CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Bijlage 3 - Bestemmingsplan Lage Diezebrug (toelichting en regels)

Gemeenteraad 12 december 2023, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Bestemmingsplan Lage Diezebrug18.692 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

's-Hertogenbosch

Bestemmingsplan Lage Diezebrug vastgesteld

December 2023

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk1 1.1 1.2 1.3 1.4 Hoofdstuk2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 Hoofdstuk3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 Hoofdstuk4 4.1 4.2 4.3 Hoofdstuk5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12 5.13 Hoofdstuk6 6.1 6.2 Hoofdstuk7 Hoofdstuk8

5 Inleiding Aanleiding Doel van het plan Begrenzing plangebied Leeswijzer Huidige situatie Beschrijving locatie en ligging in de stad Ruimtelijke structuur Groen- en waterstructuur Functionele structuur Geldende bestemmingsplannen Planbeschrijving Belang Lage Diezebrug Uitgangspunten ontwerp en inrichting Lage Diezebrug Duurzaamheid Lage Diezebrug Beeldkwaliteit Lage Diezebrug Verkeersaspecten Dieze en ecologie Groen en bomen Beleidskader Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid Milieu, duurzaamheid en waarden Inleiding Geluid Trillingen Verlichting Externe veiligheid Luchtkwaliteit Bodem Water Duurzaamheid Milieueffectrapportage Ecologie Stikstof Archeologie en cultuurhistorie Juridisch-bestuurlijke aspecten Planregels Mogelijkheid onteigening Economische uitvoerbaarheid Participatie

7 7 8 8 8 9 9 9 10 10 10 13 13 14 16 17 19 19 20 23 23 24 25 29 29 30 30 30 30 30 31 33 35 36 36 38 38 47 47 49 51 53

Regels

55

Hoofdstuk1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten Hoofdstuk2 Bestemmingsregels Artikel 3 Verkeer Artikel 4 Waarde - Archeologie - 1

57 57 59 61 61 63

2

Artikel 5 Waarde - Archeologie - 4 Hoofdstuk3 Algemene regels Artikel 6 Anti-dubbeltelregel Artikel 7 Algemene bouwregels Artikel 8 Algemene gebruiksregels Artikel 9 Algemene afwijkingsregels Hoofdstuk4 Overgangs- en slotregels Artikel 10 Overgangsrecht Artikel 11 Slotregel

65 67 67 68 69 70 71 71 72

3

4

Toelichting

5

6

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1

Aanleiding

De Diezebrug werd in 1939 gebouwd en is later jarenlang in gebruik geweest als onderdeel van de rijksweg A2 (Utrecht – Eindhoven). Van oorsprong was het een ophaalbrug maar deze werd later vastgezet. Vanwege de beroepsvaart richting Zuid-Willemsvaart was een hoge doorvaarthoogte noodzakelijk. Het resultaat was een brug met steile helling. Sinds de aanleg van het Maximakanaal hoeft de brug helemaal niet meer zo hoog te zijn, aangezien de beroepsvaart er geen gebruik meer van maakt.

Afbeelding 1.1 Luchtfoto huidige Diezebrug

De gemeente 's-Hertogenbosch heeft de herontwikkeling van het gebied Bossche Stadsdelta als onderdeel van de ontwikkeling van de Noordelijke Spoorzone in voorbereiding. Het gebied Bossche Stadsdelta bestaat uit de Kop van 't Zand, Orthenpoort-Zuid en omgeving tot aan de Citadel. De gemeente wil hier een nieuw dynamisch stedelijk gebied in de Brede binnenstad creëren met ruimte voor ontmoeting, cultuur, religie, sport, werk en duurzame innovatie, met een gevarieerd woningaanbod dat daarbij past. De ontwikkeling van de Bossche Stadsdelta is ook aanleiding geweest om te onderzoeken of juist de beide stadsdelen aan weerszijden van de Dieze beter met elkaar kunnen worden verbonden. In dat kader zijn de mogelijkheden van de verbinding over de Dieze verkend. Door de aanleg van het Maximakanaal is beroepsvaart over de Dieze en Zuid Willemsvaart niet meer aan de orde en is de huidige doorvaarthoogte niet meer nodig. De brug kan daardoor anders worden vormgegeven, want in zijn huidige verschijningsvorm wordt deze gezien als een fysieke en stedenbouwkundige barrière tussen oost en west. Het resultaat daarvan is de keuze om een nieuwe verlaagde brug tussen noorden zuidoever van de Dieze te realiseren ongeveer 50 meter ten westen van de bestaande brug. De bestaande brug zal daarna gesloopt worden.

De vervanging van de Diezebrug door een nieuwe brug (de Lage Diezebrug) biedt zowel kansen om de barrièrewerking van de hoge brug en aanbruggen weg te nemen als de ruimtelijke kwaliteit van het gebied te verbeteren. Bovendien wordt met de bouw van de nieuwe brug op een andere plek, de verkeershinder als gevolg van deze ingreep tot een minimum beperkt. 7

De Lage Diezebrug wordt beschouwd als een aanjager voor de verdere gebiedsontwikkeling. De realisatie ervan komt daarmee direct aan de orde. De staat van onderhoud van de brug maakt het eveneens noodzakelijk om de nieuwe brug op korte termijn te realiseren om grote onderhoudsuitgaven voor de huidige brug te voorkomen. De voorlopige planning is dat de nieuwe brug eind 2026 in gebruik wordt genomen.

1.2

Doel van het plan

De voorgenomen ontwikkeling van de Lage Diezebrug past gedeeltelijk niet binnen het geldende bestemmingsplan. Om de nieuwe infrastructuur over het water mogelijk te maken wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Dit bestemmingsplan biedt het ruimtelijk-juridisch kader waarbinnen de ontwikkeling van de Lage Diezebrug mogelijk gemaakt wordt.

1.3

Begrenzing plangebied

De Lage Diezebrug komt te liggen over de Dieze tussen het bouwwblok rondom de IJzergieterij aan de zijde van Tramkade/Kop van 't Zand (zuidzijde) en het Werfpad aan de zijde van Orthenpoort-Noord (noordzijde). Het projectgebied van de ontwikkeling omvat de gronden waar de nieuwe Lage Diezebrug is gesitueerd over de Dieze inclusief de aansluitingen op de bestaande wegenstructuur aan zowel de noord- als de zuidzijde van de Dieze. Daarmee strekt het gehele projectgebied zich uit van het Brugplein, over de Havendijk en Buitendijk, over de Dieze, het Werfpad tot de kruising Orthenseweg - Citadellaan. Deze ontwikkeling past slechts gedeeltelijk niet binnen het geldende bestemmingsplan. Het betreft het deel dat onderdeel is van het 'bouwwerk brug'. De aansluitingen ervan op de bestaande wegenstructuur passen wel rechtstreeks binnen het geldende bestemmingsplan ter plaatse. Voor de duidelijkheid is toch gekozen om alle gronden van het projectgebied op te nemen binnen het plangebied van dit nieuwe bestemmingsplan. Op deze manier ontstaat een helder en eenduidig toetsingskader binnen één bestemmingsplan voor het gehele werk inclusief de (tijdelijke) aansluitingen op de bestaande wegenstructuur. Voor de begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de plangrens op de verbeelding van het bestemmingsplan.

1.4

Leeswijzer

Hoofdstuk 1 bevat de inleiding. In de inleiding worden de aanleiding voor het plan, het doel van het plan en de ligging en begrenzing van het plangebied beschreven. In Hoofdstuk 2 wordt beschreven wat de huidige situatie is. In Hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de voor het gebied vastgestelde uitgangspunten met betrekking tot de voorgenomen ontwikkeling. Het planologische beleidskader is opgenomen in Hoofdstuk 4. Hoofdstuk 5 behandelt de verschillende milieuaspecten, duurzaamheid en waarden. Per milieuaspect wordt ingegaan op de gevolgen voor het plangebied en de directe omgeving. In Hoofdstuk 6 worden de juridisch bestuurlijke aspecten behandeld. Hierin worden de planmethodiek, de verbeelding en de bestemmingsplanregels toegelicht. In Hoofdstuk 7 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Ten slotte komt in Hoofdstuk 8 de participatie over de ontwikkeling aan bod.

