CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

2026-01-12 Commissie Bedrijvigheid concept

Commissie BEDRIJVIGHEID 9 februari 2026, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Vaststellen van het verslag van de commissie Bedrijvigheid van 12 januari 202612.077 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Commissie BEDRIJVIGHEID Conceptverslag Datum: Locatie: Aanwezig: Voorzitter: Secretaris: (plv.) Commissieleden:

Collegeleden:

12 januari 2026 Raadzaal M.A.J.T. Korver-van Weegberg mr. drs. R. van der Meer drs. E.M.M.P. Altenburg-Collin, A.W. van Boven, ir. J.M. van Boxmeer, M. Claessen, A.M. Cremers, L.A.J. van Griensven, W. de Groot MSc (t/m agendapunt 6), L. Holterman, B.B.G.M. van den Hoven, mr. drs. N.M.C. Huijbrechts RO CIA, M.P. Kagie, H.J.M. Kitslaar, J.M. Klerks (t/m agendapunt 6), J. Kouwenberg, REV H.W. Pennings, mr. S.J.M. Peters, M.C.J.M. Ploegmakers, P.J. Romijn, E. Samshuijzen (t/m agendapunt 6), D.G.G. Scholten, mr. C.H.A. van den Wildenberg ing. R.A.P. Geers, R.J.J. Geers

Afwezig:

S.J.A. Elders BA, T.A.J. Heijmans, A. Hernández, W.B.G. Hoeben, M. Janssen, R.T.P.M. Koolen, W.M. van de Leemput, C.K.J. Visscher

Verslaglegging:

J. Beaumont, DemiSec

1.

Opening en mededelingen De voorzitter opent de vergadering en heet allen welkom. Er is bericht van verhindering van mevrouw Janssen, de fractie Bosch Belang (welke fractie schriftelijk heeft gereageerd op de twee inhoudelijke agendapunten) en mevrouw Hernández.

2.

Vaststellen van de agenda De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.

3.

Vaststellen van het verslag van de commissie Bedrijvigheid van 24 november 2025 Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.

4.

Vaststellen van de lijst van toezeggingen en de lijst van openstaande moties De voorzitter zegt dat het college voorstelt de moties 2, 7, 12 en 40 als afgedaan te beschouwen evenals toezegging 1. Het CDA heeft verzocht motie 7 Een speeltuin voor ieder kind aan te houden. De heer Ploegmakers (CDA) heeft niets aan zijn eerdere argumentatie toe te voegen. Wethouder Ralph Geers meent dat technisch gezien de motie is afgehandeld al kan het natuurlijk zo zijn dat partijen het niet eens zijn met de uitkomst van het onderzoek maar dat is dan een nieuw punt dat geagendeerd kan worden. De heer Ploegmakers (CDA) neemt dit mee terug naar de fractie en zal dit mogelijk agenderen. Hij wil de motie aanhouden. De voorzitter constateert dat de overige partijen geen bezwaar hebben tegen het aanhouden van motie 7. Mevrouw Klerks (Volt) zegt dat in motie 40 Aanwending reserve bomenfonds wordt aangegeven dat de stand van het bomenfonds wordt ingezet voor meer bomen maar een deel van de motie was ook dat de wijk- en dorpsraden daar actief bij betrokken worden. Kan de wethouder dat laatste toezeggen? Wethouder Ralph Geers kan dat toezeggen. 1

De lijst van openstaande moties en de lijst van toezeggingen worden vastgesteld. 5.

Werkplanning De heer Romijn (PvdD) vraagt wanneer het raadsvoorstel Evenementenvisie op de planning staat. Wethouder Roy Geers zegt dat weer een stap verder is gezet met deze visie zodat deze in 2027 in kan gaan. Hij streeft ernaar de visie kort na de verkiezingen in de vorm van wensen en bedenkingen bij de commissie neer te leggen. De werkplanning wordt voor kennisgeving aangenomen.

Overige onderwerpen 6.

Discussienotitie Sierteelt en gewasbeschermingsmiddelen Mevrouw Samshuijzen (PvdD) zegt dat hier het derde jaar op rij over gesproken wordt. Bij sierteelt is gif toegestaan dat in de voedselteelt verboden is en sierteelt is intensief waardoor er gemiddeld meer bestrijdingsmiddelen worden gebruikt dan bijvoorbeeld de akkerbouw of groenteteelt. De bollenteelt gebruikt een van de hoogste hoeveelheden landbouwgif per hectare. Dat gif blijft niet op het land maar komt ook in de lucht en uiteindelijk in het menselijk lichaam. Voor omwonenden zijn er duidelijke gezondheidsrisico's zoals Parkinson, ALS en Alzheimer. Ook voor de natuur is een negatief verband aangetoond. De gemeente kan ervoor kiezen de sierteelt en het intensieve gebruik van landbouwgif in te perken; de gemeente is hier aan zet. Afgelopen juni was zij ervan overtuigd dat de kous af was met de breed gesteunde motie om de conventionele sierteelt in te dammen maar het college lijkt nu toch beren op de weg te zien. De moeilijkheden vallen eigenlijk wel mee, heeft mevrouw Mees aangegeven, en er zou op basis van mogelijk toekomstige uitbreidingsplannen geen planschade geclaimd kunnen worden. Zij begrijpt dat invoering van de inperking van conventionele sierteelt ook complex is en dat het college graag houdbare besluiten neemt.

Zij roept het college op om toe te zeggen in deze bestuursperiode, zijnde binnen de deadline van de motie, op 31 januari een voorbereidingsbesluit te nemen ten aanzien van het uitbreidingsverbod van de conventionele bollenteelt en hierbij prioriteit te leggen om nog een jaar lelievelden of andere bollenteelt te voorkomen. Andere gemeenten hebben dat besluit al genomen. Werk daarna ook aan uitbreiding van de spuitvrije zone, zoals in de motie staat. Kan de wethouder dit toezeggen? De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) leest in het stuk dat de evidentie van de schadelijkheid er onvoldoende is; er is geen keihard bewijs. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) zegt dat er geen zekerheid over is maar als er een grote waarschijnlijkheid is en op basis daarvan ook al beslissingen zijn genomen bij de rechter dat er grote gezondheidsrisico's zijn dan moet de raad het niet wenselijk vinden bewoners aan deze risico's bloot te stellen. Dat is volgens de heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) de afweging van vanavond. Waarom zouden andere overheden – die volgens hem eigenlijk aan zet zijn – op dit moment terughoudend hierin zijn? Mevrouw Samshuijzen (PvdD) zegt dat de gemeente in het omgevingsplan beslissingen kan nemen om bollenteelt of lelieteelt niet toe te staan.

De provincie heeft hier informatiesessies over gehouden en de provincie wijst vooral naar gemeenten die hier een beslissing over kunnen nemen. De gemeente moet dat dan ook doen. Ook op provinciaal en landelijk niveau is dit een bespreekpunt dus alle overheidslagen dienen hun verantwoordelijkheid te nemen. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) zegt dat er inderdaad een beslissing op lokaal niveau genomen kan worden maar primair zou dergelijke regelgeving nationaal of Europees moeten worden ingericht. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) zegt dat keuzes maken in een omgevingsplan een gemeentelijke aangelegenheid is. Er is altijd een gelaagdheid in beslissingen en deze verantwoordelijkheid ligt 2

bij de gemeente, zo geven ook andere overheidslagen aan. De heer Van Griensven (PVV) zegt dat de meest gebruikte stof paraffine is; in de lelieteelt wordt elke week gesproeid daarmee. Datzelfde paraffine wordt ook op appels gebruikt en andere fruitsoorten. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) zegt dat paraffine kankerverwekkend kan zijn, dus ook daar staat zij niet positief tegenover. In de motie van vorig jaar heeft zij ook aandacht besteed aan dat gezondheidsrisico. De heer Ploegmakers (CDA) vraagt wat de rechter eerder besloten heeft hierover. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) zegt dat er uitspraken zijn geweest over de gezondheidsrisico's waarbij omwonenden een rechtszaak hadden aangespannen en waar geoordeeld is dat het gezondheidsrisico ten aanzien gespoten landbouwgif (lelieteelt) dermate hoog was dat er niet meer gespoten mocht worden. De heer Ploegmakers (CDA) verwijst naar een uitspraak van 22 juli 2025 waarin het Gerechtshof van Den Bosch spreekt over de lelieteler van Noord-Limburg en daarin wordt gesproken over een tijdelijk verbod tot 2028. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) zegt dat dat onderschrijft dat er een flink gezondheidsrisico is. Hier wordt nog steeds onderzoek naar gedaan en in 2027 worden nieuwe resultaten verwacht; zij kan zich voorstellen dat die uitspraak daarmee verband houdt. De heer Van Boven (SP) kan zich grotendeels aansluiten bij de PvdD.

