CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

5. Bijlagen deel 3 Vinkelsestraat 135, 139 en 139a Vinkel

Gemeenteraad 12 oktober 2021, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Bestemmingsplan Vinkelsestraat 135, 139 en 139a Vinkel15.142 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bijlage 7a QuickScan flora en fauna 2021

Inhoud Colofon: ...................................................................................................1 1.

Inleiding .............................................................................................4

2.

Toelichting onderzoekskader .....................................................................5 2.1

2.1.1

Bescherming van gebieden .............................................................5

2.1.2

Bescherming van soorten ...............................................................5

2.1.3

Bescherming van houtopstanden ......................................................5

2.2

Interim omgevingsverordening ..............................................................5

Omschrijving plangebied ..........................................................................7 3.1

Algemeen.......................................................................................7

3.2

Voorgenomen ontwikkeling ..................................................................8

3.2.1

Oude stal..................................................................................8

3.2.2

Beplantingen in directe omgeving ....................................................8

3.2.3

Onderzoeksresultaten beschermde soorten .................................................. 11 4.1

Algemeen..................................................................................... 11

4.2

Soorten vogelrichtlijn ...................................................................... 11

4.2.1

Vogels met jaarrond beschermde nesten .......................................... 11

4.2.2

Vogels met niet- jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) ................... 13

4.2.3

Algemene broedvogels ................................................................ 13

4.2.4

Werken binnen het broedseizoen ................................................... 13

4.3

Soorten Habitatrichtlijn .................................................................... 13

4.3.1

Vleermuizen ............................................................................ 13

4.3.2

Overige Habitatrichtlijn soorten .................................................... 14

4.4

Nationaal beschermde soorten............................................................ 14

4.4.1

Amfibieën en reptielen ............................................................... 15

4.4.2

Libellen ................................................................................. 16

4.4.3

Dagvlinders ............................................................................. 16

4.4.4

Vaatplanten ............................................................................ 16

4.4.5

Effectbeoordeling en toetsing ....................................................... 16

2

4.

Vooronderzoek ..............................................................................9

Pagina

3.

Wet natuurbescherming......................................................................5

5.

Conclusies en aanbevelingen ................................................................... 17 5.1

5.1.1

Vogels met jaarrond beschermde nesten .......................................... 17

5.1.2

Vogels met niet- jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) ................... 17

5.1.3

Algemene broedvogels ................................................................ 17

5.2

6.

Soorten Vogelrichtlijn ...................................................................... 17

Soorten Habitatrichtlijn .................................................................... 18

5.2.1

Vleermuizen ............................................................................ 18

5.2.2

Overige habitatrichtlijnsoorten ..................................................... 18

5.3

Nationaal beschermde soorten............................................................ 18

5.4

Aanbevelingen/ natuur-inclusief bouwen ............................................... 18

Conclusie .......................................................................................... 19

Geraadpleegde bronnen/ literatuuronderzoek .................................................... 20 Bijlage 1: Mail m.b.t. aanwezigheid steenuil ...................................................... 21

Pagina

3

Bijlage 2: Volledige lijst NDFF ....................................................................... 22

1. Inleiding Aanleiding Op verzoek van , is op vrijdag 26 februari 2021, een quickscan flora en fauna uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming. De ecologische quickscan bestaat uit een veldonderzoek op locatie en bijbehorende verslaglegging. Doel Doel van deze quickscan is het verkrijgen van informatie over de aanwezigheid van beschermde flora en fauna en dan voornamelijk de aanwezigheid van tijdelijke of vaste rust- en verblijfplaatsen. Deze informatie is nodig ten behoeve van de voorgenomen ontwikkelingen op de locatie: Vinkelsestraat 139a te Vinkel. De werkzaamheden betreffen het slopen een oude stal en de realisatie van een nieuwe woning. In- en nabij de stal kunnen beschermde soorten flora en fauna voorkomen welke negatieve effecten kunnen ondervinden van de geplande ontwikkelingen. Doormiddel van een oriënterend bronnen- en veldonderzoek zal worden onderzocht of de voorgenomen ontwikkelingen kunnen leiden tot een overtreding van verbodsbepalingen voor (potentieel) aanwezige soorten flora en fauna.

Pagina

4

De quickscan richt zich op het verkrijgen van een geïnformeerd beeld van de mogelijke consequenties vanuit de natuurwetgeving en –beleid. Op basis daarvan worden uitspraken gedaan over de (mogelijke) effecten van de voorgenomen ontwikkeling en de eventueel noodzakelijke vervolgstappen.

2. Toelichting onderzoekskader 2.1 Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) van kracht. Deze wet is een vervanging en samenbundeling van drie voorgaande wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. Tevens heeft er een decentralisatie van het bevoegd gezag plaatsgevonden: per 1 januari 2017 zijn de provincies verantwoordelijk voor de vergunningen en ontheffingen. De Wnb is op te delen in grofweg drie delen:

2.1.1 Bescherming van gebieden De Wnb richt zich met de bescherming van natuurgebieden uitsluitend op Natura 2000gebieden. Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Natura 2000-gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. Invloeden (ook van buitenaf) mogen deze instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar brengen.

2.1.2 Bescherming van soorten De Wnb onderscheidt drie verschillende beschermingsregimes, met elk hun eigen verbodsbepalingen (zie tabel 1). De eerste twee categorieën zijn gebaseerd op de door de Europese Unie opgestelde Vogelrichtlijn (uit 1979) en de Habitatrichtlijn (uit 1992). Het derde beschermingsregime betreft soorten die niet op Europees niveau beschermd zijn, maar wel op landelijk niveau: de Nationaal beschermde soorten (in de wet aangeduid als “andere soorten”). Als bevoegd gezag heeft iedere afzonderlijke provincie (een aantal) algemene soorten uit deze derde categorie vrijgesteld van ontheffingsplicht. Wel geldt altijd voor alle soorten de algemene zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat men bij werkzaamheden met mogelijk negatief effect op planten en dieren, maatregelen dient te nemen (binnen wat redelijkerwijs van men verwacht kan worden) om onnodige schade aan planten of dieren te voorkomen2.

2.1.3 Bescherming van houtopstanden De bescherming van houtopstanden betreft voornamelijk een voortzetting van de Boswet en richt zich op de instandhouding van het bosareaal. Bij houtopstanden groter dan 10 are of 20 rijen bomen en gelegen buiten de bebouwde kom geldt een meldplicht, herplantplicht en mogelijke oplegging van een kapverbod.

2.2 Interim omgevingsverordening

Pagina

Naast het ‘Natuurnetwerk Brabant’, kan de provincie planologische bescherming aan gebieden toekennen door hen aan te wijzen als “bijzondere provinciale natuurgebieden” of “bijzondere provinciale landschappen”. Hierbij is bijvoorbeeld te denken aan de bescherming van belangrijke weidevogelgebieden. Iedere provincie kan een eigen invulling geven aan bijvoorbeeld compensatie. Het beschermingsregime van overige op provinciaal niveau beschermde gebieden kan sterk verschillen tussen provincies.

5

In de Interim omgevingsverordening is het Natuurnetwerk Nederland (NNN) vastgelegd. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een netwerk van groene gebieden, voorheen bekend als de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). In Noord-Brabant het ‘Natuurnetwerk Brabant’ (NNB) genaamd. De gebieden worden beschermd via het planologisch kader. Dit alles is verankerd in de bestemmingsplannen waarin de regels uit de provinciale Verordening ruimte zijn verwerkt. Het ruimtelijke beleid van het NNB kent het “nee, tenzij” principe en is gericht op ‘behoud, herstel en ontwikkeling van de wezenlijke waarden en kenmerken’ van het NNB.

Pagina

6

Tabel 1. Soortenbescherming en verbodsbepalingen.

3. Omschrijving plangebied 3.1 Algemeen Het plangebied is gelegen ten oosten van Vinkel, in de gemeente ‘s-Hertogenbosch, liggende in de provincie Noord-Brabant (zie afbeelding 1).

