3. Verslag eerste experiment nieuw stembiljet
Tekst van het document
Verslag evaluatie | 29 juli 2024 | Versienr. 1.0
Eerste experiment met het stembiljet model 2
s ie
K n
éé
Ste j
ti
aa jn
ti
r pa
r Pa
m
m
aa jn
K
m i rt at aa a Pa ijn 3 id rt nd Pa 6 ka 2 n éé 5 s ie 1
mb ilje t
4
In dit verslag 1
Inleiding
5
2
Het stembiljet en de andere middelen 2.1 Het stembiljet en het Overzicht van kandidaten 2.2 Hulpmiddelen voor blinde en slechtziende kiezers 2.3 Middelen om de kiezers te informeren
8 8 10 10
3
Nadere regels bij een experiment met het nieuwe stembiljet 3.1 Bemensing stembureau: een extra lid 3.2 Inrichting van het stemhokje en stemlokaal 3.3 Uitreiken nieuw stembiljet bij vergissen 3.4 Ophalen informatie ten behoeve van de evaluatie
13 13 13 13 14
4
Het onderzoek 4.1 Onderzoeksvraag 4.2 Betrokken gemeenten 4.3 Uitvoering onderzoeken op 6 juni
16 16 16 18
5
Uitslagen 5.1 Totaal 5.2 Redenen van ongeldigheid 5.3 Stemmen op de lijsttrekker 5.4 Aantal keer nieuw stembiljet uitgereikt 5.5 Wat verder opvalt
23 23 24 25 25 26
6
Bevindingen kiezers 6.1 Over de deelnemers aan de enquête 6.2 De waardering van de kiezer voor het gemak van het gebruik van het stembiljet in het stemhokje 6.3 De waardering van de kiezer voor het gebruik van het Overzicht van kandidaten in het stemhokje 6.4 De wijze waarop de kiezer zijn keuze van een kandidaat bepaalt 6.5 De waardering van de kiezer voor de uitleg, de oefenvoorziening en het oefenmateriaal 6.6 Bevindingen kiezers die hebben gestemd met behulp van de mal
28 29 31 32 33 34 36
7
Bevindingen stembureauleden en tellers 7.1 Of en in welke mate de stembureauleden het tellen van de nieuwe stembiljetten eenvoudiger vonden 7.2 De waardering van de stembureauleden voor het instructiemateriaal 7.3 De impact van het gebruik van het nieuwe stembiljet op de werkzaamheden van stembureauleden
39 40 43
8
Bevindingen gemeentelijke verkiezingsorganisatie 8.1 Werkdruk 8.2 Drukwerk 8.3 Logistiek 8.4 Training van stembureauleden 8.5 Tellen 8.6 Communicatie met kiezers over het nieuwe stembiljet 8.7 Verbetervoorstellen en adviezen vanuit de verkiezingsteams
47 48 48 49 50 50 51 52
9
Tijdregistraties 9.1 Tijdregistraties kiezers 9.2 Geregistreerde teltijden donderdagavond
54 54 55
10
Aanbevelingen naar aanleiding van de onderzoeksresultaten
57
45
Bijlagen59
Let op • De tabellen en staafdiagrammen in deze rapportage geven per onderdeel de resultaten in percentages weer. • Voor de leesbaarheid zijn de percentages afgerond op hele getallen. • Het kan daardoor voorkomen dat tabellen optellen tot soms 101% of soms 99%.
1
Inleiding
1 Inleiding Op de dag van stemming van de Europees Parlementsverkiezing op 6 juni 2024 is in vijf gemeenten geëxperimenteerd met een nieuw model stembiljet, dat in de toelichting bij de Tijdelijke experimentenwet nieuwe stembiljetten (hierna: de Tijdelijke experimentenwet) wordt beschreven als model 2 (hierna: het nieuwe stembiljet). Het stemmen met dit nieuwe stembiljet is geëvalueerd op basis van artikel 18 van het Tijdelijk experimentenbesluit nieuwe stembiljetten (hierna: Tijdelijk experimentenbesluit). De onderzoeksopzet, onderzoeksvragen en protocollen zijn op 22 april 2024 ingevolge de motie Van der Plas (BBB)1 aan de Tweede Kamer gestuurd. De nieuwe stembiljetten zijn tussen 2012 en 2023 verschillende keren en op verschil lende manieren getest.2 Er zijn kwalitatieve testen gedaan, waarbij kleine groepjes kiezers hun oordeel gaven over het stembiljet en de bijbehorende middelen en er zijn grootschalige stemtesten georganiseerd. Deze vonden plaats los van of parallel aan een echte verkiezing. Aan kiezers werd gevraagd om mee te doen aan een test met een nieuw stembiljet. De uitkomst van een test telt niet mee voor de uitslag van een verkiezing. Bij een experiment is dat anders: dan telt de uitkomst wel mee.
Het doel van een experiment is om zichtbaar te maken hoe een nieuw model stembiljet in de praktijk werkt voor kiezers, stembureauleden, gemeenten en leveranciers van verkiezingsmaterialen. Daartoe dient ook de evaluatie van dit experiment. De onderzoeken in het kader van deze evaluatie vonden plaats in aanloop naar, tijdens en binnen enkele dagen na afloop van de stemming voor de verkiezing van de leden van het Europees Parlement op donderdag 6 juni 2024. Verschillende gemeenten verspreid over Nederland deden mee aan de onderzoeken. Er werd niet alleen onder zoek gedaan in de vijf gemeenten waar werd gestemd met het nieuwe stembiljet. Om de resultaten te kunnen vergelijken gebeurde dat ook in vijf gemeenten waar werd gestemd met het huidige stembiljet. Bovendien keken vijf grotere gemeenten mee om de impact van het nieuwe stembiljet op hun organisatie te kunnen inschatten.
1 2
Kamerstukken II 2021/22, 35165, nr. 15. Zie Rapportage van ontwerpen en testen van nieuwe concepten stembiljetten die elektronisch kunnen worden geteld van 16 oktober 2013, het verslag Doorontwikkelen en testen concept model 1 stembiljet van 29 april 2016, het verslag Test met twee concepten voor een nieuw stembiljet in 2018 van 6 maart 2019 en het verslag Test gebruik en constructie Overzicht van kandidaten in het stemhokje (‘kalender’) en in het stemlokaal (‘poster’) van 15 juni 2023. Gedeeld met de Tweede Kamer bij brief van 18 oktober 2013 (Kamerstukken II 2013/2014, 31142, nr. 37), resp. van 6 mei 2016 (Kamerstukken II 2015/2016, 31142, nr. 55), resp. 9 mei 2019 (Kamerstukken II 2018/2019, 35165 nr. 4), resp. 25 september 2023 (Kamerstukken II 2023/2024, 35165 nr. 61.
Verslag evaluatie | Eerste experiment met het stembiljet model 2 | OSAGE
5
Voor de evaluatie zijn meerdere onderzoeksmethodes ingezet: zowel kwantitatief (enquêtes onder de verschillende doelgroepen en tijdregistratie) als kwalitatief (focusgroepen om op onderdelen de diepte in te kunnen gaan, bureauonderzoek en gesprekken). Hoofdstuk 2 beschrijft het stembiljet en de andere middelen die onderwerp waren van het experiment. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de regels die gelden bij een experiment. Hoofdstuk 4 gaat over de uitvoering van het onderzoek. Hoofdstuk 5 vat de uitslagen samen. In de hoofdstukken 6 tot en met 8 staan de uitkomsten van de onderzoeken onder kiezers, stembureauleden en gemeenten en leveranciers. Hoofdstuk 9 geeft tot slot een overzicht van de geregistreerde tijden die kiezers in het stemhokje doorbrachten, en bijgehouden teltijden.
Verslag evaluatie | Eerste experiment met het stembiljet model 2 | OSAGE
6
2
Het stembiljet en de andere middelen Verslag evaluatie | Eerste experiment met het stembiljet model 2 | OSAGE
7
2 Het stembiljet en de andere middelen 2.1 Het stembiljet en het Overzicht van kandidaten Het nieuwe stembiljet is zo ontworpen dat het voldoet aan strikte normeringen op het gebied van toegankelijkheid en verwerkbaarheid. Daardoor is het nieuwe stembiljet in vergelijking met het huidige stembiljet: • beter te hanteren door kiezers bij het stemmen, • beter te hanteren door stembureauleden bij het tellen, • beter te lezen door laaggeletterde of slechtziende kiezers, • beter te gebruiken in combinatie met hulpmiddelen voor kiezers met een beperking, zoals blinde en slechtziende kiezers, • (in de toekomst) elektronisch te tellen. De strakke normeringen stellen onder andere eisen aan de te gebruiken papiersoort, de vouwwijze en de afwerking van de stembiljetten. En aan de indeling, lettersoort, lettergrootte en kleurstelling van de stembiljetten en Overzichten van kandidaten.