Als er reden tot zorg en twijfel is of bestrijdingsmiddelen een gevaar zijn voor de volksgezondheid dan moet sowieso een pauzeknop ingedrukt worden. Over de Q-koorts werd in het begin ook gezegd dat het allemaal wel meeviel maar er wordt nog steeds last ondervonden van de schade die dat destijds heeft veroorzaakt van een geitenhouderij dicht bij de bewoonde wereld. Hetzelfde geldt voor sierteelt en met name de lelieteelt: als er een verband is tussen bestrijdingsmiddelen en allerlei aandoeningen dan moet op de pauzeknop gedrukt worden. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) zou willen dat elke motie op deze wijze met een bespreeknotitie afgedaan wordt. In de zomers van 2024 en 2025 zijn hier ook moties over geweest en zijn partij heeft twee keer voorgestemd, tot zijn verbazing. Hij voelt er niet veel voor om nog meer lokale regels op te gaan leggen ten opzichte van wat provinciaal en landelijk wordt gedaan. Dergelijke ondernemingen moeten zich door veel regels heen wringen en hebben het moeilijk in de markt. Hij voelt er niet veel voor om op de vierkante meter een andere regel toe te passen en ondernemingen opeens iets niet meer kunnen doen hier. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) vraagt wat er is veranderd in de overwegingen van Leefbaar 'sHertogenbosch ten aanzien van de volksgezondheid.

De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) zegt dat uit het stuk duidelijk wordt dat zolang het RIVM niet een keihard onderzoek op tafel legt de juridische afdwingbaarheid moeilijk wordt en de impact van derving voor ondernemers significant is. Een pauzeknop is inderdaad niet raar maar het is de bedoeling dat hier beslissingen genomen worden op feiten. Er zijn wel meer zaken evident die hier op tafel gelegd zouden kunnen worden maar ook daar moet een onderzoek onder gelegd worden. Hij laat dit liever aan de overheden die hier primair voor aan zet zijn. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) merkt op dat nadeelcompensatie niet zo aan de orde is want dat kan alleen een schadeclaim zijn voor bollen die al in de grond zitten. Hoe kijkt de heer Kagie tegen het voorzorgsbeginsel aan dat ook een verantwoordelijkheid van de gemeente is? De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) zegt dat die best ver doorgevoerd kan worden. Het gaat hier om een bestaande situatie. De betreffende ondernemers hebben laten weten wat zij al aan mitigerende zaken doen om te zorgen dat er zo min mogelijk schadelijk is. Zij hebben al met andere regelgeving te maken dan tien of twintig jaar geleden. Hij heeft het vertrouwen in de 3

andere overheden dat zij de goede beslissingen nemen ten aanzien van dergelijke maatregelen. Dit betreft niet alleen Noord-Brabant maar ook andere provincies en Den Bosch kan niet zeggen: ga maar 5 kilometer verderop zitten want hier zijn andere spelregels en daar mag het wel. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) merkt op dat twee andere gemeenten deze beslissing al genomen hebben en dit punt staat ook op de agenda van alle omliggende gemeenten. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) weet dat de PvdD ook in andere gemeenten ijverig aanwezig is. Dat dit ook bij andere gemeenten op de agenda staat, vindt hij geen doorslaggevend argument. Dat twee andere gemeenten hier al wel over besloten hebben, vindt hij ook geen goed argument. Den Bosch moet niet nog eens een regel per vierkante meter voor Den Bosch er bovenop leggen; daarmee help je de ondernemer niet. Om met die impact op de pauzeknop te drukken, vindt hij nogal wat. De heer Cremers (D66) vindt het belangrijk dat de gemeente voorzienbaar is want dan kan er ook geen sprake zijn van nadeelcompensatie en dat is waar de motie toe oproept: geen uitbreiding. Dat past helemaal bij het betoog van de heer Kagie en het voorkomen van onzekerheid bij bedrijven. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) zegt dat er twee moties liggen en die gaan niet alleen over uitbreiding.

Een pauzeknop op uitbreiding in afwachting van het onderzoek vindt hij logischer dan het een ondernemer moeilijker maken tot het RIVM in 2031. Het tegengaan van uitbreiding is een ander onderzoek. Mevrouw Claessen (De Bossche Groenen) merkt op dat zo min mogelijk schadelijk nog steeds schadelijk is. Vindt de heer Kagie het uitlegbaar aan omwonenden dat het nog steeds schadelijk is? De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) sluit de ogen niet voor het feit dat er voor omwonenden mogelijk een effect is maar het is belangrijk bij beslissingen die een grote impact hebben op ondernemers dat die worden genomen op basis van gedegen onderzoek en niet op aannames. Als dat wel wordt gedaan, moet dat juridisch overeind gehouden kunnen worden als dat aangevochten wordt en ook kunnen worden gehandhaafd. De heer Scholten (GroenLinks) merkt op dat ongeveer 80% van de bollen worden geëxporteerd. Moeten de inwoners van Den Bosch daarvan schade ondervinden? De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) zegt dat Nederland over haar eigen vierkante meters gaat en maakt onder voorwaarden ondernemen mogelijk. Onderzoeken van het RIVM worden altijd serieus meegenomen, waaraan ondernemingen moeten voldoen. Of een ondernemer zijn bollen aan de buurman verkoopt of exporteert, is niet relevant. Nederland is mede door export groot geworden.

De heer Scholten (GroenLinks) vraagt hoe de heer Kagie staat tegenover lokale gezondheidsrisico's om internationaal bollen te verkopen. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) zegt dat de heer Scholten ervan uitgaat dat er gezondheidsrisico's zijn maar de resultaten van dat onderzoek komen in 2031. Als je een exportgedreven economie hebt zoals Nederland is het evident dat Nederland lasten ondervindt van productie. De heer Scholten (GroenLinks) zegt dat in het stuk een aantal onderzoeken wordt gepresenteerd ten aanzien van de toxiciteit. Er is meer informatie beschikbaar; wil de heer Kagie die bekijken? De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) is natuurlijk geïnteresseerd. Het is een gedegen stuk en de ambtenaar die dit heeft opgesteld, weet ongetwijfeld waarover hij spreekt. Hij heeft geen ander onderzoek erop nageslagen. Extra regelgeving lokaal vindt hij dus geen wenselijke richting want bewijslast is nodig om het 4

juridisch overeind te houden en handhaafbaar te maken. De ondernemer moet ook kunnen zeggen: ik doe het helemaal biologisch. De heer Van Griensven (PVV) vindt dat volksgezondheid bovenaan de lijst staat van belangrijke zaken. Dat er goed gemonitord en ingegrepen wordt waar nodig staat buiten kijf. Ondernemers moeten kunnen ondernemen maar wel op een zo veilig mogelijke manier. Als dit plan wordt doorgevoerd, wordt dan de teelt verboden of het gebruik van de middelen? In dat laatste geval zouden ook veel andere fruit- en groentetelers kunnen opvallen. Dat paraffine kankerverwekkend kan zijn, is nergens terug te vinden. Er is geen gewasbeschermingsmiddel dat alleen voor lelieteelt is uitgevonden; dat middel wordt ook in andere teelt gebruikt. Die producten worden gewoon opgegeten. Moeten die ook verboden worden? Dat zou veel boeren de kop kosten. Veel boeren hebben moeten stoppen met veeteelt wegens onzinnige regels en zij hebben wel middelen nodig om opbrengst van hun land te halen. Sprekers gaven afgelopen week aan nagenoeg biologisch te kunnen telen. Er wordt steeds meer met laserlicht gewerkt om onkruid te verwijderen bijvoorbeeld. Tevens is er al een reductie van 50% van gewasbeschermingsmiddelen tussen 2020 en 2024 volgens het CBS. Deze ontwikkelingen kunnen alleen doorgaan als er een afzetmarkt voor is, dus als telers door kunnen gaan.

