CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-06-16 Commissie Bedrijvigheid concept

Commissie BEDRIJVIGHEID 25 augustus 2025, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Vaststellen van het verslagen van de commissie Bedrijvigheid van 16 en 18 juni 202514.431 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Commissie BEDRIJVIGHEID Conceptverslag Datum: Locatie: Aanwezig: Voorzitter: Secretaris: (plv.) Commissieleden:

Collegeleden:

16 juni 2025 Raadzaal M.A.J.T. Korver-van Weegberg mr. drs. R. van der Meer H.B. Bos, L.A.J. van Griensven (vanaf 19.50 uur), W. de Groot MSc, S.C. van Hasselt, B.B.G.M. van den Hoven, mr. drs. N.M.C. Huijbrechts RO CIA, ing. J.N. Kieft, H.J.M. Kitslaar, J.M. Klerks, R.T.P.M. Koolen, W.M. van de Leemput, REV H.W. Pennings, mr. S.J.M. Peters, M.C.J.M. Ploegmakers, P.J. Romijn, drs. ing. G.M.M. Verbruggen, mr. C.H.A. van den Wildenberg M.J.J. van der Geld MSc, H.M.M. Vermin

Afwezig:

drs. E.M.M.P. Altenburg-Collin, B. El Amraoui, T.A.J. Heijmans, A. Hernández, W.B.G. Hoeben, M.P. Kagie, C.K.J. Visscher, J. Kouwenberg, E. Samshuijzen, D.G.G. Scholten

Verslaglegging:

J. Beaumont, DemiSec

1.

Opening en mededelingen De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen welkom. Er is bericht van verhindering ontvangen van mevrouw Hernández; zij heeft een schriftelijke bijdrage geleverd die in NotuBiz staat. Mevrouw Claessen en de heer Heijmans zijn eveneens afwezig.

2.

Vaststellen van de agenda De voorzitter meldt dat er deze cyclus een groot aantal raadsvoorstellen in deze commissie te bespreken is en om deze goed te kunnen behandelen, is de vergadering in twee avonden verdeeld. Woensdag 18 juni a.s. vindt het tweede deel van deze vergadering plaats. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.

3.

Vaststellen van de verslagen van de commissie Bedrijvigheid van 14 april en 19 mei 2025 Beide verslagen worden ongewijzigd vastgesteld.

4.

Vaststellen van de lijst van toezeggingen en de lijst van openstaande moties De voorzitter zegt dat het college voorstelt de moties 4 Publiekscampagne koop lokaal, 8 Zwerfafval en tarief milieustraat, 10 Een speeltuin voor ieder kind en 22 Gratis ophaalmoment grofvuil als afgedaan te beschouwen. De heer Ploegmakers (CDA) zegt met betrekking tot motie 10 dat het college eigenlijk stelt dat hier ruimte voor is maar er geen vrijwilligers voor zijn. Hier zet hij vraagtekens bij en voordat deze motie wordt afgevoerd, wil hij hierop terugkomen. De voorzitter geeft aan dat de procedure zo is dat een dergelijk verzoek vooraf schriftelijk kenbaar gemaakt dient te worden. Dat is niet gebeurd. Zij constateert dat de overige commissieleden geen bezwaar hebben tegen het aanhouden van motie 10 en verzoekt de heer Ploegmakers alsnog een schriftelijk verzoek in te dienen. De lijst van toezeggingen en openstaande moties wordt vastgesteld.

5.

Werkplanning De heer Romijn (PvdD) zegt dat enige tijd geleden het Rekenkamerrapport over Toezicht & Handhaving is verschenen. Het college heeft op 8 april jl. aangekondigd met een discussienotitie te komen; deze staat echter nog niet op de werkagenda. 1

Wethouder Van der Geld zal dit navragen bij zijn collega. 6.

Wensen en bedenkingen 'Verder werken aan een duurzaam ’s-Hertogenbosch' De heer Pennings (gewoon ge-DREVEN) zegt dat er nog veel winst te behandelen is op het gebied van circulariteit. Circulariteit is een goed antwoord op de wegwerpmaatschappij van nu. Het gaat om drie thema’s: producten die ontworpen zijn om makkelijk te repareren of recyclen, bedrijven die grondstoffen terugnemen na gebruik en het circulair inzetten van energie, water en materialen door de gemeente. De gemeente zou kunnen kijken naar het repareren van recyclebare producten. Bedrijfsmatig repareren is vaak te duur want personeel is eigenlijk te duur geworden. Het zou goed zijn in ieder cultureel centrum repareerwinkels met vrijwilligers te krijgen met wat kleinere units in elke wijk, duurzaam repareren tegen kostprijs en een duurzaamheidsloket in de gemeenschapshuizen dus. De heer Ploegmakers (CDA) zegt dat lezende deze nota geconcludeerd kan worden dat er de afgelopen jaren al heel veel zaken op de rails zijn gezet. Drie zaken worden genoemd: duidelijk werken binnen de eigen organisatie en de veranderingen rondom duurzaamheid, samenwerken met stad en dorpen, en de circulaire economie. In hetzelfde stuk wordt ook gesproken over een koersnota met een uitvoeringsprogramma; wanneer kan die verwacht worden? De heer Peters (PvdA) zegt dat de klimaatrecords ons de afgelopen tijd om de oren vliegen.

Het klimaat verandert en ook Den Bosch zal moeten veranderen om het leefbaar te houden. Hij is blij met deze nota met daarin verscherpte ambities. Vanwege de overlap met de KIA richt hij zich nu op de ambities die daar niet in terugkomen. De stad moet flink vergroenen om beter voorbereid te zijn op hittegolven en extreme regenval. Het is belangrijk dit samen met de inwoners te doen en extra ondersteuning te bieden in de meest versteende buurten. Er is nog steeds een grote ongelijkheid te zien in de buurten als het gaat om de hoeveelheid groen en buurtinitiatieven om de buurt te vergroenen. Het Bossche Bespaarteam heeft veel huishoudens geholpen met het verduurzamen van hun woning en omlaagbrengen van hun energielasten. Waarom wordt dit alleen in crisis gedaan? Is het niet goed van het Bossche Bespaarteam iets duurzaams te maken voor de lange termijn? Hij is enthousiast over de extra inzet op circulariteit. Het is goed de motie over duurzaam bouwen en de welstandsnota in deze nota terug te zien, dat kan een flinke boost geven aan het circulair bouwen in deze gemeente. Hij kijkt uit naar de actualisatie van het Omgevingsplan. Hij blijft de uitwerking van de nota Duurzaam goed in de gaten houden de komende jaren om ervoor te zorgen dat ambities ook waargemaakt worden. Mevrouw Klerks (Volt) neemt de commissie mee in de toekomst, naar het jaar 2045.

In die tijd zullen er gasloze gemeenten zijn, een prachtige Duurzame Polder waarin veel vogels huisvesten, met windmolens die gelukkig niet eens opvallen want door allerlei lokale initiatieven wordt voor zoveel opwek gezorgd dat de gemeente vooruitloopt. Rosmalen heeft een nieuw bos geadopteerd, het groenste stukje van de gemeente, dat zoveel hout opbrengt dat de gemeente voldoende bouwmaterialen heeft voor haar circulaire bouwprojecten. Je kunt fietsen langs groene wijken met groene daken, pluktuinen en kruidige bermen richting centrum zonder een auto te hoeven kruisen. Zelfs het centrum is vergroend en bijen vliegen van geveltuin naar geveltuin. Helaas komt uit de duurzaamheidsnota ook een zorg naar boven: de haalbaarheid en betaalbaarheid. Hoe wordt ervoor gezorgd dat iedereen mee kan doen in de gemeente? Mevrouw Van de Leemput (Bosch Belang) onderschrijft het belang van een toekomstbestendige, groene stad. Tegelijkertijd dienen de belangen van de inwoners bewaakt te worden want een duurzaam beleid mag nooit leiden tot een onevenredige last op de schouders van de inwoners, zeker niet in tijden waarin het leven voor velen al duur genoeg is. Zij ziet veel ambitie in de plannen maar ook financiële consequenties.

