CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

53 06-04-2022 Overdachtsdocument gemeenteraad

Gemeenteraad 31 mei 2022, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Bijlage 2: Ingekomen interne stukken10.837 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Aldus Besloten Overdrachtsdocument gemeenteraad ’s-Hertogenbosch 2018-2022

Inhoudsopgave 1. Voorwoord 4 2. Terugblik op een raadsperiode 7 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6

Inleding Corona en een vernieuwd bestuurscentrum Werkgroepen Evaluatie werkplan van de raad Regionale samenwerking Uw mening

3. Uitdagingen voor een

14

volgende periode

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6

7 7 8 11 12 12

Betere werkverdeling Regionale samenwerking Burgerparticipatie Een beter debat Sfeer en samenwerking Huishoudelijke zaken

4. Aanbevelingen voor de nieuwe raad

14 16 17 21 22 23

25

Bijlage 1 Evaluatie acties werkplan

26

Bijlage 2 Resultaten raadsenquête

28

Bijlage 3 Richtlijnen debat in commissie en raad

30

Aldus Besloten, Inhoudsopgave | 3

Voorwoord Het zijn van raadslid is een ambt, geen vak waar je voor kunt studeren. Ieder gekozen raadslid of commissielid/ niet-raadslid vult de rol van volksvertegenwoordiger op de eigen manier in. Maar wel met één gezamenlijk doel: het leven de inwoners van de gemeente ’s-Hertogenbosch beter te maken. De 39 raadsleden en de commissieleden zijn daar ook in deze raadsperiode actief mee bezig geweest. Vaak naast hun baan, verantwoordelijkheid voor een gezin of maatschappelijk betrokken bij een vereniging of club. Zij hebben de moeite genomen om zich in te zetten voor het besturen van onze gemeente. Door avonden te vergaderen, diep in complexe materie te duiken en het gesprek aan te gaan met inwoners en organisaties. Zowel als ze een leuke boodschap te verkondigen hadden, als wanneer het een minder leuke boodschap betrof.

Bewaak de cultuur in de gemeenteraad Die betrokkenheid is bewonderenswaardig en niet vanzelfsprekend. Zowel nationaal als internationaal is te zien dat maatschappelijke discussies verharden. Zowel door het gebruik van grotere woorden om maar de uitersten van een standpunt op te zoeken, als door het gebrek om zich in de ander in te leven en oprecht te luisteren naar de ander. In de Bossche gemeenteraad wordt die verbinding over het algemeen wel gezocht. Door activiteiten, trainingen, maar ook de beschikbaarheid van de leeskamer voor alle raadsleden stimuleren we de onderlinge contacten tussen raadsleden zodat het debat over de inhoud kan blijven gaan. Een belangrijk element van de Bossche raadscultuur die continue aandacht heeft, zeker bij de start van een nieuwe raadsperiode. Een cultuur die zich richt op het vergroten van de verschillen en bijdragen die alleen bedoeld zijn om de ander negatief af te schilderen maken het raadswerk een stuk minder leuk dan een cultuur waarin partijen ondanks oorsprong elkaar weten te vinden op de inhoud en samen werken aan de beste oplossingen voor maatschappelijke problemen. Dat wil niet zeggen dat men het altijd met elkaar eens moet zijn, verre van. Diversiteit in uitgangspunten en aandachtspunten brengt nieuwe inzichten in een debat die kunnen leiden tot betere besluitvorming.

Maar een inhoudelijke afweging dient leidend te zijn, niet een afweging gebaseerd op wiens naam er op een voorstel staat.

Aldus Besloten, Voorwoord | 4

Stel kaders en stuur op hoofdlijnen Voor een raad is het vaak zoeken naar wat nu het juiste moment is om bij grote processen betrokken te worden. De eerste inhoudelijke aftasting van een speelveld wordt vaak al door het college gedaan, voor de raad is het lastig om over een blanco vel te debatteren. Maar een raad die pas in stelling komt als er al keuzes gemaakt zijn, maakt het sturen en kaders stellen voor de raad ook erg moeilijk. Samen met het college moet de raad dan ook op zoek naar een manier om meer uitgangspunten vast te stellen of te bespreken. Dat is dan het referentiepunt voor het college om op verder te bouwen en voor de raad om op te blijven toetsen. Van de raad vraagt het wel een bewustzijn dat kaders niet iedere maand of bij ieder voorstel weer aangepast kunnen worden, maar door de juiste kaders te stellen heeft de raad een eigen handvat om scherp te controleren en bij te sturen.

“

Diversiteit in uitgangspunten en aandachtspunten brengt nieuwe inzichten in een debat die kunnen leiden tot betere besluitvorming.

”

Blijf nieuwsgierig De raadsagenda zit vaak erg vol, zeker naast het reguliere werk en sociale leven. Toch is het van belang dat raadsleden nieuwsgierig blijven. Juist omdat de raad bij besluiten verschillende belangen moet wegen, is het belangrijk om die belangen te doorgronden. Dan kan een raadslid bepalen welk belang de doorslag geeft en wat dat voor het voorstel zegt. Naast de nieuwsgierigheid bij een concreet raadsvoorstel kunnen raadsleden zich ook laten inspireren door een blik van buiten toe te laten. Maatschappelijke problemen worden steeds complexer, dan kan het helpen als een externe inspiratie biedt over die opgave. Niet om te zeggen wat er goed of fout is aan een raadsvoorstel, maar wel om raadsleden zich een goed beeld te laten vormen van de uitdagingen waar een antwoord op moet worden gevonden. Er is nog ruimte voor de raad om minder met het toetsen van raadsvoorstellen bezig te zijn en meer met nadenken en handelen op de grotere opgaven. Dat kan soms erg abstract zijn en de burger minder aanspreken, maar uiteindelijk heeft het voor diezelfde burger een groot effect en dan is het toch de moeite waard.

Blijf er plezier in houden Afsluitend is het allerbelangrijkste dat de nieuw gekozen raadsleden plezier blijven hebben in het raadswerk. Dat mensen samen aan oplossingen kunnen werken, dat de sfeer goed blijft en dat er goede besluiten genomen worden. Het ambt van raadslid geeft je een unieke inkijk op hoe besluiten tot stand komen, maar ook hoe ze uitwerken voor mensen. Je komt in gesprek met mensen in de uitvoering en met vertegenwoordigers van culturele instellingen, instellingen in zorg en welzijn en ondernemers die met enthousiasme en gedrevenheid vertellen over de mooie zaken waar zij mee bezig zijn. Die inspiratie kan een raadslid meenemen naar de raadszaal, zodat het een inspirerende en plezierige periode wordt. Veel succes gewenst! Pieter Paul Slikker Ralph Geers Vice-voorzitter Presidium Voorzitter Presidium

Aldus Besloten, Voorwoord | 5

2. Terugblik op een raadsperiode 2.1 Inleiding Het is inmiddels een goed gebruik dat presidium en de fractievoorzitters aan het begin van de raadsperiode een werkplan voor de raad vaststellen. Een werkplan dat niet gericht is op de politieke inhoud, maar zoals het werkplan het zelf formuleert, gaat over “de randvoorwaarden die het voor de raad mogelijk maken om hier op een goede manier over te debatteren en te besluiten. Doel van het werkplan is om, los van de partijpolitiek, voor de raad als geheel de prioriteiten te stellen in de ontwikkeling van het raadswerk.”

en zeer klantvriendelijke ondersteuning van het ‘Maaspoort-team”, is het gelukt om ondanks de extra handicap van Corona, de vergaderingen op de gebruikelijke manier te laten verlopen.

“

In dit hoofdstuk kijken we terug op wat er van de goede voornemens uit het werkplan terecht is gekomen en op andere in het oog springende zaken die in deze periode hebben plaatsgevonden. We besteden daarnaast aandacht aan de (raads)werkgroepen en hearings die in deze periode aan de orde zijn geweest en aan regionale samenwerking. Tenslotte gaan we in op de enquête die onder de raads- en commissieleden is gehouden over hoe zij deze periode hebben ervaren.

