CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

5. Bijlagen deel 3 Vinkelsestraat 135, 139 en 139a Vinkel

Gemeenteraad 12 oktober 2021, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Bestemmingsplan Vinkelsestraat 135, 139 en 139a Vinkel15.142 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

: AM19027 : 4673971100 : Bureau- en verkennend veldonderzoek d.m.v. boringen : Vinkelsestraat te Vinkel : Vinkelsestraat : ‘s-Hertogenbosch : Noord-Brabant : Nuland, sectie E, nummer 2062 (ged.) : Centraal 161.568; 412.910 NW: 161.547; 412.930 NO: 161.585; 412.935 ZW: 161.551; 412.890 ZO: 161.592; 412.894 : Circa 1.500 m2 : Bebouwd (stal), grasland en akkerland : Nieuwbouw woonhuis : Reland : Gemeente ‘s-Hertogenbosch : Noordhoven 4 te Roermond tot deponering bij provinciaal depot te ‘s-Hertogenbosch : 20 februari 2019 : 22 februari 2019

Pagina 5 van 24

Archeologisch onderzoek Vinkelsestraat 139a te Vinkel/ AM19027

1.

INLEIDING

In opdracht van Reland heeft Aeres Milieu een archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek, d.m.v. boringen uitgevoerd op de locatie: Adres onderzoekslocatie Gemeente Oppervlakte Huidig perceelgebruik Toekomstig perceelgebruik

: Vinkelsestraat 139a te Vinkel : ‘s-Hertogenbosch : circa 1.500 m2 : Bebouwd (stal), grasland en akkerland : Woning met tuin

Dit archeologisch onderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van de BRL SIKB 4000, KNA 4.0 en bestaat uit een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek, verkennende fase. Het bureauonderzoek is gericht op de historie en bodemgesteldheid van de onderzoekslocatie. Aanvullend hierop is een verkennend veldonderzoek d.m.v. boringen op het perceel uitgevoerd. De werkzaamheden in het veld zijn uitgevoerd door een senior KNA-prospector. Aanleiding De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit archeologisch onderzoek is de voorgenomen sloop van de huidige schuur en de nieuwbouw van een woonhuis. De diepte van de toekomstige bodemverstoring is op dit moment onbekend. Uitgaande van de aanleg van bouwputten ten behoeve van de nieuwbouw zal de bodem waarschijnlijk tot in het archeologische niveau worden verstoord dat in dit gebied vanaf 30 cm beneden maaiveld verwacht kan worden. Uitgaande van een standaard funderingsdiepte, zal de bodemverstoring naar verwachting tot tenminste 0,8-1,0 meter beneden maaiveld reiken. Het plangebied ligt volgens de geactualiseerde Archeologische beleidskaart van de gemeente ‘s-Hertogenbosch in een zone met een middelhoge archeologische verwachting.

De archeoloog van de gemeente heeft aangegeven dat ter plaatse een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek uitgevoerd dient te worden.1 Doel Het doel van het archeologisch bureauonderzoek is het bepalen van een gespecificeerd verwachtingsmodel voor de locatie. Dit verwachtingsmodel wordt op basis van historische kaarten en bekende landschappelijke en archeologische gegevens gevormd. Dit verwachtingsmodel zal vervolgens leiden tot een aanbeveling over het behoud in-situ of eventueel vervolgonderzoek. Het doel van het aansluitende verkennend veldonderzoek middels boringen is het toetsen van het in het bureauonderzoek opgestelde verwachtingsmodel. Voor de locatie Vinkelsestraat 139a zijn de volgende onderzoeksvragen geformuleerd: • • •

Is er sprake van stratigrafische lagen die potentieel archeologische waarden kunnen bevatten? In hoeverre zijn deze lagen intact en hoe reflecteert dit de kwaliteit van de mogelijk aanwezige archeologische resten? Wat is de diepteligging van mogelijke archeologische resten en wat is de daadwerkelijke bedreiging van deze resten door de voorgenomen bodemingrepen?

1 Per e-mail via de opdrachtgever doorgestuurd op 30-01-2019. Pagina 6 van 24

Archeologisch onderzoek Vinkelsestraat 139a te Vinkel/ AM19027

2.

WERKWIJZE

2.1

Inleiding

Bij het uitvoeren van het bureauonderzoek is gebruik gemaakt van verschillende bronnen. Deze bronnen geven inzicht in bekende, of te verwachten archeologische resten binnen het onderzoeksgebied. Daarnaast zijn deze bronnen van belang voor het opstellen van de landschapsgenese. Archeologische bronnen • Archeologische Monumentenkaart (AMK) • Archeologisch Informatiesysteem (Archis3) • Archeologische Beleids-/verwachtingskaart van de gemeente ‘s-Hertogenbosch • Specifieke lokale informatie, heemkunde, amateurarcheologen Bodem- en geomorfologische kaarten • Bodemkaart (Alterra) • Geomorfologische kaart (Alterra) • Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN2) Historische kaarten • Kadastraal minuutplan (1800-1832) • Historische topografische en militaire kaarten (1830 tot 1978) • Moderne topografische kaart (tot 2017) De bovenstaande bronnen worden aangevuld door mogelijke informatie afkomstig van lokale archeologische verenigingen en werkgroepen. De overige aanvullende informatie is terug te vinden in de literatuurlijst. 2.2

Verkennend veldonderzoek d.m.v. boringen

Bij het verkennend veldonderzoek d.m.v. boringen wordt uitgegaan van 5-6 boringen die gelijkmatig over het plangebied verdeeld worden geplaatst. De locatie van de boringen zal voor zover mogelijk vooraf bepaald worden. Het onderzoek zal worden uitgevoerd op basis van de contouren van het plangebied zoals zichtbaar in het veld. De hoogte zal worden bepaald met het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN). De boringen zullen worden uitgevoerd met een Edelmanboor met een boorkop met een diameter van 7 centimeter en zo mogelijk een zandguts. De boorkernen worden conform de ASB (Archeologische Standaard Boorbeschrijving 5.2) beschreven, zie bijlage 8. Gelet zal worden op de aanwezigheid van archeologische indicatoren als fragmenten keramiek, fosfaatvlekken en brokjes houtskool en verbrande leem. Daartoe worden de opgeboorde monsters verbrokkeld waar nodig.

