3a. Ontwerpbegroting 2024 def kopie
Tekst van het document
1
Programmabegroting 2024
April 2023, 's-Hertogenbosch
ODBN Programmabegroting 2024
2
Voorwoord
Geachte bestuurders, raads- en statenleden, Hierbij delen we met u de begroting 2024 van de Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN). Deze begroting is een vertaling van de Kadernota 2024 die in december 2022 door het Algemeen Bestuur van de ODBN is vastgesteld. Op het moment van het opstellen van deze begroting begin 2023 is het lastig om een voorspelling te doen van wat het jaar 2024 gaat brengen. Ons werkveld kenmerkt zich door veranderingen die de afgelopen jaren alleen maar in omvang en frequentie zijn toegenomen. Jurisprudentie, beleidswijzigingen en uitstel van wetgeving maken het voor onze medewerkers en deelnemers lastig om exact te bepalen wat er in 2024 gaat gebeuren. Op dit moment is de verwachting dat de Omgevingswet per 1-1-2024 in werking treedt waardoor 2024 het eerste jaar wordt waarin we gaan werken onder deze nieuwe wetgeving. Op dat moment zal ook blijken of de systemen en de betreffende organisaties klaar zijn voor deze wijziging. We verwachten dat dit nog tot de nodige uitdagingen gaat leiden. Ook onze omgeving, burgers en bedrijven, zullen met deze nieuwe wetgeving aan de slag gaan. De maatschappelijke dossiers; de Wet natuurbescherming (soorten en gebieden), stikstof, energie, water en bodem zullen van grote invloed zijn op ons werk in 2024. Het zijn tijden met veel dynamiek.
Dat betekent voor onze medewerkers dat ze flexibel moeten zijn, maar ook veel veerkracht moeten tonen. Anderzijds mogen ze meewerken aan grote transities die op ons afkomen waarin de uitvoering een steeds belangrijkere stem krijgt. Immers zonder uitvoering geen beleidseffecten. Naast de uitvoering van beleid zijn we steeds beter in staat om invulling te geven
3
aan de rol van signaleren en agenderen van zaken waar we in de praktijk tegenaan lopen. Deze veranderingen betekenen dat we voortdurend met de deelnemers in gesprek moeten zijn om hier goed mee om te gaan. Op het gebied van financiën is het voor de ODBN lastig om een voorspelling te doen voor 2024. De hoge inflatie en de hogere loonkosten als gevolg van een nieuwe cao betekenen hogere kosten. Deze zijn nauwelijks beïnvloedbaar. We hebben de afgelopen jaren de kostenstijging weten te beperken tot de gevolgen van autonome ontwikkelingen. Onze insteek is om de komende jaren de kostenstijging te blijven beperken tot autonome ontwikkelingen. Daarnaast blijven we werken aan efficiëntere en effectievere methoden. De inzet van informatiegestuurd werken (IGW) en de robotisering van administratieve processen gaan daarbij helpen. Als gevolg van de inflatie en de cao-ontwikkelingen in 2022/2023 hebben we onze kostenstructuur en tarieven opnieuw opgebouwd. Hierdoor hebben we de kostenstijging van het begrote gemiddelde tarief voor 2024 kunnen beperken. Ook 2024 zal een jaar worden met uitdagingen waarin onze medewerkers elke dag hun deskundigheid inzetten om te werken aan een schone, duurzame en veilige leefomgeving.
Jan Lenssen, Directeur Omgevingsdienst Brabant Noord
ODBN Programmabegroting 2024
4
Inhoud
5
Voorwoord
2
Inleiding
6
I
Beleidsbegroting
8
Programma’s
10
Programma Regionale Dienstverlening en Collectieve Ontwikkelingen
10
1.1
12
1.
Werken onder de omgevingswet
1.2 Regionaal operationeel kader vergunningverlening, toezicht en handhaving
15
(ROK-VTH)
2.
3.
1.3
Transitie zorgvuldige veehouderij
16
1.4
Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS)
17
1.5
Energie
19
1.6
Water
21
1.7
Samen Sterk in Brabant (SSiB)
22
1.8
Milieuklachtencentrale (MKC)
24
Programma Individuele Dienstverlening
26
2.1
Uitvoering VTH-taken
27
2.2
Vergunningverlening
29
2.3
Toezicht
31
2.4
Handhaving
32
2.5
Specialistische dienstverlening
33
2.6
Natuurbescherming
35
2.7
Bodemtaken
36
Programma Bedrijfsvoering
39
3.1
Declarabiliteit
42
3.2
Organisatie
43
3.3
Prijsontwikkeling
44
Paragrafen
47
Paragraaf Weerstandsvermogen & risicobeheersing
47
Paragraaf Financiering
52
Paragraaf Bedrijfsvoering
55
Paragraaf Verbonden partijen
59
Niet van toepassing zijnde paragrafen
61
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
II
Financiële begroting 2024
62
Financiële samenvatting
64
Algemeen
68
Algemene financiële kaders
68
Financieel technische uitgangspunten
69
Baten en lasten begroting 2024-2027
70
Overzicht van baten en lasten 2024
70
Overzicht meerjarenperspectief lasten 2024-2026
71
Totaal lasten verdeeld naar programma’s en overhead
72
Overzicht meerjarenperspectief baten 2024-2027
73
Toelichting op baten en lasten 2024
74
Programma Regionale Dienstverlening
74
Programma Individuele Dienstverlening
75
Programma Bedrijfsvoering
77
Declarabiliteit
78
Tariefontwikkeling
81
Overzicht incidentele baten en lasten 2024
83
Uiteenzetting financiële positie
85
Bijlagen
90
Overzicht bijdragen per deelnemer 2024
92
Overzicht baten en lasten per taakveld
94
Geactualiseerde risicoanalyse
96
Afkortingenlijst
98
ODBN Programmabegroting 2024
6
Inleiding
7
De Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN) is een gemeenschappelijke regeling van 11 overheden: 10 gemeenten in Noordoost-Brabant en de provincie Noord-Brabant (onze deelnemers). Samen dragen we een gedeelde verantwoordelijkheid voor een schone, duurzame en veilige leefomgeving voor mensen, dieren en planten. Als verlengstuk van het lokale en provinciale bestuur voert de ODBN een deel van de wettelijke overheidstaken op dit gebied uit. Bij de ODBN werken uitvoeringsexperts op het gebied van vergunningen, toezicht, handhaving en diverse specialismen zoals geluid, bodem, asbest, natuur, omgevingsveiligheid, luchtkwaliteit, geur en mest. De ODBN heeft op de genoemde terreinen een adviserende taak en werkt aan innovatie en ontwikkeling. De taak rondom de groene wetten voert de ODBN voor heel Brabant uit. Vanuit het kantoor in ’s-Hertogenbosch werken meer dan 300 collega's dagelijks aan een schone, duurzame en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst. Dat is onze missie.