2.2 Corona en een vernieuwd Bestuurscentrum Terugkijkend op de afgelopen raadsperiode springen twee zaken er uit. De verbouwing van het Bestuurscentrum en de corona-epidemie met bijbehorende maatregelen. Het eerste leverde een prachtige vernieuwde raadzaal en commissiekamers op, die als gevolg van het tweede tot op heden nog niet ten volle benut kunnen worden. Het verbouwingsproces van het Bestuurscentrum is gestart in 2019 en is na de zomer 2020 fysiek van start gegaan. Gedurende de maanden dat we niet in het Bestuurscentrum terecht konden, is de raad gastvrij ontvangen in de Maaspoort. Dankzij de professionele

Er springen twee zaken uit: de verbouwing van het Bestuurscentrum en de corona-epidemie.

”

Het resultaat van de verbouwing van het Bestuurscentrum mag er zijn. De grootste verandering in de raadszaal is de overgang naar één ring met zitplaatsen waarin alle raadsleden plaats kunnen nemen. Daarnaast is de technische installatie weer helemaal up-to-date gebracht, met een zelf-richtend camerasysteem, interruptiemicrofoons en een digitaal stemsysteem. In de commissiekamers is door slim gebruik te maken van de beschikbare ruimte, nu ook weer plaats aan tafel voor de grotere commissies. Ook hier is een camerasysteem geïnstalleerd. Bovendien past ook de inrichting en vormgeving van de zalen weer helemaal in deze tijd.

In het begin van de epidemie, toen nog veel onzeker was over de juiste aanpak en maatregelen, is door de raadscommissies geëxperimenteerd met digitaal vergaderen. Technisch gezien hebben we dit weten te realiseren, maar de kwaliteit bleek sterk afhankelijk van de beschikbare internetverbindingen bij de commissieleden thuis. Het algemene gevoel was bovendien dat een inhoudelijk politiek debat in een digitale vergadering nog weer veel moeilijker is dan in een live-vergadering. Het experiment is daarom na één commissieronde gestaakt en vervangen door fysiek vergaderen met strenge regels over hoe te handelen tijden de vergadering.

Aldus Besloten, 2. Terugblik op een raadsperiode | 7

2.3 Werkgroepen Een goed gebruik in onze gemeenteraad is het werken met werkgroepen om als raad een inhoudelijke verdiepingsslag te maken buiten de reguliere vergaderingen om. Zij opereren met name in de informatiefase van het besluitvormingsproces of om voorstellen te doen over de huishouding van de raad. Zowel de raad als commissies als het presidium kunnen optreden als opdrachtgever voor een werkgroep. Onderstaand staat welke werkgroepen de afgelopen periode actief zijn geweest, met een korte beschrijving van de resultaten:

Als gevolg van de Corona-maatregelen is het tot op heden niet mogelijk gebleken om de mogelijkheden van het verbouwde Bestuurscentrum ten volle te benutten. In de commissiekamers kan door gebrek aan ruimte geen anderhalve meter tussenruimte worden gehouden en deze kunnen dus nauwelijks worden gebruikt. In de raadsvergadering kan per fractie meer één persoon aan tafel plaatsnemen en daarmee zowel het gebruik van de interruptiemicrofoons als het digitaal stemmen nog niet in gebruik. Het gebruik hiervan wordt dus iets voor de volgende periode. Corona heeft wel gezorgd voor een doorbraak in een al lang lopende discussie over het al dan niet live uitzenden van de vergaderingen. Omdat door de coronamaatregelen publiek niet welkom is bij de vergaderingen, is openbaarheid van de vergaderingen alleen nog maar te realiseren door ze live uit te zenden. Hierbij is instantie gebruik gemaakt van externe partners voor het maken van opnames. Na de verbouwing is heeft dit een vervolg gekregen met het nieuwe camerasysteem in de raadszaal. Vanwege de grote economische en sociale consequenties van de coronamaatregelen heeft de gemeenteraad eind 2020 vier hearings gehouden over de effecten van corona op de Bossche samenleving. Hierover meer in de volgende paragraaf, waarin ook wordt ingegaan op de andere (raads)werkgroepen die in de afgelopen periode actief zijn geweest.

Aldus Besloten, 2. Terugblik op een raadsperiode | 8

Werkgroep Omgevingswet Begin 2018 heeft de commissie Omgeving de werkgroep Omgevingswet ingesteld. Doelstelling van de werkgroep was om de raad voor te bereiden op de invoering van deze wet door een juiste informatievoorziening te bewerkstelligen, het proces van de gemeentelijke invoering te bewaken, aandacht te geven aan de veranderende rolopvatting van raadsleden door de Omgevingswet en ten slotte als afstemmingspartner te fungeren voor het college ten aanzien van de informatievoorziening. De werkgroep heeft in samenwerking met het college op 15 november 2018 een eerste informatieve (algemene) bijeenkomst georganiseerd. In deze bijeenkomst heeft de ambtelijke organisatie de brede reikwijdte van deze wet toegelicht en uiteengezet welke consequenties de wet onder meer heeft op het gebied van dienstverlening, digitalisering, financiën, enz. De werkgroep heeft voorts haar medewerking verleend aan de bijeenkomst “Dag van de Omgevingswet”. In 2019 heeft de werkgroep meerdere malen bij het college aandacht gevraagd voor een heldere raadsplanning ten aanzien van de invoering van de Omgevingswet. Ook heeft eind 2019 een door de werkgroep georganiseerde expertmeeting “Participatie in het kader van de Omgevingswet” plaatsgevonden. Deze bijeenkomst werd goed bezocht en gewaardeerd.

Naar aanleiding van deze bijeenkomst is een rapport opgesteld met enkele aanbevelingen/verzoeken aan het college. Het rapport en de brief zijn begin 2020 door

de commissie Omgeving conform vastgesteld en aan het college overhandigd. Gaandeweg is de werkgroep omgevormd tot een raadswerkgroep vanwege het integrale karakter van de Omgevingswet. 2021 stond tenslotte vooral in het teken van meedenken met het college zodat de informatievoorziening van I&O presentaties over de Omgevingswet voldoende aansloot bij de behoefte van de raad. Werkgroep Sociaal Domein De werkgroep Sociaal Domein is op 20 juni 2018 door de commissie Sociaal in het leven geroepen met als opdracht te adviseren over de inzet van werkbezoeken, hoorzittingen en de informatieverzoeken aan het college. De werkgroep heeft diverse werkbezoeken georganiseerd: naar de GGD Hart voor Brabant, de stichting Maatschappelijke opvang, het hostel Van Broeckhovenlaan, het stedelijke jongerenwerk PowerUp073 en Stichting Loods. Begin 2021 heeft de werkgroep vanwege de coronamaatregelen een digitaal werkbezoek afgelegd aan gezinsvervangend huis Oosterpoort. De werkgroep is gesprekspartner geweest voor de Adviesraad Wmo en Jeugdhulp en heeft hebben geprobeerd om in samenspraak met de portefeuillehouder richting te geven aan de informatievoorziening. Zo is de werkgroep klankbord voor het college geweest bij de ontwikkeling van de Bossche zorgmonitor en het kwartaalbericht Sociaal Domein.