Afbeelding 1: De projectlocatie ten oosten van de kern Vinkel, is globaal weergegeven binnen de rode cirkel. Bron: Kadviewer, datum: 02-03-2021

De locatie is gelegen ten oosten van de kern van Vinkel. Binnen het plangebied is, conform het vigerend bestemmingsplan, de enkelbestemming ‘agrarisch met waarde' van kracht. Ter plaatse is een oude stal aanwezig, welke momenteel niet meer in gebruik is. De oude stal gaat gesloopt worden om de bouw van een woning mogelijk te maken. Het plangebied / de onderzochte omliggende gronden, zijn in afbeelding 2 weergegeven. In de directe omgeving/ aangrenzende kavels is volwassen beplanting van diverse soorten bomen, heesters en kruidachtige begroeiing aanwezig.

Pagina

Afbeelding 2: De kavel met kavelnummer: 2630, welke bezocht en onderzocht is op de aanwezigheid van beschermde soorten flora en fauna, is weergegeven binnen het rood kader. Bron: Kadviewer, datum: 0203-2021

7

Tijdens het veldbezoek is een quickscan uitgevoerd op de projectlocatie en is gezocht naar de aanwezigheid van beschermde flora en fauna en de daarbij behorende vaste rust- en verblijfplaatsen.

3.2 Voorgenomen ontwikkeling De werkzaamheden betreffen het slopen een oude stal. In- en nabij de stal kunnen beschermde soorten flora en fauna voorkomen welke negatieve effecten kunnen ondervinden van de geplande ontwikkelingen.

3.2.1 Oude stal De oude te slopen stal is afgebeeld in afbeelding 3 en 4. In de bestaande stal kunnen diverse beschermde dier- en vogelsoorten voor komen, zoals uilen, huismussen en vleermuizen. Maar ook andere vogelsoorten kunnen de stal gebruiken binnen het broedseizoen om te nestelen.

Afbeelding 3 en 4: Bestaande te slopen stal met aangrenzende overkapping op de kavel. Bron: R.J.L. Bijvelds 26-02-2021

3.2.2 Beplantingen in directe omgeving Aangrenzend aan het projectgebied en verspreid op de kavel zijn landschapsbomen, hagen, heesterbeplanting en diverse kruidachtige begroeiing aanwezig. Tijdens de rondgang dienen eventueel aangrenzende beplantingen goed gecontroleerd te worden op bestaande nesten in bomen en beplantingen en holtes/ spleten in bomen, welke gebruikt kunnen worden door vogels en vleermuizen. Beoordeeld moet worden of de geplande werkzaamheden een negatief effect hebben op (beschermde) soorten flora en fauna op de kavel.

Pagina

8

Dit zal afhankelijk zijn van de soorten die voor komen, en op welke wijze zij het gebied gebruiken (groeiplaats, voortplantingsplaats, verblijfplaats of foerageerplaats). Elke functie kent een ander beschermingsregime.

3.2.3 Vooronderzoek Voorafgaand aan het bezoek op de projectlocatie is de NDFF 0-500 meter van het plangebied (tabel 2 en bijlage 1), verspreidingsatlas 0-5000 m van het plangebied (tabel 3) en waarneming.nl geraadpleegd om te bekijken welke soorten aanwezig zijn in het gebied/ eerder in het gebied gezien zijn, om daarop de quickscan aan te passen. De projectlocatie valt binnen het kilometerhok 161-412. Het belangrijkste wat opviel is dat in de directe omgeving diverse beschermde soorten flora en fauna voorkomen (zie tabel 2 en 3). Beoordeeld moet worden door middel van een veldbezoek of beschermde soorten ook mogelijk gebruik maken van het gebied/ aanwezig zijn in het gebied. Gezien de ligging van het perceel en de aanwezigheid van beplantingen in de directe omgeving, was het dus belangrijk om het gebied goed te inventariseren op beschermde vaatplanten/ groeilocaties, aanwezige holtes / mogelijke verblijfplaatsen, voortplantings-, en nestlocaties van amfibieën, zoogdieren en vogelsoorten.

soort_ned Huismus Torenvalk Aalscholver Buizerd Grauwe Gans Grote Zilverreiger Ijsvogel Kerkuil Kievit Knobbelzwaan Witgat Zwarte Kraai Laatvlieger Egel Zeegerst Bleekgele Droogbloem Bruine Getande Randwants Coloradokever Geelpootschubsnipvlieg Gewone Oeverlibel Gewone Rookwants Grauwe Schildwants Honingbij Jeneverbeskielwants Kleine Modderkruiper Kleine Zwaan Langpootlichtmot Muurschotelkorst Nijlgans Pluimvoetbij Snoek Tuinlobelia Zeelt

soort_wet Passer domesticus Falco tinnunculus Phalacrocorax carbo Buteo buteo Anser anser Ardea alba Alcedo atthis Tyto alba Vanellus vanellus Cygnus olor Tringa ochropus Corvus corone Eptesicus serotinus Erinaceus europaeus Hordeum marinum Gnaphalium luteoalbum Coriomeris denticulatus Leptinotarsa decemlineata Chrysopilus asiliformis Orthetrum cancellatum Rhyparochromus vulgaris Rhaphigaster nebulosa Apis mellifera Cyphostethus tristriatus Cobitis taenia Cygnus bewickii Synaphe punctalis Lecanora muralis Alopochen aegyptiaca Dasypoda hirtipes Esox lucius Lobelia erinus Tinca tinca

0-500 m aanwezig aanwezig aanwezig aanwezig aanwezig aanwezig aanwezig aanwezig aanwezig aanwezig aanwezig aanwezig aanwezig aanwezig aanwezig aanwezig aanwezig aanwezig aanwezig aanwezig aanwezig aanwezig aanwezig aanwezig aanwezig aanwezig aanwezig aanwezig aanwezig aanwezig aanwezig aanwezig aanwezig

extrainfo_binnen500m

foeragerend

baltsend/zingend foeragerend

wnb_vrl ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja

wnb_hrl

ja

wnb_andere

rodelijst Rode Lijst: Gevoelig Rode Lijst: Kwetsbaar

Rode Lijst: Kwetsbaar Beschermingsregime andere soorten, Wnb - andere soorten (OV) Rode Lijst: Bedreigd

Pagina

9

Tabel 2. Mogelijk aanwezige soorten binnen het plangebied en in de directe omgeving van het plangebied, 0-500 meter. Bron: NDFF Datum: 23-04-2021 (volledige lijst zie bijlage 1).

Pagina

10

Tabel 3. Mogelijk aanwezige zoogdieren in de directe omgeving van het plangebied, 0-5000m. Bron: Verspreidingsatlas NDFF Datum: 01-04-2021

4. Onderzoeksresultaten beschermde soorten 4.1 Algemeen De kavel en omliggende gronden zijn op vrijdag 26 februari en 1 april 2021 visueel geïnspecteerd en gecontroleerd op de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten of de nesten/ verblijfslocaties daarvan. Waar tijdens de quickscan vooral op gelet/ naar gezocht is zijn de volgende soorten: -

Nesten in bomen/ beplantingen van vogels in de directe omgeving van het projectgebied Holtes en spleten/ scheuren in bomen welke door vogels gebruikt worden Holtes en spleten/ scheuren in de stal welke door vogels en vleermuizen gebruikt worden Mogelijke verblijfplaatsen voor vogels en vleermuizen onder het dak of achter gevelbekleding Beschermde plantsoorten rondom de te slopen stal Mogelijke verblijfplaatsen en holen van marterachtigen

4.2 Soorten vogelrichtlijn 4.2.1 Vogels met jaarrond beschermde nesten Het plangebied (de te slopen stal en houten aanbouw) is mogelijk geschikt voor vaste rusten verblijfplaatsen van vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten in gebouwen. Huismus. Voor de huismus zijn geen vaste rust-, en/of verblijfplaatsen gevonden in de te slopen stal. Er is gezocht naar aanwezige sporen in de vorm van nesten of uitwerpselen. Deze zijn alle niet aangetroffen. Ook waren er tijdens het veldbezoek geen huismussen hoor- en zichtbaar aanwezig in en rondom de stal. De aanwezigheid van nesten huismussen in de te slopen stal is niet aannemelijk en nader onderzoek wordt dan ook niet nodig geacht. Gierzwaluw. Voor gierzwaluwen is het projectgebied zelf niet geschikt. Gierzwaluwen komen niet/ nauwelijks voor in een buitengebied en hebben de voorkeur voor lintbebouwing in dorpen en steden. Nader onderzoek wordt dan ook niet nodig geacht.

l–

Pagina

Aan de oostzijde van de kavel op de locatie: Vinkelseweg 139 staan twee zomereiken met nestkasten van de steenuil (zie afbeelding 9 en 10). In een van de nestkasten is een broedend paartje steenuilen aanwezig. Ter controle hebben we contact gehad met de uilenwerkgroep Vinkel, met dhr. Rien van Nistelrooij, en hij bevestigde dat een van de kasten momenteel bezet is (zie mail in bijlage 1). Het omliggende gebied kan worden aangemerkt als foerageer-, / rustgebied.