GROENLINKS / Partij van de Arbeid (PvdA)
00 20
11 ChristenUnie
00 19
2
VVD
28 00
12 Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP)
39
3
CDA - Europese Volkspartij
00 27
13 BBB
4
Forum voor Democratie
00 31
14 Meer Directe Democratie
5
5
D66
34
15 SP (Socialistische Partij)
00 30
6
Partij voor de Dieren
00 41
16 vandeRegio
00 14
7
50PLUS
21
00 50
17 Volt Nederland
00 23
8
PVV (Partij voor de Vrijheid)
20
18 Belang Van Nederland (BVNL)
00 12
9
JA21
00 15
19 NSC
00 16
10 NL PLAN EU
10
20 Piratenpartij - De Groenen
00 42
U stemt door één witte stip bij een partij en één witte stip bij een kandidaat van die partij rood te kleuren
1
Vouw het biljet open
op 6 juni 2024
Kies één partij
Stembiljet voor de verkiezing van de leden van het Europees Parlement
Stembiljet voor de verkiezing van de leden van het Europees Parlement
op 6 juni 2024
Het nieuwe stembiljet is ongeveer 40 bij 30 centimeter (A3-formaat). Op de bovenste helft staan de logo’s en namen van de partijen. Op de onderste helft staan de nummers van de kandidaten. Er staan geen namen van kandidaten op het stembiljet. Die namen staan in een Overzicht van kandidaten. Dat overzicht lag in elk stemhokje en hing in elk stemlokaal. Bovendien kreeg elke kiezer vóór de verkiezing met de post een kandidatenlijst thuisgestuurd.
Kijk voor namen in Overzicht van kandidaten
en kies één kandidaat van die partij
Kies geen hoger kandidaatnummer dan het aantal kandidaten van de partij
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
MICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROT3KSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKST MICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKST MICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKST MICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKSTMICROMICROTEKSTMICROTEKSTMICROMICROTEKSTMICROTEKSTMICROMICROTEKSTMICROTEKSTMICROMICROTEKSTMICROTEKSTMICROTEKST
Afbeelding 1 Voorzijde en achterzijde van het stembiljet voor de Europees Parlementsverkiezing 2024.
Verslag evaluatie | Eerste experiment met het stembiljet model 2 | OSAGE
8
Het Overzicht van kandidaten in het stemhokje was in het midden van het schrijfblad van het stemhokje bevestigd, op zo’n manier dat het na gebruik altijd dicht viel. Op die manier bleef het stemgeheim gewaarborgd.
Afbeelding 2 Het Overzicht van kandidaten in het stemhokje.
Op het Overzicht van kandidaten dat elke kiezer kreeg thuisgestuurd stond ook beknopte, visuele uitleg over het nieuwe stembiljet.
Afbeelding 3 Het Overzicht van kandidaten ‘brievenbusmodel Boekel’.
Verslag evaluatie | Eerste experiment met het stembiljet model 2 | OSAGE
9
2.2 Hulpmiddelen voor blinde en slechtziende kiezers Voor slechtziende kiezers lag er – behalve een vergrootglas – in elk stemlokaal een Overzicht van kandidaten in extra grote letters. In elke experimenteergemeente was ten minste één mal met audiovoorziening aanwezig. Daarmee konden blinde en slecht ziende kiezers, of kiezers met een beperking aan het bewegingsapparaat (denk aan Parkinson), zelfstandig een stem uitbrengen. Anders dan de mal die nu door gemeenten wordt gebruikt, is deze mal herbruikbaar. De mal kan bij elke verkiezing op maat worden gemaakt.
Afbeelding 4 De mal met audiovoorziening
2.3 Middelen om de kiezers te informeren Voorafgaand aan de verkiezing werden kiezers op verschillende manieren geïnformeerd over het nieuwe stembiljet, en de werking ervan: • door (grotendeels gevisualiseerde) uitleg toe te voegen aan de envelop bij de stempas en het Overzicht van kandidaten dat kiezers in de brievenbus ontvingen; • met korte uitlegvideo’s en een speciale ‘oefenwebsite’, waarvan de links werden verspreid via de website van de gemeente, via social media en op posters met QRcodes die in de gemeenten hingen; • met door de gemeente georganiseerde oefenmomenten of inloopspreekuren voor specifieke doelgroepen zoals ouderen en blinde of slechtziende kiezers; • met papieren oefenmateriaal dat in bibliotheken en dienstencentra kwam te liggen.
Verslag evaluatie | Eerste experiment met het stembiljet model 2 | OSAGE
10
Bovendien voerde elke gemeente een lokale communicatiecampagne. De basis bestond uit een serie posters die op diverse locaties werden opgehangen, advertenties in huis-aan-huis bladen en een serie social media posts. Zie bijlage I voor een overzicht van deze middelen. Elke gemeente heeft daarnaast eigen, aanvullende communicatiekanalen en middelen gebruikt zoals nieuwsitems door lokale en landelijke media, social advertising en artikelen in (digitale) nieuwsbrieven voor specifieke doelgroepen, zoals een nieuwsbrief van een ouderenbond.
Verslag evaluatie | Eerste experiment met het stembiljet model 2 | OSAGE
11
3
Nadere regels bij een experiment met het nieuwe stembiljet Verslag evaluatie | Eerste experiment met het stembiljet model 2 | OSAGE
12
3 Nadere regels bij een experiment met het nieuwe stembiljet In de Tijdelijk experimentenwet nieuwe stembiljetten zijn nadere regels gesteld over het experiment met het nieuwe stembiljet. Die regels hebben onder andere betrekking op de bemensing van het stembureau, de inrichting van het stemhokje en het stemlokaal, het uitreiken van een nieuw stembiljet, en de evaluatie van het experiment.
3.1 Bemensing stembureau: een extra lid Op de dag van stemming tijdens een experiment moeten steeds minimaal vier stem bureauleden aanwezig zijn op het stembureau, in plaats van de drie stembureauleden bij een verkiezing met het huidige stembiljet. Dit extra, vierde stembureaulid heeft als taak om kiezers actief welkom te heten en te wijzen op het feit dat er met een nieuw stembiljet wordt gestemd, uitleg te geven, vragen te beantwoorden en waar nodig kiezers te begeleiden bij het oefenen. In de aanloop naar het eerste experiment op 6 juni hebben alle stembureauleden in de experimenteergemeenten een fysieke training gevolgd waarmee zij werden voorbereid op deze nieuwe taken.
3.2 Inrichting van het stemhokje en stemlokaal In elk stemhokje ligt een Overzicht van de kandidaten, zodanig bevestigd dat het niet open blijft liggen. En in elk stemlokaal waar met een nieuw stembiljet wordt gestemd is er gelegenheid om desgewenst – voorafgaand aan het stemmen – te oefenen met het invullen van het nieuwe stembiljet.
3.3 Uitreiken nieuw stembiljet bij vergissen Bij verkiezingen waar wordt gestemd met het huidige stembiljet, kan de voorzitter een kiezer die denkt zich te hebben vergist eenmaal een nieuw stembiljet uitreiken. Bij een verkiezing waar wordt geëxperimenteerd met een nieuw stembiljet kan een kiezer tweemaal een nieuw biljet krijgen.
Verslag evaluatie | Eerste experiment met het stembiljet model 2 | OSAGE
13
3.4 Ophalen informatie ten behoeve van de evaluatie Van elk experiment met een nieuw stembiljet vindt een evaluatie plaats. In hoofdstuk 4 staat beschreven welke onderzoeken daarvoor zijn uitgevoerd. Daarnaast is het aantal geldige en ongeldige stemmen onderwerp van evaluatie. Om inzicht te krijgen in de redenen van ongeldigheid is aan de stembureaus gevraagd een bijlage bij het procesverbaal te voegen met daarin de redenen van ongeldigheid van uitgebrachte stemmen. Op basis van het Tijdelijk experimentenbesluit is geregeld dat wanneer een kiezer alleen een stemvakje voor een partij invult de stem wordt toegewezen aan de lijst trekker van die partij. Aan de stembureaus is gevraagd om per partij bij te houden hoe vaak een kiezer op de lijsttrekker heeft gestemd door enkel het stemvakje voor een partij in te kleuren.
Verslag evaluatie | Eerste experiment met het stembiljet model 2 | OSAGE
14
4
Het onderzoek
Verslag evaluatie | Eerste experiment met het stembiljet model 2 | OSAGE
15
4 Het onderzoek Voor een uitgebreide beschrijving van de onderzoeksopzet, de gebruikte vragenlijsten en gehanteerde protocollen wordt verwezen naar het evaluatieplan met bijlagen dat op 22 april 2024 naar de Tweede Kamer is gestuurd3. Hierna wordt het onderzoek op hoofdlijnen beschreven.
