2022-09-19 Commissie Bedrijvigheid concept
Tekst van het document
Mevrouw Hamerslag (Partij voor de Dieren) attendeert erop dat ze nog geen antwoord heeft gekregen op twee vragen en herhaalt deze duidelijkheidshalve: Het college is voornemens het vermogen van de bodem te verbeteren om beter water op te nemen, bijvoorbeeld door te onttegelen. De partij informeert naar specifieke doelen, bijvoorbeeld hoeveel er concreet onttegeld moet worden of hoeveel wateropnemend vermogen de grond moet hebben. De Partij voor de Dieren stelt een korting op de rioolheffing voor ten behoeve van personen die de goede stappen zetten in hun eigen tuin. Als het college een ander idee heeft om bewoners te stimuleren om te onttegelen, dan hoort de partij dit graag. Wethouder Geers zegt dat met de lokale heffingen niet gedifferentieerd mag worden. Spreker zegt dat het antwoord op de eerste vraag niet met een objectieve maatstaf kan worden vastgelegd. Er zijn steeds extremere regenbuien. Hij is tevreden wanneer de gemeente deze buien goed kan verwerken zonder dat daardoor wateroverlast ontstaat. De hoogwateropgave is een opgave om incidenten die eens in de 100 jaar voorkomen, aan te pakken en is veel groter dan enkel voorliggend voorstel. Het knelpunt in 's-Hertogenbosch is belangrijk voor heel Nederland, waardoor 's-Hertogenbosch nog een scherpere norm heeft voor de hoogwateropgave dan andere steden. Voor een gedeelte wordt dit middels voorliggend plan opgepakt.
De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vraagt hoe groot de effecten van de kanttekeningen – de krapte op de arbeidsmarkt en de materiaalkosten – concreet zullen of kunnen zijn. Wethouder Geers erkent deze uitdagingen. Overal in de markt komt men handen en grondstoffen tekort. De energieprijzen spelen hierbij ook een grote rol. Een aantal jaar geleden is ingezet op versnelling van de aanpak van het riool, zowel het versterken, het afkoppelen als het langdurig behouden middels relining. De kanttekeningen zijn een vertraging van de versnelling.
15
De versnelling wordt ingezet om de hoge piek tegen te gaan. Die versnelling zou vertraagd kunnen worden door te weinig menskracht en grondstoffen. Dat betekent dat er stappen gezet blijven worden om het riool in het reguliere traject op orde te houden. Tweede termijn De heer Hoeben (De Bossche Groenen) informeert naar de mening van de wethouder over een tegeltaxi bij onttegelen en afkoppelcoaches in samenwerking met het waterschap. De heer Van der Heijden (Rosmalens Belang) vraagt wanneer de prioriteringsscan kan worden verwacht. Wethouder Geers geeft aan dat de stresstesten op dit moment worden opgesteld., De verwachting is dat de resultaten in eerste concept eind 2022 gereed zijn. Daarna wordt de uitvoeringsplanning voor het college gemaakt. Hij zegt dat een afkoppelcoach kán helpen. Hij zegt toe, dit met het waterschap te zullen bespreken. Tegelijkertijd verdient het onttegelen de prioriteit. Hiertoe wordt reeds een aantal instrumenten ingezet. Hij neemt zijn opmerking over de korting op de rioolheffing terug. Staande de vergadering heeft hij de raadsinformatiebrief over beloningsvoordelen doorgestuurd gekregen van een van de commissieleden waarin staat aangegeven dat een korting op de rioolheffing wél mogelijk is. Hij zegt toe deze raadsinformatiebrief aan de rest van de commissieleden toe te sturen, opdat iedereen hiervan kennis kan nemen.
De voorzitter vraagt wat de fracties voornemens zijn te doen richting de raadsbehandeling. De heer Verbruggen (D66) meldt dat D66 vóór zal stemmen. Mevrouw Parijs (Bosch Belang) zegt dat Bosch Belang vóór zal stemmen. De heer Van der Heijden (Rosmalens Belang) zegt dat Rosmalens Belang vóór zal stemmen. De heer Ploegmakers (CDA) zegt dat het CDA zal instemmen. De heer Altenburg (VVD) zegt dat de VVD zal instemmen. Mevrouw J.J.M. van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) meldt dat VOOR Den Bosch zal instemmen. Mevrouw Klerks (Volt) zegt dat Volt zal instemmen. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) zegt dat gewoon ge-DREVEN zal instemmen. Er zal wellicht een motie komen over het creëren van bassins. Mevrouw Hamerslag (Partij voor de Dieren) zegt dat de partij wellicht met een motie zal komen. Mevrouw Visscher (SP) zegt dat de SP in principe zal instemmen. Wellicht zal de SP een interessante motie steunen. Mevrouw Volgers (PvdA) zegt dat de PvdA zal instemmen. De heer Bos (GroenLinks) zegt dat GroenLinks zal instemmen. Mevrouw Hernández (50PLUS) zegt dat 50PLUS de moties afwacht. De heer Essen (PVV) zegt dat de PVV de moties ook zal afwachten. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) zegt dat Leefbaar 's-Hertogenbosch zal instemmen. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) zegt dat De Bossche Groenen met een motie zal komen.
De voorzitter concludeert dat er moties zullen volgen bij de raadsbehandeling.
16
Overige onderwerpen ter bespreking 7.