Oss
's-Hertogenbosch Bernheze Vught
SintMichielsgestel
Boxtel
Meierijstad
Maashorst
Land van Cuijk
Boekel
Onze leefomgeving is divers en een actueel thema voor elke inwoner en ondernemer. Als deskundige uitvoeringsorganisatie signaleren en agenderen we de voortdurende veranderingen in onze leefomgeving. Dit betekent doorlopende ontwikkeling en vernieuwing van ons werk. Onze deskundige medewerkers op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) werken binnen de kaders van de wetten van milieu, natuurbescherming, bouwen en wonen. Zo kunnen we de gemeenten in Noordoost-Brabant en de provincie Noord-Brabant professioneel en met kennis van zaken adviseren. De ODBN richt zich op samenwerking; binnen de eigen organisatie, met gemeenten, de Provincie en andere relevante organisaties. Gemeenten en de Provincie voelen zich als eigenaar en als opdrachtgever betrokken. Dat is onze visie. Als ODBN zijn we primair een uitvoeringsorganisatie van VTH-taken. We streven naar continue verbetering van de kwaliteit en investeren in de deskundigheid van onze medewerkers, ons belangrijkste kapitaal. Naast de uitvoering van VTH-taken adviseren wij steeds meer over de effecten van beleid in de praktijk. Door ons werk zien we wat er in de leefomgeving gebeurt. Ook Brabantbreed en landelijk dragen we onze expertise uit en staat onze leefomgeving in Brabant Noord centraal. Kortom onze ambitie is: Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
“De ODBN is dé deskundige uitvoerder op het terrein van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Vanuit onze kennis van de praktijk adviseren wij over milieu en natuur en de uitvoerbaarheid en effecten van beleid.“
Leeswijzer De begroting bestaat uit twee onderdelen: de beleidsbegroting en de financiële begroting. In de begroting schetsen wij onze verwachtingen voor 2024: zowel financieel als beleidsinhoudelijk. Als eerste leest u de beleidsbegroting. In dit deel beschrijven we onze beleidsvoornemens voor 2024, mede aan de hand van de ontwikkelingen die op ons afkomen. In het tweede gedeelte van de beleidsbegroting wordt ingegaan op de verplicht voorgeschreven paragrafen, uiteraard voor zover deze van toepassing zijn op de ODBN. In het tweede deel vindt u de financiële begroting. Deze start met de financiële samenvatting waarin de hoofdlijnen van de financiële ontwikkelingen verwoord zijn. In de delen daarna worden de (meerjaren)ramingen gepresenteerd en wordt er getoond waar de afwijkingen zitten. Ook de staat van incidentele baten en lasten en de geprognosticeerde balans zijn in dit deel terug te vinden. P&C cyclus De P&C-cyclus van de ODBN kent drie programma's die leidend zijn voor de indeling van de beleidsbegroting. De volgorde van de programma’s is ten opzichte van eerdere P&C-documenten gewijzigd om de leesbaarheid te vergroten. 1. Het eerste programma heet nu Regionale Dienstverlening en collectieve ontwikkelingen. Dit programma gaat over de taken die de ODBN voor de regio uitvoert, zoals de collectieve taken en Samen Sterk in Brabant (SSiB).
Hierin worden de overkoepelende thema’s beschreven die op diverse punten in deze begroting zijn effect gaan vinden. Denk bijvoorbeeld aan de thema’s als Omgevingswet en het stikstofdossier. 2. Het programma Individuele Dienstverlening gaat over de dienstsverlening aan een deelnemer van zowel de wettelijke basistaken als de verzoektaken die een deelnemer bij de ODBN heeft belegd. Ook zijn hierin de aanvullende verzoektaken opgenomen die buiten de werkprogramma's vallen. 3. Het laatste onderdeel betreft het programma Bedrijfsvoering. De begroting is de nadere concretisering van de Kadernota 2024, waarin wij de ontwikkelingen hebben geschetst die op ons afkomen. In de begroting gaat het om de beleidsinhoudelijke en financiële voornemens van de ODBN als geheel. Daarbij gaan we niet in op de situatie per deelnemer. De concrete werkzaamheden die wij voor elk van onze deelnemers uitvoeren, worden uitgewerkt in de gemeentelijke werkprogramma's en de provinciale opdracht.
ODBN Programmabegroting 2024
8
I. Beleidsbegroting
9
2
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
ODBN Programmabegroting 2024
10
1 Programma’s
11
1 Programma Regionale Dienstverlening en Collectieve Ontwikkelingen Inhoud Programma De Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN) voert het programma Regionale Dienstverlening en Collectieve Ontwikkelingen uit. Hierin zijn werkzaamheden opgenomen die worden uitgevoerd voor het collectief aan deelnemers. De volgende onderwerpen maken onderdeel uit van dit programma: ➜ H et Ontwikkelprogramma (waaronder het budget Collectieve Taken) waarin de ontwikkelopgaven voor de ODBN worden toegelicht en zijn begroot ➜ Samen Sterk in Brabant (SSiB) ➜ Overige regionale werkzaamheden (voormalig RMB) - Sanering verkeerslawaai (ISV) - Beheer en nazorg (voormalige) stortplaatsen ➜ Diverse ontwikkelingen die van invloed zijn op diverse onderdelen in deze begroting. Beleidskaders/richtlijnen OMSCHRIJVING
DATUM
EXPIRATIEDATUM
HUIDIGE WET TEN VOOR OMGEVINGSWET Wet milieubeheer
1 maart 1993
Activiteitenbesluit
1 januari 2008
1 januari 2024*
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)
1 oktober 2010
1 januari 2024*
Wet natuurbescherming
1 januari 2017
1 januari 2024*
Draaiboek deelproces milieubeheer
25 september 2017
NA INVOERING VAN OMGEVINGSWET Omgevingswet
1 januari 2024*
In ontwikkeling
Nadere regelgeving
1 januari 2024*
In ontwikkeling
Een belangrijk onderdeel van de Regionale Dienstverlening is het jaarlijks op te stellen Ontwikkelprogramma. In het Ontwikkelprogramma bundelen we de meerjarige ontwikkelopgaven van de ODBN. Het Ontwikkelprogramma 2024 wordt opgesteld op basis van de Kadernota, deze begroting en de dan actuele ontwikkelingen. Het Ontwikkelprogramma richt zich op productinnovatie en -ontwikkeling, kwaliteitsverbetering en het efficiënter uitvoeren van de primaire taken. Het Ontwikkelprogramma en de daaruit volgende projecten vormen daarmee een vliegwiel voor noodzakelijke ontwikkelingen op het programma Individuele Dienstverlening. De activiteiten uit Ontwikkelprogramma worden gedekt uit het budget Collectieve Taken, Regionaal Operationeel Kader, indirecte uren en vanuit verschillende opdrachten van de Provincie en gemeenten die bij de ODBN zijn neergelegd. En – indien beschikbaar – financieren we activiteiten door middel van een subsidie of een uitkering. Denk daarbij aan de specifieke uitkering (SPUK) energie.
* Uitgaande van besluit invoering Omgevingswet per 1 januari 2024.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
ODBN Programmabegroting 2024
12
Wat willen we bereiken? In het programma Regionale Dienstverlening werkt de ODBN samen met haar deelnemers aan de regionale ontwikkelingen en de voorbereiding en vertaling van beleidsmatige en maatschappelijke ontwikkelingen, zodat deze in de taakuitvoering binnen het programma Individuele Dienstverlening kunnen worden uitgevoerd.
Wat gaan we daarvoor doen in 2024? De huidige samenleving verandert steeds sneller. Daarnaast is wet- en regelgeving soms strijdig of zijn er lacunes in beleid. Dit alles maakt het komen tot een antwoord op de nu relevante en toekomstige vraagstukken ingewikkeld. Dit toont het belang aan voor een robuuste en sterke omgevingsdienst. Daarom zet de ODBN in 2024 de reeds ingezette koers van ontwikkeling door. De ODBN blijft haar deelnemers ondersteunen, adviseren en voorbereiden op de vraagstukken van nu en in de toekomst. In dit hoofdstuk worden diverse thema’s beschreven die we in 2024 oppakken. Op voorhand maakt de ODBN de kanttekening dat de kans bestaat dat als gevolg van (maatschappelijke) ontwikkelingen of nieuwe vraagstukken andere keuzes moeten worden gemaakt en er afgeweken zal worden van de begroting 2024. Als dat het geval is wordt u daarover geïnformeerd en gaan we met elkaar in overleg.
1.1 Werken onder de Omgevingswet Het jaar 2024 zal in het teken staan van het in werking treden van de Omgevingswet. Tijdens het opstellen van dit document is de vastgestelde datum van in werking treden van de Omgevingswet 1 januari 2024. Het in werking treden van de Omgevingswet heeft een grote impact op de uitvoering van de werkzaamheden bij de ODBN. De Omgevingswet raakt werkzaamheden van alle medewerkers van de ODBN. De implementatie van de Omgevingswet is een grote opgave die niet budgetneutraal uitgevoerd kan worden. Zowel de aanloop ernaartoe als de eerste jaren van het in werking zijn van de Omgevingswet zal er extra budget benodigd zijn om de werkzaamheden goed te laten verlopen.
