CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

2026-06-01 Commissie Bedrijvigheid concept aangepast

Commissie BEDRIJVIGHEID 22 juni 2026, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Vaststellen van het verslag van de commissie Bedrijvigheid van 1 juni 202611.687 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

1 alinea's met “sluiting”: 91

Hij is benieuwd in hoeverre de inwoners en stakeholders hierbij betrokken worden want die zullen ook een grote stem hebben in dit soort vragen. Hij heeft begrepen dat er al een prioriteringskader ligt dat gebruikt wordt als er tegenstrijdige vraag is naar het gebruik van de Parade. Dat zou nog een keer tegen het licht gehouden kunnen worden. De vraag over een maximum aan afgesloten evenementen ligt primair bij de stakeholders en omwonenden. Het is belangrijk dat er sprake is van wederkerigheid. De horeca rond de Parade zal er last van hebben als er flink wat 16

geluidsoverlast is. Een ander idee is om elk evenement een verplichte afdracht in een buurtfonds te laten doen ten behoeve van de leefbaarheid in de buurt. Dat moet in dialoog met omwonenden en stakeholders vorm krijgen en hij is voornemens een motie in te dienen om die dialoog op te starten. Hij wil het evenementenbeleid hier alleen op aanpassen als dat niet leidt tot een toename van evenementen op locaties met een hoge ecologische waarde. De heer Pennings (gewoon ge-DREVEN) vraagt hoeveel zalen erop ingericht zijn dat het geluid voor de buurt geminimaliseerd wordt. Moeten die evenementen per se buiten worden gehouden? Een artiest die buiten optreedt, is leuk maar het Theater aan de Parade draait verlies en zij willen die artiest liever binnen hebben. De heer Rademakers (CDA) vraagt hoe ondernemers in de binnenstad kunnen meeprofiteren van een evenement binnen. De heer Pennings (gewoon ge-DREVEN) denkt dat als het theater vol zit de ondernemers in de omgeving ook vol zitten met eters. De heer Rademakers (CDA) noemt als voorbeeld Autotron. De heer Pennings (gewoon ge-DREVEN) zegt dat de horeca van Rosmalen daarvan meeprofiteert. Als het evenement buiten moet, moet het voor iedereen toegankelijk zijn en zonder kaartje dus. Het moet een maatschappelijke meerwaarde hebben om afsluiting te rechtvaardigen. Het besloten karakter moet geminimaliseerd worden.

Op de Pettelaarse Schans kun je een kaartje vragen want naar dat terrein gaat niemand toe. Het is logisch dat er een maximum aan afgesloten evenementen moet zijn; dat aantal moet beperkt zijn. Compenseren van bewoners en ondernemers in de buurt kan eigenlijk niet. Veel evenementen zijn weersafhankelijk. Festivals hebben het moeilijk. Een deel van de opbrengst naar een goed doel vindt hij logischer. Mevrouw Klaren (D66) zegt dat evenementen de gemeente aantrekkelijk maken; dat juicht D66 toe. Deze bieden lokale ondernemers ook kansen. Een marginaal bedrag vragen voor een evenement kan een tegengesteld effect hebben en die ondernemers voelen zich niet vrij om te ondernemen op plekken waar zij kunnen experimenteren en groeien. De heer Rademakers (CDA) heeft al aangegeven dat er ook positieve effecten zijn voor de ondernemers en die zouden aangejaagd moeten worden. Hij heeft een aantal voorbeelden gegeven van kleine initiatieven; hoe kijkt D66 daartegen aan? Mevrouw Klaren (D66) denkt dat de ondernemers daar nu al de positieve effecten van ervaren. In het evenementenbeleid is omkaderd welke kwaliteitscriteria er zijn en in 2025 is daar zelfs een aanscherping op geweest. De heer Rademakers (CDA) meent dat er veel meer kansen zijn dan nu. De binnenstadmanager kan die kansen identificeren en misschien moet diegene wat meer speelruimte gegeven worden om dat te initiëren.

Mevrouw Klaren (D66) zegt dat het altijd goed is naar speelruimte en ontwikkelmogelijkheden te kijken. Wel moet er een weloverwogen beleid zijn. De positieve neveneffecten zijn wel duidelijk maar de negatieve aspecten zijn niet helemaal duidelijk. De heer Van Boxmeer (De Bossche Groenen) vraagt wat bedoeld wordt met het negatieve effect van het aanpassen van de huur voor innovatieve partijen. Mevrouw Klaren (D66) zegt dat dat bedrag is gebaseerd op het evenementenbeleid en een nota waarin naar alle toetsingscriteria is gekeken. Dus om zo maar de huur- of toegangsprijs te wijzigen, vindt zij te voorbarig. De heer Van Boxmeer (De Bossche Groenen) vraagt of D66 die € 300 voldoende vindt als zijnde wederkerigheid.