Discussienotitie Rolneming gemeente in warmteketen De voorzitter geeft een korte toelichting op het onderwerp. Het college legt de commissie een aantal vragen voor met betrekking tot de rol die de gemeente zou kunnen vervullen bij de aanleg van warmtenetten. De vragen zijn als volgt: 1. Welke rol(len) is de gemeente bereid verder te verkennen? 2. In hoeverre is verschil in prijsvorming van warmtetarieven tussen wijken/buurten aanvaardbaar? 3. Wat vindt u ervan dat de gemeente systeemverantwoordelijkheid draagt voor de levering van warmte aan haar inwoners? 4. In hoeverre is de commissie bereid om financieel, juridisch of anderszins in te springen bij het failliet raken van een (lokaal) warmtebedrijf? 5. Hoe denkt u over het hanteren van onderstaande randvoorwaarden voor lokale energiecoöperaties om professionaliteit en daarmee leveringszekerheid te borgen? 6. Is de commissie bereid om binnen het project Proeftuin 't Zand een risicodragende rol verder te onderzoeken? De heer Van de Pol (Partij voor de Dieren) beantwoordt volgordelijk de vragen in de notitie. De Partij voor de Dieren is er voorstander van dat de gemeente álle rollen verkent. Echter, de partij neigt ernaar om te concluderen dat de risicodragende rol op dit moment het meest passend is. Het verschil in prijsvorming is tot op zekere hoogte aanvaardbaar.
Er zullen verschillen zijn in kosten van verschillende soorten techniek. Het moet niet gaan betekenen dat het onbetaalbaar wordt. De fractie ziet systeemverantwoordelijkheid voor de gemeente passend en gerechtvaardigd. Er is een groot maatschappelijk belang om van het gas af te gaan. Daarbij hebben collectieve warmtesystemen grote voordelen. Daarmee wordt over het algemeen veel minder elektriciteit gebruikt. Ook kan dit de weg vrijmaken naar meer collectieve warmtesystemen en -projecten. Als de gemeente géén systeemverantwoordelijkheid draagt, ziet de fractie risico's voor de gebruiker, onder andere door het monopolie op de warmtevoorziening. Er is maar één aanbieder van de warmte in dat geval. Een grote representativiteit van de buurt is wenselijk in het buurtwarmtebedrijf, ook gezien de monopoliepositie. Draagvlak is belangrijk. Het is wel noodzakelijk om daarbij de urgentie goed uit te dragen. Een cv-ketel zal geen optie meer zijn. Gezien de eerdergenoemde argumenten, vindt fractie Partij voor de Dieren een risicodragende rol passend en gerechtvaardigd. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) sluit zich volledig aan bij de beantwoording door de Partij voor de Dieren. Bij de aanleg van het warmtenet móet marktconform geleverd kunnen worden. Na de aanleg moet het niet zo zijn dat er een monopolie bestaat zonder dat de gemeente hierop enige invloed kan uitoefenen.
Mevrouw Huijbrechts (GroenLinks) merkt op dat er verschillende aspecten zijn van warmtenetten. Het betreft het isoleren van de woning, het opwekken van duurzame energie, het investeren en onderhouden van het warmtenet en het aanpassen van de woning aan het warmtenet. GroenLinks is van mening dat de regie over de activiteiten die inwoners zelf kunnen oppakken – individueel of met buurtinitiatieven – bij de inwoners moet blijven liggen of gelegd moet worden. GroenLinks is ook van mening dat het belangrijk is dat iedereen mag meedoen in deze 'reis'. In buurten waar individuele initiatieven en buurtinitiatieven niet zelfstandig op gang komen, moet de gemeente actief op zoek gaan naar informatie en de ondersteuning die daar nodig is. In de Transitievisie Warmte 1.0 wordt gesteld dat de regisserende rol voor de gemeente noodzakelijk is. Spreekster citeert: "Zonder deze regisserende rol, komt er voor veel buurten géén collectieve oplossing voor aardgas." Deze visie onderschrijft GroenLinks nog steeds. De fractie is van mening dat de investering in het warmtenet zodanig is dat de gemeente hierin een actieve rol moet spelen. De fractie ziet een mogelijkheid voor afspraken of een samenwerking met bijvoorbeeld Brabant Water, om zodoende een langetermijnafschrijving, het onderhoud en een eerlijke eenheidsprijs te garanderen.
17
Overige activiteiten zouden aan buurtinitiatieven en woningbouwcorporaties overgelaten kunnen worden, met actieve participatie van de gemeente en overige partners. Het is belangrijk dat er als partners wordt samengewerkt. GroenLinks is van mening dat een regisserende rol van de gemeente noodzakelijk is om de verschillende wijken goed te laten samenwerken. Bepaalde keuzes die in Boschveld zijn gemaakt, hebben invloed gehad op 't Zand. Het samenwerken tussen de verschillende wijken zorgt ervoor dat de wijken hun mogelijkheden volledig kunnen benutten en dat gemeentebreed de juiste keuzes worden gemaakt. Het is daarbij belangrijk dat iedereen meedoet, tegen een eerlijke prijs. Het warmtenet zelf zou niet moeten leiden tot prijsverschillen en eventuele prijsverschillen moeten beperkt blijven. Voorts vindt GroenLinks het belangrijk dat er voldoende financiële middelen worden vrijgemaakt voor het project en dat de gemeente kijkt naar wat er nodig is. De vraag is of de voorgestelde 150 klokuren en € 5000 subsidie toereikend zijn om de regisserende rol voldoende in te vullen. De heer Essen (PVV) meldt dat de PVV geen voorstander is van het warmtenet. De PVV is nog steeds voorstander van continueren van gasgebruik. In het nieuws en in Den Haag wordt genoemd dat gas goedkoop naar het buitenland gaat, terwijl Nederlanders 'de hoofdprijs betalen'.