Een aantal gemeenten heeft al aangegeven het onderzoek ten aanzien van gewasbeschermingsmiddelen van de provincie af te wachten. Hij stelt voor ook dat plan af te wachten evenals het rapport van het RIVM. Indien nodig zouden extra maatregelen genomen moeten worden ten aanzien van de gezondheid, zoals een bepaalde afstand tot de woningen. Mevrouw Klerks (Volt) weet dat de PVV bij de windmolens tegen de gifstoffen was die mogelijk de waterkwaliteit kunnen aantasten. Is de PVV nu ten aanzien van dit punt van mening veranderd? De heer Van Griensven (PVV) ziet verbeteringen in het gebruik van stoffen en dat steeds meer biologische stoffen worden gebruikt bij de gewasbescherming. Als gestopt wordt met het telen van bollen dan is er geen behoefte om onderzoek te doen naar hoe het beter kan. Mevrouw Klerks (Volt) vindt ook dat het beter moet en bij voorkeur gifvrij, maar minder gif is nog steeds gif in water in een waterwinningsgebied of in de buurt daarvan. Dat is een risico voor de volksgezondheid, hoe klein die hoeveelheid ook is. De heer Van Griensven (PVV) zegt dat dat nooit helemaal voorkomen kan worden want dan zou je ook geen auto's meer mogen laten rijden omdat van de banden ook gifstoffen afkomen. Er wordt ook gekeken naar wisselteelt waarbij om de acht jaar hetzelfde stuk land wordt gebruikt. In die periode kan het land herstellen.

Er wordt al van alles aan gedaan en dat is goed. Het is wel heel belangrijk dat er goed gemonitord wordt. De heer Scholten (GroenLinks) merkt op dat de motie juist vraagt om afstand te houden tot de woningen. De heer Van Griensven (PVV) meent dat de motie erop is gericht om het te gaan verbieden. Als uit onderzoek blijkt dat er afstand tot de woningen nodig is dan moet dat aangehouden worden. Een teler moet wel zijn werk kunnen doen, juist ook omdat zij goed bezig zijn en al 50% minder bestrijdingsmiddelen gebruiken. Wel moet bewezen worden dat gifstoffen in woningen of in water daar vandaan komen. De heer Scholten (GroenLinks) zegt dat het niet over een verbod gaat maar een uitbreidingsverbod dus de huidige velden kunnen blijven bestaan. Er wordt alleen een pauzeknop ingedrukt. Is de heer Van Griensven het daarmee eens? De heer Van Griensven (PVV) zegt dat een leliebollenteler in de buurt een groot gebied heeft tussen meerdere gemeenten in en als hij wisselteelt toepast dan zou overlegd moeten worden als er meer ruimte nodig is. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) weet dat de PVV de volksgezondheid heel belangrijk vindt en vorig jaar tijdens stemming over de motie gaf de heer Van Hattem aan dat als zelfs de branchevereniging aangeeft wanneer er gespoten wordt en omwonenden ramen en deuren 5

moeten sluiten dan is er wel iets aan de hand. De heer Van Griensven (PVV) zegt dat dat een advies was van het RIVM om ramen en deuren te sluiten als er gespoten wordt. Dat is uit voorzorg maar dat wil niet zeggen dat het altijd misgaat. Er wordt al niet gespoten in weekenden als omwonenden thuis zijn dus daar wordt al rekening mee gehouden. De provincie komt met een rapport en ook het RIVM komt met onderzoek; hij stelt voor dat af te wachten. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) vraagt of de heer Van Griensven het er net als vorig jaar nog mee eens is dat op de pauzeknop gedrukt moet worden. De heer Van Griensven (PVV) staat erachter dat goed bekeken moet worden of er afstand gehouden moet worden. Hij wil de onderzoeken afwachten en aan de hand daarvan bekijken wat verstandig is om te doen. Openheid van zaken, goed contact met de buren, innovatie van materialen en biologische varianten van gewasbescherming inzetten zou naast een veilige leefomgeving voor omwonenden voor de PVV het belangrijkste zijn. De heer Pennings (gewoon ge-DREVEN) ziet tegenstrijdigheden in het verhaal met name ten aanzien van verbod van producten. Er wordt nu gezegd dat sierteelt en bollenteelt niet mag.

Dat is een grijs gebied want wat gaat daaronder vallen? Sierteelt kan misschien overbodig zijn maar bij welke bloem of bol ga je de grens leggen? De heer Scholten (GroenLinks) vraagt of dat een taak voor de raad is. De heer Pennings (gewoon ge-DREVEN) vindt het geen taak van de raad om te bepalen welke bol wel of niet mag; dat is iets voor hogere overheden. Dat grijze gebied is lastig. Eetbare groenen zoals mais, fruit en aardappelen behoren tot de eerste levensbehoeften en waarom mag het een wel en het ander niet. Die eerste levensbehoeften horen wel in de buurt te blijven. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) vindt een belangrijk onderscheid dat bij de ene teelt veel meer gif wordt gebruikt dan bij de andere teelt. Voor voedsel gelden andere normen dan voor sierteelt. De heer Pennings (gewoon ge-DREVEN) denkt dat er nog onderzoeken naar zijn welke producten schadelijk zijn. Deze raad kan niet beslissen welke het meest schadelijk zijn. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) zegt dat die normering er is van wat wettelijk mag. Daar hoeft de discussie niet over te gaan. Bij bollen- en sierteelt wordt veel meer gespoten. De heer Pennings (gewoon ge-DREVEN) vindt het vooral belangrijk dat die eerste levensbehoeften in de buurt blijven. Ten aanzien van lelieteelt zouden best gebieden aangewezen kunnen worden waar dat zou kunnen.

Maar wat een veilige afstand is, is nog steeds niet bepaald en van waaruit moet worden gemeten? Mevrouw Claessen (De Bossche Groenen) lijkt het logisch door al die onzekerheden juist wel de pauzeknop in te duwen. De heer Pennings (gewoon ge-DREVEN) ziet de pauzeknop voor uitbreiding; hij is geen voorstander van uitbreiding. Een juiste afstand zal weer talloze problemen geven dus het aanwijzen van gebieden is beter. Hij ziet niets in financiële compensatie van bedrijven of omwonenden. Hij is voor een ruime overgangsregeling. Het is van belang duidelijkheid te bieden aan bedrijven en omwonenden. Als de raad een gebied aanwijst dat het minst schadelijk is voor de gemeente dan kan hij daarachter staan. Boerderijen zijn ook huizen. Een melkveehouderij is misschien ook niet blij met een buur met bollenteelt; dat soort vragen zul je dan ook krijgen. Het is een lastig verhaal. Op dit moment ziet hij nog geen reden om te zeggen dat het ingevoerd moet worden. Eerst moet er nationaal of provinciaal meer duidelijkheid gegeven worden. Mevrouw Van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) zegt dat helder is dat het college de motie in de huidige vorm niet kan uitvoeren omdat de uitvoering gepaard gaat met forse financiële 6

consequenties en het succes ervan allerminst is gegarandeerd. Ook zij staat voor de gezondheid van mensen en zorgen van omwonenden neemt zij serieus. Tijdens de inspreekavond bleek dat kwekers al veel voorzorgsmaatregelen hebben genomen om de risico's te beperken; ook dat punt verdient een plek in de discussie. Het volledig verbieden van het spuiten kan grote gevolgen hebben voor kwekers en zelfs het einde van een bedrijf betekenen. Gewasbeschermingsmiddelen worden ook bij voedsel gebruikt en daar moet heel zorgvuldig mee omgegaan worden. Het lokaal aanscherpen van regels zonder wetenschappelijke onderbouwing kan grote schade veroorzaken. Zij stelt voor landelijke richtlijnen en normen af te wachten. Dat betekent niet dat Den Bosch niets doet maar wel dat Den Bosch verstandig en realistisch blijft. De heer Scholten (GroenLinks) spreekt mede namens de PvdA. In de motie werd het college verzocht vijf punten uit te voeren. In september gaf de wethouder al aan dat geschreven wordt aan het voorbereidingsbesluit maar nadien heeft hij niets meer gehoord. Op de 250 meter afstand is sinds afgelopen zomer geen terugkoppeling meer gekomen behalve een wethoudersbrief. Nu ligt er een brief voor over mogelijke compensatie als dit doorgevoerd wordt. Compensatie is niet van toepassing op het uitbreidingsverbod en alleen voor bollen die al in de grond zitten.

