2a. Bijlage ODBN programmabegroting 2023
Tekst van het document
KPI'S 1
NORM
REALISATIE 2021
BEGROTING 2022
BEGROTING 2023
Productiviteit
1.316
1.383
1.350
1.316
§ Declarabiliteit
Gemiddeld uurtarief
€104,45
€ 96,82
€ 101,21
€ 104,45
§ Tariefontwikkeling
Ziekteverzuim
5,5%
5,8%
5,5%
5,5%
§ HRM - ziekteverzuim
22% - 24%
23%
23%
23%
§ Formatieomvang
TOELICHTING
In dit programma zijn ook de begrote baten en lasten van de interne financiering en de algemene dekkingsmiddelen opgenomen.
Formatie overhead
Beleidskaders/richtlijnen
Aandeel kosten overhead personeel
25%
24,4%
25%
25%
§ Formatieomvang
Aandeel kosten overhead totaal
35% - 37%
33,2%
35,4%
34,2%
§ Tariefontwikkeling
Weerstandsratio
1,0 – 1,5
1,47
1,5
1,28
§ Weerstandsvermogen
Flexschil
15%-20%
17,6%
20%
20%
§ Formatieomvang
OMSCHRIJVING
DATUM
EXPIRATIEDATUM
Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten
1 juli 1993
Open
1 januari 2020
Open
Nota weerstandsvermogen en risicomanagement
16 december 2020
Open
Financiële verordening ODBN
24 februari 2021
Open
Gemeenschappelijke regeling ODBN
1
In deze begroting is de norm productiviteit verlaagd van 1.350 naar 1.316. Dit is het gevolg van de CAO 2021-2022 waarin 6 extra bovenwettelijke verlofdagen toegekend worden. Aangezien de ODBN een beperkte bovenwettelijke verlofregeling kende, leidt dit extra verlof tot een daling van de productieve uren per fte.
Wat willen we bereiken? Een goede bedrijfsvoering, betrouwbare managementinformatie en kostenbeheersing staat voor ons voorop. Uitgangspunt is dat we zodanig in control zijn dat de tussentijdse rapportages actueel en betrouwbaar zijn en dat deze een reëel beeld geven van de te verwachten resultaten op jaarbasis. Een grote ambitie gezien de grote maatschappelijke onzekerheden die op ons afkomen Door de tijd heen zijn er diverse KPI’s vastgesteld als kader voor een gezonde bedrijfshuishouding. Voor u als eigenaar zijn deze relevant om in één oogopslag een eerste gevoel te hebben bij de bedrijfsmatige en financiële situatie van de ODBN als organisatie.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
ODBN Programmabegroting 2023
37
38
Wat gaan we doen in 2023? De declarabiliteit staat onder druk als gevolg van extra toegekende verlofdagen in de nieuwe CAO en de noodzakelijke begeleiding van nieuwe instroom. De declarabiliteit bepaalt in grote mate het tarief omdat de overheadkosten over minder declarabele uren kunnen worden omgeslagen. We verwachten mede hierdoor en door toenemende opdrachten een uitbreiding van formatie in het primair proces. De omvang van de overhead is na 2023 voldoende robuust om de te verwachten groei vanaf 2023 aan te kunnen. De groei van de overhead functies zal de komende jaren relatief wat gaan afvlakken omdat de verwachte groeifase waarin de ODBN zich nu bevindt geen noemenswaardige uitbreiding van overheadfuncties met zich meebrengt. We zien wel een toename in de licentiekosten en uitrusting voor medewerkers. Als de organisatie nog verder doorgroeit zal de overhead op termijn wel weer een stukje mee moeten gaan groeien. In het huidige tarief hebben we geen opslag meer opgenomen om eventuele extra loonkosten van de inhuur te dekken. Wij gaan er vanuit dat de reguliere loonsom voldoende ruimte biedt. Dit houdt wel een klein risico in wanneer de flexschil groter wordt dan het begrote maximum van 20%. De grootste uitdaging is om aan de toenemende vraag van deelnemers te kunnen blijven voldoen nu de arbeidsmarkt nog steeds erg krap is.
Dit maakt dat de ODBN drie thema’s voor het HR-beleid heeft benoemd: 1. 2. 3.
Proactieve arbeidsmarktbenadering (Aantrekkelijk zijn) Permanente educatie (Investeren in kwaliteit) Duurzame inzetbaarheid (Terugdringen verloop)
Wat mag het kosten? PROGRAMMA BEDRIJFSVOERING BEDRAGEN X € 1.000,-
39 REKENING 2021
BEGROTING 2022
BEGROTING 2023
Personeel en inhuur
6.592
6.103
6.658
Opleidingen en loopbaanbegeleiding
267
536
841
Dienstreizen / woon-werk
293
577
587
Overige personele kosten
370
291
295
Organisatie
130
194
197
Huisvesting
579
701
709
Kantoorkosten
64
146
149
1.756
1.693
1.767
Vervoermiddelen
31
82
82
Externe deskundigheid
128
228
232
Overige lasten
388
102
104
10.598
10.653
11.621
0
100
100
TOTAAL LASTEN
10.598
10.753
11.721
Personeel en inhuur
67
0
0
Overige baten
3
0
0
TOTAAL BATEN
70
0
0
-10.528
-10.753
-11.721
Informatisering / automatisering
SUBTOTAAL BEDRIJFSVOERING Onvoorzien
SALDO
Toelichting De lasten van het programma Bedrijfsvoering hebben betrekking op de uren van de medewerkers die ondersteunend zijn aan het primaire proces. Daarnaast gaat het om de organisatie brede kosten zoals deze in bovenstaande tabel zijn opgenomen. Taakvelden Om op landelijk niveau begrotingen van overheidsorganisaties te kunnen aggregeren is door het Rijk een uniforme set van taakvelden vastgesteld. De activiteiten uit het programma Bedrijfsvoering hebben betrekking op: Taakveld 0.01 Taakveld 0.04 Taakveld 0.08
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
➜ ➜ ➜
Bestuurskosten Overhead Overige baten en lasten
ODBN Programmabegroting 2023
40
Paragrafen
Paragraaf Weerstandsvermogen & risicobeheersing Risicomanagement De paragraaf ‘weerstandsvermogen en risicobeheersing’ geeft inzicht in de robuustheid van de financiële positie van de omgevingsdienst. In deze paragraaf wordt weergegeven in welke mate de dienst in staat is om onvoorziene, financiële tegenvallers op te vangen zonder dat daarvoor het bestaande beleid veranderd hoeft te worden. Om dit te kunnen beoordelen, is inzicht nodig in het beschikbare weerstandsvermogen en in de omvang en de achtergronden van de aanwezige risico’s. Zowel bij de jaarrekening als bij de begroting wordt een actualisatie gepresenteerd van het beschikbare weerstandsvermogen en de aanwezige risico’s. Er zijn geen uniforme antwoorden te geven op de vraag hoe groot het weerstandsvermogen van een dienst moet zijn. Dit is sterk afhankelijk van de eigenheid van de dienst, de stabiliteit van de omgeving, het risicoprofiel dat de organisatie heeft en de risicobereidheid van het bestuur van de organisatie. In 2020 heeft de ODBN het beleid voor Risicomanagement en weerstandsvermogen herijkt. In deze herijking heeft de ODBN haar visie voor Risicomanagement uiteengezet. Kern van deze visie is dat de ODBN een financieel gezonde organisatie wil zijn die zelf in staat is om de risico’s die de organisatie loopt op te vangen, zonder daarvoor te veel middelen in kas te houden.
Hierbij streeft de ODBN naar een gezonde, minimale weerstandsratio van 1,0, maar kan de ratio door omstandigheden fluctueren tussen 0,75 en 1,5 zonder dat hier concrete besluiten aan het Algemeen Bestuur hoeven voorgelegd te worden.
Inventarisatie risico’s Voor deze begroting 2021 is het risicoprofiel van de ODBN herijkt. Hierbij zijn alle financiële risico’s meegenomen die, na het nemen van beheersmaatregelen, nog steeds een mogelijke financiële impact hebben die niet uit de reguliere exploitatie gedekt kan worden. Eventuele risico’s die afgedekt zijn door middel van een verzekering, een getroffen voorziening of een specifiek aangewezen bestemmingsreserve, zijn buiten beschouwing gehouden. Bij het bepalen van de impact van het risico is rekening gehouden met de kans van optreden van het risico. De impact van het risico wordt daardoor bepaald door de ingeschatte financiële jaaromvang te vermenigvuldigen met de kans van optreden. Daar waar een risico mogelijk een meerjarig effect heeft, is uitgegaan van het principe dat de financiële impact vermenigvuldigd is met 2, vanuit het principe dat 2 jaar doorgaans voldoende is om maatregelen te nemen om de financiële impact van het risico te beperken of de effecten er van te verwerken in de begroting. In de bijlage ‘Geactualiseerde risicoanalyse’ is het geactualiseerde risicoprofiel van de ODBN opgenomen. Per risico zijn de genomen beheersmaatregelen opgenomen en is inzicht gegeven in de financiële omvang, kans van optreden en impact van het risico. Ten opzichte van de vorige presentatie bij de begroting 2021 is de totaalwaarde van de risico’s iets afgenomen.
