes te bezorgen op een woonwagenlocatie omdat er vele jaren geleden een keer een ruzie was geweest. Ook werd voorgesteld om net buiten de locatie een aantal brievenbussen te plaatsen zodat de bezorger niet naar alle woonwagens hoefde te lopen. Een jaar lang bestreed ik alle argumenten die zij aandroegen om maar niet te hoeven bezorgen. Vaak leverde dit verhitte discussies op. Uiteindelijk heb ik samen met een anti discriminatie organisatie de weigering om krantjes te bezorgen op een woonwagenlocatie ter beoordeling aan het College voor de Rechten van de Mens voorgelegd. Pas toen deze organisatie in ons voordeel besliste, werd er weer wagen aan wagen bezorgd en kregen we duizend excuses. Het is fijn dat we in het gelijk zijn gesteld, maar er is ons weer een jaar lang leed aangedaan en de littekens zijn nog steeds zichtbaar.

Pas toen deze organisatie in ons voordeel besliste, werd er weer wagen aan wagen bezorgd en kregen we duizend excuses. Andere zaken

De rechtszaak die ik heb aangespannen om het recht te verkrijgen om in een woonwagen te blijven wonen heb ik gewonnen. Ik heb dat recht verkregen en dit geldt ook voor alle huurders van een woonwagen bij de aangeklaagde 9

corporatie. Iets anders waar ik tegenaan liep is dat Kwantum in principe geen vloerbedekking legt in woonwagens. Ze leggen alleen in huizen. Samen met de eerder genoemde anti discriminatie organisatie hebben we actie gevoerd en voor elkaar gekregen dat Kwantum nu

door het hele land vloerbedekking legt in woonwagens. Verder hebben we ervoor gepleit dat in de Hobbit Agenda de Wereld Roma Dag, die jaarlijks op 8 april gevierd wordt, in de lijst van vieringen en gedenkdagen wordt opgenomen. Ook dit is inmiddels geregeld.

Erfgoedprijs Weert

Certificaat

Woonwagencultuur op de Nationale Erfgoedlijst

Op 15 augustus 2014 ondertekende de oprichters van de vereniging Behoud Woonwagencultuur in Nederland, Jan Timmerman en Piet Asseldonk, officieel het certificaat van de plaatsing van de woonwagencultuur op de erfgoedlijst van Immaterieel Erfgoed Nederland. Zij ontvingen uit handen van de directeur mevrouw Ineke Strouken het certificaat en het bijhorende schildje met logo. Dat de woonwagencultuur geplaatst is op de erfgoedlijst betekent dat Nederland en zijn bewoners zuinig moeten zijn op deze cultuur. Het zegt ook dat de reizigers, Sinti en Roma die deel uitmaken van die cultuur er alles aan zullen doen om hun cultuur te behouden. Het is volgens het Nederlands Centrum voor volkscultuur en Immaterieel Erfgoed (VIE) vooral ‘erkenning voor het feit dat de cultuur bijzonder is’. Dat de woonwagenbewoners nu op de lijst staan, levert ze letterlijk gezien geen andere status op. Aan het certificaat zijn geen extra rechten verbonden. De erfgoedprijs heeft echter veel teweeg gebracht, deuren geopend, erkenningen toegekend en uiteindelijk een nieuw landelijk woonwagenbeleid in het leven geroepen. 10

Het kleinhouden te boven komen Met andere ogen kijken naar reizigers, Sinti en Roma

Op dit moment kampen de mensen wereldwijd met corona. Een enorm probleem. Wij Roma lijden al veel langer aan een soort coronabesmetting; maar dan op een ander front. Een besmetting in de zin dat we moeilijk aansluiting vinden bij de werkzame samenleving en dat we daardoor met een structureel tekort aan financiële middelen kampen. Niet meer reizen

Het niet meer reizen heeft ons niets gebracht; niets opgeleverd. Na de Tweede Wereldoorlog zijn we niet veel opgeschoten. We hebben ons niet kunnen ontwikkelen, we hebben weinig onderwijs genoten en zonder ontwikkeling en opleiding bouw je weinig op. Onze ouderen hebben geen pensioen opgebouwd. Ook sparen was voor hen niet mogelijk. Het leven is door de jaren heen duurder geworden en ons inkomen heeft geen gelijke, opwaartse, tred gekend zoals in de burgersamenleving (zie Grafiek uit Kostwinning). Eenmaal AOW-gerechtigd, slaat de armoede pas echt toe. De meeste van onze ouderen zijn versleten, vroeg oud, hebben weinig eigendommen en krijgen te kampen met onbetaalbare huurprijzen. Hun gezondheid laat vaak te wensen over en de extra, vaak onverzekerde, kosten voor de gezondheidszorg zijn niet op te brengen. Met name de kosten voor de tandarts zijn erg hoog. Veel ouderen verwaarlozen daarom hun gebit en blijven met pijn rondlopen. Niet verzekerd

Veel van onze ouderen hebben geen

levensverzekering en zijn ook niet verzekerd voor de begrafeniskosten. Dit drukt zwaar op hen. Hun kinderen en kleinkinderen hebben het ook niet breed en zullen na hun overlijden de begrafenis moeten betalen. Er zijn begrafenisondernemingen die zich coulant en sociaal opstellen. Zij springen bij wanneer de kosten niet geheel of slechts gedeeltelijk betaald kunnen worden. Het reizen heeft ons niet veel opgebracht en toen we stopten met reizen heeft de samenleving geen plek voor ons ingeruimd. Op een lager niveau blijven hangen

Toen we stopten met reizen zijn we op een lager niveau in de maatschappij ingestroomd en daar zijn we blijven hangen. We hebben ons niet kunnen opwerken naar een hoger niveau. Er is ons weinig tot geen werk aangeboden en het ingroeien in de burgersamenleving was daardoor een moeizaam proces. Veel van ons zijn aan de rand van de burgersamenleving blijven hangen. Ze zijn vlees noch vis. Ze zijn geen reizigers meer, maar ze zijn ook geen burgers geworden. Sterker nog, in de ogen van de burgers zijn ze weinig waard. Dit voelen we echt wel. We hebben minder onderwijs genoten en door de verborgen armoede eten we minder gezond en zijn we dus ook minder gezond. We zijn lager of soms zelfs helemaal niet opgeleid. Daardoor zijn we niets waard in de ogen van de burgers. Dit alles werd nog versterkt door het zogenaamde ‘uitsterfbeleid’ van de laatste decennia. Het uitsterfbeleid houdt in dat er geen woonwagenstandplaatsen meer gebouwd worden en jongeren verwe11

zen worden naar burgerhuizen om zo de woonwagencentra te laten verdwijnen.

