2. ODBN_Programmabegroting_2026_HR2
Tekst van het document
Welke onzekerheden kennen we? I n 2026 moet duidelijk worden welk vervolg de WPM gaat krijgen na 2026.
Wat mag het kosten?
Beleidskaders/richtlijnen INDIVIDUELE DIENST VERLENING BEDRAGEN X € 1.000,-
REKENING 2024
BEGROTING 2025
BEGROTING 2026
19.029
20.637
23.031
429
130
130
TOTAAL LASTEN
19.458
20.767
Basis- en VTH verzoektaken
16.335
(Overige) Verzoektaken Orders
OMSCHRIJVING
DATUM
Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten
01-07-2019
Gemeenschappelijke regeling ODBN
01-01-2020
23.161
Nota weerstandsvermogen en risicomanagement
16-12-2020
18.627
19.019
Treasury statuut
28-12-2023
11.699
13.664
13.573
Financiële verordening ODBN
01-01-2023
1.186
737
833
TOTAAL BATEN
29.220
33.029
33.425
SALDO
9.762
12.262
10.264
Personeel Bedrijfsmiddelen
EXPIRATIEDATUM
Toelichting Voor de uitvoering van het programma Individuele Dienstverlening zijn 279.666 uren geraamd. Ten opzichte van de begroting 2025 is er een daling van bijna 5.000 uren. Deze daling in uren heeft zowel effect op de hoogte van de lasten als de inkomsten voor dit programma. Een verdere financiële toelichting is te vinden in hoofdstuk 3 van de financiële begroting. Taakvelden Om op landelijk niveau begrotingen van overheidsorganisaties te kunnen aggregeren is door het Rijk een uniforme set van taakvelden vastgesteld. De activiteiten uit het programma Individuele Dienstverlening hebben betrekking op: Taakveld 7.4
➜
Milieubeheer
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
ODBN Programmabegroting 2026
36
Wat willen we bereiken?
37
De ODBN wil een goede bedrijfsvoering, betrouwbare managementinformatie en kostenbeheersing. Uitgangspunt is dat we zodanig in controle zijn dat de tussentijdse rapportages actueel en betrouwbaar zijn en dat deze een reëel beeld geven van de te verwachten resultaten op jaarbasis. Door de tijd heen zijn er diverse KPI’s vastgesteld als kader voor een gezonde bedrijfshuishouding. Voor u als eigenaar zijn deze relevant om in één oogopslag een eerste gevoel te hebben bij de bedrijfsmatige en financiële situatie van de ODBN als organisatie. Indicatoren bedrijfsvoering In de Kadernota 2026 hebben het onderzoek naar de gevolgen van de nieuwe definitie van overhead conform BBV aangekondigd. Deze is in de begroting 2026 doorgevoerd. Dit leidt tot een lagere KPI voor overheadformatie en bedrijfsvoeringskosten. Deze is nu conform de vernieuwde regelgeving BBV opgenomen. Om een beeld te kunnen vormen over het bedrijfsmatig functioneren van de ODBN worden in onderstaande tabel de meest essentiële indicatoren gepresenteerd. KPI'S ODBN (ALS BEDRIJF)
Wat gaan we doen in 2026?
KPI'S
NORM
REALISATIE 2024
BEGROTING 2025
BEGROTING 2026
Productiviteit1
1.397
1.390
1397
1.397
§ Declarabiliteit
Declarabiliteit2
1.294
1.261
1.294
1.294
§ Declarabiliteit
Structureel uurtarief
€ 119,97
€ 109,16
€ 117,60
€ 119,97
§ Tariefontwikkeling
Incidentele korting
Nvt
Geen korting
€ 1,89
€ 0,92
§ Tariefontwikkeling
Incidenteel uurtarief
Nvt
€ 109,16
€ 115,71
€ 119,05
§ Tariefontwikkeling
Ziekteverzuim
5,5%
6,4%
5,5%
5,5%
§ HRM - ziekteverzuim
Formatie overhead
(222) 20%
20%
22%
19%
§ Formatieomvang
Aandeel kosten overhead
(33-352) 24-26%
27,1%
34%
22%
§ Tariefontwikkeling
Weerstandsratio
0,75– 1,5
0,91
1,07
0,91
§ Weerstandsvermogen
20%
17,6%
Max. 20%
Max. 20%
Flexschil
TOELICHTING
§ Formatieomvang
1
B etreft uren die productief worden ingezet t.b.v. het primair proces maar die we niet kunnen declareren.
2
Betreft normering 2025 volgens de oude definitie
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
Algemeen Lokaal bestaat er bestuurlijke druk op de kosten die gemoeid zijn met onze taakuitvoering. Het zogenaamde ‘ravijnjaar’ dwingt onze deelnemers keuzes te maken t.a.v. beleid en uitvoering. Ter voorbereiding op de begrotingsjaren 2025 en verder heeft de ODBN proactief een forse kostenreductie en dus tarief daling weten te realiseren. In totaal betrof het een kostenreductie van € 1.400.000,-. Verder bezuinigen op de kostenstructuur is niet realistisch. Dat bleek o.a. ook uit de onderzoek in opdracht van de Provincie Noord- Brabant naar de kosten in de overhead. Efficiencymaatregelen in de uitvoering zullen noodzakelijk zijn en de manier om de bijdrage van onze deelnemers beheersbaar te houden. Hiervoor zijn wel nieuwe voor-investeringen noodzakelijk. Juist de laatste ontwikkelingen van de mogelijke inzet van AI maar ook RPA (robotisering van processen) kunnen een oplossing bieden voor de bestuurlijke en maatschappelijke uitdagingen. Wij denken met de inzet deze nieuwe technieken structurele kostenbesparingen te kunnen realiseren. Op termijn zal deze extra eenmalige investering leiden tot aanzienlijke efficiëntievoordelen. Deze laten zich nu nog moeilijk kwantificeren, maar zullen we wel gaan rapporteren. Later in het traject moeten de maatregelen dekking genereren voor toekomstige investeringen in efficiencymaatregelen.
Maar misschien nog wel belangrijker is dat de ODBN een flexibele organisatie wordt die kan anticiperen op de ontwikkelingen die ons (gaan) raken. Wij hebben hiervoor bij de resultaatbestemming van 2024 een incidenteel budget van € 350.000,- gevraagd.
ODBN Programmabegroting 2026
38
De ODBN omarmt de technologische mogelijkheden van AI en RPA. Dit brengt nieuw perspectief maar zal ook alle activiteiten van onze medewerkers gaan beïnvloeden.
Arbeidsmarkt en organisatie De arbeidsmarkt blijft krap in de voorzienbare toekomst. In 2026 verwachten we daarom onverminderd bezig te zijn met het verbeteren van onze arbeidsmarktpositionering om de juiste nieuwe medewerkers te vinden. Wanneer nodig zullen we ook in 2026 werken met traineegroepen. Intern blijft de focus liggen op ontwikkeling van medewerkers, zodat zij kunnen doorstromen naar medior en senior functies. Naast een actieve marktbenadering zullen ook andere interventies nodig zijn. Wij denken daarbij aan AI en RPA. In paragraaf 4.4. gaan we daar verder op in.
CAO-Ontwikkelingen De huidige CAO loopt t/m 31 maart 2025. De onderhandelingen voor de nieuwe CAO zijn op het moment van schrijven nog gaande. In deze begroting is uitgegaan van een 2,1% loonindexatie op basis van macro-economische beschouwingen d.d. september 2024. De inzet van partijen ligt tijdens het schrijven van deze begroting nog ver uiteen. Het is zeer waarschijnlijk dat de gehanteerde loonindexatie niet toereikend zal zijn om het definitie CAO stijging te compenseren.
Prijsontwikkelingen Ook voor de prijsontwikkeling hebben we, conform bestaand beleid, de MEV aangehouden. In de nieuwe MEV zijn voor de jaarschijven van 2024 en 2025 hogere indexeringen opgenomen dan waar wij vanuit zijn gegaan in de Begroting 2025. Deze bijstellingen zijn in de berekening van het tarief 2026 verwerkt. Voor het jaar 2026 is in de MEV een prijsindexering van 2,2% opgenomen, deze wordt in de begroting 2026 gebruikt.