De PVV is dan ook van mening dat het tijd is dat op landelijk niveau een discussie wordt gevoerd over het gas dat Nederland zelf in bezit heeft en wat daarmee wordt gedaan. De heer El Amraoui (D66) merkt op dat de rolneming van de gemeente in de warmteketen een belangrijk vraagstuk is, aangezien het voornemen is om in bepaalde buurten een warmtenet aan te leggen en deze buurten aardgasvrij te maken. De gemeente heeft als kerncriterium de energiearmoede genomen. Dit verheugt D66. Naast de energiearmoede zijn de aanwezigheid van een warmtebron en de geschiktheid van de bebouwing relevante criteria om te beoordelen of een warmtenet mogelijk is. Gezien de cumulatieve aard van deze criteria is het zeer reëel dat slechts enkele buurten aardgasvrij gemaakt zullen worden middels een warmtenet. Aangezien de negatieve economische, geopolitieke en ecologische effecten van het gebruik van gas, ziet D66 een noodzaak voor realisatie van aardgasvrije huizen, buurten en wijken. Dit is een kwestie van fundamentele belangen, gezien de hoge kosten waar de inwoners aan onderworpen zijn. Bovendien wordt gas vaak geïmporteerd uit landen met twijfelachtige regimes. Daarnaast is het gebruik van fossiele brandstoffen, zoals olie en gas, desastreus voor de natuur. Het opzetten en het operationeel houden van een warmtenet is een kostbare en complexe aangelegenheid.
Gezien het feit dat de energietransitie geen facultatieve zaak is, noch dat het wenselijk is dat de wijken en buurten zijn onderworpen aan verschillende warmtetarieven, ziet D66 een grote prijsbepalende rol voor de gemeente, juist vanwege de aanwezigheid van energiearmoede en de noodzaak van betaalbaarheid. Deze rol staat beschreven als de rol van aandeelhouder. De systeemverantwoordelijkheid die daarmee gepaard gaat, is naar mening van D66 passend en redelijk en in lijn met de ratio betreffende nutsbedrijven. De dienst – het leveren van warmte – dient het algemeen belang. D66 meent dat het in de lijn der verwachtingen is dat een warmtedistributieketen wordt aangemerkt als nutsbedrijf. Het vervangt immers bestaande gasdistributieketens en dient hetzelfde doel. Spreker geeft aan dat hij vooruitloopt op de juridische realiteit. D66 ziet de grote betrokkenheid vanuit de buurten en heeft gesproken met een aantal initiatiefnemers van buurtinitiatieven tijdens een sessie van Informeren & Ontmoeten. Dit toont aan, hoe serieus de energietransitie wordt genomen en hoeveel animo er is voor verregaande coöperatie tussen buurten en de gemeente. D66 juicht dit toe. D66 kan zich vinden in het afwegingskader zoals opgesteld in het memo van Berenschot. De fractie is bereid om binnen het project Proeftuin 't Zand een risicodragende rol verder te onderzoeken.
Afsluitend merkt D66 op dat de betrokkenheid van de gemeente als aandeelhouder in de warmteketen van doorslaggevend belang is. D66 is van mening dat de gemeente als aandeelhouder dient te participeren voor minimaal 51% om de doorslaggevende stem te borgen en daadwerkelijk de regie te kunnen houden. Met betrekking tot de overige 49% dient een afweging te worden gemaakt op basis van het bestaande animo in de buurten, toegang tot expertise, de inbreng vanuit de buurten en eventuele samenwerking met bestaande energiebedrijven of andere private partijen. Mevrouw De Groot (VVD) meldt dat de VVD pleit voor het verkennen van de rol van de gemeente als opdrachtverstrekker en facilitator. De VVD vindt het niet bij een gemeente passen om eigenaar
18
te zijn van een warmtebedrijf. De financiële consequenties van deze rol zijn niet te voorzien. De arbeidsmarkt is krap en de kennis om deze rol goed te kunnen spelen, is zeer beperkt aanwezig. Daarmee valt deze rol als niet-realistisch af voor de VVD. De VVD kiest voor privaat wat kan en gemeentelijk wat moet. Het verschil van warmtetarieven tussen buurten is onvermijdelijk, gezien de diversiteit van systemen, warmtebronnen en de samenstelling van buurten. Bij diverse andere voorzieningen zijn de prijsniveaus ook afhankelijk van de aanbieder waarbij men is aangesloten. Dit hoeft – wat de VVD betreft – niet problematisch te zijn. De gemeente is – wat de VVD betreft – altijd aanspreekbaar als het gaat om leveringszekerheid aan inwoners. Als financiële en juridische achtervang kan de gemeente worden aangesproken. Opgestelde randvoorwaarden voor lokale energiecoöperaties zijn naar mening van de VVD goede toetsingsgronden. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) merkt op dat aanbieders van elektriciteit aanbieden op een net, waardoor er keuzevrijheid is. Bij een warmtenet werkt dit anders. Er is een bron en er zijn afnemers. De Bossche Groenen vraagt de VVD hoe de gemeente kan borgen dat de prijzen van deze monopoliepositie voor de bron betaalbaar blijven en in verhouding zijn met bijvoorbeeld een all-electric systeem of het warmtenet van een buurwijk.