Of ook andere teelt aan dit regime zou moeten voldoen, leest hij niet terug in de discussienotitie. In Q4 zou uitvoering aan de motie gegeven worden maar dat is niet gebeurd. De motie is dus niet uitgevoerd. De opdracht aan het college is duidelijk: stop de bollenteelt hier. Natuurlijk kunnen er juridische dilemma's zijn en mogelijke schadeclaims; dat was bij het aannemen van de motie echter ook al zo. Hij is bereid deze risico's te nemen want hij vindt de gezondheid van de inwoners belangrijker. Middelen die gemaakt zijn om leven te bestrijden, hebben ook effect op de mens zeker in zo'n dichtbevolkt land als Nederland. De gemeente moet de inwoners beschermen; daar is het voorzorgsbeginsel ook voor. Het voorbereidingsbesluit over uitbreiding van de bollenteelt komt niet meer langs de raad; dat is een collegebevoegdheid geworden. Hij verzoekt de wethouder toe te zeggen dit voorbereidingsbesluit voor het eind van deze maand te nemen. De rest van de motie dient ook uitgevoerd te worden; kan de wethouder hier een tijdlijn voor schetsen? De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) zegt dat er een kwalificatie staat over de risico's van de financiële impact maar een stuk de wereld inbrengen waarover je juridisch niet zeker bent en handhaven moeilijk is, daarvan zijn de risico's voor niemand te overzien.

De heer Scholten (GroenLinks) zegt dat het risico minimaal is en de impact beperkt. In het stuk wordt gesproken over een risico van € 7 miljoen. Juridisch adviseurs zeggen hetzelfde als hij: bij een uitbreidingsverbod is er geen sprake van compensatie, dat is alleen voor bollen in de grond. Hij ziet dus geen grote risico's. De heer Kitslaar (Rosmalens Belang) zegt dat diep ingrijpen in agrarische bedrijfsvoering en toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen juridisch haalbaar, uitvoerbaar en operationeel moeten zijn. Juist op die punten bestaan grote onzekerheden. Op dit moment zijn zwaarwegende redenen onvoldoende aanwezig om over te gaan op vergaande planologische maatregelen, een algemeen verbod op sierteelt of ruime spuitvrije zones. De gemeente is niet bevoegd om middelen zelf te reguleren en de juridische houdbaarheid van het gemeentelijk verbod is onzeker. Dat is dus niet verantwoord. Hij verzoekt het college er bij provincie en rijk op aan te dringen hier een uitspraak over te doen. Hij is niet bereid om grote financiële en ruimtelijke risico's te accepteren. De mogelijke nadeelcompensatie kan aanzienlijk zijn. Hij pleit voor een voorzichtige koers en voor bescherming van gezondheid en leefomgeving via samenwerking en monitoring en het volgen van hogere overheden. Als de wetenschappelijke basis stevig is, is hij bereid dit debat opnieuw te voeren.

Mevrouw Samshuijzen (PvdD) herhaalt dat er alleen nadeelcompensatie kan komen voor bollen die al in de grond zitten. Hoe kijkt Rosmalens Belang aan tegen het voorzorgsbeginsel en de verantwoordelijkheid van de gemeente ten aanzien van de volksgezondheid? De heer Kitslaar (Rosmalens Belang) wijst op de consequentie voor de gemeente als de gemeente zegt dat op een bepaalde locatie bepaalde bedrijfsvoering niet meer gevoerd mag worden. Hij wil de rapportages en onderzoeken afwachten, ook ten aanzien van de afstanden.

7

Mevrouw Samshuijzen (PvdD) verwijst naar de uitspraak van 22 juli 2025 van de rechter die aangaf dat er wel degelijk een aanzienlijk risico is en het voorzorgsbeginsel toegepast zou moeten worden. Het gaat hier om de uitbreiding, niet om het aanwijzen van gebieden. Daar is nadeelcompensatie niet aan de orde. De heer Kitslaar (Rosmalens Belang) vindt het onwenselijk voor de ondernemers en er zouden zeker financiële consequenties voor de gemeente kunnen zijn. De heer Scholten (GroenLinks) vraagt of Rosmalens Belang bewoners zou aanraden naar de rechter te stappen. De heer Kitslaar (Rosmalens Belang) antwoordt ontkennend. Mevrouw Klerks (Volt) staat voor een gezonde leefomgeving van de inwoners en een weerbare natuur en milieu. Er lopen nu twee discussies door elkaar: uitbreiding van de bollenteelt en uitvoering van de motie. Zij sluit zich aan bij de heer Scholten. Ten tweede de discussie over de gehele bollenteelt, de ene discussie mag de andere niet vertroebelen. Zij vertrouwt op de ambtenaren en gaat ervan uit dat de cijfers kloppen. Als in de sierteelt het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen twee keer zo hoog is als bij fruitteelt dan gaat zij daarvan uit. Als geconstateerd wordt dat op basis van de huidige kennis er mogelijk een onevenredig negatieve invloed is op mens en milieu en dat er op alle niveaus van de overheid zorgen over bestaan dan is dat haar referentiekader.

Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald, zeker gelet op meerdere gemeenten die wel maatregelen nemen. Het is beter daar een voorbeeld aan te nemen in plaats van in de wachtkamer te gaan plaatsnemen. Er is een motie aangenomen om uitbreiding van de bollenteelt tegen te gaan. De heer Ploegmakers (CDA) vraagt welke gemeente mevrouw Klerks bedoelt en of dat permanent of tijdelijk is. Mevrouw Klerks (Volt) noemt de gemeenten Fryske Marren en Westerveld; zij leggen beperkingen op aan de bollenteelt. Er moet gekeken worden naar een toekomstperspectief voor agrarisch en hen waar nodig helpen. Er is ook biologische sierteelt en daar zijn voldoende succesverhalen over te vinden. Zelfs grote tuinmarkten zijn een transitie aan het maken naar plantverkoop zonder pesticiden. Mevrouw Van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) zegt dat veel bedrijven die zijn overgegaan op biologisch failliet gaan, ook bedrijven die met lasers werken gaan weer terug naar de normale werkwijzen. Dat komt omdat er geen afnemers zijn. Mevrouw Klerks (Volt) wil graag die cijfers zien. Zij heeft voorbeelden gezien van biologische agrariërs die wel degelijk aangeven dat zij een goede boterham kunnen verdienen met biologische sier- en groenteteelt. Mevrouw Van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) zegt dat zij zelf aangeven dat er geen markt voor is. Consumenten kopen niet biologisch omdat dat duurder is.

Mevrouw Klerks (Volt) zegt dat niet alleen de vraag het aanbod bepaalt; ook het aanbod kan de markt bepalen. Voor biologische teelt en producten is wel degelijk een markt; dat laten de cijfers ook zien. Soms vereist dat aanpassing en creativiteit maar dat is ook de motor van goed ondernemerschap. Natuur, gezondheid en milieu laten zich niet makkelijk aanpassen en daar moet de raad voor opkomen. Zij vraagt dan ook om naleving van de motie en om uitbreiding van de bollenteelt binnen de gemeentegrenzen te voorkomen. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) zegt dat hier een beeld wordt geschetst alsof die ondernemers niet al een enorme wendbaarheid aan de dag moeten leggen om aan de huidige regelgeving en vraag vanuit de markt te voldoen. Mevrouw Klerks (Volt) denkt dat het goed is daar een schep bovenop te doen. Het gaat hier primair om de naleving van een motie over het voorkomen van uitbreiding van de bollenteelt.

8

De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) begrijpt dat mevrouw Klerks alleen over uitbreiding van de bollenteelt spreekt. Mevrouw Klerks (Volt) zegt dat het primair inderdaad daarover gaat. Mevrouw De Groot (VVD) zegt dat de VVD de eerste motie heeft gesteund; daarin ging het over het onderzoeken van mogelijkheden. De sector maakt inmiddels grote stappen om het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen aanzienlijk terug te dringen; die inzet is te waarderen. Instrumenten om gewasbeschermingsmiddelen gemeentelijk terug te dringen, blijken wetenschappelijk, juridisch en qua handhaving onvoldoende te onderbouwen om uit te voeren. De gemeente is niet het bevoegde gezag voor wat betreft de gewasbeschermingsmiddelen, dus sierteelt stoppen betekent oneigenlijk gebruik van het instrumentarium. De sierteelt zou dan worden gestopt maar niet de andere teelt die gebruik maakt van die gewasbeschermingsmiddelen. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) zegt dat Gedeputeerde Staten aangeeft dat juist gemeenten aan de lat staan om hier een besluit over te nemen in het omgevingsplan. Mevrouw De Groot (VVD) kan geen uitspraken doen over het werkveld van de provincie omdat die haar werkgever is. De heer Scholten (GroenLinks) vindt het een bijzondere uitspraak: oneigenlijk gebruik van het instrumentarium, zeker omdat andere gemeenten dat instrumentarium op een succesvolle manier hebben ingezet.