Hieronder wordt nader ingegaan op de ontwikkelingen van de risico’s.
Inventarisatie weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de dienst beschikt om de onverwachte financiële tegenvallers te dekken zonder het bestaande beleid aan te moeten passen. Voor de ODBN geldt dat de beschikbare weerstandscapaciteit gevormd wordt door de Algemene reserve. Andere reserves worden hierin niet meegenomen omdat deze door het Algemeen Bestuur voorzien zijn van een specifieke bestemming. Risicobeheersing De ODBN streeft ernaar om risico’s zoveel mogelijk te ondervangen door het treffen van beheersmaatregelen, de benodigde verzekeringen af te sluiten en/of buffers te vormen voor niet voorzienbare financiële tegenvallers. In het overzicht Reserves en Voorzieningen kunt u de diverse posten en hoogte van de bedragen lezen.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
ODBN Programmabegroting 2023
41
42
43
Nieuw risico Prijsstijging als gevolg van onrust in de wereld De onrust in de wereld is de afgelopen tijd flink toegenomen. Zo zorgt onder andere de oorlog in Oekraïne er voor dat diverse prijzen explosief stijgen. Het CBS becijferde onlangs dat de inflatie flink hoger ligt dan waar vooraf rekening mee was gehouden. In deze begroting hebben we alle prijsgevoelige budgetten geïndexeerd met 1,6% conform de Macro Economsiche Verkenning van het CPB. Wanneer de prijzen zo explosief blijven toenemen als deze de laatste maanden zijn toegenomen, is de verwachting dat deze indexering onvoldoende zal zijn om alle stijgende kosten op te vangen. Toegenomen risico’s Externe ontwikkelingen De ODBN opereert in dynamische omgeving, waarin door politieke besluitvorming, juridische uitspraken, maatschappelijke ontwikkelingen veel veranderingen zijn. Door deze wijzigingen lopen we als organisatie het risico dat op opdrachten uren gemaakt worden die niet of in beperkte mate gefactureerd kunnen worden aan één van onze opdrachtgevers. In 2021 zijn er diverse onderzoeksrapporten verschenen over het functioneren van de omgevingsdiensten in Nederland. Hoe deze onderzoeksrapporten invloed gaan hebben op de rol- en taakuitvoering van de ODBN is op dit moment nog onduidelijk.
Ook de lange kabinetsformatie en de nog grote onduidelijkheid welke effecten de kabinetsplannen op het werkgebied van de omgevingsdiensten gaan hebben geven een grotere onzekerheid. Mede hierdoor schatten we de kans dat dit risico zich gaat voordoen groter in.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
Niet realiseren opdrachtvolume Door de krapte op de arbeidsmarkt zien we op diverse plekken dat de aanlevering van opdrachten soms stagneert. Diezelfde krapte op de arbeidsmarkt maakt dat we soms meer risico nemen in het aannemen van collega’s vooruitlopend op het krijgen van een opdracht. Wanneer we wel de capaciteit hebben zitten, maar de opdrachten niet doorkomen ontstaan er kosten die niet door de bijbehorende omzet afgedekt worden. Tegenovergesteld risico is er ook wanneer de opdrachten wel afkomen en de capaciteit bij de ODBN (nog) niet beschikbaar is. Onevenredige stijgende inhuur tarieven Door de krapte op de arbeidsmarkt en de stijgende indexeringen in diverse CAO’s zien we ons met enige regelmaat geconfronteerd met dienstverleners die hun tarieven met een groter percentage indexeren waar wij in de begroting rekening mee houden. Bovendien is in de begroting 2023 de risico-opslag die we hanteren voor onze flexibele schil uit het tarief gehaald. Daarmee neemt het risico iets toe dat we een hogere indexering niet uit onze middelen kunnen afdekken. Afgenomen risico’s Uitstel Omgevingswet De invoerdatum van de Omgevingswet is wederom uitgesteld.
Echter omdat de invoeringsdatum nu in de directe toekomst is, in combinatie met de kamerbrief die de Minister eind 2021 naar de Tweede Kamer gestuurd heeft, schatten we het risico op veel verdere uitstel van de Omgevingswet weer wat kleiner in.
ODBN Programmabegroting 2023
44
45
Krapte op de arbeidsmarkt We zien de omstandigheden op de arbeidsmarkt deels veranderen. Het blijft onverminderd lastig om goede (seniore) medewerkers te vinden voor het primaire proces. Door de structurele invulling in de begroting om extra in te zetten op de drie HR-pijlers kunnen we de kans van optreden van dit risico verlagen. Verdwenen risico’s Gemeentelijk werkprogramma wordt lager vastgesteld. Nu de definitieve werkprogramma’s 2022 beschikbaar zijn, zien we juist een toename in het werkprogramma ten opzichte van de concepten. Daarmee kunnen we dit risico als zeer beperkt categoriseren en verdwijnt het risico uit de lijst. Weerstandsratio De weerstandsratio wordt bepaald door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen door de benodigde weerstandscapaciteit. In het nieuwe risicomanagementbeleid van de ODBN is vastgelegd dat we streven naar een ratio van 1,0, maar dat door specifieke omstandigheden de ratio zou kunnen fluctueren tussen een bandbreedte van 0,75 en 1,5. In de bijlage ‘Geactualiseerde risicoanalyse’ is het geactualiseerde risicoprofiel van de ODBN opgenomen. Het actuele risicoprofiel bedraagt € 1.446.000. Afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit van de Algemene reserve van ruim € 1,8 mln komt de weerstandsratio uit op 1,28. Hiermee zit de weerstandsratio aan de bovenkant van de vastgestelde bandbreedte van 0,75 en 1,5.
Financiële kengetallen In onderstaande paragraaf zijn de financiële kengetallen opgenomen die op grond van artikel 11 van het Besluit Begroting en Verantwoording moeten worden opgenomen. VERLOOP FINANCIËLE KENGETALLEN FINANCIËLE KENGETALLEN
Beschikbare weerstandscapaciteit
Benodigde weerstandscapaciteit
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
€
1.852.237,62 Ratio 1,28
€
1.446.000,00
REKENING 2021
BEGROTING 2022
BEGROTING 2023
Netto schuldquote
-48%
-25%
-27%
Netto schuldquote voor alle verstrekte leningen
-48%
-25%
-27%
Solvabiliteitsratio in %
47%
46%
43%
Structurele exploitatieruimte
1,2%
1,4%
0,1%
Grondexploitatie
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Belastingcapaciteit
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
ODBN Programmabegroting 2023
46
Paragraaf Financiering Algemeen Bij de inwerkingtreding van de Wet Financiering decentrale overheden (FIDO) is het opnemen van een financieringsparagraaf in de begroting en in de jaarrekening voorgeschreven. Met deze paragraaf wordt beoogd de transparantie van het treasurybeleid en -beheer te vergroten en meer inzicht te geven in de (financierings-)risico’s en de beheersing daarvan. In het Besluit Begroting en Verantwoording is neergelegd dat de financieringsparagraaf in elk geval de beleidsvoornemens voor het risicobeheer van de financieringsportefeuille dient te bevatten. Onder risico’s worden in dit verband verstaan: renterisico’s, liquiditeitsrisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s en voor zover ter zake valutarisico’s. Renterisico Het renterisico kan worden gedefinieerd als de mate waarin het saldo van de rentelasten en rentebaten verandert door wijziging in het rentepercentage op leningen en uitzettingen met een rente typische looptijd van één jaar of langer. Bij de inwerkingtreding van de Wet FIDO is het begrip ‘renterisico-norm’ ingevoerd. Uitgangspunt hierbij is om zoveel mogelijk spreiding in de looptijden van leningen aan te brengen. De wettelijk vastgestelde renterisico-norm van 20% houdt in dat in enig jaar de aflossing van de lange schuld niet hoger mag zijn dan 20% van het begrotingstotaal.
De ODBN heeft op dit moment geen leningen met een looptijd van één jaar of langer. Hiermee voldoen wij automatisch aan de deze renterisico-norm. Ook geeft de huidige financieringspositie geen aanleiding om in de komende jaren langlopende geldleningen af te sluiten, zodat we in dat kader ook geen renterisico lopen.