11

Uilen. De aanwezigheid van vaste verblijfplaatsen van steenuil en kerkuil in te slopen stal kan worden uitgesloten wegens het ontbreken van geschikte invliegopeningen naar afgesloten donkere zolders van de te slopen stal. Aan de oostzijde van de stal waren in de nok wel krijtsporen (uitwerpselen) zichtbaar (zie afbeelding 5). Deze zijn via de binnen zijde nader geïnspecteerd (zie afbeelding 6), maar de opening leid niet naar een mogelijke voorplantingsplaats. De open ruimtes tussen de golfplaten en aanwezige isolatieplaten, zijn nader geïnspecteerd en er zijn geen nesten, of anderzijds sporen aangetroffen van uilen (zie afbeelding 7 en 8).

Een kerkuil wordt soms foeragerend gezien rondom het plangebied, maar deze is gevestigd in de nestkast aan de loods aan de Vinkelsestraat 147 te Vinkel. Het projectgebied wordt, gezien de voldoende aanwezige vergelijkbare locaties in de directe omgeving, niet aangemerkt als essentieel functioneel leefgebied. Conclusie: Aangezien er geen functioneel leefgebied van de steen- en kerkuil verloren gaat op de locatie Vinkelseweg 139a, is nader onderzoek naar deze soorten niet nodig. Wel dienen de sloopwerkzaamheden buiten het broedseizoen / kwetsbare voortplantingsperiode (1 februari – 31 juli Bron: Kennisdocument Steenuil, BIJ12) plaats te vinden. Steenuilen op de nest, of steenuilen met jongen kunnen hinder ondervinden wanneer sloopwerkzaamheden binnen een straal van 75 meter van de nestlocatie tijdens het broedseizoen plaatsvinden.

Afbeelding 5 en 6: Aanwezige sporen van de steenuil. Aan de binnenzijde leidde deze opening niet naar een mogelijk geschikte nestplaats. Bron: R.J.L. Bijvelds Datum: 26-02-2021

Pagina

12

Afbeelding 7 en 8: Locatie tussen dakplaten en isolatieplaten nader geïnspecteerd op sporen van uilen.. Bron: R.J.L. Bijvelds Datum: 01-04-2021

Afbeelding 9 en 10: Aanwezige nestkasten voor steenuilen aan de oostzijde van de kavel op de locatie: Vinkelsestraat 139. Bron: R.J.L. Bijvelds Datum: 26-02-2021

Overige soorten. In omgeving van het plangebied zijn tijdens het veldbezoek geen jaarrond beschermde nesten- of sporen van boombewonende broedvogels waargenomen. Op basis hiervan kunnen soorten als boomvalk, buizerd, havik, sperwer, ransuil en wespendief worden uitgesloten van aanwezigheid, nader onderzoek naar deze soorten wordt dan ook niet nodig geacht.

4.2.2 Vogels met niet- jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) Het plangebied is potentieel geschikt als voortplantingsplaats voor vogels met niet jaarrond beschermde nesten (categorie 5 soorten). Het plangebied is geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels met niet jaarrond beschermde nesten in gebouwen, zoals spreeuw, boerenzwaluw, zwarte roodstaart, koolmees en pimpelmees. Wanneer buiten het broedseizoen (15 maart – 15 augustus) gewerkt wordt (slopen van de bebouwingen), kunnen geen negatieve effecten ontstaan. Voor deze soorten geldt tijdens de werkzaamheden te allen tijde de zorgplicht.

4.2.3 Algemene broedvogels Het plangebied is potentieel geschikt als voortplantingsplaats voor algemene broedvogels. De heesters en de bomen binnen het plangebied zijn een geschikte nestplaats. Dit betreft soorten als zanglijster, houtduif en merel. Gezien de geplande ontwikkelingen vormen deze in geen enkele vorm een bedreiging voor deze soorten, wanneer buiten het broedseizoen (15 maart – 15 augustus) gewerkt wordt (slopen van bebouwingen). Hiervoor geldt tijdens de werkzaamheden te allen tijde de zorgplicht.

4.2.4 Werken binnen het broedseizoen

De te slopen stal binnen het plangebied, is gezien het bureauonderzoek, potentieel geschikt als vaste rust- en verblijfplaats voor gebouwbewonende vleermuizen. Te denken

Pagina

4.3 Soorten Habitatrichtlijn 4.3.1 Vleermuizen

13

Werken binnen het broedseizoen (slopen van de bebouwingen) is enkel mogelijk indien er geen bezette nesten worden verstoord van vogels met niet jaarrond beschermde nesten en nesten van algemene broedvogels. Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt dient men voorafgaand aan de werkzaamheden een extra controle op de aanwezigheid van nesten uit te voeren. Wanneer nesten aanwezig zijn, dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden tot de jonge vogels uitgevlogen zijn. Bij twijfel te allen tijde een ecoloog inschakelen.

valt dan aan de laatvlieger, de ruige dwergvleermuis, gewone dwergvleermuis en in mindere mate de gewone grootoorvleermuis. Uit de verspreidingsatlas (NDFF) kwam naar voren dat enkele van deze vleermuissoorten eerder gezien zijn in de directe omgeving van het plangebied. De stal De stal is gecontroleerd op de (mogelijke) aanwezigheid van vleermuizen. De stal bestaat uit een enkele muur en een dak van golfplaten met daaronder isolatieplaten. Vleermuizen gebruiken deze ruimten onder het dak niet als vaste rust- en verblijfplaats gezien de grote schommelingen in temperatuur. Vleermuizen houden van een meer constante temperatuur. Aangezien de stal verder niet beschikt over een spouw in de muur en overige mogelijk geschikte verblijfruimten, wordt nader onderzoek naar vleermuizen in de te slopen stal niet nodig geacht. Beplantingen. In de bomen in de directe omgeving van de te slopen stal zijn geen geschikte openingen/ holen/ spleten en scheuren aangetroffen, wat de aanwezigheid van vleermuizen mogelijk zou maken. Nader onderzoek wordt dan ook niet nodig geacht.

4.3.2 Overige Habitatrichtlijn soorten Het plangebied is ongeschikt voor overige habitatrichtlijnsoorten die volgens de Habitatrichtlijn beschermd zijn. Gezien de geplande werkzaamheden en de afwezigheid van water/ geschikt habitat is nader onderzoek op overige habitatrichtlijn soorten niet nodig.

4.4 Nationaal beschermde soorten Het plangebied is mogelijk geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen en als functioneel leefgebied voor grondgebonden zoogdieren waarvoor in de provincie Noord-Brabant geen vrijstelling geldt zoals de wezel, hermelijn, bunzing en steenmarter. Geschikte openingen en potentiële verblijfplaatsen zoals oude zolders, en vlieringen zijn voor de steenmarter afwezig. Tijdens de quickscan flora en fauna is concreet gezocht naar sporen in de vorm van mogelijke verblijfslocaties (takkenhopen, steenhopen, ruigten, etc.) en sporen in de vorm van pootafdrukken, holen, uitwerpselen en prooidieren. Deze zijn zowel in de stal als in de houten aanbouw (zie afbeelding 11 t/m 14), niet aangetroffen. Wezel. Goede schuilmogelijkheden èn de aanwezigheid van voldoende geschikt voedsel zijn de enige eisen die de wezel aan zijn omgeving stelt.

