CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-06-16 Commissie Bedrijvigheid concept

Commissie BEDRIJVIGHEID 25 augustus 2025, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Vaststellen van het verslagen van de commissie Bedrijvigheid van 16 en 18 juni 202514.431 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

erover communiceert. Mevrouw Klerks (Volt) denkt dat het goed is hier in de commissie debat over te voeren. De heer Verbruggen (D66) wil het in de juiste volgordelijkheid doen. Volgens mevrouw Klerks (Volt) kan het sneller en concreter. De makkelijkste manier is door te starten met actief communiceren. Er hoeven dan nog geen plannen tot uitvoer gebracht te worden. Zij overweegt een motie hierover in te dienen. Mobiliteit en internationaal beleid als leidraad: dit voorstel sluit alle mobiliteitsvraagstukken met betrekking tot duurzaamheid en CO 2reductie uit, in afwachting van of nationaal en internationaal beleid wel of niet wordt doorgevoerd. De gemeente heeft ook te maken met eigen beleidsstukken en plannen. De KIA kijkt strikt genomen niet naar de invloeden. De heer Ploegmakers (CDA) zegt dat mevrouw Klerks wijst naar landelijke en Europese wetgeving wat betreft de uitstoot van fossiele brandstof van de auto’s. Aan de andere kant zijn er ook marktontwikkelingen die hier ook onderdeel van uitmaken. Die hebben toch ook invloed? Mevrouw Klerks (Volt) vindt dat ook heel belangrijk. Het beleid kan elkaar echter ook tegenwerken. Zij verwijst naar het Schone Lucht Akkoord. Daarin komen zaken naar voren over bijvoorbeeld de reductie over uitstoot en de afspraken daarover.

Als de gemeente bepaald beleid gaat uitstellen dan kan dat in het geding komen met het eigen Schone Lucht Akkoord. Er kan nu dus niet worden gezegd dat het uitgesteld wordt. De vraag is waar het beleid roept om versnelling. De heer Ploegmakers (CDA) vraagt of mevrouw Klerks straks tegen inwoners gaat zeggen: u mag niet meer in een auto op fossiele brandstof rijden dus doe de auto maar de deur uit. Mevrouw Klerks (Volt) vindt dat een erg harde stelling. Zij vindt dat niet nu al uitgesloten moet worden dat de zero-emissiezones wel of niet uitgebreid moeten worden. Die discussie moet constant gevoerd blijven worden en daarbij moet alles meegenomen worden. Bij de beslissing moeten de inwoners juist meegenomen worden. Als nu gezegd wordt dat dit pas in 2035 gedaan zal worden dan wordt nu eigenlijk al een deur dicht gegooid. De heer Verbruggen (D66) zegt dat mevrouw Klerks spreekt over het uitstellen tot 2035 maar hij leest het anders: in 2035 wordt dit gehalveerd. De gesprekken zullen daar zeker over aangegaan worden. Hij leest het heel anders. Mevrouw Klerks (Volt) verwijst naar de bijlage van het raadsvoorstel. De uitbreiding van de zero-emissiezone wordt uitgesteld tot uiterlijk 2035, staat daarin te lezen. Die passage zou eruit gehaald moeten worden. De heer Verbruggen (D66) hoorde mevrouw Klerks spreken over botsende regelgeving.

Als Den Bosch andere regels gaat toepassen zoals het uitsluiten van auto’s op fossiele brandstoffen dan botst dat met de vrijheden die de nationale en Europese wetgeving geven. Mevrouw Klerks (Volt) zegt niets meer of minder dan dat niet nu al uitgesloten moet worden dat dat gesprek niet aangegaan wordt. Bij nieuwe wijken zou prima aan de voorkant gezegd kunnen worden: hier komen alleen elektrische auto’s, zodat mensen die zich daar gaan vestigen dat ook weten. De heer Verbruggen (D66) leest in het besluit bij punt 7 dat dat gesprek aangegaan zal worden. Dat wordt niet uitgesteld. Mevrouw Klerks (Volt) verwijst naar punt 8: besluitvorming over het al dan niet uitbreiden van de zero-emissiezone uitstellen tot uiterlijk 2035. De heer Bos (GroenLinks) zegt dat met elkaar besproken moet worden wanneer zo’n gesprek er zou kunnen komen. Voor 2035 zal daar een besluit over genomen worden.

