2022-09-19 Commissie Bedrijvigheid concept
Tekst van het document
Commissie BEDRIJVIGHEID Concept
Datum: Locatie: Aanwezig: Voorzitter: Secretaris: (plv.) Commissieleden:
19 september 2022 raadzaal
Collegeleden:
A.P.R.G.M. van Rosmalen mr. drs. R. van der Meer drs. E.M.M.P. Altenburg-Collin, B. el Amraoui, H.B. Bos, J.J.E.L. van Creij, E.R.F. Esser, L.A.J. van Griensven, mw. W. de Groot MSc, mw. N.I. Hamerslag, mw. A. Hernández, drs. J.M.C. van der Heijden, W.B.G. Hoeben, mw. N.M.C. Huijbrechts, mr. F. Kabbouti, mw. J.M. Klerks, J. Kouwenberg, H.J.M. Mees, mw. E.W.M. van Opdorp, mw. W.A.M.H. Parijs, REV H.W. Pennings, M.C.J.M. Ploegmakers, ing. H.G. van de Pol, A.C. van Silfhout, drs. ing. G.M.M. Verbruggen, mw. C.K.J. Visscher, mw. A.R. Volgers-van Wijk, mw. mr. C.H.A. van den Wildenberg, mw. J.J.M. van den Wildenberg R.J.J. Geers, M.J.J. van der Geld MSc
Afwezig:
ing. J.N. Kieft, Mw. J.M.C. van Gool
Verslaglegging:
DemiSec
1.
Opening en mededelingen De voorzitter opent de vergadering om 19.00 uur en heet de aanwezigen en kijkers thuis welkom. De heer Kieft heeft zich afgemeld. De heer Kabbouti vervangt mevrouw Van Gool.
2.
Vaststellen van de agenda De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.
3.
Vaststellen van het verslag van de commissie Bedrijvigheid van 27 juni 2022 Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.
4.
Vaststellen van de lijst van toezeggingen en de lijst van openstaande moties De voorzitter geeft aan dat er geen wijzigingen zijn te melden wat betreft de moties en bestuurlijke toezeggingen. Het overzicht wordt ongewijzigd vastgesteld.
Raadsvoorstellen 5.
Raadsvoorstel Bouwstenen Transitievisie Warmte 2.0 Mevrouw De Groot (VVD) geeft aan dat de VVD zich kan vinden in de voorliggende basis. De VVD kiest voor een regierol in de onderzoeks- en startbuurten, een gedeelde rol in buurten met een bovengemiddelde energiearmoede en een lichte rol in buurten waar geen collectief warmtenet mogelijk is en bovendien geen sprake is van bovengemiddelde energiearmoede. De fractie gaat ervan uit dat de gemeente in de meeste wijken de lichte regierol zal vervullen. De VVD kiest voor een aanpak op basis van de data-analyse van warmteprofielen. Inwoners kunnen zelf een actieve bijdrage leveren aan het tot stand komen van een warmteoplossing. Buurtinitiatieven zijn essentieel om de warmtetransitie te doen slagen. Echter heeft een aantal buurten laten weten dat de door de gemeente aangeboden ondersteuning zich vooral richt op het gebied van informatievoorziening en lerend vermogen. Deze ondersteuning is ontoereikend. Bovendien ontbreekt samenwerking tussen de buurtinitiatieven en is er in de meeste buurten nog geen start gemaakt met de warmtetransitie. Het is nodig dat de buurten elkaar in samenwerking met andere partners kunnen ontzorgen. De VVD zal hiertoe met een motie komen. De fractie pleit voor gemeentelijk vertrouwen in buurtinitiatieven en meent dat de stappen die gezet worden in de warmtetransitie de juiste zijn.
Meer concrete plannen waren wenselijk geweest. De VVD wil daarom graag inzicht krijgen in de tijdplanning.
1
De heer Van de Pol (Partij voor de Dieren) is blij dat er meer duidelijkheid voor de inwoners komt en dat de energiearmoede expliciet wordt meegenomen. De Partij voor de Dieren maakt zich serieuze zorgen. Het proces verloopt te langzaam en er is te weinig zicht op versnelling. De vertegenwoordigers van de burgerinitiatieven hebben hun zorgen geuit over de ondersteuning die door de gemeente wordt geboden. Hier ligt een gemiste kans, omdat de burgers en de gemeente elkaar in alle buurten nodig hebben. Deze samenwerking is vooral belangrijk om perspectief te bieden. Vanaf 2026 zijn inwoners waarvan de cv-ketel het begeeft, verplicht om over te stappen naar een duurzame warmteoplossing. Het is belangrijk de bewoners hierbij te begeleiden. The New Climate Institute concludeert dat Nederland in 2030 klimaatneutraal moet zijn. In het Bossche Energietransitieprogramma 2016/2020 is het doel geformuleerd om in 2035 een klimaatneutrale gebouwde omgeving te hebben. De Partij voor de Dieren acht deze doelstelling niet haalbaar op basis van de stukken die nu beschikbaar zijn.
De fractie legt vier voorstellen voor: ten eerste, om de ervaring uit de onderzoekbuurten breed toe te passen; ten tweede om meer budget op te nemen om de burgerinitiatieven te steunen; ten derde om een noodbrief te sturen naar het rijk en op te roepen voor meer financiering; ten vierde om de urgentie duidelijk te communiceren en passende maatregelen te nemen om energie te besparen. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vraagt of de Partij voor de Dieren bekend is met de begroting. De heer Van de Pol (Partij voor de Dieren) is hiermee niet bekend. Echter, in de huidige bouwstenen wordt budget genoemd voor buurten waarvoor lichte ondersteuning geldt. De fractie is van mening dat dit momenteel onvoldoende is. De heer Ploegmakers (CDA) vraagt zich af of Nederland in 2030 inderdaad energieneutraal moet zijn. De heer Van de Pol (Partij voor de Dieren) bevestigt dat de wetenschap dit nodig acht als Nederland de opwarming van de aarde met anderhalve graad wil beperken. De heer Ploegmakers (CDA) vraagt zich af hoe realistisch dit is in de gemeente 's-Hertogenbosch. De heer Van de Pol (Partij voor de Dieren) denkt dat het belangrijk is om samen met andere gemeenten een noodbrief naar het rijk te sturen. De heer Ploegmakers (CDA) ziet hier nog geen antwoord in.
De heer Van de Pol (Partij voor de Dieren) benadrukt vier voorstellen te hebben gedaan waarmee het volgens hem mogelijk is om de energietransitie wél te realiseren. De heer Esser (PVV) geeft aan dat het volgens de PVV niet nodig is om 'van het gas af te gaan'. De infrastructuur voor het gas is volledig aangelegd en volgens de PVV is het belangrijk om dit te behouden. De PVV vraagt of de inwoners zelf mogen bepalen hoe ze hun huis willen verwarmen. Bovendien vindt de PVV dat de inwoners volgens het raadsvoorstel te veel moeten betalen. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) schetst een voorbeeld van inwoners die in een goed verduurzaamd huis wonen. Deze inwoners hebben geen last van de sterk stijgende gasprijzen. De heer Esser (PVV) is van mening dat er nog steeds genoeg gas wordt gewonnen en dat de hoge gasprijzen deels te wijten zijn aan de overheid. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vraagt hoe de PVV naar de gaswinning in Groningen kijkt. De heer Esser (PVV) vindt het belangrijk om inwoners van Groningen hierin bij te staan. Dat is tot nu toe niet gebeurd. Mevrouw Huijbrechts (GroenLinks) wijst op de complexiteit van de energietransitie. Dit vereist een professionele aanpak. De resultaten uit de proefbuurten maken zichtbaar dat warmtebronnen niet
2
altijd goed inzetbaar zijn. Volgens GroenLinks is het belangrijk om warmtenetten te onderzoeken in plaats van warmtebronnen. Hierbij dienen de bestaande proefbuurten en -wijken genoeg ruimte te krijgen in Energietransitie Warmte 2.0. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) vraagt waarom GroenLinks warmtenetten in plaats van warmtebronnen wil onderzoeken. Mevrouw Huijbrechts (GroenLinks) geeft aan dat er verschillende vormen van warmtenetten mogelijk zijn. Dit hoeft niet altijd vanuit bestaande warmtebronnen te zijn; een andere mogelijkheid is gezamenlijke opwarming van water door middel van duurzame energie. Dit is vijf keer efficiënter dan een elektrische ketel in elk huishouden. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) geeft aan dat een warmtenet efficiënt gemaakt kan worden door de bron die hieraan gekoppeld is. Een warmtenet kan pas worden aangelegd als er een warmtebron aanwezig is; en niet andersom. Mevrouw Huijbrechts (GroenLinks) licht toe dat het stroomschema aangeeft dat er warmtebronnen aanwezig moeten zijn. Het onderzoek wijst echter uit dat warmtebronnen niet altijd beschikbaar zijn voor het warmtenet. Daarom verzoekt GroenLinks om te kijken op welke plaatsen een warmtenet opgezet kan worden. Daarnaast is de vraag of de aanpak van energiearmoede de laatste jaren urgenter geworden.