13
Het fundament van het VTH –werk (vergunningverlening, toezicht en handhaving) verandert onder de Omgevingswet. Waar nu door de ODBN vooral inrichtinggebonden werk wordt verricht, wordt onder de Omgevingswet werk verricht op basis van milieubelastende activiteiten (mba's). Ook vindt er een verschuiving in bevoegd gezag en in de vergunnings- en meldingsplicht plaats. Hierdoor is de verwachting dat het werk intern ook deels verschuift van vergunningverlening naar toezicht. Het veranderende fundament heeft een effect op de werkvoorraad en op de doorlooptijd van de verschillende werkzaamheden. Hoe groot deze impact zal zijn is op dit moment nog niet te vast te stellen. We krijgen te maken met omgevingsplannen van de deelnemende gemeenten en de Omgevingsverordening van de Provincie. Onder de Omgevingswet wordt een deel van de rijksregels gedecentraliseerd in het omgevingsplan en de omgevingsverordening. Tot op zekere hoogte wordt het mogelijk om zelf invulling aan deze regels te geven. Daardoor kunnen alle 10 de gemeenten binnen het werkgebied van de ODBN andere regels in het omgevingsplan opnemen en de Provincie andere regels in de omgevingsverordening. Dit maakt het werken met de Omgevingswet complex. Ook zal de ODBN gevraagd worden om mee te denken over de invulling van het omgevingsplan. Specialistische kennis is veelal niet (meer) in voldoende mate bij gemeenten aanwezig.
Vergunningverleners zullen ook steeds meer worden gevraagd om mee te denken over hoe een initiatief mogelijk gemaakt kan worden in plaats van te toetsen of een aangevraagde situatie mogelijk is. Een belangrijke uitdaging schuilt in het voorzien in voldoende (specialistische) kennis die nodig is om te werken met de Omgevingswet en capaciteit. De druk op de arbeidsmarkt raakt ons ook als organisatie. Met de komst van de Omgevingswet wordt het thema gezondheid nog belangrijker, omdat dit nu opgenomen is in de wet zelf. Hierbij moeten we nauw samenwerken met de GGD als kennisdrager en adviseur.
We voorzien dat het speelveld voor de ODBN door de komst van de Omgevingswet complexer wordt. De soms tegenstrijdige belangen van alle partijen komen samen binnen de Omgevingswet. Adviseren hierover wordt een belangrijk onderdeel van de werkzaamheden. Zowel voor specialisten als voor vergunningverleners, toezichthouders, handhavers en juristen.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
ODBN Programmabegroting 2024
14
Wat gaan we doen in 2024? O ngeacht de daadwerkelijke inwerkingtredingsdatum, doen we er alles aan om tijdig voorbereid te zijn op het in werking treden van de Omgevingswet. V oor de implementatie van de Omgevingswet blazen we de focusgroep Omgevingswet nieuw leven in. De focusgroep is het intern Quick Response Team Omgevingswet die als kennisbank fungeert. W e gaan de deelnemers adviseren en helpen met het maken van de verschillende keuzes die de Omgevingswet biedt. Te denken valt aan het adviseren bij het vormgeven van het omgevingsplan. Daarnaast worden knelpunten in bijvoorbeeld de omgevingsplannen gesignaleerd en teruggekoppeld aan de deelnemers. H et omzetten van inrichting naar mba zal waarschijnlijk op natuurlijke momenten plaats vinden. Dit betekent dat gedurende 2024 en de jaren daarna naast de reguliere werkzaamheden van toezichthouders en vergunningverleners deze ook, op een natuurlijk moment, de inrichting omzetten naar de verschillende mba's. W e werken onder de nieuwe Omgevingswet en zullen zo snel als mogelijk inspelen op eventuele problemen die zich zullen voordoen bij ons of onze deelnemers. W e verwachten een toename van de inzet van onze specialisten omdat deze kennis steeds minder bij de deelnemers aanwezig is. W e verwachten dat het werkaanbod gaat veranderen.
Werkzaamheden zullen deels van uitvoering naar advisering gaan en van vergunningverlening naar toezicht. Welke onzekerheden kennen we? W e verwachten dat de Omgevingswet op 1 januari 2024 in werking treedt. Er wordt wel rekening gehouden met de mogelijkheid dat de wet opnieuw wordt uitgesteld. D e effecten van de Omgevingswet, waaronder de overgangsperiode, zijn op het moment van schrijven nog niet goed te omvatten. Daardoor kunnen we nog niet aangeven welke budgettaire gevolgen dit heeft voor onze deelnemers.Ook zijn er nog geen (landelijke) ervaringscijfers. Samen met onze deelnemers blijven we evalueren tijdens deze periode over het verloop van onder andere de overgangsperiode.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
1.2 Regionaal operationeel kader vergunningverlening, toezicht en handhaving (ROK-VTH) In het Regionaal Operationeel Kader Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (ROK-VTH) dat in de loop van 2023 door onze deelnemers wordt vastgesteld, wordt het beleid van onze deelnemers op het terrein van vergunningverlening, toezicht en handhaving verwoord. Een onderdeel hiervan is de wijze waarop verdere invulling wordt gegeven aan deze onderdelen. Op basis van kwalitatieve en kwantitatieve data worden risicovolle bedrijven in kaart gebracht en wordt er invulling gegeven aan de branches en thema's. Dit zal er mogelijk ook toe leiden dat de wijze waarop wij onze opdracht uitvoeren verandert. De mogelijkheden als gevolg van meer informatiegestuurd werken zullen hierin steeds meer ondersteunend zijn. Daarnaast zullen er in 2023 nog nadere keuzes worden gemaakt in het ROK-VTH die zijn uitwerking zullen hebben op onze werkzaamheden in 2024.
Wat gaan we doen in 2024? W e voeren onze milieutaken uit in overeenstemming met het ROK-VTH en in lijn met de werkprogramma's van onze deelnemers. Welke onzekerheden kennen we? H et ROK VTH 2023 moet nog worden vastgesteld. Op basis daarvan kunnen veranderingen plaatsvinden in de wijze waarop de opdracht vanaf 2024 wordt ingevuld. Hierover blijven we spreken met onze deelnemers om alle ontwikkelingen te volgen.
ODBN Programmabegroting 2024
15
16
1.3 Transitie Zorgvuldige Veehouderij
17
De transitie naar een zorgvuldige veehouderij blijft een actueel onderwerp dat hoog op de maatschappelijke agenda staat. De ODBN focust zich op de uitvoeringsconsequenties van het veranderende beleid. VTH-taken moeten namelijk goed en efficiënt worden uitgevoerd, ondanks de onzekerheid die dit dossier kent. De datum voor de aanpassing van de verouderde stallen is op dit moment verschoven naar 1 juli 2024. Met de ontwikkelingen in het politieke landschap waarin wij acteren, blijft de inhoud van dit dossier zich transformeren en uitbreiden. Door deze grote dynamiek blijft het voorspellen van wat dit betekent voor ons werk en de werkvoorraad lastig. Als ODBN blijven we ons actief op de hoogte stellen van de ontwikkelingen die zich binnen de veehouderij en op aanpalende onderwerpen afspelen, zoals stikstof, stoppers en saldering. We blijven het belang van een tijdige vertaling naar het VTH-instrumentarium benadrukken. Hierover stemmen we ook Brabantbreed af met de andere Brabantse omgevingsdiensten en partners in het (ambtelijke) Agrarisch Platform Brabant. Ten slotte zien we ook het belang van het onderwerp gezondheidsrisico’s rond veehouderijen toenemen. Door de inwerking treding van de Omgevingswet wordt het thema gezondheid nog meer benadrukt, met de opname van dit thema in de wet. We blijven de ontwikkelingen volgen met de GGD als kennisdrager en adviseur.