Verder heeft de werkgroep meegewerkt aan twee onderzoeken van de rekenkamercommissie, te weten: 1) Privacy en big data in het Sociaal Domein en 2) sturing op de Jeugdhulp. Tot slot heeft de werkgroep het presidium geadviseerd over: 1) de verdiepingsslag jaarrekening en 2) regionale samenwerking in het Sociaal Domein. Werkgroep Kwaliteit Debat De werkgroep heeft in 2019 het eindrapport “Samenwerken aan een beter debat” opgeleverd, waarin een 10-tal aanbevelingen wordt gedaan. Hierover is in een sessie met de fractievoorzitters gesproken en verkend hoe hier in de praktijk invulling aan kan worden gegeven. Zo is in overleg met het college een nieuw format raadsvoorstellen ontwikkeld die beter leesbaar is op tablets. Bedoeling van het format is dat de voorstellen beknopter worden, de besluitengeschiedenis direct inzichtelijk is en de argumenten en kanttekeningen van een voorstel duidelijker tot uiting komen. Verder heeft de werkgroep suggesties gedaan op het gebied van het delen van

technische informatie, het gesprek voeren over een juist gebruik van raadsinstrumenten (zoals een interruptie) in het fractievoorzittersoverleg, de commissievergadering beter benutten als voorbereidende vergadering (bij moties vreemd) en een aantal randvoorwaarden formuleren waar met de herinrichting van de vergaderzalen rekening kon worden gehouden. Ook zijn er suggesties gedaan ten aanzien van debattrainingen voor de raads- en commissieleden en de voorzitters en de introductie van interruptiemicrofoons. Door de corona-epidemie zijn de trainingen helaas halverwege gestopt en is het ook niet mogelijk geweest om met interruptiemicrofoons te werken. Werkgroepen Verdieping jaarrekening Doelstelling was om bij het jaarverslag per commissie jaarlijks voor één onderwerp te onderzoeken wat er van de beleidsvoornemens terecht is gekomen. Voor de commissies Bedrijvigheid, Omgeving en Sociaal is voor het jaarverslag 2018 een dergelijk onderzoek uitgevoerd. De onderzoeken leverden op zichzelf interessante inzichten op in de mate waarin het door de raad vastgestelde beleid wordt uitgevoerd. Toch is er van het doel van de onderzoeken, het bevorderen van de politieke discussie over de jaarrekening, weinig terecht gekomen. Hier zijn meerdere oorzaken voor aan te wijzen.

Zo valt de behandeling van de jaarrekening samen met de behandeling van de voorjaarsnota waardoor er sowieso weinig tijd is voor discussie over de jaarrekening. Daarnaast bleek ook hier weer dat de raad politiek debatteert over onderwerpen omdat die maatschappelijk in de belangstelling staan. Er ontstaat geen debat alleen maar omdat er een onderzoek naar is uitgevoerd. Conclusie na het uitvoeren van de onderzoeken is dat de tijdsinzet van de betrokken raads-/commissieleden en de griffie niet gerechtvaardigd wordt door de opbrengst. Er is daarom besloten om niet verder te gaan met het experiment. Werkgroep Burgerberaad In een motie heeft de raad het presidium verzocht een experiment met het burgerberaad uit te werken dat ingaat in de volgende bestuursperiode. Er is een raadswerkgroep mee aan de slag die een advies heeft opgesteld over hoe in de volgende periode hiermee geëxperimenteerd kan worden (zie verder paragraaf 3.3).

Aldus Besloten, 2. Terugblik op een raadsperiode | 9

Werkgroep Coronahearings Zeker in 2020 was de invloed van de coronamaatregelen op de economie en het maatschappelijk leven immens. Voor de commissie Bestuur aanleiding om hierover een hearing te organiseren. De organiserende werkgroep heeft vervolgens de hearing verdeeld in vier aandachtsvelden:

was er zorg dat de rellen een indicatie waren van een bredere onderliggende problematiek. De commissie Bestuur heeft daarom een hearing georganiseerd om met een aantal deskundigen te praten over de rellen en mogelijke dieperliggende oorzaken. Om vrijelijk te kunnen praten over dit gevoelige onderwerp is de hearing in beslotenheid gehouden.

• Zorg en welzijn • Economie, toerisme en evenementen • Jeugd en onderwijs • Verenigingen en wijkvoorzieningen

Werkgroep Notubox Het presidium heeft medio 2021 besloten om een pilot te organiseren met als doel te verkennen of Notubox de volgende raadsperiode een geschikt informatiesysteem voor de raad zou kunnen zijn. De pilot is uitgevoerd door een werkgroep van raads- en commissieleden. Zij hebben de laatste vergadercyclus voor het zomerreces Notubox uitgeprobeerd. De pilotgroep is twee keer bij elkaar gekomen en heeft tussentijds op digitale wijze informatie gedeeld. Op donderdag 17 juni vond een ‘kick off’ plaats: een startbijeenkomst waar de opzet van de pilot is besproken en de leverancier een korte instructie heeft verzorgd over het gebruik van Notubox. Er is een schriftelijke tussenbalans opgemaakt na de commissievergaderingen. Op woensdag 21 juli is tijdens een afsluitende bijeenkomst een positieve eindconclusie getrokken ten aanzien van het gebruik van Notubox die de werkgroep met het presidium heeft gedeeld.

Per aandachtsveld is een voorzitter uit de Bossche samenleving aangetrokken die met vijf/zes (ervarings) deskundigen in een groepsgesprek heeft verkend welke problemen er spelen en wat de gemeente zou kunnen bijdragen. Het werd door betrokkenen zeer gewaardeerd dat de gemeenteraad op deze manier input uit de maatschappij op heeft gehaald. Het is vervolgens aan de fracties overgelaten om de opbrengst van de hearings politiek te vertalen. Werkgroep Hearing Avondklokrellen Met de instelling van een avondklok eind januari 2021 kwam in een klap in veel steden opgebouwde maatschappelijke spanning tot uitbarsting. Ook in ’s-Hertogenbosch kwam het tot rellen. Na de rellen

Aldus Besloten, 2. Terugblik op een raadsperiode | 10

2.4 Evaluatie werkplan van de raad Het werkplan “De Raad tot Besluit” is in oktober 2018 door het presidium na consultatie van de fractievoorzitters vastgesteld. In bijlage 1 staan alle acties uit het werkplan opgenomen met daarbij een verantwoording in hoeverre ze zijn uitgevoerd. Ondanks de Corona-epidemie zijn de meeste acties in het werkplan wel uitgevoerd. Een aantal hiervan springen eruit:

Opvallendste acties uit het werkplan:

• In het kader van de verbetering van het debat zijn de raadsdocumenten aangepast om het debat beter te faciliteren. De fractievoorzitters hebben vervolgens een weekend bij elkaar gezeten om met elkaar in gesprek te gaan over de wijze waarop we in de commissie en raad het debat met elkaar willen voeren. Dit heeft geleid tot een aantal onderlinge debatafspraken. Er is een reeks van debattrainingen gepland om met deze afspraken te oefenen, maar zoals gezegd zijn deze trainingen door de Corona maatregelen halverwege tot stilstand gekomen. • Tot op heden wordt in de raad gewerkt met verschillende systemen: iBabs voor de agendering en een apart Bestuurlijk Informatiesysteem. Er is deze periode gekeken naar de mogelijkheden om systemen in elkaar te schuiven. Na een pilot met raadsleden is besloten om met ingang van volgende periode over te stappen op één systeem. De integratie van agendering en archief moet het voor raadsleden veel makkelijker maken om hun weg te vinden in de beschikbare informatie.

De belangrijkste afwijkingen van het werkplan zijn: • Burgerparticipatie Het voornemen om een raadswerkgroep in te stellen die toetsingskaders voor burgerparticipatie voorbereidt is niet gerealiseerd. De samenhang met de invoering van de Omgevingswet is zodanig, dat het op dit moment geen zin heeft om als raad een apart traject te lopen. Wel heeft de werkgroep Omgevingswet o.a. een expertmeeting Burgerparticipatie georganiseerd. Tegelijkertijd is er mede dankzij het uitstel van de invoering van de Omgevingswet nog steeds veel onduidelijk over de wijze waarop burgerparticipatie in de gemeente verder vorm moet krijgen. Ook zijn er de afgelopen periode veel projecten geweest waarin de wijze waarop burgers bij het project betrokken zijn, onderdeel was van de politiek discussie. Het is hiermee een onderwerp dat ook de volgende raadsperiode aandacht verdiend.

• In het communicatieplan dat eind 2018 is vastgesteld, is afgesproken om de mogelijkheden te onderzoeken om raadsvergaderingen live uit te zenden. Door de Coronamaatregelen heeft dit een impuls gekregen, omdat geen live publiek bij de vergaderingen aanwezig kon zijn. Enige mogelijkheid om invulling te geven aan de openbaarheid van de vergaderingen was door deze live uit te zenden. Door de goede ervaringen die in de Maaspoort (bij de verbouwing van het Bestuurscentrum) zijn opgedaan met deze uitzendingen, is het live uitzenden van de vergaderingen inmiddels niet meer weg te denken. De infrastructuur in de het Bestuurscentrum is daar ook op aangepast.