4.1 Onderzoeksvraag De centrale onderzoeksvraag luidde: ‘Hoe werkt het stembiljet model 2 in de praktijk, voor kiezers, stembureauleden, gemeenten en leveranciers van verkiezingsmaterialen?’. De evaluatie moet daarvoor inzicht geven in: 1. de effecten van het gebruik van het nieuwe stembiljet op de uitvoerbaarheid voor stembureauleden, tellers en gemeenten; 2. de effecten van het stemmen met het nieuwe stembiljet op de wijze waarop de kiezer zijn stem uitbrengt op het stembiljet; 3. de bruikbaarheid en de effecten van de ingezette middelen en materialen; 4. de organisatorische consequenties van het gebruik van het nieuwe stembiljet.
4.2 Betrokken gemeenten Bij de evaluatie waren verschillende gemeenten verspreid over Nederland betrokken: • vijf experimenteergemeenten – daar werd gestemd met het nieuwe stembiljet; • vijf referentiegemeenten – daar werd gestemd met het huidige stembiljet. Het gaat om vijf gemeenten die qua inwoneraantal, bevolkingssamenstelling en stemgedrag bij vorige verkiezingen vergelijkbaar zijn met de experimenteergemeenten. Onderzoeksresultaten uit de referentiegemeenten dienden om de resultaten uit de experimenteergemeenten mee te kunnen vergelijken. • vijf meekijkgemeenten – deze grotere buurgemeenten van de experimenteer gemeenten keken mee om de effecten en organisatorische consequenties bij eventuele opschaling te kunnen inschatten. Omdat de gemeente Westland zowel referentiegemeente als meekijkgemeente was, ging het in totaal om 14 verschillende gemeenten.
3
Kamerstukken II 2021/22, 35165, nr. 15.
Verslag evaluatie | Eerste experiment met het stembiljet model 2 | OSAGE
16
Kiesgerechtigden
Stembureaus
Alphen a/d Rijn
87.365
75
Boekel
8.732
8
Borne
19.041
15
Midden-Delfland
14.897
10
Tynaarlo
27.123
28
Westland
85.208
54
Bladel
16.612
10
Oldenzaal
25.410
18
Zoeterwoude
7.717
6
Leusden
24.639
14
Den Haag
361.469
249
Meierijstad
64.563
50
Enschede
120.992
75
Westland
85.208
54
Groningen
183.746
151
Experimenteergemeente
Referentiegemeente
Meekijkgemeente
In deze gemeenten hebben zich voorafgaand aan en op de dag van stemming geen bijzonderheden voorgedaan die van invloed zouden kunnen zijn op uitkomsten van de evaluatie.
Verslag evaluatie | Eerste experiment met het stembiljet model 2 | OSAGE
17
4.3 Uitvoering onderzoeken op 6 juni Het gebruik van het nieuwe stembiljet tijdens de verkiezing op 6 juni is geëvalueerd door middel van kwantitatief en kwalitatief onderzoek. De volgende onderzoeken vonden plaats: • kwantitatief onderzoek onder kiezers en stembureauleden bij experimenteer- en referentiegemeenten; • kwalitatief onderzoek onder kiezers en stembureauleden bij experimenteergemeenten; • kwalitatief onderzoek onder projectleiders en anderen, betrokken bij de gemeentelijke organisatie van de experimenteergemeenten; • analyse van de processen verbaal en andere openbare data. 4.3.1 Kwantitatief onderzoek onder kiezers en stembureauleden Belangrijk doel van het evaluatieonderzoek is om representatieve uitspraken te kunnen doen over een grotere groep kiezers. Hiervoor is het nodig dat er een representatieve steekproef wordt gehouden onder kiezers. Daarmee worden cijfermatige inzichten opgehaald, waarbij ook groepen met elkaar kunnen worden vergeleken. De methoden die voor deze evaluatie zijn gebruikt zijn enquête en tijdregistratie. De volgende kwantitatieve onderzoeken zijn uitgevoerd: 1. een een-op-een-enquête onder minimaal 400 kiezers4 per gemeente direct bij de uitloop uit het stemlokaal als ze hebben gestemd; 2. een online enquête onder minimaal 70%5 van de stembureauleden die wordt uitgezet in de dagen na de stemming; 3.
het opnemen en registreren van de tijd die een kiezer in een stemhokje doorbrengt bij minimaal 400 kiezers6 per gemeente. Alle gehanteerde vragenlijsten en protocollen zijn op 22 april 2024 samen met de onderzoeksopzet aan de Tweede Kamer gestuurd7.
4 5 6 7
400 ingevulde vragenlijsten zijn nodig om een betrouwbaarheidspercentage van 95% te realiseren. Een responspercentage van 70% is van belang voor de betrouwbaarheid en representativiteit. 400 geregistreerde tijden zijn nodig om een betrouwbaarheidspercentage van 95% te realiseren. Kamerstukken II 2021/22, 35165, nr. 15.
Verslag evaluatie | Eerste experiment met het stembiljet model 2 | OSAGE
18
Tabel 1
Overzicht deelnemers kwantitatieve onderzoeken Vragenlijsten kiezers
Tijdregistratie
Vragenlijsten stembureauleden
Totaal ingevuld
6.174
7.164
1.578
Alphen a/d Rijn
758
1.465
705
Boekel
480
371
51
Borne
577
849
75
Midden-Delfland
544
744
69
Tynaarlo
604
1.200
246
Gebruikers stemmal
14
n.v.t.
n.v.t.
Totaal experimenteergemeenten
2.977
4.629
1.146
Westland
601
624
229
Bladel
885
746
66
Oldenzaal
598
597
80
Zoeterwoude
442
433
30
Leusden
671
135
27
Totaal referentiegemeenten
3.197
2.535
432
4.3.2 Kwalitatief onderzoek onder kiezers en stembureauleden Bij kwalitatief onderzoek gaat het er niet zozeer om uitspraken te doen voor de hele populatie, maar meer om het verkennen van een proces of thema om zo meer inzicht te krijgen in hoe de ingezette middelen, materialen en processen zijn ervaren. De methode die voor deze evaluatie is ingezet zijn groepsdiscussies in zogeheten focusgroepen met meerdere deelnemers. De volgende kwalitatieve onderzoeken zijn uitgevoerd: 1. 10 (online) focusgroepgesprekken met kiezers uit experimenteergemeenten (verdeeld over 5 leeftijdscategorieën) op vrijdag 7 juni en maandag 10 juni, en 2. 4 (online) focusgroepgesprekken met stembureauleden van de experimenteergemeenten op maandag 10 juni.
Verslag evaluatie | Eerste experiment met het stembiljet model 2 | OSAGE
19
Tabel 2
Overzicht deelnemers kwalitatieve onderzoeken kiezers Leeftijd
18 - 30
31 - 40
41 - 55
56 - 65
66+
Totaal
Aantal deelnemers
9
12
8
11
9
49
Tabel 3
Overzicht deelnemers kwalitatieve onderzoeken stembureauleden Rol en ervaring
Voorzitter
Lid +5 jaar ervaring
Lid -5 jaar ervaring
Totaal
Aantal deelnemers
8
9
5
22
4.3.3 Kwalitatief onderzoek onder gemeenten Gedurende de voorbereiding op en na afloop van het experiment is informatie verzameld om te bepalen wat de impact zou kunnen zijn van de implementatie van het nieuwe stembiljet. Tijdens een startbijeenkomst met de experimenteergemeenten en de meekijk gemeenten, werden ervaringen met het huidige stemproces besproken. Daar werden ook mogelijke knelpunten en oplossingen geïnventariseerd. Op basis van deze inventarisatie werd een lijst met te evalueren punten vastgesteld. In aanloop naar de verkiezing werd deze lijst uitgebreid en aangepast. Op basis van deze lijst werd een leidraad opgesteld voor de evaluatiegesprekken met de projectleiders verkiezingen. Deze (individuele) gesprekken vonden plaats in de twee weken na de verkiezing. Zie bijlage V voor een samenvatting van de gesprekken. Ten behoeve van de evaluatie vonden ook gesprekken plaats met leveranciers van de stembescheiden van de experimenteergemeenten: • tijdens twee bijeenkomsten voorafgaand aan de verkiezingsdag werden alle specificaties en richtlijnen doorgenomen, zodat deze voor de toekomst konden worden aangescherpt • tijdens een evaluatiegesprek na afloop van de verkiezing werden de ervaringen, eventuele problemen en oplossingen doorgenomen.
