2025-09-22 Commissie Bedrijvigheid concept
Tekst van het document
Eerst moet bekeken worden welke prioriteiten gesteld worden aan de keuze van welk terrein het eerst geholpen moet worden. Daarbij is het ook goed te bekijken waar de kans op samenwerking met de ondernemers het sterkst is. Het lijkt haar verstandig eerst te bezien welke middelen er al zijn, welke subsidie er komt vanuit de provincie en wat de ondernemers zelf aan bijdragen willen leveren. Pas dan wil zij meedenken over cofinanciering. De heer Scholten (GroenLinks) vraagt hoe De Bossche Groenen aankijkt tegen een ondernemersfonds. Mevrouw Claessen (De Bossche Groenen) staat positief tegenover een onderzoek daarnaar. De heer Cremers (D66) is het eens met de drie uitgangspunten in de notitie: verduurzaming, vergroening en efficiënt ruimtegebruik. Hij vindt het van belang dat de ondernemers Den Bosch een aantrekkelijke stad (blijven) vinden dus er moet een goed ondernemersklimaat zijn. Dat is de sleutel om fundamentele stappen te kunnen zetten naar duurzaamheid en een goed ondernemersklimaat. De energie op met name oude bedrijventerreinen kost heel veel geld. Het investeren en slimmer omgaan met energie is van groot belang voor ondernemers en voor de stad. Daar wil D66 graag in mee investeren en hij denkt daar graag over mee. De heer Scholten (GroenLinks) vraagt hoe D66 denkt over een ondernemersfonds.
De heer Cremers (D66) staat hier open in maar let wel goed op de balans en de participatie van de ondernemers zelf. Naar de vorm moet goed gekeken worden. Essentieel is dat een plan gedragen wordt door de ondernemers op het terrein om te komen tot kostenbesparing en duurzaamheid. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) zegt dat in dit voorstel van alle bedrijven, of zij nu op een industrieterrein zitten of niet, een bijdrage gevraagd wordt voor het ondernemersfonds. Dat zou toch niet het geval moeten zijn? De heer Cremers (D66) gaat het om de bedrijventerreinen en niet alleen om de industrieterreinen. De heer Dupuis (SP) zegt dat een bedrijventerrein in de eerste plaats veilig moet zijn voor de werknemers, met aangename werkomstandigheden en daaronder vallen ook wandelmogelijkheden voor in de pauze, liefst in het groen met een bankje. Extra aandacht is in deze tijd met arbeidsmigranten nodig voor een goede communicatie en woonvoorzieningen alhoewel woonvoorzieningen op een bedrijventerrein niet ideaal is. De bereikbaarheid voor werknemers is ook van belang. Het zou ideaal zijn als bedrijven hun personeel zoveel mogelijk uit de regio kunnen werven. Er zouden ook fietspaden en fietsstallingen bij de terreinen moeten zijn. OV is belangrijk maar ook dat bedrijven hun werktijden met busbedrijven kunnen afstemmen. Lightrailoplossingen zijn ook goed voor industrieterreinen.
Bedrijven dienen 16
energiezuinig te zijn, met zonnepanelen op het dak en ze dienen aan de milieunormen te voldoen. Ook moet er voldoende capaciteit en ontsluiting met de omgeving zijn. Voor de SP is er ruimte voor bedrijven die met lokale middelen uit de voeten kunnen, goed zorgen voor hun werknemers en goed passen binnen de gemeente. Hiervoor is geen geld nodig van de gemeente maar wel duidelijkheid en ondersteuning waar het kaders en de openbare ruimte betreft. Vroeger verzorgde glashoogbouw arbeidswoningen voor hun arbeiders en werd busvervoer geregeld voor mensen uit de omgeving. Een gezond bedrijf dat wil investeren, heeft hier reserves voor of kan naar de bank toe gaan. Ook kunnen bedrijven het met elkaar regelen dus er is geen bemoeienis van de gemeente nodig. Burgers worden in hun huisvesting ook niet gefinancierd door de gemeente. Als bedrijven goede arbeidsomstandigheden en een mooie omgeving hebben dan vinden zij gemakkelijker personeel. Energiezuinig zou met bestaande bouw ook moeten kunnen. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) hoort dat de SP arbeidsmigranten die wonen op het industrieterrein en milieunormen heel belangrijk vindt. Dat is in strijd met elkaar.