Het uitsterfbeleid houdt in dat er geen woonwagenstandplaatsen meer gebouwd worden en jongeren verwezen worden naar burgerhuizen om zo de woonwagencentra te laten verdwijnen. Dit beleid druist compleet in tegen onze cultuur. Niet alleen het wonen in burgerhuizen, maar vooral het in de steek laten van onze ouderen. De jongeren wonen door dit beleid niet meer bij hun ouderen. Een goede voedingsbodem voor een minderwaardigheidscomplex. Deze positie in de samenleving is ons opgedrongen. Dat frustreert mij en ik keur deze handelswijze dan ook af. Het kost me veel energie om hiertegen te vechten. Zo’n positie in de samenleving maakt je als mens klein en eenzaam. In de recente coronacrisis zijn de gevolgen van het kleinmaken meer aan het licht gekomen. Bijvoorbeeld bij het uitzetten van een gezin en het niet bieden van herhuisvesting. De overheid verzuimt de zorgplicht op zich te nemen. Een voorbeeld ter illustratie: Voorbeeld van kleinhouden

‘Afstand houden’ en ‘thuisblijven’; de sleutelwoorden in de pandemie. Maar deze pandemie mag niet tot gevolg hebben dat we elkaar loslaten.

Maar deze pandemie mag niet tot gevolg hebben dat we elkaar loslaten.

12

Dit gebeurde onlangs wel in een gemeente waar een kwetsbaar groot gezin met volwassen kinderen op straat werd gezet. De leden van deze familie kennen al jarenlang een moeilijk en complex maatschappelijk bestaan. Hun huis is een afbraakwoning die eigendom is van de gemeente. Dit huis moesten zij midden in de coronacrisis verlaten vanwege de bouw van een nieuw project. Er bleek geen andere woonruimte beschikbaar te zijn en ze werden op straat gezet. De maatschappelijke opvang was vol en vanwege de huidige voorschriften is er ook geen ruimte meer voor grotere gezinnen die bij elkaar willen blijven. Dit gezin wilde graag bij elkaar blijven vanwege hun culturele achtergrond en de gezondheid van moeder en zoon. Ook bij familie konden zijn niet terecht. Ontheemding dus.

Uitgeschreven uit de Basisregistratie Personen (BRP)

Het werd nog erger; na een korte tijd werden zij zelfs met terugwerkende kracht uitgeschreven uit de BRP. Als reden gaf de gemeente dat de familie de gemeente heeft verlaten en met onbekende bestemming is vertrokken. Het gezin wilde helemaal niet vertrekken, maar omdat ze onderdak nodig hadden kwamen ze op een plek terecht die net buiten de gemeentegrenzen lag. Hun mentor, die tevens hun bewindvoerder is, bleef het gezin bijstaan tot vier maanden na de uitzetting. Het gezin had geen schulden, maar omdat het na de uitschrijving geen recht meer had op voorzieningen en verzekeringen, onder andere de zorgverzekering, en er dus geen inkomen meer was, werd de bewindvoerder gerechtelijk van zijn taak ontheven. De reserves, die tijdens de jarenlange strenge bewindvoering waren opgebouwd, werden daardoor in vier maanden opgemaakt. Reserves die moeizaam gespaard waren om de schulden te vereffenen. Reserves die opgebouwd waren ten koste van het levensonderhoud van het gezin. Een externe instelling heeft op vrijwillige basis de kosten voor de tijdelijke huisvesting op zich genomen.

Hoe tegengesteld zijn deze handelingen van de gemeente in een tijd waarin we met man en macht elkaar oproepen om iedereen te beschermen en de hand boven het hoofd te houden. Hoe tegengesteld zijn deze handelingen van de gemeente in een tijd waarin we met man en macht elkaar oproepen om iedereen te beschermen en de hand

boven het hoofd te houden. Toen de bewindvoerder net voor Kerstmis ‘afhaakte’ had het gezin absoluut niets meer om van te leven; om voor te leven. Ze waren volkomen kleingemaakt. Twee thuiswonende kinderen

Met de thuiswonende zoon van 23, die onder psychiatrische behandeling staat, werd exact hetzelfde gedaan. Er werden stappen ondernomen om een Wajong uitkering voor hem aan te vragen. Deze aanvraag werd stopgezet vanwege de coronacrisis en het daardoor sluiten van de werkplaats waar hij werkzaam was. Zijn uitkering werd ingetrokken. Hierdoor kon hij de sportschool, die hij wekelijks voor therapie bezocht, niet meer betalen. De schoolgaande zoon van 14 werd uitgeschreven uit de schooladministratie omdat zijn ouders en hij geen woonadres meer hadden. De zoon, die altijd graag en regelmatig naar school kwam, wordt van de ene op de andere dag niet meer op school verwacht. Terwijl zijn ouders toch zeker bereid waren hun zoon iedere dag naar school te brengen. Tevergeefs! De andere drie zonen hebben het gezin verlaten; ze vonden onderdak bij hun vriendinnen. Stappen naar werk en inkomen zijn afgebroken

De externe pastorale instelling die de kosten voor de tijdelijke huisvesting op zich genomen heeft, heeft het gezin ook langdurig bijgestaan door het inschakelen van deskundige vrijwilligers. Er is door hen veel werk verricht, vooral op het gebied van onderwijs. Zij hebben het mogelijk gemaakt dat de kinderen de lagere school en het voortgezet onderwijs - in hun geval de praktijkschool - konden doorlopen. Na hun opleiding hebben de zoons geprobeerd 13

via uitzendbureaus aan de slag te gaan. Dit bleek, vanwege hun culturele achtergrond, een zeer moeizaam proces. Maar dat was niet de enige reden; hun vader en moeder werkten zelf niet en konden hun kinderen dus niet het goede voorbeeld geven en hen in dit proces van werk zoeken begeleiden. Levenswerkboek