16

Mevrouw Klerks (Volt) vindt de huidige formulering niet duidelijk dus daar staat zij niet achter. Technisch gezien zou het inderdaad ook daarvoor kunnen maar zij is niet gelukkig met de formulering. De heer Bos (GroenLinks) vraagt of mevrouw Klerks nu al een moment wil bepalen wanneer dat ingevoerd gaat worden, wetende dat er nog veel verandering aankomt ook in nationale en Europese regelgeving. Mevrouw Klerks (Volt) ziet het liefst dat hier al actief naar gekeken wordt en er een voorschot op wordt genomen. Op elk opportuun moment zou dit ter sprake moeten komen. Zij leest het zo dat dit in principe uitgesteld wordt tot 2035; dat kan beter verwoord worden. Hoe wordt ervoor gezorgd dat ambities, doelen en beleid op elkaar afgestemd blijven? Een besluit tot uitstel van het ene akkoord kan leiden tot het niet halen van het andere akkoord. De KIA gaat over waar de gemeente wel invloed op heeft en die invloed wordt buiten de gemeente gelegd zodat de gemeente nog minder knoppen heeft om aan te draaien. Mevrouw De Groot (VVD) meent dat Volt toch ook voorstander is van bewonersparticipatie en zorgvuldige communicatie. Is mevrouw Klerks het met haar eens dat een langere aanloop naar besluitvorming er juist voor zorgt dat dit besluit zorgvuldig wordt voorbereid? En de bewoners daarin meegenomen worden? Mevrouw Klerks (Volt) zegt dat dat ook exact is wat zij wil.

Zij zegt niet dat zij morgen op stel en sprong alleen elektrisch vervoer wil. De bewoners moeten participeren en over de zeroemissiezone die er nu is, is de bewonersparticipatie ondermaats. Daar zijn lessen te leren. Door nu al te zeggen dat dat mogelijk wordt uitgesteld tot 2035 blijft de communicatie met de buurt niet open. Die moet elk jaar actief openblijven. Mevrouw De Groot (VVD) meent dat dat juist voor veel verwarring en onduidelijkheid kan zorgen als bewoners elk jaar wordt verteld: we gaan het er nog eens over hebben met elkaar en misschien bent u volgend jaar wel aan de beurt. Mevrouw Klerks (Volt) zegt dat als dat opportuun is dat zeker besproken moet worden. Of dat elk jaar is of niet, dat kan verschillen. De heer Kieft (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) vraagt wat mevrouw Klerks onder een opportuun moment verstaat. Mevrouw Klerks (Volt) zegt dat dat het moment is dat je in gesprek gaat met een buurt over leefbaarheid, vergroening en duurzaamheidsinitiatieven. Zij wil de tijdlijnen zo snel mogelijk helder hebben. Als over de BUP’s wordt gesproken, kan dit aan de orde komen. Tot slot het toerekenen van CO2-winst op de CO2-reductieopgave. Realiteit is dat het voor een deel van de gemeente lastig zal worden de doelstellingen te gaan halen in 2045 of 2050. Zij ziet ook het risico om dan maar weer meer opwek te realiseren.

