3. Bijlage 3 - Verslag omgevingsdialoog Ontwikkelplan Bossche Stadsdelta
Tekst van het document
Verslag omgevingsdialoog Ontwikkelplan Bossche Stadsdelta September 2024
1.
Presentatie preview plannen 5 februari 2024
Op maandag 5 februari 2024 is er een informatiebijeenkomst gehouden voor alle projecten binnen de Noordelijke Spoorzone. Een preview van de plannen voor de Bossche Stadsdelta is gepresenteerd op deze informatiebijeenkomst. Daar zijn de laatste schetsen getoond die vervolgens verder zijn uitgewerkt in het (concept) Ontwikkelplan Bossche Stadsdelta. We zijn daarbij in gesprek gegaan over een aantal thema’s. 2.
Vragen stellen/ mogelijkheid in gesprek
Naast de mogelijkheid om een schriftelijke reactie in te dienen op het concept Ontwikkelplan tijdens de terinzagelegging, is er daarbuiten ook de mogelijkheid geweest om vragen te stellen via een digitaal contactformulier. Ook als mensen nog in gesprek wilde over het Ontwikkelplan, was het mogelijk contact op te nemen met de gemeentelijk projectleider via het digitaal contactformulier. 3.
Terinzagelegging concept Ontwikkelplan voor schriftelijke reacties
Het (concept) Ontwikkelplan Bossche Stadsdelta heeft vanaf 13 mei 2024 gedurende twee weken ter inzage gelegen, tot en met maandag 27 mei 2024. Gedurende de termijn van terinzagelegging kon iedereen een schriftelijke reactie indienen. Er zijn 15 schriftelijke reacties binnengekomen, waarvan 1 ruim buiten de termijn van terinzagelegging. De namen en adressen van de indieners van een schriftelijke reactie zijn opgenomen in een aparte, bij dit verslag omgevingsdialoog behorende Lijst van indieners reactie die niet openbaar wordt gemaakt. Dat betekent dat de naam en het adres van de mensen in verband met de bescherming van persoonsgegevens niet openbaar is. In dit verslag omgevingsdialoog wordt daarom gesproken van reactie 1 etc. Dit nummer verwijst naar de naam en het adres van de indiener van de reactie, zoals opgenomen in de Lijst van indieners reactie. Hieronder wordt de ingekomen reactie samengevat weergegeven en cursief voorzien van gemeentelijk commentaar. Dit betekent niet dat die onderdelen van de reactie die niet expliciet worden genoemd niet bij de beoordeling zouden zijn betrokken. De reactie is in zijn geheel beoordeeld. Reactie 1a d.d. 18 mei 2024 Kring Vrienden, namens de werkgroepen Zuid-Willemspark en Vestingwerken van de Kring Vrienden van ‘s-Bosch (hierna: Kring) merkt op dat er een aantal historische vergissingen in het Ontwikkelplan Bossche Stadsdelta staan.
Hij gaat in op vijf onderdelen en verwijst daarbij naar bronnen en doet tekstvoorstellen. De eerste opmerking betreft de inzet van rosmolens in 1629. De Kring onderbouwt dat het volledig droogpompen van het moeras niet kan kloppen maar dat slechts sprake is geweest van het verlagen van het waterniveau. Hij beschrijft daarbij wel het psychologisch effect van de snelle opbouw van de rosmolens op de bevolking wat waarschijnlijk ook heeft geleid tot de heroïsche mythe van het volledig leegpompen van de complete inundatie rond de stad. Gemeentelijk commentaar: Gemeente heeft de tekst van het Ontwikkelplan aangepast op basis van het tekstvoorstel over de inzet van de rosmolens.
1
De tweede opmerking betreft de relatie tussen de Boompoort en de Citadel. De Kring merkt op dat de tekst dat de Boompoort werd bewaakt vanuit het fort militair-technisch onjuist is. De Middeleeuwse Boompoort stond volgens hem juist in de weg van het schootsveld vanaf het Bastion van de Citadel. Hij wijst er dan ook op dat de Middeleeuwse poort snel afgebroken en vervangen werd door een versie met verlaagde rondelen. Dit is ook in overeenstemming met een andere deel van de tekst van het Ontwikkelplan. Gemeentelijk commentaar: Gemeente heeft de tekst van het Ontwikkelplan aangepast op basis van het tekstvoorstel over de Boompoort. De derde opmerking gaat over het gebruik van de Sortieburg van de Citadel. De Kring wijst erop dat de Sortiebrug uitsluitend een militaire functie had en dat het fort nooit vrij toegankelijk was voor burgers. Gemeentelijk commentaar: Gemeente heeft de tekst van het Ontwikkelplan aangepast op basis van het tekstvoorstel over de Sortiebrug. De vierde en vijfde opmerking gaat over vestingbouwkundige termen en de rol van Menno van Coehoorn. De Kring geeft een toelichting over de betekenis van de termen buitenwerk en voorwerk in relatie tot de functie ervan. Verder meent hij dat rond Menno van Coehoorn mythevorming plaatsvindt.
Zo waren de uitbreidingen van de vesting wel gebaseerd op Menno van Coehoorns ideeën maar waren het zijn opvolgers die het uitvoerden. Gemeentelijk commentaar: Gemeente heeft de tekst van het Ontwikkelplan aangepast op basis van het tekstvoorstel over de term buitenwerk en over Menno van Coehoorn. Conclusie: Het Ontwikkelplan is aangepast aan de hand van de tekstvoorstellen van deze reactie. Reactie 1b d.d. 28 mei 2024 De Interdisciplinaire Werkgroep Zuid-Willemspark namens de Kring Vrienden van ’s-Hertogenbosch (hierna: Kring Vrienden) reageren vanuit hun belangstelling voor het Bossche erfgoed. Zij spreken hun dank en complimenten uit naar ambtenaren en de externe deskundigen die zich zeer toegankelijk hebben getoond voor hun erfgoedkundige kennis en inzichten en voor hun vragen. De positieve bevindingen van de Kring gaan over de gebruikte “historische” benamingen Stadsdelta en Waterplein, het als beeldbepalend hanteren van Industrieel Erfgoed en de nog zichtbare restanten van de vestingwerken, het industrieel erfgoed als bepalend zien voor de beeldkwaliteit van de nieuwbouw en het meegaan in het belang van de historische zichtlijnen. Toch vragen zij aandacht voor een aantal zaken die zij missen of vanuit de beleving van de historie anders zien. Zoals de geplande “hoogbouw” naast het rijksmonument Meelfabriek op de hoogte van de af te breken laadinstallatie.
De Kring vraagt of gemeente simulaties wil laten uitvoeren over de effecten van het uiterlijk en de hoogte dat zo’n nieuw gebouw op het torentje van het rijksmonument heeft. Om te voorkomen dat dit torentje “in het niet valt”, “in de schaduw wordt gesteld” in het blikveld van het publiek dat in de Stadsdelta dwaalt of op de Wilhelminabrug (Stationsweg) staat. Gemeentelijk commentaar: Al in het Gebiedsperspectief Bossche Stadsdelta is als voorwaarde gesteld dat het Molengebouw, net als nu, vanaf de Wilhelminabrug zichtbaar moet zijn. De compositie van de nieuwe bebouwing en specifiek de hoogbouw op de zuidoever van de Bossche Stadsdelta wordt dan ook bepaald door het Molengebouw. Het behouden van het vrije zicht op het torentje met een gedeelte van de bovenste
2
bouwlaag van het rijksmonument vanaf de Wilhelminabrug, maar ook vanaf de Orthenbrug en de Lage Diezebrug is in de kaders van het Ontwikkelplan verwerkt. Dit is vastgelegd in het hoofdstuk Beeldkwaliteit van het Ontwikkelplan en daarmee vanuit de zichtlijnen Wilhelminabrug (zuid), Orthenbrug (oost) en Lage Diezebrug ’(noord) geborgd. Dat betekent dat er geen hoogbouw vóór het Molengebouw geplaatst kan worden. Het torentje blijft op deze manier de blikvanger. Het is overigens geen voorwaarde geweest om de achtergrond van het torentje geheel vrij te houden. Achter of naast het torentje kan zich daardoor de hoogstedelijkheid openbaren. Dit achten wij passend. We kiezen voor een stapsgewijze doorontwikkeling van de Tramkade die past bij de historische ontwikkeling van het fabriekscomplex. Die ontwikkeling kenmerkte zich door elke 30 jaar een schaalsprong. Het plan voorziet in de volgende schaalsprong op het terrein ten gunste van een mix van wonen, werken en cultuur. Een mix die het mogelijk maakt om het industrieel erfgoed voor komende generaties te behouden, met behoud van het zicht op het Molengebouw vanuit de binnenstad gezien. Als je straks door de Noordelijke Spoorzone wandelt dan zal het Molengebouw met het karakteristieke torentje op verschillende plekken te zien zijn. Soms helemaal vrij en op andere momenten met nieuwe torens erachter of eromheen.
