CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

2a. Bijlage ODBN programmabegroting 2023

Gemeenteraad 14 juni 2022, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Zienswijze ontwerpprogrammabegroting 2023 Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN)19.880 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

1

Programmabegroting 2023

Inclusief meerjarenperspectief 2024-2026

13 april 2022

ODBN Programmabegroting 2023

2

Voorwoord

Geachte bestuurders, raads- en statenleden, Voor u ligt de begroting van de ODBN voor 2023. Als deskundige uitvoeringsorganisatie staan wij in de startblokken om ook in 2023 weer onze kerntaken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving te vervullen. Vanuit deze rol leveren we een bijdrage aan een schone, duurzame en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst. Daar staan wij voor als ODBN. We leven in een complexe tijd. De laatste fase van de coronacrisis lijkt zich amper te hebben aangediend, of we worden geconfronteerd met het conflict in Oekraïne. Los van het grote menselijke leed dat ons allemaal raakt, zien we ook elke dag de effecten om ons heen, zoals de energiecrisis en de huisvesting van vluchtelingen uit Oekraïne. De crisis raakt ons persoonlijk, maar ook in ons werk. Zo zorgt onder andere de oorlog in Oekraïne er voor dat diverse prijzen explosief stijgen. Het CBS becijferde onlangs dat de inflatie flink hoger ligt dan waar vooraf rekening mee was gehouden. In deze begroting hebben we alle prijsgevoelige budgetten geïndexeerd met 1,6% conform de Macro Economsiche Verkenning van het CPB. Wanneer de prijzen zo explosief blijven toenemen als deze de laatste maanden zijn toegenomen, is de verwachting dat deze indexering onvoldoende zal zijn om alle stijgende kosten op te vangen. Onze leefomgeving is in beweging.

We staan met z'n allen voor grote maatschappelijke opgaven. De voornaamste inhoudelijke ontwikkeling die wij op ons pad zien is de komst van de Omgevingswet. Met het laatste uitstel gaan we naar verwachting op 1 januari 2023 over op het nieuwe wettelijke stelsel, maar gelet op het verleden durf ik mijn hand daar niet voor in het vuur te steken. Niettemin doen we er alles aan om op tijd klaar te zijn voor de Omgevingswet. We hebben echter ook te maken met onzekerheden, zoals de ontwikkeling van het DSO door het Rijk. Ook zien wij dat veel van onze deelnemers nog niet klaar zijn voor de komst van de Omgevingswet en staan wij zelf voor een behoorlijke opgave. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de omzetting van ons inrichtingenbestand naar een bestand met milieubelastende activiteiten. Duidelijk is dat de Omgevingswet gaat zorgen voor een grote omslag, waarvan de impact op dit moment nog niet volledig te overzien is. Veel effecten van de Omgevingswet zullen pas in de praktijk zichtbaar worden. We verwachten over de breedte dat ons werk met de komst van de Omgevingswet complexer wordt – hetgeen haaks staat op de bedoeling van de wetgever – onder andere doordat we meer met algemene regels en minder met specifieke voorschriften zullen werken. Daarnaast bestaat het risico dat grote verschillen in de omgevingsplannen van onze deelnemers leiden tot problemen in de uitvoering.

Ook zien we dat ons werk complexer wordt door de groeiende impact van rechterlijke uitspraken op onze werkzaamheden. In het verlengde van de Urgenda-uitspraak en uitspraken in het kader van stikstof, zien wij dat de rechter steeds vaker bepalend is voor het bijstellen of schrappen van beleid. Toetsing aan de hand van bestaand beleid en eerder verleende vergunningen blijkt niet altijd meer te volstaan. Rechters kijken vaker naar de effecten van het beleid en de vergunningsvoorschriften. Het is goed dat vaart gemaakt wordt met het terugdringingen van de uitstoot en de bescherming van het milieu, maar het bijhouden van en inspelen op de verschillende uitspraken vraagt wel veel van onze capaciteit.

3

Juist deze capaciteit staat onder druk vanwege de aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt. Het wordt steeds moeilijker om geschikte nieuwe medewerkers te vinden en huidige medewerkers te behouden. Deze ontwikkeling zien wij ook bij onze deelnemers, die daarom ook vaker en eerder een beroep doen op onze kennis en expertise. Als ODBN kiezen we voor een proactieve benadering. We zorgen ervoor dat we een aantrekkelijke werkgever zijn en blijven, we investeren in permanente educatie van onze medewerkers en zetten in op duurzame inzetbaarheid van ons bestaande personeelsbestand. We merken dat deze aanpak al vruchten afwerpt. Zo zijn we steeds beter in staat om jonge nieuwe medewerkers aan te trekken en op te leiden. Deze lijn zullen we doorzetten in 2023. Daarnaast kijken we naar de wijze waarop we onze taken inrichten, en waar eventueel aanknopingspunten zijn om onze werkzaamheden doelmatiger in te richten. De voornaamste ontwikkeling die we daarvoor reeds in gang hebben gezet is de impuls van informatiegestuurd werken binnen de ODBN. Door slimmer gebruik te maken van de ons beschikbare informatie en door nieuwe databronnen aan te boren, kunnen we ons werk steeds slimmer inrichten en dáár zijn waar onze impact het grootst is. Ook met het oog op de Omgevingswet wordt onze informatiepositie steeds belangrijker. Daar zullen we blijvend op inzetten.

Samenvattend belooft 2023 een bijzonder en veelbewogen jaar te worden. Ongeacht de openstaande vragen rond de Omgevingswet, heb ik er alle vertrouwen in dat onze medewerkers met hun deskundigheid en tomeloze inzet ook in 2023 weer een grote bijdrage zullen leveren aan een schone, duurzame en veilige leefomgeving. Als verlengstuk van het bevoegd gezag doen we dat samen met u: onze deelnemers, partners, burgers en ondernemers in Brabant Noord. Samen maken we elke dag weer het verschil.

Jan Lenssen, Directeur Omgevingsdienst Brabant Noord

ODBN Programmabegroting 2023

Inhoud

4

5

Voorwoord

2

Inleiding

6

I

Beleidsbegroting

8

Programma’s

10

Programma Individuele Dienstverlening

10

Programma Regionale Dienstverlening

25

Programma Bedrijfsvoering

36

Paragrafen

40

Paragraaf Weerstandsvermogen & risicobeheersing

40

Paragraaf Financiering

46

Paragraaf Bedrijfsvoering

49

Paragraaf Verbonden partijen

51

Niet van toepassing zijnde paragrafen

53

Financiële Begroting 2023

54

Financiële samenvatting

56

Algemeen

60

Baten en lasten begroting 2023-2026

62

Toelichting op baten en lasten 2023

66

Overzicht incidentele baten en lasten 2023

78

Uiteenzetting financiële positie

79

II

Bijlagen

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

84

Overzicht bijdragen per deelnemer 2023

86

Overzicht baten en lasten per taakveld

88

Geactualiseerde risicoanalyse

90

ODBN Programmabegroting 2023

6

Inleiding

7

De Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN) is een gemeenschappelijke regeling van 11 overheden: 10 gemeenten in Noordoost-Brabant en de provincie Noord-Brabant (onze deelnemers). Samen dragen we een gedeelde verantwoordelijkheid voor een schone, duurzame en veilige leefomgeving voor mensen, dieren en planten. Als verlengstuk van het lokale en provinciale bestuur voert de ODBN een deel van de wettelijke overheidstaken op dit gebied uit. Bij de ODBN werken uitvoeringsexperts op het gebied van vergunningen, toezicht en handhaving en diverse specialismen zoals geluid, bodem, asbest, natuur, omgevingsveiligheid, luchtkwaliteit, geur en mest. Ook heeft de ODBN op de genoemde terreinen een adviserende taak en wordt gewerkt aan innovatie en ontwikkeling. De taak rondom de groene wetten voert de ODBN voor heel Brabant uit. Vanuit het kantoor in ’s-Hertogenbosch werken bijna 300 collega's dagelijks aan een schone, duurzame en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst. Dat is onze missie.