Kan de SP toelichten hoe een goed leefklimaat gegarandeerd kan worden als arbeidsmigranten op een industrieterrein wonen? De heer Dupuis (SP) is geen voorstander van wonen op een industrieterrein maar nu worden arbeidsmigranten overal weggestopt. In deze tijd van huizenkrapte zou ook gezorgd moeten worden voor woonmogelijkheden. Dat zou aan de rand van bedrijventerreinen kunnen die aansluit bij een woonwijk. Hij maakt zich ernstige zorgen dat de gemeente het lot van de arbeidsmigranten aan de bedrijven overlaat en zij dat niet regelen. De heer Ploegmakers (CDA) hoort collega’s spreken over: geen geld van de gemeente. Bij cofinanciering is het vaak zo dat een gemeente ook geld moet investeren. Gelden van de gemeente zijn altijd nodig en daarbij is het zo dat de openbare ruimte en de wegen van de gemeente zijn. Als daar een aanpassing nodig is dan zijn er middelen van de gemeente nodig. De heer Romijn (PvdD) zegt dat parkeren bij veel bedrijven ook op eigen terrein gebeurt. Waar ligt de verantwoordelijkheid voor de gemeente en waar die voor de ondernemer? De heer Ploegmakers (CDA) zegt dat bij dit soort ontwikkelingen veel overleg nodig is tussen gemeente en ondernemers. De afgelopen maanden heeft hij meerdere keren gesproken met adviseurs, met VNO-NCW en ook met vertegenwoordigers van bedrijventerreinen. Deze discussienotitie is aan hen voorgelegd.
De wil is er om met elkaar aan de gang te gaan. Wat ontbreekt, is de organisatiegraad op een aantal bedrijfsterreinen en dat belemmert voor een deel de ontwikkelingen. De heer Romijn (PvdD) zegt dat als er een bedrijventerrein is en je daar graag een parkeergarage wil bouwen voor het personeel met waterdoorlatende bestrating, wordt dat dan door de gemeente betaald? De heer Ploegmakers (CDA) zegt dat als het om bestrating van eigen terrein gaat dan is dat vaak voor rekening van de ondernemer. Als het gaat om revitalisering van het gehele bedrijventerrein dan spreek je over hele andere zaken. Die organisatiegraad is bewust niet in de notitie opgenomen. Hij vindt het ondernemersfonds een aparte discussie want dat onderwerp verdient een veel bredere discussie. VNO-NCW heeft daar een document voor opgesteld. Alle partijen krijgen dat document een dezer dagen overhandigd en hij stelt voor dat nog even af te wachten want daar is dus al onderzoek naar gedaan. De heer Cremers (D66) begrijpt die terughoudendheid niet. De heer Ploegmakers (CDA) zegt dat de discussie over een ondernemersfonds veel breder is. Wat doe je bijvoorbeeld met scholen en sportverenigingen? Daar moet met elkaar over gesproken worden. Als de gemeente het wil invoeren dan kan dat niet eerder dan in 2027 want de gemeente moet het ondernemersfonds gaan incasseren.
De heer Dupuis (SP) meent dat niet alleen met VNO-NCW gepraat moet worden maar ook met 17
de FNV. De heer Ploegmakers (CDA) zegt dat enerzijds wordt gesproken over verduurzaming van bedrijfsterreinen en dat is een zaak van de ondernemers. De heer Dupuis (SP) zegt dat toch ook verduurzaamd wordt voor de mensen die er wonen en werken. De heer Ploegmakers (CDA) zegt dat de meeste bedrijven een ondernemingsraad hebben waar dit soort zaken besproken worden. De heer Dupuis (SP) vindt dat de politiek ook een verantwoordelijkheid heeft om met de werknemers te gaan praten en hun vertegenwoordiger is de FNV. De heer Ploegmakers (CDA) zegt dat deze taak primair bij de ondernemingen ligt en de gesprekken tussen de gemeente en ondernemingen gaat. De heer Scholten (GroenLinks) vraagt of het onderzoek van VNO-NCW over het ondernemersfonds meegenomen kan worden in dit verhaal. De heer Ploegmakers (CDA) zegt dat er veel haken en ogen aan een ondernemersfonds zitten maar hij stelt voor hier nog eens uitgebreid met elkaar met VNO-NCW over te spreken. Dan kan ook tot een beter inzicht worden gekomen. Intern hebben zij dat ook al besproken met hun eigen ondernemingen. De heer Scholten (GroenLinks) staat uiteraard open voor een gesprek. Het is belangrijk een intentie hierover uit te spreken. Het CDA spreekt over haken en ogen, dan zou een onderzoek toch juist goed zijn.