Juist dit wisselende beeld maakt de wandeling interessant. Verder missen zij volledig een fysieke verwijzing naar het spoor- en tramwegverleden van het gebied. Zij vragen zich af of de restanten van de vakwerkbouw van het eerste Bossche station, die op de werf in Nuland liggen, hiervoor kunnen worden gebruikt. En of de Stichting Stadshout Den Bosch iets kan betekenen in herbouw. Gemeentelijk commentaar: De historische footprint van de Tramkade blijft nagenoeg volledig behouden. Dat geldt ook voor alle gebouwen, met uitzondering van de Expeditiehallen. In de hoofdstructuur van het gebied en in de te handhaven gebouwen valt het spoor- en tramwegverleden dus nog af te lezen. Zie bijvoorbeeld de overkraging van het voormalige Pakhuis (Werkwarenhuis), waar eerst de trein en later de vrachtwagens onder reden om geladen en gelost te worden. Ook bij de inrichting van de openbare ruimte wordt de huidige situatie als uitgangspunt genomen. Dat betekent behoud van de huidige ‘vloer’ in het gebied die alleen wordt aangepast/ gerepareerd als dat echt nodig is. De rails die hier lagen zijn jaren geleden verwijderd en niet meer aanwezig. De cultuurhistorische waarden op de Tramkade zitten niet zozeer in de losse gebouwdelen, maar juist in het ensemble als geheel en de werking van de fabriek, die nog zichtbaar is in de luchtbruggen en de andere industriële artefacten.
Dit krijgt een plek in het 3D-park. Geen alledaags park, maar een aaneenschakeling van trappen, luchtbruggen en daken die samen een openbaar toegankelijke route vormen door het industrieel erfgoed. Voor het functioneren van de veevoederfabriek werd ook gebruik gemaakt van spoor en water. Het pakhuis, nu ook bekend als Werkwarenhuis, staat parallel aan de voormalige insteekhaven. De oversteek van de eerste verdieping van dit gebouw herinnert nog aan de tijd dat hier treinwagons geladen werden met bulkgoederen. Dit gebouw wordt getransformeerd (aanduiding medium transformatie) dus deze verwijzing naar het spoorverleden blijft. Het toevoegen van extra verwijzingen naar het spoor en tramwegverleden is voor nu niet aan de orde. Wellicht dat er in de toekomst nog een project ontstaat dat refereert naar het spoor- en tramverleden. De inrichting van de openbare ruimte op de Tramkade gebeurt in overleg met de toekomstige mede-ontwikkelaars, mede-eigenaars en eindgebruikers in het gebied. In die samenwerking nemen we de suggestie om het spoor- en tramwegverleden nog zichtbaarder te maken mee. De restanten die op de gemeentewerf hebben gelegen, waren van de zogenaamde rijtuigenloods. Deze loods (uit 1868) stond van oorsprong bij het eerste treinstation aan het Emmaplein en is omstreeks 1916 naar de Veemarktweg verplaatst (op het terrein van de Koudijsfabrieken).
Hier heeft de loods gestaan tot de jaren negentig van de vorige eeuw. Het gebouw is toen gedemonteerd en in fragmenten opgeslagen bij een aannemersbedrijf. Hier heeft het jaren buiten gelegen, waardoor de houten onderdelen zijn weggerot. Een aantal ijzeren onderdelen zijn vervolgens naar de gemeentewerf gebracht. Jaren geleden bleken nog maar een paar onderdelen bewaard te zijn: twee
3
zinken dakruiters en een Polonceau-spant. De zinken dakruiters liggen ondertussen in het depot van Erfgoed (een daarvan heeft een plek verworven in de publiekspresentatie in het Groot Tuighuis). Hergebruik van de verdere materialen van de oude rijtuigenloods is dus niet mogelijk. De Kring vindt het verheugend dat zoveel mogelijk grond bij de Citadel gaat worden afgegraven. Maar zij zetten vraagtekens bij zoals dit wordt gedaan aan de andere waterzijden van het fort. Het is volgens de Kring historisch onjuist dat er geen voorland wordt gelaten bij een bakstenenmuur omdat dit kwetsbaar is voor de inwerking van water. Gemeentelijk commentaar: Het is inderdaad aannemelijk dat sprake was van smalle voorlandjes rondom de Citadel, zoals bij de vestingmuren. Bij de exacte uitwerking van de plannen wordt dit nader onderzocht. De Kring wil aandacht voor de omvangrijke basculepijler die straks als eenzame blok in het water staat. Zij vragen hoe ervoor wordt gezorgd dat een passant begrijpt dat dit het laatste historisch relevante relict is van de dan afgebroken Hoge Diezebrug en of daaraan iets zichtbaars (zoals een aanzet van een ophaalbrug) terugkomt.
Gemeentelijk commentaar: We onderzoeken de mogelijkheden voor de basculepijler en eventuele programmering en werken dat uit als afzonderlijk project De Bascule, met onderzoek naar vormgeving, programmering, historische verwijzing en eigen financiering. In de openbare ruimte kan t.z.t. verwijzing worden gemaakt ter duiding van de historische achtergrond van De Bascule. Ze zien dat gemeente er rekening mee houdt na afbraak van de zuidelijke oprit van de Hoge Diezebrug en/of bij andere werkzaamheden restanten zichtbaar worden van het daar gelegen buitenwerk (ravelijn) en zijn benieuwd wat gemeente doet wanneer in de keel (achterzijde) van het ravelijn langs de Stadsdommel een vestingwerkmuur aanwezig blijkt te zijn. Gezien de geplande groenblauwe ecologische verbindingszone tussen de zuidoever van de Dieze en de Stadsdommel. Gemeentelijk commentaar: Het is natuurlijk lastig te speculeren over alle zaken die we kunnen gaan tegenkomen bij de realisatie van de plannen. Dat kan gaan om bodemschatten, maar ook om verontreinigingen. Indien blijkt dat we ofwel een grondlichaam dan wel een vestingmuur tegenkomen, verandert dat op zichzelf niets aan de ecologische verbindingszone. Dit kan worden ingepast in de zone. Zoals ook eerder gedaan is bij het ravelijn aan Muntelbolwerk. De ecologische verbindingszone is daarmee geen belemmering voor eventuele cultuurhistorische waarden.
De Kring heeft nog zorgen, met name over het ontwerp van de nieuwe Lage Diezebrug. Ze vrezen een nieuwe blokkade van de zichtlijnen. Zij zijn van mening dat het ontwerp van een nieuwe brug vooral overeen moet komen met het industriële karakter van de Kop van ’t Zand en uw Ecofabriek op de noordoever van de Dieze en pleiten er vooral voor een zo slank mogelijk model met zo min mogelijk pijlers. Om zoveel als mogelijk het historische zicht over het water in de lijn van de Dieze op en vanaf de Citadel en de Boompoort te herstellen. Gemeentelijk commentaar: De nieuwe Lage Diezebrug hoort bij het Waterplein, de groenblauwe stedelijke ruimte die de vestingwerken met het industrieel erfgoed en de nieuwe ontwikkelingen in de Bossche Stadsdelta verbindt. De Lage Diezebrug ligt ongeveer 40 meter ten noordwesten van de bestaande brug en volgt de richting van het Ravelijn. De brug gaat omlaag, dus je hebt op waterniveau minder zicht op de Citadel. Maar sta je op enige afstand, dan krijg je juist weer meer zicht op de Citadel, omdat je gemakkelijker over de brug kunt kijken. De verplaatsing van de brug zorgt ervoor dat de Citadel meer ruimte krijgt. Bovendien wordt het zicht op de Citadel, en tussen beide oevers, enorm verbeterd door
4
de verlaging van de brug. Om het zicht vanaf het water zo open mogelijk te houden, is gekozen voor twee of maximaal drie pijlers (i.p.v. een reeks kleinere), zodat de doorvaart en doorkijk vanaf het water naar de historische binnenstad en de Citadel zoveel als mogelijk vrij blijft. Hiermee vindt een enorme verbetering plaats ten opzichte van de huidige situatie. De vormgeving is terughoudend, minimalistisch omdat er in de omgeving al zoveel gebeurt waar we de aandacht niet van willen afleiden (Citadel, Design Museum, Tramkade). Zeer teleurgesteld is de Kring over de intrekking van de plannen voor het doortrekken van de Aa in de richting van Orthenpoort-Zuid en daarna afbuigend naar de Dieze: een situatie die dicht komt bij de historische loop van het water rechts (noordoost) langs het Ravelijn voor de Citadel. Zij vinden dit een gemiste kans om een markant deel van de historische oude waterlijn te herstellen. Zij wijzen in dat verband op de berekeningen die uitwijzen dat de af te voeren watermassa’s stijgen. Dat zou volgens hen alleen al reden kunnen zijn om gebruik te maken van wat de historie ons biedt. Gemeentelijk commentaar: In het Gebiedsperspectief Bossche Stadsdelta staat de doorgetrokken Aa, waarmee er een eiland in de Dieze zou ontstaan.