Wat gaan we doen in 2024? N aast het capaciteitsvraagstuk proberen we ook de gevolgen voor het VTH-beleid en de strategie in kaart te brengen. Dit pakken we Brabantbreed op in het Agrarisch Platform Brabant met de ODZOB, OMWB en andere partners. We benadrukken het belang van een tijdige vertaling naar het VTH-instrumentarium. Welke onzekerheden kennen we? H et is niet precies te voorspellen wanneer ondernemers een vergunningaanvraag gaan doen, of een verzoek voor een intrekking als het een stopper betreft. Er is op dit moment nog veel onduidelijk, vooral omdat een concreet landelijk beleid ontbreekt. Daarnaast zorgt de recente jurisprudentie met gevolgen voor de WTH-uitvoering voor grote onzekerheid. Niet alleen bij ons, maar ook in de samenleving. De actualiteiten worden gevolgd en gedeeld met onze deelnemers.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
1.4 Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) De aanwezigheid van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) is een actueel thema dat de afgelopen jaren steeds meer aandacht krijgt. De aanwezigheid van ZZS speelt breed: in lucht, water en bodem. Deze stoffen zijn geclassificeerd als de gevaarlijkste stoffen voor mens en milieu, en het streven is om deze stoffen uit de leefomgeving te weren. De drie Brabantse omgevingsdiensten zijn in opdracht van de Provincie bezig met het vormen van een beeld over emissies van ZZS in Noord-Brabant. Vanwege de aanwezigheid van grote industrie in Midden-West Brabant is de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB) trekker hiervan. Het vergroten van de kennis van ZZS bij onze toezichthouders (ook voor gemeentelijke taken) is een belangrijke stap om ZZS mee te nemen in onze taakuitvoering. Maar ook in de risicoanalyse bij de herijking van het Regionaal Operationeel Kader krijgt ZZS een plaats. Zo zoomen we in op branches met een hoog risiconiveau, door projectmatig en themagericht toezicht. Landelijk lopen verschillende pilots die betrekking hebben op ZZS. Als ODBN volgen we de ontwikkelingen op de voet. Inzichten die we opdoen – onder meer op basis van de resultaten van de pilots – kunnen invloed hebben op de inrichting van het werkprogramma 2024 en het Ontwikkelprogramma 2024 en deze worden tijdig gecommuniceerd met de deelnemers.
ODBN Programmabegroting 2024
1.5 Energie
18
19
Energiebesparing is een belangrijke maatschappelijke opgave met steeds meer urgentie. De ODBN heeft in 2021 een ‘Energiebod’ aan gemeenten gedaan om met energietoezicht bij te dragen aan de realisatie van de besparingsambitie in de RES-NOB 1.0. Sinds 2022 nemen vijf gemeenten deel aan dit Energiebod. De verwachting is dat dit aantal in 2024 groeit en dat de inzet van de ODBN op energietaken zal toenemen. In 2024 wordt de energiewetgeving op verschillende punten aangepast en uitgebreid. De energiebesparingsplicht wordt verbreed naar vergunningplichtige bedrijven (deze komen voor energie onder algemene regels te vallen) en CO2-besparende maatregelen. Er komt een energielabel C verplichting voor kantoren en de Omgevingswet splitst energietoezicht op in toezicht op activiteiten en gebouwen. In de Omgevingswet komen veel activiteiten onder lokale regels te vallen. De verwachting is nu dat de Omgevingswet leidt tot versnippering van de uitvoering en een grotere inzet van de ODBN om hetzelfde resultaat te bereiken. Omdat wetgeving nog niet definitief is, zijn de precieze implicaties op voorhand moeilijk in te schatten. Deze zijn ook afhankelijk van de eigendomssituaties bij bedrijven en de wijze waarop gemeenten invulling geven met lokale regels.
In 2024 verhuist ook het energietoezicht bij ETS-bedrijven (grote bedrijven die deelnemen aan het Europees handelssysteem voor broeikasgassen) van het Rijk naar omgevingsdiensten. Het Rijk stelt budget beschikbaar voor het opleiden van onze medewerkers. Wat gaan we doen in 2024? W e vergroten de kennis van onze toezichthouders over ZZS, zodat zij deze mee kunnen nemen in hun taakuitvoering. H et volgen van ontwikkelingen rondom ZZS en het adviseren daarover wordt in 2024 bekostigd vanuit het budget Collectieve Taken. De omvang van deze uren wordt bepaald in het Ontwikkelprogramma 2024. W e volgen de landelijke ontwikkelingen op de voet en mengen ons actief in projecten op landelijk en regionaal niveau.
Naast de wettelijke ontwikkelingen is er ook sprake van een meerjarige Rijksfinanciering van Omgevingsdiensten voor het uitvoeren van energietoezicht. Hiervoor is voor de 29 omgevingsdiensten een bedrag van EUR 9,5 miljoen per jaar begroot voor de periode 2022-2027. De ODBN heeft de intentie om, vanuit de uitvoering van het Energiebod, gemeenten te informeren over deze nieuwe ontwikkelingen en de uitvoering zoveel mogelijk te integreren in de lopende uitvoering van het Energiebod. Wanneer dat leidt tot extra inzet en een wijziging in de financiering doet de ODBN daarvoor een voorstel.
Welke onzekerheden kennen we? O p dit moment weten we nog niet welke impact ZZS gaat hebben op het werkprogramma 2024 en het Ontwikkelprogramma 2024. Zodra we meer zicht hebben op ontwikkelingen met impact op de genoemde programma's, communiceren wij daar actief over met onze deelnemers.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
ODBN Programmabegroting 2024
1.6 Water
20
21
Een steeds actueler thema in de leefomgeving is water. Zowel de kwaliteit als de hoeveelheid van water wordt een steeds groter probleem. Slechts 1% van de wateren in Nederland voldoet aan de Europese Kaderrichtlijn Water, waarin eisen zijn gesteld aan de waterkwaliteit. Daarnaast krijgen we steeds vaker te maken met extreme neerslag en droogte. Alhoewel binnen het thema water vaak wordt gedacht aan de Waterschappen, heeft ook de omgevingsdienst een rol in het bewaken van de waterkwaliteit en -kwantiteit. Middels vergunningverlening, toezicht en handhaving voeren wij controles uit naar de waterkwaliteit als het gaat om indirecte lozingen. Denk hierbij ook aan het lozen van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) in water.
Wat gaan we doen in 2024? I n 2024 draagt de ODBN met het Energiebod bij aan de energiebesparingsambities van de deelnemende gemeenten. De inzet van de ODBN wordt door monitoring direct gekoppeld aan het energiebesparingsdoel van de RES-NOB 1.0. Regionaal hangt de bereikte energiebesparing mede af van de opdracht aan de ODBN. I n de uitvoering van het Energiebod kan de ODBN – in afstemming met de gemeenten – de nieuwe wet- en regelgeving implementeren, waaronder de verbrede energiebesparingsplicht, de energielabel C-verplichting kantoren, de Omgevingswet en het toezicht ETS-bedrijven. W e integreren (eventuele) subsidie voor omgevingsdiensten met de opdracht van gemeenten. W ettelijke ontwikkelingen worden besproken met de accountmanagers en de leden van het RSP. De resultaten van het energietoezicht worden gedeeld met het programmateam en de stuurgroep RES.
Wat gaan we doen in 2024? W e zetten in op kennisontwikkeling op het gebied van water van onze vergunningverleners en toezichthouders, zodat zij voldoende zijn uitgerust om hun taken uit te voeren. D aarnaast verkennen wij onze rol binnen het thema water en circulaire economie. We onderzoeken in eerste instantie samen met waterschap Aa en Maas hoe bedrijven kunnen worden gestimuleerd om hun afvalwater te hergebruiken. Welke onzekerheden kennen we? H et thema water staat binnen de ODBN nog in de kinderschoenen. In 2023 is een start gemaakt om dit thema te agenderen bij gemeenten en de Provincie, en is een verkenning gedaan naar de rol van de ODBN binnen dit thema. In 2024 moet dit verder worden geconcretiseerd. M ogelijk komen er subsidies beschikbaar voor bijvoorbeeld kennisverwerving op het thema indirecte lozingen. Wij volgen het verloopvan dergelijke subsidies en programma's, maar de volledige uitwerking ervan is nog niet bekend.