8

Hoofdstuk 2 Huidige situatie 2.1

Beschrijving locatie en ligging in de stad

De Hoge Diezebrug is het deel van de Orthenseweg dat over de Dieze loopt en onderdeel is van een belangrijke verbinding tussen het noorden en zuiden van de stad 's-Hertogenbosch. De Diezebrug werd gebouwd in 1939 als een zogenaamde basculebrug die een verbinding vormt tussen de uitbreidingswijk 't Zand en het noordelijk deel van de stad. De brug sloot aan op het Brugplein in het zuiden en de voormalige rijksweg naar Hedel (nu Orthenseweg) in het noorden. Vanaf de aanleg van de Drakentunnel in 1959 maakte de brug onderdeel uit van de Rijksweg Utrecht-Eindhoven. De toegepaste basculebrug was een ophaalbrug, waarbij het contragewicht onder het brugdek is geplaatst en bij het openen in een holle ruimte (basculekelder) onder de brug verzinkt. Het stalen val van de 19 meter brede basculebrug is op enig moment vastgezet, zodat de brug niet meer open kan. Ter weerszijden van de basculekelder, die in verbinding staat met het terrein van de Citadel, is een doorvaart vanuit de Dieze naar respectievelijk de Aa en de Dommel/Zuid Willemsvaart. De doorvaart naar het Zuid Willemskanaal werd veel gebruikt door de beroepsvaart. Deze beroepsvaart vergde een bepaalde doorvaarthoogte en leverde een brug op met een redelijk steile helling en lange toeritten naar de brug over grondlichamen. Pas op het Brugplein en bij de kruising Vogelstraat sluit de weg weer aan op maaiveld.

De huidige brug is aan vervanging toe. Deze Hoge Diezebrug wordt vervangen door een nieuwe lagere brug over de Dieze. Deze nieuwe Lage Diezebrug komt circa 50 meter ten westen van de bestaande Hoge Diezebrug te liggen. De nieuwe brug steekt de Dieze over ter hoogte van het bouwblok rondom de IJzergieterij aan de zuidoever en ter hoogte van het parkeerterrein aan het Werfpad aan de noordzijde. Aan beide zijden van de Dieze takt de weg weer aan op de bestaande wegenstructuur. In de nieuwe situatie loopt de verbinding vanaf het Brugplein over de Havendijk en Buitendijk, om vervolgens via de nieuwe brug de Dieze te kruisen en aan te landen ter hoogte van het Werfpad. Bij de kruising Orthenseweg - Citadellaan sluit de verbinding aan op de bestaande situatie.

2.2

Ruimtelijke structuur

De Diezebrug heeft jarenlang een belangrijke noord-zuidverkeersverbinding door de stad gevormd. Daarbij vormt de Diezebrug ook nu nog vanuit het noorden de toegang tot de binnenstad en het station 's-Hertogenbosch. In de loop van de jaren is de functie van de noord-zuidroute wel gewijzigd. Bij de introductie van de Binnenstadsring is het gedeelte tussen de kruising met de Orthenseweg/Vogelstraat en het Willemsplein aan de zuidzijde aangemerkt als de Oranjeboulevard, waar op termijn een 30 km/u regime moet gaan gelden, met meer aandacht voor verblijven in plaats van de primaire verkeersfunctie. Bij de realisatie van de nieuwe brug is het dan ook reden om dit uitgangspunt hierbij te betrekken. Voor de noord-zuidverbinding voor gemotoriseerd verkeer is een netwerk van doorstroomassen aanwezig in de 9

stad; voor dit deel van de stad loopt de doorstroomas over de Nelson Mandelalaan - Magistratenlaan. De komende jaren worden nog verschillende maatregelen doorontwikkeld om deze doorstroomas aantrekkelijker c.q. logischer te maken, ten gunste van een verdere afname van gemotoriseerd verkeer op de route via de Diezebrug. Daarnaast is de route over de Diezebrug onderdeel geworden van het hoofdfietsnetwerk van de gemeente 's-Hertogenbosch en specifiek van de snelfietsroute F59 van 's-Hertogenbosch naar Oss. Ter hoogte van de Vogelstraat staat ook een aantakking op de snelfietsroute naar Zaltbommel gepland. Dit vraagt bij een nieuwe brug ook om kwalitatief goede fietsverbindingen (fietspad van voldoende breedte en comfort). De bestaande route over de brug vormt ook onderdeel van de doorstroomas voor het openbaar vervoer. Een groot aantal buslijnen rijden via deze verbinding naar het busstation bij het station 's-Hertogenbosch. Ook is de weg via Diezebrug een belangrijke uitrukroute voor de hulpdiensten die zijn gevestigd aan de Vogelstraat. Voor de bereikbaarheid van het centrum, de zuidoostelijke wijken, maar ook de westzijde van het spoor vormt de Diezebrug een hoofdroute voor hulpdiensten. Als laatste wordt de bestaande Diezebrug ook gebruikt door voetgangers. De voorzieningen voor deze groep verkeersdeelnemers zijn op dit moment beperkt.

Alleen aan de oostzijde ligt een trottoir langs de brug, Aan de westzijde maakt de voetganger gebruik van het fietspad. De huidige hellingen van de brug zijn relatief steil voor fietsers en mindervaliden.

2.3

Groen- en waterstructuur

De huidige Hoge Diezebrug ligt in het gebied waar Dommel en Aa samenvloeien in de Dieze. De nieuwe Lage Diezebrug komt circa 50 meter ten westen hiervan te liggen over de Dieze. De Dieze maakt onderdeel uit van Natuur Netwerk Brabant, (deels) als ecologische verbindingszone, attentiezone waterhuishouding en behoud en herstel van watersystemen. Bij de realisatie van de brug wordt zoveel als mogelijk rekening gehouden met deze groen-blauwe structuur. In het ontwerp is ruimte gereserveerd voor de aanleg van een deel van de ecologische verbindingszone aan de noordzijde van de Dieze.

2.4

Functionele structuur

Functioneel gezien betreft het plangebied nu grotendeels water: de Dieze inclusief de oevers. Ten noorden van de Dieze zijn de gronden in gebruik als parkeerterrein. Ten zuiden van de Dieze takt de nieuwe brug aan op de bestaande weg over de Buitendijk die verder loopt in de Havendijk. Ook dit deel heeft al een verkeersfunctie. De nieuwe brug zal een belangrijke verbinding zijn tussen het zuidelijke deel en het noordelijke deel van de Bossche Stadsdelta. Verkeerskundig maakt de nieuwe brug weer een verbinding tussen de twee oevers, waarover verschillende verkeerssoorten moeten worden afgewikkeld, waarbij moet worden aangesloten op de bestaande kruispunten; aan de zuidzijde het Brugplein en aan de noordzijde de kruising Orthenseweg/Vogelstraat.

2.5

Geldende bestemmingsplannen

Het plangebied valt binnen verschillende geldende bestemmingsplannen. Op de locatie van de nieuwe brug over de Dieze geldt het bestemmingsplan Tramkade dat door de gemeenteraad is vastgesteld op 15 december 2015. Deze gronden hebben de bestemming 'Water' en zijn bedoeld voor water en waterhuishoudkundige voorzieningen en aan de hoofdfunctie ondergeschikte voorzieningen zoals, groenvoorzieningen, recreatieve voorzieningen, speelvoorzieningen, openbare verblijfsvoorzieningen, nutsvoorzieningen, bijbehorende verhardingen, taluds, bermen, kunstwerken, oeverbeschoeiingen, kademuren en dergelijke. Hierin zijn bruggen niet specifiek benoemd. De huidige Diezebrug is ook buiten dit bestemmingsplan gelaten. Bij de bouwregels zijn alleen bouwwerken geen gebouwen zijnde ten dienste van deze bestemming met een maximale hoogte van 3 meter benoemd. Ook hier is niks opgenomen voor bruggen. De brug is dan ook strijdig met deze bestemming. De locatie waar de Lage Diezebrug aan de noordzijde aanlandt, ligt binnen het bestemmingsplan Orthenpoort 10

dat op 15 december 2015 is vastgesteld. Het Werfpad tot aan huidige Orthenseweg heeft de bestemming 'Verkeer'. Een groot deel van deze gronden heeft ook een dubbelbestemming vanwege archeologische verwachtingswaarde: het grootste deel de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 1' en een kleiner deel de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 4'. De zuidzijde van het plangebied, te weten de aansluiting van de nieuwe brug op de bestaande Buitendijk en verder via de Havendijk/Orthenseweg tot aan Brugplein ligt binnen de beheersverordening 't Zand dat is vastgesteld op 5 juni 2018. Deze beheersverordening verwijst voor de inhoudelijke regeling naar het bestemmingsplan 't Zand, dat op 13 juli 2004 is vastgesteld. De geldende bestemming is 'Verkeer'. Een heel klein deel van het plangebied ligt nog binnen het bestemmingsplan Orthenpoort 2004. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 19 april 2005. Deze gronden hebben de bestemming 'Water' of 'Verkeer'.