Die kwam voort uit het enthousiasme bij ons en het Waterschap voor de mogelijke betekenis van zo’n bypass voor de wateropgave, natuurontwikkeling, recreatie, cultuurhistorische context en toekomstige woonkwaliteit. De financiële haalbaarheid ervan zou in de fase van de Haalbaarheidsanalyse worden onderzocht. Dat in de wetenschap dat de noordoever een voormalige vuilstort is en dat het graven van een bypass daardoor een kostbare aangelegenheid zou worden. Die zou daarom vooral met middelen vanuit de wateropgave gefinancierd moeten worden. In de haalbaarheidsfase heeft daarom een studie plaatsgevonden naar de effecten van maatregelen gericht op het klimaat robuuster maken van het watersysteem. Het ging daarbij om de vraag in hoeverre de in het Gebiedsperspectief voorgestelde ingrepen ook echt een substantiële bijdrage leveren aan de doorstroming en waterberging. Uit een modelmatige analyse is gebleken dat de waterstaatkundige effecten van zowel het overstroombaar eiland, als het doortrekken van de Aa marginaal zijn. Vanuit kosteneffectiviteit heeft het waterschap op dat moment dan ook aangegeven hiervoor niet de benodigde middelen in te zetten. We hebben destijds besloten de ambitie om te komen tot een klimaat robuuste groen-blauwe invulling overeind te houden door in te zetten op een groen (niet-overstroombaar) Oeverpark centraal in het plangebied.
Dit Oeverpark biedt ruimte voor de ecologische opgave, de groen- en wateropgave van het deelgebied ‘Ecofabriek’ en biedt mogelijkheden voor recreatie als, een uitloop- en verblijfsgebied voor de binnenstad en de Spoorzone. Bij de verdere uitwerking in het Gebiedspaspoort Citadelpoort wordt onderzocht om een deel van het water naast het ravelijn alsnog te kunnen realiseren, zodat de relatie van de metselwerkconstructie met het water aan de achterzijde duidelijk wordt, zoals ook is gedaan bij het ravelijn aan het Muntelbolwerk. Over het participatieve ontwerpproces Citadelpoort vermeldt de Kring dat de gewijzigde uitgangspunten voor de locatie van de roeiclub hun zorgen over de mogelijkheid om de oostelijke muur van het Ravelijn voor de Citadel in het water vrijleggen, versterkt. Voor de participatie zou het volgens hen goed zijn, wanneer deze wijziging wordt ingetrokken. Gemeentelijk commentaar: De wijziging van de uitgangspunten voor het participatief ontwerpproces Citadelpoort is niet ingetrokken. Inmiddels is het participatief ontwerpproces Citadelpoort afgerond en is het hieruit volgend advies van de Meedenkgroep op 8 juli 2024 aan ons aangeboden. Het advies en de bijbehorende verslaglegging van de bijeenkomsten bevat diverse aandachtspunten en dilemma’s, waar nadere uitwerking aan wordt gegeven in het Gebiedspaspoort Citadelpoort.
Wat de Kring bevreemdt, is dat het verdwenen vijfde bastion wordt benoemd, maar daarvoor geen uitgangspunten of plannen zijn geformuleerd. Nu “hangt dit object als het ware in de lucht” op de tekeningen. De eenzame “toren” in het water als verbeelding van de verdwenen rechter
5
(noordoostelijke) vleugel van de havenmonding versterkt dit effect nog eens. Ze verwijzen naar hun eerdere ideeën voor het vijfde bastion en de Boompoort op basis van de oude landschapslijnen gevormd door de havenmonding, de oude stadsmuur-voor-de-bouw-van-de-Citadel en de Inundatiepeilbeer van 1617/1618. Gemeentelijk commentaar: De gemeenteraad heeft met het vaststellen van het Gebiedsperspectief en de Rapportage Haalbaarheidsanalyse een stevige basis voor de Bossche Stadsdelta gelegd. Daaruit bleek onder andere dat het cultuurhistorisch erfgoed een belangrijke inspiratiebron voor de ontwikkeling kan zijn. In het Ontwikkelplan zijn de uitgangspunten verder verfijnd en ingekleurd. Het Ontwikkelplan biedt de kaders voor onder meer (beeld)kwaliteit, programma, ruimtelijke invulling, milieu en duurzaamheid voor de verdere uitwerking van een deelgebied door de ontwikkelende partij(en). Dit om de samenhang en relatie tussen deelgebieden te waarborgen. Het Ontwikkelplan Bossche Stadsdelta dient daarnaast als inspiratie om enkele elementen, zoals het vijfde bastion, terug te laten komen, maar hiervoor zijn inderdaad nog geen vastomlijnde uitgangspunten benoemd. Dat komt als hiermee aan de slag wordt gegaan.
Wat de Kring verder verbaast, is dat de Citadel doorlopend publiekstoegankelijk moet worden als korte en mooi-historische route van en naar het nieuwe Design Museum, maar dat de route niet door wordt getrokken met een voetbrug op de oude landschapslijn (ophaalbrug naar “de Plein”) over de ZuidWillemsvaart in de richting van de Van Tuldenstraat. Als alternatief hiervoor wordt nog gesuggereerd om nog een route te plannen door een terug te bouwen “Bastion Haven” met een voetbrug in de richting van de verdwenen toren van de Boombrug. En vandaar met een knik over de historische landschapslijn naar de Handelskade Gemeentelijk commentaar: Dit soort ideeën zit niet in de planvorming van het Ontwikkelplan Bossche Stadsdelta. We zetten nu eerst in op de realisatie van de Lage Diezebrug die ervoor zorgt dat er een prettigere verbinding komt tussen de oevers van de Dieze aan beide kanten van de Bossche Stadsdelta, die zodanig vormgegeven is dat het langzaam verkeer meer ruimte krijgt dan in de huidige situatie en voor iedereen beter toegankelijk is. Vanuit de historische binnenstad is de Citadel en vanuit daar ook het Design Museum bereikbaar via de Orthenbrug en de Zuid-Willemsvaart. Deze route via de Citadellaan biedt een aantrekkelijke route van de Citadelpoort met Design Museum en centrumgarage via het Zuid-Willemspark naar de historische binnenstad en vice versa.