Op 20 augustus 2019 is door het PWN het recent uitgegeven Levenswerkboek 4 ‘Met liefde en respect’ aangeboden aan de wethouder van de gemeente met het verzoek dit gezin extra onder de aandacht te brengen bij werkgevers. De wethouder wilde het boekje niet zelf in ontvangst nemen en heeft het PWN doorverwezen naar het Werk en Ontwikkelingsbedrijf van de gemeente; te weten de afdeling Werkgelegenheid Jongeren. Met het hoofd van deze afdeling zijn verschillende gesprekken gevoerd

met het oog op werk voor de leden van dit gezin. Met resultaat, want er werd een werkplek voor de vader gevonden. Insteek was dat de jongens hierbij op termijn ook betrokken zouden worden. Het begin was er! Kort daarop werd de werkplaats echter gesloten door de uitbraak van corona. Het werk voor vader werd uitgesteld met uitschrijving uit de BPR van het hele gezin als gevolg. Kansen voor werk in de kiem gesmoord

In de periode die volgde raakte het werkproject op de achtergrond. Op 2 september 2020 moest het gezin de tijdelijke huur-afbraakwoning van de gemeente verlaten. Er werd door de gemeente niet gezorgd voor herhuisvesting. Dit bleek desastreus voor het hele gezin.

Er werd door de gemeente niet gezorgd voor herhuisvesting. Dit bleek desastreus voor het hele gezin. Door deze beslissing van de gemeente daalden de kansen van het gezin op werk en daardoor huisvesting tot het absolute minimum. Een zeer betreurenswaardige beslissing van de gemeente dus. Het gezin werd in de steek gelaten en kwam buiten hun schuld om in onoverkomelijke problemen. De vrijwilligers van de externe instelling, die het gezin vele jaren hebben bijgestaan, stonden daardoor ook met lege handen. Juridisch was de handelswijze correct, aldus de burgemeester. Dat kan zijn, maar waar is de menselijke maat gebleven? Juist in deze coronacrisis zouden we elkaar toch helpen, vasthouden en niet buiten de boot laten vallen?

14

De vooringenomenheid van de uitzetting en de uitschrijving van dit gezin was in de opeenvolgende handelingen van de gemeente duidelijk zichtbaar. De verantwoordelijkheid is zoek

En sindsdien gaat alles mis. De familie verzeilt in de illegaliteit. De externe instelling zorgt voor tijdelijke huisvesting op een camping, regelt leefgeld en neemt bijkomende kosten voor haar rekening. De familie klopt aan bij een andere gemeente met de vraag of ze daar ingeschreven kunnen worden; tevergeefs. Deze gemeente neemt het gezin niet op omdat het elders is uitgezet en verwijst terug naar de oorspronkelijke gemeente. Deze gemeente is verantwoordelijk voor het gezin.

slagen vriendinnen bij; twee verwachten een kindje. Acht maanden al

De acht maanden gemeenteloos zijn, zijn er inmiddels 11 geworden. Er is sprake van een neergaande spiraal. Echter, het dagelijkse leven van dit gezin met hun volwassen kinderen gaat gewoon door. ‘De hoop op beter leven zit verankerd in elk mens. In welke situatie hij of zij ook maar verkeert’. Dit is bij hen ook het geval.

‘De hoop op beter leven zit verankerd in elk mens. In welke situatie hij of zij ook maar verkeert’.

Geldgebrek heeft grote gevolgen

De drie zonen die bij hun vriendinnen zijn ingetrokken kampen met geldgebrek. Justitie claimt dat zij criminele handelingen verrichten en de drie zonen worden opgesloten. Nieuwe zorgen voor de ouders bovenop de ellendige situatie waarin ze zelf verkeren. Ze zijn toegewijde ouders en onderhouden natuurlijk contact met hun zonen. Ze bezoeken hen in detentie en maken vele kilometers door het zuiden van Nederland om wekelijks de drie Huizen van Bewaring te bezoeken. Ze staan de ver-

Goede daden maken mens en natuur beter

In deze crisistijd doet het PWN een dringend beroep op gemeenten, kerken, maatschappelijke en sociale instellingen, netwerken en ook op vrienden en buren om er alles aan te doen om kwetsbare gezinnen te helpen. Juist in deze coronatijd. Deze gezinnen mogen niet verder achterop raken en verdienen het zeker niet om te worden uitgesloten. De crisis heeft gezinnen die het al moeilijk hadden nog verder kleingemaakt.

15

Als op school kennis van onze cultuur en achtergrond ontbreekt Mijn man wordt gedwongen werkzaamheden waar hij geen plezier in heeft te verrichten. De gemeente heeft hem opgeroepen om drie maanden in de werkplaats van de gemeente te komen werken. Lichte werkzaamheden zoals lolly’s inpakken. Er wordt door de gemeente geen rekening gehouden met onze cultuur en achtergrond. Kennis van onze cultuur ontbreekt; dwingen en dreigen staat ons erg tegen. Dit geeft ons het gevoel klein te zijn, klein gezien te worden. Los van ons verleden gezien te worden. Dit begint al op de school waar mijn kinderen onderwijs krijgen. Speciaal onderwijs

Mijn zoon is naar een school voor speciaal onderwijs gestuurd. Eerst lager onderwijs en daarna naar het speciaal onderwijs voor jongeren tot 18 jaar. Wanneer hij deze scholen doorlopen heeft, ontvangt hij een certificaat. Daarna wordt zijn geestelijke en lichamelijke gezondheid getest door een arts om te bepalen of hij recht heeft op een Wajong-uitkering. Wat heeft mijn zoon bereikt? Voor mijn gevoel niets. Hij is met nul naar school gegaan en is er na al die jaren met nul weer afgekomen. De schade die dit kind, mijn kind, daardoor heeft opgelopen is groot. Een kind dat van huis uit een reiziger, Sinti en Roma is, heeft het vermogen om weerbaar te zijn in de samenleving. Heeft het vermogen die weerbaarheid verder te ontwikkelen. Mijn kind wordt echter geblokkeerd. Ik krijg straks een kind van 18 jaar thuis dat zijn weerbaarheid kwijt is.

