3. Verslag eerste experiment nieuw stembiljet
Tekst van het document
Verslag evaluatie | Eerste experiment met het stembiljet model 2 | OSAGE
48
In overleg met hun leveranciers hebben de gemeenten voor het bevestigen van het Overzicht van kandidaten in het stemhokje gekozen voor magneetstrips. Hierdoor konden de Overzichten eenvoudig worden bevestigd en weer losgemaakt, zonder het stemhokje te beschadigen. De meekijkgemeenten geven desgevraagd aan dat zij op het gebied van drukwerk een uitdaging zien. Met name bij een gemeenteraadsverkiezing luistert het nauw dat alle namen van de kandidaten juist zijn gespeld. Ook het (tijdig) laten aanleveren van logo’s vraagt wat van de gemeenten. Een draaiboek met strakke tijdlijnen zou helpen.
8.3 Logistiek Alle projectleiders van de experimenteergemeenten geven aan dat de distributie van het nieuwe stembiljet en de Overzichten van kandidaten goed is verlopen. Dat gold zowel voor het brengen van de middelen naar de stembureaus toe, als voor het laten ophalen of terugbrengen van de ingevulde stembiljetten. De gemeenten zijn zeer te spreken zijn over de positieve impact van het nieuwe kleinere stembiljet op de logistiek. Genoemd worden onder andere: er is (veel) minder opslagruimte nodig, het transport van de ingevulde stembiljetten kan in (veel) kleinere transportboxen (in plaats van in de grote stembussen) en daardoor kan het transport (deels) ook in gewone personenauto’s plaatsvinden en zijn busjes niet meer nodig. Eén gemeente merkt op dat het feit dat de telteams sneller klaar zijn met tellen – zie paragraaf 8.5 – voor een nieuwe logistieke uitdaging zorgt: iedereen is nu min of meer tegelijk klaar en dus moeten min of meer tegelijk de stembiljetten worden opgehaald. De meekijkgemeenten – die over het algemeen wat groter zijn – verwachten dat werken met het nieuwe stembiljet voor hen qua logistiek (heel) positief uitpakt. Twee voorbeelden. • Nu zijn er soms 2 of 3 stembussen per locatie nodig, als dat er nog maar 1 is bespaart dat bij gemeenten met veel locaties al aanzienlijk op transport (brengen en halen van al die stembussen) en opslag.
• Nu is het logistiek niet altijd mogelijk om op elke locatie aan het begin van de dag voldoende stembiljetten te krijgen. Die worden dus in de loop van de dag nageleverd. Met een kleiner stembiljet is de verwachting dat elke locatie wel gelijk vanaf het begin kan worden voorzien van de juiste hoeveelheid.
Verslag evaluatie | Eerste experiment met het stembiljet model 2 | OSAGE
49
8.4 Training van stembureauleden Over de training van stembureauleden zijn de meningen verdeeld: drie gemeenten vinden dat een fysieke training de eerste keer dat er met een nieuw stembiljet wordt gestemd belangrijk is, één gemeente vindt dat het ook prima online had gekund en één gemeente heeft daar geen uitgesproken mening over. Ook de waardering van de gemeenten voor de training verschilt: drie gemeenten vinden dat de training geholpen heeft de stembureauleden enthousiast te maken. Zij zien het als groot pluspunt dat stembureauleden het stembiljet en de andere middelen dan in het echt konden zien en voelen. Voor een volgende keer hebben de gemeenten nog wel een aantal verbetertips: • stem de verschillende trainingen (basis, tel, nieuw stembiljet) beter op elkaar af; • train alleen de voorzitters en vicevoorzitters fysiek; • organiseer een train-de-trainer-sessie zodat gemeenten het helemaal zelf kunnen doen; • besteed in de training over het nieuwe stembiljet (vooral) aandacht aan de nieuwe gespreksvaardigheden die van het 4e stembureaulid worden gevraagd. De meeste meekijkgemeenten denken dat bij een eerste deelname aan een experiment een vorm van fysieke training wel wenselijk is. Grotere gemeenten – met meer dan 1000 stembureauleden – geven daarbij aan dat het bijna onmogelijk is om iedereen zo’n training te geven.
Suggesties voor alternatieven zijn alleen een fysieke training voor voorzitters en vicevoorzitters, webinars, een quiz of spel en een aantal (vrijwillig te bezoeken) inloopsessies waar stembureauleden het stembiljet en de andere middelen zelf kunnen zien & voelen.