Mevrouw De Groot (VVD) antwoordt dat dit gedeeltelijk in het afwegingskader is opgenomen, waarin als een van de toetsingsgronden is opgenomen dat er voldoende organisatiekracht en een goede vertegenwoordiging van de wijk aanwezig is. Spreekster kan zich moeilijk voorstellen dat er voldoende draagvlak is in een wijk op het moment dat een collectief warmtenet voor een hogere prijs zou zorgen dan het individueel overgaan naar een elektrische warmtepomp. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) verwijst naar diens reactie onder agendapunt 5. Hij meent al het nodige te hebben gezegd over de rol van de gemeente. Kijkend naar voorliggende notitie, ziet Leefbaar 's-Hertogenbosch nog veel losse eindjes. De voorzitter merkt op dat mevrouw Visscher wilde interrumperen op de VVD. Hij geeft haar het woord. Mevrouw Visscher (SP) vindt het opmerkelijk dat de VVD geen voorstander is van de gemeente als aandeelhouder, terwijl de gemeente wel aan de lat moet staan als er iets fout gaat. Spreekster vraagt of het niet beter is dat de gemeente zelf ook enige zeggenschap heeft. Mevrouw De Groot (VVD) merkt op dat het erom gaat, wanneer de gemeente aan zet is. Wat de VVD betreft, staat de gemeente aan de achterkant aan de lat, als achtervang. De VVD zou er niet voor kiezen om aan de voorkant op andere onderdelen mee te doen. De overheid is echter wel degelijk aanspreekbaar voor een bepaalde basis.
De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vervolgt zijn betoog. De rol van gemeente gaat over verbinden, voorlichten, bij elkaar brengen, benutten van expertise enzovoorts. Op het onderdeel warme keten ziet de partij nog veel losse eindjes met betrekking tot bijvoorbeeld de uiteindelijke kosten. Het is erg kapitaalintensief. Leefbaar 's-Hertogenbosch vindt het moeilijk uitlegbaar dat men in buurt X tarief X betaalt, terwijl de naastgelegen buurt Y een ander tarief betaalt. Ook vraagt de partij zich af of er voldoende expertise in huis is of de mogelijkheid bestaat om deze kennis in te huren. Met een goede business case is het ook makkelijker om als gemeente een richting en met name een rol te bepalen. In de notitie wordt bij vraag 5 gesteld dat voor het leveren van warmte aan circa 500 woningen de energiecoöperatie circa € 17 miljoen voorziet aan investeringen in het warmteopwerksysteem. Dit betekent concreet € 34.000 per woning. Het is ongewis, waar precies het risico voor de gemeente komt te liggen. Leefbaar 's-Hertogenbosch ziet wél een rol voor de gemeente, maar de partij heeft nog onvoldoende materiaal om er nu al heel stellig in te kunnen zijn wat deze rol zou moeten inhouden. De heer Ploegmakers (CDA) meldt dat het CDA zich kan vinden in de opzet van voorliggende notitie.
Wel heeft de partij enkele vragen, die voornamelijk ontwikkelingen op landelijk niveau betreffen aangaande de Wet collectieve warmtevoorziening. Deze wet ligt op dit moment ter beoordeling bij de Raad van State en gaat in 2023 naar de Tweede Kamer. In mei 2023 worden pas besluiten genomen waardoor ook voor de gemeente dan pas duidelijk wordt wat haar rol kan zijn.
19
In de brief (juli jl.) van minister Jetten aan de Tweede Kamer zijn de nodige vragen gesteld waarop in de notitie geen antwoorden worden gegeven. Voorts is het de vraag welke financiële risico's de gemeente wil of moet nemen en welke rol eventueel andere publieke partijen gaan spelen of kunnen gaan spelen. Het CDA erkent dat de volgende stap gezet moet worden. De partij kan daarom instemmen met de verkenningsfase, waarbij gekeken wordt naar de gemeente als aandeelhouder, opdrachtverstrekker of facilitator. Het CDA wacht de ontwikkelingen af. Het is voor de fractie van groot belang dat het duidelijk is welke financiële risico's de gemeente op welk moment gaat lopen. Dit vraagt – keer op keer – om financieel inzicht en afwegingen. Er wordt met elkaar een spannende weg bewandeld, een weg die men tot op heden nog niet met elkaar heeft ingeslagen. Het CDA spreekt de hoop uit, constant door het college geïnformeerd te worden. Kijkend naar vraag 2, is het CDA van mening dat bij ongelijke prijzen het risico bestaat dat de woningmarkt verstoord raakt. Dit kan een element zijn dat in de overweging moet worden meegenomen. Het kan bijvoorbeeld van invloed zijn op de koopprijs van een woning. Vandaag de dag worden de lasten wel degelijk bekeken. Aangaande de systeemverantwoordelijkheid, is het voor het CDA belangrijk, waar de gemeente mee instemt of tegen stemt.
Om deze risicoafweging te kunnen maken is het cruciaal om het antwoord hierop vooraf helder te hebben. Als er voldoende draagvlak blijkt te bestaan, zal het CDA niet tegenstemmen. Echter, naast het draagvlak, is ook de risico-inschatting van belang. Tot slot, kijkt het CDA uit naar het resultaat van het project Proeftuin 't Zand. Mevrouw Klerks (Volt) sluit aan bij de beantwoording door de Partij van de Dieren en het betoog van D66, met name vanwege het accent op het aandeelhouderschap en de 51% die de gemeente daarin zou moeten nemen om zeggenschap te kunnen hebben. De heer Kouwenberg (Rosmalens Belang) benoemt – evenals het CDA – dat het een samenhangt met het ander. De voorkeur neigt naar de optie opdrachtverstrekker. Echter, Rosmalens Belang acht ook een combinatie van rollen denkbaar omdat het instappen als aandeelhouder veel specifieke kennis van de gemeente vraagt. Wat betreft het verschil in prijsvorming merkt de heer Kouwenberg op dat dit enigszins acceptabel is, maar dat de gemeente moet sturen op gelijke prijzen voor de inwoners. Niet iedereen is in staat makkelijk te investeren in de oprichting van een lokale energiecoöperatie. Daarin schuilt het risico op kansenongelijkheid. Als antwoord op vraag 5 sluit Rosmalens Belang aan bij het standpunt van het CDA om het onderzoek af te wachten.