Pagina

Bunzing: De bunzing komt voor in allerlei verschillende landschapstypen, maar zijn voorkeur gaat uit naar een kleinschalig landschap met voldoende schuilmogelijkheden en water in de buurt. Dit kunnen oeverbegroeiingen, droge sloten, heggen, houtwallen, bosranden en akkerranden zijn, maar ook meer waterrijke gebieden zoals rietvelden of moerasgebieden. Daarnaast komt hij ook voor in vrij open terreinen, zoals weidegebieden met sloten. Vooral in de winter komt de bunzing ook wel in de buurt van boerderijen voor: daar kunnen ze tussen strobalen en op hooizolders warm blijven, en muizen en ratten bemachtigen.

14

Gezien het plangebied en het frequente onderhoud rondom de stal, is er voor de wezel niet voldoende schuilgelegenheid. Ook ontbreken de mogelijke vaste rust en verblijf en voorplantingsplaatsen tussen takkenhopen, steenhopen en ruigten.

Gezien de afwezigheid van sloten, water, heggen, houtwallen, etc. nabij de stal en de afwezigheid van strobalen/ een hooizolder voor winterverblijven, is het plangebied niet geschikt voor de aanwezigheid van de Bunzing.

Afbeelding 11 t/m 14: Aanwezige sporen van vaste rust- en verblijfplaatsen van de wezel, hermelijn, bunzing en steenmarter zijn niet aangetroffen op de locatie: Vinkelsestraat 139a. Bron: R.J.L. Bijvelds Datum: 01-04-2021

Conclusie: er is rondom de te slopen stal met houten bijgebouw, geen geschikt habitat aangetroffen voor de wezel, hermelijn en bunzing, door de afwezigheid van water, struweel, ruigten, takkenhopen, steenhopen en andere mogelijk geschikte voortplantingsen verblijfruimten. Het plangebied (directe omgeving van de stal) is mogelijk geschikt als zijnde foerageergebied, maar dit wordt niet als essentieel foerageergebied/ leefgebied aangewezen. Uiteindelijk kijkend naar het nieuwe landschapsplan, behorend bij deze ruimtelijke ontwikkeling (sloop stal en bouw nieuw woonhuis), zal het gebied er meer geschikt door worden door het aanleggen van de poel en struweelhagen. Nader onderzoek naar vasterust en verblijfplaatsen van de wezel, hermelijn, bunzing en steenmarter wordt dan ook niet nodig geacht. Het plangebied is potentieel geschikt als vaste rust- en verblijfplaats en als functioneel leefgebied voor algemene soorten als egel, konijn en (spits)muizen waarvoor in NoordBrabant een provinciale vrijstelling geldt.

Pagina

15

4.4.1 Amfibieën en reptielen Het plangebied (direct aangrenzende omgeving te slopen bebouwingen) is ongeschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen voor amfibieën en reptielen waarvoor in de provincie NoordBrabant geen vrijstelling geldt, zoals de alpenwatersalamander en kamsalamander. Nader onderzoek wordt dan ook niet nodig geacht.

4.4.2 Libellen Het plangebied is ongeschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen voor Nationaal beschermde soorten libellen door de afwezigheid van een geschikt habitat. Nader onderzoek wordt dan ook niet nodig geacht.

4.4.3 Dagvlinders Het plangebied is ongeschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen voor Nationaal beschermde soorten dagvlinders. Het bronnen- en veldonderzoek hebben ook geen (mogelijke) aanwezigheid aangetoond. Nader onderzoek wordt dan ook niet nodig geacht.

4.4.4 Vaatplanten Potenties voor nationaal beschermde plantensoorten zijn binnen het plangebied afwezig. Binnen het plangebied zijn voedselarme of kalkrijke bodem en akkerreservaten afwezig.

4.4.5 Effectbeoordeling en toetsing Het plangebied is enkel geschikt voor Nationaal beschermde soorten waarvoor in de provincie Noord-Brabant een vrijstelling geldt: egel, konijn en verschillende soorten (spits)muizen. Aanvullend onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk.

Pagina

16

Wel geldt te allen tijde de zorgplicht. Dit houdt in dat indien mogelijk schadelijke effecten op soorten zoveel mogelijk dienen te worden voorkomen. Te denken valt aan het verplaatsen van dieren naar veilige locaties buiten het werkgebied indien zij aangetroffen worden tijdens de werkzaamheden, of daar direct aan voorafgaand.

5. Conclusies en aanbevelingen 5.1 Soorten Vogelrichtlijn 5.1.1 Vogels met jaarrond beschermde nesten Het plangebied is niet geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels met jaarrond beschermde nesten, namelijk de huismus, gierzwaluw, steenuil en kerkuil. Naderonderzoek naar het voorkomen/ gebied gebruiksfuncties van deze soorten wordt niet nodig geacht. Aangezien de steenuil wel in de directe omgeving (binnen 75 meter) van de te slopen stal woont, dienen de sloopwerkzaamheden buiten het broedseizoen / kwetsbare voortplantingsperiode (1 februari – 31 juli Bron: Kennisdocument Steenuil, BIJ12) plaats te vinden. Nader onderzoek naar boombewonende soorten welke volgens de vogelrichtlijn beschermd dienen te worden wordt niet nodig geacht door het ontbreken van een geschikt habitat.

5.1.2 Vogels met niet- jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) Het plangebied (de te slopen bebouwingen) is potentieel geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels met niet jaarrond beschermde nesten, waaronder boerenzwaluw, spreeuw, koolmees, pimpelmees en zwarte roodstaart. Vogels met niet jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) zijn vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan en die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Deze zijn buiten het broedseizoen niet beschermd. Categorie 5-soorten zijn wel jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. In dezen zijn er geen ecologische omstandigheden waardoor categorie 5 soorten in het plangebied jaarrond beschermd dienen te zijn. Het betreft een lokaal en regionaal algemene vogels. In de directe omgeving zijn voldoende geschikte structuren die als alternatief gebruikt kunnen worden. Tijdelijke schadelijke effecten op Categorie 5 soorten vogels door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 15 maart – 15 augustus).

Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt dient men voorafgaand aan de werkzaamheden een extra controle op de aanwezigheid van nesten uit te voeren. Wanneer nesten aanwezig zijn, dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden tot de jonge vogels uitgevlogen zijn. Bij twijfel te allen tijde een ecoloog inschakelen.

Pagina

17

5.1.3 Algemene broedvogels Het plangebied is potentieel geschikt voor algemene broedvogels om te broeden. Zij kunnen nestelen in de bomen en struiken welke aanwezig zijn binnen het plangebied.Schadelijke effecten op algemene broedvogels door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 15 maart – 15 augustus). Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt dient men voorafgaand aan de werkzaamheden een extra controle op de aanwezigheid van nesten uit te voeren. Wanneer nesten aanwezig zijn, dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden tot de jonge vogels uitgevlogen zijn. Bij twijfel te allen tijde een ecoloog inschakelen.

5.2 Soorten Habitatrichtlijn 5.2.1 Vleermuizen De voorgenomen ontwikkelingen kunnen niet leiden tot een negatief effect op vleermuizen. Hierdoor kunnen de verbodsbepalingen Art 3.5 lid 2 en 4 (zie Tabel 1) van de Wnb niet worden overtreden. Aanvullend onderzoek wordt niet nodig geacht.

5.2.2 Overige habitatrichtlijnsoorten Voor overige habitatrichtlijnsoorten is het plangebied (redelijkerwijs) ongeschikt door het ontbreken van geschikte habitat. Aanvullend onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk.

5.3 Nationaal beschermde soorten In het plangebied zijn geen nationaal beschermde soorten aanwezig, waarvoor géén provinciale vrijstelling geldt, door het ontbreken van een geschikt habitat. Het plangebied is potentieel geschikt voor Nationaal beschermde soorten waarvoor in de provincie Noord-Brabant een vrijstelling geldt als egel, konijn en (spits)muizen. Aanvullend onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk. Wel geldt te allen tijde de zorgplicht. Dit houdt in dat indien mogelijk schadelijk effect op egel en (spits)muizen zoveel mogelijk dient te worden voorkomen. Te denken valt aan het verplaatsen van dieren naar veilige locaties buiten het werkgebied indien zij aangetroffen worden tijdens de werkzaamheden.