Investeringen worden te vaak direct of indirect afgewenteld op de burger via hoge lasten, gestegen energierekeningen of ondoorzichtige bijdragen aan gemeentelijke projecten. Zij roept op de kosten van elk project inzichtelijk te maken voor gemeente en inwoner. Er moet rekening gehouden worden met de draagkracht van de huishoudens, dus maatwerk voor mensen met een kleine beurs. Een duurzaam leven mag geen luxe worden die alleen de hogere inkomens zich kunnen veroorloven. Besteed subsidies aan concreet meetbare resultaten en geef prioriteiten aan projecten met aantoonbare baten voor burger en milieu. Zij wil burgerparticipatie centraal stellen 2

en de burgers betrekken bij de keuzes die hen raken, van het begin af. Duurzaam beleid is pas duurzaam als het sociaal rechtvaardig is. De heer Kieft (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) zegt dat niemand tegen een gezonde en duurzame leefomgeving kan zijn. Het benoemen van de drie speerpunten is een goede zaak. Hoe worden de acties die daarbij genoemd worden, gemonitord? Wanneer wordt duidelijk dat die acties een succes zijn? Hij overweegt hierover een motie in te dienen. Bij circulaire economie staat dat er een uitvoeringsprogramma volgt, wanneer komt dat programma? Is er voldoende capaciteit in de gemeentelijke organisatie om alles te kunnen behappen? Zijn de kwartiermaker en medewerkers van het centraal loket medewerkers van de gemeente of wordt hier capaciteit voor ingehuurd? Als hier voor ingehuurd wordt, wat zijn de financiële gevolgen en waaruit wordt dit gedekt? Bestaande budgetten zijn mogelijk niet voldoende leest hij, wanneer wordt dit duidelijk en de raad hierover geïnformeerd? Hoe blijft alles haalbaar en betaalbaar? Mevrouw De Groot (VVD) vindt dat met deze nota logische stappen gezet worden. Kansen en mogelijkheden volgen elkaar door innovaties snel op en een actualisatie is dan ook op zijn plaats.

Op basis van ecologisch onderzoek naar beschermde diersoorten wordt er nu één plan opgesteld met beschermingsmaatregelen en er kan met één in plaats van meerdere vergunningen worden volstaan. Isoleren wordt goedkoper en sneller, iets waar de VVD al meerdere keren om heeft gevraagd. Zij is enthousiast over de focus op eigen verantwoordelijkheid, een betere positie voor bewonersinitiatieven en het beter ondersteunen van concrete initiatieven. Zij sluit aan bij het hoge ambitieniveau; zij gelooft dat de verbinding die wordt beoogd tussen de duurzaamheidsinitiatieven kan zorgen voor een vliegwiel en steunt het aantrekken van een kwartiermaker hiervoor. Aan de slag dus. De heer Kitslaar (Rosmalens Belang) staat achter de ambitie om te werken aan een duurzaam en toekomstbestendig Den Bosch. Het is goed dat voortgebouwd wordt op wat al bereikt is en er echte inzet komt op circulaire economie, samenwerken met de samenleving en het geven van het goede voorbeeld als gemeente. Alle kernen en wijken moeten goed meegenomen worden in de uitvoering van de plannen. Wat mogen de bewoners verwachten en hoe wordt de kwartiermaker overal zichtbaar en actief? Circulaire economie: de plannen zijn ambitieus maar nog weinig concreet voor bijvoorbeeld het lokale bedrijfsleven. Het bedrijfsleven moet weten waar het terechtkan, wat er van hen verwacht wordt en hoe de gemeente hen ondersteunt.

Met een aanspreekpunt of netwerk zouden zij geholpen kunnen worden. Er zijn nog altijd huishoudens in de gemeente die niet de middelen hebben om zelf hun woning te verduurzamen. Hij vraagt het college bestaande initiatieven zoals het Bossche Bespaarteam opnieuw te overwegen zodat ook deze groepen actief ondersteuning krijgen. De goede uitgangspunten in de nota dienen breed uitgevoerd te worden zodat alle inwoners hieraan mee kunnen doen. Mevrouw Huijbrechts (GroenLinks) zegt dat deze nota een goede stap in de goede richting is inzake het stimuleren van duurzame keuzes. Het is goed dat er een aanvulling wordt gedaan op het gebied van circulariteit. De kwartiermaker verbindt verschillende initiatieven en zoekt naar subsidies, dat is wat zij beoogde met haar motie van juni 2024. De nota staat niet op zichzelf; in andere stukken wordt richting gegeven op onderwerpen als groen, afval, energie en mobiliteit. Toch mag er van GroenLinks best meer ambitie in de nota komen om ervoor te zorgen dat de gemeente een gezamenlijk uitgangspunt heeft. GroenLinks vindt dat de gemeente een duurzame keuze moet maken tenzij kan worden uitgelegd waarom er geen duurzame keuze wordt gemaakt. Dit principe ziet zij graag terug in de duurzaamheidsparagraaf bij de raadsvoorstellen. De rol van de kwartiermaker zou wat meer kaders mogen hebben. Zij is voornemens met een motie te komen.

De kwartiermaker dient een coördinerende rol te hebben op de duurzaamheidsonderwerpen en mee te kijken bij raadsvoorstellen om aan te geven of de voorstellen duurzamer gemaakt kunnen worden. De kwartiermaker zou samen met initiatiefnemers en inwoners de duurzaamheidsambities proactief dienen te faciliteren en waar mogelijk op te rekken. De heer Van Hasselt (SP) vindt het belangrijk dat er veel ambities zijn met betrekking tot de duurzaamheid maar het valt wel op dat er op het gebied van burgerparticipatie nog een wereld te winnen is. Vaak wordt namelijk pas achteraf met bewoners nagedacht over de invulling van een wijk. Hij pleit ervoor bewoners er vanaf het begin bij te betrekken en invulling te laten geven 3

aan hoe hun wijk vergroend kan worden. De heer Romijn (PvdD) zegt dat er al veel goeds gebeurt in Den Bosch op het gebied van duurzaamheid. Er is bij de totstandkoming van deze nota serieus geluisterd naar de Bossche Klimaatcoalitie en andere externe partijen. Het mag echter allemaal wel wat ambitieuzer. Het maatschappelijk verantwoord opdracht geven en inkopen: hoe concreet en bindend gaat dit worden? Zal een maatschappelijk ondernemer straks niet ook voor een significant percentage moeten meewegen bij de gunning van contracten en opdrachten? Alleen dan kunnen bedrijven beloond en gestimuleerd worden om duurzaam te opereren. De gemeente moet werk maken van haar voorbeeldrol. De meeste mensen willen graag beleid verduurzamen maar zij weten vaak niet hoe. Hier ligt een taak weggelegd voor de gemeente. Hoe breng je de kruisbestuiving tot stand en hoe activeer je het netwerk? Hij kijkt uit naar de aanstelling van en opdracht aan de kwartiermaker. Mevrouw Claessen zou namens De Bossche Groenen een bijdrage leveren maar vanwege persoonlijke omstandigheden is zij verhinderd. De Bossche Groenen sluit zich voor dit onderwerp aan bij de PvdD. De heer Verbruggen (D66) zegt dat in deze nota wordt ingegaan op de zeven gebieden ten aanzien van duurzame ontwikkeling. Persoonlijk had hij echter moeite met het stuk, hij mist duidelijkheid die in andere stukken vaak wel terug te zien is.

Hij roept het college op om met een ambitieuze nota en uitvoeringsprogramma te komen. Neem in de participatie nadrukkelijk het bedrijfsleven, zorginstellingen en het onderwijs mee. Die partijen zijn deels vertegenwoordigd in de Club van Duurzaam Doen die betrokken is bij deze ontwikkeling maar dat kan misschien beter. Hij adviseert ook te spreken met die andere partijen want daarmee wordt massa gemaakt. Mevrouw Van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) erkent het belang van een duurzame en gezonde leefomgeving. Niemand twijfelt eraan dat de gemeente haar verantwoordelijkheid moet nemen op dit punt maar tegelijkertijd moet de realiteit onder ogen gezien worden. Duurzaamheid is geen luxe die de gemeente zich zomaar kan permitteren, zeker niet in een tijd waarin veel mensen moeite hebben om rond te komen. Zij is dan ook bezorgd over de haalbaarheid van de uitvoering en de betaalbaarheid. Niet weer een extra rekening voor de inwoners alleen omdat het college zijn duurzame ambities waar wil maken. De vraag is niet of er moet worden verduurzaamd maar op welke manier dat moet worden gedaan die recht doet aan alle bewoners. Laat het college bewijzen dat het ook sociaal en rechtvaardig kan verduurzamen. Reactie college Wethouder Vermin denkt ook dat er al goede stappen gezet worden op het gebied van duurzaamheid maar deze nota kan een mooie aanscherping zijn met de drie genoemde speerpunten.