8.5 Tellen Alle gemeenten vinden dat het tellen veel makkelijker en sneller ging dan met het huidige stembiljet. Vier van de vijf gemeenten telden met centrale stemopneming, en volgens hen ging het tellen zowel op donderdag als op vrijdag sneller. Eén gemeente geeft aan dat bij het inpakken van de stembiljetten in papieren pakketten langer duurde dan het tellen zelf. De meeste tijdwinst is volgens de gemeenten behaald doordat het stembiljet veel sneller is uit te vouwen, en doordat het stembiljet in een oogopslag is te beoordelen. Ook het feit dat er veel minder ruimte nodig is maakt het tellen makkelijker. Eén gemeente zegt dat er bij de centrale telling op vrijdag minder lijstverschuivingen waren dan normaal. De meekijkgemeenten denken (en hopen) dat het tellen met het nieuwe stembiljet – net als in de experimenteergemeenten – ook bij hen sneller en makkelijker gaat. Niemand verwacht problemen rond de telinstructie, die dan moet worden aangepast.
Verslag evaluatie | Eerste experiment met het stembiljet model 2 | OSAGE
50
8.6 Communicatie met kiezers over het nieuwe stembiljet Voor het vooraf informeren van de kiezers over het nieuwe stembiljet hebben alle gemeenten gebruikgemaakt van middelen die via de toolkit van het ministerie ter beschikking zijn gesteld. Zie bijlage I voor een overzicht. Daarnaast hebben gemeenten nog eigen communicatiemiddelen en -activiteiten ontwikkeld. Zoals het uitdelen van folders op de markt of het plaatsen van aankondigingen op digiborden. Eén gemeente heeft ook social advertising ingezet. Geen van de gemeenten heeft precieze cijfers over het bereik. Maar allemaal hebben ze de indruk dat de meeste kiezers wel voorafgaand aan de verkiezingsdag wel iets hebben gelezen of gehoord over stemmen met het nieuwe stembiljet. Dat komt overeen met de uitkomsten van de enquête onder kiezers: 90% geeft aan vooraf op de hoogte te zijn van het feit dat er werd gestemd met een nieuw stembiljet. Zie ook hoofdstuk 6.1. Wat betreft het papieren oefenmateriaal zijn de experimenteergemeenten het eens: daarvan is op de verkiezingsdag zelf geen gebruik gemaakt, en ook de oefenmomenten vooraf zijn maar mondjesmaat bezocht. De gemeenten vinden het belangrijk dat kiezers vooraf kunnen oefenen, maar wellicht zouden ze de oefenmomenten een volgende keer kunnen laten aansluiten bij bestaande activiteiten, zodat ze drukker bezocht worden.
Interessante observatie van één van de meekijkgemeenten – waar nog met het huidige stembiljet is gestemd – was dat er een nieuw soort ongeldige stemmen was uitgebracht. Namelijk: 2 vakjes van een lijst ingekleurd. Eén aan de bovenkant, en één aan de onderkant. De aanname van deze gemeente was dat de kiezers die zo hebben gestemd een nieuwsitem bij de lokale omroep hebben gezien over het nieuwe stembiljet. Verder geven een paar meekijkgemeenten aan dat zij bij een gemeenteraadsverkiezing ook zouden kijken naar communicatiemiddelen in andere talen. Het bereiken van alle kiezers zien de meekijkgemeenten – net als de experimenteergemeenten – als een uitdaging: ze verwachten dat daarvoor wel extra capaciteit nodig is.
Verslag evaluatie | Eerste experiment met het stembiljet model 2 | OSAGE
51
8.7 Verbetervoorstellen en adviezen vanuit de verkiezingsteams Op basis van de ervaringen met het nieuwe stembiljet geven de experimenteer gemeenten aan dat de volgende verbeteringen wenselijk zijn: • duidelijkere uitleg over een te hoog kandidaatnummer; • beter onderscheid tussen de verzending van de stempas en het Overzicht van kandidaten voor de kiezers thuis (zodat verwarring wordt voorkomen); • streven naar meer deelnemers aan de oefenmomenten voorafgaand aan de verkiezingsdag door aan te sluiten bij bestaande bijeenkomsten en events zoals taalcafes; • meer aandacht in de training voor stembureauleden voor de vaardigheden die horen bij de rol van host/uitleggever. Daarnaast geven de experimenteergemeenten aan dat de volgende verkiezing een gemeenteraadsverkiezing is. En volgens de gemeenten is het belangrijk om bij een volgend experiment extra aandacht te besteden aan het communiceren met de raden over het nieuwe stembiljet en de zorgvuldige totstandkoming ervan.