Mevrouw Hernández (50PLUS) is van mening dat de gemeente de regie moet nemen om ervoor te zorgen dat de energie betaalbaar blijft. Wat betreft vraag 5, merkt 50PLUS op alles te steunen wat collectief is, zij het met de kanttekening dat het risicovol is. Daarom wordt meer inzicht gevraagd in de financiële onderbouwing. 50PLUS staat positief tegenover de gemeente als aandeelhouder. Mevrouw Volgers (PvdA) geeft aan dat het in de besluitvorming belangrijk is dat inwoners geen lasten dragen die boven hun draagkracht uitgaan. De gemeente dient een grote rol te nemen daar waar het warmtenet werkelijk uitvoerbaar is en van bewoners niet kan worden verwacht dat zij deze last dragen. Verder is een goede afstemming nodig met bewoners. Mevrouw Visscher (SP) geeft aan dat de SP een voorkeur heeft voor de gemeente als aandeelhouder, en er zelfs voorstander van is om het hele bedrijf in eigen beheer te nemen voor de grootst mogelijke zeggenschap. De SP sluit zich verder aan bij D66. Mevrouw C.H.A. van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) is van mening dat de gemeente alle rollen zou moeten verkennen om de juiste afweging te kunnen maken. Voor de rol van aandeelhouder worden wel wat problemen voorzien. Er wordt veel interne kennis gevraagd van de gemeente en de vraag is of die kennis binnengehaald kan worden. Het aandeelhouderschap is ook kapitaalintensief en brengt risico's met zich mee.
Daarom is VOOR Den Bosch van mening dat het niet haalbaar en te ambitieus zal zijn voor een gemeente. De faciliterende rol lijkt ook niet haalbaar, gezien het feit dat verschillende partijen de risico's niet alleen durven of willen dragen.
20
In haar rol van opdrachtverstrekker heeft de gemeente nog enigszins de regie en is de nodige kennis aanwezig bij de partijen waar de gemeente de opdracht aan verstrekt. Wat betreft de prijsvorming benadrukt zij dat VOOR Den Bosch voor gelijkheid staat. Een prijsverschil in prijsvorming tussen buurten en wijken is daarom slechts minimaal acceptabel. VOOR Den Bosch is van mening dat de gemeente niet onder de systeemverantwoordelijkheid uit kan komen. De vraag aangaande de coöperatie, professionaliteit en daarmee het borgen van de leveringszekerheid is al beantwoord. Het onderzoeken van de risicodragende rol is van belang om tot een goede keuze in het project te komen. De heer Pennings (gewoon ge-DREVEN) 'kan leven' met een proef als 't Zand. Er zullen ooit initiatieven genomen moeten worden en daar zal de gemeente een leidende en financiële rol in moeten spelen. Mocht het initiatief niet slagen zal de gemeente haar verantwoording moeten nemen tegenover de bewoners om het toch haalbaar te maken. Gewoon ge-DREVEN heeft een voorkeur voor niet te grote proeven, dit vanuit de gedachte: hoe grootschaliger hoe meer risico. Er bestaat al een aantal kleine initiatieven en gewoon ge-DREVEN is van mening dat er mogelijkheden liggen om te oriënteren op succesvolle initiatieven.
De gemeente zou niet de leidende rol moet nemen, maar zou er wel zorg voor moeten dragen om belangen te verwerven, aansluitingen te garanderen en ervoor te zorgen dat de prijzen niet ongeoorloofd kunnen stijgen. Het project wordt te groot geacht voor de meeste partijen als particulier, waarschijnlijk komt het aan op initiatieven op landelijk niveau. Mevrouw Hernández (50PLUS) vraagt hoe gewoon ge-DREVEN de rol van de gemeente ziet om de prijzen betaalbaar te houden. De prijzen zullen immers marktconform zijn. De heer Pennings (gewoon ge-DREVEN) antwoordt dat er bij een proef geen garantie over de prijs gegeven kan worden maar dat de gemeente een prijs moet afdwingen om aan de bewoners te leveren. Dat kan door als gemeente belangen te verwerven, maar aandeelhouderschap is niet de eerste prioriteit. Goede initiatieven zijn er al en het advies is het proefondervindelijk klein te houden want als het te groot wordt, is het risicovol. Wethouder Van der Geld is verheugd dat de politieke dilemma's met elkaar gedeeld kunnen worden. De discussienotitie is bedoeld als startpunt, met name om te kijken hoe eenieder in de discussie zit om vervolgens met een nadere invulling naar de raad terug te kunnen komen. 'Afslagen' worden pas genomen als is ingestemd met een aantal stukken dat nog aan de raad zal worden voorgelegd. Landelijk speelt er momenteel veel, waaronder de Warmtewet.
Die stuurt met name aan op een publieke rol van de overheid als het gaat om de warmtenetten. Hoe de rol van de gemeente eruit gaat zien, is nog onduidelijk. Wel tekent zich af dat deze rol meer publiek zal gaan zijn dan volledig privaat. De wethouder heeft gehoord dat veel partijen ervoor kiezen om een zo groot mogelijke regierol te nemen als gemeente, zelfs als aandeelhouder. Tegelijkertijd hebben partijen aangegeven zo min mogelijk risico te willen lopen. Dat spreekt elkaar tegen. Het is goed om in het vervolg de risico's in beeld te gaan brengen en te bespreken. De voorzitter geeft aan dat het college erop terugkomt en dat er in oktober door de commissie Bedrijvigheid geen besluit genomen hoeft te worden. 8.