11

12

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1

Belang Lage Diezebrug

Voor het gebied van de Bossche Stadsdelta is eind 2020 een Gebiedsperspectief vastgesteld door de gemeenteraad. Het Gebiedsperspectief geeft de ontwikkelingsrichting voor de verdere planuitwerking van deze integrale gebiedsontwikkeling om te komen tot een dynamisch stedelijk gebied met ruimte voor ontmoeting, cultuur, sport, werk en duurzame innovatie, met een gevarieerd woningaanbod dat daarbij past. Een van de hoofduitgangspunten van de gebiedsontwikkeling betreft het creëren van een waterplein als het hart van de Bossche Stadsdelta . Een belangrijk onderdeel van het te creëren waterplein is het verleggen en verlagen van de brug over de Dieze als rode loper tussen noord- en zuidoever. Deze nieuwe verbinding biedt kansen om: het watersysteem klimaatrobuuster te maken; de cultuurhistorische structuur rondom de Citadel te herstellen; de beide bruggenhoofden met publieksgerichte dynamische concepten te laden; een levendig waterfront te realiseren, dat naadloos aansluit op het netwerk van wandel- en fietsroutes in wording tussen binnenstad, Zuid-Willemspark en Spoorzone; de brug op een dusdanige manier te dimensioneren dat het langzaam verkeer meer ruimte krijgt dan in de huidige situatie; de barrière weg te nemen die nu het zicht tussen de diverse oevers blokkeert.

Ook geeft de bouw van een brug op een nieuwe locatie de mogelijkheid om parallel aan de bouw het verkeer via de huidige Hoge Diezebrug te laten doorstromen. Gezien het belang van deze verkeersader voor de bereikbaarheid van het station en centrum van 's-Hertogenbosch, is het waarborgen van deze verbinding van groot belang. Als centrale schakel in het Waterplein fungeert de nieuwe brug over de Dieze als aanjager voor de gebiedsontwikkeling van de Bossche Stadsdelta.

13

Afbeelding 3.1 Ligging Projectgebied Bossche Stadsdelta en Ruimtelijke Structuurkaart Gebiedsperspectief Bossche Stadsdelta

3.2

Uitgangspunten ontwerp en inrichting Lage Diezebrug

Planuitgangspunten Lage Diezebrug De nieuwe brug ligt middenin het waterplein. Het wordt vormgegeven als “rode loper” tussen de noord- en zuidoever van de Dieze die in de toekomst even stedelijk en levendig zullen zijn. De brug loopt van het bouwblok rondom de IJzergieterij naar het Werfpad. Beide bruggenhoofden worden geladen met publieksgerichte dynamische concepten, waarvan het programma of de gebruikers regelmatig (kunnen) veranderen. De nieuwe Lage Diezebrug voegt zich naadloos in het stedelijke weefsel. De Bossche Stadsdelta wordt onderdeel van een fijnmazig stedelijk weefsel met een openbare ruimte die primair op de voetganger en fietser is afgestemd. Het uitgangspunt voor het verleggen en verlagen van de brug is dat de verbinding voor gemotoriseerd verkeer in stand blijft en de brug in relatie met de Binnenstadsring ook als 30 km/u-weg wordt gedimensioneerd. Auto's en bussen richting het station blijven van deze route gebruikmaken. De brug wordt op een dusdanige manier gedimensioneerd dat het langzaam verkeer meer ruimte krijgt dan in de huidige situatie en voor iedereen beter toegankelijk is. Hiermee ontstaat er een prettigere verbinding tussen beide oevers.

In het kader van de gebiedsontwikkeling Bossche Stadsdelta en de toekomstige doorontwikkeling van de Brede Binnenstad ('Volg de rivier') is het de wens om juist de verbinding tussen de noord- en zuidoever van de Dieze te versterken, waarbij met name wordt ingezet op het faciliteren van goede langzaam verkeersverbindingen. Vanuit die gedachte is het wenselijk om aan weerszijden van de nieuwe brug goede fiets- en voetgangersvoorzieningen aan te brengen. De dimensionering van de nieuwe brug sluit aan op de Binnenstadsring (30 km/u-weg) met meer ruimte voor voetgangers en fietsers, waardoor het als een rode loper meer toegankelijk is voor voetgangers en fietsers om de oversteek te maken. Dit sluit aan op de Actualisatie Stedelijke Bereikbaarheidsstrategie en -agenda, waarin het accent binnen de centrumzone van 2,5 km onder meer is gelegd op lopen en fietsen. De brug vormt voor fietsers een belangrijke noord-zuidverbinding en maakt onderdeel uit van de snelfietsroute naar het station 's-Hertogenbosch. De nieuwe brug kent fietspaden (circa 3 meter breed) en voetgangerspaden (circa 2,5 meter breed) aan beide zijden van de rijstrook voor tweerichtingsverkeer (circa 6 meter breed). Uiteraard dienen met de vormgeving en dimensionering van de nieuwe brug ook de overige verkeersstromen (waaronder het openbaar vervoer en hulpdiensten) ook op een juiste wijze te worden bediend.

Waar nu alleen de brug wordt gerealiseerd, wordt in de komende jaren het gebied van de Bossche Stadsdelta verder ontwikkeld, waarbij de weg verder wordt geïntegreerd in een stedelijke omgeving en nog meer nadruk 14

komt te liggen op het verblijven dan op de verkeersfunctie. Daarbij zal ook nog meer aandacht komen op de oversteekbaarheid van de weg en op de verschillende uitwisselingspunten. Ontwerpuitgangspunten Lage Diezebrug De nieuwe brug ter vervanging van de bestaande Hoge Diezebrug betreft een lager gelegen vaste brug op een nieuwe locatie, ongeveer 50 meter ten westen van de bestaande brug. In de nieuwe situatie loopt de verbinding vanaf het Brugplein over de Havendijk en Buitendijk, om vervolgens via d e Lage Diezebrug de Dieze te kruisen en aan te landen ter hoogte van het Werfpad. Bij de kruising Orthenseweg - Citadellaan sluit de verbinding aan op de bestaande situatie. De Lage Diezebrug wordt onderdeel van een fijnmazig stedelijk weefsel met een openbare ruimte die op voetgangers en fietsers is afgestemd. Bestaande routes blijven intact en worden verbeterd. De brug maakt deel uit van de noord-zuidverbinding tussen de kruising Orthenseweg - Vogelstraat/Citadellaan en het Brugplein voor auto-, fiets- en voetverkeer. De Lage Diezebrug loopt vanaf de Buitendijk ter hoogte van het bouwblok rondom de IJzergieterij naar het Werfpad. De lengte van de brug is circa 95 meter. Hiermee wordt een onderdoorgang aan de noordzijde voor een ecologische en/of recreatieve verbinding mogelijk.