Oss

's-Hertogenbosch Bernheze Vught

SintMichielsgestel

Boxtel

Meierijstad

Maashorst

Land van Cuijk

“De ODBN is dé deskundige uitvoerder op het terrein van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Vanuit onze kennis van de praktijk adviseren wij over milieu en natuur en de uitvoerbaarheid en effecten van beleid.“

Leeswijzer De begroting bestaat uit twee onderdelen: de beleidsbegroting en de financiële begroting. In de begroting schetsen wij onze verwachtingen voor 2023: zowel financieel als beleidsinhoudelijk. Als eerste leest u de beleidsbegroting. In dit deel beschrijven we onze beleidsvoornemens voor 2023, mede aan de hand van de ontwikkelingen die op ons afkomen. In het tweede gedeelte van de beleidsbegroting wordt ingegaan op de verplicht voorgeschreven paragrafen, uiteraard voor zover deze van toepassing zijn op de ODBN. In het tweede deel vindt u de financiële begroting. Deze start met de financiële samenvatting waarin de hoofdlijnen van de financiële ontwikkelingen verwoord zijn. In de delen daarna worden de (meerjaren)-ramingen gepresenteerd en toegelicht waar de afwijkingen zitten. Ook de staat van incidentele baten en lasten en de geprognosticeerde balans zijn in dit deel terug te vinden.

Boekel

Onze leefomgeving is divers en een actueel thema voor elke inwoner en ondernemer. Als deskundige uitvoeringsorganisatie signaleren en agenderen we de voortdurende veranderingen in onze leefomgeving. Dit betekent doorlopende ontwikkeling en vernieuwing van ons werk. Onze deskundige medewerkers op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) werken binnen de kaders van de wetten van milieu, natuurbescherming, bouwen en wonen. Zo kunnen we de gemeenten in Noordoost Brabant en de provincie Noord-Brabant professioneel en met kennis van zaken adviseren. De ODBN richt zich op samenwerking; binnen de eigen organisatie, met gemeenten, de provincie en andere relevante organisaties. Gemeenten en de provincie voelen zich als eigenaar en als opdrachtgever betrokken. Dat is onze visie. Als ODBN zijn we primair een uitvoeringsorganisatie van VTH-taken. We streven naar continue verbetering van de kwaliteit en investeren in de deskundigheid van onze medewerkers, ons belangrijkste kapitaal. Naast de uitvoering van VTH-taken adviseren wij steeds meer over de effecten van beleid in de praktijk. Door ons werk zien we wat er in de leefomgeving gebeurt. Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

Ook Brabantbreed en landelijk dragen we onze expertise uit en staat onze leefomgeving in Brabant Noord centraal. Kortom onze ambitie is:

P&C cyclus De P&C-cyclus van de ODBN kent een drietal programma's die leidend zijn voor de indeling van de beleidsbegroting. 1. Het programma Individuele Dienstverlening gaat over de dienstsverlening aan een deelnemer van zowel de wettelijke basistaken als de verzoektaken die een deelnemer bij de ODBN heeft belegd. Ook zijn hierin de aanvullende verzoektaken opgenomen die buiten de werkprogramma's vallen. 2. Het programma Regionale Dienstverlening gaat over taken die de ODBN voor de regio uitvoert, zoals de Collectieve Taken en Samen Sterk in Brabant (SSiB). 3. Het laatste onderdeel betreft het programma Bedrijfsvoering. De begroting vormt een nadere concretisering van de Kadernota 2023, waarin wij de ontwikkelingen hebben geschetst die op ons afkomen. Het gaat in de begroting om de beleidsinhoudelijke en financiële voornemens van de ODBN als geheel. Daarbij gaan we niet in op de situatie per deelnemer. De concrete werkzaamheden die wij voor elk van onze deelnemers uitvoeren, worden uitgewerkt in de gemeentelijke werkprogramma's en de provinciale opdracht.

ODBN Programmabegroting 2023

8

I. Beleidsbegroting

9

2

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

ODBN Programmabegroting 2023

10

Programma’s

11

Programma Individuele Dienstverlening Inhoud Programma Het programma Individuele Dienstverlening sluit aan op de individuele werkprogramma's die we met onze deelnemers vaststellen. Het gaat om onze kerntaken: vergunningverlening, toezicht en handhaving op het gebied van milieu, natuurbescherming, bouwen, wonen, ruimtelijke ontwikkeling en omgevingsrecht (advies). Beleidskaders/richtlijnen OMSCHRIJVING

DATUM

EXPIRATIEDATUM

Wet milieubeheer

1 maart 1993

1 januari 2023*

Activiteitenbesluit

1 januari 2008

1 januari 2023*

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)

1 oktober 2010

1 januari 2023*

Wet Natuurbescherming

1 januari 2017

1 januari 2023*

HUIDIGE WET TEN VOOR OMGEVINGSWET

Draaiboek deelproces milieubeheer

25 september 2017

NA INVOERING VAN OMGEVINGSWET Omgevingswet

1 januari 2023*

In ontwikkeling

Nadere regelgeving

1 januari 2023*

In ontwikkeling

We moeten onze VTH-taken voortdurend blijven ontwikkelen. Veranderingen in wet- en regelgeving, maatschappelijke ontwikkelingen en wensen vanuit onze deelnemers zorgen voor een continue bijstelling van ons takenpakket. Als ODBN moeten we aandacht hebben voor veranderingen in onze omgeving. In een snel veranderende wereld kunnen we alleen beter worden door nauw samen te werken met onze partners en deelnemers. Zo kunnen we de lokale situatie optimaal koppelen aan onze kennis en deskundigheid over de fysieke leefomgeving.

* Uitgaande van besluit invoering Omgevingswet per 1 januari 2023.

Wat gaan we daarvoor doen in 2023? Wat willen we bereiken? Als ODBN werken we samen met onze deelnemers en ketenpartners aan een schone, duurzame en veilige leefomgeving. Binnen dit programma voeren wij voor onze gemeentelijke deelnemers de werkprogramma's uit die in december 2022 worden vastgesteld. Voor de provincie voeren we de provinciale opdracht uit. Binnen de uitvoering van deze VTH- en specialistische milieutaken zijn er een aantal ontwikkelingen die van invloed zijn op de uitvoering. Deze lichten we onder dit programma toe.

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

Uitvoering VTH-taken Vergunningverlening, toezicht en handhaving op het gebied van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de Wet natuurbescherming (Wnb) vormen de kern van de werkzaamheden van de ODBN. Ook in 2023 gaat de aandacht weer primair uit naar de uitvoering van de VTH-taken, die bestaan uit de wettelijk bij ons belegde taken – de zogenoemde basistaken –, de VTH-verzoektaken en verzoektaken die buiten de werkprogramma's vallen. Kanttekening daarbij is dat we dat naar verwachting niet meer zullen werken onder de wetgevingsregimes van de Wabo en de Wnb, maar onder de brede paraplu van de Omgevingswet die in 2023 in werking zou moeten treden.

ODBN Programmabegroting 2023

12

De inwerkingtreding van de Omgevingswet is zonder meer de belangrijkste ontwikkeling die wij voorzien voor 2023. Op het moment van schrijven is de verwachte inwerkingtredingsdatum 1 januari 2023, maar gelet op de historie van de wet houden wij ook rekening met mogelijk uitstel. De wet is immers nog omgeven met grote onzekerheden zoals de haperende ontwikkeling van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). De gevolgen van de komst van de Omgevingswet zijn nog dit moment nog niet volledig te overzien. We doen er uiteraard alles aan om tijdig klaar te zijn voor de uitvoering van onze VTH-taken in het nieuwe stelsel. De effecten van de overgangsperiode – waarbij we oude zaken nog volgens oud-recht moeten afhandelen maar tegelijkertijd werken met het nieuwe wettelijke stelsel – en bijvoorbeeld van de omzetting van het inrichtingenbestand naar milieubelastende activiteiten, laten zich op dit moment echter nog niet kwantificeren. Een ontwikkeling die ook raakt aan de voorbereidingen op de Omgevingswet is het groeiende belang van data en informatie voor onze organisatie, en daarmee het belang van het Informatiegestuurd Werken (IGW). IGW is een belangrijk hulpmiddel om slimmer te werken. Het vergroot onze effectiviteit, efficiëntie, transparantie en flexibiliteit.