Discussienotitie RIB Notitie Reikwijdte en detailniveau en proces Duurzame Polder – GG De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) licht de notitie toe. Er is een aantal discussiepunten en vragen geformuleerd over het verdere proces van de Duurzame Polder. Vraag 1 – op 31 mei jl. is het bestuursakkoord vastgesteld, maar er is geen raadsbesluit over genomen. Er is een heel intensief participatietraject geweest over de windmolens maar het huidige college heeft de 0,86 petajoule die de gemeente heeft ingebracht naar het rijk toe losgelaten en heeft besloten zestien windmolens te plaatsen. De vraag is of de commissie van mening is dat dit nog separaat via een raadsbesluit bekrachtigd moet worden. Vraag 2 – hoe wordt de Participatiewet gezien? Met betrekking tot de uitnodigingen voor de informatieavonden wordt de wethouder en de ambtelijke organisatie een compliment gemaakt. Vraag 3 – Het gaat er in de MER om de juiste antwoorden te krijgen. De heer Van Creij wijst erop dat er steeds meer informatie voorhanden is over de relatie tussen gezondheidsaspecten en laagfrequent geluid dat door de windmolens wordt geproduceerd en dat via de bodem wordt doorgegeven. Het gebied waar de windmolens worden geplaatst bestaat uit zand en
21
-
-
-
klei, daar zit een groot verschil tussen en gewoon ge-DREVEN wil nadere informatie over hoe ver dat laagfrequente geluid draagt en ook over de slagschaduw. Voor gewoon ge-DREVEN heeft de gezondheid van mens en dier de hoogste prioriteit en de vraag is of dat in de MER ook zo is. Vraag 4 – Gewoon ge-DREVEN zou graag een nulmeting hebben om alles wat leeft en bloeit in de Rosmalense Polder in beeld te brengen zodat er later geen discussie daaromtrent ontstaat omdat iets niet is meegenomen. Vraag 5 – Na verloop van tijd (end of life) verdwijnt er 5 tot 10% van de windmolens door weersinvloeden. Epoxyhars is echter een giftig materiaal, gewoon ge-DREVEN wil een beeld hebben wat de gevolgen daarvan zijn voor de gezondheid. Vraag 6 – Aan elke politieke partij wordt gevraagd of er iets gemist wordt dat nadrukkelijk in de MER opgenomen moet worden.
De heer Verbruggen (D66) geef aan dat D66 achter de ambities van de Duurzame Polder staat. Om dit te realiseren is een MER-procedure gestart. D66 is van mening dat deze procedure een zorgvuldig doorlopen proces is. In de discussienotitie wordt niet alleen het bestuursakkoord onderuitgehaald, maar ook wordt het proces in twijfel getrokken. D66 wil met de grote opgave in gedachten het proces niet tot stilstand laten komen door aan de noodrem te trekken, maar wil het proces juist op gang laten komen zodat snel resultaten van het participatieproces zichtbaar worden, maar ook van duurzame en schone energieopwekking in de gemeente. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) wil – aansluitend op D66 – meegeven als antwoord op alle vragen dat het wel moet kloppen wat er wordt gedaan. De heer Verbruggen (D66) vraagt wanneer het dan klopt. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) licht met betrekking tot vraag 1 toe dat de RES inderdaad 0,86 petajoule minus 100 hectare zon is en dat de start-MER uitgaat van (maximaal) zestien molens. In de MER staan zestien molens omdat er nogal een opgave aankomt. Volgens De Bossche Groenen klopt de berekening en hoeft er geen opvolgend besluit op genomen te worden. Wat betreft vraag 2 – het participatieproces – dat is conform de afspraken en daar zijn procedures voor.
De fractie van de Bossche Groenen heeft best veel kritiek op de processen en afspraken en de vraag is of dat de wijze is waarop het participatieproces doorlopen moet worden, maar als alle partijen besluiten dat het voldoende is dan klopt het. Mevrouw Volgers (PvdA) geeft aan dat de PvdA voor de komst van windmolens in de Rosmalense Polder zal stemmen omdat windmolens een grote rol spelen in de opgave die de gemeente heeft vanuit de RES. Ook de PvdA is van mening dat de gezondheid van inwoners vooropstaat, maar de PvdA wil ook de opgave serieus nemen waar het gaat om de uitstootverlaging van CO2. Dat elke keuze ook nadelen en lasten kan opleveren voor omwonenden, daarvan is de PvdA zich bewust. Het is goed te horen dat de eerste ervaringen rond de Bossche Windmolen West positief zijn en dat goed wordt ingespeeld op de klachten die er zijn om te kijken wanneer de molens wel of niet het beste kunnen draaien om slagschaduw te voorkomen. De start van het Omgevingsfonds loopt volgens plan. Omwonenden kunnen vanuit dat fonds een aanvraag doen ter verbetering van hun leefomgeving en lasten worden gecompenseerd. Dit geeft vertrouwen dat de windmolens in de Rosmalense Polder tot een goede uitkomst gaan leiden. De heer Van Griensven (PVV) geeft aan dat de PVV het fijn vindt dat gewoon ge-DREVEN dezelfde negatieve mening is toegedaan wat betreft de windturbines.