Pagina 8 van 24

Archeologisch onderzoek Vinkelsestraat 139a te Vinkel/ AM19027

3. 3.1

BUREAUONDERZOEK Landschappelijke situatie - geomorfologie

Vinkel ligt in het zuidelijk zandgebied. De ondergrond wordt doorsneden door een aantal zuidoost-noordwest georiënteerde breuken, die de Roerdalslenk (Centrale Slenk) en het Peelblok (Peelhorst) begrenzen. Het plangebied ligt in de Roerdalslenk (Centrale Slenk).2 In de ondergrond bevinden zich Pleistocene rivierafzettingen van de Maas. Deze rivierafzettingen zijn onderdeel van de Formatie van Beegden en bestaan uit grindhoudend, grof zand. De grens tussen de Peelhorst en de Centrale Slenk bestaat uit een breuklijn waarlangs aardlagen zijn verplaatst. Langs deze breuken ontstonden verschuivingen in de aardkorst, waarbij de slenken (dalende gebieden) en de horsten (stijgende gebieden) ontstonden.3 Tijdens de laatste ijstijd, het Weichselien (circa 115.000 – 11.755 jaar geleden), ontstond een steeds kouder en droger klimaat.4 Deze laatste ijstijd, het Weichselien is belangrijk geweest voor de vorming van het huidige landschap rond het plangebied. In deze periode (circa 115.000 – 10.000 jaar geleden) breidde het landijs zich sterk uit, maar bereikte Nederland niet. Tijdens een groot deel van het Weichselien was de bodem permanent bevroren. Tijdens perioden van dooi werd door sneeuwsmelt- en regenwater veel sediment verspoeld. Hierbij zijn fluvioperiglaciale afzettingen gevormd en dalen ontstaan.

De fluvioperiglaciale afzettingen zijn zeer divers en bestaan uit fijn en grof zand, soms met grind, leemlagen en plantenresten en worden tot de Formatie van Boxtel gerekend.5 Deze afzettingen zijn in het plangebied in de diepere ondergrond aanwezig. Ze bestaan hier uit zwak siltig, matig fijn zand. Later zijn de fluvioperiglaciale afzettingen bedekt met dekzand. In de koudste en droogste perioden van het Weichselien, met name tijdens het Laat-Pleniglaciaal (circa 26.000 – 15.700 jaar geleden) en in sommige perioden van het Laat-Glaciaal (circa 15.700 – 11.755 jaar geleden), is de vegetatie grotendeels verdwenen, waardoor op grote schaal verstuiving optrad waarbij dekzand werd afgezet.6 Dit zand is kalkloos, fijnkorrelig (150 – 210 μm), goed afgerond en gesorteerd en arm aan grind. Het zand wordt tot het Laagpakket van Wierden van de Formatie van Boxtel gerekend. Het reliëf dat tijdens de dekzandafzetting is ontstaan, wordt gekenmerkt door vlaktes, depressies en dekzandkopjes, afgewisseld met langgerekte ruggen. In het Holoceen (vanaf circa 11.755 jaar geleden) werd het klimaat warmer en vochtiger. Het landschap is door geologische processen weinig meer veranderd. Het dekzand werd door de toenemende vegetatie vastgelegd en de beken sneden zich in, waarbij ze de natuurlijke laagten volgden.

Volgens de Geomorfologische kaart (bijlage 5) ligt het grootste deel van het plangebied binnen een dekzandvlakte (code 2M13). Het zuidoostelijke deel ligt binnen een vlakte van ten dele verspoelde dekzanden (code 2M9). Verder ten noordwesten en ten noordoosten liggen dekzandruggen (code 3K14). Op het kaartbeeld van het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN2, bijlage 7) is enig verschil in reliëf te herkennen tussen de dekzandruggen en dekzandvlakten, hoewel het kaartbeeld wordt gekenmerkt door een grillig microreliëf. De ten dele verspoelde dekzandvlakten liggen overwegend laag in het landschap. Het plangebied bevindt zich relatief hoog in het landschap en lijkt op een zuidelijke uitloper van een hogere dekzandrug te liggen.

2 Berendsen 2005, 31. 3 Berendsen 1996 (herdruk 2008), 343; Zonneveld 1981, 80. 4 Berendsen 2004, 183. 5 Berendsen 2004, 189. 6 Berendsen 2004, 190. Pagina 9 van 24

Archeologisch onderzoek Vinkelsestraat 139a te Vinkel/ AM19027

3.2

Landschappelijke situatie - bodem

Volgens de bodemkaart (bijlage 6) komen binnen het grootste deel van het plangebied veldpodzolgronden in leemarm en zwak lemig fijn zand (code Hn21) voor. Ter plaatse van het zuidoostelijke deel komen beekeerdgronden in leemarm en zwak lemig fijn zand (code pZg21) voor.7 Deze bodemtypen corresponderen met respectievelijk de geomorfologische eenheden dekzandvlakte en de ten dele verspoelde dekzandvlakte. Veldpodzolgronden komen veel voor binnen zandgronden. Deze gronden bestaan uit een donkere, humeuze bovengrond, de Ap-horizont. Deze is circa 25 cm dik. Hieronder bevindt zich een E-horizont die lichtgrijs van kleur is. Dit is de uitspoelingshorizont.8 Hieronder ligt de bruingekleurde B-horizont (de inspoelingshorizont) die bruin van kleur is en geleidelijk in de C-horizont overgaat.9 De oorspronkelijke A-, E- en/of B-horizont kan mogelijk als gevolg van bodemverwerking (ploegen) niet meer intact zijn. Bij veldpodzolgronden is sprake van podzolering. Tijdens dit natuurlijke proces wordt door infiltrerend regenwater kleine deeltjes ijzer, aluminium en lutum uitgespoeld. Dit wordt uitloging genoemd. Deze deeltjes worden door het water naar beneden getransporteerd, waar inspoeling plaatsvindt.10 Beekeerdgronden zijn kenmerkend voor de lagere gronden, dalen en zoals de naam suggereert beekdalen waar vanwege de hoge grondwaterstand geen podzolering kan plaatsvinden.