Welke onzekerheden kennen we? O ok op het onderwerp energie zijn de concrete implicaties van de Omgevingswet nog onduidelijk. De precieze implicaties van de wet op energietoezicht zullen pas in de uitvoering blijken. Afhankelijk van de rol die de gemeente opdraagt aan de ODBN kan er een toename van uren zijn. Deze opdracht wordt verwerkt in het werkprogramma 2024. H et is nog niet duidelijk of en welke gemeenten ons opdracht geven voor toezicht en handhaving op de energielabel C-verplichting bij kantoren. De gesprekken worden nog gevoerd met onze deelnemers en zullen hierover meer opheldering geven. O f de aangekondigde subsidie voor energietoezicht van de omgevingsdiensten er komt in 2024 – en hoe hoog deze subsidie dan zal zijn – is op dit moment onduidelijk. De actuele ontwikkelingen worden gevolgd door onze medewerkers en indien nodig gedeeld met onze deelnemers.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
ODBN Programmabegroting 2024
22
1.7 Samen Sterk in Brabant (SSiB) Samen Sterk in Brabant (SSiB) is een provinciebrede samenwerkingsvorm – onder formeel werkgeverschap van de ODBN. Hierin participeren gemeenten, Provincie, terreinbeherende organisaties, particuliere grondeigenaren, waterschappen en waterwinbedrijven. Samen met het netwerk wordt gewerkt aan een schoon, veilig en groen buitengebied. SSiB handhaaft op zaken als stroperij, wildcrossen, afvaldumpingen en het overtreden van de toegangsbepalingen. In 2023 heeft er een brede discussie plaats gevonden wat heeft geresulteerd in een nieuwe visie 2024-2030. De Provincie is voornemens om in 2023 de incidentele bijdrage om te zetten naar een structurele bijdrage. Dat biedt SSiB meer zekerheid voor het voortbestaan van de organisatie. SSiB is binnen de ODBN ondergebracht bij het Team Handhaving. Net als voor het gehele team geldt voor SSiB dat het informatiegestuurd handhaven een belangrijke ontwikkelrichting is, waarvan we in 2024 nog meer de vruchten moeten gaan plukken. Met de juiste informatie krijgen we meer grip op de brede problematiek waarmee we te maken hebben in de Brabantse natuuren buitengebieden. Een belangrijke ontwikkeling is daarbij de Digitale Briefing Buitengebied. De Digitale Briefing Buitengebied stelt de handhavingspartners in het buitengebied van Brabant in staat om informatie actief met elkaar te delen.
In 2021 is voor het eerst geëxperimenteerd met de briefing en inmiddels zijn steeds meer partners op de briefing aangesloten. In 2024 zullen we de dit verder door ontwikkelen.
Wat gaan we doen in 2024? I n 2024 is de incidentele provinciale bijdrage waarschijnlijk omgezet naar een structurele financieringsvorm. We blijven onze werkwijze aanscherpen en benutten daarbij het Informatiegestuurd werken (IGW) en innovaties zoals de Digitale Briefing Buitengebied en de GEO-app. H et ministerie van Justitie en Veiligheid investeert jaarlijks 5,5 miljoen in groene boa's. Ieder jaar maken we gebruik van deze subsidie voor capaciteit behoud c.q. uitbreiding. Welke onzekerheden kennen we? D e overgang naar een structurele financieringsvorm is een voornemen van het huidige provinciebestuur. Het effect van de provinciale verkiezingen in 2024 op de te varen koers is op dit moment niet te voorzien. H et ministerie werkt aan een visie op de boa-functie. Hoewel een grote verschuiving in de functie van boa's op dit moment niet aan de orde lijkt, is nog onduidelijk welke consequentie deze visie zal hebben voor de groene boa's van SSiB. Dit zal blijvend worden gemonitord door SSiB en geagendeerd worden bij onze deelnemers wanneer dit beleid is ontwikkeld.
SSiB legt jaarlijks verantwoording af in het jaarverslag. Zie hiervoor www.ssibbrabant.nl.
l
nt.n www.ssibbraba
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
ODBN Programmabegroting 2024
23
24
1.8 Milieuklachtencentrale (MKC) Namens onze deelnemers voeren wij als ODBN de klachtenregeling uit. Burgers moeten hun beklag kunnen doen wanneer zij overlast ervaren van bedrijven, zoals geluidsoverlast, geuroverlast of bodemverontreiniging. Burgers kunnen hun klacht kwijt bij de MilieuKlachtenCentrale (MKC), een samenwerkingsconstructie van de drie Brabantse omgevingsdiensten. De MKC zet de klacht vervolgens door richting de betrokken omgevingsdienst. In 2022 is het aantal klachten gestabiliseerd en wordt de huidige werkwijze voortgezet. In 2024 werken we met een nieuw milieuklachtenregistratiesysteem. S@men, het huidige registratiesysteem, wordt vanaf dan niet meer ondersteund.
Wat gaan we doen in 2024? W e consolideren de nieuwe werkwijze. I n 2024 werken we met een nieuw milieuklachtenregistratiesysteem. I n 2024 vindt evaluatie plaats van het nieuwe milieuklachtenregistratiesysteem. Welke onzekerheden kennen we? De werking van het nieuwe milieuklachtenregistratiesysteem op onze werkwijze. De invloed van het nieuwe systeem zal in 2024 blijken en later in 2024 geëvalueerd worden. Belangrijke conclusies worden hierna gedeeld met onze deelnemers indien nodig.
Wat mag het kosten? REKENING 2022
BEGROTING 2023 NA WIJZIGING
BEGROTING 2024
Personeel
1.929
1.927
2.129
Bedrijfsmiddelen
578
643
680
TOTAAL LASTEN
2.506
2.569
2.809
Collectieve Taken
659
853
882
Samen Sterk in Brabant
2.484
2.520
2.758
Overige regionale programma's
191
146
151
3.334
3.518
3.792
828
949
984
PROGRAMMA REGIONALE DIENST VERLENINGG BEDRAGEN X € 1.000,-
TOTAAL BATEN SALDO
Toelichting Voor de uitvoering van het programma Regionale Dienstverlening zijn in deze begroting 31.165 uren opgenomen. Het grootste deel hiervan (22.615 uren) heeft betrekking op Samen Sterk in Brabant. Daarnaast zijn er 7.316 uren voor Collectieve Taken, 1.000 uren voor sanering verkeerslawaai en 234 uren voor overige regionale taken. Taakvelden Om op landelijk niveau begrotingen van overheidsorganisaties te kunnen aggregeren is door het Rijk een uniforme set van taakvelden vastgesteld. De activiteiten uit het programma Regionale Dienstverlening hebben betrekking op: Taakveld 1.1 Taakveld 7.3 Taakveld 7.4
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
25
➜ Crisisbeheersing ➜ Beheer stortplaatsen ➜ Milieubeheer
ODBN Programmabegroting 2024
26
2. Programma Individuele Dienstverlening
Wat gaan we daarvoor doen in 2024?
Inhoud programma
2.1 Uitvoering VTH-Taken
Het programma Individuele Dienstverlening sluit aan op de individuele werkprogramma's die we met onze deelnemers vaststellen. Het gaat om onze kerntaken: vergunningverlening, toezicht en handhaving op het gebied van milieu, natuurbescherming, bouwen, wonen, ruimtelijke ontwikkeling en omgevingsrecht (advies). Voor de basistaken geldt dat gemeenten deze bij de ODBN neer dienen te leggen. Voor de (overige) verzoektaken geldt dat de gemeente zelf de afweging maakt of deze taken in eigen beheer uitgevoerd worden, of en in welke omvang dat deze belegd worden bij de ODBN. Beleidskader/richtlijnen OMSCHRIJVING
DATUM
EXPIRATIEDATUM
HUIDIGE WET TEN VOOR OMGEVINGSWET Wet milieubeheer
1 maart 1993
Activiteitenbesluit
1 januari 2008
1 januari 2024*
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)
1 oktober 2010
1 januari 2024*
Wet natuurbescherming
1 januari 2017
1 januari 2024*
Draaiboek deelproces milieubeheer
veranderingen in onze omgeving. In een snel veranderende wereld kunnen we alleen beter worden door nauw samen te werken met onze partners en deelnemers. Zo kunnen we de lokale situatie optimaal koppelen aan onze kennis en deskundigheid over de fysieke leefomgeving.
Ook in 2024 gaat de aandacht weer primair uit naar de uitvoering van de VTH-taken, die bestaan uit de wettelijk bij ons belegde taken, de zogenoemde basistaken, de VTH-verzoektaken en verzoektaken die buiten de werkprogramma's vallen. Een kanttekening daarbij is dat we naar verwachting niet meer zullen werken onder de wetgevingsregimes van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de Wet natuurbescherming (Wnb), maar onder de brede paraplu van de Omgevingswet die 1 januari 2024 in werking treedt. De inwerkingtreding van de Omgevingswet is zonder meer de belangrijkste ontwikkeling die wij voorzien voor 2024. De wet brengt onzekerheden met zich mee zoals de ontwikkeling van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). De effecten van de overgangsperiode, waarin we oude zaken nog volgens oud-recht moeten afhandelen maar tegelijkertijd werken met het nieuwe wettelijke stelsel, en bijvoorbeeld van de omzetting van het inrichtingenbestand naar milieubelastende activiteiten, laten zich op dit moment echter nog niet kwantificeren. In deze begroting is daar dan ook nog geen rekening mee gehouden.