Mijn kind wordt echter geblokkeerd. Ik krijg straks een kind van 18 jaar thuis dat zijn weerbaarheid kwijt is.

16

Een kind dat daardoor niets kan betekenen voor de samenleving, dat niets verdient en niet op eigen benen kan staan. De weerbaarheid die van nature in mijn kind zat, is veranderd in teleurstelling; misschien zelfs in depressies. Het minderwaardigheidsgevoel zat niet in hem, maar is hem opgedrongen. Terwijl het schoolsysteem juist op het omgekeerde gericht is; een eventueel minderwaardigheidsgevoel omzetten in weerbaarheid. Het certificaat dat hij krijgt betekent dat hij aan de eisen van de leerplicht, het systeem, heeft voldaan. Niets meer dan dat. Certificaat

Het certificaat is een bewijs van de vaardigheden die het kind op school heeft opgebouwd. Vaardigheden om de toekomst met vertrouwen tegemoet te zien. Een garantiebewijs dat het kind talenten en vaardigheden heeft. Wij vertrouwen onze kinderen toe aan de school en de school dient ons vertrouwen waar te maken. Misschien klinkt het cynisch, maar het is helaas de waarheid: het certificaat van het speciaal onderwijs heeft weinig om het lijf en je kan het alleen in een lijstje aan de muur hangen.

Wat is er met onze kinderen gebeurd?

Het schoolsysteem is niet afgestemd op onze cultuur. Niet alleen wordt geen rekening gehouden met onze culturele achtergrond, maar er is op school ook totaal geen kennis van onze cultuur. Geen aangepast onderwijs

Wij, de ouders, hebben ondervonden dat er keer op keer fouten zijn gemaakt. Het schoolsysteem is niet gericht op het vergroten van de weerbaarheid en het verwerven van vaardigheden om in de maatschappij te functioneren. Kinderen die goed kunnen leren worden opgeleid om hun talenten in te zetten in de maatschappij. Zij worden voorbereid op de marktwerking in de samenleving en op het sociaal en maatschappelijk verkeer binnen de samenleving. Het reguliere schoolsysteem is niet geschikt voor kinderen die minder goed kunnen leren. Aangepaste vormen van onderwijs zijn er niet of nauwelijks. Hierdoor krijgen kinderen die minder goed kunnen leren ook een minder goede plek in de samenleving. Praktijk van het reizigersbestaan

Toen we rondtrokken in de nomadische tijd - en we dus niet in de gelegenheid waren om onderwijs te volgen - werden onze kinderen in de praktijk opgevoed en weerbaar gemaakt. Ze leerden al jong om op eigen benen te staan. Om opgewassen te zijn tegen het harde bestaan van het reizen en de tegenwerkingen die de reizigers in de samenleving ondervonden, moesten ze opgroeien. Ze moesten slim zijn om met

de, soms ronduit vijandige, samenleving te onderhandelen om zo middelen van bestaan te verwerven. De kinderen werden gekneed en gehard om het leven aan te kunnen. Vaak stichtten zij op jonge leeftijd al een eigen gezin en moesten ze al snel de kost verdienen voor hun eigen gezin. Onze kinderen werden weerbaar, maar ontwikkelden minder vaardigheden dan de jongeren met een hogere opleiding.

De kinderen werden gekneed en gehard om het leven aan te kunnen. Schoolsysteem

Wij ouders vertrouwen onze kinderen toe aan de school. De school doet op haar beurt echter hun uiterste best om het schoolsysteem uit te voeren. De school is voornamelijk geïnteresseerd in het niveau van de leerlingen. Er worden met regelmaat testen afgenomen om de verstandelijke en emotionele eigenschappen van de kinderen te beoordelen. Het schoolsysteem is er primair op gericht het kind op het juiste niveau te krijgen. Opvoeding thuis

Het onderwijs legt minder focus op de thuissituatie van de kinderen en wat ze van huis uit hebben meegekregen. Sterker nog, in het onderwijs wordt soms op de thuissituatie neergekeken en er blijkt sprake van vooroordelen: ze komen van het kamp, het zijn zigeuners. Door deze vooroordelen is er geen ruimte voor de positieve kanten van het reizigersbestaan, voor de culturele achtergrond en de weerbaarheid van de gezinnen en de kinderen. Er is duidelijk vooringenomenheid in het spel. 17

Door deze vooroordelen is er geen ruimte voor de positieve kanten van het reizigersbestaan, voor de culturele achtergrond en de weerbaarheid van de gezinnen en de kinderen. Gelijkwaardige behandeling

In de reizende tijd werden de kinderen van reizigers, Sinti en Roma gelijkwaardig behandeld door de ouderen van hun gemeenschappen. Wanneer de school dit niet doet, dan ontstaan er twee werelden; de wereld van het kind thuis en de wereld van het kind op school. Wij ouders ervaren het als heel moeilijk om deze werelden bij elkaar te brengen; om de kloof te overbruggen. We hebben weinig kijk of wat er op school met onze kinderen gebeurt en ervaren duidelijk dat het onderwijzend personeel eigenlijk niet geïnteresseerd is in onze thuissituatie.

Systeem boven leerling

In een gezin elders in het land wordt een Roma-jongere van 14 jaar van school gestuurd. Omdat zijn ouders - en hij dus ook - uitgeschreven zijn uit de basisadministratie van de gemeente. Dat hij nu niet naar school gaat vinden de school én de inspectie normaal; dat gebeurt vaker in zo’n situatie. Men treedt er niet tegenop, men helpt het gezin niet om weer ingeschreven te worden zodat het kind weer naar school kan. Het kind en het gezin worden door de instanties genegeerd. De ouders brengen het kind naar school, zoals zij altijd deden. Maar dit wordt door de school niet geaccepteerd. Ze beschouwen hem niet meer als hun leerling. Terwijl hij, als hij wel was ingeschreven, straf zou krijgen wanneer hij niet naar school zou komen. Het systeem is dus belangrijker dan de toekomst van een leerling. Dit schaadt het vertrouwen van ouders en leerlingen. Het lijkt wel of de leerling alleen naar school gaat in het belang van het systeem en voor de portemonnee van

