2025-09-22 Commissie Bedrijvigheid concept
Tekst van het document
Commissie BEDRIJVIGHEID Conceptverslag Datum: Locatie: Aanwezig: Voorzitter: Secretaris: (plv.) Commissieleden:
Collegeleden:
22 september 2025 Raadzaal M.A.J.T. Korver-van Weegberg mr. drs. R. van der Meer drs. E.M.M.P. Altenburg-Collin, ir. J.M. van Boxmeer, M. Claessen, A.M. Cremers, J.J.E.L. van Creij, M.C. Dupuis, S.J.A. Elders BA, L.A.J. van Griensven, S.C. van Hasselt, T.A.J. Heijmans, B.B.G.M. van den Hoven, mr. drs. N.M.C. Huijbrechts RO CIA, M. Janssen, M.P. Kagie, H.J.M. Kitslaar, J.M. Klerks, J. Kouwenberg, W.M. van de Leemput, mr. S.J.M. Peters, M.C.J.M. Ploegmakers, P.J. Romijn, D.G.G. Scholten, A.C. van Silfhout, mr. C.H.A. van den Wildenberg R.J.J. Geers
Afwezig:
W. de Groot MSc, A. Hernández, W.B.G. Hoeben, L. Holterman, R.T.P.M. Koolen, REV H.W. Pennings, E. Samshuijzen, C.K.J. Visscher
Verslaglegging:
J. Beaumont, DemiSec
1.
Opening en mededelingen De voorzitter heet allen welkom. Mevrouw Hernández is afwezig. De heer Dupuis sluit aan bij deze vergadering namens de SP. Voor de heer Cremers is dit zijn eerste commissievergadering. Mevrouw Huijbrechts komt iets later.
2.
Vaststellen van de agenda De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.
3.
Vaststellen van het verslag van de commissie Bedrijvigheid van 25 augustus 2025 Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.
4.
Vaststellen van de lijst van toezeggingen en de lijst van openstaande moties De heer Scholten (GroenLinks) zegt dat in de laatste raadsvergadering de visie Energielandschap is behandeld. Van tevoren heeft hij met de wethouder overleg gehad over diens toezegging, die de wethouder mondeling en schriftelijk heeft bevestigd. Aangezien dit geen debatstuk was, heeft hij daar niet om kunnen vragen bij de wethouder. Hij verzoekt deze toezegging in de lijst van toezeggingen op te nemen. De wethouder is daar ook mee akkoord. De voorzitter merkt op dat de commissie die toezegging nog niet heeft gezien. Voorstel is de toezegging op papier te zetten zodat deze de volgende keer op de lijst van toezeggingen kan komen. Aldus wordt afgesproken. De lijst van toezeggingen en openstaande moties is hiermee vastgesteld.
5.
Werkplanning De werkplanning wordt vastgesteld.
6.
Discussienotitie ontwikkeling nieuw Beleidsplan Beheer Openbare Ruimte De heer Peters (PvdA) spreekt mede namens GroenLinks. De wijken verschillen veel van elkaar qua groen, speelvoorzieningen en de staat van de openbare ruimte. Dit beeld is ook terug te zien in de buurt- en wijkmonitor. Dit zorgt ook voor verschillen in de leefbaarheid in deze buurten. De prioriteit zou op dit punt moeten liggen in het verminderen van de ongelijkheid tussen buurten. Dat vraagt om ongelijk investeren en een gebiedsgerichte aanpak. Hierbij dient niet alleen gekeken te worden naar de kwaliteit van de openbare ruimte op individuele plekken 1
maar op buurt- en wijkniveau. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) vraagt of het onderhoudsniveau allemaal verhoogd of allemaal verlaagd zou moeten worden van de PvdA. De heer Peters (PvdA) zegt dat in de vervangingsopgave plekken naar voren gehaald zouden moeten worden in buurten en wijken waar de openbare ruimte zich in een slechtere staat bevindt. Zo wordt de achterstand in buurten als De Hambaken, De Kruiskamp en De Slagen ingehaald en komt de leefbaarheid ook in die buurten op niveau. Daar waar in wijken de kwaliteit van de openbare ruimte goed is, kan vervanging waar mogelijk worden uitgesteld. De heer Ploegmakers (CDA) merkt op dat een tijd geleden is gesproken over de ontwikkeling van warmtenetten en dan gekeken zal worden naar de inrichting van de openbare ruimte. Hoe ziet de PvdA dit? De heer Peters (PvdA) denkt dat die twee prima samen kunnen gaan en naast elkaar kunnen bestaan om te kijken waar koppelkansen mogelijk zijn. Bekeken kan worden of er binnenkort nog iets op de planning staat waarvoor het logisch is dat bepaald onderhoud wordt uitgesteld. Als er sprake is van een slechte kwaliteit van een openbare ruimte dan zou dat naar voren gehaald moeten worden. Dat sluit niet uit dat naar koppelkansen gekeken moet worden. De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) zegt dat er op dit moment al beleid is dat voor integraliteit gaat.
Moet er nu niet een keuze gemaakt worden, dus niet wachten op de warmtenetten maar nu De Hambaken aanpakken? De heer Peters (PvdA) herhaalt dat die twee goed naast elkaar kunnen bestaan. Als de warmtenetten in bepaalde wijken nog acht jaar op zich laten wachten dan kan ook bekeken worden of bepaalde zaken nu al aangepakt kunnen worden. Dat zou per wijk bekeken moeten worden. De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) zegt dat in de wijkmonitor de beleving te zien is. Is er behoefte aan een stevigere uitspraak van het college? Waar zou de prioriteit moeten liggen, waar zijn de achterstanden het grootst? De heer Peters (PvdA) overweegt een motie om te gaan kijken naar die ongelijkheid. Dat zou een plek moeten krijgen in het nieuwe beleidsplan. Dat is een van de uitgangspunten bij de vervangingsopgave. De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) vraagt of daar dan ook meer geld voor vrijgemaakt moet worden dan nu wordt gedaan. De heer Peters (PvdA) zegt dat dat zal moeten blijken. Het is een ambitie die hij graag in het document wil leggen. Het gevolg daarvan kan zijn dat in wijken waar de kwaliteit van de openbare ruimte op een hoog niveau ligt, het onderhoud eventueel uitgesteld wordt. Of er worden extra middelen gevraagd. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) hoort de PvdA zeggen dat wijken worden opgeplust en de wijken die het goed doen, worden afgeschaald.
De heer Peters (PvdA) zegt dat integraal bekeken moet worden waar de kwaliteit goed is en waar achterstanden zijn. Vervolgens wordt bekeken welke achterstanden ingehaald zouden moeten worden. Er is geen sprake van afschalen in wijken waar de kwaliteit van de openbare ruimte goed is. Indien nodig moet daar ook vervanging plaatsvinden maar voor wijken die op grote achterstand staan, wil hij de komende jaren een extra stap zetten om die in te halen. Naast de vervangingsopgave is onderhoud minstens zo belangrijk. De afgelopen tijd ontving hij meerdere signalen uit Maaspoort dat er klachten waren over het onderhoud van de openbare ruimte. Weet de wethouder hiervan? Hoe kan het onderhoud van het toenemende groen in de wijken op peil blijven? Gelukkig dragen ook steeds meer inwoners hun steentje bij aan een leefbare en groene buurt. Als voorbeeld wordt genoemd de parkeerplekken die omgevormd worden tot buurttuin en groenperken die door de buurt zelf worden onderhouden. Dergelijke 2
initiatieven dient de gemeente te koesteren en zo goed mogelijk te faciliteren. Ook is het goed bij bewonersinitiatieven te onderzoeken wat de belangrijkste factoren voor succes waren zodat die weer meegegeven kunnen worden aan nieuwe initiatieven. Inwoners en gemeente kunnen zo hard aan de slag gaan om alle buurten en wijken groener en leefbaarder te maken. De heer Altenburg-Collin (VVD) vindt het goed dat het college met deze notitie is gekomen waardoor de raad al aan de voorkant een richting kan aangeven. Hij staat open voor gerichte maatwerkinvesteringen. De oudere wijken hebben meer onderhoud nodig en ook de aantrekkelijkheid van de directe leefomgeving op locaties die worden bezocht door toeristen en rondom zorgcentra is belangrijk. Hij is voorstander van efficiënte participatie en bewonersinitiatieven die de leefomgeving versterken. Er dient een goede balans te zijn tussen draagvlak en ambitie. Er dient duidelijk gecommuniceerd te worden wat de weging is van de inbreng van de inwoners. Hij pleit voor een integrale benadering waarbij vervangingsschema’s worden afgestemd met de grotere projecten. Sommige grote projecten zouden ook meteen verkeersveiligheid of bereikbaarheid voor fietsers dienen te verbeteren. Dat leidt tot efficiency en de weg hoeft maar één keer open te liggen waardoor mensen minder overlast ervaren.