5.4 Aanbevelingen/ natuur-inclusief bouwen Door niet alleen te kijken naar ‘wat er niet is’, is het juist belangrijk om te kijken naar mogelijkheden voor flora en fauna voor- en na de bouw van het nieuwe woonhuis. Er zijn altijd mogelijkheden om (nieuwe)soorten een kans te geven zich te vestigen of in stand te houden in het gebied door kleine aanpassingen. Zo kun je denken aan het ophangen van nestkasten voor onder andere huismussen, maar ook voor mezen, en andere soorten is van alles te verkrijgen. Om vleermuizen een mogelijkheid te bieden zich te vestigen/ in stand te houden in het gebied kunnen vleermuiskasten opgehangen worden tegen de westgevel van de bestaande woning, of er kunnen speciale ‘vleermuispannen’ aangebracht worden. Er zijn speciale vleermuiskasten te koop via internet: www.vivara.nl. Voor de vleermuizen kunnen ook ruimtes open gelaten worden in de overstek welke toegang bieden tot de spouw, zodat ze zich in de spouw kunnen schuilhouden en voortplanten. Het is ook mogelijk nestkasten voor gierzwaluwen, huismussen en vleermuizen in te metselen in de spouw. Dit heeft geen negatief effect op de isolatiewaarde maar wel een positief effect op de aanwezige soorten in de omgeving.

Pagina

Alles wat hierboven benoemd wordt is geen verplichting of iets wat opgelegd wordt, maar dit zou voor de vogels en vleermuizen in het gebied een welkome verandering zijn en voor ons als mens een kleine moeite!

18

Ook kan ervoor gezorgd worden dat vogels zich onder de nieuwe dakpannen kunnen vestigen, door vogelschroot weg te laten. Hierdoor kunnen bijvoorbeeld huismussen zich vestigen onder het nieuwe dak.

6. Conclusie Op basis van bovenstaande informatie welke uit de quickscan flora en fauna naar voren is gekomen, is er geen aanleiding om direct een aanvullend flora- of faunaonderzoek uit te voeren. Er kan op dit moment zonder voorziene problemen begonnen worden de geplande werkzaamheden, het slopen van de stal buiten het broedseizoen. Tijdens werkzaamheden blijft te allen tijde de zorgplicht van kracht en bij een veranderende situatie dient te allen tijde een ecoloog ingeschakeld te worden. Hopende u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben, verblijf ik.

Met vriendelijke groet, Ecoloog BNL advies

Pagina

19

23-04-2021

Geraadpleegde bronnen/ literatuuronderzoek 1. Verspreidingsatlas NDFF. Aangetroffen soorten per atlasblok vanaf het jaar 2010. Soorten opgevraagd: Amfibieën, reptielen en zoogdieren. https://www.verspreidingsatlas.nl/biodiversiteit/soortenlijst-per-atlasblok.aspx 2. Standaardlevering NDFF. https://www.ndff.nl/ 3. BIJ12: Kennisdocumenten kerkuil, steenuil https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/kennisdocumentensoorten-ontheffingen-wet-natuurbescherming/ 4. Waarneming.nl, aangetroffen soorten afgelopen dagen rondom projectgebied https://oostbrabant.waarneming.nl/gebied/view/2841?g=1&from=2020-0409&to=2021-0409&sp=0&z=0&u=0&rows=20&akt=0&kle=0&show zero=0&g=1&z=0&akt=0&kle=0&fr om=2020-04-09&show zero=0&show zero=1&to=2021-04-09&rows=20&u=0 5. Zoogdiervereniging: leefwijze bunzing https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/bunzing

Pagina

20

6. Zoogdiervereniging: leefwijze wezel https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/wezel

Pagina

21

Bijlage 1: Mail m.b.t. aanwezigheid steenuil

Pagina

22

Bijlage 2: Volledige lijst NDFF

Bijlage 7b Volledige lijst NDFF

Bijlage 8 Toelichting stikstofdepositieonderzoek

Colofon Rapportage depositieberekening Vinkelsestraat 135, 139 en 139a te Vinkel Projectnummer: 2018.0221 Status: Definitief Datum: 5 maart 2020 Projectlocatie Vinkelsestraat 135, 139 en 139a 5383 KK Vinkel Opdrachtnemer Reland Bezoekadres: Burg. Verdijkplein 1 5835 AR Beugen Correspondentieadres: Postbus 186 5830 AD Boxmeer www.reland.nl Projectleiding

© maart 2020 Reland

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd door middel van druk, fotokopie, microfilm, geluidsband, elektronisch of op welke andere wijze dan ook, en evenmin in een geautomatiseerd gegevensbestand worden opgeslagen, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Reland. Aan de inhoud van dit rapport kunnen geen rechten worden ontleend. Reland verwerpt elke aansprakelijkheid voor een ander gebruik van deze tekst dan voor de situatie waarvoor deze wordt uitgebracht. De informatie in deze tekst is onder voorbehoud en kan worden veranderd zonder voorafgaande kennisgeving.

Inhoud HOOFDSTUK 1 Inleiding ......................................................................................................................... 1 1.1

Aanleiding ................................................................................................................................ 1

1.2

Plangebied ............................................................................................................................... 1

1.3

Leeswijzer ................................................................................................................................ 2

HOOFDSTUK 2 Ligging projectlocatie .................................................................................................... 3 2.1

Ligging plangebied ten opzichte van Natura-2000 gebieden ................................................. 3

HOOFDSTUK 3 Beoordelingskader ........................................................................................................ 4 3.1

Wet natuurbescherming ......................................................................................................... 4

3.2

Programma Aanpak Stikstof (PAS) ........................................................................................ 4

3.3

Adviescollege stikstofproblematiek......................................................................................... 5

HOOFDSTUK 4 Onderbouwing invoergegevens .................................................................................... 6 4.1

Beoordeling............................................................................................................................. 6

4.2

Uitgangspunten berekening .................................................................................................... 6

HOOFDSTUK 5 Resultaten en conclusie ................................................................................................ 8 5.1

Resultaat berekening AERIUS calculator ............................................................................... 8

5.2

Conclusie ................................................................................................................................ 8

BIJLAGEN AERIUS-berekening

HOOFDSTUK 1.1

1 Inleiding

Aanleiding

De initiatiefnemer is eigenaar van de agrarische bedrijfslocaties aan Vinkelsestraat 135 en 139a. Op de locatie aan Vinkelsestraat 135 is een bedrijfswoning aanwezig en daarnaast is de plattelandswoning aan Vinkelsestraat 139 tevens onderdeel van het bedrijf. Het voornemen is om de bedrijvigheid te staken en de bedrijfsbebouwing te slopen. De bestaande woningen blijven behouden en er wordt een nieuwe woning gerealiseerd op de locatie aan Vinkelsestraat 139a. In de beoogde situatie zijn er dus drie woningen aanwezig. Om het plan te kunnen realiseren dient aangetoond te worden dat het initiatief in overeenstemming is met de Wet natuurbescherming (Wnb). Daarin wordt onderscheidt gemaakt tussen gebiedsbescherming en soortenbescherming. In dit rapport is onderzocht wat de effecten van stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden zijn als gevolg van het voorgenomen initiatief. Overige effecten op de Natura 2000-gebieden zijn niet onderzocht.

1.2

Plangebied

Het plangebied betreft de locaties aan Vinkelsestraat 135 (C), 139 (A) en 139a (B) en betreft de percelen welke kadastraal bekend staan als gemeente Nuland, sectie E, nummers 2061, 2062, 2461 (ged.) en 2462. Het plangebied heeft een totale oppervlakte van circa 2,4 hectare.

Figuur 1. Uitsnede luchtfoto met planlocatie rood omkaderd

1

1.3

Leeswijzer

Deze rapportage bestaat uit vijf hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk volgt in hoofdstuk 2 de ligging van de projectlocatie ten opzichte van de diverse Natura 2000gebieden. In hoofdstuk 3 wordt het toetsingskader nader uitgelegd. Hoofdstuk 4 betreft de onderbouwing van de invoergegevens in AERIUS calculator. Ten slotte worden in hoofdstuk 5 de resultaten van de AERIUS berekening weergegeven en een conclusie opgenomen.