Mevrouw De Groot (VVD) zegt dat hier gepleit wordt om gewasbeschermingsmiddelen tegen te gaan. Met het inzetten van dit instrument worden gronden bestemd en daarmee sierteelt tegengegaan. Daarom vindt zij dit niet het goede instrument om het doel te bereiken. Motie 1 is afgedaan en motie 2 heeft zij destijds niet gesteund; die acht zij ook niet uitvoerbaar. De heer Ploegmakers (CDA) hoort een worsteling met de regels op alle fronten. Op dit moment lopen veel onderzoeken naar de gevolgen van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Er is nog geen duidelijkheid over. Overigens ging het de rechtbank niet over het voorzorgsbeginsel maar over de zorgplicht van de teler; dat is iets anders. De Raad van State heeft ook een uitspraak gedaan over de Natura 2000-gebieden. Het is in beweging en ook de sector is erg in beweging. Ook telers doen onderzoek en er wordt gekeken naar innovatie. Er ligt ook een verantwoordelijkheid bij de teler zelf. De teler dient in gesprek met de omgeving te gaan; dat is net zo belangrijk. Het gaat niet alleen om lelies maar ook om wisselteelten op veel percelen waar gewasbeschermingsmiddelen voor gebruikt worden. Hij is benieuwd hoe het college straks gaat reageren en kijkt uit naar het vervolg.

Mevrouw Samshuijzen (PvdD) zegt dat de GGD tijdens de informatiesessie bij Provinciale Staten heeft aangegeven dat er urgentie is en ingegrepen moet worden en de gezondheid van de Brabanders beschermd moet worden. De heer Ploegmakers (CDA) leest in een ander stuk dat de GGD in een ingezonden brief heeft gezegd dat er nog onderzoeken moeten worden gedaan waar de resultaten nog niet van bekend zijn. Mevrouw Claessen (De Bossche Groenen) vindt de uitkomst van voorliggende discussienotitie teleurstellend. Niet omdat het probleem niet wordt gezien maar omdat er redenen worden gegeven om niets te doen. Zij begrijpt dat het college met praktische en juridische vragen worstelt maar voor haar blijft de urgentie groot. De gezondheid van mens, dier en natuur staat voorop. De gemeente heeft een zorgplicht richting inwoners. Als er serieuze signalen zijn dat iets mogelijk schadelijk is voor de gezondheid dan mag en moet de gemeente ingrijpen. Wachten tot iets 100% bewezen is, is geen verantwoord bestuur. De gemeente kan zich niet verschuilen achter andere overheden; gemeenten worden juist opgeroepen problemen op te lossen waar ze spelen om lokale gezondheid te beschermen. Andere gemeenten hebben laten zien dat een voorbereidingsbesluit wel mogelijk is. De argumenten over nadeelcompensatie overtuigen haar niet helemaal. Het gaat immers om bollen die al in de grond zitten en niet om 9

nieuwe plannen. Het is voor inwoners onacceptabel dat lelieteelt een pop-upprobleem is: er is geen aankondiging of inspraak en opeens wordt er tussen april en november een aantal keren gespoten naast speelplekken en woningen. Zij heeft waardering voor bollentelers die het gesprek aangaan en erkennen dat deze teelt niet gezond is en er alternatieven zijn. Zij ziet het liefst dat de motie volledig wordt uitgevoerd maar het college worstelt met juridische en praktische onzekerheden. Daarom sluit zij zich aan bij de oproep om een haalbare stap te zetten: uitbreiding van bollenteelt binnen de gemeente voorkomen. De heer Van Griensven (PVV) heeft van een bollenteler vernomen dat er geen gesprek is geweest tussen de wethouder en bollentelers. Kan dat in het belang zijn voor het vervolg? Mevrouw Claessen (De Bossche Groenen) is altijd voor gesprekken van de wethouder met ondernemers en bewoners. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) meent dat wel degelijk is aangegeven dat er contact is tussen de ondernemers en bewoners rondom momenten dat gespoten gaat worden. Mevrouw Claessen (De Bossche Groenen) zegt dat het steeds wisselt waar gespoten wordt. Als drie dagen van tevoren alleen wordt aangegeven: sluit je ramen en deuren, dan geeft dat geen geruststellend gevoel. De heer Cremers (D66) schaart zich achter de initiatiefnemers van de motie indertijd voor wat betreft de inhoud.

Hij wil daar één ding aan toevoegen: zijn zorgen over de waterkwaliteit. Dat komt niet veel naar voren. Fosfaten zijn van groot belang voor de waterkwaliteit. Dit heeft ook betrekking op de bouwplannen en alle vergunningen die de gemeente vanaf 2027 wil gaan verlenen. De gemeente moet kunnen aantonen er alles aan te doen om de waterkwaliteit van de gemeente goed te maken. Die kwaliteit is op dit moment niet goed. Dat is een extra argument dat hij nadrukkelijk naar voren wil brengen. Er is een oriënterende motie aangenomen anderhalf jaar geleden. Driekwart jaar geleden is een heldere motie aangenomen waarin het college tot actie wordt opgeroepen op twee onderdelen en wat er volgt is een discussienotitie. Waar komt dit vandaan? De motie is immers helder. Het college kan de motie of uitvoeren of niet uitvoeren omdat het college erachter is gekomen dat er meer problemen aan kleven. Dan wordt het teruggegeven aan de raad. Dit brengt verwarring. Hij roept het college op nog deze maand helderheid te geven over de uitvoering. Als er sturing van de raad nodig is dan is D66 bereid die sturing te geven. Reactie college Wethouder Roy Geers zegt dat als lokale overheid die dicht bij de inwoners staat goed gekeken moet worden naar wat voor hen gedaan moet worden. Vanuit dat standpunt is met de tweede motie aan de gang gegaan.

Bij de uitvoering ervan constateerde het college stevige dilemma's en uitdagingen. Hij vindt het belangrijk dat de raad op de hoogte is van de consequenties en de moeilijke uitvoerbaarheid, om van de raad zekerheid te krijgen of dit hetgeen is wat de raad vraagt. Er moet extra capaciteit ingezet worden om dit mogelijk te maken en zelfs dan is het nog ingewikkeld voor elkaar te krijgen. Er zou met bodemmonsters gewerkt moeten worden om te controleren of een agrariër in de bollenteelt gewasbeschermingsmiddelen gebruikt of niet. Juridisch moet het ook onderbouwd kunnen worden. Er zijn inderdaad twee gemeenten die al een voorbereidingsbesluit genomen hebben maar de vraag is in hoeverre dat juridisch haalbaar is. En zijn er ook gemeenten die bewust geen voorbereidingsbesluit hebben genomen? Dat er geen sprake zou zijn van nadeelcompensatie herkent hij niet en de (landelijke) juristen ook niet. Onder de Omgevingswet geldt een nadeelcompensatiemogelijkheid bij het nemen van een voorbereidingsbesluit. Dat kan een bedrag van in de miljoenen zijn dus de raad moet daarvan op de hoogte zijn. De heer Cremers (D66) vraagt of die nadeelcompensatie betrekking heeft op het uitbreidingsverbod of op de zonering. De heer Roy Geers zegt dat in beide gevallen sprake is van nadeelcompensatie.