De gezondheidsproblemen zijn al lang bekend. PVV is van mening dat er altijd, op elk moment, inspraak van burgers en de raad moet zijn tijdens het proces. PVV staat achter participatie maar alleen in projecten die niet de windturbines en zonnepanelen betreffen, maar wel de natuur, de mens en de dieren. PVV is vanaf het begin tegen de Duurzame Polder geweest en heeft voorkeur voor alternatieven zoals kernenergie/thorium. Dat kan onderzocht worden en daar had al veel meer op bereikt kunnen worden. Als gemeente moet er zuinig met de natuur worden omgegaan. Het gebied de Beerse Overlaat is een essentieel gebied in 's-Hertogenbosch dat vroeger als overstromingsgebied werd gebruikt. De gezondheid en het woongenot van omwonenden moeten – wat de PVV betreft – altijd op eerste plaats staan, vóór het klimaat. PVV hoopt dat inwoners in het betreffende gebied hun stem laten horen en zich democratisch zullen verzetten tegen het windmolen-
22
plan. Verder vindt PVV dat er zeker een nulmeting in de MER-rapportage opgenomen moet worden. Mevrouw Hamerslag (Partij voor de Dieren) is verheugd dat de gemeenten 's-Hertogenbosch en Oss plannen maken om windmolens te bouwen teneinde aan de energietransitie te werken. Dat is van levensbelang. De Partij voor de Dieren kan zich dan ook niet helemaal vinden in de discussienotitie waarin wordt gesteld dat het belangrijk is om vast te houden aan 0,86 petajoule. Dat abstracte getal zou niet leidend moeten zijn. Beter wordt gekeken naar wat passend is in het landschap en houdbaar voor de natuur. De verwachting is dat er nog plannen ter goedkeuring aan de raad zullen worden voorgelegd. Partij voor de Dieren is het eens met gewoon ge-DREVEN dat de gezondheid van mens en dier heel belangrijk is en de hoop bestaat dat in de MER rekening wordt gehouden met de biodiversiteit in het gebied en het aantal vleermuizen en vogels dat verwacht wordt te sterven door het plaatsen van windmolens. Als de windmolens de natuur schaden, kunnen ze daar niet gebouwd worden. Mevrouw Hamerslag benadrukt dat de gezondheid ook een lange termijn aspect heeft. De beslissingen die nu genomen worden, hebben invloed op volgende generaties.
Als er minder windmolens gebouwd moeten worden, zal er ook iets gedaan moeten worden aan het energieverbruik binnen de gemeente zodat ook de gezondheid van volgende generaties gegarandeerd kan worden. De heer Bos (GroenLinks) geeft aan dat GroenLinks voor het antwoord op vraag 1 in de discussienotitie aansluit bij de inbreng van D66 en de PvdA. De invulling van het participatieproces is momenteel gaande. Er zijn inspraakavonden voor de Duurzame Polder op verschillende locaties in de regio. GroenLinks vertrouwt erop dat de bewoners worden meegenomen in het proces en dat ook wordt gekeken naar de manier waarop de voordelen terugvloeien naar gebieden die hinder ervaren van de Duurzame Polder. Ten aanzien van gezondheidseffecten zijn er belangrijke criteria voor zowel de huidige generatie, als voor de komende generaties. Dat zal ook worden meegenomen in de MER. Hetzelfde geldt voor de milieugevolgen die eveneens in de MER zullen worden meegenomen. GroenLinks vertrouwt erop dat de Europese Unie in de richtlijnen van de MER alle relevante criteria heeft meegenomen en voelt niet de behoefte dit in de gemeente 's-Hertogenbosch over te doen. Mevrouw De Groot (VVD) geeft aan dat de VVD zich volledig aansluit bij de reactie van de PvdA.
De heer Van Silfhout (Volt) spreekt de hoop uit dat de reacties op een Twitterbericht, geplaatst door Willem Engel, niet als bijlagenorm gehanteerd gaan worden in de raad. Als er een grotere ambitie komt qua petajoules hoopt Volt een voorstel tegemoet te zien vanuit het college, maar zolang de 0,86 wordt gehaald ziet Volt geen reden tot een raadsvoorstel hierover. Betreffende het verdere participatieproces had Volt de burger graag echt inspraak gegeven over wat er precies in die polder gaat gebeuren. Er is echter voor een ander participatieproces gekozen en Volt hoopt dat dit proces leidend gaat zijn over de inzet als gemeenteraad, voor wat als prioritiet wordt gesteld. Wat betreft de gezondheidsnormen is in 2021 bepaald dat het bevoegd gezag moet bepalen en onderbouwen welke normen zij voor hun besluitvorming hanteert. Volt gaat ervan uit dat de gezondheidseffecten goed zijn gedefinieerd en dat de gezondheid goed gewaarborgd zal worden. De rest van de vragen is al voldoende beantwoord. Mevrouw J.J.M. van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) is van mening dat gewoon ge-DREVEN in plaats van een discussienotitie wellicht beter aan het college de vraag voor had kunnen leggen waarom voor de zestien windmolens is gekozen in plaats van die 0,86 petajoule. Met de vraag of de gezondheidseffecten meegewogen worden bij de MER stemt VOOR Den Bosch volledig mee in.
Mevrouw Hernández (50PLUS) wijst erop dat 50PLUS tegen de plaatsing van windmolens in de Rosmalense Polder is. Gezondheid staat op de eerste plaats. Zolang niet bewezen is welke effecten de windmolens op de mens kunnen hebben, is 50PLUS tegen. Over het participatieproces is 50PLUS positief en wat dit betreft wil de fractie de wethouder complimenteren. Het advies is om echt te luisteren naar wat de mensen te zeggen te hebben en te proberen er samen het beste van te maken. De heer Ploegmakers (CDA) merkt op dat het bestuursakkoord weliswaar door een grote meerderheid van de raad is aangenomen, maar het aantal windmolens en dergelijke moet nog worden
23
voorgelegd aan de raad. Het CDA wacht daarom de voorstellen af. De CDA heeft er vertrouwen in dat het college alle procedures in inspraak, die voortkomen uit de toekomstige besluitvorming, op zorgvuldige wijze zal uitvoeren. Momenteel ligt er een enorme opgave om samen uit de energiecrisis te komen en de CDA wil graag doorgaan met het proces met alle stappen die in gang zijn gezet maar wel met inachtneming van alle zorgvuldigheid. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) beaamt dat het nodig is het proces zorgvuldig uit te voeren en dit stap voor stap te doen. Leefbaar 's-Hertogenbosch heeft tegen de plaatsing van de windmolens gestemd, maar wil in het verdere proces het college zorgvuldig blijven beoordelen op de stappen die worden gezet, ervan uitgaande dat die ook terugkomen in de raad. Leefbaar 's-Hertogenbosch geeft op voorhand geen invullingen, details en prioriteringen, maar gaat ervan uit dat het een zorgvuldig proces is, waar het college op beoordeeld zal worden. Wethouder Van der Geld geeft aan dat de gemeente zo snel mogelijk klimaatneutraal wil worden. Het bestuursakkoord richt zich op klimaatneutraliteit in 2045. Vanwege deze ambitie is de ambitie in de polder verhoogd naar zestien windmolens. Dat is ook de reden waarom die zijn opgenomen in de NRD (notitie reikwijdte en detailniveau) want de raad heeft die NRD ook geaccordeerd.