Dat druist in tegen het principe: besparen voor opwek wat dit college ook aanhangt. Hier heeft zij geen helder antwoord op. Verrekenen is als sluitstuk een optie maar zij is tegen het actief sturen wat kan leiden tot veel meer windmolens. De heer Peters (PvdA) heeft al uitgesproken voor de KIA te zijn en hij onderstreept de noodzaak ervan. Hij is enthousiast over de koplopersrol die de gemeente op zich neemt: zo snel mogelijk de wijken van het gas af krijgen door de aanwijsbevoegdheid in te zetten. Met collectieve warmtenetten in publieke handen wordt ervoor gezorgd dat de woningen betaalbaar verwarmd worden zonder de aarde op te warmen. Ook staat hij achter strenge handhaving op de besparingsplicht voor de bedrijven. Hij vraagt extra aandacht voor verduurzaming van particuliere huurwoningen. Vanaf 2029 geldt een verhuurverbod voor woningen met een E-, Fof G-label; hoe zorgt het college ervoor dat die woningen op korte termijn verduurzaamd worden? De heer Van Hasselt (SP) deelt het betoog over collectieve warmte. De andere 70% van de warmte moet worden opgewekt met elektrische oplossingen. Hoe denkt de PvdA daarover? En is het haalbaar om dat nog voor 2045 te doen? 17

De heer Peters (PvdA) zegt dat een aantal buurten op het warmtenet kunnen en hij hoopt ook nog op nieuwe technieken. Er moet inderdaad op tijd bekend zijn welke buurten extra elektriciteit nodig hebben zodat zij zich daarop proactief kunnen voorbereiden. De heer Van Hasselt (SP) begrijpt dat de heer Peters met de raad wil meedenken over meer creatieve oplossingen. De heer Peters (PvdA) zegt dat er inderdaad per wijk en buurt bekeken moet worden wat mogelijk is. Hij begrijpt het dat de ontwikkelingen op het gebied van duurzame elektriciteit even afgewacht worden voordat hier verdere stappen in genomen worden. Het lijkt hem wel goed om richting 2035 al na te denken over de randvoorwaarden voor uitbreiding van de zero-emissiezone. Het is van belang dat ook de lage inkomens hierin mee kunnen en zij waar nodig ondersteund worden. De heer Romijn (PvdD) vraagt hoelang ertussen zit, tussen het besluit om zero-emissie te gaan uitbreiden en dat daadwerkelijk de borden in de straat staan. De heer Peters (PvdA) zegt dat er duidelijkheid gegeven moet worden en mensen moeten de gelegenheid krijgen over te stappen naar duurzaam vervoer. Hoe eerder die zero-emissiezone uitgebreid wordt hoe minder ontwikkelingen er zijn geweest en hoe duurder het ook zal zijn om ervoor te zorgen dat iedereen daarin mee kan. Ook dat gesprek moet richting 2035 gevoerd worden.

De heer Romijn (PvdD) verwijst naar de scenario’s, waarin de termijn tussen beslissen en invoeren van een zero-emissie beleid een periode van tien jaar beslaat. Dat is een significante periode die de burgers kunnen gebruiken om na te denken over verduurzaming van hun eigen mobiliteit. Als uitgegaan wordt van een periode van tien jaar dan is uitstellen tot 2035 voor het nemen van de beslissing best lang. Dan gebeurt er dus mogelijk op zijn vroegst iets in 2045. De heer Peters (PvdA) zegt dat in het raadsvoorstel staat "uiterlijk 2035" dus de komende tijd moet goed benut worden om na te denken over de randvoorwaarden om die stap te zetten. Als daar duidelijkheid over is, kan gekeken worden naar de termijn waarop de zero-emissiezone uitgebreid kan worden. Belangrijkste voorwaarde voor de energietransitie is dat iedereen ervan meeprofiteert, juist ook inwoners met een smalle beurs die hierdoor meer geld overhouden in de portemonnee. De heer Romijn (PvdD) vraagt of de heer Peters het met hem eens is dat ook gekeken moet worden naar wat de klimaatimpact wereldwijd is. Het water staat mensen nu al aan de lippen, mensen zien hun oogst verbranden. Zijn we het niet aan die mensen verplicht om snel stappen te nemen? Dat is zeker zo, aldus de heer Peters (PvdA), maar die ambitie staat ook in de KIA. Hij proeft een breed draagvlak voor die ambitie en de stappen die gezet gaan worden.