Bij het invoeren van een spuitzone bestaat ook het risico dat de ontwikkelgebieden minder te ontwikkelen zijn. Bij een nieuwbouwlocatie betekent dat dat gronden rondom die locatie ook aangekocht moeten worden of in ieder geval gecompenseerd moeten worden. Als een 10

spuitzone in een plangebied komt dan kunnen daar substantieel minder woningen gerealiseerd worden. Als er een voorbereidingsbesluit wordt genomen dan moet dat risico goed ingecalculeerd worden. Het gemeentepotje voor planschade is € 15.000 per jaar terwijl het hier om mogelijk enkele miljoenen kan gaan. Het college heeft dus geen middelen beschikbaar om de risico's af te dekken. Het college zal dan naar de raad moeten om dit mogelijk te maken want de raad heeft het budgetrecht. De eerste motie vroeg om een onderzoek waarbij het standpunt van de VNG wordt aangehouden. De VNG heeft nog steeds geen standpunt gegeven dus motie 1 kon daarmee niet uitgevoerd worden. Motie 2 roept op zo snel mogelijk een voorbereidingsbesluit te nemen. Die motie heeft het college zo goed mogelijk opgepakt maar de raad dient zich volledig bewust te zijn van de dilemma's die het college daarbij is tegengekomen. Die worden in deze discussienotitie voorgelegd. De commissie is verdeeld en daarom kan hij ook geen toezegging doen. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) vraagt waarom die motie niet uitgevoerd kan worden. Wethouder Roy Geers heeft de discussie hier aangehoord. Er waren partijen die destijds voor de motie hebben gestemd maar nu vinden dat dit voorbereidingsbesluit niet genomen moet worden.

Stel dat de raad alsnog een motie indient voor een verbod op bollenteelt dan zal het college daarmee aan de slag gaan maar de impact en uitvoerbaarheid daarvan moet bij de raad in beeld zijn voor het college een besluit neemt. Bekeken wordt nu intern wie bevoegd is tot het nemen van dat besluit. Voor een voorbereidingsbesluit is dat primair het college maar gelet op de financiële impact van dit verhaal zou dat ook de raad kunnen zijn. Voor de raadsvergadering zal hij de commissie hierover informeren. De heer Cremers (D66) begrijpt het dilemma en de financiële impact, tegelijkertijd is dit ook lastig voor de raad want dat zijn vertrouwelijke discussies. Het college weet om welke bedrijven het gaat en heeft een inschatting van de kosten. Hoe neemt het college de raad hierin mee zonder dat bedrijfsbelangen worden geschaad? Wethouder Roy Geers zegt dat de motie over het verbod op uitbreiding van bollenteelt gaat en hij neemt aan dat dat gaat om het niet groter maken van een bestaand bollenveld en op andere agrarische bestemmingen geen bollenteelt meer toe te staan. Dat betekent dat het voorbereidingsbesluit het gehele buitengebied betreft. Dat betekent al gauw dat het richting € 7 miljoen gaat. Mevrouw Claessen (De Bossche Groenen) hoopt dat de wethouder straks ook ingaat op de volksgezondheid en wat de gemeente dat gaat kosten.

Een jurist via de insprekers heeft ook aangegeven dat niet per se alles gecompenseerd hoeft te worden en dat er nog veel onduidelijkheid over is. Zo stellig is dit dus nog niet te zeggen. Wethouder Roy Geers zal hier voor de raadsvergadering meer duidelijkheid over geven in een vertrouwelijke brief. De gemeenten die al een voorbereidingsbesluit hebben genomen, hebben ook last van planschade maar de Fryske Marren bijvoorbeeld heeft al eerder een besluit genomen dat zij voornemens is een voorbereidingsbesluit te nemen. Daarmee is er een bepaalde mate van voorzienbaarheid waardoor de nadeelcompensatie lager kan uitvallen. Enkele jaren vooraf is die voorzienbaarheid gecreëerd en Den Bosch heeft dat niet gedaan. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) vraagt of de wethouder ook rekening houdt met de redelijkheid van de mogelijke opschaling van de bedrijfsvoering van een ondernemer. Wethouder Roy Geers zegt dat alles mogelijk is maar daarmee zou het voorbereidingsbesluit op gronden vallen die van een specifieke eigenaar zijn. Een eigenaar kan elk stukje van zijn land verhuren aan een bollenteler dus daarmee zou een voorbereidingsbesluit aan slagkracht verliezen want hij weet niet welke gronden een teler in eigendom krijgt. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) vraagt of de wethouder in de beantwoording kan meenemen of op ieder lapje grond nadeelcompensatie geclaimd kan worden.

Hoe waarschijnlijk is dat? Wethouder Roy Geers kan hier iets over opnemen in de brief. Feitelijk is het zo dat op elk stukje grond met agrarische bestemming bollenteelt kan komen. Als die mogelijkheid eraf gehaald 11

wordt dan is er een mogelijkheid tot nadeelcompensatie. De heer Scholten (GroenLinks) zegt dat een risico dat niet benoemd is, de kans is dat mensen langdurig ziek kunnen worden door het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Wethouder Roy Geers vindt de gezondheid van de inwoners ook enorm belangrijk en als lokale overheid sta je het dichtst bij de inwoners. Het is dan ook logisch dat inwoners bij de gemeente aankloppen om maatregelen. Er zijn meer teelten waar een gewasbeschermingsmiddel wordt gebruikt dat mogelijk schadelijk is voor de gezondheid. Het onderzoek van het RIVM is nog niet afgerond. Een voorbereidingsbescherming is anderhalf jaar geldig en dat kan niet verlengd worden. Moet alleen op die planologische maatregel worden ingezet – die maximaal anderhalf jaar van toepassing is – of moet ervoor gepleit worden dat de juiste overheden de juiste regels gaan stellen inzake gewasbeschermingsmiddelen? Aan dat laatste heeft de inwoner van Nederland veel meer dan dat elke gemeente individueel een eigen maatregel neemt. De heer Scholten (GroenLinks) zegt dat mensen die hier ziek van worden de maatschappij ook geld kosten. Dat zijn ook risico's maar daarover is niets terug te vinden. Wethouder Roy Geers sluit daar grotendeels bij aan. Er zijn meer zaken die mogelijk schadelijk zijn voor de gezondheid en de vraag is waar je de grens legt.

Het college vindt dat serieus naar de andere overheden gekeken moet worden zodat zij de juiste maatregelen nemen. Hij wil de verantwoordelijkheid van andere overheden niet overnemen. De heer Cremers (D66) vraagt wat de wethouder precies gaat toezenden voor de komende raad: een verdere verkenning van de juridische impact en een financiële verkenning? Wethouder Roy Geers zal ten aanzien van de nadeelcompensatie trachten op papier te zetten wat de omvang van het risico is. De experts zijn daar echter niet eenduidig in dus dat zal een bandbreedte zijn. Mevrouw Claessen (De Bossche Groenen) vraagt of er ook iets terugkomt over de volksgezondheid. Wethouder Roy Geers weet niet wat hij daar verder nog over moet toesturen. Mevrouw Claessen (De Bossche Groenen) deelt de zorgen van GroenLinks over de volksgezondheid. De gemeente is ervoor de samenleving te beschermen. Zij verwijst naar de mensen die al jaren strijden omdat zij Q-koorts hebben gehad en nergens terechtkunnen. Dat kan de gemeente voorkomen. Wethouder Roy Geers komt ook nog terug bij de commissie over of het een college- of raadsbevoegdheid is gelet op de financiële impact. Juridisch gezien is het een collegebevoegdheid maar het college heeft geen middelen beschikbaar om hier een besluit over te nemen. Q-koorts is voor veel mensen een enorm drama en natuurlijk moet dat worden voorkomen.

De vraag is alleen welke rol de gemeente daarin heeft en welke rol andere overheden. Mevrouw Claessen (De Bossche Groenen) vraagt of de wethouder bereid is andere overheden te stimuleren hier iets mee te doen. Wethouder Roy Geers is dat zeker. Hij is in contact met onder andere de provincie. Zij heeft het Actieplan Gewasbeschermingsmiddelen voor 80% gereed en dat is voorgelegd. De regio zal daar een goede respons op geven en de samenwerking met de provincie oppakken. Als hier planologisch maatregelen door de gemeente voor nodig zijn dan moet de gemeente die nemen. Met bollenteelt is niets mis maar aan de gewasbeschermingsmiddelen die erbij gebruikt worden, kunnen risico's kleven. De heer Scholten (GroenLinks) hoort dat de nadeelcompensatie bij een uitbreidingsverbod eenmalig is en daarna zou dat alleen van toepassing zijn bij nieuwbouwplannen. Klopt dat? De provincie geeft aan dat de gemeente aan zet is om dit te doen. Zou de provincie bereid zijn bij 12

te dragen aan die compensatie? Wethouder Roy Geers verwacht dat laatste niet. De provincie is niet voor niets terughoudend in het nemen van eigen maatregelen, zo schat hij in. Hij wil die bal wel een keer opwerpen. In zijn brief komt hij terug op de nadeelcompensatie. De heer Scholten (GroenLinks) zegt dat het er nu op lijkt dat de overheden naar elkaar wijzen en er uiteindelijk niets gebeurt. Wethouder Roy Geers kan zich daar niet in vinden. Alle overheidslagen zijn bezig met dit vraagstuk maar iedereen is afhankelijk van de uitkomsten van de onderzoeken. Die worden in 2031 verwacht. Schorsing 7.