Hij wil voorrang geven aan de oude stadswijken waar sprake is van achterstallig onderhoud. Die wijken dienen als eerste in de vervangingsopgave te worden aangepakt. De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) zegt dat een openbare ruimte die op orde is een bouwsteen is in een prettige en veilige samenleving. Mensen zullen zich daar ook netter in gedragen dan in een verwaarloosde omgeving. De eerste vraag van het college is wat suggestief. Ongeveer 40% van de vervangingsopgave is naar achter geduwd, naar na dit jaar. Als nu volmondig wordt gezegd: houd de technische beeldkwaliteit aan dan is het de vraag of dat voor elkaar gekregen kan worden in de gemeente. De vraag is eerder: wat is er allemaal nodig in middelen, keuzes en prioriteiten om überhaupt de technische beeldkwaliteit te kunnen borgen? Een op orde zijnde openbare ruimte vindt hij absolute prioriteit en wil daar ver in gaan in middelen en investeringen. Die technische beeldkwaliteit halen wij echter helemaal niet. Participatie is heel belangrijk maar het moet duidelijk zijn waar bewoners wel en niet over gaan, ook om teleurstelling te voorkomen. Bewonersinitiatieven dienen klein gehouden te worden (geveltuintjes, buurttuintjes) en ook daarbij is het van belang dat bewoners weten waar zij wel en niet over gaan. Een openbare ruimte die op orde is, is uitnodigend en een kerntaak van de lokale overheid.
Dit moet prioriteit krijgen. Hij begrijpt de integraliteit maar dat mag geen excuus zijn om een wijk niet aan te pakken. Waar zit de pijn in een wijk en hoe kan die integraal aangepakt worden? Als een warmtenet pas over tien jaar in een wijk komt dan zal eerder de schop in de grond moeten. Mevrouw Van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) wil dat de stad verzorgd, schoon, veilig en uitnodigend aanvoelt. De openbare ruimte is de afgelopen jaren echter steeds slechter onderhouden. Onder het groene college is de koers ingezet die het stadsbeeld aantast. ‘Maai maar niet’ is verworden tot een structurele bezuiniging op onderhoud, hetgeen zelfs kan leiden tot gevaarlijke situaties door slecht zicht. Zij kiest voor een andere koers. Een goed onderhouden stad is geen luxe maar een basisvoorwaarde voor leefbaarheid en veiligheid. In meer wijken is te zien dat buurtbewoners met succes een stukje groen adopteren. Die betrokkenheid dient actief gestimuleerd en gefaciliteerd te worden. Bij vervanging pleit zij voor maatwerk, geen kapitaalvernietiging door alles klakkeloos te vernieuwen maar bekijken wat echt noodzakelijk is. Den Bosch verdient een stad die er goed uitziet, waar bewoners zich prettig voelen en waar bezoekers graag komen. Dat vraagt om beleid dat zich niet verschuilt achter groene slogans maar inzet op echt beheer van de openbare ruimte.
De heer Cremers (D66) zegt dat maatwerk altijd duurder is. Hoe wil VOOR Den Bosch dat gaan betalen? Mevrouw Van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) leest in de discussienotitie dat altijd meteen vervangen gaat worden ook als een wijk een halfjaar later bijvoorbeeld helemaal opnieuw aangepakt gaat worden. In dat geval moet goed bekeken worden of die vervanging nu echt nodig is. Niet alles hoeft in één keer opnieuw neergezet te worden. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) zegt ten aanzien van het huidige beleidsveld dat teruggegaan moet worden naar schoon, heel en veilig door de hele gemeente heen dus niet 3
zoals de PvdA zegt: het kan wel wat minder waar het goed gaat. Als daar financiële middelen voor nodig zijn dan moeten die er gewoon komen. Bij de opening van het parlementaire jaar in het Kruithuis was te zien hoeveel onkruid daar groeide hetgeen geen gezicht was. Er moet een beter maaionderhoud komen. De heer Ploegmakers (CDA) zegt dat in het uitvoeringsplan van het Kruithuis staat dat daar bloemrijk gras gezaaid is en dat is een bewuste keus die past in het beleid van biodiversiteit. Wil de heer Van Creij dat soort dingen niet meer toepassen? De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) zegt dat het er daar niet meer uitziet. Biodiversiteit is leuk maar als dat een verslechtering teweegbrengt, is hij daar geen voorstander van. De heer Romijn (PvdD) zegt dat het misschien wat ouderwets is om nog te denken aan gemillimeterd gras en geschoffelde perkjes. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) zegt dat bij schoon en veilig ook maaiwerk hoort dat er verzorgd uitziet. De bloemen en bijen kunnen ook verderop in het gras zitten. De heer Romijn (PvdD) zegt dat in gras van drie millimeter weinig sprake zal zijn van biodiversiteit. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) is voorstander van goed maaiwerk en bloemen en bijen kunnen ook vijf meter verderop komen. Vervanging: er zijn houten bruggetjes vervangen door beton omdat dat langer meeging.
Het ziet er niet uit dus hij wil terug naar het hout en ook dat hoort bij openbare ruimte, ook als daar financiële middelen bij horen. Hij wil dat er meer open bestratingsmaterialen worden gebruikt zeker bij parkeerplaatsen vanwege de biodiversiteit. Hij heeft al eerder gepleit voor het terugplaatsen van bladkorven in wijken waar veel groen is en hij zal met een motie hierover komen. De heer Altenburg-Collin (VVD) vraagt waar die motie over gaat. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) zegt dat die motie gaat over bladkorven terugbrengen in boomrijke wijken die de bewoners kunnen gebruiken. Eens in de veertien dagen haalt de gemeente die korven leeg. De heer Kouwenberg (Rosmalens Belang) hoort het vaak terug in de wijken: waarom wordt hier niet vaker gemaaid? Wat is er gebeurd met het stuk gras waar de kinderen altijd speelden? Wat begon met goede bedoelingen zoals meer groen slaat op sommige plekken door. Hij noemt ook de sloten die vol staan met riet. Bewoners raken kwijt wat zo belangrijk is: een nette, veilige en bruikbare leefomgeving. Een leefomgeving dient groen en functioneel te zijn, afgestemd op de plek en de mensen die er wonen. Ten aanzien van de eerste vraag zegt hij, dat een stukje gras tussen huizen een bloemenweide kan zijn geworden en dat is mooi voor de biodiversiteit maar de kinderen zijn er weg.
Er moet maatwerk zijn per wijk en buurt en dat betekent soms vaker maaien, soms kan dat wat ruimer. Dat kan gezamenlijk bepaald worden. Hij kiest voor dynamisch en inclusief beheer (scenario 3). Alleen dat biedt voldoende ruimte voor maatwerk en gebiedsgerichte keuzes. Mogelijk vraagt dat om extra investeringen maar dan worden er wel keuzes gemaakt die kloppen met wat er lokaal leeft en wat mensen dagelijks ervaren. Participatie moet geen vinkje zijn op het lijstje. Als mensen meedoen, moeten zij ook echt invloed hebben zowel tijdens als achteraf. Mensen voelen zich verantwoordelijk voor hun buurt en die betrokkenheid dient serieus genomen en benut te worden. Daar ligt de kracht van lokaal maatwerk en dat is met duidelijke afspraken en eenvoudige ondersteuning mogelijk te maken. De vervangingsgolf die op de gemeente afkomt, vraagt om keuzes zowel op basis van techniek als op maatschappelijke waarde. Dit wordt ook in de doorkijk naar 2027 benoemd. Scenario 3 heeft duidelijk zijn voorkeur want dat is de enige aanpak die rekening houdt met lokaal gebruik, bewonersbehoefte en maatwerk. Als die lijn vastgehouden wordt, kunnen er betere keuzes worden gemaakt die passen bij de wijk en de bewoners. De heer Romijn (PvdD) vraagt wat de heer Kouwenberg tegen riet heeft.