Informatievoorziening en automatisering Maatschappelijk is er in toenemende mate belangstelling voor een gezonde leefomgeving. Het wantrouwen van de burger t.a.v. de legaliteit van milieubelastende activiteiten en met name zorg over uitstoot van allerlei stoffen neemt toe. Dit vraagt om meer transparantie van informatie die in veel gevallen niet gegeven kan worden omdat deze simpelweg niet voorhanden is. Hierdoor neemt de druk op meer transparantie toe. De ODBN kan hier alleen aan voldoen door meer te investeren in informatievoorziening en data gestuurd te werken. De ODBN zal meer data gaan verzamelen, ordenen en ontsluiten. Daarbij is het noodzakelijk om de data-kwaliteit fors te verbeteren. Verder zal het niemand zijn ontgaan dat de mogelijkheden met AI in een stroomversnelling zijn gekomen. Waar AI ooit begon als een geleidelijke ontwikkeling met nieuwe trendy toepassingen zijn de mogelijkheden in korte tijd enorm toegenomen.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
De toekomst zal het leren maar dit is mogelijk een revolutionaire technologische ontwikkeling met een grote maatschappelijke impact. Als omgevingsdienst kunnen en willen wij niet afwachten maar proactief met deze technieken aan de slag. In 2026 hopen wij een grote slag te kunnen maken in de transparantie van de dan beschikbare informatie en een grote stap te zetten in het verder robotiseren van administratieve processen.
Incidentele korting op structureel tarief 2026 In tegenstelling tot de aankondiging in de Kadernota 2026 kunnen wij toch een incidentele korting geven op het structureel tarief van € 0,92 per uur. Dit wordt mogelijk nu de rentebaten niet ingezet hoeven worden ter dekking van de investering in AI en RPA en de implementatie van het HR en Financieel systeem. Deze middelen zijn bij het vaststellen van de jaarrekening 2024 beschikbaar gesteld.
Financieringssystematiek In het kader van het IBP is een financieringsmethodiek ontwikkeld als mogelijke basis voor de lokale afspraken. Wij zien geen reden om deze methodiek over te nemen omdat deze gebaseerd is op de klassieke werkwijzen in VTH stelsel wat grotendeels gebaseerd is op menselijke inspanning. Tot op heden heeft de door de ODBN gehanteerde financieringsmethodiek prima voldaan. Echter zien wij wel beperkingen in de huidige methodiek die in de toekomst tot een negatief progressief effect zal leiden. Door de methode van ‘uurtje factuurtje’ (=inputfinanciering) leiden efficiency maatregelen zoals robotisering tot minder declarabele uren. Hierdoor hoeven minder uren in rekening gebracht te worden. Minder uren leidt ook tot minder financiële ruimte voor innovatie. Minder mogelijkheden om te innoveren en dus te investeren in nieuwe technieken leidt weer tot minder efficiency maatregelen. Wij gaan onderzoeken of een outputfinanciering voor reguliere taken (zaaktypen) meer passend is bij de fase waarin de ODBN zich bevindt. Dat kan dan ook een overgangsfase zijn naar een outcome financiering op de langere termijn. Met een outputfinanciering zoals een productprijs kan een positief progressief effect worden bereikt door de inverdieneffecten deels te vertalen in een lagere productprijs en deels te herinvesteren in innovatie.
In de huidige systematiek zou het herinvesteren van de inverdieneffecten leiden tot een toenemende overhead in het uurtarief. In onze optiek zal op de langere termijn een groot deel van onze dienstverlening overgenomen worden door moderne technieken die zich niet meer laten financieren door een model wat gebaseerd is op menselijke inspanning.
ODBN Programmabegroting 2026
39
40
Wat mag het kosten? BEDRIJFSVOERING BEDRAGEN X € 1.000,-
41 REKENING 2024
BEGROTING 2025
BEGROTING 2026
Personeel en inhuur
5.733
8.298
5.648
Opleidingen en loopbaanbegeleiding
840
958
943
Dienstreizen / woon-werk
466
444
461
Overige personele kosten
539
507
527
Organisatie
260
363
377
Huisvesting
767
789
820
Kantoorkosten
89
210
218
2.072
1.986
2.064
Vervoermiddelen
46
71
74
Externe deskundigheid
46
270
280
Overige lasten
185
105
223
11.042
14.001
11.635
0
100
100
11.042
14.101
11.735
Rentebaten
785
562
379
Personeel en inhuur
292
0
0
Overige baten (SSiB)
-9
0
760
TOTAAL BATEN
1.068
562
1.139
SALDO
-9.974
-13.539
-10.596
Informatisering / automatisering
SUBTOTAAL BEDRIJFSVOERING Onvoorzien TOTAAL LASTEN
Toelichting De lasten van het programma Bedrijfsvoering hebben betrekking op de uren van de medewerkers die ondersteunend zijn aan het primaire proces. Daarnaast gaat het om de organisatie brede kosten zoals deze in bovenstaande tabel zijn opgenomen. Taakvelden Om op landelijk niveau begrotingen van overheidsorganisaties te kunnen aggregeren is door het Rijk een uniforme set van taakvelden vastgesteld. De activiteiten uit het programma Individuele Dienstverlening hebben betrekking op: Taakveld 0.1 Taakveld 0.4 Taakveld 0.5 Taakveld 0.8
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
➜ ➜ ➜ ➜
Bestuurskosten Overhead Treasury Overige baten en lasten
ODBN Programmabegroting 2026
42
Paragrafen
1 Paragraaf Weerstandsvermogen & risicobeheersing Algemeen De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing geeft inzicht in de robuustheid van de financiële positie van de omgevingsdienst. In deze paragraaf wordt weergegeven in welke mate de dienst in staat is om onvoorziene, financiële tegenvallers op te vangen zonder dat daarvoor het bestaande beleid veranderd hoeft te worden. Om dit te kunnen beoordelen, is inzicht nodig in het beschikbare weerstandsvermogen en in de omvang en de achtergronden van de aanwezige risico’s. Inventarisatie weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de dienst beschikt om de onverwachte financiële tegenvallers te dekken zonder het bestaande beleid aan te moeten passen. Voor de ODBN geldt dat de beschikbare weerstandscapaciteit gevormd wordt door de Algemene reserve. Andere reserves worden niet meegenomen omdat deze door het Algemeen Bestuur voorzien zijn van een specifieke bestemming.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
Risicobeheersing De ODBN streeft ernaar om risico’s zoveel mogelijk te ondervangen door het treffen van beheersmaatregelen, de benodigde verzekeringen af te sluiten en/of buffers te vormen voor niet voorzienbare financiële tegenvallers. In het overzicht Reserves en Voorzieningen kunt u de diverse posten en hoogten van de bedragen lezen.
Inventarisatie risico’s Nieuw risico In deze begroting zijn geen nieuwe risico’s geformuleerd Gestegen risico’s Niet realiseren van opdrachtvolume In de afgelopen jaren is dit risico qua omvang gelijk gebleven. In 2024 hebben we gezien dat het niet halen van de opdrachtvolume een impact heeft op de jaarrekening. In 2024 is dit grotendeels opgevangen door ruimte in de loonsom en de middelen van de groei van de organisatie die beschikbaar waren. In 2025 zijn deze zowel de raming van de loonsom als de middelen in de bedrijfsvoering aangescherpt, wat geleid heeft tot een structurele daling van het tarief. Dat beperkt de mogelijkheden om het niet realiseren van het opdrachtvolume op te vangen. Voor de grondslag van dit risico zijn de realisatie cijfers van de omzet van 2024 gebruikt. Deze veroorzaken de stijging van dit risico.
ODBN Programmabegroting 2026
43
44
Onrust in de wereld leidt tot prijsstijgingen Dit risico gaat over de snel stijgende kosten voor uitgaven in de bedrijfsvoering die niet opgevangen kunnen worden binnen de reguliere prijsindexering van de begroting. In de begroting 2024 en 2025 zijn de prijsindexeringen conform de voorspellingen van het CBS opgenomen. Op basis van de huidige indexeringscijfers verkleinen we de omvang van dit risico. Niet behalen declarabiliteit In 2024 is de norm voor de declarabiliteit verlaagd. Met de moderne dashboarding wordt actief gestuurd om de declarabiliteit van de organisatie zo goed mogelijk op peil te houden. Wel zien we dat de realisatie in 2024 nog steeds onder de norm ligt. De gerealiseerde declarabiliteit in 2024 is echter minder gedaald dan de norm. Deze twee onderdelen vormen de basis voor de berekening van dit risico. Dat maakt dat de financiële impact van dit risico lager uitvalt. Weerstandsratio De weerstandsratio wordt bepaald door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen door de benodigde weerstandscapaciteit.