Met name ten aanzien van de circulaire economie is er een extra stap nodig en daar wil de gemeente aan gaan werken. Nu moet gekeken worden hoe dit vormgegeven gaat worden. Het college zal nog keuzes moeten maken om maatschappelijk verantwoord in te gaan kopen. Eind dit jaar, begin volgend jaar verwacht hij dat dat gereed is. Als hier een raadsbesluit voor nodig is dan zal dat bij de nieuwe raad komen te liggen, denkt hij. Besparingsaanpak: deze vragen laat hij bij collega Van der Geld. Zorgen over haalbaarheid en betaalbaarheid: daar kan lang over gesproken worden met elkaar. Tegelijkertijd is te zien dat de kosten voor veel inwoners toenemen maar niets doen, leidt ook tot hogere kosten. Hier moet een goede balans in worden gevonden en dat gaat ook gebeuren in de uitvoeringsagenda. Daarin komt een beter inzicht in de financiële impact. Er is voldoende capaciteit. De kwartiermaker zal nog wel geworven moeten worden. Diegene kan een mooie rol vervullen in met name de stimulering in de stad en wijken. Burgerparticipatie: deze aanvulling is gestart met een gesprek met allerlei initiatieven dus daar zijn veel stappen in gezet. Ook ten aanzien van vergroening van de wijken zegt hij dat dat juist altijd met inwoners wordt gedaan. De heer Verbruggen (D66) vraagt of de wethouder ook kansen ziet voor het bedrijfsleven, de zorg en het onderwijs om meer te participeren op dit onderwerp.

Wethouder Vermin zet die kansen zeker. In de Economische Visie staat dit ook opgenomen en de eerste stappen zijn al gezet. 4

De heer Van Hasselt (SP) zegt dat bij I&O twee keer een burger heeft ingesproken over zijn wijk, waarin hij vertelde dat er een informatieavond was in zijn wijk waarin werd verteld hoe de wijk vergroend gaat worden. Toen daar vragen over waren, werd gezegd: dit is het plan en daar houdt het mee op. Wethouder Vermin zegt dat dit bij collega Geers thuishoort. Hij neemt aan dat dit signaal ook bij de heer Geers terecht is gekomen. Dit is niet de normale praktijk volgens hem. De heer Kieft (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) herhaalt zijn vraag over de monitoring. Wethouder Vermin zegt dat via de KIA wordt gemonitord. Verder zijn er de afzonderlijke stukken als het Uitvoeringsplan Groen. Er komt ook nog een plan Circulaire Economie waar een monitoring op komt. Er komt geen overkoepelende duurzaamheidsmonitor meer. De heer Romijn (PvdD) zegt dat de kwartiermaker een breed pakket aan taken krijgt. Hoeveel mensen behelst die rol? Wethouder Vermin gaat vooralsnog uit van één persoon. Diegene heeft in de ambtelijke organisatie en met mensen daarbuiten een vast contact. Hij wil de kwartiermaker niet direct een coördinerende rol op de duurzaamheidsparagrafen geven want het college wil juist dat diegene naar buiten gaat en niet binnen blijft. De heer Romijn (PvdD) zegt dat de kwartiermaker inderdaad met de burgers in contact moet zijn en niet vastgeklonken moet blijven aan een bureau.

Wethouder Vermin zegt dat de kwartiermaker de opdracht krijgt zoveel mogelijk naar buiten te gaan en contact te zoeken met initiatieven buiten. Die moeten makkelijk met de ambtelijke organisatie verbonden worden. De heer Kieft (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) begrijpt dat de kwartiermaker een medewerker van de gemeente is. Wethouder Vermin bevestigt dat. Tweede termijn De heer Ploegmakers (CDA) leest in de nota dat er 110 initiatieven zijn op het gebied van duurzaamheid in de stad. De betrokkenheid van de inwoners is dus groot. Daar zou de gemeente meer mee moeten doen. Op 10 oktober 2025 is de Dag van de Duurzaamheid. Afgelopen jaar was het een driedaagse manifestatie, georganiseerd door Den Bosch Partners. Kan de wethouder eens bekijken of dat festival uitgebouwd kan worden samen met de 110 initiatieven? Zo worden ook alle andere inwoners in de stad zich bewust van wat er al aan initiatieven is en kunnen daar mogelijk bij aansluiten. Er komt een nieuwe evenementennota en daar zouden ook de duurzaamheidsevenementen in terug moeten komen. Hij is benieuwd naar de koersnota en het uitvoeringsprogramma. VVD en CDA komen in augustus met een discussienota over toekomstbestendige bedrijfsterreinen. De heer Romijn (PvdD) noemt twee onderwerpen die wat meer aandacht verdienen waaronder gemeentelijk vastgoed.

Goed dat daar een normering voor komt maar wat wordt die normering? Hiervoor zouden de richtlijnen voor het nieuwe normaal gevolgd moeten worden die in het nieuwe duurzaamheidsakkoord van de woningcorporaties zijn opgenomen. Dat biedt houvast. Daar zit een grote klimaatimpact, zeker qua materiaalgebruik. Ten aanzien van voeding valt nog een enorme duurzaamheidswinst te behalen. De gemeente zou de grote voedselcategorieën met grote klimaat- en milieu-impact dienen te vermijden. Initiatieven zoals het Actieplan De Groene Bourgondiër zijn een schot in de roos. Daarmee zou Den Bosch tot wel 400 kiloton CO 2 per jaar kunnen besparen en dat is anderhalf keer de KIA-opgave. Toch blijft dit verder in de notitie onbenoemd. Plantaardige landbouw en bedrijvigheid blijven onderbelicht. Hij pleit voor een duidelijke doelstelling voor afschaffing van de veehouderij in het Omgevingsplan. In de raad zal hij nog met andere ideeën komen. Voor vervoer en mobiliteit zou de Trias Mobilica leidend moeten zijn: eerst minder reizen, dan duurzamer vervoer en pas dan efficiëntere voertuigen. 5

Begrijpt de heer Ploegmakers (CDA) het nu goed: is de PvdD voor afschaffing van de veehouderij in Den Bosch? De heer Romijn (PvdD) bedoelde afschaling van de veehouderij. Mevrouw Klerks (Volt) wil in tweede termijn ingaan op een aantal bedenkingen. Een goed visiestuk is ook een kapstok voor huidig en toekomstig beleid. Daarin schort het op drie punten. Het allerbelangrijkste is de haalbaarheid en betaalbaarheid. In de duurzaamheidsnota staat dat deze "met name de inwoners raakt die niet in staat zijn om op eigen kracht te verduurzamen". Er is speciale aandacht voor mensen met een kleine beurs en het besparen op energieverbruik, daar moet de gemeente ook op blijven inzetten. Verduurzaming gaat echter verder dan dat. Om in 2045 gasloos te zijn, zullen er flinke investeringen in de huidige woningen gedaan moeten worden. Kapitaalkrachtige mensen kunnen die investeringen dragen. De gemeente dient hierover afspraken te maken met verhuurders en woningcorporaties en deze te monitoren. Die investeringen worden ook gevraagd aan mensen die niet kapitaalkrachtig zijn, die hoge lasten hebben en een eigen woning. Hoe gaat de gemeente hen helpen? Hoe schrijft de gemeente inclusiefbeleid op deze groep voor, door en vooral met hen? De wethouder mag deze groep niet vergeten. Op het mobiliteitsvraagstuk gaat zij bij de KIA dieper in.

De duurzaamheidsnota stelt terecht duurzame banden en fietsen centraal, en elektrificatie van auto- en vrachtvervoer waar het niet anders kan. Waar het aan schort in de nota: er worden pilots gestimuleerd en er wordt gewerkt aan schone en slimme bevoorrading maar zero-emissie wordt niet of onvoldoende gehandhaafd. Het visiedocument geeft geen visie op duurzaam vervoer op de lange termijn. Zij had graag een gedurfdere paragraaf gezien over waar de gemeente naartoe wil. De heer Verbruggen (D66) roept op om vooral bij het agendapunt te blijven. Dit hoort bij het volgende agendapunt. De voorzitter verzoekt de punten zoveel mogelijk te scheiden. Mevrouw Klerks (Volt) wil tot slot de samenwerking met de bewoners en de initiatieven noemen. Een kwartiermaker wordt aangesteld maar in diezelfde paragraaf staat dat de al bestaande vereniging zoals Platform BEI geen kwartiermaker krijgt terwijl juist de energietransitie een grote opgave is. Ook zij zouden baat kunnen hebben bij een kwartiermaker. Zij denkt graag mee over de kaders die aan de kwartiermaker meegegeven zouden moeten worden. De heer Romijn (PvdD) vraagt of mevrouw Klerks ook ideeën heeft over de profielschets van de kwartiermaker. Mevrouw Klerks (Volt) denkt dat een goede kwartiermaker optimaal kan bijdragen aan de paden en lijnen binnen de gemeente en aan de initiatieven.