•  Modernisering burgerinitiatief en petitierecht Aan het begin van de periode heeft het presidium een onderzoek laten uitvoeren naar de mogelijkheden om het burgerinitiatief en het petitierecht te moderniseren. Het onderzoek laat zien dat beide instrumenten verwant zijn maar ieder hun eigen kwaliteiten hebben. Het burgerinitiatief garandeert een behandeling door de gemeenteraad. De petitie is populair bij de inwoners van de gemeente ’s-Hertogenbosch. Het presidium heeft op basis van dit onderzoek de mogelijkheden verkend om deze kwaliteiten te combineren in een modern laagdrempelig initiatiefrecht dat recht doet aan enerzijds de mogelijkheid voor burgers om de raadsagenda te beïnvloeden en anderzijds de mogelijkheden van raadsleden om op een zinvolle wijze iets met inbreng van burgers te doen. Aanbevelingen daartoe worden als onderdeel van dit overdrachtsdocument aan de nieuwe raad voorgelegd.

• De gedragscodes van raad en college stamden uit 2008 en voldeden niet mee geheel aan de huidige eisen en wensen. Door het presidium is daarom een gewijzigde gedragscode voor raads- en commissieleden voorbereid, tegelijk met de voorbereiding door het college van een eigen gewijzigde gedragscode. De raad heeft hiermee eind 2021 ingestemd. Tegelijk met de invoering van de nieuwe gedragscode is een bijeenkomst over integriteit georganiseerd om met raads- en commissieleden te verkenning hoe ze invulling kunnen geven aan de gedragscode in hun werk.

•  Onderzoek op welke wijze geheime stukken digitaal ter beschikking kunnen worden gesteld Bij het digitaal ter beschikking stellen van geheime stukken moeten samen met het college vragen beantwoord worden over het tegengaan van verspreiding van de stukken. Naar verwachting zal dit een behoorlijke tijdsinzet vragen. In de coronaperiode is er daarom voor gekozen dit onderwerp nu geen prioriteit te geven, ook gelet op het nog steeds zeer sporadisch voorkomen van het opleggen van geheimhouding.

Aldus Besloten, 2. Aldus Terugblik Besloten, op eenhoofdstuk raadsperiode titel | 11

2.5 Regionale samenwerking Regionale samenwerking wordt voor de taakuitoefening door de gemeente steeds belangrijker. Tegelijkertijd is het voor de gemeenteraad lastig om greep te krijgen op deze regionale samenwerkingsverbanden. De gemeenteraden in de regio experimenteerden daarom deze raadsperiode met ideeën van de griffiers van Noordoost Brabant vastgelegd in het rapport ‘Grip op regionale samenwerkingsverbanden’. Kernpunten hiervan waren: • Het aanwijzen van ‘prioritaire samenwerkingsverbanden’. Dit zijn samenwerkingsverbanden die meer aandacht van de raad verdienen omdat zij: a) van strategisch belang zijn b) er een groot financieel belang gemoeid is c) zij zich bezighouden met de directe dienstverlening aan de inwoners of d) een combinatie van bovenstaande criteria. • Het ontwikkelen van een Regionaal Informatiesysteem voor de raden met a) informatie over de samenwerkingsverbanden, zoals bijvoorbeeld statuten, beleidsplannen, begrotingen en jaarverslagen en b) intergemeentelijke standpunten. • Het op elkaar afstemmen van de vergadercycli van de gemeenteraden. • Het vaststellen van een meerjarig beleidsplan per samenwerkingsverband eens in de vier jaar door de gemeenteraden. • Het organiseren van regionale beeldvormende avonden waar de samenwerkings-verbanden gebundeld een technische toelichting op hun plannen geven.

• De introductie van ‘adoptiegriffiers’ die bewaken dat er ook regionaal aandacht is voor een zorgvuldig besluitvormingsproces. In 2020/2021 hebben de samenwerkende griffiers dit experiment geëvalueerd. Het resultaat is gepresenteerd in het rapport ‘Evaluatie Grip op regionale samenwerkingsverbanden’. Het presidium concludeert naar aanleiding van de evaluatie dat de politieke betrokkenheid van raadsleden bij wat er gebeurt in de regionaal verband is niet vanzelfsprekend is en dat dit zich opnieuw manifesteert met dit experiment. Er zijn bovendien verschillende manieren om te kijken naar dit vraagstuk dus een eenduidige oplossing om de greep van de raad te versterken is niet binnen handbereik. Het experiment heeft echter wel een aantal bruikbare instrumenten opgeleverd die gecontinueerd kunnen worden (zie ook paragraaf 3.2).

Aldus Besloten, 2. Terugblik op een raadsperiode | 12

2.6 Uw mening Om vast te kunnen stellen wat de komende periode belangrijke zaken voor de raad zijn om op te pakken is het vanzelfsprekend ook belangrijk om te weten hoe raads- en commissieleden het huidige functioneren van de raad beoordelen. Er is daarom in het najaar 2021 een digitale en anonieme enquête uitgezet onder de raads- en commissieleden. De enquête is ingevuld door negentien raadsleden en negen commissieleden, waarbij de helft van respondenten tot de coalitie behoort en de helft tot de oppositie. Gelet op de respons van ongeveer 50% en de verdeling oppositie coalitie, is de verwachting dat de enquête een redelijk getrouw beeld geeft van de meningen in de raad. De resultaten van de enquête zijn opgenomen in bijlage 2.

De enquête laat zien dat er over veel zaken een grote tevredenheid is binnen de raad, zowel bij raadsleden als commissieleden. Er is over de ondersteuning door de griffie, het contact met de ambtelijke organisatie, de computerfaciliteiten en de mogelijkheid tot fractieondersteuning een grote meerderheid die tevreden is. Over het aantal vergaderuren zijn de meningen iets meer verdeeld, maar ook daar geeft van de raadsleden maar 10% aan echt ontevreden te zijn en van de commissieleden 34%. Bij al deze onderwerpen is er nauwelijks verschil tussen leden van de coalitie en leden van de oppositie. Dit is anders voor de onderwerpen Interactie raad-college en de Sfeer in de raad. Van de leden van coalitiepartijen is 64% tevreden over de interactie met het college, van de leden van de oppositiepartijen niemand. Ook de sfeer in de raad wordt door de leden van de oppositie aanmerkelijk negatiever beoordeeld (29% ontevreden) dan door de leden van de coalitie (niemand ontevreden). In de enquête was er ruim de gelegenheid voor het geven van toelichtingen. Een aantal zaken valt op:

• de scheve commissie-indeling waarbij de commissie Omgeving veel meer vergaderuren heeft dan de andere commissies wordt veel genoemd als aandachtspunt voor de volgende periode; • de kwaliteit van het debat in de commissies en de raad is een ander punt dat veel genoemd wordt, vaak in combinatie met de opmerking dat een debattraining aan het begin van de periode moet worden gepland; • de effectiviteit van de vergaderingen, bijvoorbeeld het overdoen van de commissiebehandeling in de raad wordt een aantal keren als verbeterpunt genoemd; • de sfeer in de raad wordt veel als sterk punt benoemt, maar komt ook terug als zwak punt. Daarnaast wordt een aantal keren benoemd dat het in de raad wel iets dualistischer mag; • de respondenten zijn niet enthousiast over de computers op het raadsdomein op de 3e verdieping van het Bestuurscentrum. Deze zijn hard aan vervanging toe. Bovenstaande punten komen terug in het volgende hoofdstuk waarin de voornaamste uitdagingen voor de volgende raad op een rij worden gezet.