De heer Ploegmakers (CDA) zegt dat de vraag is of dat onderzoek nodig is want er is een externe partij die hierover al een rapport heeft opgesteld voor VNO-NCW. Het is dus verstandiger eerst in gesprek te gaan. De heer Scholten (GroenLinks) vraagt of de intentie van het CDA positief is ten aanzien van een ondernemersfonds. De heer Ploegmakers (CDA) wacht eerst het gesprek met VNO-NCW af en die afspraak is al gemaakt. Een onderzoek lijkt hem op dit moment overbodig. De ondernemingen staan positief tegenover cofinanciering. De heer Romijn (PvdD) merkt op dat de gemeente ook plannen heeft en het is bekend dat de gemeente tekortschiet op het gebied van hittestress. Hij wijst ook op de gebiedspaspoorten. In hoeverre zijn die meegenomen in dit voorstel? De heer Ploegmakers (CDA) heeft ook kennis van hetgeen hier in het verleden is besproken. Een aantal zaken komt hier ook in voor. De indieners vragen hoe het tempo erin gebracht kan worden, hoe ervoor gezorgd kan worden dat het georganiseerd en gerealiseerd wordt. De voorzitter constateert dat alle partijen hebben gereageerd op de notitie. Zij geeft de indieners tot slot het woord. De heer Altenburg-Collin (VVD) dankt allen voor hun reactie. Hij proeft veel steun voor de notitie. De reacties neemt hij mee in het overleg en mogelijk komt hij met een motie waarin staat dat hier misschien toch geld voor vrijgemaakt moet worden.
Er worden opties gegeven waar het geld vandaan moet komen. Er zal veel geld nodig zijn. Dat kan uit het Structuurfonds worden gehaald en tevens kan door cofinanciering geld van het rijk en de provincie binnengehaald worden. Het is handig als er ondernemersverenigingen zijn die goede afspraken kunnen maken met de gemeente om bijvoorbeeld een convenant te sluiten over de aanpak van hun bedrijventerrein. Hij zal nagaan welke subsidies mogelijk zijn.
18
8.
Discussienotitie Toiletvriendelijkheidsbeleid - SP De heer Van Hasselt (SP) maakt zich al geruime tijd zorgen over het aantal openbare toiletten in de gemeente, vooral rond het stationsgebied. Hij heeft van meer fracties gehoord dat er behoefte is hier een keer aan de hand van een discussienotitie over te spreken. Afgelopen maandag heeft een inspreker van het MDL Fonds en de Toiletalliantie ingesproken en die geeft aan dat de gemeente een onvoldoende scoort op het beleid van toiletten. Het aantal toiletten neemt zelfs af in de stad. Voor dames, mensen met maag-, lever- en darmklachten en mensen met een beperking wordt de situatie slechter en daar maakt hij zich zorgen over. Niet bij elke horecagelegenheid is van buitenaf zichtbaar dat mensen gebruik kunnen maken van het toilet conform de HogeNood app. Voor mensen met een beperking is een toilet die per trap bereikt moet worden ook niet handig. De Toiletalliantie heeft aangegeven dat ondernemers 4% van hun dagelijkse omzet mislopen omdat mensen eerder naar huis gaan omdat er niet duidelijk genoeg toiletten aanwezig zijn in de stad. De SP heeft zelf met 500 mensen op het station gesproken; zij gaven ook aan dat er een gebrek is aan voldoende, goed toegankelijke openbare toiletten en er tevens onvoldoende openbare toiletten na 21.00 uur open zijn.
Hij vraagt of de andere partijen willen meedenken over een eventueel in te dienen motie. De heer Van Silfhout (Volt) vraagt zich af of dit het echte probleem is als het over toiletvoorzieningen gaat. De focus ligt vooral op de binnenstad. De notitie gaat niet in op de vraag hoe dit op te lossen is. Die vraag is de afgelopen jaren door meerdere partijen gesteld. In januari komt de uitslag van het onderzoek en kan hier dieper over gesproken worden. Hij begrijpt de timing van deze discussienotitie dan ook niet goed. Hij wil juist dat hier samen een stap in gezet gaat worden want alle partijen willen dezelfde kant op: een betere toiletvoorziening. Er is veel focus op de binnenstad: in de binnenstad is sprake van omzetverliezen en in de binnenstad zijn te weinig plekken. Het probleem ligt niet zo zeer in de binnenstad maar juist in alle winkelcentra buiten de binnenstad en bij toeristische trekpleisters buiten het centrum. Daar zijn mensen aangewezen op de liefdadigheid van anderen. Daar moet iets aan gedaan worden. Dat is ook wat de Toiletalliantie constateert. Hoeveel openbare, opengestelde toiletten zijn er eigenlijk per 100.000 inwoners in de gemeente? Die zijn er niet veel. Het is dan gemakkelijk om heel veel toiletten realiseren maar toch blijft de dichtbijheid achter.