47
Kasgeldlimiet Bij de financiering van de activiteiten van de ODBN worden alle activiteiten als één geheel beschouwd. Dit houdt in dat bij het bepalen van de financieringsbehoefte alle inkomsten en uitgaven betrokken worden. De achterliggende gedachte daarbij is dat tijdelijke overschotten van de ene activiteit een andere activiteit kunnen financieren. Deze wijze van financieren wordt ook wel aangeduid als ‘totaalfinanciering’. Hierdoor worden de rentekosten beperkt. Voor het bepalen van de liquiditeitspositie is de zogenaamde kasgeldlimiet belangrijk. Hieronder wordt verstaan het bedrag dat maximaal als kasgeld mag worden opgenomen. Dit bedrag wordt berekend door middel van een door het Ministerie van Financiën vastgesteld percentage van 8,2%, te vermenigvuldigen met het totaal van de jaarbegroting van de ODBN bij aanvang van het jaar. Bij overschrijding van deze limiet moet er in langlopende financieringsmiddelen worden voorzien. Voor de berekening van de kasgeldlimiet is een modelstaat voorgeschreven. Hieronder is deze staat volgens de laatst bekende gegevens ingevuld. UIT VOERINGSREGELING FINANCIERING DECENTRALE OVERHEDEN
VLOT TENDE SCHULD
VLOT TENDE MIDDELEN
NET TO VLOT TENDE SCHULD OF OVERSCHOT
A. Gemiddeld vlottend overschot
€ 3.190.000
€ 17.220.300
€ 14.030.300
B. Berekening kasgeldlimiet
€ 2.562.992
Begrotingstotaal Percentage regeling
€ 31.256.000 8,20%
C. Ruimte onder kasgeldlimiet
€ 16.593.292
Gemiddeld vlottend overschot (A)
€14.030.300
KASGELDLIMIET (B)
€ 2.562.992
Volgens bovenstaande berekening bedraagt de kasgeldlimiet voor 2023 totaal € 2.562.992 voor de ODBN. Het gemiddelde vlottend financieringsoverschot bedraagt gemiddeld € 14.030.300. Het aantrekken van kasgeld is niet aan de orde.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
ODBN Programmabegroting 2023
48
Renteresultaat Treasury In de gewijzigde BBV is opgenomen dat in deze paragraaf ook inzicht gegeven moet worden in de rentelasten, het renteresultaat en de wijze waarop de rente wordt toegerekend aan investeringen. De ODBN heeft op dit moment geen leningen afgesloten waarover rente wordt betaald en gedurende 2021 zijn geen rente baten ontvangen. Dit betekent dat ook geen rente kan worden toegerekend aan de investeringen en daarmee is er geen renteresultaat. OMSCHRIJVING
BEDRAG
a
Externe rentelasten over korte en lange financiering
0
b
Externe rentebaten
0
SALDO EXTERNE RENTELASTEN
0
d
Interne eigen rente
0
e
Toerekening rente via renteomslag
0
RENTERESULTAAT OP TAAKVELD TREASURY
0
Paragraaf Bedrijfsvoering
49
In het programma Bedrijfsvoering is al aangegeven dat we enkele grote transities te verwerken krijgen in 2023. HRM De sector waarbinnen we werken is volop in ontwikkeling. De regelgeving wordt steeds complexer en in de maatschappij neemt men een kritischere houding aan ten opzichte van de leefomgeving. Dit doet een groot beroep op de kennis en vaardigheden van onze medewerkers. Niets wijst erop dat de uitvoeringstaken van de omgevingsdiensten de komende jaren terug zullen lopen. Tegelijkertijd verwachten we wel dat er steeds meer een beroep gedaan zal worden op de kennis en expertise van omgevingsdiensten als het gaat om advisering over de uitvoering van beleid. We zien dat het voor de deelnemers steeds moeilijker wordt om de kennis binnen de eigen organisatie te borgen. Dit is mede een gevolg van de krapte op de arbeidsmarkt. Het wordt steeds moeilijker om gekwalificeerd personeel in huis te halen en te houden. Dit is een uitdaging waar wij evenzeer tegenaanlopen. Dit alles maakt dat de ODBN drie thema’s voor het HR-beleid heeft benoemd; 1. Proactieve arbeidsmarktbenadering (Aantrekkelijk zijn) 2. Permanente educatie (Investeren in kwaliteit) 3. Duurzame inzetbaarheid (Terugdringen verloop) Dit alles betreft een structurele vraag, waar dus ook structurele dekking voor nodig is. Deze dekking is gevonden binnen de bestaande middelen.
Door middel van herbestemming van bestaande middelen creëren wij hiervoor de benodigde ruimte (‘oud voor nieuw’). CAO-ontwikkelingen Er is een nieuwe CAO vastgesteld voor de periode tot en met 2022. De indexeringen die uit deze CAO voortvloeien zijn in deze begroting en in het gemiddelde tarief verwerkt. In de CAO zijn ook afspraken gemaakt voor 6 extra bovenwettelijk verlofdagen met ingang van 1 januari 2023. Omdat de ODBN vrijwel geen bovenwettelijk verlof regeling kende, leidt dit extra verlof tot een daling in de gemiddelde productiviteit per fte tot 1.316 uren op jaarbasis. Ziekteverzuim Sinds enkele jaren wordt intensiever werk gemaakt van verzuimbegeleiding. We zien dat in de aard van het verzuim ook terug. Een lage frequentie en weinig kort verzuim maar daar staat helaas tegenover dat we te maken hebben met enkele individuele ziektegevallen met een langer verloop. COVID-19 en chronische ziektebeelden kunnen we niet beïnvloeden. We continueren de intensieve begeleiding en blijven streven naar een maximaal verzuimpercentage van 5,5%. In het sociaal jaarverslag zal hier verder op worden ingegaan. In het laatste deel van 2021 zien we dat het verzuim als gevolg van COVID-19 iets is toegenomen. In 2021 is het ziekteverzuim iets hoger geweest dan 5,5%. In de begroting wordt met een norm gewerkt van 5,5%, het streven is het verzuimpercentage zo laag mogelijk te houden.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
ODBN Programmabegroting 2023
50
Formatieomvang in fte's ARBEIDSMIX
JAARREKENING 2021
BEGROTING 2022
BEGROTING 2023
FTE IN %
Primair proces
219,0
198,3
221,8
77,0%
Overhead
63,0
58,9
66,2
23,0%
TOTAAL
282,0
257,2
288,0
100%
BEZET TING
JAARREKENING 2021
BEGROTING 2022
BEGROTING 2023 1
FTE IN %
Primair proces
206,4
214,3
211,0
78,3%
Overhead
62,9
59,8
58,3
21,7%
TOTAAL
269,3
274,1
269,3
100%
1 Peildatum voor de bezetting is 1 februari 2022.
Communicatie Het team communicatie draagt uiteraard zorg voor de corporate communicatie van de ODBN, in diverse middelen zoals de website, nieuwsbrieven en social media. Daarnaast adviseert en helpt het team bij de speerpunten van de ODBN, zoals arbeidsmarktcommunicatie, en bij de grote inhoudelijke projecten. Planning & control De ODBN is op koers om volledig in control te zijn. Dit is meermaals bevestigd door de accountant. Wel blijven we de ambitie houden om steeds te verbeteren. Verschillende systemen zijn al door middel van digitale koppelingen aan elkaar verbonden. De informatie uit deze systemen is betrouwbaar en real-time te raadplegen. Door de komst van nieuwe basissystemen, o.a. door de komst van de Omgevingswet, zullen ook deze koppelingen geactualiseerd moeten worden. Daarnaast staat de update van het financiële systeem naar een cloud-oplossing op de planning. In 2023 zijn de wijzigingen in de Wet Gemeenschappelijke Regelingen in werking getreden. Dit heeft ook gevolgen voor de ODBN en onze gemeenschappelijke regeling. Zo is sprake van wijzigingen en uitbreidingen in de zienswijzeprocedure, kan een gemeenschappelijke adviescommissie worden ingesteld en geldt een actieve informatieplicht van de gemeenschappelijke regeling naar betrokken gemeenteraden. Onze gemeenschappelijke regeling moet daarvoor worden gewijzigd.
Ambtelijk worden hiervoor voorbereidingen getroffen en ook de raden worden nauw betrokken bij dit proces, dat samen met andere gemeenschappelijke regelingen in de regio doorlopen kan worden.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
51
Informatisering en automatisering In november 2020 is de IV-Visie en het IV-Uitvoeringsplan 20212022 vastgesteld. In 2022 zal een nieuw IV-uitvoeringsplan worden gepresenteerd en in 2023 wordt daar uitvoering aan gegeven. Op 5 oktober 2021 heeft de Eerste Kamer ingestemd met de Wet open overheid (WooDe Woo vraagt om een actieve houding als het gaat om het transparant inzichtelijk maken van overheidsinformatie, deze actieve informatieplicht zal gefaseerd worden ingevoerd. In de komende jaren zullen we aan de slag gaan met de implementatie van deze wet. Begin 2022 zal de minister van BZK de Tweede Kamer informeren over de fasering van invoering van de wet. De ODBN zal ook deze berichten afwachten maar in de tussentijd in gedachte van de wet opereren en daar waar nodig en mogelijk documenten (conform art. 3.3 lid 1 en 2) openbaar maken. Informatieveiligheid In deze turbulente wereld zien we dat er steeds meer aandacht uitgaat naar dataveiligheid. Ook de ODBN is hier mee bezig. We hebben maatregelen getroffen om zo goed mogelijk beschermd te zijn tegen partijen die kwaad willen van buiten af. Zo blijven we bezig om technische maatregelen te nemen, maar ook onze collega’s te scholen op het gebied van informatieveiligheid.