Als de gemeente hier draagvlak voor wil behouden dan zal iedereen daarin meegenomen worden. Geen woorden maar daden, dat wil hij de komende tijd zien. De KIA is een mooie voorzet om het voor de huidige en toekomstige inwoners een stukje groener, betaalbaarder en schoner te maken. De heer Van Hasselt (SP) blijft de ambitie delen om in 2045 CO2-neutraal te zijn maar toch heeft hij twijfels over de haalbaarheid van sommige onderdelen van dit plan. Met de elektrificatie van het warmtenet loopt de gemeente wel erg vooruit op de mogelijkheden op technisch gebied. Er kan altijd een tegenvaller komen en daar moet rekening mee gehouden worden. Er moet voorzichtig omgegaan worden met het uitbreiden van de zero-emissiezone en daarom is het belangrijk dat onderzocht blijft worden waar extra wijken collectief op het warmtenet aangesloten kunnen worden want 70% all electric brengt risico’s met zich mee. Het plan moet zoveel mogelijk dichtgetimmerd worden met zoveel mogelijk collectieve warmte zodat voorkomen wordt dat er over tien jaar een vraagstuk voorligt waarbij de gemeente in één keer moet ingrijpen. 18

De heer Ploegmakers (CDA) is blij met hetgeen voorligt. De gemeente kan geen ijzer met handen breken en moet het realisme op termijn niet verliezen. Er zijn allerlei omstandigheden van buitenaf die de gemeente niet kan oplossen. De netcongestie bijvoorbeeld, daarover staat in het landelijke plan een termijn van acht tot twaalf jaar voordat een stap gezet is. Er al worden gemonitord en dat moet ook kritisch gedaan blijven worden. De invloeden die buiten de gemeente plaatsvinden, mogen niet uit het oog verloren worden. De heer Romijn (PvdD) begrijpt dat het CDA het doel prima vindt maar het moet wel realistisch en haalbaar blijven. Als van tevoren gezegd wordt: misschien halen we het niet maar dat is dan ook wel oké, dan is dat niet wenselijk. De heer Ploegmakers (CDA) kijkt hier absoluut niet naar op die manier. Hij ziet ook andere terreinen waar nog veel winst te behalen is. Hij ziet meer knoppen waaraan gedraaid kan worden. Met de VVD komt hij in augustus met een discussienotitie over de bedrijfsterreinen, daar is nog veel winst te halen. Hij dankt de wethouder voor het resultaat dat nu voorligt. De heer Van Griensven (PVV) vindt de KIA onbetrouwbaar voor de inwoners, zeker voor de inwoners met een smalle beurs. De kosten van € 56 miljoen zullen vooral met belastinggeld binnengehaald moeten worden.

Er moet ingezet worden op besparen door isolatie zodat er minder verspild wordt. Ondertussen kan de gemeente inzetten op SMR-regulation; daar is veel meer mee te behalen. De heer Peters (PvdA) hoort de PVV zeggen dat de KIA voor de inwoners onbetaalbaar is. Als de gemeente niets doet, wordt het pas echt onbetaalbaar gelet op de stijgende gasprijzen. Hij wijst in dit verband ook op de energiecrisis van enkele jaren geleden. De heer Van Griensven (PVV) zegt dat het kabinet toentertijd weigerde om Russisch gas af te nemen en daarom zijn de prijzen toen zo gestegen. Het werd toen uit India gehaald, welk land het weer van Rusland kreeg; dan moet je inderdaad meer gaan betalen. De heer Peters (PvdA) vraagt of de heer Van Griensven ervoor is dat het voor verwarming van de woningen en de energierekeningen dus prima is om afhankelijk te zijn van Rusland of het Midden-Oosten. Daar hoeft de gemeente niet afhankelijk van te zijn volgens de heer Van Griensven (PVV) want er zijn ook andere manieren om gas binnen te halen. De hoogste kosten van gas en elektriciteit zijn overigens de heffingen die geheven worden. Die worden steeds hoger omdat er steeds meer wordt gedaan op klimaatgebied. Dat is de reden waarom Nederlanders gigantisch veel voor energie betalen en dat zou moeten stoppen.