Hoe het college het participatieproces voor zich ziet, staat in de raadsinformatiebrief. In de scope van de NRD worden ook andere duurzaamheidseffecten opgenomen zoals natuur, gezondheid, klimaatadaptatie en circulariteit. Als het gaat om het wegingskader en met name om de vraag welke criteria het zwaarst zouden moeten wegen, wil het college nadrukkelijk in gesprek met de omgeving. Wat betreft de nulmeting geeft de wethouder aan dat in de MER altijd een autonoom scenario wordt meegenomen: hoe zou het gebied zich ontwikkelen als de voorgenomen ontwikkeling, zijnde de Duurzame Polder, niet had plaatsgevonden? Daarmee wordt van nu tot in de toekomst gekeken hoe de polder zich normaal gesproken gaat ontwikkelen en daar kunnen alternatieven tegenover worden gezet en uiteindelijk ook een voorkeursvariant om te kijken van wat daar precies de effecten van zijn. Het college is van mening dat er verder geen criteria ontbreken in de MER. De initiatiefnemer, de heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) dankt de politieke partijen voor de geleverde input. Als reactie op D66 over 'het aan de noodrem trekken' merkt de heer Van Creij op dat dat nadrukkelijk niet de intentie is van gewoon ge-DREVEN, maar dat helder moet zijn dat er later niet iets ontbreekt in de MER. De heer Van Creij verwijst naar de woorden van het CDA dat het aantal windmolens en de plaatsing daarvan nog ter discussie zou staan.
Het aantal staat echter vast. De heer Van Creij vraagt daarom aan het CDA intern te kijken hoe hiermee om te gaan. De heer Van Creij heeft het voornemen om een notitie over de opgehaalde informatie op te stellen. 9.
Werkplanning De heer Hoeben (De Bossche Groenen) verwijst naar het verzoek om bij proefbuurten/gasloze wijken te gaan kijken om op te halen wat daar nou speelt, wat de plannen zijn en hoe haalbaar dat is. Het is leerzaam en dit stond ook al op de werkplanning voor de commissie Omgeving. Er is wat geschoven om nu het bezoek te brengen omdat het momenteel het heel actueel is. De voorzitter vraagt of de commissie in grote lijnen kan instemmen met een dergelijk werkbezoek en het vervolgens georganiseerd kan worden. Mevrouw Huijbrechts (GroenLinks) vindt het een goed initiatief. Zij wil eraan toevoegen dat het bezoeken van een proefwoning een bijdrage zal leveren aan het beeld van de mogelijkheden van een dergelijke woning. De voorzitter concludeert dat de commissie kan instemmen met een werkbezoek.
10.
Rondvraag en sluiting De voorzitter geeft aan dat er een rondvraagpunt van de Partij voor de Dieren en De Bossche Groenen is ontvangen over een brief van de Bossche Klimaatcoalitie. De heer Van de Pol (Partij voor de Dieren) meldt dat de Bossche Klimaatcoalitie een brief naar de raad heeft gestuurd met drie aanvullende vragen over het bestuursakkoord. Een van die vragen gaat over circulariteit. De Nederlandse economie moet in 2050 volledig circulair zijn. In het be-
24
stuursakkoord wordt circulariteit zijdelings genoemd, maar op dit moment is er nog geen concreet plan voor 's-Hertogenbosch om de gemeente circulair te krijgen. Vandaar de vraag aan het college of het college het eens is met de Klimaatcoalitie dat ook 's-Hertogenbosch hierop moet anticiperen en plannen moet uitwerken om het principe van circulariteit in de Bossche economie te integreren en zo ja, op welke termijn hiervoor met een plan wordt gekomen. Wethouder Geers antwoordt dat er al heel veel gebeurt. Zeker op het gebied van Erfgoed is de gemeente circulair bezig en er wordt ook veel hergebruikt. Circulariteit is in het bestuursakkoord opgenomen en vormt onderdeel van de economische visie. Zijn insteek is dat circulariteit iets is dat met partijen moet worden uitgevoerd. Als de overheid eenzijdig een plan schrijft met de subsidieregelingen erbij, dan gaat het niet werken. Vooral de energie van instellingen, van maatschappelijke initiatieven en de marktpartijen wil de wethouder gebruiken om samen met elkaar en naast elkaar circulair te worden. Dat krijgt een plek in de economische visie voor 2023 en dan zal er ook een plan van aanpak volgen. De voorzitter sluit de vergadering om 22.45 uur.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de commissie Bedrijvigheid van 20 oktober 2022.
De secretaris, mr. drs. R. van der Meer
De voorzitter, A.P.R.G.M. van Rosmalen
25