Paragraaf Verbonden partijen Verbonden partijen zijn gemeenschappelijke regelingen, stichtingen, verenigingen en vennootschappen waarin de ODBN een bestuurlijk en financieel belang heeft. Bestuurlijk belang Betreft zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht. Financieel belang Betreft een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld gedrag dat niet verhaalbaar is als de verbonden partij failliet gaat onderscheidenlijk het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichting niet nakomt. Bij deelname in een vennootschap betreft het financiële belang het bezit van aandelen en het ontvangen van bijbehorend dividend. De ODBN is per 1 juli 2019 aangesloten bij het Bureau Inkoop en Aanbesteding Zuidoost-Brabant (Bizob). Daarmee is Bizob, volgens de letter van de wet, de enige officiële verbonden partij van de ODBN. In onderstaande overzicht wordt nader ingegaan op de verbonden partij “Bizob”.
ODBN Programmabegroting 2023
52
PROGRAMMA 3 BEDRIJFSVOERING 1. G EMEENSCHAPPELIJKE REGELING BUREAU INKOOP EN AANBESTEDING ZUIDOOST-BRABANT Publiek Belang
Inkoopuitgaven maken een zeer groot deel uit van de jaarlijkse begroting. Door samenwerking kunnen organisaties hun inkoop professionaliseren. Daarnaast vertaalt de kwaliteit van inkoop zich direct in de kwaliteit van producten, diensten en werken. Goed ingerichte inkoopprocessen vergroten het vertrouwen van de samenleving in de manier waarop gemeenschapsgeld wordt besteed.
Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij
De gewijzigde Aanbestedingswet 2012 (Aw 2012) laat voldoende ruimte over om eigen beleid te voeren op het gebied van inkopen en aanbesteden. Het inkoop- en aanbestedingsbeleid waarborgt de naleving van wet- en regelgeving, een doelmatige inkoop en bestuurlijke integriteit. Het inkoopbeleid gaat uit van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur: openheid, objectiviteit en zorgvuldigheid. Door gebruik te maken van objectieve voorwaarden, kunnen gemeenten de keuze voor een leverancier verantwoorden. Deze helderheid biedt ook voordelen voor ondernemers, die weten waar ze aan toe zijn.
Partijen
Diverse gemeenten en andere publiekrechtelijke lichamen
Bestuurlijk belang
Een bestuurslid van de ODBN wordt aangewezen om ODBN te vertegenwoordigen in het bestuur van Bizob.
Financieel belang
De ODBN draagt jaarlijks bij aan de exploitatie van Bizob via een bedrag per afgenomen dag. De bijdrage voor 2022 is geraamd op € 77.800. Dit is gebaseerd op het aantal afgenomen dagen. In 2022 zijn 110 dagen begroot.
Financiële informatie
Eigen vermogen: per 1-1-2021 € 974.597,64 per 31-12-2021 € 1.405.075,64 Vreemd vermogen: per 1-1-2021: € 1.008.732,18 per 31-12-2021: € 1.139.796,54 Resultaat 2021: € 1.003.218,13
Eventuele risico's
Niet van toepassing
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
Daarnaast kent de ODBN de volgende organisaties waarmee een intensieve samenwerkingsrelatie wordt onderhouden: ➜ De deelnemers van ODBN zijnde de 101 gemeenten in de regio Noordoost-Brabant en de provincie Brabant. ➜ De twee collega-omgevingsdiensten die actief zijn binnen Noord-Brabant; de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB) en de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB). ➜ De samenwerkingspartners in het kader van Samen Sterk in Brabant (SSiB); te weten Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, Brabant Landschap, Brabant Water, Evides, Waterschap Aa en Maas, Waterschap De Dommel, Waterschap Brabantse Delta en Waterschap Rivierenland. 1
P er 01-01-2022 vinden er 2 gemeentelijke herindelingen plaats, waardoor het aantal van 15 deelnemers is gedaald naar 10 deelnemers.
Niet van toepassing zijnde paragrafen Voor de ODBN zijn de onderstaande, in de het BBV voorgeschreven, paragrafen niet van toepassing: ➜ Paragraaf Lokale Heffingen ➜ Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen ➜ Paragraaf Grondbeleid.
ODBN Programmabegroting 2023
53
54
ll Financiele Begroting 2023
55
4
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Programmabegroting 2023
56
Financiële samenvatting
De basis voor deze ontwerpbegroting 2023 is de Kadernota 2023 welke op 22 december 2021 door het Algemeen Bestuur van de Omgevingsdienst Brabant Noord is vastgesteld. Op basis van het positieve rekeningresultaat van 2020 is er in de Kadernota 2023 kritisch gekeken naar de begrotingsruimte wat heeft geleid tot een structurele verlaging van het tarief. Het wederom positieve rekeningresultaat van 2021 geeft het vertrouwen dat deze verlaging ook realistisch en haalbaar is. Het meerjarenperspectief van deze ontwerpbegroting is sluitend en bovendien kunnen we in deze begroting een structureel positief resultaat presenteren van ongeveer 40.000 euro. In deze ontwerpbegroting zijn de kaders vertaald uit de Kadernota 2023. De ontwerpbegroting 2023 kent beperkt aanpassingen op het beleid, bestaande budgetten zijn geïndexeerd en de urenraming, met de daarbij horende formatie, is bijgesteld op basis van de concept-werkprogramma’s 2023. De aanpassingen die in deze begroting zijn doorgevoerd zijn de uitbreiding op de Collectieve Taken en extra budget voor de licentiekosten van Informatiegestuurd werken (IGW). Deze waren beiden in de Kadernota al aangekondigd. Dit is allen in het tarief en deze begroting verwerkt.
57
Een belangrijke wijziging in deze begroting ten opzichte van de begroting 2022 is de norm voor de declarabiliteit. In verband met 6 extra verlofdagen per 2023 als resultaat uit de nieuwe CAO daalt de declarabiliteit van 1.350 naar 1.316. Dit leidt niet alleen tot een hoger tarief maar ook tot een hogere benodigde formatie omdat hetzelfde werk met meer mensen uitgevoerd moet worden. Zowel de stijging van uren als de daling van declarabiliteit leidt tot substantiële stijging van de benodigde formatie van 257 fte begroot in 2022 naar 288 fte in 2023. Dit betekent een extra uitdaging in de huidige krappe arbeidsmarkt. De gerealiseerde declarabiliteit uit de jaarrekening 2021 zou kunnen suggereren dat er meer ruimte is om het effect van de extra verlofdagen op te vangen. Als de effecten van het resterende verlofsaldo en het uitstellen van de opleidingen in het kader van de Omgevingswet echter gecorrigeerd worden op de gerealiseerde declarabiliteit 2021 dan is die ruimte er op dit moment echter niet. Nu de opleidingen in het kader van de Omgevingswet in volle vaart gestart zijn en we strakker gaan sturen op het opnemen van het toegekende verlof, verwachten we dat de declarabiliteit dichter bij de norm uitpakt dan deze in de twee afgelopen jaren heeft gedaan.