2

HOOFDSTUK 2.1

2 Ligging projectlocatie

Ligging plangebied ten opzichte van Natura-2000 gebieden

Het plangebied is niet binnen een Natura 2000-gebied gelegen. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden betreffen ‘Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek’, ‘Loonse en Drunense Duinen en Leemkuilen’, ‘Kampina & Oisterwijkse Vennen’ en ‘Rijntakken’ (figuur 2). De afstanden tussen het plangebied en de genoemde Natura 2000-gebieden bedragen circa 12,12 tot 19,28 kilometer.

Figuur 2 Ligging projectlocatie t.o.v. Natura 2000-gebieden (bron: AERIUS calculator)

3

HOOFDSTUK 3.1

3 Beoordelingskader

Wet natuurbescherming

Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming het geldend wettelijk kader wanneer het gaat om natuurbescherming. De bescherming van belangrijke natuurgebieden is hierin verankerd. Hieronder vallen de volgende gebieden: - Natura 2000-gebieden. - Beschermde natuurmonumenten. - Gebieden die de minister aanwijst ter uitvoering van verdragen of andere verplichtingen. Voor de Natura 2000-gebieden die vallen onder de Wet natuurbescherming zijn aanwijzingsbesluiten opgesteld. In deze aanwijzingsbesluiten staat de exacte begrenzing van het gebied weergegeven, voor welke soorten en habitatten het betreffende gebied is aangewezen (de gekwalificeerde soorten en habitatten) en welke instandhoudingsdoelstellingen er gelden voor deze soorten en habitatten. Voor projecten en ‘andere handelingen’ (binnen en buiten Natura 2000-gebieden) waarvan niet op voorhand zeker is dat ze geen gevaar voor de instandhoudingsdoelstellingen vormen, geldt een vergunningplicht. Eén van de belangrijkste knelpunten voor vergunningverlening van de Wet natuurbescherming vormt het aspect stikstofdepositie (NOx en NH3). De depositie van stikstof vormt voor Nederland één van de belangrijkste belemmeringen om de Europese doelstellingen te halen.

3.2

Programma Aanpak Stikstof (PAS)

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) heeft op 29 mei 2019 (ECLI:RVS:NL:RVS:2019:1603 en ECLI:RVS:NL:RVS:2019:1604) beslist dat het Programma Aanpak Stikstof (hierna: ‘PAS’) niet gebruikt mag worden als basis om toestemming te verlenen voor activiteiten die leiden tot een stikstoftoename ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen en soorten in Natura 2000-gebieden. Stikstof is één van de aspecten waarop een project of plan moet worden getoetst. Voor het project dient aangetoond te worden of relevante stikstofdeposities (> 0,00 mol per ha/jaar) kunnen optreden ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000 gebieden.

4

3.3

Adviescollege stikstofproblematiek

In september 2019 heeft het Adviescollege stikstofproblematiek een eerste advies 1 uitgebracht over het oplossen van de problemen die vanwege stikstofdepositie in Nederland zijn ontstaan. In het advies geeft het college aan dat zij voorlopig geen nieuwe drempelwaarde willen instellen of ontwikkelingsruimte van natuurgebieden willen uitgeven. Het adviescollege gaat ervan uit dat bedrijven en plannen bronmaatregelen nemen, om negatieve effecten op natuurgebieden te voorkomen en/of beperken. Alle plannen en projecten moeten voor een ontwikkeling daarom aantonen dat zij geen relevant effect op de natuurgebieden veroorzaken, om toestemming van het bevoegd gezag voor het plan of project te krijgen. Het adviescollege stikstofdepositie geeft daarbij in het advies aan, dat hiervoor gebruik kan worden gemaakt van saldering van de depositie op basis van de bestaande of vergunde situatie. De minister heeft op basis van het rapport van het adviescollege nadere regels opgesteld voor het berekenen en beoordelen van stikstofdepositie. Middels een aantal kamerbrieven (meest recentelijk 19 februari 2020) heeft de minister hierover nadere duidelijkheid verschaft. Beoordeling relevante depositie Middels dit onderzoek is onderzocht of vanwege het plan een relevante stikstofdepositie ontstaat.

Hierbij is de grenswaarde van 0,00 mol/ha/jaar is op dit moment in Nederland algemeen geaccepteerd om te beschouwen of een plan een relevante bijdrage op een natuurgebied heeft.

Adviescollege stikstofproblematiek (2019), Niet alles kan, eerste advies van het adviescollege stikstofproblematiek 1

5

HOOFDSTUK

4 Onderbouwing invoergegevens

4.1

Beoordeling

4.2

Uitgangspunten berekening

Met AERIUS calculator kan de stikstofdepositie door een ruimtelijke ontwikkeling in kaart worden gebracht. Mocht blijken dat het effect hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar, dan kan de ontwikkeling alleen doorgang vinden als hiervoor een specifieke vergunning Wet natuurbescherming is verleend. Uitkomsten tot 0,00 mol per ha/jaar zijn de basis om te kunnen concluderen dat het plan geen significant negatief effect tot gevolg heeft. Deze plannen zijn niet vergunningsplichtig voor de Wet natuurbescherming, voor wat betreft het onderdeel stikstof.

Er wordt onderscheidt gemaakt tussen de aanleg- en de gebruiksfase. Onder de aanleg wordt de daadwerkelijke realisatie van de betreffende ontwikkeling verstaan. Meestal zijn dat bouwwerkzaamheden, maar dat kunnen ook sloopwerkzaamheden of bijvoorbeeld het aanleggen van kabels en leidingen zijn. Onder de gebruiksfase wordt het in gebruik nemen van de betreffende ontwikkeling verstaan. De ontwikkeling is dan gerealiseerd/aangelegd en wordt op dat moment gebruikt waarvoor deze is bedoeld. Aanlegfase Onder de aanlegfase verstaan we in dit geval de sloop van de agrarische bedrijfsbebouwing en het oprichten van de nieuwe woning. Stikstofemissie kan bij dit initiatief, in de aanlegfase, ontstaan door vervoersbewegingen, onder andere door technisch personeel en de aanvoer van bouwmaterialen. De kengetallen waarmee is gerekend zijn onderverdeeld in lichte, middelzware en zware transportbewegingen. Voor de lichte transportbewegingen is gerekend met 4 transportbewegingen per etmaal en voor zowel de middelzware als zware transportbewegingen is uitgegaan van 5 transportbewegingen per etmaal. Aangezien voertuigen bij het laden en lossen stilstaan met draaiende motor, is gerekend met 10% filevorming.

Daarnaast worden machines ingezet die noodzakelijk zijn tijdens de sloop- en bouwfase, zoals kranen, graafmachines voor het uitgraven van de bouwplaats, materieel voor transport van puin en grond, graven van kabels en leidingen en de aanvoer van bouwmaterialen tijdens de bouw en afwerking. Aangenomen wordt dat de totale duur van het project maximaal 1 jaar bedraagt. Als werkgebied is voor de machines het plangebied aangehouden. In tabel 1 zijn de bronnen ten aanzien van de aanlegfase overzichtelijk weergegeven:

6

Type werktuig Inzet mobiele (gehele project)

Klasse

Verbruik/dag (liter) 100

n-dagen 30

Totale verbru k (liter) 3.000

kraan

STAGE IV, 75-130 kW, bouwjaar 2014/01 Categorie R

Inzet minikraan t.b.v. kabels en leidingen

STAGE IV, 56-75 kW, bouwjaar 2014/01, Categorie R

60

10

600

Tractor en dumper

STAGE IV, 75-130 kW, bouwjaar 2014/01, Categorie R

100

20

2.000

Bulldozer

STAGE IV, 130-560 kW, bouwjaar 2014/01, Categorie Q

200

2

400

Overig, zoals wackers, trilplaat, shovels

STAGE IV, 56-75 kW, bouwjaar 2014/01, Categorie R

onbekend

500

Tabel 1 Overzicht invoergegevens machines en materieel tijdens aanlegfase

Gebruiksfase In de gebruiksfase is per woning uitgegaan van 8,6 verkeersbewegingen per dag (conform CROW-publicatie 381). In deze berekening is rekening gehouden met 10% file, als worstcase. Deze vervoerbewegingen zullen via de aansluitende wegen opgaan in het heersende verkeer. Aangezien bij projecten de emissies voor wonen en werken vaak niet bekend zijn is in dit geval gebruik gemaakt van de kentallen uit de factsheet ‘Ruimtelijke plannen – emissiefactoren’ op de AERIUS website https://www.aerius.nl/nl/factsheets/ruimtelijkeplannen-emissiefactoren/17-03-2017. In onderstaande tabel zijn deze kentallen weergegeven, welke zijn gebruikt voor de invoer in de AERIUS calculator.