De heer Pennings (gewoon ge-DREVEN) meent dat er nog talloze punten te noemen zijn in het kader van duurzaamheid die nog gerealiseerd kunnen worden. Voor het circulair bouwen is de functie van kwartiermaker net niet genoeg, denkt hij. Een adviescommissie is misschien beter daarvoor. Circulariteit in de bouw begint aan de tekentafel; daar zou al nagedacht moeten worden over het feit dat het gebouw ooit ook weer afgebroken zal moeten worden. Ten aanzien van hergebruik van grondstoffen zegt hij dat bekeken moet worden of de Afvalstoffendienst niet meer ruimte nodig heeft om afval te sorteren. Veel materialen kunnen opnieuw gebruikt worden en dit ontbreekt in het stuk of komt het nog in de verdere uitwerking? De heer Romijn (PvdD) vraagt wat de heer Pennings van gedifferentieerde tarieven voor afvalinzameling vindt om afval scheiden te stimuleren. De heer Pennings (gewoon ge-DREVEN) denkt dat dat een ander probleem is. Er moet naar het grotere geheel gekeken worden: wat gebeurt er met gebouwen die afgebroken worden, het totale afval en hoe kan dat hergebruikt worden? Hij denkt niet dat het afval beter gescheiden wordt als er gedifferentieerde tarieven komen. De heer Ploegmakers (CDA) zegt dat afgesproken is dat dit jaar nog over de afvalproblematiek 6

gesproken gaat worden dus hij verzoekt de discussie daarover tot later dit jaar te bewaren. De voorzitter merkt op dat als er over circulariteit gesproken wordt ook over de afvalproblematiek gesproken moet kunnen worden. De heer Pennings (gewoon ge-DREVEN) zegt dat zijn punt vooral was dat er op meer plekken afval uitgebreid gesorteerd kan worden. Mevrouw De Groot (VVD) is benieuwd of de wethouder iets ziet in een laagdrempelig loket of spreekuur rondom verduurzaming. Duurzaamheidsinitiatieven kunnen elkaar daar vinden en inwoners kunnen er adviezen ontvangen. Mevrouw Huijbrechts (GroenLinks) spreekt graag met de andere partijen over de kaderstellende rol van de kwartiermaker. De kwartiermaker zou een verbinder moeten zijn van de verschillende duurzaamheidsonderwerpen in de gemeente. Initiatiefnemers op duurzaamheid en de inwoners maken geen duidelijk onderscheid tussen verschillende duurzaamheidsonderwerpen en pakken deze integraal op. De kwartiermaker zou samen moeten werken met coördinatoren op het gebied van afval, groen, energie en mobiliteit. Is de wethouder bereid mensen aan te wijzen die met de kwartiermaker samen gaan werken? De kwartiermaker dient initiatiefnemers en inwoners proactief te verbinden met instellingen en bedrijven in de stad.

Een goed voorbeeld is in gesprek te gaan met eigenaren van leegstaand vastgoed om te kijken hoe die ruimten tijdelijk gebruikt kunnen worden voor het aanbieden van duurzame opties (tweedehands spullen of een energieadviesloket). In de duurzaamheidsparagraaf dient uitgelegd te worden dat de gemeente voor een duurzame keuze gaat en dat er uitleg komt als dat niet kan. Over de rol en kaders van de kwartiermaker spreekt zij graag verder en zij hoopt dat ook de andere partijen daar verder over willen nadenken. De heer Romijn (PvdD) is ook benieuwd naar de rol van de kwartiermaker want die kan een cruciale rol spelen. Hij denkt daar graag over mee. De heer Verbruggen (D66) zegt dat GroenLinks het enerzijds over een proactieve benadering heeft maar hij heeft een heel ander beeld bij een loket. Daarbij wordt meer vertrouwd op de kracht van mensen die initiatiefrijk zijn en met vragen bij een loket aankloppen. Kan mevrouw Huijbrechts dat verduidelijken? Mevrouw Huijbrechts (GroenLinks) ziet de rol van de kwartiermaker vooral als een verbinder. Een kwartiermaker kan energiecoaches verbinden met inwoners en vastgoedeigenaren die leegstaand vastgoed bezitten. De heer Verbruggen (D66) begrijpt dat het dan inderdaad een meer verbindende rol is en de initiatiefnemers bij de kwartiermaker aankloppen.

Inderdaad, zegt mevrouw Huijbrechts (GroenLinks), en de kwartiermaker, initiatiefnemers, inwoners en ondernemers kunnen de stad zo een stapje verder helpen in duurzaamheid. De heer Van Griensven (PVV) is het niet eens met de plannen die voorliggen. Volgend jaar komt er een nieuw college hier en om dan nu allerlei beslissingen te nemen die pas voor het volgende college gaan tellen, vindt hij ongepast. Zonnepanelen bijvoorbeeld leveren nu niets meer op en de vraag is of die nog wel neergelegd moeten worden. Er is een netcongestie en de mensen moeten gaan betalen om energie terug te leveren. Hij ziet liever dat huizen goed geïsoleerd worden want dan kunnen mensen zelf geld besparen. De mensen die het geld het hardst nodig hebben zoals de sociale huurders kunnen dan pas echt goed geholpen worden. Wethouder Vermin antwoordt richting CDA dat 'Zin in morgen' wordt georganiseerd door Den Bosch Partners. Hij vindt het een leuke suggestie om te bekijken of met de 110 initiatieven meer losgemaakt kan worden in de buurten dus het is goed dit te verkennen, al dan niet samen met Den Bosch Partners. Er zijn wensen en beelden bij een kwartiermaker. De bedoeling is dat de kwartiermaker twee dagen per week actief is en diegene zal vooral veel buiten zijn om met ondernemers, inwoners en gemeente verbindingen te maken.

De kwartiermaker zal ook contactpersonen hebben binnen de gemeentelijke afdelingen zodat er snel geschakeld kan 7

worden. De kwartiermaker krijgt niet een loketfunctie want daarmee zou hij weer op kantoor komen te zitten. Er is ook al een energieloket en hij wil dat niet met elkaar vermengen. Mevrouw Klerks (Volt) zegt dat in het stuk staat dat de energietransitie daarbuiten valt omdat Platform BEI er al is. Juist voor de energietransitie kan het interessant zijn een kwartiermaker te hebben. Wordt de energietransitie uitgesloten van de kwartiermaker? Wethouder Vermin zegt dat er niemand uitgesloten wordt. Ook energie-initiatieven mogen aankloppen bij de kwartiermaker maar daarvoor zijn ook meer mogelijkheden binnen de gemeente. Mevrouw Huijbrechts (GroenLinks) leest dat de kwartiermaker initiatieven gaat verbinden. Zorgt de kwartiermaker ervoor dat er relaties ontstaan waardoor initiatieven meer zichtbaarheid en slagkracht krijgen? Wethouder Vermin zegt dat dat inderdaad de invulling van de rol van kwartiermaker kan zijn. Mevrouw De Groot (VDD) meent ten aanzien van de loketfunctie dat er een schijnbare tegenstelling wordt gecreëerd. Die twee kunnen ook goed naast elkaar bestaan. Wethouder Vermin zegt dat dit zeker niet als tegenstelling was bedoeld maar iemand op vaste tijden ergens op een kantoor neerzetten, levert relatief weinig aanloop op. Hij wil dat niet categorisch afwijzen als blijkt dat mensen daarmee toch geholpen zijn.

