CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Ontwerp OmgevingsEffectRapportage (OER) De Groote Wielen

Gemeenteraad 13 juli 2021, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Raadsinformatiebrief Ontwerpbestemmingsplan Verbrede reikwijdte De Groote Wielen Noordoosthoek30.510 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

28

Functies

Maatschappelijke voorzieningen ten behoeve van wonen

Water

Planvoornemen • De bebouwingsdichtheid en bouwhoogte rondom strandpark sluiten aan op de bouwhoogte in het centrum van De Groote Wielen. De bouwhoogte aan de Groote Wielenplas loopt af richting het oosten; • De structuur van de polder met de oorspronkelijke verkaveling dient als inspiratiebron; • Er wordt voldaan aan de gemeentelijke groennorm • Het watersysteem sluit aan op het principe van de Watermachine; • De ecologische verbindingszone die rondom de Hoefgraaf is geprojecteerd wordt omgelegd langs de oostelijke rand van het plangebied. De structuur van de huidige Hoefgraaf blijft wel behouden en wordt benut groenblauwe zone in de nieuwe woonwijk (zie verder onder ‘water’); • De Rosmalensedijk blijft als lijnstructuur behouden; • De wijk wordt ontsloten via een aantal inprikkers vanaf de Hustenweg/Empelsehoefweg.; • De wijk wordt zo ingericht dat fietsen en wandelen worden geprefereerd boven autoverkeer; • Parkeren wordt in de basis traditioneel ingevuld, conform de gemeentelijke parkeernorm en er wordt aanvullend geëxperimenteerd met parkeren op afstand in verschillende deelbuurten binnen de Noordoosthoek. In de beleidsregel Ruimtelijke Kwaliteit zijn algemene kaders opgenomen voor de ontwikkeling van het plangebied. Per deelgebied wordt de beleidsregel Ruimtelijke kwaliteit nader uitgewerkt in een visie met randvoorwaarden waaraan ontwikkelingen getoetst kunnen worden.

De voorzieningen zijn ondersteunend en ondergeschikt aan de hoofdfunctie van het gebied: wonen. Denk daarbij aan een basisschool, kinderopvang, een huisarts en een buurtcentrum. Nabij de Noordoosthoek wordt het centrumgebied in De Groote Wielen ontwikkeld, waar zoveel als mogelijk de niet-woonfuncties in de wijk worden gecentraliseerd. In de Noordoosthoek worden daarom verder geen centrumfuncties (horeca/winkels) gerealiseerd. Er zal enkel ruimte zijn voor kleinschalige bedrijfs- en beroepsactiviteiten aan huis. Voor sport geldt hetzelfde principe, namelijk dat dit gecentraliseerd is ontwikkeld ten zuiden van De Groote Wielen. In de Noordoosthoek kan sport wel gekoppeld worden aan de onderwijsfuncties, het strandpark en de Groote Wielenplas. Verder wordt bewegen zoveel mogelijk gestimuleerd in de openbare ruimte. Dit is vastgelegd middels omgevingswaarden voor spelen en bewegen. In de Noordoosthoek wordt regen- en kwelwater zoveel mogelijk vastgehouden. Dit wordt gedaan door wadi’s maar ook elk groen dat wordt toegepast in de openbare ruimte wordt waterbergend, tenzij het groen is aangelegd voor sport-/spelfunctie. Daarnaast vindt waterberging op eigen terrein plaats en de centrale plas dient als noodoverlaat. De Hoefgraaf loopt in de huidige situatie door het plangebied.

Het heeft een provinciale status van ecologische verbindingszone (EVZ) met een beoogde breedte van 25 meter. Zowel fysiek als functioneel (vanwege de natuurdoeltypen) is een ligging van deze EVZ in een woonwijk niet mogelijk. Daarnaast zou de aanwezigheid van de Hoefgraaf het principe van de Watermachine ‘doorsnijden’. In het planvoornemen wordt daarom aan de buitenrand van de nieuwe wijk een nieuwe watergang aangelegd die gaat functioneren als EVZ. De huidige watergang van de Hoefgraaf blijft in het plangebied aanwezig als stedelijk water en wordt benut voor invulling van groenblauwzone en verhogen van de biodiversiteit in de wijk. Deze heeft echter niet meer primair de status van EVZ. De watergang wordt geïntegreerd met het watersysteem van de Watermachine, maar is niet meer aangesloten

29

Functies

Planvoornemen op de omgelegde watergang (zodat er geen water van buiten het gebied in dit plangebied komt).

Groen en recreatie

In De Groote Wielen zijn centrale groen- en recreatievoorzieningen aanwezig in de vorm van de centrale waterplas (de Groote Wielenplas), een sport- en recreatiezone/groenzone en de Vlietdijkzone (een verbinding door de Groote Wielen heen naar Rosmalen). De verschillende elementen van de groenstructuur in De Groote Wielen worden met elkaar en met de omgeving verbonden door een fijnmazig netwerk van voet- en fietspaden. De Noordoosthoek zal een rustige, groene woonbuurt worden. Het groen moet onderling verbonden zijn en dienen als verblijfsgebied. Er zullen natuurlijke overgangen worden gecreëerd naar het omliggende gebied. Met wandel- en fietspaden moeten verbindingen worden gemaakt met de omgeving. Hiermee wordt ook een link gelegd met sociale samenhang en gezondheid en bewegen. De inrichting van het gebied met groen/blauwe elementen levert niet alleen een bijdrage aan klimaatadaptatie en andere doelen maar nodigt ook uit tot ontmoeten (sociaal) en bewegen (gezondheid). Daarbij levert ook de beleefbaarheid van deze elementen, in brede zin, een bijdrage aan welbevinden en gezondheid. Daarnaast wordt het groen beleefbaar gemaakt door de buitenruimte op verschillende plaatsen een andere functionele groene invulling te geven zoals bijvoorbeeld een moestuin, speeltuin, pluktuin of dak met vlindervegetatie. Hiermee wordt ook de biodiversiteit in het plangebied gestimuleerd.

De precieze locatie van de groenstructuren zijn niet op voorhand vastgelegd. Wel is er één plek aangewezen in het plangebied waar in ieder geval een groenzone gerealiseerd zal worden. De biodiversiteit wordt ook gestimuleerd door uit te gaan van natuurinclusief bouwen. Daarbij wordt de bebouwing voorzien van passende en goed geplaatste faunavoorzieningen zoals nestkasten voor vogels en vleermuisverblijfsplaatsen. Ook wordt de aanleg van groene gevels gestimuleerd. In de beleidsregel Ruimtelijke Kwaliteit wordt dit nader uitgewerkt. Zoals onder ‘water’ aangegeven blijft de huidige loop van de Hoefgraaf in het basisalternatief in het plangebied aanwezig. Deze kan worden benut als onderdeel van een groenblauwzone door het plangebied heen. Daarnaast kan hij worden ingezet voor recreatieve doeleinden, bijvoorbeeld een vaarrondje via de Hoefgraaf en de Groote Wielenplas. Aanwezige bomen en andere groene kwaliteiten worden zoveel mogelijk behouden en ingepast en er wordt een leefgebied gecreëerd voor gebiedseigen soorten. Voor nieuwe aanplant en inzaai wordt gebruik gemaakt van inheemse soorten passen bij de groeiplaats en omgeving. De ecologische verbindingszone die rondom de Hoefgraaf is geprojecteerd wordt omgelegd naar de rand van het plangebied waarbij de oude structuur mogelijk behouden wordt voor de invulling van groen, waterberging en biodiversiteit.

De Noordoosthoek voorziet in robuuste groen/blauwe structuren die een bijdrage leveren aan klimaatadaptatie en gezondheid.