Totale omvang Netto-risico's
Niet-toegankelijke ICT-omgeving De impact van dit risico is iets verhoogd doordat het uurtarief is geactualiseerd meegenomen is in de berekening. . Ontbreken van Cao voor 2025 e.v. In de begroting 2025 zit een loonindexering van 5,3% opgenomen. De laatste tijd zien we dat de daadwerkelijke indexeringen van de lonen in nieuwe cao’s rond dit percentage uitkomen. Inzet van de onderhandelingen is echter ook het verkorten van de werkweek. Het verkorten van de werkweek heeft direct invloed op de hoeveelheid mensen die nodig is om het werk te verzetten en de daarmee samenhangende loonkosten. Daarmee neemt de financiële impact van dit risico iets toe ten opzichte van de vorige opstelling.
Weerstandsratio
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
Benodigde weerstandscapaciteit
Opbouw van de weerstandsratio NAAM
Verlaagde risico’s Onevenredige stijging inhuur tarieven In de begroting van de ODBN zitten geen budgetten meer voor externe inhuur. De externe inhuur die we hebben, wordt betaald binnen de reguliere loonbudgetten. Door goed contractmanagement is het de afgelopen jaren steeds gelukt om, ondanks de krappe arbeidsmarkt, de indexeringen van de inhuurtarieven te beperken tot maximaal de loonindexeringen die in de begroting is opgenomen. Daardoor hebben we de financiële impact van dit risico kunnen verlagen.
Beschikbare weerstandscapaciteit
BEGROTING 2026
JAARREKENING 2024
Algemene reserve op 01-01
€ 1.852.238
€ 1.852.238
Risicoprofiel
€ 2.031.000
€ 2.031.000
0,91
0,91
WEERSTANDSRATIO
ODBN Programmabegroting 2026
45
46
Door de vele ontwikkelingen per jaar kan het risicoprofiel van de ODBN fluctueren. Vanuit het principe zelf financieel duurzaam, zonder dat onnodig overheidsmiddelen worden vastgelegd, hebben we een afgesproken bandbreedte voor de weerstandsratio van 0,75 en 1,5. Wanneer de ratio onder de 1,0 zakt, worden stappen benoemd om te groeien naar een gewenste streefwaarde van minimaal 1,0. Bij de jaarrekening 2024 zal het voorstel gedaan worden om de algemene reserve aan te vullen tot 2.031.000. Daarmee voldoen we aan de streefwaarde van minimaal 1,0. Financiële kengetallen In onderstaande paragraaf zijn de financiële kengetallen opgenomen die op grond van artikel 11 van het Besluit Begroting en Verantwoording moeten worden opgenomen. Kengetallen die voor de ODBN niet van toepassing zijn, zijn achterwege gelaten. aa VERLOOP FINANCIËLE KENGETALLEN FINANCIËLE KENGETALLEN
REKENING 2024
BEGROTING 2025
2026
2027
2028
2029
Netto schuldquote
-22%
-22%
-23%
-22%
-22%
-22%
Netto schuldquote voor alle verstrekte leningen
-22%
-22%
-23%
-22%
-22%
-22%
Solvabiliteitsratio in %
42%
39%
38%
38%
38%
37%
Structurele exploitatieruimte
0,6%
0,3%
0,3%
0,0%
0,0%
0,0%
Grondexploitatie
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Belastingcapaciteit
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Solvabiliteitsratio Deze ratio geeft weer in welke mate de ODBN in staat is op ‘langere’ termijn aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Dit wordt berekend op basis van het eigen vermogen en de bezittingen van de ODBN. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de ODBN. Voor de ODBN geldt dat er geen langlopende schulden zijn. Bedrijfsmatig wordt een bedrijf als financieel gezond gezien, wanneer de solvabiliteit tussen de 25% en 40% ligt. De ODBN valt met een solvabiliteit van 38% ruimschoots binnen deze richtlijn. In het gemeenschappelijke toezichtskader van de Provincie wordt voor gemeenten het percentage van 50% gehanteerd voor de meest gezonde organisaties. Met 38% solvabiliteit scoren we hoog in de 2e categorie van bedrijven. Vooral de bestemmingsreserve ISV en voorzieningenpositie stortplaats Voorste Heide hebben invloed op dit percentage. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, door de structurele baten en structurele lasten te vergelijken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. In 2024 was de realisatie 0,6%. De structurele exploitatieruimte in 2026 van 0,3% geeft aan dat de verhouding tussen structurele lasten en de structurele dekking hiervoor goed geregeld is.
Conclusie Op basis van de financiële kengetallen is te stellen dat de financiële uitgangspositie van de ODBN als goed en stabiel te kwalificeren is.
Netto schuldquote De netto schuldquote geeft aan of de ODBN in staat is de schulden terug te betalen waarvoor zij volledig zelf aan de lat staat. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de ODBN ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Hoe lager dit percentage is, hoe minder de schuldenlast op een organisatie drukt. De ODBN heeft geen langlopende leningen, alleen kortlopende openstaande crediteuren. Daarmee is er weinig druk op de exploitatieruimte voor het voldoen aan de schuldenverplichting en geeft het een indruk van de goede financiële uitgangspositie voor de ODBN.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
ODBN Programmabegroting 2026
47
48
2 Paragraaf Financiering
Algemeen Bij de inwerkingtreding van de Wet Financiering decentrale overheden (FIDO) is het opnemen van een financieringsparagraaf in de begroting en in de jaarrekening voorgeschreven. Met deze paragraaf wordt beoogd de transparantie van het treasurybeleid en -beheer te vergroten en meer inzicht te geven in de (financierings-)risico’s en de beheersing daarvan. In het Besluit Begroting en Verantwoording is neergelegd dat de financieringsparagraaf in elk geval de beleidsvoornemens voor het risicobeheer van de financieringsportefeuille dient te bevatten. Onder risico’s worden in dit verband verstaan: renterisico’s, liquiditeitsrisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s en voor zover ter zake valutarisico’s. Renterisico Het renterisico kan worden gedefinieerd als de mate waarin het saldo van de rentelasten en rentebaten verandert door wijziging in het rentepercentage op leningen en uitzettingen met een rente typische looptijd van één jaar of langer. Bij de inwerkingtreding van de Wet FIDO is het begrip ‘renterisico-norm’ ingevoerd. Uitgangspunt hierbij is om zoveel mogelijk spreiding in de looptijden van leningen aan te brengen. De wettelijk vastgestelde renterisico-norm van 20% houdt in dat in enig jaar de aflossing van de lange schuld niet hoger mag zijn dan 20% van het begrotingstotaal.
De ODBN heeft op dit moment geen leningen met een looptijd van één jaar of langer. Hiermee voldoen wij automatisch aan de deze renterisico-norm. Ook geeft de huidige financieringspositie geen aanleiding om in de komende jaren langlopende geldleningen af te sluiten, zodat we in dat kader ook geen renterisico lopen. Ook voor de investeringen die we doen hebben we geen leningen nodig. Daarom worden er aan investeringen ook geen rente toegerekend. Kasgeldlimiet Bij de financiering van de activiteiten van de ODBN worden alle activiteiten als één geheel beschouwd. Dit houdt in dat bij het bepalen van de financieringsbehoefte alle inkomsten en uitgaven betrokken worden. De achterliggende gedachte daarbij is dat tijdelijke overschotten van de ene activiteit een andere activiteit kunnen financieren. Deze wijze van financieren wordt ook wel aangeduid als ‘totaalfinanciering’. Hierdoor worden de rentekosten beperkt. Voor het bepalen van de liquiditeitspositie is de zogenaamde kasgeldlimiet belangrijk. Hieronder wordt verstaan het bedrag dat maximaal als kasgeld mag worden opgenomen. Dit bedrag wordt berekend door middel van een door het Ministerie van Financiën vastgesteld percentage van 8,2%, te vermenigvuldigen met het totaal van de jaarbegroting van de ODBN bij aanvang van het jaar. Bij overschrijding van deze limiet moet er in langlopende financieringsmiddelen worden voorzien.