Verslag evaluatie | Eerste experiment met het stembiljet model 2 | OSAGE
20
4.3.4 Analyse processen verbaal en andere openbare data Voorafgaand aan de verkiezingen zijn openbare data en informatie verzameld en geanalyseerd over de experimenteer- en referentiegemeenten. Denk aan informatie over aantal kiesgerechtigden, opkomstpercentage, aantal stembureaus, aantal stembureauleden, bestaande processen en draaiboeken, enzovoort. Deze informatie was onder andere nodig om te kunnen bepalen op welke locaties de enquête onder kiezers het beste kon plaatsvinden, om een zo groot en representatief mogelijk aantal respondenten te kunnen bereiken. Na de verkiezingen zijn de processen verbaal van de gemeentelijk stembureaus van de vijf experimenteer- en de vijf referentiegemeenten geanalyseerd. Net als de speciale bijlage met redenen van ongeldigheid (Bijlage bij een experiment met een nieuw stembiljet) die de experimenteergemeenten moesten invullen.
Verslag evaluatie | Eerste experiment met het stembiljet model 2 | OSAGE
21
5
Uitslagen
Verslag evaluatie | Eerste experiment met het stembiljet model 2 | OSAGE
22
5 Uitslagen 5.1 Totaal In totaal zijn in de experimenteergemeenten 80.188 stembiljetten ingevuld. Op 79.597 (99,26%) van deze stembiljetten werd een geldige keuze ingekleurd, en op 591 (0,74%) een ongeldige keuze. In de referentiegemeenten werd een vergelijkbaar aantal stem biljetten ingediend. Het percentage geldige stemmen was daar 0,58% hoger. Tabel 4
Totaal aantal geldige en ongeldige experimenteer- en referentiegemeenten Experimenteergemeenten
Referentiegemeenten
Uitgebrachte stemmen
80.188
76.705
Geldig
79.597
76.582
Ongeldig
591
123
Percentage geldig
99,26%
99,84%
Percentage ongeldig
0,74%
0,16%
Er zijn verschillen per gemeente: de percentages ongeldige stemmen variëren van 0,61% tot 1,02%. Zie ook tabel 5. Tabel 5
Aantal geldige en ongeldige stemmen per experimenteergemeente Alphen aan
Boekel
Borne
den Rijn
Midden-
Tynaarlo
Delfland
Uitgebrachte stemmen
42.519
3.930
9.434
8.706
15.599
Geldig
42.215
3.898
9.338
8.651
15.495
Ongeldig
304
32
96
55
104
Percentage geldig
99,29%
99,19%
98,98%
99,37%
99,33%
Percentage ongeldig
0,71%
0,81%
1,02%
0,63%
0,67%
Verslag evaluatie | Eerste experiment met het stembiljet model 2 | OSAGE
23
5.2 Redenen van ongeldigheid In totaal zijn in de experimenteergemeenten 591 ongeldige stembiljetten ingevuld. Bij 121 (20,61%) stembiljetten ging het om een reden van ongeldigheid die ook op het huidige stembiljet voorkomt, zoals: stemvakje niet met rood ingekleurd of stemvakje niet ingekleurd maar op een andere wijze geselecteerd. 470 keer was er een directe relatie met het nieuwe stembiljet. In tabel 6 is een uitsplitsing naar redenen van ongeldigheid opgenomen. Tabel 6
Ongeldige stemmen Redenen van ongeldigheid
Aantal
Er was een stemvakje ingekleurd... voor meer dan 1 partij
56
voor alleen een kandidaatnummer
155
voor een te hoog kandidaatnummer
259
voor meer dan 1 kandidaat
88
maar het stemvakje was niet met rood ingekleurd
6
Stemvakje niet ingekleurd, maar op een andere wijze geselecteerd
14
Geen stemvakje ingekleurd, wel geschreven of getekend op stembiljet
6
Identiteit van de kiezer te achterhalen
1
Ander stembiljet gebruikt
0
Andere verklaring
6
Deze 470 hadden een relatie met het nieuwe stembiljet
Deze 121 hadden ook op het oude stembiljet plaats kunnen vinden
Totaal 591 ongeldige stemmen
Verslag evaluatie | Eerste experiment met het stembiljet model 2 | OSAGE
24
5.3 Stemmen op de lijsttrekker In totaal stemde in de experimenteergemeenten ruim de helft van de kiezers (51,80%) op een lijsttrekker. Het overgrote deel daarvan – ruim 98%– deed dat door twee stemvakjes in te kleuren: 1 voor een partij en 1 voor kandidaat nummer 1. In minder dan 2% van de gevallen werd de stem op de lijsttrekker uitgebracht door alleen 1 vakje voor een partij rood te maken. Het aantal stemmen op de lijsttrekker lag in de referentiegemeenten iets hoger: daar koos 55,64% van de kiezers voor de lijsttrekker. Tabel 7
Stemmen op de lijsttrekker in de experimenteer- en referentiegemeenten Experimenteer gemeenten
Referentie gemeenten
Geldige stembiljetten
79.597
76.582
Blanco stembiljetten
93
97
Stemmen op een kandidaat
79.504
76.485
Stemmen op de lijsttrekker
41.180
42.558
In percentage
51,80%
55,64%
Stem op de lijsttrekker door 2 vakjes rood te maken
39.911
nvt
Stem op de lijsttrekker door 1 vakje voor partij rood te maken
1.330
nvt
5.4 Aantal keer nieuw stembiljet uitgereikt Bij verkiezingen met het huidige stembiljet mag een kiezer één keer een nieuw stem biljet krijgen – voor als de kiezer een fout heeft gemaakt, of zich bedenkt. Tijdens de Europees Parlementsverkiezing konden kiezers in de experimenteergemeenten twee keer een nieuw stembiljet krijgen. Uit navraag bij de experimenteergemeenten is gebleken dat van deze mogelijkheid heel beperkt gebruik is gemaakt: in vergelijking tot eerdere verkiezingen lijkt er niet vaker een extra stembiljet uitgereikt.
Verslag evaluatie | Eerste experiment met het stembiljet model 2 | OSAGE
25
5.5 Wat verder opvalt In de gemeenten waar is gestemd met een nieuw stembiljet werd in vergelijking met de referentiegemeenten vaker op een kandidaat gestemd met hetzelfde nummer als het lijstnummer. Dus op kandidaat 7 van lijst 7, op kandidaat 8 van lijst 8 enzovoort. Voor een deel kan hier sprake zijn van een keuze voor een kandidaat uit de omgeving. Zo kreeg in Tynaarlo de nummer 6 van lijst 6 (woonplaats Groningen) 97 voorkeur stemmen en de nummer 7 van lijst 7 (woonplaats Hoogezand) 39. Een stuk hoger vergeleken met de referentiegemeenten, die allemaal niet in de regio lagen. Daar werd in totaal 43 keer gestemd op kandidaat 6 van lijst 6, en slechts 5 keer op kandidaat 7 van lijst 7. Voor een ander deel is er geen direct aanwijsbare reden voor het (iets) hogere aantal stemmen op deze kandidaten. En van de 29 voorkeurstemmen die in de experimenteergemeenten werden uitgebracht op kandidaat 9 van lijst 9 kwamen er 16 uit Borne. Deze kandidaat komt uit Albergen, dat in de buurt van Borne ligt. Kandidaat 9 haalde ook veel voorkeurstemmen in de nabijgelegen referentiegemeente Oldenzaal. In totaal werd in de referentiegemeenten 11 keer op kandidaat 9 gestemd, 10 stemmen waren afkomstig uit Oldenzaal. Voor een ander deel is er geen direct aanwijsbare reden voor het (iets) hogere aantal stemmen op deze kandidaten.
Verslag evaluatie | Eerste experiment met het stembiljet model 2 | OSAGE
26
6
Bevindingen kiezers
Verslag evaluatie | Eerste experiment met het stembiljet model 2 | OSAGE
27
6 Bevindingen kiezers Om voor het kwantitatief onderzoek onder kiezers een betrouwbaarheidspercentage van 95% te behalen waren in elke gemeente minimaal 400 ingevulde vragenlijsten nodig. Dit aantal is in elke gemeente (ruimschoots) gehaald: in totaal beantwoordden 6.160 kiezers de vragen uit de enquête direct na het stemmen op donderdag 6 juni: 2.963 in de experimenteergemeenten, en 3.197 in de referentiegemeenten.