Aldus Besloten, 2. Terugblik op een raadsperiode | 13

3. Uitdagingen voor een volgende periode 3.1 Betere werkverdeling Een belangrijke kritiekpunt op de huidige werkwijze van de raad is de ongelijke verdeling van de werkbelasting van de commissies. Aan het begin van de raadsperiode zijn de onderwerpen opnieuw verdeeld tussen de commissies waarbij de wens was een zo samenhangend mogelijk palet van onderwerpen per commissie te hebben. Dit heeft er toe geleidt dat (bijna) alle onderwerpen met een ruimtelijke component in de commissie Omgeving worden behandeld. De werklast van de commissie Omgeving is hierdoor twee tot drie zo hoog is als die van andere commissies (zie tabel 1). In tabel 2 staat hoe in de afgelopen periode de urenverdeling per aandachtsveld is geweest in de commissie Omgeving. Er is wel enige nuance bij deze cijfers noodzakelijk: het geeft een beeld van de periode van de eerste 9 maanden van 2021. In andere jaren kan de aandacht voor bepaalde thema’s wat verschuiven. De verwachting is verder dat de invoering van de Omgevingswet op termijn zal leiden tot ongeveer 40% minder ruimtelijke raadsvoorstellen. Voor de eerste paar jaar is echter verwachting dat dit nog niet zo veel effect gaat hebben.

Commissie

Vergaderuren januari – oktober 2021

Omgeving

29 uur

Bestuur

14 uur

Sociaal

9,5 uur

Bedrijvigheid

9 uur Tabel 1 Werkbelasting commissies 2021

Portefeuille

Tijdsbesteding 2021

1. Ruimtelijke Ordening en Stedenbouw

11 uur

2. Wonen

2 uur

3. Grondzaken

0 uur

4. Omgevingswet

1 uur

5. L eefomgeving (beheer en inrichting openbare ruimte, groen en water)

3 uur

6. Mobiliteit en bereikbaarheid

7 uur

7. Klimaat en Duurzaamheid

5 uur

Totaal

29 uur Tabel 2 Verdeling werkbelasting commissie Omgeving

Aldus Besloten, 3. Uitdagingen voor een volgende periode | 14

Het ligt voor de hand om in de commissie Omgeving in ieder geval het pakket Ruimtelijke Ordening en Stedenbouw en Wonen te laten staan. De meest optimale verdeling qua tijd over de commissies ontstaat als van de rest van het pakket minimaal 12 uur over gaat naar andere commissies. Dat zou betekenen dat Mobiliteit en Bereikbaarheid en Klimaat en Duurzaamheid naar de commissie Bedrijvigheid worden overgeheveld en Leefomgeving in de commissie Omgeving blijft. Inhoudelijk gezien sluit Leefomgeving echter beter aan bij Klimaat en Duurzaamheid en Mobiliteit bij de portefeuille van de Commissie

Omgeving. Op deze gronden is er voor gekozen om Klimaat en Duurzaamheid en om Leefomgeving te verplaatsen naar de commissie Bedrijvigheid. Om te voorkomen dat de overbelasting dan verschuift naar de commissie Bedrijvigheid, gaan de onderwerpen Sport en Cultuur van de commissie Bedrijvigheid naar de commissie Sociaal. Dit zijn onderwerpen die ook inhoudelijk goed aansluiten bij de thematiek van de commissie Sociaal. In tabel 3 staat de nieuwe indeling, met een indicatie wat dit betekent zou hebben voor de tijdsbesteding van 2021.

Commissie

Onderwerpen

Werklast 2021

Commissie Bedrijvigheid

• Economische ontwikkeling • Arbeidsmarktbeleid • Erfgoed & Cultuurhistorie • Citymarketing & Toerisme • Klimaat en duurzaamheid • Leefomgeving (inrichting openbare ruimte, groen en water)

14 uur (was 8 uur)

Commissie Omgeving

• Ruimtelijke Ordening en Stedenbouw • Grondzaken • Wonen • Omgevingswet • Mobiliteit en bereikbaarheid

21 uur (was 29 uur)

Commissie Bestuur

• Publieke dienstverlening • Bestuurlijke organisatie • Coördinatie binnenstad, Bestuursraden, Dorpsraden • Openbare Orde en Veiligheid • Regionale en internationale samenwerking • Financiën • Beheer en toezicht openbare ruimte • Toezicht en handhaving

13 uur (was 13 uur)

Commissie Sociaal

• Zorg • Welzijn • Jeugd • Werk en Inkomen • Onderwijs • Diversiteit • Wijkgericht werken • Sport • Cultuur

11 uur (was 9 uur)

Tabel 3 Voorstel herziening commissie-indeling

Aanbeveling 1 Maak een herverdeling van de onderwerpen over de raadscommissies conform het voorstel in tabel 3.

Aldus Besloten, 3. Uitdagingen voor een volgende periode | 15

3.2 Regionale samenwerking Uit de evaluatie van “Grip op regionale samenwerking” komt naar voren dat een aantal instrumenten die de afgelopen periode zijn ontwikkeld, kunnen worden gecontinueerd. Het gaat dan om: • het aanwijzen van prioritaire samenwerkingsverbanden, waarbij door de griffiers wordt voorgesteld om de regionale samenwerking WMO te vervangen door de Regionale Energiestrategie; • het vaststellen van een meerjarig beleidsplan per samenwerkingsverband eens in de vier jaar door de gemeenteraden; • de halfjaarlijkse regionale bijeenkomsten; • de adoptiegriffiers en de bijbehorende afstemming van besluitvormingsprocessen. Het regionaal informatiesysteem wordt daarentegen nauwelijks gebruikt en het is zeer de vraag of er in het huidige systeem aanpassingen mogelijk zijn om dit te verbeteren. Nader onderzoek is nodig om te kijken of er alternatieve mogelijkheden zijn Tenslotte wordt in de evaluatie voorgesteld om bij de behandeling van de vierjaarlijkse beleidsplannen van samenwerkingsverbanden te gaan werken met een regionale “motiemarkt”, waarin regionaal gestemd kan worden over moties. Het presidium kan zich vinden in de voorgestelde continuering van de regionale instrumenten. Wel vindt het presidium dat de politiek meer invloed zou moeten hebben op de agendering van de halfjaarlijkse bijeenkomsten.

Minder enthousiast is het Presidium over het idee van de regionale motiemarkt. Zeker bij controversiële onderwerpen is het ontbreken van een gedegen regionaal vertegenwoordigingsmodel een hindernis om te kunnen bepalen of voor een bepaald voorstel voldoende steun is. Ten aanzien van een regionaal informatiesysteem constateert het presidium dat het aanbeveling verdient om te onderzoeken wat de informatiebehoefte van raadsleden in dit verband is en hoe daarin kan worden voorzien; Het presidium constateert verder dat een betere regionale samenwerking niet in alle gevallen de sleutel is tot meer grip op de inhoud.

Aanbeveling 2 • Continueer de in deze periode ontwikkelde instrumenten voor meer grip op regionale samenwerking; • Onderzoek wat de informatiebehoefte is van raadsleden voor een regionaal informatiesysteem en hoe daarin kan worden voorzien; • Wees kritisch over een regionale motiemarkt. Het is opvallend dat de insteek bij veel initiatieven in de regio is dat de raad in de volle breedte over regiozaken meepraat. De vraag is of dit nodig of zelfs wenselijk is. De raad hoeft immers niet overal over mee te praten, maar moet vooral tijdig input kunnen leveren over de beslispunten die er toe doen. Het is de taak van het college om de raad hiervoor tijdig in stelling te brengen. Nu is het vaak zo dat de raad nieuw regionaal beleid pas krijgt voorgelegd nadat de colleges van de regiogemeenten daar overeenstemming over hebben. In het debat over de sturing op de Jeugdhulp (raad 18 mei 2021) is dit nadrukkelijk aan de orde geweest. De raad heeft vervolgens een amendement aangenomen om het regionale beleidsproces standaard te starten met een discussie over de kaders die richting geven aan het college bij de beleidsvoorbereiding in regionaal verband. Deze vorm van voorsturing kan worden verbreed naar andere beleidsterreinen.

Het moet dan gaan over een onderwerp waarbij wordt afgeweken van eerder ingenomen gemeentelijke standpunten/kaders en die in regionaal verband binnenkort gaat spelen Het college kan over dit onderwerp een discussienotitie in de commissie brengen voordat ze met de colleges van de andere regiogemeenten in gesprek gaat. Op basis van de discussie in de commissie kan de raad met moties in de raad richting geven aan de opstelling van het college in de regio. Dit vraagt van het college een pro-actievere houding richting de raad over regiozaken en van de raad een beter inzicht in de regionale discussies die gaan spelen. Aanbeveling 3 Identificeer als raad welke regionale beleidsprocessen vooraf gegaan moeten worden door een lokale discussie over de kaders die de raad vooraf aan het college meegeeft.