Met de realisatie van de plannen uit het Ontwikkelplan Bossche Stadsdelta hebben we de komende jaren veel werk te doen. Ook de jaren daarna blijft er ruimte om nog meer en mooiere routes te bedenken. Zo wordt deze brug genoemd in het Inspiratiedocument Zuid-Willemspark als één van meerdere bruggen over de Zuid-Willemsvaart. In de toekomst zou deze dus best nog gerealiseerd kunnen worden als onderdeel van de ontwikkeling Zuid-Willemspark, maar voorlopig wordt als onderdeel van die ontwikkeling alleen gewerkt aan een brug in het verlengde van de Tolbrugstraat ter hoogte van zorgcomplex Nieuwehagen. Conclusie: Deze reactie heeft niet geleid tot aanpassing van het Ontwikkelplan. Reactie 2 d.d. 23 mei 2024 Indiener vraagt waarom nieuwbouw voor een museum in een stad vol leeg vastgoed. En als het thema duurzaamheid is, waarom dan weer een extra parkeergarage? Gemeentelijk commentaar: We hebben voor de herhuisvesting van het Design Museum ook gekeken naar bestaande gebouwen in de Brede Binnenstad. Daarbij is gebleken dat er geen technisch geschikte gebouwen voorhanden zijn die passen bij onze ambities en de ambities van het Design Museum. We hebben gekozen voor nieuwbouw op een prominente plek in de Bossche Stadsdelta omdat we hier plek kunnen bieden aan een gebouw met een onderscheidende eigen signatuur en een moderne uitstraling, voldoende
6
functionele ruimte en belevingswaarde voor het museum. Dit biedt het museum de kans om verder door te groeien naar een museum van nationaal belang. Hiermee versterken en verbreden we het bestaande culturele cluster. Verhuizing van het Design Museum naar de Citadelpoort geeft een belangrijke impuls aan de ontwikkeling en aantrekkingskracht van de Bossche Stadsdelta. Met de nieuwbouw van het museum voegen we een icoon en een publiekstrekker toe aan het gebied en maken we de sprong over de Dieze. We realiseren hiermee een meerwaarde voor de stad en de gehele gemeente. Binnen de Bossche Stadsdelta werken we bewust met een lage parkeernormering (conform Nota Parkeernormering 2021), gezien de ligging in de Spoorzone dat onderdeel van de Brede Binnenstad is. Daarbij positioneren we de parkeervoorzieningen in de (brede) binnenstad zoveel mogelijk naar de randen van het gebied, waarbij bezoekers direct kunnen parkeren en lopend of fietsend de Brede Binnenstad in kunnen. We kiezen binnen de ontwikkelingen in de Bossche Stadsdelta voor gebouwde parkeervoorzieningen die door meerdere doelgroepen worden gebruikt. Daarbij gaat het in de Citadelpoort om de functies in het gebied (met name wonen en museum) maar ook om een gedeeltelijke compensatie van de (bezoekers) parkeerplaatsen van de Tolbruggarage.
We willen deze ondergrondse parkeervoorziening vormgeven als een mobiliteitshub, die we voor een optimaal gebruik willen combineren met het parkeren voor meerdere doelgroepen, maar ook voor fietsparkeren en deelmobiliteit. Juist door het gebruik door meerdere doelgroepen op verschillende momenten zorgen we voor een optimale bezetting van de parkeergarage. Ook stelt indiener de vraag waarom weer een extra parkeergarage i.p.v. meer en fijnmaziger openbaar vervoer. Hij stelt dat meer parkeerplekken automatisch meer auto’s betekent. Hij vraagt waarom niet meer wordt ingezet op de transferia. Gemeentelijk commentaar: Deze parkeergarage in het deelgebied Citadelpoort vormt gedeeltelijk een vervanging van de Tolbruggarage. We kiezen ervoor om een parkeergarage in de historische binnenstad te sluiten en aan de rand van de Brede Binnenstad een nieuwe garage te bouwen, die ook voor de nieuwe functies in de Bossche Stadsdelta een rol kan vervullen. We werken op deze wijze aan een leefbare en bereikbare Brede Binnenstad. Een Brede Binnenstad, die autoluwer wordt. We kiezen er ook voor om meer in te zetten op de voetganger en de fietser, naast transferia en het openbaar vervoer en deelmobiliteit. Vandaar dat we hier ook niet alleen een parkeergarage creëren, maar een mobiliteitshub, voor de auto, maar ook de fiets en deelmobiliteit.
We kiezen daarmee voor een systeem, waarbij op verschillende afstanden tot de binnenstad parkeervoorzieningen zijn. Door middel van variatie in de tariefstructuur kunnen bezoekers met de auto voor hun reis de meest geëigende parkeervoorziening kiezen. De goedkoopste opties zijn de transferia op afstand van de binnenstad, maar ook aan de rand van de Brede Binnenstad willen we parkeervoorzieningen (mobiliteitshubs) waar een overstap naar een andere modaliteit kan worden gemaakt. Indiener zal zich met hand en tand verzetten tegen het ravelijn als festivalterrein. Hij vraagt zich af of nog meer festivals en feesten is wat Den Bosch nodig heeft. Gemeentelijk commentaar: Het Ravelijn is in de eerste plaats een groen verblijfsterrein voor de omgeving, Er kunnen ook evenementen plaatsvinden. Het betreft een prachtige plek aan water met uitzicht op de Citadel waar heerlijk gerecreëerd kan worden. We kiezen voor deze combinatie van functies, omdat we behoefte hebben aan ruimere evenemententerreinen in en rondom de binnenstad. Er zijn op dit moment weinig locaties voorhanden waar grotere groepen terecht kunnen. Dit zorgt ervoor dat de locaties die we nu hebben onevenredig veel belast worden. We willen de evenementen beter spreiden.
Evenementen geven plezier voor de bewoners en maken de gemeente economisch aantrekkelijker; ze zorgen voor werkgelegenheid en zijn goed voor de winkels en horeca. Evenementen dragen bij aan sociale binding in straat, buurt, stad en omgeving en zijn het visitekaartje van de stad. De Bossche Stadsdelta
7
is een gemengd stedelijk gebied met een mix van cultuur en recreatie, wonen en werken. Een nieuw dynamisch gebied dat onderdeel uitmaakt van de Brede Binnenstad, waarbij bij de ontwikkeling van (een) evenemententerrein(en) en culturele hot-spots vooraf bepaald kan worden hoeveel en welk soort evenementen er plaats kunnen vinden en het beste passen bij de dynamiek van die omgeving. Evenementen zijn niet alleen grootschalige festivals met harde basmuziek. Festiviteiten kunnen ook plaatsvinden zonder het ten gehore brengen van luid, versterkt, muziekgeluid. Op het Ravelijn kiezen we voor het beperkt mogelijk maken van geluidsproducerende evenementen. Er is juist ook plaats voor de ‘rustigere’ evenementen. Voor het type evenementen op het ravelijn wordt vooral gedacht aan culturele evenementen, (live) muziekfestivals en als finish- of doorkomstplaats bij sportwedstrijden. Voorbeelden zijn Jazz in Duketown, Theaterfestival Boulevard, November Music, Bosch Parade, Foodtruckfestivals en festivals rond waterrecreatie, zoals Swim to Fight Cancer. Het beleid dat nu is vastgelegd in de Uitvoeringsregels Evenementenbeleid 2020 moet voor het Ravelijn worden aangevuld. Dit gebeurt in een participatief traject met omwonenden en evenementenorganisaties. Het opstellen van een specifiek locatieprofiel voor evenementen is hier een onderdeel van.
Daarin komen randvoorwaarden op operationeel vlak, zoals het aantal evenementen per periode, de aard (type) en omvang van de evenementen, de eindtijden, het op- en afbouwen, het aantal bezoekers en de toegelaten geluidsniveaus op geluidsgevoelige objecten. We bekijken dit ook in samenhang met de locatieprofielen voor andere evenementenplekken in de Bossche Stadsdelta (Tramkade en Cultuurplein) en in de omgeving. Het opstellen van een locatieprofiel is een traject dat plaatsvindt in het jaar voorafgaand aan de ingebruikname van het terrein. Vervolgens stelt indiener de vraag waarom het citadelhof weg moet. Hij vraagt of dat de reden is dat de huizen niet (meer) onderhouden worden. Hij vindt dat verduurzaming van wat er al is altijd de voorkeur moet hebben boven afbraak en nieuwbouw. Gemeentelijk commentaar: De locatie van de woningen van het Citadelhofje wordt door de verplaatsing (en verlaging) van de Diezebrug meer onderdeel van de stad. Het wordt een bijzondere plek als entree naar de binnenstad, waar volgens ons ruimte is voor aanzienlijk meer woningen en bijzondere bebouwing. De eigenaar van de bestaande woningen van het Citadelhofje, BrabantWonen, ziet dit ook zo. Er komen zo’n 185 woningen, waarvan een aanzienlijk deel sociaal en betaalbaar.