Dit hebben we hard nodig in een omgeving waarin steeds meer van ons wordt gevraagd (onderwerpen als het klimaat en energie staan hoog op de politieke agenda's), de oplopende kosten steeds verder moeten worden beteugeld, er sprake is van krapte op de arbeidsmarkt en er daar bovenop ook nog eens een steeds grotere urgentie ontstaat om het VTH-stelsel te professionaliseren, gelet op recent verschenen publicaties zoals het rapport van de Commissie van Aartsen en de Algemene Rekenkamer. Een belangrijk neveneffect van IGW is een verbetering van onze informatiepositie. Daarom gaat IGW een grote rol spelen in de overgangsperiode van het oude recht naar het nieuwe recht. Zo zullen onze medewerkers aanvankelijk gebruik moeten maken van informatie uit het inrichtingenbestand, omdat we niet meteen bij inwerkingtreding van de Omgevingswet zullen beschikken over een totaaloverzicht van de milieubelastende activiteiten (MBA's) in onze regio. Het IGW kan een belangrijke ondersteunende rol spelen in deze overgangsperiode door de datastromen goed aan elkaar te koppelen. De komende jaren blijven we als ODBN investeren in de ontwikkeling van het IGW. Door data slimmer te analyseren kunnen we onze VTH-taken effectiever en efficiënter uitvoeren. We krijgen meer grip op onze leefomgeving en kunnen ook onze impact op de leefomgeving steeds beter in kaart brengen.

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

13 Wat gaan we doen in 2023?  W e voeren onze werkzaamheden uit volgens de kaders van het ROK VTH en conform hetgeen we afspreken in het werkprogramma 2023 en de provinciale opdracht.  O ngeacht de daadwerkelijke inwerkingtredingsdatum, zorgen wij ervoor tijdig klaar te zijn voor de Omgevingswet.  V  oor de implementatie van de Omgevingswet stellen we een werkgroep samen die de ruimte krijgt om kinderziektes bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet snel op te lossen: een quick response team Omgevingswet. In 2022 verkennen we hoe we dit team vorm gaan geven.  W e onderzoeken welke werkzaamheden moeten worden uitgevoerd om het inrichtingenbestand om te zetten naar een MBA-bestand. Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet willen we daar zo ver mogelijk zijn, maar een ‘volledig’ MBA-bestand is – voor zover dat überhaupt haalbaar of wenselijk is - dan nog niet mogelijk en ook geen vereiste. Naar verwachting zullen we het MBA-bestand geleidelijk aanvullen tijdens het werken met de Ow en zal de omzetting een doorloop kennen in de jaren na 2023.  D e implementatie van de Omgevingswet voeren we naar verwachting budgetneutraal uit. Dit staat los van de mogelijke uitvoeringskosten.  W e investeren in het Informatiegestuurd werken (IGW), wat in 2023 een grotere rol zal spelen in het VTH-proces en van grote waarde zal zijn bij de overgang naar het nieuwe wettelijke stelsel.

 M et de komst van de Omgevingswet zal voor een aantal inrichtingen/ MBA’s het bevoegde gezag gaan verschuiven van provincie naar gemeente en andersom. De ODBN gaat deze verschuivingen de komende periode in beeld brengen waarna eventuele gevolgen in het definitieve WP2023 opgenomen worden. Welke onzekerheden kennen we?  D e Omgevingswet zou in werking moeten treden op 1 januari 2023, maar het is mogelijk dat de wet opnieuw wordt uitgesteld.  H oewel we de implementatie van de Omgevingswet naar verwachting budgetneutraal uitvoeren, zal rekening gehouden moeten worden met een toename in de uren en daarmee de kosten voor wat betreft de daadwerkelijke uitvoering. De effecten van de Omgevingswet – waaronder de overgangsperiode – zijn op het moment van schrijven nog niet goed te kwantificeren. Wanneer meer informatie beschikbaar en er aanleiding is tot bijstellingen communiceren wij daar actief over, onder meer in de bestuursrapportages en via het RSP en DB/AB.  W e zijn afhankelijk van het Rijk voor de ontwikkeling van het DSO-LV. De ontwikkeling van het DSO kent echter de nodige obstakels, waaronder de stabiliteit van het systeem. Ook ligt er nog een opgave bij onze deelnemers om toepasbare regels op te stellen en te publiceren die nu via het OLO of de AIM worden gevraagd, om zo de dienstverlening op peil te houden.

 D oor de omgevingsplannen kunnen lokale verschillen in de regelgeving ontstaan. We adviseren deelnemers oog te houden voor de uitvoerbaarheid en de ODBN en de regio hier zo nodig bij te betrekken.

ODBN Programmabegroting 2023

14

Vergunningverlening Als ODBN verzorgen we de vergunningverlening op het gebied van milieu voor onze deelnemers. Onder vergunningverlening verstaan we: het voorbereiden van beschikkingen tot het verlenen, wijzigen, intrekken of weigeren van omgevingsvergunningen voor het onderdeel milieu en het beoordelen van meldingen en omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM), het voorbereiden van beschikkingen (toestemming om andere gelijkwaardige maatregelen te treffen) en het opstellen van (maatwerk)voorschriften. De wijze waarop we invulling geven aan de vergunningverleningstaak is vastgelegd in het Regionaal Operationeel Kader Vergunningverlening (ROK-VV). In 2023 zullen we onze taken voor wat betreft vergunningverlening uitvoeren conform dit kader. De Omgevingswet zal een grote impact hebben op de uitvoering van vergunningverlening. Met de komst van deze wet zal voor bepaalde activiteiten de vergunningsplicht komen te vervallen. Deze activiteiten worden meldingsplichtig. Andersom gaat dit ook op. Bepaalde milieubelastende activiteiten die nu geen plicht kennen, kunnen onder de Omgevingswet meldings- of zelfs vergunningsplichtig worden. Dit heeft een effect op de werkvoorraad wat op dit moment nog niet te kwantificeren is. We voorzien dat het speelveld op het gebied van vergunningverlening complexer wordt.

De soms tegenstrijdige belangen van alle partijen komen samen in een aanvraag. Binnen het stelsel van de Omgevingswet adviseert de vergunningverlener over de (on)mogelijkheden bij vergunningsaanvragen en meldingen. Onze vergunningverleners zullen steeds meer gevraagd worden om mee te denken over hoe een initiatief mogelijk gemaakt kan worden. Een goede overdracht van vergunningverlening naar toezicht en handhaving is van belang om het toezicht effectief in te richten. Vergunningen zullen geactualiseerd moeten worden en er moet vastgelegd worden hoe om te gaan met overgangsrecht. Samen met onze partners zullen we ons werk en onze processen steeds beter afstemmen op de gewijzigde regelgeving.

Wat gaan we doen in 2023?  W e voeren vergunningverlening uit volgens het ROK-Vergunningverlening en in lijn met het werkprogramma 2023 en de provinciale opdracht.  W e bereiden onze vergunningverleners zo goed mogelijk voor op de nieuwe werkwijze onder de Omgevingswet en op hun mogelijke plaats aan de omgevingstafels. Daarvoor zoeken we ook de samenwerking en afstemming met onze deelnemers. Welke onzekerheden kennen we?  H et is op dit moment nog niet duidelijk welke impact de Omgevingswet gaat hebben op het aantal vergunningsaanvragen. Dit zal naar verwachting ook per type aanvraag variëren  D e impact van de Omgevingswet op onder andere de werkvoorraad voor vergunningverlening is onzeker. We onderzoeken daartoe onder andere wat de invloed is van de provinciale Interim Omgevingsverordening op de werkvoorraad.