Wegverkeer

• • •

Het planvoornemen kent een aantal uitgangspunten voor de invulling van het wegverkeer in het plangebied: Inrichting is zodanig dat fiets de prioriteit heeft boven autoverkeer; De hoofdontsluiting voor autoverkeer op de Hustenweg en Empelsehoefweg verloopt via drie inprikkers (de precieze ligging is nog niet bekend);

30

Functies

Planvoornemen • Er is geen directe verbinding voor autoverkeer vanuit de Noordoosthoek naar het Centrumgebied. Om met de auto naar het Centrumgebied te rijden, moet men via de Hustenweg richting de Rosmalensedijk; • Er is geen directe verbinding voor autoverkeer tussen de verschillende deelbuurten in de Noordoosthoek; • Parkeren gebeurt op traditionele manier (verspreid door de wijk) en op basis van de parkeernormen. Ook deelmobiliteit wordt verspreid door de wijk aangeboden. De structuur voor wegen met een gebiedsontsluitingsfunctie die voor De Groote Wielen wordt gehanteerd zal tevens voor de Noordoosthoek van toepassing zijn. Er wordt gesproken van “inprikkers” en “randen”. Voor de Noordoosthoek betekent dit concreet dat autoverkeer van en naar de Noordoosthoek wordt afgewikkeld via de Hustenweg.

Langzaam verkeer

Voor de fiets is in De Groote Wielen een interne structuur opgezet, waarbij het "conflict" met de auto tot een minimum wordt beperkt en uitgegaan wordt van prioriteit voor de fiets. Er ontstaan goede interne verbindingen naar het centrumgebied en voorzieningen binnen het plangebied. Maar ook naar buiten het plangebied wordt gezorgd voor goede verbindingen. De Noordoosthoek zal bijvoorbeeld een goede ontsluiting krijgen voor langzaam verkeer richting het centrum en het station van Rosmalen (via Sternetverbinding). Het centrum van Rosmalen ligt op circa 3,5 – 4 kilometer fietsen, het station op circa 4 – 4,5 kilometer. Het centrum van ’s-Hertogenbosch ligt op circa 10 km. Een fietsverbinding hiernaartoe verloopt in eerste instantie via de bestaande hoofdfietsroutes langs bijvoorbeeld De Blauwe Sluisweg en Bruistensingel.

Openbaar vervoer

Het openbaar vervoer van de Noordoosthoek zal vergelijkbaar zijn met de bediening van het openbaar vervoer van de overige delen van De Groote Wielen. Deze zal zoveel mogelijk gebruik maken van de gebiedsontsluitingswegen en eigen infrastructuur. Het gebruik van openbaarvervoer wordt aantrekkelijk gemaakt door realiseren van mobiliteitshubs: deelfietsen bij bus- en treinhaltes, bushaltes op centrale en logische punten, snelle frequente busverbindingen naar Centraal busstation ’s-Hertogenbosch en een koppeling tussen de nieuwe woonwijk en treinstations.

Bestaande bedrijven

Bestaande bedrijven in het plangebied zijn opgenomen in het beoogde woongebied. De bedrijven kunnen middels het overgangsrecht de activiteiten nog voortzetten.

Om te beoordelen of het voorkeursalternatief voldoet aan de door de gemeente gestelde ambities, is het voorkeursalternatief op vergelijkbare wijze als de referentiesituatie en de ambities gewaardeerd. In onderstaand figuur is de waardering van de referentiesituatie, ambities en het voorkeursalternatief schematisch weergegeven. Daarbij is onderstaand waarderingssystematiek gehanteerd.

31

Figuur S.3: waardering voorkeursalternatief in vergelijking met referentiesituatie en beleidsambities. Legenda:

Uit de vergelijking komt naar voren dat voor de aspecten ’klimaatbestendigheid’ en ’(her)gebruik van materiaal’ met het VKA nog niet volledig wordt voldaan aan de vooraf gestelde ambities. Dit komt met name omdat deze ambities op dit moment nog onvoldoende worden geborgd. Op basis van de vergelijking met de ambities is er voor gekozen hiervoor geen extra maatregelen in te zetten. In de verdere planuitwerking wordt nog steeds gestreefd naar het naleven van de gestelde ambities, deze worden echter niet vooraf extra geborgd. Voor alle overige aspecten wordt met het VKA voldaan aan de gestelde ambities. Op enkele aspecten scoort het VKA zelfs beter dan de ambities (verkeersveiligheid, sociale veiligheid, beschermde soorten, cultuurhistorische waarden).

32

Tot slot is per maatregel bepaald op welke manier wordt geborgd dat deze maatregel ook daadwerkelijk wordt doorgevoerd om zo effecten te voorkomen, mitigeren of compenseren of ambities te behalen. De belangrijkste manieren waarop de borging plaats vindt zijn: • • •

Rechtstreeks in de regels/verbeelding van het bestemmingsplan: positief bestemmen of als strijdig gebruik opnemen. Hierbij gaat het om harde minimale normen, bijvoorbeeld maximale geluidbelasting of milieuzoneringen. Via ’omgevingswaarden’: deze bieden een zeker mate van flexibiliteit. Omgevingswaarden zijn opgenomen voor de onderdelen groen, biodiversiteit, spelen en bewegen. Beleidsregel Ruimtelijke kwaliteit: In deze beleidsregel zijn algemene voorwaarden opgenomen die voor het gehele gebied van toepassing zijn. Daarnaast worden per deelgebied specifieke voorwaarden uitgewerkt om per deelgebied een eigen identiteit te creëren.

In paragraaf 9.4 van deel C van dit OER zijn de maatregelen en de wijze van borging nader toegelicht. In de Wet milieubeheer (Wm) is bepaald dat een besluit dat wordt vastgesteld waarvoor een MER (in dit geval een OER) is gemaakt, duidelijk maakt op welke manier met monitoring van effecten en maatregelen wordt omgegaan. Bij de monitoring van de Noordoosthoek wordt gebruik gemaakt van lopende en nog op te zetten monitoringstrajecten. De monitoring van de Noordoosthoek vindt plaats via twee sporen: 1. Bestaande monitoring; 2. Monitoring met behulp van monitoringsplan de Noordoosthoek. In paragraaf 9.5 van deel C van dit OER is uitgebreider ingegaan op de monitoring. S.4 Conclusie van het OER Het OER heeft de effecten onderzocht van het planvoornemen voor de aanleg van de woonwijk de Noordoosthoek. Uit het effectonderzoek komt naar voren dat er enkele maatregelen nodig zijn om het planvoornemen haalbaar te maken. Voor de borging van deze maatregelen is gekozen uit verschillende instrumenten, waaronder omgevingswaarden en een beleidsregel. Op deze manier kan bij de verdere ontwikkeling van deelgebieden binnen de Noordoosthoek steeds worden getoetst of die ontwikkeling voldoet aan de gestelde ambities en past binnen de vastgestelde maatregelen. Het bestemmingsplan levert daarmee een flexibel kader waarbinnen ontwikkeling van woningen mogelijk is, zonder een blauwdruk te geven.

33

DEEL C – ONDERBOUWING VAN HET PLANVOORNEMEN

34

2

Omgevingseffectrapport én toelichting bestemmingsplan

2.1 de Noordoosthoek van De Groote Wielen De Groote Wielen, gelegen in het noorden van de gemeente ’s-Hertogenbosch en ten noorden van de kern Rosmalen, is een woonwijk in ontwikkeling. Een aantal woonbuurten is al aangelegd, andere worden binnen afzienbare tijd gerealiseerd. de Noordoosthoek is een deel van De Groote Wielen dat in de huidige situatie overwegend een agrarische bestemming heeft. Het voornemen is om hier circa 2.300 tot 3.000 woningen met bijbehorende maatschappelijke voorzieningen ten behoeve van wonen te realiseren. Onderstaande afbeeldingen tonen de ligging van het plangebied ten opzichte van de stad ‘s-Hertogenbosch en de globale begrenzing van het plangebied.

Figuur 2.1 ligging plangebied ten opzichte van de stad

35

Figuur 2.2 Globale begrenzing plangebied de Noordoosthoek

Om dit voornemen mogelijk te maken moet het bestemmingsplan worden gewijzigd en dient de procedure voor een milieueffectrapportage (m.e.r.) te worden doorlopen. In 2018 is hiervoor de eerste stap gezet met de publicatie van de Notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) De Groote Wielen, de Noordoosthoek [1]. Eén rapport met twee doelen Dit rapport noemen we het Omgevingseffectrapport (OER). Dit rapport presenteert het resultaat van de procedure voor de milieueffectrapportage. Daarnaast wordt dit rapport gevoegd bij het bestemmingsplan en vormt daarmee de onderbouwing en toelichting op het bestemmingsplan. Dit OER bevat alle benodigde informatie en de gemaakte afwegingen om te komen tot een optimale kwaliteit van de fysieke leefomgeving. De regels en verbeelding van het bestemmingsplan zijn daarvan de uitkomst.