De heer Peters (PvdA) zegt dat de reactie vaak is: duurzaamheid is onzin, we moeten overstappen op kernenergie. Voor het verwarmen van woningen is dat geen optie en daarnaast blijkt ook uit onderzoeken dat kernenergie twee tot vier keer zo duur is als zonne-energie en windenergie. Is de PVV tegen alles wat duurzaam is en neemt daarbij voor lief dat de energierekening voor de inwoners flink zal stijgen de komende jaren? De heer Van Griensven (PVV) zegt dat de bouw van een kerncentrale veel geld kost maar het winnen van vooral thorium is veel goedkoper want dat is op het strand te vinden. Een handvol levert genoeg energie voor een heel mensenleven dus daar zou op ingezet moeten worden door Nederland en dat zou de toekomst moeten zijn. De heer Bos (GroenLinks) zegt dat de gemeente aan het begin staat van een grote verandering: de overstap naar een gezonde en duurzame leefomgeving. Uit eerdergenoemd rapport blijkt dat de gemeente nog veel werk te doen heeft. Eerder pakte de gemeente slechts een paar buurten aan, nu gaat de gemeente aan de slag met ongeveer twintig buurten met het uitvoeringsplan. De bedoeling is dat in 2035 in alle buurten aan het werk te zijn, met gebruikmaking van de aanwijsbevoegdheid. Dat is ambitieus maar ook nodig. Niet overal zijn dezelfde mogelijkheden. Hoe langer de gemeente wacht, hoe duurder het wordt voor de inwoners.

De verwachting is namelijk dat de gasprijzen alleen maar verder zullen stijgen. Door 19

nu door te pakken, beschermt de gemeente ook de portemonnee van de inwoners. Hij staat achter de keuze om de bebouwde omgeving van het gas af te halen. De heer Van Hasselt (SP) vraagt of GroenLinks het met hem eens is dat de stijgende gasprijzen vooral veroorzaakt worden door gasspeculatie van private partijen die de gasvoorraden hebben opgekocht. De heer Bos (GroenLinks) wil het graag bij Den Bosch houden. Den Bosch moet tot uitvoering overgaan om de bebouwde omgeving aardgasvrij te maken. Er moet vooral gekeken worden naar wat de gemeente zelf kan doen. De heer Van Hasselt (SP) vraagt of GroenLinks niet ook het risico ziet dat later extra maatregelen moeten worden genomen omdat er op dit moment voor die 70% all-electricwijken nog geen uitgewerkt plan is. De heer Bos (GroenLinks) zegt dat een eerste verkenning heeft uitgewezen dat andere mogelijkheden zeer beperkt waren dus er moet ook voor een aantal wijken naar een allelectricoplossing gezocht worden. De mensen moeten daarin ondersteund worden. De heer Van Hasselt (SP) vraagt of GroenLinks ook naar de opwek van groene warmte wil kijken als het gaat om een collectief warmtenet in plaats van alleen bestaande bronnen aanboren. De heer Bos (GroenLinks) is daar zeker toe bereid. Er moet wel goed gekeken worden of die bronnen inderdaad duurzaam zijn.