Tabel 2 Emissiefactoren voor verschillende soorten woningen (bron CBS/CBP/ER) en handeiding Instructie gegevensinvoer voor AERIUS calculator.

7

HOOFDSTUK 5.1

5 Resultaten en conclusie

Resultaat berekening AERIUS calculator

In onderstaande figuur zijn de rekenresultaten van AERIUS calculator weergegeven. Uit de berekening blijkt dat de voorgestane ontwikkeling geen depositieresultaten boven 0,00 mol/ha/jr. op natuurgebieden oplevert.

Tabel 3 Resulaten berekening AERIUS calculator

5.2

Conclusie

De berekening is worstcase benaderd. Zowel de aanleg- als gebruiksfase zijn ingevoerd in één berekening. In de praktijk volgt de gebruiksfase na de aanlegfase. Uit de resultaten van de AERIUS berekening (zie bijlage) volgt dat er geen (0,00 mol/ha/jaar) stikstofdepositie ter plaatse van Natura 2000-gebieden plaatsvindt als gevolg van de ontwikkeling. Hieruit kan geconcludeerd worden dat er is geen sprake is van een significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Er geldt daarom geen vergunningplicht Wet natuurbescherming voor de beoogde ontwikkeling en kan de ontwikkeling voor het onderdeel stikstofdepositie plaatsvinden en gerealiseerd worden.

8

BIJLAGEN

9

Bijlage 8a Stikstofdepositieberekening

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

nr cht ngs ocat e

Reland Adviseurs B.V.

Vinkelsestraat 139a, 5383 KK Vinkel

Omschr v ng

AER US kenmerk

Vinkelsestraat 135, 139, 139a

RsPiT2TvKCcM

Datum bereken ng

Reken aar

Rekenconf gurat e

29 februari 2020, 18:02

2020

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

Resu taten

S tuat e 1

NOx

44,46 kg/j

NH3

1,78 kg/j

Natuurgeb ed

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Rea sat e won ng V nke sestraat 139a

S tuat e 1

RsP 2 vKCcM (29 februar 2020) pag na 2/9

Resultaten

Emissie (per bron)

Naam Locat e (X Y)

Situatie 1

NOx NH3

Soort

Voertu g

Standaard

Licht verkeer

Naam

Locat e (X Y) NOx NH3

Soort

Voertu g

Standaard

Middelzwaar vrachtverkeer

Naam Locat e (X Y) NOx NH3

Resu taten

Soort

Voertu g

Standaard

Zwaar vrachtverkeer

S tuat e 1

Aanlegfase licht transport 160895, 413008 < 1 kg/j < 1 kg/j

Aanta voertu gen Stof

Em ss e

4,0 / etmaal NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Aanlegfase middelzwaar transport 160896, 413008 9,25 kg/j < 1 kg/j

Aanta voertu gen Stof

Em ss e

5,0 / etmaal NOx NH3

9,25 kg/j < 1 kg/j

Aanlegfase zwaar transport 160897, 413009 11,38 kg/j < 1 kg/j

Aanta voertu gen Stof

Em ss e

5,0 / etmaal NOx NH3

11,38 kg/j < 1 kg/j

RsP 2 vKCcM (29 februar 2020) pag na 5/9

Resultaten

Naam Locat e (X Y) NOx

Voertu g

Omschr v ng

Brandstof verbru k (/)

U tstoot hoogte (m)

Spre d ng (m)

Warmte Stof nhoud (MW)

Em ss e

STAGE IV, 75 Mobiele kraan of 130 kW, bouwjaar gelijkwaardig 2014/01, Cat. R

3.000

NOx

3,56 kg/j

STAGE IV, 56 75 kW, bouwjaar 2014/01, Cat. R

600

NOx

< 1 kg/j

2.000

NOx

2,37 kg/j

Minikraan of gelijkwaardig

STAGE IV, 75 Tractor met dumper of 130 kW, bouwjaar gelijkwaardig 2014/01, Cat. R STAGE IV, 130 560 kW, bouwjaar 2014/01, Cat. Q

Bulldozer os gelijkwaardig

400

NOx

< 1 kg/j

STAGE IV, 56 75 kW, bouwjaar 2014/01, Cat. R

Overig, zoals wackers, trilplaat, shovels

500

NOx

< 1 kg/j

Naam

Locat e (X Y) NOx NH3

Resu taten

Sloop en bouw 161602, 413001 7,69 kg/j

Verkeer gebruiksfase Vinkelsestraat 139 en 139a 160894, 413007 3,48 kg/j < 1 kg/j

Soort

Voertu g

Aanta voertu gen Stof

Em ss e

Standaard

Licht verkeer

17,2 / etmaal NOx NH3

3,48 kg/j < 1 kg/j

S tuat e 1

RsP 2 vKCcM (29 februar 2020) pag na 6/9

Resultaten

Verkeer gebruiksfase Vinkelsestraat 135 160834, 412992 1,61 kg/j < 1 kg/j

Naam

Locat e (X Y) NOx NH3

Soort

Voertu g

Standaard

Licht verkeer

Aanta voertu gen Stof

Em ss e

8,6 / etmaal NOx NH3

1,61 kg/j < 1 kg/j

Naam

Locat e (X Y) NOx

Sector

Categor e

Omschr v ng

Woningen (nieuwbouw): Vrijstaande woning

Realisatie vrijstaande woning

Naam

Locat e (X Y) U tstoothoogte Opperv akte Spre d ng Warmte nhoud empore e var at e NOx NH3

Resu taten

S tuat e 1

Vrijstaande woning (nieuwbouw) emissie conform Handleiding AERIUS Tabel 9.1 161578, 412911 3,03 kg/j

Eenheden Stof

Em ss e

1,0 NOx

3,03 kg/j

Bestaande woning Vinkelsestraat 139 161566, 412953 1,0 m 0,2 ha 0,5 m 0,000 MW Continue emissie 3,60 kg/j < 1 kg/j

RsP 2 vKCcM (29 februar 2020) pag na 7/9

Resultaten

Naam

Locat e (X Y) U tstoothoogte Opperv akte Spre d ng Warmte nhoud empore e var at e NOx NH3

Resu taten

S tuat e 1

Bestaande woning Vinkelsestraat 135 161618, 413100 1,0 m 0,3 ha 0,5 m 0,000 MW Continue emissie 3,60 kg/j < 1 kg/j

RsP 2 vKCcM (29 februar 2020) pag na 8/9

Resultaten

Disclaimer

Hoewe verstrekte gegevens kunnen d enen ter onderbouw ng van een vergunn ngaanvraag kunnen er geen rechten aan worden ont eend De e genaar van AER US aanvaardt geen aansprake khe d voor de nhoud van de door de gebru ker aangeboden nformat e Bovenstaande gegevens z n enke bru kbaar tot er een n euwe vers e van AER US besch kbaar s AER US s een gereg streerd hande smerk n Europa A e rechten d e n et exp c et worden ver eend z n voorbehouden

Rekenbasis

Deze bereken ng s tot stand gekomen op bas s van AER US vers e 2019A_20200211_3b24c29c22 Database vers e 2019A_20200226_89548b118c Voor meer nformat e over de gebru kte method ek en data z e https //www aer us n /n /factsheets/re ease/aer us-ca cu ator-2019A

Resu taten

S tuat e 1

RsP 2 vKCcM (29 februar 2020) pag na 9/9

Bijlage 9 Archeologisch onderzoek

RAPPORT Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek, d.m.v. boringen Vinkelsestraat 139a te Vinkel