Bovendien is de (technische) staat van de woningen dusdanig dat ze niet meer voldoende verduurzaamd kunnen worden om ze toekomstbestendig te kunnen maken, ook niet door ze grondig te renoveren. Als het station een knooppunt is, waarom is het centrum dan zo slecht bereikbaar door (kleine)stadsbussen? Gaat er een rechtstreekse bus van/naar dat hypothetische museum rijden? Gemeentelijk commentaar: Het is inderdaad de bedoeling dat er meerdere bussen van het station in de nabijheid van het museum een halte krijgen, waardoor het museum goed bereikbaar is met het OV. Daarnaast wordt op dit moment nog onderzocht of ook de transferiumbus een halte kan krijgen bij het museum. Daarmee zou het ook mogelijk worden om te parkeren op het transferium en met een bus in dit deel van de Bossche Stadsdelta/ Brede Binnenstad te komen. Verder ligt in het centrumgebied de nadruk op goede loop- en fietsinfrastructuur en is er voor bezoekers van de binnenstad die moeilijker ter been zijn een Blauwe Engelenbus beschikbaar. Indiener wil weten hoeveel bomen er gerooid moeten worden voor dit plan. Gemeentelijk commentaar: Met dit plan wordt gelet op de vorige opmerkingen en vragen ongetwijfeld de realisatie van deelgebied Citadelpoort bedoeld.
Ten behoeve van de aanleg van de Lage Diezebrug en het aansluiten van de infrastructuur op de kruising Orthenseweg-Vogelstraat verdwijnt de bomenrij aan de noordzijde van de huidige brug en wordt vervangen door een nieuwe bomenrij bestaande uit inheemse boomsoort(en),
8
daarmee met een hogere ecologische waarde. Bij de uitwerking van de deelgebieden, waaronder ook het deelgebied Citadelpoort, in het Gebiedspaspoort en in de bouwplannen vindt een zorgvuldige afweging rondom het behouden dan wel het verplaatsen of rooien van bomen plaats. Hij vraagt zich af wie de volgende zin schreef: "De bewoners weten waar ze voor kiezen en kunnen tegen een stootje. Want zo nu en dan het ongemak van een festival, een lossende vrachtwagen of een lassende kunstenaar wegen op tegen het besef dat je hier het bruisende stadsleven opsnuift. Je verbeelding wordt permanent geprikkeld en daar krijg je juist energie van." Want volgens hem kiezen de bewoners hier niet voor. Gemeentelijk commentaar: De betreffende tekst in het Ontwikkelplan gaat specifiek over de woonoriëntatie Inspirerend en Flexibel binnen de Bossche Stadsdelta. Hier geven we ruimte voor woonvormen waar de gebouwen, de gebruikers en/of het programma regelmatig veranderen. Tramkade is de koploper van deze woonoriëntatie. De oriëntatie Inspirerend en Flexibel geeft ook richting aan de deelgebieden Cultuurplein en Insteekhaven. Het gaat dan ook over de toekomstige bewoners van deze deelgebieden. De tekst gaat dus niet over de bestaande bewoners in de omgeving. Tenslotte vraagt indiener zich af hoe het mogelijk is dat na jaren voorbereiding dit plan precies 2 weken ter inzage ligt.
Langer zou volgens hem fijn zijn, zeker als je de burger het gevoel wil geven serieus genomen te worden. Samenvattend ziet hij in het plan, zoals het er nu ligt veel om zich tegen te verzetten. Gemeentelijk commentaar: De terinzagelegging van het Ontwikkelplan Bossche Stadsdelta maakt onderdeel uit van een al langer lopend traject met besluitvorming en bijbehorende participatie en dialoog met de omgeving. Het Ontwikkelplan heeft een stevige basis in het Gebiedsperspectief Bossche Stadsdelta (2020) en de Haalbaarheidsanalyse Bossche Stadsdelta (2023). In het Ontwikkelplan zijn de uitgangspunten van het Gebiedsperspectief en Haalbaarheidsanalyse verder verfijnd en ingekleurd. Gelet hierop vinden wij in dit geval een terinzagetermijn - met voorafgaande aankondiging in de nieuwsbrief - van twee weken niet onredelijk. In de aanloop naar het Gebiedsperspectief Bossche Stadsdelta hebben we een zeer uitgebreid en innovatief participatietraject met de hele stad doorlopen. We hebben de hele stad uitgenodigd om hieraan deel te nemen. We zijn eind 2019 gestart met het Kort en Krachtig festival en begin 2020 met het wekelijkse Open Huis op donderdag.
Vervolgens hebben deelnemers vanuit maatschappelijke, private en publieke organisaties zich gezamenlijk gebogen over belangrijke vraagstukken voor de gebiedsontwikkeling in de tweedaagse Citizens Science Labs en is er gediscussieerd over scenario’s ter uitwerking hiervan op de Ren je Rot-avond. Vervolgens is medio 2020 een inspraakprocedure gevoerd op het (concept) Gebiedsperspectief Bossche Stadsdelta. De participatie in de haalbaarheidsfase was vooral gericht op interactie met specifieke stakeholders. Daarnaast zijn er ook inloopmiddagen voor iedereen gehouden. De participatie in de fase van dit Ontwikkelplan heeft bestaan uit een informatiebijeenkomst voor alle projecten binnen de Noordelijke Spoorzone op maandag 5 februari 2024. Hierbij is een preview van de plannen van de Bossche Stadsdelta gepresenteerd. Naast de terinzagelegging van het (concept) Ontwikkelplan was het al langere tijd mogelijk om vragen te stellen via onze website. Als mensen nog in gesprek wilden over het Ontwikkelplan met de gemeentelijk projectleider was dat ook mogelijk. Het vervolg, de fase waarin we de plannen verder uitwerken, pakken we ook weer participatief op. Voor Citadelpoort is al een participatief ontwerpproces met betrokkenen doorlopen. Conclusie: Deze reactie heeft niet geleid tot aanpassing van het Ontwikkelplan.
9
Reactie 3 d.d. 24 mei 2024 Het Waterschap Aa en Maas (hierna: Waterschap) geeft een compliment voor het Ontwikkelplan Bossche Stadsdelta, mooie plannen. Daarbij wil het nog een aantal aandachtspunten en tips meegeven. Aandacht wordt gevraagd voor het toevoegen van objecten in het water in relatie tot de hydraulische situatie. Het Waterschap constateert dat de doortrekking Stads Aa nu niet aan de orde. Graag ziet het wel dat de ruimte gereserveerd en onbebouwd blijft. Gemeentelijke standpunt: In het Ontwikkelplan is geen specifieke, formele ruimtereservering opgenomen voor de doortrekking van de Stads Aa omdat dit nu inderdaad niet aan de orde is. In de haalbaarheidsfase heeft een studie plaatsgevonden naar de effecten van maatregelen gericht op het klimaat robuuster maken van het watersysteem. Het ging daarbij om de vraag in hoeverre de in het Gebiedsperspectief voorgestelde ingrepen ook echt een substantiële bijdrage leveren aan de doorstroming en waterberging. Uit een modelmatige analyse is gebleken dat de waterstaatkundige effecten van zowel het overstroombaar eiland, als het doortrekken van de Aa marginaal zijn. Vanuit kosteneffectiviteit heeft het waterschap op dat moment aangegeven hiervoor niet de benodigde middelen in te zetten.
We hebben toen besloten om de ambitie om te komen tot een klimaat robuuste groen-blauwe invulling overeind te houden door in te zetten op een groen (niet-overstroombaar) Oeverpark centraal in het plangebied. Dit Oeverpark biedt ruimte voor de ecologische opgave, de groen- en wateropgave van het deelgebied Ecofabriek en biedt mogelijkheden voor recreatie als, een uitloop- en verblijfsgebied voor de binnenstad en de Spoorzone. We hechten groot belang aan een gezonde, groene en aantrekkelijke openbare ruimte. Overigens merken we op dat met het doortrekken van een strakke (bebouwingslijn/rooilijn) tussen het deelgebied Ecofabriek en het Oeverpark de ruimte van het Oeverpark in beginsel wordt vrijgehouden van bebouwing (met uitzondering van een ondergeschikte, kleinschalige follie). Het waterschap denkt graag mee over het thema water bij de Gebiedspaspoorten. Gemeentelijke standpunt: Wij waarderen dit aanbod om mee te denken bij de Gebiedspaspoorten en betrekken het Waterschap bij de uitwerking van de deelgebieden in de Gebiedspaspoorten. Daarnaast heeft het waterschap de volgende aandachtspunten per pagina: Blz. 2 - In het Ontwikkelplan is de bandbreedte van het woningbouwprogramma verruimd. Gaat dat ten koste van de openbare ruimte of komt er meer hoogbouw? Gemeentelijke standpunt: De verruiming van het aantal woningen is het effect van de verdere uitwerking van de plannen.