Mevrouw Klerks (Volt) vraagt of de gemeente voldoende doet in de communicatie naar alle buurten. De heer Bos (GroenLinks) zegt dat dat een essentieel onderdeel is als daadwerkelijk overgegaan wordt op de uitvoering. Er ligt nu een visiestuk voor waar in november 2024 een voordiscussie over is gehouden en de meningen liepen toen ver uiteen. Er is nu meer draagvlak voor voorliggend stuk en dat moet vastgehouden worden. Hij vindt het jammer dat er nog geen harde keuze wordt gemaakt voor uitstootvrije leefomgeving bijvoorbeeld op het gebied van verkeer. Hij had liever meer ambitie gezien. Soms is het onvermijdelijk beslissingen te nemen die het draagvlak versterken. Gelukkig is te zien dat de ontwikkeling van elektrische auto’s in de richting van de gemeente beweegt. Als de gemeente in 2035 klimaatneutraal wil zijn dan moet er voor 2035 duidelijkheid komen over de zeroemissiezone. De raad heeft eerder op initiatief van D66 en GroenLinks een motie aangenomen hierover. Daarin is afgesproken dat niet tot het laatste moment wordt gewacht met een keuze. Monitoring is de ruggengraat van het beleid. Hij is blij met een jaarlijkse voortgangsrapportage; zo kan tijdig bijgestuurd worden als dat nodig is. Klimaatbeleid is namelijk niet vanzelfsprekend. Als een gemeente te weinig doet, kunnen er zelfs juridische stappen volgen.

Door goed te volgen waar we staan, houden we de regie goed in eigen hand. De heer Romijn (PvdD) vraagt wat GroenLinks aan eisen stelt voor de monitoring. Is dat aan het eind van een jaar een lijstje met jammer, of wordt er echt actief jaren vooruitgekeken? De heer Bos (GroenLinks) zegt dat monitoring is gericht op wat we uiteindelijk willen gaan bereiken. Welke stappen worden nu gezet, wat is daarvan het effect en waar wordt naartoe gegaan. De heer Romijn (PvdD) vraagt of GroenLinks voor de rest nog knoppen ziet waaraan gedraaid kan worden. Wat als na monitoring blijkt dat de gemeente wat achterloopt, wat wordt daar dan aan gedaan? De heer Bos (GroenLinks) denkt dat de gemeente nu een analyse heeft over aan welke knoppen gedraaid kan worden. Dan zullen er extra maatregelen genomen moeten worden om de ambitie van 2045 te halen; daar moet naartoe gewerkt worden. Op basis van dit stuk kan hij niet zeggen welke maatregelen er over vijf of tien jaar genomen moeten worden. 20

Deze KIA laat zien dat de gemeente niet kan wachten maar ook dat de gemeente grip kan houden op de grote opgaven. Door samen te werken, keuzes te maken en goed te blijven monitoren kan gezorgd worden voor een eerlijke en toekomstbestendige transitie. Reactie college Wethouder Van der Geld meent dat partijen niet veel van elkaar af staan op het gebied van de zero-emissiezone, natuurlijk wel over het moment waarop die ingevoerd moet worden. Het belangrijkste is dat partijen het eens zijn dat die discussie wel gevoerd moet worden. Het is goed in de volgende bestuursperiode zorgvuldig discussie te voeren over de randvoorwaarden en uitgangspunten ervan. Het proces van het aardgasvrij maken van wijken duurt vele malen langer. Daarom is in de KIA dus ook de keuze gemaakt om nu al in te zetten op die aardgasvrije wijken. De heer Romijn (PvdD) zei zojuist dat het ongeveer tien jaar duurt tussen een besluit tot toepassen van de zero-emissie en het daadwerkelijk uitrollen ervan. Deelt de wethouder die inschattingstermijn? Wethouder Van der Geld deelt die inschattingstermijn niet want dat ligt aan de manier waarop het ingevoerd wordt, die is bepalend voor de termijn. De discussie moet met elkaar gevoerd worden. Eerst moet dat gesprek gevoerd worden en vervolgens kan gekeken worden naar een raadzame termijn. Het moet in de juiste volgorde besproken worden.