Figuur 1
Ingevulde vragenlijsten kiezers per gemeente
Verslag evaluatie | Eerste experiment met het stembiljet model 2 | OSAGE
28
In de experimenteergemeenten sloten ook nog 49 kiezers aan bij één van de tien focus groepgesprekken op vrijdag 7 juni of maandag 10 juni. De vragenlijsten en de focusgroepgesprekken waren erop gericht informatie op te halen over de volgende te evalueren punten: • de waardering van de kiezer voor het gemak van het gebruik van het stembiljet in het stemhokje; • de waardering van de kiezer voor het gebruik van het Overzicht van kandidaten in het stemhokje; • de wijze waarop de kiezer zijn keuze bepaalt voor een kandidaat van een lijst met behulp van het Overzicht van de kandidatenlijsten; • de waardering van de kiezer voor de uitleg, de oefenvoorziening en het oefenmateriaal. Bijlage II bevat de uitkomsten van de enquêtes onder kiezers, en bijlage IV de resultaten van de focusgroepgesprekken met kiezers.
6.1 Over de deelnemers aan de enquête Van de deelnemers aan de enquête was ruim een derde ouder dan 66 jaar, en meer dan de helft had een hbo- of universitaire opleiding. Dat gold zowel in de experimenteer- als in de referentiegemeenten. Zie ook tabel 8 en 9. Tabel 8
Deelnemers aan de enquête per leeftijdscategorie Leeftijd
Deelnemers in de experimenteergemeenten in %
Deelnemers in de referentiegemeenten in %
18-30
11%
11%
31-40
11%
9%
41-55
23%
21%
56-65
19%
21%
66+
35%
37%
Wil leeftijd niet zeggen
1%
1%
Verslag evaluatie | Eerste experiment met het stembiljet model 2 | OSAGE
29
Tabel 9
Deelnemers aan de enquête naar opleiding Leeftijd
Deelnemers in de Deelnemers in de experimenteergemeenten in % referentiegemeenten in %
Alleen basisschool
0%
1%
Middelbare school
9%
13%
MBO
28%
30%
HBO
38%
39%
WO
20%
17%
Weet niet / wil niet zeggen
4%
2%
In de experimenteergemeenten wisten 9 van de 10 deelnemers aan de enquête dat ze met een nieuw stembiljet gingen stemmen. Er zijn kleine verschillen tussen de gemeenten: de kiezers in Borne en Midden-Delfland waren het beste op de hoogte. Tabel 10
In hoeverre op de hoogte van een nieuw stembiljet, per gemeente Wist u dat u met een nieuw stembiljet ging stemmen?
Totaal
Alphen aan de Rijn
Boekel
Borne
Midden Delfland
Tynaarlo
Ja, dat wist ik
90%
89%
89%
93%
93%
86%
Nee, dat wist ik niet
10%
11%
11%
7%
7%
14%
Gekeken naar de leeftijd, is er een verschil te zien. Zo geeft 21% van de kiezers tussen de 18 en 30 jaar aan dat ze niet wisten dat ze gingen stemmen met een nieuw stembiljet, tegenover slechts 5% van de 66-plussers. Zie tabel 11. Tabel 11
In hoeverre op de hoogte van een nieuw stembiljet, per leeftijdscategorie Wist u dat u met een nieuw stembiljet ging stemmen?
18-30
31-40
41-55
56-65
66+
wil ik liever niet zeggen
Ja, dat wist ik
79%
88%
86%
93%
95%
77%
Nee, dat wist ik niet
21%
12%
14%
7%
5%
23%
Verslag evaluatie | Eerste experiment met het stembiljet model 2 | OSAGE
30
6.2 De waardering van de kiezer voor het gemak van het gebruik van het stembiljet in het stemhokje Deelnemers aan de enquête werd direct na afloop van het stemmen gevraagd een cijfer tussen de 1 (heel moeilijk) en de 5 (heel makkelijk) te geven voor het invulgemak van het stembiljet in het algemeen, en voor het formaat, de leesbaarheid en het gebruik van logo’s op het stembiljet in het bijzonder. Op alle punten scoort het nieuwe stembiljet een 4,4 of hoger. Deelnemers in de experimenteergemeenten geven hogere cijfers dan deelnemers in de referentiegemeenten. Het grootste verschil in waardering geldt het formaat: het huidige stembiljet krijgt een 2,8, het nieuwe stembiljet een 4,7. Tabel 12
Waardering van de kiezer voor het gemak van het gebruik van het stembiljet Experimenteer gemeenten
Referentie gemeenten
Hoe vond u het om te stemmen met het stembiljet? 1 = heel moeilijk, 5 = heel makkelijk.
4,7
4,4
Wat vond u van het formaat? 1 = heel onhandig, 5 = heel handig
4,7
2,8
Wat vond u ervan dat de logo’s op het stembiljet stonden? 1 = heel onprettig, 5 = heel prettig
4,4
nvt
Wat vond u van de leesbaarheid? 1 = heel slecht leesbaar, 5 = heel goed leesbaar
4,7
4,4
Notabene: het is statistisch opvallend dat het nieuwe stembiljet beter scoort op stemgemak dan het huidige stembiljet. Te verwachten zou zijn dat kiezers het makkelijker vinden te stemmen met een stembiljet dat ze gewend zijn, dan met een nieuw stembiljet dat ze nog niet eerder hebben gebruikt. Een 4,7 is – bij een maximale score van 5 – bovendien erg hoog: er zit nog maar weinig ruimte voor verbetering. Aan het begin van de enquête werd aan deelnemers gevraagd of ze wisten dat ze met een nieuw stembiljet gingen stemmen. Kiezers die dat wisten, geven iets vaker aan dat ze het ‘heel makkelijk’ vonden om te stemmen dan kiezers die het niet wisten (81% versus 69%). Als gekeken wordt naar leeftijd of opleidingsniveau waren er geen significante verschillen met betrekking tot de waardering van de kiezer.
Verslag evaluatie | Eerste experiment met het stembiljet model 2 | OSAGE
31
Het positieve beeld wordt bevestigd door de uitkomsten uit de focusgroepen. Ook daar zijn de meeste kiezers enthousiast. Enkele citaten: “Dit was zoveel makkelijker in en uitvouwen, laat ze hier maar mee doorgaan.”, “De grote lap van voorheen, daar wist ik geen weg mee. Ik vond dit heel prettig, ik hoop dat het blijft.” Toch vindt een enkeling het nieuwe biljet niet nodig: “Ik had ook nooit problemen met het opvouwen van het andere biljet. Ik snap niet waarom dit allemaal moet.” Bij de vraag ‘Had u voor uw gevoel genoeg privacy om uw stem uit te brengen zonder dat iemand anders mee kon kijken?’ is er geen verschil tussen experimenteer- en referentiegemeenten. 98% van de stemmers met het nieuwe stembiljet en 98% van de stemmers met het huidige stembiljet vinden dat ze genoeg privacy hadden. Ook de deelnemers aan de focusgroepen geven dat aan.
6.3 De waardering van de kiezer voor het gebruik van het Overzicht van kandidaten in het stemhokje Meer dan de helft van de deelnemers aan de enquête (55%) geeft aan het Overzicht van kandidaten in het stemhokje niet te hebben bekeken. Van degenen die het wel hebben bekeken, geeft 75% een 5 (‘heel makkelijk’) en 18% een 4 (‘makkelijk’) bij de vraag ‘Hoe makkelijk of moeilijk kon u in het Overzicht van kandidaten vinden wat u zocht?’. De gemiddelde score komt daarmee op een 4,7. Deze waardering is vergelijkbaar met de waardering van de kiezers in de referentiegemeenten. Zij gaven gemiddeld een 4,6 als antwoord op de vraag ‘Hoe makkelijk of moeilijk kon u op het stembiljet vinden wat u zocht?’. Tijdens de focusgroepgesprekken kwam naar voren dat enkele deelnemers niet hadden gezien dat er een Overzicht van kandidaten in het stemhokje lag. Het ging hier om deelnemers die vooraf de kandidaat hadden opgezocht op wie ze wilden stemmen. Een van de deelnemers gaf daarbij aan dat het voor haar vooraf niet duidelijk was dat er een Overzicht van kandidaten in het stemhokje zou liggen. In de volgende paragraaf staat de wijze waarop de kiezer zijn keuze voor een kandidaat heeft bepaald.