Voor de berekening van de kasgeldlimiet is een modelstaat voorgeschreven. Hieronder is deze staat volgens de laatst bekende gegevens ingevuld. Voor het kasgeldlimiet volgen wij in samenspraak met de accountant, de definities van de Wet FIDO. In de definitie komen enkel en alleen bank, kas en aanverwante liquide middelen terug. Voor de vlottende schuld hanteert de wet FIDO het volgende: 1. de opgenomen gelden met een oorspronkelijke rentetypische looptijd van korter dan één jaar; 2. de schuld in rekening-courant; 3. de voor een termijn van korter dan één jaar ter bewaring in de kas gestorte gelden van derden, en; 4. de overige geldleningen die geen onderdeel uitmaken van een vaste schuld. Omdat het bij de ODBN openstaande crediteuren betreft heeft zij vanwege deze reden geen vlottende schulden volgens de definitie van de wet FIDO in de berekening voor het kasgeldlimiet. UIT VOERINGSREGELING FINANCIERING DECENTRALE OVERHEDEN
VLOT TENDE SCHULD
VLOT TENDE MIDDELEN
NET TO VLOT TENDE SCHULD OF OVERSCHOT
A. Gemiddeld vlottend overschot
7.047.000
19.738.100
-12.691.100
B. Berekening kasgeldlimiet
2.966.052
Begrotingstotaal
36.171.362
Percentage regeling
C. Ruimte onder kasgeldlimiet
-15.657.152
Gemiddeld vlottend overschot (A)
-12.691.100
Kasgeldlimiet (B)
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
8,20%
2.966.052
ODBN Programmabegroting 2026
49
3 Paragraaf Bedrijfsvoering
50
51
Informatievoorziening & business intelligence De digitale werkplek is de laatste jaren aan grote veranderingen onderhevig geweest. Microsoft 365 maakt het mogelijk om efficiënter en slimmer (samen) te werken. 2026 staat dan ook in het teken de mogelijkheden hiervan verder te benutten en meer grip op de data van de organisatie te krijgen. Daarbij stappen we definitief af van de virtuele werkplek en werkt de ODBN direct vanuit de cloud. Dat geldt ook voor de aanbestedingen die in 2025 hebben plaatsgevonden. Het betreft de VTH-, HR- en financiële applicatie. Deze applicaties worden in 2026 geïmplementeerd. Dit moet op een dusdanige manier ingericht worden, zodat ze naadloos op elkaar aansluiten en zorgen voor een continuering van de service aan de deelnemer en de bedrijfsvoering van de ODBN. Per begrotingsjaar 2027 moeten de nieuwe applicaties operationeel zijn. Dit vraagt in 2026 een aanzienlijke investering waar we bij de vaststelling van het jaarrekeningresultaat 2024 dekking hebben gevraagd. Volgens bovenstaande berekening bedraagt de kasgeldlimiet voor 2026 totaal € 2.966.052 voor de ODBN. De ruimte onder kasgeldlimiet bedraagt € 15.657.152. Het aantrekken van kasgeld is niet aan de orde. Renteresultaat Treasury OMSCHRIJVING | BEDRAGEN X € 1,a
Externe rentelasten over korte en lange financiering
b
Externe rentebaten SALDO EXTERNE RENTELASTEN
BEDRAG €0 € 379.000 -/- € 379.000
d
Interne eigen rente
€0
e
Toerekening rente via renteomslag
€0
RENTERESULTAAT OP TAAKVELD TREASURY
Concreet betekent dit dat de ODBN zal toewerken naar zogeheten outcome-georiënteerde inzichten. Dat vraagt om een (door)ontwikkeling van ons bestaande dashboardportfolio en architectuur. Initiatiefnemers en deelnemers vragen om toenemende transparantie. Men wenst, liefst realtime, inzicht in vergunningsverlening en onze progressie op de UHS. Dat vereist een duurzaam en schaalbaar dataplatform waar informatieproducten uitgewisseld kunnen worden met een diverse set aan eindgebruikers.
-/- € 379.000
Rentebaten Gezien de rentestijging in 2023 en de huidige renteontwikkelingen heeft de ODBN voor 2026 incidentele rentebaten geraamd voor een bedrag van € 379.000. Dit is gebaseerd op het saldo van de rekening bij het Ministerie van Financiën (schatkist) op 0101-2025 en het rentepercentage van deze datum. Uit voorzichtigheid is gekozen om, net als bij de begroting 2025, dit percentage met 1 procentpunt te verlagen om renteontwikkelingen op te kunnen vangen.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
Om als omgevingsdienst echt het verschil te kunnen maken in een domein waarin de politieke en technische ontwikkelingen in een hoog tempo gaan, dienen een aantal stappen gezet te worden. Data dient veel effectiever ingezet te worden om nu en in de toekomst bij te dragen aan het beschermen van de leefomgeving. Voor zover data ooit als vrijblijvend werd gezien, is dat niet langer van toepassing. Investeren in data en datacultuur is daarbij een noodzakelijke stap om voorbereid te zijn op de uitdagingen van de toekomst.
Een ander omvangrijk en uitdagend dossier in 2026 is de registratie van MBA’s in een centraal register. Ook dit leidt tot een nieuwe wijze van data ontsluiten én delen; er geschiedt nog veel manueel, dit moet – en kan – volledig geautomatiseerd worden. Dit zijn ontwikkelingen die niet op zichzelf staan. Gekoppeld aan de missie en visie van de ODBN, haar ambities én toekomstvisie wordt er tevens gewerkt aan een datastrategie. Eén van de speerpunten daarin is: ‘werken met data die bijdraagt aan een betere leefomgeving’.
ODBN Programmabegroting 2026
52
53
De verwachting is dat deze in het kalenderjaar 2025 vormgegeven zal worden, en er dus in 2026 vol ingezet kan worden op de uitrol hiervan. Onderdelen die hierin in ieder geval onderdeel van uitmaken zijn datakwaliteit en governance. Er wordt hierin sterk iteratief gewerkt door middel van het plan-do-check-act principe. Randvoorwaarde is om onze kaders van datakwaliteit, governance en processen aan te scherpen.
Mens & organisatie De beoogde efficiency maatregelen betekenen dat er een verschuiving gaat plaatsvinden in de competenties en vaardigheden van medewerkers. Het verder uitnutten van de mogelijkheden van procesautomatisering, robotisering en AI zorgen voor andere behoeften op het personele vlak. In de afgelopen jaren is hier al veel in bereikt en geëxperimenteerd, maar deze ontwikkelingen en bijbehorende technologie en kennis dienen structureel in de organisatie ingebed te worden. Daarnaast gaan we van zelf registreren, naar controleren. Ook dit betekent een verschuiving m.b.t. competenties en vaardigheden. Deze laatste ontwikkeling sluit aan op de verbetering van de datakwaliteit en de stappen in de richting van een datagedreven organisatie. In 2026 wordt de invoering van een nieuw personeelssysteem voorbereid zodat dit per 1 januari 2027 actief kan zijn. Dit nieuwe systeem gaat bijdragen aan verregaande digitalisering en daarmee optimalisatie van onze processen. Het nieuwe systeem moet meer digitaliseringsmogelijkheden bieden die aansluiten bij onze ambitie om efficiënter te werken. Dit nieuwe systeem gaat alle aspecten van het M&O werk raken; instroom, doorstroom en uitstroom. Hiermee bouwen we verder op het sterke fundament wat we de afgelopen jaren hebben neergezet. Dit alles maakt dat 2026 een belangrijk jaar is voor de professionele doorontwikkeling van M&O.
Ziekteverzuim In 2026 werken leidinggevenden pro-actiever op het gebied van verzuim. Dit doen zij door meer en beter in contact te staan met medewerkers. Hierdoor kunnen zij vroegtijdig signalen van medewerkers opvangen en preventiever acteren. Dit bereiken we door te investeren op leiderschapsontwikkeling waarin aandacht voor medewerkers en effectieve gespreksvoering centraal staan. Medewerkers worden gestimuleerd om na te denken en actie te ondernemen op het gebied van de eigen inzetbaarheid, nu en in de toekomst. Dit doen we aan de hand van de vier thema’s van duurzame inzetbaarheid: leren en ontwikkelen, loopbaanstappen, werkgeluk en leefstijl. Medio 2026 eindigt het contract met de huidige arbodienst. In 2025 zijn we de aanbesteding voor een nieuwe arbodienst gestart. Het concept van eigen regie blijft hierin belangrijk, maar we willen ook meer datagedreven werken op het gebied van verzuim. Hierdoor kunnen we analyseren waar oorzaken voor verzuim liggen. Om vervolgens beter passende oplossingen te vinden. Dit zal nadrukkelijk naar voren komen in de aanbesteding.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
Communicatie In 2026 blijft communicatie zich inzetten voor het vergroten van interne trots en externe aantrekkingskracht. Dit is van belang bij onze arbeidsmarktpositionering als aantrekkelijke werkgever. Ook draagt communicatie met proactief advies bij aan de interne cohesie. Goede communicatie is essentieel zodat medewerkers weten wat er speelt en wat de successen van de organisatie zijn. Dit zorgt voor eenheid in de organisatie. Communicatie verwacht in 2026 dat de samenwerking met ODNL en andere omgevingsdiensten intensiever wordt. Bijvoorbeeld met eenduidige informatie naar externe partijen. Dit draagt bij aan professionalisering van de omgevingsdiensten als geheel. Planning & Control Voor de planning en controlcyclus zijn er in 2026 geen bijzonderheden te vermelden. In 2025 worden de aanbesteding van het financiële systeem opgepakt. In 2026 zal dit systeem geïmplementeerd en getest worden zodat er met het nieuwe boekjaar 2027 gestart kan worden in het nieuwe systeem. Deze implementatie is naar verwachting omvangrijk en zal veel personele capaciteit vragen. Dit vooral doordat het financiële systeem verbindingen heeft met diverse andere applicaties binnen de organisatie. Tevens zien we de wereld om ons heen veranderen. Dat vraagt ook iets van de manier waarop de ODBN haar organisatie aanstuurt.
