2024-06-20 Commissie Bestuur vastgesteld
Tekst van het document
De heer Van Silfhout (Volt) vindt het wat diffuus over welke motie steeds gesproken wordt. Wat is de afbakening die de heer Kagie ziet voor de enquêtecommissie? De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) zegt dat de afbakening van het onderzoeksvraagstuk met elkaar bepaald moet worden. Dat kan niet verengd worden tot de Afvalstoffendienst. De heer Van Silfhout (Volt) vraagt welk oordeel de heer Kagie wil vellen als de enquête is afgelopen en de hele top erbij betrokken is. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) zegt dat met mensen van het stadskantoor gesproken kan worden of van de Afvalstoffendienst. Het gaat erom dat de raadsenquêtecommissie daar handen en voeten aan moet geven. De ambtelijke top zal daar ook in gehoord worden. De heer Van Genugten (CDA) maakt zich grote zorgen over de onrust in de ambtelijke organisatie en de Afvalstoffendienst. Er lopen onderzoeken en daar wordt de raad ongetwijfeld over geïnformeerd. Ook maakt hij zich zorgen over de verwijdering van de GOR en WORbestuurder. Dit schuurt en dat draagt nergens toe bij, ook niet aan het imago van de gemeente als werkgever of dienstverlener. De motie van de VVD demonstreert dat er raadsbreed grote zorgen leven. De vraag is wat een oplossing is voor de problemen en volgens hem is dat niet een raadsenquête.
De rust zou terug moeten komen door een maximale inzet van het college en te komen met een verbeterplan. Er lijkt bijna geen dialoog meer te zijn tussen GOR en WOR-bestuurder. De heer Van der Krabben (Bosch Belang) vraagt of in de motie aangegeven moet worden wanneer een verbeterplan verwacht wordt. De heer Van Genugten (CDA) zegt dat de motie niets zegt over de termijn noch over wat die 18
maximale inzet is. Een verbeterplan zou die maximale inzet kunnen zijn. Er is geen termijn genoemd maar er wel gezegd dat dat op korte termijn zou moeten. De heer Van Rosmalen (GroenLinks) heeft niets toe te voegen aan de bijdragen van mevrouw Craste en de heer Van Genugten. Hij steunt de motie raadsenquête niet want hij verwacht niet dat die iets oplevert wat de raad nog niet weet. Ook hij is bezorgd en hoopt dat er zo snel mogelijk een einde komt aan de onrust in de organisatie. Vandaar dat ook de naam van GroenLinks onder de motie staat. De heer Vossen (PvdA) ziet de onrust binnen en buiten de muren van dit huis, door problemen, processen maar ook door veranderingen. Soms gaan deze processen ook figuurlijk met een slag en een stoot. De Afvalstoffendienst zegt dat actief de inzichten van de medewerkers worden gebruikt om te bezien hoe de situatie daar verbeterd kan worden. Dat is een goede stap. Het college heeft een extern adviseur in huis gehaald en hoogleraren voor tegenspraak. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) vraagt of de PvdA het ermee eens is dat van de diskwalificatie van de GOR eigenlijk geen sprake zou mogen zijn en juist daarom een rol van de raad gewenst is. De heer Vossen (PvdA) vindt een raadsonderzoek of -enquête te prematuur. Er moet iets gebeuren, maar er moet op een rustige manier besproken worden waar stappen gezet moeten worden.
Mevrouw Samshuijzen (PvdD) is het daarmee eens, maar ziet de heer Vossen met betrekking tot de GOR de noodzaak niet dat er duidelijkheid moet komen? De heer Vossen (PvdA) meent dat een raadsenquête zich niet op één persoon toespitst. Zo'n zwaar middel moet ook niet zomaar ingezet worden en lost ook niet altijd de problemen op. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) zegt dat de briefwisseling en de GOR enkele voorbeelden zijn, want er is veel aan de hand. Er is geen zicht meer op wat er nu gebeurt en de raad heeft de plicht de controlerende rol uit te voeren. De heer Roovers (SP) zegt dat niemand beweert dat een enquête alles oplost. Dat middel wordt ook niet zomaar ingezet. Hoeveel tijd wil de heer Vossen het college nog gunnen? De heer Vossen (PvdA) heeft de motie van de VVD medeondertekend. Hij vraagt om informatie op korte termijn en dat is de stap die hij nu wil zetten. De heer Roovers (SP) begrijpt dat de heer Vossen geen termijn wil stellen. De heer Vossen (PvdA) zegt dat daar een maand aan gekoppeld kan worden, maar daar kan over gesproken worden. Mevrouw Hendrickx (De Bossche Groenen) wil ook best kijken of van raadsenquête onderzoek gemaakt kan worden, dat is een minder zwaar middel. Hoeveel groter moet de ellende worden voor de PvdA instapt? De heer Vossen (PvdA) roept op tot het geven van informatie.