Het tarief wordt ten opzichte van de Kadernota 2023 iets aangepast. De door het ABP aangekondigde premiestijging voor de individuele en nabestaandenpensioenen gaat niet door. Dit vertaald zich in een verlaging van het gemiddelde begrotingstarief naar € 104,45. In deze begroting is uitgegaan van ruim 295.500 declarabele uren gebaseerd op de conceptwerkprogramma’s 2023 en de provinciale opdracht 2022. Dit is een substantiële stijging van 26.000 uren ten opzichte van de begroting 2022. In 2021 zijn er 12.000 meer uren gerealiseerd dan oorspronkelijke was begroot, deze stijgende trend werkt door in de werkprogramma’s 2023. De toename van uren vertaalt zich, conform bestaande systematiek, door in een bijstelling van het aantal benodigde fte’s in het primaire proces. We laten daarbij ook de formatie van de overhead meestijgen, zodat deze binnen de norm van 23% blijft. De totale kosten van de overhead (inclusief alle materiële kosten) blijft binnen de norm ten opzichte van de totale exploitatiekosten. Om in te kunnen blijven spelen op ontwikkelingen en eventuele wijzigingen hanteren we een flexibele schil in de formatie van maximaal 20%. Hiermee blijven we in staat om in te spelen op actuele ontwikkelingen en het bedrijfsrisico bij minder opdrachten af te dekken. Voor deze flexibele schil wordt geen extra toeslag meer begroot.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
ODBN Programmabegroting 2023
58
59
In deze ontwerpbegroting 2023 is gewerkt met de indexeringen uit de vastgestelde Kadernota. Hierin zit een indexering van 1,6% opgenomen ten opzichte van de begroting 2022. Deze indexering is gebaseerd op de macro-economische verkenning van het CPB van september 2021. MEERJARENPERSPECTIEF BATEN EN LASTEN BEDRAGEN X € 1000
BEGROTING 2022
BEGROTING 2023
BEGROTING 2024
BEGROTING 2025
BEGROTING 2026
Individuele Dienstverlening
14.445
16.972
16.972
16.972
16.972
Regionale Dienstverlening
2.327
2.521
1.402
1.402
1.402
Bedrijfsvoering
10.753
11.721
11.350
11.350
11.350
0
0
0
0
0
27.526
31.214
29.724
29.724
29.724
LASTEN
Reserves TOTAAL LASTEN
In het meerjarenperspectief, zoals hierboven gepresenteerd, zijn de urenramingen zoals deze voor 2023 opgesteld zijn, structureel verwerkt voor de jaarschijven 2024 t/m 2026. Dit leidt tot een eenduidig beeld aan zowel lasten- als baten kant van deze begroting. Hierop is één uitzondering. De subsidie voor Samen Sterk in Brabant impuls is door de provincie Brabant verstrekt tot en met 2023. Hoewel de verwachting is dat dit ook na 2023 wordt voortgezet, is vanuit het voorzichtigheidsprincipe daarmee geen rekening gehouden. Vanaf 2024 nemen daarmee de opgenomen uren en de totale lasten in het primaire proces af. Ook in de overhead worden de formatie en budgetten bijgesteld. De eerste concept-werkprogramma’s 2023 (maart 2022) voor de gemeentelijke deelnemers zijn vertaald naar deze begroting. Voor deze vertaling is gebruik gemaakt van het gemiddelde tarief uit de deze begroting van € 104,45. Op basis van de ontwikkelingen die gemeenten voor 2023 verwachten, worden de werkprogramma’s in de loop van 2023 gezamenlijk verder aangescherpt zodat de definitieve werkprogramma’s voor 1 december 2022 kunnen worden vastgesteld. De financiële vertaling van de individuele werkprogramma’s vormt de basis van het budget dat in de afzonderlijke begrotingen van de deelnemers moet worden gereserveerd.
BATEN Individuele Dienstverlening
24.283
27.771
27.771
27.771
27.771
Regionale Dienstverlening
3.277
3.485
1.995
1.995
1.995
Bedrijfsvoering
0
0
0
0
0
Reserves
0
0
0
0
0
27.561
31.256
29.766
29.766
29.766
34
42
42
42
42
TOTAAL BATEN
SALDO VAN BATEN EN LASTEN
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
In deze begroting is de provinciale opdracht opgenomen op basis van de opdracht 2022. In de komende periode wordt samengewerkt met de provincie Brabant en de 2 andere omgevingsdiensten om de provinciale opdracht 2023 vorm te geven. Deze begroting van de ODBN gaat over de verwachte ontwikkelingen die de ODBN als organisatie in zijn totaliteit voorziet voor 2023 in aansluiting op de Kadernota 2023. De effecten van de definitieve opdrachten 2023 zullen bij de eerste bestuursrapportage in 2023 verwerkt worden in de begroting.
ODBN Programmabegroting 2023
60
Algemeen
Inleiding De financiële begroting geeft inzicht in algemene uitgangspunten waarop de geraamde baten en lasten van de verschillende programma’s tot stand zijn gekomen. Verder zijn, conform de voorschriften van het BBV, deze geraamde baten en lasten voor het jaar 2023 en voor het meerjarenperspectief 2023-2026 inzichtelijk gemaakt. In de toelichting op de baten en lasten zijn niet alleen de verschillen ten opzichte van de begrotingscijfers aangegeven, maar zijn ook de incidentele baten en lasten in een overzicht aangegeven. Tenslotte is op hoofdlijnen de financiële positie van de ODBN uiteengezet.
Financiële uitgangspunten In de kadernota 2023 zijn algemene kaders en uitgangspunten geformuleerd die verwerkt zijn in de voorliggende begroting 2023 met bijbehorend meerjarenperspectief 2024-2026. Algemene financiële kaders De volgende algemene financiële kaders zijn uitgangspunt bij deze begroting: ➜ De begroting 2023 voldoet aan het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) ➜ De begroting 2023 inclusief meerjarenperspectief is sluitend ➜ De begroting 2023 gaat uit van bestaand actueel beleid, rekening houdend met de financiële effecten die betrekking hebben op de beleidsontwikkelingen zoals opgenomen in het programmaplan van deze begroting. ➜ Bij de raming van de meerjarenbegroting 2024-2026 wordt uitgegaan van constante prijzen.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
61
Financieel technische uitgangspunten Bij het opstellen van de financiële begroting 2023 en het financieel meerjarenperspectief (in constante prijzen) zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: Baten De ramingen voor de baten zijn gebaseerd op: ➜ De concept-werkprogramma’s 2023 van de gemeentelijke opdracht; ➜ De provinciale opdracht 2022, er is nog geen (concept-)opdracht 2023; ➜ De vastgestelde begroting 2022; ➜ Gemiddeld tarief uit de vastgestelde kadernota 2023, exclusief de door het ABP aangekondige stijging van de ABP pensioenpremie 2022 (deze gaat niet door); ➜ De vastgestelde realisatiecijfers 2021. Lasten Bij de ramingen voor de lasten is rekening gehouden met: ➜ De vastgestelde realisatiecijfers 2021; ➜ De formatie 2023 waarin de loonstijgingen conform kadernota zijn verwerkt en waarin al rekening is gehouden met een toename van de begrote omzet en waarmee de totale geraamde opgave ook toeneemt en daarmee de formatie dient mee te bewegen ➜ De budgetten 2022 zijn gehandhaafd, tenzij er concrete ontwikkelingen zijn, die zijn toegelicht in onderdeel 3 van deze financiële begroting “toelichting op baten en lasten 2023” ➜ Een totale formatieomvang van 288,0 FTE, waarvan 221,8 FTE in het primair proces en 66,2 FTE in de overhead.
➜ De benodigde inzet van medewerkers die de opdracht gaan uitvoeren is berekend op gemiddeld 1.316 declarabele uren per FTE in het primaire proces. Uitzondering hierop zijn de Boa’s van SSIB, hierbij wordt rekening gehouden met 1.500 declarabele uur per FTE;
ODBN Programmabegroting 2023
62
Baten en lasten begroting 2023-2026
63
Overzicht van baten en lasten 2022 OMSCHRIJVING BEDRAGEN X €1.000
LASTEN 2023
BATEN 2023
Overzicht meerjarenperspectief lasten 2023-2026
SALDO PER PROGRAMMA
MUTATIES RESERVES
SALDO NA BESTEMMING
Individuele Dienstverlening
16.972
27.771
10.800
0
10.800
Regionale Dienstverlening
2.521
3.485
964
0
964
SUBTOTAAL PROGRAMMA’S
19.493
31.256
11.763
0
11.763
Bedrijfsvoering
11.621
0
-11.621
0
-11.621
Onvoorzien
100
0
-100
0
-100
11.721
0
-11.721
0
-11.721
SUBTOTAAL BEDRIJFSVOERING
OMSCHRIJVING BEDRAGEN X € 1.000,-
REKENING 2021
BEGROTING 2022
BEGROTING 2023
BEGROTING 2024
BEGROTING 2025
BEGROTING 2026
Individuele Dienstverlening
14.806
14.445
16.972
16.972
16.972
16.972
Regionale Dienstverlening
2.332
2.327
2.521
1.402
1.402
1.402
SUBTOTAAL PROGRAMMA’S
17.138
16.773
19.493
18.374
18.374
18.374
Bedrijfsvoering
10.598
10.653
11.621
11.250
11.250
11.250
0
100
100
100
100
100
SUBTOTAAL BEDRIJFSVOERING
10.598
10.753
11.721
11.350
11.350
11.350
TOTAAL LASTEN EXPLOITATIE
27.736
27.526
31.214
29.724
29.724
29.724
Toevoegingen aan reserves
1.449
0
0
0
0
0
TOTAAL LASTEN
29.185
27.526
31.214
29.724
29.724
29.724
LASTEN
Onvoorzien TOTAAL
31.214
RESULTAAT 2023
31.256
42 42
0
42 42
In het meerjarenperspectief is in 2024 een daling te zien van de lasten met € 1.490.000. Dit zijn de lasten van de impuls gelden voor Samen Sterk in Brabant. De subsidie voor deze impulsgelden loopt tot en met 2023. Hoewel de verwachting is dat dit ook na 2023 wordt voortgezet is vanuit het voorzichtigheidsprincipe daarmee geen rekening gehouden.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
ODBN Programmabegroting 2023
64
65
Totaal lasten verdeeld naar programma’s en overhead TOTAAL LASTEN BEDRAGEN X €1.000
REKENING 2021
BEGROTING 2022
22.829
22.313
Opleidingen en loopbaanbegeleiding
513
Dienstreizen / woon-werk
Overzicht meerjarenperspectief baten 2023-2026
BEGROTING 2023
REKENING 2021
BEGROTING 2022
BEGROTING 2023
BEGROTING 2024
BEGROTING 2025
BEGROTING 2026
PRIMAIR
OVERHEAD
25.413
18.755
6.658
BATEN
598
904
711
193
Individuele Dienstverlening
24.818
24.283
27.771
27.771
27.771
27.771
293
577
587
452
135
3.132
3.277
3.485
1.995
1.995
1.995
Overige personele kosten
112
315
320
228
92
Regionale Dienstverlening
Organisatie
130
194
197
0
197
SUBTOTAAL PROGRAMMA’S
27.950
27.561
31.256
29.766
29.766
29.766
Huisvesting
579
701
709
0
709
Bedrijfsvoering
70
0
0
0
0
0
Kantoorkosten
64
146
149
0
149
Onvoorzien
0
0
0
0
0
0
1.756
1.693
1.767
0
1.767
SUBTOTAAL BEDRIJFSVOERING
70
0
0
0
0
0
Vervoermiddelen
91
212
214
172
42
28.020
27.561
31.256
29.766
29.766
29.766
Externe deskundigheid
128
228
232
0
232
TOTAAL BATEN EXPLOITATIE
Overige lasten
1.242
447
622
478
144
Onttrekkingen aan reserves
2.735
0
0
0
0
0
SUBTOTAAL
27.737
27.426
31.114
20.796
10.318
TOTAAL BATEN
30.755
27.561
31.256
29.766
29.766
29.766
0
100
100
0
100
27.737
27.526
31.214
20.796
10.418
Personeel en inhuur
Informatisering / automatisering
Onvoorzien TOTAAL LASTEN
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
TOTAAL
OMSCHRIJVING BEDRAGEN X €1.000
In het meerjarenperspectief is in 2024 een daling te zien van de baten met € 1.490.000. Dit zijn de lasten van de impuls gelden voor Samen Sterk in Brabant. De subsidie voor deze impulsgelden loopt tot en met 2023. Hoewel de verwachting is dat dit ook na 2023 wordt voortgezet is vanuit het voorzichtigheidsprincipe daarmee geen rekening gehouden.