Aldus Besloten, 3. Uitdagingen voor een volgende periode | 16

3.3 Burgerparticipatie Burgerparticipatie is in Nederland en ook in ‘s-Hertogenbosch geen nieuw fenomeen. Al lang is er het gevoel dat de burger meer betrokken moet worden bij de besluitvorming van de overheid. Er zijn landelijk en lokaal dan ook talrijke instrumenten en regels ontwikkeld die er aan moeten bijdragen dat de ‘burger’ meer gehoord wordt. Tegelijkertijd lijkt het ei van Columbus nog altijd niet gevonden en worstelt de overheid nog immer met het fenomeen. Terugkerende hete hangijzers zijn onder andere de afweging tussen algemeen en deelbelang, de representativiteit van deelnemers aan burgerparticipatie en de kloof tussen wat burgers verwachten van een participatietraject en wat er in de praktijk mee gebeurt. De gemeenteraad had burgerparticipatie opgenomen als belangrijk onderdeel van het werkplan van de raad. Werkendeweg is echter geconstateerd dat de samenhang met de Omgevingswet zodanig is,

dat een los burgerparticipatietraject naast het invoeringstraject van de Omgevingswet niet handig is. Dit doet echter niets af aan het feit dat burgerparticipatie niet alleen in het ruimtelijk domein plaatsvindt en dat ook voor deze andere vormen een samenhangende visie op dit moment ontbreekt. In de volgende periode zal de raad dus moeten afwegen of naast het Omgevingswettraject andere impulsen voor burgerparticipatie nodig zijn. Aanbeveling 4 Bepaal na invoering van de Omgevingswet of en zo ja welke impulsen je binnen de gemeente nog aan Burgerparticipatie wil geven.

In het domein van de raad is deze periode wel een aantal initiatieven genomen die in de volgende periode verder uitgewerkt/ingevoerd kunnen worden.

Aldus Besloten, 3. Uitdagingen voor een volgende periode | 17

Burgerinitiatief/petitierecht In het werkplan is de modernisering van burgerinitiatiefrecht en het petitierecht als actiepunt opgenomen met als doel burgers een laagdrempelig initiatiefrecht te geven. Onder een petitie wordt hierbij ieder verzoek verstaan dat door een burger aan de gemeenteraad wordt gedaan. Als basis hiervoor is een onderzoek door een student Bestuurskunde uitgevoerd. Hieruit blijkt dat: • het burgerinitiatief nauwelijks gebruikt wordt door de inwoners van ’s-Hertogenbosch. Dit past in een landelijke trend. Het formele burgerinitiatief lijkt niet goed te passen in de huidige tijdgeest; • inwoners van ’s-Hertogenbosch met petities hun weg naar de raadsagenda goed weten te vinden; • petities nauwelijks een vervolg krijgen in de raad (in de onderzoeksperiode 5%). Belangrijkste hinderpaal voor het burgerinitiatief zijn de stevige eisen die eraan worden gesteld. Hoogste drempel daarbij is de eis dat een burgers een ‘beslisrijp’ voorstel moeten aanleveren, omdat de raad er een besluit over gaat nemen. Voor de gemiddelde burger is dat nagenoeg onmogelijk te realiseren zonder professionele ondersteuning. Voor een laagdrempeliger alternatief voor het burgerinitiatief zou het uitgangspunt losgelaten moeten worden dat de raad een besluit moeten nemen. Niet het raadsbesluit moet centraal komen te staan, maar het debat en daarmee de politieke aandacht.

Met het debat als de start van een proces waarin het college een rol krijgt in de voorbereiding van de besluitvorming. Tegelijkertijd zou de behandeling van petities met meer waarborgen omgeven kunnen worden. De kern van het petitierecht is dat kiesgerechtigden altijd een verzoek kunnen indienen dat vervolgens op de lijst van ingekomen stukken komt. Dit is zoals gezegd op dit moment geen garantie dat er in de raad iets met de petitie gebeurt, ook niet als veel mensen deze hebben ondertekend. Burgerinitiatief en petitie hebben ieder hun kwaliteiten. Het burgerinitiatief garandeert een behandeling door de gemeenteraad en de petitie is populair bij de inwoners van de gemeente ’s-Hertogenbosch. Het presidium ziet mogelijkheden om deze kwaliteiten te combineren in een modern laagdrempelig initiatiefrecht dat recht doet aan enerzijds de mogelijkheid voor burgers om de raadsagenda te beïnvloeden en anderzijds de mogelijkheden van raadsleden om op een zinvolle iets met inbreng van burgers te doen.

“

In het werkplan is de modernisering van burgerinitiatiefrecht en het petitierecht als actiepunt opgenomen met als doel burgers een laagdrempelig initiatiefrecht te geven. Een synthese van het burgerinitiatiefrecht en het petitierecht zou er als volgt uit kunnen zien: Kiesgerechtigden kunnen altijd een verzoek indienen. Dat is de kern van het petitierecht. In principe komt een initiatief op de lijst ingekomen stukken en wordt het doorverwezen naar de betreffende functionele commissie wanneer een raadslid daartoe aanleiding ziet. Dat is de huidige werkwijze. Nieuw zou kunnen zijn dat wanneer het verzoek is voorzien van minimaal honderd handtekeningen het op de commissieagenda kan komen, zonder dat daar een initiatief van een raadslid voor nodig is. De indiener kan tijdens Informeren en ontmoeten het verzoek toelichten. Vervolgens behandelt de commissie het verzoek in aanwezigheid van de indiener. Indien de beraadslagingen daartoe aanleiding geven, kan in de raad een motie worden ingediend met een raadsuitspraak al dan niet met een verzoek aan het college.

”

Het verzoek hoeft daardoor geen beslisrijp stuk te zijn, maar kan een verzoek zijn waarover de commissie het debat voert. Deze vorm kan worden gezien als een ‘burgerinitiatief light’ of wel een ‘petitierecht-plus’. Met een aantal kleine wijzigingen in de Verordening Burgerinitiatief gemeente ’s-Hertogenbosch kan dit worden gerealiseerd.

Aanbeveling 5 Voer nieuwe regels in voor modernisering en verbinding van het burgerinitiatief aan het petitierecht.

Aldus Besloten, 3. Uitdagingen voor een volgende periode | 19

Naar een Bosch Burgerberaad De gemeenteraad van ’s-Hertogenbosch heeft het presidium gevraagd om te komen tot een voorstel voor een experiment met een burgerberaad. De raadswerkgroep Burgerberaad heeft vervolgens gesproken met wetenschappers en ervaringsdeskundigen. De werkgroep is tot de conclusie gekomen dat een burgerberaad de lokale democratie kan versterken en het raadsdebat kan verrijken met oplossingsrichtingen die inwoners zelf aandragen. Cruciale randvoorwaarde is wel dat er geen sprake is van een eenmalige exercitie (denk aan eenmalig een grote G1000 over een specifiek onderwerp), maar dat het burgerberaad een vast element in de gereedschapskist van de raad wordt. Dit betekent dat de werkgroep aanbeveelt om in de volgende raadsperiode als gemeenteraad te experimenteren met structurele, kleinschalige burgerberaden vergelijkbaar met de stadsgesprekken die in de gemeente Utrecht worden georganiseerd. Het presidium kan zich helemaal vinden in deze aanbeveling.

Om in de volgende raadperiode met burgerberaden aan de slag te kunnen moet de nieuwe raad aan het begin van de periode een aantal zaken regelen: • Inventarisatie van onderwerpen die zich lenen voor een burgerberaad; • Het maken van afspraken over selectie van deelnemers, proces, budget en ondersteuning, waarbij in de uitvoering de verbinding gezocht kan worden met college en organisatie; • Het maken van afspraken over het inbedden van de uitkomsten van een burgerberaad in het raadsproces en het uitspreken van commitment in de raad om op een zorgvuldige wijze met de uitkomsten van een burgerberaad om te gaan; • Beschikbaar stellen van financiële middelen om de experimenten te bekostigen. De werkgroep denkt op basis van ervaringen elders dat hiervoor € 50.000 per jaar moet worden gereserveerd. Voor de invulling van bovenstaande onderwerpen kan de rapportage van de werkgroep als onderlegger dienen, die aan het einde van de raadperiode aan de raad is gezonden. Aanbeveling 6 Experimenteer in de nieuwe raadperiode met kleinschalige burgerberaden en reserveer hiervoor budget.