GroenLinks onderschrijft de voorgestelde aanpak in het raadsvoorstel om energiearmoede mee te nemen in de beoordeling van de noodzaak tot energietransitie. Echter, het raadsvoorstel is mede tot stand gekomen op basis van de motie 'Uitvoeringsplan Transitievisie warmte', zoals aangenomen op 7 december 2011. De motie geeft aan dat samengewerkt moet worden met bewoners, ondernemers, woningcorporaties en energiebedrijven om zodoende tot een meer ambitieuze Transitievisie Warmte 2.0 te komen met een concreet uitvoeringsplan en een financiële dekking. Er zijn vier elementen uit deze motie die meer aandacht behoeven. Ten eerste vraagt de motie om een meer ambitieuze aanpak en de fractie verwacht daarom dat de doelstellingen verder uitgewerkt worden ten opzichte van Transitievisie Warmte 1.0. De fractie vraagt hoe bewoners, pandeigenaren en bedrijven betrokken worden in de Transitievisie 2.0. Ten tweede vraagt GroenLinks zich af of de beoogde investering in warmtenetten een oplossing gaat bieden voor de energiearmoede of dat het isoleren van huizen een betere oplossing biedt. Ten derde vraagt GroenLinks zich af wat de aanpak van het uitvoeringsplan zal zijn. Als laatste punt vindt GroenLinks het belangrijk dat inwoners en bedrijven voldoende geïnformeerd worden door de gemeente.
Samenvattend is het de vraag in hoeverre het college bereid is om met een integraal plan voor warmtenetten te komen; een plan met ambitie, financiën, een uitvoeringsplan, samenwerking en beursvorming. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) geeft aan dat het voorstel bekeken kan worden op basis van richting en inhoud. In het Bestuursakkoord 2018 is opgenomen dat er een of meer aardgasvrije wijken zullen komen en dat er energieplannen per wijk worden gemaakt. Uit de jaarrekening blijkt dat er verschillende proeftuinen zijn gestart en dat daarmee de doelstelling is gerealiseerd. Het Bestuursakkoord 2022 geeft aan dat de eerste stappen naar een aardgasvrije omgeving zijn gezet met vertaling naar acties en investeringen. Het is belangrijk om duidelijk te zijn naar inwoners en hen op deze manier goed te informeren en betrokken te houden. De fractie vindt het belangrijk dat de gemeente duidelijk is over de tijdplanning, de budgetten en de voorwaarden die voor deze budgetten gelden. Het is bovendien belangrijk om te kijken hoe andere gemeenten met deze vraag omgaan. De fractie vraagt of inwoners worden meegenomen in het traject 5.1 'Fasering van de buurten'. Ook vinden ze het belangrijk dat de conclusies uit de proeftuinen en de landelijke wetgeving wordt meegenomen.
De fractie vraagt verbetering van informatievoorziening naar de bewoners in de zogenaamde 'proeftuinen' zodat ze weten hoe te handelen bij problemen met hun cv. Wanneer de cv stuk gaat, moet de informatie over hoe te handelen makkelijk vindbaar zijn. Mevrouw J.J.M. van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) vraagt wat de heer Mees precies voorstelt om deze problematiek op te lossen.
3
De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) benadrukt dat het tijdpad belangrijk is. Bovendien vragen bewoners zich af hoe of het inderdaad verplicht wordt om compleet van het gas af te gaan. Mevrouw J.J.M. van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) vraagt welke concrete voorstellen Leefbaar 's-Hertogenbosch voor de gemeente heeft om tot een Energietransitie 2.0 te komen. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) heeft geen opmerkingen over het plan van het college. De fractie vindt het belangrijk dat het tijdpad helder wordt aangegeven en dat burgerinitiatieven serieus worden genomen. De heer Van de Pol (Partij voor de Dieren) vraagt zich af of een eenmalig budget van € 5.000 per buurt voldoende is. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) durft hier geen antwoord op te geven. De heer Verbruggen (D66) realiseert zich dat de warmtetransitie een grote en complexe opgave is, waarin duidelijke communicatie cruciaal is. De rolverdeling zoals in het raadsvoorstel is opgenomen is hierbij helpend. D66 is positief over de extra aandacht in buurten met energiearmoede. De fractie begrijpt dat er zorg leeft bij de huidige initiatieven en ze vragen zich af of de wethouder een mogelijkheid ziet om een overgangsfase in te stellen voor initiatieven waarbij volgens het raadsvoorstel de gemeente een lichte regierol speelt.
D66 ziet de mogelijkheid om huidige en nieuwe buurtinitiatieven te bundelen in een platform zodat kennis, ervaring en contacten gedeeld kunnen worden. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) is van mening dat de huidige buurten goed contact met elkaar hebben. Hij vraagt zich af of de gemeente een regierol moet nemen in deze contacten, gezien samenwerking tussen de buurten al aan de orde is. De heer Verbruggen (D66) beaamt dat de buurten al samenwerken, maar is van mening dat dit nog versterkt kan worden. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) is blij met de bijdrage van GroenLinks en Leefbaar 's-Hertogenbosch. Een groot deel van de wijken lijdt niet onder energiearmoede en er is geen collectieve warmtebron in beeld. Volgens het voorstel zijn deze wijken zelf verantwoordelijk voor de energietransitie. Echter, deze eisen gelden voor 107 wijken en de fractie is dan ook van mening dat de regierol van de gemeente beter opgepakt dient te worden. Betreffende de bewonersparticipatie wordt I&O aangehaald. De fractie vindt de resultaten hiervan schokkend. In een voortgangstabel worden andere steden vergeleken met de gemeente 's-Hertogenbosch. Deze tabel geeft geen enkel vinkje aan in de voortgang van de energietransitie in 's-Hertogenbosch.
De fractie vindt dat er een goede start is neergezet, maar dat er gezien de grootte van de opgave en de onvrede in de buurten wel enkele zaken aangepast moeten worden. Om te beginnen is voor een groot deel van de wijken al duidelijk dat een warmtenet niet haalbaar is. De fractie geeft aan dat deze wijken al kunnen starten met andere oplossingen en adviezen per huishouden. De fractie vindt het belangrijk om de wijken aan te bieden waar ze om vragen. De heer Verbruggen (D66) vraagt wat de fractie van De Bossche Groenen vindt van een gezamenlijk platform waar de buurten samen ideeën kunnen bespreken. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) laat weten naar alle vragen van de buurten te willen luisteren en vindt dat ook de gemeente voor deze vragen moet openstaan. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vraagt welke suggestie de fractie van De Bossche Groenen zelf aandraagt. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) benadrukt dat de ambtelijke capaciteit bij de gemeente een groot probleem is. De fractie geeft aan dat zodra de gemeente een regierol aanneemt, de wijken zelf het werk uitvoeren. Desnoods worden de wijken hiervoor betaald, maar belangrijk is om de wijken te geven waar ze om vragen. Het merendeel van de wijken zal namelijk met individuele
4
warmtepompen gaan werken. De gemeente zelf kan focussen op wijken waar warmtenetten wel mogelijk zijn. Mevrouw Hernández (50PLUS) kan zich goed vinden in de bijdragen van Leefbaar 's-Hertogenbosch, GroenLinks en De Bossche Groenen. Het advies van 50PLUS is om aan de slag te gaan. Er zijn al meerdere proefbuurten geweest. Er zijn initiatiefnemers in de wijken die graag zelf aan de slag willen. De gemeente moet daarom een regierol nemen, coaches instellen en in de wijken gaan helpen. Bovendien dient de gemeente informatie te verstrekken en wijken te ondersteunen. Het is belangrijk om niet langer te wachten en te onderzoeken. Woningen dienen zo snel mogelijk verduurzaamd te worden om energiearmoe te voorkomen. Het is belangrijk dat de gemeente de inwoners helpt met een budget voor deze verduurzaming, maar de vraag is hoe dit budget eruitziet. De woningcorporaties spelen hierin overigens ook een rol. Bovendien benoemt de fractie dat een bepaalde wijk graag een modelhuis wil, zodat de inwoners bij dit modelhuis kunnen gaan kijken en ideeën kunnen opdoen. De heer Ploegmakers (CDA) wil voortvarend aan de slag met de warmtetransitie. Daarnaast wil het CDA de afgesproken klimaatdoelstellingen vanuit het bestuursakkoord realiseren. Hiervoor is samenwerking tussen bewoners, bedrijven en de gemeente noodzakelijk. Deze samenwerking kan echter niet zonder gemeentelijke regie.