2.2

Bestemmingsplan verbrede reikwijdte (BPVR)

Experimenteren met verbrede reikwijdte onder de Crisis- en herstelwet Om de bouw van woningen in de Noordoosthoek planologisch mogelijk te maken is het bestemmingsplan De Groote Wielen Noordoosthoek opgesteld. Met het oog op de verwachte inwerkingtreding van de Omgevingswet, kiest de gemeente voor een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte (BPVR). Met een BPVR maakt de Crisis- en herstelwet (Chw) het mogelijk om – vooruitlopend op de inwerkingtreding daarvan – al meer te werken in de geest van de Omgevingswet. Het bestemmingsplan voor de Noordoosthoek van De Groote Wielen is in het kader van de 17e tranche van het Besluit uitvoering Chw aangewezen als innovatief experiment. Het bestemmingsplan wordt onder het huidige juridisch-planologische regime van de Wet ruimtelijke ordening in procedure gebracht en vastgesteld. Wel wordt het plan zoveel mogelijk alvast in lijn met de Omgevingswet opgesteld, zodat het plan later onderdeel kan worden van het gemeentelijke omgevingsplan. Dit vertaalt zich o.a. in de volgende uitgangspunten:

36

• De terminologie sluit aan bij de Omgevingswet waar dat kan (bijvoorbeeld: fysieke leefomgeving in plaats van ruimtelijke ordening, zie ook paragraaf 1.2).

• Uitnodigingsplanologie staat centraal; globaliteit en flexibiliteit zijn kernwoorden die van • • •

•

toepassing zijn op dit project. Het BPVR is niet alleen gericht op een ‘goede ruimtelijke ordening’ maar op de gehele fysieke leefomgeving. De regels van het BPVR zijn gebaseerd op de doelen van de Omgevingswet en de doelen voor dit BPVR. Onderdeel hiervan is dat het voornemen in het BPVR minder specifiek vastgelegd hoeft te worden dan in een regulier bestemmingsplan. Participatie is een belangrijk onderdeel van de Omgevingswet. Dit plan geeft de te houden omgevingsdialoog vorm op basis van de ’Bossche Omgevingsdialoog’ die op 1012-2018 is vastgesteld door het college. Dit betekent dat er een omgevingsdialoog is georganiseerd in plaats van de traditionele inspraak op een voorontwerpbestemmingsplan (zie ook onder paragraaf 10.2). In de Nota van Uitgangspunten zijn de uitkomsten van de omgevingsdialoog verwerkt (zie Bijlage 2). Het bestemmingsplan heeft een planperiode van maximaal 20 jaar. Normaliter kent een bestemmingsplan een looptijd van 10 jaar. Gezien de grote behoefte aan nieuwe woningen is het streven om de Noordoosthoek zo snel mogelijk te ontwikkelen. Het tempo is echter van meerdere factoren afhankelijk, daarom behoudt het bestemmingsplan hierin flexibiliteit door de planperiode uit te rekken naar 20 jaar.

De gemeente kiest hiervoor omdat zij de Noordoosthoek wenst te ontwikkelen met uitnodigingsplanologie voor corporaties en ontwikkelaars; het bestemmingsplan moet hen vrijheid laten om zelf met ideeën voor een innovatieve en duurzame invulling van de woonbuurt te komen binnen de door de gemeente gestelde kaders. Vigerend bestemmingsplan Tot het moment van vaststellen van het nieuwe bestemmingsplan zijn de regels uit het bestemmingsplan ‘De Groote Wielen’ van toepassing (vastgesteld in 2011, onherroepelijk sinds 25 juli 2012). Dit bestemmingsplan voorziet in ongeveer 4.600 woningen, waarvan nu ongeveer 2.900 woningen zijn gerealiseerd. Inmiddels zijn de woonbuurten De Watertuinen, Broekland, Vlietdijk en De Hoven grotendeels gerealiseerd (zie Figuur 2.3). Ook de sport- en recreatiezone (Groenzone) is voor het overgrote gedeelte ingevuld en in de Lanen zijn de eerste woningen opgeleverd. De Lanen en het Centrum worden in de komende jaren afgerond.

37

Figuur 2.3 | Ligging van De Groote Wielen

De ontwikkeling van de Noordoosthoek als woningbouwlocatie maakt geen deel uit van het bestemmingsplan De Groote Wielen. Dit deel heeft in het vigerende bestemmingsplan een overwegend agrarische bestemming. In het bestemmingsplan wordt aangegeven dat nieuwvestiging van agrarische bedrijven en/of uitbreiding van de twee bestaande agrarische (loon)bedrijven in de Noordoosthoek niet mogelijk is.

38

Figuur 2.4 Vigerend bestemmingsplan De Groote Wielen (plangebied: rood omkaderd, bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Om de woningbouw in de Noordoosthoek planologisch mogelijk te maken is voor de Noordoosthoek een apart bestemmingplan opgesteld. 2.3

Waarom een Omgevingseffectrapport?

Milieueffectrapport verplicht De Wet milieubeheer (hierna: Wm) en het Besluit milieueffectrapportage (hierna: Besluit m.e.r.) geven aan of voor een project een m.e.r.-(beoordelings)plicht van toepassing is. Activiteiten die worden gekenmerkt door het feit dat zij over het algemeen belangrijke nadelige milieugevolgen hebben, staan in het Besluit m.e.r. op de zogenaamde ’C-lijst’. Voor andere activiteiten geldt dat zij afhankelijk van de omstandigheden nadelige milieugevolgen kunnen hebben, hiervoor is een ’D-lijst’ opgesteld. De centrale doelstelling van de m.e.r.-procedure is het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over activiteiten met mogelijk belangrijke gevolgen voor het milieu. Dit resulteert conform de Wet milieubeheer in een milieueffectrapport (MER), dat daarvoor de benodigde informatie biedt. Voor bestemmingsplan De Groote Wielen, de Noordoosthoek is er voor gekozen te spreken van een omgevingseffectrapport (OER). Zie voor een toelichting hierop paragraaf 1.3.2. M.e.r.-plicht stedelijk ontwikkelingsproject Het ontwikkelen van een gebied voor woningbouw met bijbehorende voorzieningen en ontsluitingsstructuur, valt onder categorie D11.2 uit de bijlage bij het Besluit m.e.r.: stedelijk ontwikkelingsproject van meer dan 100 ha c.q. de bouw van meer dan 2.000 woningen.

Het bestemmingsplan dat voor de ontwikkeling van de Noordoosthoek van De Groote Wielen is opgesteld is een kaderstellend plan zoals genoemd in kolom 3 van de bijlage van het Besluit. Voor het bestemmingsplan geldt daarom een plan-m.e.r.-plicht.

39

M.e.r.-plicht WKO In het Besluit m.e.r. is de infiltratie van water in de bodem of onttrekking van grondwater aan de bodem m.e.r.-(beoordelings)plichtig (activiteit C15.1 en D15.1). Deze activiteit is direct m.e.r.-plichtig in het geval het gaat om meer dan 10 miljoen m3 water per jaar (C15.1). De drempel voor de activiteit D15.1 ligt bij 1,5 miljoen m3 per jaar. Op dit moment is nog niet duidelijk hoeveel water de WKO in het plangebied per jaar gaat verpompen. Voor het bestemmingsplan is in geval van toepassing van dergelijke voorzieningen sprake van een (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht. Voorliggend MER geeft hier invulling aan. Voor de latere Waterwetvergunningen geldt een m.e.r. beoordelingsplicht voor onttrekkingen boven de 1,5 miljoen m3 per jaar (en onder de 10 miljoen m3 per jaar). Bevoegd gezag voor de onttrekkingsvergunningen (en de mogelijk daarmee samenhangende m.e.r. plichten) is de Provincie Noord-Brabant. M.e.r plicht Passende Beoordeling In het kader van dit OER is een Voortoets uitgevoerd naar de effecten van de plannen voor de Noordoosthoek voor Natura 2000-gebieden. Uit deze Voortoets blijkt dat het opstellen van een Passende Beoordeling niet nodig is. Om die reden geldt er geen plan-m.e.r.-plicht op grond van artikel 7.2a Wet milieubeheer. Conclusie Voor het bestemmingsplan geldt een plan-m.e.r. plicht.