Mogelijk kunnen deze ontwikkelingen ook impact hebben op de wijze waarop de ODBN gefinancierd is. In 2026 willen we hier verder duidelijkheid in brengen.
ODBN Programmabegroting 2026
54
4 Paragraaf wet open overheid
5 Paragraaf verbonden partijen
Inleiding
Verbonden partijen zijn gemeenschappelijke regelingen, stichtingen, verenigingen en vennootschappen waarin de ODBN een bestuurlijk en financieel belang heeft.
De Wet open overheid (Woo) is ingegaan op 1 mei 2022 en legt aan bestuursorganen een aantal verplichtingen op. Eén van deze verplichtingen betreft stimuleren van de openbaarheid. De wet vereist o.a. dat in begroting en jaarrekening wordt aangegeven hoe omgegaan wordt met de bepalingen uit de Woo. Daarmee wordt inzicht gegeven over de opgave waar we als ODBN voor staan. In 2022 is een intern project Uitvoering Woo gestart om op een correcte en gestructureerde manier te voldoen aan de Woo. Dit project is meerjarig en staat onder leiding van een projectleider. Samen met het beknopte projectteam zorgt deze ervoor dat de ODBN voldoet aan deze wettelijke verplichting. Vanuit dit project zijn geen noemenswaardige of ongedekte kosten te verwachten.
Passieve openbaarmaking De Wet open overheid is de opvolger van de Wet openbaarheid van Bestuur (Wob). De Woo kent op dit gebied de nodige veranderingen ten opzichte van de Wob, onder meer is de toegestane doorlooptijd voor het beantwoorden van Woo-verzoeken aangepast. Deze aanpassingen zijn doorgevoerd in onze processen. De ODBN ontving de afgelopen jaren gemiddeld 1 à 2 Wooverzoeken per jaar.
55
Bestuurlijk belang Betreft zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht. Financieel belang Betreft een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is als de verbonden partij failliet gaat onderscheidenlijk het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Bij deelname in een vennootschap betreft het financiële belang het bezit van aandelen en het ontvangen van bijbehorend dividend. De ODBN is per 1 juli 2019 aangesloten bij het Bureau Inkoop en Aanbesteding Zuidoost-Brabant (Bizob). Daarmee is Bizob, volgens de letter van de wet, de enige officiële verbonden partij van de ODBN. In onderstaande overzicht wordt nader ingegaan op de verbonden partij “Bizob”.
We merken op dat Woo-verzoeken die wij in mandaat afhandelen namens onze deelnemers in deze begroting buiten beschouwing blijven. Voor die Woo-verzoeken geldt namelijk dat niet het Dagelijks Bestuur van de ODBN het bevoegde bestuursorgaan is, maar het college van de deelnemer namens wie wij dit Woo-verzoek hebben afgehandeld.
Actieve openbaarmaking De Woo stelt de verplichting om elf benoemde informatiecategorieën actief te publiceren op een zelf te bepalen platform dat wel publiekelijk toegankelijk moet zijn. Deze verplichting geldt niet voor alle elf categorieën tegelijk: deze worden gefaseerd verplicht na Koninklijk Besluit. De ODBN maakt de verplichte informatiecategorieën actief openbaar, voor zover relevant. Dit gebeurt via de eigen website of via www.officiëlebekendmakingen.nl. Woo-verzoeken worden gepubliceerd op onze website en tevens via www.overheid.nl (de Woo-index) ontsloten. De Woo verplicht overheidsorganisaties maatregelen te treffen ten behoeve van het duurzaam toegankelijk maken van digitale documenten. Dit is een continu aandachtspunt binnen de ODBN en onderdeel van de reguliere visie, beleidskeuzes en activiteiten. We maken daarbij gebruik van de instrumenten uit het VNG-programma ‘Grip op informatie’.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
ODBN Programmabegroting 2026
56
57
PROGRAMMA 3 BEDRIJFSVOERING 1. STICHTING BUREAU INKOOP EN AANBESTEDING ZUIDOOST-BRABANT Publiek Belang
Inkoopuitgaven maken een zeer groot deel uit van de jaarlijkse begroting. Door samenwerking kunnen organisaties hun inkoop professionaliseren. Daarnaast vertaalt de kwaliteit van inkoop zich direct in de kwaliteit van producten, diensten en werken. Goed ingerichte inkoopprocessen vergroten het vertrouwen van de samenleving in de manier waarop gemeenschapsgeld wordt besteed.
Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij
De gewijzigde Aanbestedingswet 2012 (Aw 2012) laat voldoende ruimte over om eigen beleid te voeren op het gebied van inkopen en aanbesteden. Het inkoop- en aanbestedingsbeleid waarborgt de naleving van wet- en regelgeving, een doelmatige inkoop en bestuurlijke integriteit. Het inkoopbeleid gaat uit van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur: openheid, objectiviteit en zorgvuldigheid. Door gebruik te maken van objectieve voorwaarden, kunnen gemeenten de keuze voor een leverancier verantwoorden. Deze helderheid biedt ook voordelen voor ondernemers, die weten waar ze aan toe zijn.
Partijen
Diverse gemeenten en andere publiekrechtelijke lichamen.
Bestuurlijk belang
Een bestuurslid van de ODBN wordt aangewezen om ODBN te vertegenwoordigen in de vergadering van aangeslotenen van BIZOB.
Financieel belang
De ODBN draagt jaarlijks bij aan de exploitatie van Bizob via een bedrag per afgenomen dag. De bijdrage voor 2024 is geraamd op € 74.749,50
Financiële informatie
Eigen vermogen: per 1-1-2023 € 976.745 per 31-12-2023 € 1.302.202 Vreemd vermogen: per 1-1-2023: € 1.209.552 per 31-12-2023: € 1.973.315 Resultaat 2023: € 943.507
Eventuele risico's
Niet van toepassing
In bovenstaande tabel zijn de cijfers over 2023 opgenomen. De gegevens over 2024 zijn bij het opstellen van deze begroting nog niet bekend.
Daarnaast kent de ODBN de volgende organisaties waarmee een intensieve samenwerkingsrelatie wordt onderhouden: ➜ De deelnemers van ODBN: de 10 gemeenten (Gemeente Bernheze, Gemeente Boekel, Gemeente Boxtel, Gemeente Maashorst, Gemeente Meierijstad, Gemeente Land van Cuijk, Gemeente Oss, Gemeente ’s-Hertogenbosch, Gemeente Sint-Michielsgestel en Gemeente Vught) in de regio Noordoost-Brabant en de provincie Brabant. ➜ De twee collega-omgevingsdiensten die actief zijn binnen Noord-Brabant; de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB) en de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB). ➜ De samenwerkingspartners in het kader van Samen Sterk in Brabant (SSiB); te weten Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, Brabant Landschap, Brabant Water, Evides, Waterschap Aa en Maas, Waterschap De Dommel, Waterschap Brabantse Delta en Waterschap Rivierenland. ➜ Omgevingsdienst NL, dit is de vereniging van de omgevingsdiensten in Nederland. Voor het lidmaatschap wordt een contributie betaald, er wordt expertise ingewonnen bij de ODNL maar ook expertise geleverd, tevens zijn er projecten die voor de ODNL uitgevoerd worden. Verder lopen een aantal subsidiestromen via Omgevingsdienst NL naar de omgevingsdiensten.