Beschikbare kennis moet gedeeld worden en het CDA is voorstander van het oprichten van een stedelijk platform, waar alle betrokken met elkaar in verbinding worden gebracht. Het CDA is bereid hier financiële middelen voor ter beschikking te stellen en zal dan ook, samen met andere partijen, een motie hiertoe indienen. De fractie realiseert zich dat er nog veel onderzoek moet plaatsvinden en dat gesprekken nodig zijn om tot realisering van de warmtetransitie te komen. Voor een deel is de gemeente hiervoor wel afhankelijk van de Wet collectieve warmtevoorziening, die in mei 2023 in de Tweede Kamer wordt behandeld. Het is belangrijk om niet langer te wachten, maar samen aan de slag te gaan om een betrouwbaar, betaalbaar en duurzaam warmtenet te creëren. Mevrouw Klerks (Volt) stelt dat het raadsvoorstel enkele vragen oproept. Ten eerste vraagt Volt zich af wanneer in welke buurt gestart wordt en wat hierin de rol van de gemeente is. 's-Hertogenbosch kent 107 buurten. Het raadsvoorstel sorteert twee startbuurten en zeven onderzoekbuurten waardoor er nog steeds 98 buurten overblijven waarvoor geen plan of initiatief is aangegeven. Volt vraagt zich af wat er gebeurt met de buurten die geen start- of onderzoekbuurt worden maar waar wel een warmtenet realiseerbaar is. Volt is wel blij dat het risico op energiearmoe wordt meegenomen.
Voor de overige buurten, daar waar geen energiearmoede heerst, geen warmtenet mogelijk is of geen bruikbare warmtebron in de omgeving aanwezig is, is een lichte sturing vanuit de gemeente nodig. Volt vraagt niet alleen in te zetten op de buurten waar een warmtenet mogelijk is, maar ook de buurten waar dit niet mogelijk is te helpen zoeken naar een andere oplossing. Bovendien is het belangrijk om burgerinitiatieven te ondersteunen waar mogelijk. Volt ziet het huidige voorstel liever in drie stuurbare sporen. Ten eerste een haalbaar spoor waarin met behulp van warmtenetten de energietransitie snel kan worden uitgewerkt, maar daarin een met zware regierol van de gemeente. Ten tweede een noodzakelijk spoor waarin de ongelijkheid wordt bestreden en buurten die het harder nodig hebben extra aandacht krijgen door middel van een gemiddelde energierol van de gemeente. Ten laatste een ondersteunend spoor waarin burgers zelf met initiatieven kunnen komen en de gemeente een lichte regierol speelt. Volt vraagt het college om alle buurten op deze wijze te rangschikken. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vraagt of Volt hiermee voorstelt om onderzoek uit te voeren in 105 buurten. Mevrouw Klerks (Volt) geeft aan dat dat niet de intentie is. Ze verduidelijkt dat op basis van de data-analyse die al uitgevoerd gaat worden, zichtbaar kan worden welke buurten onder welke categorie vallen.
Dat betekent dat op basis van de al beschikbare data een rangschikking wordt gemaakt. De heer Kouwenberg (Rosmalens Belang) wijst op het belang van duidelijkheid te bieden aan de burgers. De regierollen waarover in het raadsvoorstel wordt gesproken kunnen deze duidelijkheid bieden. Rosmalens Belang roept op om te blijven kijken naar maatwerk, waar dit nodig is.
5
De fractie deelt de zorgen over het risico wat wordt genoemd in de reeds gestarte initiatiefbuurten. Het is belangrijk om buurtinitiatieven eventueel als uitzondering te behandelen en ze – ondanks dat ze volgens de criteria onder een lichte regierol vallen – te blijven ondersteunen. Het eerdergenoemde platform kan hieraan bijdragen. De fractie vraagt het college om bestaande initiatieven, zoals Buurkracht 3.0 Nuland en Duurzaam Hintham, te blijven ondersteunen. Mevrouw Volgers (PvdA) spreekt haar tevredenheid uit dat de energiearmoede een criterium is in de afweging welke rol de gemeente in verschillende wijken wil nemen. Het is belangrijk dat juist in situaties van energiearmoede bewoners worden geholpen bij de overstap naar andere vormen van energie, maar ook bij het besparen van energie. Om te kijken of er in een wijk sprake is van energiearmoede wordt gekeken naar twee criteria. Ten eerste is er een bovengemiddeld aantal woningen met een laag energielabel en ten tweede is er een bovengemiddeld aantal inwoners met een laag inkomen. De afgelopen periode is echter geconstateerd dat ook mensen met een middelinkomen inmiddels regelmatig problemen hebben met het betalen van hun energierekening. De PvdA vraagt in hoeverre deze groep wordt meegewogen bij het vaststellen van energiearmoe als criterium van maatregelen in een bepaalde wijk. Mevrouw C.H.A.
van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) benadrukt dat de gemeente voor een grote opgave staat om van het aardgas af te komen. Hierbij ligt een grote taak voor de gemeente, maar de fractie mist de ambitie zoals deze in de motie is omschreven. Er staat enkel de doelstelling beschreven om in 2045 aardgasvrij te zijn, maar concrete doelstellingen en/of faseringen in dit plan worden niet aangegeven. In het nieuwe raadsvoorstel worden de wijken onderverdeeld in verschillende rollen. VOOR Den Bosch maakt zich zorgen over deze rollen en dan met name over de informatieverstrekking naar de burgers. Doordat de Transitievisie Warmte 1.0 reeds van kracht is, kan worden geleerd van de bereikte resultaten. Meerdere wijken geven echter aan dat de communicatie met de gemeente stilligt of moeizaam verloopt. De fractie vraagt zich af wat hier de reden voor is. Voor een regierol en een gedeelde regierol voorziet de fractie, afgezien van een goede informatievoorziening, niet zoveel problemen. De fractie voorziet wel problemen in wijken waar een lichte regierol van de gemeente geldt. In deze wijken zijn de bewoners zelf verantwoordelijk voor de verduurzaming van hun woning. De gemeente zal hiervoor wel een tool ontwikkelen om de wijken te helpen. Hiervoor wordt een budget beschikbaar gesteld. De fractie zou graag zien dat de verwachting vanuit de gemeente duidelijk wordt gecommuniceerd naar de burgers.