Vanuit de meekijkgemeenten komen nog de volgende aanvullende suggesties: • diverse alternatieven voor een fysieke training voor stembureauleden (webinar, inloopspreekuur, quiz of spel); • alleen op een deel van de locaties oefenmogelijkheid aanbieden, waarbij je duidelijk communiceert ‘op deze locaties is extra uitleg aanwezig’; • samenwerking met initiatieven als Direct Duidelijk met name om de groep laaggeletterden te bereiken; • als gemeenten (meer) gebruik maken van elkaars netwerken om specifieke groepen te bereiken; • een overzicht of checklist ‘waar op te letten’ die gebruikt kan worden bij het maken van afspraken met leveranciers van drukwerk; • tijdig beginnen met het aanschrijven van plaatselijke partijen voor het laten registreren van partijlogo’s.
Verslag evaluatie | Eerste experiment met het stembiljet model 2 | OSAGE
52
9
Tijdregistraties
Verslag evaluatie | Eerste experiment met het stembiljet model 2 | OSAGE
53
9 Tijdregistraties 9.1 Tijdregistraties kiezers In de stemlokalen waar enquêteurs stonden was ook steeds een tijdwaarnemer aanwezig. Doel was zicht te krijgen op de tijd die kiezers nodig hebben om in het stemhokje hun keuze te bepalen. De tijdwaarnemer maakte daarvoor gebruik van een eenvoudige app op een tablet. Zodra een kiezer een stemhokje instapte, drukte de tijdwaarnemer op start, als deze het stemhokje verliet op stop. De app registreerde automatisch de tijd, en was weer klaar voor de volgende ‘start’. Opdracht was om steeds maar één kiezer tegelijk te volgen. In de experimenteergemeenten Alphen aan den Rijn en Tynaarlo zijn de kiezers sneller met het nieuwe stembiljet klaar dan de kiezers in de referentiegemeenten Westland en Leusden. In Midden-Delfland en Borne deden de stemmers met een nieuw stembiljet er juist (iets) langer over dan de stemmers in Zoeterwoude en Oldenzaal. En de kiezers in Boekel en referentiegemeente Bladel ontliepen elkaar nauwelijks. Tabel 18
Tijd in het stemhokje, in seconden Gemiddelde
Mediaan
Alphen aan den Rijn
34
33
Westland
61
54
Boekel
35
34
Bladel
33
32
Borne
55
54
Oldenzaal
45
39
Midden-Delfland
60
51
Zoeterwoude
47
41
Tynaarlo
49
43
Leusden
51
47
Verslag evaluatie | Eerste experiment met het stembiljet model 2 | OSAGE
54
9.2 Geregistreerde teltijden donderdagavond Aan de experimenteer- en referentiegemeenten is gevraagd om op donderdagavond 6 juni in elk stemlokaal bij te houden hoe lang het tellen duurde. Het verzoek was de tijd te registreren vanaf het moment van het legen van de stembussen, tot het opmaken van het proces verbaal, en die geregistreerde tijd vervolgens te noteren op een aparte A4. Bedoeling was om de tijden met elkaar te kunnen vergelijken. Bij de analyse van de opgehaalde data bleek het lastig om tijden te kunnen vaststellen die goed met elkaar vergeleken kunnen worden. Niet elke gemeente had de tijd op dezelfde manier vastgelegd. Bovendien verschilde het aantal stembiljetten dat werd geteld, het aantal tellers, de telmethode en of er centraal of decentraal werd geteld. Deze ontbrekende informatie viel deels nog achteraf te achterhalen, maar niet alle informatie is boven tafel gekomen. Om toch een indruk te krijgen is op basis van de informatie die beschikbaar was de gemiddelde teltijd per 1000 stembiljetten berekend (tabel 19). Hieruit komt het beeld naar voren dat het tellen op de donderdagavond in de experimenteergemeenten (iets) sneller gaat dan in de referentiegemeenten. Maar dit zijn geen harde getallen.