4
De heer Kouwenberg (Rosmalens Belang) zegt dat het riet soms zo hoog staat in de sloten langs huizen dat als er een kind in valt dat niet terug te vinden is. De heer Romijn (PvdD) liep van de week langs een kaalgeschoren Sluisweg waar al het riet verdwenen is terwijl er veel moeite is gedaan om ecologische oevers aan te brengen. De heer Kouwenberg (Rosmalens Belang) zegt ook: strak waar het moet en groen waar het kan en er zijn zeker plekken waar het kan. De heer Romijn (PvdD) zegt dat hij het prachtig vindt maar zijn buurman misschien niet. Moet er dan huis aan huis geënquêteerd gaan worden? De heer Kouwenberg (Rosmalens Belang) zegt dat je het inderdaad niet iedereen naar de zin kunt maken maar er kan wel onderscheid worden gemaakt per buurt. Bekeken moet worden wat wel kan. Mevrouw Janssen (PVV) vindt dat de hoofdprincipes te veel inzetten op de duurzaamheidsmaatregelen en biodiversiteit. Minder maaien draagt bijvoorbeeld niet altijd bij aan de kwaliteit van de leefomgeving. Kostbare ingrepen voor de energietransitie zoals vroegtijdige vervanging voor veel te dure warmtenetten ziet zij niet zitten. Zij mist een aantal zaken in het nieuwe beleidsplan. Waar bestaan de meerkosten uit bij het maatwerk? Er zijn steeds meer geveltuintjes te zien die absoluut een aanwinst zijn mits die ook goed onderhouden worden.
Een rondgang door enkele wijken laat zien dat dat niet altijd een aanwinst is. De veel uitstekende beplanting maakt de stoepen juist kleiner en dat bemoeilijkt de toegankelijkheid voor rolstoelen en rollators. Zij mist de controle hierop en een duidelijk kader, met name op het gebied van de veiligheid. Daardoor is het lastig voor bewoners om te discussiëren over wat overlast is. In natuurspeeltuinen ontstaan besmettingen met E.coli en andere vervuilingen door de wijze waarop deze in de openbare ruimte zijn aangelegd. Is dat de bedoeling? Dit houdt verschillende bewoners bezig bij de laatst aangelegde natuurspeeltuinen nadat zij erachter kwamen dat zij wel erg beknopt waren voorgelicht tijdens het participatietraject. Zij waren niet geïnformeerd over wat er van de bewoners werd verwacht qua onderhoud en wanneer de speeltuinen worden gecontroleerd op E.coli. Mevrouw Van de Leemput (Bosch Belang) ziet zeker het belang van maatwerk maar zij bemerkt ook dat er een spanningsveld ontstaat en dat dat kan leiden tot onvrede. De leefbaarheid wordt door minder maaien en snoeien vaak als rommelig of troep ervaren. Ook wordt het uitzicht op verkeerssituaties daardoor belemmerd. Bewoners zien de waarde van biodiversiteit maar missen soms de kwaliteit in de uitstraling. Dit vraagt om maatwerk.
Dat brengt mogelijk extra kosten met zich mee en de gemeente moet eerlijk zijn over wie die kosten draagt en hoe de lasten en lusten verdeeld worden. Inwonersparticipatie: er zijn waardevolle bewonersinitiatieven te zien die niet alleen bijdragen aan vergroening maar ook aan de sociale samenhang in de buurt. Dat juicht zij toe maar ook zelfbeheer kost capaciteit en geld. Om hoeveel extra kosten gaat het hier? Wat wordt nu uitgegeven aan ondersteuning en waar dreigt de rekening te stijgen? Pas dan kan zij beoordelen of zij de hoge kosten in verhouding vindt staan tot de opbrengst. Vervangingsopgave: zij wil de nadruk leggen op de balans tussen praktisch realisme en financiële zorgvuldigheid. Zij ziet de grootstedelijke opgaven die eraan komen. Het is logisch dat de vervangingsopgave afgestemd wordt met de programmering uitvoeringsprogramma openbare ruimte. Te lang wachten leidt echter tot hogere herstelkosten, ontevredenheid over de leefomgeving en uiteindelijk tot kapitaalvernietiging als investeringen te vroeg opnieuw gedaan moeten worden.
Wat betekent uitstel, hoe groot is het risico van kapitaalvernietiging bij vroegtijdige vervanging en hoe wordt voorkomen dat de bewoners de dupe zijn van keuzes die vooral financieel technisch zijn ingegeven? Zij wil een toekomstbestendig beheer van de openbare ruimte en is ook voor leefbaarheid en participatie, met de focus op lage kosten en efficiënt gebruik van middelen. De heer Ploegmakers (CDA) wil de huidige beeldkwaliteit zoveel mogelijk in stand houden maar is ook voor maatwerk. De binnenstad vraagt om een totaal andere beeldkwaliteit dan bijvoorbeeld De Groote Wielen en dit moet keer op keer worden afgewogen. Het cultuurhistorisch karakter moet een rol blijven spelen. Het een zal wat duurder uitpakken dan het ander. Er dient kritisch gekeken te worden naar (her)gebruik van materialen, circulariteit 5
dient een belangrijk rol te (gaan) spelen. Participatie is ook heel belangrijk maar de inwoners moeten daarbij ook meegenomen worden in de kosten. In de praktijk worden wel eens ideaalbeelden geschetst door inwoners maar dat is niet altijd financieel haalbaar. Daar raken mensen teleurgesteld over en dat moet voorkomen worden. Als er grootschalige werkzaamheden in de infrastructuur worden gedaan dan moet ook gesproken worden met de inwoners over de herinrichting. Het onderhoud van de wegen is een zorgenpunt, er wordt onvoldoende gekeken naar het buitengebied en dat vraagt extra aandacht. Hij is voorstander van bloemrijk gras. De heer Romijn (PvdD) vraagt of het CDA de wegen zelf bedoelt of de bermen. De heer Ploegmakers (CDA) zegt dat er soms prachtig gelegen wegen zijn maar die wegen zelf zijn erg slecht. De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) vraagt of het CDA iets anders zou willen doen in het nieuwe beleid ten opzichte van het huidige beleid of moet het zo blijven gaan als tot nu toe is gegaan? De heer Ploegmakers (CDA) is het ermee eens dat er wijken zijn die extra aandacht behoeven en dat moet aangepakt worden. Daar moet prioriteit aan gegeven worden.
De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) zegt dat als biodiversiteit zorgt voor verrommeling en onveilige situaties, hoe kijkt het CDA daar dan tegenaan? De heer Ploegmakers (CDA) vindt dat biodiversiteit nooit tot onveilige situaties mag leiden. Dit zal afhankelijk zijn van de locaties waar biodiversiteit wordt toegepast. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) begrijpt dat voor het CDA de sobere situatie zoals die nu is voldoende is. De heer Ploegmakers (CDA) zegt dat het maaibeleid iets geheel anders is dan het onderhoud van bomen en struiken. Veiligheid blijft prioriteit 1 maar waar dat kan, mag biodiversiteit de ruimte gegeven worden. Het valt hem op dat uit de rapporten blijkt dat niet alle afdelingen en medewerkers op de hoogte zijn van de vastgelegde uitgangspunten. Wat gaat de wethouder hieraan doen? Mevrouw Klerks (Volt) zegt dat de raad gelukkig tot het inzicht is gekomen dat bezuinigen op de openbare ruimte geen goed idee is. Is het nu toch vooruit gestuwd? Een conclusie uit het rapport is namelijk dat er een toenemende vervangingsopgave is en dat is vaak een gevolg van te weinig vooruit budgetteren. Dat baart zorgen want dit brengt extra kosten met zich mee. Hoe kan bepaald worden of de beleidskeuzes echt effectief zijn? Rijkere buurten blijken groener en leefbaarder dan oudere buurten met relatief veel sociale huurwoningen.