Door de aanvoer van organische stof ontstaat na verloop van tijd een bodem met een matig dik humeus dek (15-30 cm). De bovengrond van de beekeerdgrond (A-horizont) is circa 20-30 cm dik en zwart van kleur. De samenstelling van de ondergrond loopt sterk uiteen van zeer sterk lemig, zeer fijn zand tot leemarm, grindhoudend, matig fijn tot plaatselijk matig grof zand. De beekeerdgronden bevatten roestvlekken tot in de bovengrond. De aanwezigheid van roestvlekken duidt op een (zeer) slechte ontwateringstoestand van de ondergrond van deze bodem. Op de bodemkaart staan de gemiddelde grondwaterstanden aangeven met grondwatertrappen. De veldpodzolgronden worden gekenmerkt door een lage grondwaterstand, grondwatertrap VI. Bij grondwatertrap VI ligt de gemiddeld hoogste grondwaterstand tussen 40 en 80 cm beneden maaiveld en de gemiddeld laagste grondwaterstand vanaf 120 cm beneden maaiveld. De beekeerdgronden hebben een ondiepte grondwaterstand, grondwatertrap III. Bij deze grondwatertrap ligt de gemiddeld hoogste grondwaterstand binnen 40 cm beneden maaiveld en de gemiddeld laagste grondwaterstand tussen 80 en 120 cm beneden. 3.3

Bewoningsgeschiedenis – historisch overzicht

De bestudeerde en beschikbare bronnen hebben het volgende beeld kunnen schetsen over de geschiedenis van Vinkel. Het plangebied ligt aan de Vinkelsestraat ten oosten van de oude dorpskern van Vinkel. De eerste schriftelijke vermelding van de nederzetting stamt uit circa 1300 als sprake is van Vinckel en ook Wolfvincle. De betekenis betreft mogelijk een samenstelling van lo, ‘bos’ en de plantennaam vinke.11 Het gebied behoorde in deze periode tot de gemeenschappelijke gronden die door de hertog Jan II van Brabant in gebruik werd gegeven ten behoeve van turfwinning aan de inwoners van onder andere Geffen en Nuland. In de aanduiding van de locatie van de gronden komt in de bronnen de naam Vinkel voor, gelegen tussen het Rosmalense Maliskamp en het Heessche Zoggel. De naam kan ook betrekking hebben op Vinke of fangja, ‘slechte, lichte turf’ of verwijst mogelijk naar ‘modder’. Het verwijst in elk geval naar een vochtig (heide)gebied.12 In of nabij Vinkel, woonden de Baselaars, monniken van de orde der Wilhelmieten. In 1298 hadden de Vinkelse monniken een klooster genaamd ‘den huyse der broederen der ordine van Sinte Willem, gelegen ter plaetsen Hulsdonck in Vinckel’.

7 Alterra 2009, kaartblad 45 Oost. 8 De Bakker en Schelling 1989, 127. 9 De Bakker en Schelling 1989, 127. 10 De Bakker en Schelling 1989. 11 Van Berkel en Samplonius 2006, 467. 12 Van Roode 2010, 46. Pagina 10 van 24

Archeologisch onderzoek Vinkelsestraat 139a te Vinkel/ AM19027

Zij legden de Grote Wetering aan die vanaf de Aa bij ’s-Hertogenbosch in westelijke richting loopt, zuidelijk van het plangebied en aansluit op de Kleinwijkse Loop, de Graanloop en de Venloop. Deze wetering staat ook bekend als de Monniksgraeve en werd gebruikt als middel om het drassige land te draineren (afwateren). De kern van Vinkel zelf bevond zich op een dunne strook dekzand. Net als de oude bewoningskernen van Kaathoven en Geffen liggen deze op hoger gelegen gronden. Rondom deze dekzandstrook bevonden zich voornamelijk lagere, natte gronden. Ze lagen dan ook als het ware als donken in het lager gelegen gebied. De parochie van Vinkel werd laat gesticht, in 1884. Kort daarna werd de pastorie en de kerk gebouwd. 3.4

Bewoningsgeschiedenis – archeologische waarden

Op de geactualiseerde Archeologische beleidskaart van de gemeente ‘s-Hertogenbosch ligt het plangebied in een zone met een middelhoge archeologische verwachting. De archeoloog van de gemeente heeft aangegeven dat ter plaatse een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek uitgevoerd dient te worden.13 In de omgeving van het plangebied (binnen een straal van 1 km) is één monument en zijn drie archeologische onderzoeksmeldingen en negen waarnemingen aanwezig. Monumentnummer 4703; zaakidentificatie 2963753100, 3130182100 en 3133877100 Op een afstand van 435 meter ten noordoosten van het plangebied, op een kleine dekzandrug, ligt een monument van hoge archeologische waarde. Het betreft een terrein met sporen van bewoning uit de ijzertijd. Het gaat om een hoge akker met een cultuurlaag uit de ijzertijd. Naast handgevormd aardewerk werden tevens (paal)sporen (onder andere van een ijzertijd huis) en een waterput aangetroffen (zaakidentificatie 2963753100 en 3130182100). Ook vond men een kern uit de periode laat-paleolithicum – bronstijd en Romeins materiaal, waaronder gedraaid aardewerk en resten van een amfoor (zaakidentificatie 3133877100).

Zaakidentificatie 2771807100, 2904760100, 2316968100 en 2399580100 Binnen dezelfde dekzandrug als bovengenoemd monument, op 410-450 meter ten noordoosten van het plangebied, vond men handgevormd aardewerk uit de midden-ijzertijd, (gladwandig) gedraaid aardewerk uit de Romeinse periode en aardewerk uit de periode ijzertijd – late middeleeuwen (zaakidentificatie 2771807100 en 2904760100). In 2013 voerde ADC hier een proefsleuvenonderzoek uit naar aanleiding van de resultaten van een twee jaar eerder uitgevoerd booronderzoek (zaakidentificatie 2316968100). Tijdens het proefsleufonderzoek werden weinig noemenswaardige archeologische sporen aangetroffen. Er is vondstmateriaal verzameld uit de ijzertijd en de Romeinse tijd. Het vondstmateriaal en de geringe sporen leveren geen onmiddellijke aanwijzingen voor een nederzetting binnen het onderzoeksgebied. Echter kan vanwege de nabijheid van de twee bovengenoemde vindplaatsen (monument 4703) en de onduidelijkheid over de bouwlocatie het plangebied niet zonder meer worden vrij gegeven. Het advies was dan ook om een archeologische begeleiding te laten plaatsvinden (zaakidentificatie 2399580100).

Zaakidentificatie 2316968100 Op een dekzandrug op 560 meter ten noordwesten van het plangebied, werden meerdere fragmenten handgevormd aardewerk uit de ijzertijd, een brok tefriet en rood- en grijsbakkend aardewerk uit de late middeleeuwen aangetroffen. Zaakidentificatie 3233458100, 2771531100 en 2771734100 Op 620 meter ten westen-noordwesten van het plangebied vond men aardewerk uit de ijzertijd (zaakidentificatie 3233458100). Op 700 meter ten westen-noordwesten van het plangebied vond men eveneens handgevormd aardewerk uit de ijzertijd, gedraaid midden-Romeins aardewerk en roodbakkend geglazuurd aardewerk uit de late middeleeuwen (zaakidentificatie 2771531100). Op een afstand van 800 meter vond men naast handgevormd aardewerk uit de ijzertijd-Romeinse tijd ook terra sigillata aardewerk uit de midden-Romeinse tijd (zaakidentificatie 2771734100). Al de vindplaatsen bevinden zich op de zuidelijke rand van de hier aanwezige dekzandrug.