Daarnaast is samenwerking tussen verschillende partijen essentieel en die samenwerking moet gestimuleerd worden. Mevrouw Visscher (SP) sluit zich aan bij de reacties vanuit GroenLinks, Partij voor de Dieren, Leefbaar 's-Hertogenbosch en De Bossche Groenen. De SP vindt het raadsvoorstel niet erg concreet noch ambitieus. De fractie wil daarom met klem vragen om haast en ambitie achter de plannen te zetten. De volgorde van de plannen is daarin ook belangrijk. In sommige gevallen kan het beter zijn om eerst te isoleren en daarna pas met het warmtenet te beginnen. Bovendien uit de SP zorgen dat de woningbouwverenigingen hun woningbezit met label G gaat verkopen. Ze vragen of de wethouder kan aangeven of dit beleid inderdaad aan de orde is. De definitie van energiearmoede is als een inwoner meer dan 10% van zijn of haar inkomen uitgeeft aan energie. Dit loopt echter snel op naar inwoners met een hoger inkomen en de fractie wil deze inwoners graag in beeld brengen. In het raadsvoorstel is aangegeven dat bewonersinitiatieven alleen gebruikt kunnen worden als het past in de voorgestelde visie van de gemeente. De SP vindt het belangrijk dat de proefbuurten zelf met ideeën komen en dat de gemeente hierover in gesprek gaat. De gemeente moet de bewonersinitiatieven serieuzer nemen en hierover in gesprek gaan met bewoners.
Mevrouw Parijs (Bosch Belang) benadrukt dat Bosch Belang participatie en samenwerking van ambtenaren en burgers belangrijk vindt. Het is belangrijk om vertrouwen aan burgers te geven; iedereen heeft namelijk hetzelfde doel, namelijk geldbesparing. De fractie denkt dat veel bewoners graag willen verduurzamen maar daar de financiële middelen niet voor hebben. Daarom is het belangrijk om inwoners financiële ruimte te bieden, bijvoorbeeld door middel van een lening. Bosch Belang is van mening dat een lichte regierol vanuit de gemeente burgers meer verantwoordelijkheid geeft.
6
De heer Pennings (gewoon ge-DREVEN) benadrukt dat iedereen de doelstellingen van het Klimaatakkoord wil bereiken. Op dit moment wordt er te veel gepraat en te weinig actie gevoerd. Het is belangrijk om te beginnen met wat er op dit moment al bekend is. De gemeente moet hierover duidelijk communiceren naar de wijken. Ten tweede moeten er nieuwe initiatieven komen. De technologie ontwikkelt zich snel en over vijf jaar kunnen er mogelijkheden zijn die op dit moment nog niet beschikbaar zijn. Daarom moet de gemeenten een paar proefbuurten opstarten. De rest van de wijken moet informatie krijgen over makkelijke isolatie en de werking van bijvoorbeeld warmtepompen. Wethouder Van der Geld benadrukt blij te zijn met de urgentie en het draagvlak waarmee de fracties de energie- en warmtetransitie behandelen. De fracties willen snel aan het werk, maar misschien ook sneller dan mogelijk is. Er zijn namelijk enkele praktische problemen. De gemeente 's-Hertogenbosch telt 107 wijken, waarvan vijf buurten hebben ingesproken en 102 buurten zich niet hebben laten horen bij de gemeente. De oproep van de wethouder aan inwoners is om hun huizen goed te isoleren. Het voorstel dat voorligt, is – volgens de wethouder – een verdeelvraagstuk; de middelen en capaciteit zijn aanwezig, maar de gemeente moet dit verdelen over de buurten.
De gemeente heeft hiervoor gekozen om een zware regierol te kiezen in de buurten die dit het hardst nodig hebben. Aan de ene kant betreft dit buurten die een warmtenet nodig hebben, omdat sprake is van een complexe situatie en aan de andere kant zijn dit buurten met een hoge energiearmoede. De vraag van de PvdA betreffende de middeninkomens vindt de wethouder terecht en hij zal dit dan ook onderzoeken omdat energiearmoede niet beperkt blijft tot de lagere inkomens. Er zijn zeven onderzoekbuurten. Echter, voor deze onderzoekbuurten is vanuit de huidige middelen nog geen geld beschikbaar. Als wordt ingezoomd op de vraag wie dit moet betalen is het antwoord dat de kosten deels bij de gemeente terechtkomen, maar zeker ook bij de bewoners zelf en gebouweigenaren. Van het gas af gaan en energie besparen is rendabeler dan ooit, waardoor het belangrijk is dat inwoners zelf initiatieven nemen. Dit is ook mogelijk. Hiervoor zijn bijvoorbeeld subsidiemogelijkheden binnen het isolatieprogramma vanuit het rijk, wat betekent dat de gemeente niet alles hoeft te betalen. De PVV vraagt zich af of inwoners zelf mogen beslissen hoe zij hun huis willen verwarmen. De wethouder benadrukt dat het op dit moment niet mogelijk is om inwoners te dwingen van het gas af te gaan. Echter, met de huidige gasprijzen kun je je afvragen of je inwoners gedwongen aan het gas kan houden.
De heer Esser (PVV) laat weten dat er ook andere opties zijn, zoals een houtkachel of airco. Wethouder Van der Geld spreekt zijn twijfels uit over inzet van houtkachels. Hij wijst wat dit betreft op het Schone Lucht Akkoord, maar laat weten dat elektrisch verwarmen zeker een optie is. In ieder geval zijn de huishoudens bij beide opties van de PVV van het gas af. De wethouder zou graag een tijdlijn neerleggen voor installatie van de warmtenetten. Echter, een kant-en-klaarplan met warmtenetten kan nog niet worden gemaakt, omdat de Warmtewet vanuit het rijk nog niet bekend is. De wethouder wil de tussenliggende tijd graag benutten om de dilemma's hierover te bespreken. De discussienotitie dient hiertoe. De Transitievisie Warmte 2.0 zal concreter worden dan de versie 1.0, maar een exact tijdpad uitstippelen, is niet mogelijk vanwege de vele onzekerheden in dit plan. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vraagt niet om een detailuitwerking voor de periode na 2045, maar vooral om een indeling die voor bewoners te behappen valt. Wethouder Van der Geld hoort geen vraag in de opmerking van de heer Mees. De SP maakte een opmerking over het verkopen van label G-woningen. De wethouder geeft aan dat vanuit het rijk afspraken zijn gemaakt over de verduurzaming van woningen met de laagste energielabels.
Daarom gaat hij ervan uit dat label G-woningen niet door corporaties verkocht worden, maar om hier zeker over te zijn gaat hij dit navragen. Mevrouw Huijbrechts (GroenLinks) heeft een vraag over de integrale planning. Er zijn 107 wijken en tien bedrijventerreinen in 's-Hertogenbosch. Ze vraagt of het college bereid is om deze elementen mee te nemen in de Transitievisie 2.0. Wethouder Van der Geld antwoord dat deze wijken – voor zover mogelijk – worden meegenomen. Op dit moment kan de gemeente zeven onderzoekbuurten per keer opzetten. Voor buurten die nog
7
niet zijn onderzocht, is onduidelijk of hier een warmtenet mogelijk is. Daardoor is het lastig om een tijdplanning te maken voor de gehele gemeente. Een andere optie is een buurt met een gedeelde rol. Dit is een nieuwe optie en de wethouder is nog niet zeker wat hier de tijdplanning voor wordt. Gegeven deze onzekerheden probeert de wethouder steeds een zo accuraat mogelijke tijdplanning te geven en dit zal natuurlijk worden meegenomen in de Transitievisie 2.0. Mevrouw Visscher (SP) benadrukt dat de energielabels van huizen en inkomensverdeling per wijken bekend is. Daarom zouden volgens de SP wijken hierop kunnen worden ingedeeld. Wethouder Van der Geld stemt hiermee in, deze gegevens zijn inderdaad beschikbaar. Op basis van de data-analyse wil de wethouder hier concreter op terugkomen in Transitievisie 2.0. Mevrouw Hernández (50PLUS) benadrukt dat er zeven proefwijken zijn geweest. Ze vraagt wat er met deze wijken gebeurt. Kan er in deze wijken al gestart worden? Wethouder Van der Geld geeft aan dat de onderzoekbuurten waarvan de resultaten al binnen zijn, worden opgedeeld in drie categorieën. In het geval van een warmtenet zal de gemeente, als het budget het toelaat, een regierol oppakken. Bij een gedeelde rol zal de gemeente samen met de woningcorporaties aan de slag gaan.