Om hier invulling aan te geven kiest de gemeente ervoor om een OER op te stellen. In dit OER wordt een effectanalyse uitgevoerd, maar dient eveneens als onderbouwing op het bestemmingsplan. Aangezien het bestemmingsplan veel ontwikkelmogelijkheden moet garanderen met het oog op uitnodigingsplanologie zal ook de effectanalyse globaler zijn. Omgevingswet: van ‘goede ruimtelijke ordening’ naar een goede fysieke leefomgeving Zoals in de paragraaf 1.2 aangeven is de reikwijdte van het bestemmingsplan verbreed van een ‘goede ruimtelijke ordening’ naar de gehele fysieke leefomgeving. In milieueffectrapportages is steeds gebruikelijker dat niet alleen naar de effecten op het ‘milieu’, maar naar de effecten op de fysieke leefomgeving als geheel wordt gekeken. Afhankelijk van het project, het te nemen besluit en de locatie worden daarom steeds meer aspecten in de milieueffectrapportage meegenomen. Denk daarbij aan klimaatbestendigheid, circulariteit, sociale aspecten en recreatieve mogelijkheden. De gemeente ’s-Hertogenbosch kiest er daarom voor om niet te spreken van een milieueffectrapport (MER) maar van een omgevingseffectrapport (OER). Omdat de wetgeving uitgaat van het doorlopen van een m.e.r.-procedure en het opstellen van een MER, wordt in dit OER op sommige plekken nog gesproken over een m.e.r./MER. Dit kan in dat geval worden gelezen als een OER, en andersom.

Digitaal rapport De gemeente heeft er voor gekozen het OER digitaal op te stellen. Dit brengt voordelen met zich mee. Zo zal het OER publieksvriendelijker zijn en is de informatie beter ontsloten en gemakkelijker raadpleegbaar. Het OER is ook als pdf te downloaden via deze digitale omgeving. Het OER is daarnaast als bijlage gekoppeld aan het bestemmingsplan waar deze dient als toelichting op het bestemmingsplan. 2.4 De procedure voor het OER en het bestemmingsplan Onderstaande stappen, zijn de stappen die doorlopen worden bij het opstellen van een plan-m.e.r. en die ook doorlopen zijn/worden voor het opstellen van dit OER. In deze

40

procedure is de gemeenteraad van ’s-Hertogenbosch het bevoegd gezag. De procedure bestaat uit verschillende stappen: Stap 1: Openbare kennisgeving van de procedure (2018) In een openbare kennisgeving is door het bevoegd gezag het voornemen om een planm.e.r.-procedure te doorlopen aangekondigd. In deze openbare kennisgeving is tevens aangegeven wie in de gelegenheid worden gesteld advies uit te brengen over de inhoud van het OER. Dit zijn de bestuursorganen en de wettelijke adviseurs. Stap 2: Reikwijdte en detailniveau (2018) Na de publicatie van de openbare kennisgeving is de reikwijdte en het detailniveau van het OER bepaald. Dit is gedaan door middel van een Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). De NRD gaf een beschrijving van het voornemen en de reikwijdte en het detailniveau van het op te stellen OER. Stap 3: Raadplegen betrokken adviseurs en bestuursorganen (2018) Betrokken bestuursorganen zijn door het bevoegd gezag om advies gevraagd over de reikwijdte en het detailniveau van het OER. Betrokken bestuursorganen zijn de provincie Noord-Brabant, het Waterschap Aa en Maas en de aanliggende gemeente Oss. Als adviseurs zijn het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV), Rijkswaterstaat, de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed geraadpleegd. Stap 4: Zienswijzen en raadplegen Commissie m.e.r.

(2018) Op de NRD kon een ieder gedurende 6 weken zienswijzen indienen bij het bevoegd gezag. Daarbij kon men aangeven wat er onderzocht moet worden in het OER en op welke manier. Daarnaast is de onafhankelijke Commissie voor de milieueffectrapportage (Commissie voor de m.e.r.) gevraagd advies uit te brengen over de reikwijdte en het detailniveau van het OER. Het bevoegd gezag heeft, rekening houdend met de binnengekomen reacties en het advies van de Cie-m.e.r. over de reikwijdte en het detailniveau van het OER, de NRD vervolgens vastgesteld. Op basis hiervan is het voorliggend OER opgesteld. Stap 5: Opstellen en openbaar maken van het OER (november 2020 – juni 2021) Het OER wordt door de gemeente opgesteld op basis van de eerder bepaalde reikwijdte en het detailniveau en de raadpleging daarover. Het OER is een centraal onderdeel van de procedure waarin het voornemen en alternatieven worden beoordeeld op milieueffecten. Het OER is opgesteld parallel aan het ontwerp bestemmingsplan en dient als toelichting op het bestemmingsplan. Er heeft een constante wisselwerking plaatsgevonden tussen het opstellen van het OER en het ontwerp bestemmingsplan. Deze wisselwerking is in Figuur 2.5 aangegeven. In hoofdstuk 10 is aangegeven op welke wijze rekening is gehouden met de uitkomsten van het OER.

Stap 6: Terinzagelegging en zienswijzen (juli 2021 - augustus 2021) Het OER ligt tegelijkertijd met het ontwerpbestemmingsplan ter inzage. Iedereen kan gedurende een periode van 6 weken schriftelijk of mondeling een reactie op beide documenten geven. Voorafgaand aan de terinzagelegging heeft het wettelijk vooroverleg plaatsgevonden met de provincie Noord-Brabant en het waterschap Aa en Maas. De vooroverlegreacties zijn verwerkt in het OER en het ontwerpbestemmingsplan.

41

Stap 7: Advies van de Commissie m.e.r. over het OER De Commissie voor de m.e.r. geeft advies over de kwaliteit van het opgestelde OER. Daarbij wordt getoetst of het OER voldoende informatie geeft om het bestemmingsplan vast te kunnen stellen. Stap 8: Evaluatie milieueffecten na uitvoering Het bevoegd gezag evalueert na realisatie van het voornemen de werkelijk optredende milieugevolgen zoals die beschreven zijn in het OER. Het bevoegd gezag neemt zo nodig aanvullende maatregelen om de gevolgen voor het milieu te beperken. Voor een aantal onderwerpen wordt een monitoringsprogramma opgezet.

Figuur 2.5 | Stappenplan m.e.r.-procedure en bestemmingsplanprocedure

Watertoets De m.e.r.-procedure is gekoppeld aan de procedure voor de Watertoets (zie kader). Dit betekent dat de waterbeheerder bij de planvorming is betrokken en dat zij advies heeft uitgebracht over het voornemen. Kader 2.1: De watertoets De Watertoets is het proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Doel van de Watertoets is het waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante ruimtelijke plannen en besluiten van zowel Rijk, provincies als gemeenten, zonder dat procedures worden vertraagd. In overleg met waterbeheerders worden wateraspecten en de effecten van de aanleg van de Noordoosthoek op deze aspecten meegenomen in de besluitvorming. Het doel is te komen tot een inrichting met zo min mogelijk negatieve effecten op water. Wanneer er zwaarwegende redenen zijn waarom negatieve effecten op water niet zijn te voorkomen, dient gezocht te worden naar mitigerende en/of compenserende maatregelen. Een verslag van het proces en de gemaakte keuzes zijn in de waterparagraaf (paragraaf 7.10) opgenomen.