25 september 2017
NA INVOERING VAN OMGEVINGSWET Omgevingswet
1 januari 2024*
In ontwikkeling
Nadere regelgeving
1 januari 2024*
In ontwikkeling
* Uitgaande van besluit invoering Omgevingswet per 1 januari 2024.
Wat willen we bereiken? Als ODBN werken we samen met onze deelnemers en ketenpartners aan een schone, duurzame en veilige leefomgeving. Binnen dit programma voeren wij voor onze deelnemers de werkprogramma's uit die in december 2023 worden vastgesteld. Binnen de uitvoering van deze VTH- en specialistische milieutaken zijn er een aantal ontwikkelingen die van invloed zijn op de uitvoering. Deze lichten we onder dit programma toe. We moeten onze VTH-taken voortdurend blijven ontwikkelen. Veranderingen in wet- en regelgeving, maatschappelijke ontwikkelingen en wensen vanuit onze deelnemers zorgen voor een continue bijstelling van ons takenpakket. Als ODBN moeten we aandacht hebben voor
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
ODBN Programmabegroting 2024
27
28
Daar waar de rechter voorheen voornamelijk toetste aan bestaande wet- en regelgeving, kijkt de rechter steeds meer naar de effecten van het beleid en de regelgeving in de praktijk. Dit geeft ook voor burgers meer ruimte om bepaalde overlastsituaties ter discussie te stellen. Dit zorgt voor veel onduidelijkheid en onzekerheid voor de aanvragers van vergunningen, maar ook voor de ODBN. Moet je situaties vergunnen die voldoen aan de wetgeving maar niet de gewenste milieueffecten hebben? We zien een ontwikkeling waarbij vergunningen steeds meer doelvoorschriften dan middelvoorschriften zullen bevatten. Dit zal ook zijn effecten hebben voor toezicht en handhaving. Tenslotte zien we dat de mondiale crisis een grote impact heeft op de economie en dus ook op de financiën van onze deelnemers en de bedrijven. De energiemarkt is geraakt en samen met het tekort aan materialen zorgt dit ervoor dat bedrijven hun uitbreidingsplannen (tijdelijk) stil moeten zetten. Hierdoor kunnen noodzakelijke maatschappelijke veranderingen langer duren dan gepland en gehoopt. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de energietransitie. Dit vraagt meer geduld van de samenleving. Deze ontwikkelingen hebben niet alleen impact op de samenleving, maar mogelijk ook op de VTH-taakuitvoering in 2024.
Wat gaan we doen in 2024? We voeren onze werkzaamheden uit volgens de kaders van het ROK VTH en conform hetgeen dat we afspreken in de werkprogramma's van onze deelnemers. Ongeacht de daadwerkelijke inwerkingtredingsdatum, zorgen wij ervoor tijdig klaar te zijn voor de Omgevingswet. Voor de implementatie van de Omgevingswet is een focusgroep ingericht. Deze krijgt de ruimte om moeilijkheden bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet snel op te lossen: als ware een Quick Response Team Omgevingswet. In 2023 verkennen we hoe we dit team verder vorm en body gaan geven. Ook onderzoeken we welke werkzaamheden moeten worden uitgevoerd om het inrichtingenbestand om te zetten naar een mba-bestand. Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet willen we daar zo ver mogelijk mee zijn, maar een ‘volledig’ mba-bestand is – voor zover dat überhaupt haalbaar of wenselijk is - dan nog niet mogelijk en ook geen vereiste. Naar verwachting zullen we het mba-bestand geleidelijk aanvullen tijdens het werken met de Omgevingswet en zal de omzetting een doorloop kennen in de jaren na 2024. We investeren in het Informatiegestuurd werken (IGW), wat in 2024 een grotere rol zal spelen in het VTH-proces en van grote waarde zal zijn bij de overgang naar het nieuwe wettelijke stelsel.
Met de komst van de Omgevingswet zal voor een aantal inrichtingen/mba’s het bevoegde gezag gaan verschuiven van de Provincie naar de gemeente en andersom. De ODBN heeft deze verschuivingen in beeld gebracht en de eventuele gevolgen in het definitieve werkprogramma 2024 opgenomen worden.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
Welke onzekerheden kennen we? De Omgevingswet zou in werking moeten treden op 1 januari 2024, maar het is mogelijk dat de wet opnieuw wordt uitgesteld. Met betrekking tot de invoering van de Omgevingswet zal rekening gehouden moeten worden met een toename in de uren en daarmee de kosten voor wat betreft de daadwerkelijke implementatie. De effecten van de Omgevingswet – waaronder de overgangsperiode – zijn op het moment van schrijven nog niet goed te kwantificeren. Wanneer meer informatie beschikbaar en er aanleiding is tot bijstellingen communiceren wij daar actief over, onder meer in de bestuursrapportages en via het RSP en DB/AB. We zijn afhankelijk van het Rijk voor de ontwikkeling van het DSO-LV. De ontwikkeling van het DSO kent echter de nodige obstakels, waaronder de stabiliteit van het systeem. Ook ligt er nog een opgave bij onze deelnemers om toepasbare regels op te stellen en te publiceren die nu via het OLO of de AIM worden gevraagd, om zo de dienstverlening op peil te houden. Door de omgevingsplannen kunnen lokale verschillen in de regelgeving ontstaan. We verzoeken deelnemers oog te houden voor de uitvoerbaarheid en de ODBN en de regio hierbij te betrekken.
2.2 Vergunningverlening Als ODBN verzorgen we de vergunningverlening op het gebied van milieu voor onze deelnemers. Onder vergunningverlening verstaan we: het voorbereiden van beschikkingen tot het verlenen, wijzigen, intrekken of weigeren van omgevingsvergunningen voor het onderdeel milieu en het beoordelen van meldingen, het voorbereiden van beschikkingen (toestemming om andere gelijkwaardige maatregelen te treffen) en het opstellen van (maatwerk)voorschriften. De wijze waarop we invulling geven aan de vergunningverleningstaak is vastgelegd in het Regionaal Operationeel Kader Vergunningverlening (ROK-VV). In 2024 zullen we onze taken voor wat betreft vergunningverlening uitvoeren in overeenstemming met dit kader. De Omgevingswet zal een grote impact hebben op de uitvoering van vergunningverlening. Met de komst van deze wet zal voor bepaalde activiteiten de vergunningsplicht komen te vervallen. Deze activiteiten worden meldingsplichtig. Andersom gaat dit ook op. Bepaalde milieubelastende activiteiten kunnen onder de Omgevingswet meldings- of zelfs vergunningplichtig worden. Dit heeft gevolgen voor de omvang van de opdracht, waar de grootte van de gevolgen nog niet in te schattenzijn op dit moment.
ODBN Programmabegroting 2024
29
30
We voorzien dat het speelveld op het gebied van vergunningverlening complexer wordt. De soms tegenstrijdige belangen van alle partijen komen samen in een aanvraag. Binnen het stelsel van de Omgevingswet adviseert de vergunningverlener over de (on)mogelijkheden bij vergunningsaanvragen en meldingen. Onze vergunningverleners zullen steeds meer gevraagd worden om mee te denken over hoe een initiatief mogelijk gemaakt kan worden. Een goede overdracht van vergunningverlening naar toezicht en handhaving is van belang om het toezicht effectief in te richten. Vergunningen zullen geactualiseerd moeten worden en er moet vastgelegd worden hoe om te gaan met overgangsrecht. Samen met onze partners zullen we ons werk en onze processen steeds beter afstemmen op de gewijzigde regelgeving. Het is ongewis wat de veranderende regelgeving, zowel landelijk als provinciaal, gaat betekenen voor het aantal vergunningaanvragen en meldingen in het kader van de Intensieve veehouderij. We blijven de ontwikkelingen volgen en proberen in te spelen op de veranderende omstandigheden. Als effect van de Omgevingswet zullen er meer ‘robuuste’ altijd actuele vergunningen afgegeven worden. Een minder gedetailleerde omgevingsvergunning die meer uitgaat van vertrouwen, hoeft minder vaak te worden aangepast bij wijzigingen in de bedrijfsvoering.