In het geval er geen bovengemiddelde energiearmoede is en bovendien geen collectief warmtenet mogelijk is, pakt de gemeente een lichte regierol op. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vraagt zich af of en zo ja, in hoeverre initiatieven uit de buurt worden meegenomen. Bovendien vraagt hij zich af of de gemeente voorlichting moet verlenen in de proefbuurten, bijvoorbeeld voor vervanging van de cv-ketel. Wethouder Van der Geld wil de initiatieven uit de buurt met behulp van de corporaties verkennen. De gemeente werkt graag samen met de buurt samen, maar primair is de regierol weggelegd voor de gemeente en de corporaties. De gemeente heeft een digitaal Groen Loket. Bovendien subsidieert de gemeente energieadviseurs. Dit betekent dat bewoners een energieadviseur kunnen uitnodigen voor advies. Bovendien geeft het rijk, bijvoorbeeld door websites, informatie om inwoners verder te helpen. Ook de woningcorporaties kunnen informatie verstrekken. De heer Kouwenberg (Rosmalens Belang) vraagt of er een mogelijkheid is om bestaande burgerinitiatieven verder te ondersteunen. Wethouder Van der Geld antwoordt bewoners niet te laten vallen. Er worden nog steeds gesprekken gevoerd met bewoners, maar bewonersinitiatieven kunnen niet onbeperkt worden behandeld. Zeker initiatieven uit de proefbuurten worden door de gemeente besproken.
De heer Pennings (gewoon ge-DREVEN) herhaalt dat de gemeente een lichte leidraad wil geven voor bewonersinitiatieven. Hij vraagt of er een duidelijke leidraad is, die de wijken kunnen volgen. Hij haalt een aflevering van Nieuwsuur aan, uitgezonden op zaterdag 17 september jl., waarin verschillende alternatieven voor cv-ketels worden besproken. Hij adviseert de wethouder deze aflevering te bekijken. Wethouder Van der Geld is benieuwd naar de uitzending. Hij heeft begrepen dat de aflevering veel controverse opriep, wat ook betekent dat er in deze fase van de energietransitie veel verwarring bestaat, maar ook veel mogelijkheden. Er is nog geen leidraad voor bewoners, maar hier wordt wel aan gewerkt. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) vraagt of het mogelijk is de wijken waar de gemeente een lichte regierol uitvoert financieel meer te steunen. Wethouder Van der Geld geeft aan dat het voorstel een verdeelvraagstuk betreft, wat betekent dat het financieel steunen van wijken met een lichte regierol ten koste gaat van wijken waar de gemeente een gedeelde rol heeft. Er zijn beperkte middelen en capaciteit. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) is het hiermee eens, maar realiseert zich ook dat de ambtelijke capaciteit vaak de beperkende factor is. Juist daarom adviseert hij financiële support te bieden.
8
Wethouder Van der Geld heeft, in het kader van verwachtingsmanagement, geprobeerd zo goed mogelijk te definiëren wat een lichte regierol precies inhoudt, zowel in tijd als in geld. Het is natuurlijk mogelijk om capaciteit achterwege te laten en meer geld te geven aan deze wijken. Echter, de wethouder merkt dat bewoners(groepen) vragen aan de gemeente stellen. Vanuit deze blijkbare informatiebehoefte is hij terughoudend om de capaciteit in deze wijken verder terug te schroeven. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vraagt of er kennis over deze kwestie wordt opgedaan bij andere gemeenten of instellingen. Wethouder Van der Geld geeft aan dat dit niet overmatig gebeurt, maar dat betekent niet dat het helemaal niet gebeurt. De gemeente participeert in het programma 'Aardgasvrije wijken' en in dat kader vindt kennisuitwisseling plaats. Er zijn meer dan genoeg mogelijkheden om kennis uit te wisselen. Hij benadrukt dat veel gemeenten de afweging moeten maken in hoeverre ze zich met bewoners bemoeien en dat verschillende gemeenten hierin van elkaar leren. De heer Verbruggen (D66) zal mogelijk een motie indienen. Mevrouw Parijs (Bosch Belang) zal een motie indienen. De heer Van der Heijden (Rosmalens Belang) sluit zich daar waarschijnlijk bij aan. De heer Ploegmakers (CDA) zal een motie indienen met betrekking tot het platform.
Mevrouw De Groot (VVD) heeft de motie reeds aangekondigd in de bijdrage. Mevrouw Klerks (Volt) zal waarschijnlijk een motie indienen. De heer Pennings (gewoon ge-DREVEN) wacht de aangekondigde moties af. Mocht de wethouder aangeven dat de zoutaccu een optie is, dan is er geen motie nodig. Anders zal de fractie een motie indienen. De heer Van de Pol (Partij voor de Dieren) wacht de moties af met veel interesse, met name die over de burgerinitiatieven, en zal mogelijk een motie indienen tijdens de begrotingsvergadering. Mevrouw C.H.A. van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) wacht de aangekondigde moties af. Mocht dit niet bevredigend genoeg zijn, dan zal de fractie zelf een motie indienen. Mevrouw Visscher (SP) zal mogelijk een motie indienen. Mevrouw Volgers (PvdA) is blij met de aandacht die de wethouder toezegt ten aanzien van energiearmoede onder middeninkomens. Verder worden de aangekondigde moties afgewacht. Mevrouw Huijbrechts (GroenLinks) verwacht een motie in te dienen. De heer Esser (PVV) wacht de aangekondigde moties af. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) heeft de indruk dat er wel moties zullen volgen en wacht deze af. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) zal een motie indienen gericht op het deel participatie. De voorzitter geeft aan dat het raadsvoorstel Bouwstenen Transitievisie Warmte 2.0 als bespreekstuk wordt doorgeleid naar de raadsvergadering. 6.
Plan Water en Riolering (PWR) De voorzitter geeft aan dat de gemeente verplicht is om periodiek een rioleringsplan te maken. Het plan beslaat de gehele waterketen en het voorstel is om het hele plan, inclusief financiën, vast te stellen.
9
De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) wijst op het belang van een goede waterhuishouding, met name voor de volksgezondheid. Op dit moment wordt het plan 2022-2026 besproken, maar tijdens het vorige rioolplan is een motie aangenomen om het hemelwater af te koppelen en de maatregelen later te verrekenen met de ozb-belasting. Deze motie is aangenomen maar later bleek dat dit niet uitvoerbaar was. De fractie acht dit een gemiste kans. Het is van groot belang dat het regenwater beter opgevangen wordt, niet alleen door middel van regentonnen, maar ook door middel van regenwaterbassins. Water uit regenbassins zou gebruikt kunnen worden bij het bewateren van bomen bijvoorbeeld. In het voorstel wordt veel gezegd over de waterzuiveringsinstallatie van Treurenburg, maar een groot deel van het water wordt ook afgevoerd richting Oss. De installatie in Oss is inmiddels veertig jaar oud, maar het PWR bespreekt nauwelijks het onderhoud dat hieraan gepleegd moet worden. Het beleidsplan Openbare ruimte is in 2017 aangenomen en hierin staat dat onderdelen niet meer structureel na een bepaald aantal jaren vervangen worden. Echter, de PWR geeft het tegenovergestelde aan. Bovendien worden in De Grote Wielen 3000 woningen gebouwd, wat leidt tot meer verharding in dit gebied terwijl op andere plekken de tegels juist verwijderd worden.
De polder van De Grote Wielen is een grondwaterbeschermingsgebied en de werkzaamheden die hier worden uitgevoerd zijn van belang voor de verdere waterhuishouding. De heer Verbruggen (D66) is van mening dat de PWR veel positieve punten bevat om te kunnen werken aan de duurzame ambities en gemeentelijke watertaken. Het is een grote opgave om de gemeente toekomstbestendig te maken, rekening houdend met de veranderingen die door het veranderende klimaat op de gemeente afkomen. D66 is erg positief over de visie en het plan en dan met name over de voortzetting van de Stimuleringsregeling Groene Daken. Bovendien is D66 positief over de voorkeur voor bovengrondse hemelwateropvang. Daarnaast hecht de D66 waarde aan het ontstenen van verhard oppervlak en ze erkennen de uitdaging bij privaat eigendom. Er zijn steeds vaker lange, droge perioden. Naast het op peil krijgen en houden van de grondwaterstanden is ook voldoende oppervlaktewater van groot belang. De fractie vraagt of de wethouder mogelijkheden ziet om – eventueel samen met andere overheden – het waterpeil van oppervlaktewateren verder te verhogen, zodat zwemplassen kunnen fungeren als regenwatertonnen. Dit zou bij nieuwbouwprojecten een extra overweging kunnen worden. In het oosten van het land zijn gemeenten samen met waterleidingbedrijf Vitens bezig met waterneutraal wonen.