13 Per e-mail via de opdrachtgever doorgestuurd op 30-01-2019. Pagina 11 van 24

Archeologisch onderzoek Vinkelsestraat 139a te Vinkel/ AM19027

Zaakidentificatie 2243679100 Door Synthegra werd in 2009 een booronderzoek uitgevoerd voor een terrein gelegen op 650 meter ten noordwesten van het plangebied. Doordat het plangebied in het verleden was afgegraven, werd binnen het plangebied een volledig verstoord bodemprofiel verwacht. Dit bleek niet zo te zijn. In vier van de zes boringen zijn nog resten van een podzolgrond aanwezig. Deze bevinden zich meteen onder de 30 à 50 cm dikke bouwvoor. De podzolgrond is bewaard vanaf de B-horizont of vanaf de BC-horizont. Enkel ter plaatse van boringen 1 en 6 bleek de bodem tot in de C-horizont te zijn verstoord. Archeologische resten kunnen voorkomen vanaf een diepte van 45 cm beneden maaiveld. Hierdoor vormen de toekomstige bouwwerkzaamheden een bedreiging voor de eventueel aanwezige resten. Op grond van de resultaten werd voor het plangebied (waar ingrepen gaan plaats vinden) een vervolgonderzoek geadviseerd in de vorm van proefsleuven. Zaakidentificatie 2442639100 Archeodienst voerde in 2014 een booronderzoek uit voor een gebied op 740 meter ten zuidwesten van het plangebied. Het onderzoeksgebied ligt deels binnen een dekzandvlakte en deels binnen een verspoelde dekzandvlakte. Uit het booronderzoek beek dat er geen hoge zwarte enkeerdgronden voorkomen. Er is sprake van een recente bouwvoor met een dikte van 35 – 45 cm die direct op de C-horizont ligt, die uit dekzand bestaat.

Oorspronkelijk zijn in het dekzand podolgronden ontwikkeld, maar deze zijn geheel verdwenen. Aangezien de bodem is verdwenen, zijn eventueel aanwezige vuursteenvindplaatsen verloren gegaan. De locatie lijkt echter een minder gunstige nederzettingslocatie voor landbouwende samenlevingen omdat er geen plaggendek is aangetroffen en geen archeologische indicatoren werden aangetroffen die wijzen op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats. Er zijn geen oudere cultuur-/ophogingslagen aangetroffen. Op de akker naast het erf zijn alleen fragmenten bouwmateriaal en aardewerk uit de 18e – 20e eeuw aangetroffen. Aanwijzingen voor oudere bewoningsfasen ontbreken. Op basis van de resultaten van het onderzoek is geen vervolgonderzoek geadviseerd. 3.5

Bewoningsgeschiedenis – historisch materiaal

In het kader van het bureauonderzoek is historisch kaartmateriaal bestudeerd. Op het minuutplan uit het begin van de 19e eeuw (figuur 2)14 is te zien dat het plangebied ten zuiden van de al bestaande Vinkelsestraat ligt. Aan deze straat is enige bebouwing zichtbaar. Het plangebied ligt in een onbebouwd veld met meerdere ongelijkvormige percelen. Het plangebied ligt binnen twee percelen. Volgens de oorspronkelijke Aanwijzende Tafels (OAT)15 behorende bij het minuutplan, bestaat het westelijke perceel uit bos en het oostelijke perceel uit weiland. De kaart uit 1885 laat zien dat er twee kleine gebouwen aanwezig zijn direct ten noorden en ten noordwesten van het plangebied. Het plangebied zelf is onbebouwd. Het westelijke deel van het plangebied bestaat uit bos en het oostelijke perceel bestaat uit bouwland. Op de kaart uit 1910 is dezelfde situatie te zien. Op de kaart uit 1960 is een klein gebouw in het plangebied aanwezig. Ook rondom het plangebied is, net als in de huidige situatie, enkele bebouwing te zien. De huidige stal in het plangebied werd volgens de gegevens in 1975 gebouwd. De voormalige bebouwing, waarschijnlijk ook een stal of schuur, zal hiervoor zijn gesloopt.

14 www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl. Gemeente Heesch, sectie D, blad 3. Minuutplans zijn de oorspronkel jke kadastrale kaarten die zijn vervaardigd vanaf 1811 en 1812 in navolging van de Fransen o.l.v. Napoleon Bonaparte. Het zijn grondbeschrijvingen (kadasters) van de gemeenten met hierop aangegeven de percelen, perceelnummers en gebouwen. Voor Limburg werden deze kaarten rond 1840 vervaardigd. 15 OAT = Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel. Dit is een register uit 1832 waarin diverse gegevens in vermeld staan die betrekking hebben op de betreffende percelen, zoals de eigenaar, beroep en woonplaats, alsmede het grondgebruik en de oppervlakte. Pagina 12 van 24

Archeologisch onderzoek Vinkelsestraat 139a te Vinkel/ AM19027

Figuur 2: Historisch kaartmateriaal uit respectievelijk circa 1811-1840, 1885, 1910 en 1960 met in het rood het plangebied aangegeven (Bron: www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl.en www.topotijdreis.nl).

Pagina 13 van 24

Archeologisch onderzoek Vinkelsestraat 139a te Vinkel/ AM19027

4.

VERWACHTINGSMODEL

De jager-verzamelaars uit het laat-paleolithicum en mesolithicum hebben als woon- en verblijfplaats vaak voor de flanken van hoger liggende terreingedeelten in het landschap gekozen die bij voorkeur in de buurt van open water lagen. Water was een belangrijke bron voor drinkwater en vanwege de grote biodiversiteit, die de jacht en het verzamelen van plantaardig voedsel makkelijker maakte. Volgens de Geomorfologische kaart ligt het grootste deel van het plangebied binnen een dekzandvlakte en het zuidoostelijke deel binnen een vlakte van ten dele verspoelde dekzanden. Het kaartbeeld van het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN) laat een grillig microreliëf zien. Het plangebied ligt relatief hoog in het landschap en lijkt op een zuidelijke uitloper van een hogere (dek)zandrug te liggen, direct bij de overgang naar de (ten dele) verspoelde dekzandvlakte. Ten tijde van de jager-verzamelaars vormden met name de flanken/randen van de hoge zandgronden naar de watervoorzieningen aantrekkelijke bewoningslocaties. Er zijn geen watervoorzieningen in de omgeving van het plangebied aanwezig. Evenmin zijn vindplaatsen aanwezig uit het laat-paleolithicum of het mesolithicum. Om die reden geldt voor het plangebied een lage archeologische verwachting voor de periode laat-paleolithicum tot en met het mesolithicum. Binnen het plangebied worden grotendeels veldpodzolgronden verwacht.