17

Mevrouw Klaren (D66) denkt dat verder gekeken moet worden dan alleen het financiële plaatje. Maatschappelijke relevantie gaat verder dan het financiële plaatje. Het is een mooi plein maar welke ontwikkelmogelijkheden zien de indieners zelf? De heer The (VVD) denkt dat het goed is dit gesprek te voeren over het plein. Drie evenementen van de 25 zijn ingehekt en kennen betaalde toegang. Het plaatsen van een hek is ook voor de veiligheid. Het uitgangspunt is dat de Parade levendig en toegankelijk moet blijven. Evenementen horen bij een bruisende binnenstad. De heer Van Boxmeer (De Bossche Groenen) vraagt of een evenement afgesloten moet zijn om levendigheid te kunnen creëren. De heer The (VVD) denkt niet dat dat bepalend is voor de levendigheid. Als dat evenement verplaatst zou worden dan is er op dat moment geen reuring in de binnenstad. Hij is geen voorstander van aanvullende regelgeving. Een evenement moet passen bij de stad, kwaliteit toevoegen, goed georganiseerd zijn en rekening houden met omwonenden en ondernemers en bijdragen aan de binnenstadeconomie. Dit vraagt om een bredere evenementenvisie. De heer Rademakers (CDA) vraagt of de VVD de mening deelt dat die positieve effecten er al zijn maar dat die versterkt kunnen worden. De heer The (VVD) vraagt over welke effecten het CDA hier spreekt.

De heer Rademakers (CDA) zegt dat de retail aangeeft meer betrokken te willen worden bij evenementen. Een binnenstadmanager kan hier een rol bij spelen. De heer The (VVD) is niet tegen positieve effecten en zal dat alleen maar promoten. Of de binnenstadmanagers daar de juiste personen voor zijn, weet hij niet. De markt heeft ook zijn eigen werking dus waarom zou je dan extra regelgeving inzetten? De heer Van Boxmeer (De Bossche Groenen) zegt dat het niet gaat om extra regelgeving. De heer Rademakers (CDA) zegt dat dat klopt. Binnen de regels die er zijn, kan veel worden gedaan. De heer The (VVD) zegt dat de nadruk erg gelegd wordt op de € 300 maar de totale kosten inclusief beveiliging en schoonmaak liggen vele malen hoger. Als ook prijzen verhoogd worden, wordt het ondernemersrisico ook groter. Hij stelt voor dat aan een helder en transparant afwegingskader wordt gewerkt. Zo blijft de Parade een plein van de stad met ruimte voor evenementen die Den Bosch levendiger en economisch sterker maken. De heer Esser (PVV) komt regelmatig op de Parade en kent er ook ondernemers. Het is er alleen maar vooruitgegaan en hij krijgt helemaal geen signalen van mensen dat het te druk is of dat er problemen zijn, ook niet van de ondernemers. Is het een beetje voor eigen parochie dat de initiatiefnemers hiermee komen? Vraag 5 begrijpt hij wel, dat zou kunnen.

Vraag 6: hij vraagt zich af of dat zo is. De heer Van der Kallen (Rosmalens Belang) kijkt altijd met een positieve blik naar evenementen. Na het lezen van deze discussienotitie heeft hij grote twijfels over de achterliggende intentie ervan. Enerzijds proeft hij de wens om het aantal afgesloten evenementen op de Parade flink te verminderen, anderzijds wordt ingezet op hoe financieel meegelift kan worden op commerciële partijen. Het gaat nu alleen over de Parade maar in vraag 6 gaat het over het aanpassen van het gemeentelijk evenementenbeleid en dat raakt niet alleen de Parade. Als ondernemers vermoeid worden met extra regels of verplichte afdrachten dan worden deze lokale feesten onrendabel en wordt er straks niets meer georganiseerd. Dat is rampzalig. De heer Roovers (SP) vraagt zich gaande deze discussie steeds meer af waar de indieners heen willen met deze discussie. Alle vragen impliceren dat men iets met het evenementenbeleid 18