Verslag evaluatie | Eerste experiment met het stembiljet model 2 | OSAGE
32
6.4 De wijze waarop de kiezer zijn keuze van een kandidaat bepaalt Een zeer ruime meerderheid – namelijk 89% – van de deelnemers aan de enquête in de experimenteergemeenten zegt de keuze voor een kandidaat te hebben bepaald voordat ze het stemhokje ingingen. Op de vraag hoe ze het nummer van de kandidaat van hun keuze hebben gevonden, zegt 64% het nummer van de kandidaat thuis te hebben opgezocht, 11% heeft niks opgezocht want op de nummer 1 gestemd en 2% zegt alleen een partij te hebben gekozen. Dat is in lijn met de uitslagen (zie hoofdstuk 5). Bij een vergelijking met de referentiegemeenten valt op dat in de experimenteergemeenten: • minder deelnemers aangeven dat ze op de lijsttrekker hebben gestemd – 11% tegenover 16% in de referentiegemeenten; • minder deelnemers zeggen dat ze op een partij hebben gestemd en niet op een kandidaat – 2% tegenover 11% in de referentiegemeenten; • meer deelnemers zeggen dat ze het nummer van de kandidaat thuis hebben opgezocht – 64% tegenover 56% in de referentiegemeenten. Zie tabel 13 voor een overzicht van de antwoorden. Tabel 13
Wijze waarop de kiezer het nummer van de kandidaat heeft gevonden op wie hij wilde stemmen Experimenteer gemeenten
Referentie gemeenten
Kandidaat thuis opgezocht
64%
56%
Niet opgezocht, op de lijsttrekker gestemd
11%
16%
Niet opgezocht, op een partij gestemd
2%
11%
In het stemhokje opgezocht
22%
11%
Anders
2%
7%
Gekeken naar leeftijd valt het volgende op: naarmate kiezers ouder worden, hebben ze vaker de kandidaat op wie ze wilden stemmen thuis opgezocht. Dat geldt zowel voor de referentie- en als experimenteergemeenten. Het beeld dat oudere kiezers zich beter voorbereiden dan jongere kiezers wordt bevestigd in de focusgroepen. “We zien dat oudere/ 55+ kiezers in dit onderzoek Verslag evaluatie | Eerste experiment met het stembiljet model 2 | OSAGE
33
over het algemeen beter voorbereid waren dan jongere kiezers; zij hebben zich thuis vaker verdiept in hoe het stemmen met het nieuwe stembiljet werkt én op wie ze gaan stemmen en hoe dit dan ingevuld dient te worden.”8 Tabel 14
Deelnemers aan de enquête die kandidaat thuis hebben opgezocht, per leeftijdscategorie
Leeftijd
% deelnemers dat kandidaat thuis heeft opgezocht in de experimenteergemeenten
% deelnemers dat kandidaat thuis heeft opgezocht in de referentiegemeenten
18-30
55%
51%
31-40
51%
47%
41-55
58%
51%
56-65
68%
58%
66+
72%
62%
Wil leeftijd niet zeggen
63%
50%
Gemiddeld
64%
56%
6.5 De waardering van de kiezer voor de uitleg, de oefenvoorziening en het oefenmateriaal De vragen over de uitleg, de oefenvoorziening en het oefemateriaal zijn alleen gesteld in de experimenteergemeenten. Op de vraag ‘Vindt u dat u, voordat u het stembiljet invulde, genoeg informatie heeft gekregen over het nieuwe stembiljet?’ antwoordt 90% bevestigend, 6% ontkennend en 4% neutraal. Op de vraag welke informatie de deelnemers hebben gezien, worden spontaan vooral de folder bij de stempas (70%) en een bericht in de krant (21%) genoemd, gevolgd door de (lokale) televisie en de radio. De gemeente Alphen aan den Rijn scoort relatief hoog (15%) met bereik via sociale media. Een verklaring kan zijn dat dit de enige gemeente was die gebruik maakte van social advertising. Met sociale media lijkt vooral de doel groep van 18 tot 30 jaar bereikt: 17% van de 18-30-jarigen hebben daar iets gezien of gelezen over het nieuwe stembiljet, tegenover 5% van de 66-plussers.
8
Zie bijlage IV, Evaluatie experiment met stembiljet model 2 Europees Parlementsverkiezing 2024, Rapportage van kwalitatief onderzoek, hoofdstuk 2
Verslag evaluatie | Eerste experiment met het stembiljet model 2 | OSAGE
34
Tijdens de focusgroepgesprekken is dieper ingegaan op de verschillende middelen die zijn ingezet om mensen vooraf te informeren. Deze worden als ‘duidelijk, helder en informatief’ ervaren. Een aantal deelnemers aan de gesprekken beschouwt de uitleg en informatie hier en daar als wel erg grondig voor een verandering die volgens hen niet veel om het lijf heeft. Bij het Overzicht van kandidaten dat de kiezers thuis ontvingen, plaatsen sommige deelnemers aan de focusgroepen nog een kanttekening. Dit overzicht zat in een envelop en was op naam verzonden. Men was het anders gewend – huis-aan-huis verspreid, of niet in een envelop, of (bij één gemeente) samen met de stempas in een envelop. Dit heeft bij een aantal kiezers tot verwarring geleid: zij dachten dat de envelop met het Overzicht van kandidaten de stempas bevatte. Een envelop in relatie tot stemmen in de periode voorafgaand aan een verkiezing wordt door een deel van de kiezers ongeopend weggelegd. Op de dag van verkiezing pakt deze groep de envelop(en) en neemt deze ongeopend mee naar het stembureau. Achteraf analyseert men dat twee enveloppen over hetzelfde onderwerp in dezelfde periode tot verwarring kan leiden. Deze bevinding wordt bevestigd door de stembureauleden en de projectleiders verkiezingen. Zie hoofdstuk 7 en 8.
Uit de enquête blijkt dat niemand gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om vooraf te oefenen met het papieren oefenmateriaal. Op de dag van stemming zelf lijkt het oefenmateriaal ook niet gebruikt. Dit komt overeen met de bevindingen uit de focusgroep: ook daar heeft niemand geoefend. De meest voorkomende reden van ongeldigheid was een stem op een niet bestaande kandidaat. Zie ook hoofdstuk 5. Om mensen op deze manier van ongeldig stemmen te wijzen is op het stembiljet een tekstballon met een waarschuwing opgenomen, en staat achter elke partijnaam een figuur met daarin het aantal kandidaten van die partij (zie afbeelding 5). Tijdens de focusgroepgesprekken bleek dat beide afbeeldingen de meeste deelnemers niet was opgevallen. Bij het tonen tijdens het onderzoek konden de deelnemers wel uitleggen wat de betekenis ervan is. En hoewel alle deelnemers er van overtuigd zijn dat zij een geldige stem hebben uitgebracht, kunnen zij zich voorstellen dat anderen een hoger kandidaatnummer inkleuren dan het aantal kandidaten van de gekozen partij.
Afbeelding 5 Figuur met aantal kandidaten van een partij en tekstballon op het stembiljet
Verslag evaluatie | Eerste experiment met het stembiljet model 2 | OSAGE
35
6.6 Bevindingen kiezers die hebben gestemd met behulp van de mal Op 6 juni kon in alle experimenteergemeenten worden gestemd met behulp van een mal die hoort bij het nieuwe stembiljet. In de gemeente Boekel heeft geen enkele kiezer dat gedaan, in de andere vier experimenteergemeenten hebben meerdere kiezers gebruik gemaakt van de mal. Aan de kiezers die stemden met behulp van de mal is gevraagd deel te nemen aan een enquête over de stemmal. 14 van hen hebben dat gedaan. 6.6.1 De waardering voor het gebruiksgemak van de mal 8 deelnemers aan de enquête hadden eerder met een mal gestemd – dat was dus een mal waarin het huidige stembiljet kon worden geplaatst. Van hen geven 7 de voorkeur aan de nieuwe mal met het nieuwe stembiljet, en 1 aan de oude mal. De belangrijkste redenen voor de voorkeur voor de nieuwe mal zijn gebruiksgemak en zelfstandigheid. De belangrijkste reden voor de voorkeur voor de oude mal is ook gebruiksgemak. Deelnemers aan de enquête werd gevraagd een cijfer tussen de 1 (heel moeilijk) en de 5 (heel makkelijk) te geven voor het gebruiksgemak van de mal in het algemeen, en voor de vindbaarheid van de gaatjes en het formaat van het stembiljet in het bijzonder. 11 van de 14 geënquêteerden vond het stemmen met de mal makkelijk of heel makkelijk, 2 deelnemers gaven een 3 (neutraal) en 1 deelnemer een 2 (moeilijk). De gemiddelde score komt daarmee op een 4.2.
De vindbaarheid van de gaatjes heeft een vergelijkbare score, maar het formaat van het stembiljet wordt door alle deelnemers als handig of heel handig beoordeeld: de gemiddelde score is hier een 4.7. 13 van de 14 kiezers gaven aan genoeg privacy te ervaren bij het uitbrengen van hun stem. 6.6.2 De waardering voor de audiovoorziening in het stemhokje Bij de mal zit een audiovoorziening, die het gebruik van de mal uitlegt en de partijen en kandidaten opleest. Slechts 2 van de kiezers maakten gebruik van de audiovoor ziening. Zij vonden de uitleg op de audiovoorziening heel duidelijk. Redenen dat zo weinig mensen de audiovoorziening gebruikten: 4 deelnemers wisten al wat ze wilden stemmen, en 3 deelnemers vonden de uitleg niet handig of te lang duren. De andere 5 stemmers gaven als antwoord ‘andere reden’.