De rijbaan voor autoverkeer op de Lage Diezebrug is centraal geplaatst; de fiets- en voetpaden zijn aan beide zijden van de rijbaan geplaatst. De brug biedt ruimte aan een rijbaan (twee richtingsverkeer) met een breedte van circa 6 meter. Hiermee blijft de brug beschikbaar voor twee richtingen busverkeer en ook bestemmingsverkeer voor deze hoek van het centrum en het NS-station. Ook is de brug een belangrijke noodroute voor hulpdiensten. Verder komen er twee fietspaden met een breedte van circa 3 meter. De brug vormt voor fietsers een belangrijke noord-zuidverbinding en maakt ook onderdeel uit van een snelfietsroute naar het NS-station. De brug omvat ten slotte twee voetpaden met een breedte van circa 2,5 meter. Bij de Lage Diezebrug wordt nadrukkelijk gekozen voor voldoende ruimte voor voetgangers, gezien de huidige groei die we zien en de wens van een autoluwere binnenstad. Er is geen fysieke scheiding tussen de rijbaan en de fiets- en voetgangerspaden. Hiermee wordt een duurzame inrichting van de brug voorzien en aangesloten op de Binnenstadsring. Voor de Lage Diezebrug zijn onder andere de volgende verkeerskundige en constructieve uitgangspunten geformuleerd: De brug wordt gebruikt voor autoverkeer, fietsers en voetgangers. Ook alle hulpdiensten inclusief brandweer dienen de brug te (kunnen) gebruiken. Het kunstwerk moet voldoen aan alle Nederlandse normen en Eurocodes.

Ontwerpsnelheid autoverkeer 30 km/u. Een rijbaan (tweerichtingsverkeer) met een breedte van circa 6 meter; fietspaden en voetgangerspaden aan beide zijden van de rijbaan; de breedte van de fietspaden is circa 3 meter, de breedte van de voetgangerspaden is circa 2,5 meter. Het kunstwerk dient geschikt te zijn voor mindervaliden conform ASVV en richtlijn Voetpaden voor iedereen. Voor de levensduur wordt uitgegaan van 100 jaar. Met het ontwerpen van de pijlers t.a.v. het waterbelang, berging en afvoer is het uitgangspunt zo minimaal mogelijk aantal en omvang. Het aantal is daarin bepalend: liever twee of drie grote pijlers dan meerdere kleine pijlers. De brug krijgt maximaal drie steunpunten. Daarbij is de voorkeur voor een massieve pijler boven een pijler met openingen. Uitgangspunt is dat geen verslechtering van de waterhuishoudkundige situatie optreedt. De profielvrije ruimte onder de brug is voor vaarverkeer: 1 keer 4,5 meter hoogte x 12,5 meter breedte of 2 keer 4,5 meter hoogte x 6,7 meter (breedte). Voor het wandelpad voor de voetgangers onder de brug door is de vrije hoogte 2,5 meter. Hiermee blijft de doorgang voor recreatievaart behouden en ontstaat de mogelijkheid voor recreatieve ommetjes die aansluiten op het wandelnetwerk.

De overige ontwerpuitgangspunten voor de uitwerking van de brug zijn: 15

De Lage Diezebrug moet een slank en open karakter krijgen zodat de ruimte en het zicht zo min mogelijk worden beperkt door de brug. De Lage Diezebrug dient het formaat en de kwaliteit van een stadsbrug te krijgen. De Lage Diezebrug dient ambitie uit te stralen en te passen in het nieuwe ontwikkelingsgebied de Bossche Stadsdelta; creatief, verbindend tussen oud en nieuw. Vanaf het brugdek dient het uitzicht vrij te zijn, vrij zicht op de binnenstad, Citadel en de Tramkade. Dit betekent dat de dragende constructie niet boven het dek uit komt en het zicht belemmert. Op het brugdek is een stedelijke uitstraling wenselijk. De materialisatie moet aansluiten bij het Handboek Binnenstadsring. We denken hierbij aan de rijbaan en de voetgangerspaden uit te voeren met gebakken klinkers begrensd door donkergrijze banden. De fietspaden dienen uitgevoerd te worden in rood asfalt, omdat het een snelfietsroute betreft. Verblijfsruimten op de brug zijn niet wenselijk. De omgeving aansluitend op de brug biedt voldoende mogelijkheden voor mooie verblijfsruimten. Het tempo van de voetganger staat centraal. Ontmoetingsplekken, pauzeplekken, stilstaan en kijken. De auto is ondergeschikt. Landhoofd zuidwestzijde zo ver mogelijk op de kade/ het aansluitende maaiveld. Landhoofd zuidwestzijde zo hoog mogelijk plaatsen voor het doorstroomprofiel. Ruimte om wandelpaden onder de brug mogelijk te maken.

Het talud aan de zuidwestzijde ter plaatse van het landhoofd parallel aan de noordoost kade (en hiermee de steunpunten) uitvoeren. De brug dient zo lang als mogelijk recht te zijn, vanaf de noordoostzijde. De bocht aan de zuidwestzijde dient zo klein mogelijk te zijn. De bochtstraal wordt bepaald door het verkeerskundig ontwerp (twee bussen dienen elkaar in de S-bocht te kunnen passeren). Onder de aanlanding van de brug op het landhoofd noordoostzijde dient een onderdoorgang mogelijk te zijn voor ecologische verbinding. Uitgangspunt is een onderdoorgang met een breedte van 10 meter. Om de bruglengte te beperken kan het landhoofd meer naar de waterkant worden verplaatst. Ten slotte is een belangrijk uitgangspunt voor de nieuwe Lage Diezebrug dat het moet gaan om een duurzame brug.

3.3

Duurzaamheid Lage Diezebrug

Duurzaamheid en circulariteit van materialen vormen integraal onderdeel van het ontwerp- en realisatieproces van de nieuwe Lage Diezebrug. In de haalbaarheidsstudie 'De nieuwe Diezebrug' zijn tal van duurzaamheidsaspecten als integraal onderdeel van het te ontwerpen kunstwerk belicht: circulariteit van materialen van de bestaande Hoge Diezebrug, materiaalgebruik (betonnen brug en hout-beton brug), de inzet van hergebruikte materialen (gerecycled beton en gebakken bakstenen) en duurzaamheid van het ontwerp in relatie tot de efficiëntie van materiaalgebruik.

Circulariteit van materialen van de bestaande Hoge Diezebrug De bestaande Hoge Diezebrug heeft twee stalen brugdek delen. Deze kunnen worden hergebruikt. Voordat de huidige Diezebrug gesloopt gaat worden dient eerst de nieuwe Diezebrug gebouwd te zijn om de infrastructuur in stand te houden. Hergebruik van vrijkomende materialen uit de huidige Diezebrug kunnen dus niet worden gebruikt in de nieuwe Diezebrug. Het gevolg hiervan is dat de stalen brugdek delen uit de bestaande Diezebrug niet kunnen worden toegepast in de nieuwe Lage Diezebrug. Zij kunnen mogelijk wel op andere plekken binnen het gebied van de Bossche Stadsdelta worden hergebruikt. Het beton en de stalen wapening die vrijkomen bij de sloop van de huidige Diezebrug kunnen worden gerecycled als grondstoffen.

Materiaalgebruik voor de Lage Diezebrug De nieuwe Lage Diezebrug krijgt een betonnen liggerconstructie. Naar aanleiding van het aangenomen amendement 'Duurzaam en circulair bouwen bij de Bossche Stadsdelta' is het bouwen met duurzame 16

materialen als hout (hout-beton brug) onderzocht en overwogen. Het alternatief bestaat uit een hybride constructie is opgebouwd met gelamineerde houten liggers. Op deze liggers wordt een dun betonnen dek gestort. Met vier steunpunten is de hoogte van de constructie in te passen, aan te sluiten op het maaiveld en is de liggerlengte gunstig voor een hybride hout-betonconstructie voor autoverkeer. Ten opzichte van de betonnen liggerconstructie is een nadeel dat een extra steunpunt moet worden toegepast. Dit is evenwel niet het belangrijkste nadeel. De hout-beton brug brengt aanmerkelijk hogere realisatiekosten (circa 10%) met zich mee. Daarnaast is er nog geen normering voor - en beperkte ervaring met hout-beton brugconstructies in Nederland (RWS onderzoekt nog de mogelijkheden hout-betonnen bruggen). Voorts zijn de beheerkosten van een dergelijke brug onbekend. Hiermee zijn voor een levensduur van 100 jaren ook elders nog geen ervaringen opgedaan. Er zijn enkel ervaringen met fietsbruggen met een levensduur van circa 20 jaren. De onbekendheid met de beheerkosten vormt dus een groot risico. Deze nadelen en de hogere realisatiekosten hebben ertoe geleid dat de hout-beton brug geen optie is. Het gebruik van composiet is niet beschouwd, omdat dit een te hoge milieubelasting met zich mee brengt. Staal is niet wenselijk vanuit beheer.