ODBN Programmabegroting 2023
66
Toelichting op baten en lasten 2023
67
In dit onderdeel van de financiële begroting wordt een toelichting op hoofdlijnen gegeven van de belangrijkste verschillen tussen de in de begroting 2022 en de begroting 2023 gepresenteerde bedragen. Aan het eind van dit onderdeel wordt nader ingegaan op de benodigde capaciteit aan declarabele uren voor uitvoering van alle werkzaamheden. Deze worden afgezet tegen de beschikbare declarabele uren op grond van de in de begroting opgenomen formatie. Tevens zal inzicht worden gegeven in de te hanteren functionele tarieven voor het begrotingsjaar 2023.
Programma Individuele Dienstverlening PROGRAMMA INDIVIDUELE DIENST VERLENING BEDRAGEN X €1.000
Basis- en VTH-verzoektaken / Overige verzoektaken Op basis van de gemeentelijke concept-werkprogramma’s 2023 en de provinciale opdracht 2022 is een urenraming gemaakt. Deze uren zijn met het gemiddelde tarief van € 104,45 als omzet geraamd. Aanvullende verzoektaken Dit betreffen de opdrachten die buiten de reguliere werkprogramma’s of opdrachten om bij de ODBN belegd worden. Dit zijn opdrachten van onze deelnemers, maar soms ook van nietdeelnemers. Op basis van de realisatie van 2021 en de verwachting voor aanvullende verzoektaken op dit moment is de raming voor 2023 ten opzichte van 2022 naar beneden bijgesteld. Dit leidt tot een daling van de baten op dit onderdeel. De urenraming is met het gemiddelde tarief van € 104,45 in deze begroting opgenomen.
REKENING 2021
BEGROTING 2022
BEGROTING 2023
VERSCHIL
14.536
14.445
16.842
2.396
270
0
130
130
TOTAAL LASTEN
14.806
14.445
16.972
2.526
PROGRAMMA REGIONALE DIENST VERLENING BEDRAGEN X €1.000
Basis- en VTH verzoektaken
13.974
13.653
15.397
1.744
(Overige) Verzoektaken
9.717
9.543
11.518
Aanvullende verzoektaken
1.127
1.087
24.818
24.283
Personeel Bedrijfsmiddelen
TOTAAL BATEN
SALDO
10.012
9.838
Programma Regionale Dienstverlening REKENING 2021
BEGROTING 2022
BEGROTING 2023
VERSCHIL
Personeel
1.701
1.765
1.913
148
1.975
Bedrijfsmiddelen
631
562
608
46
857
-231
TOTAAL LASTEN
2.332
2.327
2.521
194
27.771
3.488
Collectieve taken
649
677
815
138
Samen Sterk in Brabant
2.386
2.436
2.502
66
97
164
168
4
3.132
3.277
3.485
208
800
950
964
13
10.800
962
Overige regionale programma's TOTAAL BATEN
Personeel De lasten binnen dit programma betreffen de personeelskosten voor de medewerkers die uitvoering geven aan de werkprogramma’s van de gemeenten en de provinciale opdracht. Het gaat hierbij om de kerntaken van de ODBN op het gebied van vergunningverlening en toezicht & handhaving. De aanvullende verzoektaken zijn opdrachten die buiten de reguliere opdrachten om door deelnemers en niet-deelnemers bij de ODBN belegd worden.
SALDO
De lasten binnen dit programma bestaan uit de personeelskosten voor de medewerkers die actief zijn voor de regionale programma’s zoals hierboven vermeld. Daarnaast worden overige kosten gemaakt, direct ten behoeve van het volbrengen van deze regionale programma’s.
Omdat er een toename is van het aantal declarabele uren voor de begroting 2023 ten opzichte van de begroting 2022 en het aantal declarabele uren per fte is aangepast, is de formatie gegroeid. Dit leidt tot een bijstelling van de personele lasten in dit programma.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
ODBN Programmabegroting 2023
68
69
Personeel Voor de collectieve taken nemen de personeelslasten toe door de toevoeging van 1 fte extra capaciteit voor de uitvoering van taken rondom IGW. Dit betreft een taak die wordt uitgevoerd voor het collectief aan deelnemers en is daarom opgenomen in de lasten van de collectieve taken. Ook de aanpassing van de norm declarabiliteit leidt tot een aanpassing van de formatie. Op dit programma leidt dit tot een stijging van de lasten voor personeel. Bedrijfsmiddelen De begrote bedragen voor bedrijfsmiddelen binnen programma 2 zijn ten behoeve van de verschillende onderdelen om de regionale programma’s te kunnen uitvoeren. Ten opzichte van de begroting 2022 stijgen de bedrijfsmiddelen omdat er € 50.000 meer beschikbaar is voor SSiB 3.0 en door de indexering van bestaande budgetten. Baten De baten hebben betrekking op de deelnemersbijdragen met uiteenlopende verdeelsleutels. Voor het beheer van de voormalige stortplaatsen worden jaarlijks middelen onttrokken uit de hiervoor bestemde voorziening. Andere onderdelen worden bekostigd door middel van een vaste bijdrage per inwoner. Voor SSiB geldt voor het jaar 2023, net zoals in 2022, een verdeelsleutel bestaande uit een vast deel en een bijdrage voor de oppervlakte buitengebied. Voor het incidentele deel van de impulsgelden is een subsidie van de Provincie Brabant opgenomen.
De mutaties van de baten ten opzichte van 2022 wordt veroorzaakt door indexering van de verschillende budgetten en de aanpassing in de Collectieve Taken.