Zij wil actief sturen op het investeren in kwalitatieve groenvoorziening en dat als eerste doen in buurten die achterlopen. Op dezelfde manier moet geïnvesteerd worden in de voorzieningen binnen de andere gegeven thema’s om ongelijkheid van kwaliteitsniveau tussen buurten en wijken recht te trekken. Zodoende wordt gekomen tot een kwaliteit- en leefbaarheidstandaard binnen de gehele gemeente voor alle inwoners, concreet en meetbaar. Het antwoord op de eerste vraag is voor haar: maatwerk, ook als dat leidt tot hogere kosten. Vraag 3: waar de kwaliteitsstandaard achterloopt, ongeacht of de technische inrichting afgeschreven is of niet. Vraag 2: inwonersparticipatie is altijd een verrijking, ook als anders wordt gedacht over wat nodig is in een buurt. Niet elke buurt heeft dezelfde wensen en niet in elke buurt kan een groenvoorziening onderhouden worden. Hoe de inrichting ook is, burgerparticipatie is eigenaarschap nemen op de eigen leefomgeving en juist dat moet gestimuleerd worden, ook als de keuzes die gemaakt worden niet geheel aansluiten op de keuzes die in de raad worden gemaakt. De heer Van Hasselt (SP) wil prioriteit leggen bij de vervangingsopgave in de stadse binnenring. Het onderhoud daar is er het minst aan toe. Hij denkt hierbij aan De Hambaken, De Kruiskamp en plekken waar veel sociale huurwoningen staan. Het onderhoud is daar vaak minder dan in de dure wijken.
Dat wil hij rechttrekken.
6
De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) vraagt of de SP iets wil laten in de andere wijken om iets te kunnen doen in die mindere wijken. De heer Van Hasselt (SP) legt de prioriteit bij de wijken die als eerste zijn genoemd maar het niveau in de gehele stad mag daardoor niet dalen. Grote budgetten die uitgegeven worden aan prestigeprojecten zouden ingezet kunnen worden voor wijken waar achterstanden zijn. Dat betekent niet dat andere wijken die er nu goed bijliggen langer moeten wachten. De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) meent dat dat hetzelfde is als één norm aanhouden en zorgen dat elke wijk daar komt. De heer Van Hasselt (SP) zegt dat dat inderdaad het ideale plaatje zou zijn maar dat is nu niet de werkelijkheid. In De Kruiskamp is te zien dat het wegdek van mindere kwaliteit is dan in de binnenstad of in zuid. Iedere wijk zou gelijk behandeld moeten worden. De heer Ploegmakers (CDA) vraagt of de SP het niet met hem eens is dat de binnenstad de huiskamer van de stad is. Daar worden mensen ontvangen en daar zou een plusje op gezet mogen worden ten opzichte van andere gebieden. De heer Van Hasselt (SP) zegt dat de binnenstad per definitie het plusje is van deze stad. Hij vindt niet dat het reparatieniveau in de binnenstad hoger mag liggen dan in andere wijken want alle wijken zijn gelijkwaardig aan elkaar.
De heer Cremers (D66) zegt dat als de binnenstad er niet op achteruit mag gaan en alles gelijkgetrokken moet worden dan wordt het een heel duur verhaal. Welk budget van welk prestigeproject wil de SP hiervoor inzetten? De heer Van Hasselt (SP) vreest dat nog niet alle prestigeprojecten van de toekomst opgenoemd zijn en dat daar nog veel budget aan uitgegeven zal worden. Het Designmuseum is totaal overbodig volgens hem en die miljoenen kunnen ingezet worden voor beter onderhoud in de binnenstedelijke ring. Het gaat nu echter om investeren in de wijken waar dat nodig is. De heer Cremers (D66) wil twee zaken meegeven aan het college. Ten eerste: programmeren. Hij heeft de evaluatie met veel belangstelling gelezen; er gaan veel dingen goed maar ook veel dingen niet goed in de stad. Wat niet goed gaat, is de mate van programmeren en investeren rondom de vervangingsinvesteringen. De raad moet hier goed op kunnen sturen. De termijn voor dit beleidsplan van tien jaar wil hij in stand houden en dat gelijkschakelen met het investeringsniveau over tien jaar. De groeninvesteringen komen eraan, de netcongestie, de riolering, openbare ruimte en dat in combinatie met het beheer vereist goed programmeren. Dat maakt het mogelijk om heldere keuzes te maken van wat naar achteren wordt geschoven. Ten tweede: participatie. Hij sluit aan bij de woorden zojuist van Rosmalens Belang.
Hij is groot voorstander dat de wijk- en beheerregisseurs van de gemeente mandaat en budget krijgen om de komende tien jaar samen met de inwoners met groeninitiatieven in de wijk aan de slag te gaan. De heer Van Boxmeer (De Bossche Groenen) zegt dat de wijken aan de beurt zijn. In de binnenstad is een hogere norm te zien en daarbij worden de wijken eigenlijk al op achterstand gezet. De wijken moeten niet ontweken worden. Hij pleit voor een herijking van de norm voor de wijken; die norm moet omhoog. Wijkgericht maatwerk is goed. Niet alleen beoordelen op technische beeldkwaliteit maar vanuit bewonersperspectief. Hij verzoekt de wethouder met een financieel onderbouwd voorstel te komen en de wijken structureel op te schalen. De heer Altenburg-Collin (VVD) zegt dat de discussienotitie gaat over het beheer van openbare ruimte dus de wethouder komt straks met een nieuw beheerplan openbare ruimte en neemt de overwegingen van de commissie mee. Dat is het moment om het financiële plaatje mee te nemen. De heer Van Boxmeer (De Bossche Groenen) is het daarmee eens. Als een speeltoestel niet meer gebruikt wordt of de buurt is veranderd dan moet daar pragmatisch mee omgegaan worden. In De Groote Wielen zeiden insprekers vorige maand dat 7
de kinderen met de buurt meegegroeid zijn en andere behoeften hebben gekregen. Daar moet op ingespeeld worden en het liefst voor elke speeltuin een waterpunt. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) vindt dat speeltoestellen die niet meer passen in een wijk wel in een andere wijk hergebruikt zouden moeten worden. De heer Van Boxmeer (De Bossche Groenen) vindt dat heel goed. De heer Romijn (PvdD) vraagt hoe De Bossche Groenen aankijken tegen het maaibeleid en het groen in de gemeente. De heer Van Boxmeer (De Bossche Groenen) is voor biodiversiteit. Het moet mensen ook worden uitgelegd want dan hebben zij daar misschien ook meer begrip voor. Daarbij moeten klachten van mensen serieus genomen worden. De heer Romijn (PvdD) zegt dat Den Bosch het op veel vlakken al heel goed doet. Hij is blij met een duidelijk verbeterde aandacht voor duurzaamheid en biodiversiteit. In het nieuwe beleidsplan dienen milieu-impact van keuzes en materiaalgebruik een centrale rol te krijgen. Hij pleit voor maatwerk met oog voor duurzaamheid en ecologie, ook als dat leidt tot hogere kosten. Beeldkwaliteit mag geen doel op zich zijn maar moet bijdragen aan een gezonde leefomgeving voor mens en dier met 3-30-300 als norm in de gehele gemeente. Bij ontwerp en beheer moet de milieubelasting van materialen centraal staan. Een houten bank kan ondanks een kortere levensduur duurzamer zijn dan beton.
Materialen met een lage ecologische voetafdruk verdienen de voorkeur. Participatie is een essentieel onderdeel van toekomstbestendig beheer. Bewoners kennen hun omgeving het best en moeten actief betrokken worden bij keuzes over inrichting en beheer. Dilemma’s zijn onvermijdelijk maar er moet gezamenlijk mee aan de slag worden gegaan. Participatie moet gericht zijn op het versterken van natuurwaarde. Initiatieven die bijdragen aan vergroening en dierenwelzijn verdienen actieve ondersteuning. Hij denkt hierbij aan het aanbrengen van bijvoorbeeld trapjes in putten en het integreren van nestkasten, niet alleen bij vervangingswerkzaamheden maar ook bij onderhoud. Het mede aanleggen van voedseltuinen ondersteunt hij, het aanleggen van dierenparkjes niet. Hij adviseert de vervangingsopgave te prioriteren op basis van de ecologische urgentie. Gebieden met weinig groen, veel hittestress of wateroverlast moeten als eerste worden aangepakt. De milieu-impact van materialen en het potentieel van de natuur moet hierbij leidend zijn. Er moet meer ruimte komen rondom bomen, een natuurlijke waterberging. De heer Altenburg-Collin (VVD) vraagt waarop de heer Romijn wil prioriteren. De heer Romijn (PvdD) zegt dat prima in beeld is waar op dit moment tekortgeschoten wordt en daar zou de prioriteit moeten liggen.