Informeren en Ontmoeten Informeren en ontmoeten is een formule die inmiddels zijn waarde meer dan bewezen heeft. De grote kracht ervan is dat het een laagdrempelige manier biedt aan inwoners om aan de raad zorgen en wensen mee te geven. De afgelopen periode heeft laten zien dat een groeiende groep mensen hier gebruik van maakt en dat raadsleden de input volop gebruiken in het raadswerk. Enige zorg is dat er avonden tussen zitten dat er zo veel insprekers aanwezig zijn dat het lastig wordt om voor iedereen voldoende aandacht te hebben. Voornaamste oorzaak in de afgelopen periode was dat het door de coronamaatregelen lastig was om uit te wijken naar een parallelle sessie in de commissiezaal. Het is echter wel van belang dat voldoende aandacht voor alle insprekers als basisvoorwaarde voor Informeren en Ontmoeten wordt vastgehouden. Als blijkt dat dit niet meer het geval is, zal bekeken moeten worden wat hier aan gedaan kan worden. Aanbeveling 7 Blijf zorgen dat insprekers voldoende ruimte krijgen binnen de formule van Informeren en Ontmoeten.

Aldus Besloten, 3. Uitdagingen voor een volgende periode | 20

3.4 Een beter debat Het verbeteren van het debat in commissie en raad is een wens die bij veel raads- en commissieleden leeft. Vlak voor het begin van de coronacrisis zijn hierover afspraken gemaakt, die zijn vastgelegd in debatregels (zie bijlage 3) Ook is begonnen met een debattraining, onder andere om te leren werken met interruptiemicrofoons. Helaas is dit door de coronamaatregelen voortijdig tot stilstand gekomen. In de raadsenquête hebben raads- en commissieleden aangeven dat het belangrijk is om in ieder geval aan het begin van de raadsperiode een debattraining te organiseren. Daarnaast is door de fractievoorzitters onlangs nog geconstateerd dat het voor een goed debat ook noodzakelijk is dat fracties de bestaande debatafspraken naleven en de voorzitters bijstaan in het handhaven van de regels. Een herhalingscursus halverwege de periode kan helpen om met elkaar de debatregels scherp te houden en verbeteringen vast te houden. Door de fractievoorzitters is ook geconstateerd dat het voeren van een goed debat wordt bemoeilijkt door de structuur van het debat. In ’s-Hertogenbosch is de gewoonte om alle discussie in de eerste termijn te doen en het in de tweede termijn alleen te hebben over nog niet door de portefeuillehouder beantwoorde vragen.

Dit betekent dat partijen die vooraan in de eerste termijn het woord hebt gehad, alleen op meningen van partijen die na hun komen kunnen reageren door het plaatsen van interrupties. Zeker als het dan gaat over punten waar ze het zelf in hun eerste termijn nog niet over hebben gehad, zal de neiging zijn om in de interruptie vooral ook de eigen mening te geven. Aanbeveling 8 Organiseer kort na de verkiezingen en halverwege de periode een debattraining voor raads- en commissieleden en voor de commissievoorzitters. Besteed hierin aandacht aan het werken met interruptiemicrofoons en aan de bestaande debatregels.

De suggestie is gedaan om te kijken of het aanpassen van de structuur van in ieder geval de commissievergaderingen verbetering op kan leveren. Bijvoorbeeld door de uitgebreide eerste termijn met alle discussie te vervangen door een eerste termijn waarin fracties kort uiteenzetten wat hun initiële standpunt is. Interrupties zijn alleen toegestaan om onduidelijkheden in het

“

Het verbeteren van het debat in commissie en raad is een wens die bij veel raads- en commissieleden leeft.

”

standpunt te verhelderen (de ‘wat’ vraag). In de tweede termijn, kunnen fracties vervolgens ingaan op de meningen van andere partijen en wat dit betekent voor hun eigen standpunt. In deze termijn kunnen fracties elkaar interrumperen over de argumentatie voor een bepaald standpunt (de ‘waarom’ vraag). Dit lijkt op zich een logischere structuur van de vergaderingen en zou bij kunnen dragen aan een beter debat tussen de fracties onderling. Het veronderstelt echter wel een bepaald voorbereidingsniveau en debatvaardigheid van commissieleden. Allereerst moeten fracties vooraf al een duidelijk standpunt hebben en dit ook tijdens de eerste termijn naar voren brengen. De praktijk nu is dat veel fracties zich beperken tot het stellen van een aantal vragen aan de wethouder. Daarnaast moet een raadslid/commissielid na de eerste termijn kunnen inspelen op de meningen van anderen en wat dit betekent voor het eigen standpunt en dit in de tweede termijn naar voren brengen. Dit is ambitieus en het is niet zeker of dit ook in de praktijk tot betere discussies leidt. Bovendien zijn er wellicht ook nog andere mogelijkheden te bedenken om het debat beter te structureren die door de huidige raad nog niet verkend zijn.

Het verdient daarom aanbeveling om in de nieuwe periode breder te experimenteren met de debatstructuur in commissie en raad, waarbij aandacht is voor de verschillende fases in het debat: beeldvorming, opinievorming en besluitvorming. Aanbeveling 9 Experimenteer in de nieuwe periode met de debatstructuur in de commissies en raad, waarbij aandacht is voor de verschillende fases in het debat: beeldvorming, opinievorming en besluitvorming.

Aldus Besloten, 3. Uitdagingen voor een volgende periode | 21

3.5 Sfeer en samenwerking De sfeer en samenwerking in de raad van ’s-Hertogenbosch is traditioneel positief en coöperatief. Inhoudelijk kan er best stevig gedebatteerd worden, na afloop van het debat weten raads- en commissieleden elkaar normaal gesproken weer prima te vinden. Deze cultuur van omgangsvormen in de vergadering heeft zich de afgelopen jaren ontwikkeld en bewezen. Spreken via de voorzitter, een gepaste zakelijke distantie, een bijdrage richten op de inhoud en niet op de persoon zijn allemaal codes om een ordentelijke besluitvorming te bevorderen en de politieke hartstochten te kanaliseren. Ook deze periode hebben de omgangsvormen hun waarde weer bewezen. Omgekeerd is het ook zo dat de goede sfeer er aan bijdraagt dat er juist over de inhoud gedebatteerd kan worden. In veel andere gemeenten is zichtbaar hoe verstoorde persoonlijke verhoudingen een goed inhoudelijk debat onmogelijk kunnen maken. Verruwing en polarisatie, de laatste tijd duidelijk zichtbaar in de landelijke politiek, kunnen effect gaan hebben op de gemeentepolitiek in ’s-Hertogenbosch. Ook zorgt de huidige coronatijd ervoor, met richtlijnen waarin de gemeenteraad van ’s-Hertogenbosch gelukkig nog zoveel mogelijk fysiek vergadert, dat ontmoetingen direct na de vergaderingen zeer beperkt kunnen zijn.

Hiermee vervalt ook de mogelijkheid om op een informele wijze de vergadering met elkaar te evalueren en ‘stoom af te blazen’. Al met al ontwikkelingen die ervoor kunnen zorgen dat de positieve sfeer en samenwerking in de Bossche raad onder druk komen te staan.