Vitens is net als Brabants Water een drinkwaterbedrijf dat grondwater gebruikt voor het maken van drinkwater. Ook al komt dit grondwater uit diepere lagen, het kan schaarser worden. Het is belangrijk om het drinkwaterverbruik omlaag te brengen. Dit kan bijvoorbeeld gerealiseerd worden door hemelwater lokaal te bufferen en dit te gebruiken. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) vraagt wat D66 vindt van het voorstel van gewoon geDREVEN, namelijk om bassins te creëren om hemelwater op te vangen. De heer Verbruggen (D66) vindt dit een interessant voorstel. Het kan echter ook iets zijn om te bespreken in de commissie Omgeving. De fractie is positief dat er een publieksvriendelijke versie verschijnt van voorliggend plan. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) geeft aan dat hij de punten van de heer Verbruggen niet terugleest in het PWR-voorstel. Hij vraagt zich daarom af of de D66 het eens is met het PWR of dat ze van plan zijn méér uit te voeren. De heer Verbruggen (D66) is positief over het voorstel en is ook benieuwd welke extra stappen gezet kunnen worden. Hij is van mening dat de voorstellen die hij in zijn vraag heeft verwerkt het PWR raken en hij is benieuwd hoe de wethouder hierop reageert. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) verduidelijkt dat hij niet enthousiast is over het voorstel.
Hij merkt dat de heer Verbruggen enthousiast is over het onderwerp en aangeeft tevreden te zijn over het voorstel. Het voorstel bevat verbeterpunten en hij wil de heer Verbruggen graag stimuleren om het voorstel te verbeteren. De heer Verbruggen (D66) wacht de reactie van de wethouder af. De fractie is positief dat er een publieksvriendelijke versie komt van het plan. Een belangrijk deel van het plan wordt uitgevoerd nadat bewoners, bedrijven en ontwikkelaars geïnspireerd raken. Wat
10
betreft D66 moet de inhoud van het plan publieksvriendelijk gepubliceerd worden, bijvoorbeeld in het Groene Loket. De heer Essen (PVV) geeft aan dat het verslag iets aangeeft over kwijtschelding in de kostentoerekening. Hij vraagt of daarover vanuit het college meer duidelijkheid kan komen. Mevrouw Hamerslag (Partij voor de Dieren) benadrukt dat veel straten bedekt zijn met steen/tegels, wat betekent dat hemelwater enkel het riool in kan. Bovendien brengen tegels veel hitte met zich mee. Vergroening van de stad heeft een positief effect op de gezondheid van inwoners en de biodiversiteit. Het PWR geeft aandacht aan vergroening maar de fractie mist hierin de concrete stappen: Wanneer hebben alle gemeentelijke gebouwen een regenton en voor zover mogelijk een groen dak? Waar en wanneer gaan de publieke ruimtes vergroend worden? Bovendien is het belangrijk om vast te stellen wanneer er genoeg vergroend is. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) reageert op de Partij voor de Dieren en vraagt zich af hoe de fractie vergroening van de daken mogelijk acht op daken met zonnepanelen. Mevrouw Hamerslag (Partij voor de Dieren) benadrukt dat vergroening van de daken moet gebeuren, voor zover mogelijk. Er zijn mogelijkheden voor groene daken en zonnepanelen samen op één dak. Groene daken zijn belangrijk voor afwatering en om hitte te bestrijden.
Er mag bovendien meer geld worden vrijgemaakt voor het opvangen van water op het eigen terrein. Een optie is om korting te geven op de rioolheffing aan inwoners die over een eigen regenton beschikken. De heer Altenburg (VVD) staat achter de doelstellingen en de visie zoals verwoord in het raadsvoorstel. De gemeente moet zich voorbereiden op tijden met afwisselend langduriger droogte en hevige regenval. Daarom wil de VVD de goede staat van het rioleringssysteem op zowel korte als lange termijn waarborgen. De fractie begrijpt dat hiervoor de nodige investeringen gedaan dienen te worden. Regelmatig onderhoud leidt tot langere levensduur van het huidige systeem en daarnaast is het goed om de kosten voor het opknappen en vervangen van het rioleringssysteem uit te smeren over de komende jaren in plaats van eenmalig een groot bedrag te investeren. Dit alles leidt – zoals bekend – tot een lichte stijging van de rioolheffing. Een lichte stijging is acceptabel en daarom is dit pakket maatregelen acceptabel. De fractie steunt het raadsvoorstel. De heer Bos (GroenLinks) geeft aan dat de gemeente zich klaar moet maken voor een tijd van tegenstrijdige uitersten: periodes van droogte zullen langer duren en tegelijktijdig zal water het land soms overspoelen. Water moet langer vast worden gehouden voor de droge perioden en sneller afgevoerd kunnen worden bij zware regenval.
Om de druk op de riolering te verkleinen, is het belangrijk om regenwater te scheiden van vervuild rioolwater. Bovendien moet er vaart worden gemaakt met de vergroeningsopgave. De vergroeningsopgave zorgt ervoor dat het water langer wordt vastgehouden, maar het zorgt ook voor een reductie van klimaatstress. Hoewel vergroening van de daken en het NK-tegelwippen mooie voorbeelden zijn uit 2021, hoopt de fractie dat er meer voorbeelden volgen. Wel heeft GroenLinks een vraag over de juridische houdbaarheid. Het PWR loopt vooruit op de eventuele invoering van de Omgevingswet. Er bestaat een kans dat de invoering van deze wet wordt uitgesteld. De Tweede Kamer zal hier in november over beslissen. Het kan zijn dat de gemeente instemt met de PWR, maar dat de Omgevingswet wederom wordt uitgesteld. Wat is in dat geval de juridische waarde van het plan? Ten tweede heeft de fractie een vraag over de vervangingsopgave, namelijk in hoeverre er koppelkansen bestaan tussen het aanleggen van het warmtenet en de vervangingsopgave. De vraag is of dit wordt meegenomen in het vooronderzoek in de verschillende wijken. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) geeft aan dat de buien met de jaren heviger zijn geworden. Tijdens hevige buien kan het riool het water niet afvoeren en loopt het water de huizen in. Er bestaat urgentie om dit probleem op te lossen.
Enkele relevante problemen zijn de krapte op de arbeidsmarkt, het grondstoffentekort en materiaaltekorten. Daardoor bestaat de mogelijkheid dat de gewenste vervangingsopgave onvoldoende wordt gerealiseerd. De fractie vraagt zich af wat op dit moment de verwachtingen zijn betreffende de haalbaarheid van de vervangingsopgave.
11
Relevant is ook de inbreng van de VVD inzake de inflatie en prijsstijgingen waarmee inwoners worden geconfronteerd. Het systeem is veranderd en kosten van de kwijtschelding worden niet meer uit de algemene middelen gehaald, maar uit de exploitatie van de rioolheffing. De fractie vraagt of deze stijging de komende jaren beheersbaar gehouden kan worden, met name voor mensen met lagere inkomens. De heer Ploegmakers (CDA) laat weten dat het CDA instemt met het voorstel. De fractie vindt het een goede zaak om onderhoud en vernieuwing van de riolering integraal aan te pakken. Dit zou mogelijk kunnen leiden tot lagere aanneemsommen, maar dat kan weer leiden tot een beperking van de tariefverhoging van de rioolbelasting. Het CDA vraagt hoe de gemeente een rol kan pakken in de besparing van drinkwater en de beperking van afvalwater, zowel in het bedrijfsleven als bij huishoudens. CDA denkt hierin veel winst te kunnen halen om zo een dubbel rendement te creeren. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) vraagt hoe het CDA drinkwater wil besparen. De heer Ploegmakers (CDA) geeft aan dat de gemeente hierin een voorlichtende rol kan hebben. Er zijn veel opties, bijvoorbeeld door tuinen minder te sproeien. Al deze mogelijkheden moeten als één geheel worden gecommuniceerd en hier moeten de burgers bewust van worden.