Jongeren willen er goed uitzien, ze willen belangrijk zijn, ertoe doen. de onderwijzer. Terwijl een leerling naar school zou moeten gaan om zichzelf te ontwikkelen en voor te bereiden op een plek in de maatschappij. Dubbelachterstandskinderen

In het onderwijs weet men vaak niet hoe ze met de taal- en ontwikkelingsachterstand van Romakinderen om moeten gaan. Kinderen worden niet goed ingeschat; hun leervermogen wordt te laag ingeschat. Achterstandskinderen worden daardoor heel vaak op een school 18

voor kinderen met een psychische of een lichamelijke beperking geplaatst. Daardoor ontstaan ‘dubbelachterstandskinderen’. Zij hebben deze beperkingen helemaal niet, maar het reguliere onderwijssysteem heeft geen plaats voor hen en daarom worden ze naar deze scholen gestuurd. Daarbij komt nog dat er standaard vanuit wordt gegaan dat de ouders thuis zelf nauwelijks of geen onderwijs hebben genoten en daardoor niet in staat zijn hun kinderen verder te helpen. Ongelijkheid tussen de kinderen

Kinderen die op de verkeerde school zijn geplaatst, komen onherroepelijk in de problemen. We zien dat al aankomen door het gedrag van de kinderen. Er is sprake van onenigheid en opstootjes. Kinderen blijven kinderen en kunnen erg hard zijn tegen elkaar. Cruciaal is hoe de begeleiders, de leerkrachten, hiermee omgaan. Wij ervaren dat onze kinderen makkelijk gestraft worden. Wij vinden straffen niet goed; straffen door ongelijkheid werkt averechts. De begeleiders spelen, door te straffen, de baas over de kinderen en de kinderen ervaren de staf als een vernedering. Ze worden gestraft om wie ze zijn en niet om wat ze doen. Dat maakt ze ongelukkig. Vooral als de kinderen groter worden, komen de verschillen steeds duidelijker naar voren. Romakinderen groeien snel op en worden vroeg volwassen. Ze kunnen dan andere kinderen gaan overheersen. De school dient hierop in te spelen en hier goed mee om te gaan.

Wij ervaren dat onze kinderen makkelijk gestraft worden. Wij vinden straffen niet goed; straffen door ongelijkheid werkt averechts.

Geen school op maat

Het probleem dat zojuist geschetst is, komt overal voor. Binnen het reguliere schoolsysteem is geen plaats voor Roma(achterstands)kinderen. Er is geen school op maat. Het zou goed zijn wanneer Europa hier aandacht voor zou hebben en ervoor zou zorgen dat er aangepast onderwijs komt voor Romaen Sintikinderen. Deze kinderen hebben een achterstand opgelopen door het oorlogsverleden van hun ouders en grootouders, door vooroordelen, door onderdrukking en door andere trauma’s die hun ouders en grootouders hebben opgelopen. Klaar voor de arbeidsmarkt?

Kinderen van deze ouders worden op school niet goed opgevangen. Daardoor leren ze moeilijk een vak en krijgen ze weinig kansen op de arbeidsmarkt. Ze komen thuis te zitten, krijgen vaak geen uitkering en worden aan hun lot overgelaten. Daardoor worden ze extra kwetsbaar en is de keuze voor een verkeerd leven snel gemaakt. Jongeren van 18, 19 jaar moeten ook leven. Ze krijgen een vriend of vriendin, willen zich goed kleden, hebben mooie schoenen nodig en willen de wereld verkennen. Dit is een grote zorg voor ouders die zelf weinig geld hebben, geen werk hebben of in de schuldsanering beland zijn. Met lede ogen zien wij de toekomst van de 18-jarige zoons en dochters tegemoet. Laag schoolniveau

Mijn zoontje is nu 13 en zit op het voortgezet speciaal onderwijs (VSO). Toen hij klein was zat hij op een opvang voor kinderen met een beperking. In die tijd had hij epilepsieaanvallen. De begeleiders op de opvang hadden zowel een onderwijs- als een verpleegachtergrond. 19

Toen de aanvallen niet meer voorkwamen, is hij naar een school voor kinderen met een beperking gegaan. De communicatie tussen de school en ons als ouders verliep niet goed. We hadden verwacht dat onze zoon naar een gewone basisschool zou gaan en dat hij zou kunnen leren lezen en schrijven. Dat gebeurde niet. Hij is nu 13 en kan zelfs zijn eigen naam niet schrijven. We zijn echt geschrokken van het lage niveau van de school. Nu zit hij op het VSO. We weten niet precies wat daar gebeurt. Laatst hebben we een gesprek gehad en alles werd duidelijker.

toekomst van onze zoon stelden we de vraag waar hij later de kost mee moet verdienen en of hij zijn rijbewijs zou kunnen halen. Ook vroegen we wat de school doet om hem voor te bereiden op werk en zelfstandigheid. Steeds was het antwoord dat hij nooit zelfstandig zal kunnen werken. Hij zal steeds begeleiding nodig hebben.

Ook vroegen we wat de school doet om hem voor te bereiden op werk en zelfstandigheid. Verschillende werelden

Vragen over de toekomst

We zitten met erg veel vragen. Waarom heeft hij niet leren lezen en schrijven? Er is steeds gezegd dat hij een taalachterstand heeft. Een begeleider vertelde dat geprobeerd is hem te leren hoe hij zijn naam schrijft, maar dat hij dat steeds weer vergeet. In de discussie over de

20

In het gesprek met school kwam ook naar voren dat onze zoon een heel eigen idee heeft over wat leren is. Hij is erg praktisch ingesteld. Hij helpt opa bij het koppelen van de aanhanger en andere werkzaamheden. Als hij weet dat hij iets niet kan, weigert hij het ook te doen. Aandringen helpt dan niet. De wereld thuis en de wereld op school zijn voor hem twee heel verschillende werelden. Thuis is hij opgegroeid; hij heeft vertrouwen in de mensen om hem heen en in hun handelen. Thuis doet hij wat hij leuk vindt. Op school proberen ze hem ook minder leuke dingen te leren. Zo moet hij stagelopen en bladeren opvegen. Dat doet hij uiteindelijk wel. Thuis zou hij dat echt niet gedaan hebben. Vroeger, toen Roma niet naar school gingen, leerden zij thuis het leven in te richten. Dit deden ze op de manier waarop hun ouders het deden. Iedereen hielp mee in het dagelijkse leven, ook kinderen zoals onze zoon. Het kind mocht dan doen wat hij leuk vond en waar hij goed in was. Lezen en schrijven was niet nodig; de meeste ouders konden dat zelf ook niet. Maar leren koken en venten daarentegen is wel heel belangrijk.