De heer Altenburg-Collin (VVD) vraagt welke wijk volgens de heer Romijn als eerste aangepakt zou moeten worden. De heer Romijn (PvdD) woont zelf in De Maaspoort en daar zijn stukjes die heel mooi zijn maar ook stukjes rondom bomen die net wat mooier en groener kunnen. Er zijn plekken waar het heel slecht gesteld is met het groen, er is sprake van hittestress en wateroverlast. Hij stelt voor om daarnaar te kijken. De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) vraagt of het handig zou zijn om boven tafel te krijgen hoe de ambtenaren aankijken tegen de staat van de wijken versus de norm die er nu is. De heer Romijn (PvdD) verwijst naar de gebiedspaspoorten. Het is prima bekend waar actie nodig is. Als perkjes steeds worden stuk geschoffeld, krijgt bodemleven geen enkele kans. Door milieuaspecten en natuur centraal te stellen, kan Den Bosch zijn voorbeeldfunctie uitbouwen en bijdragen aan een gezonde, duurzame en prettige openbare ruimte voor iedereen. Wethouder Geers zegt dat dit de aftrap is voor een nieuw beleidsplan waarbij de raad input kan meegeven. Ook het college ziet de ontwikkelingen in de gemeente. In het vorige beleidsplan is 8
een aantal keuzes gemaakt. De druk op de openbare ruimte neemt toe en er is discussie over de wijze waarop de uitstraling is. Er ligt nog steeds een grote opgave. Vervanging is geen automatisme, zo zei ook de vorige raad. Er moet altijd kritisch naar gekeken worden en bezien worden waar kosten bespaard kunnen worden. Hij hoort veel over de uitstraling van iets en over groenonderhoud. In het amendement bij dit beleidsplan in 2016 sprak de raad unaniem uit om te gaan voor meer biodiversiteit en minder maaien. Dat geldt ook voor het onderhoudsniveau in de binnenstad en de wijken er omheen. Als de raad daar nu iets anders van vindt, dient de raad anders te besluiten. Beheer gaat in principe over het een op een vervangen van waar sprake van is. Beleidsambities zitten niet automatisch in het beheer. Als in een wijk indertijd gekozen is voor minder groen dan moet nu niet worden gesproken over achterstallig onderhoud want dat is een ander inrichtingsprincipe. Goede tegels eruit halen en vervangen door nieuwe tegels is zonde van het geld. Als hij dat op basis van de uitstraling zou doen dan komt hij niet meer toe aan de opgave om achterstanden in te lopen of aan vervanging van andere infrastructurele maatregelen. Als de raad dat wel zou willen dan is het de keuze van de raad.
De motie van De Bossche Groenen bij de Voorjaarsnota gaf aan dat er een doorrekening van de verschillende scenario’s moet komen. Als de raad een uitspraak doet op welk niveau, dan zal het college dat uiteraard doorrekenen voor zover dat mogelijk is. De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) vraagt of daar ook de zichtbare analyse bij zit waar de echte pijnpunten zitten in de vervangingsopgave. Wethouder Geers weet niet of dat zo te doen is en of daar niet een diepgaande scan voor nodig is. Dat kan hij dus niet toezeggen. De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) zegt dat dat misschien wel op een bepaald abstractieniveau per wijk kan dat toch enige duidelijkheid biedt. Wethouder Geers zegt dat dat op basis van het niveau kan waarop gemeten kan worden maar niet op basis van de kwalitatieve waardering. De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) zegt dat feitelijk rond de Lokerenpassage gezegd zou kunnen worden dat 80% van het materiaal in het rood staat wat betreft levensduur. Dat is een meetbare indicator maar dat gaat niet over smaak. Wethouder Geers vindt dat een interessant voorbeeld want als je kijkt naar de kwaliteit van de openbare ruimte daar dan is er nog geen sprake van het einde van de levensduur. Dat daar een mening over is en dat het vergroening verdient, absoluut, maar dat is niet hetzelfde.
Het gaat over het vervangen en niet over het toevoegen van speeltuinen en waterpunten. Het kan niet automatisch verwacht worden dat dat van een vervangingsbudget gedaan kan worden. Participatie: het college deelt het enthousiasme over betrokken inwoners die zich bezighouden met de omgeving. Tegelijkertijd ziet hij ook dat als zij afhaken de gemeente opeens verantwoordelijk is en de gemeente erop aangekeken wordt dat iets niet onderhouden wordt. Hij begrijpt het dilemma dat de PVV schetst over geveltuintjes die een mooie aanwinst zijn maar niet altijd onderhouden worden. Er moet goed gekeken worden naar wat een goede participatie wordt gevonden en wat niet. De vraag is ook welke verplichting dan verwacht mag worden van de inwoner. De heer Cremers (D66) zegt dat beheer inderdaad een belangrijk onderdeel van participatie is maar dat kan toch meegenomen worden in de afspraken tussen een wijk, de beheerregisseur en de inwoners? Wethouder Geers zegt dat dat tot op zekere hoogte inderdaad kan. Er moeten goede afspraken over gemaakt worden. De heer Ploegmakers (CDA) herhaalt zijn opmerking over een stukje verwachtingsmanagement bij de bewoners en hun teleurstelling als iets budgettair niet haalbaar is. Hoe kan dat voorkomen worden? Kan in de gesprekken middels enkele scenario’s niet al aangeven worden wat wel en niet haalbaar is?
9
Wethouder Geers zegt dat in de gesprekken duidelijk aangegeven moet worden wat de verwachtingen zijn en er moet voldoende ruimte zijn om vragen te stellen. Wat verwachtingen betreft zegt hij dat de raad het ook heeft over vergroening en op het moment dat ambities van raad en bewoners met elkaar botsen dan kan het ook zo zijn dat de beleidsambities van de raad botsen. Dat kan betekenen dat er een boom minder in de straat komt of aan de andere kant van de straat parkeerplaatsen komen omdat er keuzes gemaakt moeten worden. Mevrouw Janssen (PVV) had gevraagd of er duidelijk kaders gesteld kunnen worden. Wethouder Geers zegt dat die er al zijn als het bijvoorbeeld gaat over hoeveel ruimte je op een trottoir moet overhouden. Hij is er geen voorstander van om voor te schrijven welk plantje wel en welke niet mag worden geplant. Mensen mogen zelf kiezen hoe zij hun geveltuin willen inrichten. Er is sprake van een discrepantie tussen PvdA, GroenLinks en D66. Prioriteiten kunnen niet continu worden bijgesteld als er iets langdurigs wordt gepland. Dan zullen er ook keuzes moeten worden gemaakt. D66 pleit voor wederom een termijn van tien jaar voor het beleidsplan. Gelet op wat voor discussies dit nu weer oplevert, is het niet verkeerd om dat beleidsplan te actualiseren.
Enerzijds wil hij de wijkregisseurs veel ruimte meegeven, anderzijds is hij ook voor meer helderheid in de kaders gezien de gigantische opgave in de gehele stad. Hij zoekt dus ook naar een manier om massa te kunnen maken richting aannemers om ervoor te zorgen dat Den Bosch zoveel mogelijk waar voor zijn geld krijgt. Dat er ruimte moet zijn voor wijkregisseurs om maatwerk te kunnen verrichten, daar is hij het mee eens. De heer Ploegmakers (CDA) herhaalt zijn vraag over dat ambtenaren niet allemaal op de hoogte zijn van de uitgangspunten. Wethouder Geers zegt dat het huidige beleidsplan in 2016 is vastgesteld. Er komen nieuwe mensen die bij het opstellen van het nieuwe beleidsplan betrokken zijn, waaronder ontwerpers en beheerders. Het ecologisch beheer was een amendement van de raad maar dat is waarschijnlijk ook niet bij alle raadsleden bekend. De heer Romijn (PvdD) zegt dat het ecologisch beleid natuurlijk niet voor niets wordt ingezet. Zou de gemeente beter uit moeten leggen waarom bepaalde keuzes gemaakt worden? Wethouder Geers zegt dat er zeker een kans ligt in de communicatie. Meer inwoners zouden ervoor kunnen kiezen om hun eigen tuin minder dicht te bestraten en meer ruimte te maken voor wateropvang en vergroening. De inwoners mogen iets van de gemeente verwachten maar de gemeente ook van hen.