De heer Ploegmakers (CDA) zegt dat de kwartiermaker slechts voor zestien uur wordt aangesteld. Het lijkt hem goed na een halfjaar te evalueren en mocht er behoefte aan zijn dan zou die taak op termijn uitgebreid kunnen worden. Wethouder Vermin zegt dat als gaandeweg wordt geconstateerd dat de kwartiermaker meer taken op zich zou moeten nemen en de middelen daarvoor beschikbaar gesteld worden dan kan daarover gesproken worden. De zonnepanelen zullen nog steeds gelegd blijven worden, denkt hij. Jammer dat het kabinet de solderingsregeling heeft afgeschaft. Circulariteit vergt inderdaad meer ruimte; dit komt terug in het actieplan. Met de regio Noordoost-Brabant wordt gekeken naar de woningbouw. Het beste is nog altijd afval voorkomen. Hoe een en ander vorm moet krijgen moet nog worden bekeken. De heer Romijn (PvdD) vraagt naar de normering van verduurzaming gemeentelijk vastgoed. Wethouder Vermin refereert aan de ambitie om in 2045 klimaatneutraal te zijn. Die richting zal het moeten opgaan. Dit komt terug in het actieplan. De heer Romijn (PvdD) vraagt of de wethouder het met hem eens is dat de eiwittransitie onderbelicht blijft in de visie. Wethouder Vermin zegt dat de gemeente daar stappen in wil zetten maar de eiwittransitie blijft een ingewikkelde discussie. Daar stappen in zetten, zou zeker belangrijk zijn maar daar is in deze aanvulling niet voor gekozen.

De voorzitter maakt een adviesrondje langs de fracties. De heer Kieft (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) denkt nog na over het indienen van een motie. De heer Van Hasselt (SP) hoort graag waar andere fracties mee komen. De heer Pennings (gewoon ge-DREVEN) komt waarschijnlijk met een motie over de ruimte en over de invulling van een ambacht-/reparatiecentrum. Mevrouw Van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) neemt het mee terug naar de fractie.

8

Mevrouw Van de Leemput (Bosch Belang) overweegt een motie om duurzaamheidsbeleid eerlijk, transparant en sociaal te maken. Mevrouw Klerks (Volt) kijkt uit naar de aangekondigde moties en initiatieven. Mevrouw De Groot (VVD) overweegt een motie over een fysieke loketfunctie. Mevrouw Huijbrechts (GroenLinks)overweegt een motie over de rol van de kwartiermaker en verankering van deze nota in het gemeentelijk beleid. De heer Romijn (PvdD) komt met een motie over verduurzaming van de voedselketen en denkt na over een aanscherping hier en daar. De heer Peters (PvdA) denkt graag mee met de moties van collega’s. De heer Kitslaar (Rosmalens Belang) neemt het mee terug naar de fractie. De heer Ploegmakers (CDA) is tevreden met de antwoorden van de wethouder en zal niet met een motie komen. De heer Verbruggen (D66) is ook blij met de toelichting van vandaag en zal geen motie indienen. 7.

Klimaatimpactanalyse De heer Romijn (PvdD) zegt dat drie jaar na het verschijnen van het CE Delftrapport nu eindelijk de Klimaatimpactanalyse (KIA) voorligt. Dit had het plan moeten zijn om de CO2-uitstoot zo snel mogelijk naar nul te brengen. Goed dat er nu iets ligt maar dit voorstel voelt een beetje als: 'we zien wel'-strategie. Parijs vraagt om een snelle en structurele reductie maar Den Bosch kiest voor een optimistisch blik en doet het minimale. Den Bosch hoopt dat alles de komende twintig jaar een beetje vanzelf goed komt. Er wordt uitgegaan van aannames, er is geen plan B en er is ook geen echte ambitie. Een van de scenario’s die vorig jaar werd gepresenteerd, heet de Nationale Koploper. Het had zo mooi kunnen zijn. Twee derde van de uitstootreductie moet komen uit de warmtetransitie maar op dit moment liggen er alleen prille plannen voor Noord en de Maaspoort. Onduidelijk is hoe de rest van de gemeente van het gas af komt. De plannen rondom de zero-emissiezone zijn zelfs geschrapt; het effect ervan wordt nog wel in de berekeningen meegenomen. Waarom wordt een besluit daarover uitgesteld tot 2035? Hij overweegt een amendement op dit punt. De gemeente rekent zich rijk door de CO 2-winst uit de duurzame opwek boven op de lokale restopgave terwijl het nog maar de vraag is hoeveel windturbines er gaan komen in de Duurzame Polder en wanneer deze überhaupt gaan draaien.

Goed dat er iets ligt maar dit is wat hem betreft het vertrekpunt. De ambities moeten aangescherpt worden en er moet goed gemonitord en eventueel bijgestuurd worden. De Bossche Groenen hebben aangegeven zich bij zijn bijdrage aan te sluiten. De heer Van Hasselt (SP) vindt het goed dat stappen worden ondernomen inzake collectieve warmte. Moet verder gekeken worden dan de twee huidige geplande locaties hiervoor? Is het goed extra onderzoek te doen naar een alternatief voor het elektrificeren van het warmtenet? Hij heeft niet alle kennis van de techniek inzake warmtepompen maar het lijkt efficiënter om het collectieve warmtenet verder uit te breiden en op zoek te gaan naar nog meer warmtebronnen. Inzake mobiliteit moet de gemeente verder durven te kijken dan alleen het elektrificeren van het vervoer, bijvoorbeeld ook hoe dit opgevangen kan worden door deelmobiliteit en ov. Collectieve aanpak van het milieuvraagstuk is gewenst want het is noodzaak om in 2045 CO2-neutraal te zijn. Mevrouw Van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) zegt dat verduurzaming ook voor haar niet ter discussie staat maar de manier waarop het college dit nu brengt, baart haar grote zorgen. De doelstelling om in 2045 klimaatneutraal te zijn, lijkt niet haalbaar dus wordt er nu versneld: van 7 naar 12 wijken.

Loopt de gemeente niet te hard van stapel? Er zijn op dit moment zelfs wijken die niet op het stroomnet aangesloten kunnen worden. Ook de zero-emissiezone levert problemen op; ondernemers en inwoners moeten overstappen op voertuigen die er of niet zijn of niet te betalen zijn. Deze versnelling kost veel geld en dat moet grotendeels van de inwoners 9

komen maar er zijn steeds meer mensen die moeite hebben om de eindjes aan elkaar te knopen. Van hen wordt verwacht dat zij toch bijdragen aan deze torenhoge duurzaamheidsambities. Dat is niet uit te leggen. Het college wil graag het beste jongetje van de klas zijn maar dat enthousiasme kan beter gericht worden op andere urgente dossiers: armoede, woningnood en jeugdzorg. Mevrouw Van de Leemput (Bosch Belang) vraagt zich af wie de rekening straks betaalt. Dit mag niet tot een technocratisch afvinklijstje van duurzame doelen leiden zonder oog voor sociale en financiële gevolgen. Klimaatbeleid is geen doel op zich, het moet bijdragen aan een leefbare en betaalbare stad. Zij wil drie punten benadrukken. De portemonnee van de burger staat voor haar voorop. Bij iedere beleidskeuze moet niet alleen naar de CO2-uitstoot worden gekeken of energiebesparing maar juist ook naar de kosten ervan voor de inwoners. Zij waarschuwt voor een eenzijdige sturing op de klimaatdoelen zonder evenwichtige afweging met betaalbaarheid en uitvoerbaarheid. Zij wil draagvlak creëren en geen afstand. Klimaatbeleid slaagt alleen als mensen ermee instemmen en eraan mee kunnen doen. Zij vraagt om begrijpelijke communicatie en ruimte voor inspraak, niet alleen cijfers maar ook gezond verstand. Zij wil niet dat de KIA een extra bureaucratische laag wordt die burgers op kosten jaagt.

Wel ziet zij de meerwaarde als dit instrument gebruikt wordt om beleid af te wegen in een breder belang van de stad en van de inwoners. De heer Bos (GroenLinks) zegt dat met deze KIA een concretere stap richting een helder doel wordt gezet: in 2045 klimaatneutraal. De gezondheid voor mens en natuur wordt daarmee op de eerste plek gezet. Het is een belangrijk stuk en hij dankt de wethouder voor het verwerken van de input van november 2024. Dit stuk laat zien wat de ambities van de gemeente zijn. Dat is belangrijk, ook voor partijen die hard nodig zijn voor deze transitie. GroenLinks heeft zich vorig jaar uitgesproken voor het meest ambitieuze scenario van de drie die voorlagen. Er moet een snelle omslag komen naar aardgasvrij wonen, een heldere richting naar de zeroemissiezone en geen extra grote zonneparken of windmolens binnen de gemeente. Wat voorligt, is niet de eerste keus van GroenLinks maar het komt in de buurt. Op het punt van zeroemissiezone ontbreekt het nog aan duidelijkheid, dat is jammer. Het voorstel blijft een stap vooruit en wordt hopelijk breed gedragen. De verantwoordelijkheid om hieruit te komen voelt hij goed. In november 2024 leek geen enkel scenario meer een optie maar als die lijn doorgetrokken wordt, zou er helemaal geen KIA liggen. Dat is geen optie.