Biocomposiet is niet beschouwd, omdat dit nog een zeer jong en onbekend materiaal is, zeker voor verkeersbruggen.

Inzet van hergebruikte materialen De mogelijkheden van hergebruik metselwerk, hergebruik beton en eventuele schaaldelen worden meegenomen in de verdere uitwerking van het ontwerp van de Lage Diezebrug.

Een duurzaam ontwerp en efficiëntie van materiaalgebruik Het ontwerp kan circulair; modulair en demontabel opgebouwd worden. Echter is de vorm van de liggers en steunpunten zo specifiek dat het niet voor de hand ligt dat deze onderdelen makkelijk in een toekomstig brugontwerp kunnen worden toegepast. Een mogelijkheid die is onderzocht, is een betonnen constructie opgebouwd uit betonnen gebogen schaaldelen. Deze constructie is efficiënter in materiaalgebruik dan een betonnen liggerconstructie. In het huidige ontwerp is voor deze constructie net te weinig ruimte, maar deze variant heeft potentie op het gebied van materiaalreductie. In de verdere uitwerking van het ontwerp van de Lage Diezebrug wordt dit nader beschouwd. Om de infrastructuur zo lang mogelijk in stand te houden en daarmee de verkeersstromen zo minimaal mogelijk te beperken, dient eerst de nieuwe Lage Diezebrug gebouwd te zijn, voordat de huidige Hoge Diezebrug gesloopt gaat worden. Hiermee kan geen feitelijke invulling van de Motie Hergebruik Diezebrug gegeven worden. Wel wordt getracht bij de intentie van de motie aan te sluiten door te kijken naar circulariteit van materialen van de bestaande Hoge Diezebrug elders binnen de stad en de inzet van hergebruikte materialen in de Lage Diezebrug. De ontwikkelingen in duurzaam materiaalgebruik gaan erg snel.

Efficiënt en duurzaam materiaalgebruik speelt een belangrijke rol in de aanbesteding van de brug. Bij de uitwerking van het definitieve ontwerp van de Lage Diezebrug wordt dit duurzaamheidsaspect nader uitgewerkt.

3.4

Beeldkwaliteit Lage Diezebrug

De inpassing, vormgeving en materialisatie van de Lage Diezeburg worden afgeleid uit de directe omgeving. Hierbij wordt rekening gehouden met zowel de historische als de toekomstige context; met de geschiedenis en verschijningsvorm van de Bossche binnenstad en het ensemble van 19e-eeuwse industriële bebouwing alsook met het Gebiedsperspectief van de Bossche Stadsdelta. Verder zijn het behouden en/of verbeteren van het doorstroomprofiel, gebruik op, onder en naast de brug, zichtlijnen op/naar de Citadel en IJzergieterij en hoogwaardig materiaal gebruik van belang. Het uiteindelijke plan voor de brug wordt getoetst aan redelijke eisen van welstand. In dat kader wordt het plan aan de Monumenten- en Welstandscommissie voorgelegd. De Monumenten- en Welstandscommissie toetst aan het welstandsbeleid zoals opgenomen in de Welstandsnota.

17

18

Afbeelding 3.2 Impressies voorlopig ontwerp Lage Diezebrug

3.5

Verkeersaspecten

De gemeente kiest met de nieuwe Lage Diezebrug nadrukkelijk voor een weg met goede fiets- en voetgangers voorzieningen passend bij de ideeën van een autoluwere binnenstad, de Binnenstadsring en de Bereikbaarheidsstrategie. Waar de huidige Hoge Diezebrug door de hoogte en ligging puur is vormgegeven als verkeersader moet de Lage Diezebrug straks worden ingepast in de stedelijke omgeving van de Bossche Stadsdelta, met gebouwen en/of voorzieningen aan weerszijden. Alleen het realiseren van de brug zorgt niet direct voor een verandering van de verkeersstromen. Kijkend naar de wens voor een goed functionerend 30 km/u zone worden de komende jaren in een groter gebied buiten de brug maatregelen genomen om de verkeersstroom te doen afnemen en omleiden naar de doorstroomas (Nelson Mandelalaan en Magistratenlaan). Ook de verdere vormgeving van de Binnenstadsring (Oranjeboulevard) en de ontwikkelingen rondom het station 's-Hertogenbosch gaan zorgen voor het minder aantrekkelijk maken om de Diezebrug te gebruiken als doorgaande route. De Diezebrug zal wel blijven functioneren als route voor bestemmingsverkeer naar de noordzijde van de Brede binnenstad en het station 's-Hertogenbosch.

3.6

Dieze en ecologie

De Dieze maakt onderdeel uit van Natuur Netwerk Brabant, (deels) als ecologische verbindingszone, attentiezone waterhuishouding en behoud en herstel van watersystemen. Over de realisering van ecologische verbindingszones en het watersysteemherstel maakt de provincie afspraken met de gemeenten en waterschappen, zo ook over De Dieze. Gemeente en Waterschap zijn verantwoordelijk voor de realisatie van de ecologische verbindingszone waarbij het Waterschap zorgt voor het natte deel en de Gemeente voor het droge deel van de ecologische verbindingszone. De uitwerking van de ecologische verbindingszone vindt uiteindelijk plaats binnen de gebiedsontwikkeling Bossche Stadsdelta. Onder de brug is ruimte gereserveerd voor de ecologische verbindingszone met een nadruk op de noordoever omdat daar aangesloten wordt op reeds als EVZ ingerichte oever richting de Ertveldplas. De overspanning van de nieuwe Lage Diezebrug biedt aan de noordzijde minimaal 10 meter van waterlijn tot bruggenhoofd voor de realisatie van de ecologische verbindingszone. Aan de zuidzijde is ook sprake van een doorlopende oever en 5 meter ruimte tussen waterlijn en bruggenhoofd. Voor de doelsoorten van de EVZ Dieze is deze ruimte onder de 19

brug doelmatig om te functioneren als ecologische verbindingszone en levert het geen belemmeringen op voor de invulling van deze EVZ. De ruimte aan weerszijden van de Dieze onder de brug is ook afgestemd op overige functionele omstandigheden (zoals de aanwezigheid van kabels en leidingen) en wensen voor de toekomstige ontwikkeling van de Bossche Stadsdelta en Ertveld.

Afbeelding 3.3 Oevers van de Dieze in relatie tot ecologische waarden

3.7

Groen en bomen

Het gemeentelijk beleid voor het groen is vastgelegd in de Verordening Bomen, Water en Groen 's-Hertogenbosch 2021, onderdeel van de visie 's-Hertogenbosch Groen en Klimaatbestendig. Doel is het realiseren van een (meer) klimaatadaptieve, biodiverse en groene omgeving. Dit gebeurt onder andere door het behoud en/of aanplanten van groen. Het zorgt voor verkoeling door het leveren van schaduw en een hogere luchtvochtigheid en verder voor waterberging en -infiltratie. Hiermee is de stad beter bestand tegen extreem weer. Ook draagt groen bij aan een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving voor mens en dier. Voor gebieden waarbij meer dan 500 m² nieuwe verharding wordt gerealiseerd geldt een kwantitatieve groennorm en een kwalitatieve biodiversiteitsscore. Deze is voor dit plan niet van toepassing omdat er geen meer dan 500 m² nieuwe verharding wordt toegevoegd maar er wel wordt wel voldaan aan de ambities. Daarbij wordt zorgvuldig omgegaan met bestaande bomen in het gebied. Met name bij de aanlanding aan de oostzijde van de nieuwe Lage Diezebrug is sprake van een situatie met bestaande bomen. Deze bomen zijn opgenomen in een bomeneffectanalyse (Bomen Effect Analyse Hoge Diezebrug Werfpad te 's-Hertogenbosch, kenmerk BD22003, idverde Bomendienst, 1 februari 2022).