Mijn werkervaring als Sinto - een verhaal Goeiedag, ik ben Sinto en 39 jaar. Dit is een kort verhaal. Een verhaal over hoe ik mijn leven als Sinto, in de huidige maatschappij en in mijn familieverband, ervaar. Mij werd gevraagd mijn verhaal te delen. Om zo te laten zien dat veel Sinti en Roma dezelfde belemmeringen hebben ondervonden. Belemmeringen door de ervaringen in de Tweede Wereldoorlog en de doorwerking daarvan in onze opvoeding. School

Mijn basisschoolervaring in de jaren 80 en 90 was, zoals bij zoveel Sinti, niet veel bijzonders. Tenminste, in mijn eigen ogen. Ik verzuimde veel en ging vaak maar één of twee keer per week naar school. Dit had natuurlijk wel invloed op mijn punten en ik werd, door mijn afwezigheid, gekort op mijn scores. Toch haalde ik geen slechte cijfers; ik pikte het leermateriaal makkelijk op en voerde de opdrachten op mijn eigen manier uit. Vaak was dat net anders dan de leraar het uitlegde, maar uiteindelijk kwam het op hetzelfde neer.

Vaak was dat net anders dan de leraar het uitlegde, maar uiteindelijk kwam het op hetzelfde neer.

grootmoeder; ik bezocht haar iedere dag. Ze vertelde soms wel eens over wat haar is overkomen, wat ze heeft meegemaakt. Maar daar ga ik nu liever niet op in. Dat is te pijnlijk. Het is wel bijzonder dat ze me deze dingen vertelde. Het is in onze cultuur niet gebruikelijk om over dat soort dingen te praten; vooral niet met iemand van mijn leeftijd. Toch vertelde ze me best veel omdat ik altijd zeer geïnteresseerd was. Ik heb ook nog papieren uit die tijd, maar ik vind dat we alles moeten laten rusten. Mijn grootmoeder zou ook niet willen dat ik over deze dingen, die ze me in vertrouwen heeft verteld, zou schrijven. Ik kan alleen zeggen dat ze de hel heeft meegemaakt. En dat deze verschrikkelijke periode in haar leven ook grote invloed heeft gehad op het leven van de hele familie. En dan gaat het om veel familieleden; grootmoeder had 13 kinderen.

Oorlogsverhalen

De ervaringen uit de Tweede Wereldoorlog kreeg ik al op vroege leeftijd mee. Op school werd erover verteld. Ik herinner me nog goed dat het toen precies 48 jaar geleden was dat er een einde kwam aan de Tweede Wereldoorlog. Ik herinner me dat omdat mijn grootmoeder een oorlogsslachtoffer was en in verschillende concentratiekampen gezeten heeft. Onder andere in Auschwitz waaruit ze door de Amerikanen bevrijd is. Ik had een zeer nauwe band met mijn

Ik kan alleen zeggen dat ze de hel heeft meegemaakt. En dat deze verschrikkelijke periode in haar leven ook grote invloed heeft gehad op het leven van de hele familie. School voor moeilijk opvoedbare kinderen

Ik kreeg het advies om naar de MAVO te gaan op de toenmalige biologische 21

school. In mijn eerste jaar fuseerde deze school met de technische school. Op deze school zaten meerdere familieleden en vrienden van me en dit zorgde ervoor dat ik minder ging leren en meer praktisch ging denken. Op een dag, in de pauze, spraken we met een paar man af dat we zouden stoppen met school. We wilden gaan werken. De leraren verwachten immers toch van ons dat we naar het vormingscentrum zouden gaan; een school voor moeilijk opvoedbare kinderen. We deden zoals we afgesproken hadden. Ik ging die middag na de pauze regelrecht naar een bedrijf waar een neef van mij en de man van een nicht van mij al werkten. Mijn neef en ik woonden op hetzelfde kamp. Ik kon hem door het raam zien en vaak had hij het erover dat hij best fijn werk had. Zo gezegd, zo gedaan. Ik ging naar het bedrijf voor een sollicitatiegesprek. Ik was 14 en zat in het tweede jaar van de middelbare school.

De leraren verwachten immers toch van ons dat we naar het vormingscentrum zouden gaan; een school voor moeilijk opvoedbare kinderen. Ik wilde werken

Ik kreeg een sollicitatiegesprek met de leider van de planning. Hij gaf aan dat hij mij wel een beetje jong vond, maar qua bouw en lengte zou ik het werk wel aankunnen. Ik vertelde hem dat ik heel graag wilde werken en dat mijn neef en de man van mijn nicht hier ook werkten. Ik zei tegen hem dat hij geen spijt zou krijgen als hij mij de kans zou geven. Ik vroeg niet wat ik zou gaan verdienen; dat zag ik later wel. Eerst maar zorgen dat ik aangenomen werd. 22

Kort gezegd: hij gaf me een kans en ik kon de dag erna beginnen. Ik reed met een collega mee want ik had natuurlijk nog geen rijbewijs. Deze collega haalde mij om zes uur ’s ochtends thuis op en we vertrokken naar de eerste klant; in Zeeland. Met dit werk had je volledige vrijheid; geen baas boven je. Je werkte met z’n tweeën of drieën. Je kreeg aan het begin van de dag een pak bonnen mee en die opdrachten moesten diezelfde dag worden uitgevoerd. We werkten door heel Nederland, België en Duitsland, maar voornamelijk in Nederland. We installeerden kantoormeubilair in kantoren en andere bedrijven. Van garages tot banken tot verzekeringsmaatschappijen. Lichamelijk was het werk zwaar. We moesten de vrachtwagens met materiaal zelf legen en alles op de plek zetten in het gebouw. Soms was er geen lift en moesten we alle pakketten de trap op sjouwen en daarna alles monteren.