Niet van toepassing zijnde paragrafen Voor de ODBN zijn de onderstaande, in de het BBV voorgeschreven, paragrafen niet van toepassing: ➜ Paragraaf Lokale Heffingen ➜ Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen ➜ Paragraaf Grondbeleid.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
ODBN Programmabegroting 2026
58
ll Financiele Begroting 2026
59
4
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Programmabegroting 2026
60
Financiële samenvatting
Op 18 december 2024 heeft het Algemeen Bestuur de Kadernota 2026 van de ODBN vastgesteld. Dit document vormt de basis voor deze begroting 2026. Het meerjarenperspectief van deze begroting is sluitend, zonder dat hier aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn. De begroting 2026 kent beperkt aanpassingen op het beleid. De bestaande budgetten zijn geïndexeerd met de laatst bekende indexeringen gepubliceerd door het Centraal Planbureau. De urenraming, met de daarbij horende formatie, is bijgesteld op basis van de gewijzigde declarabiliteit, gemeentelijke conceptwerkprogramma’s 2026 en de provinciale opdracht 2025. De enige aanpassing die is meegenomen is het opnemen van een incidentele storting in de voorziening Voorste Heide. Op basis van de eeuwigdurende nazorgplicht wordt jaarlijks de benodigde omvang van de voorziening berekend voor de komende 100 jaar. Aangezien er jaarlijks onderhoudskosten uit de voorziening gehaald worden en we jaarlijks ook geconfronteerd worden met prijsstijgingen, verwachten we dat een dotatie aan de voorziening nodig is. Hier is nu voor 2026 incidenteel budget voor geraamd. De dekking voor deze dotatie hebben we gevonden in een deel van de incidentele rentebaten. Deze begroting bevat ook enkele ontwikkelingen die niet concreet te vertalen zijn. Zo zien we dat de huidige Cao afloopt in maart 2025. De onderhandelingen over de nieuwe Cao zijn nog gaande.
Daarom zijn we voor de lonen vooralsnog uitgegaan van de bekende indexeringen van het Centraal Planbureau. Wanneer er een onderhandelingsakkoord is zullen we deze bij de eerst volgende gelegenheid verwerken. In het begrotingsjaar 2026 zetten we de eerste stap naar de financiële ontvlechting van SSiB. Dit veroorzaakt grotendeels de afname van het aantal gecontracteerde uren. Dat betekent dat in deze begroting is gerekend met ruim 291.000 uren. Dit is een daling van 28.000 uren ten opzichte van de begroting 2025 waarvan 23.000 uur het gevolg is van de technische ontvlechting. In de Kadernota 2026 hebben het onderzoek naar de gevolgen van de nieuwe definitie van overhead conform BBV aangekondigd. Uit het overzicht in het Programma Bedrijfsvoering blijkt een daling van de overhead in budget en formatie. Dit is niet het gevolg van een andere werkwijze of bezuiniging maar het zuiver hanteren van de definities uit het BBV. De gevolgen zijn inhoudelijk relatief beperkt maar uiten zich vooral in de presentatie. Deze is nu wel conform de vernieuwde regelgeving BBV.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
61
Meerjarenperspectief MEERJARENPERSPECTIEF BATEN EN LASTEN BEDRAGEN X € 1000
BEGROTING 2025
BEGROTING 2026
BEGROTING 2027
BEGROTING 2028
BEGROTING 2029
Regionale dienstverlening
3.186
1.276
814
814
814
Individuele dienstverlening
20.767
23.161
23.191
23.191
23.191
Bedrijfsvoering incl. onvoorzien
14.101
11.735
11.543
11.543
11.543
TOTAAL LASTEN
38.054
36.171
35.548
35.548
35.548
Regionale dienstverlening
4.348
1.489
1.106
1.106
1.106
Individuele dienstverlening
33.029
33.425
33.682
33.682
33.682
562
1.139
760
760
760
37.938
36.052
35.548
35.548
35.548
116
119
0
0
0
0
0
0
0
0
116
119
0
0
0
0
0
0
0
0
LASTEN
BATEN
Bedrijfsvoering TOTAAL BATEN
BATEN Onttrekking reserves Dotatie Reserves TOTAAL RESERVES
SALDO VAN BATEN EN LASTEN
ODBN Programmabegroting 2026
Uitgangspunten begroting 2026
62
In bovenstaande meerjarenperspectief zijn de ramingen 2026 structureel doorgetrokken naar de jaarschijven 2027 t/m 2029. Uitzonderingen hierop zijn: ➜ De Specifieke uitkering Toezicht en Handhaving Energiebesparingsplicht. Deze specifieke uitkeringen kent een doorlooptijd tot en met jaarschijf 2026. Voor 2027 en verder zijn hiervoor geen uren en baten opgenomen. ➜ Het project Sanering Verkeerslawaai. Dit project is incidenteel van aard en kent zijn bekostiging vanuit de bestemmingsreserve ISV. Dit project en de bijbehorende dekking uit de reserve zijn ook alleen voor jaarschijf 2026 opgenomen in de begroting. ➜ De rentebaten zijn ook incidenteel voor alleen de jaarschijf 2026 geraamd. ➜ Dotatie voorziening Voorste Heide. De gemeentelijke concept-werkprogramma’s 2025 zijn vertaald naar deze begroting. Voor deze vertaling is gebruik gemaakt van het gemiddelde tarief uit deze begroting, inclusief de incidentele korting, van € 119,05. Op basis van de ontwikkelingen die gemeenten voor 2026 verwachten, worden de werkprogramma’s in de loop van 2025 gezamenlijk verder aangescherpt zodat de definitieve werkprogramma’s voor 1 december 2025 kunnen worden vastgesteld. De definitieve werkprogramma’s 2026 worden vervolgens in een eerste wijziging in de vastgestelde begroting 2026 verwerkt. Voor de jaarschijven 2027 en verder is met het structurele tarief van € 119,97 gewerkt.
Voor 2026 is voor de provinciale opdracht gewerkt met de opdracht 2025 en ook het incidentele tarief van € 119,05. Voor de latere jaarschijven is hier ook het structurele tarief gebruikt. Wanneer de definitieve opdracht 2026 er ligt, zal deze ook verwerkt worden in de begroting. De financiële vertaling van de individuele werkprogramma’s vormt de basis van het budget dat in de afzonderlijke begrotingen van de deelnemers moet worden gereserveerd.
63
De financiële begroting geeft inzicht in de algemene uitgangspunten waarop de geraamde baten en lasten van de verschillende programma’s tot stand zijn gekomen. Verder zijn, conform de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV), deze geraamde baten en lasten voor het jaar 2026 en voor het meerjarenperspectief 2027-2029 inzichtelijk gemaakt. In de toelichting op de baten en lasten zijn niet alleen de verschillen ten opzichte van de begrotingscijfers aangegeven, maar ook de incidentele baten en lasten zijn in een overzicht weergegeven. Tenslotte is op hoofdlijnen de financiële positie van de Omgevingsdienst Brabant Noord uiteengezet. In de Kadernota 2026 zijn algemene kaders en uitgangspunten geformuleerd die verwerkt zijn in de voorliggende begroting 2026 met bijbehorend meerjarenperspectief 2027-2029.
Financiële kaders De volgende algemene financiële kaders zijn uitgangspunt bij deze begroting: ➜ De begroting 2026 voldoet aan het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV); ➜ De begroting 2026 inclusief meerjarenperspectief is sluitend; ➜ De begroting 2026 gaat uit van bestaand actueel beleid, rekening houdend met de financiële effecten die betrekking hebben op de beleidsontwikkelingen zoals opgenomen in het programmaplan van deze begroting; ➜ Bij de raming van de meerjarenbegroting 2027-2029 wordt uitgegaan van constante prijzen. ➜ Bij de raming van de meerjarenbegroting 2027-2029 wordt uitgegaan van de urenraming 2026, behalve daar waar opdrachten duidelijk incidenteel van aard zijn.
Voor de basistaken geldt dat de deelnemer verplicht is deze bij de ODBN onder te brengen. Voor de (overige) verzoektaken geldt dat de deelnemer zelf de afweging maakt of deze taken in eigen beheer uitgevoerd worden of en in welke omvang dat deze belegd worden bij de ODBN. Deze begroting van de ODBN gaat over de verwachte ontwikkelingen die de ODBN als organisatie in zijn totaliteit voorziet voor 2026 in aansluiting op de Kadernota 2026.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
ODBN Programmabegroting 2026
Baten en lasten begroting 2026-2029
64
Financieel technische uitgangspunten Bij het opstellen van de financiële begroting 2026 en het financieel meerjarenperspectief (in constante prijzen) zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: Baten De ramingen voor de baten zijn gebaseerd op: ➜ De concept-werkprogramma’s 2026 van de gemeentelijke opdracht. ➜ De provinciale opdracht 2025. ➜ De begroting 2025. ➜ Gemiddeld nieuw opgebouwd tarief voor 2026. ➜ De vastgestelde realisatiecijfers 2024. ➜ Rentebaten worden incidenteel voor de eerste jaarschijf geraamd o.b.v. het saldo van de schatkist en het geldende rentepercentage op 01-01 van het jaar waarin de begroting vastgesteld wordt. Voor deze begroting is dat dus 2025. Vanwege het voorzichtigheidsbeginsel wordt het rentepercentage op 01-01 vermindert met 1%. ➜ De baten zijn berekend op basis van het principe P*Q, waarbij het gerealiseerde aantal uren * het functionele tarief afgerekend wordt.