Keerzijde is wel dat de gemeente 107 plekken is gestegen sinds een jaar geleden en sinds hier vragen over zijn gesteld. Er worden dus wel al stappen gezet. Er moet discussie gevoerd worden over de kaders. Wat vindt de gemeente een acceptabel aantal toiletten in de gemeente? Waar moeten ze komen en voor wie moeten ze toegankelijk zijn? Voor mensen met een chronische aandoening en voor vrouwen voldoen de toiletten niet omdat in het beleid wordt gekozen voor openbaarstelling en niet voor openbare toiletten. Die kosten echter geld en als de gemeente dat beleid wil veranderen dan moeten er toiletten bijkomen in de gebieden buiten het centrum. Het echte probleem ligt dus in het buitengebied. De heer Ploegmakers (CDA) begrijpt dat Volt wil wachten op het rapport in januari en dan de discussie voeren. De heer Van Silfhout (Volt) zegt dat hier discussie over gevoerd mag worden bijvoorbeeld over de toiletvoorzieningen bij het station. Voor de discussie wat in de toekomst het beste gedaan kan worden, kan beter het onderzoek afgewacht worden want er worden al stappen gezet. Op basis van die resultaten kan de discussie beter gevoerd worden. De heer Romijn (PvdD) vraagt wat er in januari precies komt. De heer Van Silfhout (Volt) zegt dat de gemeente in 2023 107 plekken lager stond en toen is een onderzoek gestart bij HogeNood. Daarin wordt gefocust op de binnenstad.
Hier zijn aanbevelingen uit gekomen en de gemeente volgt die op. Nu is de gemeente aan het inventariseren voor de rest van de stad wat het probleem is en hoe dat opgelost kan worden. De heer Romijn (PvdD) vraagt of dat een onderzoek is van HogeNood of van de gemeente Den Bosch. De heer Van Silfhout (Volt) meent dat het een samenwerking is tussen die stichting en de gemeente.
19
Mevrouw Huijbrechts (GroenLinks) vraagt wat van het onderzoek verwacht mag worden. De heer Van Silfhout (Volt) zegt dat het probleem vooral focuste op de indicatoren van de stichting HogeNood en de gemeente heeft gevraagd of dat verbeterd kan worden. Daar zijn acties op uitgezet. Daar kwamen vervolgvragen uit voor de gemeente over het buitengebied. De gemeente heeft gevraagd wat de gemeente nog meer kan gaan doen en die antwoorden komen in januari. Mevrouw Huijbrechts (GroenLinks) vraagt wat er volgens Volt aanvullend moet gebeuren ten opzichte van de acties uit 2023. De heer Van Silfhout (Volt) zegt dat er meer toiletten bij toeristische trekpleisters moeten komen zoals in het buitengebied. Hij wijst ook op natuurtoiletten die geen actieve waterverbinding nodig hebben. Er moeten plekken komen in winkelcentra buiten het stadscentrum en plekken door de hele stad, inclusieve toiletten voor alle mensen. Mevrouw Claessen (De Bossche Groenen) vraagt of er nu voldoende toiletten zijn in de binnenstad volgens Volt. De heer Van Silfhout (Volt) denkt dat je nooit het optimale krijgt als je voor openbaarstelling kiest. Daar moeten andere keuzes in gemaakt worden. Hij wil meer openbare toiletten dus ook in de binnenstad. Dat is nu echter niet het beleid en dat zou moeten veranderen. De heer Altenburg-Collin (VVD) zegt dat er voldoende voorzieningen moeten zijn in een stad.