De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vraagt zich wat de mening van het CDA is over zwembaden in tuinen van inwoners. Wil het CDA dit verbieden? De heer Ploegmakers (CDA) geeft aan dat hij niet over verbieden heeft gesproken, maar over bewustwording. Hier kan een extra accent op gelegd worden. De heer Van der Heijden (Rosmalens Belang) keurt het PWR goed. Water moet worden vastgehouden en op de juiste manier afgevoerd kunnen worden. Het is goed dat er efficiënt gekeken wordt naar het combineren van de rioolwerkzaamheden en klimaatadaptatiewerkzaamheden zodat niet onnodig kosten gemaakt worden of overlast ontstaat als de straat om een andere reden al openligt. Wateroverlast kan voorkomen worden door lokale infiltratie. Bovendien zorgt dit voor een beter stadsklimaat door het verlagen van hittestress. De fractie heeft hier twee algemene vragen over. Ten eerste, wordt afgevraagd of er problemen verwacht worden bij de invoering van de Omgevingswet. Ten tweede wordt aangegeven dat er een prioriteringsscan per wijk wordt opgesteld. De fractie vraagt wanneer de uitkomsten van deze scan verwacht worden. Mevrouw J.J.M. van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) vindt het PWR een goed plan, maar wil de heer Mees bijvallen in de geplaatste kanttekeningen en genoemde risico's. De fractie vraagt zich af of de plannen haalbaar zijn.
De kwijtschelding blijft gelijk op € 280.000, maar vanwege de energiecrisis verwacht de fractie meer verzoeken tot kwijtschelding. Daarom vraagt de fractie zich af of genoemd kwijtscheldingsbedrag voor de jaren 2024 en 2025 nog wel passend is, dan wel opgehoogd moet worden. Mevrouw Hernández (50PLUS) merkt op dat er steeds vaker sprake is van extreem weer met veel regenval, maar ook lange perioden van droogte. Spreker constateert dit ook vanuit haar functie in het waterschap. Er bestaan zorgen, maar in dit kader worden ook plannen gemaakt. Het waterschap heeft recent een nieuwe afdeling gecreëerd die zich enkel bezighoudt met de droogte, ter ondersteuning van het plan dat momenteel voorligt. Toch maakt 50PLUS zich zorgen over de risico's die staan benoemd in het plan. In het plan wordt op niet mis te verstane wijze gesteld dat het lozen van hemelwater, op welke wijze dan ook, geen enkel nadelig effect mag hebben op het milieu. Er wordt echter op geen enkele manier in het plan aangegeven, op welke wijze dit vorm en inhoud moet krijgen. 50PLUS is van mening dat het duidelijk zou moeten zijn dat hemelwater dat van straten en pleinen afstroomt, met name na een droge periode, ernstig is vervuild, zoals met olieresten en uitlaatgassen. De vraag is hoe hierop wordt gecontroleerd en hoe vervuild water wordt tegengehouden.
50PLUS kan niet met het plan instemmen wanneer bovenstaande niet in het plan is geborgd. Het financieel fundament van het plan wordt vervormd door het geven van belasting. Het rijk stelt dat dat gemeenten de inkomsten vanwege de rioolrechten kunnen aanwenden om de kosten van het rioolbeheer en watertaken te kunnen dekken.
12
Deze rioolheffing mag – naar mening van 50PLUS – enkel voor dit specifieke doel worden gebruikt. Dat betekent dat alle heffingen die worden geïnd uitsluitend aangewend mogen worden voor het rioolrecht en niet om bijvoorbeeld theaters van te bouwen. De partij vindt het dan ook belangrijk om te weten, hoe de kosten worden verdeeld tussen wegbeheer en rioolbeheer, als er sprake is van zogenoemde 'werk met werk maken'-projecten. Dit geldt ook wanneer voorzieningen worden aangelegd en/of gebruikt voor het infiltreren van regenwater. Het is in feite zo dat al het groen binnen de gemeente een rol speelt bij het infiltreren van regenwater. Het gehele groenbeheer zou vanuit dit gezichtspunt toegerekend kunnen worden aan de watertaken en ten laste van het rioolrecht kunnen worden gebruikt, wat oneigenlijk gebruik van middelen is. 50PLUS is van mening dat de kwijtschelding van heffingen ten laste moet komen van het Sociaal Domein, bijvoorbeeld via de bijzondere bijstand. 50PLUS vindt het volkomen verkeerd dat de inwoners via het rioolrecht rechtstreeks gaan bijdragen aan het wegbeheer, groenbeheer en armoedebestrijding. Dit moet betaald worden uit de algemene uitkering van het Gemeentefonds. Tot slot vraagt 50PLUS of op het huidige tarief een inflatiecorrectie moet worden verwacht. Dit zou een enorme impact hebben op de inwoners.
Mevrouw Volgers (PvdA) zegt dat de PvdA blij is met een gedegen Plan Water en Riolering, waarin goed wordt ingespeeld op toekomstige ontwikkelingen. Veranderingen in het beheer maken het noodzakelijk om aanpassingen door te voeren om ervoor te zorgen dat woningen en panden in de gemeente ook op dit vlak toekomstbestendig zijn. Het is voor elke inwoner van de gemeente 's-Hertogenbosch uitermate belangrijk dat er schoon water beschikbaar is, maar ook dat afvalwater goed kan worden afgevoerd en gezuiverd. In de afgelopen jaren is duidelijk geworden hoe belangrijk het is dat ook steeds grotere hoeveelheden regenwater goed kunnen worden opgeslagen, en indien nodig, worden afgevoerd. De PvdA is van mening dat het plan hier op een goede manier op inspeelt en verstandige maatregelen voorstelt om ervoor te zorgen dat elke Bosschenaar droge voeten houdt. De PvdA legt drie vragen voor: Het plan spreekt over de eigen verantwoordelijkheid van woningeigenaren. De PvdA vindt dit een terecht uitgangspunt. De gemeente 's-Hertogenbosch heeft echter ook een groot aantal inwoners in huurwoningen. De partij vraagt hoe bewoners, met name in aandachtswijken, ondersteund gaan worden bij het vergroenen van hun tuinen en welke rol de wethouder in dezen ziet weggelegd voor de woningcorporaties. De fractie vraagt of de wethouder heeft kennisgenomen van het rapport 'Zonder water geen later'.
Dit gaat over de aanpak van droogte in Brabant. Het rapport is recent, op 15 september jl., gepresenteerd. De PvdA vraagt zich af of dit rapport nog aanleiding geeft tot aanscherping van de notitie. Uit de klimaatstresstest is een aantal wijken naar voren gekomen dat risico loopt op wateroverlast. Dit zijn het centrum van Rosmalen, Sparrenburg, het Paleiskwartier en enkele wegen in Nuland en Vinkel. De vraag is of deze wijken en locaties prioriteit gaan krijgen. Mevrouw Parijs (Bosch Belang) noemt het voorliggend plan een redelijk plan. Bosch Belang vindt het nog steeds erg jammer dat drinkwater van erg goede kwaliteit wordt gebruikt voor het toilet en de douche. Wat de partij betreft, zou dit bij nieuwbouw anders moeten. Bosch Belang verwacht dat met het huidige gebruik, mettertijd een probleem en uiteindelijk wellicht een crisis zal ontstaan. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) hoort veel vragen aan de wethouder, hoewel het voornamelijk de bedoeling is om met elkaar te debatteren over het voorliggende plan. Spreker noemt het plan in de basis niet verkeerd. Het gaat echter wel over veel geld. De vermelde risico's, namelijk de krapte op de arbeidsmarkt en materiaalkosten, zijn behoorlijk reëel. Wat De Bossche Groenen betreft, is het daarom belangrijk om te richten op de quickwins. De partij is tevens van mening dat te weinig wordt gestuurd op het afkoppelen van het hemelwater.