Toezicht Naast vergunningverlening verzorgt de ODBN het toezicht op naleving van de milieuregels. De kaders voor de wijze waarop wij toezicht houden en handhaven zijn vastgelegd in het Regionaal Operationeel Kader Toezicht en Handhaving (ROK-T&H). Ook voor toezicht geldt dat we verwachten dat het werk complexer wordt onder de Omgevingswet. Er zal meer getoetst moeten worden op algemene- en minder op specifieke regels, daar niet alles meer in detail vastgelegd zal worden in de omgevingsvergunning. Toezichthouders kunnen daardoor aan de voorkant over minder informatie beschikken. Dit doet straks mogelijk een beroep op andere competenties van onze toezichthouders, maar de praktijk onder de Omgevingswet blijft op dit moment moeilijk in te schatten. We verwachten dat de toename in vergunningszaken door de Interim Omgevingsverordening ook een impact gaat hebben op het werk van de toezichthouders. Zij zullen immers toezicht moeten houden op de stalaanpassingen en controles uit moeten voeren bij de stoppers.

We verwachten een behoorlijke toename aan vergunningaanvragen en meldingen onder invloed van de Interim Omgevingsverordening en de daaruit volgende verplichting voor veehouders om vóór 2024 hun stallen aan te passen aan de stikstofregels. Om de verwachte piek in het werk van de toezichthouders op te vangen, hebben we al de nodige maatregelen getroffen. De vraag is of en in hoeverre de maatregelen de toename in de werkvoorraad zullen dempen. De ODBN zal in de tweede helft van 2022 pogen deze toename te ramen en de mogelijke gevolgen meenemen in het werkprogramma 2023.

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

ODBN Programmabegroting 2023

15

16

17

Voor toezicht is het IGW een belangrijke (door)ontwikkeling. We willen ons toezicht toespitsen op die plekken waar het milieurisico hoog is en/of het naleefgedrag laag is. Daarnaast noopt de komst van de Omgevingswet ons om te blijven investeren in onze informatievoorziening. Dat zien we onder meer terug bij de omzetting van het inrichtingenbestand naar milieubelastende activiteiten, zoals eerder in deze begroting aan de orde is gekomen. De informatie uit het inrichtingenbestand zal aanvankelijk nog een belangrijke rol spelen. Mogelijk vraagt de overgangsperiode aanvankelijk ook meer inzet van de toezichthouders.

Wat gaan we doen in 2023?  W e voeren onze toezichtstaak uit conform het ROK T&H (of het geïntegreerde ROKVTH) en in lijn met het gemeentelijke werkprogramma en de provinciale opdracht.  O ok voor toezicht investeren we in Informatiegestuurd werken (IGW). Door slimmer om te gaan met de data en informatie die wij tot onze beschikking hebben, kunnen we efficiënter en effectiever optreden en ons toezicht toespitsen op de grootste milieurisico's en naleefgedrag. Welke onzekerheden kennen we?  O p dit moment is nog onduidelijk welke impact de Omgevingswet heeft op de werkvoorraad van de toezichthouders.  O ok het effect van de toename in het aantal stoppers is nog niet voor deze begroting te kwantificeren.

Handhaving Handhaving staat stevig op de maatschappelijke en de bestuurlijke agenda, en we verwachten niet dat dit in 2023 anders zal zijn. Wat voor toezicht op gaat, geldt ook voor handhaving. De complexiteit van het werk zal onder de Omgevingswet waarschijnlijk toenemen, als gevolg van de afname in specificiteit van de vergunningen. Dit vraagt om een goede overdracht en afstemming tussen vergunningverlening aan de ene kant, en toezicht en handhaving aan de andere kant. In 2023 zal de rol van strafrechtelijke handhaving binnen de ODBN toenemen. De ODBN streeft naar een geharmoniseerde inzet van bestuurs- en strafrecht, in het verlengde van de uitgangspunten van de Landelijke Handhavingsstrategie. Hoewel handhaving nooit een doel op zich mag vormen, vormt het wel een cruciaal sluitstuk wanneer een waarschuwing niet het gewenste effect sorteert. Zeker gegeven de toegenomen maatschappelijke aandacht voor ons werk, is het zaak om wanneer nodig een vuist te kunnen maken tegen veelplegers en milieucriminaliteit. Wat dat betreft is het zaak om de ingezette weg van 2021 en 2022 – met de formatie van het Team Handhaving en de structurele inbedding van strafrechtelijke handhavingscapaciteit binnen onze organisatie – door te zetten in 2023. Ook voor onze handhavende werkzaamheden geldt het groeiende belang van data- en informatie.

Met de doorontwikkeling van het IGW – gekoppeld aan de verbeterde toepassing van de LHS – krijgen wij een steeds beter beeld van de aard en omvang van de milieuovertredingen en –criminaliteit in onze regio. Door informatiegericht te handhaven kunnen we ook efficiënt handhavend optreden en toezichthouden op zogenoemde ‘hotspots’. Daarbij maken we onder meer gebruik van digitale middelen, zoals camera’s en drones.

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

ODBN Programmabegroting 2023

18

Specialistische dienstverlening De ODBN voert voor haar deelnemers ook specialistische milieu(advies)taken uit. Daaronder vallen taken op het gebied van ‘geluid', ‘externe veiligheid’ en ‘lucht'. De afgelopen jaren hebben we de inzet van onze specialisten en juristen zien toenemen. We verwachten dat deze trend ook in 2023 door zal zetten. De grotere inzet van onze specialisten is een gevolg van ontwikkelingen op complexe dossiers zoals stikstof, maar in het bijzonder ook van de afnemende beschikbare kennis bij onze deelnemers. Voor de benodigde specialistische kennis op complexe dossiers wordt daardoor steeds vaker een beroep gedaan op de specialisten van de ODBN. Dat zien we onder meer terug in toename in het aantal verzoektaken, waarvan met name het aantal RO-verzoeken blijft toenemen. Onder invloed van de Omgevingswet zal de rol van de specialisten binnen onze organisatie nog belangrijker worden. Het aan de voorkant betrekken van specialistische kennis vergroot immers de haalbaarheid van een initiatief. Ook in de totstandkoming van de omgevingsplannen van onze gemeentelijke deelnemers is het ontsluiten van onze kennis over de verschillende milieuaspecten noodzakelijk.

Wat gaan we doen in 2023?  2 023 staat voor wat betreft handhaving in het teken van de doorontwikkeling van het Team Handhaving en de strafrechtelijke arm van de ODBN.  E en belangrijke doorontwikkeling is ook de toepassing van het informatiegestuurd handhaven. Met deze werkwijze hebben we in 2023 een beter beeld van de aard en omvang van milieuovertredingen- en criminaliteit in ons werkgebied.  I n 2023 verwachten we een toename in de inzet van strafrecht, mede met een verbeterde toepassing van de Landelijke Handhavingsstrategie.  D e doorontwikkeling van strafrechtelijke handhaving binnen onze organisatie kan leiden tot meer zaken, en in het verlengde daarvan tot meer gemaakte uren. Wanneer daar sprake van is wordt daar tijdig over gecommuniceerd binnen het RSP en worden de benodigde uren vertaald naar het werkprogramma en de provinciale opdracht. Welke onzekerheden kennen we?  D e rol van onze handhavers wordt ingewikkelder met de komst van de Omgevingswet, gegeven de afname van het aantal middelvoorschriften en gezien de (mogelijke) regionale verschillen in regelgeving en vergunningen.

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

Het stikstofdossier zal in 2023 door nieuwe rechterlijke uitspraken actueel blijven en om inzet van onze specialisten en juristen vragen. Daarnaast is de inzet van onze specialisten in grote mate afhankelijk van de vraag vanuit onze deelnemers. Een belangrijke uitdaging schuilt in het voorzien in voldoende specialistische kennis en capaciteit. De druk op de arbeidsmarkt – die mede maakt dat onze deelnemers vaak niet kunnen beschikken over voldoende beschikbare kennis – raakt ons als organisatie immers ook. Tegelijkertijd zien we dat ons werk complexer wordt wat een groter beroep doet op de bij ons aanwezige specialistische kennis, hetgeen dat wij eerder zien toe- dan afnemen onder invloed van de Omgevingswet.