Dit gaat niet ten koste van de openbare ruimte. In de rapportage Haalbaarheidsanalyse (2023) was er bijvoorbeeld een volume met een openbaar groen dak (niet woonfunctie) in het Oeverpark getekend. In het Ontwikkelplan is dit weggehaald, zodat er meer ruimte is voor het realiseren van een Oeverpark waar de natuur het voor het zeggen heeft. De keuze voor een groot en onbebouwd Oeverpark betekent dat op plekken waar wel gebouwd mag worden, flink verdicht moet worden. Dat gebeurt door het combineren van hoge en lage volumes, die in functie en expressie van elkaar verschillen. In het Ontwikkelplan heeft met inbreng van ontwikkelende partijen een optimalisatie van de bouwvolumes (waaronder meer hoogteaccenten) plaatsgevonden, waardoor meer woningen gerealiseerd kunnen worden. Blz. 6 - Hier staat dat het waterschap co-financier is. Dit is (nog) niet besloten en dient te worden herschreven. Gemeentelijke standpunt: Wij passen de tekst in het Ontwikkelplan hierop aan.
10
Blz. 20 - Het waterschap denkt graag mee in het ontwerpproces (en gebiedspaspoort) rondom de Citadelpoort. Gemeentelijke standpunt: Wij zullen het Waterschap in de vervolgstappen van de deelgebieden (blijven) betrekken. Blz. 23 – Over het herstel van het vijfde punt van de Citadel en de herbouw van de Boompoort wordt opgemerkt dat dit hydraulisch voor meer opstuwing kan zorgen. Gevraagd wordt of dit wordt doorgerekend in relatie tot de herinrichting van Sluis 0. Het zou jammer zijn als de inzet bij Sluis 0 aan de andere zijde teniet wordt gedaan. Gemeentelijke standpunt: De mogelijkheden van het herstel van de vijfde punt van de Citadel en de herbouw van de Boompoort worden in de toekomst nader onderzocht als dit aan de orde komt. Daarbij hoort uiteraard een onderzoek naar de hydraulische gevolgen. Het Waterschap wordt hierbij betrokken. De in de visualisatie van het Ontwikkelplan opgenomen suggestie voor het herstel van de vijfde punt is overigens geheel op het bestaande voorland van de Citadel, buiten het stroomprofiel van de ZuidWillemsvaart, gelegen en zou daarmee geen hydraulisch effect hebben. Blz. 25&72 - Op deze pagina’s staat beschreven dat er steigers worden geplaatst. Het waterschap gaat ervanuit dat de huidige steigers aan de noordoost kant verdwijnen.
Het waterschap is benieuwd hoe gemeente omgaat met de huidige tijdelijke boten, ook in relatie tot het op te stellen vaarbeleid waarvoor gemeente en waterschap samen aan tafel zitten. Het waterschap wijst er alvast op dat voor het aanleggen van nieuwe steigers een vergunning dient te worden aangevraagd waarbij de hydrologisch en ecologisch effecten van belang zijn. Het is een gevoelige plek waar alle watergang samenkomen richting de Dieze en mag hydraulisch niet verslechteren. Gemeentelijke standpunt: Ook hiervoor geldt dat wij het Waterschap tijdig zullen betrekken bij de planontwikkeling en voorbereiding van realisatie. Blz. 45 - De otter is als doelsoort benoemd voor het oeverpark. Het waterschap wijst erop dat de otter specifieke mitigerende voorzieningen nodig heeft en hierbij dient rekening te worden gehouden bij de inrichting van de oevers. Zij delen graag hun kennis en ervaring hierover. Gemeentelijke standpunt: We maken graag gebruik van de kennis en ervaring hierover. Blz. 45 - Het waterschap heeft bij de Stads-Aa en Stads-Dommel de doelsoorten Grote Modderkruiper en Rivierprik (vooral als migratieroute) en als doelvegetatie Kruidenrijk Grasland. Dit ontbreekt nog in het plan en mag worden toegevoegd, zowel tekstueel als in het ontwerp. De alle andere waterlopen die binnen het project van de Bossche Stadsdelta vallen zijn KRW-waterlopen.
In die waterlopen gaat het vooral om het halen van voldoende ecologische en waterkwaliteit. Als we kijken naar de doelsoorten, dan zijn dit soorten die gebaat zijn bij een goede waterkwaliteit en goed ontwikkelde oevers met veel vegetatie. Dat komt mooi overeen met wat het waterschap voor ogen heeft. Gemeentelijke standpunt: De aangegeven toevoegingen nemen wij over. Blz. 73 - Hier staat beschreven dat in het Oeverpark een zogenaamde “follie” mag verrijzen en dat er twee pijlers van de bestaande brug blijven. Volgens het waterschap is dit nieuw ten opzichte van de vorige versies. Gevraagd wordt wat de omvang van de follie is en of deze in het overstroombare gedeelte komt. Hierbij geldt ook dat hydraulisch situatie niet mag verslechten.
11
Gemeentelijke standpunt: De follie is inderdaad nieuw ten opzichte van de Haalbaarheidsrapportage. In het Ontwikkelplan wordt echter het huidige maaiveld gehandhaafd in het Oeverpark. Daardoor is het niet meer overstroombaar. Wel wordt de oever aangepast met natuurvriendelijke oevers en poelen achter de damwanden. In de Haalbaarheidsrapportage was in het Oeverpark een groot, verdiept liggend gebouw beoogd met een openbaar groen dak. Deze mogelijkheid is in het Ontwikkelplan vervallen om zo het vroegere schootsveld weer te openen. Hier komt een kleddernat oeverbos waar de natuur het voor het zeggen heeft en de mens te gast is en zich verwondert. De follie, een niet conventioneel bouwwerk met een kunstzinnig of ludiek doel (zonder commercieel gebruik) vinden we passend bij het idee van verwonderen. Deze follie zal kleinschalig zijn en daarmee ondergeschikt aan het Oeverpark. De exacte afmeting is nog niet bekend, omdat de vormgeving ook zeer bepalend is in hoe ondergeschikt het volume overkomt. De follie komt sowieso in niet overstroombaar gebied te staan. Dit betekent dat de follie geen effect heeft op de hydraulische situatie. Blz. 73 - Hier staat beschreven dat twee pijlers van de huidige brug blijven staan. Door de toevoeging van de nieuwe Diezebrug verandert de hydraulisch situatie. Het waterschap heeft begrepen dat de nieuwe Diezebrug eerder wordt aangelegd.
Als blijkt dat dit hydraulisch negatieve gevolgen heeft, kan dit invloed hebben op het plan. De samenloop van de Dommel, Zuid-Willemsvaart en de Aa richting de Dieze is een gevoelig punt. In deze flessenhals gebeurt van alles. In het totale plan dient gekeken/gerekend te worden naar een goede balans tussen het toevoegingen en verwijderen van objecten, zodat de hydraulische situatie niet verslechtert. Gemeentelijke standpunt: Het uitgangspunt is dat er 1 pijler (de basculepijler) blijft staan. De tweede kleinere pijler wordt geamoveerd in verband met stromingen en vaargeulen. De tekst wordt hierop aangepast. Blz. 73 - Hier staat beschreven dat langs de Tramkade, IJzergieterij en in de Insteekhaven er ruimte is voor drijvende functies met een semipermanent karakter. De omvang daarvan wordt in het Gebiedspaspoort bepaald. Het waterschap is erg benieuwd naar de uitwerking. Gemeentelijke standpunt: Het waterschap wordt betrokken bij de uitwerking. Conclusie: Naar aanleiding van deze reactie zijn enkele tekstuele aanpassingen in het Ontwikkelplan doorgevoerd. Reactie 4 d.d. 24 mei 2024 Edison vastgoed B.V. (hierna: Edison) geeft aan dat het vanaf de jaren ‘90 onroerend goed heeft gekocht binnen de Kop van ’t Zand. Zij is eigenaar van circa 1/3 van de gronden en heeft een samenwerking met enkele andere eigenaren in het gebied.