Het college zit kort op de bal voor wat betreft de Afvalstoffendienst en reageert transparant. Mevrouw Hendrickx (De Bossche Groenen) wil graag antwoord op haar vraag. De heer Vossen (PvdA) zegt dat het nu nog niet zo ver is. Mevrouw Welten (VVD) heeft moeite met het woord ellende van mevrouw Hendrickx. 19
De heer Huibers (Rosmalens Belang) sluit zich aan bij de bijdrage van het CDA. Hij staat achter de motie van de VVD. In een raadsenquête ziet hij geen heil. De heer Van Silfhout (Volt) zegt dat dit een lastig debat is. Als een politie nodig is om in te grijpen als een Arbeidsinspectie ingeschakeld wordt, dan zijn dat heftige signalen. De verruiming die vanavond is voorgesteld voor de raadsenquête maakt het voor hem moeilijker om mee te gaan met een enquête. Hij begrijpt de geest van de motie en dat steeds dichter bij een raadsenquête wordt gekomen als het zo doorgaat. Het gezag van degenen die de organisatie besturen, moet wel in stand gehouden worden. De heer Roovers (SP) meent dat als de motie wordt aangenomen het presidium in overleg met de fractievoorzitters een onderzoekscommissie formeert en onderzoeksvraag formuleert. Dan is er nog alle ruimte om daar iets van te vinden. De heer Van Silfhout (Volt) zegt dat in de motie een richting wordt aangegeven waar dat voorstel naartoe moet gaan en het gaat dan om de vraag of de raad dat goed vindt of niet. De heer Van Hattem (PVV) vindt dat de heer Van Silfhout een terecht punt heeft over de scoop van het onderzoek: je kunt niet elke hoeksteen van de organisatie vier keer omdraaien.
Het gezag van de gemeentesecretaris mag niet worden aangetast, hoorde hij, maar met zo'n onderzoek kun je juist kijken in hoeverre de gemeentelijke organisatie in control is. De heer Van Silfhout (Volt) zegt dat hoe meer hierover wordt gesproken hoe meer het gezag onderwerp van discussie wordt en daar ligt zijn zorg. De raad gaat niet over de ambtelijke top. Mevrouw Hendrickx (De Bossche Groenen) zegt dat de raad wel gaat over de wethouder. De raad heeft de wethouder gemandateerd om de organisatie aan te sturen. Het is goed als de raad zich daar eens in gaat verdiepen middels een onafhankelijk onderzoek. Er is alle ruimte om de regie te pakken en dat zou nu na twee jaar wel eens aan de orde kunnen zijn. De heer Van Silfhout (Volt) constateert nu een enorme versmalling van de onderzoeksvraag, namelijk wat is de rol geweest van het college in de onveilige situatie in de gemeentelijke organisatie. Mevrouw Hendrickx (De Bossche Groenen) zegt dat de werkgroep zich gaat buigen over de onderzoeksvraag. De vraag nu is of er een raadsenquête of onderzoek moet komen en of er een werkgroep geformeerd moet worden die zich buigt over de onderzoeksvraag. De heer Van Silfhout (Volt) zegt dat die vraag pas in de raad van 2 juli a.s. voorligt. Hij zal op basis van het debat nu een oordeel vormen dat hij op 2 juli a.s. naar voren zal brengen.
Hij benadrukt de onmogelijke positie van alle betrokkenen op dit moment om hun rol uit te kunnen voeren. Hier moet iets aan gebeuren. De heer Van der Krabben (Bosch Belang) ziet de gemeentesecretaris op de publieke tribune zitten, de primus inter pares echter niet. De voorzitter geeft het slotwoord aan de indieners van de moties. Mevrouw Hendrickx (De Bossche Groenen) vindt dat er een goed debat is gevoerd over dit complexe vraagstuk. Zij ziet veel overeenkomsten tussen de verschillende partijen. Zij komt bij de fracties terug op wat zij wel of niet zal doen richting de raad. Mevrouw Welten (VVD) denkt ook dat er een goed debat is gevoerd. Zij komt hier op 2 juli a.s. op terug.
20
De voorzitter stelt voor beide moties gezamenlijk te behandelen op 2 juli a.s. De commissie gaat daarmee akkoord. De heer Van Hattem (PVV) merkt op dat bij de agenda alleen beide moties waren gevoegd. Hij stelt voor een volledig dossier bij de raadstukken aan te bieden. De voorzitter zegt dat de griffie dit in orde maakt. 11.
Rondvraag en sluiting De voorzitter constateert dat er geen verdere vragen zijn en sluit de vergadering om 22.09 uur. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de commissie Bestuur van 29 augustus 2024.
De secretaris, mr. drs. R. van der Meer
De voorzitter, E.M.M.P. Altenburg-Collin
21