Het stationsgebied staat momenteel onder druk; het aantal treinreizigers is fors toegenomen. Met het rijk en de NS wordt geïnvesteerd in dit gebied zodat het toekomstbestendig en gastvrij wordt ingericht. Toiletvoorzieningen horen daarbij. Er is op dit gebied nog veel werk te doen in de gemeente. Het streven moet zijn de toiletvoorzieningen structureel naar een hoger niveau te tillen, niet alleen in het stationsgebied maar in de hele gemeente. Hij deelt de zorg over de ongelijkheid van de toiletvoorzieningen voor mannen en vrouwen. De VVD is blij dat er op uitgaansavonden inmiddels ook roze toiletten voor vrouwen worden geplaatst in de binnenstad. Er is meer nodig. Hij staat niet afwijzend tegenover een proef op het Stationsplein met een gratis openbaar toilet maar dit moet in een breder perspectief worden bekeken namelijk de herinrichting van het stationsgebied. Het is goed met de ondernemers te spreken over de mogelijkheden om hun toilet ter beschikking te stellen conform de HogeNood app. De heer Van Silfhout (Volt) sprak zojuist over openbaarstellen en openbare toiletten. Hoe kijkt de VVD daartegen aan? De heer Altenburg-Collin (VVD) heeft aangegeven niet afwijzend tegenover de proef op het Stationsplein te staan. Er hangt wel een behoorlijk prijskaartje aan openbare toiletten.
Hij stelt voor eerst te bekijken of met de HogeNood app snel meer toiletten ter beschikking kunnen komen. Dat is ook snel te realiseren. Een openbaar toilet kost € 80.000 en dat kost meteen weer heel veel geld. Hij is terughoudend in het bijplaatsen van openbare toiletten. Natuurwc’s zijn goedkoper dus dat zou wel kunnen. Mevrouw Huijbrechts (GroenLinks) spreekt mede namens de PvdA. Toiletteren is een basisbehoefte en moet beschikbaar zijn voor iedereen in de gemeente. Dit beleid verdient verbetering in deze gemeente. Als omwonende van het station ervaart zij vaak overlast van wildplassers. De prijs van toiletbezoek speelt hier zeker een rol bij. Zij verwacht dat de gemeente hierover in gesprek gaat met de NS. De voorzieningen op het nieuwe station dienen drastisch te verbeteren ten aanzien van bereikbaarheid, inclusie en openingstijden. Zij verzoekt in kaart te brengen waar toiletvoorzieningen in de gemeente zijn. De toegankelijkheid ook voor mensen met een beperking dient hierin meegenomen te worden. De communicatie richting inwoners kan ook beter. Zij overweegt hier een motie over in te dienen. Het heeft haar voorkeur aan de ondernemers te vragen hun toiletten open te stellen zodat die goed schoongehouden worden, eventueel tegen een vergoeding. Als er dan nog gaten in het toiletnetwerk zitten dan kan gedacht worden aan een toilethuis in een leegstaand pand.
Die moeten dan wel goed schoongehouden worden. De kosten daarvan moeten eerst inzichtelijk gemaakt worden zodat de juiste keuzes gemaakt kunnen worden. Ook dit neemt zij mee in de motie. 20
De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) vraagt hoe GroenLinks een ondernemer wil gaan vergoeden voor het schoonhouden van de toiletten als mensen geen consumptie gebruiken. Mevrouw Huijbrechts (GroenLinks) vindt dat ondernemers in de stad gewoon hun toilet beschikbaar kunnen stellen zonder vergoeding. Veel ondernemers staan daar ook voor open. Over de vergoeding: dan gaat het vooral om mindervalidentoiletten en toiletten met verschoningsfaciliteiten voor volwassenen. Mevrouw Van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) zegt dat mensen zoals zij met de ziekte van Crohn afhankelijk zijn van toiletten op soms de meest onverwachte momenten. Het is belangrijk dat er voldoende voorzieningen zijn en het kan heel stressvol zijn als je niet weet waar je terechtkunt. Een officiële toiletpas heeft zij nooit nodig gehad. Ook zijn er mensen die hun toilet niet meer openstelden omdat er misbruik van werd gemaakt. Dat is schrijnend en dat schaadt ook het imago van deze stad. Den Bosch moet een gastvrije stad zijn waar iedereen naar het toilet kan en niet alleen in de binnenstad. De SP spreekt al langer over een toiletvoorziening met name op het Stationsplein. Dat is een belangrijk punt maar de gemeente moet niet volstaan met één oplossing op één plek. Bij dat initiatief van Volt sluit zij graag aan.