Edison stelt daarbij dat alle plannen van de gemeente dat er binnen het gebied hoogwaardige nieuwbouw zou plaatsvinden met uitzondering van de IJzergieterij. Zij verwijst daarbij naar de Nota hoogbouw, Voortgangsrapportage Woonagenda, Ambitiedocument Bossche Stadsdelta en beleid “Spoorzone ontwikkelt met (veer)kracht door”. Vervolgens is op 8 december 2020 door de gemeenteraad een motie tot behoud van de panden Havendijk 14-18 aangenomen. Ter uitvoering van de motie heeft het college deze panden samen met Buitendijk 4-5 aangewezen als gemeentelijk monument. Dit uitgangspunt van behoud is in het Ontwikkelplan verwerkt, waarbij de ontwikkelingsmogelijkheden van de overige gronden van Edison merendeels zijn weggehaald. Edison geeft aan dat zij zich hiermee niet kan verenigen. Gemeentelijke standpunt: In de inleidende tekst van de reactie van de indiener wordt verwezen naar enkele beleidsstukken. In de beleidsstukken die indiener aanhaalt, zijn alleen maar ontwikkelingsmogelijkheden geschetst, waarbij nog een (bestuurlijke) afweging moet plaatsvinden. Nergens in de diverse benoemde beleidsstukken zijn ondubbelzinnige toezeggingen gedaan over concrete ontwikkelingen voor 12
nieuwbouw op het kadastrale eigendom van Edison Vastgoed B.V. (hierna: Edison). Ook zijn dergelijke ontwikkelingsmogelijkheden nooit vastgelegd in het daartoe geëigende juridische instrument van het bestemmingsplan (nu omgevingsplan). Er is dus zeker geen sprake van het weghalen van ontwikkelingsmogelijkheden op de gronden van deze partij. Zo is in het aangehaalde voorbeeld van de Nota hoogbouw slechts benoemd dat de ZuidWillemsvaart en de Dieze lange lijnen vormen die door hoogbouw versterkt kunnen worden. Hier zijn zones aangegeven die kunnen leiden tot locaties voor hoogbouw tot 60 meter. Daarbij staat dat hoogwaardige stedelijkheid gewenst is en dat dit mogelijk zou kunnen zijn door het toepassen van een ritme van hoogbouwelementen, maar dat dit zorgvuldig moet gebeuren. Het uitgangspunt is dat ruimtelijke kwaliteit moet ontstaan. Dat betekent een goed samenspel van gebouw, de plaatsing ervan, de vorm en de relatie met de verdere omgeving. Bij de in 2023 op de gemeentelijke monumentenlijst geplaatste panden, Havendijk 14 t/m 18 en Buitendijk 4-5 is een afsprakenkader gevoegd. Deze maakt expliciet onderdeel uit van de monumentstatus van de panden en is daarmee de basis voor het omgaan met de monumenten in de toekomst.
Opgenomen is: “Het uitgangspunt is daarom dat de meest essentiële monumentale en cultuurhistorische behouden blijven bij de transformatie van het gebied Bossche Stadsdelta. Sloop van delen van de panden is voorstelbaar met dien verstande dat de balans ‘sloop versus behoud’ onderdeel moet zijn van het ontwerp van de gehele plek” (Afsprakenkader bij monumentaanwijzing SOM0803 en SOM0804: betreffende de panden Havendijk 14-15, 16-17 en 18 en Buitendijk 4-5 te ’sHertogenbosch, behorend bij het besluit van burgemeester en wethouders van 5 september 2023, reg.nr. 15264624). De in 2023 met spoed op de monumentenlijst geplaatste panden volgde direct op de ingediende sloopaanvraag voor onder andere de betreffende panden. Over de totstandkoming van de plannen merkt Edison op niet gekend te zijn in het opstellen van de plannen van het Ontwikkelplan voor haar eigendom. Anders dan in het Ontwikkelplan staat, kan het programma niet op haar instemming rekenen. Over de inhoud van het Ontwikkelplan meent Edison dat het niet voorziet in reële herontwikkelingsmogelijkheid van haar gronden. Zij kan zich hier niet mee verenigen en vindt dat de plannen ook niet haalbaar zijn. Gemeentelijke standpunt: Wij hebben het gehele proces gesprekken gevoerd met (potentieel ontwikkelende) eigenaren in het gebied Bossche Stadsdelta.
Wij hebben daarbij toegelicht dat de gemeente bij de transformatie van het gebied uitgaat van een gebiedsontwikkeling. Daarbij kan sprake zijn van een transformatie naar een geheel andere ruimtelijke en functionele structuur, met mogelijk een geheel ander stratenpatroon en openbaar verblijfsgebied, en bijgevolg mogelijk ook met andere en nieuwe bouwvlakken. Bij wijze van spreken worden alle in de transformatie de te betrekken percelen op een hoop geveegd om van daaruit een nieuw gebied te laten ontstaan, waarvan de (functionele en ruimtelijke) inrichting zich op voorhand niet (geheel) laat leiden door bestaande gebouwen of kadastrale grenzen. Percelen staan dus in alle opzichten ten dienste van elkaar. Lusten en lasten zullen daartoe evenredig verdeeld moeten worden over de betreffende percelen. Dit houdt in dat niet ieder kadastraal perceel afzonderlijk renderend (haalbaar) ontwikkeld kan worden. We hebben dit op het niveau van deelgebieden voorzien. Wij menen dat het Ontwikkelplan Bossche Stadsdelta voorziet in reële herontwikkelingsmogelijkheden voor het deelgebied IJzergieterij. Dit betekent dat de eigenaren binnen een deelgebied met elkaar in gesprek moeten om de lusten en lasten met elkaar te verdelen. Met Edison hebben wij dan ook niet gesproken over de ontwikkeling van sec de gronden van Edison, maar over de ontwikkeling van het totale deelgebied IJzergieterij.
Er zijn ontwerpsessies geweest met de stedenbouwkundigen van Edison en gemeente. In deze ontwerpsessies is steeds sprake geweest van het verkennen van de mogelijkheden, waarbij de inpassing van de monumenten en cultuurhistorisch waardevolle bebouwing in het deelgebied uitgangspunt zijn geweest. Verder meent zij dat de plannen van het Ontwikkelplan in strijd zijn met eerdere toezegging van gemeente. Zij verwijst naar de uitgangspunten, zoals genoemd in het afsprakenkader in bijlage 5 bij het besluit van het college van 5 september 2023 tot aanwijzing van de panden Havendijk 14-18 en Buitendijk 4-5. In het Ontwikkelplan staat dat restauratie het uitgangspunt is. Dit is volgens Edison niet 13
te rijmen met de optie uit het afsprakenkader van het opnemen van de gevelwanden van de bestaande bebouwing in nieuwbouw. Het past volgens haar ook niet bij de aanduiding “medium transformatie”. Gemeentelijke standpunt: We erkennen dat de begrippen kleine transformatie dan wel medium transformatie in het deelgebied IJzergieterij voor verwarring kunnen zorgen, omdat deze meer zijn toegeschreven op het deelgebied Tramkade. We hebben er dan ook voor gekozen om dit aan te passen in het Ontwikkelplan door het toevoegen van een nieuwe term voor de transformatie van de panden Havendijk 14-18 en Buitendijk 4-5 met de daarbij behorende uitleg/ toelichting die aansluit bij het Afsprakenkader behorende bij het besluit tot aanwijzing tot monument van de panden Havendijk 14-18 en Buitendijk 4-5. Edison meent dat de plannen niet uitvoerbaar zijn. Zij wijst op de slechte bouwkundige staat van Buitendijk 4-5 en Havendijk 14-18. Dit komt omdat Edison gezien de beoogde nieuwbouw minder heeft geïnvesteerd in onderhoud, maar ook door de openbare ordeproblemen. Om de panden te behouden moet fors geïnvesteerd worden. Hiertegenover dienen inkomsten te staan. Het Ontwikkelplan voorziet volgens Edison niet in bebouwing die deze investeringen mogelijk maken. Edison stelt dat gemeente op geen enkele wijze heeft onderzocht of de gestelde plannen financieel uitvoerbaar zijn.