Programma Bedrijfsvoering PROGRAMMA BEDRIJFSVOERING BEDRAGEN X €1.000
REKENING 2021
BEGROTING 2022
BEGROTING 2023
Personeel en inhuur
6.592
6.103
6.658
555
Opleidingen en loopbaanbegeleiding
267
536
841
305
Dienstreizen / woon-werk
293
577
587
10
Overige personele kosten
370
291
295
4
Organisatie
130
194
197
3
Huisvesting
579
701
709
8
Kantoorkosten
64
146
149
3
1.756
1.693
1.767
74
Vervoermiddelen
31
82
82
0
Externe deskundigheid
128
228
232
4
Overige lasten
388
102
104
2
10.598
10.653
11.621
968
0
100
100
0
TOTAAL LASTEN
10.598
10.753
11.721913
11.721
Personeel en inhuur
67
0
0
0
Overige baten
3
0
0
0
TOTAAL BATEN
70
0
0
0
-10.528
-10.753
-11.721
-968
Informatisering / automatisering
SUBTOTAAL BEDRIJFSVOERING Onvoorzien
SALDO
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
VERSCHIL
ODBN Programmabegroting 2023
70
71
Personeel Door een toename van het aantal uren in deze begroting en de aangepaste declarabiliteit per fte is de formatie ten opzichte van de begroting 2022 naar boven bijgesteld. Dit is ook voor de overhead formatie gebeurd. Organisatie breed houden we rekening met een flexibele schil van maximaal 20%. In lijn met de kadernota 2023 wordt er in de begroting 2023 geen extra toeslag voor inhuur meer gehanteerd. De toename van personeelskosten is volledig toe te wijzen aan de toename van aantal uren en de indexering conform Kadernota 2023. Opleidingen Het bijstellen van de benodigde formatie leidt ook tot het naar boven bijstellen van de opleidingsbudgetten. Daarnaast is het opleidingsbudget, ten behoeve van de verschillende HR, met 1% van de totale loonsom verhoogd naar 3%. Beide ontwikkelingen leiden tot een hoger opleidingsbudget. Indexeringen Alle materiële budgetten zijn geïndexeerd met 1,6% conform kadernota 2023. ICT Zoals in de kadernota 2023 vermeld wordt ter ondersteuning van het Informatiegestuurd Werken extra exploitatielast van €50.000,- verwacht. Dit ten behoeve van de kosten voor het datawarehouse en koppelingen met niet-eigen databases. Deze extra exploitatielast is in de begroting verwerkt, conform besluit bij de Kadernota 2023.
Declarabiliteit Benodigde declarabele uren Het totale volume van de werkzaamheden van de ODBN voor het jaar 2023 is gebaseerd op de eerste concept-werkprogramma's 2023 (maart 2022) voor de gemeenten. Voor de provincie is dit gedaan op basis van de definitieve opdracht 2022. Daar zijn de uren uit de regionale dienstverlening en de raming voor de aanvullende opdrachten aan toegevoegd.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
In onderstaande tabel staan de verwachte aantal benodigde uren per programma:
PROGRAMMA'S
JAARREKENING 2021
vergunningverlening
57.620
57.869
65.970
65.970
65.970
65.970
toezicht & handhaving
80.686
77.002
80.186
80.186
80.186
80.186
138.306
134.871
146.156
146.156
146.156
146.156
vergunningverlening
57.470
47.858
62.209
62.209
62.209
62.209
toezicht & handhaving
18.166
21.324
19.990
19.990
19.990
19.990
overige verzoektaken
27.680
25.090
28.073
28.073
28.073
28.073
TOTAAL VERZOEKTAKEN
103.316
94.272
110.272
110.272
110.272
110.272
aanvullende opdrachten
9.677
10.741
8.200
8.200
8.200
8.200
TOTAAL INDIVIDUELE DIENST VERLENING
251.299
239.884
264.628
264.628
264.628
264.628
collectieve taken
6.188
6.000
7.316
7.316
7.316
7.316
samen sterk in Brabant
23.783
23.227
23.227
23.227
23.227
23.227
klachten / crisispiket
34
70
34
34
34
34
bodeminformatiesystemen
64
160
154
154
154
154
beheer stortplaatsen
107
85
85
85
85
85
TOTAAL REGIONALE DIENST VERLENING
30.176
29.542
30.816
30.816
30.816
30.816
TOTAAL ODBN
281.475
269.426
295.444
295.444
295.444
295.444
TOTAAL BASISTAKEN
BEGROTING BEGROTING BEGROTING BEGROTING BEGROTING 2022 2023 2024 2025 2026
ODBN Programmabegroting 2023
72
73
In vergelijking met de begroting 2022 is er een stijging van 26.018 uren. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de uren binnen vergunningverlening. In de jaarrekening 2021 zijn er 281.475 declarabele uren gerealiseerd wat lager is dan de inschatting voor de begroting 2023.
TARIEF BIJ VOORTZET TEND VAN BESTAAND BELEID TARIEF 2020
97,37
Beschikbare declarabele uren Er is een formatie van 288 Fte opgenomen in de begroting, waarvan 221,8 Fte in het primair proces. Hierdoor is, rekening houdend met een declarabiliteit van 1.316 uur per Fte1, voor de uitvoering van de verschillende programma’s de benodigde 295.444 uur beschikbaar.
Structurele effecten uit 2e bestuursrapport 2019 (doorwerking CAO 2019/2020 en extra budgetten voor archivering)
1,27
Indexering loon 2021 cf principeakkoord Cao
1,19
Indexering ABP pensioenpremies 2021
0,56
De ruimte die maximaal wordt benut voor overheadformatie in Fte is 23%. Voor 2022 komt dat neer op 66,2 FTE. Dit betreft de zogenoemde ‘personele overhead’ in Fte’s.
Indexering prijs 2021 cf CPB
0,31
De benodigde uren kunnen niet alleen door eigen medewerkers worden gerealiseerd. Vandaar dat er ook in 2023 nog een beroep op externe inhuur gedaan moet worden om de gevraagde programma’s te kunnen realiseren. Hier is met de nieuwe formatieberekening in de Kadernota al rekening mee gehouden. We streven naar een flexschil van 15-20% van de formatie.
Indexering loon 2022 cf principeakkoord Cao
2,02
Indexering ABP pensioenpremies 2022
0,88
Indexering prijs 2022
0,26
TARIEF 2021
TARIEF 2022
Tariefontwikkeling Algemene uitgangspunten De ODBN hanteert in de begroting een gemiddeld uurtarief voor de geraamde bijdragen van de deelnemers. De facturatie vindt plaats tegen gedifferentieerde tarieven, gebaseerd op de functionele inschaling van de uitgevoerde werkzaamheden. Ontwikkeling tarief Bij het opstellen van de Kadernota 2023 zijn meerdere ontwikkelingen in het tarief verwerkt. Zo is de CAO 2021-2022 verwerkt, zijn de wijzigingen in de pensioenpremie vanuit het ABP verwerkt en zijn de budgetten geïndexeerd met de percentages voor 2023 uit de Macro Economische Verkenning september 2021 van het CPB. In de Kadernota presenteerde we een tarief bij bestaand beleid van € 108,25. Voor de opbouw zie onderstaande tabel.
1
100,71
103,86
Effect extra vrije dagen
2,13
Indexering loon 2023 cf CPB
1,95
Indexering prijs 2023 cf CPB
0,31
NIEUW TARIEF 2023 BIJ BESTAAND BELEID
108,25
Het Dagelijks Bestuur heeft bij de Kadernota 2023 ruimte gezien om het effect van de CAO 2021-2022 op te vangen en heeft structurele aanpassingen voorgesteld. Hierdoor kon het tarief structureel met € 2,92 verlaagd worden.
Voor de inzet van de BOA’s SSiB geldt het uitgangspunt van 1.500 uren per FTE.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
ODBN Programmabegroting 2023
74
75
TARIEF NA VOORSTELLEN DAGELIJKS BESTUUR NIEUWE TARIEF 2023 BIJ BESTAAND BELEID
108,25
Structurele verlaging begrotingsresultaat
-/-
1,53
Wegramen opslag externe inhuur
-/-
1,57
Verhogen budget ICT ihkv Informatiegestuurd werken
+
0,19
NIEUW TARIEF NA VOORSTELLEN DAGELIJKS BESTUUR KADERNOTA 2023
105,33
Inmiddels is duidelijk geworden dat de aangekondigde verhoging van de ABP pensioenpremie 2022 niet doorgaat. Daarmee wordt het gemiddelde tarief in deze begroting 2023 bijgesteld naar € 104,45. TARIEF NA VOORSTELLEN DAGELIJKS BESTUUR TARIEF KADERNOTA 2023 Niet doorgaan aangekondigde ABP premiestijging TARIEF BEGROTING 2023
105,33 -/-
0,88 104,45
Bij het opstellen van deze Kadernota is er een principe akkoord bereikt voor de nieuwe Cao voor de periode tot en met 2022. In deze Cao zijn afspraken gemaakt over een incidentele uitkering in 2021, structurele loonsverhoging voor 2021 en 2022 en extra verlofdagen vanaf 1 januari 2023. De loonsverhoging en extra verlofdagen werken structureel door in het tarief van 2023.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
Vooral het toegekende bovenwettelijk verlof heeft impact op het gemiddelde tarief 2023. Aangezien de ODBN alleen voor een groep medewerkers die al langer in dienst is een beperkte bovenwettelijke verlofregeling heeft, heeft de uitbreiding van 6 extra verlofdagen voor het gehele personeel dus financiële consequenties. Dit extra verlof gaat immers ten koste van de beschikbare productieve uren en daarmee dus van de declarabiliteit. Van de extra 43,2 uur per fte, kunnen wij zelf 9,2 uur opvangen door het wegstrepen van de bestaande bovenwettelijke verlofregeling. De overige 34 uur worden gecorrigeerd op de productiviteit per fte. Daarmee daalt de gemiddelde productiviteit van 1.350 uur naar 1.316 uren per fte. De ODBN heeft kritisch gekeken of er andere mogelijkheden waren om deze extra verlofuren zelf op te vangen. Eén van de knoppen waar aan gedraaid kan worden was minder uren beschikbaar stellen voor opleidingen, training en het inwerken van nieuwe medewerkers. Met de grote uitdagingen die de arbeidsmarkt op dit moment met zich mee brengt, de groei die de ODBN op dit moment doormaakt en het verloop dat we de komende jaren op ons af zien komen, is het naar mening van het bestuur onverstandig om aan deze knop te draaien. In 2020 en 2021 hebben we ook gezien dat de gemiddelde declarabiliteit hoger uit kwam dan de norm van 1.350 uur per fte.