Ten koste van mijn gezondheid

Na enkele maanden gewerkt te hebben, stond ineens een leraar van mijn vroegere school aan de deur. Hij vertelde dat ik nog leerplichtig was. Vanaf die tijd ging ik één dag per week naar school. Naar het vormingscentrum. Alle leraren kenden mijn familie; veel van mijn familieleden waren ook naar deze school geweest. Naast die verplichte dag op school maakte ik werkweken van 40 tot 80 uur. Ik had een 0-urencontract. Ik miste geen dag op mijn werk en vormde een vast team met mijn collega. We werkten van dinsdag tot en met zaterdag en soms zelfs op zondag. Ik heb dit vier jaar volgehouden. Ik was in de groei, sjouwde veel en liep een zware hernia op. Ook kreeg ik psychische klachten waardoor ik het zware werk niet meer vol kon houden. Naast mijn school en mijn werk was ik ook bemiddelaar tussen de woningcorporatie, de gemeente en onze mensen. Ik behartigde de woningbelangen van mijn familie en ook hierin gingen veel uren zitten. Dit heb ik ongeveer tien jaar gedaan. Ziektewet

Ik kwam in de ziektewet terecht; een zware en moeilijke periode. Bij mijn eerste keuring zei de arts dat ik er goed verzorgd uit zag, dat ik goed kon praten en dat het met mijn rug ook wel meeviel. Terwijl in het ziekenhuis was geconstateerd dat ik echt een hele zware hernia had met een uitstulping en artrose in de wervels. De kussens waren helemaal weggesleten. Deze informatie van het ziekenhuis was met de arts gedeeld. Toch keurde hij me maar voor 15-35% af. Het UWV kende een gedeeltelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering toe. Toen ik nog werkte, verdiende ik tussen de 2000 en 2500 gulden per

maand. Een behoorlijk deel van de uren die ik maakte, waren reisuren. Reisuren worden door het UWV niet meegerekend voor het maatgevend loon en uiteindelijk kreeg ik maar rond de 700 gulden per maand. Een behoorlijke terugval. Ik kwam in aanraking met een psychotherapeut die gespecialiseerd was in oorlogsslachtoffers. Hij behandelde mijn ouders die tweede generatie oorlogsslachtoffers zijn. Deze therapeut heeft mij enorm geholpen bij het in bezwaar gaan tegen de beslissing van het UWV. Uiteindelijk is het met zijn hulp gelukt om een volledige arbeidsongeschiktheidsuitkering te krijgen. Het was een lange weg, twee tot drie jaar als ik me goed herinner, maar het is gelukt. Ik werd voor 80-100% afgekeurd. Relatie en gezin

Ik had op dat moment een relatie met een Nederlands meisje. Ik kocht een caravan en zette deze bij de wagen van mijn zus. In deze caravan hebben we ongeveer twee of drie jaar geleefd voordat we een appartementje toegewezen kregen. Mijn vriendin wilde heel graag in een huis wonen en ik was nog te jong om op het woonwagencentrum in aanmerking te komen voor een standplaats. Na een jaar werd ze zwanger en moest ik echt aan de toekomst gaan denken.

Mijn vriendin wilde heel graag in een huis wonen en ik was nog te jong om op het woonwagencentrum in aanmerking te komen voor een standplaats. UWV en scheiding

Juist om die toekomst veilig te stellen ben ik naar het UWV gegaan en gezegd 23

dat ik met een zelfrijdende frituurwagen in de straten wilde gaan venten. Venten is iets wat me ligt. Het UWV ging hiermee akkoord op voorwaarde dat ik me eerst beter zou melden. Ik was zo dom om dit gelijk te doen; zonder na te denken over de consequenties. Ik wilde dit zo graag en gaf mijn rechten op mijn uitkering op. Het UWV stuurde mij naar een re-integratiebureau om samen met hen een ondernemingsplan op te stellen. Het UWV kende mijn lichamelijke 24

beperkingen en besloot geen subsidie te verstrekken. Het plan mislukt en ik rekende erop dat ik mijn uitkering terug zou krijgen. Een misrekening, want ik moest opnieuw bewijzen dat mijn toestand verslechterd was. Mijn klachten waren toegenomen, maar ik kon dit niet bewijzen. Ik werd niet opnieuw afgekeurd en belandde in de bijstand. Mijn vriendin en ik kregen steeds vaker ruzie en we besloten uit elkaar te gaan. Ze vertrok en ik bleef alleen achter in het appartement. Ik

voelde me daar niet prettig en ik bouwde schulden op. Mijn broer wilde juist weg van het woonwagenkamp en we besloten woningruil te doen. Wonen, schuld en een nieuwe relatie

Ik ben weer op het woonwagenkamp waar ik ben opgegroeid gaan wonen. De wagen die ik van mijn broer overnam was meer dan 20 jaar oud en maar 13 meter lang en 3,5 meter breed. Maar het was een goede stap voor mij. Ik was bijna 26 jaar oud en ik voelde me gelijk beter. Ik wilde er weer voor gaan; stappen vooruit maken in het leven. Ik leerde mijn tweede vrouw kennen; een Marokkaanse. Met haar heb ik drie kinderen en we zijn sinds vier jaar gescheiden na tien jaar samen geweest te zijn. In de tijd dat ik met haar was, heb ik schulden opgebouwd. Ik zat in de bijstand en dus weinig geld. De kinderen gingen voor alles en er moest voor hen gezorgd worden. Na een paar jaar heb ik een beroep gedaan op de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp) en heb ik mezelf vrijwillig onder bewindvoering laten zetten. Dit was een goede stap en binnen vijf maanden was ik van al mijn schulden af. Toch liet ik de bewindvoering op vrijwillige basis doorlopen; tot op heden leef ik onder

bewind van een bijstandsuitkering en ben ik schuldenvrij.