Ter plaatse van de verspoelde dekzandvlakte bevinden zich beekeerdgronden. Eventueel aanwezige resten worden vanaf het maaiveld of in de oorspronkelijke bodem, mogelijk onder een eerdlaag verwacht en kunnen bestaan uit tijdelijke bewoningssporen, haardkuilen en artefacten van vuursteen. Vanaf het neolithicum ontstaan de eerste landbouwculturen die gekenmerkt worden door meer sedentaire nederzettingen. In de beginperiode stapt men geleidelijk over naar landbouw en veeteelt. De nederzettingen worden gekenmerkt door permanente woningen die soms diep in de grond gefundeerd waren. Vanaf het neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen heeft men nog steeds een voorkeur voor hoger en droger gelegen gebieden. In latere prehistorische perioden kan het plangebied vanwege haar relatief hoge ligging een aantrekkelijke vestigingslocatie zijn geweest, al zal men de voorkeur hebben gegeven aan de dekzandruggen die in de omgeving aanwezig zijn. De vindplaatsen in de omgeving, voornamelijk bestaande uit nederzettingsresten uit de ijzertijd en Romeinse tijd, bevinden zich dan op (de flanken van) deze dekzandruggen. Aangezien het plangebied ook relatief hooggelegen is, geldt een middelhoge verwachting voor nederzettingsresten uit de periode neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen.

Resten uit de genoemde perioden worden vanaf het maaiveld, onder een mogelijk aanwezige eerdlaag tot in de oorspronkelijke bodem verwacht en bestaan uit een cultuurlaag, paalkuilen/-gaten, afvalkuilen, fragmenten aardewerk, natuursteen of gebruiksvoorwerpen. Het plangebied ligt ten zuiden van de Vinkelsestraat, de uitvalsweg vanuit de westelijk gelegen dorpskern van Vinkel richting het buurtschap Munnekens-Vinkel. Het plangebied maakt deel uit van een strook bouwlanden die ten zuiden van het plangebied overgaan in de lager gelegen, nattere weilandgronden. Uit historisch kaartmateriaal blijkt dat het plangebied tot medio 20e eeuw onbebouwd is en in gebruik is als bos, weiland en later bouwland. Het plangebied wordt sinds het einde van de 19e eeuw begrensd door enige bebouwing. Op basis van deze gegevens geldt een middelhoge verwachting voor archeologische resten uit de periode late middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd. Resten worden verwacht vanaf het maaiveld.

Pagina 14 van 24

Archeologisch onderzoek Vinkelsestraat 139a te Vinkel/ AM19027

Periode

Verwachting

Verwachte kenmerken vindplaats

Diepteligging sporen

Laat-paleolithicum – mesolithicum

Laag

Bewoningssporen, kampementen: vuursteen artefacten, haardkuilen

Vanaf het maaiveld, onder een mogelijke eerdlaag tot in de oorspronkelijke bodem

Neolithicum – vroege middeleeuwen

Middelhoog

Nederzettingsresten, fragmenten aardewerk, natuursteen, gebruiksvoorwerpen

Vanaf het maaiveld, onder een mogelijke eerdlaag tot in de oorspronkelijke bodem

Late middeleeuwen – nieuwe tijd

Middelhoog

Cultuurlaag, fragmenten aardewerk, natuursteen, gebruiksvoorwerpen, Sporen van agrarische activiteiten, losse fragmenten aardewerk

Vanaf het maaiveld

Tabel 1: Archeologische verwachting per periode.

Bodemverstoring Als gevolg van de huidige bebouwing (stal) zal de bodem ter plaatse tot zekere diepte verstoord zijn geraakt. Er zijn verder geen gegevens bekend van bodemverstorende activiteiten binnen het plangebied.

Pagina 15 van 24

Archeologisch onderzoek Vinkelsestraat 139a te Vinkel/ AM19027

5.

VELDWERKZAAMHEDEN

5.1

Algemeen

Het doel van het verkennend veldonderzoek d.m.v. boringen is het toetsen van de opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied (hoofdstuk 4). Bij het verkennend veldonderzoek zijn verspreid over het plangebied vijf boringen gezet (boringen 1-5, bijlage 2). De boorlocaties zijn uitgezet ten opzichte van hoekpunten van de perceelsgrenzen en de bebouwing. De hoogte is bepaald met het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN, ahn.nl). De boringen zijn uitgevoerd met een Edelmanboor met een kop met een diameter van 7 cm. De boringen reiken tot maximaal 2,9 meter –mv en tot ruim in de top van het pakket natuurlijke afzettingen. Het onderzoek is gelijktijdig met milieukundig onderzoek uitgevoerd. Een systematische veldkartering is niet uitgevoerd. Dit was niet zinvol omdat er sprake is van een bouwlanddek uit de nieuwe tijd. Wel zijn door over de akker te lopen vondsten verzameld waarmee dit bouwlanddek meer precies gedateerd kan worden. De boorkernen zijn beschreven conform ASB (Archeologische Standaard Boorbeschrijving 5.2), zie bijlage 8. Gelet is op de aanwezigheid van archeologische indicatoren als fragmenten keramiek, fosfaatvlekken en brokjes houtskool en verbrande leem. Daartoe zijn de opgeboorde monsters verbrokkeld. Het kalkgehalte is geschat met een 10 procent zoutzuuroplossing.

Het plangebied is deels bebouwd met een stal (figuren 3 en 4) en is nabij de Vinkelsestraat verhard met klinkers. De rest van het plangebied is in gebruik als (maïs)akker en was tijdens het veldwerk met gras begroeid (figuur 3). Even ten zuiden en oosten van het plangebied liggen sloten die sterk roesthoudend water afvoeren. Het is kwelwater. De hoogte van het maaiveld varieert op de plaats van de boringen van circa 5,8 meter +NAP (boring 4) tot circa 6,3 meter +NAP in het noorden (boring 1). De variatie in hoogte komt vooral door moderne ophogingen nabij de stal. De grondwaterspiegel ligt ondiep, namelijk op circa 0,9 à 1,1 meter –mv.

Figuur 3: Het centrale en zuidelijke deel van het plangebied, kijkende in noordelijke richting (februari 2019).

Pagina 16 van 24

Archeologisch onderzoek Vinkelsestraat 139a te Vinkel/ AM19027

Figuur 4: Het noordelijke deel van het plangebied, kijkende in westelijke richting (februari 2019).