➜ In tegenstelling tot voorgaande bullet zijn de volgende onderdelen gebaseerd op vaste bijdrage waarbij meer- of minder werk niet met de opdrachtgevers verrekend wordt: - Collectieve Taken - Bodeminformatiesysteem - Milieuklachtencentrale Lasten Bij de ramingen voor de lasten is rekening gehouden met: ➜ De vastgestelde realisatiecijfers 2024; ➜ De formatie 2025 aangepast op basis van de urenraming 2026; ➜ De budgetten 2025 zijn gehandhaafd en geïndexeerd met een prijsindex van 2,2% en een loonindex van 2,1% conform de Macro Economische Verkenning van het CPB van september 2024; ➜ De personele lasten zijn geraamd tegen trede 10; ➜ De KPI voor overhead bedraagt 22% ➜ Norm fte’s overhead 19% ➜ Norm loonsom overhead 19% ➜ Een totale formatieomvang van 298,96 fte, waarvan 242,16 fte in het primair proces en 56,80 fte in de overhead; De benodigde inzet van medewerkers die de opdracht gaan uitvoeren is berekend op gemiddeld 1.294,4 declarabele uren per fte in het primaire proces.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
65
Overzicht van baten en lasten 2026 OMSCHRIJVING BEDRAGEN X €1.000
LASTEN 2026
BATEN 2026
SALDO PER PROGRAMMA
MUTATIES RESERVES
SALDO NA BESTEMMING
Regionale dienstverlening
1.276
1.489
213
119
332
Individuele dienstverlening
23.161
33.425
10.264
0
10.264
Bedrijfsvoering incl. onvoorzien
11.735
1.139
-10.596
0
-10.596
TOTAAL
36.171
36.052
-119
119
0
RESULTAAT 2026
0
Totaal lasten verdeeld naar programma’s en overhead TOTAAL LASTEN BEDRAGEN X €1.000
REKENING 2024
BEGROTING 2025
Personeel en inhuur
5.733
31.431
Opleidingen en loopbaanbegeleiding
840
Dienstreizen / woon-werk
BEGROTING 2026 PRIMAIR
OVERHEAD
29.648
24.001
5.648
1.041
943
764
179
466
444
461
373
88
Overige personele kosten
539
536
526
391
135
Organisatie
260
363
377
99
278
Huisvesting
767
789
820
0
820
Kantoorkosten
89
210
218
0
218
2.072
1.986
2.064
1.672
392
Vervoermiddelen
46
272
74
0
74
Externe deskundigheid
46
270
280
0
280
Overige lasten
185
613
660
436
224
SUBTOTAAL
11.042
37.954
36.071
27.735
8.336
0
100
100
0
100
11.042
38.054
36.171
27.735
8.436
Informatisering / automatisering
Onvoorzien TOTAAL LASTEN
TOTAAL
ODBN Programmabegroting 2026
66
67
Overzicht meerjarenperspectief lasten 2026-2029 OMSCHRIJVING BEDRAGEN X €1.000
REKENING 2024
BEGROTING 2025
BEGROTING 2026
BEGROTING 2027
Overzicht meerjarenperspectief baten 2026-2029
BEGROTING 2028
BEGROTING 2029
LASTEN
OMSCHRIJVING BEDRAGEN X €1.000
REKENING 2024
BEGROTING 2025
BEGROTING 2026
BEGROTING 2027
BEGROTING 2028
BEGROTING 2029
BATEN
Regionale dienstverlening
3.934
3.186
1.276
814
814
814
Regionale dienstverlening
4.779
4.348
1.489
1.106
1.106
1.106
Individuele dienstverlening
19.458
20.767
23.161
23.191
23.191
23.191
Individuele dienstverlening
29.220
33.029
33.425
33.682
33.682
33.682
SUBTOTAAL PROGRAMMA’S
23.393
23.953
24.436
24.005
24.005
24.005
SUBTOTAAL PROGRAMMA’S
33.999
37.376
34.913
34.789
34.789
34.789
Bedrijfsvoering
11.042
14.001
11.635
11.443
11.443
11.443
Bedrijfsvoering
1.068
562
1.139
760
760
760
0
100
100
100
100
100
Onvoorzien
0
0
0
0
0
0
SUBTOTAAL BEDRIJFSVOERING
11.042
14.101
11.735
11.543
11.543
11.543
SUBTOTAAL BEDRIJFSVOERING
1.068
562
1.139
760
760
760
TOTAAL LASTEN EXPLOITATIE
34.434
38.054
36.171
35.548
35.548
35.548
TOTAAL BATEN EXPLOITATIE
35.067
37.938
36.052
35.548
35.548
35.548
197
0
0
0
0
0
Onttrekkingen aan reserves
524
116
119
0
0
0
34.631
38.054
36.171
35.548
35.548
35.548
TOTAAL BATEN
35.591
38.054
36.171
35.548
35.548
35.548
Onvoorzien
Toevoegingen aan reserves TOTAAL LASTEN
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
ODBN Programmabegroting 2026
68
Toelichting op baten en lasten 2026
69
In dit onderdeel van de financiële begroting wordt een toelichting op hoofdlijnen gegeven van de belangrijkste verschillen tussen de in de begroting 2025 en de begroting 2026 gepresenteerde bedragen. Aan het eind van dit onderdeel wordt nader ingegaan op de benodigde capaciteit aan declarabele uren voor de uitvoering van alle werkzaamheden. Deze worden afgezet tegen de beschikbare declarabele uren op grond van de in de begroting opgenomen formatie. Tevens zal inzicht worden gegeven in de te hanteren functionele tarieven voor het begrotingsjaar 2026.
Programma Regionale Dienstverlening en Collectieve Ontwikkelingen BEGROTING 2025
BEGROTING 2026
Personeel
2.923
2.496
970
-1.526
Bedrijfsmiddelen
1.011
690
306
-384
TOTAAL LASTEN
3.934
3.186
1.276
-1.910
Collectieve taken
882
904
930
27
Samen Sterk in Brabant
2.669
2.889
0
-2.889
Overige regionale programma's
1.228
555
558
4
TOTAAL BATEN
4.779
4.348
1.489
-2.859
844
1.162
213
-949
SALDO
VERSCHIL
De lasten binnen dit programma bestaan uit de personeelskosten voor de medewerkers die actief zijn voor de regionale programma’s zoals hierboven vermeld. Daarnaast worden overige kosten gemaakt, direct ten behoeve van het volbrengen van deze regionale programma’s. Personeel In de personele lasten zien we een daling van de kosten. Deze wordt veroorzaakt door de technische ontvlechting van Samen Sterk in Brabant uit de begroting. Daarmee dalen de loonlasten op dit programma. Daarnaast zijn de lonen geïndexeerd met het eerdergenoemde indexeringspercentage van 2,1%. Ook is de definitie van overhead vanuit het BBV gewijzigd. Daardoor komen managers die direct toerekenbaar zijn aan een taakveld niet meer ten laste van de overhead , deze lasten komen nu voor rekening van het programma zelf. Dit laatste betreft een budgettair neutrale verschuiving.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
Baten Baten voor Collectieve taken worden geïndexeerd, hierin zijn geen inhoudelijke aanpassingen. Samen Sterk in Brabant is ontvlochten, waardoor hier de baten uit de begroting verdwijnen. Overige regionale bijdragen worden geïndexeerd.
Programma Individuele Dienstverlening REKENING 2024
BEDRAGEN X €1.000
Bedrijfsmiddelen De bedrijfsmiddelen zijn geïndexeerd met de prijsindex. De daling van de bedrijfsmiddelen wordt veroorzaakt door de technische ontvlechting van Samen Sterk in Brabant uit de begroting. Daarnaast is hier de incidentele dotatie aan de voorziening Voorste Heide opgenomen.