Niet nu al over de termijn spreken terwijl de randvoorwaarden en uitgangspunten nog niet bepaald zijn. De heer Romijn (PvdD) had de verwachting dat dat plan deel zou uitmaken van de KIA maar het college heeft ervoor gekozen dat aan de volgende coalitie over te laten. Eerder was dit wel een belangrijk middel. Wethouder Van der Geld zegt dat dat een knop was die het college objectief in beeld heeft gebracht. De commissie was heel duidelijk. Twaalf fracties zeiden toen: niet zo snel. Eerst dus de uitgangspunten bepalen en daarna over het jaartal van invoeren spreken. Draagvlak en zorgvuldigheid richting inwoners vindt de raad belangrijk. De data zullen niet zo ver uit elkaar liggen als nu wordt verondersteld. De motie over te veel opgewekte energie: op 17 januari jl. heeft hij een brief over de toezegging gestuurd en die ging over de opties hoe om te gaan met opslag. Hij wist niet beter dan dat dat op die manier was afgehandeld. De heer Peters (PvdA) zegt dat de wethouder toen inderdaad een aantal mogelijkheden heeft opgesomd maar dit komt niet terug in het KIA-verhaal. Dit wil hij opnieuw onder de aandacht brengen. Wethouder Van der Geld zegt dat opslag altijd een optie kan zijn om de warmtetransitie te gaan implementeren in een wijk. Buurtbatterijen zijn in opkomst, individuele batterijen worden efficiënter, dus die ontwikkeling is gaande.

Dit is hier niet terug te zien omdat het geen onderdeel uitmaakt van opwek, duurzame mobiliteit of aardgasvrij maken. Het maakt wel degelijk deel uit van de latere uitvoeringsplannen. De heer Pennings (gewoon ge-DREVEN) vraagt of de wethouder het met hem eens is dat te veel opgewekte energie die normaal verspild wordt nu gebruikt kan worden waardoor minder nodig is om uiteindelijk de CO2-doelen te halen. Wethouder Van der Geld zegt dat dat inderdaad opgaat als je energie dat je te veel opwekt, opslaat en op een ander moment gebruikt. Technisch zit dit nog in een overbruggingsperiode. In de zomer wordt veel energie opgewekt maar de techniek is nog niet zo dat die energie kan worden opgeslagen om bijvoorbeeld in de winter te gebruiken. De batterijen kunnen een week overbruggen maar niet een heel seizoen. De heer Pennings (gewoon ge-DREVEN) zegt dat je met thuisbatterijen ’s nachts de energie kunt gebruiken voor overdag. Dat is al een winsituatie. De overschotten van een windmolenpark zouden omgezet kunnen worden in waterstof en die kunnen als alternatief gebruikt worden voor aardgas in andere wijken. Er zijn best mogelijkheden. 21

Wethouder Van der Geld zegt dat batterijen in de meeste gevallen een oplossing kunnen zijn voor netcongestie. Bij een grote energieproductie als in de Duurzame Polder kan in de toekomst aan opslag gedacht worden. Spelen en inspelen op netcongestie zal steeds aantrekkelijker worden en waterstof kan daarbij in beeld komen. Ten aanzien van de tijdslijnen zegt hij dat die discussie thuishoort in het Warmteprogramma straks in 2026, niet in de KIA. Telkens als het college met een nieuw stuk naar de raad komt over de warmtetransitie is het steeds concreter en vollediger. Het college leert steeds bij. Mevrouw Klerks (Volt) vraagt of dit betekent dat de buurten tot het bespreken van die notitie nog niet gecommuniceerd krijgen wat zij voor warmteoplossing krijgen. Wethouder Van der Geld zegt dat het college niet alleen plannen maakt voor warmtenetbuurten maar ook voor buurten die all electric zijn. Die buurten hoeven niet te wachten tot eind 2026. Het college blijft voortdurend in gesprek met buurten en wijken over ontwikkelingen en buurtinitiatieven. Hij kan geen warmtebronnen toveren, dat is een grote zoektocht. Op dit moment zet het college in op de gebouwde omgeving en een stuk duurzame mobiliteit. Duurzame opwek kan in beeld komen naarmate je uit beeld raakt met de gebouwde omgeving en duurzame mobiliteit.