2.5 Participatie In de huidige planontwikkeling van De Groote Wielen is en wordt gewerkt met het zogenoemde bouwclaimmodel. Professionele marktpartijen verkochten hun gronden aan de gemeente, in ruil voor woningbouwcapaciteit. Dat gebeurde en gebeurt daar nog steeds op basis van overeenkomsten, die voor alle partijen zoveel mogelijk gelijkluidend zijn. Die systematiek wordt ook in de Noordoosthoek zoveel mogelijk toegepast. Reden daarvoor is

42

dat de gronden grotendeels in eigendom zijn (c.q. waren) bij professionele marktpartijen. De gemeente heeft voor een belangrijk deel van de gronden reeds overeenkomsten hiertoe gesloten. Dat geeft enerzijds duidelijkheid over de partijen in de planontwikkeling. Anderzijds zijn de commerciële belangen van deze marktpartijen nadrukkelijk onderdeel van de belangenafweging in het participatietraject. In het participatietraject is aandacht besteed aan de communicatie met de omgeving en de betrokken stakeholders. Dit is in lijn met de gedachte die de Omgevingswet heeft over participatie en de verdere ontwikkeling in de rolneming van de overheid. De gemeente ’sHertogenbosch maakt hiervoor gebruik van de ‘Bossche Omgevingsdialoog’. Voor het betrekken van externe stakeholders is gekozen voor het houden van een drietal dialoogbijeenkomst: een sessie met marktpartijen, een sessie met professionele belangenorganisaties en een sessie met omwonenden. In het proces heeft de gemeente de bewoners op een laagdrempelige wijze laten bijdragen aan het plan. Daarnaast is met betrokken contractspartijen nagedacht over de opzet en functionaliteit van de wijk. Thema’s die als invalshoeken gebruikt zijn in het participatietraject zijn onderwijs, cultuur, milieu en duurzaamheid.

Een verdere uitwerking van het participatieproces en de rol die dat heeft gespeeld in de totstandkoming van het OER en het bestemmingsplan is opgenomen in paragraaf 10.2. 2.6 Leeswijzer Binnen dit project is gekozen voor een gecombineerde OER én toelichting op het bestemmingsplan, hierdoor heeft deze rapportage een iets andere opbouw dan normaal in een MER het geval is. Hoofdstuk 3 omvat de toelichting op het planvoornemen, het beleidskader waaraan getoetst wordt en de ambities van de gemeente ’s-Hertogenbosch waar het planvoornemen aan bij kan dragen. In hoofdstuk 4 wordt de onderzoeksmethodiek besproken. Hoofdstuk 5 besteed uitgebreid aandacht aan de huidige situatie en autonome ontwikkelingen per thema. Ook wordt daarin per thema een waardering gegeven van de referentiesituatie en de beleidsambities die de gemeente voor dat thema heeft. In hoofdstuk 6 wordt het planvoornemen omschreven en wordt aangegeven welke variaties binnen het OER zijn meegenomen. Vervolgens wordt in hoofdstuk 7 per thema de effectbeoordeling behandeld, evenals de toetsing aan het wettelijk kader. De effecten van de aanlegfase worden ook nog apart behandeld in hoofdstuk 0. Hoofdstuk 9 omvat de belangrijkste conclusies uit het OER en de afweging voor het voorkeursalternatief. Tevens wordt aangegeven op welke manier benodigde maatregelen worden geborgd.

Hierbij wordt ook aandacht besteed aan de wijze van monitoring van de milieueffecten. In hoofdstuk 10 wordt de uitvoerbaarheid van het planvoornemen besproken. Tot slot omvat hoofdstuk 11 een nadere toelichting op de procedure om te komen tot een vastgesteld bestemmingsplan. Een overzicht van achtergrondrapporten bij het OER is opgenomen in paragraaf 1.4.1 (deel A).

43

3

Aanleiding, beleidskader en ambities

3.1 Inleiding Er is al veel langer het idee om in de Noordoosthoek van De Groote Wielen woningbouw te realiseren. In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe deze plannen zijn ontstaan en welke behoefte er is. Vervolgens wordt het bredere beleidskader geschetst en wordt getoetst hoe de ontwikkeling hierbinnen past. Er wordt in dit hoofdstuk ook aandacht besteed aan de Ladder van duurzame verstedelijking. Tot slot worden de ambities van de gemeente ‘sHertogenbosch voor de fysieke leefomgeving op een rijtje gezet, zodat getoetst kan worden of het planvoornemen hier binnen past. 3.2 Voorgeschiedenis De Noordoosthoek is onderdeel van de woonwijk De Groote Wielen, een gebied van 431 hectare in het noordoosten van de gemeente ‘s-Hertogenbosch. De ligging van De Groote Wielen is aangegeven figuur 3.1.

Figuur 3.1 | Ligging van De Groote Wielen

Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Extra Het ontstaan van de woonwijk De Groote Wielen is nog een uitvloeisel van het rijksbeleid zoals beschreven in de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Extra (VINEX). In de VINEX werd het woningbouwbeleid van het Rijk beschreven in de periode tot 2005. In het kader van de taakstelling van de VINEX had de gemeente ’s-Hertogenbosch een woningbouwopgave van 10.000 woningen in de periode tot 2005. De Groote Wielen vervult een belangrijke rol in het realiseren van deze opgave.

44

Gemeentelijk woonbeleid Op 9 juni 2020 werd de Woonvisie ’s-Hertogenbosch 2020 [31]1 vastgesteld als vervanger van de Nota Wonen uit 2012 en de Woonagenda's van de jaren daarna. De Woonvisie geeft het woonbeleid richting 2030 weer en in het bijbehorende uitvoeringsprogramma wordt de concrete inzet voor de komende jaren beschreven. De ondertitel en kerndoel van de Woonvisie 2020 is "Wonen in een sterke stad met leefbare wijken en dorpen”. De inzet voor de komende jaren wordt beschreven op basis van vier woonopgaven: 1. Passend en betaalbaar wonen voor iedereen 2. Leefbare en inclusieve buurten 3. Toekomstbestendige en duurzame woningvoorraad 4. Strategisch innovatief woonprogramma In deze Woonvisie wordt aangegeven dat de bouw van De Groote Wielen verder afgerond wordt en dat een belangrijke woonkwaliteit in dit gebied de verbinding met groen en water is. Het vergroot de leefbaarheid maar maakt de Groote Wielen ook meer klimaatadaptief en hittestress bestendig. Onder de opgave ‘Sneller bouwen aan ’s-Hertogenbosch’ (18 februari 2020) is een pakket maatregelen geïntroduceerd om de woningproductie te versnellen om een hoge woningproductie te kunnen handhaven. Eén van de maatregelen is het vergroten van het aantal in voorbereiding zijnde plannen (en daarmee het vergroten van de harde plancapaciteit). De wijk De Groote Wielen en ook de Noordoosthoek dragen hier aan bij.

De gemeente streeft naar een diversiteit aan woningen, waarbij de verdeling op hoofdlijnen als volgt is: • minimaal 30% sociale huur; • minimaal 20% middenhuur en goedkope koop; • maximaal 50% dure huur en (middel)dure koop. Behoefte en aanbod De ontwikkelingen op de woningmarkt van de laatste jaren hebben geleerd dat het realiseren van een substantieel woningbouwprogramma niet vanzelfsprekend is. De bouw van woningen is nadrukkelijker afhankelijk van leverings- en personele capaciteitsinzet bij bouwbedrijven, veranderende wetgeving (PFAS en Stikstof),veranderende en striktere eisen ten aanzien van bijvoorbeeld verduurzaming en klimaatadaptatie. Maar ook het Rijksbeleid van de afgelopen jaren (de verhuurdersheffing, de invoering van gasloos bouwen en de regels rondom de beperking van de hypotheekruimte hebben invloed op de snelheid waarmee woningbouw gerealiseerd kan worden. Maatregelen voor versnelling zoals de inzet van flexwoningen op later te ontwikkelen locaties, en het vergroten van de plancapaciteit hebben nog niet geleid tot een snelle afname van het woningtekort. Sterker nog: de druk op de woningmarkt is zeer hoog. Zowel in de huur- als in de koopsector. Om het woningtekort op termijn terug te dringen is het van groot belang om voldoende (harde) plancapaciteit te hebben. In een brede mix van locaties, woonmilieus en woningtypen.