De heer Van Boxmeer (De Bossche Groenen) zegt dat in de motie van juni staat dat het belangrijker is te investeren in de directe leefomgeving van mensen dan in prestigeprojecten. Hoe gaat de wethouder dit meenemen in het plan? Wethouder Geers zegt dat het verzoek was om een financiële doorrekening op te stellen voor de komende verkiezingen. Hij meent dat er een groot verschil is in hoe de SP en dit college denken over de definitie van een prestigeproject. Mevrouw Janssen (PVV) zegt dat bij de herinrichting in verschillende wijken continu afkoppelstenen worden gelegd. Daar wordt ook niet aan wateropvang gedaan, sterker nog: er ontstaan glijbanen. En dan wordt nu beweerd dat bewoners meer aan wateropvang moeten doen. Wethouder Geers zegt dat bij het herinrichten van straten zoveel mogelijk afgekoppeld wordt. Inwoners worden inderdaad uitgenodigd om de regenpijpen af te koppelen en ook die stenen eruit te halen. Als alleen wordt afgekoppeld en de stenen er niet uitgehaald worden dan gaat het water alle kanten op. Daarom moet gezorgd worden voor een combinatie. Mevrouw Janssen (PVV) zegt dat de wethouder het heeft over de koopwoningen maar zij heeft het over de sociale huur. Het is in verschillende wijken te zien.
10
Wethouder Geers zegt dat dit alleen in de Gestelse buurt het geval is en dat is een onderdeel van een proef die is afgesproken om te bezien welk effect het afkoppelen heeft. Als dat een succes is dan zou dat breder ingezet kunnen worden. De voorzitter maakt een rondje langs de partijen. Gewoon ge-DREVEN heeft een motie aangekondigd. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) zal daar in de komende raadsvergadering mee komen. De heer Peters (PvdA) overweegt ook een motie om aan te geven waar een plus neergezet kan worden. De heer Romijn (PvdD) neemt de notitie mee terug naar de fractie en komt wellicht nog met iets. 7.
Discussienotitie Op weg naar toekomstbestendige Bossche bedrijventerreinen – VVD – CDA De heer Altenburg-Collin (VVD) constateert samen met het CDA dat veel Bossche bedrijventerreinen verouderd zijn, inefficiënt worden benut en onvoldoende voorbereid zijn op de uitdagingen van vandaag en morgen. Hij denkt hierbij aan ruimtegebrek voor nieuwe bedrijvigheid, beperkte verduurzaming en toenemende hittestress die de leefbaarheid en productiviteit aantasten. Er is een duidelijke opgave te zien: Bossche bedrijventerreinen toekomstbestendig maken. Dat vraagt om slimme oplossingen, zoals meerlaagse bouw, groene daken, wateropvang in de openbare ruimte, energiehubs en collectieve laadinfrastructuur. Samenwerking tussen overheid en ondernemers is mogelijk en ook noodzakelijk. Hij nodigt de commissie uit tezamen richting te geven aan modernisering van de bedrijventerreinen en is benieuwd naar de visie van de partijen. Mevrouw Klerks (Volt) dankt de indieners voor deze notitie; hier had voor een groot deel ook haar naam onder kunnen staan. Vergroening en verduurzaming moet bespreekbaar zijn in de gehele gemeente. Mensen die op de bedrijventerreinen werken, vertoeven daar ongeveer een kwart van hun tijd. Er is steeds meer aandacht voor verduurzaming in bewoonde bebouwing maar vergroening van bedrijven en bedrijventerreinen is eveneens cruciaal.
Meer dan 400 hectare van deze gemeente is bedrijventerrein, ongeveer 10% van de bebouwde omgeving. Het klinkt als een gemiste kans als daar niet verduurzaamd wordt, vergroend en geïnnoveerd in energie. Ruimte is schaars dus zij is niet voor uitbreiding van de bedrijventerreinen qua oppervlak. Echter, de bedrijventerreinen kunnen wel anders groeien door bijvoorbeeld stapelen. Bijkomend voordeel daarvan is dat de terreinen geen eenheidsworsten worden van metalen dozen maar gemengde gebieden met een groen hart als motor van de gemeentelijke economie. De heer Romijn (PvdD) lijkt het een goed idee om te stapelen maar wat is de rol van de gemeente hierin? Vergunningverlening of ook het faciliteren van gebouwen? Mevrouw Klerks (Volt) vindt het niet per se een taak van de gemeente om gebouwen te faciliteren maar wel om te faciliteren dat zo’n type gebouw mogelijk is. Dit met een groen en leefbaar karakter. Groen is niet alleen een kostenpost maar evengoed een ondernemerskans. Bedrijventerreinen zijn geen woonwijken maar er is wel groen mogelijk en ook noodzakelijk bijvoorbeeld tegen de hittestress. Met aanpassingen kunnen bedrijventerreinen veel meer regen opvangen dan nu gebeurt. Zon op een groen dak, groene gevels, groene parkeerplaatsen met hyperlaadstations zijn nu al mogelijk. Zij mist in de discussienotitie circulariteit.
Er zijn genoeg bedrijven die vergroenen en verduurzamen bovenaan zetten, zoals de Bossche afvalstoffendienst of bedrijventerrein De Brand. Zij denkt graag mee over initiatieven met de indieners. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) leest over parkeren op het dak; dat is de slechtste vorm van duurzaamheid die je kunt bedenken want de daken zijn er voor de zonnepanelen en als naar boven gereden wordt dan is er veel ruimte en energie nodig om daar te komen. De heer Ploegmakers (CDA) zegt dat hier gedacht kan worden aan parkeerhubs in 11
parkeerblokken in industriegebieden. Daar kijkt de heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) positief tegenaan. De heer Dupuis (SP) zegt dat parkeren op het dak ook op zo’n manier kan dat daarboven weer een dak komt met zonnepanelen. Als bij bestaande bebouwing een parkeergarage moet worden gebouwd dan kost dat veel geld. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) zegt dat een gebouwde parkeervoorziening onder sowieso goedkoper is dan wanneer naar boven moet worden gereden. Buiten zonnepanelen is hij ook voor vergroening van daken in plaats van dat daar auto’s staan. Vergroening van de openbare ruimte kan sowieso beter. Er moet doorgepakt worden. In 2016 is een prachtig plan gepresenteerd om een bedrijventerrein te vergroenen maar dat ligt nog steeds onder in de lade van een wethouder. Dat is zonde want daar schiet niemand iets mee op. Volgens hem moet prioriteit gegeven worden aan het verloederde industrieterrein Ertveld. Heel dat gebied heeft wat hem betreft prioriteit. De heer Kitslaar (Rosmalens Belang) ziet dit als een kans. Een ideaal bedrijventerrein is volgens hem efficiënt, goed bereikbaar en gaat op in de omgeving. Het is een plek vooral bedoeld voor bedrijven om zich daar te vestigen. Bedrijventerreinen zijn vaak gesitueerd naast groengebieden of woonwijken. Hij is voorstander van een inrichting die past bij de omgeving, zoals groene gevels.
Daarbij hoort er een sterke ondernemersvereniging te zijn die optrekt met gemeente en provincie ten aanzien verduurzaming en innovatie. Bij herontwikkeling staat de combinatie van economische vitaliteit en leefbaarheid voorop voor Rosmalens Belang. Het is nu al moeilijk om bedrijven van de noodzakelijke elektra te voorzien maar dit zal met verdergaande elektrificatie nog lastiger worden. De gemeente zal wel perspectief moeten geven op eventuele uitbreidingsmogelijkheden om de bedrijven te behouden. Functies stapelen, parkeren op dak, zonnepanelen, groene daken en energiehubs ontwikkelen kunnen daarbij helpen. Inspirerende voorbeelden zijn Eindhoven Brainport en in Tilburg energiehubs op de bedrijventerreinen. Het is ook goed om te bekijken of de bedrijventerreinen die nu in ontwikkeling zijn, zoals Empel Zuid en De Groote Vliet, toekomstbestendig zijn en of deze voldoen aan het gewenste inrichtingsprincipe. De volgorde zou niet bepaald moeten worden op basis van de omvang van het terrein maar op basis van kansen, haalbaarheid en draagvlak bij de ondernemers. Hij is bereid hier gelden voor beschikbaar te stellen mits dit gebeurt middels cofinanciering met provincie en de ondernemers zelf. Modernisering van de bedrijventerreinen is geen opgaaf van de gemeente alleen.