5.2

Fysisch geografische beschrijving van de bodemopbouw en interpretatie

Lithologie, geologie en genese De basis van het met boringen onderzochte deel van de bodem bestaat uit zwak siltig matig zijn zand. Het is tot circa 1,7 meter –mv goed gesorteerd. Dieper komt ook matig goed tot matig slecht gesorteerd zand voor met meer grove korrels (boring 1). Het zand is eolisch dekzand en dateert vermoedelijk uit de laatste fase van de laatste ijstijd (Laat-Glaciaal). De top van het zandpakket kent een zwakke bodemontwikkeling (paragraaf 3.2). Bij de vernatting door de stijgende grondwaterspiegel door een stijgende zeespiegel, is veen tot ontwikkeling gekomen. Het is aangetroffen in boring 4 in het noordoostelijke deel van het plangebied. De overgang van het zandpakket naar het veenpakket bestaat uit zwart amorf zandig veen. Het smeert gemakkelijk uit. Het is gliede(-achtig). Gliedelagen zijn in het algemeen weinig waterdoorlatend, wat mogelijke latere veenvorming kan hebben versterkt. In boring 3 in het zuidoostelijke deel resteert ook een zwartbruine venige laag, hetzij minder duidelijk. Op het veen of direct op het dekzand ligt een antropogeen opgebracht pakket matig humeus matig siltig zand. Het zand is matig fijn. Het pakket is oudtijds snel opgebracht, niet geleidelijk met plaggenbemesting. Het kan worden omschreven als een bouwlanddek. De dikte is circa 0,6 à 0,7 meter, tenzij het is afgetopt, zoals bij boring 2.

De toplaag wordt in de boringen 1, 2 en 4 gevormd door een modern opgebracht zandpakket dat samenhangt met de stal en de verharding. Geologisch gezien behoren de afzettingen van dekzand tot het Laagpakket van Wierden van de Formatie van Best. Het veen op het zand kan worden gerekend tot de Formatie van Nieuwkoop.

Pagina 17 van 24

Archeologisch onderzoek Vinkelsestraat 139a te Vinkel/ AM19027

Figuur 5: De van links naar rechts en van boven naar beneden uitgelegde boring 4, in het noordoosten van het plangebied. De schaalstok is circa 23 cm lang.

Bodem De bodem bestaat uit een meer dan 0,5 meter dik bouwlanddek dat plaatselijk is afgedekt met een modern geroerd dek. Bodemkundig gezien kan de bodem worden geclassificeerd als een enkeerdgrond, alhoewel er geen sprake is geweest van een geleidelijke ophoging door potstalbemesting. De oorspronkelijke bodem in de top van het dekzand is vrijwel nergens behouden, maar plaatselijk is een beekeerdgrond aanwezig (boring 4). 5.3

Archeologische indicatoren

Alhoewel geen doel van een verkennend veldonderzoek met boringen, is gelet op de aanwezigheid van archeologische indicatoren die kunnen wijzen op archeologische waarden in de ondergrond. Dergelijke indicatoren zijn niet aangetroffen. Wel zijn in het bouwlanddek vondsten aangetroffen waarmee dit dek gedateerd kan worden. De vondsten zijn verzameld door over de akker te lopen. De figuren 6 en 7 geven een beeld van de vondsten. Het steengoed bestaat uit Westerwald-steengoed uit de 18e of 19e eeuw en een fragment van een gresbuis uit de 20e eeuw. Het geglazuurd roodbakkend aardewerk bestaat (ook) uit Nederrijns aardewerk. Het Nederrijns aardewerk dateert uit de 18e eeuw of begin 19e eeuw. Onder de fragmenten zijn een fragment van een bord of schotel versierd met concentrische cirkels van wit slib en een fragment van een bord of schotel met een verdikte rand die is voorzien van wit slib (figuur 6). Van porselein is een fragment van blauw-wit porselein uit Jingdezhen (China) aangetroffen dat globaal in de 18e of 19e eeuw gedateerd kan worden (figuur 7). Ook werden diverse fragmenten industrieel witbakkend aardewerk aangetroffen. Deze kunnen globaal in de tweede helft van de 18e eeuw en in de (eerste helft van) de 19e eeuw gedateert worden. Ook werd een fragment van een bord met (vloei?)blauwe drukdecor decoratie gevonden.

Vermoedelijk is de decoratie hierop afgeleid van het Chinese ‘Willow pattern’; figuur 6). Het is Europees industrieel vervaardigd aardewerk dat vermoedelijk dateert uit het midden van de 19e eeuw. Pagina 18 van 24

Archeologisch onderzoek Vinkelsestraat 139a te Vinkel/ AM19027

Twee fragmenten van gegladde kleipijpen van witte pijpaarde zijn aangetroffen (figuur 7). De diameter van de pijpensteel is 5 à 6 mm. Het is voorzien van een radering en de naam van de plaats waar het gemaakt is: “Gouda”. Het andere fragment is van de ketel met een hielmerk met de moeilijk leesbare initialen van de maker. De dikte van de pijpensteel en de oorspronkelijke vorm en grootte van de ketel maken een datering in de tweede helft van de 18e eeuw of eerste helft van de 19e eeuw waarschijnlijk. Enkele fragmenten helder groen en kleurloos gebruiksglas zijn aangetroffen. Het zijn fragmenten van flessen. Tenslotte komt in geringe mater bouwkeramiek voor en dat zijn fragmenten bakstenen en dakpannen. Als groep bezien, lijken de vondsten te wijzen op een datering van het bouwlanddek – en daarmee op die van de ontginning - in de periode 1750-1850. Nadien kan er ook materiaal nog op de akker zijn terechtgekomen en dat verklaart de vondsten uit de 20e eeuw. Dit kan te maken hebben met nabijgelegen bewoning en met de nabijheid van stallen.

Figuur 6: Selectie van vondsten op de akker in en rondom het plangebied, met: a: geglazuurd roodbakkend aardewerk, inclusief Nederrijns aardewerk, b: industrieel witbakkend aardewerk, c: Westerwald-steengoed, d: gebruiksglas (fragmenten van flessen), e: gresbuis en f: bouwkeramiek (fragmenten baksteen en dakpan).

Pagina 19 van 24

Archeologisch onderzoek Vinkelsestraat 139a te Vinkel/ AM19027

Figuur 7: Selectie van goed dateerbare vondsten van de akker: roodbakkend Nederrijns aardewerk (rechtsboven), fragmenten van kleipijpen (linksonder), industrieel keramiek (midden-rechts) en porselein (rechtsonder).

Pagina 20 van 24

Archeologisch onderzoek Vinkelsestraat 139a te Vinkel/ AM19027

6.