Opdrachtgever

ISSN 2214-5656 Projectnummer Aeres Milieu projectnummer AM19027 Status rapport Concept

Contactgegevens

Autorisatie

INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING

3

ADMINISTRATIEVE GEGEVENS

5

1. INLEIDING

6

2. WERKWIJZE 8 2.1 Inleiding……………………………………………………………………………………………………… 8 2.2 Verkennend veldonderzoek d.m.v. boringen……………………………………………………………. 8 3. BUREAUONDERZOEK 9 3.1 Landschappelijke situatie – geomorfologie……………………………………………………………… 9 3.2 Landschappelijke situatie – bodem………………………………………………………………………. 10 3.3 Bewoningsgeschiedenis – historisch overzicht…………………………………………………………10 3.4 Bewoningsgeschiedenis – archeologische waarden………………………………………………….. 11 3.5 Bewoningsgeschiedenis – historisch materiaal………………………………………………………...12 4. VERWACHTINGSMODEL

14

5. VELDWERKZAAMHEDEN 16 5.1 Algemeen………………………………………………………………………………………………….. 16 5.2 Fysisch geografische beschrijving van de bodemopbouw en interpretatie………………………….17 5.3 Archeologische indicatoren……………………………………………………………………………….18 6. CONCLUSIE 21 6.1 Algemeen………………………………………………………………………………………………….. 21 6.2 Beantwoording van de onderzoeksvragen…………………………………………………………….. 21 7. AANBEVELINGEN

22

LITERATUURLIJST

23

Bijlagen: 1 2 3 4 5 6 7 8

Topografische overzichtskaart Boorpuntenkaart Overzicht Archis Overzicht gemeentelijke archeologische beleidskaart Overzicht geomorfologische kaart Overzicht bodemkaart Overzicht AHN Boorprofielen

Archeologisch onderzoek Vinkelsestraat 139a te Vinkel/ AM19027

SAMENVATTING Op 22 februari 2019 is door Aeres Milieu een archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek d.m.v. boringen uitgevoerd aan de Vinkelsestraat 139a te Vinkel. Het doel van het verkennend booronderzoek is de in het bureauonderzoek opgestelde specifieke verwachting te toetsen. Aan de hand van deze gegevens kunnen vervolgens adviezen over de aanwezige archeologische resten, of vervolgtraject worden opgesteld. Volgens de geomorfologische kaart ligt het grootste deel van het plangebied binnen een dekzandvlakte en het zuidoostelijke deel binnen een vlakte van ten dele verspoelde dekzanden. Het kaartbeeld van het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN) laat een grillig microreliëf zien. Het plangebied ligt relatief hoog in het landschap en lijkt op een zuidelijke uitloper van een hogere (dek)zandrug te liggen, direct bij de overgang naar de (ten dele) verspoelde dekzandvlakte. Ten tijde van de jager-verzamelaars vormden met name de flanken/randen van de hoge zandgronden naar de watervoorzieningen aantrekkelijke bewoningslocaties. Er zijn geen watervoorzieningen in de omgeving van het plangebied aanwezig. Evenmin zijn vindplaatsen aanwezig uit het laat-paleolithicum of het mesolithicum. Om die reden geldt voor het plangebied een lage archeologische verwachting voor de periode laat-paleolithicum tot en met het mesolithicum.

Binnen het plangebied worden grotendeels veldpodzolgronden verwacht. Ter plaatse van de verspoelde dekzandvlakte bevinden zich beekeerdgronden. Eventueel aanwezige resten worden vanaf het maaiveld of in de oorspronkelijke bodem, mogelijk onder een eerdlaag, verwacht en kunnen bestaan uit tijdelijke bewoningssporen, haardkuilen en artefacten van vuursteen. In latere prehistorische perioden kan het plangebied vanwege haar relatief hoge ligging een aantrekkelijke vestigingslocatie zijn geweest, al zal men de voorkeur hebben gegeven aan de dekzandruggen die in de omgeving aanwezig zijn. De vindplaatsen in de omgeving, voornamelijk bestaande uit nederzettingsresten uit de ijzertijd en Romeinse tijd, bevinden zich dan op (de flanken van) deze dekzandruggen. Aangezien het plangebied ook relatief hooggelegen is, geldt een middelhoge verwachting voor nederzettingsresten uit de periode neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen. Resten uit de genoemde perioden worden vanaf het maaiveld, onder een mogelijk aanwezige eerdlaag tot in de oorspronkelijke bodem verwacht en bestaan uit een cultuurlaag, paalkuilen/-gaten, afvalkuilen, fragmenten aardewerk, natuursteen of gebruiksvoorwerpen. Het plangebied ligt ten zuiden van de Vinkelsestraat, de uitvalsweg vanuit de westelijk gelegen dorpskern van Vinkel richting het buurtschap Munnekens-Vinkel.

Het plangebied maakt deel uit van een strook bouwlanden die ten zuiden van het plangebied overgaan in de lager gelegen, nattere weilandgronden. Uit historisch kaartmateriaal blijkt dat het plangebied tot medio 20e eeuw onbebouwd is en in gebruik is als bos, weiland en later bouwland. Het plangebied wordt sinds het einde van de 19e eeuw begrensd door enige bebouwing. Op basis van deze gegevens geldt een middelhoge verwachting voor archeologische resten uit de periode late middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd. Resten worden verwacht vanaf het maaiveld. Op basis van het uitgevoerd verkennend veldonderzoek middels boringen kan worden gesteld dat binnen het plangebied sprake is van laat-Pleistoceen dekzand (Laagpakket van Wierden van de Formatie van Best). Er is een zwakke bodemontwikkeling en als gevolg van vernatting heeft zich direct op dit dekzand gliede-achtig veen gevormd (Formatie van Nieuwkoop). De oorspronkelijke bodem is nergens behouden. Tot het opbrengen van een bouwlanddek in de 18e of 19e eeuw zal het terrein te vochtig zijn geweest voor een ander landgebruik dan als grasland of weiland. Aangezien de top van het dekzand bovendien is omgewerkt, zullen geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn. Op basis hiervan geldt een lage archeologische verwachting voor alle perioden. Voor het plangebied wordt zodoende geen vervolgonderzoek geadviseerd.

Dit advies moet gecontroleerd en beoordeeld te worden door de bevoegde overheid, in dit geval de gemeente ‘s-Hertogenbosch. Deze zal vervolgens een besluit nemen over de vervolgprocedure. Tot die tijd kan er nog niet begonnen worden met bodemverstorende activiteiten of activiteiten die voorbereiden op bodemverstoringen. Het uitgevoerde onderzoek is verricht conform de gestelde eisen en gebruikelijke methoden. Het onderzoek is gericht op het inzichtelijk maken van de toestand van het aanwezige bodemarchief.

Pagina 3 van 24

Archeologisch onderzoek Vinkelsestraat 139a te Vinkel/ AM19027

Hiermee kan de beschadiging dan wel vernietiging als gevolg van de voorgenomen verstoring van een mogelijk aanwezig bodemarchief tot een minimum worden beperkt. Echter kan door de aard van het onderzoek, steekproefsgewijs, niet volledig worden uitgesloten dat er archeologische resten aan- of afwezig zullen zijn. Indien in het plangebied toch archeologische sporen of resten worden aangetroffen dient hiervan melding te worden gemaakt bij de Minister van OCW (in de praktijk de RCE) of zoals gangbaarder is bij de gemeente conform Artikel 5.10. (Archeologische toevalsvondst) van de Erfgoedwet 2016.

Pagina 4 van 24

Archeologisch onderzoek Vinkelsestraat 139a te Vinkel/ AM19027

ADMINISTRATIEVE GEGEVENS Projectnummer OM-nummer Soort onderzoek Adres onderzoekslocatie Toponiem Gemeente Provincie Kadastrale registratie Coördinaten

Oppervlakte Huidig locatie gebruik Aanleiding onderzoek Opdrachtgever Bevoegde overheid Opslag documentatie en materiaal Datum opstellen PvA Geplande datum uitvoering

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10522471/1