Discussienotitie Scope en rolneming gemeente in ruimtelijk economisch beleid De voorzitter geeft aan dat enkele commissieleden de vergadering hebben verlaten. Mevrouw Klerks heeft aangegeven schriftelijk een reactie te zullen geven. De heer Ploegmakers (CDA) zegt dat de gemeente een aanjaagfunctie kan vervullen ten aanzien van de herontwikkeling van de bedrijfsterreinen maar dat moet wel in samenspraak met het bedrijfsleven. Dit vraagt mogelijk inzet van extra ambtenaren. Een zorgpunt is de organisatiegraad op de bedrijfsterreinen. Op De Brand is het goed georganiseerd met de coöperatie. Er worden ondernemersverenigingen opgericht op bedrijfsterreinen maar er zijn nog altijd te veel freeriders. De oprichting van een ondernemersfonds kan ervoor zorgen dat op de bedrijfsterreinen een parkmanager wordt aangesteld die de bedrijven kan verenigen en samen met de gemeente een transitie tot stand kan brengen. Er moet zoveel mogelijk tot afspraken gekomen worden in de regio zodat voor iedereen duidelijk is waar ruimte is voor welke sectoren. Logistieke bedrijven moeten passen bij de lokale bedrijvigheid en meerwaarde hebben voor de bedrijvigheid van de gemeente. Er moet zo snel mogelijk van start worden gegaan met De Brand 2 omdat er binnen de gemeente slechts beperkte ruimte is voor watergebonden bedrijven en hij pleit dus voor optimale efficiency.

Mogelijk dat het delen van grond en gebouwen daar een oplossing voor is. Hij maakt zich zorgen over de beperkte beschikbaarheid van bedrijfsterreinen binnen de gemeente. Waar zijn nieuwe bedrijfsterreinen te vinden? De heer Van Boven (SP) zegt dat het college regelmatig de ambities voor deze gemeente benoemt. Hij vindt vooral dat Den Bosch een gemeenschap is van mensen die goed willen wonen, fijn kunnen werken, naar school kunnen gaan, buitenspelen etc. Daar hoort een goede en sterke lokale economie bij, met een lokale betrokkenheid en verbondenheid van de lokale bedrijven. Er zijn bedrijven die voor hun bedrijfsvoering afhankelijk zijn van mensen buiten de gemeente of zelfs buiten Nederland. Gelet op de groei van bedrijfsterreinen is het zaak vinger aan de pols te houden. Er is namelijk een diepe wooncrisis, de huisartsenzorg piept en kraakt, er is een tekort aan onderwijs- en kinderopvangpersoneel en de gemeente heeft vele uitdagingen. De gemeente moet niet achteroverleunen en ieder bedrijf moet zich in de gemeente kunnen vestigen. De groei moet wel behapbaar zijn en blijven en er moet oog blijven voor de omstandigheden van de inwoners van de gemeente. Mevrouw Huijbrechts (GroenLinks) spreekt mede namens de PvdA. Het is goed dat de gemeente proactief keuzes wil maken gezien de vraag naar ruimte het aanbod overstijgt.

Deze notitie gaat uit van een circulaire economie en ook dat is goed. Daar wil zij de nadruk op leggen in plaats van op consumptie van nieuwe grondstoffen. Het is belangrijk kwalitatieve eisen te stellen aan het toewijzen van bedrijfsterreinen met lokale en regionale binding. Een regionale visie is hierbij van belang. Duurzaamheid en circulariteit zouden hierbij leidend moeten zijn. Logistieke bedrijven en watergebonden kavels: zij is het ermee eens dat er strenge eisen worden gesteld met name ten aanzien van duurzaamheid. De toewijzing van watergebonden kavels dient zorgvuldig ingericht te worden. Zij geeft de voorkeur aan bedrijven die een bijdrage leveren aan de logistiek van een circulaire economie. Tot slot meent zij dat de gemeente een faciliterende rol heeft in het ontwikkelen van bedrijfsterreinen. De gemeente zou sturend moeten zijn zodat binnen de regionale visie bedrijvigheid wordt aangetrokken die bij de gemeente past. 13

Bedrijvigheid moet ten dienste staan aan de circulaire economie; hergebruik en repair moeten de voorkeur krijgen boven bedrijven die nieuwe spullen produceren of distribueren. De heer Altenburg-Collin (VVD) vraagt welke bedrijven volgens GroenLinks binnen Den Bosch passen. Mevrouw Huijbrechts (GroenLinks) noemt bedrijven die een bijdrage leveren aan de duurzame en circulaire ambities van de gemeente. Er is een kwartiermaker Duurzaamheid en circulariteit aangesteld. De heer Altenburg-Collin (VVD) vraagt of GroenLinks alleen bedrijven wil die duurzaam zijn. Mevrouw Huijbrechts (GroenLinks) wil bedrijven die een bijdrage leveren aan de gemeente en duurzaamheid is een belangrijke kernwaarde van de gemeente. De heer Kouwenberg (Rosmalens Belang) zegt dat de ruimte voor bedrijfsterreinen schaars is. De keuzes die hier gemaakt worden bepalen wie hier straks kan ondernemen in de gemeente. Hij wil voorkomen dat bedrijven die zich hier willen vestigen straks geen plek hebben omdat de schaarse ruimte gaat naar partijen zonder lokale verbinding. Dat is de kern van deze notitie. Vorig jaar is de motie Lokaal ondernemerschap behouden en versterken aangenomen en daarmee is uitgesproken dat lokaal ondernemerschap meer is dan alleen vestiging in deze gemeente. Het gaat om ondernemers met wortels in de wijken en dorpen alhier, die hier mensen in dienst hebben en verenigingen steunen.

Er zijn ondernemers met die kenmerken die nu elders zijn gevestigd omdat zij hier geen plek kunnen vinden. Die ondernemers moet de ruimte gegeven worden. Lokale en regionale binding wordt genoemd als een van de criteria; dat is een stap vooruit maar niet voldoende om te kunnen spreken van echte borging. Daar vroeg de motie om. Hij vroeg daarin niet om automatische voorrang voor lokale ondernemers maar wel dat lokale verbondenheid zwaarwegend wordt meegewogen. Hij overweegt een motie op dit punt. Logistiek moet mogelijk blijven maar wel passend bij de omgeving. Watergebonden bedrijfskavels zijn schaars en strategisch belangrijk; die moeten beschermd worden en ingezet waar zij voor bedoeld zijn. De gemeente dient een faciliterende rol te spelen: duidelijke kaders, heldere criteria en snelheid in procedures. Ondernemers krijgen de ruimte om zelf te ondernemen. Waar lokale ondernemers klem dreigen te zitten of waar herziening nodig is, moet de gemeente gericht kunnen stimuleren. De heer Holterman (Leefbaar 's-Hertogenbosch) antwoordt bevestigend op de eerste vraag uit de notitie. Het is verstandig gezien de beperkte ruimte om bedrijfsterreinen optimaal te benutten maar voorkomen moet worden dat hoge eisen goede bedrijven afschrikken. De rol van de gemeente moet stimulerend zijn: de juiste bedrijven aantrekken en hen helpen te groeien.