Hierdoor zien we in de uitvoering mogelijk een verschuiving van vergunningverlening naar toezicht en handhaving.
Wat gaan we doen in 2024? We voeren vergunningverlening uit volgens het ROK-Vergunningverlening en in lijn met de werkprogramma's van onze deelnemers. We bereiden onze vergunningverleners zo goed mogelijk voor op de nieuwe werkwijze onder de Omgevingswet en op hun mogelijke plaats aan de omgevingstafels. Daarvoor zoeken we ook de samenwerking en afstemming met onze deelnemers. Welke onzekerheden kennen we? Het is op dit moment nog niet duidelijk welke impact de Omgevingswet gaat hebben op het aantal vergunningsaanvragen. Dit zal naar verwachting ook per type aanvraag variëren. We blijven de ontwikkelingen volgen bij de inwerking treding en evalueren dit met onze deelnemers. De impact van de Omgevingswet op onder andere de werkvoorraad voor vergunningverlening is onzeker. We onderzoeken daartoe onder andere wat de invloed is van de provinciale Omgevingsverordening op de werkvoorraad en communiceren tijdig met onze deelnemers over de resultaten.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
2.3 Toezicht
31
Naast vergunningverlening verzorgt de ODBN het toezicht op naleving van de milieuregels. De kaders voor de wijze waarop wij toezicht houden en handhaven zijn vastgelegd in het Regionaal Operationeel Kader Toezicht en Handhaving (ROK-T&H). Ook voor toezicht geldt dat we verwachten dat het werk complexer wordt onder de Omgevingswet. Er zal meer getoetst moeten worden op algemene- en minder op specifieke regels, omdat niet alles meer in detail vastgelegd zal worden in de omgevingsvergunning. Toezichthouders kunnen daardoor aan de voorkant over minder informatie beschikken. Dit doet straks mogelijk een beroep op andere competenties van onze toezichthouders, maar de praktijk onder de Omgevingswet blijft op dit moment moeilijk in te schatten. We verwachten dat de toename in vergunningszaken door de Omgevingsverordening ook een impact gaat hebben op het werk van de toezichthouders, vanwege de mogelijk regionale verschillen in regelgeving. Het informatiegestuurd werken maakt het mogelijk om het toezicht meer te concentreren op die plekken waar het milieurisico hoog is en/of het naleefgedrag laag is. Door meer gericht in te zetten vergroten we de kans dat we overtredingen tijdig constateren en ongedaan kunnen laten maken. Indien nodig wordt ons bestuursrechtelijk en- en strafrechtelijk instrumentarium ingezet. Een dergelijke aanpak kan agressie opleveren.
Om de veiligheid van onze medewerkers te waarborgen verwachten we vaker controles met twee personen uit te voeren. Dit heeft een kosten opdrijvend effect. Daarnaast dwingt de komst van de Omgevingswet ons om te blijven investeren in onze informatievoorziening. Dat zien we onder meer terug bij de omzetting van het inrichtingenbestand naar milieubelastende activiteiten. Mogelijk vraagt de overgangsperiode door de noodzakelijke mutaties van inrichting naar mba meer inzet van de toezichthouders.
Wat gaan we doen in 2024? We voeren onze toezichtstaak uit in overeenstemming met het ROK T&H (of het geïntegreerde ROK-VTH) en in lijn met de werkprogramma's van onze deelnemers. Ook voor toezicht investeren we in Informatiegestuurd werken (IGW). Door slimmer om te gaan met de data en informatie die wij tot onze beschikking hebben, kunnen we effectiever optreden en ons toezicht toespitsen op de grootste milieurisico's en het naleefgedrag. Welke onzekerheden kennen we? Door het ontbreken van ervaringscijfers is niet bekend welke impact de Omgevingswet heeft op de omvang van de opdracht voor de toezichthouders. Dit zal na het inwerking treden blijken uit de ervaring van onze medewerkers. Deze ervaringen communiceren wij ook met onze deelnemers, om de impact op ons werk te blijven delen. Ook het effect van de toename in het aantal bedrijfsbeëindigingen en bedrijfsomzettingen is nog niet te kwantificeren.
ODBN Programmabegroting 2024
32
2.4 Handhaving
33
Handhaving staat stevig op de maatschappelijke en de bestuurlijke agenda, en we verwachten niet dat dit in 2024 anders zal zijn. Wat voor toezicht op gaat, geldt ook voor handhaving. De complexiteit van het werk zal onder de Omgevingswet waarschijnlijk toenemen, als gevolg van de afname in specificiteit van de vergunningen. Dit vraagt om een goede overdracht en afstemming tussen vergunningverlening aan de ene kant, en toezicht en handhaving aan de andere kant. In 2024 zal de rol van strafrechtelijke handhaving binnen de ODBN toenemen. De ODBN streeft naar een geharmoniseerde inzet van bestuurs- en strafrecht, in het verlengde van de uitgangspunten van de Landelijke Handhavingsstrategie (LHS). Hoewel handhaving nooit een doel op zich mag vormen, vormt het wel een cruciaal sluitstuk wanneer een waarschuwing niet het gewenste effect oplevert. Zeker gegeven de toegenomen maatschappelijke aandacht voor ons werk, is het zaak om wanneer nodig een vuist te kunnen maken tegen veelplegers en milieucriminaliteit. Ook voor onze handhavende werkzaamheden geldt het groeiende belang van data- en informatie. Met de doorontwikkeling van het informatiegestuurd werken (IGW), gekoppeld aan de verbeterde toepassing van de LHS, krijgen wij een steeds beter beeld van de aard en omvang van de milieuovertredingen en criminaliteit in onze regio.
Door informatiegericht te handhaven kunnen we ook efficiënt handhavend optreden en toezicht houden op zogenoemde ‘hotspots’. Daarbij maken we onder meer gebruik van digitale middelen, zoals camera’s en drones.
Wat gaan we doen in 2024? Doordat we meer inzicht krijgen in onze handhavende werkzaamheden op basis van de beschikbare data proberen we in 2024 een beter beeld van de aard en omvang van milieuovertredingen- en criminaliteit in ons werkgebied te krijgen. In 2024 verwachten we een toename van de inzet van strafrecht, mede met een verbeterde toepassing van de Landelijke Handhavingsstrategie. Welke onzekerheden kennen we? De doorontwikkeling van strafrechtelijke handhaving binnen onze organisatie kan leiden tot meer zaken, en in het verlengde daarvan tot meer gemaakte uren. Wanneer daar sprake van is wordt daar tijdig over gecommuniceerd binnen het RSP en worden de benodigde uren vertaald naar het werkprogramma en de provinciale opdracht. De rol van onze handhavers wordt ingewikkelder met de komst van de Omgevingswet, gegeven de afname van het aantal middelvoorschriften en gezien de (mogelijke) regionale verschillen in regelgeving en vergunningen.
2.5 Specialistische dienstverlening De ODBN voert voor haar deelnemers ook specialistische milieu(advies)taken uit. Daaronder vallen taken op het gebied van ruimtelijke ordening, geluid, externe veiligheid en lucht. De afgelopen jaren hebben we de inzet van onze specialisten en juristen zien toenemen, en we verwachten dat deze trend ook in 2024 door zal zetten. De grotere inzet van onze specialisten is een gevolg van ontwikkelingen op complexe dossiers zoals stikstof, maar in het bijzonder ook een gevolg van de afnemende beschikbare kennis bij onze deelnemers. Dat zien we onder meer terug in toename in het aantal verzoektaken, waarvan met name het aantal Ruimtelijke Ordening (RO)-verzoeken blijft toenemen. Onder invloed van de Omgevingswet zal de rol van de specialisten nog belangrijker worden. Het aan de voorkant betrekken van specialistische kennis vergroot immers de haalbaarheid van een initiatief. Ook in de totstandkoming van de omgevingsplannen van onze gemeentelijke deelnemers is het ontsluiten van onze kennis over de verschillende milieuaspecten noodzakelijk. Het stikstofdossier zal in 2024 actueel blijven en om inzet van onze specialisten en juristen vragen. Daarnaast is de inzet van onze specialisten in grote mate afhankelijk van de vraag vanuit onze deelnemers. Een belangrijke uitdaging schuilt in het voorzien van voldoende specialistische kennis en capaciteit.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
ODBN Programmabegroting 2024
34
Wat gaan we doen in 2024? We voeren onze (verzoek)taken op het gebied van milieuspecialismen uit voor onze deelnemers. We verwachten een toename in de inzet van onze specialisten, onder andere onder invloed van de komst van de Omgevingswet en met het oog op het wegvallen van kennis bij onze deelnemers. Daarmee is deze toename mede afhankelijk van de vraag van onze deelnemers, en ramen we deze in het werkprogramma. Welke onzekerheden kennen we? We zien dat er steeds vaker rechterlijke uitspraken worden gedaan met consequenties voor onze VTH-uitvoering. Ook daarom wordt de inzet van onze specialisten en juristen steeds belangrijker. Dit zien we met name terug op het stikstofdossier.