Hier zijn echter ook belangrijke kanttekeningen bij te plaatsen. Over 2021 hebben we een uitgebreide urenanalyse gemaakt. Daar komen 2 belangrijke zaken naar voren. We zien dat de medewerkers in 2021 weinig verlof opgenomen hebben, waardoor er extra verlofsaldo is overgebleven. Doordat medewerkers vooral aan opdrachten van de deelnemers gewerkt hebben, is de gemiddelde productiviteit gestegen naar 1.383 uur gemiddeld. Naast het minder opnemen van verlof zien we ook dat er in 2021 gemiddeld vaker en langer is overgewerkt. Deze extra uren zijn ook vooral besteed aan de opdrachten van onze deelnemers. Ook dit draagt bij aan de hoge declarabiliteit. Zouden we voor deze 2 effecten corrigeren dan blijft er in 2021 een gemiddelde declarabiliteit over van 1.354 uur. Dat ligt in de buurt van de norm en daarmee wordt ook duidelijk dat dit niet de structurele ruimte biedt om het extra verlof op te vangen.
ODBN Programmabegroting 2023
76
77
Berekening gemiddeld uurtarief 2023 In onderstaande tabel is de berekening van het gemiddelde begrotingstarief weergegeven. Hierbij worden de totale lasten verdeeld over het primaire proces en overhead. Vervolgens worden de lasten die gedekt worden uit een vaste bijdrage uit de berekening weggehaald. Vervolgens worden de overige lasten gedeeld door het aantal uren uit de begroting. Daarmee komt het gemiddelde tarief uit deze begroting uit op € 104,45. BEREKENING UURTARIEF 2023
PRIMAIR PROCES
TOTAAL LASTEN
TOTAAL
20.795.748
10.418.161
31.213.938
32.571
9.729
42.300
Lasten gedekt door vaste bijdrage
-/- 744.175
-/- 0
-/- 744.175
TOTAAL LASTEN TE DEKKEN VIA TARIEVEN
20.084.144
10.427.890
30.512.034
Geraamde declarabele uren
292.1071
292.1072
GEMIDDELD TARIEF 2021
€ 68,76
€ 35,70
€ 104,45
65,8%
34,2%
100,0%
Resultaat
1
OVERHEAD
O p het totaal aantal uren in deze begroting vindt een kleine correctie plaats. Dit heeft te maken met SSiB. Voor SSiB wordt standaard gerekend met 1.500 uur declarabel per fte. Tegenover deze meer uren per fte staan geen extra bijdrage. Voor SSiB wordt in deze opstelling gerekend met 1.316 uren gemiddeld per fte.
2
In voorgaande begrotingen hebben we steeds gewerkt met een voorzichtigheidspercentage van 10% op de aanvullende verzoektaken voor de dekking van de overhead. Nu het aantal uren op de aanvullende verzoektaken nog beperkt van omvang is, is dit voorzichtigheidspercentage niet meer nodig.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
Functionele tarieven 2023 FUNCTIESCHAAL
TARIEF 2022
TARIEF 2023
Niveau 4
€ 61,16
€ 63,12
Niveau 5
€ 63,68
€ 65,72
Niveau 6
€ 67,52
€ 69,68
Niveau 7
€ 73,92
€ 76,28
Niveau 8
€ 82,68
€ 85,32
Niveau 9
€ 94,28
€ 97,28
Niveau 10
€ 104,44
€ 107,80
Niveau 11
€ 119,52
€ 123,36
Niveau 12
€ 136,20
€ 140,56
Niveau 13
€ 148,92
€ 153,68
Gedifferentieerde tarieven voor werkprogramma 2023. HOOFDSTUK WERKPROGRAMMA
GEDIFFERENTIEERD TARIEF 2023
Algemeen Werkprogramma (hoofdstuk 1)
€ 76,17
Vergunningverlening (hoofdstuk 2)
€ 103,60
Toezicht en handhaving (hoofdstuk 3)
€ 100,04
Juridische ondersteuning (hoofdstuk 4)
€ 120,98
Overige verzoektaken (hoofdstuk 5)
€ 105,72
ODBN Programmabegroting 2023
78
Overzicht incidentele baten en lasten 2023
Uiteenzetting financiële positie
Als een van de algemene financiële uitgangspunten is in de kadernota 2023 aangegeven dat de programmabegroting 2023 structureel sluitend dient te zijn. Concreet betekent dit na het elimineren van eventueel in de begroting opgenomen incidentele baten en lasten, deze nog steeds een sluitend beeld moet laten zien. Uit onderstaand overzicht blijkt dat de ontwerpbegroting 2023 van de ODBN ook structureel in evenwicht is.
Algemeen Op grond van artikel 20 van de BBV dient in de begroting een uiteenzetting van de financiële positie opgenomen te worden. In het programmaplan is reeds het bestaande en nieuw beleid per programma beschreven. Hierna wordt de geprognosticeerde balans gepresenteerd en het EMU-saldo meerjarig weergegeven. Tenslotte wordt het verloop van de reserves en voorzieningen meerjarig zichtbaar gemaakt.
INCIDENTELE BATEN EN LASTEN
LASTEN / BATEN
BEGROTING 2022
BEGROTING 2023
BEGROTING 2024
BEGROTING 2025
BEGROTING 2026
34
42
42
42
42
RESULTAAT VOOR BESTEMMING EN INCIDENTELE BATEN EN LASTEN
Baten en Lasten
N.v.t. PROGRAMMA: INDIVIDUELE DIENST VERLENING
Impulsgelden SSIB SSiB 3.0 Lasten SSiB (impulsgelden) incl extracomptabele overhead
Baten Lasten
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
- 1.440 1.440
- 1.490 - 1.490
0 0
0 0
0 0
0
0
0
0
0
PROGRAMMA: REGIONALE DIENST VERLENING
79
Investeringen In onderstaand overzicht zijn de te accorderen investeringen voor de ontwerpbegroting 2023 opgenomen. De bijbehorende kapitaallasten zijn in deze begroting verwerkt. NIEUWE INVESTERINGEN
2023
TERMIJN AFSCHRIJVING
TOELICHTING
Aanschaf laptops
25.000
In 2023 is een bedrag noodzakelijk voor de aanschaf van nieuwe laptops. In het kader van de thuiswerkfaciliteiten worden alle nieuwe medewerkers voorzien van de juiste middelen zoals Laptops. Daarnaast is het bedrag noodzakelijk voor vervanging van bestaande laptops.
3
Aanschaf telefoons
12.000
In 2023 is een bedrag noodzakelijk voor de aanschaf van nieuwe telefoons. In het kader van de thuiswerkfaciliteiten worden alle nieuwe medewerkers voorzien van de juiste middelen zoals een mobiele telefoon. Daarnaast is het bedrag noodzakelijk voor vervanging van bestaande telefoons.
3
37.000 N.v.t.
Baten
0
0
0
0
0
PROGRAMMA: BEDRIJFSVOERING
0
0
0
0
0
RESULTAAT NA BESTEMMING EN INCIDENTELE BATEN EN LASTEN
34
42
42
42
42
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
ODBN Programmabegroting 2023
80
81
Geprognosticeerde balans In deze meerjarig geprognosticeerde balans is uitgegaan van bestaand beleid. In het onderstaand overzicht is de prognosticeerde begin- en eindbalans weergegeven voor zowel het begrotingsjaar 2023 als het meerjarenperspectief voor de jaren 2024 tot en met 2026. GEPROGNOSTICEERDE BALANS
BALANS 1-1-22
BALANS 1-1-23
BALANS 1-1-24
BALANS 1-1-25
BALANS 1-1-26
EMU-saldo PRIMITIEVE BEGROTING 2022
PRIMITIEVE BEGROTING 2023
Exploitatiesaldo voor mutatie reserves
34.392
42.300
Afschrijvingen ten laste van de exploitatie
457.395
457.395
+
0
0
-
EMU-SALDO