Verslag evaluatie | Eerste experiment met het stembiljet model 2 | OSAGE
36
6.6.3 De wijze waarop de gebruikers van de mal de keuze voor een kandidaat bepaalt 13 van de 14 deelnemers aan de enquête hadden hun keuze voor een kandidaat bepaald voordat ze naar het stembureau kwamen. Om te weten of welke kandidaat ze wilden stemmen had de helft (7 kiezers) vooraf de kandidatenlijst op de website van de gemeente afgeluisterd, 1 deelnemer geeft aan op de lijsttrekker te hebben gestemd, 1 deelnemer zegt alleen op een partij te hebben gestemd, 1 heeft de audiobox afgeluisterd en 4 hebben op een andere manier hun keuze bepaald. 6.6.4 De waardering van de kiezer voor de informatie vooraf Voorafgaand aan de verkiezing zijn via de oogvereniging en lokale belangen verenigingen bij hen bekende blinde en slechtziende kiezers in de experimenteer gemeenten benaderd. Zij werden gewezen op het feit dat er in de gemeente gestemd kon worden met behulp van een nieuwe stemmal, en dat er vooraf geoefend kon worden. In de gemeenten Alphen aan den Rijn, Borne en Tynaarlo zijn mensen daadwerkelijk vooraf komen oefenen. Van de 14 deelnemers aan de enquête over de stemmal zeggen er 11 genoeg informatie vooraf te hebben gekregen over het gebruik van de mal en het nieuwe stembiljet.
Verslag evaluatie | Eerste experiment met het stembiljet model 2 | OSAGE
37
7
Bevindingen stembureauleden en tellers Verslag evaluatie | Eerste experiment met het stembiljet model 2 | OSAGE
38
7 Bevindingen stembureauleden en tellers In alle experimenteer- en referentiegemeenten werd in de dagen na stemming een mail met een link naar een online enquête verspreid onder de stembureauleden en tellers. Doel was om van minimaal 70% van hen een ingevulde vragenlijst terug te krijgen. Met dit percentage wordt in voldoende mate de representativiteit en de betrouwbaarheid geborgd, ook als er in totaal minder dan 400 vragenlijsten ingevuld zouden worden. Dit percentage van 70% is ruimschoots gehaald. Figuur 2
Ingevulde vragenlijsten stembureauleden en tellers per gemeente
1578 stembureauleden vulden de enquête in: 1146 in de experimenteergemeenten, en 432 in de referentiegemeenten. 22 stembureauleden sloten bovendien aan bij een van de vier focusgroepgesprekken met stembureauleden op maandag 10 juni.
Verslag evaluatie | Eerste experiment met het stembiljet model 2 | OSAGE
39
De vragenlijsten en de focusgroepgesprekken waren erop gericht informatie op te halen over de volgende te evalueren punten: • of en in welke mate de stembureauleden het tellen van de nieuwe stembiljetten eenvoudiger vonden dan het tellen van de huidige stembiljetten • de waardering van de stembureauleden voor het instructiemateriaal • de impact van het nieuwe stembiljet op de werkzaamheden van stembureauleden Bijlage III bevat de uitkomsten van de enquêtes, en bijlage IV de resultaten van de focusgroepgesprekken met stembureauleden.
7.1
Of en in welke mate de stembureauleden het tellen van de nieuwe stembiljetten eenvoudiger vonden In totaal waren 1075 deelnemers aan de enquête betrokken bij het tellen van de stembiljetten in de experimenteergemeenten, waarvan ruim een kwart (ook) op vrijdag. Van degenen die al eerder hebben geteld vindt 99% dat het nieuwe stembiljet makkelijker telt. 95% van degenen die telden had vooraf instructie gehad over het tellen met het nieuwe stembiljet, en de meesten voelden zich goed voorbereid op het tellen. Tabel 15
Het nieuwe stembiljet vergeleken met het huidige stembiljet Stelling Het nieuwe stembiljet telt makkelijker
99%
Het nieuwe stembiljet telt moeilijker
0%
Niet makkelijker en niet moeilijker
1%
Op alle onderdelen wordt het telproces rond het nieuwe stembiljet positief of heel positief beoordeeld: van het legen van de stembussen en het uitvouwen tot het sorteren op partij en kandidaat. Tijdens de focusgroepen met stembureauleden zijn er ook alleen maar positieve geluiden. “We waren drie uur eerder klaar met tellen dan normaal. Een verademing!”, “We waren drie keer zo snel klaar met tellen”, “Wij hadden in één keer de totaaltelling goed. Dat heb ik zelden meegemaakt.”
Verslag evaluatie | Eerste experiment met het stembiljet model 2 | OSAGE
40
Desgevraagd kunnen de deelnemers aan de focusgroepen ook goed aangeven waar door het tellen volgens hen sneller ging: • door het kleinere formaat en het afgesneden hoekje ging het uitvouwen veel makkelijker; • door het kleinere formaat, de wittere achtergrond en de grotere stemvakjes was het stembiljet in een oogopslag te scannen (“Vroeger moest je helemaal van linksboven tot rechtsonder scannen en nu zie je het direct”); • door het kleinere formaat was veel minder ruimte nodig bij het tellen, waardoor er minder heen- en weer geloop nodig is, en tellers en stapels stembiljetten dichter bij elkaar zitten; • door het kleinere formaat en iets dikkere papier waren er minder gescheurde stembiljetten. Het feit dat er nu meer redenen voor ongeldigheid waren in vergelijking met het huidige stembiljet lijkt niet voor vertraging te hebben gezorgd: de figuurtjes met daarin het cijfer van het aantal kandidaten van de partij gebruikten stembureauleden als handig controlemiddel. Wel wordt er aangegeven dat het vier-ogen principe goed is om te checken of de ongeldige stemmen eruit zijn gehaald. In de referentiegemeenten is ook gevraagd naar een algemeen oordeel over het tellen. Met de stelling ‘Het tellen van de stemmen is goed verlopen’ is – net als in de experimenteergemeenten – de meerderheid in de referentiegemeenten het eens of helemaal eens.
In de experimenteergemeenten zijn ze wel positiever: meer stembureauleden geven hier het oordeel “Helemaal mee eens”. Tabel 16
Oordeel of het tellen goed is verlopen Experimenteer-
Referentie-
gemeenten
gemeenten
Helemaal mee eens
82%
69%
Mee eens
16%
28%
Niet mee eens / niet mee oneens
1%
2%
Mee oneens
0%
2%
Helemaal mee oneens
0%
0%
Verslag evaluatie | Eerste experiment met het stembiljet model 2 | OSAGE
41
Tellers is ook gevraagd de verschillende onderdelen van het telproces te beoordelen op een schaal van 1 (heel negatief) tot 5 (heel positief): van het legen van de stem bussen en het openvouwen tot en met het sorteren op kandidaat. In vergelijking met de referentiegemeenten scoort het nieuwe stembiljet op alle onderdelen in de experimenteergemeenten positiever. De verschillen zijn het grootst voor de onderdelen ‘uitvouwen’, ‘het tellen van de partijen’ en ‘het sorteren op partij’.
Afbeelding 6 en 7 De beoordeling op onderdelen van het telproces in experimenteer- en referentiegemeenten.
Verslag evaluatie | Eerste experiment met het stembiljet model 2 | OSAGE
42
7.2 De waardering van de stembureauleden voor het instructiemateriaal Ter voorbereiding op de verkiezing met het nieuwe stembiljet kregen alle stembureau leden in de experimenteergemeenten een fysieke training over het nieuwe stembiljet en hun nieuwe taken. In de gemeenten Alphen aan de Rijn, Midden-Delfland en Tynaarlo duurde de training ongeveer anderhalf uur, en was deze aanvullend op een e-learning. In de gemeenten Boekel en Borne werd de instructie over het nieuwe stembiljet gecombineerd met de (fysieke) standaardtraining voor stembureauleden. Na afloop ontvingen de stembureauleden van de experimenteergemeenten de papieren hand-out Instructie voor stembureauleden (afbeelding 8).