REKENING 2024
BEGROTING 2025
BEGROTING 2026
VERSCHIL
19.029
20.637
23.031
2.394
429
130
130
0
TOTAAL LASTEN
19.458
20.767
23.161
2.394
Basis- en VTH verzoektaken
16.335
18.627
19.019
392
(Overige) Verzoektaken
11.699
13.664
13.573
-92
Aanvullende verzoektaken
1.186
737
833
96
TOTAAL BATEN
29.220
33.029
33.425
396
SALDO
9.762
12.262
10.264
-1.998
BEDRAGEN X €1.000 Personeel Bedrijfsmiddelen
Personeel De lasten binnen dit programma betreffen de personeelskosten voor de medewerkers die uitvoering geven aan de werkprogramma’s van de gemeenten en de provinciale opdracht. Het gaat hierbij om de kerntaken van de ODBN op het gebied van vergunningverlening en toezicht & handhaving. De orders zijn opdrachten die buiten de reguliere opdrachten om door deelnemers en niet-deelnemers bij de ODBN belegd worden. De lasten stijgen enerzijds door de indexering van de lonen conform de percentages van het CPB. Anderzijds zorgt de vernieuwde definitie overhead voor een budgettaire neutrale verschuiving van de personeelslasten over de programma’s.
ODBN Programmabegroting 2026
70
71
Bedrijfsmiddelen De begrote bedragen voor bedrijfsmiddelen binnen programma 2 betreffen geraamde projectkosten. Dit zijn kosten die ten behoeve van de uitvoering van de reguliere opdracht gemaakt worden die doorbelast worden naar de betreffende opdrachtgever. In de batenraming is hier ook rekening mee gehouden, deze zitten in de basis- en verzoektaken.
Programma Bedrijfsvoering
Basis- en VTH-verzoektaken/ Overige verzoektaken Op basis van de gemeentelijke concept-werkprogramma’s 2026 en de provinciale opdracht 2025 is een urenraming 2026 gemaakt. De uren uit de urenraming 2026 zijn met het gemiddelde incidentele tarief van € 119,05 als omzet geraamd. Orders Dit betreffen opdrachten die bij de ODBN belegd worden buiten de reguliere werkprogramma’s om. Dit zijn opdrachten van onze deelnemers, maar soms ook van niet-deelnemers. De urenraming 2026 is gelijk gehouden aan voorgaande jaren en is met het gemiddelde incidentele tarief van € 119,05 in deze begroting opgenomen. Aangezien dit een hoger tarief is dan het vorige begrotingsjaar, leidt dit tot een stijging van de baten op dit onderdeel.
REKENING 2024
BEGROTING 2025
BEGROTING 2026
VERSCHIL
Personeel en inhuur
5.733
8.298
5.648
-2.650
Opleidingen en loopbaanbegeleiding
840
958
943
-15
Dienstreizen / woon-werk
466
444
461
17
Overige personele kosten
539
507
527
20
Organisatie
260
363
377
14
Huisvesting
767
789
820
31
Kantoorkosten
89
210
218
8
2.072
1.986
2.064
78
Vervoermiddelen
46
71
74
3
Externe deskundigheid
46
270
280
10
Overige lasten
185
105
223
118
11.042
14.001
11.635
-2.366
0
100
100
0
11.042
14.101
11.735
-2.366
Rentebaten
785
562
379
-183
Personeel en inhuur
292
0
0
0
Overige baten
-9
0
760
760
TOTAAL BATEN
1.068
562
1.139
577
SALDO
-9.974
-13.539
-10.596
2.943
BEDRAGEN X €1.000
Informatisering / automatisering
SUBTOTAAL BEDRIJFSVOERING Onvoorzien TOTAAL LASTEN
Personeel De lasten binnen dit programma betreffen de personeelskosten voor de medewerkers binnen bedrijfsvoering. De lasten hier dalen doordat er door de vernieuwde definitie overhead voor een budgettaire neutrale verschuiving van de personeelslasten over de programma’s.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
ODBN Programmabegroting 2026
72
73
Opleidingen Het bijstellen van de benodigde formatie leidt ook tot het bijstellen van de opleidingsbudgetten. Deze is bepaald op 3% van de loonsom, dit conform de robuustheidscriteria.
Reserves
Overige budgetten Door de prijsindexeringen stijgen over de hele linie de budgetten.
Storting in de reserves
197
0
0
TOTAAL LASTEN
197
0
0
Rentebaten Net als in de begroting 2025 is in deze begroting voor de jaarschijf 2026 de incidentele rentebaten geraamd. Doordat het rentepercentage op 1 januari 2025 fors lager lag dan in 2024 zijn de rentebaten in 2026 lager dan in de begroting 2025.
Onttrekking aan reserves
524
116
119
TOTAAL BATEN
524
116
119
SALDO
327
116
119
PROGRAMMA PROGRAMMA RESERVES BEDRAGEN X €1.000
REKENING 2024
BEGROTING 2025
BEGROTING 2026
Stortingen in de reserves In deze begroting zijn geen stortingen in de reserves opgenomen. Onttrekking aan reserves De opgenomen onttrekking aan de reserve bestaat uit de onttrekking aan de bestemmingsreserve ISV voor het incidentele project Sanering Verkeerslawaai. Het betreft de geluidsanering van diverse woningen in het werkgebied van de ODBN. Wanneer deze woningen gesaneerd zijn, stopt het project. Het Algemeen Bestuur heeft hier in 2019 een bedrag van € 2.500.000 voor beschikbaar gesteld. Met deze onttrekking voor de begroting van 2026 is het maximum van het beschikbare budget nog niet bereikt.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
ODBN Programmabegroting 2026
74
Samen Sterk In Brabant
Voor de uitvoering van toezicht en handhaving in het Brabantse buitengebied werken de handhavingspartners in Noord-Brabant samen in het samenwerkingsverband Samen Sterk in Brabant (SSiB). Ter versterking van het samenwerkingsverband en ter ondersteuning van de uitvoering, is het handhavingsteam van SSiB opgericht. Het handhavingsteam is onder het formele werkgeverschap van de ODBN geplaatst. Om de partners zicht en invloed te geven op het samenwerkingsverband en de werkzaamheden van het handhavingsteam, is de stuurgroep opgericht. In de stuurgroep worden alle partners uit het samenwerkingsverband vertegenwoordigd. Hierin is bepaald dat het handhaven op wildcrossen, afvaldumpingen en stroperij de prioriteiten van het handhavingsteam zijn. SSiB legt inhoudelijke verantwoording af binnen de stuurgroep. De partners binnen het samenwerkingsverband dragen met een financiële bijdrage bij aan de instandhouding van het handhavingsteam van SSiB. De omgevingsdiensten OMWB en ODZOB hebben de bekostiging van SSiB vanaf 2025 structureel in hun begroting opgenomen. De Provincie heeft een aanvullende opdracht aan het handhavingsteam van SSiB verstrekt voor de jaren 2024 en 2025 t/m 2027. De overige deelnemers dragen hun bijdrage rechtstreeks af aan de ODBN. SSiB legt jaarlijks inhoudelijk verantwoording af in het jaarverslag (Zie www.ssibbrabant.nl).
De inhoudelijke aansturing van SSiB vindt plaats door de stuurgroep SSiB. In deze begroting hebben we de eerste belangrijke stap gemaakt voor de technische ontvlechting van SSiB uit de financiële begroting van de ODBN. In programma 3 Bedrijfsvoering zijn daarom alleen nog de baten voor het aandeel overhead dat SSiB genereert opgenomen. Zolang SSiB geen aparte entiteit is, is het nog aan het Algemeen Bestuur van de ODBN om de begroting van SSiB formeel vast te stellen. De inhoudelijke aansturing ligt bij de stuurgroep SSiB. Als onderdeel van de technische ontvlechting van SSiB uit deze begroting is hieronder de financiële begroting van SSiB weergegeven.
75
SAMEN STERK IN BRABANT
BEGROTING 2025
BEGROTING 2026
Loonkosten
1.639
1.836
Doorbelasting ODBN dienstverlening
748
760
Werkbudgetten SSiB
502
443
TOTAAL LASTEN
2.889
3.039
BIJDRAGE ODZOB WERKGEBIED
384
392
BIJDRAGE OMWB WERKGEBIED
400
408
- Gemeente Bernheze
15
15
- Gemeente Boekel
9
10
- Gemeente Boxtel
12
12
- Gemeente Meierijstad
24
24
- Gemeente Oss
22
22
- Gemeente 's-Hertogenbosch
15
15
- Gemeente Sint Michielsgestel
12
12
- Gemeente Vught
9
9
- Gemeente Maashorst
19
20
- Gemeente Land van Cuijk
42
43
- provincie Noord Brabant
72
73
Bijdrage provincie Impuls
1.719
1.645
BIJDRAGE OVERIGE DEELNEMERS
137
139
0
200
2.889
3.039
BIJDRAGE ODBN WERKGEBIED
RIJKSSUBSIDIE GROENE BOA CAPACITEIT
TOTAAL BATEN