Bedrijven, overheid en inwoners moeten samen optrekken voor een gezonde economie, een aantrekkelijk werkklimaat en een leefbare omgeving voor iedereen. De heer Romijn (PvdD) zegt dat parkeren op het dak een kostbare zaak is. Gaat de gemeente dat faciliteren of de ondernemers? De heer Kitslaar (Rosmalens Belang) zegt dat het aan de eigenaren van de panden en de ondernemers is om bij de herontwikkeling van de panden het parkeerprobleem mee te nemen. De heer Romijn (PvdD) zegt dat bedrijventerreinen doorgaans erg slecht scoren ten aanzien van hittestress. Het ideale bedrijventerrein is een groene, toekomstbestendige plek waar duurzame ondernemers maatschappelijk verantwoord ondernemen. Zij bieden werkgelegenheid aan mensen uit Den Bosch en omstreken zodat mensen op de fiets of met het OV snel naar hun werk kunnen komen. Waar mogelijk worden functies als wonen, werken en onderwijs gecombineerd, waarmee wordt voorkomen dat bedrijventerreinen ’s avonds en in het weekend veranderen in spookgebieden. Vergroening staat voorop bij de herontwikkeling van bedrijventerreinen. Dit is een kans om ecosystemen te herstellen, hittestress tegen te gaan en de leefbaarheid te verbeteren. Verduurzaming van de energievoorziening is hierbij essentieel en dit moet hand in hand gaan met minder vervuilende bedrijvigheid en een circulaire economie.
Economische vitaliteit mag nooit ten kosten gaan van natuur, milieu en gezondheid. Ruimtewinst is geen doel op zich tenzij het ruimte oplevert voor groen, biodiversiteit en klimaatadaptatie. Ruimte kan gecreëerd worden door vervuilende functies en overbodige bebouwing af te bouwen, meer ruimte voor natuurwaarde en biodiversiteit. De gemeente speelt hierin een sleutelrol en in de ruimtelijke plannen kan de gemeente haar invloed hierop aanwenden. 12
De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) begrijpt dat de PvdD bedrijven wil sluiten. De heer Romijn (PvdD) wil geen bedrijven sluiten of uitkopen. Het gaat erom dat bekeken wordt wat je in je gemeente en specifiek op het bedrijventerrein wilt hebben. Die ondernemingen moeten gefaciliteerd worden. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) vraagt of die bedrijven met een financiële bijdrage gestuurd moeten worden of moeten er bedrijven weggehaald worden? De heer Romijn (PvdD) zegt dat het erom gaat hoe bedrijven worden gelokt die je wel in je gemeente wil hebben. Het is goed te kijken op welk bedrijventerrein vergroening en verduurzaming het meest urgent zijn. Hebben de initiatiefnemers bij het college gepeild wat de plannen zijn? Hij gaat ervan uit dat er ook vanuit de gemeente prioritering plaatsvindt op basis van de gebiedspaspoorten. Hij is zeker bereid hier geld aan uit te geven maar als dat geld uit het Structuurfonds moet komen, waar worden die euro’s dan vervolgens niet aan uitgegeven? Er moeten immers keuzes gemaakt worden. Wat is de rol en verantwoordelijkheid van de gemeente en wat kan van de ondernemers verwacht worden? Het lijkt hem evident dat verduurzaming van de panden en het aanpassen van de bedrijfsinfrastructuur primair een verantwoordelijkheid van de ondernemers zelf is.
De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) ziet en hoort ook de uitdagingen en limieten waar ondernemers op bedrijventerreinen tegenaan lopen dus goed om hierover te spreken. Een bedrijventerrein moet antwoord zijn op de behoefte vanuit het bedrijfsleven zodat deze terreinen bijdragen aan het economisch vestigingsklimaat. Medewerkers en leveranciers moeten er gemakkelijk kunnen komen, er moet makkelijk opgeschaald kunnen worden. Er moet voldoende energie gebruikt kunnen worden uit verschillende bronnen. Bedrijven moeten tegenwoordig ook beter aangeven wat zij doen op het gebied van waste en verduurzaming. Meerlaagse bedrijfsgebouwen, daken benutten voor energie en groen, collectieve energiehubs maar ook de publiek-private samenwerking zijn van belang. Er is een hele rits aan bedrijventerreinen en hij wil weten hoe die erbij liggen. Er zou een goede analyse moeten komen van de huidige status versus wat de behoefte van de bedrijven is zodat bepaald kan worden welke middelen daar tegenover moeten staan. Die middelen moeten vrijgemaakt worden, niet via een extra tax want de gemeente heeft genoeg eigen middelen dus dan moet er maar een andere keuze gemaakt worden. De heer Ploegmakers (CDA) zegt dat juist die tax ertoe bijdraagt dat er middelen komen voor die bedrijventerreinen om te investeren in duurzaamheid. Dat was de oproep van VNO-NCW.
De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) zegt dat de lokale overheid goed naar zijn eigen rol moet kijken en naar waar de samenwerking met ondernemers wordt gezocht. Potjes creëren is iets dat veel onvrede bij de participanten veroorzaakt, dat niet wordt gevoeld als dat zij daar iets voor terugzien. Er worden al genoeg landelijke en lokale lasten geheven om voor een basis omgeving te kunnen zorgen die ook voor morgen klaar is. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) zegt dat er nu gesproken wordt over een nieuw ondernemersfonds voor de gehele gemeente. Dat is volgens hem een sigaar uit eigen doos want de inwoners gaan eraan meebetalen. Als er een extra heffing wordt gedaan op een bedrijf dan wordt dat doorberekend aan de klanten. Deelt de heer Kagie die mening? Ja, zegt de heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch), want elke last die bij een ondernemer wordt neergelegd, wordt vroeg of laat aan de consument doorberekend. De heer Scholten (GroenLinks) spreekt mede namens de PvdA. Er komen verschillende aspecten in de notitie naar voren die hij heel interessant vindt om invulling aan te geven, vooral de punten ten aanzien van zonnepanelen, energiehubs en duurzame mobiliteit. Daarnaast ziet hij kansen om planmatig ruimte te bieden voor het verhogen van de bedrijventerreinen teneinde meer ruimte te maken. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) leest in de notitie dat de daken niet voor 13
zonnepanelen benut moeten worden. De heer Scholten (GroenLinks) heeft dat misschien anders gelezen maar dat staat er volgens hem wel in. Hij ziet het liefst zo min mogelijk verkeer vanaf de bedrijventerreinen in de woonomgeving terugkomen. Een goede ontsluiting is van belang voor de leefbaarheid. De bedrijventerreinen moeten ook via OV en fiets goed bereikbaar te zijn. Dat kan ook impact hebben op het aantal parkeerplaatsen. Hoe minder parkeerplaatsen, hoe minder asfalt en hoe meer ruimte voor groen. De omgeving van bedrijventerreinen zou daarmee beter om kunnen gaan met wateropname, CO2 en hittestress. Het zijn ook plekken waar mensen in de pauze buiten lopen. Ten aanzien van de tweede vraag denkt hij dat de genoemde thema’s elkaar niet hoeven te bijten of geprioriteerd hoeven te worden. Hij is niet direct bereid om extra gelden vanuit de gemeentebegroting beschikbaar te stellen. Als er kansen zijn om financiering van andere overheden te krijgen dan zouden die benut kunnen worden. Hij ziet meer heil in het optuigen van een ondernemersfonds. Samen met de ondernemers kan bekeken worden op welke manier de terreinen aantrekkelijk gemaakt kunnen worden. Hij overweegt een motie om dit te onderzoeken. Hij hoopt dat VVD en CDA hieraan mee willen doen.