Stembureau-instructie voor de dag van de stemming
Let op! Tijdens deze verkiezing wordt hier gestemd met een nieuw stembiljet. In deze instructie leest u: • wat hetzelfde blijft • wat er verandert
Afbeelding 8 Instructie voor stembureauleden
Bijna alle stembureauleden (97%) in de experimenteergemeenten hebben de fysieke training gevolgd. 94% van hen vond de training duidelijk of heel duidelijk. Geen enkel stembureaulid vond de training onduidelijk. Vooral gewaardeerd werd het feit dat ze tijdens de training het nieuwe stembiljet, de bevestiging van het Overzicht van kandidaten in een ingericht stemhokje, het papieren oefenmateriaal en de diverse posters en banners in het echt konden zien en voelen. Een aantal stembureauleden geeft aan dat ze de training te lang vonden: “Ik vond het veel te lang duren, heb daar anderhalf uur gezeten voor iets wat heel simpel is.”, “Het is niet erg, maar een volgende keer kan dat wel wat minder.”.
Verslag evaluatie | Eerste experiment met het stembiljet model 2 | OSAGE
43
De Instructie voor stembureauleden die ze na afloop van de fysieke training meekregen bevatte algemene informatie over de taken van stembureauleden en uitleg over het nieuwe stembiljet. 98% van de stembureauleden vond deze instructie duidelijk of heel duidelijk. Geen enkel stembureaulid vond de instructie onduidelijk. Tabel 17
Oordeel over de uitleg in het document ‘Instructie voor stembureauleden’ Totaal
Alphen a/d Rijn
Boekel
Borne
MiddenDelfland
Tynaarlo
Heel duidelijk
63%
62%
55%
62%
72%
65%
Duidelijk
35%
35%
45%
38%
25%
35%
Neutraal
1%
2%
0%
0%
3%
0%
Onduidelijk
0%
0%
0%
0%
0%
0%
Heel onduidelijk
0%
0%
0%
0%
0%
0%
Tijdens de focusgroepgesprekken bleek dat niet alle stembureauleden hadden opgemerkt dat alles wat met stemmen met het nieuwe stembiljet te maken had, geel was gearceerd. Desgevraagd geeft men aan dit handig te vinden. Vooral voor stembureauleden met (ruime) ervaring is het prettig om snel te kunnen zien wat er is veranderd ten opzichte van eerdere keren.
Verslag evaluatie | Eerste experiment met het stembiljet model 2 | OSAGE
44
7.3 De impact van het gebruik van het nieuwe stembiljet op de werkzaamheden van stembureauleden Vergeleken met het werken met het huidige stembiljet, krijgen stembureauleden waar wordt geëxperimenteerd met het nieuwe stembiljet er nieuwe taken bij. De belangrijkste nieuwe taak is dat er altijd iemand aanwezig moet zijn om kiezers op te vangen en korte uitleg te geven. Veruit het grootste deel van de stembureauleden (99%) vindt dat zij hun taken goed konden uitvoeren, en dat ze goed waren voorbereid op de extra taken. Wel vinden alle stembureauleden dat het papieren oefenmateriaal in het stemlokaal niet werkt zoals bedoeld: het gebruik van fictieve partijen en fictieve kandidaten is verwarrend en stembureauleden denken dat de drempel om te gaan oefenen in het stemlokaal voor kiezers te hoog is. Tijdens de focusgroepgesprekken wordt duidelijk dat de meeste stembureauleden elkaar afwisselden: iedereen heeft zo enige tijd de rol van ‘host’ en ‘uitleggever’ op zich genomen. Daarbij wordt opgemerkt dat de taken van het vierde stembureaulid een aantal vaardigheden vereist waarover niet iedereen van nature beschikt. Het gaat dan om contact maken met mensen, een warm welkom bieden, doorhebben als de kiezer misschien niet exact weet hoe het werkt wanneer diegene aangeeft dat alles duidelijk is, rustig kunnen uitleggen, enzovoort.
De suggestie wordt gedaan om bij een volgende experiment wat extra aandacht te besteden aan deze aanvullende vaardigheden. Overigens komt in de beleving van de stembureauleden het vierde stembureaulid de sfeer op het stembureau zeer ten goede. Mensen komen op een positieve manier het stembureau binnen en dat heeft invloed op het goede gevoel van de stembureauleden.
Verslag evaluatie | Eerste experiment met het stembiljet model 2 | OSAGE
45
8
Bevindingen gemeentelijke verkiezingsorganisatie Verslag evaluatie | Eerste experiment met het stembiljet model 2 | OSAGE
46
8 Bevindingen gemeentelijke verkiezingsorganisatie Binnen de vijf experimenteergemeenten waren medewerkers van de teams verkiezingen – net als bij andere verkiezingen – verantwoordelijk voor de organisatie van de Europees Parlementsverkiezing op 6 juni. Omdat het de eerste keer was dat er kon worden gestemd met het nieuwe stembiljet, boden medewerkers van het ministerie van BZK extra ondersteuning. Zo was er een tweewekelijks inloopspreekuur en waren medewerkers bereikbaar voor vragen en overleg. Daarnaast kreeg elke gemeente namens het ministerie van BZK een coördinator toegewezen. Deze coördinator ondersteunde de gemeente door het beantwoorden van vragen en het helpen bij de (extra) fysieke trainingen aan de stembureauleden. In de week na de verkiezing voerde het ministerie met alle gemeenten evaluatie gesprekken van ongeveer anderhalf uur. Dat gebeurde aan de hand van een gestandaardiseerde gespreksleidraad, zodat de antwoorden uit de verschillende gemeenten met elkaar kunnen worden vergeleken. Een week later voerde het ministerie vergelijkbare gesprekken met de meekijkgemeenten.
Belangrijkste vraag aan de meekijkgemeenten was: wat zou de impact op jullie gemeente zijn als er een volgende keer bij jullie met het nieuwe stembiljet zou worden gestemd? Alle ambtenaren van de experimenteergemeenten geven na afloop van de verkiezing aan positief terug te kijken op de verkiezing met het nieuwe stembiljet. De verkiezings dag zelf is door iedereen als iets bijzonders ervaren. Stembureauleden waren trots, kiezers enthousiast en telteams blij. Alle gemeenteambtenaren zeggen een volgende keer graag weer mee te doen. Wat niet betekent dat er geen ruimte voor verbetering is. Medewerkers van de meekijkgemeenten zien zeker een aantal uitdagingen, maar ook zij geven allemaal desgevraagd aan dat als het aan hen zou liggen ze bij een volgend experiment ook het liefst met het nieuwe stembiljet willen stemmen. In bijlage V is een samenvatting van de gespreksverslagen opgenomen.
Verslag evaluatie | Eerste experiment met het stembiljet model 2 | OSAGE
47
8.1 Werkdruk Alle gemeenten geven aan dat het organiseren van deze verkiezing meer tijd heeft gekost dan het organiseren van een verkiezing met het huidige stembiljet. Het extra werk zat onder andere in het regelen van de fysieke trainingen (dit speelt vooral bij de grootste gemeente), de afstemming met de drukker over de middelen en de communicatie met inwoners over het nieuwe stembiljet en het (laten) ontwikkelen en inzetten van communicatiemiddelen voor kiesgerechtigden. Vier van de vijf gemeenten verwachten bij een volgende verkiezing met het nieuwe stembiljet dat de werkdruk gelijk is aan het organiseren van een verkiezing met het huidige stembiljet. Eén gemeente denkt dat het een volgende keer wellicht nog steeds meer werk is dan bij het huidige stembiljet, maar dat het meerwerk op termijn afneemt. Een gemeente verwacht dat ook in de toekomst communicatie een uitdaging blijft. Dat geldt vooral voor kleinere gemeenten, die maar beperkte communicatiecapaciteit tot hun beschikking hebben. De vijf grotere buurgemeenten die hebben meegekeken (hierna: de meekijk gemeenten) verwachten bij een eerste keer stemmen met een nieuw stembiljet ook extra werk. Ze denken onder andere, omdat alles nieuw is, meer tijd kwijt te zijn aan: het controleren van drukwerk, het regelen van extra mensen, het opleiden van stembureauleden en communicatie met kiezers.
8.2 Drukwerk Alle gemeenten vinden dat ze voldoende informatie hadden over de benodigde middelen om het gesprek te voeren met hun leverancier. De richtlijnen voor het stembiljet, de overzichten van kandidaten en bevestigingsmaterialen waren duidelijk. Wel hadden de gemeenten de informatie graag wat eerder ontvangen. Ook is er behoefte aan een instructie op hoofdlijnen of een checklist die gemeenten kunnen gebruiken bij het maken van afspraken met hun leveranciers van stembescheiden, en bij het controleren ervan. Drie gemeenten geven aan dat de controles op het drukwerk lastiger en tijdrovender waren dan bij een ‘gewone’ verkiezing. Ook waren er meer proefdrukken nodig dan ze gewend zijn. Men denkt dat dat komt omdat het nieuw is. Twee gemeenten hadden geen problemen: zij laten de controle van een EPverkiezing over aan de leverancier.