De conclusie is dat een goede sfeer en samenwerking niet vanzelfsprekend zijn, maar juist continue aandacht, alertheid en investering vergen. Ervaringen uit andere gemeenten leren dat een negatieve cultuur makkelijker ontstaat dan weer verdwijnt. In de uitgevoerde raadsenquête is daarom het verschil in beleving tussen coalitie en oppositie over de interactie raad/college en over de sfeer in de raad opvallend. Natuurlijk is het logisch dat de coalitie zich prettiger voelt bij de interactie met het college, maar het is tekenend dat er geen oppositieraadsleden zijn die aangeven tevreden zijn over de samenwerking met het college. Bovendien wordt ook de sfeer in de raad wordt door de oppositie negatiever beoordeeld dan door de coalitie. Dit is vanuit oppositie en coalitierollen minder makkelijk verklaarbaar. Het presidium vindt het van groot belang dat de onderlinge verhoudingen goed blijven en het debat zich op de inhoud richt en niet op personen. Het is daarom zaak de bestaande codes te koesteren en gezamenlijk te bewaken. Het presidium roept de nieuwe raad dan ook op om waakzaam te blijven op signalen dat de onderlinge verhoudingen verslechteren en zo nodig met elkaar het gesprek hierover aan te gaan. Te hopen is in dat verband dat de borrel na de raad zo snel mogelijk weer in ere hersteld kan worden. Als veiligheidsklep voor (te) hoog oplopende emoties is dat onvervangbaar.

Aanbeveling 10 Behoud de bestaande vergadercode ten behoeve van een goede sfeer en samenwerking in de raad en ga het gesprek aan waar onderlinge verhoudingen dreigen te verslechteren.

Aldus Besloten, 3. Uitdagingen voor een volgende periode | 22

3.6 Huishoudelijke zaken ICT-voorzieningen en digitale infrastructuur De raads- en commissieleden maken nu nog gebruik van een mix van eigen apparatuur en apparatuur die door de gemeente ter beschikking is gesteld. Daarnaast werkt een aantal raadsleden regelmatig op de derde etage van het Bestuurscentrum. Het wordt in de praktijk steeds lastiger om deze verschillende elementen op een goede en veilige manier te combineren. Zoals voorbeelden uit andere gemeenten laten zien zijn de risico’s van onvoldoende informatieveiligheid enorm. Het is daarom bij het begin van de nieuwe raadsperiode belangrijk om de wijze waarop raadsleden binnen de gemeentelijke infrastructuur hun werk kunnen doen nog eens goed onder de loep te nemen. Informatieveiligheid hoort hierbij voorop te staan en dat kan gevolgen hebben voor bijvoorbeeld het gebruik van eigen apparatuur om contact te maken met gemeentelijke mailservers. Het werken op de derde etage van het Bestuurscentrum is een integraal onderdeel van de ICT voorzieningen van de raad. De bestaande ICT voorzieningen op de derde etage zouden daarom ook een keer goed onder de loep genomen moeten worden.

Aanbeveling 11 Pas de ICT-voorzieningen voor de raad en de digitale infrastructuur aan de eisen van de tijd aan. Overgang van rekenkamercommissie naar rekenkamer Er ligt al een tijd lang een wetsvoorstel ter behandeling in de Tweede Kamer om gemeentelijke rekenkamercommissies om te zetten in rekenkamers.

Bij inwerkingtreding zullen een aantal zaken anders geregeld (moeten) worden en is het ook de tijd om een aantal uitganspunten nog eens te bezien. Vooruitlopend hierop is afgelopen periode de rekenkamercommissie geëvalueerd. Aangezien de wetswijziging op zich laat wachten is de implementatie van een aantal aanbevelingen ook nog niet ter hand genomen. Zodra er in de volgende periode zicht is dat wet daadwerkelijk wordt gewijzigd zal de raad zich uit moeten spreken over de toekomstige inrichting van de rekenkamer.

Aanbeveling 12 Voer een discussie over de inrichting van de op te richten rekenkamer zodra er zicht is inwerkingtreding van het voorliggende wetsvoorstel. Raadscommunicatie Aan het einde van de vorige periode is de raad begonnen met het laten maken van korte films over onderwerpen die in de raadsvergaderingen aan de orde komen, onder de titel de Raad Beslist. In de huidige periode is hiermee doorgegaan. De aanleiding hiervoor was deels gelegen in het feit dat destijds alleen audioopnamen van de vergaderingen werden gemaakt en live video uitzendingen met de bestaande apparatuur lastig te realiseren was. Inmiddels is het live uitzenden van de vergaderingen gemeengoed geworden. Hoewel de Raad Beslist deels andere doelgroepen bedient, is het is daarom de vraag of De Raad Beslist nog gecontinueerd zou moeten worden. Zeker ook gelet op het prijskaartje dat zowel aan live uitzenden als aan de Raad beslist hangt. Het is gebruikelijk aan het begin van een nieuwe raadsperiode dat de nieuwe raad zijn communicatiebeleid vormgeeft. Hierin zou het continueren van De Raad Beslist moeten worden afgewogen. Aanbeveling 13 Stel aan het begin van de raadperiode een nieuw communicatieplan op en overweeg hierin of het continueren van de Raad Beslist nog past binnen de communicatiestrategie.

Aldus Besloten, 3. Uitdagingen voor een volgende periode | 23

4. Aanbevelingen voor de nieuwe raad Aanbeveling 1

Maak een herverdeling van de onderwerpen over de raadscommissies conform het voorstel in tabel 3.

Aanbeveling 2

• Continueer de in deze periode ontwikkelde instrumenten voor meer grip op regionale samenwerking; • Onderzoek wat de informatiebehoefte is van raadsleden voor een regionaal informatiesysteem en hoe daarin kan worden voorzien; • Wees kritisch over een regionale motiemarkt.

Aanbeveling 8

Organiseer kort na de verkiezingen een debattraining voor raads- en commissieleden en voor de commissievoorzitters. Besteed hierin aandacht aan het werken met interruptiemicrofoons en aan de bestaande debatregels.

Aanbeveling 9

Experimenteer in de nieuwe periode met de debatstructuur in de commissies en raad, waarbij aandacht is voor de verschillende fases in het debat: beeldvorming, opinievorming en besluitvorming.

Aanbeveling 3

Aanbeveling 10

Aanbeveling 4

Aanbeveling 11

Identificeer als raad welke regionale beleidsprocessen vooraf gegaan moeten worden door een lokale discussie over de kaders die de raad vooraf aan het college meegeeft.

Bepaal na invoering van de Omgevingswet of en zo ja welke impulsen je binnen de gemeente nog aan Burgerparticipatie wil geven.

Aanbeveling 5

Voer de nieuwe regels in voor verbinding van het burgerinitiatief aan het petitierecht.

Aanbeveling 6

Experimenteer in de nieuwe raadperiode met kleinschalige burgerberaden en reserveer hiervoor budget.

Behoud de bestaande vergadercode ten behoeve van een goede sfeer en samenwerking in de raad en ga het gesprek aan waar onderlinge verhoudingen dreigen te verslechteren.

Pas de ICT-voorzieningen voor de raad en de digitale infrastructuur aan de eisen van de tijd aan.

Aanbeveling 12

Voer een discussie over de inrichting van de op te richten rekenkamer zodra er zicht is inwerkingtreding van het voorliggende wetsvoorstel.

Aanbeveling 13

Stel aan het begin van de raadperiode een nieuw communicatieplan op en overweeg hierin of het continueren van de Raad Beslist nog past binnen de communicatiestrategie.

Aanbeveling 7

Blijf zorgen dat insprekers voldoende ruimte krijgen binnen de formule van Informeren en Ontmoeten.

Aldus Besloten, 4. Aanbevelingen voor de nieuwe raad | 25

Bijlage 1 Evaluatie acties werkplan Actie

Uitgevoerd?

Toelichting

1.  Investeer in de doorontwikkeling van informeren en ontmoeten.

ja

Begin 2019 is een voorstel met de fractievoorzitters besproken om op een aantal punten de formule van Informeren en Ontmoeten aan te passen.

2.  Bepaal hoe het communicatiebeleid de komende jaren vorm gegeven wordt en welk budget daarvoor nodig is.

ja

Eind 2018 is een voorstel in het presidium besproken.

3. Stop met het organiseren van de raadsacademie.

ja

4.  Richt een raadswerkgroep op die een voorstel doet voor toetsingskaders voor burgerparticipatie.

deels

Tijdens de raadsperiode bleek een dermate verwevenheid van het onderwerp burgerparticipatie met het onderwerp Omgevingswet dat geen aparte raadswerkgroep is opgericht, maar burgerparticipatie is meegenomen in het Omgevingswettraject en de raadswerkgroep die daarmee aan de slag is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11516125/1