Als de raad ervoor kiest al die andere maatregelen niet te willen dan zal uitgeweken moeten worden. De prioriteit is nu dus niet opwek. De heer Romijn (PvdD) vraagt of er nu dekking is voor de S-curve zoals die nu getekend is. Wethouder Van der Geld zegt dat de KIA ook betekent: learning by doing. Als de raad kiest wat die S-curve gaat worden en deze lijnen worden de prioriteit dan zal de duurzame mobiliteit en aardgasvrij aangepast worden aan het tempo van de S-curve. Het college wilde eerst het tempo weten dat de raad wil gaan lopen. Andere gemeenten kijken hier ook naar en zien dat de KIA eigenlijk wel handig is. Daarin geeft de raad aan wat de strategie en het tempo moeten zijn. Een vraag was ook hoe dit gemonitord gaat worden. Dat zal niet anders dan anders zijn. De cijfers lopen altijd een beetje achter. Er wordt getoetst hoe het de afgelopen jaren is gegaan middels een aantal slimme indicatoren. De belangrijkste is het volgen van de S-curve. Uiteraard kijkt het college ook vooruit. Als een aanpak niet werkt of te langzaam dan probeert het college daar sowieso zelf iets aan te doen. Er loopt een verkenning naar hoe de particuliere huur zich gaat ontwikkelen. Den Bosch is afhankelijk van de landelijke ontwikkelingen op dit punt. Tegelijkertijd doet Den Bosch zelf ook een verkenning en daar wordt in het jaarverslag op teruggekomen dit jaar.

Wellicht is niet iedereen het 100% met de KIA eens. Het lukt partijen gelukkig wel om in te stappen en dat is heel hard nodig voor een stabiel klimaatbeleid. Het gaat hem aan het hart vanwege huidige en ook toekomstige generaties, maar met name ook dat stabiele beleid. Het is niet goed de randjes op te zoeken. Hij doet een beroep op de partijen om te kijken of zij toch in kunnen stappen ondanks dat het misschien niet voor 100% hun KIA is. Een stabiel klimaatbeleid is voor ondernemers en inwoners heel belangrijk. De voorzitter wil een adviesronde houden. De heer Verbruggen (D66) is positief over het voorstel en zal niet met een motie komen. De heer Ploegmakers (CDA) kan instemmen met het voorstel. De heer Kitslaar (Rosmalens Belang) kan instemmen met het voorstel en zal niet met een motie komen. De heer Peters (PvdA) vindt dit een mooi voorstel en komt niet met een aanvullende motie. De heer Romijn (PvdD) is blij dat het stuk dat er nu ligt en zal bekijken waar nog verbeteringen aangebracht kunnen worden. De heer Bos (GroenLinks) is niet voornemens met een motie te komen. Mevrouw De Groot (VVD) stemt in met het voorstel en komt niet met een motie. 22

Mevrouw Klerks (Volt) zal bekijken waar een verbetering kan komen en stemt in met het voorstel. Mevrouw Van de Leemput (Bosch Belang) neemt het mee terug naar de fractie en overweegt een motie over de betaalbaarheid en inzicht in de kosten. Mevrouw Van den Wilgenberg (VOOR Den Bosch) neemt het mee terug naar de fractie en komt waarschijnlijk niet met een motie. De heer Pennings (gewoon ge-DREVEN) heeft al aangegeven een eerdere motie rond te zullen sturen. De heer Van Hasselt (SP) neemt het mee terug naar de fractie. De heer Kieft (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) neemt het ook mee terug naar de fractie en wacht de andere moties af. De heer Van Griensven (PVV) neemt het mee terug naar de fractie. De voorzitter constateert dat dit voorstel als licht bespreekstuk naar de raad wordt geleid. Afhankelijk van het aantal moties kan het een bespreekstuk worden. 8.

Rondvraag en sluiting De voorzitter constateert dat er geen vragen zijn ingediend. Zij schorst onder dankzegging aan eenieder de vergadering om 22.08 uur tot woensdag 19.00 uur. Schorsing Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de commissie Bedrijvigheid van 25 augustus 2025. De secretaris, mr. drs. R. van der Meer

De voorzitter, M.A.J.T. Korver-van Weegberg

23

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15861950/1