Wel komt het beeld overeen met de uitkomsten van de onderzoeken onder stembureauleden en ambtenaren van de experimenteergemeenten: zij waren allemaal overtuigd van het feit dat het tellen met het nieuwe stembiljet (veel) sneller en makkelijker ging. Zie ook hoofdstukken 7.1 en 8.4. Tabel 19
Gemiddelde teltijd per 1000 stembiljetten Experimenteergemeenten
Referentiegemeenten
Bij Centraal tellen (CSO)
1 uur 26 minuten
1 uur 43 minuten
Bij Decentraal tellen (DSO)
2 uur 12 minuten
3 uur 10 minuten
Notabene: de gemiddelde teltijd per 1000 stembiljetten DSO in de experimenteer gemeenten is alleen gebaseerd op de gemeente Borne. De andere experimenteer gemeenten – Alphen aan den Rijn, Boekel, Midden-Delfland en Tynaarlo – tellen allemaal centraal. Bij de referentiegemeenten ligt de verhouding anders: drie gemeenten tellen daar met decentrale stemopneming (Leusden, Oldenzaal en Zoeterwoude), en twee gemeenten met centrale stemopneming (Westland en Bladel).
Verslag evaluatie | Eerste experiment met het stembiljet model 2 | OSAGE
55
10
Aanbevelingen naar aanleiding van de onderzoeks resultaten Verslag evaluatie | Eerste experiment met het stembiljet model 2 | OSAGE
56
10 Aanbevelingen naar aanleiding van de onderzoeksresultaten De resultaten van de verschillende onderzoeken bieden aanknopingspunten voor een aantal verbeteringen die kunnen worden doorgevoerd als er weer een experiment met het nieuwe stembiljet model 2 plaatsvindt. De aanbevelingen hebben betrekking op: 1. het stembiljet en de andere middelen 2. de specificaties en richtlijnen 3. de voorbereiding in de gemeenten 4. de training van stembureauleden 5. de communicatie over het nieuwe stembiljet In de aanbevelingen hierna zijn ook de verbetersuggesties van de gemeenten (zie hoofdstuk 8.7) meegenomen. 1. Het stembiljet en de andere middelen • Ga na of op het stembiljet en het Overzicht van kandidaten de afbeelding met het aantal kandidaten per partij dan wel de uitleg over de betekenis van de afbeelding verder kan worden verbeterd, zodat de kans op een ongeldige stem op deze manier minder wordt. • Ga na of en hoe het papieren en het digitale oefenmateriaal kan worden verbeterd. 2. De specificaties en richtlijnen • Ga na op welke punten en op welke manier de specificaties voor de middelen kunnen worden verduidelijkt, zodat leveranciers van het verkiezingsdrukwerk er makkelijker mee kunnen werken. Neem daarbij ook mee de richtlijnen voor het gebruik van logo’s van politieke partijen.
• Onderzoek de mogelijkheid van het opstellen van een compact overzicht met aandachtspunten dat door gemeenten gebruikt kan worden bij het maken van afspraken met leveranciers van drukwerk, en bij het controleren ervan. 3. De voorbereiding in gemeenten Stel, mede op basis van de ervaringen opgedaan tijdens het experiment op 6 juni, een draaiboek op met te doorlopen stappen en tijdlijnen voor gemeenten die (voor het eerst) een verkiezing organiseren waar gestemd wordt met het nieuwe stembiljet.
Verslag evaluatie | Eerste experiment met het stembiljet model 2 | OSAGE
57
4. Training van stembureauleden Ga na of en hoe de training voor stembureauleden kan worden verbeterd. Kijk daarbij ook naar alternatieven voor een fysieke training. 5. Communicatie over het nieuwe stembiljet • Ga na hoe in de communicatie voorafgaand aan de verkiezingsdag de uitleg over het gevolg van een te hoog kandidaatnummer kan worden verbeterd, zodat de kans op een ongeldige stem op deze manier kleiner wordt. • Ga, in overleg met betrokken gemeenten, na hoe specifieke doelgroepen beter kunnen worden bereikt. Kijk daarvoor of kan worden aangesloten bij bestaande netwerken en initiatieven.
Verslag evaluatie | Eerste experiment met het stembiljet model 2 | OSAGE
58
Bijlagen I. Middelen om de kiezers vooraf te informeren II. Onderzoeksrapport: Hoe beoordelen kiezers het nieuwe stembiljet? III. Onderzoeksrapport: Hoe beoordelen stembureauleden (werken met) het nieuwe stembiljet? IV. Rapportage van kwalitatief onderzoek: Evaluatie experiment met stembiljet model 2; Europees Parlementsverkiezing 2024 V. Verslag gesprekken met gemeenten
Verslag evaluatie | Eerste experiment met het stembiljet model 2 | OSAGE 29 juli 2024 versienr 1.0
Verslag evaluatie | Eerste experiment met het stembiljet model 2 | OSAGE
60