Waarom gaat iedere partij nu apart het wiel uitvinden en slaan partijen de handen niet ineen voor een plan voor de hele stad? De heer Romijn (PvdD) vindt dat alle mensen toegang moeten hebben tot een veilige en schone toiletvoorziening, in binnenstad maar ook in dorpen en buitengebied. Daarnaast moeten de beschikbare toiletvoorzieningen in kaart worden gebracht. Het deelnemen aan de HogeNood app zou in elk contact met een ondernemer in het centrum, de dorpen en wijken onderwerp van gesprek moeten zijn. Kennelijk weten niet alle ondernemers dat die app bestaat en zij zich hiervoor kunnen aanmelden. Er zullen ook openbare toiletten bij moeten komen maar dat laat hij over aan de experts op het stadskantoor. Hij roept op tot meer aandacht voor diversiteit in toiletvoorzieningen, een beter evenwicht tussen zit- en statoiletten, rolstoeltoegankelijke toiletten en expliciete aandacht voor genderinclusiviteit. De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) staat ook voor een leefbare stad. Hij vraagt zich af hoeveel ambtelijke capaciteit er nodig is om openbare toiletten te realiseren en deze hygiënisch te laten blijven. Als ondernemers zo goed mogelijk aansluiten op die app dan is dat de snelste manier om toiletten te realiseren. Het wordt wel lastig als voor alle groepen in de samenleving toiletten ingericht moeten worden.
Er ligt ook een verantwoordelijkheid bij mensen met een beperking zelf om te zorgen dat het je bekend is waar je naar het toilet kan in een stad. De heer Van Silfhout (Volt) zegt dat de drie eerdergenoemde instanties juist zijn opgericht om de belangen te behartigen van de mensen die wel behoefte hebben aan die toiletten omdat zij iets hebben. De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) is zich daarvan bewust en zij zouden zoveel mogelijk moeten aansluiten op die app. De heer Van Silfhout (Volt) kan zich niet voorstellen dat iemand zich daarvan bewust is maar daar eigenlijk niet veel mee wil doen. Dat is precies niet wat deze mensen nodig hebben. De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) heeft net allerlei aandoeningen gehoord maar vindt dat er wel realistisch gekeken moet worden naar waar de gemeente in kan voorzien. Niet elke aandoening kan een eigen wc krijgen. De heer Van Silfhout (Volt) vraagt hoe de heer Kagie vrouwvriendelijke toiletten wil krijgen als hij niets wil doen voor mensen met een aandoening. Wat de heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) betreft is er voor elk herentoilet ook een damestoilet. Mevrouw Huijbrechts (GroenLinks) vindt het een beetje kort door de bocht: niet voor elke aandoening een toilet. Op plekken in de stad waar geen toiletvoorziening is, zijn mensen met 21
hoge nood daar niet welkom? De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) is niet tegen investeren en vindt ook dat Den Bosch een gastvrije stad moet zijn waar iemand naar de wc moet kunnen, ook met een beperking. Er ligt echter ook een verantwoordelijkheid bij personen met een specifieke beperking dat zij weten waar een wc-gelegenheid voor hen is. Mevrouw Huijbrechts (GroenLinks) vraagt waar die bijzondere toiletten dan te vinden zijn. De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) zegt dat als het daar volledig aan ontbreekt er gezorgd moet worden voor toiletten die toegankelijker zijn dan alleen voor mensen zonder beperking. Hij staat open voor een proef. Hij vindt het raar dat er alleen herentoiletten zijn en één roze toilet. De heer Ploegmakers (CDA) zegt dat het CDA in december 2017 zei dat de beschikbaarheid van openbare toiletten een punt van aandacht blijft in de stad. Acht jaar later wordt over hetzelfde onderwerp gesproken. Hij stelt voor dat er een integraal voorstel komt vanuit het college waarin antwoord wordt gegeven op die vragen. Een toilet bij het station is te beperkt want het probleem is veel breder in de stad. Hij wil het integrale plan afwachten voordat er verder gesproken wordt. De heer Romijn (PvdD) vraagt wat het advies van het CDA is. De heer Ploegmakers (CDA) denkt dat hier niet meer heel lang met elkaar over gesproken moet worden.
Het wordt nu tijd voor een actieve en concrete aanpak. De heer Altenburg-Collin (VVD) vraagt of niet beter gestart kan worden met aan ondernemers te vragen of zij hun wc open willen stellen, wellicht tegen een kleine vergoeding. De heer Ploegmakers (CDA) is het daarmee eens. Hij ziet hier ook een rol weggelegd voor het binnenstadmanagement, de ondernemersvereniging en de horeca om te bezien hoe deze problemen op korte termijn opgelost kunnen worden. De heer Van Silfhout (Volt) vraagt of het CDA zich bewust is van het feit dat de gemeente al actief ondernemers benadert. De heer Ploegmakers (CDA) zegt dat dat precies is wat hij bepleit. Er is in 2023 een CDA-motie aangenomen over de fietsvriendelijke stad en onderdeel daarvan was dat er een bewegwijzering naar de openbare toiletten komt. Dat is snel te realiseren. De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) merkt op dat het niet nieuw is dat moties niet worden uitgevoerd met dit college. De heer Ploegmakers (CDA) laat die opmerking bij de heer Kagie. Hij zal met een motie komen om de bewegwijzering op korte termijn te realiseren. Mevrouw Janssen (PVV) zegt dat die borden leuk zijn maar wordt er ook extra schoonmaak gerealiseerd? De heer Ploegmakers (CDA) zegt dat het niveau van onderhoud van de openbare toiletten omhoog moet. Dit is een oproep aan het college.