Met het plan voor de Noordoosthoek zorgen we voor plancapaciteit in het groenstedelijk grondgebonden woonmilieu. De meest recente provinciale bevolkingsprognose (2020) gaat ervan uit dat de woningvoorraad in ’s-Hertogenbosch zou moeten toenemen van 72.990 woningen in 2020 1

[1] reg.nr. 9837154, zie ook: Woonvisie [2] reg.nr. 9691671, zie ook: Raadsinformatiebrief Sneller bouwen aan 's-Hertogenbosch [3] reg.nr. 10791643

45

naar 81.165 woningen in 2030. Een toevoeging van 8.175 woningen. De ambitie van de Woonvisie sluit daarbij aan, maar is zelfs nog iets hoger, namelijk het bouwen van 10.500 woningen de komende 10 jaar. Daarmee willen we niet alleen voldoen aan de geprognosticeerde woningbehoefte, maar ook het huidige woningtekort verminderen. Op 1 januari 2021 bedroeg de potentiële woningbouwcapaciteit circa 12.630 woningen (4.450 harde plancapaciteit en 8.180 zachtere plannen). Daarin is de Noordoosthoek van De Groote Wielen met 2.000 woningen inbegrepen. Ook na 2030 gaat de provincie uit van een groei van de bevolking van ’s-Hertogenbosch. Tot 2040 zou de woningvoorraad dienen toe te nemen tot 87.260 woningen in 2040 (een toename van ruim 14.000 woningen t.o.v. 2020). Naast de behoefte aan aantallen woningen en de gewenste prijsklasse is er ook behoefte aan nieuwe projecten met woon-zorg combinaties in alle wijken en buurten van de stad. Bovendien wordt er gezocht naar ruimte voor nieuwe standplaatsen voor woonwagens. Ook is in de Woonvisie aangegeven dat jaarlijks minimaal één woningbouwproject in CPO ontwikkeld zal worden. Ook voor deze beleidsuitgangspunten wordt uitdrukkelijk gekeken naar de Noordoosthoek. Met de ontwikkeling van woningen ontstaat er ook behoefte aan maatschappelijke functies zoals (basis)onderwijsinstellingen, kinderopvang, lokale zorg en een buurtcentrum.

Kortom, het ontwikkelen van de Noordoosthoek van De Groote Wielen maakt onderdeel uit van de benodigde woningbouwcapaciteit en is dus van belang om te kunnen voorzien in de toekomstige woningbehoefte. Zowel in kwantitatieve als in kwalitatieve zin. De locatie draagt bij aan de opgave om een complete stad te zijn, met breed woningaanbod voor diverse doelgroepen. 3.3 Beleidskader In deze paragraaf wordt het belangrijkste beleid toegelicht dat op het plangebied van invloed is. Allereerst wordt er een beschrijving gegeven van de beleidsstukken waar de ontwikkeling van de Noordoosthoek van De Groote Wielen expliciet in genoemd wordt. Daarna volgt er een tabel met daarin kort opgesomd de belangrijkste beleidskaders waar verder bij de planvorming rekening mee gehouden moet worden. Ruimtelijke structuurvisie Stad tussen Stromen (2014) In de ruimtelijke structuurvisie [4] wordt aandacht besteed aan de stedelijke hoofdstructuur van de gemeente ’s-Hertogenbosch. De stedelijke hoofdstructuur omvat het totale verstedelijkte gebied inclusief de dorpen en het stedelijk groen, exclusief de groenblauwe slingers die de stad binnendringen. In deze ‘laag’ dienen alle nieuwe ruimtevragen te worden ondergebracht, waaronder ook de afronding van de wijk De Groote Wielen en dus de Noordoosthoek.

Uit de structuurvisie komt naar voren dat ten tijde van het opstellen van deze visie (2013) de totale (bruto) potentiële woningbouwcapaciteit van ’s-Hertogenbosch ca. 9.500 woningen bedraagt (2013 t/m 2017: 3.500 en na 2017 ca. 6.000 woningen). De netto capaciteit (minus sloop) komt uit op circa 9.000 woningen. De meeste capaciteit is aanwezig in de Binnenstad, West en De Groote Wielen. Na de afronding van de laatste grote stadsuitbreiding De Groote Wielen zullen dergelijke grote woonwijken niet meer worden ontwikkeld en wordt slechts een enkele nieuwe woningbouwlocatie van beperkte omvang ontwikkeld.

46

In de Bossche woningmarkt wordt een duidelijker onderscheid gemaakt in woonmilieus. Veel mensen wonen immers graag óf in een groene, landelijke omgeving met ruime kavels óf in een compact hoogstedelijk gebied met veel stedelijke voorzieningen. Vooral aan locaties met grondgebonden woningen op ruime kavels dreigt in de toekomst een tekort te ontstaan. De wijk De Groote Wielen voorziet o.a. in dergelijke kavels. De gemeente ’s-Hertogenbosch streeft ook naar het op peil houden van het voorzieningenniveau, waarbij er ruimte moet zijn voor nieuwe ontwikkelingen. De gemeente geeft in haar structuurvisie aan dat als het gaat om duurzaam bouwen en integraal waterbeheer er een voorbeeldfunctie ligt voor alle gebouwen en ruimten met een (semi)publieke functie. Er wordt gestreefd naar het behoud van de fijnmazige winkelstructuur voor het doen van boodschappen in de buurt, de wijk en het stadsdeel. De verkoop van dagelijkse artikelen dient zo dicht mogelijk bij de consument gesitueerd te zijn en verspreid op maat van de buurt, de wijk en het stadsdeel. Aan de bestaande voorzieningenstructuur wordt in de komende jaren in stadsdeel Oost (De Groote Wielen) een nieuw wijkwinkelcentrum toegevoegd. Dit winkelcentrum is vooral gericht op dagelijkse artikelen. Voor veel van de niet-dagelijkse artikelen is men vanuit De Groote Wielen aangewezen op het voorzieningenapparaat in de Kom Rosmalen.

Dit dorpscentrum is fors uitgebouwd tot stadsdeelcentrum om in de groeiende vraag, onder meer komend vanuit De Groote Wielen, te kunnen voorzien. De grote woningbouwopgaven in de gemeente kennen een hoge prioriteit. De Groote Wielen / de Noordoosthoek speelt hier een belangrijke rol in. Duurzaamheid en Klimaat In de structuurvisie wordt ook aandacht besteed aan duurzaamheid en klimaat. Inmiddels is er een nieuwe visie duurzaamheid (zie paragraaf 3.3.3), welke actueler is dan hetgeen in de structuurvisie wordt beschreven. Gezondheid De ruimtelijke ontwikkeling van ’s-Hertogenbosch blijft volgens de structuurvisie gericht op een duurzame, ruimtelijke hoofdstructuur waarin een goede balans tussen rood en groen alsook tussen verblijven en bewegen de basis vormt. De gemeente streeft naar een schone en veilige stad, met een goede balans tussen gezondheid /(sociale) veiligheid, sociale cohesie en hinder / gevaar, zorgvuldig ruimtegebruik, respect voor natuur en landschap en een zo verantwoord mogelijk gebruik van energie en grondstoffen. Teneinde gezondheid en sociale cohesie zo maximaal mogelijk te stimuleren wordt gebruik gemaakt van de instrumenten die de inrichting van de fysieke leefomgeving bieden (bijvoorbeeld robuuste groen/blauwe structuren, verblijfsgebieden en ontmoetingsplekken). Zie ook hieronder “sociale cohesie”.

Mobiliteit De stad richt zich ook op een goede bereikbaarheid en leefbaarheid. Verspilling van energie wordt tegengegaan en ruimtelijke kwaliteit wordt bevorderd door mobiliteit te beperken via een goede balans tussen bewegen en verblijven. Dit betekent dat de stedenbouwkundige structuur en de infrastructuur zorgvuldig op elkaar worden afgestemd. Er wordt maximaal ingezet op verduurzaming van mobiliteit door o.a. innovatie (zoals elektrisch vervoer en deelmobiliteit) en het gebruik van openbaar vervoer en fiets. Hiermee wordt getracht het gebruik van de auto te beperken.

47

Verduurzaming van de mobiliteit (model shift, milieuzone, bevoorrading van de binnenstad van ‘s-Hertogenbosch, vervoersmanagement, OV, elektrisch vervoer, deelautosysteem etc.) zal op verschillende fronten zijn plek krijgen binnen De Groote Wielen / de Noordoosthoek. Sociale cohesie Een van de doelstellingen binnen de ruimtelijke structuurvisie is om de woningdifferentiatie in de woonwijken te vergroten. In samenwerking met woningcorporaties en marktpartijen wordt gewerkt aan enerzijds het doorbreken van de eenzijdigheid van het woningaanbod in buurten. Om in de behoefte van voldoende woningaanbod voor de doelgroep van beleid te voorzien, wordt in de woningbouw ingezet op het realiseren van minimaal 30% in het sociale segment (huur en koop). De gemeente wil de diversiteit in de woningbouw in prijsklassen en woningtypen vergroten, zo ook in De Groote Wielen / de Noordoosthoek. Daarnaast zet de gemeente in op het zo optimaal mogelijk inrichten van het openbare gebied zodat deze uitnodigt voor bewegen (gezondheid) en ontmoeten. De instrumenten voor het inrichten van een goede fysieke leefomgeving worden hiervoor ingezet.