Wat gaan we doen in 2023?  W e voeren onze (verzoek)taken op het gebied van milieuspecialismen uit voor onze deelnemers.  W e verwachten een toename in de inzet van onze specialisten, onder andere onder invloed van de komst van de Omgevingswet en met het oog op het wegvallen van kennis bij onze deelnemers. Daarmee is deze toename mede afhankelijk van de vraag van onze deelnemers, en ramen we deze in het werkprogramma. Welke onzekerheden kennen we?  D e druk op de arbeidsmarkt zet ook de bij ons beschikbare kennis en capaciteit onder druk.  W e zien dat er steeds vaker rechterlijke uitspraken worden gedaan met consequenties voor onze VTH-uitvoering. Ook daarom wordt de inzet van onze specialisten en juristen steeds belangrijker. Dit zien we met name terug op het stikstofdossier.

ODBN Programmabegroting 2023

19

20

Natuurbescherming De Wet natuurbescherming (Wnb) regelt de bescherming van natuurgebieden die uniek zijn voor Nederland en Europa en de bescherming van planten, dieren, bossen en andere houtopstanden. De ODBN verzorgt namens de provincie Noord-Brabant de vergunningverlening en de ontheffingen op het gebied van de Wnb. Daarnaast wordt ook de gemeentelijke opgave op het onderdeel natuur steeds meer ingevuld door de ODBN. In 2023 zal de Wnb opgaan in de Omgevingswet. De afgelopen jaren zien we dat de maatschappelijke bewustwording en betrokkenheid bij natuur wordt versterkt, hetgeen dat ook wordt gestimuleerd vanuit het Rijk. Dit leidt mede tot een grotere vraag vanuit onze gemeentelijke deelnemers voor het bieden van ondersteuning op het gebied van de toepassing en uitvoering van de Wnb. Deze vraag zal in 2023 naar verwachting verder toenemen. In 2023 zal met name het stikstofdossier veel inspanning blijven vragen. We verwachten een toename aan handhavings- en intrekkingsverzoeken. Daarnaast doen rechterlijke uitspraken in het kader van stikstof een groot beroep op onze specialistische en juridische capaciteit.

21

Bodemtaken Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2023 gaat een groot gedeelte van de bevoegdheid die nu bij de provincie ligt voor de Wet bodembescherming (Wbb) over naar de gemeenten. De gemeenten zijn dan de primaire beheerder van de bodemkwaliteit voor hun grondgebied. Het gemeentelijke bodemtakenpakket wordt dus aanmerkelijk groter met de komst van de Omgevingswet. Alle provinciale bodemtaken komen bij de gemeenten te liggen. Reeds beschikte en lopende saneringen blijven onder de bevoegdheid van de provincie. Toezicht en handhaving bij saneringen is onder de Omgevingswet een basistaak. De Wbb vergunningverlening is nu nog een verzoektaak. Het is mogelijk dat vergunningverlening bodem onder Omgevingswet ook een basistaak wordt. Het landelijke beleid voor bodembeheer blijft op hoofdlijnen hetzelfde. Het Rijk stelt afhankelijk van het bodemgebruik omgevingswaarden vast. Binnen deze waarden krijgen gemeenten wel bestuurlijke afwegingsruimte of bijvoorbeeld sanering nodig is afhankelijk van het bodemgebruik, of wanneer een bodemonderzoek vereist is bij bouwen en bestemmen. De vertaling van deze afwegingsruimte dient in het Omgevingsplan plaats te vinden.

Als ODBN zullen we ook in 2023 weer de VTH-taken op het gebied van soortenbescherming op ons nemen. Met de komst van Omgevingswet is er steeds meer aandacht voor soortenbescherming. Anders dan in het algemeen opgaat voor de Omgevingswet, gaat de wet voor wat betreft natuurbescherming nog altijd uit van ‘nee-tenzij wetgeving'. De Omgevingswet heeft daarmee duidelijk niet alleen als doel om de fysieke leefomgeving te ontwikkelen, maar ook om deze goed te beschermen.

Voor de transitie van de provinciale bodemtaken richting de gemeenten hebben we in samenwerking met de andere twee Brabantse omgevingsdiensten een transitiedocument opgesteld. Daarin hebben we de procesmatige, personele en financiële gevolgen per gemeente inzichtelijk gemaakt. Per gemeente verschillen de verwachte uren sterk, maar voor de meeste gemeenten geldt dat het aantal verwachte uren laag is voor wat betreft de voormalig provinciale bodemtaken. De komende periode zullen we nog meer gegevens verzamelen over de overheveling van de bodemtaken, om tot een nadere concretisering te komen.

Wat gaan we doen in 2022?  W e verzorgen de VTH-taken namens de provincie, en komen daarnaast ook steeds meer tegemoet aan de vraag vanuit de gemeentelijke deelnemers.  O ok met de komst van de Omgevingswet blijven we ons hard maken voor de bescherming van de Brabantse natuur.  W e verwachten wederom een stijgende opdrachtwaarde voor soortenbescherming.

We constateren dat er nog maar bij een beperkt aantal deelnemers voldoende bodemkennis is. Voor de basistaken zorgt de ODBN dat die goed geborgd worden binnen onze organisatie. De deelnemers moeten zelf afwegen of ze de verzoektaken zelf gaan uitvoeren of bij de ODBN willen plaatsen. In het werkprogramma wordt opgenomen welke verzoektaken wij kunnen uitvoeren, waaronder de beoordeling van de bodemonderzoeken.

Welke onzekerheden kennen we?  W e houden de ontwikkelingen op het gebied van het stikstofdossier nauwlettend in de gaten. We verwachten een grote inzet, maar kunnen deze op moment nog niet exact ramen, ook vanwege de juridische ontwikkelingen die elkaar snel opvolgen.

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

ODBN Programmabegroting 2023

22

Wat gaan we doen in 2023?  D e bodemtaken blijven wij uitvoeren in 2023. Voor 2023 verwachten we een toename van de bodemtaken door de overdracht van de provinciale taken en de komst van nieuwe basistaken bodem, zoals graafactiviteiten.  D esgewenst kunnen wij namens de gemeentelijke deelnemers verzoektaken op het gebied van bodem uitvoeren, ook gelet op onze kennispositie.

Milieuklachtencentrale Namens onze deelnemers voeren wij als ODBN de klachtenregeling uit. Burgers moeten hun beklag kunnen doen wanneer zij overlast ervaren van bedrijven, bij bijvoorbeeld geluidsoverlast, geuroverlast of bodemverontreiniging. Burgers kunnen hun klacht kwijt bij de MilieuKlachtenCentrale (MKC), een samenwerkingsconstructie van de Brabantse omgevingsdiensten. De MKC zet de klacht vervolgens door richting de betrokken omgevingsdienst.

Welke onzekerheden kennen we?  H oewel we meer zicht hebben gecreëerd op de verwachte omvang van de bodemtaken voor de gemeente onder de Omgevingswet, is er toch nog behoefte aan nadere concretisering. Zodra we meer informatie hebben en dat leidt tot bijstellingen, communiceren we daar actief over en verwerken we dat in het werkprogramma.  V  an sommige nieuwe taken hebben we geen ervaringscijfers, ook niet landelijk.  O p dit moment is nog niet duidelijk wat onze gemeentelijke deelnemers gaan doen met de afwegingsruimte die de Omgevingswet aan gemeenten laat in de omgevingsplannen.

De afgelopen jaren is er een duidelijke trend waarbij het aantal milieuklachten toeneemt. Het aantal binnengekomen klachten is in een relatief korte periode verdubbeld. De toename van de klachten leidt tot een kostenstijging voor onze deelnemers en legt een onevenredig beslag op de beschikbare tijd van onze toezichthouders. Daarom is eind 2021 en in de loop van 2022 een pilot uitgevoerd met een alternatieve werkwijze. Deze pilot wordt in 2022 geëvalueerd waarbij besloten wordt over het al dan niet continueren van deze nieuwe werkwijze. Niettemin zijn de eerste signaleren positief. Bij voortzetting van deze werkwijze wordt deze in 2023 verder geconsolideerd. In 2023 zullen we werken met een nieuw milieuklachtenregistratiesysteem. S@men – het huidige registratiesysteem – wordt dan immers niet meer ondersteund. In 2022 onderzoeken we samen met de andere twee Brabantse omgevingsdiensten en de RUD Zeeland de mogelijkheden voor een nieuw registratiesysteem.