Als dit voorstel de basis vormt om verder te bouwen dan staat hij daar met een dubbel gevoel maar toch positief achter. De heer Kieft (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) pleit voor haalbare, betaalbare en realistische plannen. In het raadsvoorstel bij punt 2 staat "een betaalbare, toekomstbestendige warmtevoorziening voor alle inwoners" en dat in de komende twintig jaar voldoende snelheid gemaakt wordt om alle buurten aardgasvrij te maken. Een zwaardere regierol van de gemeente is noodzakelijk. Daar is hij het mee eens. Bij 3.2 staat dat om het noodzakelijke tempo te kunnen halen de gemeente op termijn met een buurtuitvoeringsprogramma zal komen in twaalf tot achttien buurten tegelijk. Gaat het nu om alle buurten de komende twintig jaar of twaalf tot achttien buurten? Mevrouw De Groot (VVD) is tevreden met voor de Bossche VVD essentiële onderdelen uit deze KIA. Den Bosch is geen eiland. Het uitstellen van de besluitvorming over de zero-emissiezone stemt haar positief want dat wat niet haalbaar en maakbaar is, gebeurt voorlopig nog niet. Er wordt zo spoedig mogelijk gestart met maatregelen die de gemeente zelf kan treffen. Er wordt vol ingezet op het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving, daar moet de focus ook op liggen. Zo wordt ervoor gezorgd dat warmtesystemen in de toekomst ook rendabel kunnen worden en de kosten voor inwoners en ondernemers beperkt blijven.

Het is niet geheel haar scenario maar heeft voldoende herkenning en haar eerdere zorgen zijn voor nu weggenomen. Deze KIA doet recht aan de behoefte van de raad om tempo te maken, met voldoende realisme en zorgvuldigheid. Kosten, risico’s en haalbaarheid komen pas in de volgende fase aan de orde; zij kijkt daarnaar uit. Dat is tenslotte wat de ambities zal maken of breken. De heer Kitslaar (Rosmalens Belang) staat voor een klimaatneutraal Den Bosch in 2045 maar vindt het ook van belang dat dit op een realistische wijze gebeurt. De KIA is een hulpmiddel dat richting kan geven maar onvoldoende rekening houdt met lokale verschillen en draagvlak. Het is 10

verstandig dat het besluit over uitbreiding van de zero-emissiezone wordt uitgesteld tot uiterlijk 2035. Er wordt rekening gehouden met landelijke en regionale ontwikkeling waardoor de gemeente geen enclave wordt. Er wordt groot ingezet op aardgasvrije wijken maar Den Bosch kent veel verschillende soorten wijken. Wat in stedelijk gebied werkt, is niet zomaar toepasbaar op alle wijken. In het buitengebied en dorpskernen zullen individuele oplossingen nodig zijn. Dit kan verschillende financiële consequenties hebben voor bewoners en wijken. Draagvlak is bij deze transitie geen luxe maar een randvoorwaarde. Hij denkt hierbij aan betaalbaarheid, tempo en keuzemogelijkheden voor de inwoners. Zij moeten vooraf goed geïnformeerd en ondersteund worden. Mevrouw Klerks (Volt) zegt dat de gemeente klimaatneutraal wil zijn in 2045 maar de gemeente heeft maar op bepaalde zaken invloed: de eigen wegen, de bebouwde omgeving en de warmtevoorziening. Omgerekend betekent dat 280 kiloton ofwel iets meer dan 40%. De gemeente heeft maar beperkte knoppen om aan te draaien en dat is reden om actief aan al die knoppen te draaien. Zij is het niet eens met de S-curve en had liever actief verschillend beleid naar voren geschoven. Realiteit is dat veel uitwerking en uitvoering ook tijd vraagt om op te kunnen starten.

Met dat deel van de KIA kan zij leven mits alle middelen zoveel mogelijk ingezet worden en er actief op een betere lijn dan de voorgestelde S-curve wordt ingezet. Een tussendoel van minimaal 140 kiloton in 2035 ziet zij het liefst in plaats van strikt 140 kiloton. Zij beraadt zich op een amendement. Ten aanzien van het gasvrij maken van de wijken heeft de gemeente een aantal instrumenten tot haar beschikking waaronder de aanwijsbevoegdheid. Hier gaat zij in tweede termijn op in. De heer Verbruggen (D66) is blij met de voorliggende KIA. Iedereen moet mee kunnen doen, niet alleen de koplopers maar ook de mensen die wat minder ambitieus willen of kunnen zijn. Samen met buurten worden uitvoeringsplannen uitgewerkt om zo samen invulling te geven aan alternatieven voor verwarmen met aardgas. Tegelijkertijd biedt de gemeente duidelijkheid over wanneer welke buurt aan de beurt komt. Dit is een historisch besluit waarmee tempo wordt gemaakt met het verminderen van de CO2-emissie en voor een schonere luchtkwaliteit wordt gekozen. De gemeente gaat verder met haar voorbeeldfunctie in de vastgoedportefeuille en zal handhaven op de besparingsplicht bij bedrijven. Ook de transitie in de mobiliteit wordt niet uit het oog verloren. Goed dat jaarlijks gemonitord wordt. Hij steunt het voorstel.

De heer Van Griensven (PVV) zegt dat het versneld klimaatneutraal worden in 2045 gegarandeerd niet zal lukken; dat is al bekend. Hij is dan ook absoluut tegen deze plannen. Er wordt met groot gemak uitgegaan van stijgende prijzen van aardgas maar er wordt niets gemeld over mogelijk stijgende prijzen van elektriciteit, inclusief hogere belastingen en heffingen. Hoeveel extra middelen wil het college stukslaan om dit onhaalbare doel toch te proberen te bereiken? Wat als bij een volgend meetpunt blijkt dat Den Bosch niet op schema ligt? Hij vindt dat er te weinig in de plannen staat over woningisolatie. Het uitstellen van het besluit over uitbreiding van de zero-emissie in 2035 is alvast een stap. Wat hem betreft, worden de huidige zero-emissiezones ook opgeheven. Het plan is doorweekt met dwang en de PVV is daar sowieso op tegen. De heer Peters (PvdA) noemt hittestress en wateroverlast door extreem weer, stijgende energierekeningen, een vervuilde lucht, afhankelijkheid van dubieuze regimes voor de levering van energie, aantasting van de natuur. De ambitie om in 2045 klimaatneutraal te zijn, gaat niet alleen om het voorkomen van toekomstige problemen maar ook van problemen die er vandaag al worden ervaren. Het leven van de inwoners kan veel verbeterd worden door toe te werken naar klimaatneutraliteit in 2035, met lage energieprijzen, een goede leefomgeving en een schonere lucht.

Daarmee draagt Den Bosch ook bij aan het beperken van CO2-uitstoot en gaat klimaatverandering tegen. Goed dat de daad bij het woord wordt gevoegd met deze KIA. Hij spreekt zijn waardering uit voor de ambitie die Den Bosch toont. Zeker op het gebied van verduurzamen van de gebouwde omgeving maakt Den Bosch door het gebruiken van de aanwijsbevoegdheid eindelijk tempo en wordt duidelijkheid aan de inwoners geboden. Hij verwacht dat de gasprijzen alleen maar gaan stijgen. Door de spanningen in de wereld ligt een nieuwe energiecrisis op de loer. De gemeente geeft het goede voorbeeld door eigen vastgoed en voertuigen te verduurzamen. Het is van belang goed te blijven meten of de gemeente met de nieuwe maatregelen op koers blijft om klimaatneutraliteit in 2045 te halen en om eventueel aanvullende maatregelen te nemen als de gemeente uit koers dreigt te raken. 11

De heer Pennings (gewoon ge-DREVEN) is blij dat enkele scherpe kantjes uit de KIA zijn. Met twee punten heeft hij nog moeite: de aanwijsbevoegdheid, is die niet te ver op dit moment? Is dat een noodmaatregel of wordt eerst ingezet op buurten waar dit wel soepel loopt? Bij een nieuwbouwplan zou dit geen probleem kunnen zijn maar bij bestaande bouw moet goed over de consequenties nagedacht worden, zeker qua betaalbaarheid. In december 2024 heeft hij een motie ingediend over te veel opgewekte energie. Die motie is aangehouden want de wethouder zou meekijken in de KIA. Hij ziet nog weinig in de vervolgaanpak, heeft de wethouder hiernaar gekeken? De heer Ploegmakers (CDA) zegt dat deze KIA een goede stap is richting 2045. De terugdringing in de bebouwde omgeving heeft hoge prioriteit. Dat de aanwijsbevoegdheid gebruikt wordt hiervoor, daar heeft hij op zich geen moeite mee. Dat levert duidelijkheid op voor iedereen. Er is deels aan wensen van het CDA tegemoet gekomen bijvoorbeeld op het gebied van mobiliteit, dat verheugt hem. Den Bosch is immers geen eiland. Er wordt nu rekening gehouden met de landelijke en Europese regelgeving. Door monitoring kan steeds bekeken worden wat de effecten zijn van stappen die gezet zijn. Hij kan zich vinden in voorliggend stuk. Reactie college Wethouder Van der Geld vond de discussie van enkele maanden terug hierover heel goed.