Voor zowel de sociale cohesie als gezondheid in het gebied worden de verschillende thema’s, zoals klimaatadaptatie, energietransitie en circulariteit met elkaar verbonden in een optimale combinatie om de sociale cohesie en verbondenheid alsmede gezondheid te stimuleren. Juist met deze aspecten worden ruimtelijke opgaven gekoppeld aan maatschappelijk doelstellingen. Woonvisie ’s-Hertogenbosch In navolging van de Nota Wonen uit 2012 [2] en de woonagenda 2017-2018 [3] is in juni 2020 de woonvisie ’s-Hertogenbosch vastgesteld. De eerste ontwikkelingen binnen De Groote Wielen voorzagen reeds in de doelstelling van deze twee eerdere documenten tot het voorzien van voldoende woningen in sterke en vitale buurten. In de vastgestelde woonvisie [31] is er de ambitie om de bouw van nieuwere wijken zoals De Groote Wielen op korte termijn af te ronden, zo ook de Noordoosthoek. De woningen die ontwikkeld worden zijn aanvullend op de bestaande woningvoorraad, bedienen een brede differentiatie in doelgroepen en versterken het karakter van de buurt. Bovendien wil de gemeente de groenstedelijke woonmilieus zoals De Groote Wielen kwalitatief versterken en verduurzamen. Vooral dankzij een betere benutting en ontsluiting van bestaande groenstructuren en aantakking op het buitengebied.

In het uitvoeringsprogramma horende bij de woonvisie wordt de Noordoosthoek genoemd als locatie waar mogelijk tijdelijke woningen gerealiseerd kunnen worden. De mogelijkheden hiervoor moeten eerst worden onderzocht. Zo kan er versneld vooruit worden gelopen op definitieve woningbouw. De ambitie is om de komende 3 jaar circa 500 tijdelijke woningen toe te voegen in de gehele gemeente waarvan 200 -250 in de Noordoosthoek. Visie Duurzaam ’s-Hertogenbosch De gemeente ’s-Hertogenbosch wil in 2050 energieneutraal en duurzaam zijn. In de Visie Duurzaam ’s-Hertogenbosch [5] uit mei 2019 worden er vier ambities genoemd die hier een bijdrage aan moeten leveren: Ambitie 1 – Gezonde, groene en klimaatbestendige leefomgeving; Ambitie 2 – CO2-neutrale gemeente; Ambitie 3 – Waardebehoud van grondstoffen; Ambitie 4 – Duurzame mobiliteit.

48

Voor 2050 betekent dit dat de inwoners van ’s-Hertogenbosch in een aantrekkelijke, leefbare en groene gemeente wonen met schone lucht. Er wordt aandacht besteed aan extreme regenbuien, hete zomers, een veilig watersysteem en natuur. Daarnaast gebruikt de gemeente in 2050 enkel nog duurzaam opgewekte energie en zijn de daken in de gemeente grotendeels gevuld met zonnepanelen. Derde ambitie behelst de circulariteit van de gemeente in de vorm van grondstoffengebruik, afvalscheiding en -verwerking, en voedselverspilling. Tot slot wil de gemeente zich ontwikkelen tot een gemeente vol slimme, schone en duurzame mobiliteit die goed bereikbaar is vanuit omliggende steden. De Groote Wielen dient in de visie als voorbeeld voor klimaatbestendig waterbeheer en biodiversiteit. Regenwater komt in de wijk niet in het riool terecht, maar blijft in het gebied en circuleert in de watermachine. Bovendien geeft het vele water leefruimte voor planten en dieren. De plannen voor de Noordoosthoek van De Groote Wielen spelen sterk in op de vier ambities die in de nota worden geschetst. Zo wordt er ingezet op voldoende groen en natuur, wordt klimaatbestendig waterbeheer uit eerder ontwikkeldelen van De Groote Wielen ook gerealiseerd in dit nieuwe gebied, en wordt er gestreefd naar een goede luchten geluidkwaliteit. Ook is er aandacht voor het voorkomen van hittestress.

Functies zijn goed bereikbaar vanuit de nieuwe woonwijk en de nieuwe wegenstructuur zorgt voor een aanmoediging van fietsverkeer en alternatieve vormen van verkeer. Zo wordt er middels snelle fietsroutes aangesloten op de bestaande fietssnelweg (F59) die De Groote Wielen verbinden met ’s-Hertogenbosch, is er de wens voor deelfietsen bij bushaltes en snelle frequente busverbindingen naar Centraal Station ’s-Hertogenbosch. Bovendien is er aandacht voor de laadinfrastructuur voor elektrische auto’s. Samenvattende tabel beleidsdocumenten In voorgaande subparagrafen is ingegaan op het belangrijkste beleid dat rechtstreeks van invloed is op de ontwikkeling van de Noordoosthoek. In tabel 3.1 is een overzicht gegeven van overige beleidsdocumenten die op het plangebied/planvoornemen van invloed zijn, de belangrijkste randvoorwaarden en uitgangspunten uit deze beleidsstukken en de doorwerking ervan in het plangebied. Kijkend naar dit beleid kan worden geconcludeerd dat de ontwikkeling van de Noordoosthoek past binnen het vigerende beleidskader en de uitvoering van het beleid niet in de weg staat. Tabel 3.1 | Relevante beleidsdocumenten Rijksbeleid Besluit ruimtelijke ordening Belangrijkste randvoorwaarden/ uitgangspunten: Ladder duurzame verstedelijking Nadere uitwerking van de Wet ruimtelijke ordening

Structuurvisie infrastructuur en ruimte 2012 [6] Beschrijft de doelen van het kabinet voor het ruimtelijke beleid van Nederland. Hoofddoel is dat de belangrijkste economische regio’s, woongebieden en

Planspecifiek: Het bestemmingsplan past binnen de voorwaarden van de Ladder voor duurzame verstedelijking (zie paragraaf 3.4) Belangrijkste randvoorwaarden/ uitgangspunten: Er worden in de SVIR verschillende gebiedsgerichte opgaven benoemd voor de regio Brabant en Limburg. Het tot stand brengen en beschermen van de (herijkte) EHS (tegenwoordig NNN), inclusief Natura 2000-gebieden is een van de opgaven die aan het plangebied raakt. Er zijn verder geen specifieke opgaven van Nationaal belang die betrekking hebben op ’s-Hertogenbosch en betrekking hebben op

49

werkgebieden goed bereikbaar en leefbaar zijn.

de woningbouwopgave. ’s-Hertogenbosch wordt in tegenstelling tot de regio’s Eindhoven, Tilburg-Breda en Venlo niet aangeduid als stedelijke regio met een concentratie van topsectoren. Wel wordt er in de SVIR aandacht besteed aan een leefbare en veilige omgeving, door aandacht te besteden aan biodiversiteit, klimaat en energie. Bovendien wordt er de komende jaren nog een groei van de woningmarkt verwacht in veel delen van Noord-Brabant. Planspecifiek: Een gedeelte van het plangebied is in het SVIR aangewezen als (herijkte) EHS. Met de ontwikkeling wordt een deel van dit gebied in gebruik genomen voor woningbouw.

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Barro bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken.

Nationale omgevingsvisie [7] Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland.