Gemeente heeft wel een grondexploitatie vastgesteld, maar geen opstalexploitatie. Zij merkt in dat kader op dat er wel gesproken wordt over nadere afspraken over planontwikkeling en uitvoering tussen gemeente en Edison, maar dat deze nog niet zijn gemaakt. Dit maakt dat op dit moment niet zeker is of de plannen uitvoerbaar zijn. Gemeentelijke standpunt: Wij verwijzen naar de eerdere opmerking over gebiedsontwikkeling. We zijn op dit moment als medeeigenaar binnen het deelgebied IJzergieterij met Edison in gesprek om te komen tot een intentieovereenkomst. De belangrijkste afspraak die daarin vast komt te liggen, is dat Edison de kans krijgt om een plan te ontwikkelen voor het totale deelgebied IJzergieterij binnen de kaders van het Ontwikkelplan. Indien daar een integraal plan uitkomt, dat de instemming van de gemeente kan hebben, dan bestaat ook de bereidheid om de gemeentelijke gronden, die daarvoor nodig zijn onder nader overeen te komen marktconforme condities te verkopen aan Edison. Edison legt haar planvoorkeur voor het deelgebied IJzergieterij neer waarin meer hoogteaccenten zijn voorzien. Het aantal wooneenheden is daarbij opgehoogd van 225-275 naar 375. Dit sluit volgens haar meer aan bij de oorspronkelijke plannen van gemeente en komt tegemoet aan de huidige schaarste aan woonruimte.
De panden Havendijk 14-18 en Buitendijk 4-5 worden getransformeerd volgens het afsprakenkader en is daarom volgens haar in overeenstemming met de toezeggingen van de gemeente. Ten slotte meent Edison dat de rooilijnen in haar opzet creatiever zijn dan die van het Ontwikkelplan en meer passend binnen de bijzondere woon- en werkomgeving die hier gecreëerd moet worden. Zij vindt haar plan een betere invulling van het gebied. Gemeentelijke standpunt: Naar aanleiding van deze reactie hebben we nogmaals gekeken naar optimalisatiemogelijkheden in het deelgebied IJzergieterij. We zijn het oneens met indiener dat er meer mogelijkheden binnen het deelgebied voor hoogbouw te vinden zijn. We blijven op ons standpunt dat maximaal één hoogteaccent tot 35 meter bij de IJzergieterij mogelijk is. Er zijn niet meer torens en ook een hogere hoogte van de toren mogelijk, omdat we het vrije zicht op het rijksmonument Molengebouw vanaf Wilhelminabrug, Orthenbrug en Lage Diezebrug van belang vinden. Wel zien wij nog mogelijkheden in optimalisatie van het plan door grotere variatie in de basishoogte van 12 meter tot 25 meter. Daarbij dient het vrije zicht op het rijksmonument Molengebouw gehandhaafd te blijven. De ruimte voor optimalisatie zien wij daardoor vooral in het zuidwestelijk deel van de IJzergieterij. Het gaat hier naar schatting om een extra ruimte voor circa 25 woningen.
We willen hier de maximale bandbreedte van het woonprogramma voor het deelgebied in het Ontwikkelplan op aanpassen en deze op 300 woningen stellen. Ten slotte merken wij op dat het aantal woningen gebaseerd is op een rekenkundig 14
gemiddelde woningmaat. Bij de uitwerking kan blijken dat aantallen woningen enigszins afwijken door het hanteren van verschillende woninggroottes voor de diverse doelgroepen. Ten slotte vindt Edison dat de status van het Ontwikkelplan onduidelijk is. In het Ontwikkelplan staat niet wat de beoogde wettelijke status is. Zij vraagt zich af of het Ontwikkelplan bedoeld is als een Gebiedsvisie op grond van artikel 3.1 en verder van de Omgevingswet. Zij meent dat de ontwikkelvisie duidelijk dient te maken welke wettelijke status beoogd is. Gemeentelijke standpunt: Het Ontwikkelplan is beleid dat door de gemeenteraad wordt vastgesteld. Het biedt de kaders waarbinnen de ontwikkeling kan worden uitgewerkt. Het is geen gebiedsvisie op grond van artikel 3.1 en verder van de Omgevingswet. We werken hiernaast ook aan een Omgevingsvisie op basis van de Omgevingswet en de uitwerking daarvan in vier gebiedsvisies voor de binnenstad, de wijken binnen de ring, de wijken buiten de ring en de dorpen en het buitengebied.
Conclusie: Deze reactie heeft geleid tot aanpassing van het Ontwikkelplan: een aanpassing van de term voor transformatie van de panden Havendijk 14-18 en Buitendijk 4-5 met de daarbij behorende uitleg/ toelichting is doorgevoerd en de bandbreedte van het aantal woningen voor het deelgebied IJzergieterij is opgehoogd met 25 woningen en daarmee ook de bandbreedte van het totale aantal woningen van de Bossche Stadsdelta. Reactie 5 d.d. 24 mei 2024 De Moskee Arrahma, Marokkaans Islamitische Vereniging Den Bosch (hierna: moskee) hebben het Ontwikkelplan ingezien en reageren dat de formulering betreffende de Moskee Arrahma niet helemaal juist is. Ook delen zij hun kijk op de ontwikkelplannen. De moskee verwijst naar het gesprek met projectleider en stedenbouwkundige waarin de conceptontwikkelplannen zijn gepresenteerd. Hierbij zijn een drietal gedachten voorgelegd. 1. De moskee behouden zoals deze is 2. De moskee slopen en nieuwbouw realiseren 3. Participeren in het aanpalende project. Zij hebben met belangstelling naar de ideeën geluisterd. Als beloofd zijn de ideeën daarna gedeeld in de moskeevereniging. Daarbij merken zij op dat zij bij de allereerste gebiedsplannen al schriftelijk hun zorgen hebben meegedeeld. Het betrof het te verwachten geluidsniveau, de hoogbouw en de drukte in het gebied.
De gewijzigde plannen die nu in het ontwikkelplan zijn opgenomen hebben de zorgen voor de moskee vergroot. Er zijn aanzienlijk meer woningen voorzien en het culturele-/ horeca-/ evenementenkarakter van het gebied wordt groot. De moskee meent dat de enorme hoeveelheid woningen het gebied volledig zal veranderen. Het wordt druk. Daarbij komen ook de bezoekers van de culturele activiteiten. Zij vragen zich af of deze drukte verenigbaar is met de belangen van de moskee en voorzien daarin ook grote problemen. Nu reeds is de parkeerdruk op het gebied aanzienlijk. Problemen met zoveel woningen en zoveel activiteit kunnen naar hun vrees niet met autoluwe plannen worden opgelost. Daarnaast maken zij zich zorgen over de bereikbaarheid van hun gebouw voor hun bezoekers. Bereikbaarheid is een van de belangrijkste overwegingen geweest bij de aanwijzing van dit gebied voor de bouw van de moskee. Ze vragen zich af of gemeente zich voldoende realiseert dat de ontwikkelplannen het gebied betreffen waar een van de belangrijkste religieuze centra van de stad is gevestigd, op verzoek van de stad zelf, tientallen jaren geleden, met het oog op een blijvende goede plek voor de moskee. De grote drukte die in het ontwikkelplan is voorzien lijkt volgens hen een recept voor overlast waarin de moskee niet verzeild wil raken.
De vraag of de plannen met het gebied verenigbaar zijn met de functie en belangen van onze moskee is volgens de moskee gerechtvaardigd. Zij vermelden dat de reacties van hun bezoekers verontrustend en zeer bezorgd zijn. Met deze reactie willen zij hun grote zorgen met gemeente delen.
15
Gemeentelijk standpunt: Wij erkennen het belang en waarderen de maatschappelijke functie van de Arrahma moskee in de Bossche samenleving en binnen de Bossche Stadsdelta. De moskee heeft en behoudt een prominente plek in het gebied. Het is duidelijk dat het gebied rond de moskee flink gaat veranderen. Er wordt ingezet op een hoogstedelijk gebied met een mix van functies. Ten opzichte van de allereerste plannen (Gebiedsperspectief) is het plan doorontwikkeld en geoptimaliseerd. Dit heeft mede geleid tot een verdere verdichting rond de moskee in het deelgebied Ecofabriek in het Ontwikkelplan. We hebben deze wijziging in de plannen, de onderlegger van het (concept) Ontwikkelplan, tussentijds besproken met de werkgroep, die vanuit de moskee actief is en gepresenteerd op de informatiebijeenkomst van 5 februari 2024. In onze contacten met de vanuit de moskee aangestelde werkgroep hebben wij steeds positieve signalen op de planvorming ontvangen. Toch heeft het bestuur van de Arrahma moskee (nogmaals) hun zorgen wensen te uiten. We hebben naar aanleiding van deze schriftelijke reactie opnieuw het initiatief genomen om de geuite zorgen met de vereniging (zowel het bestuur als de werkgroep) te bespreken. We hebben allereerst begrip voor hun zorgen. Een drukkere omgeving kan (meer) overlast geven. Dit hoeft evenwel niet een direct gevolg te zijn.