Wanneer een regenton overstroomt, stroomt het water nog steeds in het riool. Een regenton zou moeten uitmonden in de tuin. Er moeten worden afgekoppeld en onttegeld. Hier zitten volgens spreker de quickwins. Vasthouden en infiltreren, in plaats de oude methode – afvoeren naar de zee – is moeilijk te realiseren en maakt het erg duur. De quickwins komen, wat De Bossche Groenen betreft, te weinig terug in het plan. Ook het waterschap wil graag dat meer wordt afgekoppeld. Desnoods kunnen afkoppelcoaches' worden gekoppeld aan de energiefixers.
13
De heer Verbruggen (D66) vraagt wat de heer Hoeben bedoelt met quickwins. In het plan staat een en ander over afkoppelen en infiltreren of afvoeren van hemelwater. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) citeert: "Bij afkoppelen geven we veelal de voorkeur aan het vergroenen en ontstenen van de openbare ruimte om zo hemelwater lokaal te verwerken en te infiltreren." Wat spreker betreft, zou het de regel moeten zijn om bij het afkoppelen meteen te ontstenen. In het raadsvoorstel wordt gesproken over het 'sturen op de 4 k's'; kwetsbaar, kwaliteit, kosten en klimaatadaptief. Als hemelwater over parkeerterreinen wordt weggespoeld, zal dit de kwaliteit van het oppervlaktewater niet ten goede komen. Ook niet voor de kwaliteit van het drinkwater in Rotterdam, Evides maakt drinkwater van het Maaswater. De heer Verbruggen (D66) meent dat er technische voorzieningen zijn om 'de eerste golf' van verontreinigd water op een andere manier af te voeren. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) zegt dat deze voorzieningen er zijn, maar dat deze niet overal zijn aangelegd. Spreker noemt voorliggend voorstel prima, maar de gemeente zou net een tandje meer kunnen bijzetten. Wat De Bossche Groenen betreft, wordt gekeken naar goedkope oplossingen waarmee meters gemaakt kunnen worden.
Mevrouw Hamerslag (Partij voor de Dieren) vraagt wat De Bossche Groenen vindt van het plan dat Partij voor de Dieren zojuist voorstelde, namelijk om personen die goede stappen zetten op hun eigen terrein, korting te geven op de rioolheffing, in combinatie met onder andere onttegelen op gemeentelijke grond. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) geeft aan dat in enkele deelstaten van Duitsland een tegeltaks bestaat. De mate van betegeling van de tuin bepaalt de hoogte van de rioolbelasting. Als men hier geen voorstander van is, dan kan de gemeente voorstellen om met een 'tegeltaxi' gratis tegels op te halen, op voorwaarde dat er onttegeld is. Reactie college Wethouder Geers maakt uit het gevoerde debat op dat de urgentie voor de opgave hoog is. Spreker merkt op dat hij geen civiel ingenieur is en daarom niet alle technische vragen kan beantwoorden. De wateropgave is een van de grootste opgaven voor de komende jaren. De opgave lijkt tegenstrijdig, omdat er ook een grote opgave bestaat rond droogte. Naast het rioleringsplan, wordt ook middels de hoogwaterbeschermingsaanpak extreem hoogwater aangepakt. Beide opgaven – water en droogte – hebben juist veel met elkaar te maken. Er moet voldoende waterberging zijn op plekken om water vast te houden tegen de droogte. Er moet voldoende afstroom en infiltratie zijn zodat het water niet te lang blijft staan.
In het verleden ging het gemeentelijk rioleringsplan louter over de buis: welke diameter deze moest hebben en hoeveel water deze kon afvoeren. Tegenwoordig gaat deze discussie vooral over vergroenen. Dat is de ontwikkeling die in het raadsvoorstel wordt neergelegd. Het gaat niet meer om de dikte van de buis. Het gaat om het voorkomen dat water in de buis terechtkomt. Voor alles wat via de buis wordt afgevoerd, worden kosten gemaakt. Dit betreft kosten in het vervoer, kosten in het onderhoud van de buis en vooral kosten in het schoonmaken van de vaten. Daarmee wordt een balans gezocht tussen investeren en het redelijke wat gevraagd kan worden via de rioolheffing. De kwijtschelding voor inkomens lager dan 120% werden aan de algemene middelen toegerekend. In het bestuursakkoord is de afspraak gemaakt dat de kwijtschelding wordt toegerekend aan de rioolheffing. Feitelijk betreft het een verschuiving. De kwijtschelding is gekoppeld aan het inkomen en niet aan het besteedbare inkomen. De maatstaf blijft zodoende gelijk aan hoe deze eerder was. Het college is druk met het helpen van inwoners door de dure winter te komen. Wat betreft de maatregelen, is 'werk met werk maken' een belangrijk concept. Massa maken, vormt hier onderdeel van. Het riool aanpakken is alleen efficiënt voor een hele straat, niet in een halve straat.
Dat betekent dat projecten zo veel mogelijk op elkaar worden afgestemd, ook om overlast te voorkomen. Daarnaast is tempo maken belangrijk. In het vorige plan was tempo ook belangrijk, omdat er een piek aan vervanging werd voorzien. Er bestaan afschrijvingstermijnen voor een riool.
14
Spreker is het eens met de heer Van Creij dat het niet gaat om het vervangen. Tegelijkertijd is het belangrijk om met zekerheden te rekenen. Het is kortom belangrijk om tijdig onderhoud te plegen en de staat van onderhoud te blijven monitoren. Middels relining kan de levensduur worden verlengd. Ook wordt er geïnvesteerd in de infiltratie. De heer Van Creij sprak ook over de verharding. Regen valt niet enkel in De Groote Wielen. Het scenario voor De Groote Wielen is dat 25% van de oppervlakte een spons is, waar water kan infiltreren. Bij heel veel andere wijken is dit nog geen 10%. Daarom wordt daar een slag gemaakt middels werk met werk maken. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) legt uit dat hij de opmerking over De Groote Wielen heeft gemaakt omdat er in wijken 'een paar tegels uit worden gehaald', terwijl in De Groote Wielen 3000 woningen worden gebouwd met verharde daken et cetera, waar het water niet infiltreert. Spreker heeft behoefte om op deze tegenstelling te wijzen. Wethouder Geers geeft aan dat het daarom gaat: om én én. Dus, enerzijds zorgen voor een groter sponsgehalte, anderzijds zorgen dat er meer ruimte en meer afkoppeling is. De wethouder zou graag willen dat veel bewoners hun tuin onttegelen. Het maakt niet veel uit of het een koopwoning of huurwoning is. Als de woning een tuin heeft, kan er worden onttegeld.
Bij het afkoppelen in de openbare ruimte wordt men zo veel mogelijk verleid om mee te doen. Qua communicatie is hierin nog veel te doen, maar er wordt aan gewerkt. Het college heeft een voorkeur voor het natuurlijk infiltreren, zo veel mogelijk in de wijk. Het creeren van een bassin of buffer doet ook iets met de grondwaterstand eromheen. Bovendien betekent dit dat plastic in de grond wordt aangebracht, wat ook niet wenselijk is. Het voorliggende plan komt voort uit de Wet milieubeheer en is Omgevingswet-proof gemaakt. Als de Omgevingswet er niet komt, dan is er nog steeds een wettelijke verplichting om een rioolplan te hebben. De wetenschappelijke instituten berekenen dat de wegen in principe schoon water doorlaten en dat de filters het water goed schoonmaken. Dat betekent niet dat het net zo schoon wordt als drinkwater, maar de schadelijke stoffen worden er wel uitgehaald. Het college zou graag méér willen doen aan het terugdringen van het gebruik van drinkwater in bijvoorbeeld de douche en het toilet, maar dit is complexe materie omdat dit betekent dat er twee verschillende systemen in een huis ingebouwd moeten worden. In De Groote Wielen wordt er wel mee geëxperimenteerd, samen met Brabant Water. Brabant Water heeft echter heel veel opgaven om te zorgen voor voldoende en kwalitatief goed drinkwater.