De ontwikkeling van de Noordoosthoek in De Groote Wielen speelt in op de verwachte groei van de totale woningbehoefte in Noord-Brabant. Bovendien wordt er in het plan voor de Noordoosthoek aandacht besteed aan het creëren van een veilige en leefbare omgeving middels: • klimaatadaptieve maatregelen zoals het klimaatbestendig maken van het watersysteem (doortrekken watermotor); • het beschermen en versterken van natuurwaarden en biodiversiteit, onder andere door het zorgvuldig inpassen van de stedelijke uitbreiding; • CO2-reductie en duurzame mobiliteit Belangrijkste randvoorwaarden/ uitgangspunten: In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) heeft het Rijk voor deze onderwerpen regels opgesteld waarmee de SVIR juridisch verankerd is richting lagere overheden. Via het Besluit ruimtelijke ordening en het Besluit omgevingsrecht zijn deze regels aanvullend vastgelegd. Planspecifiek: Het plangebied raakt aan het Natuurnetwerk Nederland. Regels voor dit gebied zijn opgenomen in de provinciale verordening. Belangrijkste randvoorwaarden/uitgangspunten: De NOVI is de Rijksvisie voor een duurzame fysieke leefomgeving. In de Nationale Omgevingsvisie staan de keuzes op nationaal niveau.

Welke belangen vinden we met elkaar zo belangrijk dat ze op nationaal niveau geregeld moeten worden of in ieder geval een richting mee moeten krijgen? Op basis van drie uitgangspunten helpt de Nationale Omgevingsvisie bij het wegen van belangen en maken van keuzes. • Slimme combinaties maken waar dat mogelijk is • De kenmerken van het gebied centraal stellen • Niet uitstellen of doorschuiven De Nationale Omgevingsvisie richt zich op vier prioriteiten. Deze hebben onderling veel met elkaar te maken en op deze prioriteiten geeft de NOVI richting aan hoe we onze fysieke leefomgeving inrichten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel

50

3. 4.

Sterke en gezonde steden en regio’s Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied

Planspecifiek: De planontwikkeling van de Noordoosthoek betreft geen NOVIgebied. De ontwikkeling sluit wel aan bij de prioriteiten uit de NOVI. Er wordt ruimte geboden voor klimaatadapatie en energietransitie en de ontwikkeling draagt bij aan een sterke en gezonde stad.

Provinciaal/regionaal beleid Omgevingsvisie NoordBrabant [8] De Brabantse Omgevingsvisie is een samenhangende visie op de fysieke leefomgeving.

Interim omgevingsverordening Noord-Brabant [9] Alle provinciale regels over de fysieke leefomgeving staan bij elkaar in de Brabantse omgevingsverordening. Naast een omgevingsvisie moet de provincie vanuit de Omgevingswet ook één

Belangrijkste randvoorwaarden/ uitgangspunten: De Brabantse omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Dat gaat om ambities op gebied van de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. De basisopgave is werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Daarnaast zijn er 4 hoofdopgaven: 1. Werken aan de Brabantse energietransitie 2. Werken aan een klimaatproof Brabant 3. Werken aan de slimme netwerkstad 4. Werken aan een concurrerende duurzame economie Planspecifiek Onderhavig plan sluit aan bij de ambities ‘werken aan de Brabantse energietransitie’ en ‘werken aan een klimaatproof Brabant’. Er wordt invulling gegeven aan de energietransitie door energiezuinig te bouwen, energiegebruik van mobiliteit zoveel mogelijk te beperken en technieken voor de kleinschalige opwek van duurzame energie toe te passen (bijvoorbeeld zonnepanelen op daken of gevels). Daarnaast geeft de ontwikkeling invulling aan een klimaatproof Brabant door middel van klimaatslimme verstedelijking. Dit wordt onder andere gedaan door voldoende groen/ water op te nemen in het plan.

Belangrijkste randvoorwaarden/uitgangspunten De Interim Omgevingsverordening is een kaderstellende doorvertaling van de omgevingsvisie en bestaand provinciaal beleid. In de omgevingsverordening wordt het provinciaal beleid uitgewerkt in een ruimtelijk plan voor de gehele provincie die aansluit op de uitgangspunten van de Omgevingswet. De Interim Omgevingsverordening is vastgesteld in oktober 2019. In de Interim omgevingsverordening staan regels voor: • Burgers en bedrijven: dit zijn zogenaamde rechtstreeks werkende regels voor activiteiten. Deze regels bevatten

51

omgevingsverordening vaststellen voor haar grondgebied.

•

voorwaarden om zo’n activiteit te verrichten en geven ook aan of je bijvoorbeeld eerst een melding moet doen voordat je mag beginnen. Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels. Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren.

Planspecifiek Voor het plangebied (of een deel daarvan) en de beoogde ontwikkeling zijn de volgende thema’s van belang: • verstedelijking afweegbaar • verbod uitbreiding veehouderij • reservering waterberging • behoud en herstel van watersystemen • Natuur Netwerk Brabant – ecologische verbindingszone en natuur en stiltegebieden. Voor verstedelijking afweegbaar is de nieuwvestiging van een duurzame stedelijke ontwikkeling mogelijk indien: • binnen Stedelijk Gebied feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte beschikbaar is; • transformatie van cultuurhistorisch waardevol of geschikt leegstaand vastgoed niet tot de mogelijkheden behoort; • De ontwikkeling past binnen de regionale afspraken; • De stedenbouwkundige- en landschappelijke inrichting rekening houdt met de omgevingskwaliteit en structuren in het gebied en de naaste omgeving waaronder een duurzame afronding van het Stedelijk Gebied. Het planvoornemen past binnen de regionale afspraken en rondt de ontwikkeling van De Groote Wielen kwalitatief af. Voor een dergelijke grootschalige ontwikkeling om in de woningvraag te voorzien is geen ruimte binnen het stedelijk weefsel van ’sHertogenbosch, noch in leegstaand vastgoed. Met het planvoornemen wordt dan ook aan elk van deze voorwaarden voldaan.

Als ‘verstedelijking afweegbaar’ samenvalt met Natuur Netwerk Brabant of attentiezone waterhuishouding moet de duurzame stedelijke ontwikkeling in samenhang en in evenredigheid met een groene en blauwe landschapsontwikkeling binnen het gebied of naaste omgeving zijn. Tevens mag de ontwikkeling geen betrekking hebben op een te ontwikkelen bedrijventerrein of uitbreiding daarvan. De ecologische verbindingszone die rondom de Hoefgraaf is geprojecteerd wordt omgelegd rond het plangebied van de Noordoosthoek en daar als ecologische verbindingszone ingericht. In de plaats van de bestaande loop van de Hoefgraaf komt een nieuwe groenblauwe zone met een waterloop die aansluit op De Groote Wielenplas. Ontwerp Omgevingsverordening ter inzage

52

In de ontwerp omgevingsverordening zijn regels opgenomen voor een maximale boordiepte voor bodemenergiesystemen. Dit om het risico voor verontreiniging van het grondwater te beperken, een gelijk speelveld te scheppen met open bodemenergiesystemen en op verzoek van gemeenten. Voor het plangebied gaat het om maximaal 70 tot 71 meter (bron: Bijlage 9 Kaarten Maximale boordiepte Bodemenergiesysteem). Het thema ‘Verstedelijking afweegbaar’ maakt geen onderdeel meer uit van de nieuwe omgevingsverordening. Het plangebied wordt aangeduid als ‘landelijk gebied’. In afwijking van Artikel 4.55 Duurzame stedelijke ontwikkeling, aanhef eerste lid, van deze nieuwe omgevingsverordening kan een omgevingsplan voorzien in een duurzame stedelijke ontwikkeling binnen landelijk gebied als aan verschillende voorwaarden is voldaan: - binnen Stedelijk gebied feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte beschikbaar is; - transformatie van cultuurhistorisch waardevol of ander geschikt leegstaand vastgoed niet tot de mogelijkheden behoort; - dit past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied, bedoeld in Artikel 4.13 (hiervoor is een onderbouwing nodig om aan te tonen dat de ontwikkeling past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied, vooraf dient een ontwikkelingsrichting opgesteld te worden); - de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken; - de stedenbouwkundige- en

landschappelijke inrichting is afgestemd op de omgevingskwaliteit en structuren in het gebied en de naaste omgeving, waaronder de met deze verordening te beschermen en te ontwikkelen waarden; - de stedenbouwkundige- en landschappelijke inrichting houdt rekening met een duurzame afronding van het Stedelijk gebied. Deze voorwaarden komen overeen met de voorwaarden die gelden voor het gebied ’verstedelijking afweegbaar’ uit de interim omgevingsverordening.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10339068/2