Wat gaan we doen in 2023?  W e voorzien een kostenstijging in de klachtenafhandeling in lijn met het almaar toenemende aantal klachten. Met een pilot voor een nieuwe werkwijze proberen wij deze stijging te beperken.  I n 2022 evalueren we deze pilot. Bij een positief resultaat zullen we de nieuwe werkwijze in 2023 consolideren.  I n 2023 werken we met een nieuw milieuklachtenregistratiesysteem. Hoe dit eruit moet komen te zien onderzoeken we in 2022. Welke onzekerheden kennen we?   Op het moment van schrijven is de uitkomst van de evaluatie van de pilot nog onzeker, al zijn de eerste resultaten positief.  E r is nog geen concreet zicht op een nieuw milieuklachtenregistratiesysteem.

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

ODBN Programmabegroting 2023

23

24

Programma Regionale Dienstverlening

Wat mag het kosten? PROGRAMMA INDIVIDUELE DIENST VERLENING BEDRAGEN X € 1.000,-

REKENING 2021

BEGROTING 2022

BEGROTING 2023

Personeel Bedrijfsmiddelen

14.536 270

14.445 0

16.842 130

TOTAAL LASTEN

14.806

14.445

16.972

Basis- en VTH-verzoektaken Overige Verzoektaken Aanvullende verzoektaken

13.974 9.717 1.127

13.653 9.543 1.087

15.397 11.518 857

TOTAAL BATEN

24.818

24.283

27.771

SALDO

10.012

9.838

10.800

Toelichting Voor de uitvoering van het programma Individuele Dienstverlening zijn 264.628 uren geraamd. Ten opzichte van de begroting 2022 is er een groei van bijna 25.000 uren voor met name vergunningverlening. Deze toename in uren heeft zowel effect op de hoogte van de lasten als de inkomsten voor dit programma. Een verdere financiële toelichting is te vinden in het derde hoofdstuk van de financiële begroting. Taakvelden Om op landelijk niveau begrotingen van overheidsorganisaties te kunnen aggregeren is door het Rijk een uniforme set van taakvelden vastgesteld. De activiteiten uit het programma Individuele Dienstverlening hebben betrekking op: Taakveld 7.4

➜ Milieubeheer

25

Inhoud programma Naast het programma Individuele Dienstverlening (waaronder het uitvoeren van basistaken en verzoektaken) voert de ODBN ook het programma Regionale Dienstverlening uit, waarin werkzaamheden zijn opgenomen die worden uitgevoerd voor het collectief aan deelnemers. De volgende onderwerpen maken onderdeel uit van dit programma: ➜ Het Ontwikkelprogramma (waaronder het budget Collectieve Taken) waarin de ontwikkelopgaven voor de ODBN worden begroot ➜ Samen Sterk in Brabant (SSiB) ➜ Overige regionale werkzaamheden (voormalig RMB) - Sanering verkeerslawaai (ISV) - Beheer en nazorg (voormalige) stortplaatsen Beleidskader/richtlijnen OMSCHRIJVING

DATUM

EXPIRATIEDATUM

Wet milieubeheer

1 maart 1993

1 januari 2023*

Activiteitenbesluit

1 januari 2008

1 januari 2023*

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)

1 oktober 2010

1 januari 2023*

Wet natuurbescherming

1 januari 2017

1 januari 2023*

HUIDIGE WET TEN VOOR OMGEVINGSWET

Draaiboek deelproces milieubeheer

25 september 2017

NA INVOERING VAN OMGEVINGSWET Omgevingswet

1 januari 2023*

In ontwikkeling

Nadere regelgeving

1 januari 2023*

In ontwikkeling

* Uitgaande van besluit invoering Omgevingswet per 1 januari 2023.

Een belangrijk onderdeel van de Regionale Dienstverlening is het jaarlijks op te stellen Ontwikkelprogramma. In het ontwikkelprogramma bundelen we de meerjarige ontwikkelopgaven van de ODBN. Het Ontwikkelprogramma 2023 wordt eind 2022 opgesteld op basis van de Kadernota, deze begroting en de dan actuele ontwikkelingen. De werkzaamheden in het Ontwikkelprogramma zijn gericht op productinnovatie en -ontwikkeling, kwaliteitsverbetering en het efficiënter uitvoeren van de primaire taken. Het Ontwikkelprogramma en de daaruit volgende projecten vormen daarmee een vliegwiel voor noodzakelijke ontwikkelingen op het programma Individuele Dienstverlening.

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

ODBN Programmabegroting 2023

26

Het Ontwikkelprogramma wordt gedekt uit het budget Collectieve Taken, ROK, indirecte uren en vanuit verschillende opdrachten van provincie en gemeenten die bij de ODBN zijn neergelegd. De druk op de Collectieve Taken en het Ontwikkelprogramma nemen verder toe. Steeds meer taken worden opgepakt voor het collectief van deelnemers. Om vorm te kunnen blijven geven aan belangrijke nieuwe ontwikkelingen, zoals IGW is extra capaciteit nodig. Zoals in de Kadernota 2023 is besloten hebben we in deze begroting de Collectieve Taken met 1 fte IGW uitgebreid. Dit heeft geleid tot een hogere bijdrage op de Collectieve Taken per inwoner. Doordat we het gemiddelde tarief van deze begroting naar beneden hebben kunnen bijstellen, verwachten we dat onze deelnemers per saldo goedkoper uit zijn.

Wat willen we bereiken? In het programma Regionale Dienstverlening werkt de ODBN samen met haar deelnemers aan de regionale ontwikkelingen en de voorbereiding en vertaling van beleidsmatige en maatschappelijke ontwikkelingen, zodat deze in de taakuitvoering binnen het programma Individuele Dienstverlening kunnen worden uitgevoerd.

Wat gaan we daarvoor doen in 2023?

27

Transitie zorgvuldige veehouderij De transitie naar een zorgvuldige veehouderij is een actueel onderwerp dat hoog op de maatschappelijke agenda staat. Als ODBN zijn we met name gefocust op de uitvoeringsconsequenties van het veranderende beleid. Wij moeten onze VTH-taken immers goed en efficiënt uit kunnen voeren. De afgelopen jaren is de Taskforce bezig geweest met het formuleren en implementeren van maatregelen om de grote hoeveelheid werk die op ons als Brabantse omgevingsdiensten goed op te kunnen vangen. In 2021 is de Taskforce afgerond. De geïmplementeerde maatregelen hebben duidelijk effect gesorteerd. Niettemin behoeft het capaciteitsvraagstuk nog steeds de nodige aandacht, ook met het oog op de krapte op de arbeidsmarkt en gezien de nieuwe verwachte toename in de werkvoorraad als gevolg van de Interim Omgevingsvergunning en de daarin opgenomen verplichting voor veehouders om hun stallen aan te passen om te voldoen aan de emissievereisten. De Taskforce gaat weer bijeenkomen om een analyse te maken van de nieuwe werkzaamheden die op ons afkomen. Bij de laatste herijking van de Taskforce 2.0 is geen rekening gehouden met nieuw beleid. Het Rijk heeft nog geen duidelijk en consistent beleid uitgezet voor veehouderij. Krachttermen als ‘onteigening, intrekkingen en opkoopregelingen’ zijn nog niet vertaald naar concreet beleid. Dit zorgt voor maatschappelijke onrust.

Verschillende provincies zijn als gevolg daarvan overgegaan op een vergunningenstop. In Brabant is het zover nog niet gekomen, maar de situatie is op dit moment onzeker. Als ODBN volgen we de ontwikkelingen binnen de veehouderij en op aanpalende onderwerpen – zoals stikstof, stoppers en saldering – nauwgezet. We blijven het belang van een tijdige vertaling naar het VTH-instrumentarium benadrukken. Ten slotte zien we ook het belang van het onderwerp gezondheidsrisico’s rond veehouderijen toenemen. Met de komst van de Omgevingswet wordt het thema gezondheid nog belangrijker, omdat dit nu opgenomen is in de wet zelf. Hierbij werken we nauw samen met de GGD als kennisdrager en adviseur.