Aan de hand van de bomeneffectanalyse (BEA) is beoordeeld wat de invloed van de werkzaamheden op de bomen zal zijn en welke maatregelen (indien nodig) getroffen moeten worden om de bomen duurzaam te kunnen behouden. Het bomenbestand bestaat hoofdzakelijk uit populieren van ongeveer 60 jaar oud, veelal op een talud en in ruw gras. Alle hebben een redelijk tot goede conditie. De locatie van de onderzochte bomen is onderdeel van de boomstructuur van de gemeente 's-Hertogenbosch. Er zijn twee ontwerpopties aangegeven. Beide varianten zijn meegenomen in de beoordeling van de BEA. Aan de hand van de beoordeling van de bomen is bepaald wat de conditie en de levensverwachting van de bomen is. Van de 21 beoordeelde bomen zijn er 19 visueel beoordeeld als gezond, met een daarbij horende toekomstverwachting van meer dan 15 jaar. Daarnaast zijn er bij 21 bomen invloedrijke mechanische gebreken geconstateerd. 20

Voor twee bomen is de toekomstverwachting minder dan 10 jaar. Het advies is om deze bomen niet in te passen in de nieuwe situatie. De bomen hebben een slechte tot matige conditie, waardoor deze bij geringe (wortel)schade onvoldoende zullen herstellen. Deze twee bomen worden niet ingepast op basis van kwaliteit. Vervolgens is beoordeeld dat op basis van de ontwerpopties nog zes respectievelijk vijf bomen niet behouden blijven. Op basis van het ontwerp bij optie 1, kan nog een boom niet worden ingepast omdat er onomkeerbare schade optreedt door de uit te voeren werkzaamheden rond deze boom. Deze boom is van voldoende kwaliteit om te worden ingepast in het nieuwe ontwerp. Door aanpassingen in het ontwerp zoals het verplaatsen van de grenzen van bestrating kan deze boom toch behouden blijven. Ten slotte is geoordeeld dat in de ontwerpen 13 respectievelijk 14 bomen een toekomstverwachting hebben van meer dan 10 jaar en zonder aanpassing van het ontwerp kunnen worden behouden. De conclusie van de BEA is dat er vanuit boomtechnisch oogpunt geen voorkeur is voor een van de ontwerpopties. Beide hebben minimale impact op de te handhaven bomen en het boombeeld voor de omgeving. Bij de uitvoering van de werkzaamheden dient wel rekening te worden gehouden met randvoorwaarden die worden benoemd in de BEA, ter voorkoming van schade aan de boom of het wortelgestel.

21

22

Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1

Rijksbeleid

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) In het kader van de invoering van de Omgevingswet, die nu gepland staat voor 1 januari 2023, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Deze is vastgesteld op 9 september 2020. De NOVI is vastgesteld op grond van de huidige regelgeving (dus als structuurvisie) en zal bij inwerkingtreding van de Omgevingswet gelden als Nationale omgevingsvisie in de zin van de Omgevingswet. De NOVI vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), die met uitzondering van paragraaf 4.9 Caribisch Nederland en Caribische Exclusieve Economische Zone is komen te vervallen. Daarnaast vervangt de NOVI delen van het Nationaal Waterplan, de Natuurvisie en het Nationaal Milieubeleidsplan. Inhoudelijk gezien bevat de NOVI een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving.

Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak. Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes. Die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven: 1. combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. afwentelen wordt voorkomen. De vervanging van de bestaande Hoge Diezebrug door realisatie van een nieuwe Lage Diezebrug op een andere locatie behoort tot de verantwoordelijkheid en beleidsvrijheid van gemeente. Een goede inpassing van 23

infrastructuur past binnen het rijksbeleid.

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Structuurvisies hebben geen bindende werking voor andere overheden dan de overheid die de visie heeft vastgesteld. De nationale belangen die juridische borging vragen, zijn geborgd in het Barro. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en zorgt voor sturing en helderheid van deze belangen vooraf. Het Barro voorziet in de juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Het Barro heeft geen doorwerking naar het bestemmingsplan, omdat er geen nationale belangen aan de orde zijn.

4.2

Provinciaal beleid

Omgevingsvisie Op 14 december 2018 hebben de Provinciale Staten de omgevingsvisie Noord Brabant vastgesteld. Deze omgevingsvisie vervangt na het inwerking treden van de Omgevingswet de provinciale structuurvisie. Met de omgevingsvisie formuleert de provincie haar ambitie over hoe zij de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit wil zien. Daarbij stelt zij tussendoelen voor 2030, maar legt nu nog niet vast hoe zij die doelen wil bereiken. De provincie wilt daarmee ruimte bieden voor inbreng vanuit partijen en disciplines. Om hiermee aan de slag te gaan is volgens de provincie een verdere uitwerking van de ambities nodig in de vorm van programma's. Met de visie geeft de provincie aan wat zij belangrijk vindt voor de verbetering en duurzame ontwikkeling van Brabant. Daarbij legt zij de focus op vier hoofdopgaven voor de middellange en lange termijn: werken aan energietransitie, een klimaat proof Brabant, de slimme netwerkstad en een concurrerende duurzame economie. Deze vier hoofdopgave staan ten dienste van de basis opgaven: werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Om te komen tot de slimme netwerkstad richt de provincie zich op duurzame verstedelijking. Zij wil daarin richting geven door middel van het bevorderen van regionale afspraken, het sturen op zorgvuldig ruimtegebruik en het periodiek opstellen van prognoses.

Verder wil zij een actieve rol spelen om beweging te stimuleren (o.a. door samen te werken bij gebiedsopgaven en bij het opstellen van uitvoeringsprogramma's) en gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken. De verplaatsing van de brug over de Dieze binnen bestaand stedelijk gebied is in lijn met de Omgevingsvisie. Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant De provincie wil met haar regels aansluiten op de werkwijze van de Omgevingsvisie en de Omgevingswet. Daarom is ervoor gekozen om de verschillende provinciale verordeningen voor de fysieke leefomgeving samen te voegen tot een Interim omgevingsverordening. Provinciale Staten hebben op 25 november 2019 deze verordening vastgesteld. Het is een 'Interim' omgevingsverordening om zo te benadrukken dat dit een tussenstap is naar de 'definitieve' omgevingsverordening gebaseerd op de Omgevingswet. De Interim omgevingsverordening is gebaseerd op de huidige wetgeving en moet aan de wettelijke bepalingen van die wetgeving voldoen. Dat betekent dat nieuwe mogelijkheden uit de Omgevingswet nog niet zijn verwerkt. Er is wel zo veel als mogelijk aansluiting gezocht bij de Omgevingswet en de voorwaarden voor een omgevingsverordening (bijvoorbeeld bij de opbouw en de digitale vormgeving). De Interim omgevingsverordening vervangt zes provinciale verordeningen, waaronder de Verordening ruimte 2014.

In de omgevingsverordening staan onderwerpen uit de provinciale omgevingsvisie, waarbij is aangegeven welke belangen de provincie wil behartigen en hoe ze dat wil doen. Deze verordening bestaat uit kaartmateriaal en regels waarmee gemeenten rekening moeten houden bij het opstellen van ruimtelijke plannen. 24

Het plangebied ligt volgens de Verordening binnen de structuur 'concentratiegebied' (stedelijk gebied). Het gebied is onderdeel van de Brede binnenstad van 's-Hertogenbosch. De voorgestelde infrastructuur is passend. De Dieze maakt onderdeel uit van Natuur Netwerk Brabant, (deels) als ecologische verbindingszone, attentiezone waterhuishouding en behoud en herstel van watersystemen. Over de realisering van ecologische verbindingszones en het watersysteemherstel maakt de provincie afspraken met de gemeenten en waterschappen, zo ook over De Dieze. Gemeente en Waterschap zijn verantwoordelijk voor de realisatie van de EVZ waarbij het Waterschap zorgt voor het natte deel en de gemeente voor het droge deel van de EVZ.