Het is prima regionaal af te stemmen welke bedrijven waar landen mits Den Bosch aantrekkelijk wordt gemaakt voor aantrekkelijke bedrijven en sectoren. Den Bosch ligt logistiek heel gunstig maar een efficiënte benutting levert uiteindelijk meer op. De heer Kouwenberg (Rosmalens Belang) vraagt of het voor de heer Holterman uitmaakt wat voor bedrijven dat zijn. De heer Holterman (Leefbaar 's-Hertogenbosch) zegt dat Den Bosch zichzelf Datastad van het Zuiden noemt en stelt voor dat soort bedrijven aan te trekken. De heer Kouwenberg (Rosmalens Belang) neemt aan dat ook lokale bedrijven worden aangetrokken. Als die er zijn wel, zegt de heer Holterman (Leefbaar 's-Hertogenbosch). Watergebonden kavels: actief in investeren en behouden. De gemeente moet niet te streng zijn als een bedrijf niet aan alle voorwaarden voldoet maar ruimte en ondersteuning bieden om deze te verbeteren. Leg bedrijven geen opgelegde plannen of extra belasting op om deze plannen te financieren. De heer Ploegmakers (CDA) vraagt wat de heer Holterman met dat laatste bedoelt. De heer Holterman (Leefbaar 's-Hertogenbosch) noemt het ondernemersfonds. Dat is een plan 14

dat is verzonnen, waar de ondernemer uiteindelijk voor moet gaan betalen. Daar hebben ondernemers niet om gevraagd. De heer Ploegmakers (CDA) heeft juist gepleit voor een ondernemersfonds. Dat geeft mogelijkheden en kansen om tot een verdere ontwikkeling van de stad te komen. De heer Holterman (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vindt ondernemersfonds een verkeerd woord. Daar worden eigenlijk grote bedrijven mee bedoeld. Er zijn veel mkb'ers op de industrieterreinen die de eindjes net aan elkaar kunnen knopen en die moeten dan opeens weer een nieuwe belasting gaan betalen. De heer Altenburg-Collin (VVD) zegt dat er nu sprake is van een bedrijveninvesteringszone waar bedrijven aan betalen. VNO-NCW pleit ervoor een ondernemersfonds in te voeren maar die vervangt de bedrijveninvesteringszone. Veel ondernemers gaan juist iets minder betalen. Vandaar dat er onder ondernemers ook veel draagvlak is voor zo'n ondernemersfonds. De heer Holterman (Leefbaar 's-Hertogenbosch) is daar niet bekend mee maar misschien heeft hij niet de juiste of andere mensen gesproken. In plaats dat er belastinggeld in gestoken wordt om de ondernemers te helpen, wordt er belasting gevraagd. De heer Altenburg-Collin (VVD) zegt dat een groot deel van de bedrijfsterreinen in de gemeente zijn verouderd.

Hoe moeten die toekomstbestendig gemaakt worden? Wat zijn de alternatieve plannen? De heer Holterman (Leefbaar 's-Hertogenbosch) zegt dat die terreinen misschien niet worden opgeknapt omdat de ondernemers er geen geld voor hebben. Als hen dan nog meer belasting wordt gevraagd dan werkt dat alleen maar negatief. De heer Altenburg-Collin (VVD) zegt dat de vraag is hoe ondernemers die op een oud bedrijfsterrein zitten geholpen kunnen worden. De heer Holterman (Leefbaar 's-Hertogenbosch) zegt dat dat met bestaand geld kan en middelen die de gemeente al heeft. De heer Altenburg-Collin (VVD) zegt dat toekomstbestendig bedrijfsterreinenbeleid vraagt om duidelijke keuzes, kwaliteit en regionale samenwerking. Lokale en regionale binding dient nadrukkelijk onderdeel te zijn bij de selectie van bedrijven; hij wijst op de motie uit 2024. Bedrijven die bijdragen aan het regionale ecosysteem, innovatie stimuleren en wortels in de regio hebben, verdienen nadrukkelijk voorrang. Het gezamenlijk opstellen van een regionale definitie is van meerwaarde maar mag niet leiden tot onnodige vertraging. In 2026 moet tot een gezamenlijke definitie gekomen worden. Als dat niet lukt dan neemt Den Bosch zelf de verantwoordelijkheid en informeert de regio over de definitie die Den Bosch heeft opgesteld. Kwaliteit is leidend bij de toenemende vraag naar logistieke bedrijfsruimte.

Ook hij zit niet te wachten op grootschalige logistieke blokkendozen die weinig werkgelegenheid opleveren en vooral zorgen voor extra vrachtverkeer. Hij is voorstander van investeringen in watergebonden bedrijfskavels. Vervoer over water en spoor kan leiden tot minder files op de weg en zal een steeds grotere rol gaan spelen. Het faciliteren van dergelijke bedrijven versterkt de economie van de toekomst. Hij ziet een stimulerende rol van de gemeente bij herstructurering en kaveluitgifte van bedrijfsterreinen. Een proactieve aanpak inclusief het inzetten van een revolverend fonds; dat kan verduurzaming en vergroening van bedrijfsterreinen versnellen. Eindhoven begint dit jaar naast de bestaande bedrijfsinvesteringszone met een Toekomstfonds Bedrijfsterreinen voor het toekomstbestendig maken van bestaande bedrijventerreinen. Mogelijk kunnen in ’s-Hertogenbosch die twee samengevoegd worden tot één ondernemersfonds, wel onder de voorwaarde dat ondernemers hier zelf voorstander van zijn en dat zijn veel ondernemers in de gemeente. Samenwerking met provincie, de regio, Brainport en ondernemersverenigingen is essentieel. De heer Cremers (D66) vraagt hoe de criteria worden bepaald voor de uitgifte van kavels. Het clusteren van functies mist hij in de notitie en dat wordt steeds belangrijker; zodoende kunnen bedrijven elkaar makkelijk vinden.

Samen met de ondernemers moet naar slimme combinaties 15

gekeken worden. Een revolverend fonds lijkt hem goed. Hij is groot voorstander van een ondernemersfonds ook als bedrijven daar moeite mee hebben. Dat is namelijk essentieel om te kunnen investeren in bereikbaarheid en de netcongestie. Er moet veel werk gedaan worden binnen de bedrijfsterreinen en daar is een slimme operationeel manager voor nodig. Hij is terughoudend ten aanzien van grootschalige logistieke bedrijven. De XXL-bedrijfsterreinen is een 'nee, tenzij'-regel en daar hecht hij aan. De grond is schaars in Den Bosch en er zijn zoveel andere bedrijven die zich hier willen vestigen dat de gemeente daar terughoudend in moet zijn. De heer Altenburg-Collin (VVD) zegt dat grootschalige logistiek van meer dan 3 ha alleen wordt toegestaan op Heesch West en De Brand. Wil de heer Cremers dat helemaal verbieden in de gemeente? De heer Cremers (D66) wil dat niet verbieden maar wil wel uiterst terughoudend zijn. Watergebonden bedrijfsterreinen: hij is steeds meer tot het besef gekomen hoe belangrijk de ligging van de gemeente is voor watergebonden bedrijvigheid. Hij roept het college op die ruimte daarvoor te bestemmen en streng te zijn om die ruimte voor specifieke bedrijven te bestemmen. De heer Romijn (PvdD) heeft de technische vraag gesteld hoe het zit met de verdeling en het gebruik van de watergebonden bedrijfsterreinen.

Hem werd niet duidelijk wat de behoefte precies was; weet de heer Cremers dat wel? De heer Cremers (D66) weet dat niet; hij gaat af op beelden en het belang van transport over water en de bedrijvigheid die daarmee samenhangt. Hij vermoedt dat het naar de toekomst toe belangrijk gaat worden die ruimte te houden en daarvoor te bestemmen. De heer Romijn (PvdD) zegt dat oneindige economische groei op een eindige planeet niet houdbaar is, vandaar dat hij het uitgangspunt van voortdurende uitbreiding van bedrijfsterreinen kort door de bocht vindt. Natuurlijk wil ook hij banen voor de inwoners maar dan wel bij bedrijven die naast een economische waarde ook een maatschappelijke en ecologische waarde hebben. De focus moet liggen op kwaliteit, nabijheid en duurzaamheid en niet alleen op volume. Wat hem betreft komt er geen XXL-logistieke doos in Den Bosch. Daarmee wordt gestimuleerd dat mensen online spullen van ver weg bestellen. Support de lokale ondernemer in plaats daarvan. Het ruimtebeslag van die bedrijven is gigantisch en de toegevoegde waarde minimaal. Benut het arbeidspotentieel van de inwoners, versterk lokale ketens, herstructureer bestaande terreinen en gebruik de beschikbare ruimte efficiënt, kies voor natuurinclusieve inpassing en circulaire bedrijvigheid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16530518/1