De heer Van Silfhout (Volt) vraagt of in januari het college gevraagd wordt direct aan de slag te gaan met de uitkomsten van het onderzoek. De heer Ploegmakers (CDA) kent het onderzoek nog niet. Hij neemt aan dat het college het onderzoek verspreidt en dat dan naar de vervolgstap wordt gekeken. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) sluit volledig aan bij de woorden van Volt. Het zou in de voorwaarde van een vergunning voor een winkelcentrum moeten staan dat er een openbaar 22
toilet is. Er moet inderdaad niet alleen over de binnenstad worden gesproken maar over de gehele gemeente. Het aantal toiletten voor mannen en vrouwen moet gelijk zijn. De heer Ploegmakers (CDA) ziet dit probleem ook stadsbreed. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) denkt dat er iets met ProRail en de NS moet gebeuren in het stationsgebied. De heer Romijn (PvdD) zegt dat over dit onderwerp al vele jaren wordt gesproken. Is het een centenkwestie dat hier nog geen actie op ondernomen is? Er worden musea, bruggen, liften etc. gebouwd maar een fatsoenlijke toiletvoorziening kan de gemeente blijkbaar niet realiseren. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) zegt dat het inderdaad niet van de grond komt en het kost veel geld. Een schone, openbare toiletvoorziening hoeft ook niet gratis te zijn en daartoe zijn mensen volgens hem ook bereid. Mevrouw Janssen (PVV) hoort niemand spreken over de € 2.700 die elk jaar door de wc heen getrokken wordt omdat die niet geüpdatet wordt door een ambtenaar. Vught is sinds 2017 met een ondernemersvereniging, de HogeNood app en de ouderenverenigingen aan de slag gegaan en staat in drie maanden tijd op nummer 1. Waarom kan dat hier niet? Een aantal raadsleden heeft dat zich aangetrokken. De heer Van Silfhout (Volt) begrijpt dat er geld wordt weggegooid omdat de app niet wordt geüpdatet. Inderdaad, aldus mevrouw Janssen (PVV).
De ondernemersverenigingen worden niet betrokken bij de app. De app levert ze ook voordeel op dus dat is heel aantrekkelijk. De heer Romijn (PvdD) meent dat de inspreker vorige week hetzelfde zei. Volt zei net dat de gemeente wel heel actief ondernemers benadert maar dat is dus niet zo? Dat is niet zo volgens mevrouw Janssen (PVV) want dan zou er al meer van de grond gekomen zijn. De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) zegt dat Den Bosch Partners die opdracht zou moeten krijgen en na drie maanden zou moeten rapporteren. Mevrouw Janssen (PVV) staat niet onwelwillend tegenover de proef op het Stationsplein maar dat kost wel geld terwijl er op het station, boven al een toilet aanwezig is. Die moet geüpdatet worden naar een zelfreinigend toilet. De toiletten die er zijn, sluiten eerder omdat er te weinig passagiers zijn. De heer Kitslaar (Rosmalens Belang) beantwoordt de eerste vraag bevestigend. De openbare toiletten op het station Centraal blijken vaak dicht te zijn of vies en kapot. Op station Rosmalen en Den Bosch-Oost zijn geen toiletvoorzieningen aanwezig. Ook hij is niet blij met plek 155. Er zouden voldoende openbare toiletten in de stad moeten zijn. Er moeten voldoende plekken in de gemeente zijn. Deze moeten aan een bepaald niveau voldoen qua beschikbaarheid en hygiëne.