De kinderen gingen voor alles en er moest voor hen gezorgd worden. Vrijwilligerswerk als opstap

Sinds enkele maanden heb ik contact met een landelijke pastorale instelling. De pastor verhelderde veel dingen voor me en gaf me inzicht in mijn situatie. In hoe ik mijn situatie kan verbeteren. Hij gaf me de kans om als vrijwilliger bij deze pastorale instelling te gaan werken en dat doe ik nu een jaar. Ook ben ik benaderd door iemand van Schuldhulpmaatje. Zij hebben een project waar ik misschien bij betrokken kan worden. In de komende tijd moet dit duidelijk worden. Al met al heb ik nu goede vooruitzichten en is er veel goeds op mijn pad gekomen. Ik wil even de tijd nemen en rustig kijken welk pad voor mij het beste is. Hopelijk leidt dit pad ertoe dat in mijn eigen levensonderhoud kan gaan voorzien en ik de bijstandsuitkering niet meer nodig heb. Dat is toch Sinto eigen; met trots en waardigheid op een vrije manier met je eigen handen een stabiel inkomen verkrijgen.

25

Nederlandse Nationaliteit Ik ben hier gekomen vanuit Slowakije om samen met een Nederlandse man een gezin te stichten en niet te profiteren van een asiel en een uitkering. Ik wil graag ook Nederlander worden. Maar als ik niet in eigen onderhoud kan voorzien moet ik terug. Als ik dan toch bij mijn gezin wil blijven, moet het hele gezin met mij mee gaan naar Slowakije terwijl mijn man en kinderen de Nederlandse nationaliteit hebben. Waarom ben ik minder waard dan iemand die wel heeft gestudeerd en snel aan baan krijgt? Nog veel armoede en uitsluiting Wij Roma hebben van oorsprong geen eigen land en het zou daarom fijn zijn wanneer de landen waarin wij wonen ons zouden accepteren. Dat is lang niet overal het geval. We hebben lang in landen gewoond waar racisme heerst en waar nationalisme - en soms zelfs nazisme - steeds weer de kop opsteekt. Soms zo erg dat Roma op straat vermoord worden. Vooral in de Oostblok- en Balkanlanden is er nog steeds sprake van armoede en uitsluiting. Dit zorgt ervoor dat de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog nog steeds actueel zijn in het leven van de Roma. Gedwongen terugkeer naar Slowakije zou dramatisch zijn voor mij en mijn gezin.

Beseft de IND wel naar welk land, naar welke omstandigheden ze ons willen terugsturen? Heeft de IND wel een juist beeld van de situatie waarin Roma, met name in deze landen, zich bevinden? Ik zou graag zien dat ze ons accepteren zoals we zijn.

Heeft de IND wel een juist beeld van de situatie waarin Roma, met name in deze landen, zich bevinden? Accepteren zonder ons zware verplichtingen op te leggen waaraan we niet kunnen voldoen. Die we niet kunnen waarmaken. We komen uit landen waar we te maken 26

hadden met armoede, uitsluiting en loodzware verplichtingen. We zijn vol hoop naar Nederland gekomen, maar nu blijkt dat ook Nederland ons uitsluit en zware verplichtingen oplegt. Eigenlijk is Nederland niet veel beter dan de andere landen. We leven al meer dan de helft van ons leven in Nederland; 20 jaar. We hebben Nederland in ons hart gesloten en willen graag ons best doen om volwaardig Nederlander te zijn. Natuurlijk willen we Nederlander zijn, anders hadden we wel voor een ander land gekozen. Ik wil niets verliezen Nederland is geen nazistisch land. Dat is echt wel duidelijk. Nederlanders hebben over het algemeen een goed hart. Ik wil dan ook graag in Nederland blijven. Niet alleen om het land, maar zeker ook om mijn man en kinderen. Zij zijn mij zo lief. Ze zijn onbetaalbaar; ze zijn mijn rijkdom. Wanneer ik terug moet naar Slowakije verlies is alles wat ik heb opgebouwd in de afgelopen 20 jaar. Ik heb gezinnen uit elkaar zien vallen door het nationalisme, het nazisme. Ik wil dat niet meer meemaken; ik wil dat zélf niet meemaken. Misschien klinkt het hard, maar zelfs tien kogels zouden me niet tegenhouden. Wanneer ik uitgezet word uit Nederland, dan ben ik de volgende dag weer terug en de dag erna en de dag daarna. De IND

stelt hoge eisen aan mensen die het Nederlandse burgerschap aanvragen.

De IND stelt hoge eisen aan mensen die het Nederlandse burgerschap aanvragen. Maar toen wij hier 20 jaar geleden - net na het jaar 2000 - kwamen, ik en vele Roma met mij, werd ons niets aangeboden. Geen studie, geen inburgering, geen hulp bij het opdoen van vaardigheden die nodig waren om in de Nederlandse maatschappij te integreren. We werden niet geholpen bij het zoeken naar werkzaamheden om zelf de kost te verdienen. Natuurlijk proberen we aan betaald werk te komen. We schrijven ons in bij uitzendbureaus. Er zijn zeker wel uitzendbureaus die bereid zijn om ons te bemiddelen, maar vaak springt het af op onze identiteit. Zodra een bedrijf merkt dat we Roma zijn, worden we niet meer ingehuurd. Soms zelfs ontslagen. Als Nederlander is

het veel makkelijker om aan werk te komen. Vandaar dat ik graag de Nederlandse nationaliteit zou hebben. Nederland is een democratisch land Ik zit in een vicieuze cirkel waar ik zelf niet uit kan komen. Ik zou zo graag willen dat de ambtenaren bij de gemeente en de IND dit zouden begrijpen en dat ze zich niet zo gedragen als de ambtenaren in de landen waar we vandaan komen. Dat ze ons zouden helpen verder te komen; verder te gaan met ons leven. Nu gaat het alleen om regels en voorschriften. Ik mis de menselijke maat; begrip voor onze afkomst en onze omstandigheden. Nederland is een democratisch land. Dat betekent dat de besluiten die genomen worden en de regels die opgesteld worden rekening zouden moeten houden met de achtergrond van degenen voor wie ze gelden. Democratie betekent dat mensen geen ondraaglijke lasten opgelegd mogen krijgen, maar dat er in overleg met hen gekeken wordt naar oplossingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11201245/1