en de regels wil maar hij hoort nu dat men niets met de regels wil en de manier waarop de retail bij evenementen op de Parade worden betrokken. Openbare ruimte moet niet afgesloten worden voor commerciële partijen die daar dikke prijzen voor kunnen vragen. Daar moeten uitzonderingen op mogelijk zijn zoals bijvoorbeeld de spiegeltent met carnaval vanwege het nut voor de verschillende carnavalsverenigingen in de stad. Commerciële partijen zouden in ieder geval een hoger bedrag moeten betalen dan partijen die de Parade wel toegankelijk houden tijdens hun evenement. Hij wil in ieder geval dat het aantal afgesloten evenementen wordt gemaximeerd. De heer Pennings (gewoon ge-DREVEN) merkt op dat die extra bijdrage van commerciële partijen alleen maar doorberekend wordt naar de bezoekers en leidt tot hogere tarieven en minder bereikbaarheid voor iedereen. De heer Rademakers (CDA) zegt dat het een historisch plein is van Bosschenaren. Als een commerciële partij het evenement wil afsluiten om een exclusief karakter aan het evenement te geven dan mag dat karakter nog wel wat exclusiever worden omdat de gemeenschap gecompenseerd wordt aangezien het plein hen een aantal dagen ontnomen wordt. Dat vindt hij heel terecht. De heer Pennings (gewoon ge-DREVEN) begrijpt dat als er meer voor wordt betaald en het bedrag naar een goed doel gaat, het een aantal keer mag worden afgesloten van het CDA.

De heer Rademakers (CDA) vindt dat de Parade in de regel niet bedoeld is als afgesloten evenementenlocatie, met een enkele uitzondering en het moet gemaximeerd worden. Die uitzondering mag dan ook wat meer kosten. De heer Molle (50PLUS) is niet tegen evenementen maar de Parade is een openbare ruimte die in de basis toegankelijk moet zijn voor iedereen. Afsluiten mag alleen als het een duidelijke meerwaarde heeft en met behoud van een goede bereikbaarheid voor ouderen en mindervaliden. De overlast voor bewoners en ondernemers moet beperkt worden en er moet een eerlijke bijdrage zijn van commerciële organisatoren. Hij pleit voor een maximum aan afgesloten evenementen en een betere spreiding over de stad. De heer Van Ham (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) zegt dat de gemeente ongeveer 650 evenementen per jaar heeft waarvan 100 grote. Den Bosch is een bruisende, bourgondische stad. Er zijn in 2026 drie afgesloten evenementen waar een ticket voor nodig is. De heer Van Boxmeer (De Bossche Groenen) zegt dat om die drie evenementen weer andere evenementen gecreëerd zijn. De heer Van Ham (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) heeft gekeken naar de evenementen die in de discussienota staan genoemd. Drie evenementen hebben een commercieel belang en zijn afgesloten.

De heer Rademakers (CDA) vraagt hoe Leefbaar ’s-Hertogenbosch aankijkt tegen commerciële en niet-commerciële evenementen; zit daar verschil in? De heer Van Ham (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) kijkt daar op dezelfde manier naar. Het karakter van die twee is natuurlijk anders. De evenementen leveren een bijdrage aan de levendigheid en de saamhorigheid, aan de horeca en economie. Naast die voordelen is er ook een keerzijde: omwonenden en ondernemers ondervinden vaak geluidsoverlast. Bij afgesloten evenementen is de verkeersoverlast vele malen minder en de veiligheid dus hoger dan bij open evenementen. Waarom afgesloten evenementen buiten het centrum? Moet de raad of het college bepalen welk evenement een maatschappelijke meerwaarde heeft en welke niet? Wat zou het maximum aan afgesloten evenementen moeten zijn? Het is niet haalbaal ondernemers en omwonenden te compenseren want hoe moet dat ingevuld worden? Voor en na evenementen maken bezoekers ruimschoots gebruik van horecagelegenheden zowel op de Parade als daarbuiten.

19

De voorzitter sluit de discussie omwille van de tijd af en geeft het woord aan de indieners. De vragen die gesteld zijn, kunnen op een ander moment aan de orde komen. De heer Van Boxmeer (De Bossche Groenen) ziet een wisselend beeld. Hij hoort regelmatig terugkomen: wederkerigheid, evenwicht, balans, draagvlak maar ook kwaliteitscriteria, een bredere evenementenvisie, veiligheid. Hij ziet ook licht positieve meningen voor een maximum aan het aantal afgesloten evenementen. De een zegt dat omwonenden en stakeholders extra meegenomen moeten worden, de ander dat die niet zoveel in te brengen hebben in het beleid. Hij denkt aan een motie met al deze input waar de indieners nog over zullen discussiëren. 9.

Rondvraag en sluiting De voorzitter zegt dat er geen rondvraag is ingediend. Zij sluit de vergadering. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de commissie Bedrijvigheid van 22 juni 2026. De secretaris, mr. drs. R. van der Meer

De voorzitter, M. Claessen

20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17120968/1