Daarin proefde hij breed draagvlak voor een aardgasvrije aanpak, voor de aanwijsbevoegdheid en meer maatregelen. De scherpe kantjes zijn er nu afgehaald in de hoop dat er een breed draagvlak is in de commissie. De KIA betreft het vastleggen van het tempo, de grote maatregelen en de opgave. Ten aanzien van de betaalbaarheid zegt hij dat niets doen het alleen maar duurder maakt, voor de gemeente, maar ook voor de inwoners. Als de gemeente niets doet, zal de netcongestie alleen maar erger worden en het aanleggen van aardgasvrije wijken draagt bij aan het oplossen van netcongestie. Alle buurten moeten van het gas af, dat is een besluit dat ook nationaal is genomen. Niet alle buurten sluiten echter aan op een warmtenet. Dat is ongeveer een derde in Den Bosch. De aanwijsbevoegdheid wordt niet zomaar ingezet. Inwoners worden goed geïnformeerd en er komt een uitgebreid participatietraject, dat is ook wettelijk verplicht. De aanwijsbevoegdheid is geen noodmaatregel. Die wordt ingezet als het de beste maatregel is voor een wijk wanneer bijvoorbeeld 70% van de bewoners is aangesloten op een warmtenet. Daarmee wordt voorkomen dat bijvoorbeeld Enexis twee parallelle systemen moet gaan ondersteunen. Enexis berekent dit soort kosten direct door aan de consumenten in de energieopslag. Ook vanuit dat oogpunt is het belangrijk kostenefficiënt met die netten om te gaan.

Tweede termijn De heer Kieft (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) is voor realistische, haalbare en betaalbare plannen. Hij zet grote twijfels bij deze KIA. Vanaf 2018 wordt eraan gewerkt om zeven buurten aardgasvrij te maken maar met welk resultaat? En waarom zou het nu wel gaan lukken? Hoe worden die wijken aangewezen? De heer Bos (GroenLinks) zegt dat het daarom toch juist goed is snel die stap te gaan maken? De heer Kieft (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) zegt dat de vraag is waarom het dit keer wel zou gaan lukken. De heer Bos (GroenLinks) begrijpt dat de heer Kieft wel het doel ondersteunt maar benieuwd is naar de uitvoering. De heer Kieft (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) is daar inderdaad benieuwd naar. Wanneer worden de resultaten verwacht van de gesprekken met de VNG en het rijk over de subsidiëring van warmtenetten en de normen voor betaalbaarheid? De kosten voor het opstellen en uitvoeren van de BUP’s bedragen € 450.000 per buurt per jaar met een doorlooptijd van zes tot acht jaar. Dat betekent een totaal van € 37,8 miljoen voor twaalf buurten, voor achttien buurten is dat € 56,7 miljoen. Die kosten komen toch ook terecht bij de inwoners? De uitbreiding van het netwerk zal ook op de een of andere manier bekostigd moeten worden. De heer Bos (GroenLinks) merkt op dat de heer Kieft het hier over de kosten heeft maar heeft 12

hij ook naar de opbrengsten gekeken, zoals naar de energierekening en de opbrengsten voor de gezondheid? De heer Kieft (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) heeft daar zijn twijfels over want er wordt wel beweerd dat de aardgasprijs gaat stijgen versus de elektriciteitsprijzen maar de kosten van uitbreiden van het elektriciteitsnetwerk gaan in de miljarden lopen en dat zal ook niet gratis gebeuren. De heer Bos (GroenLinks) zegt dat het een Europese transitie is en er zal naar een duurzame vorm overgegaan moeten worden. Er kan lang een fossiel systeem in stand worden gehouden maar dan wordt dat steeds meer gedragen door minder mensen waardoor de kosten alleen maar toe zullen nemen. De heer Kieft (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) denkt hier heel anders over. Hij pleit voor haalbare, betaalbare en realistische plannen zeker nu een en ander nog niet zeker is. De heer Romijn (PvdD) zegt dat duidelijkheid essentieel is. Het is niet duidelijk of de doelen überhaupt gehaald gaan worden en hij hoort collega’s ook zeggen dat het niet in beton gegoten moet zijn. Dat maakt het alleen maar lastiger voor bedrijven en inwoners om plannen te maken. Als we tekortkomen, moeten we aanscherpen en dat heeft impact op de bewoners maar zorgt ook voor problemen bij Enexis. Mensen en bedrijven moeten weten waar zij aan toe zijn dus de gemeente moet scherp zijn in haar ambities.

In eerdere scenario’s werd gezegd dat een trage afbouw van CO2 meer duurzame opwek zou vereisen. Die noodzaak lijkt nu opeens verdwenen. Uit de beantwoording van zijn technische vragen werd ook niet duidelijk waarom het college hier niet meer voor kiest. Hoe wordt ervoor gezorgd dat de gemeente vooruitkijkt? Er moet toekomstgericht gemonitord worden, dat is essentieel. Hij had graag een gestructureerde aanpak voor besparing gezien, die ontbreekt in dit stuk. Misschien komt hij nog met een motie hierover. Hij had graag duidelijkere afwegingen gezien en de reden waarom voor een aantal mogelijkheden gekozen wordt. De heer Ploegmakers (CDA) merkt op dat er toch duidelijk aangegeven wordt dat er stappen gezet gaan worden die ook gemonitord worden. Heeft de PvdD daar geen vertrouwen in? De heer Romijn (PvdD) zegt dat de ambitie is: zo snel mogelijk naar nul uitstoot, niet in 2045. Er gebeuren inderdaad dingen, de markt verandert, er komen nieuwe auto’s maar tegelijkertijd doet Den Bosch niets. Den Bosch wacht af en denkt: het komt wel goed. Dat is een te groot risico want wat als het doel niet wordt gehaald? De heer Ploegmakers (CDA) is het er niet mee eens dat Den Bosch niets doet. Er zijn mensen in de stad die nu net een auto op benzine kunnen rijden en die auto nodig hebben voor hun werk.

Zegt de PvdD dan: wij gaan ervoor zorgen dat die mensen niet meer in die auto kunnen rijden? De heer Romijn (PvdD) is voor duurzame mobiliteit voor iedereen op een manier die bij iedereen past. Hij denkt dat als straks geconstateerd wordt dat achtergelopen wordt op de Scurve alsnog zaken bijgesteld zullen moeten worden en dan komen mensen voor verrassingen te staan. Dan ben je gedwongen versneld zero-emissie in te voeren en mensen kunnen zich daar dan niet op voorbereiden. Mensen hebben dan net een nieuwe fossiele auto gekocht terwijl zij ook een elektrische hadden kunnen kopen. De heer Ploegmakers (CDA) zegt dat het niet alleen om die auto op fossiele brandstof gaat. In het stuk staat immers "er zijn meerdere knoppen waar we aan kunnen draaien". De heer Romijn (PvdD) zegt dat er zoveel knoppen niet zijn. Dus op welke knoppen doelt de heer Ploegmakers? De heer Bos (GroenLinks) zegt dat de PvdD vroeg hoe het komt dat er geen extra duurzame opwek meer in het plan staat. Dat is een discussie die in november al is geweest. Toen zeiden veel partijen: dat heeft niet onze voorkeur. Wat voor antwoord verwacht de heer Romijn van de wethouder? 13