Bij de gratis voorzieningen is er inderdaad een groot verschil in het aantal toiletvoorzieningen voor vrouwen ten opzichte van mannen. Hij staat open voor gratis toilet op het Stationsplein, wel afhankelijk van de kosten. Een dixi waar je niet eens je handen kunt wassen, is voor hem geen optie. Mevrouw Van de Leemput (Bosch Belang) zegt dat Den Bosch een gastvrije stad moet zijn waar bezoekers en inwoners gebruik moeten kunnen maken van openbare toiletten. Er moet gekeken worden naar ondernemers, horeca, taxibedrijven en zzp’ers die allen profijt hebben van de bezoekersstromen. Dit probleem moet serieus bekeken en opgepakt worden. Er moet gekeken worden naar betaalbare oplossingen. Er moet niet alleen naar het station maar naar de hele stad gekeken worden. Het rapportcijfer is onacceptabel voor een stad die zich als aantrekkelijk wil presenteren. Er moeten voldoende toiletten zijn maar dat betekent niet dat de gemeente die zelf moet realiseren. Een damestoilet lijkt haar kostbaarder dan een herentoilet. 23
Misschien kan meer naar een genderneutraal toilet gekeken worden. Gratis toiletten op het station: financiering daarvan moet komen door publiek-private samenwerking. De gemeente kan faciliteren daarin want dit mag niet ten koste van de inwoners gaan. Mevrouw Claessen (De Bossche Groenen) herkent zich in de problematiek en heeft ook al eerder vragen gesteld hierover. Het is wonderlijk dat dit nog niet voor elkaar is. Het instemmen met de suggesties van de SP mag niet leiden tot het mislopen van de bredere aanpak die Volt en VOOR Den Bosch hebben aangekondigd. Zij staat niet onwelwillend tegenover een pilot op het station maar het mag elkaar niet in de weg staan. Dit moet gemeentebreed opgepakt worden en niet alleen een pilot op het station. De app wordt niet op de juiste manier gebruikt en daarmee blijven kansen liggen. Zij sluit zich aan bij iedereen die een betere toiletvoorziening in de gemeente bepleit. De heer Van Silfhout (Volt) vraagt of De Bossche Groenen meer openbare toiletten wil realiseren of zijn zij voor openbaarstelling? Mevrouw Claessen (De Bossche Groenen) is voor beide. Zij meent dat in januari moet worden afgesproken wanneer dit wordt geregeld, want er is al veel over gesproken. De heer Cremers (D66) sluit zich aan bij alle partijen die de noodzaak van openbare toiletten zien.
Bij openbare toiletten gaat het ook om geld en dat zal ongetwijfeld ook een reden zijn waarom dit moeilijk van de grond komt bij het college. Hij hecht eraan dat er integrale afwegingen gemaakt worden want de gemeente wil veel. Nut en noodzaak van openbare toiletten onderschrijft hij volledig. De heer Romijn (PvdD) zegt dat iedereen dit heel belangrijk vindt en iedereen wil dit heel graag maar toch lukt het niet. Wat als Volt straks in de raad komt met een voorstel voor acht of tien openbare toiletten? De heer Cremers (D66) hoopt dat daarmee ingestemd zal worden. Er moet een integrale afweging komen want het kost geld waardoor dit ten koste gaat van iets anders. De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) zegt dat gevraagd zal gaan worden of partijen dit belangrijk genoeg vinden om hier geld voor vrij te maken. D66 dient dan zelf een integrale afweging te maken. De heer Cremers (D66) zegt dat de oplossing hiervoor in de begroting is, dus de voorstellen ziet hij dan graag tegemoet. De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) merkt op dat D66 die integrale afweging dus tijdens de begroting gaat maken. De voorzitter wil overgaan tot de slotconclusie. De heer Van Hasselt (SP) is blij met alle input. Natuurlijk is het goed integraal te kijken naar het toiletbeleid in Den Bosch en daar wil hij zeker over meepraten. Hij constateert dat hier in 2017 ook een conclusie over getrokken is.
Hij wil graag problemen van mensen oplossen en is daarom de politiek ingegaan. Hij heeft gesproken met mensen op het station die aangaven dat daar een probleem is. Hij vindt het lastig dan weer een integrale discussie af te wachten als nu gezegd kan worden: er is een probleem op het station, dat is klein, zo klein dat de SP daar zelf onderzoek naar heeft kunnen doen, dus laten we daar een knoop over doorhakken. Hij wil een motie indienen over dit onderwerp. Er kan altijd in januari weer een discussie gehouden worden. Hij stelt dus voor een openbaar toilet op het station te realiseren. 9.
Rondvraag en sluiting De voorzitter constateert dat er geen verdere vragen zijn. Zij sluit onder dankzegging aan eenieder de vergadering om 22.38 uur. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de commissie Bedrijvigheid van 30 oktober 2025. 24
De secretaris, mr. drs. R. van der Meer
De voorzitter, M.A.J.T. Korver-van Weegberg
25