Wat gaan we doen in 2023?   Als ODBN blijven we actief betrokken bij de ontwikkelingen.   Naast het capaciteitsvraagstuk proberen we ook de gevolgen voor het VTH-beleid en de strategie in kaart te brengen. Daartoe komt onder meer de Taskforce weer bijeen.   We benadrukken het belang van een tijdige vertaling naar het VTH-instrumentarium. Welke onzekerheden kennen we?   Het is niet precies te voorspellen wanneer ondernemers een vergunningaanvraag gaan doen, of een verzoek voor een intrekking als het een stopper betreft. De verwachting is dat de piek zichtbaar wordt richting het einde van de in de Interim Omgevingsverordening gestelde deadline van 1 januari 2024.   Er is op dit moment nog veel onduidelijk, vooral omdat het ontbeert aan concreet landelijk beleid. Gekoppeld aan de recente jurisprudentie met gevolgen voor de VTH-uitvoering zorgt voor grote onzekerheid. Niet alleen bij ons, maar ook in de samenleving.

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

ODBN Programmabegroting 2023

28

Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) De aanwezigheid van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) is een urgent thema dat de afgelopen jaren steeds meer aandacht krijgt. De aanwezigheid van ZZS speelt breed: in lucht, water en bodem. Deze stoffen zijn geclassificeerd als de gevaarlijkste stoffen voor mens en milieu en het streven is om deze stoffen uit de leefomgeving te weren. De drie Brabantse Omgevingsdiensten zijn in opdracht van de provincie bezig met het vormen van een beeld over emissies van ZZS in Brabant. Vanwege de aanwezigheid van grote industrie in MiddenWest Brabant is de OMWB hiervan trekker. Het vergroten van de kennis van ZZS bij onze toezichthouders (ook voor gemeentelijke taken) is een belangrijke stap om ZZS mee te nemen in onze taakuitvoering. Maar ook in de risicoanalyse bij de herijking van het Regionaal Kader moet ZZS een plaats krijgen. Zo kunnen we inzoomen op branches met een hoog risiconiveau, door projectmatig/themagericht toezicht. Landelijk lopen verschillende pilots die betrekking hebben op ZZS. Als ODBN volgen we de ontwikkelingen op de voet. Inzichten die we opdoen – onder meer op basis van de resultaten van de eerdergenoemde pilots – kunnen invloed hebben op de inrichting van het werkprogramma 2023 en het ontwikkelprogramma 2023.

Wat gaan we doen in 2023?   We vergroten de kennis van onze toezichthouders over ZZS zodat zij deze mee kunnen nemen in hun taakuitvoering.   Het volgen van ontwikkelingen rondom ZZS en het adviseren daarover wordt in 2023 bekostigd vanuit het budget collectieve taken. De omvang van deze uren wordt bepaald in het Ontwikkelprogramma 2023.   We volgens de landelijke ontwikkelingen op de voet. Welke onzekerheden kennen we?   Op dit moment weten we nog niet welke impact ZZS gaat hebben op het werkprogramma en het ontwikkelprogramma. Zodra we meer zicht hebben op ontwikkelingen met impact op de genoemde programma's, communiceren wij daar uiteraard actief over.

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

Energie Energiebesparing is een grote maatschappelijke opgave met steeds meer urgentie. Het toezicht op het energieverbruik is erg versnipperd zowel qua regelgeving als financiering. Het is evident dat dit een belangrijk onderwerp is mede ook gezien de huidige energiecrisis, maar ook als onderdeel van de RES. De ODBN pakt een aantal onderdelen van dit toezicht op, maar kan ook in de breedte meer inspanningen verrichten. Dit is veel effectiever en efficiënter. De ODBN gaat hierover graag in gesprek met onze deelnemers. De ODBN heeft in 2021 in een ‘Energiebod’ aan gemeenten gedaan om met energietoezicht een bij te dragen aan realisatie van de besparingsambitie in de RES-NOB 1.0. In 2022 nemen 5 gemeenten deel aan dit Energiebod. De verwachting is dat dit aantal in 2023 groeit en dat de inzet van de ODBN op energietaken zal toenemen. In 2023 wordt de energiewetgeving op verschillende punten aangepast en uitgebreid. De energiebesparingsplicht wordt verbreed naar vergunningplichtige bedrijven (deze komen voor energie onder algemene regels te vallen) en CO2-besparende maatregelen. Er komt een energielabel C verplichting voor kantoren en de Omgevingswet splitst energietoezicht op in toezicht op activiteiten en gebouwen. In de Omgevingswet komen veel activiteiten onder lokale regels te vallen.

De verwachting is nu dat de Omgevingswet leidt tot versnippering van de uitvoering en een grotere inzet van de ODBN om hetzelfde resultaat te bereiken. Maar de wetgeving is nog niet definitief en de precieze implicaties zijn op voorhand moeilijk in te schatten. Het is ook afhankelijk van de eigendomssituaties bij bedrijven en de invulling van lokale regels door gemeenten. In 2023 verhuist ook het energietoezicht bij ETS-bedrijven (grote bedrijven die deelnemen aan het Europees handelssysteem voor broeikasgassen) van het Rijk naar Omgevingsdiensten. Het Rijk stelt budget beschikbaar voor opleiding. Naast de wettelijke ontwikkelingen is sprake van een meerjarige Rijksfinanciering van Omgevingsdiensten voor het uitvoeren energietoezicht. Hiervoor is voor de 29 omgevingsdiensten een bedrag van EUR 9,5 miljoen per jaar begroot voor de periode 2022-2027. ODBN heeft de intentie om, vanuit de uitvoering van het Energiebod, gemeenten te informeren over deze nieuwe ontwikkelingen en de uitvoering zoveel mogelijk te integreren in het lopende uitvoering Energiebod. Wanneer dat leidt tot extra inzet en een wijziging in de financiering doet de ODBN daarvoor een voorstel.

ODBN Programmabegroting 2023

29

30

Wat gaan we doen in 2023?   In 2023 draagt de ODBN met het Energiebod bij aan de energiebesparingsambities van de deelnemende gemeenten. De inzet van de ODBN wordt door monitoring direct gekoppeld aan het energiebesparingsdoel van de RES-NOB 1.0. Regionaal hangt de bereikte energiebesparing mede af van de opdracht aan de ODBN.   In de uitvoering van het Energiebod kan de ODBN – in afstemming met de gemeenten – de nieuwe wet- en regelgeving implementeren, waaronder de verbrede energiebesparingsplicht, de energielabel C-verplicht kantoren, de Omgevingswet en het toezicht ETS-bedrijven.   We integreren (eventuele) subsidie voor Omgevingsdiensten met de opdracht van gemeenten.   Wettelijke ontwikkelingen worden besproken met de accountmanagers en de leden van het RSP. De Resultaten van het energietoezicht worden gedeeld met het programmateam en de stuurgroep RES. Welke onzekerheden kennen we?   Ook op het onderwerp energie zijn de concrete implicaties van de Omgevingswet onzeker. De precieze implicaties van de wet op energietoezicht zullen pas in de uitvoering duidelijk worden. Afhankelijk van de rol die de gemeente opdraagt aan de ODBN kan er een toename van uren zijn. Deze opdracht wordt verwerkt in het Werkprogramma 2023.   Het is nog niet duidelijk of en welke gemeenten ons opdracht geven voor toezicht en handhaving op de energielabel C-verplichting bij kantoren.

  Of de aangekondigde subsidie voor energietoezicht de omgevingsdiensten er komt in 2023 – en hoe hoog deze subsidie dan zal zijn – is op dit moment onduidelijk.

31

Informatiegestuurd werken In 2021 zijn we begonnen met de Impuls Informatiegestuurd Werken (IGW). Het IGW vormt een steeds steviger fundament onder al onze werkzaamheden. Dat blijkt onder andere aan de grote waarde die nu al toegekend wordt aan het IGW binnen onze primaire taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Door datastromen aan elkaar te koppelen en te transformeren tot waardevolle informatie en inzichten kunnen we onze VTHwerkzaamheden slimmer inrichten. Daarmee kunnen we nog meer bijdragen aan een schone, duurzame en veilige leefomgeving, en onze impact daarop inzichtelijker maken. In 2023 zullen we deze ontwikkeling verder doorzetten. In de uitwerking van het programma IGW zijn voor 2023 concrete activiteiten beschreven. Deze activiteiten zullen er mede toe leiden dat we onze taken efficiënter en effectiever kunnen uitvoeren, wat er mogelijk ook toe zal leiden dat wij de wijze waarop wij onze opdracht uitvoeren veranderen. De ontwikkeling van IGW zal continue om aandacht vragen, maar met name voor de komende jaren is een investering nodig om de juiste kennis, competenties en structuren te kunnen ontwikkelen. In de Kadernota van 2023 is beschreven dat we in elk geval 1 FTE extra nodig hebben om het IGW verder te ontwikkelingen.