De heer Romijn (PvdD) is absoluut geen voorstander van nog meer windmolens in deze gemeente. Hij constateert dat er drie scenario’s voorlagen en alleen in het scenario Nationale Koploper was geen extra opwek nodig. Nu ligt er een plan en dat is zeker niet het scenario Nationale Koploper. Dan vraagt hij zich af: er was noodzaak voor duurzame opwek, nu niet meer maar hoe komt dat terug in de berekening? Daar had hij een technische vraag over gesteld. De heer Bos (GroenLinks) zegt dat met de KIA een scherpe doelstelling wordt gezet namelijk een klimaatneutraal 2045. Er worden duidelijke keuzes in gemaakt en later zou nog een en ander bepaald kunnen worden zonder extra grootschalige duurzame opwek. Zou dat ook nog kunnen? De heer Romijn (PvdD) zegt dat als dat de sleutel is die de wethouder heeft gevonden dan hoopt hij dat de wethouder dat zo bevestigt. Dat zou goed nieuws zijn. Dat laat onverlet dat er nog steeds sneller en ambitieuzer afgebouwd kan worden. De heer Verbruggen (D66) vraagt of de heer Romijn niet ziet dat er een enorme versnelling wordt toegepast door in de gebouwde omgeving van het aardgas af te gaan. Dat is toch twee derde van de CO2-reductie. Wat wil PvdD in de mobiliteit veranderen? De heer Romijn (PvdD) is het ermee eens dat er een versnelling komt nu. Er zijn plannen voor Maaspoort en plannen voor Noord en er moet nog heel veel meer gebeuren.

Hij heeft zorgen over de haalbaarheid van de ambitie en daarom vraagt hij zich af of het middel zero-emissie nu al uitgeschakeld moet worden omdat dat niet nodig zou zijn. De heer Verbruggen (D66) meent dat de uitbreiding van de zero-emissiezone niet uitgeschakeld wordt maar tijdens de monitoring wordt bekeken wanneer daarin opgeschaald wordt. De heer Romijn (PvdD) zegt dat niemand er iets aan heeft als iedereen hier gaat zitten wensdenken. Hier moeten de lijnen uitgezet worden. Wat als straks blijkt dat het te weinig opbrengt en toch met zero-emissie aan de gang moet worden gegaan? Daarmee wordt alleen maar meer onduidelijkheid gecreëerd. De heer Peters (PvdA) hoort de heer Romijn zeggen dat er veel te weinig wordt gedaan op het gebied van besparing. In de KIA staan uitvoeringsplannen, de Bossche besparingsaanpak en een legio aan maatregelen op het gebied van besparing. Wat wil de heer Romijn nog extra zien? De heer Romijn (PvdD) zegt dat de KIA over twee grote thema’s gaat en besparing is daarin een ondergesneeuwd verhaal. Er gebeurt al veel in Den Bosch op het gebied van besparing maar het blijft belangrijk in beeld te houden dat energie die je niet gebruikt ook niet bespaard hoeft te worden en ook niet duurzaam opgewekt hoeft te worden. Daar wil hij meer aandacht voor.

De heer Peters (PvdA) vindt besparing ook belangrijk maar er zijn tien concrete maatregelen daarvoor opgenomen in de KIA. Besparing is dus niet ondergesneeuwd. De heer Romijn (PvdD) zegt dat warmtetransitie en zero-emissie de grote knoppen zijn waaraan gedraaid kan worden en besparing blijft wat ondergesneeuwd. De heer Peters (PvdA) vraagt of de heer Romijn extra concrete maatregelen in het kader van besparing opgenomen wil zien. De heer Romijn (PvdD) zegt dat die maatregelen gebundeld maar ook in beeld gebracht moeten worden en aangegeven worden wat ze opleveren. Het antwoord zal dan zijn dat er nog veel meer gedaan kan worden en dat wil hij graag beter uitgelicht zien. Mevrouw De Groot (VVD) zegt dat de heer Romijn enerzijds om een hoger ambitieniveau vraagt en anderzijds maakt hij zich zorgen over de haalbaarheid van de geformuleerde ambities. 14

De heer Romijn (PvdD) is het eens met het doel: klimaatneutraal 2045. Over hoe snel de gemeente daar komt verschillen ze van mening. Je kunt dat zo snel mogelijk doen zoals in scenario 3, met zoveel mogelijk ambitie, of je doet wat nu gedaan wordt: iets minder of niet ambitieus en denken dat we er wel komen of niet. Het doel is er maar hoe gaat de gemeente er komen. Mevrouw De Groot (VVD) concludeert dat de heer Romijn van mening is dat er geen ambities gesteld worden maar hij maakt zich ook zorgen over de haalbaarheid van de gestelde ambities. De heer Romijn (PvdD) zegt dat de ambitie zou moeten zijn: zo snel mogelijk naar nul. Vervolgens is er een herijkte ambitie: naar nul in 2045. Dan komen er een aantal maatregelen waarvan je je kunt afvragen: wordt er nu wel alles aan gedaan om de doelen te halen? De ambitie is matig en de uitvoering weinig ambitieus. De heer Van Hasselt (SP) zegt dat de PvdD twijfels zet bij de haalbaarheid van het aardgasvrij maken van de wijken. Hoe zijn die twijfels ontstaan en kan de heer Romijn die toelichten? De heer Romijn (PvdD) zegt dat er plannen zijn voor het aardgasvrij maken van een aantal wijken gebaseerd op een warmtenet. Daar zijn plannen voor. De rest van de gemeente is nog onduidelijk. Er zijn geen bronnen, de technologie is ook onbekend dus het duurt nog lang maar 2045 is niet zo lang meer.

De heer Van Hasselt (SP) vraagt of de heer Romijn een oplossing ziet zodat deze ambities wel gehaald kunnen worden. De heer Romijn (PvdD) zegt dat de zero-emissie een grote knop is om aan te draaien. Hij is ook geen expert op het gebied van deze technieken. Hij constateert alleen dat de gemeente niet weet hoe maar de gemeente gaat wel inzetten. De heer Pennings (gewoon ge-DREVEN) verwijst naar zijn motie van december 2024 over te veel opgewekte energie. Die motie is na de toezegging van de wethouder ingetrokken; de wethouder zou bekijken wat hij eruit mee zou kunnen nemen in de KIA maar hij ziet hier niets over terug in de KIA. Er wordt aan alle kanten geprobeerd energie op te wekken maar als er te veel is, wordt er nog te weinig gedaan om die te veel opgewekte energie te gebruiken. Als er windmolens neergezet worden boven de restopgave dan komt er nog meer overschot op sommige dagen. Het uitzetten van windmolens is ook niet de opzet als ze geplaatst worden. Hij komt daarom terug op die motie. Heeft de wethouder ernaar gekeken? Hij kan de motie opnieuw indienen maar het lijkt hem zinvoller als alle partijen ernaar kijken om die motie te verbeteren. Hij zal de motie mailen aan alle partijen na de commissievergadering.

Mevrouw Klerks (Volt) zegt dat een signaal uit de buurtinitiatieven is: wanneer gaan de buurten van het gas af en hoe wordt ervoor gezorgd dat hierover duidelijk gecommuniceerd wordt? Het is tijd voor concrete stappen en plannen. Daar zijn heldere tijdlijnen voor nodig. De transitievisie geeft daar globaal een antwoord op maar de KIA maakt dit helaas nog niet concreet. Dat is nodig als de gemeente de bewoners mee wil laten bewegen. Uiterlijk 2026 zou het voor alle buurten en wijken duidelijk moeten zijn of zij wel of geen collectieve warmteoplossing krijgen zodat die buurten of wijken zelf een collectief of een andere route kunnen bewandelen als dat nodig is. Buurten moeten uiterlijk 2026 actief op de hoogte gebracht worden als voor hen niet duidelijk is of er een warmtebron is om zo actief te kunnen onderzoeken wat wel mogelijk is. De heer Verbruggen (D66) meent dat wat mevrouw Klerks bedoelt in de uitvoeringsplannen terechtkomt en in het proces daarnaartoe. Mevrouw Klerks (Volt) zegt dat dit inderdaad in de buurtuitvoeringsplannen staat maar er wordt geen tijdlijn gegeven. Het is dus niet bekend wanneer een buurtuitvoeringsplan bekend is bij een buurt. De meeste buurten hebben geen idee wanneer zij aan de beurt zijn. Er moet goed gecommuniceerd worden. De heer Verbruggen (D66) lijkt het beter dat de raad hier eerst over besluit en pas daarna 15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15861950/1