2.6 Natuurbescherming
35
De Wet natuurbescherming (Wnb) regelt de bescherming van natuurgebieden die uniek zijn voor Nederland en Europa en de bescherming van planten, dieren, bossen en andere houtopstanden. De ODBN verzorgt namens de provincie Noord-Brabant de vergunningverlening en de ontheffingen op het gebied van de Wnb. Daarnaast wordt ook de gemeentelijke opgave op het onderdeel natuur steeds meer ingevuld door de ODBN. In 2024 zal de Wnb opgaan in de Omgevingswet. De afgelopen jaren zien we dat de maatschappelijke bewustwording en betrokkenheid bij de natuur wordt versterkt, hetgeen dat ook wordt gestimuleerd vanuit het Rijk. Dit leidt mede tot een grotere vraag vanuit onze gemeentelijke deelnemers voor het bieden van ondersteuning op het gebied van de toepassing en uitvoering van de Wnb. Deze vraag zal in 2024 naar verwachting verder toenemen. In 2024 zal met name het stikstofdossier veel inspanning blijven vragen. We verwachten een toename aan handhavings- en intrekkingsverzoeken. Daarnaast wordt intern salderen vergunningplichtig waardoor ook hier een toename in het werk wordt voorzien. Als ODBN zullen we ook in 2024 weer de VTH-taken op het gebied van soortenbescherming uitvoeren. Met de komst van Omgevingswet is er steeds meer aandacht voor soortenbescherming.
Anders dan in het algemeen opgaat voor de Omgevingswet, gaat de wet voor wat betreft natuurbescherming nog altijd uit van ‘nee-tenzij wetgeving'. De Omgevingswet heeft daarmee duidelijk niet alleen als doel om balans tussen een veilige en gezonde fysieke leefomgeving te bereiken, maar ook om deze goed te beschermen.
Wat gaan we doen in 2024? We verzorgen de VTH-taken namens de Provincie, en komen daarnaast ook steeds meer tegemoet aan de vraag vanuit de gemeentelijke deelnemers. Ook met de komst van de Omgevingswet blijven we ons hard maken voor de bescherming van de Brabantse natuur. Welke onzekerheden kennen we? We blijven de ontwikkelingen op het gebied van het stikstofdossier ook in 2024 nauwlettend in de gaten houden. We verwachten een grote inzet van onze medewerkers, maar kunnen deze op moment nog niet exact ramen. Wanneer hier meer duidelijk over is, wordt dit meegenomen in de gesprekken met onze deelnemers.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
ODBN Programmabegroting 2024
36
2.7 Bodemtaken Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 gaat een groot gedeelte van de bevoegdheid die nu bij de Provincie ligt voor de Wet bodembescherming (Wbb) over naar de gemeenten. De gemeenten zijn dan de primaire beheerder van de bodemkwaliteit voor hun grondgebied. Het gemeentelijke bodemtakenpakket wordt dus aanmerkelijk groter met de komst van de Omgevingswet. Alle provinciale bodemtaken komen bij de gemeenten te liggen. Reeds beschikte en lopende saneringen blijven onder de bevoegdheid van de Provincie. Toezicht en handhaving bij saneringen is onder de Omgevingswet een basistaak. De vergunningverlening onder de Wet bodembescherming is nu nog een verzoektaak. Het is mogelijk dat vergunningverlening bodem onder Omgevingswet ook een basistaak wordt. Het landelijke beleid voor bodembeheer blijft op hoofdlijnen hetzelfde. Het Rijk stelt afhankelijk van het bodemgebruik omgevingswaarden vast. Binnen deze waarden krijgen gemeenten wel bestuurlijke afwegingsruimte of bijvoorbeeld sanering nodig is afhankelijk van het bodemgebruik, of wanneer een bodemonderzoek vereist is bij bouwen en bestemmen. De vertaling van deze afwegingsruimte dient in het Omgevingsplan plaats te vinden.
Wat gaan we doen in 2024? In 2024 verwachten we een toename van de bodemtaken door de overdracht van de provinciale taken en de komst van nieuwe basistaken bodem, zoals graafactiviteiten. Desgewenst kunnen wij namens de gemeentelijke deelnemers verzoektaken op het gebied van bodem uitvoeren, ook gelet op onze kennispositie. Welke onzekerheden kennen we? Hoewel we meer zicht hebben gecreëerd op de verwachte omvang van de bodemtaken voor de gemeente onder de Omgevingswet, is er toch nog behoefte aan nadere concretisering. Zodra we meer informatie hebben en dat leidt tot bijstellingen, communiceren we daar actief over en verwerken we dat in het werkprogramma. Van sommige nieuwe taken hebben we geen ervaringscijfers, ook niet landelijk. Op dit moment is nog niet duidelijk wat onze gemeentelijke deelnemers gaan doen met de afwegingsruimte die de Omgevingswet aan gemeenten laat in de omgevingsplannen.
Voor de transitie van de provinciale bodemtaken richting de gemeenten hebben we in samenwerking met de andere twee Brabantse omgevingsdiensten een transitiedocument opgesteld. Daarin hebben we de procesmatige, personele en financiële gevolgen per gemeente inzichtelijk gemaakt. Per gemeente verschillen de verwachte uren sterk. Maar voor de meeste gemeenten geldt dat het aantal verwachte uren laag is voor wat betreft de voormalig provinciale bodemtaken. De komende periode zullen we nog meer gegevens verzamelen over de overheveling van de bodemtaken, om tot een nadere concretisering te komen. We constateren dat er nog maar bij een beperkt aantal deelnemers voldoende bodemkennis is. Voor de basistaken zorgt de ODBN dat die goed geborgd worden binnen onze organisatie. De deelnemers moeten zelf afwegen of ze de verzoektaken zelf gaan uitvoeren of aan de ODBN willen uitbesteden. In het werkprogramma wordt opgenomen welke verzoektaken wij kunnen uitvoeren, waaronder de beoordeling van de bodemonderzoeken.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
ODBN Programmabegroting 2024
37
38
3 Programma Bedrijfsvoering
Wat mag het kosten? REKENING 20221
BEGROTING 2023 NA WIJZIGING
BEGROTING 2024
15.355
18.089
19.803
1.573
130
130
TOTAAL LASTEN
16.929
18.219
19.933
Basis- en VTH verzoektaken
13.757
15.865
17.813
(Overige) Verzoektaken
9.938
13.521
14.092
Aanvullende verzoektaken
724
893
717
TOTAAL BATEN
24.419
30.279
32.622
SALDO
7.490
12.060
12.689
PROGRAMMA INDIVIDUELE DIENST VERLENING BEDRAGEN X € 1.000,Personeel Bedrijfsmiddelen
39
Inhoud programma Volgens het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is in deze begroting een paragraaf gewijd aan de PIOFACH taken; de paragraaf Bedrijfsvoering. Een programma met betrekking tot de bedrijfsvoering is relevant maar het accent zal gericht zijn op de verantwoording aan u als eigenaar. Waar mogelijk vertaald in kritieke prestatie-indicatoren (KPI’s). De algemene trends worden toegelicht in dit programma. De technische onderbouwingen worden elders in de begroting gegeven. In dit programma zijn ook de begrote baten en lasten van de interne financiering en de algemene dekkingsmiddelen opgenomen. Beleidskaders/richtlijnen