CONCLUSIE

6.1

Algemeen

Op basis van het uitgevoerd verkennend veldonderzoek middels boringen kan het volgende worden gesteld. De aangetroffen gliede(-achtige) laag op het laat-Pleistoceen dekzand kan wijzen op een nu verdwenen veenpakket. Misschien heeft zich een veenpakket gevormd dat later is afgegraven voor de turfwinning. Tot het opbrengen van het bouwlanddek in de 18e of 19e eeuw zal het terrein te vochtig zijn geweest voor een ander landgebruik dan als grasland. In het mesolithicum en mogelijk ook nog in het neolithicum zal het gebied droog genoeg zijn geweest voor bewoning en landgebruik en was er nog geen sprake van veenvorming. Echter zijn alleen losse vondsten te verwachten in het bouwlanddek. Eventuele archeologische resten in situ kunnen voorkomen in de top van het pakket dekzand. De archeologische verwachting is laag voor resten uit het mesolithicum en neolithicum vanwege hun zeldzaamheid en doordat de top van de bodem in een groot deel van het plangebied in ieder geval oppervlakkig is omgewerkt. Hiermee zullen eventuele vuursteenconcentraties zijn verstoord. Op basis van deze gegevens blijft de lage verwachting uit het bureauonderzoek voor vuursteenvindplaatsen uit de periode laatpaleolithicum tot en met het mesolithicum gehandhaafd.

Voor latere landbouwende samenlevingen geldt een lage tot zeer lage archeologische verwachting, aangezien het terrein te nat zal zijn geweest voor bewoning. De middelhoge verwachting uit het bureauonderzoek voor nederzettingsresten uit de periode neolithicum tot en met de nieuwe tijd kan op basis van deze gegevens worden bijgesteld naar laag. 6.2

Beantwoording van de onderzoeksvragen •

Is er sprake van stratigrafische lagen die potentieel archeologische waarden kunnen bevatten? Binnen het plangebied is sprake van laat-Pleistoceen dekzand (Laagpakket van Wierden van de Formatie van Best). Er is een zwakke bodemontwikkeling en als gevolg van vernatting heeft zich direct op dit dekzand gliede-achtig veen gevormd (Formatie van Nieuwkoop). De oorspronkelijke bodem is nergens behouden. Tot het opbrengen van een bouwlanddek in de 18e of 19e eeuw zal het terrein te vochtig zijn geweest voor een ander landgebruik dan als grasland of weiland. Aangezien de top van het dekzand bovendien is omgewerkt, zullen geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.

•

In hoeverre zijn deze lagen intact en hoe reflecteert dit de kwaliteit van de mogelijk aanwezige archeologische resten? Er is sprake van een zwakke ontwikkeling van de bodem, de top van het dekzand is omgewerkt en er heeft zich veen gevormd op het dekzand. Er is zodoende geen sprake van (intacte) archeologische lagen.

•

Wat is de diepteligging van mogelijke archeologische resten en wat is de daadwerkelijke bedreiging van deze resten door de voorgenomen bodemingrepen? Gezien de afwezigheid van potentieel aanwezige archeologische lagen, zullen de voorgenomen bodemingrepen geen belemmering vormen.

Pagina 21 van 24

Archeologisch onderzoek Vinkelsestraat 139a te Vinkel/ AM19027

7.

AANBEVELINGEN

Op basis van het uitgevoerd verkennend veldonderzoek middels boringen kan worden gesteld dat binnen het plangebied sprake is van een zwakke bodemontwikkeling. Als gevolg van vernatting heeft zich direct op dit dekzand veen gevormd. Het gebied zal te vochtig zijn geweest voor bewoning. Ook is sprake van omwerking in het verleden van de top van het dekzand. Op basis hiervan geldt een lage archeologische verwachting voor alle perioden. Voor het plangebied wordt zodoende geen vervolgonderzoek geadviseerd. Dit advies moet gecontroleerd en beoordeeld te worden door de bevoegde overheid, in dit geval de gemeente ‘s-Hertogenbosch. Deze zal vervolgens een besluit nemen over de vervolgprocedure. Tot die tijd kan er nog niet begonnen worden met bodemverstorende activiteiten of activiteiten die voorbereiden op bodemverstoringen. Het uitgevoerde onderzoek is verricht conform de gestelde eisen en gebruikelijke methoden. Het onderzoek is gericht op het inzichtelijk maken van de toestand van het aanwezige bodemarchief. Hiermee kan de beschadiging dan wel vernietiging als gevolg van de voorgenomen verstoring van een mogelijk aanwezig bodemarchief tot een minimum worden beperkt. Echter kan door de aard van het onderzoek, steekproefsgewijs, niet volledig worden uitgesloten dat er archeologische resten aan- of afwezig zullen zijn.

Indien in het plangebied toch archeologische sporen of resten worden aangetroffen dient hiervan melding te worden gemaakt bij de Minister van OCW (in de praktijk de RCE) of zoals gangbaarder is bij de gemeente conform Artikel 5.10. (Archeologische toevalsvondst) van de Erfgoedwet 2016.

Pagina 22 van 24

Archeologisch onderzoek Vinkelsestraat 139a te Vinkel/ AM19027

LITERATUURLIJST Auwerda, F./ P. Grimm, 2008: Verliesregister 1939-1945, Alle militaire vliegtuigverliezen in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog, Den Haag. Bakker, de, H., 1966: De subgroepen van het systeem van bodemclassificatie voor Nederland, in Boor en spade: verspreide bijdragen tot de kennis van de bodem van Nederland, Wageningen. Bakker de, H en J. Schelling, 1989: Systeem van bodemclassificatie voor Nederland, de hogere niveaus. Staring Centrum, Wageningen. Berendsen, H.J.A., 2008: Landschappelijk Nederland. Fysische geografie van Nederland, Assen. Berendsen, H.J.A., 2004 (herdruk 2008): De vorming van het land. Inleiding in de geologie en Geomorfologie, Assen. Berkel, G. van, en K. Samplonius, 2006: Nederlandse plaatsnamen. Herkomst en Historie, Utrecht (Prisma). Blankenstein, van, E., 2006: Defensie- en oorlogsschade in kaart gebracht (1939 – 1945), Zeist. Bont, C. de, 1993: ‘…al het merkwaardige in bonte afwisseling…’. Een historische geografie van Midden- en Oost-Brabant, Waalre (Stichting Brabants Heem). Cate, ten, J. A. M./ A. F. van Holst/ H. Kleijer/ J. Stolp, 1995: Handleiding bodemgeografisch onderzoek, richtlijnen en voorschriften. Deel A: Bodem, Wageningen, DLO-Staring Centrum. Technisch Document 19A. Mulder, de, E.J.F./ M.C. Geluk/ I. Ritsema/ W.E. Westerhoff/ T.E. Wong, 2003: De ondergrond van Nederland. Utrecht. Roode, S.M.