Alles wijst erop dat IGW een steeds grotere positie in gaat nemen binnen onze organisatie, maar in welke vorm dat het beste kan gebeuren wordt op dit moment nog onderzocht. Er is een sterk groeiende behoefte aan analysecapaciteit binnen onze organisatie. Hoe deze behoefte ingevuld gaat worden, vraagt nog om nadere besluitvorming.

Wat gaan we doen in 2023?   Zoals we in de kadernota aangegeven hebben is voor de uitvoering van het Informatiegestuurd werken (IGW) in het primaire proces extra capaciteit nodig van 1 fte. Het gaat hierbij om uitbreiding van de data-analyse capaciteit die wordt ingezet voor (de voorbereiding van) onze VTH-taken. Omdat dit een taak betreft die we uitvoeren voor het collectief aan deelnemers, verwerken we deze versteviging van de data-analyse in het budget collectieve taken.   De benodigde out-of-pocketkosten voor IGW vallen onder de faciliterende taken van ICT. Daarom wordt het budget voor ICT verhoogd met een bedrag van € 50.000,-. Dit bedrag zit in de berekening van het tarief en past binnen de vastgestelde Kpi’s. Hierover is eveneens reeds gecommuniceerd in de Kadernota 2023. Welke onzekerheden kennen we?   Het IGW neemt een grote vlucht binnen onze organisatie. Op dit moment wordt nog onderzocht hoe we dat het beste vorm kunnen geven. Mogelijk vraagt het doorontwikkelen van IGW op termijn om meer capaciteit, waaronder bijvoorbeeld in het kader van data-analyses. Wanneer dit leidt tot gewenste bijstellingen in de kosten zullen wij daar uiteraard tijdig over communiceren.

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

ODBN Programmabegroting 2023

32

33

Samen sterk in brabant (ssib) Samen Sterk in Brabant (SSiB) is een provinciebrede samenwerkingsvorm – onder formeel werkgeverschap van de ODBN – waarin gemeenten, provincie, terreinbeherende organisaties, particuliere grondeigenaren, waterschappen en waterwinbedrijven participeren. Samen met het netwerk wordt gewerkt aan een schoon veilig en groen buitengebied. SSiB handhaaft op zaken als stroperij, wildcrossen, afvaldumpingen en het overtreden van de toegangsbepalingen. SSiB opereert aan de hand van een eigen meerjarenprogramma voor de periode 2021-2023. Op basis van dit programma is ook voor deze periode door de provincie subsidie verleend. In 2023 is het de bedoeling dat deze incidentele bijdrage wordt omgezet naar een structurele jaarlijkse financiering die gaat lopen vanaf 2024. Dat biedt SSiB meer zekerheid voor het voortbestaan van de organisatie en maakt dat de blik meer op de toekomst gericht kan worden. Dit betekent wel dat een discussie plaats zal vinden over de verdere strategie, werkwijze, maar ook de entiteit van SSiB. Ook de rol en taakverdeling van de verschillende handhavingspartners in het buitengebied zal daarbij ter sprake komen. SSiB is binnen de ODBN ondergebracht bij het Team Handhaving.

Net als voor het gehele team geldt voor SSiB dat het informatiegestuurd handhaven een belangrijke ontwikkelrichting is, waarvan we in 2023 de vruchten moeten gaan plukken. Alleen met de juiste informatie krijgen we grip op de brede problematiek waarmee we te maken hebben in de Brabantse natuur- en buitengebieden. Een belangrijke ontwikkeling is daarbij de digitale briefing. De digitale briefing stelt de handhavingspartners in het buitengebied van Brabant in staat om informatie actief met elkaar te delen. In 2021 is voor het eerst geëxperimenteerd met de briefing en inmiddels zijn steeds meer partners op de briefing aangesloten. In 2023 zullen we de digitale briefing verder ontwikkelen. SSiB kent een eigen meerjarenprogramma en legt jaarlijks verantwoording af in het jaarverslag. Zie hiervoor www.ssibbrabant.nl.

l

nt.n www.ssibbraba

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

Wat gaan we doen in 2023?   In 2023 zal de financiering van SSiB voor 2024 – voor wat betreft de incidentele provinciale bijdrage – omgezet worden naar een meer structurele financieringsvorm. Daarover zijn wel al met de provincie in gesprek.   In 2023 willen we de strategievorming bij SSiB naar een hoger niveau tillen. Dat betekent dat we de doelstellingen en bijbehorende werkwijze van de organisatie nader zullen concretiseren.   We scherpen onze werkwijze aan en benutten daarbij het Informatiegestuurd werken (IGW) en innovaties zoals de digitale briefing en de GEO-app. Welke onzekerheden kennen we?   De overgang naar een structurele financieringsvorm is een voornemen van het huidige provinciebestuur. Het effect van de provinciale verkiezingen in 2023 op de te varen koers is op dit moment niet te voorzien.   Het ministerie werkt aan een visie op de boa-functie. Hoewel een grote verschuiving in de functie van boa's op dit moment niet aan de orde lijkt, is nog onduidelijk welke consequentie deze visie zal hebben voor de natuurinspecteurs van SSiB.   Het ministerie van Justitie en Veiligheid heeft aangekondigd 5,5 miljoen te investeren in groene boa's (domein II). Hoe en waar dit geld geïnvesteerd gaat worden is nog onduidelijk.

ODBN Programmabegroting 2023

34

35

Wat mag het kosten? REKENING 2021

BEGROTING 2022

BEGROTING 2023

Personeel Bedrijfsmiddelen

1.701 631

1.765 562

1.913 608

TOTAAL LASTEN

2.332

2.327

2.521

649

815 2.502 168

PROGRAMMA REGIONALE DIENST VERLENING BEDRAGEN X € 1.000,-

Collectieve taken Samen Sterk in Brabant Overige regionale programma's

2.386 97

677 2.436 164

TOTAAL BATEN

3.132

3.277

3.485

800

950

964

SALDO

Toelichting Voor de uitvoering van het programma Regionale Dienstverlening zijn in deze begroting 30.816 uren opgenomen. Het grootste deel hiervan (23.227 uren) heeft betrekking op Samen Sterk in Brabant. Een deel hiervan is structureel, een deel worden bekostigd uit de impulsgelden die tot en met 2023 gesubsidieerd zijn. Daarnaast zijn er 7.316 uren voor Collectieve taken en 273 uren voor overige regionale taken. Taakvelden Om op landelijk niveau begrotingen van overheidsorganisaties te kunnen aggregeren is door het Rijk een uniforme set van taakvelden vastgesteld. De activiteiten uit het programma Regionale Dienstverlening hebben betrekking op: Taakveld 1.1 Taakveld 7.3 Taakveld 7.4

➜ ➜ ➜

Crisisbeheersing Beheer stortplaatsen Milieubeheer

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

ODBN Programmabegroting 2023

36

Programma Bedrijfsvoering

Indicatoren bedrijfsvoering Om een beeld te kunnen vormen over het bedrijfsmatig functioneren van de ODBN worden in onderstaande tabel de meest essentiële indicatoren gepresenteerd. KPI'S ODBN (ALS BEDRIJF)

Inhoud programma Conform de BBV-regelgeving is in deze begroting een paragraaf gewijd aan de PIOFACH taken; de paragraaf Bedrijfsvoering. Toch is een programma met betrekking tot de bedrijfsvoering relevant maar zal het accent gericht zijn op de verantwoording aan u als eigenaar. Waar mogelijk vertaald in KPI’s. De algemene trends worden toegelicht in dit programma. De technische onderbouwingen worden elders in de begroting gegeven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11467238/1