De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) meent dat het doorbelasten aan een ondernemersfonds altijd ten koste gaat van de burger want de kostprijs per product wordt hoger. De heer Scholten (GroenLinks) deelt die mening niet. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) vraagt hoe de ondernemer anders aan het geld moet komen om het ondernemersfonds te steunen. De heer Scholten (GroenLinks) zegt dat een ondernemer over het algemeen voldoende geld verdient om hieraan mee te kunnen doen. Verhoging van de ozb met een klein percentage zou hopelijk niets voor het bedrijf betekenen want dan zou het al in economische tegenspoed zitten. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) verwijst naar het bestuursakkoord: de ozb zou slechts eenmalig verhoogd worden en dat is gebeurd met 16%. De heer Scholten (GroenLinks) stelt voor om te onderzoeken of er iets met een ondernemersfonds en de ozb gedaan kan worden. De heer Dupuis (SP) ziet bij een winkelcentrum ook dat ondernemers aldaar met elkaar zaken regelen. Zou zo’n oplossing niet ook ideaal zijn voor een bedrijventerrein in plaats van het instellen van een fonds via de gemeente? De heer Scholten (GroenLinks) zegt dat een ondernemersfonds niet primair een fonds van de gemeente is, het wordt alleen verzorgd door de gemeente. Juist door het zo te organiseren, wordt eraan bijgedragen dat iedereen de lasten van het verbeteren van de omgeving meedraagt.
Op sommige plekken wordt dit al door kleinere clubs georganiseerd en dat zou stadsbreed ook kunnen. De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) merkt op dat GroenLinks bagatelliseert wat een stijging van de ozb voor impact heeft op de balans van de ondernemer. Is GroenLinks zich ervan bewust dat alles op het moment duurder wordt? Hij noemt grondstoffen en personeel. Als de lokale lasten ook nog stijgen dan kan dat het laatste duwtje zijn. De heer Scholten (GroenLinks) zou ook daarvan graag de impact onderzocht zien maar hij verwacht dat dit niet een laatste duwtje zal zijn. De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) merkt op dat juist ook tegen de ondernemers gezegd kan worden dat ze worden uitgedaagd om na te gaan wat er nodig is en welke impact en effort zij kunnen maken. Hij wil frustratie bij de ondernemers voorkomen dat ergens een plan is aangedragen bij de gemeente waar zij niets van terugzien. De heer Scholten (GroenLinks) zegt dat het mooie van een ondernemersfonds is dat iedereen 14
een aanvraag kan doen en dat dat bestuur bekijkt of die aanvraag gehonoreerd kan worden of niet. De ondernemers willen dit ook zelf. De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) zegt dat het model dat GroenLinks en PvdA voorleggen, betekent dat als een bedrijf een aanvraag doet een ander bedrijf aan de andere kant van de gemeente niet ziet welke investering er is geweest. Dat kan draagvlak ondermijnend zijn. De heer Scholten (GroenLinks) kan zich daar iets bij voorstellen. Het bestuur zal dus goed moeten beoordelen of op een goede manier geïnvesteerd wordt en dat alle ondernemers daar uiteindelijk iets voor terugzien. De heer Van Griensven (PVV) vindt het allereerst heel belangrijk om in gesprek te gaan met de ondernemers om te bezien welke mogelijkheden zij zien in plaats van vooraf alles voor hen in te vullen. Eventuele vergroening moet goed onderhouden worden om verloedering tegen te gaan. Het ideale bedrijventerrein is praktisch en ondernemersvriendelijk, heeft ruime parkeergelegenheden, een uitstekende bereikbaarheid voor de auto en weinig bureaucratie. Geen dure fratsen, klimaatmaatregelen die banen kosten. Focus op economische groei, innovatie en samenwerking waar ondernemers actief en vooraf bij betrokken worden. Efficiënt ruimtegebruik en de focus op meer banen moet prevaleren boven de nodeloze geldverspillende inzet op verduurzamen.
Vergroenen en verduurzamen moet geen doel op zich zijn. Er zou hoogstens ingezet moeten worden op goede isolatie die een financiële besparing voor de ondernemers teweegbrengt en eventueel goede opvang en afvoer van water bij overlast. Een pilot bij de Rietvelden is een mogelijkheid. Het vooraf betrekken van ondernemers is voor hem heel belangrijk. Hij is bereid extra gelden beschikbaar te stellen voor de herstructurering en efficiënt ruimtegebruik, niet voor zonnepanelen of energiehubs. Mevrouw Van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) vindt dat het ideale bedrijventerrein goed bereikbaar moet zijn, efficiënt en veilig. Zij zijn immers de motor van de lokale economie. Het allerbelangrijkste vindt zij ruimtewinst. Er is een schaarste in ruimte in de stad. Als je groei mogelijk wilt maken dan moet er slim omgegaan worden met de ruimte die er is. Dat betekent ruimte creëren, vergroenen en verduurzamen. Bedrijven zelf kiezen steeds vaker voor zon op dak, circulair bouwen en efficiënter gebruik van de bestaande kavels. Veel ondernemers zetten deze stappen al uit eigen initiatief ook omdat dat vaak economisch slim is. Het is niet de taak van de gemeente om te financieren. Zij pleit ervoor dat Den Bosch inzet op heldere kaders, soepele vergunningen en actieve samenwerking met ondernemers.
Mevrouw Van de Leemput (Bosch Belang) zegt dat het ideale bedrijventerrein volgens haar functioneel, duurzaam en toekomstbestendig is. Het moet goed bereikbaar zijn met de auto, fiets en OV. Slim ruimtegebruik door verdichting en herontwikkeling van bestaande panden, duurzame energievoorziening, basisvoorziening met een nette uitstraling als dat niet ten koste gaat van het budget van de inwoners. Economische vitaliteit staat voorop. Bedrijven moeten hier kunnen blijven. Verduurzaming en vergroening zijn belangrijk maar altijd in balans met economische haalbaarheid en betaalbaarheid. Ruimte creëren kan door leegstaande panden te transformeren en het combineren van functies. Het is goed te leren van andere steden inzake energiehubs en circulaire terreinen. De gemeente zou een regierol kunnen pakken en ondernemers faciliteren zonder die lasten door te berekenen aan de inwoners. De Rietvelden heeft de grootste prioriteit om te worden aangepakt gelet op de oude panden, bereikbaarheid en duurzaamheid. Daarin investeren kan snel effect hebben op de economie van de stad. Zij is bereid hier extra gelden voor in te zetten maar niet ten koste van de inwoners. Zij wil inzetten op cofinanciering met provincie en rijk. Het Structuurfonds kan deels ingezet worden mits dit leidt tot een aantoonbare economische meerwaarde.
Bedrijven en vastgoedeigenaren dragen zelf ook een belangrijke verantwoordelijkheid. Zij verwacht dat ook zij willen investeren. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) vraagt of leegstaande panden transformeren een gemeentelijke taak is. Mevrouw Van de Leemput (Bosch Belang) vindt het belangrijk dat de gemeente faciliteert, coördineert en afstemt. Op de Rietvelden staan veel lege panden en er zijn veel bedrijven op zoek naar panden. 15
De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) zegt dat de gemeente geen eigenaar is van die panden. Hoe zou een eigenaar van zo’n pand verleid moeten worden om dat te doen? Mevrouw Van de Leemput (Bosch Belang) zegt dat het niet haar taak is die eigenaren daartoe te verleiden. De gemeente zou met hen in gesprek kunnen gaan en de regierol kunnen pakken. Mevrouw Claessen (De Bossche Groenen) is positief verrast door deze notitie. Het is goed dat verduurzaming en vergroening inmiddels ook bij CDA en VVD op de agenda staan. Het ideale bedrijventerrein is een terrein dat goed is voor mens, natuur en economie. Het moet goed bereikbaar zijn met het OV. Economische vitaliteit is belangrijk maar alleen als dat samengaat met vergroening. Speciale aandacht vraagt zij voor het OV. Lightrail kan hiervoor een optie zijn. Veel industrieterreinen zijn op dit moment onmogelijk te bereiken met OV. Het is goed te kijken naar alternatieven voor de auto en niet alleen naar meer parkeerplekken. Ruimte kan gecreëerd worden door de bestaande regels van de gebiedspaspoorten toe te passen en waar nodig te versterken, en door heldere, meetbare doelen te stellen. De Rietvelden zijn al genoemd en daar lopen ook al pilots, dus dat terrein zou als eerste in aanmerking kunnen komen evenals het terrein in de Brede Binnenstad.