van, 2010: Archeologische verwachtingskaart gemeente Maasdonk, Woerden (Past2Present rapport 511). SIKB, 2006: Leidraad inventariserend veldonderzoek, Deel: karterend booronderzoek, Gouda. Stiboka (Stichting voor Bodemkartering), 1976: Bodemkaart van Nederland schaal 1:50.000, toelichting bij kaartblad 45 Oost Den Bosch, blad 46 West en Oost Vierlingsbeek, Wageningen. Zonneveld, J.I.S., 1981: Vormen in het landschap, hoofdlijnen van de geomorfologie, Utrecht. Digitale bronnen: www.arcgis.com www.archis.cultureelerfgoed.nl www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl www.bodemloket.nl www.topotijdreis.nl Archeologische kaarten en databestanden: Alterra 2009: Bodemkaart van Nederland, blad 45 Oost, Wageningen. Archeologische Monumenten Kaart (AMK, Archis2 en 3), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2007. Pagina 23 van 24

Archeologisch onderzoek Vinkelsestraat 139a te Vinkel/ AM19027

Archeologisch Informatie Systeem (Archis3), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2015. Gemeente ’s-Hertogenbosch, 2018: Archeologische verwachtingskaart gemeente ’s-Hertogenbosch, ’sHertogenbosch.

Pagina 24 van 24

Archeologisch onderzoek Vinkelsestraat 139a te Vinkel / AM19027

BIJLAGE 1 Topografische overzichtskaart

Archeologisch onderzoek Vinkelsestraat 139a te Vinkel / AM19027

BIJLAGE 2 Situatietekening onderzoekslocatie met boorpunten

Archeologisch onderzoek Vinkelsestraat 139a te Vinkel / AM19027

BIJLAGE 3 Overzicht Archis

Archeologisch onderzoek Vinkelsestraat 139a te Vinkel / AM19027

BIJLAGE 4 Overzicht gemeentelijke archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart

Archeologisch onderzoek Vinkelsestraat 139a te Vinkel / AM19027

BIJLAGE 5 Overzicht geomorfologische kaart

Archeologisch onderzoek Vinkelsestraat 139a te Vinkel / AM19027

BIJLAGE 6 Overzicht bodemkaart

Archeologisch onderzoek Vinkelsestraat 139a te Vinkel / AM19027

BIJLAGE 7 Overzicht AHN

Archeologisch onderzoek Vinkelsestraat 139a te Vinkel / AM19027

BIJLAGE 8 Boorkernbeschrijvingen

Bijlage 10 Omgevingsdialoog eindverslag

Eindverslag omgevingsdialoog; wijzigingen bestemmingsplan Vinkelsestraat 135, 139a en 139. Inleiding/doel: In de eerste week van april 2020 hebben we onze buurtgenoten gebeld om ze te informeren over onze wens om de bestemmingsplannen van bovenstaande adressen aan te passen. De bedoeling is dat de agrarische bestemmingen van deze adressen worden omgezet naar woonbestemmingen. De boerderij op Vinkelsestraat 135 wordt opgeheven waardoor er geen agrarische bestemming meer nodig is. De schuur op Vinkelsestraat 139a is dan ook niet meer nodig en het plan is om daar een woonhuis te gaan plaatsen. Het woonhuis op 139 heeft nog een agrarische bestemming omdat deze het bouwblok deelt met 139a, maar dit is dus ook niet meer nodig. Werkwijze: Het liefst hadden we iedereen persoonlijk geïnformeerd door middel van een bijeenkomst, maar in verband met de Corona-crisis van dit moment was dit niet mogelijk. Vandaar dat ze telefonisch benadert zijn. De buurtgenoten zijn: -

Na de telefoongesprekken hebben we de buurtbewoners een brief gestuurd, met daarin nogmaals de uitleg van onze plannen, zoals hieronder beschreven. Vinkelsestraat 135, hier willen we graag het bestemmingsplan wijzigen van agrarische bestemming naar woonbestemming, omdat stopt met het agrarisch hebben de woning gekocht, met als doelstelling om daar te wonen inclusief mantelzorgwoning inpandig voor De aanwezige schuren zullen gesloopt worden. De grond waar de schuren op staan, zal weide/maïsland worden. Hierdoor creëer je een landelijk uitzicht.

Het woonhuis blijft dezelfde huidige uitstraling houden, tuin en eventuele erfafscheidingen zullen met natuurlijke afrastering en begroeiing begrensd blijven/worden, zie afbeelding 1 als indicatie. Vinkelsestraat 139a, de huidige kalverschuur willen we graag slopen, met als doelstelling om er een woonhuis neer te zetten, in het kader van Ruimte voor ruimte. willen hier graag gaan wonen met het gezin. De locatie is te zien in afbeelding 2. Het bestemmingsplan zal hiervoor gewijzigd moeten worden van agrarische bestemming naar woonbestemming. De woning zal de uitstraling van een schuurwoning krijgen. De zijkanten van het perceel krijgen een groene erfafscheiding, die op bepaalde plekken niet te hoog wordt in verband met het uitzicht. Er is plaats om de auto’s op eigen terrein te parkeren. In afbeelding 2 is een indicatie te zien van het bovengenoemde plan. Vinkelsestraat 139, het woonhuis met bijgebouwen aan de Vinkelsestraat 139 blijft behouden. Gezien dit kavel vanuit het verleden al op hetzelfde bouwblok zit als Vinkelsestraat 139a, is het genoodzaakt om dit bestemmingsplan aan te passen van agrarische bestemming naar woonbestemming. Verder zijn er geen veranderingen bekend en zal daar de uitstraling niet veranderen.

Afbeelding 1

Afbeelding 2.

Resultaten: Onderaan deze brief was er ruimte gemaakt voor opmerkingen van de buurtbewoners. Er zijn door de buurt geen kritische vragen gesteld, ook zijn er geen opmerkingen gekomen die mogelijk tegen het wijzigen van de bestemmingsplannen zijn. Zes gezinnen hebben enkel een handtekening geplaatst ter kennisgeving, de opmerkingen die wel zijn geplaatst zijn positief: - Prima zo. - Goed plan, wij zijn er blij mee. - Succes met de plannen!! - Mooie plannen! - Maak er iets moois van. - Succes nog met de bouw! Het wordt prachtig!

Conclusie: Aangezien de opmerkingen positief waren, zien wij dan ook geen reden om onze plannen op basis van dit omgevingsdialoog aan te passen.

Zondag 19 april, 2020

Bijlage 11 Advies Veiligheidsregio

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10522471/1