4.3

Gemeentelijk beleid

Structuurvisie In juni 2003 heeft de gemeenteraad van 's-Hertogenbosch de Ruimtelijke StructuurVisie vastgesteld, met de ondertitel 'Stad tussen stromen'. De Ruimtelijke StructuurVisie geeft richting aan de ruimtelijke ambities van de stad. Op 28 januari 2014 heeft de gemeenteraad de actualisatie van de structuurvisie uit 2003 vastgesteld. In deze geactualiseerde structuurvisie integreert gemeente het provinciaal beleid. De geactualiseerde structuurvisie bevat een integrale visievorming voor lange termijn, 10 jaar met een doorkijk naar 15 à 20 jaar. De structuurvisie bestaat uit het Ruimtelijk Casco, een visie geformuleerd op het plangebied. Een ruimtelijke analyse van de stad en het gemeentelijk beleid vormen de input voor deze visie. De visie formuleert de ontwikkelingskoers, beschrijft een wensbeeld van de stad voor de lange termijn en biedt het casco voor concrete projecten en plannen. Het is een toetsingskader, en tegelijkertijd ook een inspiratiekader voor ruimtelijke ontwikkeling. Zo wordt bepaald waar strakke contouren ter bescherming van kwetsbare waarden liggen en kansen voor ontwikkeling. En worden locaties aangeduid waar deze ontwikkeling tegen randvoorwaarden mogelijk zijn en afweegbare gebieden voor uitbreidingen en intensiveringen aangewezen.

Het 'ruimtelijk motto' van compacte, complete en contrastrijke stad als het uitgangspunt voor de ruimtelijke ontwikkeling voor de stad blijft gehanteerd, in de overtuiging dat dit de juiste basis biedt voor een duurzame ruimtelijk hoofdstructuur. In de ruimtelijke Structuurvisie Stad tussen Stromen (RSV) is de locatie Kop van 't Zand al aangewezen als belangrijke herontwikkelingslocatie met de nadruk op het versterken van de woonfunctie, kleinschalig werken, recreatie, parkeervoorzieningen en een culturele broedplaats. Orthenpoort wordt in de RSV aangemerkt als centrum stedelijk uitstralingsgebied en als transformatiegebied. Over de Diezebrug is meer specifiek vermeld dat vanaf de Diezebrug de samenkomst van veel stromen zichtbaar is. Dit tamelijk spectaculaire beeld is historisch stedenbouwkundig aanzienlijk verfraaid. De ontwikkeling van de locatie Kop van 't Zand en Orthenpoort kunnen niet los van elkaar gezien worden en zijn daarom als een gebiedsontwikkeling opgepakt: de Bossche Stadsdelta (zie hieronder ook onder Gebiedsperspectief Bossche Stadsdelta). De verbinding tussen beide plandelen - de Diezebrug - is een belangrijk onderdeel van deze gebiedsontwikkeling.

Gebiedsperspectief Bossche Stadsdelta Op 8 december 20202 heeft de gemeenteraad het Gebiedsperspectief Bossche Stadsdelta vastgesteld. De Bossche Stadsdelta wordt gezien als een complementaire uitbreiding van de veelal historische binnenstad en als onderdeel van de Brede binnenstad. Het gaat om een dynamisch stedelijk gebied met volop ruimte voor inspirerende en laagdrempelige initiatieven op het kruisvlak van ontmoeting, cultuur, sport, werk en duurzame innovatie, met een gevarieerd woningaanbod dat daarbij past. Een gebied, niet alleen van en voor alle Bosschenaren, maar ook van ver daarbuiten. In onze ambities voor de Bossche Stadsdelta staan drie kernwaarden centraal: Voor eeuwig jong, Ruimte voor de Moerasdraak en Talent voor gastvrijheid. Het Gebiedsperspectief geeft aan op welke wijze het gebied in samenhang is in te richten en programmatisch is in te vullen zodanig dat een hoogwaardig leef-, woon- en werkmilieu ontstaat, dat aansluit bij de bestaande historische bebouwing in het gebied en waarin de kwaliteit van deze bijzondere locatie maximaal tot uitdrukking komt. Het is een kader op hoofdlijnen als basis voor de verdere uitwerking en (gefaseerde) ontwikkeling en biedt de gemeente een basis om regie te voeren op de integrale gebiedsontwikkeling.

In het Gebiedsperspectief is ook een doorkijk op het vervolg gegeven dat de richting bepaalt voor het verder uitwerken van de ontwikkelstrategie samen met de stedenbouwkundige 25

uitwerking en het verdere haalbaarheidsonderzoek. Vanuit de doelstelling van een sluitende gemeentelijke grondexploitatie met inbegrip van volledig kostenverhaal en het in dat kader evenwichtig delen van lusten en lasten wordt de samenwerking met initiatiefnemers, grondeigenaren en externe partijen gezocht. In de Bossche Stadsdelta staat het water centraal. Het creëren van een waterplein als hart van de Bossche Stadsdelta is een van de hoofduitgangspunten voor de gebiedsontwikkeling; Het verleggen en verlagen van de brug over de Dieze is daarvoor voorwaarde. De verlegging en verlaging van de brug is een voorwaarde voor de gebiedsontwikkeling Bossche Stadsdelta zoals voorzien in het Gebiedsperspectief Bossche Stadsdelta.

Beleid mobiliteit In de Actualisatie Koersnota 2017 is de Magistratenlaan/Nelson Mandelalaan aangegeven als een van de stedelijke doorstroomassen in de stad, ter ontlasting van de Binnenstadsring (de route via de Diezebrug). Doorstroomassen zijn onderdeel van de hoofdinfrastructuur en hebben een belangrijke verkeersfunctie voor de ontsluiting van de achterliggende wijken en buurten. Naast bereikbaarheid en infrastructuur gaat de Koersnota ook in op de leefbaarheid, aantrekkelijkheid van de openbare ruimte, duurzaamheid en gastvrijheid. Naast hardware (infrastructuur), is aandacht voor software (technologie, smart mobility), mindware (gedragsbeïnvloeding bv door campagnes) en orgware (samenwerking met partijen uit het gebied, de community aanpak). Tegelijkertijd met de Actualisatie Koersnota 2017 is het Uitvoeringsprogramma 2018-2019 vastgesteld. Eén van de geprogrammeerde maatregelen is Knooppuntontwikkeling Centraal Station/Spoorzone. Het betreft een project waarbij wordt ingezet op ketenmobiliteit op stations, waarbij concreet de overstapmogelijkheden en (ruimtelijke) kwaliteit van stationslocaties wordt verbeterd. Onderdelen hierbij zijn onder andere het uitbreiden van fietsenstallingen aan de westzijde van het centraal station, verbeteren van overstapmogelijkheden voor fiets en bus en verbeteren van looproutes.

Deze knooppuntontwikkeling is van belang voor het oplossen van huidige knelpunten maar ook vanwege de komst van het Programma Hoogfrequent Spoor (PHS), waarbij treinreizigers 'spoorboekloos' kunnen reizen naar Eindhoven, Utrecht en Amsterdam. De Actualisatie Stedelijke Bereikbaarheidsstrategie en -agenda is vastgesteld op 7 mei 2019. De belangrijkste keuze van de Actualisatie Stedelijke Bereikbaarheidsstrategie is om niet langer de knelpunten in het verkeerssysteem als uitgangspunt te nemen voor de bereikbaarheidsstrategie, maar om de stedelijke dynamiek en ontwikkeling van 's-Hertogenbosch hiervoor centraal te stellen. Het doorstroomassenmodel blijft de basis, maar we maken onderscheid in twee typen gebieden: Binnen de centrumzone van 's-Hertogenbosch (binnenstad, Spoorzone en de wijken eromheen met een cirkel van circa vier kilometer rondom de binnenstad en het centraal station) zijn alle voorzieningen bereikbaar op een loop- en fietsafstand van ongeveer 2,5 kilometer. Binnen de centrumzone van 's-Hertogenbosch komt het accent te liggen op fiets, lopen, deelmobiliteit, openbaar vervoer en verblijfskwaliteit, passend bij een verdichte stad en stedelijke mobiliteit. In de wijken buiten de centrumzone is momenteel de auto dominant in gebruik, maar we maken nadrukkelijk ook fietsen en openbaar vervoer voor verplaatsingen buiten de wijk aantrekkelijk.

Denk hierbij aan (snel)fietsroutes (die een belangrijke functie vervullen voor de groeiende rol van de e-bike), het versterken van 'last mile-oplossingen' zoals deelfietsen bij bus- en treinhaltes voor zowel bewoners als werknemers, snelle frequente busverbindingen naar het Centraal Station en het leggen van een sterkere koppeling tussen nieuwe woonwijken en treinstations. In januari 2020 is het Actieplan Duurzame Mobiliteit vastgesteld door de gemeenteraad. In het Actieplan is deelmobiliteit als onderdeel benoemd in de transitie naar duurzame mobiliteit. Doel van het Actieplan is 'deelmobiliteit een integraal en volwaardig onderdeel in het totale mobiliteitssysteem van 's-Hertogenbosch te maken en dat voor iedere Bosschenaar een volwaardige duurzame optie is in de dagelijkse verplaatsingskeuzes'. Dit is nader uitgewerkt in de nota Aanpak deelmobiliteit, die in september 2021 door het college van B&W is vastgesteld. Hierin zijn kaders opgenomen voor deelmobiliteit met een (globale) geografische uitwerking.

26

Welstandsbeleid Op 17 mei 2011 heeft de gemeenteraad de 'Actualisering Welstandsnota 2011' vastgesteld. In de Welstandsnota zijn per bebouwingstype architectonische en bouwtechnische welstandscriteria opgenomen. In de welstandsnota is het kader voor het welstandsbeleid van de gemeente 's-Hertogenbosch neergelegd. Doel van de welstandsnota is het vertalen, waarborgen en versterken van de ruimtelijke kwaliteit van de gebouwde omgeving. Dit door middel van transparante, objectieve en daarmee voor een ieder begrijpelijke criteria. Het welstandsbeleid vormt daarbij de basis voor een actief, inspirerend en open architectuurbeleid conform de doelstellingen van de wetgever. Daarbij gelden de algemene welstandscriteria als beoordelingskader. Op het plangebied is een algemeen welstandsniveau van toepassing. Het beleid hierbij is gericht op handhaving van de basiskwaliteiten van de wijk. Naast de afweging over de ruimtelijke aanvaardbaarheid van de nieuwe Lage Diezebrug in het kader van het bestemmingsplan, wordt het plan ook getoetst aan de redelijke eisen van welstand. In dat kader wordt het plan aan de Monumenten- en Welstandscommissie voorgelegd. De Monumenten- en Welstandscommissie toetst aan het welstandsbeleid zoals opgenomen in de Welstandsnota.

27

28

Hoofdstuk 5 Milieu, waarden 5.1

duurzaamheid

en

Inleiding

Er bestaat een duidelijke relatie tussen milieuaspecten en ruimtelijke plannen. Milieukwaliteit vormt een belangrijke afweging bij de ontwikkelingsmogelijkheden van ruimtelijke functies. Bij de besluitvorming over het al dan niet toelaten van een bepaalde ruimtelijke ontwikkeling, dient onderzocht te worden welke milieuaspecten daarbij een rol kunnen spelen. Het is daarbij van belang om rekening te houden dat sommige functies milieubelastend zijn en kunnen conflicteren met milieugevoelige functies. Milieubelaste situaties moeten dan ook zoveel als mogelijk voorkomen worden. Het doel van dit bestemmingsplan is het mogelijk maken van een nieuwe brug (Lage Diezebrug) ongeveer 50 meter ten westen van de bestaande (te vervangen) brug over de Dieze.

29

5.2

Geluid

Langs alle wegen bevinden zich conform de Wet geluidhinder (Wgh) geluidszones, met uitzondering van wegen op woonerven en wegen met een 30 km/u regime. De wijzigingen die aan de weg tussen Brugplein en de aansluiting met de Citadellaan en Vogelstraat plaatsvinden worden 30 km/u. Daarmee is er volgens de Wet geluidhinder geen noodzaak voor een geluidonderzoek naar de gevelbelasting. Vanuit een goede ruimtelijke ordening echter, de weg komt immers dichterbij woningen, is toch onderzoek gedaan naar de gevelbelasting van de nabij gelegen woningen (Aanpassingen Diezebrug 's-Hertogenbosch; akoestisch onderzoek reconstructie, referentie 08820-56386-01 door Cauberg Huygen, 8 augustus 2022) Daaruit volgt dat de fysieke wijzigingen van de betreffende wegvakken en het toepassen van een ander snelheidsregime (ten dele 30 km/u) niet leiden tot reconstructiesituaties. De geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer neemt op geen van de omliggende woningen toe met meer dan 1,5 dB als strikt genomen gekeken wordt naar de uitgangspunten uit de Wet geluidhinder. Echter blijkt uit de berekeningen wel dat de geluidbelasting op de woning Buitendijk 4 met 1,5 dB of meer toeneemt als gevolg van de verplaatste ligging van de weg aan de zuidwestzijde van de Lage Diezebrug.

Er is in die situatie echter geen sprake van een reconstructiesituatie vanwege het 30 km/u regime dat daar gaat gelden in de toekomstige situatie. Op basis van de Wet geluidhinder zou er bij een reconstructiesituatie gekeken moeten worden naar het binnenniveau van de woningen waar meer dan 1,5 dB toename is. Om de situatie toch te kunnen beschouwen, is aansluiting gezocht bij deze regeling rondom reconstructie. Hieruit volgt dat als het binnenniveau in een geluidgevoelige ruimte hoger is dan 36 dB dat dan moeten maatregelen worden overwogen. Uitgaande van een minimale gevelwering van 17 dB (gevelwering die in alle gevallen gehaald wordt bij een normaal onderhoud van oude woningen) wordt dat met de ontstane gevelbelasting niet gehaald. Deze gevelbelasting wordt als gevolg van de aanpassingen 51 dB (toename van afgerond 3 dB). Hieruit blijkt dat het aspect geluid geen belemmering vormt voor de ontwikkeling.

5.3

Trillingen

Wegverkeer kan trillingen veroorzaken. Trillingen kunnen hinder veroorzaken en, in ernstigere gevallen, schade aan panden. Vooral een oneffen wegdek op korte afstand kan hinder veroorzaken. Het betreft in deze situatie een gemeentelijke weg die aangepast wordt. De gemeente volgt daarbij de zorgplicht voor wegverhardingen. Er is geen reden om aan te nemen dat een toename van trillinghinder te verwachten is op hiervoor gevoelige plaatsen.

5.4

Verlichting

De aangepaste weg en Lage Diezebrug worden voorzien van straatverlichting. De nieuwe straatverlichting zal aansluiten bij de functie van de nieuwe weg in relatie met verkeersveiligheid. Lichthinder is niet te verwachten daar de verlichting uitsluitend op de weg gericht zal zijn.

5.5

Externe veiligheid

De te ontwikkelen locatie ligt in de risico invloedssfeer van het spoor. De ontwikkeling betreft geen kwetsbare en/of beperkt kwetsbare objecten. Het risico als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen per spoor is daarmee verwaarloosbaar.

5.6

Luchtkwaliteit

Bij lucht gaat het enerzijds om de productie van luchtverontreiniging als gevolg van nieuwe plannen, waarop de luchtkwaliteitseisen vanuit de Wet milieubeheer op toepassing zijn en anderzijds om de zorg van het bouwen van kwetsbare functies in luchtbelaste zones uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening. Binnen onze gemeente vinden geen overschrijdingen meer plaats van luchtkwaliteitsnormen als gevolg van wegverkeer. Dit plan dat gezien kan worden als een relatief kleine ruimtelijk plan is getoetst aan het Besluit 30

niet in betekende mate (NIBM). Voor de aanleg van de Lage Diezebrug wordt uitgegaan van een lichte daling van de verkeersintensiteit. De verkeersintensiteiten zijn doorgerekend met de NIBM-tool. Hieruit blijkt dat het plan niet in betekende mate is, en hoeft daarmee formeel niet getoetst te worden aan de luchtkwaliteitsnorm. Het aspect luchtkwaliteit vormt dan ook geen belemmering voor de geplande aanpassingen c.q. de ontwikkeling.

Ondanks dat een formele toets aan de luchtkwaliteitsnormen niet aan de orde is, is in het kader van een goede ruimtelijke ordening wel naar de luchtkwaliteit gekeken. Uit de landelijke monitoringstool blijkt dat de jaargemiddelde concentraties van de relevante parameters NO2 (stikstof) en PM10 (fijnstof) en PM2,5 (fijnere fractie fijnstof) in het gebied rondom de brug en gewijzigde weg ruim voldaan wordt aan de wettelijke grenswaarde.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13425530/1